Wie ‘Manderley’ zegt, weet direct: Rebecca. En Daphne du Maurier. Manderley voor altijd is dan ook de geromantiseerde biografie van de beroemde Britse schrijfster, geschreven door de misschien net zo beroemde Tatiana de Rosnay, uit 2016. Ik ben meer fan van Tatiana dan van Daphne (niks van gelezen, mea culpa), en Tatiana stelt me niet teleur. Ik denk na over de pijlers van het succes van Daphne, en laat me ontroeren door haar best roerige leven, onconventioneel, zéker in die tijd.
Ik zie vier succesfactoren: afkomst, karakter, inspiratie en discipline. Waar de nadruk op ligt, verandert naarmate Daphne carrière maakt en ouder wordt. Tatiana mixt de koele feiten van geboorten, huwelijken, publicaties en overlijden, met mooie beschrijvingen van Daphnes (veronderstelde) emoties en vooral van de huizen waar ze in woonde. Die waren heel belangrijk voor haar want ‘Mensen en dingen verdwijnen, plekken niet.’ zo zegt Daphne zelf. Tatiana slaagt er in om in mij zowel bewondering voor als afkeer van Daphne op te wekken, door verschillende facetten van haar karakter in het geromantiseerde verhaal terug te laten komen. En die verschillende facetten zijn volgens dit boek ook in het werk van Daphne terug te vinden. Dus … Rebecca op mijn leeslijst gezet!

Het biografische boek Manderley voor altijd …
… is ingedeeld in ‘huizen’, omdat die zo bepalend waren voor haar carrière. Tatiana bezocht alle huizen waarin Daphne heeft gewoond, en aan het begin van elk ‘huis-deel’ staat dan ook een korte impressie van het betreffende huis en buurt, anno nu.
Cumberland Terrace
Het boek begint in Londen, Mayfair, Cumberland Terrace. Daar is Daphne in 1907 geboren, als middelste van 3 zusjes. Het is een groot huis, de familie is dan ook behoorlijk rijk. Vader Gerald is een goedbetaalde acteur, hij speelt in toneelstukken. Jong, knap, veelgevraagd, een narcist en vrouwenversierder. Daphne is zijn favoriet. De kinderen spelen met Gerald elke avond een toneelstuk, vaak Peter Pan. Daphne claimt altijd de jongens- en mannenrollen.
Cannon Hall
Na 9 jaar verhuist het gezin naar een nog groter huis: Cannon Hall in Hampstead. Ze zullen hier 18 jaar wonen en geven lunches en feesten voor de fine fleur van de Britse theaterwereld. Gerald is de ster, natuurlijk. De meisjes gaan hier naar school, later thuisonderwijs, en krijgen Frans, kunst, muziek, literatuur. Daphne schrijft prima opstellen, maar spelling en grammatica is niet haar sterkste punt. Dat zal haar hele leven zo blijven. Ze speelt met haar zusjes en doet alsof ze een jongen is: Eric Avion is haar alter ego. Ze schrijft in haar dagboek. En ze leest alles wat los en vast zit, ook de romans van haar opa George du Maurier. Als ze 14 is, zoekt een 20 jaar oudere, getrouwde neef toenadering: stiekem handjes vasthouden, zoenen misschien. Daphne is dolverliefd en geniet, denk ik, ook van het spannende geheimhouden. Inmiddels is Gerald geridderd, strooit met geld en heeft een ‘stal’ met ‘veulentjes’, jonge actrices die hem aanbidden. Hij vertelt Daphne en haar oudere zus er alles over, en ze ontdekt dat hij ook vreemd gaat met de meisjes. Tegelijkertijd is hij bezitterig naar zijn twee oudste dochters: met wie gaan ze uit? Waarom komen ze laat thuis? De sfeer thuis is niet te harden.
Villa Camposenea
Gelukkig mag ze in 1925 naar een finishing school in Frankrijk: de villa Camposenea in Meudon, Hauts-de-Seine. Het plan was dat ze daar één semester zou blijven, maar ze overtuigt haar ouders dat ze langer moet blijven om haar Frans te verbeteren. Die vinden het prima, ze weten niet dat ze een lesbische relatie met Fernande, een 14 jaar oudere lerares, heeft aangeknoopt. Ze mag zelfs met Fernande op vakantie. In haar brieven naar haar familie is over de relatie niets te vinden, maar wel in die naar haar oude gouvernante. Liefde? Of toch weer de spanning van het clandestiene? Tijdens de schoolvakanties gaat ze terug naar Londen, gedeprimeerd, en schrijft korte verhalen, waaronder Fear en The Old Woman. Ze vindt ze niet goed. Ze gaat met de familie op vakantie naar Cumberland, Fernande komt ook. Maar als ze weer terug zijn in Londen, blijkt Fernande ontslagen. Is hun affaire ontdekt?
Van huisvriend Edgar Wallace, een beroemde schrijver, leert ze dat discipline de sleutel tot schrijverssucces is. Daphne sluit zich op in de stinkende kleedkamer van hun tennisbaan. Ze mag weer op vakantie in Frankrijk! Met Fernande natuurlijk. In de trein observeert ze een Brits stel, en krijgt inspiratie voor een verhaal. Ze denkt aan niets anders, zelfs niet aan Fernande. Het verhaal, Panic, heeft een macaber einde. Een bezoekje aan een kapel in een stadje geeft haar inspiratie tot een nieuw verhaal: La Sainte-Vierge. En dan besluiten Daphne’s ouders plotseling om een buitenhuis is Cornwall te kopen: aan zee. Om Daphne te weerhouden weer naar Frankrijk te vertrekken?
Ferryside
Het buitenhuis is Ferryside, in Fowey, Cornwall. Fowey lijkt erg op het Franse kustplaatsje waar Daphne zo gelukkig was. Na een jaar is ze verliefd op Fowey, meer dan op Frankrijk, meer dan op Fernande. Als het gezin weer naar Londen vertrekt, mag Daphne een maand in haar eentje op Ferryside blijven. Ze is twintig en vind het alleen-zijn gewéldig: vrijheid! Een lange broek aan! En rust om te schrijven. Ze schrijft een kort verhaal, macaber, pervers, over een meisje met een geheim. Het meisje noemt ze Rebecca, het verhaal is The Doll. Inmiddels heeft ze tien verhalen, en stuurt ze op naar een literair agent, een kennis van een kennis van de familie. En ja, die vindt de verhalen goed, wil er meer, en zal op zoek gaan naar een uitgever. Daphne is te druk met zeilen om te schrijven, en hoort over een verlaten huis in de buurt: Menabilly. Het is verlaten, vervallen, luguber. Ze klimt door een open raam naar binnen, spinrag, schimmel, rommel, vocht. Daphne vindt het geweldig!
Een uitgever is nog niet gevonden, maar een oom is hoofdredacteur van een tijdschrift, en wil wel een verhaal hebben: ‘And Now To God The Father.’ Daphne staat op de cover. Ze beseft dat ze haar naam mee heeft, met een beroemde vader en grootvader. Ze belooft zichzelf dat haar voornaam nét zo bekend zal zijn als die van hen. Een literair agent neemt contact op en stelt voor dat ze een roman schrijft. Ze gaat alleen naar het onverwarmde Ferryside en op 3 oktober 1929 begint ze aan haar eerste roman, The Loving Spirit. Eind maart 1930 is er een uitgever gevonden! Ze is 22, de auteursrechten zijn 67 pond, haar eerste zelfverdiende geld. Ze begint gelijk aan de volgende roman, het succes heeft haar geïnspireerd: I’ll Never Be Young Again is klaar in juli 1930, terwijl ze nog wacht op de publicatie van haar eerste roman. Haar agent vind de beschrijvingen van de natuur prachtig, maar de hoofdpersoon onsympathiek en de onderwerpen ‘modern’. In januari 1931 begint ze aan haar derde roman, met een onsympathieke hoofdpersoon en een gewelddadig, wreed en angstaanjagend verhaal: The Progress of Julius.
Terwijl ze het schrijft ziet ze in de verte op een motorboot een knappe vent, die ze weer snel vergeet, want haar boek moet af. Later ontmoet ze de knapperd: majoor Tommy Browning. Ze worden verliefd en trouwen. Haar eerste roman wordt goed ontvangen, de tweede krijgt negatieve recensies, maar verkoopt goed. Ze wordt snel zwanger, maar ziet op tegen de verplichtingen als ‘echtgenote van …’. Ze hoopt op een zoon, krijgt een dochter, en besteedt er weinig aandacht aan. De recensies van haar derde boek zijn wisselend, maar verkoopt goed. Dan overlijdt haar vader Gerald, en Daphne besluit dat haar volgende boek zijn biografie zal zijn. Het boek, Gerald, A Portrait, wordt uitgegeven bij een nieuwe uitgeverij, die heel veel aan marketing doet. Kennissen van Gerald spreken er schande van, veel te openhartig, maar het publiek vreet het. Daphne’s drang om weer te schrijven is zo groot dat ze bewust weinig aandacht geeft aan haar eenzame moeder, haar echtgenoot en haar dochter. Ze begint aan ‘Jamaica Inn‘, en dat wordt haar eerste bestseller.
Alexandrië
Intussen maakt majoor Tommy promotie tot commandant van zijn eenheid en wordt naar Egypte gestuurd. Daphne moet mee. In de hitte schrijft ze een kroniek van haar familie. Dan blijkt ze weer zwanger, ze is dolblij. Niet om het kind, maar omdat ze voor de bevalling naar Engeland terug kan, naar Ferryside. Weer een meisje. Ze laat haar dochtertjes achter bij haar moeder en gaat terug naar Egypte. Die omgeving levert weinig inspiratie op, en ze denkt aan de ex-verloofde van Tommy waarop ze jaloers is, aan Cornwall, aan Menabilly. Hoe moet ze dat huis in haar nieuwe roman noemen? M … M… Manderley. Ze noemt de roman Rebecca, net als haar verhaal van 10 jaar geleden, dat nooit is uitgegeven. Het wordt een enorme bestseller, wordt in vele talen vertaald en door Hitchcock verfilmd. Niémand heeft het meer over Gerald.
Menabilly
Wat gebeurt er na Rebecca? De Tweede Wereldoorlog waar Tommy met een trauma uitkomt, door de verliezen van Market Garden, waar hij bij was. Een derde kind, een zoon. En ze huurt Menabilly voor 20 jaar, laat het grondig verbouwen. “ik geloof dat ik meer van Mena houd dan van mensen”, zegt ze hierover. Haar huwelijk loopt langzaam stuk, ze slapen apart. Ze wordt van plagiaat voor Rebecca beschuldigt, maar wint de zaak. Ze ontmoet Ellen Doubleday, de vrouw van haar Amerikaanse uitgever, en wordt verliefd op haar, maar dat is niet wederzijds. Ze schrijft het toneelstuk September Tide, en de hoofdrol, gemodelleerd naar Ellen, wordt gespeeld door Gertrude Lawrence, een van de ‘veulentjes’ uit de ‘stal’ van haar vader. Daar begint Daphne een relatie mee. De liefde voor Ellen is niet verdwenen, en opnieuw neemt Daphne haar als model voor een hoofdpersoon, nu voor My Cousin Rachel, wat net zo’n succes wordt als Rebecca. Tommy wordt benoemd als schatbewaarder van de net gekroonde Elizabeth en zal in Londen gaan wonen, Daphne blijft in Menabilly.
Ze brengt een verhalenbundel uit, de recensies zijn matig, men vindt de gewelddadigheid in de verhalen niet passen bij een ‘schrijfster van romantische verhalen’. Zo denkt Daphne helemaal niet over zichzelf! Van haar verhaal The Birds worden direct de filmrechten verkocht, aan Hitchcock. Na de dood van Gertrude heeft ze geen zin meer in schrijven, maar ja, de uitgever staat erop. Ze schrijft met moeite een boek over haar over-over-grootmoeder, wat flink herschreven moet worden. Daarna begint ze aan een biografie over de hele dynastie du Maurier. Verrassing! Geen aristocratische achtergrond wat men altijd dacht, maar glasblazers die bij een boerderij ‘Le Maurier’ hebben gewerkt. Voordat ze met schrijven begint, ziet ze echter iemand die ze denkt te kennen, een vriend van Tommy. Maar nee, een dubbelganger. En dat is inspiratie voor The Scapegoat, wat eigenlijk gaat over de twee gezichten van een mens, een thema wat in veel van haar werk terugkomt. Lovende recensies en verfilmd met Alec Guiness.
Dan wordt Tommy ernstig ziek, iemand belt op om te vertellen dat ze al een jaar een relatie met Tommy heeft, dat deze het dubbelleven niet meer volhield en daardoor is ingestort. Hij is ook alcoholverslaafd. Daphne heeft spijt van haar keuzes: om niet bij hem in Londen te wonen, om altijd het schrijven voorrang te geven boven haar familie. Ze stopt met schrijven en wijdt zich aan Tommy, die echter zwaarmoedig is én aan de drank blijft. Als het wat beter gaat, begint ze aan een biografie van Branwell Brontë, broer van. Het verkoopt niet best. En dan pakt ze de kroniek van de Busson-du Mauriers weer op: The Glass Blowers. Dat verkoopt ook niet goed. Tommy krijgt trombose, daarna longontsteking en sterft in 1965.
Kilmarth
In 1967 en 1968 schrijft ze The house on the Strand , over het landhuis Kilmarth gaat. De hoofdpersoon is Dick, en ze schrijft in de ik-vorm. Ze weet dan al dat ze weg moet uit Menabilly, en dat het nabijgelegen Kilmarth, vlakbij zee, haar volgende thuis is. Na het vertrek uit Menabilly heeft ze geen inspiratie voor een nieuwe roman, maar maakt met haar zoon een fotoboek over Cornwall, hij de foto’s, zij de tekst. Daarna schrijft ze Don’t Look Now, haar ijzingwekkendste verhaal ooit. Haar biografieën over Anthony en Francis Bacon verkopen nauwelijks. En daarna heeft ze wéér geen inspiratie. Memoires dan maar? Ze heeft het dagboek nog….. maar de waarheid schrijft ze niet op, ze verfraait het stevig. De autobiografie komt in 1977 uit, de recensies zijn niet goed.
De laatste 5 jaar van haar leven schrijft ze niet meer: haar gezondheid is broos, het heilige vuur gedoofd. Ze doet een zelfmoordpoging. Haar geheugen laat haar in de steek, er hangt een dikke nevel in haar hoofd. Ze verliest haar levenslust, stopt met eten, in het voorjaar van 1989 weegt ze 38 kilo. Op 19 april trekt de nevel op, en ze overlijdt.
Mijn evaluatie van Manderley voor altijd
Ook bij een biografie denk ik eerst: wat leer ik hiervan? Wat zijn de sleutels tot het succes van de hoofdpersoon? In het boek is hiervan geen analyse gemaakt, dus ik doe het zelf.
Bij een kunstenaar is de eerste sleutel inspiratie. Dit weet het boek goed te duiden: in het begin van haar carrière ziet zij in alles in haar omgeving een bron van een nieuw verhaal. Na de eerste vonk ontwikkelt het verhaal zich langzaam maar zeker in haar hoofd. Maar ook haar eigen gevoelens en karakter verwerkt ze, zoals haar eigen jaloezie in Rebecca, haar hang naar geheimzinnigheid in haar horror-achtige verhalen. Later in haar carrière móet ze schrijven, ook als ze geen inspiratie heeft, en kiest ze voor biografieën en kronieken van echte families, waaronder die van haarzelf. Daarvoor is hele goede research belangrijker.
Vakmanschap dan: kan ze ook goed schrijven? Veel recensies hebben er kritiek op, slechts enkele boeken springen er wat schrijfstijl betreft uit. Haar andere boeken verkopen door haar naam, en de opgebouwde reputatie, dat deed me wat denken aan de Reacher-boeken van Lee Child. Die worden alleen maar slechter, én vliegen als warme broodjes over de toonbank.
Dan haar afkomst: high society, met veel geld en een groot netwerk van mannen op hoge posities bij uitgeverijen, agentschappen en tijdschriften en later de filmindustrie. Haar vader was wereldberoemd, haar achternaam opende vele deuren. Haar opvoeding was gericht op de kunsten, niet op het vinden van een baan. Ook haar beide zussen werden bekend in de kunstwereld: de oudste als schrijfster, de jongste als schilderes. En nog een overeenkomst: ook haar zussen hadden (langdurige) lesbische relaties. Maar Daphne was een tomboy, kleedde zich later ook mannelijk, en ook die kant van haar beïnvloedde haar keuzes qua onderwerpen.
Qua karakter springt er één ding uit: onafhankelijkheid. Ze wil vrijheid, alleen door de natuur wandelen, alleen wonen en vooral ook financieel onafhankelijk zijn van haar familie én haar man. Dat laatste motiveert haar om veel te schrijven, en geld te verdienen. Haar hang naar alleen-zijn helpt haar ook met discipline, want helemaal in het begin moet ze zich er echt toe zetten te schrijven, er is teveel afleiding. Later, met name in Menabilly, zondert ze zich voortdurend af van haar familie. Aan het eind van haar carrière heeft ze minder geld en wordt ze broodschrijver.
Is deze kennis nog relevant anno nu? Misschien niet: vrouwen hebben meer beroepskeuzes, AI maait de creatieve beroepen weg, de tijd is teveel veranderd. Maar discipline, verbeelding en vakmanschap zullen belangrijk blijven voor succes. Denk ik. Hoop ik.
Hoeveel ervan is waar? Natuurlijk zijn veel gebeurtenissen gewoon feiten: geboorten, huwelijken, bezoeken van de Koninklijke Familie. Tatiana heeft verder gebruik gemaakt van de autobiografie van Daphne, en die van haar oudere zus. Ook is er veel ontleend aan de brieven van/aan Daphne, en misschien toch haar dagboek, hoewel Daphne dat 50 jaar gesloten wilde houden. Daarnaast staan op het bronnenoverzicht een aantal andere biografieën over Daphne. Het is moeilijk te zien waar de bronnen ophouden en Tatiana’s fantasie begint. Daphne’s gevoelens en ervaringen als ze 4 jaar is, en die van haar laatste levensjaren zijn waarschijnlijk fantasie. En om er een aantrekkelijk verhaal van te maken, romanachtig, zal er heel veel meer bij verzonnen zijn. Tatiana stelt dat ze op Daphne lijkt, dat ze zich goed kon inleven in haar binnenwereld.
De schrijfstijl van het boek is prettig, maar niet super. Sommige gebeurtenissen worden wel heel kort genoemd, met name die later in Daphne’s leven, en je blijft dan met vragen zitten. Andere gebeurtenissen worden juist weer heel erg uitgesponnen, met name die in haar jeugd. Tatiana analyseert en verklaart niets, ze laat Daphne voor zich spreken, of niet. Ik vind het bijvoorbeeld heel toevallig dat alle drie de zussen lesbische relaties hebben, hebben de familie-omstandigheden in hun jeugd, zoals hun narcistische, vreemdgaande vader, daar iets mee te maken gehad? Of de tijdsgeest, zo rond de Tweede Wereldoorlog? Of de onconventionele kunstenaarswereld? Tatiana laat ons zelf conclusies trekken.
Fijn aan het boek zijn de foto’s, en de beschrijving van de foto-shoots. Dat maakt het erg persoonlijk. Ook prettig is dat wij veel ‘spelers’ in het verhaal kennen omdat het beroemdheden zijn: Hitchcock, Alec Guiness en meer. De keuze voor een verdeling in ‘huizen’ is prima, want het is duidelijk hoeveel die huizen de carrière van Daphne beïnvloed hebben, en hoeveel ze ervan hield, vooral Menabilly. Prima ook om daar steeds een korte intro bij te doen, door het bezoek van Tatiana aan de buurt en het huis anno 2013. Overall een redelijk leerzaam en plezierig boek om te lezen.
FOMO? Nee. Eerst Rebecca.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant 0, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl 0
FOMO -.
Ik gaf het boek 3 1/2 *
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees Manderley voor altijd duurzaam …
- via de (online) bibliotheek;
- of uit een minibieb (dat deed ik ook)!
Koop Manderley voor altijd duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
- of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!


























