Wat een immens leuk en interessant boek is Een immense wereld van Ed Yong uit 2022! Met zijn gedetailleerde beschrijvingen van de zintuigen van bekende en (mij) volstrekt onbekende dieren brengt hij een belangrijke boodschap over: we bekijken de wereld enorm antropocentrisch. We hebben geen idee wat dieren zien en voelen, als we het zelf niet kunnen zien of voelen. En ondertussen veranderen we onze omgeving …. en dus die van de dieren. Veel dieren overleven dat niet.
Het veranderen van die omgeving gaat verder dan milieuvervuiling, het gaat ook over lichtvervuiling en omgevingslawaai en nog veel meer. Door Yong’s bijna liefdevolle beschrijving van de diverse bijzondere zintuigen van exotische dieren word je heel gevoelig voor de gevaren die hij pas in het allerlaatste hoofdstuk schetst. Twaalf hoofdstukken lang is het genieten en in het dertiende realiseer je je dat we de schoonheid van de natuur van onszelf afpakken.

Een immense wereld …
… staat bol van de interessante weetjes, en ik schreef er heel wat op. Lees dus vooral mijn Booknotes als je meer over de inhoud wilt lezen.
Reuk, smaak, gezichtsvermogen, kleuren
Het boek begint met de reuk en smaak. We lezen over hond Finn, over mieren, olifanten, slangen en hun reukorganen. Ruiken, of eerder geuren indelen in vies en lekker, leer je, terwijl je smaak aangeboren is. Wij proeven met onze tong, muggen met hun voetjes en de meerval met zijn héle huid.
Dan het gezichtsvermogen. We leren hoe dat werkt, met eiwitten en chromoforen. En lezen over springspinnen, primaten, leeuwen en zelfs St. Jacobsschelpen, die tientallen ogen hebben, en we hebben geen idee waarom. Ook de slangster is een mysterie.
Het derde hoofdstuk gaat over kleur, en begint met een uiteenzetting van de techniek van kleuren zien, met soorten kegeltjes. Hoe meer soorten kegeltjes, hoe meer je ziet, dat gaat met een factor honderd omhoog. Dieren hebben vaak één of twee soorten, wij hebben er drie, voor 10.000 kleuren (1 x 100 x 100). De bidsprinkhaankreeft is dodeca-chromaat, heeft dus 12 kegeltjes, en kan ook nog eens de ‘circulaire polarisatie van lichtgolven’ (heel zeldzaam) onderscheiden. Waarom deze buitensporige complexiteit bij dit dier? Alweer: we weten het niet.
Pijn, temperatuur, stroming en trillingen
Het boek gaat verder over pijn. Bij elk dier is de gevoeligheid anders, en levert morele discussies op bij experimenteren met dieren. We lezen ook over de mannelijke bidsprinkhanen, die blijven paren met vrouwtjes die hen aan het verslinden zijn. Heeft hij geen pijn? Of is zijn seks-drive sterker?
Hoofdstuk 5 gaat over temperatuur. Dieren hebben verschillende soorten temperatuursensoren. De werking wordt uitgebreid uitgelegd, met behulp van kippen, kikkers, ratten en kamelen. Maar ook met de dertienstreepgrondeekhoorn, die alles wel prettig vindt en de vuurkever, die het liefst een bosbrand heeft.
Ik lees verder over contact en stroming, waaronder snavelende kanoeten die in het zand begraven mosselen vinden, en oriputerende lamantijnen. Vergelijkbaar zijn de oppervlaktetrillingen. Ik moest lachen bij de biltrilwedstrijden van kikkers, het zanddrummen van wenkkrabben en het zingen van cicaden, die bladeren laten trillen.
Geluid, echo-locatie, electriciteit en magnetische velden.
Hoofdstuk 8 is gewijd aan geluid, en begint met het verbijsterende feitje dat de meeste insecten géén oren hebben. Over vogelgezang is heel wat te vertellen, je luistert nooit meer op dezelfde manier naar een zebravink of parkiet. Verder gaat het over zingende walvissen, muizen(!) en vleermuizen. En die vleermuizen komen daarna verder aan bod, bij echolocatie. Wist je dat ook dolfijnen en zelfs mensen echolocatie gebruiken?
Dieren die elektriciteit opwekken zijn bijvoorbeeld de meerval en de sidderaal. En zoals er echo-locatie is, is er ook electro-locatie. Dieren kunnen ook communiceren met elektriciteit: actief, door het uitzenden van pulsen, en passief, door het alleen opvangen van pulsen. Haaien bijvoorbeeld zenden zelf niet maar hebben wel receptoren om de pulsen van prooi op te vangen, tot wel 1 nanovolt (= 1 miljardste volt). Hommels pikken het elektrische veld van bloemen op.
Magnetische velden zijn er ook, en daar gaat hoofdstuk 11 over. Uiltjes (motten) en schildpadden hebben een ingebouwd kompas. En schildpadden maken ook gebruik van de inclinatie en intensiteit van het magnetische veld van de aarde. De combinatie van die twee werkt als een soort coördinaten, waarmee je een kaart van de oceaan kunt maken.
Zintuigelijke input integreren
Niet één dier gebruikt maar één zintuig tegelijk en sluit de rest af. Nee, alle input van alle zintuigen komen tegelijkertijd binnen, compenseren elkaar, vullen elkaar aan. Er is zelfs een vorm die synthesie heet: de input wordt gecombineerd. Geluiden hebben kleuren, woorden hebben smaak. Hoe ervaren het volgelbekdier en de dolfijn de verschillende soorten input? En hoe maken dieren verschil tussen input vanuit de omgeving (ze worden geduwd) en vanuit henzelf (ze duwen ergens tegenaan)?
“Om te weten hoe het is om een ander dier te zijn, moet je álles van ze weten. Van hun zintuigen, het zenuwstelsel, maar ook de rest van het lichaam, de behoeften, de omgeving, het evolutionaire verleden en ecologische heden”, zo stelt Yong.
Hoe we de omgeving van dieren veranderen
Dat brengt Yong op het behouden van de stilte en het duister. Want onze lichtvervuiling zorgt voor de desoriëntatie van vogels die migreren. Nachtvlinders stoppen met bestuiven. En door het omgevingslawaai is vogelgezang minder goed te horen, ook voor de vogels zelf. Een partner vinden wordt veel moeilijker. Door het lawaai van de scheepvaart stoppen walvissen met zingen en orka’s met fourageren.
Sommige dieren passen zich aan. Andere soorten, met langlevende generaties, kunnen dat niet snel genoeg. Het resulteert in ieder geval in minder diversiteit, ook binnen een soort. Minder kans om hun zintuigen te begrijpen en daarmee onze wereld beter te begrijpen. Want ónze zintuigen zien niet alles, horen niet alles, voelen niet alles. En zo begrijpen we ook niet wat de gevolgen kunnen zijn van het uitsterven van soorten. En we missen de kans om te leren hoe we vernietiging van de natuur kunnen omkeren, wat er nodig is om dieren terug te lokken.
Evaluatie Een immense wereld
Ik heb bijzonder veel nieuws geleerd, en dat vind ik belangrijk bij een boek. Zoveel interessante verhalen over gewone en buitenissige dieren doet mijn liefde voor de natuur groeien, en de wens om die te beschermen. Dat wens ik iedereen toe. Yong beschrijft uitgebreid de onderzoeksprojecten waaruit hij put, de onderzoekers zelf en ook de dieren die onderzocht worden en vaak een naam (en persoonlijkheid!) hebben. Heel leuk om zo over allerlei feiten te lezen die anders best droog kunnen zijn. Yong maakt onderscheid tussen wat we wetenschappelijk bewezen hebben, wat we vermoeden, en waar we werkelijk géén idee van hebben. Natuurlijk leren we steeds meer, en is dit boek over 5 jaar waarschijnlijk aan een update toe. Dan weten we wél waarom een St. Jacobsschelp zoveel ogen heeft. Of we hebben ze allemaal opgegeten en we komen er nooit meer achter, dat kan ook.
Yong heeft een heerlijke schrijfstijl, heel persoonlijk en grappig. Zelfs zijn noten zijn leuk om te lezen! Ik las het ebook, wat natuurlijk niet uitblinkt in lay-out en kleurgebruik (de paperback heeft zelfs foto’s!), maar wat goed verzorgd was, ik heb geen enkele typo of rare vertaling gevonden. Natuurlijk ben ik geen expert op dit gebied en zou een bioloog misschien wél wat vinden. Kan. Het betoog is in ieder geval zeer helder. Je raakt onder de indruk van de diversiteit van de natuur, en hoe weinig we ervan weten, en dan maakt Yong duidelijk dat we maar beter kunnen zorgen dat we die natuur beschermen, zodat we tijd hebben om verder te onderzoeken. Zijn stuk over de effecten van licht- en geluidsvervuiling is bepaald schokkend.
Het boek is in Nederland niet breed bekend, heb ik de indruk, en dat is jammer. Wel is het genomineerd geweest voor een aantal prijzen in 2022, en heeft het een hoge rating op Goodreads: 4,47. Je mist dus echt wat als je dit niet leest ….
Ik gaf het boek 5*
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Koop dit boek
o.a. bij
of
Libris.nl, steun je lokale boekhandel
Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:
Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
Of lees het digitaal en gratis via Kobo-Plus….. dat deed ik ook!
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!
Pingback: De beste managementboeken van Q4-2024
Pingback: Recensie: O nee dit gaat over mij - pittig - 1001 Managementboeken
Pingback: Recensie: In gesprek met de Noordzee – diep | ESCIA – 1001boeken