Empathie voelen met een boom? Lijkt moeilijk, maar blijkt heel eenvoudig, tijdens het lezen van Het leven van een boom van Peter Wohlleben uit 2026. De oude beuk, vlakbij het huis van Peter in de Eiffel, vertelt haar levensverhaal aan haar nakomelingen. Geen sprookje, want zij bestaat en vrijwel alles wat zij vertelt komt uit wetenschappelijk onderzoek. Deze autobiografie doet wat autobiografieën van mensen óók met mij doen: ik leef me helemaal in. En verwonder me!
Peter schreef eerder het hooggewaardeerde ‘Het verborgen leven van bomen’, en dit ‘Buchenleben’ uit 2024 behandelt dezelfde onderwerpen, maar op een andere manier én bijgewerkt met recent wetenschappelijk onderzoek. Dat geeft een leerzaam, ontroerend en vaak grappig resultaat. Wie had ooit gedacht dat die schattige reeën de Bruine Dood voor beuken betekenen? En wat de oude beuk over óns te vertellen heeft?

Het natuurboek Het leven van een boom…
… heeft twee delen. Het eerste, grootste deel is de autobiografie van de oude beuk. Het tweede deel is de wetenschappelijke onderbouwing, waarin Peter alles wat de beuk overkomt en observeert, met behulp van wetenschappelijk onderzoek verklaart en van context voorziet. Beide delen zijn volstrekt niet kinderachtig! Het eerste deel is wel even wennen, omdat Peter alle moeite heeft gedaan om de gebeurtenissen puur vanuit het perspectief van de beuk te beschrijven, met haar ‘taal’. Op z’n Beuks! Hij ziet zichzelf als de ghostwriter van de beuk.
Peter studeerde bosbouw, werkte ook >20 jaar in de bosbouw, totdat hij merkte dat hij de omgang met bomen niet ‘van binnenuit’ kon veranderen. Hij werd boswachter, en heeft een boswachtershuisje aan een open plek. Vlakbij staat een oude beuk, zij moet meer dan 200 jaar oud zijn. Aan haar uiterlijk te zien heeft zij niet lang meer, en Peter bedacht dat zij vanaf haar sterfbed haar levensverhaal aan haar nakomelingen zou vertellen. Zij bestaat dus echt, en wat zij observeert is ook echt gebeurd. Géén sprookje dus.
Hoe het leven van de oude beuk begon
In den beginne …. is alles zwart. Heerlijk vochtig, waarin zij zich met het puntje van haar net ontkiemde wortel doorheen tast. Ze hoort veel lawaai! Van water, en van piepkleine scharrelaars in de grond. Overal raspt, smakt, klikt, schuurt of scharrelt het. En tot haar verbazing stoot haar eigen wortel ook klikgeluiden uit. En ondertussen duwt zij een scheut met de eerste blaadjes omhoog … En dan: oogverblindend licht! Ze schrikt, en probeert zich weer terug te trekken in het zwart. Dat lukt niet meer. En nog voordat ze een beetje om zich heen kan kijken, proeft ze wat lekkers: suiker. Ze realiseert zich hoeveel honger ze heeft.
Ze proeft ook …. familie. Duizenden baby-broertjes en zusjes staan om haar heen. Dat geklik van die wortelpunten voorkwam dat ze elkaar in de weg zouden staan. Dan valt er een grote schaduw over hen heen. Een bruin schepsel op vier poten staat boven ze en eet de bladeren van een deel van de familie op. Zonder bladeren kan een baby niet overleven, de verminkte slachtoffers smeken om hulp ….
De wetenschappelijke onderbouwing
Zo worden de eerste paar dagen van het beukennootje omschreven, het leest als een thriller! In het wetenschappelijke tweede deel gaat Peter per hoofdstuk in op diverse punten. Kunnen bomen horen? Ja, er is uitgebreid onderzoek gedaan naar het hoor-vermogen van planten. Ze richten zich onder andere op geluiden van 200 Herz, het geluid van stromend water, wat ze ook op grote afstand herkennen. De wortels produceren inderdaad klikgeluiden, om te navigeren. Waar is nog ruimte om te groeien onder de grond? En dat zoeken naar ruimte indiceert ook zelfbewustzijn bij planten: ze kennen hun lichaamsgrenzen en hun positie in de ruimte.
De kleine beuken-zaailingen die door reeën zijn aangevreten roepen om hulp. De hulpkreten bestaan vaak uit geurstoffen. Sommige bomen worden belaagd door rupsen, en stoten dan geurstoffen uit die roofinsecten of roofvogels aantrekken, die de rupsen oppeuzelen. Beuken herkennen reeën aan hun speeksel, en vormen dan tannines, die de eetlust van de dieren bederven. De grote planteneters (bijv. de olifant) kunnen geweerd worden door voor veel duisternis te zorgen, dus voor een dicht bladerdak, dan groeit er ook weinig onkruid (‘groentjes’) en is de omgeving minder aantrekkelijk.
De andere bosbewoners
En zo gaat het door: een spannend levensverhaal barstensvol weetjes over bomen en planten. Ik lees over de Wroeters, zwijnen denk ik, die de embryo’s (de beukennootjes) opgraven. Dichtbij staan de Verhevenen, hoge sparren, Wolkenbomen, nog hogere sparren, en Stekeligen, dennen. Er zijn heel wat Scharrelaars in het bos, waaronder de Tweebenigen. De oude beuk vertelt over de komt van die Tweebenigen, en wat ze doen met het bos: er worden bomen geveld met grote machines, en er worden dennen geplant, die het niet zo naar hun zin hebben, want in het noorden, waar ze vandaan komen, is het koeler en natter. Die dennen zien de ‘Tweebenigen’ als Goden: want deze bewateren en verplanten de dennen.
Ook zijn er de ‘Harigen” dit is het schimmelnetwerk, dat uitgebreid beschreven wordt. Dit ‘wood wide web’ is goed onderzocht, het zorgt voor voedsel- en berichtenoverdracht. Als betaling ontvangt het wat van de suiker die de bomen met fotosynthese aanmaken. Jonge bomen maken gedurende het jaar eerder bladeren aan en werpen ze later af dan oudere bomen: zo krijgen ze in de lente en herfst meer licht en dus meer suiker. Maar als ze met blad en al door de vorst worden verrast, zijn ze diep in slaap en kunnen ze de bladeren niet meer afwerpen. Bij sneeuwval worden de takken zwaar, maar de boompjes buigen mee zonder te breken. Bij de oudere bomen is het risico op breken groter, en die werpen daarom hun bladeren vroeger af. Wist je niet, he? Als het weer dertien uur licht blijft is de lente aangebroken en worden de bomen weer wakker. De temperatuur doet niet ter zake. Maar wél waar het gaat om de kou, want die voorspelt de winterslaap. Na een milde winter lopen de bomen láter uit, alsof ze wachten of de winter alsnog komt.
Hier en daar staat er eiken in het bos, dit noemt de oude beuk de Bangen. De oude beuk merkt de terugkomst van de Grijzen (wolven) op en ook dat het steeds droger wordt, ze noemt het geen klimaatverandering, maar daar gaat het natuurlijk wel over.
Jeugd, verbanning en leiderschap
De oude beuk haalt in haar jeugd kattenkwaad uit, heeft een vriendin die een storm niet overleeft en krijgt onderwijs van de boomstronk Tante Knoest. Deze Tante moet zij, als ze volwassen is, van water en suiker voorzien, maar dat laat ze na, ze houdt het voor zichzelf want heeft vreselijke honger. Ze wordt verbannen uit de beukenfamilie, en knoopt uit pure eenzaamheid banden aan met andere soorten bomen die dichtbij staan. Dat is bijzonder, de beuken hebben dat nooit gedaan (volgens de oude beuk). Naar mate de omgeving vijandiger wordt (door klimaatverandering en de Tweebenigen) willen de verschillende soorten bomen samen optrekken. En wie beter om dit te bemiddelen dan de oude beuk? Zo verovert zij een leidende positie en wordt door de beukenfamilie weer in genade aangenomen.
Achter deze ontwikkelingen zit ook heel wat wetenschap. Of er bomen met een bijzondere ‘onderwijs’ functie zijn is niet bekend, ‘juf ‘ Tante Knoest is dus een dichterlijke vrijheid. Kattenkwaad uithalen is bekend van dieren, mogelijk doen bomen het ook. Ik dacht dat het gezichtsvermogen van bomen ook wel ‘verondersteld’ zou zijn, maar nee, bomen zien écht. Zo is er een slingerplant die haar bladeren optisch aanpast aan de plant waarlangs ze groeit. Men deed een test: de plant ging in een lege doos, en men liet de plant foto’s zien van verschillende bladeren. En ja hoor, de plant kopieerde het naar haar eigen bladeren.
Ook is aangetoond dat bomen ’s nachts slapen: de takken zakken dan zo’n 10 cm, en worden bij zonsopkomst weer opgetrokken. In de nacht zit er ook veel water in de stam, en dit wordt gebruikt om te groeien. Informatie over de omgeving wordt van moeder naar ‘kind’ overgedragen via merkers op de genen, individueel, dus niet voor de hele soort: epigenetische variaties.
Bomen kunnen net als wij aan virusziekten lijden. De dendrovirologie onderzoekt dit; vaak worden virussen door bladluis e.d. doorgegeven. Nog een weetje: bomen zorgen inderdaad voor regen. Eerst verdampen ze water via de bladeren, dat kan voor de oude beuk wel 500 liter per dag zijn! Met het water gaan koolwaterstoffen en bacteriën mee, waaraan de watermoleculen zich hechten en zo druppels vormen. Die condensatie zorgt voor een lagere luchtdruk, wat lucht van elders aantrekt. Er ontstaan wolken, die met de wind meewaaien en elders regen loslaten. Het ene bos bewatert het andere bos.
Het eerste deel heeft een aantal lieve tekeningetjes, het tweede deel heeft foto’s van de beuk en de omgeving. Leuk dat het onderscheid tussen het zachte verhaaltje en de harde wetenschap ook in de illustraties te zien is.
Mijn evaluatie van Het leven van een boom
Ik moest even wennen aan het idee van een autobiografie van een boom, maar toen ik eenmaal doorhad dat alle belevenissen een wetenschappelijke fundering hebben, vond ik het een bijzonder prettige manier om iets te leren. Veel verwijzingen gaan naar het werk van de Canadese hoogleraar Suzanne Simard, die zich specialiseert in het schimmelnetwerk en het fenomeen “Moederboom’. Bij elk boek over de natuur wat ik lees gaat mijn waardering én mijn zorg ervoor omhoog, en ontdek ik meer over hoe planten (en dieren) op ‘ons lijken’: ze horen, zien, voelen, zorgen voor elkaar, hebben zelfbewustzijn. Relevant leesvoer dus, en we zijn nog lang niet uitgeleerd over bomen.
Ik vind Peters experiment met zijn autobiografie in ‘Beuks’ zeer geslaagd. Het leest als een roman, en na het eerste geblader naar de wetenschappelijke verklaringen, las ik het in één ruk uit. Het perspectief van een boom op reeën, zwijnen, spechten (allemaal moordenaars!) is grappig en toch herkenbaar. Hoe de bomen elkaar in leven houden is heel boeiend, en natuurlijk zit hier ook een morele boodschap achter: als Douglas sparren eten geven aan beuken, waarom zijn wij dan zo xenofoob? Ook de gevolgen van klimaatverandering komen aan de orde, en ook al weet je het, het lijden van de bomen tijdens langdurige droogte raakt je toch. De illustraties zijn aardig, maar hadden wel wat hoger wetenschappelijk gehalte mogen hebben wat mij betreft. Maar daarvoor moet ik waarschijnlijk ‘Het verborgen leven van bomen’ lezen. Die gaat dan ook op mijn leeslijst.
Moet je dit boek absoluut gelezen hebben? Nee, maar het is wel héél aardig om dit samen met je kinderen te lezen. Niet kinderachtig, maar ook niet technisch en vol jargon. Wat wil je nog meer? Trouwens, Peter heeft van een aantal andere boeken stripversies gemaakt.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 4*
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees Het leven van een boom duurzaam …
- via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
- of uit een minibieb!
Koop Het leven van een boom duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
- of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!























