Recensie: De prijs van ophef – verhelderend

Ophef leidt tot verdeeldheid, en verdeeldheid tot minder welvaart voor (bijna) iedereen. Knap als je je titel en kern van je betoog in zo’n helder statement kunt samenvatten. Dat statement is de ondertitel van De prijs van ophef uit 2025, van Hendrik Noten. In het boek toont hij aan dat bewijzen bewust onderschikt worden gemaakt aan beeldvorming. Het verklaart waarom in een land dat cultureel ‘rechts’ is en economisch ‘links’, alle aandacht uitgaat naar culturele conflicten, waardoor economische problemen niet worden opgelost. Het boek geeft ook richting aan een oplossing voor deze situatie. Ben benieuwd hoe Jetten dit gaat oppakken ….

Het boek is een aardige mix van keiharde statistieken, analyses van de val van het kabinet Rutte IV, en een bijna filosofische oplossingsrichting. De waarde is wat mij betreft gelegen in het herkennen van de strategieën van politici en van de doorgeeffunctie van journalisten, en de noodzaak van het zoeken naar gedeelde belangen. Van het instandhouden van de grootst mogelijke meerderheid voor economische problemen en je niet laten verdelen op basis van culturele conflicten die bewust worden ingezet.

Het boek De prijs van ophef …

… stelt in de inleiding dat ‘niemand verplicht is om ophef een probleem te vinden, maar (bijna) iedereen er de prijs voor betaalt’. Ophef beschrijft Hendrik als het zaaien van tweespalt, het voeden van verwarring en het oppoken van woede. De ophef trekt ál onze aandacht en leidt af van de ongelijke verdeling van welvaart. We zijn boos, wantrouwend en werken niet meer samen. De problemen worden niet opgelost, de welvaart blijft ongelijk verdeeld. En natuurlijk betaalt niet iedereen daar de prijs voor: degenen die niets hoeven af te staan, de grote bedrijven, de rijke Nederlanders, houden de status quo graag in stand. Tot zover niets nieuws, denk ik. 

De analyse van Hendrik bevat echter veel waardevolle observaties.

Verwarring veroorzaken

Het eerste deel van het boek gaat over ‘Handelen in verwarring’. Hij gaat hiervoor terug naar 2020. Vlak na het verschijnen van Hendrik’s bestseller Fantoomgroei, dat hij samen met Sander Heijne schreef, start hij met een klein groepje economen met een onderzoek voor het FNV over ongelijkheid in Nederland. Hoe staat het ervoor en waarom is verandering zo moeilijk? Dat eerste blijkt een stuk makkelijker te analyseren dan het tweede.

Zijn team duikt in de data en toont om te beginnen 2 dingen aan: de loonprijsspiraal bestaat niet en de arbeidsinkomensquote gaat omlaag. Intrigerend, want hier weet ik bijna niks van. En velen met mij, lijkt me. Wat volgt is een gedetailleerde uiteenzetting van de oorzaken van de inflatie in 2023 (Oekraïne), loononderhandelingen, onderzoeken naar de loonprijsspiraal, en het beeld dat hogere lonen iedereen in de ellende zullen storten. Wat aantoonbaar niet klopt, het is de hogere bedrijfswinst die de prijzen doet stijgen. Tot grote frustratie van Hendrik zijn de feiten, het bewijs, niet in staat dat beeld te verslaan.

Beeldvorming

Hendrik en zijn team duiken in beeldvorming, want dát moeten zij nu verslaan. Al snel komen we op de rol van de media. Journalisten maken het nieuws niet meer, zij geven alleen door wat we zelf allang op social media hebben gelezen. Misschien geven ze wat context, duiding. De journalist als sportcommentator. Ondernemingen doen aan bedrijfsjournalistiek, een vorm van marketing die nauwelijks van onafhankelijke journalistiek te onderscheiden is. Verwarrend.  Hendrik en zijn team begrijpen het nu beter. Zij moeten van hun feiten een beeld maken. Graaiflatie! Dat werkt, iedereen heeft het erover, het wordt zelfs Woord van het Jaar bij Van Dale. Nu is het een ander gesprek geworden: wie moet er wat inleveren? De werknemers? Of het bedrijf?

We moeten harder werken

De bedrijven vechten terug: ze willen af van de arbeidsinkomensquote. We zitten namelijk al jaren ruim onder de overeengekomen hoogte daarvan. VNO-NCW komt met een onderzoek en opeens gaat de discussie over een wiskundige formule in plaats van Graaiflatie.

Een recent rapport echter stelt dat minima fors geld tekort komen, de koopkracht van het minimumloon is in de loop der jaren 20% minder geworden, en de koppeling daarmee van bijstand en AOW is al een paar keer losgelaten. Er wordt snel een nieuw beeld geschapen: men werkt te weinig. Er komt een tegenonderzoek, waaruit blijkt dat ook dat niet juist is, maar het beeld van ‘De hardwerkende Nederlander’ en ‘Werken moet lonen’ overheerst.

Bijna naadloos gaat het boek over naar de arbeidsmigranten, die werken in sectoren met hoge maatschappelijke schade en weinig nut voor Nederland. Slechts 1-3% werkt in de zorg of de energiesector. Moet je de schadelijke sectoren wel willen, in het volle Nederland? Maar deze economische vraag verdwijnt onder de beeldvorming van o.a. uitzendbureau Otto en de BBB namens de grote Agro-bedrijven. 

Verdeeldheid creëren

Via een uitstapje naar de VS komen we bij de vraag terecht: als 90% van de bevolking het gedeelde belang van een betere verdeling van de welvaart heeft, waarom gebeurt dat dan niet? Omdat er binnen die 90% voor verdeeldheid wordt gezorgd. In de VS in de 60-er jaren, ten tijde van de New Deal, werden de witte kiezers tegen de gekleurde opgezet. Er werd door de Republikeinen een cultureel conflict geschapen met als basis racisme. Zwarten werden weggezet als criminelen en uitkeringstrekkers. De witte kiezers verkasten naar de Republikeinen, ook al was dat economisch gezien een slechte keuze. In de 80-er jaren werd het racisme vervangen door christelijke familiewaarden en verzet tegen feminisme.

In Nederland kennen we dezelfde scheidslijnen: economisch links of rechts en cultureel conservatief of progressief. In Nederland zijn we gemiddeld economisch links en cultureel conservatief. Wat we op verkiezingsdag het belangrijkst vinden, dat is de inzet van de campagnes. Het economisch conflict is rationeel. Culturele onderwerpen zijn altijd meer emotioneel geladen, het gaat over onze identiteit. ‘Hardwerkende Nederlander’ tegenover ‘de uitvreters’ is een cultureel conflict geworden. Daar lijden vaak de feiten onder. Dit illustreert Hendrik met een uitgebreid stuk over nareis op nareis op nareis.

Oplossingen

Inmiddels zijn we op ¾ van het boek en is het tijd voor wat oplossingen.

Hendrik begint met solidariteit. Mensen kunnen volledig van elkaar verschillen en tegelijkertijd erkennen dat zij dezelfde afhankelijkheid delen en bereid zijn voor elkaars belangen op te komen. De tweede oplossing is deliberatie. Culturele conflicten weer terugbrengen naar de oorspronkelijke economische conflicten door overleg, discussie.

Wat kunnen politici doen? De nadruk leggen op economische conflicten, en dit creatief doen, met humor en positiviteit. Verder moeten ze overstappen van de ‘overtuigingsethiek’, waarbij alles geoorloofd is en de gevolgen de schuld zijn van een ander, naar de ‘verantwoordelijkheidsethiek’, waarbij je rekening houdt met de tekortkomingen van mensen en de verantwoordelijkheid neemt voor de gevolgen van je handelen. Politici moeten het goede voorbeeld geven en genuanceerde taal gebruiken.

Dan de journalisten. Ze moeten gefundeerde informatie geven, niet wat mensen willen weten maar wat ze moeten weten. Fungeren als een soort kijkwijzer, wijzen op motieven achter de ophef, de waarheid vertellen. Leugens, schofterigheid en versimpeling benoemen! Er is wel een klein probleem hier: de meeste media zijn in handen van maar een paar grote bedrijven. Die zien liever ophef dan vraagtekens bij de macht van de rijken, zijzelf dus.

En dan wijzelf. Laten we niet bijdragen aan de verkeerde conflicten. Dit heeft voor Hendrik 6 aspecten: 1. Aandacht geven aan wat er toe doet. 2. Empathie en luisteren oefenen, je vooroordelen kennen. 3. Realistisch zijn. Politici kunnen niet alles, zij zijn ook maar mensen. We moeten plannen en stappen in de goede richting waarderen. 4. Nuance betrachten, geen oneliners debiteren. We moeten zoeken naar de waarheid en zoeken naar de juiste woorden, naar rijke taal. 5. Delibereren, onderdeel zijn van het collectief, weten dat je aan dezelfde kant staat. 6. Expressie, jezelf uiten, eerlijk zijn over je gedachten, zodat men weet wat je denkt.

En vooral: open staan voor twijfel en voor verscheidenheid, nieuwsgierig zijn.

Mijn evaluatie van De prijs van ophef

Hendrik start zijn betoog met veel concrete issues en voorbeelden, en daar was ik zeer van gecharmeerd. Ik leerde er wat van, en het illustreerde ook heel goed het punt wat hij wil maken: dat het beeld niet altijd overeenkomt met de realiteit, en dat beeldvorming bewust wordt ingezet om de grote meerderheid te neutraliseren. Dit onderdeel is onderbouwd met rapporten. Daarna komt een deel dat wat meer activerend en vaak ook filosofisch is, gebruikmakend van historische ontwikkelingen en boeken van filosofen. Ik vond dit deel wat té voor-de-hand-liggend en ook te weinig praktisch. Journalisten die niet met de ophef mee moeten doen, terwijl dat kijkcijfers en geld oplevert, sja dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Natuurlijk kunnen we de onderzoeksjournalistiek meer steunen, maar dan toch, hoe volledig onafhankelijk is dat?

Het boek is gebaseerd op de formatie van 2023 en het aantreden van het kabinet in 2024. Dat lijkt nu opeens achterhaald, zo na de campagnes en de verkiezingen. Toch zijn er veel lessen te trekken uit de voorbeelden van economische en culturele conflicten, die we bij deze formatie ongetwijfeld weer gaan zien en nu beter zullen herkennen. Ook kunnen we beter door de beeldvorming van de politieke partijen en de media heenprikken, en ons steeds afvragen, waar draait dit in de kern om? En maar hopen dat de journalisten dit ook doen.

De vele voorbeelden zijn herkenbaar, ik herinner me de politiek van 2023 en 2024 nog goed, en ben wéér boos over de nareis-op-nareis-bullshit.

De rode lijn in het betoog was mij af en toe niet helemaal duidelijk, een hoofdstuk dat bijvoorbeeld begint met lage lonen gaat snel over in arbeidsmigranten en dan in ‘Nederland is vol’. Natuurlijk is dat ook een probleem, maar zo kun je veel problemen op één hoop gooien. Een ander puntje van kritiek: ik las het eBook, wat enige rare afbrekingen heeft en af en toe een typo. Graaiflat is een voorbeeld van een van beiden. Jammer van zo’n mooi woord. Iets betere redactie zou prettig geweest zijn.

De schrijfstijl is prima, vooral in het begin slaagt Hendrik er goed in om de wat technische materie rond loonprijsspiraal en arbeidsinkomensquote simpel en met duidelijke rekenvoorbeelden uit te leggen. Ook de hele discussie rond het ‘harde werken’ is goed uiteengezet. Het is wel duidelijk dat Hendrik uit de economisch linkse bubbel komt, waar ikzelf ook grotendeels inzit. Er zijn weinig economisch rechtse standpunten of zienswijzen te vinden, en dat vind ik wel jammer, past dat bij Hendrik’s oproep tot delibereren?  Het activerende en wat meer filosofische deel vond ik wat minder makkelijk te lezen, ik moest een paar keer terugbladeren om te herlezen. Met name het stuk over taal was een worsteling.

Overall vond ik dit toch een boek dat het lezen meer dan waard is, met name door het eerste deel en de waarde die het heeft bij de huidige formatieperikelen en de toekomstige debatten in de Kamer. Eigenlijk had ik het een paar maanden geleden moeten lezen, toen de campagne nog in volle gang was. Maar er is altijd een volgende verkiezing, een volgende verkiezingscampagne …. ook in de VS, wat een leerzaam voorbeeld kan zijn.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO + 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De prijs van ophef duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek;
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop De prijs van ophef duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Dit bericht werd geplaatst in Maatschappij en getagd met , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie