Booknotes van Walter Isaacson’s De codekraker

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe ? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van De codekraker.

De ondertitel van De codekraker is ‘Het revolutionaire DNA-onderzoek van Nobelprijs-winnares Jennifer Doudna’, en inderdaad: dat onderzoek, of liever gezegd, het onderzoek waar véél wetenschappers mee bezig waren én zijn, is het eigenlijke onderwerp. In het bijzonder gaat het over CRISPR, technologie om genen aan te passen, en mRNA, waarmee o.a. de coronavaccins zijn gemaakt. Het boek geeft hier heel veel details over zonder in jargon te vervallen. Veel aandacht is er ook voor de ethische aspecten. En natuurlijk voor de historie van deze techniek die 4 miljard jaar geleden begon met .. bacteriën, die dit óók deden en doen.

Booknotes van Walter Isaacson’s De codekraker

Deel 1 De oorsprong van het leven

Jennifer Doudna groeit op in Hilo, Hawaiï. Dat was de enige plek waar haar vader Martin een hoogleraarschap aan een universiteit kon krijgen. Jennifer voelt zich er niet thuis, als klein blond meisje tussen de Polynesiërs. Ze voelt zich eenzaam op school, wordt geplaagd, heeft stress, ontwikkelt een eetstoornis. Ze begraaft zich in boeken. Dan verhuist het gezin naar een buitenwijk, en ze gaat naar een andere school, met kleine klassen. Ze doet het geweldig en slaat een klas over. Ze is veel buiten in de natuur, en verbaast zich over van alles, zoals het oprollen van de blaadjes van het Kruidje-roer-me-niet. Ze leert veel in die periode, en het vormt haar karakter. Een hoogleraar biologie wandelt met haar door de natuur en leert haar determineren. Ze speelt halfback in een voetbalteam en leert over uithoudingsvermogen. Wiskunde lijkt voor haar op detectivewerk. Biologie-experimenten leren haar uitpluizen. En het gebrek aan uitdaging op school zorgt ervoor dat ze risico’s neemt.

Pa Doudna is net als Jennifer een verwoed lezer, en neemt regelmatig een boek voor haar mee. Op een dag is dat De dubbele helix van James Watson, een biografisch verhaal over de ontdekking van de structuur van DNA. Ze is verkocht. Het inzicht dat de vorm en structuur van een chemisch molecuul de biologische functie ervan bepalen verandert haar leven. Ze zou in de toekomst zelfs samenwerken met Watson!

Jennifer gaat als 17-jarige naar Pomona College en studeert chemie en biochemie. Na haar bachelor gaat ze naar Harvard, waar ze in de laboratoria van verschillende hoogleraren werkt. Voor haar promotieonderzoek werkt ze bij Jack Szostak, die onderzoek doet op het gebied van het bewerken van de genen van gistcellen, maar zijn aandacht verlegt naar RNA, omdat hij denkt dat dát informatie oplevert over de oorsprong van het leven. Jennifer gaat zich dus specialiseren in RNA, wat op DNA lijkt maar ‘het echte werk doet’. DNA zit stil en beheert informatie, RNA maakt producten zoals eiwitten. Als RNA de bron van het leven is, moet het zich kunnen repliceren. In 1998 lukt het Jack en Jennifer om dit aan te tonen, en vanaf dat moment is haar ster rijzende in het RNA-domein. Ze verdiept zich in de structuur van RNA, en verkast naar Yale als onderzoeker-hoogleraar.

Ze werkt daar met een promovendus, Jamie Cate, en trouwt met hem; Jamie krijgt een aanstelling als docent bij het MIT. Maar nu forenzen ze veel, en dus gaan ze op zoek naar een universiteit waar ze allebei kunnen werken. Dat wordt Berkeley, en ze start daar in 2002.

In dit deel komen heel veel andere onderzoekers aan bod, omdat er erg veel onderzoek gedaan werd naar  het menselijk genoom, DNA en RNA. Jennifer bouwde er op voort en werkte soms met ze samen.

Deel 2 CRISPR

Het boek gaat dus niet alleen over Jennifer Doudna. In dit deel wordt bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan Francisco Mojica. Hij onderzocht het DNA van de Archaea, eencelligen zonder celkern. Die hebben maar weinig DNA, en toch zaten daar regelmatig terugkerende identieke stukken (DNA-sequenties) tussen. Hij ontdekte dat een andere onderzoeker hetzelfde had aangetroffen in bacteriën. En later, dat het in wel 20 bacteriesoorten zat! Dat moet dus wel een belangrijke functie hebben, en evolutionair al heel lang terug gaan! Hij verzon er in 2001 een naam voor: Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. CRISPR dus.

Zijn onderzoeksmaatje Ruud Jansen ontdekte genen die aan weerszijden van die CRISPRs zaten, en die de instructies voor het maken van een enzym codeerden. Hij noemde die ‘CRISPR Associated System’-enzymen: CAS-enzymen. CRISPR-Cas. Mojica ontdekte verder dat tussen de CRISPR-stukken bij bacteriën, unieke DNA-fragmenten zitten, die overeenkomen met het DNA van bepaalde virussen. Bacteriën worden al zo’n 3 miljard jaar aangevallen door virussen, en ze ‘onthouden’ door welke virussen ze zijn aangevallen.

Andere onderzoekers ontdekten dat de CAS-enzymen bij een aanval een stukje DNA uit het virus ‘knippen’ en dat in het eigen DNA inbouwen. Met zo’n fragment zijn ze (hun nageslacht dan) immuun voor nieuwe aanvallen.

Dan een hoofdstuk over fermentatie. Waarom? Nou, startculturen voor yoghurt en kaas worden gemaakt van bacteriën. Twee onderzoekers van Danesco, een Deens bedrijf dat die startculturen produceert, zijn natuurlijk geïnteresseerd in CRISPR.  Eén van die onderzoekers is Rudolphe Barrangou, een Parijzenaar die zich specialiseerde in fermentatie van voedsel en in North-Carolina afstudeerde. ‘Hij werd de enige persoon die ik ooit ben tegengekomen die van Frankrijk naar de VS verhuisde om meer te leren over voedsel’, grapt Walter. Danesco had een enorm archief van bacteriën en virussen opgebouwd, en daarmee konden de onderzoekers de theorie van Mojica bevestigen. Danesco begint in 2005 met het ‘vaccineren’ van zijn bacteriestammen met behulp van CRISPR. Die praktisch toepassing verhoogde de belangstelling voor CRISPR enorm.

Maar hoe werkt het? Als je ‘in vivo’ onderzoekt, dus in levende cellen, weet je nooit wat nu precies de oorzaak ergens van is. Daarvoor moet je onderzoek doen ‘in vitro’, in reageerbuisjes dus, om naar de oorzaken te zoeken, gelegen in de structuur van de cel-onderdelen. Structuuronderzoek in vitro was de specialiteit van Jennifer Doudna, en zo komen we weer bij haar terecht.

Als vervolg op haar promotieonderzoek bestudeerde Jennifer op Berkeley de structuur van RNA, net als DNA een nucleïnezuur, dat genen kopieert en bewerkt. DNA stuurt messenger-RNA (mRNA) erop uit met genetische informatie om eiwitten te maken. Maar er is ook een enzym dat deze activiteit stopzet: RNA-interferentie, en dat is de sleutel voor gen-technologie. Jennifer raakt daarbij betrokken.

Na een aantal jaren fundamenteel onderzoek rond CRISPR, wilde Jennifer zich meer bezighouden met projecten die direct effect hebben. Ze komt terecht bij een groot bedrijf dat zich commercieel bezighoudt met gen-technologie: Genentech. Dat bedrijf was in 1974 ontstaan toen een advocaat van Stanford twee onderzoekers overhaalde om octrooi aan te vragen op een techniek van recombinant-DNA. Het was bij hen niet opgekomen dat je octrooi kon aanvragen op een techniek die (ook) in de natuur voorkomt. En bij andere wetenschappers op dit terrein ook niet, en die zijn woedend, met name de wetenschapper die het fenomeen had ontdekt (die krijgt daar later wel de Nobelprijs voor). De race voor octrooien komt regelmatig terug in het boek. Genentech verdiende een fortuin met een synthetische versie van insuline en was begin 2009, toen Jennifer aantrad, onder andere bezig met medicijnen tegen kanker. Zo heeft onderzoek zeker direct effect. Maar het bevalt Jennifer niet bij Genentech. het gaat teveel om concurrentie, macht en promotie maken.  Na 2 maanden gaat ze terug naar Berkeley.

Ze realiseert zich echter wel dat ze minder zelf experimenten moet gaan doen, en méér moet werken aan haar team van onderzoekers. Ze moet gaan coachen, en blijkt daarin uit te blinken. Haar manier van werken in het laboratorium Berkely is een van de weinige stukken die gaan over Jennifer’s karakter en gedrag. De input hiervoor komt vaak van haar collega’s. Haar stijl van werken kenmerkt zich door het openstaan voor risico’s, samen zoeken naar alternatieven, anderen niet op de vingers kijken, competitiedrang, voor zichzelf opkomen, vooral als het gaat om publicaties. Dat komt van pas als ze in 2011 samen met een andere onderzoekster, Rachel Haurwitz, haar eigen bedrijf begint. Dat is in de VS overigens heel gebruikelijk, zo legt Walter uit: de universiteiten moedigen hun onderzoekers aan om octrooi op hun ontdekkingen aan te vragen, een partnerschap met een durfinvesteerder aan te gaan en een start-up te beginnen. Vaak behouden de onderzoekers hun leerstoel en gebruiken ze de laboratoria van de universiteiten. De start-up van Jennifer en Rachel heet Caribou. Ze opereren zónder durfkapitaal (want: twee vrouwen, oei, eng), maar met eigen geld en dat van familie en vrienden, als die durfden… Ze krijgen via de Bill & Melinda Gates Foundation, Berkeley en direct van de overheid subsidie voor hun onderzoeksprogramma, gericht op HIV, hepatitis C en influenza.

In maart 2011 ontmoet ze op een congres Emmanuelle Charpentier, en ze besluiten samen te werken. Samen met 2 post-docs maken ze een enorme stap vooruit met CRISPR-Cas9, waarover ze een artikel voor Science maken. Hun ontdekking zou wellicht ook menselijke genen kunnen aanpassen! Jennifer vraagt op 25 mei 2012 octrooi aan. Het artikel gaat op 8 juni op de mail naar de redactie van Science. Op 21 juni is er een CRISPR conferentie in Berkeley, ’s middags zullen Jennifer en Emmanuelle hun ontdekking presenteren. Maar nét ervoor is een presentatie van een concurrent gepland. En die was tot vrijwel dezelfde conclusies gekomen. Hij had zijn bevindingen op 21 mei met Jennifer gedeeld …. en vond dat zijn werk was gepikt. Natuurlijk (zegt Walter) kan dat niet: Jennifer had nooit in 4 dagen dat in een octrooi-aanvraag kunnen verwerken. Maar het is een voorproefje van de hevige concurrentiestrijd die volgt en het belang van timing van publicatie. Jennifer oefende dan ook heel veel druk uit op Science voor snelle beoordeling en publicatie van haar artikel.

Deel 3 Genbewerking

Wat het octrooi betreft oefende ze geen druk uit, en dat was jammer. Een andere concurrent, Feng Zhang, diende in december 2012, 7 maanden later dus, ook een octrooi-aanvraag in, waarin de CRISPR-techniek werd toegepast op menselijke cellen. Hij betaalde extra voor spoed, en kreeg zijn octrooi op 15 april 2014. De aanvraag van Jennifer ligt dan nog steeds ter beoordeling. Ze is woest. En begint een rechtszaak. Zhang wint die, maar Jennifer krijgt in 2019 (!) ook haar octrooi toegekend. Ze spant een zaak aan over het punt wie de eerste was die de techniek had ontdekt. Per 5 juni 2025 (zo lees ik in Chemistry World) loopt de zaak nog.

Bij een octrooi gaat het niet alleen om de eer, het gaat ook over geld. Het betreffende octrooi werd door 3 instanties ingediend: Berkeley, Emmanuelle en de Universiteit van Wenen, waar één van de postdocs werkte. In de VS is het gebruikelijk dat de universiteit 1/3 afstaat aan de ontdekker, i.c. Jennifer. De instantie die alles voorfinancierde, de overheid, krijgt niets. Dat was vóór 1980 anders, toen was de overheid de begunstigde van het octrooi. Walter stelt dat de huidige situatie beter is: universiteiten zullen meer investeren in fundamenteel onderzoek als er ook wat mee te verdienen valt. 

Deel 4 CRISPR in actie

CRISPR-Cas9 wordt inmiddels gebruikt als therapie tegen sikkelcelanemie. Stamcellen worden uit het bloed gehaald, bewerkt met CRISPR-Cas9, en weer ingebracht. Deze veranderingen zijn niet over-erfbaar, het gaat alleen om enkele lichaamscellen van de patiënt.  Wat sikkelcelanemie betreft is de afwijking heel klein: één letter in de meer dan 3 miljard basisparen van iemands DNA. De symptomen zijn enorm pijnlijk en de ziekte is wijdverbreid: wereldwijd zijn er 4 miljoen patiënten. Wel is de therapie duur: nu (in 2020 dus) zo’n $1 miljoen per patiënt. Jennifer heeft een initiatief opgestart, met subsidie van de Bill & Melinda Gates Foundation, om de behandeling simpeler en goedkoper te maken. De CRISPR-techniek wordt ook ingezet in de behandeling tegen kanker. China loopt voorop met zowel het onderzoek als de behandelingen. In 2016 werd daar een patiënt met longkanker behandeld. In de VS is dit nog in het onderzoeks-stadium.  Als derde is aangeboren blindheid een gebied waarin met CRISPR wordt geëxperimenteerd.

Ook wordt er gewerkt aan iets andere methoden om kanker, cholesterol, leukemie en … kaalheid bij mannen te genezen. De meeste onderzoeken werden 2020 stilgelegd omdat de aandacht werd verlegd naar COVID.

Tegenwoordig is het gebruik van CRISPR ook toegankelijk voor amateurs, het is namelijk best gemakkelijk. Daar zitten natuurlijk risico’s aan, maar ook voordelen: schaalbaarheid.

Jennifer begint zich inmiddels zorgen te maken over die risico’s, CRISPR kan ook gebruikt worden door hackers of terroristen of vijandige landen. Al in 2014 werd op een conferentie beschreven hoe CRISPR ook longkanker kan veroorzaken. Ze werkt daarna mee aan een onderzoek met DARPA om manieren te ontwikkelen om het gebruik van gemanipuleerde genen als wapens te voorkomen.  Veel eerder, in 2012 was ontdekt dat virussen de CRISPR-verdediging van bacteriën konden omzeilen: anti-CRISPR. Dat kan worden gebruikt als verdediging tegen terroristen en dergelijke.

Deel 5: Openbare wetenschapper

Een boeiend hoofdstuk gaat over ethiek. Moet alles wat kan met CRISPR, ook mógen? Die discussie is niet nieuw. In 1970 stelde geneticus Glass dat kinderen het recht hebben op de beste versie van zichzelf, en dat verbeteringen door gentechnologie dus verplicht moeten zijn. En ethicus Fletcher zei: ‘nu worden kinderen geproduceerd door seksuele roulette’. Theologen en conservatieven vinden juist dat de mens niet voor God moet spelen.

In 1975 was er een congres in Asilomar, waarin ook de gevaren van het gebruik van recombinant DNA om nieuwe organismen te scheppen werden besproken. Het resultaat was een lijst met voorzorgsmaatregelen, die wereldwijd door onderzoekscentra werden aanvaard, gericht op veiligheid. Wat ontbrak was de ethische kwestie hoever men kon gaan met menselijke genen, als het bewerken ervan veilig bleek te kunnen. In 1982 kwam de overheid met een rapport over dit onderwerp. Het brengt twee zorgelijke onderwerpen naar voren: de grotere betrokkenheid van commerciële bedrijven bij universitair onderwijs en de bevordering van ongelijkheid, als gen-verbetering alleen voor de rijken toegankelijk is. Dat staat haaks op de kansengelijkheid die een democratie verplicht stelt.

Jennifer heeft een nare droom, en gaat zich bemoeien met ethische kwesties: genen aanpassen om ziekten te genezen oké, maar hoever willen we gaan? En wie besluit over het wel of niet aanpassen van embryo’s? De ouders? In 2015 organiseert Jennifer een congres in Napa. Want was de discussie in 1982 nog theoretisch, inmiddels zijn er bedrijven die wel willen verdienen aan biotechnologie. De conclusie van de wetenschappers is, dat het bewerken van genen die niet-erfelijk zijn, toegestaan is. Kiembaan-bewerking, wat erfelijke genen betreft, dus niet. Maar: het wordt alleen verboden totdat het veilig is en medisch noodzakelijk. Jennifer schrijft artikelen in allerlei publicaties hierover. Het uitgangspunt werd wereldwijd omarmd, maar nergens in wetgeving vastgelegd.

Deel 6 CRISPR-baby’s

Maar natuurlijk is er een wetenschapper die vindt dat hij een uitzondering moet maken. In China maakt He Jiankui in 2018 de eerste CRISPR-baby’s, met een aangepast erfelijk gen dat ze immuun voor HIV/AIDS maakte. Hij gebruikte bevruchte eicellen, die later in een ivf-procedure van vrijwilligers werden gebruikt. Jennifer hoort van de geboorte van de baby’s daags voor een conferentie in Hongkong die zij heeft georganiseerd. Ze is geschokt. Toch geeft ze hem een podium. Jiankui moet uitleggen waarom hij niet de bestaande niet-erfelijke methoden heeft gebruikt. Hij legt uit dat die methoden zorgen voor een HIV-vrije baby bij geboorte, maar geen immuniteit geven, en HIV heeft in China een enorm stigma. 

Jennifer voelt zich schuldig, ze heeft alleen richtlijnen opgesteld en geen moratorium afgedwongen. En het is háár techniek die is gebruikt. En ze maakt zich zorgen, er is een wedloop aan de gang die niet gestuurd wordt door medische behoefte maar puur door behoefte aan aandacht, de wens om de eerste te zijn. Maar Jennifer gelooft ook dat kiembaanbewerking een positieve bijdrage kan leveren aan het menselijk welzijn.  De organisatoren geven een verklaring uit dat de veiligheidsrisico’s nog te groot zijn voor kiembaanbewerking. Dus: geen verbod, geen moratorium. Niet zo gek: het is al gebeurd, het is niet moeilijk. Bij een verbod zet je jezelf buitenspel. He Jiankui wordt overigens in China tot gevangenisstraf, een boete, en levenslange uitsluiting van de voortplantingswetenschap veroordeeld.

Deel 7 De morele vragen

Als Corona zijn intrede doet, verflauwt de verontwaardiging rond kiembaanbewerking, want immuniteit tegen een virus klinkt opeens niet zo verschrikkelijk meer. Walter doet wat gedachte-experimenten met de lezer:

De ziekte van Huntington is verschrikkelijk én erfelijk, en symptomen komen pas op ná de vruchtbare leeftijd, dus als je misschien al erfelijk belaste kinderen hebt gekregen. Er zijn maar weinig alternatieven om te zorgen voor gezonde kinderen, zoals ivf en adoptie. Dit zijn geen aantrekkelijke alternatieven en een kiembaanbewerking om Huntington te elimineren is makkelijk. In dit geval toch maar doen dan?

Het tweede dilemma: sikkelcel-anemie. Het is te behandelen, maar verschrikkelijk kostbaar en niet haalbaar voor de circa 4 miljoen patiënten. Echter, als je slechts van één ouder het ziekmakende gen hebt geërfd, krijg je géén sikkelcel-anemie en ben je wél immuun voor malaria. Dat is wel makkelijk …. Met kiembaanbewerking raak je die immuniteit in de héle mensheid kwijt.

Een derde dilemma: ziekten en handicaps doen vaak wat met ons karakter. We worden mentaal sterker, veerkrachtiger: Franklin D. Roosevelt had polio. Of we worden creatiever: Miles Davis had sikkelcel-anemie. Of autisme: is het een handicap, of iets waar juist de omgeving niet mee kan omgaan en wat voordelen kan hebben, zoals minder emotionele besluitvorming? En wat is nu eigenlijk een handicap? Doofheid? Een doof lesbisch stel zocht een dove spermadonor en nu hebben ze een doof kind. Zij vinden doofheid iets wat bij hen hoort en waarvan ze niet genezen hoeven te worden. Oké. Maar bewust een doof kind creëren? Op wat voor manier dan ook? Mmm.

En het verbeteren van spieren? Er is een gen-mutatie wat zorgt voor 25% meer rode bloedcellen, wat het uithoudingsvermogen verbetert. Wat is het verschil tussen een sporter waarbij dat gen is aangeboren (zoals Olympisch kampioen Eero Mäntyranta) en eentje die het heeft door gen-bewerking? Elke hardloopkampioen heeft een bepaalde variant van het ACTN3-gen. Is dat oneerlijk? 

En dan lees ik dat DARPA, het onderzoeksbureau van het Pentagon, al onderzoek doet naar genetisch versterkte supersoldaten, in samenwerking met Jennifer’s laboratorium. En zo’n superversterking zou kunnen leiden tot iPhone-kinderen: om de paar jaar een nieuwe versie met betere onderdelen en apps. Oudere kinderen worden … ouderwets.

En dan mentale stoornissen. Vincent van Gogh had schizofrenie, en John Nash ook. Ernest Hemingway was bipolair. Willen we in een wereld leven zonder van Gogh’s en Hemingway’s?  Gaat het om wat goed is voor de menselijke soort, de samenleving of het individu? De vrijheid om zélf te kunnen kiezen gaat ten koste van de diversiteit, wat beter is voor de soort. Wie bepaalt straks of dat mág of niet? Vergeet niet de financiële component: wie geld heeft kan meer aanpassingen betalen. Na financiële ongelijkheid hebben we dan ook genetische ongelijkheid.

En is dit ‘voor God spelen’ niet een vorm van overmoedigheid? De natuur heeft er 3,5 miljard jaar over gedaan om het menselijk genoom te optimaliseren, denken we dat een ‘clubje knoeiers het beter kan, zonder onbedoelde gevolgen?’ zo vraagt het hoofd van de NIH zich af. Anderzijds, CRISPR is een natuurlijk proces, en we strijden al eeuwen tegen ‘natuurlijke ziekten’ (die ons vooral treffen ná het passeren van de vruchtbare leeftijd, dat is niet echt toevallig). Zelfs Darwin vond dat de evolutie niet echt intelligent of welwillend is ontworpen. Ook Jennifer neigt naar het toelaten van kiembaanbewerking, om lijden te voorkomen. En alleen als het medisch noodzakelijk is en er geen andere alternatieven zijn. Niks ‘verbeteringen’ dus.  

Deel 8: Berichten van het front

Walter is geïntrigeerd door CRISPR en wil ook leren bewerken. Hij doet experimenten in Jennifer’s lab. Eerst gaat hij samen met een post-doc DNA doorknippen.  Daarna waagt hij zich met een andere post-doc aan het bewerken van een gen in een menselijke cel. Nou ja, de post-docs doen het en Walter is ‘co-piloot’. Maak je geen zorgen, de resultaten werden na afloop met bleekwater gemengd en weggespoeld. Het lijkt inderdaad simpel, elk ‘gekke geleerde’ kan het.  

Walter is op meerdere vlakken persoonlijk betrokken bij het onderwerp. Zo vertelt hij dat hij al in 2000 als hoofdredacteur van Time onderhandelde over een artikel over DNA-sequencing. Hij noemt zichtzelf ook wel ‘wetenschapshistoricus’, en studeerde geschiedenis voordat hij journalist werd.

Deel 9: Coronavirus

En zo is hij ook persoonlijk betrokken bij de race om het corona-vaccin, hij geeft zich op voor de klinische experimenten van het mRNA-vaccin van Pfizer-BioNTech. De corona-vaccins zijn genetische vaccins, het gebruik betekende een omslag ten opzichte van de traditionele vaccins. Op CRISPR-gebaseerde tests worden gebruikt om het virus aan te tonen zodra iemand besmet is.

In het verleden zijn er miljoenen doden gevallen door pandemieën, denk aan de Zwarte Dood die 200 miljoen Europeanen doodde. Door RNA-vaccins is de verdediging tegen de meeste virussen effectiever. Maar volmaakt is het niet, de vaccins werken op het immuunsysteem, wat we nog steeds niet volledig doorgrond hebben. De meeste Corona-doden overleden aan ontstekingen aan organen, door een ongewenste reactie van het immuunsysteem. CRISPR werkt niet via het immuunsysteem, maar knipt het virus in stukken. CRISPR-Cas vaccins zijn nog in ontwikkeling.

Bijzonder aan de Corona-vaccinwedloop is dat onderzoekers en universiteiten samenwerkten, ook de grote concurrenten Jennifer en Feng Zhang. Hun ontdekkingen werden aan iedereen die het virus bestreed beschikbaar gesteld. Hun publicaties stuurden ze niet naar het dure, trage Science, maar naar gratis en open platformen. 

De Nobelprijs

En dan is het oktober 2020. Een verslaggever belt Jennifer wakker. Wat is haar commentaar op de Nobelprijs? Wie heeft hem gewonnen?, vraagt ze geïrriteerd.  Nou, jij en Emmanuelle Charpentier. Natuurlijk wist Jennifer dat ze in de race was. Maar de ontdekking van hun CRISPR-CAS toepassingen was nog maar 8 jaar oud, meestal gaan er tientallen jaren overheen. Het toekennen van de prijs onderstreept het belang van fundamenteel onderzoek, wat uiteindelijk hele praktische toepassingen kan hebben. Dit, én de pandemie, trekken (hopelijk) meer studenten richting wetenschappelijk onderzoek, zo stelt Walter.

Mijn mening over De codekraker?

Wat ik van dit boek vond, lees je later in mijn recensie.

Andere Booknotes

Lees ook mijn Booknotes van:

Geschiedenis van morgen

Nexus

Stil

Een immense wereld

Dit bericht werd geplaatst in Biografie, gezondheid, Maatschappij en getagd met , , , , . Maak de permalink favoriet.

2 Responses to Booknotes van Walter Isaacson’s De codekraker

  1. Pingback: Familie: neef Walter Isaacson | ESCIA – 1001boeken

  2. Pingback: Booknotes: Marietje Schaake’s De tech-coup | ESCIA – 1001boeken

Plaats een reactie