“We hebben een prehistorisch brein, middeleeuwse instituties en de technologie van goden”. Een bekende quote, en wáár. En ook: niet zo best. In De meeste stemmen gelden niet uit 2025 onderzoekt Sander Heijne hoe die drie omstandigheden onze democratie uithollen. Met een flink stuk historie toont hij aan dat wat ooit prima werkte, nu niet meer voldoende is. Hij pleit voor een ‘radicale vernieuwing’ van de democratie, zonder diep in te gaan op mogelijke oplossingen. Maar zoals Einstein ooit zei: als ik een uur had om een probleem op te lossen, zou ik 55 minuten besteden aan nadenken over het probleem, en 5 minuten aan de oplossing. Dat is precies wat Sander doet.
De historische diepgang vond ik verrassend, het gaat over het belang van taal, de invloed van verhalen, de macht van het schrift. Over Aristoteles en Spinoza. Over de emoties van dieren en ons waanidee dat we bovenaan de natuur staan, heer van de schepping. Over de opkomst van autocratieën en ons morele kompas. Vanuit allerlei verschillende perspectieven bekijkt Sander het ontstaan van onze liberale democratie. Erg leerzaam. En wat frustrerend, want 5 minuten voor de oplossing van de problemen die we nu hebben is toch wat te weinig.

In het maatschappelijke boek De meeste stemmen gelden niet …
……. vraagt Sander Heijne zich af of onze vrije en democratische manier van leven nog houdbaar is. In de proloog noemt hij een aantal ontwikkelingen op die hem (en mij ook) zorgen baren. Zoals: *dat onze democratie langzaam ondergraven wordt en dat ook wij daar schuldig aan zijn, omdat we het laten gebeuren. *Dat een democratische rechtsstaat een voorwaarde is voor economische ontwikkeling omdat daarin de overheid te vertrouwen is, je bezit niet zomaar onteigend wordt. *Dat we ondanks de rechtsstaat toch een hoop problemen hebben: wooncrisis, vergrijzing, het dilemma wat te doen met de boeren, anti-immigratie partijen. *Dat we oorlog en politieke manipulatie in Oost-Europa hebben. *Dat dit alles leidt tot gebrek aan vertrouwen in de gevestigde politieke partijen en zo de opkomst van extreem rechts faciliteert.
Onze democratie moet zich aanpassen aan veranderde tijden. Rechts hangt nog steeds de vrije markt van Adam Smith aan, die juist kleine bedrijven tegen grote compagnieën wilde beschermen. Maar dit is nu vertaald als ‘de rode loper uitleggen voor multinationals als Amazon en Ahold, die lokale ondernemers het brood uit de mond stoten’. En links staart zich nog blind op de scheiding arbeid en kapitaal, terwijl de meeste werkenden óók vermogen hebben in de vorm van een huis, pensioenpotje en aandelen. En hoe democratisch is het dat grote corporaties meer macht hebben dan politici?
Gebrek aan vertrouwen dus in de gevestigde politieke partijen. Maar de nieuwkomers verspreiden desinformatie en leggen géén verantwoording af. Er is dan ook geen enkele progressie in het oplossen van onze economische problemen te bespeuren. Tel daarbij de traditionele partijen die antidemocratisch worden en het gevaar is duidelijk. Maar het probleem ligt dieper.
Dit boek analyseert de fundamentele kwetsbaarheden, om op nieuwe ideeën te komen om de democratie te versterken. Eén ervan is dat we niet zo Sapiens, denkend zijn als we denken. We onderscheiden ons minder van dieren dan we altijd dachten, laten ons makkelijk manipuleren, zijn niet zo rationeel als onze democratie van ons verwacht. En als ons mensbeeld niet houdbaar is, is onze huidige manier van leven dat dan wel? Interessante gedachte!
De democratie onder vuur
In het hoofdstuk Onder vuur geeft Sander ons mee dat ook al is Trump democratisch verkozen, zijn acties zeker niet de wil van het volk weerspiegelen. Hij trekt blokje na blokje uit de democratische Jenga-toren. Statistieken geven aan dat het aantal democratieën in de wereld daalt, en ook de mate van democratie per land. Nederland daalde in score van 9,7 naar 9,0 en België is inmiddels een ‘gebrekkige’ democratie.
De democratie als huis
In het hoofdstuk ‘Anatomische les’ geeft Sander aan dat een democratie 3 lagen heeft. De eerste laag, als het fundament van een huis, bestaat uit ideologie: ideeën, opvattingen, principes. Voor de ideologie van een democratie is het idee dat het hoogste gezag is belegd bij de bevolking, een liberale democratie gaat ervan uit dat de individuele rechten van ieder mens worden beschermd tegen onredelijke inbreuken op diens vrijheid. Voor iedereen geldt dezelfde wet. Een democratie kán dus niet democratisch worden afgeschaft ‘door de meerderheid’.
De tweede laag zijn de draagmuren van het huis, en dit zijn de instituties, waarbinnen je heel goed discussie en meningsverschillen kunt hebben over de invulling van de ideologie.
De derde laag zijn de bewonersvertrekken, daarin vind je de ideeën van de verschillende politieke partijen, sociaaldemocraten, christendemocraten. En laten we niet de fout maken om antidemocratisch rechts ‘extreemrechts’ of ‘radicaalrechts’ te noemen, ze zijn antidemocratisch. Klaar.
De verhalen die we elkaar vertellen
Het volgende hoofdstuk heeft een intrigerende titel: Waarom heb ik nooit iemand gedood en mijn opa wel? Sander begint met duiden dat wij, Homo Sapiens, machtiger werden dan de dieren en andere mensachtigen door het fenomeen taal: hiermee konden we makkelijk samenwerken, ervaringen delen en besluiten nemen. Het schrift versterkte dit, omdat het schaalbaarder is dan mondelinge overlevering, het gaat over afstand én tijd heen. Taal hielp ook bij compromissen sluiten, het gemeenschappelijk belang boven het eigenbelang stellen. We vertellen elkaar verhalen om elkaar te overtuigen. Taal onderscheidt ons dus van dieren, en ook ons intellect. En het feit dat wij onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad. Onze democratie gaat uit van goedwillende mensen. Maar er zijn ook moorddadige mensen, en onverschillige mensen. Onze democratie is gebouwd op de aanname dat we redelijke mensen zijn en gemeenschappelijk belang vooropstellen.
Helaas. We willen vliegen, en CEO’s van oliemaatschappijen stellen dat wíj dus verantwoordelijk zijn voor de klimaatschade. De burgerrechten van minderheden worden geschonden omdat volgens politici ‘wíj klaar zijn met migratie’. De machtigen doen wat ze doen omdat wíj dat willen. Maar, zijn we wel rationeel in onze keuzes? Nee, er is sprake van groepsdruk / de conformity bias. En we zijn heel gevoelig voor nieuws in de media: lees je vaak over moord, dan denk je dat dat véél vaker voorkomt dan in werkelijkheid. Kortom: we laten ons leiden door de verhalen en informatie die we aangereikt krijgen. Zijn we dan wel de hoogste macht in de democratie?
En: hoe zit dat met ons morele kompas? Sander’s opa vocht in de Tweede Wereldoorlog en waarschijnlijk doodde hij Duitsers. Hij vocht ook in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en waarschijnlijk doodde hij Javanen. Als dienstplichtig militair werd hij door de Nederlandse regering naar beide oorlogen gestuurd. Eerst aan de goede kant, later aan de verkeerde kant. Was hij een goed mens of slecht mens? Goed of slecht is dus afhankelijk van de omstandigheden. In beide gevallen kreeg hij hetzelfde verhaal te horen: het is nodig voor het land.
Het schrift en informatietechnologie
Het volgende hoofdstuk heet Revoluties en gaat verder over verhalen en informatietechnologie. We leren Waldemar van Kyiv kennen, hij leefde rond 1000 AD. Bepaald geen lieverdje, verkrachtte een prinses om haar te dwingen hem te trouwen, en veroverde vanuit Scandinavië grote delen van wat nu Oekraïne en Polen is. Dat ging relatief makkelijk, want de inwoners daar waren bang dat hun heerser, een halfbroer van Waldemar, zich zou bekeren tot het Christendom. In Waldemar zien ze een verdediger van hun oude geloof. Maar als de oorlog is uitgewoed, heeft hij een ander probleem: hoe bestuurt hij al dat land, hoe int hij belasting. Hij moet nu juristen en boekhouders hebben in plaats van soldaten. Mensen die kunnen schrijven. De enige geletterde mensen in die tijd zijn … Christelijke priesters en monniken. En dus bekeert hij zich tot het Christendom, verstoot zijn heidense vrouwen, en dwingt zijn onderdanen zich te laten dopen. En regelt geschiedschrijvers die zijn verhaal opschrijven … hij wordt Vladimir de Heilige, door de macht van het schrift.
De kerk wordt dus ook machtig, heer mensen zijn de enigen die het schrift én de verhalen beheersen, alleen de haar welgevallige kennis wordt met de hand door monniken gekopieerd. Tot de uitvinding van de boekdrukkunst. De critici van de kerk, zoals Erasmus en Maarten Luther, kunnen nu hun pamfletten drukken en verspreiden. En daarna de wetenschappers, die veel kerkelijke dogma’s ter discussie stellen, zoals de aarde als middelpunt van het heelal. Door hun bevindingen vast te leggen, konden andere wetenschappers hun experimenten herhalen en erop voortborduren.
De wetenschap heeft ons een gestructureerde manier van denken en waarheidsvinding geleverd, die ons ook in staat stelt ons recht te halen. Het staat aan de basis van onze samenleving en onze grondrechten. Een aanval op de wetenschap is dus een aanval op onze democratie. Het bestaan van God is niet te bewijzen, dit wordt dus een geloof, door mensen geschapen. De adel heeft niet langer ‘het mandaat van God’ om te regeren. In de 17de eeuw leidt dit tot de Verlichting. De Trias Politica wordt geïntroduceerd.
So here we are. De antidemocraten proberen dit proces om te keren. Putin zocht de steun van de patriarch van de Orthodox Russische kerk. Trump van de evangelisten. ‘De hand van God’ beschermde hem bij de aanslag tijdens zijn campagne. Dictators beweren dat zij door God op hun ‘troon’ zijn gezet. Netanyahu, Orban en Erdogan bedienen zich ook van heilige geschriften. De wetenschap wordt verdacht gemaakt. Grote multinationalszijn de nieuwe adel. Het bestuur door ‘het volk’ staat onder druk, burgerrechten worden ingeperkt, bijzonder genoeg met het argument ‘de wil van het volk’ uit te dragen. Maar een ideologie waarom een theocratie of autocratie beter zou zijn voor het volk, hebben ze niet.
Terug naar de informatieverstrekking, die ging uit van de wetenschap, van bewijs, van waarheidsvinding. Iedereen geloofde het en hield zich eraan. Tot de opkomst van sociale media. Ooit waren journalisten poortwachters, die zorgden dat onzin en leugens weggefilterd werden. Nu is zorgvuldigheid een bedrijfsrisico, het voorkomt dat je de eerste bent, dat je lezers trekt, met clickbait. De informatie die ons bereikt wordt nu bepaald door algoritmen, in handen van een paar miljardairs in de VS en China. Zij zijn de nieuwe revolutionairen. En ons brein lukt het niet meer om tot een onafhankelijk politiek oordeel te komen. Verkiezingen zijn nu geen graadmeter meer van de wil van het volk. Onze instituties zijn afhankelijk van de mindset van hun leden, de parlementariërs, de rechters, de journalisten, en die mindset verandert.
Hoe dood je de democratie?
In hoofdstuk 5, De democratie is dood, onderzoekt Sander hoe autocratieën in het verleden de democratie hebben ontmanteld. De opkomst van het fascisme rond 1930 is te vergelijken met wat we nu zien. Het startte met maakbaarheidsdenken, een superras, nieuwe technologie, dat was goed voor de vooruitgang. Zondebokken waren natuurlijk nodig. De media publiceerden de speeches van de fascisten, vaak retorisch begaafd, zoals Hitler, zonder duiding, ze dachten dat de mensen zelf wel zouden zien wat een onzin het was. Maar dat gebeurde dus niet, en de media werden roeptoeter van het fascisme. Nu zien we het weer. Controversiële maatregelen leiden tot juridische procedures, en dus wordt de rechterlijke macht verdacht gemaakt, en zittende rechters vervangen door loyalisten. Dan ingrepen bij universiteiten en media: nieuwe mensen aan de top, bezuinigingen of simpelweg sluiting. Dan aanval op het demonstratierecht, het verbannen van boeken, het verbieden van woorden hetzij direct hetzij via de algoritmen, waardoor je critici monddood maakt. En het grootste gevaar: de klassieke politieke partijen die eraan meedoen, die het raam van Overton naar rechts, naar antidemocratisch schuiven.
Onze instituties, media, rechterlijke macht, parlement, moeten dus anders worden ingericht, om de weeffouten in onze democratie te herstellen.
We moeten de strijd aanbinden
In het laatste, relatieve korte hoofdstuk, onder de titel Waarom de politiek ons blijft teleurstellen, geeft Sander zijn conclusies. De samenvatting van het voorgaande is: we hebben een prehistorisch brein, middeleeuwse instituties en de technologie van goden (quote van Edward O. Wilson). Aan ons brein doen we weinig, en daarom worden we bij de verkiezingen gemanipuleerd, en valt het resultaat weer eens tegen, omdat de echte problemen niet geadresseerd worden. En ook: antidemocraten hebben aan één verkiezing genoeg om de democratie af te breken. Democratie is een overtuiging, een manier van leven, onze cultuur.
We moeten de strijd aanbinden.
Maar hoe?
Tot zover geen oplossingen voor het herstel van de weeffouten? Nee. Maar dan is er nog de epiloog van 20 pagina’s. Hierin zijn wél wat aanknopingspunten te vinden.
*Onttrek je aan de groep, stop met je kuddegedrag, verzet je tegen peer pressure en herken je conformity bias: neem je verantwoordelijkheid als individu. Zorg voor betere verhalen en durf die ook uit te dragen.
* Big Tech aan de ketting: we hebben een gedeelde realiteit nodig, niet de onzin die zij ons voorschotelen. Verplicht sociale media om tenminste 20% aan content aan te bieden die afkomstig is van erkende journalistieke media, die uitsluitend geverifieerde berichten publiceren. Maak de sociale mediabedrijven ook juridisch verantwoordelijk voor de content die hun algoritmes verspreiden, conform de content van haatimmams, die al beperkt zijn. Verder een totaalverbod van trollenlegers en automatisch door AI gegenereerde content.
*Farmaciebedrijven en autoproducenten moeten uitvoerig de veiligheid van hun producten aantonen, dezelfde eisen moeten we stellen aan digitale technologieën.
*De scheiding der machten, Trias Politica, volledig doorvoeren. Politici hebben dan geen bemoeienis meer met de aanstelling van rechters en geen invloed op de begroting van de rechterlijke macht. En dit geldt ook voor de wetenschap en de media. Misschien een vast percentage van ons bbp aan die instituties toewijzen?
*Minder politici! Het vak politicus ontstond in de tijd van vóór de telefonie, hoe kon anders de mening van de burgers invloed hebben op de besluiten? Nu kan het wél anders, van indirecte democratie naar directe democratie. Daarbij: wat lossen de politici nu eigenlijk op? Onze huidige welvaart komt door investeringen in het verleden in onderwijs, in innovatie, in wetenschap. Lange-termijnbesluiten, die ook haalbaar waren omdat de kiezer zijn partij meestal trouw bleef. Dat is niet meer zo, en daarom worden de grote problemen niet opgelost. Burgers moeten dus meer betrokken worden bij het bestuur van het land: met een stem op een (jaar)begroting per ministerie; toegankelijke uitleg(-video’s); met visies en scenario’s over de toekomst van gemeenten en het land; met burgerberaden die oplossingen zoeken voor de verdeling van lusten en lasten.
Laten we een context creëren waarin kiezers daadwerkelijk overzien hoe ze met hun stem invloed uitoefenen op de wereld waarin we leven.
Mijn evaluatie van De meeste stemmen gelden niet.
Sander heeft kans gezien om een bekend onderwerp, waar momenteel heel veel over geschreven en gesproken wordt, op een bijzondere manier te belichten. Eigenlijk is het een stukje geschiedenisles vanaf de prehistorie, en ik vind het knap hoe hij zóveel historisch relevante ontwikkelingen in een relatief dun boek heeft weten te proppen. Waldemar en Erasmus, Copernicus en Trump, Aristoteles en Rutte, wie komt er niet voorbij? Over die relevantie had ik wel mijn twijfels terwijl ik het boek las, Sander gaat zó diep met zijn beschrijvingen, dat ik me afvroeg of het nu wel nodig was om zó diepgaand te analyseren wat iedereen eigenlijk wel weet. Achteraf vind ik dat dát juist het boek onderscheidt van veel andere. Leerzaam dus, en onderbouwd ook nog, maar met een relatief korte literatuurlijst: zo’n 50 boeken en wat websites.
Het nadeel van de diepgaande beschrijvingen is dat ik af en toe de draad van het betoog kwijtraakte. Ja, Sander laat zien dat we een prehistorisch brein hebben, ouderwetse instituties en waanzinnige technologie, en dat de combinatie dus heel makkelijk misbruikt kan worden voor het eigenbelang van enkelen, in plaats van voor het gemeenschappelijke belang. Maar wat doen we met die wijsheid? De oplossingen vond ik zeker niet slecht, maar zijn erg ad hoc en gedetailleerd, zoals de 20% geverifieerde content voor sociale media. Ik had het graag wat holistischer gezien: bijvoorbeeld meer standaard-info per sociale mediapost over wat wel en niet wetenschappelijk bewezen is, meer individuele zeggenschap over óf en wat je aan technologieën tot je neemt, meer gedachten over hoe je als kiezer meer invloed hebt op het begroten. Enzovoorts.
De schrijfstijl is prima, de omschrijving van het ‘huis van de democratie’ bijvoorbeeld vond ik erg mooi. Illustraties heeft het boek niet, en aan het eBook zag ik het eventuele kleurgebruik niet af. Verder is het goed verzorgd, slechts een enkele typo.
Had ik het WOW-gevoel? Nee, ik denk niet dat je heel veel mist over de staat van onze democratie als je het boek niet leest.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant 0, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 3 1/2*
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees De meeste stemmen gelden niet duurzaam …
- via de (online) bibliotheek;
- digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
- of uit een minibieb!
Koop De meeste stemmen gelden niet duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
- of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!