Recensie: Manderley voor altijd – huizen en Rebecca

Wie ‘Manderley’ zegt, weet direct: Rebecca. En Daphne du Maurier. Manderley voor altijd is dan ook de geromantiseerde biografie van de beroemde Britse schrijfster, geschreven door de misschien net zo beroemde Tatiana de Rosnay, uit 2016. Ik ben meer fan van Tatiana dan van Daphne (niks van gelezen, mea culpa), en Tatiana stelt me niet teleur. Ik denk na over de pijlers van het succes van Daphne, en laat me ontroeren door haar best roerige leven, onconventioneel, zéker in die tijd.

Ik zie vier succesfactoren: afkomst, karakter, inspiratie en discipline. Waar de nadruk op ligt, verandert naarmate Daphne carrière maakt en ouder wordt. Tatiana mixt de koele feiten van geboorten, huwelijken, publicaties en overlijden, met mooie beschrijvingen van Daphnes (veronderstelde) emoties en vooral van de huizen waar ze in woonde. Die waren heel belangrijk voor haar want ‘Mensen en dingen verdwijnen, plekken niet.’ zo zegt Daphne zelf. Tatiana slaagt er in om in mij zowel bewondering voor als afkeer van Daphne op te wekken, door verschillende facetten van haar karakter in het geromantiseerde verhaal terug te laten komen. En die verschillende facetten zijn volgens dit boek ook in het werk van Daphne terug te vinden. Dus … Rebecca op mijn leeslijst gezet!

Het biografische boek Manderley voor altijd  …

… is ingedeeld in ‘huizen’, omdat die zo bepalend waren voor haar carrière. Tatiana bezocht alle huizen waarin Daphne heeft gewoond, en aan het begin van elk ‘huis-deel’ staat dan ook een korte impressie van het betreffende huis en buurt, anno nu.

Cumberland Terrace

Het boek begint in Londen, Mayfair, Cumberland Terrace. Daar is Daphne in 1907 geboren, als middelste van 3 zusjes. Het is een groot huis, de familie is dan ook behoorlijk rijk. Vader Gerald is een goedbetaalde acteur, hij speelt in toneelstukken. Jong, knap, veelgevraagd, een narcist en vrouwenversierder. Daphne is zijn favoriet. De kinderen spelen met Gerald elke avond een toneelstuk, vaak Peter Pan. Daphne claimt altijd de jongens- en mannenrollen.

Cannon Hall

Na 9 jaar verhuist het gezin naar een nog groter huis: Cannon Hall in Hampstead. Ze zullen hier 18 jaar wonen en geven lunches en feesten voor de fine fleur van de Britse theaterwereld. Gerald is de ster, natuurlijk. De meisjes gaan hier naar school, later thuisonderwijs, en krijgen Frans, kunst, muziek, literatuur. Daphne schrijft prima opstellen, maar spelling en grammatica is niet haar sterkste punt. Dat zal haar hele leven zo blijven. Ze speelt met haar zusjes en doet alsof ze een jongen is: Eric Avion is haar alter ego. Ze schrijft in haar dagboek. En ze leest alles wat los en vast zit, ook de romans van haar opa George du Maurier. Als ze 14 is, zoekt een 20 jaar oudere, getrouwde neef toenadering: stiekem handjes vasthouden, zoenen misschien. Daphne is dolverliefd en geniet, denk ik, ook van het spannende geheimhouden. Inmiddels is Gerald geridderd, strooit met geld en heeft een ‘stal’ met ‘veulentjes’, jonge actrices die hem aanbidden. Hij vertelt Daphne en haar oudere zus er alles over, en ze ontdekt dat hij ook vreemd gaat met de meisjes. Tegelijkertijd is hij bezitterig naar zijn twee oudste dochters: met wie gaan ze uit? Waarom komen ze laat thuis? De sfeer thuis is niet te harden.

Villa Camposenea

Gelukkig mag ze in 1925 naar een finishing school in Frankrijk: de villa Camposenea in Meudon, Hauts-de-Seine. Het plan was dat ze daar één semester zou blijven, maar ze overtuigt haar ouders dat ze langer moet blijven om haar Frans te verbeteren. Die vinden het prima, ze weten niet dat ze een lesbische relatie met Fernande, een 14 jaar oudere lerares, heeft aangeknoopt. Ze mag zelfs met Fernande op vakantie. In haar brieven naar haar familie is over de relatie niets te vinden, maar wel in die naar haar oude gouvernante. Liefde? Of toch weer de spanning van het clandestiene? Tijdens de schoolvakanties gaat ze terug naar Londen, gedeprimeerd, en schrijft korte verhalen, waaronder Fear en The Old Woman. Ze vindt ze niet goed. Ze gaat met de familie op vakantie naar Cumberland, Fernande komt ook. Maar als ze weer terug zijn in Londen, blijkt Fernande ontslagen. Is hun affaire ontdekt?

Van huisvriend Edgar Wallace, een beroemde schrijver, leert ze dat discipline de sleutel tot schrijverssucces is. Daphne sluit zich op in de stinkende kleedkamer van hun tennisbaan. Ze mag weer op vakantie in Frankrijk! Met Fernande natuurlijk. In de trein observeert ze een Brits stel, en krijgt inspiratie voor een verhaal. Ze denkt aan niets anders, zelfs niet aan Fernande. Het verhaal, Panic, heeft een macaber einde. Een bezoekje aan een kapel in een stadje geeft haar inspiratie tot een nieuw verhaal: La Sainte-Vierge. En dan besluiten Daphne’s ouders plotseling om een buitenhuis is Cornwall te kopen: aan zee. Om Daphne te weerhouden weer naar Frankrijk te vertrekken?

Ferryside

Het buitenhuis is Ferryside, in Fowey, Cornwall. Fowey lijkt erg op het Franse kustplaatsje waar Daphne zo gelukkig was. Na een jaar is ze verliefd op Fowey, meer dan op Frankrijk, meer dan op Fernande. Als het gezin weer naar Londen vertrekt, mag Daphne een maand in haar eentje op Ferryside blijven. Ze is twintig en vind het alleen-zijn gewéldig: vrijheid! Een lange broek aan! En rust om te schrijven. Ze schrijft een kort verhaal, macaber, pervers, over een meisje met een geheim. Het meisje noemt ze Rebecca, het verhaal is The Doll. Inmiddels heeft ze tien verhalen, en stuurt ze op naar een literair agent, een kennis van een kennis van de familie. En ja, die vindt de verhalen goed, wil er meer, en zal op zoek gaan naar een uitgever. Daphne is te druk met zeilen om te schrijven, en hoort over een verlaten huis in de buurt: Menabilly. Het is verlaten, vervallen, luguber. Ze klimt door een open raam naar binnen, spinrag, schimmel, rommel, vocht.  Daphne vindt het geweldig!

Een uitgever is nog niet gevonden, maar een oom is hoofdredacteur van een tijdschrift, en wil wel een verhaal hebben: ‘And Now To God The Father.’ Daphne staat op de cover. Ze beseft dat ze haar naam mee heeft, met een beroemde vader en grootvader. Ze belooft zichzelf dat haar voornaam nét zo bekend zal zijn als die van hen. Een literair agent neemt contact op en stelt voor dat ze een roman schrijft. Ze gaat alleen naar het onverwarmde Ferryside en op 3 oktober 1929 begint ze aan haar eerste roman, The Loving Spirit. Eind maart 1930 is er een uitgever gevonden! Ze is 22, de auteursrechten zijn 67 pond, haar eerste zelfverdiende geld. Ze begint gelijk aan de volgende roman, het succes heeft haar geïnspireerd: I’ll Never Be Young Again is klaar in juli 1930, terwijl ze nog wacht op de publicatie van haar eerste roman. Haar agent vind de beschrijvingen van de natuur prachtig, maar de hoofdpersoon onsympathiek en de onderwerpen ‘modern’. In januari 1931 begint ze aan haar derde roman, met een onsympathieke hoofdpersoon en een gewelddadig, wreed en angstaanjagend verhaal: The Progress of Julius.

Terwijl ze het schrijft ziet ze in de verte op een motorboot een knappe vent, die ze weer snel vergeet, want haar boek moet af. Later ontmoet ze de knapperd: majoor Tommy Browning. Ze worden verliefd en trouwen. Haar eerste roman wordt goed ontvangen, de tweede krijgt negatieve recensies, maar verkoopt goed. Ze wordt snel zwanger, maar ziet op tegen de verplichtingen als ‘echtgenote van …’. Ze hoopt op een zoon, krijgt een dochter, en besteedt er weinig aandacht aan. De recensies van haar derde boek zijn wisselend, maar verkoopt goed. Dan overlijdt haar vader Gerald, en Daphne besluit dat haar volgende boek zijn biografie zal zijn. Het boek, Gerald, A Portrait, wordt uitgegeven bij een nieuwe uitgeverij, die heel veel aan marketing doet. Kennissen van Gerald spreken er schande van, veel te openhartig, maar het publiek vreet het. Daphne’s drang om weer te schrijven is zo groot dat ze bewust weinig aandacht geeft aan haar eenzame moeder, haar echtgenoot en haar dochter. Ze begint aan ‘Jamaica Inn‘, en dat wordt haar eerste bestseller.

Alexandrië

Intussen maakt majoor Tommy promotie tot commandant van zijn eenheid en wordt naar Egypte gestuurd. Daphne moet mee. In de hitte schrijft ze een kroniek van haar familie. Dan blijkt ze weer zwanger, ze is dolblij. Niet om het kind, maar omdat ze voor de bevalling naar Engeland terug kan, naar Ferryside. Weer een meisje. Ze laat haar dochtertjes achter bij haar moeder en gaat terug naar Egypte. Die omgeving levert weinig inspiratie op, en ze denkt aan de ex-verloofde van Tommy waarop ze jaloers is, aan Cornwall, aan Menabilly. Hoe moet ze dat huis in haar nieuwe roman noemen? M … M… Manderley. Ze noemt de roman Rebecca, net als haar verhaal van 10 jaar geleden, dat nooit is uitgegeven. Het wordt een enorme bestseller, wordt in vele talen vertaald en door Hitchcock verfilmd. Niémand heeft het meer over Gerald.

Menabilly

Wat gebeurt er na Rebecca? De Tweede Wereldoorlog waar Tommy met een trauma uitkomt, door de verliezen van Market Garden, waar hij bij was. Een derde kind, een zoon. En ze huurt Menabilly voor 20 jaar, laat het grondig verbouwen. “ik geloof dat ik meer van Mena houd dan van mensen”, zegt ze hierover. Haar huwelijk loopt langzaam stuk, ze slapen apart. Ze wordt van plagiaat voor Rebecca beschuldigt, maar wint de zaak. Ze ontmoet Ellen Doubleday, de vrouw van haar Amerikaanse uitgever, en wordt verliefd op haar, maar dat is niet wederzijds. Ze schrijft het toneelstuk September Tide, en de hoofdrol, gemodelleerd naar Ellen, wordt gespeeld door Gertrude Lawrence, een van de ‘veulentjes’ uit de ‘stal’ van haar vader. Daar begint Daphne een relatie mee. De liefde voor Ellen is niet verdwenen, en opnieuw neemt Daphne haar als model voor een hoofdpersoon, nu voor My Cousin Rachel, wat net zo’n succes wordt als Rebecca.  Tommy wordt benoemd als schatbewaarder van de net gekroonde Elizabeth en zal in Londen gaan wonen, Daphne blijft in Menabilly.

Ze brengt een verhalenbundel uit, de recensies zijn matig, men vindt de gewelddadigheid in de verhalen niet passen bij een ‘schrijfster van romantische verhalen’. Zo denkt Daphne helemaal niet over zichzelf! Van haar verhaal The Birds worden direct de filmrechten verkocht, aan Hitchcock. Na de dood van Gertrude heeft ze geen zin meer in schrijven, maar ja, de uitgever staat erop. Ze schrijft met moeite een boek over haar over-over-grootmoeder, wat flink herschreven moet worden. Daarna begint ze aan een biografie over de hele dynastie du Maurier. Verrassing! Geen aristocratische achtergrond wat men altijd dacht, maar glasblazers die bij een boerderij ‘Le Maurier’ hebben gewerkt. Voordat ze met schrijven begint, ziet ze echter iemand die ze denkt te kennen, een vriend van Tommy. Maar nee, een dubbelganger. En dat is inspiratie voor The Scapegoat, wat eigenlijk gaat over de twee gezichten van een mens, een thema wat in veel van haar werk terugkomt. Lovende recensies en verfilmd met Alec Guiness. 

Dan wordt Tommy ernstig ziek, iemand belt op om te vertellen dat ze al een jaar een relatie met Tommy heeft, dat deze het dubbelleven niet meer volhield en daardoor is ingestort. Hij is ook alcoholverslaafd. Daphne heeft spijt van haar keuzes: om niet bij hem in Londen te wonen, om altijd het schrijven voorrang te geven boven haar familie. Ze stopt met schrijven en wijdt zich aan Tommy, die echter zwaarmoedig is én aan de drank blijft. Als het wat beter gaat, begint ze aan een biografie van Branwell Brontë, broer van. Het verkoopt niet best. En dan pakt ze de kroniek van de Busson-du Mauriers weer op: The Glass Blowers. Dat verkoopt ook niet goed. Tommy krijgt trombose, daarna longontsteking en sterft in 1965.

Kilmarth

In 1967 en 1968 schrijft ze The house on the Strand , over het landhuis Kilmarth gaat. De hoofdpersoon is Dick, en ze schrijft in de ik-vorm. Ze weet dan al dat ze weg moet uit Menabilly, en dat het nabijgelegen Kilmarth, vlakbij zee, haar volgende thuis is. Na het vertrek uit Menabilly heeft ze geen inspiratie voor een nieuwe roman, maar maakt met haar zoon een fotoboek over Cornwall, hij de foto’s, zij de tekst. Daarna schrijft ze Don’t Look Now, haar ijzingwekkendste verhaal ooit. Haar biografieën over Anthony en Francis Bacon verkopen nauwelijks. En daarna heeft ze wéér geen inspiratie. Memoires dan maar? Ze heeft het dagboek nog….. maar de waarheid schrijft ze niet op, ze verfraait het stevig. De autobiografie komt in 1977 uit, de recensies zijn niet goed.

De laatste 5 jaar van haar leven schrijft ze niet meer: haar gezondheid is broos, het heilige vuur gedoofd. Ze doet een zelfmoordpoging. Haar geheugen laat haar in de steek, er hangt een dikke nevel in haar hoofd. Ze verliest haar levenslust, stopt met eten, in het voorjaar van 1989 weegt ze 38 kilo. Op 19 april trekt de nevel op, en ze overlijdt.

Mijn evaluatie van Manderley voor altijd

Ook bij een biografie denk ik eerst: wat leer ik hiervan? Wat zijn de sleutels tot het succes van de hoofdpersoon? In het boek is hiervan geen analyse gemaakt, dus ik doe het zelf.

Bij een kunstenaar is de eerste sleutel inspiratie. Dit weet het boek goed te duiden: in het begin van haar carrière ziet zij in alles in haar omgeving een bron van een nieuw verhaal. Na de eerste vonk ontwikkelt het verhaal zich langzaam maar zeker in haar hoofd. Maar ook haar eigen gevoelens en karakter verwerkt ze, zoals haar eigen jaloezie in Rebecca, haar hang naar geheimzinnigheid in haar horror-achtige verhalen. Later in haar carrière móet ze schrijven, ook als ze geen inspiratie heeft, en kiest ze voor biografieën en kronieken van echte families, waaronder die van haarzelf. Daarvoor is hele goede research belangrijker.

Vakmanschap dan: kan ze ook goed schrijven? Veel recensies hebben er kritiek op, slechts enkele boeken springen er wat schrijfstijl betreft uit. Haar andere boeken verkopen door haar naam, en de opgebouwde reputatie, dat deed me wat denken aan de Reacher-boeken van Lee Child. Die worden alleen maar slechter, én vliegen als warme broodjes over de toonbank.

Dan haar afkomst: high society, met veel geld en een groot netwerk van mannen op hoge posities bij uitgeverijen, agentschappen en tijdschriften en later de filmindustrie. Haar vader was wereldberoemd, haar achternaam opende vele deuren. Haar opvoeding was gericht op de kunsten, niet op het vinden van een baan. Ook haar beide zussen werden bekend in de kunstwereld: de oudste als schrijfster, de jongste als schilderes. En nog een overeenkomst: ook haar zussen hadden (langdurige) lesbische relaties. Maar Daphne was een tomboy, kleedde zich later ook mannelijk, en ook die kant van haar beïnvloedde haar keuzes qua onderwerpen.

Qua karakter springt er één ding uit: onafhankelijkheid. Ze wil vrijheid, alleen door de natuur wandelen, alleen wonen en vooral ook financieel onafhankelijk zijn van haar familie én haar man. Dat laatste motiveert haar om veel te schrijven, en geld te verdienen. Haar hang naar alleen-zijn helpt haar ook met discipline, want helemaal in het begin moet ze zich er echt toe zetten te schrijven, er is teveel afleiding. Later, met name in Menabilly, zondert ze zich voortdurend af van haar familie. Aan het eind van haar carrière heeft ze minder geld en wordt ze broodschrijver.

Is deze kennis nog relevant anno nu? Misschien niet: vrouwen hebben meer beroepskeuzes, AI maait de creatieve beroepen weg, de tijd is teveel veranderd. Maar discipline, verbeelding en vakmanschap zullen belangrijk blijven voor succes. Denk ik. Hoop ik.

Hoeveel ervan is waar? Natuurlijk zijn veel gebeurtenissen gewoon feiten: geboorten, huwelijken, bezoeken van de Koninklijke Familie. Tatiana heeft verder gebruik gemaakt van de autobiografie van Daphne, en die van haar oudere zus. Ook is er veel ontleend aan de brieven van/aan Daphne, en misschien toch haar dagboek, hoewel Daphne dat 50 jaar gesloten wilde houden. Daarnaast staan op het bronnenoverzicht een aantal andere biografieën over Daphne. Het is moeilijk te zien waar de bronnen ophouden en Tatiana’s fantasie begint. Daphne’s gevoelens en ervaringen als ze 4 jaar is, en die van haar laatste levensjaren zijn waarschijnlijk fantasie. En om er een aantrekkelijk verhaal van te maken, romanachtig, zal er heel veel meer bij verzonnen zijn. Tatiana stelt dat ze op Daphne lijkt, dat ze zich goed kon inleven in haar binnenwereld.

De schrijfstijl van het boek is prettig, maar niet super. Sommige gebeurtenissen worden wel heel kort genoemd, met name die later in Daphne’s leven, en je blijft dan met vragen zitten. Andere gebeurtenissen worden juist weer heel erg uitgesponnen, met name die in haar jeugd. Tatiana analyseert en verklaart niets, ze laat Daphne voor zich spreken, of niet. Ik vind het bijvoorbeeld heel toevallig dat alle drie de zussen lesbische relaties hebben, hebben de familie-omstandigheden in hun jeugd, zoals hun narcistische, vreemdgaande vader, daar iets mee te maken gehad? Of de tijdsgeest, zo rond de Tweede Wereldoorlog? Of de onconventionele kunstenaarswereld? Tatiana laat ons zelf conclusies trekken.

Fijn aan het boek zijn de foto’s, en de beschrijving van de foto-shoots. Dat maakt het erg persoonlijk. Ook prettig is dat wij veel ‘spelers’ in het verhaal kennen omdat het beroemdheden zijn: Hitchcock, Alec Guiness en meer. De keuze voor een verdeling in ‘huizen’ is prima, want het is duidelijk hoeveel die huizen de carrière van Daphne beïnvloed hebben, en hoeveel ze ervan hield, vooral Menabilly. Prima ook om daar steeds een korte intro bij te doen, door het bezoek van Tatiana aan de buurt en het huis anno 2013. Overall een redelijk leerzaam en plezierig boek om te lezen.

FOMO? Nee. Eerst Rebecca.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant 0, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Manderley voor altijd duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Manderley voor altijd duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: Gamechangers – oppervlakkig

Tom de Bruyne schreef in 2025 Gamechangers, wat als ondertitel had: Hoe kleine ingrepen grote veranderingen ontketenen. De crux van het boek zit in ‘ontketenen’, want het draait vaak om kettingreacties. De basis van het boek is de theorie van Donella Meadows uit haar klassieker ‘Leverage Points’, en ik vond dit een bijzonder goed uitgangspunt. Verder puilt het uit van de voorbeelden, van de meest gangbare tot (voor mij) onbekende verhalen.

Het is een prettig geschreven en goed gestructureerd boek, maar ik vond het wel wat oppervlakkig. Veel anekdotes, weinig bewijs, en weinig gedetailleerde instructie hoe de theorieën nu specifiek toegepast kunnen worden. Maar ja, Tom is consultant, dus heeft liever dat je zijn bureau inhuurt dan zelf aan de slag gaat, denk ik.

Het maatschappelijke boek Gamechangers …

… gaat ervan uit dat gedragsverandering niet zozeer succesvol is door je te richten op het individu, maar op de context van dat gedrag. De juiste hefboom vinden.

Hoofdstuk 1 heet Vier grootmeesters van verandering, en begint met ‘grootmeester’ Frans Vera, een ecoloog en ‘rewilder’.  Hij wilde de natuur in de Oostvaarders plassen gewoon z’n eigen gang laten gaan, en gebruikte als hefboom ganzen en grazers. Het tweede voorbeeld is de premier van Singapore. Hij maakte van de armoedige stad een van de rijkste naties. Zijn hefboom was Engels en een betrouwbaar vestigingsklimaat. De derde ‘grootmeester’ is Jimmy Carter en zijn aanpak in Camp David om de Israëlische Begin en de Egyptische Sadat tot elkaar te brengen. Hefboom: reputatie. De vierde is Knudstorp, de CEO van Lego. Hefboom: de jonge spelers beter leren kennen. In alle vier de gevallen gaat het over relatief kleine interventies.

Systemen

Hoofdstuk 2 gaat over De vrouw die systemen kon lezen: Donella Meadows. In 1993 zit ze bij de WHO tijdens het ontwerp van het NAFTA-handelsverdrag. Ze introduceert bij de experts een systeem-raamwerk voor interventies: Parameters, buffers, fysieke structuur, vertragingen, corrigerende feedbackloops, versterkende feedbackloops, informatiestromen, regels, zelforganisatie, doelen, paradigma’s en het vermogen die paradigma’s te overstijgen. Boeiend!

Het wonderlijke gedrag van systemen is hoofdstuk 3 en beschrijft ’10 systeempatronen’. Ik vond er in de tekst maar 9: 1.‘Gekke Henkie’, de eerste zijn; 2.‘Het Excel-syndroom, wat gaat over meten en de realiteit uit het oog verliezen; 3.Het waterbedeffect; 4.Het groei-infarct; 5.De blinde-vlek; 6.De spiraal van schade, over zelfdestructie; 7.De succes-spiraal, over zelfversterkende loops, rijken die rijker worden; 8.Het snelkookpan-effect, hoe onderdrukking leidt tot explosies, crashes; 9. Het Cobra-effect, als oplossingen het probleem verergeren.

Interventies en weerstand

In hoofdstuk 4, De kunst van de interventie, zegt Tom dat je moet ‘dansen’ met weerstand, soms leiden, soms volgen, nooit overmeesteren. Hiervoor ontwikkelde hij een interventieladder met 5 treden. 1. Vind gemeenschappelijke grond. 2. Benoem de echte problemen en bedreigingen. 3. Toon bewijs voor een werkend alternatief. 4. Introduceer het nieuwe paradigma. 5. Creëer nieuwe feedbackloops. Tom werkt het uit met o.a. natuur en klimaat als voorbeeld, bijzondere keuze voor een VVD-spindoctor.

De archetypes van weerstand is het onderwerp van hoofdstuk 5. Weerstand tegen verandering is een voorspelbaar patroon, Tom schotelt ons 10 archetypes voor: 1. Morele diskwalificatie, op de man spelen. 2.Valse dichotomie, een tegenstelling presenteren die er niet is, bijvoorbeeld ‘banen of natuur’. 3. Systeemontkenning, doen alsof het incidenten zijn. 4. Complexiteitsaanval. 5. Toekomstangst, ‘dit betekent het einde van …’. 6. Afleidingsmanoeuvre, ‘ja maar China ….’. 7. Valse bondgenoot, beloften doen maar niet waarmaken. 8. Historische afwijzing, ‘al eens geprobeerd’. 9. Verantwoordelijkheids-verschuiving, ‘zaak voor de overheid’. 10. Perfectionisme, steeds om meer onderzoek vragen. Door de voorspelbaarheid van deze types, de passen van de dans, kun je er ook mee omgaan, want het toont waarvoor men bang is, waar pijnpunten zitten. Je kunt ze gebruiken als hefboom voor verandering.

Probleemdiagnose, interventies en versnelling

In de hoofdstukken 6, 7 en 8 worden de huidige problemen geschetst, zoals de Nederlandse bureaucratie, dure woningen en opleidingen in Zuid Korea, de Nederlandse huizenmarkt, Tsjernobyl, de onderdrukking van afwijkende meningen en culturen w.o. MAGA. Deze worden beschreven in systeemtermen.

In deel IV, vanaf hoofdstuk 9 wordt ingegaan op interventies en versnelling. We lezen over transformaties in Malaga, Bilbao, Medellin. En over innovators die het gevecht met systemen aangingen: Apple en Netflix maar ook de arts Semmelweis, die tevergeefs propageerde dat artsen hun handen moesten wassen tussen autopsies en bevallingen. Dat gingen ze pas 20 jaar na zijn dood doen. Ook gaat het over netwerkeffecten (Facebook), algoritmen en andere technieken om verandering te versnellen.

Het laatste hoofdstuk is ‘Handleiding voor gamechangers’. Het heeft 3 delen: Diagnose, Interventie en Versnelling. Dit is geen gedetailleerde instructie, maar meer een samenvatting van wat eerder is behandeld.

Mijn evaluatie van Gamechangers

De sterkte van het boek is gelegen in de vorm: zeer gestructureerd met veel lijstjes. Tom weet bekende en herkenbare zaken op een prettige manier als systeemonderdelen te presenteren. Dit is zeker leerzaam. De voorbeelden die hij gebruikt zijn anekdotisch, er is weinig sprake van wetenschappelijk onderzoek. Wel geven ze inspiratie voor mogelijke oplossingen. Het nadeel van de voorbeelden is dat de meeste vrij recent zijn, en waarschijnlijk niet tijdloos. Het voorbeeld van een VVD-campagne uit 2017 had ik eerder gelezen, en vond ik (weer) slecht gekozen. De ‘Handleiding’ is te oppervlakkig om echt mee aan de slag te kunnen. Al met al laat het de smaak van een reclamefolder achter.

Moet je dit boek écht gelezen hebben? Nee. Het boek van Donella Meadows dan weer wél.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Gamechangers duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Gamechangers duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in psychologie | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Het boek van vreugde – verrassend

In juli 2015 komen in Dharamsala, India, Zijne Heiligheid de dalai lama Tenzin Gyatso en Aartsbisschop Desmond Tutu 5 dagen bij elkaar om hun visie op vreugde te delen: wat zijn de pijlers van vreugde, wat zijn de obstakels, en wat zijn hun eigen ervaringen daarmee. Interviewer was Douglas Abrams, een goede vriend van Tutu. Van de ontmoeting, waarin ook de 80ste verjaardag van de dalai lama werd gevierd, is een documentaire gemaakt. Douglas schreef (met de heren) hierover in 2016 Het boek van vreugde, The Book of Joy. Ik vond het ontroerend, grappig, verrassend en ook leerzaam.

Douglas is de ik-figuur in het boek, we maken de 5 dagen mee door zijn ogen. Hij legt uit dat je het boek moet zien als een taart van 3 lagen: de basis is het spirituele onderwijs van de heren, daarboven komt een laag met wetenschappelijke kennis op dezelfde gebieden, en de top zijn de persoonlijke verhalen van de heren. Zo komt de vlucht van de dalai lama aan de orde, en de ervaringen van de Aartsbisschop met de Waarheids- en verzoeningscommissie. Het boek beschrijft de ontmoeting bijna van minuut tot minuut en is nergens saai. Wat opvalt is de vriendschap tussen beiden, de onderlinge plagerijen én het feit dat ze het lang niet altijd eens zijn!  De foto’s van de twee schaterende spirituele leiders maakten mij ook aan het lachen.

Het spirituele en filosofische boek Het boek van vreugde …

…. schetst het volledige bezoek van Aartsbisschop Desmond Tutu (Douglas heeft het consistent over ‘de Aartsbisschop’, ik kort het hierna af met DT) aan het stadje waar Zijne Heiligheid de dalai lama Tenzing Gyatso (Douglas noemt hem consequent ‘de Dalai Lama’, ik kort het hierna af met DL) in ballingschap leeft, vanaf de vlucht van DT en Douglas plus cameraploeg en medische staf naar India, tot en met het vertrek van DT. Dat geeft een mooi beeld van de moeilijkheden die bij zo’n bezoek komen kijken: de kwetsbare gezondheid van DT, de zware beveiliging, het kleine vliegveld. Maar ook de dagelijkse routines van de heren: om 03.00 uur opstaan, uren mediteren of bidden, sober eten, vroeg naar bed. We lezen dat ook DT’s dochter Mpho erbij is, en zij zal tijdens het bezoek haar vriendin ten huwelijk vragen. Douglas’ vrouw Rachel is de arts die DT begeleidt.

Het vinden van geluk, in jezelf!

DL trapt af met formuleren van wat de mensen zien als het doel van hun leven: het vinden van geluk. Hij stelt dat de ultieme bron van geluk innerlijke vrede en vreugde is. En je hebt controle over zo’n innerlijke bron! Niemand wil problemen of lijden, en toch zijn die er. Dit komt door ons gebrek aan compassie met de ander. Ook komt in dit begin, en daarna nog heel vaak, de volgende wijsheid ter sprake: je vreest een tragedie. Is die af te wenden? Ja? Dan is er geen reden voor zorgen. Nee? Dan heeft het geen zin om je zorgen te maken. Rationeel klopt het, maar gevoelsmatig ….. Deze wijsheid heeft verschillende vormen, en is zowel aan de boeddhistische filosoof Shantideva als aan de protestantse theoloog Reinhold Niebuhr toegeschreven. Dit is niet de enige wijsheid waarin beide religies overlappen.

Vlucht uit Tibet

Bijzonder vond ik de opvatting van de DL over zijn ballingschap. Hij geeft aan dat zijn vlucht uit Tibet ook voordelen heeft: hij heeft meer spiritueel geoefende mensen, zoals DT, en wetenschappers kunnen ontmoeten. In Potala zou hij in een gouden kooi van 1000 kamers hebben gezeten. Nu heeft hij meer kansen gehad om te leren. Later in het boek vertelt DL hoe hij de wrede Chinese bezetters heeft vergeven en compassie voor hen heeft. Ik zou dat vast nooit kunnen, ook niet na 80 jaar mediteren.

Negatieve emoties

In het deel over obstakels voor het bereiken van geluk worden diverse negatieve emoties besproken. DL en DT zijn het hierbij niet over alles eens: DT stelt dat negatieve emoties bij je menszijn horen, dat die onvermijdelijk zijn en dat moet accepteren. Je moet jezelf daarvoor vergeven, want door schuld en schaamte worden ze alleen maar erger. DL stelt juist dat door jarenlange oefening in compassie de negatieve emoties verdwijnen of minder worden, je mentale weerbaarheid wordt groter.

Angst en onrust verminderen door realistischer te zijn over je eigen capaciteiten en minder hoge verwachtingen te hebben. Angst om geen respect te krijgen leidt tot frustratie en dat weer tot woede.

Bij de emotie ‘verdriet’ staat een mooi verhaal uit het boeddhisme: een vrouw verloor haar kind en ging met het dode lichaam naar de Boeddha, die ze smeekte om haar te helpen. Dat kon hij wel, zei de Boeddha, maar dan moest zij mosterdzaadjes zoeken voor het medicijn. Dat wilde de moeder wel, maar de Boeddha voegde er aan toe dat die zaadjes alléén uit huizen mochten komen waar nooit iemand was gestorven. De moeder ging van huis tot huis, maar ontdekte dat er geen enkel huis was zonder het verlies van een ouder, partner of kind. Ze zag in dat haar lijden niet uniek was, begroef haar kind en kon haar verlies loslaten.

Bij de emotie ‘afgunst’ lees ik een verhaal over ‘neef’ Frans de Waal over een experiment met kapucijnaapjes. Twee aapjes krijgen elk een stukje komkommer als zij een steen aan de wetenschappers geven. Maar dan ziet de ene aap dat de andere aap geen komkommer, maar druifjes krijgt. Die wil hij ook! Maar nee, hij krijgt komkommer. Woedend smijt hij het weg. Ongelijke behandeling, of ongelijkheid in het algemeen, wekken afgunst en woede op. Wat kun je hier tegen doen? DT: dankbaarheid oefenen, je eigen zegeningen tellen; het gebruiken als motivatie om harder te werken; en herkaderen, je afvragen of je dat wat die ander heeft, echt nodig hebt, of er de nadelen van bedenken. De DL heeft een andere visie: wees meer betrokken bij het welzijn van anderen, wees blij voor de ander. Dit is het boeddhistische concept ‘mudita’, sympathieke vreugde. Het leven is geen nul-som-spel, er is niet minder voor ons als een ander meer krijgt. Mudita ontwikkel je door te denken in ‘wij’. Als een ander goed in zijn vel zit, zijn wij er allemaal bij gebaat. Je moet je één voelen bij alle mensen. DL steekt dus in vanuit voorkómen, DT vanuit genezen, als je het met een ziekte zou vergelijken.

Bij de obstakels lijden en tegenslag vertelt DL over een monnik die na de Chinese bezetting 18 jaar in een Chinese goelag doorbracht. Slavenarbeid, honger, kou, martelingen. De man zei dat hij in die 18 jaar het gevaar had gelopen …. om de compassie voor zijn Chinese bewakers te verliezen. Maar zijn vermogen voor compassie werd juist versterkt door de ontberingen, door de voortdurende oefening erin.

Het laatste obstakel is ziekte en angst voor de dood. DL vertelt over zijn ontsnapping uit Tibet op 17 maart 1959, de angstigste nacht van zijn leven. Maar, stelt hij, veel mensen zijn bang om dood te gaan, omdat ze bang zijn om naar de hel te gaan. Dat levert alleen maar onrust op en vermindert je levensvreugde. Als je er echt bang voor bent moet je een goed doel in je leven zoeken, bijvoorbeeld mensen helpen. Dus, zegt DL tegen DT, ik ga liever naar de hel dan naar de hemel. In de hel zijn meer problemen op te lossen, meer mensen om te helpen.

8 pijlers van geluk

Inmiddels is het dag 4 van het bezoek, en tijd om het over de 8 pijlers van geluk te hebben, want vreugde en geluk zijn neveneffecten van positieve eigenschappen, mentale weerbaarheid. Er zijn 4 pijlers voor de geest: perspectief, nederigheid, humor en acceptatie. En vier pijlers voor het hart: vergeving, dankbaarheid, compassie en edelmoedigheid. Tussen de persoonlijke verhalen en de wetenschappelijke feiten staan veel uitgangspunten die bekend zijn, en je in veel zelfhulpboeken tegenkomt.

Bij acceptatie lees ik dat dit absoluut geen berusting is, en ook geen verslagenheid. In het hoofdstuk over vergeving staan indrukwekkende verhalen over de zaken van de Waarheids- en verzoeningscommissie, zoals het verhaal over het vermoorde meisje Amy Biehl, wat ik eerder in het boek Opsoek naar Ubuntu las. Haar ouders vergaven de moordenaars, en hielpen ze zelfs met scholing en werk. Dat zou ik nooit kunnen …. Maar, zo zegt DT, vergeven is niet vergeten, je kunt evengoed naar gerechtigheid of straf zoeken. Oh? Iedereen heeft de capaciteit tot verzoening in zich, ook in de dierenwereld zie je dat volgens ‘neef’ Frans de Waal. Van alle soorten die men heeft onderzocht zijn alleen huiskatten niet in staat zich na een conflict te verzoenen.

Ook hier komt compassie weer terug. DL stelt dat compassie gewoon gezond verstand is. Je eigen pijn neemt aantoonbaar af als je voor een ander zorgt. We hebben bewondering voor meelevende mensen, en dat meeleven betaalt zich dus terug. Evolutiebiologen noemen dat ‘wederkerig altruïsme’. Het verschil tussen compassie en empathie wordt op een mooie manier uitgelegd: empathie is het invoelen van de emoties van de ander, compassie gaat over diepere betrokkenheid, je wilt het beste voor de ander. Als iemand half verpletterd is door een rots wil je niet óók onder de rots liggen om te voelen wat de ander voelt, nee, je wilt helpen om die rots te verplaatsen.

En dan edelmoedigheid, wat een relatie heeft met gulheid en met zingeving, iets voor een ander kunnen betekenen. Ruimhartig met ons geld en onze tijd omspringen is ook goed voor onze eigen gezondheid, zo is wetenschappelijk bewezen. Maar gulheid gaat ook om kennis delen, troosten, adviseren, ethische lessen delen zoals de heren DL en DT al decennia doen. Maar het moderne leven, met onderlinge competitie, gaat ten koste van deze aspecten van onze menselijkheid. We moeten een nieuwe generatie mensen creëren met een andere levenshouding. Educatie is nodig, niet persé religieus, maar compassie-onderwijs en basisethiek op basis van wetenschappelijke inzichten, volgens DL.

Feest en afscheid

Het bezoek eindigt met het verjaardagsfeest van DL wat in het Tibetaanse Kinderdorp met 2000 kinderen wordt gevierd. De foto’s, waarop DL met DT danst, en de kaarsjes op een enorme taart uitblaast, stralen bepaald veel vreugde uit. Dan volgt het afscheid, de heren weten dat zij elkaar nooit meer zullen zien: de gezondheid van DT is broos, en Zuid-Afrika verstrekt DL geen visum. Het afscheid is ontroerend beschreven, DL zwaait DT uit.

Oefeningen

Het slot van het boek zijn 40 pagina’s met meditatieve oefeningen, die oppervlakkig gezien bekend overkomen, maar veel dieper gaan dan wat ik elders heb gelezen. Elk van de 8 pijlers heeft een of meer oefeningen. Ik vond de analytische meditatie tegen angst, woede en verdriet erg interessant, je stelt er vragen bij als: is deze gedachte waar? Hoe weet ik dat zeker? Helpt ze in deze situatie? Wat kan ik (of een naaste als het die betreft) van de situatie leren? Welke groei kan eruit voortvloeien? DL zegt: veel mensen denken dat mediteren simpelweg gaan zitten en je ogen dichtdoen is. Zo’n meditatie kan mijn kat zelfs doen, al spinnend. Ook bij het herhalen van mantra’s vergeten we te onderzoeken waar de diepste oorzaken van ons lijden liggen. Mijn spinnende kat is misschien wel een mantra aan het mediteren ….

Mijn evaluatie van Het boek van vreugde

Beiden heren zijn Nobelprijswinnaars voor de Vrede, en uit alles wat je leest blijkt dat zij daar helemaal voor gaan, vanuit verschillende religies die toch veel op elkaar lijken. De affectie tussen beiden is heel opvallend, in woord én gebaar, ook als ze het niet met elkaar eens zijn. Zó pak je dus een conflict aan: op de inhoud, met behoud van de relatie. Naast de vriendschap bespeurde ik toch een grotere eerbied van DT jegens DL dan andersom, DT lijkt DL spiritueel ontwikkelder te vinden dan hijzelf. Interessant. De manier waarop de twee met elkaar omgaan maakt het boek veel minder een studieboek en meer een mix van biografie en filosofische overdenkingen. We leren over de levens en de tegenslagen van beide heren en hoe ze daar met behulp van hun religie mee zijn omgegaan. Praktijklessen dus, niet zozeer theoretische beschouwingen.

De toevoegingen van Douglas op wetenschappelijk gebied zijn erg nuttig, experimenten met gedrag en oplichtende hersengebieden onderbouwen wat spiritualiteit al eeuwenlang propageert. Het onderstreept het nut van spiritualiteit, en met name van ‘goed gedrag’, de 8 pijlers. Spiritualiteit en filosofie blijkt ook nu, 10 jaar later, relevant, in vrede samenleven is niet iedereen gegeven. Maar het boek is ook tijdloos, dat is wel een open deur, als je je realiseert hoe oud de meeste wijze lessen al zijn.

Door de persoonlijke verhalen van de beide heren, de bekende lessen uit het boeddhisme en de bijbel, en de anekdotes van kennissen van alle drie de heren worden de lessen heel praktisch en herkenbaar gemaakt, zonder veel herhalingen. De combinatie van interviews en beschrijvingen van alle gebeurtenissen op de 5 dagen van het bezoek, met later toegevoegde wetenschappelijke onderzoeken werkt heel goed. De indeling in obstakels, pijlers en oefeningen is duidelijk en prettig. Ik zag maar twee typo’s, die vergeef ik de vertaler, Linda Jansen. Ik vind het knap om zo’n spiritueel gesprek zo helder te vertalen. Dat komt deels omdat Douglas Adams echt goed kan schrijven, dat wist ik al uit zijn Het boek van hoop, wat hij met ‘tante’ Jane Goodall schreef. Zijn beschrijvingen van de omgeving en het gedrag van de geïnterviewden zijn gedetailleerd en levendig, je ziet het voor je. De (zwart-wit) foto’s van de twee heren stralen plezier en, ja, vreugde uit. Het is bepaald een vrolijk-makend boek, waar ik toch af en toe een traantje bij wegpinkte.                

FOMO? Ja, dat vind ik wel. DT is inmiddels overleden. DL is 91 en er is natuurlijk een probleem met zijn opvolging, die de Chinezen willen manipuleren. Misschien is hij wel de laatste dalai lama. Maar vind je het boek te dik, dan kun je altijd de documentaire kijken!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Het boek van vreugde duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek;
  • of haal het uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Het boek van vreugde duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie, filosofie, zelfhulp | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Recensie: De machtscode – pamflet

Marietje Schaake schreef in 2026 De machtscode, een pamflet, zoals ze het zelf noemt, over AI. We vragen ons te weinig af waarvoor, hoe en waarom we AI willen inzetten, en zijn tolerant over de offers die we voor die inzet brengen. Realiseren we ons wel ‘hoe de onzichtbare belangenstrijd achter AI onze democratie bedreigt’? De AI die we in Europa gebruiken is van bedrijven van mensen met een anti-EU-agenda. AI is méér dan slimme software, het is machtscode. Zo, dat zet ze even stevig neer!

Marietje weet in een vrij kort stuk de risico’s van ‘vijandige’ AI, eigendom van techbro’s met nogal anti-democratische ideologieën overzichtelijk neer te zetten. Een mooie introductie voor degenen die zich hier wat minder mee bezig houden, en een compact overzicht van de huidige stavaza voor degenen die dat wél doen. De uit het betoog voortvloeiende aanbevelingen zijn voor-de-hand-liggend, maar niet vanzelfsprekend: Nederland en Europa moeten flink investeren én samenwerken. Maar ook bedrijven en consumenten kunnen hun steentje bijdragen: #BuyEuropean!

Het maatschappelijke boek De machtscode …

….. spreekt over Technofeodalisme, we zijn in de macht van bedrijven die ons bepaald niet gunstig gezind zijn. We moeten de macht terugpakken! Deze oproep plaatste Marietje eerder in haar boek De tech-coup, maar denk niet dat dit pamflet daarvan een samenvatting is. Nee, Marietje gaat meer in op de risico’s en nadelen van ‘vijandige’ AI en de ideologie van de mannen achter de ontwikkeling van de bekendste AI-tools, en minder op EU-regelgeving. Het is eerder een verkorte versie van De techbro’s, van George van Hal en Laurens Verhagen, wat 2 maanden later uitkwam (maar wat ik eerder las).

Historie

Marietje begint met de doorbraak van ChatGPT in 2022, gebaseerd op patroonherkenning. Ze maakt onderscheid tussen open en gesloten systemen en de impact op de veiligheid: bij gesloten systemen kunnen alleen de bedrijven de veiligheid garanderen, bij open systemen komen de vele gebruikers met snelle en meer diverse oplossingen, maar de downside is natuurlijk de hackers. Nu met agentic AI nemen de risico’s op de gebieden van privacy en aansprakelijkheid toe. En natuurlijk is er de toegenomen afhankelijkheid van 4 bedrijven die óns welzijn niet als prioriteit hebben.

Mythe

In de mythe van AI beschrijft ze de vergezichten van de voordelen van AI, ‘een land vol genieën’, toename van de levensverwachting, etc. en hoe dit de nadelen van een verstoorde machtsbalans en de offers legitimeert. Nog onduidelijk is hoe we het gedrag van AI in lijn kunnen brengen met onze menselijke waarden, helemaal omdat AI feitelijk een back box is. Dit is het ‘Alignment Problem‘.

Een ander issue is dat de huidige 4 koplopers bijna niet meer in te halen zijn, hoewel China hen op de hielen zit. Door die race wordt er vrijwel niet getest, alle nieuwe ontwikkelingen worden direct in de markt gezet. En door bedrijven gebruikt, want FOMO, angst voor achterstand op de concurrentie. Om de enorme benodigde investeringen te blijven aantrekken worden er steeds wildere voorspellingen gedaan, terwijl het beloofde rendement achterblijft. Gaat de AI-bubbel knappen?

Manipulatie en ideologie

In onze zoekresultaten met AI vindt censuur plaats. Een Chinese bot geeft geen antwoord op vragen over de Dalai Lama. Ook levert AI pertinent onjuiste resultaten: in een poging om meer diversiteit in de gegenereerde afbeeldingen te stoppen zien we opeens zwarte mensen in Nazi-uniformen. Deze twee voorbeelden zijn nogal expliciet, en de subtiele manipulatie die óók plaatsvindt zien we vaak niet.

De resultaten geven altijd de ideologie van de eigenaren (of van Trump) weer. En die is anti-democratisch, techno-utopisch, anti-Europees, anti-woke, of zelfs fascistisch. De AI-platforms worden ingezet voor politieke agenda’s. Marietje behandelt verder kort techno-optimisme, effectief altruïsme, Dark Enlightenment en longtermisme. Ook gaat ze in op de paradox dat eigenaren waarschuwen voor de existentiële risico’s van AI en tóch doorbouwen.

Palantir is aantoonbaar racistisch en discriminerend, wat voor de Amerikaanse overheid eerder een voordeel als een nadeel lijkt te zijn. Maar ook de NAVO gaat met Palantir in zee. Overheidstaken zoals defensie (en aanvallen) maar ook betalingsverkeer en mogelijk identificatie komen zo in private handen. Inmiddels is er groeiende weerstand tegen de techbedrijven, onder andere door hun steun aan Trump. Wat zullen hiervan de gevolgen zijn?

Vormen van macht

In het hoofdstuk Macht geeft Marietje aan dat buitenlandse bedrijven de risico’s van AI gebruik wegen, maar die risico’s worden op ons, gebruikers, afgewenteld terwijl de winst bij hen terechtkomt. Ze onderscheidt macht op verschillende terreinen.

*Macht over milieu: AI kan helpen klimaatverandering tegen te gaan met behulp van complexe modellen en berekeningen, echter AI verbruikt zelf veel land, water, energie en zeldzame aardmetalen. De AI bedrijven zijn hier heel intransparant over. In Nederland is er weerstand tegen datacenters, maar we hebben ze ook nodig voor onze soevereiniteit.  

*Macht over rechten: software discrimineert mensen van kleur en vrouwen, met name gezichtsherkenningssoftware. Ook treedt veel software het gelijkheidsbeginsel met voeten: bijvoorbeeld bij de beoordeling van cv’s.

*Macht over informatie: AI pikt nieuws van nieuwssites, niemand klikt nog door en de sites gaan failliet. Dit treft ook Wikipedia. Helaas plaatst AI ook artikelen op Wikipedia, vol met hallucinaties en vooroordelen. Die dan weer gebruikt worden als trainingsdata voor AI-modellen. Amazon pikt populaire modellen van producten van webwinkels die via haar platform verkopen, en ontwikkelt dan goedkopere kopieën. En ook onze eigen data worden verzameld en misbruikt, verkocht en tegen ons ingezet, surveillancetechniek die de macht concentreert.

*Macht over cultuur: stemmen (Scarlett Johansson), boeken, kunst, álles wordt gepikt en gebruikt door goedkope ‘concurrenten’.

*Macht over economie: het is nog altijd onduidelijk of er productiviteitsgroei zal komen.

*Macht over werk: Soms stijgt je productie en daalt je inkomen. Starters op de arbeidsmarkt hebben het zwaar. Er is een groot risico: ongeacht de werkelijke impact op de werkgelegenheid ontstaat er onrust in de samenleving, de noodzaak tot omscholing en een sociaal vangnet.

*Macht over politiek: deepfakes en beïnvloeding van het debat met AI-content (en/via X en TikTok). Het toekennen of weigeren van visa op basis van je social media-posts. Een overheid die, ook in Nederland, handelt in strijd met privacywetgeving.

*Macht over geopolitiek: de VS hielp Oekraïne met techniek, nu is Oekraïne afhankelijk van Palantir.

*Macht over regelgeving: VS voerde een sterke lobby die leidde tot de omnibus die regelgeving afzwakt.

*Macht over cyberveiligheid: AI is dual use software: je kunt het voor goede en kwade doelen inzetten. Medicijnen ontwikkelen én gifgassen. Cyberveiligheid én hacks.

De machtscode

Kijk naar de arbeidsmarkt, het verlies van intellectuele eigendom, het verbruik van water en energie, de erosie van de rechtsstaat: de impact van AI is nu al gigantisch. De techniek, het geld en de macht van de techbro’s staan tegenover de agenda en de moed van onze politici. Veel keuzes rond AI worden nu nog op basis van economische motieven in plaats van strategisch beleid gemaakt. Dat moet anders. We kunnen niet wachten op een barsten van de AI-bubbel of een democratisch bewind in de VS in 2028. We moeten ons eigen plan trekken.

Een agenda voor AI

Hoe moet dat plan eruit zien? We moeten niet alleen tegenmacht bieden, maar ook de kansen en mogelijkheden benutten. Eigen AI ontwikkelen die aansluit op onze principes. Niet sturen op nieuwe wetgeving, dat is te langzaam, maar voorstellen doen waarvoor géén wetswijzigingen nodig zijn.

De stappen naar digitale soevereiniteit zijn: 1. Een nulmeting van onze afhankelijkheden, een volledige inventarisatie van wat we gebruiken, plus een stresstest om de risico’s in kaart te brengen. 2. Een strategie ontwikkelen om de gevaarlijkste afhankelijkheden aan te pakken. 3. Reeds beschikbare alternatieven en ‘geleerde lessen’ in kaart brengen.

Verder moet AI meer en beter getest worden voordat het op de markt komt, denk aan de medische klinische proef als voorbeeld. Bij overheidstaken is uiterste voorzichtigheid geboden. Ook moet iedereen toegang hebben tot EU-AI, ook het MKB. Er is een onafhankelijke AI-dienst nodig om de politiek te adviseren. Wellicht kunnen de universiteiten deze rol vervullen? Belangrijk is om uit te leggen hoe onze bestaande wet- en regelgeving werkt bij AI, bijvoorbeeld voor de WOO, mededinging of aansprakelijkheid. En het oorlogsrecht ….

Maar ook het aanbestedingsrecht, probeer investeringen in AI in de EU te houden. Ook is geld nodig om te beschermen wat we hebben, denk aan datakabels. Digitale weerbaarheid en soevereiniteit zijn gebieden die binnen Defensie (moeten) vallen. Onze handhaving moet flexibeler en professioneler, en ook de acties van AI en de techbro’s moeten daaronder vallen. Om een EU-AI te bouwen is geld, maar ook capaciteit nodig. Dat betekent investeren in onderwijs, soevereine digitale infrastructuur, expliciete hoge veiligheidsnormen en publieke waarden. Maar ook het koesteren van ons talent, ze niet naar Silicon Valley laten vertrekken. Belangrijk is Europese samenwerking, erkenning van elkaars diploma’s, niet allemaal alles willen doen maar de taken verdelen op basis van capaciteiten. Samen aanbestedingen doen, en samen besluiten de techbro’s te weren. Ook moet de samenwerking met andere democratieën, zoals Canada en Japan, geïntensiveerd worden, en kunnen we ons laten inspireren door Taiwan, die China buiten de deur probeert te houden.

Zelfvertrouwen en niet ‘ja-maren’.

Het nawoord is óók interessant: we moeten wat meer zelfvertrouwen hebben. Silicon Valley is niet zo geweldig als je denkt: investeerders knijpen startups af, de infrastructuur (wegen, openbaar vervoer) is slecht, veel mensen worden slecht betaald en sociale voorzieningen zijn er niet. Positief daar is dat men denkt in mogelijkheden, terwijl wij in Nederland ‘ja-maren’. O ja, Europa is ook de grootste interne markt ter wereld met 450 miljoen welvarende inwoners.

Individueel kun je wat doen: stap nu over op Europese alternatieven! Maar collectieve, politieke, democratische actie is nodig.

Onze keuze is niet: innovatie óf democratie, maar democratisch bestuurde AI of ondemocratisch bestuurde AI.

Mijn evaluatie van De machtscode

Als je de AI ontwikkelingen al nauw volgt, vanuit technisch en politiek oogpunt, zul je in het pamflet weinig nieuws lezen. Sterk is de manier waarop Marietje een grote hoeveelheid informatie over de huidige stand van zaken in een kort stuk heeft weten samen te vatten. Zo heb je weer eens een goed overzicht van wat er nu speelt. Ben je niet zo op de hoogte, dan is dit prettig geschreven stuk een uitstekend begin om je verder in de materie te verdiepen. Ga daarna door met De techbro’s!

Een kwart van het stuk is een bronnenoverzicht, van gedetailleerde stukken en wetenschappelijke artikelen, tot krantenartikelen en speeches. Dit betoog is goed doortimmerd. Natuurlijk weerspiegelt het de situatie nu, en kan deze over een jaar alweer anders zijn. Daarom is de vorm, een pamflet, ook goed gekozen voor de boodschap.

Ook al gaat het pamflet over een technisch onderwerp, AI, het betoog is gericht op onze relatie ermee, de impact ervan. Daardoor is er nauwelijks sprake van jargon, je hoeft niet veel van AI te weten om het te begrijpen. Ook ligt de nadruk op Europa en Nederland, onze afhankelijkheden, en de risico’s die wij lopen, en gaat het in veel mindere mate over China en de VS, ook al komen daar de AI-tools vandaan. Dat maakt dat de voorbeelden die zijn gebruikt herkenbaar zijn.

Ook de structuur van het betoog is helder: de voordelen van AI zijn evident, de nadelen van de huidige AI-tools en hun eigenaren worden stevig aangezet. Daar rollen vanzelfsprekende aanbevelingen uit, die wat algemeen zijn en dus niet echt vernieuwend of verrassend. Die aanbevelingen zijn voor 99% gericht op de politiek, op Nederlands en Europees niveau. Maar voor de 1% die gericht is op individuen en bedrijven worden ook een paar praktische stappen gegeven: houd de nadelen van AI-gebruik in het oog, en stap over op Europese software. Dat laatste zal ook druk op de politiek uitoefenen om geld en aandacht in een Europese Stack te steken.

Mis je wat als je dit boek niet leest? Nee.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De machtscode duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop De machtscode duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op mijn nieuwsbrief

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Topboeken: de beste boeken van Q3 2026

In Q3 van 2026 las ik weer een best wel grote stapel non-fictie boeken, klassiekers én recent gepubliceerde. 15 stuks maar liefst! Ik schreef er recensies over én gaf ze een volstrekt subjectieve rating. Hieronder vind je de 4 beste boeken van het afgelopen kwartaal. Ik gaf ze 4 1/2 *! Zoek je nog inspiratie? Lees dan zeker deze 4 of kies iets uit de 11 ‘runners up’. Ga Lekker Lezen en Efficiënt Leren!

Mijn top 4 non-fictieboeken van Q3 2026

Nog niet te laat – Clearing the Air (2025) van Hannah Ritchie – 4 1/2 *

Uit mijn recensie: Wat een super-praktisch boek! Het blinkt uit in structuur: alle vragen die jij als fan van duurzaamheid van je kritische kennissen kunt krijgen, staan hier in, mét een kort antwoord én een volledige onderbouwing daarvan met feiten en statistieken. Handzaam is het ook, dus mee in je tas naar élke vergadering en élke verjaardag! Natuurlijk ook handig voor twijfelaars …. die kunnen zichzelf overtuigen. Hannah is hoofdonderzoeker bij Our World in Data, een beroemd instituut dat op een toegankelijke manier data en statistieken presenteert, na ze tot op het bot onderzocht te hebben. Die statistieken worden dan ook veel gebruikt in het boek: feiten, geen meningen. Maar er is meer: Hannah kan ook geweldig schrijven: compact, toegankelijk en met humor. Dit boek heeft álles. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De techbro’s (2026) van George van Hal en Laurens Verhagen – 4 1/2*

Ut mijn recensie: Hoe de futuristische fantasieën van enkele miljardairs de wereld veranderen in een nachtmerrie. Zo! De ondertitel is duidelijk over de mening van de auteurs. Toch weten de journalisten van de Volkskrant een goed onderbouwd betoog neer te zetten, waarin het óók, of juist, gaat over het waaróm van hun acties, en uit welke bronnen de techbro’s hun inspiratie halen. Dit uitstekende boek leverde mij heel wat nieuwe inzichten op! Ik ben een scifi- en fantasy-liefhebber, maar kende toch een aantal van die invloedrijke boeken (Snow Crash!) niet. En ook had ik de rol van mensen als Marc Andreessen, Peter Thiel en Sam Altman onderschat, het draait zéker niet (alleen) om Musk, Bezos en Zuckerberg, zoals de kaft impliceert. Ja, het boek laat helder licht schijnen op een duistere trend. Leerzaam dus, en erg goed geschreven. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

De grit-factor – Grit (2016) van Angela Duckworth – 4 1/2*

Uit mijn recensie: ‘Grit’ is de combinatie van passie en volharding, en in dit uitstekende boek lees je waarom juist dit fenomeen zorgt voor succes. De praktijkvoorbeelden gaan over West Point en diverse scholen, en zijn heel verrassend! Goed om te weten: met Grit word je niet geboren, je kunt het jezelf (en je kinderen) aanleren. En je kunt het laten groeien, je passie en je volharding verhogen. Het boek is een fijne mix van psychologie en zelfhulp. Ik waardeer met name de wetenschappelijke onderbouwing van het effect van grit. Door de schrijfstijl, met veel quotes uit interviews en soms letterlijke gesprekken, is het een levendig boek geworden, geen droog studieboek. Fijn boek als voorbereiding op je sollicitatiegesprek! Lees mijn recensie | Koop bij Libris

We moeten het weer hebben over de tippingpoint (2026) – Revenge of the Tipping Point (2024) van Malcolm Gladwell – 4 1/2*

Uit mijn recensie: 25 jaar na het mega-succes van The Tipping Point wilde ‘neef’ Malcolm Gladwell een soort update schrijven, hedendaagse ‘sociale epidemieën’ onderzoeken. Maar hij merkte dat hij nu heel andere vragen had. Hij deed helemaal opnieuw onderzoek, en komt in Revenge of The Tipping Point met een nieuwe verzameling theorieën en verhalen. Boeiend als altijd, én leerzaam. De ondertitel geeft aan waar het om draait: overstory’s, superspreaders en social engineering. En zoals gewoonlijk heeft Malcolm een prettig assortiment aansprekende anekdotes om zijn punt te maken. Een aantal hiervan zijn typisch voor de VS, maar de meeste ook herkenbaar voor Nederland. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

Verder las ik deze 11 non-fictieboeken:

(op volgorde van rating, daarbinnen op publicatiejaar)

The Amazing Generation van ‘neef’ Jonathan Haidt en Catherine Price (2026) – 4* (recensie)

Informatie-autonomie van Martijn Aslander (2026) – 4* (recensie)

Klimaatkampioen van Tim van Hattum uit 2025 – 4* (recensie)

Open van ‘nicht’ Stine Jensen en Ingeborgh Herdingh (2023) – 4* (recensie)

Een plek voor jezelf van Michael Pollan (1997) – 4* (recensie)

Essays in Love van Alain de Botton (1993) – 4* (recensie)

Ik zie wat ik geloof van ‘nicht’ Roxane van Iperen (2026) – 3 1/2* (recensie)

Tot aan de rivier van ‘nicht’ Elizabeth Gilbert (2025) – 3 1/2* (recensie)

F*ck the system van Jo Caudron (2025) – 3 1/2* (recensie)

Sterrenkunde, seks en serendipiteit van Jim en Dolf Jansen (2025) – 3 1/2* (recensie)

Een voor allen, allen voor een van Simon Sinek (2014) – 3* (recensie)

Zit er wat voor je bij?

En …. hoe staat het met mijn voornemen om minimaal 50% van vrouwelijke auteurs te lezen? Dit kwartaal 6 van de 15 boeken, da’s te weinig. En het goede voornemen om minimaal 50% van Nederlandstalige auteurs te lezen? 8 van de 15, da’s mooi.

Wil je mijn (wekelijkse) nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je dan hier in.

Geplaatst in Gedrag, IT, psychologie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Familie: ‘Neef’ Jeroen Smit

Ken je dat? Dat je filmacteurs zó vaak een goede rol ziet spelen dat je naar ál hun films wilt? Dat je álle wedstrijden van je favoriete sporter wilt zien? En dat je ze volgt op sociale media? Dat ze voelen als familie? Dat heb ik nu met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken, zonder op de recensies te wachten.  Ik volg ze op social media en lees hun nieuwsbrieven. Ze zijn familie, mijn bureau staat vol met hun foto’s! Ik stel elke maand een familielid aan je voor. Deze maand: mijn ‘neef’ Jeroen Smit.

Waar schrijft ‘neef’ Jeroen Smit over?

‘Neef’ Jeroen schrijft bedrijfsbiografieën, met name gericht op slecht leiderschap en grote ellende bij grote bedrijven, althans, daar gingen zijn eerste 3 boeken over: ABN, Ahold, Unilever. Dat laatste boek beschreef “hoe moeilijk het is voor een Chief Executive Officer om het beursgenoteerde Unilever, een gigantische multinational, een echte draai te laten maken op het gebied van duurzaamheid. Polman liep vast op de financiële markten. Daar is nog maar weinig begrip voor een duurzame aanpak die vaak pas op lange termijn gaat renderen.”

‘Neef’ Jeroen’s nieuwe boek, ‘Het slimme schaap’ borduurt hierop voort. In De Groene zei hij dit erover: “Slimme leiders blijven als schapen in het oude systeem. Waar zijn de managers, de échte leiders, in het bedrijfsleven, in de politiek, die durven te leiden vanuit wat onze toekomst nodig heeft? Het is de hoogste tijd voor een managersrevolutie, waarbij de slimme schapen zich niet langer gedragen als kuddedieren, maar van het geijkte pad durven afwijken.” 

Heeft ‘neef’ Jeroen andere zakelijke activiteiten?

‘Neef’ Jeroen is ‘onderzoekend presentator’ bij omroep HUMAN. Daar maakt(e) hij o.a. de serie Wat houdt ons tegen? voor. Daarbij spreekt hij regelmatig op events en in talkshows.

Wat valt er nog meer over ‘neef’ Jeroen Smit te vertellen?

‘Neef’ Jeroen is geboren in 1963 in Gorinchem. Hij ging in Deventer naar het VWO. Leuk weetje: hij volgde daar ook het vak Russisch. Vervolgens ging hij naar Groningen om aan de RUG Bedrijfskunde te studeren, hij behaalde zijn master in 1986. Ook studeerde hij Journalistiek.

Na zijn studie ging hij als consultant aan de slag. In 1990 werd hij redacteur van Het Financieel Dagblad. In 1994 werd hij redactiechef van het financieel katern van het AD, en in 1998 hoofdredacteur van FEM. In 2003 werkte hij mee aan een reportage van de KRO over Ahold, en was gegrepen door de casus. Hij werd auteur: Het drama Ahold verscheen in 2004, De prooi in 2008. Daarnaast werkte hij freelance als journalist, columnist en presentator. Hier leest je meer over zijn achtergrond.

Van 2011 tot 2015 was hij Hoogleraar Journalistiek aan de RUG. Daarna ging hij weer freelancen, in 2016 verscheen het boek Nog lang en gelukkig, wat hij schreef met Laurentien van Oranje, en in 2019 kwam zijn derde boek, Het grote gevecht, uit. Sinds 2023 is hij verbonden aan Omroep HUMAN, waarvoor hij de serie Wat houdt ons tegen? maakt. Seizoen 7 liep tot maart 2026. Ook werkt hij mee aan de podcast Geld of je Leven van Radio1/EO.

Jeroen houdt zijn privéleven best privé. Dit maakte hij zelf openbaar: hij ontmoette Doret van der Sloot in 1996 en kreeg met haar drie kinderen: Jack, Rover en Kate. Doret zei het volgende over Jeroen: ‘Jeroen is vooral geïnteresseerd in de machtige mens. Machthebbers met maatschappelijke invloed fascineren hem mateloos. Jeroen moet een kluif hebben waar hij zijn tanden in kan zetten, hij is vrij monomaan. Hij kan zich jaren verliezen in zijn onderwerp. Zijn werk is, naast zijn gezin, zijn leven. Dagelijkse hobby’s heeft hij niet, behalve lezen. Romans boeien hem niet zo, hij leest vooral non-fictie, die zijdelings of direct met zijn thema van dat moment te maken heeft. Of boeken ter persoonlijke ontwikkeling.’

Op LI toonde ‘Neef’ Jeroen zijn trots op zijn vader: de klarinet-spelende Johan is inmiddels 89 en bracht onlangs zijn tweede muziekalbum uit.

Welke boeken schreef ‘neef’ Jeroen Smit?

‘Neef’ Jeroen schreef 5 boeken, waarvan ik er 3 las. Ik schreef over die 3 kortere of langere recensies, 1 op deze website, 2 via BookCrossing. Ik vond ze allemaal geweldig!

Het slimme schaap ( november 2026)

Vrijwel niets weet ik op dit moment van dit boek (ik schrijf dit op 3 september, misschien is er als je dit leest meer bekend). Volgens Bol, Libris en Hebban komt het op 10 november uit. Maar er is geen cover, geen samenvatting, geen flaptekst, niks. Uitgeverij Maven heeft het niet op de site. Jeroen zelf heeft het er nog niet over gehad. Alleen dit artikel in De Groene uit 2023 zou over dit boek kunnen gaan. Spanning en sensatie dus! Bestel bij Bol

Het grote gevecht (2019)

Uit mijn recensie: Ik voelde een mix van emoties toen ik het boek Het grote gevecht van Jeroen Smit uit 2019 uit had. Spijt dat ex-CEO Polman niet meer heeft kunnen bereiken bij Unilever en bewondering voor zijn inzet. Trots dat dit Nederlandse bedrijf veel meer doet op duurzaamheidsgebied dan ik wist. Maar ook verontrusting, omdat in dit uitstekende, als een thriller lezende boek, de problemen op wereldniveau gedetailleerd worden beschreven. Update 2020: Update: dit boek was in de race voor Managementboek van het Jaar 2020, en haalde de shortlist. Het verloor nipt. Dat weet ik, omdat ik in de jury zat. En aan mij lag het niet, dat nipte verlies ….. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

Nog lang en gelukkig (2016) – met Laurentien van Oranje

Ik las dit ‘Voorleesboek voor volwassenen’ nog niet, dus de flaptekst: Zijn onze leiders wel voldoende met de toekomst bezig? Veel ‘grote mensen’ zijn de weg een beetje kwijt. De toekomstige hoofdrolspelers kunnen ze helpen om hun kompas goed te krijgen. Maar dan moeten we wel naar ze luisteren. “Vraag aan het hart wat je moet doen en aan je hoofd hoe je het moet doen.” (Maaike, 10 jaar) “Leiders gebruiken zo vaak het woordje ‘ik’, realiseren ze zich wel hoeveel mensen om hen heen staan?” (Anne Sofie, 12 jaar) “Als je niet gelukkig bent, doe je niet je best, draaien anderen daarvoor op.” (Bedirhan, 9 jaar) Verder interviews met Ben van Beurden (Shell), Paul Polman (Unilever), Herna Verhagen (PostNL), en vele anderen. Koop bij Bol

De prooi (2008)

Ik schreef op BookCrossing een korte ‘recensie’: “Geweldig boek! Veel parallellen met het drama Ahold, zou elk AEX fonds daar nu last van hebben?” Dus verder met de flaptekst: In oktober 2007 betaalden Belgen, Schotten en Spanjaarden 71 miljard euro om ABN Amro uit elkaar te kunnen scheuren. Een overmaat aan ambitie, arrogantie en besluiteloosheid had van De bank een ideaal slachtoffer gemaakt. Het boek reconstrueert op aangrijpende wijze hoe topbestuurders van ABN Amro jarenlang vooral gevangenzaten in interne twisten. Ze luisterden zo slecht naar de klanten, werknemers en aandeelhouders dat deze icoon, ondanks alle schitterende potentie, de regie over zijn toekomst volledig kwijtraakte. Koop bij Libris

Het drama Ahold (2004)

Ik schreef in 2011 op BookCrossing een ‘Recensie’: “Ongelofelijk goed geschreven, en juist daardoor extra schokkend.” (En het was ook extra schokkend, ik was in 2011 net bij Ahold in dienst getreden….) Flaptekst voor de inhoud: Februari 2003, het Ahold-imperium stort met een donderend geraas in elkaar. Fraude, mismanagement, misleiding, slecht toezicht: op basis van een kleine honderd gesprekken met direct betrokkenen maakte Jeroen Smit een reconstructie van Het drama Ahold. Dit is het indringende verslag over de mensen en de emoties achter de cijfers. Het is tevens het verhaal van twee broers, Albert en Gerrit Jan Heijn, die een familiebedrijf uitbouwden tot een begrip in Nederland. Dit boek was Managementboek van het Jaar 2005. Koop bij Libris

Ander werk

Neef’ Jeroen leverde een bijdrage aan ‘Dit is het mooiste ooit …’ , de uitgave van 2015 van Nederland in Ideeën.

Verantwoording

Deze informatie komt uit  Wikipedia, Goodreads, Libris, Jeroen’s eigen website (incl. verborgen items), LinkedIn.

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari (update maart 2026) nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart (update mei 2026) was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen
  35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
  36. December was voor tante Carol Dweck.
  37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
  38. En in februari nicht Katja Staartjes
  39. In maart was de beurt aan neef Malcolm Gladwell.
  40. April was voor ‘nicht’ Lois P. Frankel.
  41. In mei stelde ik ‘neef’ Frans de Waal aan je voor.
  42. En in juni ‘nicht’ Stine Jensen.
  43. In juli was de beurt aan ‘neef’ Jonathan Haidt
  44. Augustus was voor ‘nicht’ Elizabeth Gilbert.
  45. In september stelde ik ‘neef’ Jeroen Smit aan je voor.

Geplaatst in Biografie, Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Nog niet te laat – handig

Wat een super-praktisch boek! Nog niet te laat (Clearing the Air) van Hannah Ritchie uit 2025 blinkt uit in structuur: alle vragen die jij als fan van duurzaamheid van je kritische kennissen kunt krijgen, staan hier in, mét een kort antwoord én een volledige onderbouwing daarvan met feiten en statistieken. Handzaam is het ook, dus mee in je tas naar élke vergadering en élke verjaardag! Natuurlijk ook handig voor twijfelaars …. die kunnen zichzelf overtuigen.

Hannah is hoofdonderzoeker bij Our World in Data, een beroemd instituut dat op een toegankelijke manier data en statistieken presenteert, na ze tot op het bot onderzocht te hebben, en óok de onderliggende onderzoeken binnenstebuiten te hebben gekeerd. Die statistieken worden dan ook veel gebruikt, ze zijn feiten, geen meningen. Maar er is meer: Hannah kan ook geweldig schrijven: compact, toegankelijk en met humor. Dit boek heeft álles.

Het maatschappelijke boek Nog niet te laat …

….. schotelt ons 50 vragen voor, verdeeld over 10 delen. Het begint met de 5 ‘grote vragen’: 1. Zijn  we niet te laat? 2. Is er wel genoeg draagvlak voor klimaatbeleid? 3. Is klimaatbeleid niet teveel politiek gepolariseerd? 4. Ons land draagt maar 1% bij aan de uitstoot, heeft het wel zin? 5. China stoot steeds meer uit, heeft het wel zin?

De antwoorden zijn natuurlijk 5x ‘nee’, maar juist de argumenten en onderliggende cijfers zijn interessant. Zo krijg ik best vaak vraag 4 te horen. Wat zegt Hannah hierover? Alle landen die minder dan 2% uitstoten zijn samen verantwoordelijk voor 36% van de totale uitstoot. Dus als elk van die landen zou denken dat het geen zin had, kwamen we niet zo ver met uitstootvermindering. En het gros van die ‘kleine voetafdruklanden’, dragen maar in totaal 5% bij, de rest is ‘rijke landen’ die 31% bijdragen: Europa, Canada, Australië. En dan vraag 5: ja maar, China! Inderdaad, maar China ontwikkelt in recordtempo groene energie en elektrische auto’s, zeker 3x zoveel als Europa of de VS. Peak-uitstoot zal snel bereikt zijn (of is zelfs al bereikt), China neemt groene-energie uiterst serieus. Nu wij nog.

Fossiele brandstoffen

Deel II heeft 8 vragen over fossiele brandstoffen, en de mate waarin groene energie die al vervangt. Ook komen hierbij het brandstofverbruik van AI, en de werkgelegenheid in de fossiele sector aan de orde.  Vraag 10 vond ik bijzonder interessant: Hoe komen we aan genoeg schone energie om de fossiele brandstoffen te vervangen? Het blijkt dat er bij energie halen uit fossiel enorm veel verloren gaat, bij schone energie niet, we hoeven dus minder op te wekken.  Kolen verspilt tweederde, gas de helft. Benzine-motoren verspillen 80%, elektrische 20%. Dat we fossiele brandstoffen nodig hebben om schone energie-installaties te bouwen, klopt, maar dit betaalt zich al na een paar maanden tot een jaar terug. Het energie-rendement (ENROI) van schone energie is enorm hoog.

Hernieuwbare energie

Deel III gaat over hernieuwbare energie met 7 vragen, één daarvan gaat over dode vogels. Ja, windmolens doden ongeveer 1,2 miljoen vogels. Wat veel! Oh? Antennemasten 6,6 miljoen, hoogspanningskabels 28 miljoen, pesticiden 67 miljoen, auto’s 200 miljoen, gebouwen 600 miljoen en katten …. 2,4 miljard. Dus ….

Kernenergie

Deel IV, over kernenergie, heeft 4 vragen, waarvan er één over afval gaat. Hierin lees ik een leerzaam stuk over stralingsniveaus. Van al ons kernafval is 90% laag (LLW), dat kan in betonnen kluizen en is na 100 jaar wel uitgestraald. Middenactief afval (MLW) is 7% en zit in meerwandige vaten, maar zal op termijn ondergronds gaan, Finland doet dit per begin 2027. Hoogactief, HLW, is 1% van het totaal en bestaat voornamelijk uit brandstofstaven. En dit kan gerecycled worden! Het restant gaat in betonnen vaten, bovengronds. Men zoekt naar betere opslagmethoden, ondergronds, maar wel voor zo’n 1000 jaar. De conclusie is, ja we moeten beter met het afval omgaan, en nee, zoveel is het niet.

Electrische auto’s, zeldzame mineralen, verwarmen en verkoelen

Deel V gaat over elektrische auto’s. 8 vragen die onder andere kou, brand, laadpalen en bereik behandelen. Deel VI gaat over zeldzame mineralen, 5 vragen over mijnbouw en afhankelijkheden. En deel VII gaat over verwarmen en verkoelen, 3 vragen over warmtepompen en airco’s. Spernuttig, maar (voor mij) wel bekend terrein.

Voedsel

Dan VIII Voedsel. Hier 4 vragen, waarvan 1 over de ‘ultrabewerkte’ vleesvervangers. Die vraag krijg ik thuis ook, dus handig. Hannah toont aan dat bewerkt vlees zoals een hamburger (nog) veel slechter is, die heeft meer calorieën, meer verzadigde vetten, meer zout en veel minder vezels. En ze suggereert dat als er dan toch wat toegevoegd wordt, dat vitamine B12, calcium, zink en eiwit moet zijn. En ja, veel vleesvervangers zijn hiermee verrijkt.    

Bouwmaterialen, scheepvaart en luchtvaart

Door naar IX, Bouwmaterialen als cement en staal. Ik lees een interessant en positief stuk over groen staal, en knipperde met mijn ogen bij de stelling dat basalt cement kan vervangen, het heeft calciumsilicaat, maar geen koolstof, is dus uitstootvrij. Een van de bijproducten is magnesium, die CO2 uit de lucht kunnen absorberen. O ja, het is ruim voorradig en ligt aan de oppervlakte. Wow! Over de nadelen lees ik niks, waarom gebruiken we dit niet meer? Ik krijg de indruk (ik Ecosia-de het) dat het een kostbaar proces is. Aan de andere kant zijn de kosten van cement, of vervanging daarvan, maar een fractie van de totale kosten van een gebouw. Dat geldt ook voor (groen) staal. Duurdere vervangers zijn dus nauwelijks een probleem.

In dit deel komen ook de scheepvaart en luchtvaart aan de orde, elk verantwoordelijk voor 3% van de uitstoot. Interessant: 40% van het scheepstransport is transport van fossiele brandstoffen. Als we die minder gebruiken, daalt de vraag, daalt het transport, daalt de uitstoot. De rest moet opgelost worden met betere energie-opslag voor langere routes.

CO2-verwijdering en klimaatmodificatie

En dan deel X, CO2-verwijdering en klimaatmodificatie, denk aan geo-engineering, ruimte-spiegels, etc. Zowel CO2-afvangen als bomen planten is een druppel op een gloeiende plaat. Het afvangen kan nog wat opgeschaald worden, maar zal zelfs in 2050 niet meer dan 15% van onze huidige uitstoot kunnen verwijderen. Wat betreft klimaatmodificatie weten we nog te weinig van de bij-effecten om er al mee te gaan experimenteren. En luchtvervuiling en oceaanverzuring worden er niet mee opgelost.

Conclusie

De conclusie, eerder een epiloog, is ook een sterk stuk. Hannah roept ons op om niet mee te gaan in emotionele frames en anekdotes maar ons verstand te blijven gebruiken. Ook maakt ze duidelijk dat het heel belangrijk is om de context in het oog te houden: is iets veel of weinig, wat zijn de verhoudingen tussen schone energie en fossiele brandstoffen? Een miljoen ton CO2 afvangen klinkt veel, totdat je ontdekt dat dat we 40 miljard ton per jaar uitstoten. En ja, ook fossielarme energie heeft uitstoot, maar dat is alleen veel in een wereld zónder energievoorzieningen, want fossiele brandstoffen stoten vele malen meer uit. Dit stukje deed me denken aan Feitenkennis (Factfulness) van Hans Rosling.

Daarnaast zal alle schone energie-technologie zich blijven verbeteren, en worden de nadelen steeds minder. En dat leidt tot een belangrijk punt: kijk bij een stelling over schone energie áltijd naar het jaar van het onderzoek. Cijfers uit 2020? Volledig achterhaald! Bij kritische stukken wordt bijna altijd verouderde data gebruikt, dus vraag naar de publicatiedatum.

Laten we de feiten, de objectieve statistieken, combineren met een overtuigend verhaal en ook anderen tot actie aanzetten.

Mijn evaluatie van Nog niet te laat.

Dit boek is zeer leerzaam, op twee gebieden. Ten eerste de feiten (per 2025): er zijn vast nog wel onderwerpen waar je je niet in hebt verdiept. En die onderwerpen zijn breed! Van dicht-bij-huis-onderwerpen als elektrische auto’s, warmtepompen, airco’s en voedsel, tot wat verder-van-je-bed- onderwerpen als scheepvaart, geo-engineering, vogelsterfte, bouwmaterialen, kernenergie. Samen zijn het alle onderwerpen die op menige vergadering of verjaardag worden besproken. Regelmatig worden initiatieven van de VS als positief voorbeeld genoemd, met vaak een caveat dat dat misschien door de nieuwe president (Trump dus) wordt teruggedraaid. Dat is natuurlijk ook gebeurd. Ik heb een aantal andere voorbeelden ge-Ecosiad, en zag dat die initiatieven er nog steeds waren. Omdat de ontwikkelingen snel gaan is het boek niet zonder meer tijdloos, maar de trend die eruit spreekt, steeds meer, steeds sneller, toch zeker wel.  

Ten tweede de structuur. Op elke vraag een kort, maar toch genuanceerd antwoord. Dan feiten en cijfers voor verdere discussie. Vervolgens een paragraaf ‘Wat we kunnen doen’, die vrij concrete voorstellen doet voor overheid, bedrijven en privépersonen, met daarbij voorbeelden van waar dit al gebeurt, of veelbelovende experimenten. En als slot een paragraaf ‘Om in het achterhoofd te houden’ waar nog wat extra informatie wordt gegeven die zijdelings met de vraag te maken heeft. Zoals bij het cement: de vraag gaat over mogelijke uitstootvrije vervanging; een stukje over de impact van die vervanging op consumentenprijzen staat in de achterhoofd-paragraaf.

Achterin het boek staat een flinke lijst met bronmateriaal, veel uit vakbladen of van websites van het International Energy Agency en BloombergNEF. Door de vertaler zijn ook Nederlandse bronnen toegevoegd, en hier en daar Nederlandse data aan de tekst toegevoegd. Die vertaling is trouwens prima, geen rare zinnen, typo’s of andere missers, wél een goede vertaling van de luchtige schrijfstijl van Hannah, zoals ‘fris en fruitig’. Jammer van de titel wel. Waarom niet ‘De lucht klaren’? Ik vind juist de dubbele betekenis van de titel mooi. Grappig: expliciet wordt de Nederlandse wetenschapper Auke Hoekstra bedankt. Ik dacht het wereldje wel te kennen, maar van deze man had ik nog nooit gehoord. Werkzaam bij de TU Eindhoven en specialist in elektrische auto’s en opslagsystemen. Die moet ik eens in de gaten houden. 

Natuurlijk zijn er veel statistieken, grafieken, diagrammen en andere illustraties toegevoegd. Bijna elke vraag heeft er wel een, en dat maakt de data erg inzichtelijk. Ook al is er geen kleur gebruikt, de grafieken in grijstinten zijn goed te interpreteren, en leverde bij mij vaak Wow! op.

FOMO? Ja, dit is een boekje dat je bij de hand wilt hebben op een verjaardag, en cadeau kunt geven aan je onzin-verkopende oom Bert. Wat je meeneemt naar een vergadering, en daar je kritische collegae uit voorleest. Kort, krachtig, handig.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Nog niet te laat duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop Nog niet te laat duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij, Sustainability | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Familie: ‘nicht’ Elizabeth Gilbert

Ken je dat? Dat je filmacteurs zó vaak een goede rol ziet spelen dat je naar ál hun films wilt? Dat je álle wedstrijden van je favoriete sporter wilt zien? En dat je ze volgt op sociale media? Dat ze voelen als familie? Dat heb ik nu met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken, zonder op de recensies te wachten.  Ik volg ze op social media en lees hun nieuwsbrieven. Ze zijn familie, mijn bureau staat vol met hun foto’s! Ik stel elke maand een familielid aan je voor. Deze maand: mijn ‘nicht’ Elizabeth Gilbert.

Waar schrijft ‘nicht’ Elizabeth Gilbert over?

‘Nicht’ Elizabeth Gilbert schrijft fictie en non-fictie, en is niet echt in een bepaald domein te plaatsen. Zij werd bekend van haar memoir Eten, Bidden, Beminnen, waar zij 2 vervolgen op schreef. Of 3, want haar zelfhulpboek over hoe te leven als creatieveling, gaat ook voornamelijk over haarzelf. Een artikel in GQ was een mini-memoir. Ook schreef ze een biografie en een aantal romans, en bracht een kookboek van haar grootmoeder opnieuw uit. Misschien is het toch wel samen te vatten als: Elizabeth schrijft voornamelijk over Elizabeth, en dat is dan ook haar businessmodel.

Heeft ‘nicht’ Elizabeth andere zakelijke activiteiten?

Op dit moment is ‘nicht’ Elizabeth full time schrijver. Ook geeft ze workshops creativiteit en natuurlijk spreekt ze regelmatig op allerlei events.

Wat valt er nog meer over ‘nicht’ Elizabeth te vertellen?

Elizabeth is geboren (in 1969) en getogen in Connecticut. Haar ouders waren een apart stel: ze begonnen met vrij traditionele carrières als ingenieur en verpleegkundige, maar kochten al snel een afgelegen boerderij waar ze kerstbomen kweekten. Bij gebrek aan tv en pickup (de 70-er jaren he?) werd er veel gelezen, en ook schreven Elizabeth en haar zus toneelstukjes en boeken. Het zat er al vroeg in!

Elizabeth ging naar de Universiteit van New York, maar studeerde niet af. Ze dacht dat ze daar niet zoveel over literatuur en schrijven zou leren, als door het werkende leven en reizen. Ze verhuisde naar Philadelphia en werkte in de horeca om voor haar reizen te sparen. Ook schreef ze artikelen en korte verhalen, die ze verkocht aan verschillende bladen. In 1997 schreef ze een artikel voor GQ: The Muse of the Coyote Ugly Saloon”, wat eigenlijk haar eerste memoir was: het ging over haar tijd als barmeid daar. Het artikel werd verfilmd als Coyote Ugly. In die bar ontmoette ze haar eerste man: Michael Cooper. Ze trouwden in 1994, Elizabeth verliet hem in 2002. In die periode schreef ze 3 boeken, en veel artikelen. Ook had ze een aantal korte relaties, ze zegt later (in 2025) dat ze ‘verslaafd is aan liefde en sex’. Eerder (in 2015) noemde ze het ‘verslaafd aan verleiden’. Ik denk dat dat eerlijker is.

De scheiding kostte veel geld, en ook opnieuw beginnen kostte geld, dus schreef ze een voorstel aan haar uitgever voor een nieuw boek, en ja, dat werd geaccepteerd en ze kreeg een leuk voorschot. Hiervan reisde ze een jaar de wereld rond: Italië, India, Indonesië. Haar belevenissen staan in haar memoir Eten, bidden, beminnen uit 2006. Het leverde haar miljoenen op, en in 2007 een nieuwe echtgenoot: Jose Nunes, die ze in Indonesië beminde. Hoe dat huwelijk beviel, lezen we in haar memoir Committed, waarin ze ook het instituut huwelijk in het algemeen analyseerde.

Het huwelijk duurde tot 2016, in dat jaar begon ze een relatie met haar beste vriendin Rayya Elias. Hoe dat zo kwam, en hoe het afliep, lezen we in haar memoir Tot aan de rivier. Rayya overleed in 2018. Inmiddels heeft ‘nicht’ Elizabeth al weer wat andere relaties achter de rug, maar niets langdurigs.

Veel mensen zijn kritisch op de levensstijl en persoonlijkheid van ‘nicht’ Elizabeth, maar geven wél toe: schrijven kán ze! Daar sluit ik me bij aan. Wat velen doen met Instagram, doet zij met haar boeken.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Elizabeth Gilbert?

‘Nicht’ Elizabeth schreef 9 boeken, waarvan ik er 7 las. Ik schreef er kortere of lange recensies over, 2 op deze website, 5 via BookCrossing. Ik vond ze allemaal zo’n 4* waard, behalve de laatste.

Tot aan de rivier (2026) – All the Way to the River (2025)

Uit mijn recensie: Blijf je bij me tot aan de rivier? vraagt Rayya aan Elizabeth Gilbert. Deze belooft dat, en in Tot aan de rivier uit 2025 lezen we wat zich in het volgende deel van Liz’ leven afspeelt. Dit memoir is nog véél dramatischer dan de voorgangers. We lezen over opnieuw verliefd worden, de dood van Liz’ geliefde, Liz’ verslavingen en haar pogingen om af te kicken. Hoeveel dramatische ontwikkelingen kan een mensenleven hebben? Rayya is Liz’ kapster, en de twee worden goede vriendinnen en dan geliefden. De rivier is de East River in New York, om daar te komen moet je door een aantal buurten, van rijk en schoon tot achterbuurten vol verslaafden. Die rivier staat voor Rayya voor de dood, alleen de allerbeste vrienden lopen met je mee. Lees mijn recensie | Koop bij Libris  

 

Stad van meisjes (2019) – City of Girls (2019)

Uit mijn recensie (op BookCrossing, want fictie): Ik vond het een prachtig boek, de jaren rond WO2 zijn heel goed beschreven en de hoofdpersoon, Vivian, geweldig uitgewerkt. Zo anders dan ikzelf, en (toch) kon ik mij heel makkelijk verplaatsen in haar gevoelens en ervaringen. Knap gedaan! Flaptekst: New York, 1940. De negentienjarige Vivian Morris heeft het eerste jaar van de universiteit niet gehaald, en haar ouders besluiten dat ze bij haar tante in New York moet gaan wonen. Haar tante is de eigenaar van de Lily Playhouse, een roemrucht maar vervallen theater in Manhattan, en Vivian voelt zich meteen thuis in de extravagante en onconventionele wereld van acteurs en showgirls. Koop bij Libris

Big Magic ( 2015) – Big Magic (2015)

Uit mijn recensie: Big Magic van Elizabeth Gilbert uit 2015: is het een zelfhulpboek, of een memoir? Een beetje van beide. Elizabeth Gilbert kennen we van de megabestseller Eten, bidden, beminnen (Eat, Pray, Love). Ze heeft ongetwijfeld bergen vragen als ‘Hoe doe je dat nou?’ gehad en haar antwoord is dit zelfhulpboek voor creatieve beroepen. Wat het eerst opvalt, is hoe persoonlijk dit boek is, en hoe kwetsbaar ze zich opstelt: alle blunders en slechte beslissingen komen aan de orde. Maar gelukkig ook de goede beslissingen, want daar leren we ook van! Lees mijn recensie | Koop bij Libris

Het hart van alle dingen (2013) – The Signature of All Things (2013)

Uit mijn recensie (op BookCrossing, want fictie): Prachtig! Flaptekst: Laat je meevoeren van Londen naar Peru, van Philadelphia via Tahiti naar Amsterdam, in een verhaal vol buitengewone personages: missionarissen, vrijheidsstrijders, avonturiers, astronomen, zeekapiteins, en bovenal Alma Whittaker, de heldin van dit verhaal, een vrouw die haar tijd een stap vooruit was. Alma wordt geboren in een bekende familie van botanisten en groeit op tot een onafhankelijk meisje met een grote honger naar kennis. Het duurt dan ook niet lang voor zij haar eigen onderzoeksproject start. Maar terwijl haar studie haar meetrekt in de mysteries van de evolutie, wijst de man van wie ze houdt haar een tegengestelde richting. Koop bij Libris. Weetje: ‘nicht’ Elizabeth ging bij familielid Robin Wall Kimmerer te rade over de mossen, waar Alma zich in specialiseert.

Toewijding (2010) – Committed (2010)

Uit mijn recensie (op Bookcrossing): In Eten, Bidden, Beminnen (Eat, Pray, Love) lazen we hoe Elizabeth in Bali Felipe ontmoet. In het vervolg blijkt dat de Amerikaanse immigratie niet zo gelukkig met de regeling is als ze weer samen in Amerika wonen. Felipe wordt het land uitgezet. Als ze trouwen, ja dan mag Felipe het land weer in. Elizabeth is echter niet zo’n voorstander van (weer!) trouwen, en gaat op onderzoek uit.
Het is een interessant boek, over trouwen in verschillende culturen en verschillende tijden. Nooit geweten dat de kerk dit eerst verbood! Helaas is er in vergelijking met het vorige boek minder ruimte gemaakt voor de reizen en avonturen van Elizabeth. Koop bij Libris

Eten, bidden, beminnen (2008) – Eat, Pray, Love (2006)

Uit mijn recensie (op BookCrossing): Ik vond het zo goed dat ik het niet echt wilde vrijlaten (= ergens achterlaten). Prachtig, soms herkenbaar, vaak grappig en spannend. Dat de twijfel toeslaat over wat je met je leven doet, of het leven met jou. Flaptekst: Op haar dertigste heeft Elizabeth Gilbert alles wat een ambitieuze, hoogopgeleide vrouw zich zou kunnen wensen: een echtgenoot, een huis en een succesvolle carrière. Maar in plaats van gelukkig te zijn wordt ze overspoeld door paniek, verdriet en verwarring. Ze besluit dat het tijd is voor een zoektocht naar de dingen die ze mist in haar leven: plezier, toewijding en evenwicht, en gaat op reis. In Italië maakt ze kennis met la dolce vita, in India met tempelvloeren die geschrobd moeten worden en in Indonesië met een excentrieke medicijnman – en haar grote liefde. Koop bij Libris

De laatste man (2022) – The Last American Man (2002)

Deze biografie las ik nog niet, dus de flaptekst: Eustace Conway is in de ogen van Elizabeth Gilbert de laatste echte Amerikaanse man. Als zeventienjarige jongen verlaat Conway zijn ouderlijk huis, weg van de continue minachting van zijn vader. Hij verruilt huiselijk comfort voor een tipi in de Appalachen, waar hij zelfvoorzienend probeert te leven. Naarmate hij ouder wordt, jaagt hij grotere dromen na: hij vaart de Mississippi af in een zelfgemaakte kano, loopt de Appalachian Trail, en doorkruist Amerika te paard. Twintig jaar later woont Conway nog steeds in de bergen, waar hij lesgeeft in overlevingstechnieken aan mensen die dichter bij de natuur willen komen. Koop bij Libris

Mannen van staal (2008) – Stern Men (2000)

Uit mijn recensie (op Bookcrossing): Als je de flaptekst leest, lijkt het of de liefdesgeschiedenis de hoofdmoot is. Dat is niet zo, het komt pas aan het eind van het boek op, en dan nog maar super summier. Het draait wel om het leven van de kreeftenvissers, het wonen in een super klein plaatsje, en de relatie tussen Ruth en haar moeder en oma enerzijds, en de familie Ellis anderzijds. Ruth en de oude heer Ellis lossen dat uiteindelijk op, op een mooi beschreven manier. Flaptekst: Ruth Thomas is geboren op Fort Niles, een eiland voor de kust van Maine dat al generaties lang een felle concurrentiestrijd voert met het buureiland Courne Haven. Haar schoolvakanties brengt Ruth nog regelmatig door op het eiland van haar jeugd, waar ze haar eigen weg probeert te vinden tussen de rijke familie Ellis en de plaatselijke kreeftenvissers. Koop bij Bol

Pelgrims (2009) – Pilgrims (1997)

‘Nicht’ Elizabeth’s debuut. Dit boek las ik nog niet, dus de flaptekst: De helden van Pelgrims zijn de zoekers van alle tijden. Ze handelen blindelings, zeker als het om liefde gaat, maar ze zijn ook moedig en allemaal even onvergetelijk. In Pelgrims vertelt Gilbert twaalf verhalen over twaalf unieke mensen, waarbij ze met haar krachtige vertelstem, de onvergetelijke dialogen en de compassie voor haar personages iedere lezer direct zal raken. Koop bij Bol

Ander werk

Ze was redacteur voor The Best American Travel Writing 2013

Ze gaf het kookboek van haar overgrootmoeder uit 1947 opnieuw uit: At Home on the Range

En ze schreef bijdragen voor boeken en essays voor tijdschriften.

Verantwoording

Deze informatie komt uit  Wikipedia, Goodreads, Libris. Haar website is al een tijdje uit de lucht. Op Facebook vind je aankondigingen voor events. Ze heeft een Substack: Letters From Love.

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari (update maart 2026) nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart (update mei 2026) was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen
  35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
  36. December was voor tante Carol Dweck.
  37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
  38. En in februari nicht Katja Staartjes
  39. In maart was de beurt aan neef Malcolm Gladwell.
  40. April was voor ‘nicht’ Lois P. Frankel.
  41. In mei stelde ik ‘neef’ Frans de Waal aan je voor.
  42. En in juni ‘nicht’ Stine Jensen.
  43. In juli was de beurt aan ‘neef’ Jonathan Haidt
  44. Augustus was voor ‘nicht’ Elizabeth Gilbert.

Geplaatst in Biografie | Tags: , | Plaats een reactie

Recensie: De techbro’s – duistere verlichting

Hoe de futuristische fantasieën van enkele miljardairs de wereld veranderen in een nachtmerrie. Zo! De ondertitel van De techbro’s van George van Hal en Laurens Verhagen uit 2026 is duidelijk over de mening van de auteurs. Toch weten de journalisten van de Volkskrant een goed onderbouwd betoog neer te zetten, waarin het óók, of juist, gaat over het waaróm van hun acties, en uit welke bronnen de techbro’s hun inspiratie halen. Dit uitstekende boek leverde mij heel wat nieuwe inzichten op!

Ik ben een scifi- en fantasy-liefhebber, maar kende toch een aantal van die invloedrijke boeken (Snow Crash!) niet. En ook had ik de rol van mensen als Marc Andreessen, Peter Thiel en Sam Altman onderschat, het draait zéker niet (alleen) om Musk, Bezos en Zuckerberg, zoals de kaft impliceert. Een aantal leermeesters van de heren kende ik zelfs helemaal niet. Natuurlijk komt ook de relatie met Trump aan de orde, waar naar mijn idee toch de grootste push richting nachtmerrie vandaan komt. Ja, het boek laat helder licht schijnen op een duistere trend. Leerzaam dus, en erg goed geschreven.

Het maatschappelijke boek De techbro’s …

…. valt uiteen in 5 delen. Deel 1 gaat in op de missie van de techbro’s.  Het allereerste hoofdstuk begint met een introductie op het scifi-boek Snow Crash. In dit boek is de economie en de overheid in de VS ingestort en heersen de bedrijven over kleine stadsstaatjes, waarin ze hun eigen regels bepalen. Criminaliteit tiert welig, is gewoon een bedrijfstak. De bevolking zoekt zijn heil in de Metaverse, waarin de rijke deelnemers zich duurdere avatars kunnen veroorloven. Zuckerberg wil ook zoiets. Opium voor de massa’s. Marc Andreessen, bestuurslid van Meta, zegt dat ‘we al 5000 jaar bezig zijn ongelijkheid in de echte wereld te verminderen, we moeten niet nog eens 5000 jaar wachten. Online werelden kunnen het leven voor iedereen mooier maken, ongeacht de ontberingen in de echte wereld waarin ze zich bevinden.’ Goede intenties dus?

Musk laat zich inspireren door The Moon is a Harsh Mistress. Hierin heeft supercomputer Mike alle communicatie in handen, en gebruikt dat om de publieke opinie te beïnvloeden. Musk heeft X. Zijn bedrijf Neuralink is geïnspireerd door de Culture-reeks van Ian Banks. De verhalen van Asimov (de Foundation– en Robot-series) en Douglas Adams (A Hitchhikers Guide ...) inspireren hem om Space X op te richten en het heelal te koloniseren. Zo kan hij ervoor zorgen dat de mensheid niet uitsterft na een nucleaire oorlog of meteorietinslag. Goede intenties dus?

De meeste mensen lezen de scifi-verhalen als een waarschuwing voor een dystopische toekomst, en zelfs de auteurs ervan geven dat aan, maar de techbro’s worden rijk van de betreffende technologie, en bekijken het commercieel, zien het als een handleiding. Toch hebben ze meer drijfveren dan geld alleen. Daar gaat de rest van het boek over.

Techoligarchie

De techbro’s (van de VS) zaten altijd voornamelijk in het kamp van de Democraten, Obama maakte zich hard voor technologie en innovatie en verwaarloosde regulering. Maar via de Republikeinen was er nóg minder regulering mogelijk, en de Democraten werden strenger na het schandaal van Russische inmenging in de verkiezingen van 2016. Trump en Vance zitten juist perfect op één lijn met de techbro’s. Als de VS een wereldmacht willen blijven en China vóór willen blijven, moeten er sterkere banden zijn tussen de overheid en de technologiesector, net als in China het geval is, is hun uitgangspunt. Die vervlechting wordt in de VS ook ingezet: belangrijke functionarissen uit de techsector (Meta, Open AI, Palantir) hebben tegelijkertijd een formele rang in het leger en zijn onderdeel van de commandostructuur. De opkomst van de techoligarchie is een feit.

Duistere Verlichting

In hoofdstuk 3 maken we kennis met andere spelers. Zo komt Curtis Yarvin aan bod, hij heeft een bepaald reactionair blog en raakt bevriend met Peter Thiel. Ook Marc Andreessen is fan. Yarvin stelt dat het na de Verlichting met het Westen is misgegaan, door vrijheid, gelijkheid en broederschap. Doorgeschoten gelijkheidsdenken is de opmaat tot ellende, er is een autoritaire leider nodig die het land als een start-up gaat leiden. Yarvin staat aan de wieg van de Dark Enlightenment-beweging, de Duistere Verlichting. Peter Thiel is aanhanger, en heeft ook een organisatie, Dialog, waar techbro’s, politici en andere zwaargewichten deel van uitmaken en die wereldwijd bijeenkomsten organiseert die erg geheim worden gehouden. De auteurs vragen zich af of ze nu in complotdenkers zijn veranderd …   

Techoptimisme

De techbro’s zijn techoptimisten, AI gaat klimaatverandering oplossen en kanker genezen zegt Sam Altman. Hoe meer technologie, hoe beter. Hij en Musk richten Open AI op, om de macht van Google op AI-gebied te breken. Ook Bezos is een techoptimist, en richt Blue Origin op. Zuckerberg voorziet in ‘AI-vrienden’ om eenzaamheid tegen te gaan. Marc Andreessen behoort ook tot de club, en is als durfinvesteerder machtig. Onder invloed van Thiel verlaat hij de Democraten en wordt innovatie-adviseur voor de Republikeinen. Maar hij neigt naar extreem-rechts, is tegen ‘vertraging, economische stagnatie en bevolkingskrimp, wat leidt tot minder energie en meer lijden en dood.’  En ook Ray Kurzweil past in dit rijtje. Hij is bekend van de singulariteit, het moment dat AI de menselijke intelligentie overtreft. En dan is er Nick Bostrom, die aandringt op voorzichtigheid rond AI en bekend is van de papercliptheorie, de moeilijkheid een AI te beheersen die een doel nastreeft dat niet op menselijke waarden is afgestemd, het ‘alignment-probleem’. We leren de club aardig kennen.

Van utilisme naar langetermijnisme.

In deel II lees ik over utilisme en effectief altruïsme. Bij effectief altruïsme denk ik aan 10% van je inkomen aan goede doelen geven. Effectieve goede doelen natuurlijk. Maar volgens sommige uit onze club techbro’s gaat effectiviteit om het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. Het individu wordt hierdoor ondergeschikt gemaakt. En kun je met een beroep op het algemeen nut ook moreel verwerpelijk handelen rechtvaardigen? Peter Singer stelt met zijn ‘utilisme’ dit soort vragen. Ook deze vraag: een pand staat in brand. Erin een kind en een Picasso. Wat kies je om te redden? De Picasso natuurlijk, die kun je verkopen en met de opbrengst malarianetten kopen, waardoor je véél meer kinderen, in Afrika, redt. De Britse filosoof McAskill zou hier inderdaad voor kiezen, en in 2009 richt hij Giving What We Can op, een non-profit voor wat hij effectief altruïsme noemt.

De techbro’s gaan er in mee: zorg dat er zoveel mogelijk mensen op aarde of in de ruimte komen, en de hoeveelheid netto geluk neemt automatisch toe. Beter heel veel nauwelijks gelukkige mensen dan weinig zeer gelukkige mensen. En het draait niet zozeer om het hier en nu, maar om het heden én de toekomst, tot in het oneindige: langetermijnisme. Huidige generaties kunnen volgens het langetermijnisme worden opgeofferd om een ‘geoptimaliseerde’ mensheid veilig te stellen, ook als die mensheid geüploade breinen zijn, of AI met zelfbewustzijn. En wie is nu beter in het bepalen van de effectiefste manier om het geld van dat altruïsme te besteden dan de techbro’s? En natuurlijk is geld steken in (de veiligheid van) AI, die voor die gelukkige toekomst gaat zorgen, het effectiefst.

Nu zijn er ook andere ideologieën, waar veel AI-ondernemers effectief altruïsme en langetermijnisme mee vermengen: Transhumanisme, Extropianisme, Singularitarianisme, Cosmisme en Rationalisme, samen bekend als TESCREAL. TESC gaat over het samensmelten van mens en techniek en zo de ruimte veroveren, REAL over extreem utilisme. Geld steken in het leven op aarde is gevaarlijk: alle eieren in één mandje, na een kernoorlog of meteoriet-inslag is de mensheid uitgestorven. Het geld moet dus naar het koloniseren van het heelal. En daar voor zijn kolonisten nodig, heel veel kolonisten, nakomelingen van het ‘juiste soort mensen’. Slimme kinderen, nakomelingen van slimme mensen. En dat is urgent want tegenwoordig krijgen ‘slimme mensen’ minder kinderen dan ‘de rest’.

Kruisverbanden

Aan het eind van dit deel vatten de auteurs alle kruisverbanden tussen langetermijnisme, veel kinderen maken, kolonies op Mars, de scifi-boeken (LOTR, Ayn Rand’s boeken, scifi geschreven door witte mannen), techoptimisme nog even samen, wat in combinatie met de grote macht die de techbro’s hebben enorm invloed heeft op de maatschappij. Niemand die ze tegenhoudt!

Het vervolg van het boek, deel III, gaat over het zorgen voor veel genetisch superieure kinderen, onsterfelijkheid, witte astronauten / kolonisten, een technocratische dictatuur op Mars. Hiervoor is economische groei nodig, door slimme AI en een overvloed van energie die we uit de kosmos halen.

AI

Deel IV zoomt in op AI, of deze zelfbewustzijn kan ontwikkelen, wat dat nu eigenlijk is, en of het veel uitmaakt.  En wat is intelligentie precies? En, zal AI de duivel zijn, of God? Hierbij komt ook Yudkowsky aan bod, een ‘AI-doomer’. Hij schat de kans dat AI de mensheid vernietigt, de p(doom), op 100% in. Toch wordt hij als techoptimist gezien, hij bracht AI-experts bij elkaar en was invloedrijk op het gebied van de veiligheid van AI. Maar in 2020 denkt hij dat veiligheid onmogelijk is, en keert zich tegen het ontwikkelen van superintelligentie, want hij denkt dat die al op hele korte termijn het licht zal zien. Vandaar toch een tech-optimist, terwijl hij ook pessimist is. De titel van zijn recente boek ‘Als iemand dit bouwt gaat iedereen dood’ zegt genoeg. O ja, hij schreef ook Harry Potter and the Methods of Rationality – 6 delen. (Intrigerende flaptekst.)

Hierna lezen we over Max Tegmark en Ray Kurzweil, die AI ‘god-achtig’ noemen. Het kan zorgen voor onsterfelijkheid, via het uploaden van ons brein. Sam Altman, van OpenAI, ziet AGI als een ‘magische intelligentie’, en de techbedrijven als de pijlers van de bijbehorende religie. Peter Thiel noemt Altman een Messias-figuur. Bij een God hoort een Antichrist: een luddiet die alle wetenschap wil stoppen. De oorspronkelijke luddieten waren trouwens niet tegen technologie an sich, maar de bijbehorende controle en dwang.

Dystopie

Deel V heet ‘Op weg naar de dystopie’, en gaat over de inzet van AI en technologie voor vergaande surveillance, algoritmen en de inzet van technologie door Trump voor deportaties, denk aan Clearview en Anduril. Ja, dat is dystopisch, en al realiteit. Je zou zeggen dat de techbro’s inmiddels wel genoeg macht hebben, met al hun geld en de korte lijntjes naar Trump, maar nee. Ze snakken naar hun eigen ‘netwerkstaatjes’ waarin ze koning zijn en zelf de regels kunnen maken. Zulke staatjes bestaan al, bijvoorbeeld in Honduras, waar in zogenaamde ‘start-up-zones’ testen voor gen-technologie kunnen worden gedaan met véél minder regulering. De techbro’s willen volledige vrijheid, en vrijheid gaat volgens Peter Thiel niet samen met een democratie. De netwerkstaatjes zijn oefenterrein voor net zulke staatjes in de ruimte, lekker ver weg. Een Martiaanse technocratie, niet alleen een wetenschappelijk project, maar een politiek project. En bepaald niet gebaseerd op ethiek. Dat klinkt óók dystopisch, hoe ver weg het ook nog is.

Wat te doen?

Is er iets te doen aan deze onwenselijke toekomst? Daar gaat de epiloog over. De kern is het ‘herwinnen van de menselijke maat’. Europa moet haar eigen weg kiezen, een van digitale soevereiniteit.  We moeten investeren in het oplossen van de problemen in het hier en nu. Europa moet een ánder verhaal voor de toekomst hebben. En wijzelf? We moeten toekomstfictie lezen, maar niet die van de techbro’s, die van witte mannen. Nee, pak Ursula Le Guin, Becky Chambers, Octavia Butler, voor een menselijke en inclusieve kijk op de toekomst.   

Mijn evaluatie van De techbro’s

Ik vond dit een heel bijzonder boek. Ik las eerder de biografieën van Elon Musk en Jeff Bezos, maar deze waren zeker niet zo gedetailleerd over de motivatie van deze twee en over hun exacte toekomstfantasieën. Nu hebben de auteurs de beide heren niet persoonlijk gesproken, en is er van hun kant ook niet gereageerd op een aanbod van wederhoor, maar de bronnen waaruit is geput zijn openbaar. Daarnaast zijn er nog vele andere techbro’s: Mark Zuckerberg natuurlijk, maar ook, of met name Sam Altman en Peter Thiel, waar ik wel iets over heb gelezen, en verder nog vrij veel belangrijke, maar mij volstrekt onbekende mensen. Hoe prettig om nu een completer beeld te hebben van die club, die elkaar beïnvloedt, beconcurreert en opzweept.

Wat ik met name leerzaam vond is de historie van hun drijfveren, vaak dus gelegen in sciencefiction-literatuur, maar niet alleen dat. Ik begrijp nu ietsjes beter waarom Musk naar Mars wil én zoveel kinderen op de wereld zet. Ook hoe effectief altruïsme zich verhoudt tot miljardair worden en de ruimte opzoeken. Daarbij is het bijzonder interessant om over de diverse componenten van TESCREAL te lezen, en alle discussies over het verschil tussen AI en mensen qua intelligentie en zelfbewustzijn, en de vormen van combinaties van mens en technologie.

Met de onderbouwing is niets mis, veel komt uit boeken (biografieën en andere), kranten, vaktechnische publicaties en sociale media. Opvallend veel komt uit de biografie van Musk door Walter Isaacson. Op basis van het gedrag en de uitspraken van de techbro’s is een best complexe puzzel gelegd. De auteurs zijn hier al jaren mee bezig, en dat merk je aan de diepgang van met name de besproken boeken, fictie én non-fictie. Direct bewijs door bijvoorbeeld interviews was beter geweest, maar bij gebrek daaraan lijkt de  gekozen aanpak het beste alternatief.

Inmiddels is mij duidelijk waar de weerstand tegen democratie vandaan komt, niet alleen uit geldzucht, maar ook of meer uit de wens om zonder enige beperking de toekomstfantasieën waar te kunnen maken. Vrijheid, gelijkheid, broederschap zit vooruitgang in de weg, dus … Aan relevantie geen gebrek, aangezien ook flink wat aandacht wordt besteed aan de relatie met Trump en Vance.

Wat dit boek erg prettig leesbaar maakt is de mate van detail. Alles wordt uitgebreid uitgelegd, de verhalen uit de scifi-literatuur kort samengevat, de biografieën van alle spelers gegeven. Dat maakt dat je ook de onbekende techbro’s goed leert kennen. De voorbeelden, uitingen en acties worden goed weergegeven, vaak had ik het ‘oh ja-effect’. Het betoog loopt goed, geen kromme zinnen, geen typo’s, best bijzonder voor zo’n dik boek. Geen illustraties, maar ik zag het allemaal voor me ….

Door de veelheid van onderwerpen is het logisch dat er moeilijke keuzes gemaakt moesten worden over de structuur. Er is voor gekozen om eerst de missie van de techbro’s op hoog niveau weer te geven, en dan de diepte in te gaan op de diverse onderdelen. Halverwege is er een kleine pauze waarin de kruisverbanden kort aan de orde komen, waarna er verder wordt ingezoomd op AI, waar veel van de toekomstfantasieën nu op drijven. Deze structuur leidt onvermijdelijk tot wat herhaling, die ik zeker niet storend vond. Het is tenslotte een dik boek, en de onderwerpen zijn behoorlijk gevarieerd. Natuurlijk is er wat jargon, maar alle termen worden uitgebreid uitgelegd.

Puntje van kritiek? Nou, ik vond de Epiloog, ’Wat kunnen we doen?’ wat kort en mager. En dat komt omdat er niet zoveel is wat we kúnnen doen, behalve wat al in de steigers staat: Tech-soevereiniteit verzekeren en onze menselijkheid behouden. En andere scifi lezen, ik ben inmiddels aan de Aardzee-serie van Ursula Le Guin begonnen.  

FOMO? Zeker wel. Dit raakt ons allemaal en is uitstekend verwoord.   

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De Techbro’s duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (luisterboek);
  • of haal het uit een minibieb!

Koop De Techbro’s duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Een voor allen, allen voor een – niet nieuw

Begin met het Waarom van Simon Sinek was een mega-succes, en hij schreef in 2014 een opvolger: Een voor allen, allen voor een, de vertaling van ‘Leaders Eat Last’. In dit boek staat de zorg van de leider voor zijn medewerkers centraal, en het creëren van een veilige omgeving. Natuurlijk is elke theorie van Simon weer geïllustreerd met veel voorbeelden uit de zakenwereld, maar vooral uit de wereld van het Korps Mariniers. Dáár eten de leiders létterlijk als laatsten.

Simon komt in dit boek niet met een nieuwe theorie of baanbrekend principe over leiderschap. Wel gebruikt hij input uit de biologie, antropologie en evolutieleer om ons gedrag, en de noodzaak van een veilige cultuur te duiden. Dat maakt het boek minder leerzaam dan ik had verwacht, maar bevestigt wel wat me ook logisch lijkt. De voorbeelden zijn ontleend aan de VS, met hun Angelsaksische bedrijfscultuur, de positieve daarvan zouden in Europa minder bijzonder zijn geweest, over de negatieve schudden we nog steeds ons hoofd.   

Het leiderschapsboek Een voor allen, allen voor één …

… is onderverdeeld in 8 delen. In mijn Booknotes heb ik hier vrij uitgebreid over geschreven, ik beperk me nu tot een hoog niveau samenvatting daarvan. Wat is Simon’s betoog?

*Deel 1: Onze behoefte aan veiligheid. Voor elkaar zorgen, je medewerkers vertrouwen geven en beschermen, gedeelde normen en waarden, dit zorgt allemaal voor veiligheid, Simon noemt het de Cirkel van Veiligheid.

*Deel 2: Imposante krachten. Vier ‘geluksstofjes’ én het angsthormoon sturen ons gedrag. Endorfine maskeert lichamelijke pijn en geeft genot of euforie als je jezelf tot het uiterste inspant. Je kweekt hierdoor uithoudingsvermogen. Dopamine geeft ons een prettig gevoel als we een prestatie neerzetten. Nadeel: het is verslavend. Serotonine hoort bij het krijgen van waardering van anderen, als we ons dienstbaar opstellen. Oxytocine komt vrij als we bij onze geliefden of beste vrienden zijn, als we altruïstisch zijn. Het maakt ons sociaal, en het versterkt ons immuunsysteem. Cortisol waarschuwt voor dreiging en veroorzaakt stress. Ook bij een onveilige omgeving komt cortisol vrij, en cortisol remt het vrijkomen van oxytocine.

*Deel 3: De werkelijkheid. We zijn heel slim en rationeel, door onze neo-cortex. Onze gevoelens worden geregeerd door het limbische systeem, dat geeft ons het vermogen om samen te werken. Onze vooruitgang, verzonnen door de neo-cortex, maakt het ons steeds moeilijker om samen te werken. We krijgen teveel dopamine én cortisol, de omgeving stimuleert geen aanmaak meer van serotonine of oxytocine.

*Deel 4: Hoe we hier beland zijn. In 1946, net na WO2, werden er extreem veel kinderen geboren: een babyboom, die ‘boomer’ generatie eindigde in 1964. De boomers kenden alleen maar vrede en welstand. Als tieners in de 60-er jaren zetten  ze zich af tegen hun ouders. Voor hen draaide het om individualisme, vrije liefde, narcisme. Maar ook verzetten ze zich tegen racisme en discriminatie, streden voor mensenrechten. Toen ze veertigers werden, brachten ze hun egocentrisme (en niet hun idealen) mee naar de werkvloer. Ze bekleedden hoge posities bij bedrijven en overheid. En ze waren met vééééél. Ze maakten politiek de dienst uit. Van het beschermen van mensen naar het beschermen van geld. Schaalvergroting verlaagde de kosten, en zorgde voor afstand tussen mensen. De mensen zijn vreemden voor elkaar geworden, abstracties. 

*Deel 5: De abstracte uitdaging. Als je je medewerkers, collega’s, klanten niet meer persoonlijk kent, zijn het abstracties. Abstracte mensen kun je makkelijker pijn doen. Door die abstractie laten we nu het eigenbelang voorgaan, we nemen geen verantwoordelijkheid voor onze daden. Het gaat nu om ‘aandeelhouderswaarde’  en wat we doen ‘valt binnen de wet’. Er is dus iets nodig om die abstractie tegen te gaan. De mensen, op wie jouw werk impact heeft, echt zien verhoogt de motivatie. Daarnaast moet de groep klein en beheersbaar blijven, 150 personen maximaal. Nog een reden: we kregen het steeds beter, en wie meer heeft, heeft meer te verliezen. Het evenwicht tussen egoïsme en altruïsme is zoek. ‘Verwoestende overdaad’, noemt Simon dat.

Deel 6: Verwoestende overdaad. Hierin 5 leiderschapslessen. 1: Zo de cultuur vaart, vaart het bedrijf. Een slechte cultuur zal op den duur het bedrijf vernietigen. 2: Zo de leider vaart, vaart de cultuur. De leider gaat over het doel en de visie, en geeft de controle uit handen. Hij/zij helpt met kennis en relaties. Creëert vertrouwen en beloont samenwerking. 3: Integriteit telt. Integriteit is altijd de waarheid vertellen, ook als je het oneens bent met elkaar. 4: Vrienden zijn belangrijk. Focus op overeenkomsten en werk samen met je (politieke) tegenstanders. Zo krijg je zelf óók wat voor elkaar.   5: Leid de mensen, niet de getallen. Maar … vergeet niet dat ook wij aandeelhouders zijn, die ervan dromen snel rijk te worden (zegt Simon). Dat is de dopamine!          

*Deel 7: Een maatschappij van verslaafden. Het genot dat we aan alcohol, roken, gokken en overdadig eten ontlenen komt óók door de dopamine. En het bereiken van een doel geeft óók een dopaminestootje. Maar korte termijn, individuele doelen ondermijnen de vooruitgang van de groep als geheel, verzwakken de Cirkel van Veiligheid. De jongere generaties zijn verslaafd aan sociale media, alles steeds sneller krijgen, instant bevrediging. Ze zien niet in dat ze tijd en energie moeten investeren om iets te bereiken, brengen geen offers, doen niets samen. Serotonine en oxytocine komt dus niet vrij, alleen dopamine. Depressies, zelfmoorden en schietpartijen nemen toe.  

*Deel 8 Een leider worden. We zijn dus verslaafd aan dopamine. Maar zoals met elke verslaving: daar kun je ook weer van af komen. Wat nodig is, is iets om in te geloven, een missie. Een ‘Why’. Dat doel is om anderen te dienen (en dat zijn niet de aandeelhouders). Hoe creëer je zo’n andere cultuur? Breng steeds kleine veranderingen aan en op een gegeven moment is er momentum en wordt de organisatie getransformeerd. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de bedrijfsleiding, maar van elk lid van de groep. We moeten allemaal de Cirkel van Veiligheid sterk houden.

Mijn evaluatie van Een voor allen, allen voor een.

Qua principes leerde ik weinig nieuws, er wordt zóveel geschreven en gesproken over een veilige cultuur. De uitweiding over de 5 stofjes is interessant, maar de conclusie niet verrassend, die dopaminestootjes kent iedereen wel. Ook in 2014 al, denk ik. Het boek heeft een flinke lijst met bronmateriaal, een literatuurlijst en een index, dus qua onderbouwing van inhoud is er genoeg om verder te lezen over de ontwikkelingen die Simon aanstipt. Ik leerde wel weer wat over de VS, waar alle voorbeelden aan ontleend zijn. Omdat de invloed van de VS op ons steeds negatiever lijkt te worden, neemt mijn belangstelling voor de cultuur in de VS toe, en ik verbaasde me dan ook regelmatig over met name de voorbeelden uit de politieke historie die Simon veel gebruikt. Hoe impactvol kan een verandering in primair woonadres zijn! Nu zijn we alweer 12 jaar verder, en is de cultuur verder veranderd. Doorgedenderd op het ingeslagen pad.

Simon’s schrijfstijl is prettig, de voorbeelden zijn interessant maar wat gedateerd en ook redelijk extreem: de ‘slechte’ banken, de ‘goede’ innovators zoals 3M. Het betoog is op zich duidelijk, hoewel hij niet al te veel woorden vuil maakt aan het proces van cultuurverandering. Ook blijft het wat oppervlakkig: om van onze verslaving aan korte termijn, individuele doelen af te komen is wel wat meer nodig. Nu is de ondertitel ‘Waarom … ‘ en niet ‘Hoe …’ dus dat verklaart het. Toch is het wat onbevredigend. Qua uitvoering is het boek goed geredigeerd (behalve de keuze voor de titel, brrrr), maar verder vrij sober.

Mis je wat als je dit boek niet leest? Nee, dit is niet Simon’s beste boek.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend 0 , Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Een voor allen, allen voor een duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Een voor allen, allen voor een duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Leiderschap | Tags: , , , | Plaats een reactie