Dieren zijn ook mensen van Teun van der Keuken uit 2025 is een interessant en vrij genuanceerd betoog over waarom we geen vlees hoeven te eten, geen vlees zouden moeten eten en toch vlees eten. Teun is flexitariër en begrijpt de dilemma’s als geen ander, zo krijg ik de indruk. Zijn conclusie: een beetje vlees moet kunnen, maar dan wel van dieren die een goed leven hebben gehad. Sja, waar vind je die nog?
Het boek is opgedragen aan … kat Blueberry, ‘de mooiste en liefste kat ter wereld. Ze is om op te vreten.’ Ja, dat zet mij direct tot denken aan: waarom zéggen we zoiets over mensen en dieren die we absoluut niet gaan opeten? En waarom lach ik er om? Er zijn landen waar ze de katten wél opeten, en de honden, de cavia’s … Waarom verafschuwen we dat? En halen we onze schouders op bij het dierenleed van onze koeien en kippen? Ook dát stelt Teun aan de orde.

In het maatschappelijke boek Dieren zijn ook mensen …
… geeft Teun direct toe dat hij af en toe wél vlees eet. In een restaurant, als er een bijzonder goed vleesgerecht op de kaart staat. Thuis eet hij geen vlees, onder invloed van zijn dochters. Wel vis. Hij bespeurt cognitieve dissonantie bij zichzelf: hij handelt tégen zijn overtuigingen. Smaak en genot wint het af en toe van de kennis over dierenleed en milieuschade.
Kringloop
In 2010 maakte Teun een reportage over zelfslachtende slagers. Deze kopen héle, levende dieren, slachten ze, en verkopen ál het vlees aan hun klanten. Van minder geliefde delen maken zijij slavink of gehakt. Een mobiele slager slacht bij een Portugese boer: hun varkens krijgen het hele jaar de schillen, afsnijdsels en restjes van het eten van de familie. Ze hebben een mooi leven met veel ruimte buiten en kwispelende krulstaartjes. Tot de slacht. Van het bloed wordt soep gemaakt, al het vlees wordt opgegeten door het dorp. Een gesloten kringloop. Is dit voldoende argument om wél vlees te eten? Het dier had een prettig leven, ja. Maar werd wél gedood, niet prettig. En als je weet hoe de voedselindustrie eruit ziet en wat daarin allemaal misgaat, hoe kun je dan zelfs het eten van een minimale hoeveelheid vlees, nog voor jezelf verantwoorden? Waaróm eten we vlees?
Waarom eten we vlees?
- We vinden vlees al vanaf de geboorte lekker, net als calorierijk voedsel. Dat stamt uit onze jager-verzamelaar-tijd: we zijn als 300.000 jaar omnivoren. We zijn geprogrammeerd om het lekker te vinden, de spieren van dieren en mensen zijn ongeveer hetzelfde, en de dierlijke eiwitten passen dus heel goed bij wat we nodig hebben. Je hoeft er ook maar relatief weinig van te eten, in verhouding tot eiwitten uit bonen en aardappels.
- Het zit in onze cultuur, dat maakt het lastig te veranderen tenzij je opgroeide in een vegetarisch gezin. Het veranderen van een ‘traditie’ wekt veel weerstand op.
- De industrie maakt er reclame voor, een receptenblad als Allerhande is gewoon een reclamefolder. Daarnaast is er de ‘lokworst’ – dat was vroeger de leverworst die ver onder kostprijs werd verkocht om zo mensen naar de winkel te lokken. Inmiddels hebben we de ‘kiloknaller’. De boeren worden uitgeknepen en moeten wel naar intensivering.
- De fastfood-ketens draaien allemaal om vlees, en om deze van goedkoop vlees te voorzien werd de vleesindustrie, de intensieve veehouderij, opgezet. Deze fastfood-trend startte in de VS.
- In Europa hadden we het landbouwbeleid. Na WO2 was er vrijwel niets meer te eten in Europa en moest er zo snel mogelijk weer genoeg voedsel worden geproduceerd. Sicco Mansholt, van huis uit boer, was van 1945 tot 1958 minister van Landbouw en daarna tot 1972 Europeeslandbouwcommissaris. Hij schaalde de vlees- en zuivel-productie op.
- Dit leidde tot de vleeslobby: ook al ontstonden er boterbergen en melkplassen, de boeren bleven subsidie krijgen. Zelfs Mansholt vond dat we waren doorgeschoten.
We eten steeds méér vlees
En doorgeschoten waren we zeker: we zijn tussen 1950 en 2025 wereldwijd 7x zoveel vlees gaan eten. De wereldbevolking verdrievoudigde, dus per persoon 2x zoveel. En de trend neemt nog steeds toe, ondanks mooie verhalen over vleesschaamte en flexitariërs.
In 1972 verscheen het rapport Grenzen aan de groei, en sindsdien is er meer aandacht voor de impact van vleeseten op het milieu. Desondanks eten we nu veel meer vlees dan toen. In de jaren 80 ging het meer over dierenleed. Meer mensen werden vegetariër. En zo ontstond de flexitariërs-paradox: steeds meer mensen zeggen minder vlees te eten, en toch gaat de vleesconsumptie omhoog. Waarschijnlijk omdat mensen minder vaak vlees eten, maar wel meer per keer, en hun vleessnacks (bitterballen!) vergeten. ‘Minderen zit meer tussen de oren dan tussen de tanden.’
Dierenleed
Het volgende deel gaat over Dierenwelzijn. Blijkbaar vinden we het dierenleed van de grote veebedrijven en de slachthuizen nog niet erg genoeg. Weten we wel hoe het daar aan toegaat? Er zijn normen voor wat je mag afknippen, afzagen en hoe je mag doodmaken. Staarten afknippen en dergelijk mag dus. Andere zaken, zoals schoppen, verwaarlozing, uithongeren zijn ontoelaatbaar. De NWA ziet daarop toe, maar heeft nauwelijks geld en te weinig personeel. Inspectie gebeurt minder dan 1x per 10 jaar, en dan nog aangekondigd. Is het in totaal, toegestaan of gedoogd, wel diervriendelijk? Hoe gaan we eigenlijk met dieren om?
Dieren zijn ondergeschikt aan mensen
De verhouding dieren – mensen is al eeuwen onderwerp van discussie. Aristoteles meende dat alleen de mens kon plannen en doelen kon stellen, rationaliteit had. Dus mogen wij plannen maken voor de ‘redeloze’ dieren en ze inzetten voor onze doelen. Intellectuele capaciteit was de maatstaf voor de hiërarchie. Descartes en Kant stelden dat dieren geen zelfbewustzijn hadden, en dus een gebruiksvoorwerp waren. Rousseau stelde dat dieren wél een gevoelsleven hadden, en dat we ze dus goed moesten behandelen. Bentham, stelde dat we als uitgangspunt het vermogen om pijn te lijden moeten nemen, niet de intelligentie. Baby’s zijn toch ook geen gebruiksvoorwerp! Inmiddels weten we dat dieren gevoelens en een zekere mate van intelligentie hebben. En veel dieren hebben bewustzijn! Het gevoelsleven van vissen wordt nog steeds erg onderschat, mede omdat ze geen mimiek hebben. Maar ze zijn wel degelijk intelligent! Varkens zijn zo slim als een 4-jarige peuter.
Carnisme
Vleeseters hangen de ideologie van het Carnisme aan, wat onderscheid maakt tussen consumptie-dieren en knuffeldieren. Niet alleen onderscheiden we soorten dieren (in elk land weer anders!) , maar er zijn ook gradaties leed wat we nog wel en niet meer acceptabel vinden. De supermarkten doen erg hun best om ons stukje vlees er zo neutraal mogelijk te laten uitzien: in niets herken je het dier. We kunnen ontkennen dat we een dier eten. En we zien het geweld dat we een dier aandoen ook niet: net als op straat poepen, en seks, is geweld uit het straatbeeld verdwenen, we hebben geweld uitbesteed aan soldaten en slachters, buiten beeld. En we mógen het ook niet zien, je komt niet binnen bij een intensieve boerderij.
Een beter leven door Beter Leven?
De Beter Leven sterren, ontwikkeld door de Dierbescherming, geven de mate van diervriendelijkheid in de veehouderij aan. Hierdoor is het welzijn ietsjes verbeterd. Maar hoeveel? Vleesvarkens met 1 ster krijgen 1,25 m2 in plaats van 0,8 m2, ze mogen niet naar buiten en hun staart wordt afgebrand. Vleeskippen staan met 12 op 1 m2, in plaats van met 18. Er is ook een kleine uitloop, maar het is te druk om de uitgang te vinden. Vergelijk dat eens met het ‘normale leven’ van een kip: ze is zonaanbidder, wroet met haar snavel in de grond, leeft in het bos, zit hoog in de bomen.
Wat mag er nog meer van Beter Leven? Koeien en geiten worden onthoornd, om te voorkomen dat ze elkaar in de krappe stallen verwonden. Kippen leven zo dicht op elkaar en krijgen daar zoveel stress van dat kannibalisme een reëel gevaar is. Dat wordt beheerst met snavelkappen: de punt wordt verwijderd. Varkens worden gecastreerd omdat anders bij een heel klein percentage ervan het vlees niet zo lekker smaakt.
Zuivel, eieren en vis
Dan maar vegetariër worden? Geen vlees, alleen zuivel en eieren? Dan ben je óók verantwoordelijk voor dierenleed. Melk van de koe gaat niet naar de kalfjes, want die worden juist bij de koe weggehaald. Melkkoeien hebben een beroerd leven, ze worden voortdurend zwanger gehouden. Als ze zeven jaar oud zijn, zijn ze op, terwijl ze in natuurlijke staat wel 20 jaar kunnen worden. De mannelijke kalfjes worden na 8 maanden geslacht. Van de kippen is de productie ook opgevoerd: natuurlijk is 15 eieren per jaar, een legkip legt er 300. Kuikentjes die geen vrouwtje zijn worden afgemaakt.
En dan de vis. Vissen lijden óók pijn, ze stikken aan boord van de trawler. Voor kweekvissen is het leven ook geen pretje: teveel in een kooi, supersmerig water. Ze kunnen hun natuurlijk gedrag niet vertonen, en worden depressief en agressief.
Milieuleed
Het volgende deel gaat over het effect op het milieu. Kort gezegd: vleeseten is slecht door het landgebruik (voor voer) en uitstoot, maar ook door waterverspilling, energieverspilling en vervuiling. Er worden enorme hoeveelheden bomen gekapt voor soja-plantages, en mangrovebossen gekapt voor viskweekvijvers. Op die soja-plantages worden bestrijdingsmiddelen gebruikt, die de bodem en het water vervuilen, en ook het gewas van de buren verpesten.
Maar: of de koe nou soja eet, of jijzelf, dat maakt toch niet uit? Toch wel. 76% van de geproduceerde soja wordt gebruikt voor veevoer, 7% voor mensenvoer, 17% voor cosmetica en dergelijke. 1 kg biefstuk kost 25 kg voer, 1 kg kipfilet 9 kg voer. Plofkip? 1 kg op 1,2 kg voer, wel milieuvriendelijker dus maar bepaald niet diervriendelijker. Voor wat we in Nederland opeten, is 3x ons eigen landbouwoppervlak nodig, we gebruiken dus oppervlak in Brazilië etc. voor ons voedsel.
Natuurlijk hebben we het mest-probleem, door de intensieve veeteelt. Er zit ammoniak en stikstof in mest, en de koeien produceren ook nog het broeikasgas methaan, in hun mest en óók in de scheten en de boeren. Visvangst kost olie. Verder is er sprake van overbevissing, de Middellandse Zee is inmiddels zo goed als leeg. Voor 1 kg kaas is 10 liter melk nodig, plus de energie voor het rijpen. Het is nog onduurzamer dan kip.
Gezondheidsleed
Maar hebben we geen vlees nodig voor onze gezondheid? Nou, bewerkt vlees (gerookt, gezouten, conserveringsmiddelen) is slecht, want kankerverwekkend. Rood vlees geeft een hoger risico op beroerte, diabetes 2, darmkanker en longkanker. Maar rood vlees heeft ook positieve punten, vandaar het advies van de Gezondheidsraad om niet meer dan 200 gr per week te eten, en meer voedingsstoffen uit plantaardige producten te halen. (Gezondheidsraad update van 2025-ESC).
Vis dan? Vette vis is gezond door de vetzuren, maar weer slecht door de microplastics en zware metalen als kwik. Eet het 1x per week. En zuivel? Magere zuivel is goed, eet verder alleen max. 30+ kaas of hüttenkäse. Max. 1 ei per dag.
Is een vleesloos dieet gezonder ? Hier draait het om wat er juist niet in zit. IJzer bijvoorbeeld, de plantaardige variant nemen we slechter op. En vitamine B12. Grappig: in vlees zit niet ‘vanzelf’ meer B12, boeren roeren supplementen door het veevoer. Dan kun je net zo goed dat supplement zélf slikken.
Wat gaan we dan eten?
Voor de planeet is een vegan dieet het best, en dat is ook het diervriendelijkst. Maar een heel klein beetje dierlijk eiwit zou kunnen, van bijvoorbeeld dubbeldoelkoeien, die gras eten op gronden waar geen ander (eetbaar) gewas wil groeien. Dan kom je uit op: veel groente, fruit, peulvruchten en volkoren granen, en per week 100 gr rood vlees, 200 gr kip, twee eieren, en 250 gram zuivel.
Systeemverandering
Hoe nu verder? We moeten het systeem veranderen en niet individuen de maat nemen. Dus: het makkelijker maken om géén vlees te eten. En anderen inspireren een ander dieet te volgen. Die systeemverandering is misschien niet makkelijk, maar er is al wel enig ongemak. Met een slimme keuze-architectuur kunnen we veranderen hoe we bijna gedachteloos keuzes maken. Plantaardig moet dan de norm zijn, de standaard keuze, makkelijker, goedkoper. Niet zeggen: vegetariërs willen bepaalde dingen uit een gerecht niet, maar vleeseters willen iets extra’s bij een gerecht.
En de smaak, het genot? Vlees heeft umami, dat hartige. Dat vind je ook in paddenstoelen, aardappels, uien, tomaten, Parmezaanse kaas. En Teun’s tip is: kook vaker uit de landenkeukens die al veel vegetarische gerechten hebben, zoals India, Griekenland, Turkije.
Dieren zijn ook mensen? Nou nee, dat lijkt me niet, maar zeker niet mínder dan mensen.
Mijn evaluatie van Dieren zijn ook mensen
Nu las ik al best veel over dierenleed, de intensieve veehouderij en vegetarisch eten, maar toch wist dit boek, de opvolger van De mens is een plofkip, mij te verrassen. Ten eerste door de vrij genuanceerde boodschap, die wordt versterkt door Teun’s eigen ervaringen met vlees eten, terwijl hij weet welk dierenleed ermee gepaard gaat en hoe slecht het is voor het milieu. Ten tweede door de breedte van onderwerpen, terwijl het toch een compact boek is. En natuurlijk vond ik het leerzaam, de gezondheidsaspecten van wel, geen en minder vlees eten leverden toch wat nieuwe inzichten op, zoals waarom vlees eten bijna letterlijk in onze genen zit.
Teun maakt gebruik van wetenschappelijke stukken, o.a. van de Gezondheidsraad en The Lancet, maar put ook uit eigen ervaringen. Zijn verhaal over de mobiele slachter in Portugal doet je enerzijds gruwen, anderzijds waarderen hoe álles van een dier wordt opgegeten. Dit is een goede zet, ook Michael Pollan’s The Omnivore’s Dilemma laat je de belevenissen van de auteur meebeleven, en is tegelijkertijd grappig en schokkend. Ook heeft Teun interviews gehouden met diverse experts op dit gebied.
Zijn boek is eigenlijk nét te vroeg uitgekomen, met alle recente heisa over de nieuwe Schijf van Vijf. Want nee, die is niet alleen gebaseerd op wat beter is voor de aarde, maar juist ook op nieuwe inzichten in wat goed en slecht is voor ons, welke hoeveelheden goed zijn, en wat teveel is. Ik denk dat zijn betoog nu wel weer een paar jaar meegaat, want niet alleen worden de voedingsadviezen niet zo vaak aangepast, ook het dierenleed wordt niet zo snel minder. Helaas.
De verschillende invalshoeken, filosofie, cultuur, historie, dierenleed, milieu, gezondheid, geven een goede structuur aan het boek. De eerste drie slagen er ook in om je een beter gevoel te geven: ik ben geen slecht mens, dit is zo gegroeid. De laatste drie geven voldoende argumenten om te minderen. Teun deelt zijn dilemma’s en zijn cognitieve dissonantie: hoe kan het zijn dat ik zó geniet van vlees, terwijl ik alle nadelen van vlees eten ken. Teun kent al die nadelen beter dan de meeste Nederlanders, dus is zijn twijfel heel herkenbaar en zijn oplossing (minder vaak, minder veel) heel zinnig.
Het boek is goed verzorgd, maar heeft geen illustraties, tabellen of figuren. Ik las het eBook in zwart-wit. Teun’s schrijfstijl is leuk, beetje cynisch wel. Af en toe vond ik het boek iets te kort bij een onderwerp stilstaan, maar dan googelde ik wat.
Must Read? Op zich niet, maar zó dun en zó toegankelijk dat je eigenlijk geen excuus hebt om het niet te lezen.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 3 ½ *
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees Dieren zijn ook mensen duurzaam …
- via de (online) bibliotheek;
- digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
- of uit een minibieb!
Koop Dieren zijn ook mensen duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
- of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!


















