Ik was zééér te spreken over Susan Cain’s bestseller Stil, over introversie. Zó herkenbaar! Ik aarzelde dan ook geen moment om ook Bitterzoet, haar derde boek, uit 2022, op te pakken. Deze keer heeft Susan het over melancholie. ‘De helende kracht van verdriet en verlangen’ is de ondertitel, en haar betoog is dat je deze twee aspecten kunt transformeren in creativiteit, transcendentie en liefde. Dat klinkt …. intrigerend.
Het boek is een symbiose van verhalen over wetenschappelijke onderzoeken, anekdotes over beroemde en minder beroemde mensen, filosofische bespiegelingen, zelfhulp, een ode aan auteur / singer-songwriter Leonard Cohen en een memoir. De relatie tussen Susan en haar moeder is de rode draad, en hierin stelt ze zich heel open en kwetsbaar op. Het lijkt alsof ze één van haar adviezen, schrijf het van je af, zélf heeft opgevolgd. Het resultaat vond ik boeiend, soms (te) abstract, vaak leerzaam en altijd relevant.

Het zelfhulpboek Bitterzoet …
….. maakt me in het begin al duidelijk dat melancholie, dat bitterzoete gevoel, een hoge correlatie heeft met hoogsensitief, maar niets te maken heeft met introversie. Jammer, het is dus geen vervolg op Stil, waar ik een groot fan van ben. Niet qua inhoud, maar ook niet qua stijl, zo blijkt. Maar na het doorlopen van een vragenlijst kom ik tot de conclusie dat ik ook niet melancholisch ben. Desalniettemin wil ik er zeker meer over weten.
Het boek valt uiteen in drie delen. Het eerste deel gaat in op de vraag hoe we pijn kunnen omzetten in creativiteit, transcendentie en liefde, het tweede deel gaat over de ‘tirannie van positiviteit’ die vooral in Amerika heerst, en het derde deel behandelt onze sterfelijkheid en rouw.
Verdriet, pijn en compassie
Waar is verdriet goed voor? vraag Susan zich in het eerste deel af. De emotie angst heeft een evolutionaire functie: je gaat op zoek naar veiligheid. Woede beschermt je tegen misbruik. En verdriet? Verdriet roept compassie op, brengt mensen bij elkaar. En dat is ook wetenschappelijk aantoonbaar: ons zenuwstelsel blijkt geen onderscheid te maken tussen eigen pijn en pijn van anderen. Ons CCA (cortex cingularis anterior) in de prefrontale hersenschors reageert hetzelfde als wij ons branden en als we zien dat een ander zich brandt. Maar je ziet het ook in de nervus vagus, onze belangrijkste zenuwbundel. Deze is van belang bij ademhalen, spijsvertering en seks, maar ook bij ons zorg-instinct. Als je een kind ziet huilen, komt je nervus vagus in actie. Mensen met een sterkere nervus vagus zullen eerder samenwerken, voor iemand in de bres springen, en vrijwilligerswerk doen. Deze compassie is het sterkst tussen moeder en kind, daarna familie, en minder ten opzichte van vreemden. Dit uitgangspunt vind je ook terug in het Darwinisme en het Boeddhisme.
Neuroticisme
Melancholie wordt in de psychologie nauwelijks behandeld, alleen in het persoonlijkheidskenmerk neuroticisme, en dan met de insteek dat neurotici onzekere zeurpieten zijn. Incidenteel vind je psychiaters die wijzen op de positieve punten: neurotici leven langer omdat ze waakzaam zijn en op hun gezondheid letten, ze zijn ambitieus omdat ze faalangst als drijfveer inzetten om te slagen en zelfkritiek als drijfveer om zichzelf te verbeteren. Neurotici zijn ook goede wetenschappers: ze wikken en wegen en bekijken concepten van alle kanten. Ha! Goed nieuws na mijn hoge neuroticisme-score in een Big5-assessment. Maar dat melancholie de grootste katalysator van creativiteit is, wordt in de psychologie nog nauwelijks onderkend, alleen pas recent in de positieve psychologie.
Verlangen en droevige muziek
We hunkeren naar de perfecte liefde, de zielsverwant, die voelt als thuiskomen. Niet doen! Zegt filosoof Alain de Botton, die bestaat niet! Het is beter om ‘de onvolkomenheden van je huidige partner te accepteren en je concentreren op het verbeteren van jezelf’. Allemaal waar, maar het verlangen blijft. Dat verlangen uit zich ook in droevige muziek die kippenvel oproept. Denk aan de Portugese fado. Het is trouwens ook wetenschappelijk bewezen dat droevige muziek homeostase bevordert, waarin zowel onze emoties als lichamelijke functies optimaal functioneren. Susan verklaart deze paradox door te stellen dat we houden van dingen die verdrietig én mooi zijn, bitter en zoet, tegelijkertijd. Ze vervolgt met een lang stuk over het soefisme, wat ik heel leerzaam vond.
Creativiteit
Bovengemiddeld veel creatievelingen zijn/waren melancholisch (en jong wees geworden, en hebben last van stemmingswisselingen). Het blijkt dat de perioden van optreden van hun negatieve emoties voorspellend waren voor de momenten van hun creatieve output. Ook een wetenschappelijk experiment met studenten toonde aan dat negatieve emoties (in casu afwijzing) positief effect op creativiteit hadden. Sombere stemmingen maken ons ook scherper: betere concentratie, oog voor detail, helderheid van herinneringen en minder last van biases.
Ook transcendente ervaringen verhogen de creativiteit. Onderzoek van o.a. Jonathan Haidt geeft aan dat deze ervaringen een positieve invloed hebben op je zelfbeeld, tevredenheid met het leven. Je maakt deze ervaringen echter juist mee op momenten van verlies, overgang en dood.
Verloren liefde
Dit deel sluit af met een hoofdstuk over ‘verloren liefdes’ waarin Susan de relatie met haar moeder beschrijft. Als peuter was ze dol op haar moeder, maar deze was té beschermend, te controlerend, en uiteindelijk schept ze bewust afstand, wat haar moeder veel pijn heeft gedaan. Susan voelt zich erg schuldig. Ze geeft ons 7 vaardigheden om met verlies om te gaan: 1. Je verlies onder ogen zien. 2. De bijbehorende emoties accepteren. 3. Alle gevoelens, gedachten, herinneringen accepteren, ook de ‘ongepaste’. 4. Weten dat je je verpletterd zult voelen. 5. Op je hoede zijn voor gedachten zoals ‘ik zou er nu overheen moeten zijn’. 6. Je verbinden met wat belangrijk voor je is, je waarden. 7. ‘toegewijd handelen’ dat wil zeggen handelen naar je waarden. En daarna ga je anderen helpen die hetzelfde meemaken: de ‘gewonde genezer’.
Heel interessant is het onderdeel over metta meditatie. Metta betekent ‘liefdevolle vriendelijkheid’, en het verandert de manier waarop we bij anderen en de wereld betrokken zijn. Je wenst jezelf goede dingen toe, bijvoorbeeld ‘vrij zijn van gevaar, geestelijk lijden, lichamelijk lijden, etc.‘ De wens kun je zelf verzinnen. Daarna wens je dit je gezin toe, je familie, je kennissen, de lastige mensen in je leven, net zolang tot je uitkomt bij alle levende wezens. Hierna volgt nog een bespiegeling over liefdes die altijd terugkomen, maar in een andere vorm. Susan’s moeder heeft Alzheimer en herinnert zich de ruzies en verwijdering niet meer. Ze straalt alleen maar liefde voor haar dochter uit, net zoals Susan zich dat herinnert van toen ze peuter was. Maar nu anders.
Tirannie van positiviteit
Deel II gaat over winnaars en verliezers en begint met de vraag: als verdriet en verlangen zo nuttig zijn, waarom is er (in de VS) dan zo’n tirannieke cultuur van positiviteit en zo’n minachting voor ‘losers’. Waarom moeten we positief blijven, als je zwaar ziek bent, op sterven ligt, of wanneer een geliefde is overleden? Amerikanen zijn kampioen glimlachen én kampioen angst (30%!) en depressie (20%). De oorzaak hiervan zou in het Calvinisme liggen: hard werken, niet klagen, zo kom je in de hemel. Laat zien dat je een ‘winnaar’ bent, dat je zeker weet dat dat hemelse voor jou is weggelegd. Daarna, bij de opkomst van de handel in de 19de eeuw, is het doel natuurlijk altijd dat jij er beter uitkomt, dat je … een winnaar bent. Mislukking is een persoonlijke tekortkoming. Rond 1900 zien we de opkomst van de beweging ‘New Thought’, waarbij klagen verboden is en zelfs kinderen gedrild worden in vrolijkheid. Dit groeide later uit tot de padvinders. De gedachte dat je met positiviteit ook zakelijk succesvoller bent vind je terug in het bekende boek Denk groot, word rijk van Napoleon Hill uit 1930. Op de universiteiten vertaalt het zich in deze tijd in ‘moeiteloze perfectie’: laat nooit zien dat je heel hard moet werken voor je goede cijfers.
Hoe kunnen we die ‘tirannie van positiviteit’ overstijgen? Het is goed om te weten dat negatieve gevoelens die je verdringt, sterker worden, dat heet amplificatie. Uiten dus! Maar er zijn strikte normen over wat je bijvoorbeeld op je werk wel en niet kunt bespreken. Groot of acuut lijden, zoals het overlijden van een familielid wél, alledaags lijden zoals financiële zorgen of stress niet. Als leidinggevende mag je boos zijn, maar niet verdrietig. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat verdriet tonen de relatie met je ondergeschikten juist verbetert. Een goede tip van Susan: het opschrijven van je gevoelens, bijvoorbeeld in een dagboek, levert inzicht op, en daarmee succes.
Sterfelijkheid en rouw
Deel III gaat over sterfelijkheid, tijdelijkheid en rouw. Ik lees over de Terror Management Theory, een onderzoeksrichting vanuit de sociale psychologie. Die theorie stelt dat angst voor de dood ervoor zorgt dat we ons willen aansluiten bij een groep die waarschijnlijk langer zal voortbestaan dan wij, tribalisme dus. De angst veroorzaakt vijandigheid tegen buitenstaanders en vooroordeel tegenover vreemdelingen. Dit is ook wetenschappelijk bewezen. Als we het ‘probleem van sterfelijkheid’ oplossen kunnen we een einde maken aan armoede en oorlog. Onsterfelijkheid zorgt voor wereldvrede, dat is het idee.
Maar verlangen we naar eeuwig leven, of naar een perfecte wereld? Want een dood-loos bestaan is geen garantie op de afwezigheid van verdriet, teleurstelling. Daarom is in vele religies de ‘beloning’ niet zozeer onsterfelijkheid maar de hemel of zoals in het boeddhisme, bevrijding van wedergeboorte.
Het besef van sterfelijkheid groeit als je ouder wordt, en door dat besef wordt je ook gelukkiger: je leeft meer in het heden, je vergeeft sneller, je bent tevredener, zo stelt psychologe Laura Carstensen. De paradox van het ouder worden, noemt men dat. Ouder worden betekent immers ook zwakker worden, en eenzamer als je vrienden een voor een overlijden. Het grotere gevoel van geluk zou te maken hebben met de toestand van ontroering die ouderen vaker meemaken. Tranen van vreugde, je bent blij, maar weet ook dat iets eindig is. Bitterzoete gevoelens. Je perspectief vernauwt, andere dingen worden belangrijk, relaties verdiepen in plaats van nieuwe relaties aangaan.
Het is dus goed om ook als jongere aan de dood, aan vergankelijkheid te denken. Ryan Holiday beschrijft dat de Romeinse veldheren bij overwinningen door een adjudant ingefluisterd kregen: gedenk dat ge sterfelijk zijt. Memento Mori. Varianten hiervan werden ook door Marcus Aurelius en Seneca opgeschreven.
Erfelijke pijn
Erven we geestelijke pijn van onze voorouders? Tuurlijk niet, dacht ik, maar dat bleek toch anders te liggen. Uit de epigenetica, de studie naar hoe genen in- en uitschakelen als reactie op veranderingen in de omgeving, blijkt dat tegenspoed zo’n trigger kan zijn. De kinderen van Holocaust-overlevenden hadden dezelfde hormonale en neuro-endocriene afwijkingen in hun bloed als hun ouders. De oorzaak hiervan was een stress-gen die een bepaalde verandering, methylering, had ondergaan. De kinderen waren hierdoor gevoeliger voor depressie en PTSS. Bij kinderen van moeders die de Hongerwinter hebben meegemaakt, of van slachtoffers van rassendiscriminatie, zien we vergelijkbare gevolgen. Is dit fenomeen omkeerbaar? Ja. Als de kinderen therapie krijgen, wordt het nageslacht van hen niet opgezadeld met het trauma.
Mijn evaluatie van Bitterzoet
Ik was tijdens het lezen wat overweldigd door de breedte van de onderwerpen: melancholie, verlangen, verlies, sterfelijkheid. Het is dan ook geen betoog met een kop en een staart, met een vraag aan het begin en een antwoord aan het eind. Het is wél een beschrijving van een onderzoek naar melancholie dat allerlei zijpaden opzoekt, net zoals jij dat zou doen als je op het onderwerp googlet. Er is zo verschrikkelijk veel aan melancholie gerelateerde informatie om te vertellen en uit te diepen!
Ik vond de stukken over wetenschappelijke onderzoeken het interessantst, ik ben nogal ‘blauw’ ingesteld. Maar de meer filosofische stukken raakten ook een snaar, lieten me wikken en wegen, niet tot een conclusie komen maar wel verwonderen. Ik vond het daarom een zeer leerzaam en boeiend boek.
Het boek is gerubriceerd onder persoonlijke ontwikkeling, maar verwacht geen zelfhulpboek in de zin van stapels praktische tips. Die tips zitten er zeker wel in, maar zuinig gesprenkeld tussen de diverse meer abstracte stukken. Wat dat betreft is het boek niet te vergelijken met Stil, wat beduidend minder filosofisch ingestoken is. Bitterzoet is wel prima leesbaar, onder andere door de lange stukken over anderen, die vrij gedetailleerd hun ervaringen beschrijven, en door Susan’s eigen ervaringen met haar moeder, die als een (dunne) rode draad door het boek heen lopen. Susan stelt zich hierbij heel kwetsbaar op, in het hele boek voelt zij ook veel meer als de mede-leerling dan de onderwijzer. Ze heeft ook duidelijk haar eigen trauma met een overbeschermende controlerende moeder van zich afgeschreven, toen ze haar moeder niet meer kon kwetsen met haar gevoelens over de moeizame relatie.
Het boek heeft wat illustraties, waarvan ik eerlijk gezegd de relatie met de hoofdstukken niet altijd begreep. De quotes van bekende schrijvers zijn daarentegen weer wél duidelijk. Sowieso quote Susan veel uit het werk van anderen, en dat levert bij mij het verlangen op om me verder te verdiepen. Ik heb weer een hele lijst met boeken op mijn leeslijst gezet. En al ben ik niet melancholisch, ik kan wél wat met alle informatie. Wat regelmatiger aan de dood denken, en zo gelukkiger worden, bijvoorbeeld.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties +, Structuur -, Schrijfstijl +
FOMO –
Ik gaf het boek 3 1/2* . (Maar omdat ik zeker geen expert ben voor meer filosofische boeken geef ik graag ook de GoodReads rating: 3,97*).
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Koop dit boek
o.a. bij
of
of
Libris.nl, steun je lokale boekhandel
Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:
- Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
- Of lees het gratis via Kobo-Plus….. (dat deed ik ook!)
Keus genoeg!
Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.
Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!
Pingback: Black Friday? Nee, Green Friday! | ESCIA – 1001boeken
Pingback: Recensie: Ik wil iets van jou, jij wilt iets van mij - leuk! - 1001 Managementboeken
Pingback: Recensie: Stil - warm bad voor introverten - 1001 Managementboeken
Pingback: Familie: ‘nicht’ Susan Cain | ESCIA – 1001boeken