Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis voor morgen

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van Geschiedenis voor morgen.

Roman Krznaric schreef eerder Empathie en De goede voorouder. Ik las beide boeken en kan mij erg vinden in zijn aanpak: historische gebeurtenissen analyseren en daaruit lessen destilleren voor het hier en nu. Je leert wat van de geschiedenis, en krijgt gelijk het perspectief dat alles waar jij (en wij) nu mee worstelt, al eerder is gebeurd, en al dan niet tot positieve uitkomsten heeft geleid. Ik las met veel plezier over de boekdrukkunst, het watertribunaal in Valencia, de Edonomie in Japan, tolerantie in Al Andalus, de afschaffing van de slavernij na een opstand in Jamaica en nog veel meer. Roman neemt je mee door veel eeuwen én veel plaatsen en levert ‘radicale hoop’. Daar had ik nu nét behoefte aan!

Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis van morgen

Inleiding

Dit boek kun je zien als ‘toegepaste geschiedenis’, door bestudering van het verleden een betere koers uitzetten voor de toekomst. En dat is geen ‘loze’ belofte. In 1962 zat JFK midden in de Cuba-crisis. Hij ging te rade bij The Guns of August, een kroniek van misvattingen en geknoei van politieke en militaire leiders die bijdroegen aan WO1. Onder invloed van dit boek koos hij voor een diplomatieke aanpak. Zo kan een geschiedenisboek oorlog voorkomen!

Leren van fouten is belangrijk, maar je laten inspireren door positieve gebeurtenissen net zo. Roman wil beide in zijn boek laten terugkomen. En dan niet alleen de activiteiten van machtige leiders, maar juist die van gewone mensen, waar de veranderaars in onze samenleving kracht uit kunnen putten. Een beetje selectief winkelen dus? Ja, gericht op de 10 belangrijkste crises van nu waar gewone mensen invloed op kunnen uitoefenen.

H1. Afkicken van fossiele brandstoffen.

Radicaal activisme en de kracht van burgerlijke ongehoorzaamheid.

In dit hoofdstuk maakt Roman de vergelijking met de afschaffing van de slavernij, in de UK. In 1807 was de slavenhandel wel afgeschaft, maar de slavernij niet. Er werd enorm gelobbyd door plantagehouders (bij elkaar hadden die 700.000 slaven voor zich werken), politici, kooplieden, journalisten, etc. Ze willen de afschaffing spreiden over tientallen jaren, om teveel beroering te voorkomen en ‘de wilden op te voeden’. De plantagehouders moesten worden gecompenseerd. De lobby van fossiel gebruikt nu dezelfde argumentatie: de transitie moet héél geleidelijk gaan en fossiel moet voorlopig leidend blijven om die transitie te financieren. Er is weerstand vanuit de gevestigde orde en de overheden.

De slavernijlobby wist het te rekken tot 1830, ondank vele hervormingsgezinden. Toevallig was er in 1830 in de UK een opstand door werkloze landarbeiders. Dit leidde tot politieke hervorming die een andere politieke kleur aan de macht bracht, die de indeling van kiesdistricten veranderde, eerlijker maakte. De Tory’s, vóór slavernij, verloren hierbij veel macht. Er kwam een andere regering, maar dat was nog niet genoeg om de afschaffing van slavernij door te zetten.

De Jamaicaanse slavenopstand van 1831 wél. Het werd neergeslagen, met veel geweld, en zo’n 500 slaven werden in de strijd gedood of later opgehangen. Daartegenover stierven 14 witte mensen. De UK was geschokt door het geweld, en bang voor uitbreiding van de opstanden. In 1833 werd de slavernij afgeschaft, en de plantagehouders kregen enorme compensatie, omgerekend 350 miljard pond.

Les voor nu: er zijn radicalen nodig, die extreme standpunten innemen waardoor de visie van ‘het midden’ acceptabeler wordt. Dit staat bekend als het zogenaamde Raam van Overton. Het voorbeeld van de protesten onder leiding van M.L. King als vreedzame burgerlijke ongehoorzaamheid, in combinatie met de Black Power beweging die extreem en gewelddadig was, is óók een voorbeeld van die theorie. Om van fossiel af te komen is XR, de radicale flank van de klimaatbeweging, méér dan nodig.

H2. Naar meer verdraagzaamheid.

Samenleven in een middeleeuws Islamitisch rijk.

We zijn allemaal migranten, dat blijkt wel uit je DNA en als je genealogisch onderzoek doet. Het is goed dat te beseffen als er een nieuwe migratiegolf op gang komt, door klimaatverandering en automatisering. We moeten dus leren harmonieus samen te leven, ‘convivialiteit’. Hoe gaan we dat doen?

De VS rond 1850. De Chinese immigranten, aangetrokken door de goudkoorts, hadden het niet makkelijk, ze werden gediscrimineerd, mishandeld en gelyncht. Het ‘gele gevaar’ werd als uiterst bedreigend gezien. Tot 7 december 1941. Japan viel Pearl Harbor aan. China was in oorlog met Japan, en zo werd de vijand van de vijand een vriend. Chinese mannen waren welkom in het leger en de vrouwen gingen aan de slag in de fabrieken. De anti-Chinese wetten werden geschrapt. Na 100 jaar eindelijk verdraagzaamheid. In de VS is men nu onverdraagzaam naar moslims en Latijns-Amerikanen. Buitenstaanders krijgen snel overal de schuld van, met name economische problemen (‘ze pikken banen en huizen in’).

Zijn er positieve voorbeelden van tolerantie te vinden? Jawel, in Al-Andalus, rond het jaar 1000. In Cordoba leefden joden, moslims, christenen én heidenen samen. Ze woonden in aparte wijken, maar handelden met elkaar, gebruikten dezelfde badhuizen, maakten samen muziek. Ze zagen zichzelf en elkaar in de eerste plaats als Andalusi, ongeacht hun geloof. De gemeenschappelijke taal was Arabisch. Er was vrijheid van godsdienst. Er laaide wel eens geweld op, maar over het algemeen was er sprake van tolerantie. Hoe kwam dat? Door het intensief samenleven, door de onderlinge economische afhankelijkheid.

Die tolerantie is in steden veel sterker dan op het platteland, doordat je elkaar vaak tegenkomt en ontdekt wat je gemeen hebt. Dit is de ‘contacttheorie’. Die tolerantie kunnen wij in het heden bewust creëren door de steden ‘conviviaal’ te ontwerpen: zodanig dat je intermenselijke relaties bevordert. Denk aan gemeenschappelijke sociale voorzieningen en ‘etnische quota’ per buurt: de bewonerssamenstelling weerspiegelt de inwoners van het land . Ook is een gemeenschappelijke nationale identiteit van belang. Singapore en Spanje geven hierin het goede voorbeeld.

H3. Consuminderen.

Pre-industrieel Japan en het ontwerp van een regeneratieve economie

In Parijs in 1872 opende het eerste warenhuis: Bon Marché. In die periode werden bezittingen steeds meer ingezet om sociale status te benadrukken. Het warenhuis speelde in op het verlangen ‘dingen te kopen waarvan je niet wist dat je ze nodig had’. Maar consumentisme leidt niet tot steeds meer geluk, en verwoest de aarde. Echter, we weten niet beter, en stikken in de spullen: stuffocation.

Het kan ook anders, een mooi voorbeeld is Japan rond 1750. De shoguns hebben Japan bewust geïsoleerd van het buitenland, ze willen die kwalijke invloeden niet. Japan ziet er ouderwets uit: alles van hout. Maar nog bijzonderder: zonder afval op straat. Alles wordt hergebruikt, hersteld, gerecycled: de Edonomie. Aan hout was een groot tekort, dus stond er een hoge boete op illegale  houtkap en mocht er legaal maar heel beperkt gekapt worden. Tegelijkertijd was er een enorm aanplantprogramma. Deze Edonomie hield 200 jaar stand! Deels door de bestaande culturele focus op de banden tussen verschillende generaties, wat  lange termijnbeleid ondersteunt, deels door het idee van mottainai, ‘precies genoeg’, wat door hoog en laag werd uitgedragen, ook door de heersers, die best sober leefden. Maar ook door het dictatoriale bewind van de shoguns, én de isolatie, die hen dwong grondstoffen efficiënt te gebruiken. Toen Japan zich weer openstelde voor handel met het buitenland was het snel gebeurd met de Edonomie.

Les: in het heden gaat circulair leven er niet vanzelf komen. Er is regelgeving nodig. Daarnaast moet er een cultuurverandering komen, voor een andere levensstijl die onze voetafdruk zo klein mogelijk maakt, zoals die van de quakers. Maar dat zal héél lastig zijn. Beter is dan rantsoenering, bijvoorbeeld CO2-rantsoenering, zoals de houtrantsoenering in Japan.

H4. Sociale media beteugelen.

De boekdrukkunst en de uitvinding van het koffiehuis

Vroeger waren er ook ‘sociale media’. In Rome brachten slaven berichten en openbare brieven rond, ze ‘waren het Romeinse equivalent van breedband’. Ook waren er herbruikbare was-tabletten, en de muren van gebouwen, die voor berichten gebruikt werden. De drukpers schaalde het op: de pamfletten van Luther zorgde voor de polarisatie tussen katholieken en protestanten en leidde tot godsdienstoorlogen. En ook verschenen er pamfletten over heksen en de bestseller Malleus Maleficarum, die de heksenjacht bevorderden.

Maar het kon ook anders: kijk maar naar de koffiehuizen in het VK rond 1700: met een grote leestafel vol pamfletten en tijdschriften. Lekker lezen en erover discussiëren, met mensen van verschillen sociale achtergronden. Die vrije ‘publieke sfeer’ werd later verstikt door de massamedia: eerst de grote kranten, de radio en tv, daarna het internet. Inmiddels is het verworden tot een sfeer van desinformatie en leuk/niet leuk. Jammer, het pluralisme is weg. Hoe krijgen we het terug?

Die koffiehuizen waren kleine tenten, en er waren er veel van. Geen ketens, veel concurrentie. Zouden wat anti-monopoliewetten helpen om de grote platformen van nu op te breken? Of nieuwe koffietentjes om de inhoudelijke gesprekken weer op gang te brengen?

Iets anders: onze cognitieve geschiedenis. Vroeger luisterden we gezamenlijk naar verhalen, daarna lazen we in afzondering en stilte opinies. Dat lezen veranderde onze hersenen, we gingen meer lineair redeneren en daarmee meer rationeel denken. Het internet verandert onze hersenen verder. Hebben we straks alleen nog relaties met AI? Beter: laten we in een cafeetje onze telefoon wegleggen en met elkaar praten.

H5. Water voor iedereen.

Wateroorlogen en het vernuft van de commons

Aquacide. Dat staat ons te wachten, klimaatverandering, bevolkingsgroei en industriële landbouw zorgen voor toenemende waterschaarste. In China is de strijd tegen of voor het water al eeuwen aan de gang.

In de 7de eeuw werd het Grote Kanaal gebouwd, de langste waterweg ooit, om het noorden van water te voorzien. Door corruptie en incompetentie verziltte het in de 19-de eeuw. Het gevolg was hongersnood, kannibalisme en tussen de 10 en 20 miljoen doden.

Rond de 8ste eeuw ontstond het watertribunaal in Valencia, een gerechtshof dat zorgt voor de eerlijke verdeling van water in het achterland. De leden waren lokale vertegenwoordigers van de irrigatiekanalen. Het is een van de eerste meents, een common, en inspireerde Elinor Ostrom, Nobelprijswinnaar Economie in 2009, tot haar onderzoek naar de commons.

Water is ook de oorzaak van de Zesdaagse Oorlog, toen Syrië in 1964 de loop van de Jordaan ging verleggen. Israël was niet blij, ze haalde daar een derde van haar water vandaan. En ook nu is water reden voor strijd: Israël beperkt niet alleen het Jordaanwater, maar ook de toegang tot grondwater voor de Palestijnen, ook al wonen die er bovenop.

Met toenemende waterschaarste neemt de kans op conflicten toe. Zouden we een watertribunaal kunnen gebruiken? Of eigenlijk: meerdere tribunalen, op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Vooral internationaal is de nood hoog, aangezien armere landen geen geld hebben voor dure technische oplossingen als ontziltingsinstallaties. Ook het slechte beheer van water door private partijen pleit voor het onderbrengen van water in commons.

H6. Het vertrouwen in de democratie herstellen.

Over het herontdekken van de gemeenschapsdemocratie

Onze huidige representatieve democratie, met verkiezingen en beroepspolitici en lobbyende bedrijven kraakt in haar voegen. Er zijn er ook nog maar 34, van de 179 landen. Veel jongeren hebben er totaal geen vertrouwen in. Kunnen we van de geschiedenis leren? Het huidige idee van vertegenwoordigers die het algemeen belang beter kunnen behartigen dan ‘het gepeupel’ is juist anti-democratisch, helemaal als, zoals vroeger, niet iedereen mag stemmen.

Djennë-Djeno was een bloeiende stad in Mali, tussen 250 v. Chr. en 1400 n. Chr. Er woonden 40.000 mensen die mooi aardewerk, metaal en beeldhouwwerk voortbrachten. Maar … geen paleizen, geen vestingwerken. Djennë-Djeno had geen hiërarchie maar heterarchie: zelfbestuur met vertegenwoordigers van de diverse beroepsgroepen. Géén beroepspolitici. Vóór de slavenhandel en kolonisatie waren er veel van dergelijke gemeenschappen in Afrika.

Er zijn ook andere vormen: De Atheense democratie, waarbij zo’n 20% van de bevolking via diverse vergaderingen besluiten nam en met bestuursorganen waarvan de leden via loting werden bepaald.

Ook was er de Rätische Vrijstaat, tussen 1524 en 1799, die 227 buurtvergaderingen had, die afgevaardigden stuurden naar 49 gemeenschappen die weer afgevaardigden stuurden naar de Bundestag. En die had weer een dagelijks bestuur van 3. Het werkte met een referendumstelsel. De nalatenschap hiervan zien we nog steeds in Zwitserland. En ook de Koerden werken vergelijkbaar in Rojava, een regio mrt 4 miljoen mensen.

Het burgerberaad is een uitstekend initiatief, beter dan een referendum, omdat er eerst met elkaar gesproken wordt, consensus wordt gezocht. Echter, de uitkomt is een advies, het burgerberaad heeft geen macht. Anderzijds, er is minder risico op partijpolitiek, bedrijfslobby en korte-termijndenken. We moeten naar een vorm toe met decentralisatie, deliberatie en directe besluitvorming.

H7. De genetische revolutie in goede banen leiden.

De schaduwkant van de eugenetica en het streven naar algemeen welzijn

We kiezen de specs van onze nieuwe telefoon. Kiezen we binnenkort ook de eigenschappen van onze baby? Geslacht, haarkleur, ogen, vrij van ziekten, talent voor muziek of sport? We kunnen biotechnologie inzetten voor algemeen welzijn, denk aan het polio-vaccin. Maar ook voor minder fraaie doelen: de eugenetica.

Eugenetica wil door middel van selectieve voortplanting de menselijke soort verbeteren. Ooit werden mensen van kleur uitgesloten (‘intellectueel minderwaardig’) en misdadigers, imbecielen, verkrachters gedwongen gesteriliseerd (in de VS). De Nazi’s haalden hier inspiratie uit.

Tegenwoordig is eugenetica uit de gratie, maar de moderne biotech kijkt ook naar de ‘afwijkingen’ van embryo’s, zoals het Syndroom van Down. Zullen er ouders zijn die ook dwerggroei of doofheid zullen laten wegmodificeren? Je zult niet geboren worden … op basis van vooroordelen.

Aan de andere kant: het COVID-19 vaccin is ontwikkeld met behulp van gentechnologie. Droogtebestendige gewassen ook. En hoe fijn zou het zijn als we geen leukemie meer kregen … Maar het welzijn van de gemeenschap moet voorrang krijgen boven persoonlijke belangen. Zoals vroeger de ontwikkeling van het poliovaccin: door crowdfunding, en zonder patent, want eigendom van de samenleving. Het is dan ook ontwikkeld buiten de farmaceutische industrie om.

Maar nu is ook de biotechnologie door het neoliberalisme ontdekt en wordt ons DNA, een gemeenschappelijk bezit zou je zeggen, verkocht, worden er biopatenten gevestigd op gentherapie voor kanker. Dat kan zomaar 2 miljoen kosten. Per patiënt. In 2021 weigerden de Europese overheden dat te betalen. De fabrikant verlaagde zijn prijs niet, nee, hij stapte uit de markt, jammer dan voor de patiënten.

Hetzelfde geldt voor biodata, DNA van mensen die betaalden voor onderzoek, biodata die daarna verkocht worden aan farmaceutische bedrijven. Facebook is er niets bij! Het verdient de voorkeur om biotechnologie in overheidshanden te houden, al was het alleen maar om eugenetica onder controle te houden. De evolutie van de mens staat op het spel! En: DNA is een schat van en voor ons allen.

H8 De ongelijkheidskloof dichten.

Strijden voor gelijkheid in Kerala en Finland

De pest, de Zwarte Dood van rond 1350, kostte miljoenen het leven, maar had ook een voordeeltje: het verkleinde de kloof tussen arm en rijk. Want: veel minder mensen om het werk te doen, die konden dus hogere lonen vragen. Boeren konden lagere pacht bedingen. Lijfeigenen dwongen af dat ze loonwerkers werden. De vier ‘blessings in disguise’ zijn oorlogsmobilisatie, revolutie, ineenstorting van de staat en dus pandemie. Maar … kan dat ook zonder ramp? Jawel.

In Kerala, India, is het welzijn, uitgedrukt in ratio’s voor kindersterfte, deelname onderwijs, geletterdheid etc. maar ook inkomens- en welvaartsongelijkheid hoger dan in andere deelstaten. Hoe kan dat? In 1813 kwamen daar de vrouwen van de laagste kaste in verzet tegen vernederende beperkingen. Een van die protesten: ze bedekten hun borsten (Dat mochten ze dus niet. Er moest altijd met blote borsten worden gelopen!). In 1858 deden ze het weer. Rond 1890 was er een opstand om meer onderwijs te krijgen, in 1938 om gevangen vrij te krijgen. Steeds gingen de vrouwen voorop. In 1957 protesteerden de communisten in Kerala tegen hoge voedselprijzen en voor beter onderwijs. En de Communistische partij kwam in 1998 met Kudumbashree, ‘voorspoed van de familie’, een opstand tegen armoede en genderdiscriminatie. Al dit politiek activisme, geïnitieerd door vrouwen, zorgde voor meer gelijkheid.

In het mondiale Noorden heeft Finland iets vergelijkbaars gedaan, met een sterke vrouwenbeweging. Dus naast de 4 rampen, is politieke en sociale strijd óók een bron van verandering. Collectieve solidariteit resulteert óók in gerechtigheid, en vrouwen spelen daarin een belangrijke rol.

H9. Machines onder controle houden.

Kunstmatige intelligentie en de opkomst van het kapitalisme

Er is ‘zwakke’ AI, geprogrammeerd door mensen voor specifieke taken, en ‘sterke’ AI, AGI, met een zelfbewustzijn, en zijn eigen doelen bepalend. Sterke AI bestaat nog niet. Maar zwakke AI kent ook gevaren, het verspreidt zich razendsnel en helemaal onder controle hebben we het niet. Is er een historische parallel te trekken?

Jawel, met het systeem van het (financieel) kapitalisme. Dat ontstond in Amsterdam, in 1602, toen de Verenigde Oost-Indische Companie, het allereerste bedrijf met aandelen, haar allereerste aandelen op de markt bracht. O ja, in Amsterdam vond men ook de BV uit, die investeerders beschermde tegen financiële risico’s die groter waren dan hun investering. Ene John Law kopieerde het systeem en bracht het naar Parijs, op basis van de handel met Louisiana. Helaas was Louisiana niet het land van melk en honing, maar van moerassen en muggen, met weinig economisch potentieel. Investeerders begonnen hun aandelen te dumpen. Wat Law ook deed, niks hielp. Het resultaat was de eerste financiële crash: de Mississippi Bubble. De schuld van Law? Of een systeem wat onbeheersbaar was geworden?

Het mondiale financiële kapitalisme is inmiddels zo groot en verweven dat het niet meer te reguleren is. In 2008 bleek dat de val van één bank, rampzalige gevolgen had voor het hele systeem. Wat zijn precies de parallellen met AI? Complexiteit en omvang. Het is overal, en in tegenstelling tot het kapitalisme, breidt het zich enorm snel uit. Ook is het in veel gebieden te gebruiken: onderzoek naar gentherapie, weersatellieten, oliebronnen zoeken, vliegroutes plannen, you name it. Je kunt er ook nauwelijks omheen, als één bedrijf met iets nieuws komt, volgen de concurrenten snel. Daarnaast is er ’besmettingsrisico’, een probleem in één deel van het systeem leidt tot veel meer problemen. Denk aan nepnieuws leidend tot identiteitsdiefstal, slimme drones tot killer robots. De derde overeenkomst is het intentioneel ontwerp: beide systemen hebben geen bewustzijn.

De angst voor AGI leidt af van de huidige risico’s. Maar het feit dat het een intentioneel ontwerp is, houdt misschien in dat we het ook opnieuw kunnen ontwerpen. En misschien moeten we het wel weghalen bij de op winst beluste bedrijven, en onderbrengen bij overheidsinstanties. (Maar ja, Poetin …)

Of misschien via gedistribueerd eigenaarschap, bij een groep belanghebbenden. Steward-owned, oftewel rentmeesterschap.

Wat het kapitalisme betreft, werkt dit gedistribueerd eigenaarschap heel goed in de Italiaanse regio Emilia-Romagna. Dit model floreerde ook in de VS in de jaren 30, met coöperatieve elektriciteitsbedrijven, die nog steeds bestaan. Zo kunnen ook AI-coöperaties worden opgericht. Wat nodig is, is startkapitaal en regulering.

H10. De ineenstorting van de beschaving afwenden.

Hoe naties en rijken crises en verandering hebben overleefd

Het geld stapelt zich op in ons financieel systeem, en de hulpbronnen van de planeet raken uitgeput. Het feestje loopt op z’n end. Het is tijd voor de Grote Vereenvoudiging: een samenleving die draait op een veel lager energieniveau en met een veel lager mondiale bbp. Gaan we dan buigen of breken? Maken we een transformatie mee, of een ineenstorting? De ‘collapsologie’ geeft antwoord, een vakgebied dat in het verleden zoekt naar mogelijke oorzaken van de opkomst en ondergang van beschavingen. En naar de oorzaken waarom andere beschavingen blijven bestaan. Dat blijkt te liggen aan asabijja, biofilie en crisisrespons.

Asabijja is een Arabisch woord en betekent collectieve solidariteit of groepsgevoel. De woestijnvolken hadden dat en de islamitische veroveringen in de 7de eeuw zouden daaraan te danken zijn. Die stelling wordt onderschreven door Luke Kemp en Jared Diamond, die de ondergang van beschavingen wijten aan welvaart en ongelijkheid. De heersende elite gebruikt haar rijkdom en privileges om zich te isoleren van sociale en ecologische problemen die ze zelf veroorzaakt hebben. In tijden van grootschalige rampen geeft collectieve solidariteit een maatschappij de veerkracht om crises het hoofd te bieden. Zo beschrijft Rebecca Solnit de aardbeving van 1906 die San Francisco trof. De lokale bevolking zette zelf gaarkeukens e.d. op.

De huidige klimaatcrisis vereist collectieve solidariteit over landen heen. Dat hebben we nog nooit vertoond, met uitzondering van het dichten van het gat in de ozonlaag. Er is geen vijand van buiten, de impact van de klimaatcrisis is trager, niet direct waarneembaar en minder gewelddadig dan een gemeenschappelijke vijand als Hitler bijvoorbeeld. Een vijand van binnen dan? De fossiele brandstofbedrijven? De CO2 uitstotende miljardairs? De fossiele brandstof producerende landen? We móéten een vijand kiezen om asabijja te creëren!

Biofilie gaat over de strijd tegen overexploitatie van het milieu, over solidair zijn met álle leven op aarde. Overexploitatie van hulpbronnen is de belangrijkste reden van de ondergang van beschavingen, zoals het Akkadische rijk, rond 2200 v Chr. Maar juist veel inheemse volken hebben duizenden jaren stand gehouden door een goed beheer van land, zee en bos, denk aan de Groenlandse Inuit en de Australische jager-verzamelaars. Biofilie is een aangeboren verbondenheid met met de levende wereld. Die is bij ons weggezakt, maar niet helemaal weg. Er zijn miljoenen  mensen lid van de vogelbescherming, miljoenen tuiniers, miljoenen die in het weekeinde de natuur intrekken om een hert te spotten. Er is dus een basis om dat biofiele bewustzijn terug te krijgen.

Crisisrespons: terwijl we werken aan asabijja en biofilie, wat tijd zal kosten, moeten we wel de optredende crises het hoofd kunnen bieden. En snel! Er zijn zat voorbeelden. WO2 bijvoorbeeld: door de aanval op Pearl Harbor raakten de VS betrokken. In een paar jaar tijd werd er een enorme oorlogsindustrie opgebouwd, autofabrikanten moesten tanks en vliegtuigen gaan maken. En na de Watersnoodramp in 1953 bouwde Nederland de Deltawerken, wat 20% van het bbp kostte. Na de revolutie in 1949 begon China aan een enorm hervormingstraject.

De klimaatcrisis past niet in één van deze drie categorieën, maar wel in een vierde: ontwrichting. Dat is een combi van een ‘milde’ crisis en ontwrichtende sociale bewegingen die ruimte biedt voor visionaire nieuwe ideeën. De slavernij werd pas een crisis na opstanden. Maar voor verandering zijn ook nieuwe ideeën nodig. Bij de bankencrisis van 2008 waren die er niet, en dus vond er geen transformatie plaats. Bij een ontwrichting zijn het niet de politieke leiders die het voortouw nemen, maar de gewone burgers, tot het moment dat de politiek wel móét reageren met radicale maatregelen. Dus, we weten wat er nodig is om te buigen, in plaats van te breken. Dat is een begin.

Conclusie.

Vijf redenen voor radicale hoop

We lijden aan het ‘syndroom van verschuivende ijkpunten’. Ons ijkpunt van wat normaal is, komt van wat in onze jeugd de stand van zaken was. Daardoor onderschatten we de neergang op de langere termijn: niemand die nu leeft kan zich krioelende scholen makrelen voor de kust herinneren, de enorme hoeveelheid vis vóórdat we met industriële visserij begonnen. Wat we normaal vinden is wat we zelf hebben ervaren. Dit boek probeert dat te doorbreken. Tegelijkertijd laat het boek zien dat verandering mogelijk is, geeft het ‘radicale hoop’.

Er zijn 5 redenen voor die radicale hoop:

  1. Ontwrichtende bewegingen kunnen het systeem veranderen. Burgerbewegingen hebben tot transformatie geleid. Hierbij is een radicale flank nodig, die dwingt tot actie.
  2. ‘Wij’ kan het winnen van ‘ik’. Dit zie je aan Valencia’s watertribunaal en aan de samenleving in Al Andalus. Asabijja loopt als een rode draad door de geschiedenis.
  3. Er zijn alternatieven voor het kapitalisme. Denk aan Edonomie, en het uitvinden van het poliovaccin.
  4. Mensen zijn sociale vernieuwers. Laten we dus niet alleen kijken naar nieuwe technologie, of grote leiders, maar ook naar elkaar.
  5. Er zijn andere toekomsten mogelijk. Onze voorouders konden leren om dingen anders te doen, wij kunnen dat ook. De geschiedenis geeft ons allerlei alternatieven. Het breekt onze verbeelding open, maakt ons ontvankelijk voor andere mogelijkheden.

Laten we putten uit de geschiedenis, voor morgen, en radicale hoop omzetten in actie.

Mijn mening over Geschiedenis van morgen?

Wat ik van dit boek vond, lees je (later) in mijn recensie.

Andere Booknotes

Lees ook mijn Booknotes van:

Nexus

Stil

Een immense wereld

Dit bericht werd geplaatst in Maatschappij en getagd met , , , , . Maak de permalink favoriet.

2 Responses to Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis voor morgen

  1. Pingback: Booknotes: Marietje Schaake’s De tech-coup | ESCIA – 1001boeken

  2. Pingback: Familie: ‘neef’ Roman Krznaric | ESCIA – 1001boeken

Plaats een reactie