Het boek Rechten voor de natuur vond ik bepaald een eye-opener, we doen vaak maar wat zonder rekening te houden met de belangen van een rivier, een lagune, een berg, om min of meer ongerept te kunnen voortbestaan. Arita Baaijens doet in In gesprek met de Noordzee uit 2025 hier nog een schepje bovenop. Als de zee, de Noordzee bijvoorbeeld, kon spreken, wat zou ze dan zeggen? Arita neemt zich voor de Spreker van de Noordzee te worden. Haar ‘sollicitatie’ is boeiend!
Het idee van een sollicitatie is origineel, en de uitwerking ook. Om de Noordzee in de bestuurskamers te kunnen vertegenwoordigen wanneer er besloten wordt over offshore windparken en stroomkabels en zo, moet Arita de zee en haar onderdelen natuurlijk eerst goed leren kennen. Dat levert een aantal leerzame, persoonlijke en spirituele hoofdstukken op, waarin Arita de hele wereld rondreist. Gevolgd door een camera …

Het maatschappijboek In gesprek met de Noordzee…
…. is namelijk een verslag van een expeditie, waarvan ‘live’ een documentaire is gemaakt: ‘Het gezicht van de zee’. Dat is slim, want de verhalen over de dieren en planten in de zee zijn overtuigender als je ze kunt zien. Het werd in 2024 uitgezonden.
Expedities zijn Arita niet vreemd, ze is ontdekkingsreiziger en verkende eerder de woestijn van Soedan (alleen, met 3 kamelen) en het gebergte van Altaj in Siberië. Op die reizen is het spirituele altijd aanwezig, en ze kreeg dan ook een vraag van de lezers van haar boeken daarover: is er in Nederland ook ‘bezielde’ natuur? ‘De zee doet waar zij zin in heeft’ stelt Arita. We denken dat natuur maakbaar is, maar het zoute water kruipt onder de dijken door en de Oosterscheldekering houdt over 30 jaar de springtij-golven niet meer tegen. Wat denk de zee? Het wier, de oester?
Zeehonden, getijdepoelen, onderwaterbossen en wieren, wat leert ons dat over de Noordzee?
De expeditie begint in Schotland. De Finse Tuulikki ‘zingt’ de zeehonden naar zich toe. Wat horen zij, en wat willen zij van ons? Arita filosofeert dat er meer is dan wetenschappelijke kennis. De volgende stop is bij een onderzoeker van getijdepoelen, met steurgarnaaltjes, anemoontjes, krabbetjes en nog veel meer -tjes, die Arita in het begin niet eens ziet, zo klein zijn ze. Maar hun levens in de poelen zijn interessant! ‘Rechten voor de natuur’, gek eigenlijk stelt Arita. Wie zijn wij om te bepalen wat wél en wat niet aanspraak kan maken op juridische bescherming? Ook weer een vraag om langer over na te denken, vind ik, ongeacht het goede werk dat deze beweging doet. Hierna lezen we prachtige beschrijvingen van een onderwaterbos en van de verschillende wieren.
Walvissen, orka’s en een natuuropstelling, wat leert ons dat over de Noordzee?
De volgende stop is Noorwegen, vlakbij de poolcirkel. Hier leven walvissen en orka’s. Arita gaat mee met een onderzoeksteam wat zich afvraagt wat de invloed is van duikers en snorkelaars op deze dieren. Tijdens een duik in een droogpak maakt Arita oogcontact met een bultrug. Het raakt haar diep en verandert haar relatie met de zee. De walvis, dat ben ik, de zee, dat zijn wij.
Wie is de zee? Arita vraagt het aan de Noordzee tijdens een natuuropstelling in Scheveningen. Denk aan een familie-opstelling, maar dan met zee-elementen: Noordzee, getijden, vervuiling, leven in zee, krachten. Alle elementen doen actief mee, behalve de Noordzee. De vragen over vervuiling lijken haar niet te raken. Het element geeft aan dat Arita moet uitzoeken wat ongezegd en ongevraagd is gebleven ….
Zeevolken en vissers, wat leren die ons over de zee?
De expeditie gaat verder met een verhaal over de zeevolken in de Straat van Makassar, via een interview met een milieu-antropoloog. Hoe kijken de Bajau, een zeevolk, aan tegen het beschermen van het leven in de zee? Op dat moment is er een conflict tussen de zeemensen en natuurorganisaties over de bescherming van schildpadden en koraalriffen. De Bajau leven van de verkoop van schilpadden-eieren en schelpdieren, en waren niet blij met allerlei dictaten wat zij mochten vangen, zonder rekening te houden met hun cultuur. Die cultuur houdt in dat zij ‘voedsel delen met de zee’, voor het daadwerkelijke vissen. Ze geven de zee aandacht, erkenning. Een ander onderdeel van de cultuur zijn de ‘zeetweelingen’. Tegelijk met een mens wordt uit de moeder ook een octopus of krokodil geboren. Die zie je niet, maar het blijkt uit het grote bloedverlies bij de bevalling. De moeder droomt over haar ‘zeekind’ en het verklaart ook de onverwachte hulp van zeedieren als mensen in nood zijn. Deze relatie, genegenheid, voor de zee kwam natuurlijk niet terug in de statistische aanpak van de milieubeschermers.
Diezelfde milieu-antropoloog doet later onderzoek naar oesterriffen in de Noordzee. Ook hier botsen milieubeschermingsprojecten met de cultuur en de ‘stem’ van de vissers én de oesters. ‘Oesters zijn betere woordvoerders dan mensen’ zegt ze. ‘Je proeft aan de oesters hoe het met de zee gaat, hun smaak is hun stem.’ Oesters filteren het water, niet alleen voor plankton, maar ook voor vervuiling zoals zware metalen. Die blijven in hun weefsel achter. Teveel lood, en de oester legt het loodje.
Taal, is onze taal wel toereikend voor de Noordzee?
Een volgend hoofdstuk gaat over iets wat onontbeerlijk is voor de rol van Spreker: taal. Na een stuk over dichters die zich door de zee laten inspireren, en AI die de rol van zee op zich neemt en orakelachtige zinnen spuwt, gaat het over onze beleidstaal: baggerboer, omgevingswet, zee-akkers. We verstaan de taal van zeebewoners niet, begrijpen de gezangen van walvissen niet. De taal van natuurvolken kent woorden die onvertaalbaar zijn: ‘su’ , de adem van de wind, van de Altaj bijvoorbeeld. Het Navajo heeft allerlei verschillende woorden voor ‘geven’ afhankelijk van het soort voorwerp. Het Navajo hecht dus meer aan de aard van het object, het Nederlands meer aan de transactie. De naamvallen in het IJslands hangen af van de richting: over de fjord, in de fjord, naar de fjord.
Onze taal is te beperkt, ons brein is te beperkt om de omvang en impact van de klimaatverandering te vatten. Een woord als verzuring geeft geen beeld van de ramp die het oplossen van kalk in de oceanen veroorzaakt: schelpdieren, kreeften, koralen, plankton zijn afhankelijk van kalk en zullen sterven. De hele voedselketen stort in.
De bureaucraten en de Noordzee
In de bestuurskamers gaat het daar niet over. Er is geen eerbied voor de zee. Het slopen van het ecosysteem is geen probleem, omdat er geen wet is die het verbiedt. Arita twijfelt nu aan haar sollicitatie. De kloof tussen haar visie op de zee en dat van de bureaucraten is te groot, ze kan geen bruggenbouwer zijn. Ze gaat praten met pioniers die wél een brug hebben weten te slaan. Zoals de aanjager van Zoöperaties, een organisatievorm die met ‘zoè’, leven, samenwerkt, via een Spreker. Bevlogen verhalen vertellen over dat leven is cruciaal, zegt deze. Arita vraagt zich af of dat haar lukt in officiële bijeenkomsten. Een ander werkt bij onderzoeksinstituut Deltares. Deze is héééél geschikt als Spreker: ze voelt zich in beide sferen, de zee en de vergaderzaal, thuis. Arita niet.
Arita wil spreken, maar geen Spreker zijn. Ze blijft haar beeldende verhalen schrijven en zó een stem aan de natuur geven.
Ik vind het prima! Kom maar door met het volgende prachtige, poëtische boek!
Mijn evaluatie van In gesprek met de Noordzee
De beschrijvingen van wat Arita Baaijens ziet en hoort zijn prachtig. Het gaat wat verder dan de gangbare natuurfilm, is naast realistisch ook poëtisch en filosofisch. Ik leerde dus niet alleen wat over het leven in de zee, maar ook leerde ik nadenken over de human-centrische manier om naar de natuur te kijken.
Arita onderbouwt haar verslag regelmatig met cijfers, het merendeel is echter anekdotisch, uit haar eigen ervaringen of dat van haar geïnterviewden. Hoewel ik helemaal voor windmolens in de Noordzee ben, zie ik dat haar betoog relevant is voor deze besluitvorming: hebben we in de bestuurskamers wel genoeg eerbied voor, kennis van, liefde voor de zee? Hebben we het recht om andere soorten leven zó te beïnvloeden? Een tijdloze vraag.
Ik vind het knap hoe Arita de toch wat grijze Noordzee tot leven weet te brengen, zónder foto’s (ik las het sobere eBoek, maar ook de geprinte versie heeft geen illustraties), maar via de passievolle betogen van bevlogen liefhebbers van getijdepoelen, oesters en wieren. De geïnterviewden zijn goed gekozen: experts op hun gebied, maar naast wetenschappers ook halve filosofen. Elk met een bijzonder verhaal, buiten het gangbare om. Een paar stukken vond ik minder, zoals de klimaatdichters, dat werd me té spiritueel, en dat van AI, waar ik niets leerzaams uithaalde.
Daarnaast is Arita er in geslaagd om me deelgenoot te maken van haar eigen twijfels en dilemma’s. Ze dacht zich extra nuttig te kunnen maken als Spreker voor de Noordzee, maar realiseert zich dat haar bevlogenheid niet past bij ’10 minuten op een jaarvergadering’, en beter bij het schrijven van boeken, waar ze alle tijd kan nemen voor een onderwaterbos en ‘zeetweelingen’. En haar lezers ook ….
Móét je dit boek lezen? Niet persé, de documentaire kijken kan natuurlijk óók!
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 3 1/2*
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees In gesprek met de Noordzee duurzaam …
- via de (online) bibliotheek;
- digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
- of uit een minibieb!
Koop In gesprek met de Noordzee duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris;
- of via B-Corp Bol (affiliate link).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!
Pingback: Recensie: Naar de aarde – voor inspiratie | ESCIA – 1001boeken
Pingback: Topboeken: de beste boeken van Q2 2025 | ESCIA – 1001boeken