Booknotes van Susan Cain’s Stil

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: booknotes. Vaak schrijf ik te veel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Deze keer van de klassieker Stil.  

Stil van Susan Cain uit 2012 gaat in op de verschillen tussen introversie en extraversie, waarom we in het Westen in een ‘extraverte’ wereld leven en hoe dat de introverte mensen beïnvloedt. Daarbij benoemt ze de sterke punten van introversie, en hoe introverte mensen, zowel leiders als werknemers, het best tot hun recht komen. Als je zelf introvert bent is dit uitstekende boek een warm bad. Ik neig naar introversie, en mijn booknotes zijn dus voornamelijk daarop gericht.

Booknotes van Susan Cain’s Stil

Introductie

De introductie begint met een observatie waar ik nooit zo bij stil gestaan heb. Je leven wordt net zoveel bepaald door je persoonlijkheid als door je huidskleur en je geslacht. En het allerbelangrijkste van die persoonlijkheid is de plaats op het spectrum van introversie tot extraversie. Zit je er precies tussenin, dan ben je ambivert. De mate van introversie of extraversie bepaalt mede de keuze van je vrienden, partner, je beroep en het succes daarin. Of je sport, hoe lang je slaapt, of je overspel pleegt. En nog heel veel meer. Wow!

In de VS (en in West-Europa ook, lijkt me) is er een waardensysteem dat extraversie als ideaal ziet: gezelschapsdier, staat graag in de schijnwerpers, actiegericht, snelle beslisser. Het is een persoonlijkheidsstijl, maar vaak is het meer dan dat: een onuitgesproken norm. Introvert zijn in een extraverte wereld is als vrouw zijn in een mannenwereld. Veel introverte mensen doen daarom alsof ze extravert zijn. Want extraverte mensen worden intelligenter, aantrekkelijker, interessanter gevonden. Competenter (want trekt de aandacht en praat veel) en aardiger (want socialer in grote groepen).

Zijn ze ook competenter? Nee, flink wat introverten hebben een enorme bijdrage aan de samenleving geleverd: Einstein, Chopin, George Orwell, Steven Spielberg, J.K. Rowling. En niet ondanks hun introversie, maar dankzij! Helaas moet bijna iedereen die hogerop wil komen flink reclame voor zichzelf maken. Er is je van jongs af aan wijsgemaakt dat er ‘wat mis met je is’ en ‘dat je uit je schulp moet kruipen’. En als volwassenen heb je schuldgevoel als je een uitnodiging voor een etentje afslaat omdat je liever een boek leest. (Herkenbaar!)

Carl Jung gaf de begrippen introvert en extravert in 1921 bekendheid. Maar er zijn geen vaststaande definities voor. De Big5 ontwikkelingspsychologie stelt dat introverten een gebrek hebben aan assertiviteit en sociabiliteit (dat klink niet zo positief als ‘ze hebben een rijk innerlijk leven’, zoals Jung stelde). Maar over een aantal zaken zijn de psychologen het wél eens: introverten hebben minder externe prikkels nodig om zich goed te voelen. Een rustige omgeving (vandaar de titel: Stil). Een glaasje wijn met een goede vriendin, in je eentje een cryptogram oplossen of een boek lezen. (Precies, precies, precies, zei ik hardop.). Voor introverten is een boek lezen op het strand een veel fijnere vakantie dan feestvieren op een cruiseschip (precies!).

Introverten hebben absoluut goede sociale vaardigheden, kunnen genieten van een feestje, maar hebben al snel weer rust nodig, willen in hun pyjama op de bank zitten. En voor de duidelijkheid, introversie is iets heel anders dan verlegenheid. Verlegenheid is angst voor sociale afkeuring, introversie is een voorkeur voor prikkelarme omgevingen. Aan de binnenkant gebeurt er dus iets anders, maar aan de buitenkant ziet het er hetzelfde uit.

H1 De opkomst van de ‘zeer geschikte vent’: hoe extraversie uitgroeide tot cultuurideaal.

Rond 1900 was er in de VS sprake van een culturele revolutie. Daarvoor was er de ‘karaktercultuur’: je was serieus, eerbaar, gedisciplineerd. Het hoorde bij het platteland, maar door de industriële revolutie trokken steeds meer mensen naar de grote stad. De bedrijven verkochten hun waren via vertegenwoordigers, die sociaal behendig moesten zijn en een vlotte babbel hebben. Werknemers werkten niet meer naast hun buren uit het dorp, die hun karakter kenden en waardeerden, maar met onbekenden. Ze moesten zichzelf verkopen. Het werd een ‘persoonlijkheidscultuur’. Leuk weetje voor de boekenliefhebber: een van die mensen die naar de grote stad trokken was Dale Carnegie, zoon van een arme varkensboer, verhuisd naar de stad, aan de slag als vertegenwoordiger, zich bekwamend in spreken, en daarna werkzaam als docent spreekvaardigheid. Rond die tijd komen ook de zelfhulpboeken op, gericht op zakenmensen; het eerste boek van Carnegie verschijnt in 1913.

Een andere oorzaak van de opkomst van extraversie: de bevolking van met name de VS komt voort uit migranten, en die migranten waren wereldreizigers, avonturiers, extraverten. En zo komt het dat extraversie na zoveel eeuwen in het westen in het DNA zit, en gemiddeld veel hoger is dan in de landen waar de migranten vandaan kwamen en ze hun introverte dorpsgenoten achterlieten.

Verlegenheid, op wat daar op lijkt, hoort niet echt bij die persoonlijkheidscultuur van extraversie. Introversie werd in 1950 als afwijking gezien. Harvard en Yale wezen introverten (‘intellectuelen’) af ten gunste van het soort mensen dat de sollicitatiecommissies van het bedrijfsleven na 4 jaar studie het liefst wilden zien: extraverten (‘sociale, actieve types’). De druk op de niet-zo-extraverte types nam toe: er werden kilo’s kalmeringsmiddelen verkocht ‘tegen de angst dat je er niet bij hoort’.

H2 De mythe van het charismatisch leiderschap: de persoonlijkheidscultuur, een eeuw later.

Die Harvard-alumni zijn nu sterk vertegenwoordigd in het Amerikaanse bedrijfsleven, zo’n 20% van de top komt ervandaan. Toch zijn er ook veel introverte, succesvolle (voormalige) CEO’s: Bill Gates bijvoorbeeld. Jim Collins bespreekt in Good to Great ‘niveau 5 leiders’: die hebben niet heel veel charisma, maar zijn bescheiden, gereserveerd, hoffelijk, met veel wilskracht.

Adam Grant deed onderzoek naar het verschil tussen introverte en extraverte leiders. Extraverte leiders zijn beter als de werknemers passief zijn, introverte leiders zijn beter als werknemers initiatiefrijk zijn. Waarom? Omdat introverte mensen meer geneigd zijn naar anderen te luisteren, minder willen overheersen, en hun mensen motiveren om nóg meer initiatief te tonen. Extraverte leiders zijn beter in het inspireren van passieve medewerkers, of als simpele dingen heel snel gedaan moeten worden. Introverte leiders met een initiatiefrijk team presteren het best in de huidige snelle, 24-uurs-economie, is Grant’s conclusie.

Introverten zijn extra positief over digitale communicatie: heerlijk als er een scherm zit tussen hunzelf en de wereld. Geen vraag durven stellen in een hoorcollege, maar heerlijk bloggen voor miljoenen volgers (of een paar minder, ha ha)!

Religieuze ordes associeerde ik met introversie: kloosters, doodstille kerken. Klopt niet. De evangelisten van de Saddleback Church stellen extraversie juist verplicht, want: ‘elk mens die je niet ontmoet en dus niet bekeert, is een ziel die je had kunnen redden’. Vroomheid wordt verbonden met extraversie omdat de nadruk ligt op de gemeenschap, op het deelnemen aan programma’s en evenementen. Een introverte gelovige ‘voelt dat God niet blij met hem is’.

H3 Als samenwerken de creativiteit doodt: de opkomst van het nieuwe groepsdenken en het voordeel van alleen werken.

Uit onderzoek blijkt dat creatievere mensen vaker sociaal vaardig én introvert zijn. Dat komt deels doordat ze meestal zelfstandig werken: eenzaamheid kan een katalysator van innovatie zijn. Introverten richten zich op het werk en verspillen geen energie aan ‘sociale en seksuele zaken’.

Werken in teamverband is zogenaamd optimaal, je leert immers van elkaar. Maar helaas heeft de grootste mond dan de meeste invloed, en niet persé de beste inzichten. Als introvert kom je zo niet tot je recht. En wat qua samenwerking via het internet prima werkt, zoals Linux en Wikipedia, werkt in een kantoortuin toch minder. Het verschil? Asynchrone, anonieme interactie is iets héél anders dan confronterende, politiek beladen, lawaaiige samenwerking. Evenzo werkt brainstormen in een fysieke groep niet. Uit onderzoek blijkt dat je in je eentje met meer en betere ideeën komt dan in een groep, en hoe groter de groep, hoe slechter het resultaat. Behalve ….. bij online brainstormen. Want dan ben je toch alleen. Waarom werkt brainstormen in een groep niet? 1. Luiheid. 2. Productieblokkering: er kan maar één tegelijk wat zeggen. 3. Angst voor kritiek. Fysiek samenwerken is dus goed voor sociale cohesie, maar slecht voor de creativiteit van beide types, maar met name voor de creativiteit van de introvert.

Een extra belemmering is conformisme. Je zou denken dat je in een groep met afwijkende mening, je willens en wetens conformeert om erbij te horen. Maar uit hersenonderzoek blijkt wat anders: de groep beïnvloedt wat je ziet, wat je waarneemt, het verandert letterlijk je perceptie van het probleem. Alsof de groep marihuana is! Verzet je je daartegen, dan speelt je amygdala op, en ervaar je angst.

Alleen zitten is dus het beste? Nou …. Steve Wozniak ontwikkelde de Mac in zijn eentje. Maar zonder de samenwerking met Steve Jobs was Apple nooit zo succesvol geworden. Fysiek samenwerken is nuttig, maar moet beter afgestemd worden. Een mix van introvert en extravert, een leidinggevende die de kwaliteiten van introverten ziet en waardeert, met eigen kamers om je terug te kunnen trekken, rust en privacy, en een koffie-apparaat om met je collega’s bij te kletsen. En dan snel weer terug naar je werkkamer …

H4 Is je temperament je noodlot?

Plankenkoorts …. welke introvert kent dat niet? Susan probeert die te bedwingen met een slok alcohol (hoe herkenbaar, alweer). Het helpt haar niet. Een mooi opstapje naar de vraag: is angst voor spreken in het openbaar, of introversie in het algemeen, aangeboren of aangeleerd?

Onderzoek bij baby’s, waarbij een relatie gelegd werd tussen hun gedrag en fysieke eigenschappen, toont aan dat er al kort na de geboorte verschillend werd gereageerd op prikkels van buiten, een mobiel boven de wieg bijvoorbeeld, of een vreemde geur. Sommige baby’s huilden en zwaaiden woest met hun armen, andere baby’s bleven stil en vredig, en nog weer andere zaten daar tussenin. De eerste groep, 20%, is hoogreactief, de tweede groep, 40% laagreactief. In hun latere jeugd werden die baby’s meermalen getest. Hoogreactieve baby’s werden ernstige, zorgvuldige kinderen; laagreactieve baby’s ontspannen en zelfverzekerde kinderen.

Dat verschil ligt voornamelijk aan de amygdala: een prikkelbare amygdala zorgt veel sneller voor een vecht- of vluchtreactie, voor huilende baby’s en voor kinderen die op hun hoede zijn, alerter zijn, sneller stresshormonen aanmaken, introvert worden. Die kinderen uit het onderzoek, ooit huilbaby’s, lazen nauwkeuriger, dachten langer na, analyseerden het gedrag van anderen. Hoogreactiviteit is één van de biologische fundamenten van introversie. Uit tweeling-onderzoek blijkt dat introversie en extraversie voor gemiddeld 40-50% genetisch bepaald is.

En ja, introverte mensen hebben een significant grotere kans om spreken in het openbaar te vrezen! Ze ontwikkelen zich tot schrijvers, wetenschappers en denkers, omdat hun afkeer van nieuwe dingen zorgt dat ze het liefst tijd doorbrengen binnen de vertrouwde omgeving van hun eigen gedachten. Ze houden van lezen en vinden niets zo opwindend als ideeën.

Laagreactieve kinderen zijn avontuurlijk, hebben minder angst, worden een held … of een crimineel, afhankelijk van de opvoeding. Introverte kinderen leren het verschil tussen goed en kwaad door standjes van hun ouders, wat angst voor afkeuring oplevert. Extraverte kinderen hebben minder angst, standjes hebben dus minder effect. Daar kunnen positieve rolmodellen een rol spelen, en de mogelijkheden om hun avontuurlijke aard in goed banen te leiden (sport!). Temperament is dus aangeboren. Maar persoonlijkheid niet, die wordt daarbovenop gevormd door cultuur en dergelijke …

H5 Het temperament voorbij: de rol van de vrije wil (en het geheim van spreken in het openbaar voor introverte mensen).

Je prikkelbare amygdala wordt getemperd door de frontale cortex, die je vertelt dat je rustig moet blijven, die je eraan herinnert dat het altijd goed gegaan is, die rationeel is. Alleen werkt hij niet altijd …

Introverte en extraverte mensen hebben dus een verschillende reactie op, maar ook een verschillende behoefte aan, prikkeling. Druppel wat citroensap op hun tong, en introverten produceren meer speeksel dan extraverten. Bij teveel lawaai gaan hun cognitieve vaardigheden achteruit, terwijl bij extraverten harder geluid juist een positieve invloed heeft. Omdat introverten veel sterker op prikkeling reageren, zoeken ze omgevingen met veel minder prikkels. Bij extraverten is dat natuurlijk net andersom. Je kunt je dus een omgeving ‘aanmeten’ die precies goed is voor jouw persoonlijkheid. Je ‘trefpunt’. Met in de auto géén muziek of koffie voor de slaperige introverte, en voor de extraverte juist wel.

En ja, de prikkels van het spreken in het openbaar verstoren de cognitieve vermogens van de introverten, improviseren lukt dan niet. Heel veel voorbereiding is dus geboden. Leuk wordt het echter nooit.

H6 Waarom koelbloedigheid wordt overschat

Introverte mensen zijn ook sensitiever, hebben meer empathie voor anderen, voelen zich sneller schuldig, zijn sneller ontroerd. Ze praten graag over waarden en moraal, zijn minder geïnteresseerd in ‘smalltalk’.

En ook zijn er fysiologische verschillen: ze zweten meer in reactie op prikkels, blozen sneller, hebben letterlijk een minder ‘dikke huid’ en ook een minder koele huid. Ze zijn letterlijk niet ‘cool’. De leugendetectortest is deels gebaseerd op het fenomeen zweten door angst (tijdens het liegen). Daar reageren introverten dus sneller op, en ze zijn ook angstig als ze níét liegen, alleen al door de situatie.

‘Coole’ mensen zijn extravert, deze hebben een lage hartslag en hun lichaam is meer ontspannen. Alcohol neemt het prikkelingsniveau weg voor introverten, het is een ‘glaasje extraversie’.

H7 De verschillende denkwijzen (en dopamineverwerking) van introverte en extraverte mensen

De amygdala is een deel van de ‘oude’ hersenen, een ander deel is nucleus accumbens, het genotscentrum. De neo-cortex tempert ook deze, maar niet volledig. Heeft de introvert een gevoeliger amygdala, de extravert heeft een hoger activiteitenniveau in het genots- of beloningscentrum, is meer geneigd te zoeken naar geld en status. De dopamine-afgifte lijkt bij hem actiever te zijn. Dit veroorzaakt een roes, een ‘buzz’, maar kan ook destructief gedrag veroorzaken, zoals hooliganisme. En het stimuleert hem om (enorme) risico’s te nemen, en mogelijke gevolgen te negeren. Extraverten hebben daarom meer kans om een ongeluk te krijgen, te roken, onveilig te vrijen, vreemd te gaan. Ze ondernemen sneller actie, en denken minder diep na over zaken dan de introverten. En wat betreft de kredietcrisis, men zegt dat deze met meer vrouwen op Wall Street niet gebeurd zou zijn. En Susan vraagt zich af wat er met meer introverten aan het roer gebeurd zou zijn? O ja, introverte vrouwen, dat lijkt mij, niet helemaal toevallig, ideaal.

Voor de duidelijkheid, introverten hebben geen hoger IQ dan extraverten, en die laatsten presteren beter als er onder druk gewerkt moet worden of als er een overload aan informatie is. Dat komt omdat de extraverten hun volledige cognitief vermogen inzetten voor een taak, en de introverten maar zo’n 75%, de rest besteden ze aan reflecteren en evalueren. Introverten zijn beter in kritisch denken, voorbereiden, nauwgezetheid, doorzettingsvermogen. Hoe mooi zou het zijn als we een balans konden vinden tussen de daadkracht van extraverten en de reflectie van de introverten!

De extraverten zijn beloningsgevoeliger, zoeken de buzz. Maar natuurlijk hebben introverten óók plezier in het werk, zij raken in ‘flow’ van het doel, niet de beloning, van een activiteit. Flow heeft vaak te maken met solistische bezigheden, zichzelf verliezen in de activiteit, met vasthoudendheid één ding tegelijk te doen.

Als ‘stille’ introvert kun je je ideeën uitdragen zonder improviserend spreken in het openbaar, maar op een manier die bij je past. Schrijven, goed voorbereide lezingen geven, bondgenoten zoeken en hén de presentatie laten doen. En ook: laat je niet meeslepen door de heersende normen van risico’s nemen, maar doe het werk op jouw manier, ook al krijgen de meer agressieve types de promoties.

H8 Stille kracht: Aziatisch-Amerikanen en het extraverte ideaal

Aziatisch-Amerikanen zitten tussen twee culturen. Van huis uit worden ze gestimuleerd om op school en de universiteit te luisteren en veel te leren (terwijl de rest kletst in de les), de bibliotheek is hun ontmoetingsplek (terwijl de rest in het winkelcentrum te vinden is). Aziatisch-Amerikanen zijn meer introvert dan gemiddeld in de VS. In Oost-Azië wordt dan ook heel anders lesgegeven dan in het Westen. Praten in de les wordt ontmoedigd. Wat de VS ziet als ‘studentenparticipatie’, zien de Oost-Aziaten als ‘onzin uitkramen’. Zelfs voor extraverte Aziaten is het ontzag voor de hoogleraar te groot om mee te discussiëren.

Ontzag voor onderwijs is één reden voor het stilzwijgen, een andere verklaring is groepsidentiteit. Aziaten zien zichzelf als een deel van het grotere geheel en hechten aan harmonie in de groep, waardoor ze hun eigen verlangens ondergeschikt maken, en zwijgzaamheid en bescheidenheid belangrijk vinden. De Westerse cultuur is individualistisch, het hecht aan moed en spreekvaardigheid. Maar verwar de Aziatische bezorgdheid voor de gevoelens van andere niet met onderdanigheid.

In China zijn kinderen die verlegen en sensitief zijn populaire speelkameraadjes, terwijl zulk soort kinderen in de het Westen worden gemeden. Chinese scholieren houden van vriendjes die ‘nederig, altruïstisch, eerlijk en hardwerkend’ zijn, terwijl Amerikaanse scholieren’ vrolijke, gezellige, enthousiaste’ vriendjes opzoeken.

Aziatisch-Amerikaanse kinderen hebben het dus moeilijk op school, hun zelfbeeld keldert omdat ze niet kunnen voldoen aan het Amerikaanse extraverte ideaalbeeld. En komen ze van school of van de universiteit, en weten of kunnen ze misschien meer dan hun Amerikaanse studiegenoten, dan verdienen ze toch minder. Niet de juiste sociale vaardigheden. Geen nogal agressieve manier van overtuigen, maar ‘zachte kracht’: overtuigen op inhoud, met vasthoudendheid. Zachte kracht werd o.a. uitgeoefend door Gandhi.

Gandhi was als kind verlegen, en ook als jongeman durfde hij bijna nooit wat te zeggen. Zijn hele leven heeft hij het houden van toespraken zoveel mogelijk gemeden. Daarnaast was hij zeer beheerst en accepteerde hij het onrecht dat hem werd aangedaan toen hij zich na zijn rechtenstudie in Engeland weer in Zuid-Afrika wilde vestigen. Onbestaanbaar voor ons Westerlingen! Gandhi zag het echter niet als zwakte maar als het bewaren van zijn energie voor zijn lange-termijndoelen. Die zelfbeheersing vloeide voort uit zijn verlegenheid, zo zei hij zelf.

H9 Wanneer moet je je extraverter gedragen dan je eigenlijk bent?

In psychologieland was er ooit het ‘persoon’-kamp en het ‘situatie’-kamp: ze verschilden van mening over het vaststaan van je persoonlijkheidskenmerken of juist de veranderlijkheid ervan in verschillende situaties. Inmiddels is er een meer genuanceerde visie. Ja, we hebben een vaste persoonlijkheid en ja, we zien verschillende patronen ervan in verschillende situaties. De vraag is natuurlijk: moet je je aanpassen, of kun je beter trouw blijven aan jezelf? Nou, dat hangt af van het doel. Als je het aanpassen nodig vindt voor het behalen van een heel belangrijk doel, prima. Dan ben je tóch trouw aan jezelf.

Dit is de vrije-kenmerken-theorie. Voor introverten een soort van ‘gespeelde’ extraversie. Dat lukt door ‘zelfregulering’, het afstemmen van je gedrag op de sociale situatie. Je kunt het zien als een vorm van bescheidenheid, je aanpassen aan de ander, niet zozeer als manipulatie. Wat wél nodig is, is herstel-tijd en herstel-hoekjes: waarin je je eigen persoonlijkheid weer even de ruimte kunt geven. Want zelfregulering is mentaal en fysiek uitputtend. Herstellen dus!

H10 De Communicatiekloof: hoe praat je met mensen van het andere type?

Hoe communiceren introverten en extraverten met elkaar? Ze zijn beiden sociaal, maar op een verschillende manier: de ene hangt naar intimiteit, een kleine hechte vriendengroep, de ander naar een podium en een grote losse vriendengroep. Beide types zijn ook vriendelijk, maar verschillend. De introverten vinden het fijn om bij iemand te zijn, zwijgend. Voor een extravert kan dit kwetsend overkomen, dit gebrek aan ‘gezelligheid’.

En dan het omgaan met conflicten. Introverten zijn vaak óf afstandelijk en beheerst óf overweldigend emotioneel, en om dit laatste te voorkomen gebruiken ze juist de afstandelijkheid. Introverten gaan conflicten het liefst uit de weg, extraverten kunnen goed overweg met een directe, ruzieachtige manier van discussiëren. De extravert gaat met de nodige emotie dus de discussie aan, waar de introvert met afstandelijkheid op reageert. Dat lost een conflict niet makkelijk op: hoe meer ruzie, hoe meer afstand, hoe bozer, hoe meer afstand, etc. De introvert denkt dat hij respect toont door zijn emoties te beteugelen, de extravert denkt dat zijn woede een oprechte uiting is van hoe belangrijk hij de relatie vindt.

Uit onderzoek blijkt dat extraverten beter zijn in het interpreteren van sociale signalen als ze een gesprek voeren over de inhoud, ze kunnen zich op beide aspecten tegelijkertijd focussen. Introverten focussen op de inhoud alleen, en missen de sociale signalen. Als introverten als observator een gesprek tussen twee anderen zouden moeten analyseren, zijn ze juist weer beter in het interpreteren van sociale signalen. Extraverten kunnen beter multitasken, introverten beter analyseren.

H11 Hoe je stille kinderen grootbrengt in een wereld die hen niet hoort

Bij introverte kinderen worden hun talenten vaak verstikt, helemaal als hun extraverte ouders proberen hen naar hun eigen normen te kneden. Ze gaan met ze naar een psychiater, en vernietigen zo het zelfbeeld van de kinderen. Of ze regelen allerlei speelafspraken na schooltijd, terwijl de kinderen even willen bijkomen, in hun eentje een boek lezen. Wat volgt zijn depressies. Bij de kinderen.

Introverte ouders kunnen overigens ook miskleunen: ze herinneren zich hoe moeizaam hun eigen jeugd was en willen dat hun kinderen besparen. Natuurlijk is het wél goed om met de kinderen te overleggen of ze sociale vaardigheidstrainingen zouden willen om die moeilijke schooldag door te komen, zónder dit als kritiek te laten klinken. Soms is het mogelijk om een ‘passende’ school te vinden, met lesmethoden die óók op introverte kinderen zijn gericht. (iPad-scholen soms?)

Conclusie

De boodschap aan ons allemaal is er een waarbij Susan teruggrijpt op de sprookjes. Het ene kind krijgt een lichtzwaard (Star Wars!) het andere kind wordt opgeleid tot tovenaar (Harry Potter!). Het gaat er niet om álle soorten macht die er zijn te verzamelen, maar om jouw speciale macht goed te gebruiken.

Mijn mening?

Wat ik van dit boek vond, lees je in mijn recensie

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Dit bericht werd geplaatst in psychologie en getagd met , , , , , . Maak de permalink favoriet.

4 Responses to Booknotes van Susan Cain’s Stil

  1. Pingback: Familie: ‘nicht’ Susan Cain | ESCIA – 1001boeken

  2. Pingback: Vrouwendag 2025 – 11 topboeken van 11 vrouwelijke auteurs | ESCIA – 1001boeken

  3. Pingback: Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis voor morgen | ESCIA – 1001boeken

  4. Pingback: Booknotes: Marietje Schaake’s De tech-coup | ESCIA – 1001boeken

Plaats een reactie