Familie: ‘neef’ Jonathan Haidt

Ken je dat? Dat je filmacteurs zó vaak een goede rol ziet spelen dat je naar ál hun films wilt? Dat je álle wedstrijden van je favoriete sporter wilt zien? En dat je ze volgt op sociale media? Dat ze voelen als familie? Dat heb ik nu met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken, zonder op de recensies te wachten.  Ik volg ze op social media en lees hun nieuwsbrieven. Ze zijn familie, mijn bureau staat vol met hun foto’s! Ik stel elke maand een familielid aan je voor. Deze maand: mijn ‘neef’ Jonathan Haidt.

Waar schrijft ‘neef’ Jonathan Haidt over? 

‘Neef’ Jonathan Haidt schrijft over sociale psychologie, moraliteit en de laatste tijd over ‘safetyism’ en de invloed van het smartphone-gebruik op onze jeugd.

Heeft ‘neef’ Jonathan andere zakelijke activiteiten?

‘Neef’ Jonathan is hoogleraar Ethisch Leiderschap aan de Stern Business School van de Universiteit van New York.

Wat valt er nog meer over ‘neef’ Jonathan Haidt te vertellen?

‘Neef’ Jonathan werd in 1963 geboren, in New York. Zijn familie is joods en komt oorspronkelijk uit Rusland en Polen. Zelf is hij vanaf zijn 15de al atheïst. Hij ging in Scarsdale naar high school, en studeerde daarna psychologie op Yale, waar hij in 1985 zijn bachelor magna cum laude haalde. Tot ieders verrassing werd hij toen computerprogrammeur.

Maar niet lang, hij ging naar de Universiteit van Pennsylvania waar hij zijn master (1988) en PhD (1992) haalde. “Moral judgment, affect, and culture, or, is it wrong to eat your dog?” was de titel van zijn proefschrift, en dat onderwerp én de hond komt terug in zijn boek The Righteous Mind. Het gaat hier om activiteiten die niemand kwaad doen, maar evengoed walgelijk zijn.

Hij was nog niet uitgestudeerd, en ging naar de Universiteit van Chicago om culturele psychologie te studeren. Daarna deed hij een veldstudie in India. In 1994 start hij een jaar assistentschap bij de MacArthur Foundation in Chicago, die initiatieven rond vrede, klimaatverandering en nucleair ondersteunen.

En dan is het tijd om te gaan lesgeven. Hij begint als assistent-professor bij de Universiteit van Virginia, wordt daar associate-professor en dan hoogleraar psychologie in 2009. Gedurende die 14 jaar wordt hij ook actief in de positieve psychologie, en stelt in 2003 een bundel daarover samen: Flourishing. Maar de morele kanten van de psychologie blijven treken, en dat leidt in 2006 tot The Happiness Hypothesis. Dan spendeert hij het 2007-2008 schooljaar op Princeton in New Jersey en gaat weer terug naar Chicago.

In 2011 tenslotte verhuist hij naar New York voor zijn hoogleraarschap aan de Business School van de Universiteit van New York. Hij richt samen met anderen twee non-profits op: Ethical Systems en Heterodox Academy. Daarna nam hij het initiatief voor d platforms Constructive Dialogue Institute, Let Grow, en The Anxious Generation Movement, die allemaal ontstaan zijn uit zijn boeken. Hij doet alles om zijn theorieën een positieve invloed op de echte wereld te laten hebben.

De afgelopen 2 jaar is hij vaak te zien in TEDtalks, interviews en shows om over de negatieve invloed van smartphones op de jeugd te praten. Zo was hij afgelopen jaar bij Eva. Want: toevallig op vakantie in Nederland (bollenvelden! oude meesters! grote mensen in kleine autootjes!), dus dat paste prima. Hij heeft daar een discussie met Alexander Klöpping. Ik kijk weinig tv, lees liever zijn substack After Babel om bij te blijven.

‘Neef’ Jonathan is getrouwd met Jayne Riew en heeft een zoon, Max, en een dochter, Francesca. ‘Nicht’ Jayne heeft een Aziatische achtergrond en is fotografe. Het gezin houdt hun privé leven ook privé. Dat doe ik dus ook.

Welke boeken schreef ‘neef’ Jonathan Haidt ?

‘Neef’ Jonathan schreef 5 boeken, waarvan ik er 3 las en recenseerde. Ik vond ze alledrie gewéldig, dus die andere 2 staan hoog op mijn leeslijst. Verder schreef hij 2 essays of samenvattingen gebaseerd op 1 van die boeken, was editor voor een aantal bundels, schreef voorwoorden voor andere boeken en pende natuurlijk een hele stapel artikelen voor vakbladen op het gebied van psychologie.

The Amazing Generation (2026) – The Amazing Generation (2025)

Uit mijn recensie: Het aantal zelfmoorden bij jongeren stijgt snel, er is een correlatie met de introductie van de smartphone en sociale media, stelt Jonathan. Inmiddels zijn overheden en ouders druk bezig smartphones en sociale media bij jongeren te verbieden. Ja ja dacht ik, dan gaan ze het gewoon stiekem doen. Maar Jonathan is slim: hij wil óók de jongeren van het gevaar overtuigen. En dat probeert hij, samen met Catherine Price, middels dit jeugdboek, in 2026 in het Nederlands uitgebracht. Ik val niet binnen de doelgroep, maar vind zijn poging méér dan geslaagd. Met 6 jongeren als hoofdpersonen laat hij zien hoe smartphone-verslaving in zijn werk gaat. Niet kinderachtig geschreven, dus ook voor ouders! Lees mijn recensie | Koop bij Libris   

Generatie angststoornis (2024) – The Anxious Generation (2024)

Uit mijn recensie: Beetje overdreven, dacht ik. Een angststoornis van sociale media? Die kinderen lopen gewoon te zeuren, verwende typetjes. Ik had het mis, heel erg mis. Jonathan heeft mij met dit boek overtuigd van de omvang van het probleem en de urgentie er wat aan te doen. Elke dag dat we het op z’n beloop laten, levert weer meer ongelukkige, zieke en dode jongeren op. Dode jongeren? Jawel. Eén van de vele dingen die ik niet wist, is dat het aantal zelfmoorden bij jongeren sterk omhoog gaat, en de correlatie met sociale media, of smartphonegebruik, is groot. Haidt ziet twee basis-oorzaken: We beschermen de kinderen teveel in de fysieke wereld, en te weinig in de virtuele wereld. Die combi is letterlijk dodelijk. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De betutteling van de Amerikaanse geest ( 2022) – The Coddling of the American Mind (2018)

Dit boek las ik nog niet. Flaptekst: Provocatief boek over wat politieke correctheid doet met onze geest en het einde van het kritisch denken. De afgelopen jaren is er veel veranderd op de (Amerikaanse – esc) universiteiten. Sprekers wordt de mond gesnoerd, studenten en professors lopen op eieren en durven niet vrij te spreken. Angststoornissen, depressies en zelfmoorden nemen toe. Hoe is deze situatie tot stand gekomen? Jonathan Haidt en Greg Lukianoff laten in dit boek zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Door een sterke doorvoering van politieke correctheid wordt ons vermogen om kritisch na te denken in gevaar gebracht. De auteurs analyseren de bedoelingen en ideeën achter deze trend en laten zien wat de effecten zijn, zowel binnen de universiteiten als op de maatschappij. Koop bij Libris

Het rechtvaardigheidsgevoel (2021) – The Righteous Mind (2012)

Uit mijn recensie: Een uitstekend boek wat het ontstaan van onze morele waarden en de invloed van cultuur daarop, onder de loep neemt. Veel wetenschappelijke onderbouwing, vlot geschreven, en vol ‘WOW-wist-ik-niet’. Het heeft mijn gedachten over moraliteit, religie en conservatieve politiek grondig veranderd. Een relevant boek ook, waarin de problematiek van vandaag de dag objectief, helder en humoristisch wordt geduid. Het beslaat een groot terrein, van evolutie, via antropologie naar psychologie, maar nergens is spraken van jargon. Vlot geschreven, ondanks de omvang las ik het bijna in één adem uit. En het heeft een goed doel: Haidt pleit voor meer begrip voor (de moraliteiten) van de ander. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De gelukshypothese (2006) – The Happiness Hypothesis (2006)

Dit boek las ik ook nog niet. Flaptekst: Hoe word je gelukkig? Jonathan onderzoekt een groot aantal oosterse en westerse wijsheden en brengt ze in verband met inzichten uit modern psychologisch onderzoek. Zo komt hij tot verrassende inzichten, die de lezer daadwerkelijk kunnen helpen om een gelukkiger, betekenisvoller leven te leiden. Hij laat bijvoorbeeld zien waarom deugd niet altijd verheugt, en waarom brutale mensen inderdaad de halve wereld hebben. Jonathan’s bijzondere combinatie van aloude wijsheid met moderne wetenschappelijke inzichten leidt in tot een zeer doeltreffend resultaat. Koop bij Libris

Ander werk

Why Do They Vote That Way? – A Vintage short (from The Righteous Mind) (2018)

Een eBook samenvatting ontleend aan Het rechtvaardigheidsgevoel. Flaptekst: To understand what drives the rift that divides our populace between liberal and conservative, social psychologist Jonathan Haidt has spent twenty-five years examining the moral foundations that undergird and inform two differing world views: the political left and right place different values of importance on order, care, fairness, loyalty, authority, and liberty. From one of our keenest dissectors of moral systems, Why Do They Vote That Way? explains how deeply ingrained moral systems have estranged conservatives and liberals from one another while crossing the political divide in a search for understanding the miracle of human cooperation. Koop bij Libris

Can’t We All Disagree More Constructively – A Vintage short (from The Righteous Mind) (2016)

Een eBook samenvatting ontleend aan Het rechtvaardigheidsgevoel. Flaptekst: As America descends deeper into polarization and paralysis, social psychologist Jonathan Haidthas done the seemingly impossible—he has explained the origins of morality, politics, and religion in a way that speaks to everyone on the political spectrum. Drawing on twenty-five years of groundbreaking research, Haidt shows why liberals, conservatives, and libertarians have such different intuitions about right and wrong, and why we need the insights of each if we are to flourish as a nation. Here is the key to understanding the miracle of human cooperation and the eternal curse of moralistic aggression, across the political divide and around the world. Koop bij Libris

Essays voor vakbladen:

*The Emotional Dog and its Rational Tail: A Social Intuitionist Approach to Moral Judgment (2008)

*Three Stories about Capitalism: The moral psychology of economic life (audio cd) (2017)

*Sacred Values and Evil Adversaries: A Moral Foundations Approach (2012)

* … en nog zo’n 100 artikelen.

En verder schreef Jonathan het voorwoord bij een aantal boeken en was hij (mede) editor bij een aantal bundels, waaronder Flourishing: Positive Psychology and the Life Well-Lived (2003)

Verantwoording

Deze informatie komt uit  WikipediaGoodreadsLibris, en zijn eigen website.

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari (update maart 2026) nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart (update mei 2026) was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen
  35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
  36. December was voor tante Carol Dweck.
  37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
  38. En in februari nicht Katja Staartjes
  39. In maart was de beurt aan neef Malcolm Gladwell.
  40. April was voor ‘nicht’ Lois P. Frankel.
  41. In mei stelde ik ‘neef’ Frans de Waal aan je voor.
  42. En in juni ‘nicht’ Stine Jensen.
  43. In juli was de beurt aan ‘neef’ Jonathan Haidt

Geplaatst in Maatschappij, psychologie | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Tot aan de rivier – over verslavingen en liefde

Blijf je bij me tot aan de rivier? vraagt Rayya aan Elizabeth Gilbert. Deze belooft dat, en in Tot aan de rivier uit 2025 lezen we wat zich in het volgende deel van Liz’ leven afspeelt. Deze derde memoir is nog véél dramatischer dan haar eerste twee: Eten, bidden, beminnen en Toewijding. We lezen over opnieuw verliefd worden, de dood van Liz’ geliefde, Liz’ verslavingen en haar pogingen om af te kicken. Hoeveel dramatische ontwikkelingen kan een mensenleven hebben?

Rayya is Liz’ kapster, en de twee worden goede vriendinnen en dan geliefden. De rivier is de East River in New York, om daar te komen moet je door een aantal buurten, van rijk en schoon tot achterbuurten vol verslaafden. Die rivier staat voor Rayya voor de dood, alleen de allerbeste vrienden lopen met je mee. Op weg daarnaartoe krijgt ze kanker, wordt weer verslaafd, en jaagt Liz weg. Liz beschrijft al haar gevoelens hierbij uiterst gedetailleerd, ze lijkt erg weinig controle te hebben over haar emoties en haar leven. Daarbij komt een flinke dosis spiritualiteit.    

Het memoir Tot aan de rivier …

….. begint 5 jaar na de dood van Rayya, als deze weer in het hoofd van Liz zit. Ze heeft een hele afscheidsspeech. ‘Je hebt me niet meer nodig’ zegt ze. ‘Ik wacht op je bij de rivier’. Liz schrijft het allemaal snel op in haar dagboek. Rayya geeft haar ook opdracht om haar belofte na te komen en álles te vertellen over hun leven samen. Ik had de indruk dat het een biografie van Rayya zelf had moeten worden, maar méér dan dat deze Syrische is, knap, een sterke persoonlijkheid heeft, visagiste van beroemdheden is geweest en net junk-af, lezen we eigenlijk niet. Nu had Liz Rayya al eerder aangezet om haar memoires te schrijven, en dat is ‘Harley Loco’ geworden, gepubliceerd in 2013. Dus daarin lees je meer over Rayya. De letterlijke opdracht van Rayya aan Liz is nu om ‘een volstrekt eerlijk boek over verslaving’ te schrijven, daar lijkt veel van hun tijd samen om gedraaid te hebben.

In Tot aan de rivier lezen we dus voornamelijk over de eigenaardigheden van Liz. Behalve dat ze Rayya in haar hoofd hoort, heeft ze ook gesprekken met God. Die hoorde ze het eerst bij het begin van Eten, bidden beminnen, toen haar eerste huwelijk op de klippen was gelopen, en haar affaire ook niet loopt zoals ze wil. Ze volgde de stem van God over de hele wereld. Ze ontmoette op Bali haar tweede man. En schreef een boek over haar reizen. En werd er heel rijk mee.

Co-dependentie

Geld: dat maakt de co-dependentie in haar nog sterker: ze wil iedereen redden, haar lage zelfbeeld geeft haar het idee dat zijzelf al die welvaart niet verdient, en anderen juist meer. Ze neemt de verantwoordelijkheid voor het leven van anderen over, stimuleert afhankelijkheid bij anderen, bekenden én onbekenden. Nu dringt ze haar geld op, zoals vroeger haar lichaam, want ze is ook verslaafd aan seks en liefde. Zijn we dat niet allemaal, dacht ik nog. Maar nee, hoe zij de veroveringen aan elkaar placht te rijgen is best uitzonderlijk, hoewel ze op de details niet ingaat. Voor het gemak geeft Liz een lijstje met de symptomen van co-dependentie, de buitensporige emotionele of psychisch afhankelijkheid van een ander, vaak iemand die veel aandacht nodig heeft.  

Opnieuw verslaafd

Bij de ontwikkeling van de relatie met Rayya lijkt het of Liz, door haar verslaving, veel afhankelijker is van Rayya dan andersom. Als Rayya kanker krijgt, bekent Liz dat ze verliefd is. Ze gaan samenwonen en dat is een tijdje geweldig. Maar door de pijnbestrijding, wat start met morfine, wordt Rayya opnieuw verslaafd aan cocaïne en fentanyl en heeft Liz’ nodig om voor haar te zorgen, fysiek en financieel. Verslaafden zijn vampiers, heeft Rayya ooit gezegd, en ze behandelt Liz inderdaad schandalig. Ik vond dit een bijzonder deel: enerzijds was ik verbaasd dat Liz zich zolang laat uitschelden en misbruiken, anderzijds is het moeilijk te begrijpen dat ze een stervende en zwaar verslaafde geliefde in de steek laat, ondanks alle redenen daarvoor.

Dood en rouwverwerking

Rayya wordt verzorgd door een ex-vriendin, die er ook in slaagt haar te laten afkicken. Liz komt weer op bezoek, en je proeft de jaloezie, het onbegrip dat de ander wel slaagt waar Liz faalde. Rayya overlijdt in 2018 na een flink gevecht. Liz gaat als een gek aan het werk en schrijft Stad van meisjes (2019). Daarna gaat ze aan de slag met haar verslaving aan drank en psychedelica. Ze bezoekt verschillende AA programma’s, één voor de drugs (NA), één voor de alcohol (AA), één voor de sex en liefde (SLAA), elke dag één of zelfs meerdere per dag. De relatie met God is prominent in deze programma’s, en de aandacht voor Liz spiritualiteit neemt ook toe in dit deel. Ze ‘ziet’ en ‘hoort’ ook Rayya’s moeder en heeft gesprekken met Rayya zelf.

Mijn evaluatie van Tot aan de rivier

Ik las bijna al Liz’ boeken. Dus ook Eten, bidden, beminnen en vond dit naast interessant ook gewoon een leuk boek. Het is persoonlijk en emotioneel ja, maar gaat ook over smakelijk eten in Italië, grappige ervaringen in India en mooie beschrijvingen van het culturele eilandleven op Bali. Dit boek is niet smakelijk, niet grappig en ook niet cultureel. Wel leerde ik een hoop over co-dependentie en verslavingen, op een manier die me raakte, meer als een wat droog studieboek dat zou kunnen. Wat dat betreft is de opdracht van Rayya geslaagd. Het boek is trouwens ook opgedragen aan Liz’ ‘zussen en broers in de zelfhulpgroepen’.

Ik vond de emoties wat overdonderend, heb ook een paar keer met tranen in mijn ogen gezeten, maar voor mij was het toch allemaal net teveel, in 440 pagina’s. Ook wat betreft de gesprekken in haar hoofd vroeg ik me vaak af of ze dit nu echt zo hoorde, of dat het gewoon een kwestie van aangrijpende storytelling is. Want het boek is erg goed geschreven, dat wel, ik vond het moeilijk om weg te leggen.

Hier en daar zijn gedichten van Liz opgenomen , en tekeningetjes. Ik werd er niet echt warm van. Het geeft wel de indruk dat je in een dagboek zit te lezen, en dat zal de bedoeling zijn geweest.     

Fomo? Niet echt. Het is zeker geen ‘opvolger van Eten, bidden, beminnen’. In Goodreads zie ik 5* en 1*, you hate it or you love it, er zit weinig tussen. In de VS maakte de affaire én het boek veel los, in Nederland las ik er weinig over.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Tot aan de rivier duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Tot aan de rivier duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: F*ck the system – no, tweak it!

Ooit zat ik in de jury van Managementboek van het Jaar, en ik en de rest van de jury, kozen De wereld is rond van Jo Caudron als winnaar. Sindsdien ben ik fan van Jo, en natuurlijk las ik ook zijn meest recente: Fuck the system uit 2025. En nee, het systeem gaat niet het raam uit. Jo pleit voor een sterk Europa, die in haar ontwikkeling focust op zogenaamde transitiesectoren, niet toevallig de sectoren waar we goed zijn in innovatie, maar waar het opschalen achterblijft. Dat moet veranderen, tweak the system dus.

Jo is is geen econoom, socioloog of historicus. Ook geen politicoloog, geen antropoloog, zélfs geen academicus, zo zegt hij zelf. Hij is een meta-generalist, herkent verbanden en patronen, ziet disrupties en transities aankomen. Jo levert dan ook geen wetenschappelijk dichtgetimmerd betoog, maar een persoonlijke visie, met suggesties en assumpties. Aan de lezer, én de specialisten, de uitdaging om er mee aan de slag te gaan. Ik moet zeggen, het vrolijkte me bepaald op. Yes we can tweak!

Het maatschappelijke boek F*ck the system …

… bestaat uit 3 delen. In deel 1 schetst Jo de huidige geopolitiek, het uiteenvallen van de wereldorde. In deel 2 zoomt hij in op de huidige situatie in Europa. Deel 3 gaat over mogelijke oplossingen om Europa haar ambities te laten waarmaken. In het boek komen de begrippen Meta-storm en SUPERchange uit zijn vorige boeken, De wereld is rond en De toekomstformule, weer terug, en in de inleiding legt hij ze nog even kort uit.

De wereldorde

Jo’s duiding van de huidige situatie op wereldniveau bevat weinig nieuws voor degenen die het via de media volgen, en is, daardoor denk ik, een compact overzicht van zo’n 60 bladzijden. Interessant vond ik Jo’s opmerking dat Trump’s visie tripolair is, en gebaseerd op macht in plaats van afspraken. Jo vergelijkt het met de situatie in de 19de eeuw, toen er ook zo’n multipolaire, op macht gebaseerde wereldorde was: de verschillende Europese staten en hun koloniën. We weten hoe dat afliep: 2 wereldoorlogen.

De techbro’s

Ook boeiend, en wél nieuw voor mij, is Jo’s analyse van de ideologie van de Techbro’s. Hij legt TESCREAL uit: een combinatie van transhumanisme, extropianisme, singularitarianisme, cosmisme, rationalisme, effectief altruïsme en longtermisme. Ook hij wijst naar de film Moutainhead, een satire gebaseerd op Ayn Rand’s The Fountainhead en Atlas Shrugged. De bewegingen e/acc, effective accelerationisme, en Dark Enlightenment kende ik niet en zijn bepaald bedreigend. Tenslotte bespreekt hij het ‘huwelijk’ tussen Big Tech en rechts-religieuze organisaties en de rol van Peter Thiel, met zijn discipel JD Vance. Poeh! En … hoe beheersen wij in Europa deze krachten?    

Europa’s sterke en zwakke punten

Dat is het onderwerp van deel 2, wat begint met het moment dat we beseffen dat de VS niet langer onze partner is. Hoe groot is dat probleem? Jo heeft hiervoor een mooie analyse gemaakt met onze sterke punten. Wat de economie betreft is daar Readiness 2030, met sterkere samenwerking tussen de Europese landen. Ook: onze koopkrachtpariteit is de een-na-hoogste, na China. En als we een alliantie zouden smeden met Canada en Japan, hebben we het hoogste bbp. Voor Defensie wijst Jo er fijntjes op dat EU toch al 85% van de NAVO bijdrage betaalde; de uitgaven van de VS betreffen de hele wereld. Het zwakke punt: de Command en Control-structuur, met de VS als basis en de Europese legers als ‘zzp-ers’. Dan de industrie. We hebben veel innovatieve bedrijven en een auto-industrie die weer bijtrekt. Het beleid is sterker geworden met Readiness 2030. Tot nu toe lag de focus van samenwerking op handel en democratische waarden. Nu bouwen we op naar meer politieke macht op EU-niveau (defensie, klimaat, buitenland), mede via Coalitions of the Willing. Echter: onze concurrentiepositie is niet super, we zijn erg afhankelijk van andere landen, met name qua IT en energie. Als we daarin sterker willen worden, moeten we niet proberen te kopiëren wat de supermachten doen, maar gebruik maken van de transities die eraan zitten te komen, en op die golven meesurfen. Energie-opslag is hiervan een voorbeeld.

Is er draagvlak voor een sterk Europa?

Maar: is hier wel draagvlak voor? De EU-burgers zien veel initiatieven van de EU als pest-maatregelen. We hebben er veel last van, en begrijpen het waarom van de acties niet, hoe het bijdraagt aan een oplossing. Het draagvlak is te vergroten door het creëren van een duidelijk vijandbeeld, zoals in Oekraïne de vijand Rusland is (door oorlog), en in Canada de VS dat wordt (door economische maatregelen en culturele dreigementen). Maar ook kan het draagvlak worden vergroot op basis van morele redenen, zoals het muilkorven van universiteiten en onrechtvaardig geweld vanuit de overheid.

Een positieve motivator voor draagvlak is een geloofwaardig beeld van een toekomstig Europa: democratisch, met een volwassen politiek (samenwerking tussen partijen) en minder complexe regels. Maar ook actie tegen klimaatverandering en voor klimaatadaptatie motiveert. Het lijkt alsof dit bij het grof vuil gezet is, maar de industrie gaat in het algemeen door met duurzaamheid, hoewel ze aan greenhushing doen: er niks meer over zeggen om de VS niet boos te maken. Want duurzaamheidsmaatregelen zijn nog steeds rendabel en veel grote investeerders eisen het. Interessante observatie!

F*ck the System?

Nu even naar de titel: Fuck the System. Het systeem overhoop gooien is gewoon een slecht idee. Zie het systeem als een spel met spelregels. Het spel = liberale democratie + vrijemarkteconomie + verzorgingsstaat. De spelregels zijn ‘flexibel’, we verzinnen ze hoe het ons uitkomt, en we spelen ook vals. Je kunt nu 4 scenario’s maken, een combi van oud spel / nieuw spel en oude regels / nieuwe regels.  1. Oud spel + oude regels = blijven aanmodderen. 2. Nieuw spel met oude regels = illiberale economie, zoals Trump nu doet, en in Rusland al jaren het geval is. 3. Nieuw spel + nieuwe regels = staatsgeleide economie met dictatuur, zoals China. Het voordeel van het Chinese model is dat zij de klimaattransities het best zullen kunnen doen. 4. Oud spel + nieuwe regels = nieuw evenwicht. Liefst zonder eerst door 2 en 3 te moeten, dat wil zeggen, zonder dat het populisme wint. En zonder dat ‘extreem-links’ wint, want dat zal direct een tegenreactie opwekken. Het gaat erom dat het ‘midden’ terrein wint. Pragmatisch transitiedenken.

Europa en transitie-innovatie

Europa moet inzetten op transitie-innovatie. Dat is het onderwerp van deel 3. Jo benadrukt dat we kunnen leren van de digitale transformatieprojecten die we al doen, en hebben gedaan. Maar wel opletten: veel digitale transformatieprojecten waren slechts digitalisering, en hadden weinig met transformatie te maken. Bij een transformatie wijzigt je product, je dienst, je oplossing in de kern. Van een brandstof-auto naar een EV is géén transformatie, naar een Uber-model wél.

We kunnen nieuwe modellen ontwikkelen in de sectoren energie, defensie, wonen, mobiliteit, voeding, landbouw. Voor elk van deze geeft Jo voorbeelden van de transities. Binnen IT, denk aan AI, sociale media, communicatie-infrastructuur, moet Europa streven naar soevereiniteit. Als uitgangspunten noemt Jo 1. Van duaal gebruik naar universeel gebruik in álle mogelijke sectoren (voorbeelden: 6G, drones); 2. Copy-back bij strategische niet-transitiesectoren; 3. Regels die de burgers beschermen niet afschaffen maar versimpelen, AI gebruiken voor rapportages erover; 4. Innovation-shelters, testomgevingen bij innovaties die (nog) niet aan de regels voldoen, met validatie en beslispunten voor toelating en onder welke voorwaarden. 5. Duurzaamheid in de kern; 6. Glocal: minder globalisatie, meer lokaal en reshoren.

Qua soevereiniteit is Jo fan van de Eurostack. Hij bespreekt de 7 lagen waarin we onafhankelijkheid moeten zien te bereiken. Zelf bedacht hij de Media Eurostack, van traditionele media, digitale én sociale media.  

Hoe innovaties succesvol te maken

In het allerlaatste hoofdstuk gaat Jo in op wat er nodig is om innovaties om te zetten in iets wat waarde heeft in de maatschappij en de markt. Zo is daar een sterker innovatie-ecosysteem, wat wetenschappers, ondernemers en investeerders aantrekt. En op dit moment bereikt maar 5% van de EU-innovatiefinanciering het start-up-ecosysteem. We moeten ook eens kijken welke factoren we inprijzen bij de berekening van rendement op de investering. Natuurlijk de externaliteiten, schade bij productie die op de gemeenschap wordt afgewenteld. Maar ook de afhankelijkheid: hoeveel maatschappelijke schade ontstaat er als er een sabotageactie plaatsvindt op buitenlandse producten die wij gebruiken, als bijvoorbeeld China haar zonnepanelen op onze daken uitzet?

Wat ook nodig is, is Europees leiderschap. Landjes die hun veto uitspreken beperken de slagvaardigheid. Misschien komt er een Verenigde Staten van Europa, vergelijkbaar met de VS, maar dan beter. Dat zal nog wel even duren. Wel kunnen we een soort kern-Europa uitbouwen, met méér Coalitions of the Willing, Enhanced Cooperation, zonder de democratische waarden van alle lidstaten uit te hollen.

Wat nog meer nodig is? Marketing. Systematische communicatie, met veel herhaling. Een herkenbaar verhaal. Focus op microthema’s en persoonlijke vooruitgang. Een sterk merk bouwen. Een Europese identiteit creëren.

Samenwerken aan een krachtig Europa!   

Mijn evaluatie van F*ck the System

Jo weet met een goede balans tussen een holistische visie en veel goede voorbeelden van wat er al is en wat nog zou moeten gebeuren een overtuigend betoog neer te zetten. Juist omdat hij geen specialist is, weet hij veel verschillende domeinen onderling te verbinden. Daarbij heeft hij een bepaald hoopvolle toon, waardoor je, ondanks alle negativiteit die doorgaans over de EU wordt geschreven, toch denkt: Yes we can, we must! Zijn boek komt ook op een goed moment: door de ontwikkelingen in de VS én de oorlog door Rusland voelt iedereen wel de noodzaak om Europa te versterken, elkaar niet als vijand te zien, want daar hebben we er nu wel genoeg van. Jo geeft hele concrete wegen waarop we die versterking kunnen inzetten.

Ik leerde het meest van deel 3, waarin concrete innovaties worden genoemd die we kunnen uitbouwen en opschalen. Er zitten veel verwijzingen naar initiatieven in die gegoogeld kunnen worden, bij gebrek aan bronnenlijst. Het 2×2 scenariomodel vond ik daarentegen weinig toevoegen. Wie zegt dat er in elk boek een nieuw model moet zetten? Fijn dat wel de modellen uit zijn eerdere boeken weer terugkomen, ook al is het wat summier.

Het boek leest erg prettig, de verschillende onderwerpen worden wat mij betreft net diepgaand genoeg behandeld om het betoog geloofwaardig te maken, en niet zo uitputtend dat het saai wordt. De structuur is goed, hier een daar is er een kader met nadere uitwerking. Ik spotte redelijk wat herhaling, wat bij een dergelijk vrij dik boek niet heel vervelend is. Weinig plaatjes, prettig kleurgebruik met een fel-roze steunkleur.

Mis je wat als je dit boek niet leest? Nou, nee, maar als je een EU-scepticus bent is het zéker aan te bevelen.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees F*ck the system duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop F*ck the system duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Open – verbindende taal

De kloof tussen stad en platteland, rijken en armen, burger en politiek wordt groter en de communicatie verhardt. De taal die wordt ingezet, met name op social media, is die van geweld, wij tegen zij. Om niet mee te gaan in die verharding moet je verbindende taal gebruiken. En dan helpt het boekje Open van Stine Jensen en Ingeborgh Herdingh uit 2023.

Taal schept de werkelijkheid, beïnvloedt de manier waarop we leven. ‘Tijd is geld’ maakt ons gericht op snelheid, op efficiency. ‘Zeeën van tijd’ leidt tot ander gedrag. Als de taal woedend of hard is, zijn wij dat ook. Daarom zoeken Stine en Ingeborgh naar woorden die helpen om te verbinden, te ontspannen, te verlichten, te openen. Naar taal die niet oordelend is, maar onderzoekend. Wat ze vinden is verrassend, en de leuke tekeningen ondersteunen het uiteindelijke doel: de kloof dichten.

Het filosofieboek Open …

… is verdeeld in een aantal hoofdstukjes met elk een thema. Zo zijn er woorden die openen, vertragen, bezinnen, ontspannen, waarderen, compassievol zijn, verzorgen, verbinden, over de natuur gaan, waardig zijn, scheppen, humor hebben en spiritueel zijn.

Elk hoofdstuk heeft een mooie illustratie, die vaak afstand als onderwerp heeft: mensen die een touw over een kloof spannen (bij Openen), een man die over een koord naar een kerkklok met wijzers toeloopt (bij Vertragen) een vogel met een bloem, hoog in de lucht, een lege stoel uitkijkend over de zee (bij Ontspannen), allerlei mensen, ieder op hun eigen eilandje, enzovoorts. Daarna volgt een gedicht, en dan twee bladzijden met elk 7 of wat meer woorden binnen dat thema. Elk hoofdstukje sluit af met een persoonlijk verhaal van de auteurs.

Al is het een boek met weinig woorden, je hebt het niet snel uit. De filosofische stijl dwingt je tot langzaam lezen en reflecteren. En genieten van de mooie illustraties, daarvan de verborgen betekenis ontdekken.

Scheppen

Ik bleef wat langer stilstaan bij het hoofdstukje over scheppende woorden.

  • Een figuurtje rolt een grote witte bol de heuvel op.
  • Het gedicht is als volgt: ‘Ik verbeeld, creëer, probeer, faal. Als een kind speel ik met de kleuren en vormen van mijn leven. Ik laat me horen, schep mijn bestaan en laat me leiden door mijn hart. Ik beziel wat ik aanraak. Alles is mogelijk.
  • De woorden: intentie, faalmoed, intuïtie, vitaliteit, kunstzinnig, kunst, spelplezier, struikelvaardig, avontuur, wankelmoed, uitproberen, creativiteit, expressie, homo ludens, potentie, energie, levenslust, verbeelding, bezieling, spelen, mogelijkheid.
  • Het verhaaltje gaat over het Noorse dorp Rjukan, ingeklemd tussen twee bergketens. Zeven maanden per jaar zien de inwoners de zon niet. Martin Andersen bedenkt een spiegelconstructie, waardoor er toch een uurtje zon, indirect, op het dorpsplein schijnt. Hij noemt het de glimlachmachine, de bewoners glimlachen bij het zien van de zon. Glimlachen helpt goed bij denkverdriet. Dat is dat je verdrietig bent, en daar heel diep over na gaat denken.

Mijn evaluatie van Open

Ik lees veel, maar nadenken over taal zit nog niet in mijn dagelijkse routine. Ik denk dat het heel interessant is om nieuwsberichten en interviews eens expliciet te analyseren op hun taalgebruik. En natuurlijk om mijn eigen stukken en discussiestijl eens tegen het licht te houden. Wat wil ik bereiken, en past mijn taalgebruik daarbij?

Het boekje is prachtig uitgevoerd met een harde kaft, dik papier, zachte pasteltinten en lieve lettertypes. Weinig woorden, de impact wordt ook met de ‘ruimtelijke’ uitvoering gemaakt. Het is bepaald rustgevend!

De belofte wordt waargemaakt, je krijgt een grote hoeveelheid ‘lieve’ woordjes voorgeschoteld. Sommige zijn ook gewoon leuk gevonden, niet bestaand maar wel duidelijk. Zoals Faalmoed (zo heet ook een bundel van Stine), en struikelvaardig. 

Lieve woorden voor een harde tijd. FOMO? Nee, eerder JONMO

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd -, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Open duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop Open duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Een plek voor jezelf – geen doe-het-zelf

Las ik eerder de auto-biografie van een beuk, deze week was de beurt aan een biografie van een huis. Michael Pollan’s eerste kind komt eraan en hij voelt dat hij een een ‘schrijvershuisje’ nodig heeft. In Een plek voor jezelf uit 1997 (de Nederlandse vertaling is van 2023) beschrijft hij het bouwproces, wat hij grotendeels zélf doet, en de relatie van het huisje met de natuur. In zijn ‘schrijvershuisje’ schreef hij trouwens een groot deel van The Omnivore’s Dilemma, zo staat in het voorwoord van de tweede editie uit 2008.  

Michael is schrijver en redacteur, werkt met zijn hoofd. Hij wil graag eens iets helemaal met zijn handen maken, hélemaal zelf. De beschrijving van zijn ervaringen, hij doet alles voor het eerst, zijn grappig én leerzaam. Ik lees over de compositie van een landschap, over architectuur, over houtbewerking en naar binnen draaiende ramen, over hulp vragen aan experts en toch de baas blijven, over de voldoening van iets nieuws leren. Over hoe ontzettend véél het kost, qua tijd, geld en energie. En over wat het oplevert: de juiste mindset om heel veel geweldige boeken te schrijven!

De ‘biografie’ Een plek voor jezelf  …

…. is nadrukkelijk géén doe-het-zelf-boek, het is eerder filosofisch, met veel historische informatie en weetjes over de natuur, architectuur en natuurlijke materialen. Michael schreef hiervoor Mijn tweede natuur (Second nature) waarin hij vanuit zijn hobby tuinieren het verschil tussen gecultiveerd en wild beschrijft. Zo zijn rozen zó gecultiveerd dat ze in het wild niet meer kunnen overleven. (Pitloze druiven óók niet, wat zijn we aan het dóén?). Hij schrijft meer over wat hij denkt, wat hij leest ook, dan wat hij doet.

Waar?

De biografie begint natuurlijk met de vraag: waar? Wat is de beste plek voor zijn huisje? Hij moet natuurlijk rekening houden met de zon, hoe die schijnt in welk jaargetijde, en met de wind. Hij bestudeert Feng Shui, en probeert de energiestromen, de chi-paden, van het landschap te voelen. Hij filosofeert over onze evolutie, wonend op de savanne, wat uitzicht én bescherming bood. Kiest ons genoom de optimale habitat? Hij denk na over het uitzicht uit het huisje, en óp het huisje, vanuit zijn woonhuis. Hij heeft al een vijver, een bosje, een zwerfkei in zijn tuin. En buren, met rotzooi in hún tuin. Hij pakt een stoel en gaat dagenlang dan eens hier, dan eens daar zitten.

Op papier

Met zijn ideeën gaat hij naar een bevriende architect, Charlie.  Deze stuurt hem na een paar dagen een boekje met allerlei plaksels en tekeningen, het klinkt als een moodboard. Michael kan er geen touw aan vastknopen. Na veel gesprekken komt er een tekening; het huisje wordt ontworpen met inachtneming van de gulden snede: de benodigde breedte bepaalt de lengte. Die verhouding komt in de hele natuur terug, in bomen, bladeren, schelpen. Michael verdiept zich ook in de historie van de architectuur: Frank Lloyd Wright (mijn favoriet!) en Le Corbusier komen regelmatig terug.

De fundering

De zwerfkei inspireert Charlie om bij de fundering gebruik te maken van lokaal gevonden keien, om de relatie met de grond expliciet te maken. Dat blijkt makkelijker getekend dan gedaan! Ook hier weer een verslag hoe FLW de relatie tussen huis en grond zag. Een huis moet óp de grond staan, niet erin. De vier keien op de hoeken geven het huisje een zwevend voorkomen, de chi-paden kunnen onder het huisje door. FLW maakte ook onderscheid tussen ‘Hier’ en ‘Daar’. Hier is regionaal, lokaal, traditie, ervaring, feit, steen. Daar is universeel, internationaal, klassiek, idee, vooruitgang, informatie, beton.  FLW was fan van ‘Hier’.  Le Corbusier van ‘Daar’. Michael vindt dat zijn gewone werk, redactie en schrijven, wel erg ‘Daar’ is en wil voor zijn huisje dus meer ‘Hier’. Natuurlijk kan hij de fundering niet alleen leggen. Hij krijgt hulp van ‘bouwvakker’ Joe. Joe is supereigenwijs, opvliegend maar ook sterk. En hij heeft tijd in de weekenden, dus geschikt!

Het skelet

Het skelet van het huisje wordt gemaakt van oeroude Douglas-sparren. Het kappen van die sparren is jarenlang onderwerp van strijd tussen de houthakkers en milieuactivisten geweest, daar had Michael niet zo bij stilgestaan. Niet alleen het  uiterlijk, ook de vorm van het huisje is gebaseerd op een bos, met een dak dat lijkt op takken die naar elkaar toebuigen en zo bescherming bieden. Het is niet zo gek dat in allerlei landen de hutten van de oorspronkelijke inwoners geïnspireerd waren door hun omgeving: in bossen wonende volken bouwden anders dan volken op de vlakte. Michael gaat aan de slag met zagen en beitelen, en vertelt hoe het hout voelt en ruikt. Als het hoogste punt wordt bereikt, is een traditioneel offer gewenst: een heel sparretje wordt uit het bos gehaald en op het hoogste punt vastgezet. Het verenigt de schaamte, over het vernietigen van de natuur, met trots, op het bouwwerk. Het herinnert aan de gesneuvelde Douglassparren.

Het dak

Ik lees een lange verhandeling over schuine daken versus platte daken en het postmodernisme. Hilarisch is de beschrijving van House VI van architect Peter Eisenman, waar niet in te wonen valt. Een extreem ontwerp, met pilaren die de vloer niet raken, en een glazen wand in de slaapkamer zodat er geen tweepersoonsbed in past. Het is een volstrek a-functioneel huis, postmodern. Het huis is niet bedoeld om comfortabel in te leven maar om ‘de bewoners hun behoeften te laten loslaten’.  FLW is minder extreem, maar bouwt met horizontale vlakken en (dus) platte daken, die veel meer lekken dan schuine daken. Zijn Fallingwater werd ook wel ‘Huize De Zeven Emmers’ genoemd. Het dak van Michael’s  huisje wordt dus schuin, en ik leer dat de schuinte ook wat zegt over hoeveel sneeuw er in het gebied valt. Hoe meer sneeuw, hoe steiler.

De ramen

In alle wanden zitten ramen, en elk raam heeft een ander ontwerp. Uit elke raam is er ook een ander uitzicht, een andere sfeer. De brede ramen aan de voorkant klappen naar binnen, om in de zomer een soort veranda te maken van het huisje. Maar naar binnen klappende ramen zijn lastig, als je de regen buiten wilt houden. Met meerdere tekeningen laat Michael zien waarom dat is. Charlies tekeningen zijn niet goed genoeg om lekkage te voorkomen. Uiteindelijk komt Michael er met een raamspecialist uit.  

De afwerking

Architecten willen ook invloed op het meubilair en de snuisterijen van de bewoners, alles moet passen bij het huis. Ze vinden het vaak niks wat de bewoners doen. Charlie is niet anders. Een slaapbank en boekenkasten worden ingebouwd, het geeft een cockpit-achtig gevoel. Niks losse meubels of snuisterijen. Totalitaire architectuur.  

En dan, na 2 ½ jaar, is het huisje af. Michael heeft zijn zin gehad, in plaats van abstract werk op de computer, werkte hij nu aan iets tastbaars met zijn handen. Dat blijkt een nadeel te hebben: een foutje wordt niet zo makkelijk uitgewist. Bij de fundering hebben hij en Joe ergens een net-niet-haakse-hoek gemaakt, en dat moesten ze bij elke volgende stap steeds weer wegwerken.

Zoontje Isaac, aanleiding voor de bouw en inmiddels een peuter, komt eens inspecteren, en laat wat speelgoed achter als ‘housewarmingcadeautje’. En Michael vraagt zich af: ik heb dit huisje gevormd, hoe zal het mij vormen? Inmiddels zijn we 10 bestsellers verder ….

Mijn evaluatie van Een plek voor jezelf / A Place of My Own

Ik houd wel van architectuur, maar heb er nauwelijks verstand van. Ik smulde dus van de verhalen over allerlei bouwwerken, met name House VI en Fallingwater, en de verschillende stromingen in de architectuur. Omdat Michael zich tijdens het bouwen óók aan het inlezen was, is de uitleg goed te volgen, jargonvrij en smakelijk. Maar ook, of juist, de relatie tussen wonen en de natuur was leerzaam, daar heb ik nooit zo over nagedacht. Michael is een onderzoeker, en leest heel wat af. Al zijn verhandelingen over historie en dergelijke zijn gebaseerd op wetenschappelijk werk van anderen. Zijn geklungel met hamer en beitel zijn van hemzelf, en dat maakt een mooie combi. Hij wilde een huisje dat bij de natuur paste, en heeft biobased gebouwd, op de betonnen fundering na.

Zijn helpers, Charlie en Joe, zijn leuke figuren, die het onderling regelmatig aan de stok hebben. Dat is niet veranderd, wat architecten verzinnen, vinden de bouwers bijna nooit handig en verstandig. Grappig om hier de onderbouwing voor dat soort meningsverschillen te lezen. Bij elk hoofdstuk horen een aantal simpele bouwtekeningen die de problemen aanschouwelijk maken, en dat is leuk gedaan. De ‘oplossing’ van de naar binnen draaiende ramen vond ik erg slim!

Michael’s handelsmerk is schrijven over iets waarmee hij voor het eerst experimenteert, of het nu tuinieren is, een schrijfhut bouwen, voedsel verbouwen en dieren schieten (ja, echt), of psychedelische planten consumeren. Dat maakt zijn boeken een soort verslag van een ontdekkingsreis, en dat vind ik gewoon erg leuk. Je leert er dus niet heel snel wat van, omdat het met name gaat over zijn eigen gedachten en handelingen, biografisch dus, en dit resulteert in een best wel dik boek.

FOMO? Nee, maar als je een Pollan-fan bent is het leuk om te lezen.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant 0, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Een plek voor jezelf duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!).

Koop Een plek voor jezelf duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie, filosofie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Klimaatkampioen – Nederland wint WK!

Tim van Hattum schreef in 2022 Only Planet, en ik vond het geweldig! Hij schreef in 2025 een compacte opvolger, waarin hij beargumenteert dat Nederland voorloper kan zijn op het gebied van verduurzaming, en met de nadruk op waterbeheer. Toevallig, of niet, staan nú op de voorpagina’s de zorgen om toekomstig gebrek aan water.  Een extra reden om Klimaatkampioen te lezen en in actie te komen. We kúnnen het en we móeten het.

‘Nederland is het Vanuatu van de westerse wereld als het gaat om droge voeten houden’ zo lees ik. Tim geeft ons diverse redenen waarom Nederland het klimaatleiderschap op zich kan nemen, schetst het eindresultaat van de 7 Only Planet-routes als wenkend perspectief en geeft wat handelings-perspectief. Er zou een theaterproductie / musical over komen, maar dit boek is óók een toegankelijke manier om het verhaal te verspreiden. Gebaseerd op de wetenschap vanuit de WUR, dus zéker te doen! Nederland wordt wereldkampioen!

Het maatschappelijke boek Klimaatkampioen …

… begint met een terugblik van Tim. Op zijn 11-de  wordt hij enorm ziek, hij heeft een bacteriële infectie, opgelopen door te spelen in het vervuilde water van het riviertje de Geul. Hij groeide op in Bunde en was altijd bij de Geul te vinden: hij voer op zelfgebouwde vlotten en viste in het water. En als hij dorst had, dronk hij ervan … Zo’n 35 jaar later speelde de Geul weer een belangrijke rol: in 2021 stond heel Limburg onder water, en de ouders van Tim moesten uit Bunde geëvacueerd worden: de Geul was een woeste rivier geworden. Een wake-up call!

De natuur laat niet met zich sollen, maar is ook de beste bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering. Maar dan moeten we wel wat gaan doen! Tim’s bijdrage is zijn werk bij de WUR, zijn theatercollege en boeken, en zijn sponsorlopen Run4Climate. Hij kreeg een eredoctoraat van de Open Universiteit voor zijn bijdrage aan op feiten gebaseerde storytelling. En ter gelegenheid daarvan is dit boekje uitgebracht.

Klimaatverandering: dreiging en hoop

En op een goed moment, want de aandacht voor klimaatverandering lijkt wat weg te zakken door alle geopolitieke ontwikkelingen, zoals de oorlog in Oekraïne. Veel klimaatbeleid wordt alweer afgezwakt, politiek leiderschap is vrijwel volledig afwezig, terwijl klimaatverandering nog steeds de grootste dreiging voor zowel de economie als de mensheid is. Toch zijn er redenen voor hoop:

  1. Het kan nog, de opwarming is te beperken tot 2 graden.
  2. De meeste oplossingen zijn al beschikbaar (en betaalbaar en schaalbaar).
  3. De natuur zelf is onze bondgenoot, ze herstelt snel.
  4. Er is slechts 2-4% van het wereldwijde BBP nodig (niets doen kost op termijn 20% van het BBP).
  5. De meerderheid van de wereldbevolking wil meer klimaatactie.  

Thrutopia

Alleen wapperen met wetenschappelijke feiten werkt echter niet, er is een inspirerend en realistisch toekomstbeeld nodig, een thrutopia (naar Rupert Read). De bouwstenen liggen er al: rapporten van diverse Nederlandse instanties, zoals de WUR, SER en VNG. Het zou goed zijn als al deze instanties hun krachten bundelen, en niet op politici wachten. De WUR heeft bestaande inzichten zoals de SDG’s, de Donut, kathedraal-denken, etc. vertaald naar 5 ontwerpprincipes die elke regio, stad en land kunnen gebruiken.

  1. Een gezond natuurlijk systeem als basis.
  2. Optimaal benutten van water (waterbeheer).
  3. Adaptieve en veerkrachtige ruimtelijke inrichting (meebewegen met extreem weer, zeespiegelstijging).
  4. Klimaatpositieve en circulaire economie (hernieuwbare energie, brede welvaart).
  5. Een rechtvaardige, natuurpositieve samenleving (natuurbescherming, basisvoorzieningen, creatie van banen, betere gezondheid).

Het nieuwe verhaal: Nederland in 2120

Het nieuwe verhaal toont ons Nederland in 2120. Het halen van de doelen van Parijs, wereldwijd natuurherstel en radicale emissie-reductie hebben gewerkt. De Noordzee levert hernieuwbare energie én eiwitten uit zeewier, schelpdieren en vis. Er zijn hybride dijken en brede duinenrijen, die ruimte bieden voor ‘zilte teelt’. Landinwaarts zijn er groene corridors, boeren en anderen beheren biodiverse landschappen. In het westen vinden we kleigronden, ideaal voor kringlooplandbouw, en veenmoerassen, door vernatting is de bodemdaling gestopt, natte teelt levert biobased bouwmateriaal en zuivel van waterbuffels.

Rivieren en beken hebben meer ruimte gekregen, waterbesparende maatregelen in de industrie en huishoudens hebben de watervraag verminderd. Regenwater wordt beter vastgehouden door regionale infiltratiegebieden. Bossen zijn ‘verloofd’: naaldbomen zijn vervangen door loofbomen, die beter tegen droogte kunnen. De hoeveelheid bos is verdubbeld, en er zijn productiebossen en voedselbossen. Steden en dorpen zijn vergroend met bomen, parken en open water. Uitbreiding vindt alleen plaats op hoger-gelegen gebieden. En in laaggelegen gebieden wordt op terpen gebouwd, en zijn er drijvende wijken.

Hoe komen we daar, en snel?

Prachtig, maar hoe komen we daar, en kan het een beetje sneller dan 100 jaar? Daar gaf het boek Only Planet antwoord op, met 7 routes. (Zie mijn recensie van Only Planet voor een wat uitgebreidere beschrijving.)

  1. Natuur als bondgenoot.
  2. Blauw goud.
  3. Gezond en regeneratief voedselsysteem.
  4. Groene stad.
  5. Hernieuwbare energie en groen vervoer.
  6. Circulaire economie met betekenis.
  7. Gezondheid, welzijn en geluk.

Inmiddels is de visie voor 2120 in Nederland wijd en zijd bekend en wordt eraan gewerkt. Maar versnellen en opschalen is nodig. Dat kunnen wij! We hebben belang bij maatregelen om te zeespiegelstijging aan te pakken, we zijn het Vanuatu van de westerse wereld. En er zijn nóg 5 redenen waarom het een slimme strategie is om klimaatleiderschap te tonen:

  1. We nemen onze verantwoordelijkheid (we zijn een van de grootste CO2 uitstoters uit de geschiedenis).
  2. We zijn erg kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, maar kunnen een van de leefbaarste landen ter wereld blijven.
  3. We kunnen onze kennis exporteren naar andere landen. ‘Bring in the Dutch’.
  4. We inspireren andere landen om ons voorbeeld te volgen.
  5. We komen uit de negativiteit en gaan gezamenlijk bouwen aan de toekomst.

En wat kunnen jij en ik doen?

Jij en ik kunnen hieraan bijdragen: met hoe we stemmen, wat we eten, hoe we de tuin inrichten en ons huis verwarmen, wat we kopen, waar we bankieren, hoeveel we in de natuur komen. We vergroten onze cirkel van invloed. Dat alles moet dan leiden tot een lange termijnvisie, lange termijnbeleid en transitiepaden, investeringen in kennis, innovatie en onderwijs, stimulering van samenwerkingsverbanden, en investeringen in ‘thrutopia’.  Want weet: er is maar 25% van de bevolking nodig voor een social tipping point. Trachten zo’n tipping point te bereiken is niet alleen goed voor Nederland, we worden er zelf ook gelukkiger van: het is zinvolle tijdsbesteding!

Laten we collectief in actie komen!

Mijn evaluatie van Klimaatkampioen

Only Planet las ik alweer 3 jaar geleden, Klimaatkampioen was een prettige reminder: ik raakte opnieuw enthousiast. Leerde ik er wat van? Nou, vooral die ‘zilte teelt’-kennis was alweer wat weggezakt. Het klinkt veelbelovend en voor boeren is het  een prachtig nieuw gebied om zich op toe te leggen. Ken je Only Planet niet, dan staat er bijzonder veel leerzaams in dit boekje, waarvan je de onderbouwing kunt vinden op het internet, of in Only Planet natuurlijk.

De bulk van het verhaal komt uit de WUR, waar Tim ook werkt als Programmaleider Klimaat. Ik begrijp dat waterbeheer zijn specialiteit is. Het boek is gebaseerd op de ‘kaart’ van Nederland in 2120, wat een product van de WUR is en waar veel wetenschappers aan hebben meegewerkt. Geen luchtfietserij dus. Aan relevantie geen gebrek: de klimaatmaatregelen kunnen dan wel afgezwakt zijn, elke paar maanden haalt een nieuwe crisis het nieuws, en nu is dat watergebrek. En dat gaat natuurlijk ook over klimaatverandering en waterbeheer. Fijn dat er voor de verantwoordelijken alvast een lange-termijn-visie ligt, en ook al wat oplossingsrichtingen zijn gegeven.

Ook in dit compacte boekje staan legio voorbeelden hoe de toekomst er uit kan zien, iets minder over wat er al is, zoals in Only Planet. Ik werd wel vrolijk van de toegenomen vispopulatie en alle broedende vogels! Er staan veel illustraties in het boek, maar alles in zwart-wit, wat de impact van de plaatjes, zoals die van de planetaire grenzen, wat minder maakt.

Verder is het betoog helder, de structuur goed, en hebben de persoonlijke noten van Tim ook een functie. Het is een klein, toegankelijk geschreven, inspirerend boekje. We zijn dan geen Wereldkampioen voetbal geworden, Klimaatkampioen is nog steeds haalbaar. Het Oranjelegioen kan zich nu dáár voor inzetten.

Moet je dit boek gelezen hebben? Nee. Maar Only Planet wél!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Klimaatkampioen duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop Klimaatkampioen duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij, Sustainability | Tags: , , , | Plaats een reactie

Booknotes: Simon Sinek’s Een voor allen, allen voor een

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe ? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van Een voor allen, allen voor een.

Simon Sinek komt in Een voor allen, allen voor een uit 2014 niet met een nieuwe theorie of baanbrekend principe over leiderschap. Nee, hij wil een generatie mensen scheppen die begrijpen dat excellent leiderschap beter is dan scherpzinnig management. En excellent leiderschap draait volgens hem om een veilige bedrijfscultuur. Hij neemt vaak de mariniers van de VS als voorbeeld. Daar is het succes van een missie afhankelijk van de mensen en hun relaties. Als mariniers eten, krijgen de jongeren als eerste hun eten, de hoge officieren het laatst: leaders eat last. Echte leiders zijn bereid voorrang te geven aan andermans behoeften, zo is de mores bij het korps mariniers. Leaders Eat Last is dan ook de goed gevonden originele titel van dit boek. Simon maakt gebruik van de biologie, antropologie en evolutieleer en natuurlijk talloze anekdotes uit bedrijfsleven en politiek om het belang van een Cirkel van Veiligheid te benadrukken.   

Booknotes van Simon Sinek’s Een voor allen, allen voor een

Deel 1: onze behoefte aan veiligheid.

We moeten ons dienstbaar opstellen, met gevaar voor eigen leven. Niet voor de erkenning, maar uit empathie. Moed en opofferingsgezindheid tonen. Omdat je weet dat de anderen het ook voor jou zouden doen. Dat is de cultuur bij het leger, en zo zou het moeten werken in bedrijven.

Je moet je medewerkers niet controleren, maar vertrouwen geven. De mensen veranderen dan, ze gaan elkaar helpen, lossen problemen op. Ze zijn meer betrokken, toegewijd zelfs. Stel je mensen voorop, bescherm ze, zoals een vader dat zou doen, of de echtgenoot, aan wie de vader zijn dochter ‘weggeeft’.

Mensen willen ergens bijhoren, en gedeelde normen en waarden zorgen voor onderling vertrouwen. Simon noemt het De Cirkel van Veiligheid. Met de ruggen naar elkaar kun je het gevaar dat vanuit elke willekeurige richting komt, bestrijden. De kracht van de Spartanen kwam voort uit hun schilden, niet hun speren. Op het verlies van een schild stond straf, het verlies van burgerrechten nog wel, maar niet op het verlies van een helm. Want dat schild dient de veiligheid van de hele linie, de helm alleen dat van het individu. 

Als mensen hogerop de ladder klimmen, neemt de stress toe, toch? Meer verantwoordelijkheden, zwaardere functie? Nee, stress neemt met name toe door het voelen van minder controle, en wordt dus met name ervaren door mensen lager op de ladder. Iets anders: uit onderzoek uit 2011 blijkt dat zo’n 33% van de werknemers eigenlijk weg wil bij zijn bedrijf, vanwege de werkomstandigheden. Maar ze blijven, in verband met de slechte economie of arbeidsmarkt, of de kinderen en de hypotheek. Slechts 1,5% vertrekt echt. Maar als de economie weer aantrekt, kan er een hele uittocht ontstaan. Hoog tijd dus voor de leiders om wat aan de Cirkel van Veiligheid te doen! 

Deel 2: imposante krachten

Onze evolutionaire voorsprong wordt veroorzaakt door taal én onze samenwerking. Als beloning voor ‘goed gedrag’ in die samenwerking worden er geluks-stofjes aangemaakt: endorfine, dopamine, serotonine en oxytocine. De eerste twee helpen ons met voedsel vinden en zaken voor elkaar te krijgen, ze helpen ons vooruit als individuen. De laatste twee zetten ons aan tot samenwerking, loyaliteit en het ontwikkelen van vertrouwen. Ze zijn altruïstisch, helpen het collectief.

Endorfine maskeert lichamelijke pijn en geeft genot of euforie als je jezelf tot het uiterste inspant. Het helpt ons bij het kweken van uithoudingsvermogen. Dopamine geeft ons een prettig gevoel als we doen wat gedaan moest worden, een prestatie neerzetten. Hoe meer inspanning, hoe meer dopamine. Nadeel: het is verslavend. En omdat het ooit onze voedselverzamelwoede aanjoeg, hebben we nu een koopverslaving. Sja. Serotonine hoort bij het krijgen van waardering van anderen. Als we ons dienstbaar opstellen, krijgen we het respect van anderen, en dat levert geluksgevoel op. Oxytocine komt vrij als we bij onze geliefden of beste vrienden zijn, als we altruïstisch zijn. Het maakt ons sociaal, helpt ons lange termijnrelaties op te bouwen. Door oxytocine leven we ook langer, het versterkt ons immuunsysteem.

Maar dan: cortisol. Het angsthormoon. Het waarschuwt voor dreiging en veroorzaakt stress. Ook bij een onveilige omgeving komt cortisol vrij, en cortisol remt het vrijkomen van oxytocine. Dat leidt weer tot minder empathie en een zwakkere Cirkel van Veiligheid. En het is ongezonder, het immuunsysteem werkt minder goed.

Ook toen we nog jagers-verzamelaars waren, hadden we leiders. En die lieten we als eerste van de buit eten. Die alfa’s kregen daar een serotonine-stootje van. En zo werkt het nog steeds, de alfa’s krijgen beter betaald en genieten van allerlei status-symbolen. Maar van de leider van toen, de alfa, werd ook verwacht dat hij vooropgaat in de jacht en de strijd. En omdat zijn kans op sneuvelen dus groter was, mocht hij als eerste een partner uitkiezen: als hij jong sterft blijven zijn sterke genen toch in de genenpoel. Dit sociale contract ontbreekt tegenwoordig vaak: wel de voordeeltjes van status genieten, maar niet opofferingsbereid zijn. In zo’n geval moeten we een andere leider zoeken. En ook: veel van de statussymbolen en voordeeltjes zijn tegenwoordig voor het ambt dat iemand bekleedt, niet voor de persoon zelf. Bekleed je het ambt niet meer, dan zijn alle voordeeltjes in één keer weg. Au!

Deel 3: De werkelijkheid

We vertrouwen erop dat mensen de regels volgen én dat ze daarvan afwijken als de situatie daarom vraagt. Leiders moeten dus de controle uit handen geven. In een slecht bedrijfsklimaat echter houden de leiders de touwtjes strak in handen en volgen werknemers angstig de regeltjes. Dan wordt er niet gedaan wat er gedaan moet worden. Niet alles is in regeltjes te gieten.

We zijn heel slim, door onze neo-cortex. We verzinnen van alles, zijn rationeel. Onze gevoelens worden geregeerd door het limbische systeem, dat geeft ons het vermogen om samen te werken. Maar onze vooruitgang, verzonnen door de neo-cortex, maakt het ons steeds moeilijker om samen te werken. We krijgen teveel dopamine én cortisol, de omgeving stimuleert geen aanmaak van serotonine of oxytocine. Hoe is dat zo gekomen?

Deel 4: Hoe we hier beland zijn

Tijdens WO2 waren alle Amerikanen op een of andere manier wel bij het leger betrokken. De oorlog verenigde het land. En toen de geallieerden de oorlog wonnen, had iedereen wat gepresteerd, was iedereen trots. Die generatie begon nieuwe bedrijven, ze hadden idealen en geleerd hard te werken. Er was wederzijdse loyaliteit met werknemers: een baan voor het leven. In 1946 werden er extreem veel kinderen geboren: een babyboom, die ‘boomer’ generatie eindigt in 1964. De boomers kenden alleen maar welstand, niks hard werken. Als tieners in de 60-er jaren zetten  ze zich af tegen hun ouders. Voor hen draaide het om individualisme, vrije liefde, narcisme. Maar ook verzetten ze zich tegen racisme en discriminatie, streden voor mensenrechten. Toen ze veertigers werden veranderden ze. Weg met de idealen, het werd de ‘Ik-generatie’. Ze brachten hun egocentrisme mee naar de werkvloer. Ze bekleedden hoge posities bij bedrijven en overheid. En ze waren met vééééél. Ze maakten politiek de dienst uit.

Een baan voor het leven? Dat bestond niet meer. Op 5 augustus 1981 vond het eerste massaontslag in de VS plaats: 11.359 stakende luchtverkeersleiders werden ontslagen. Door de President zelf. En opeens was ontslag bij economische onrust geaccepteerde praktijk. Van het beschermen van mensen ging het voortaan om het beschermen van geld. Dat levert natuurlijk een extreem onveilige werkomgeving op. Schaalvergroting verlaagt de kosten, en zorgt voor afstand tussen mensen. Consumenten zijn geen mensen meer, maar cijfertjes in een rekenmodel. De mensen zijn vreemden voor elkaar geworden, abstracties. 

Deel 5: De abstracte uitdaging

De Holocaust is moeilijk te bevatten. Duizenden, miljoenen mensen zelfs hadden eraan meegewerkt of simpelweg weggekeken van de genocide. Waren die miljoenen mensen allemaal immoreel? Of was het een kwestie van Befehl ist Befehl? Het Milgram-experiment trachtte met het antwoord te komen, en concludeerde tot het laatste: de volgzame vrijwilligers zeiden dat ze niet verantwoordelijk waren, dat was de leiding, de wetenschappers. De vrijwilligers die wél weigerden (35%), beriepen zich op een hogere, morele macht. Het feit dat het slachtoffer in een andere kamer zat en de volgzame vrijwilligers hem niet zagen, dat er afstand was, abstractie, hielp hierbij. Abstracte mensen kun je makkelijker pijn doen.

Door die abstractie laten we nu het eigenbelang voorgaan, we nemen geen verantwoordelijkheid voor onze daden. Het gaat nu om ‘aandeelhouderswaarde’ en wat we doen ‘valt binnen de wet’. De financiële crisis begon met rommelhypotheken, maar de bankiers legden het probleem bij de huiseigenaren. We denken niet meer aan wat moreel juist is, als het maar binnen de wet valt. Zo had de Titanic véél te weinig sloepen aan boord voor alle opvarenden. Wettelijk waren er maar 16 nodig, een aantal dat gebaseerd was op kleine veerboten die dicht bij land bleven. De Titanic was 4 x zo groot als zo’n veerboot, en het is geen toeval dat maar 25% van de opvarenden het ongeluk overleefde. Op de Titanic was er best ruimte voor extra reddingsboten, én de eigenaren wisten dat de wet al snel zou worden aangepast. Maar zover was het nog niet, en sloepen kosten geld …. Er is dus iets nodig om die abstractie tegen te gaan.

Die abstractie zorgt ervoor dat we de dood van een enkeling emotioneler voelen dat die van honderd-duizenden of miljoenen. Die laatsten zijn geen individuen meer, maar statistiek. Abstractie leidt ook tot online haat en pesten. Bij online samenwerken is er minder vertrouwen en daalt het gevoel ergens bij te horen. De mensen op wie jouw werk impact heeft, in het echt zien verhoogt de motivatie. Daarnaast moet de groep klein en beheersbaar blijven. Dunbar ontdekte dat groepen niet groter dan 150 personen mogen zijn om nog goed te functioneren. Want: je hebt maar beperkt de tijd om je groepsleden te leren kennen, én je hebt maar een beperkt geheugen, je kunt niet iedereen onthouden. Bij grotere groepen werken de leden minder hard en helpen elkaar minder. Een ander aspect is hóé je elkaar helpt: met geld, of met tijd en energie? Geld is abstracter, tijd en energie meer concreet en wordt hoger gewaardeerd. Als laatste: relaties en vertrouwen opbouwen kost tijd. Je kunt na een eerste afspraak heel enthousiast zijn, maar dat is een dopaminestootje: je hebt gevonden wat je zocht. Het is nog geen liefde of vertrouwen, daar is tijd en geduld voor nodig. Andersom: heb je na járen nog steeds geen goed gevoel, dan komt dat ook niet meer. 

We kregen het in de afgelopen decennia steeds beter, en wie meer heeft, heeft meer te verliezen. Het evenwicht tussen egoïsme en altruïsme is zoek. ‘Verwoestende Overdaad, noemt Simon dat. En bedrijven die hieraan ten prooi zijn gevallen verliezen integriteit, behandelen hun werknemers niet als mensen, maar als één van de vele productiemiddelen.

Deel 6: Verwoestende overdaad

Leiderschapsles 1: Zo de cultuur vaart, vaart het bedrijf. Dit toont Simon aan met het verhaal van Goldman Sachs. Die bank had een goede cultuur, tot in de 90-er jaren. De verslechtering van de cultuur werd versneld door de beursgang in 1999. Er kwamen innovatieve financiële producten en agressieve handelaren. In 2010 speelde de bank een rol bij de kredietcrisis, en het deelde de ontvangen overheidssteun als bonussen aan de top uit. Daarna werden ze gezien als boeven. Dan 3M. Dit bedrijf heeft een cultuur van samenwerking en informatie delen. Zo mislukte een proef om een krachtig plakmiddel te vinden, het resultaat was zwakjes. De mislukking werd breed gedeeld. Een jaar later zocht een andere wetenschapper bij 3M juist een zwak plakmiddel, als boekenlegger. Et voilá, de post-it. 3M heeft meer dan 20.000 patenten en bleef ook succesvol tijdens de crisis van 2012. Het bedrijf heeft een sterke Cirkel van Veiligheid.

Leiderschapsles 2: Zo de leider vaart, vaart de cultuur. Dat de leider de cultuur bepaalt toont Simon aan met de CEO die de cultuur bij Merrill Lynch om zeep hielp, en met David Marquet, die opeens kapitein wordt van een hem onbekend type onderzeeër met een abominabele reputatie. Maar hij heeft vertrouwen in zijn technische expertise, totdat blijkt dat de bemanning zijn foute bevelen zonder weerwoord opvolgt. Met slechte resultaten natuurlijk. Hij verandert zijn aanpak: degene die over de relevante informatie beschikt, heeft voortaan het gezag bevelen te geven. Dat is meestal niet de top. Degene die nu het gezag heeft, vraagt geen toestemming meer aan de kapitein, maar deelt alleen zijn bedoeling mee. De kapitein blijft juridisch verantwoordelijk, en helpt met zijn kennis en relaties. Marquet creëert vertrouwen en beloont samenwerking. Hij gaat over het doel en de visie, en geeft controle uit handen. Zijn onderzeeër haalt de hoogste ratings.

Leiderschapsles 3: Integriteit telt. Bij het korps mariniers is eerlijkheid super belangrijk, het kan het verschil zijn tussen leven en dood. Integriteit is altijd de waarheid vertellen, ook als je het oneens bent met elkaar. Als rekruut én als leider. Dat is de basis van vertrouwen en versterkt de Cirkel van Veiligheid. En als je als CEO van een bedrijf besluit om de buitenwereld verdraaide informatie te geven om de reputatie van het bedrijf te redden, zullen ook je medewerkers het vertrouwen verliezen.

Leiderschapsles 4: Vrienden zijn belangrijk. In het begin van de 90-er jaren gingen de Democraten en Republikeinen goed met elkaar om: als er iets bereikt werd, werd de eer gedeeld. Beide partijen kregen hierdoor dingen uit hun partijprogramma voor elkaar, wie er ook aan de macht was. Ze woonden ook allemaal samen in Washington DC en zagen elkaar dus ook buiten het werk. Newt Gingrich veranderde dit allemaal toen in 1994 de Republikeinen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden kregen. Ze woonden niet meer full-time in Washington, maar in hun thuis-staat. Er was daardoor minder sociaal contact. Er werd daardoor minder samengewerkt. En er kwamen steeds minder wetten. Er speelden ook andere factoren mee, maar deze wijziging hakte enorm op de samenwerking in. Het partijbelang ging voortaan vóór op het landsbelang. En de politici die van samenwerking hielden, namen afscheid van de politiek en werden vervangen door ikke-ikke-ikke-politici.  

Leiderschapsles 5: Leid de mensen, niet de getallen. Wat maakt een goede leider? Hoe sterk hij zijn bedrijf achterlaat als hij vertrekt! Je moet dus zorgen dat je bedrijf niet van jou afhankelijk is, door te investeren in je mensen, ze op te leiden, ze de macht te geven. Dan doet je bedrijf het waarschijnlijk iets minder goed als je er nog bent, maar véél beter na je vertrek, ongeacht of je opvolger ook een genie is … of niet. Nog eentje: géén mensen ontslaan (in Q4) om je financiële jaardoelen te halen. Je werknemers zullen niet meer geloven in een meritocratie: hoe hard ze ook werken, ze kunnen er zó uitvliegen. Goed voor de aandeelhouders waarde, slecht voor de motivatie. Maar … vergeet niet dat ook wij aandeelhouders zijn, die ervan dromen snel rijk te worden (zegt Simon). Dat is de dopamine!          

Deel 7: Een maatschappij van verslaafden

Over dopamine gesproken: het genot dat we aan alcohol, roken, gokken en overdadig eten ontlenen komt óók door de dopamine. We hebben behoefte aan de dopamine-stootjes en raken makkelijk verslaafd. Wij creëren onze eigen problemen. Ook bij het werk treedt dat op: het bereiken van een doel geeft óók een dopaminestootje. Jammer genoeg zijn die doelen vaak korte termijn, individuele doelen. Ze ondermijnen de vooruitgang van de groep als geheel, verzwakken de Cirkel van Veiligheid.

In 1949 was in de VS de Fairness Doctrine ingevoerd: radio en tv was een relatief nieuw medium en de overheid wilde zorgen dat het publiek goed geïnformeerd werd. Om een zendvergunning te krijgen moesten zenders bij alle geuite standpunten ook andersdenkenden aan het woord laten. Geen partijdigheid dus. In 1987 werd het geschrapt. Nieuws als publieke dienstverlening werd nieuws als platform om reclameblokken te verkopen. Hogere kijkcijfers zijn cruciaal om die reclameblokken duur te verkopen. En hoe die kijkcijfers omhoog gejaagd worden maakt niet uit, entertainmentwaarde staat voorop, dienstbaarheid niet meer. De Banking Act, die in 1933 het bijna risicoloze commercieel bankieren en het speculatieve investeringsbankieren scheidde, werd in 1999 afgeschaft. Het risico dat banken omvallen, en bedrijven meesleuren, nam hierdoor enorm toe. Het waren de ‘boomers’ die dit regelden, voor hun eigen belang. Ze waren verslaafd aan de snelle winsten. Achteraf zeiden ze dat het niet zo’n goed idee was geweest …

Hoe kwamen die boomers hier toch toe? Ze zijn opgevoed door ouders die de Grote Depressie en WO2 hadden meegemaakt, die ’Grootste Generatie’ wilde dat hun kinderen het veel beter zouden hebben, die vertelde hun kids dat ze nooit iets tekort zouden komen. De babyboomers, de ‘Ik-generatie’, benutten alle mazen in de wet om te houden wat ze bezitten, en hún kinderen worden opgevoed met wantrouwen jegens het gezag, en het idee dat alles hun toekomt. Generatie X dacht dat je met gewoon hard werken alles kon krijgen. Generatie Y is ongeduldig, wil instant-succes. Ze hebben kortsluiting in hun beloningssysteem. Daarbij worden ze continu afgeleid door online verleidingen. Ze zijn verslaafd aan sociale media, alles steeds sneller krijgen, instant bevrediging. Ze zien niet in dat ze tijd en energie moeten investeren om iets te bereiken, brengen geen offers, doen niets samen. Serotonine en oxytocine komt dus niet vrij, alleen dopamine. Depressies, zelfmoorden en schietpartijen nemen toe.   

Deel 8: Een leider worden

We hebben onze problemen dus zelf gecreëerd. We zijn verslaafd aan dopamine. Maar zoals met elke verslaving: daar kun je ook weer van af komen. De eerste stap bij de AA is erkennen dat je een probleem hebt. De twaalfde stap is een ander helpen van die verslaving af te komen, onzelfzuchtige dienstverlening. Fysiek, niet online. Samen. Dan helpen serotonine en oxytocine ons.

We werken minder samen door de overvloed, en we waarderen de dingen die we hebben niet meer. We zoeken elkaar pas op bij schaarste en gevaar, bij uitdagingen. Dat verklaart het succes van start-ups, die daardoor stevig innoveren. Grote bedrijven lijken de mogelijkheid tot innoveren te verliezen, en nemen daarom vaak kleinere bedrijven over. De uitdaging ontbreekt, ‘groei’ is te abstract daarvoor.  Wat nodig is, is een uitdaging die de beschikbare middelen nét te boven gaat, maar niet het denkvermogen van de medewerkers. Iets om in te geloven, een missie. Een ‘Why’. Dat doel is om anderen te dienen (en dat zijn niet de aandeelhouders).

Verandering hoeft niet van het ene op het andere moment te worden doorgevoerd. Dat kan ook vaak niet. Kleine veranderingen, steeds wat erbij, en op een gegeven moment is er momentum en wordt de organisatie getransformeerd. Het doorvoeren van al die kleine veranderingen is niet alleen de verantwoordelijkheid van de bedrijfsleiding, maar van elk lid van de groep. We moeten allemaal de Cirkel van Veiligheid sterk houden.

‘Laten we allemaal de leider zijn die we zouden willen hebben.’   

Mijn mening over Een voor allen, allen voor een?

Wat ik van dit boek vond, lees je later in mijn recensie.

Andere Booknotes

Lees ook mijn Booknotes van:

Geschiedenis van morgen

Nexus

Stil

Een immense wereld

De codekraker

De tech coup

Of kijk eens bij mijn Samenvattingen en impressies!

Geplaatst in Leiderschap | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: The Amazing Generation – voor jongeren én hun ouders

Jonathan Haidt schreef met The Anxious Generation in 2024 een boek dat iedereen schokte. Zijn boodschap? Het aantal zelfmoorden bij jongeren stijgt snel, er is een correlatie met de introductie van de smartphone en sociale media. Inmiddels zijn overheden en ouders druk bezig smartphones en sociale media bij jongeren te verbieden. Ja ja dacht ik, dan gaan ze het gewoon stiekem doen. Maar Jonathan is slim: hij wil óók de jongeren van het gevaar overtuigen. En dat probeert hij, samen met Catherine Price, middels het jeugdboek The Amazing Generation (Nederlandse editie) uit 2026.

Ik val niet binnen de doelgroep, maar vind zijn poging méér dan geslaagd. Met 6 jongeren als hoofdpersonen laat hij zien hoe smartphone-verslaving in zijn werk gaat. Wat dat doet met je vriendschappen. Wat dat doet met je hobbies. Wat je mist. Het boekje is prachtig uitgevoerd met steeds kleine stukjes van een stripverhaal afgewisseld met allerlei weetjes. Voor 13-jarigen en jonger, maar verrassend genoeg niet kinderachtig. Dus ook heel geschikt voor volwassenen die ‘Generatie Angststoornis’ niet gelezen hebben.    

Het jeugdboek The Amazing Generation (Nederlandse editie) …

…. is bedoeld voor Generatie Alfa, de kinderen geboren tussen 2013 en nu. Jonger dan 13 dus, en dat sluit aan op het uitgangspunt om tot 12 jaar een dumbfone te geven. Toch vind ik het taalgebruik soms wat stevig voor 13-jarigen: hij heeft het over een ‘spelgerichte kindertijd’ en het wat moeizaam vertaalde ‘het eerste decennium van deze eeuw’. Het woord Wifi wordt dan weer wél uitgelegd (draadloos internet). Hier blijkt volgens mij wel uit dat Jonathan denkt dat kinderen dit boekje samen met hun ouders lezen.

Stripverhaal

Het boekje bestaat uit een stripverhaal dat in een aantal perioden is opgeknipt, en wat de allereerste verwijdering tussen 3 vriendenparen weergeeft: de ene helft blijft fysieke dingen doen, zoals muziek, skaten, de natuur in. Dat zijn de Rebellen. Klinkt stoer, slim gedaan. De andere helft zit op hun smartphone en wordt steeds eenzamer. Het is natuurlijk evident welke helft bijvoorbeeld op de schoolmusical uitblinkt. Soms is het ook wat oubollig, of heel erg gericht op de VS. Halloween, Trick or Treat, marshmallows roosteren in de tent.

Tussen die strip-afleveringen in staan hoofdstukken vol weetjes, die allemaal uit Generatie Angststoornis komen en zijn ge-update en herschreven voor de doelgroep. (Lees mijn recensie van Generatie Angststoornis als je meer wilt weten over de inhoud). Interessant is dat niet alleen het social media gebruik aan de orde komt, maar ook het overdadige gamen.

Rebellen

De adviezen worden niet afstandelijk gegeven, maar door Rebellen: die stoere rebellen beschermen hun hersenen. Ze wachten tot de middelbare school of langer met de aanschaf van een smartphone, en tot ze zestien zijn met het aanmaken van een social media account.  De Rebellencode is: gebruik technologie als een hulpmiddel, maar laat je niet gebruiken door technologie, en vul je leven met vriendschap, vrijheid en plezier. Dan komen er voorbeelden wat nep-plezier is (in je eentje gamen of bingewatchen), nepvrienden (maken je onzeker of angstig en zijn verdwenen als je ze nodig hebt) en nepvrijheid (een influencer of chatbot maakt jouw keuzes voor je, of zet je onder druk). Het gaat er om dat je dingen doet die er toe doen, waardoor je je nuttig of trots voelt.

Safetyism

In Generatie Angststoornis komt ook Safetyism aan de orde: ouders denken dat buitenspelen heel gevaarlijk is. Jonathan breekt in dit boek een lans voor dingen doen in de échte wereld: een taart bakken en zelf opeten! In plaats van naar een taartbakfilmpje te kijken. En dan natuurlijk zónder de ouders! (En het kan binnen ….)

Verder is het boekje gelardeerd met quotes van ontelbare jongeren die smartphone-vrij leven al in de praktijk brachten, en daar heel blij mee zijn. Ik vond die quotes af en toe wat al te heilig-boontje, maar voor kinderen misschien wel herkenbaar. En het doel is natuurlijk duidelijk: ’je bent niet de eerste die smartphone-vrij zal zijn, je bent niet zó afwijkend’.  

Alles bij elkaar is het best een vrolijkmakend boekje, dat natuurlijk een happy-end heeft.

Mijn evaluatie van The Amazing Generation

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd + (via Generatie Angststoornis), Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees The Amazing Generation duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop The Amazing Generation duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in gezondheid, IT | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Ik zie wat ik geloof – over AI

Roxane van Iperen schreef het essay Ik zie wat ik geloof voor de maand van de Filosofie 2026. Ze ziet kans om de zorgen over AI en Big Tech zo scherp neer te zetten, dat je je afvraagt of er nog wel een toekomst is voor iedereen die géén bunker in Nieuw Zeeland kan betalen. Maar in het laatste deel komt er toch een sprankje licht: het kan wél. Met meer publieke ruimten en met meer aandacht voor de geesteswetenschappen, waaronder Filosofie natuurlijk, en het cultiveren van onze menselijkheid. Want: input=output.

Het essay gaat relatief diep in op het langzaam verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid en de verhuizing van onze jeugd naar echokamers-op-steroïden. Geen nieuws, maar de compacte, scherpe beschrijving is een toegankelijke samenvatting van een breed probleem. Fijn dat ze eindigt met wat lichtpuntjes, en die hadden best wat feller mogen zijn. Graag wat vuurtorens om ons niet op de klippen te laten lopen.

Het essay Ik zie wat ik geloof  …

 … begint met het uitleggen van de titel. Eeuwenlang hadden we een gedeelde werkelijkheid, de verbonden die we sloten waren gebaseerd op een overkoepelend verhaal, zoals het geloof en, sinds de Verlichting, de rede en het streven naar vrijheid, gelijkheid. De verhalen waren gebaseerd op gedeelde waarden, die voortkwamen uit de gedeelde fysieke wereld.

Maar nu is er een gevoelde realiteit, met de eigen emotie als nieuwe God. De subjectieve ervaring wordt feit. Niet meer ‘ik geloof wat ik zie’, maar ‘ik zie wat ik geloof’. Degene die de macht heeft die gevoelde realiteit te controleren, kan nieuwe verbonden organiseren en groepen mensen een bepaalde kant opsturen.

Van staat naar privaat, van rede naar emotie

In de afgelopen 40 jaar is de samenleving veranderd: de macht is verschoven van de staat naar privaat, en in het bijzonder de grote, mondiale spelers. We leven in een prestatiemaatschappij, alle problemen zijn eigen schuld, je bent baas over je eigen geluk, alles is maakbaar. Het gaat niet meer om collectieve vooruitgang, maar om zelfverwezelijking. Tegelijkertijd lijken we het redeneren, het diep denken, verleerd te zijn. Ook lijkt de basis van de democratie: burgers die elkaar met argumenten overtuigen, vanuit een gedeelde werkelijkheid, en zo tot ‘de waarheid’ komen, te verdwijnen. Onze cognitieve infrastructuur brokkelt af. We reageren direct op iets, overdenken niks, en kunnen niet meer ‘diep lezen’ om complexe ideeën te begrijpen. We krijgen flitsen voorgeschoteld die onze gevoelens versterken.

Chatten met je avatar

De chatbot helpt daarbij niet: het is een avatar van onszelf. (De ultieme echo-kamer, dat is mijn associatie.) De jeugd bespreekt álles met ChatGPT, relaties en psychische problemen, terwijl wij boomers het nog zien als een hippe versie van Wikipedia. Maar nee, de chatbot is een afspiegeling van onszelf, is niet onvoorspelbaar zoals onze partner, heeft geen grenzen of behoeften als andere mensen. Zo zoetjes aan verhuizen we naar een eindeloos gesprek met onszelf, trekken ons terug uit de samenleving, en kunnen steeds minder met anderen omgaan. Tegenspraak? Daar kunnen we niet meer mee omgaan.  

Meetbare vooruitgang is achteruitgang in vrijheid

Al decennialang leven we in een gerationaliseerde samenleving, waarin steeds meer gemeten wordt. Dat hoorde bij de wens voor vooruitgang: die moet meetbaar zijn. Door de globalisering is dit nu mondiaal geworden, en digitalisering heeft het makkelijker gemaakt. We meten álles, van bedrijfsprocessen tot onze eigen hartslag. Maar dat alles vindt plaats binnen een raster dat door anderen wordt ontworpen. Onze wens tot controle gaat ten koste van onze vrijheid. Het is Big Tech versus de soevereine mens.   

Fictie of non-fictie?

Roxane verwijst op dit punt in haar essay naar een film uit 2025: Mountainhead. Ik ken de film niet, maar hij is gebaseerd op The Fountainhead van Ayn Rand en volgt het verhaal van haar ándere boek: Atlas Shrugged. Die ken ik wél. Vier mannen gebruiken deepfakes om een menigte achter een groep onschuldige mensen te laten aangaan. Sociale media verspreiden nepnieuws wereldwijd, met lynchpartijen als gevolg. Centrale overheden kunnen de gewelduitbarstingen niet aan. De vier amuseren zich kostelijk. Ze wachten tot zijzelf de macht over kunnen nemen.  De vier personages lijken (niet toevallig) op de TechBro’s in de echte wereld.

Een andere wereld

De gedeelde realiteit is verdwenen, de jeugd groeit deels op in een virtuele wereld die hun ouders niet kennen, zonder toezicht dwalen kinderen rond in een wereld die specifiek voor hen wordt aangepast, met verslavende dopamineshotjes. Ouders weten niet wat hun kinderen meemaken, en dat is nieuw, bij vorige generaties waren de jeugdervaringen vergelijkbaar tussen generaties. De virtuele wereld biedt nu seksueel en haatdragend materiaal, niet een moderne variant van De Cosby Show. De kinderen, hoe jong ook, hoeven er niet naar te zoeken, het wordt ze voorgeschoteld. De infrastructuur van de werkelijkheid is volledig verbouwd. En wáág het als overheid niet om je ermee te bemoeien!  

Wie zijn de soevereinen

De TechBro’s zetten hun enorme vermogen in om de overheid de mond te snoeren. Nu is beïnvloeding van de politiek door de rijken van alle tijden. Wat er nu anders is? De vermogens zijn groter dan ooit, de middelen van beïnvloeding zijn grenzeloos, de rijken hebben geen enkel belang meer bij een specifieke samenleving (hun afzetmarkt is wereldwijd, ze hebben overal huizen), en de onderdrukking is onzichtbaar, niet zichtbaar zoals de uitbuiting van mijnwerkers die tot opstand kan leiden. De uitbuiting van onze data zien we niet. Stort de wereld in? De TechBro’s hebben allemaal een boerderij en bunker in Nieuw Zeeland (hun ‘eindtijdverzekering’), op het dunbevolkte Zuidereiland, met vruchtbare grond, schoon water en redelijk afgesloten voor ellende van elders. Zij zijn de echte soevereinen: ze hebben geld én het vermogen om zelfstandig te denken, want zij én hun kinderen zitten bewust niet achter een scherm, ze weten precies hoe schadelijk het is.

Een taak voor de boomers

Wat kan de politiek hier aan doen? In ieder geval niet zwelgen in nostalgie, want vroeger was niet alles beter. Toch overtuigt het nativisme, ‘Nederland weer van ons’ veel kiezers, terwijl de echte problemen nu voornamelijk in de virtuele wereld te vinden zijn. Geen terugkeer maar een toekomstvisie is nodig: wat zetten we tegenover de destructieve elementen van de TechBro’s? Zijn wij, boomers, niet precies de personen die hier de leiding kunnen nemen? We kennen de analoge én de digitale wereld. Wij hebben dit aangericht.

Zichtbaarheid

Voor macht over mensen is niet direct geweld of dwang nodig; het gevoel bekeken te worden, dat men ziet dat je afwijkt van de groepsnormen is genoeg: zelfdisciplinering. Dat zoeken naar erkenning van de groep, het groepsgevoel, wordt gebruikt door sociale media. Maar de groepsnormen worden inmiddels door algoritmen opgelegd en geïndividualiseerd. Zichtbaarheid is belangrijk geworden, erkenning vanuit de groep door clicks en likes. Zichtbaarheid bepaalt ook je ‘waarde’, niet hoe sociaal je bent. Interactie met anderen loopt terug.

Al het meten en alle selfies leveren datapunten op die een blauwdruk van ons als persoon kunnen maken: niet alleen ons verleden is tot in de details te herleiden, ook zijn hiermee voorspellingen van je toekomst te maken. Roxane zag het idee van die blauwdruk recent in een filmpje over het ‘Urban Brain’ van Shanghai, waarin vanuit een control room iedere bewoner van de stad live wordt gemonitord. Elke overtreding wordt direct bestraft, en bewoners kunnen elkaar ook aangeven via een app.

Zichtbaarheid zonder interactie leidt op universiteiten en hogescholen tot moeite om met afwijkende ideeën om te gaan, de jongeren zijn hier niet aan gewend, ze hebben hun hele jeugd alleen maar gezien wat ze al geloofden. Ze vinden het héél eng! Ze trekken zich terug uit de fysieke samenleving, die levert teveel frictie en verwarring op.

Wat te doen?

Wat hiertegen te doen? Smartphones en sociale media verbieden is niet de oplossing. Ten eerste leg je het probleem zo bij de slachtoffers, in plaats van bij de TechBro’s die je zou moeten reguleren. Daarnaast zijn tegenwoordig de schermen gewoon nodig op school, en moet je als ouder veel tijd en kennis hebben om de vrije tijd van je kinderen schermvrij te vullen. Wat wel? Sowieso moet je als ouder het goede voorbeeld geven, en ook iets tegenover de dopamineshotjes kunnen zetten.

De toegang tot openbare ruimtes is niet meer zo makkelijk of goedkoop als vroeger. Maar ‘fysieke pleinen van zichtbaarheid’, waar je elkaar ontmoet, zijn nodig om de interactie en het kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid weer op peil te krijgen. En daar zijn wij, de boomers, verantwoordelijk voor. Wij moeten beslissen dat er meer buurthuizen, gemeentelijke zwembaden, bibliotheken, muzieklessen komen. Natuurlijk kunnen we technologie gebruiken om mensen te verzamelen, fysiek met elkaar in contact te brengen. Mamdani won in New York doordat hij via sociale media jonge vrijwilligers verzamelde die van deur tot deur gingen om zijn voorstellen uit te leggen en erop aandrongen dat de mensen gingen stemmen.  

Overleven wij de toekomst?

Chatbots die onze levenspartners worden, robots en AI die onze banen inpikken, is dat onze toekomst? Overleven we die toekomst? Nou, technologie heeft de méns nodig om te overleven, niet andersom, stelt Roxane. AI leeft van de rijkdom van de menselijke kennis en creativiteit. Een bevolking die verslaafd en voorspelbaar is, kan dat niet leveren. We moeten dus niet de technologie onderdrukken, maar juist in onze menselijkheid investeren. Zorgen dat de jeugd zich niet in bitcoinhandel verdiept, maar in kunst, cultuur, geschiedenis, filosofie.

De mens en alles wat haar menselijk maakt, is de bron van AI, niet andersom. Bovendien ontbreekt alle kennis van vóór, zeg, 1990. En ook de tradities, lokale gebruiken, miljoenen (niet gedigitaliseerde) archieven. AI wordt nu gevoed met een flinterdunne laag recente, Westerse kennis. En AI loopt tegen het einde van haar verse bronnen aan, de opbrengst wordt kwalitatief steeds minder. Ook is de input steeds vaker AI gegenereerd, synthetisch. AI traint zichzelf op eigen materiaal, technologische incest die steeds meer onzin zal opleveren.

De macht over BigTech zit in het hernemen van onze menselijkheid.

Mijn evaluatie van Ik zie wat ik geloof

Ik leerde een aantal essentiële zaken van dit essay. Ten eerste dat we verleren andere visies en complexe ideeën toe te laten. Niet omdat we niet willen, maar omdat we het niet meer kunnen, door gebrek aan interactie. Ten tweede dat het tegengaan van de opmars van AI waarschijnlijk een heilloze weg is, en dat AI ook wat goeds brengt, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. En ten derde, voor mij echt wel een eye-opener, dat we veel meer aandacht moeten geven aan wat de input is voor AI, wat het van ons leert. Met name dat laatste deel is filosofisch ingestoken, waardoor ik ook begrijp waarom het hoort bij de Maand van de Filosofie. Dat had wat mij betreft wel wat meer uitgewerkt mogen worden.

Daarnaast vond ik in het betoog ook een aantal voorbeelden en argumenten die ik nog niet kende, en bedacht ik dat ik zéker de film Mountainhead moet kijken. Ook ga ik nog eens wat langer nadenken over het smartphone- en sociale media-verbod. Dat is met name bedoeld om de depressies bij de jeugd te verminderen (even kort door de bocht, zie Generatie Angststoornis) maar de impact op hun cognitieve vaardigheden komt wat minder aan de orde, lijkt me. Het idee dat je alleen nog maar met je eigen avatar communiceert is een krachtig beeld. Het gebrek aan openbare ruimten om elkaar te ontmoeten, herken ik. Veel sportverenigingen en zwembaden zijn weg, buurthuizen en hangplekken idem dito. Er is gewoon minder mogelijkheid om fysiek én goedkoop nieuwe mensen te ontmoeten. Dat de scholen smartphonevrij worden gemaakt, zal de interactie wellicht wat verbeteren en het openstaan voor nieuwe ideeën opkrikken.    

Roxane gebruikt goede voorbeelden om haar betoog kracht bij te zetten, en ze zegt terecht dat wij boomers ons niet kunnen voorstellen hoe de kinderen van nu hun omgeving ervaren, omdat het zo anders is dan in onze tijd. Verder pakt het essay een aantal bekende zaken bij de kop, die ze met haar felle, cynische taalgebruik scherp neerzet. Het is een essay, dus puur wetenschappelijk bewijs wordt er niet altijd bij genoemd, maar de zorgen die ze analyseert, leven al langer in de maatschappij.

Móet je dit essay gelezen hebben? Nou nee, maar het is een goede samenvatting van alle zorgen rond AI en BigTech, met een aantal fijne haakjes om over na te denken. En met misschien nét een andere visie dan de jouwe?   

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Ik zie wat ik geloof duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop Ik zie wat ik geloof duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Topboeken: de beste boeken van Q2 2026

In Q2 van 2026 las ik weer een best wel grote stapel non-fictie boeken, klassiekers én recent gepubliceerde. 22 maar liefst! Ik schreef er recensies over én gaf ze een volstrekt subjectieve rating. Hieronder vind je de 4 beste boeken van het afgelopen kwartaal. Ik gaf ze 4 1/2 *! Zoek je nog inspiratie? Lees dan zeker deze 4 of kies iets uit de 18 ‘runners up’. Ga Lekker Lezen en Efficiënt Leren!

Mijn top 4 non-fictieboeken van Q2 2026

Even tussen mij en mij (2025) – 4 1/2 *

Uit mijn recensie: Wordt dit Managementboek van het Jaar 2026? Dat zou me niet verbazen, want het is een uitstekend geschreven, uiterst leerzaam boek wat ook nog eens heel relevant is in deze tijd. Ik heb niets dan superlatieven voor Even tussen mij en mij van Elke Wiss uit 2025. Het valt onder de noemer ‘praktische filosofie’, gaat over zelfonderzoek en is uiterst toegankelijk met veel oefeningen en leuke, herkenbare voorbeelden. In dit boek leer je je eigen denken onderzoeken, wat niet alleen goed is om (nog) kritischer te denken, maar ook je relatie met anderen verbetert omdat je meer openstaat voor andere invalshoeken. Daarbij kan onze samenleving ook wel wat kritisch denken gebruiken, zowel om polarisatie te verminderen als om innovatie aan te jagen. Niet alleen een leuk boek dus, maar ook een belangrijk boek. (Update: nee, het werd niet MBvhJ). Lees mijn recensie | Koop bij Libris

Oceaan (2025) – 4 1/2*

Uit mijn recensie: David Attenborough (net 100 geworden, congrats!) bracht in 2025 samen met Colin Butfield het boek Oceaan uit. Onze laatste wildernis is de subtitel, en wat uit het boek duidelijk wordt is niet alleen hoe ongerept de meeste plekken nog zijn, maar ook hoe weinig we nog weten van de oceaan, de dieren die daar leven, en de invloed op het land. En hoeveel schade we nog steeds toebrengen. Het boek bestrijkt 8 aspecten van de oceanen, en bij elk van die hoofdstukken blikt David terug op een gebeurtenis tijdens het filmen van een van zijn documentaires, vrij vaak die uit 1957. Hij vertelt over de dieren en hoe de omgeving er toen uitzag. Het verbaasde me niet om te lezen dat dit 70 jaar later behoorlijk anders is. Zijn 100-jarig perspectief op de veranderingen die wij in onze natuur aanbrengen maken die veranderingen extra schokkend. Geen wonder dat dit een vrij activistisch boek is geworden. Lees mijn recensie | Koop bij Libris  

Zin van de dag (2025) – 4 1/2*

Uit mijn recensie: Niet lezen, maar leven. Dit zei Maarten ’t Hart ooit: hij had altijd 1 á 2 boeken per dag gelezen, zijn leven weggelezen in plaats van te leven. Het is één van de citaten die filosofe Stine Jensen in haar tienerjaren verzamelde. En dat verzamelen doet ze nog steeds. In Zin van de dag uit 2025 presenteert ze 75 ‘levenswijsheden’ ter inspiratie, en om ons na te laten denken over welke zinnen wijzelf in ons leven volgen. Ja, het boekje is inspirerend, maar ook leerzaam: Stine vertelt ons steeds iets over degenen die zo’n levenswijsheid verzonnen, en hoe het in haar eigen leven terugkomt. Of ze legt uit wat er precies mee wordt bedoeld en in welke context het werd gezegd. Het boekje zorgt ook voor een goed humeur, want het is prachtig uitgevoerd. Perfect om 75 dagen mee te beginnen! Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De 5 frustraties van teamwork (2002) 4 1/2*

Uit mijn recensie: Af en toe lees ik een behoorlijk oud boek, vaak een klassieker, en vraag me dan af: is het in het hier-en-nu nog relevant, het nog steeds waard om te lezen? Pareltje of oud papier? Uit 2002 stamt de klassieker De 5 frustraties van teamwork, de vertaling van The 5 Dysfunctions of a Team, van Patrick Lencioni. Ik vond het een pareltje! Het is een businessnovelle die na 25 jaar absoluut niet gedateerd overkomt. Dat komt enerzijds omdat het product van het bedrijf, Decision Tech, niet benoemd wordt, dus geen indruk achterlaat van achterhaalde technologie. Anderzijds doordat de gebreken van dit team na 25 jaar nog steeds de gebreken zijn van heel veel huidige teams. En de oplossingen daarvoor ook nu nog steeds gangbaar zijn. Een leerzaam boek dus, nog steeds! Lees mijn recensie | Koop bij Libris

Verder las ik deze 18 non-fictieboeken:

(op volgorde van rating, daarbinnen op publicatiejaar)

Het leven van een boom van Peter Wohlleben (2026) – 4* (recensie)

Miljardairs betalen geen inkomstenbelasting en daar gaan we een eind aan maken van Gabriel Zucman (2026) – 4* (recensie)

Dus ik ben van Stine Jensen en Rob Wijnberg (2010) – 4* (recensie

Chimpanseepolitiek van Frans de Waal (1982-1999) – 4* (recensie)

Ecoliberalisme van Kees Klomp (2025) – 3 1/2* (recensie)

Stemmen met je portemonnee van Geerhard Bolte (2025) – 3 1/2* (recensie)

Dieren zijn ook mensen van Teun van der Keuken (2025) – 3 1/2* (recensie)

De Stap van Merel van Vroonhoven (2021) – 3 1/2* (recensie)

Authentieke intelligentie van Elke Geraerts (2019) – 3 1/2* (recensie)

The World According To Star Wars van Cass R. Sunstein (2016) – 3 1/2* (recensie)

Haperende hersenen van Iris Sommer (2015) – 3 1/2* (recensie)

kleinGROOT van Robert Cialdini, Steve J. Martin en Noah J. Goldstein (2014) – 3 1/2* (recensie)

Persoonlijk leiderschap volgens de beste spits van Ronald Koopman (2026) – 3* (recensie)

Een vrouw als baas geeft alleen maar gezeik van Japke-d. Bouma (2025) – 3* (recensie)

Nice girls don’t speak up van Lois P. Frankl (2020) – 3* (recensie)

Nice girls don’t get what they deserve van Lois P. Frankel (2011) – 3* (recensie)

Achter de schermen van Daniëlle Foolen (2025) – 2 1/2* (recensie)

De geheime sleutel van het heelal van Lucy & Stephen Hawking (2008) – GR (recensie)

Zit er wat voor je bij?

En …. hoe staat het met mijn voornemen om minimaal 50% van vrouwelijke auteurs te lezen? Dit kwartaal 11 van de 22 boeken, geheel toevallig precies genoeg. En het goede voornemen om minimaal 50% van Nederlandstalige auteurs te lezen? 13 van de 22, dat is redelijk.

Wil je mijn (wekelijkse) nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je dan hier in.

Geplaatst in filosofie, management, natuur, Topboeken | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie