Recensie: De goede voorouder – geweldig

‘We koloniseren de toekomst, zoals we in het verleden gebieden koloniseerden. Zoals Australië, wat we terra nullius noemden, niemandsland, terwijl er zát mensen woonden. En nu hebben we tempus nullius, niemandstijd. Alsof er in de toekomst geen mensen wonen op onze aarde. Maar die wonen er wél, maar kunnen nu, als ongeboren generatie, niets doen, net als destijds de aboriginals’. Wat een sterke opening van het boek De goede voorouder van Roman Krznaric uit 2021!

‘We behandelen de toekomst als een buitenpost, waar we ongehinderd technologische risico’s kunnen nemen, vrijelijk kernafval kunnen dumpen, ons ongestraft te buiten kunnen gaan aan ecologische verloedering en naar hartenlust kunnen plunderen.’ Dat komt omdat we te veel aan kortetermijndenken doen, en te weinig aan langetermijndenken.

Het belang van langetermijndenken

Zo heel langzaamaan realiseren we ons het belang van langetermijndenken. Hebben we daar aanleg voor, kunnen we het leren? Hoe dan? Dit is het uitgangspunt van dit uitstekende boek, waarin veel onderwerpen aan de orde komen met als rode draad: rekening houden met de generaties na ons. Ik vond het superleerzaam, op elke bladzijde las ik wel iets nieuws. Daarnaast is het betoog erg overtuigend, en ook hoopvol: er gebeurt al veel, en ook vroeger deden we al veel. Dit kunnen we opschalen, opnieuw uitrollen, cultiveren. En ook: empathie gaan voelen met toekomstige generaties, intergenerationele rechtvaardigheid ontwerpen, planetair rentmeesterschap herintroduceren.

Deel 1 van De goede voorouder toont onder andere aan dat we best aan de lange(re) termijn kunnen denken, want dat bewijst de landbouwrevolutie. Als jagers-verzamelaars aten we de zaden van vruchten en planten. Totdat we ontdekten dat als we deze zaden in de grond stopten, we na verloop van tijd veel méér te eten hadden. Wel moesten we de verleiding weerstaan om de bewaarde zaden in de lange hongerige wintermaanden alsnog op te eten. Die bewuste actie van vooruitkijken maakt ons uniek, en is een relatief recente toevoeging aan ons brein.

Het managementboek De goede voorouder …

…geeft ons in deel 2 6 manieren om ons langetermijndenken te cultiveren. Prachtige overzichten met veel voorbeelden en historie, ontleend aan talloze boeken (die ik nu allemaal wil lezen!). Even (te) kort door de bocht:

1. Nederigheid tegenover de diepe tijd.

Diepe tijd is gebaseerd op de kosmologische tijd. Ons bestaan valt daarbij in het niet. We kunnen inmiddels miljarden jaren terug in het verleden, maar ons iets voorstellen miljarden jaren in de toekomst, is maar weinigen gegeven, denk aan H.G. Wells en zijn Tijdmachine die naar het jaar 802701 gaat. We kunnen dit ‘diepe tijd’ denken oefenen door bijvoorbeeld 02023 te schrijven, of naar eeuwenoude bomen te kijken.

2. Erflatersmentaliteit.

Het nalaten van iets kennen we al eeuwen. We laten standbeelden van onszelf oprichten (herinnering aan onze glorie), laten onze kinderen een erfenis na, of tradities aan onze nakomelingen. We kunnen ook breder kijken: infrastructuur en medicijnen kregen we van de generaties voor ons, en laten we na aan de generaties na ons. Het planten van een boom is ook een ‘legaat’’, en ook het stoppen met het eten van vlees. De Maori’s kennen het fenomeen whakapapa, je bent een schakel in een keten van mensen, al je voorouders en al je nakomelingen. In zo’n gemeenschap is er sprake van empathie over de tijd heen.

3. Intergenerationele rechtvaardigheid.

Rekening houden met toekomstige mensen of gebeurtenissen is lastig, we ‘disconteren’. Geld is in de toekomst minder waard, en ook heb je liever EUR 2000 nu dan EUR 5000 over 10 jaar. Belangen hebben een steeds minder gewicht naarmate ze verder in de toekomst spelen. Dat geldt ook voor investeringen in de zorg (liever een paar levens nu redden, dan meer levens in de toekomst) en het milieu. Voordelen die pas over 25 of 50 jaar spelen zijn verwaarloosbaar. Een mens nu is veel meer waard dan een mens over 50 jaar. Dat klinkt als … slavernij. Als temporele discriminatie. Niet als rechtvaardigheid naar toekomstige generaties. Krznaric onderscheidt 4 morele motieven om ons wél om toekomstige generaties te bekommeren. Die zijn bepaald het overdenken (en gebruiken!) waard.

4. Kathedraal-denken.

We waren in het verleden best goed in lange termijn-denken, zo blijkt bijvoorbeeld uit de kerk het Munster, in Ulm, waaraan men 513 jaar bouwde. De burgers van Ulm, die bet betaalden, wisten tevoren dat de kerk niet tijdens hun leven af zou komen, en tóch begonnen ze eraan. De bekendere Sagrada Familia is al 141 jaar onderhanden. De bouwers verwachtten dat de ‘christelijke kerk’ er ook na eeuwen nog zou zijn. Maar denk ook aan het bouwen van zaadkluizen, die 1000-den jaren moeten blijven bestaan.

5. Holistisch voorspellen.

Deze vorm van voorspellen gaat niet over een bedrijf, maar over de mensheid, en betreft niet een paar jaar, maar eeuwen. De kern is scenarioplanning en het herkennen en toepassen van patronen, waarvan de S-curve, over toenemende en afvlakkende groei, de belangrijkste is. Deze twee tools leiden tot 3 mogelijke toekomsten voor de menselijke beschaving: Ineenstorting, we gaan door zoals we gewend zijn met een resultaat extreme ongelijkheid; Hervorming, we doen mondjesmaat wat, met als resultaat ook ineenstorting maar minder snel; en Transformatie, radicale systeemverandering.

6. Transcendent doel.

Een soort kompas, of poolster, als basis voor een ‘heilig’ project. Krznaric onderscheidt 5 doelen: Eeuwige vooruitgang (materiële welstand), Utopische droom (ideale samenleving op basis van overtuigingen), Technobevrijding (naar de sterren en lichaams-’verbetering’), Overlevingsmodus (aanpassen en nieuwe vaardigheden ontwikkelen), Gedijen op aarde (in de Donut leven). Natuurlijk kiest hij voor het laatste. In die zin is dit boek wel heel breed, maar niet geheel objectief.

Autoritair bewind

Is er voor langetermijndenken een autoritair bewind nodig? Velen beweren dat, maar de statistieken bewijzen het tegendeel. In het verleden waren het voornamelijk de democratische regimes die de voorkeur gaven aan langetermijnplannen. Maar er is vaak wel een crisis nodig voor de benodigde systeemverandering, denk aan The Great Stink (Londen, de start van het bouwen van dure, solide riolen) en de Grote Depressie (VS). Klimaatverandering wordt nog steeds niet als crisis gezien.

Tijdsrebellie

Deel 3 van De goede voorouder gaat over Tijdsrebellie: wat we kunnen doen en nu al doen om van kortetermijndenken naar langetermijndenken te gaan. Er worden zeer veel voorbeelden gegeven in drie domeinen: politiek, economie en cultuur.

Binnen de politiek is daar bijvoorbeeld de stroming ‘diepe democratie’, waarmee de kortzichtigheid van de huidige politiek wordt bestreden. Zo is er het idee van autonome stadsstaten of bioregionale gebieden, met een hoge burgerparticipatie. Maar ook ‘jeugdquota’, en intergenerationele begrotingen.

Qua economie moeten we naar een ecologische economie, zoals de Donut, met haar ecologische bovengrens en sociale ondergrens. In ieder geval moet kortetermijndenken van het kapitalisme aan banden worden gelegd. Interessant hierbij is het voorstel van Jeremy Lent over de te betalen belasting bij de verkoop van aandelen, om speculatie tegen te gaan: 5% bij verkoop <1 jaar, 3% bij < 3 jaar, 1% bij <20 jaar, 0% bij >20 jaar.

Bij cultuur wijst Krznaric erop dat een culturele revolutie (zoals van socialisme naar kapitalisme, van religie naar seculiere waarden) makkelijker is dan een biologische evolutie, die nodig zou zijn om ons aan te passen aan een nieuwe omgeving: tot een culturele evolutie kun je gewoon besluiten. En het is ook nog eens sneller. Maar de aanpassingen zitten niet in ons DNA, dus moeten ze met onderwijs en kunst ‘ingeprent’ worden. En dat is precies wat nu gebeurt met het langetermijndenken. Denk aan science fictionboeken en -films, aan de Future Library, aan het Interaction Lab waar je met AR kunt ‘duiken’ naar een koraalrif in 2040.

Hoe kun jij een goede voorouder zijn?

Door allereerst niet in ‘jij’ maar in ‘wij’ te denken. Collectieve actie is namelijk nodig. Maar ook individueel moeten we dingen doen. Verliefd worden op (een stuk van) de natuur. Empathie voelen met de generaties na ons. Leren om langetermijn te denken, door ons te verdiepen in de 6 manieren.

Geweldig filosofisch boek

De goede voorouder is een geweldig boek dat ik zeker nog een keer ga herlezen. Zóveel informatie, ik schreef 4 A4tjes vol met aantekeningen. Daarbij zijn de voorbeelden heel erg aansprekend én inspirerend. En leuk: Krznaric verwijst ook regelmatig naar fictieboeken, zoals de Hongerspelen, De weg, Foundations. Zo kun je je heel makkelijk voorstellen welk beeld hij wil scheppen.

Hoewel het boek regelmatig teruggrijpt op de huidige klimaatcrisis, gaat het zeker niet uitsluitend daarom. Het probeert onze verslaving aan ‘instant satisfaction’ aan te pakken, onze kortzichtigheid op vele gebieden. Wat meer langetermijndenken is ook heel goed voor onze mentale gezondheid. En hoe we de wereld, qua natuur, instituties, waarden en normen, voor de volgende generaties willen achterlaten is iets waar we best wat vaker over na zouden moeten denken.

Krznaric heeft een fijne schrijfstijl, niet belerend, wel filosofisch, overtuigend en jargonvrij. Hij weet zijn punt te maken zonder al te activistisch over te komen, terwijl hij zijn mening niet onder stoelen of banken steekt, dat is knap. Heerlijk zijn alle verwijzingen naar boeken en rapporten, mijn leeslijst is weer behoorlijk uitgebreid.

Ik ben geen ouder, wel voorouder. Maar een goede? Daar moet ik zeker invulling aan geven.

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop De goede voorouder

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus…..

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: De consultancy industrie – scherp

Mariana Mazzucato laat samen met haar promovenda Rosie Collington in The Big Con (in het Nederlands: De Consultancy industrie) uit 2023 zien hoe de ‘consultocracy’ de macht bij de overheid én het bedrijfsleven in handen heeft, maar geen maatschappelijke waarde levert. Egoïsme en korte-termijndenken overheersen. Dat kan ons bij de bestrijding van klimaatverandering nog wel eens opbreken, want klimaatconsultants zijn een existentiële bedreiging.

De consultancy-markt wordt gedomineerd door de Big Three strategie-consultants MBB (McKinsey, Boston Consulting Group en Bain&Company) en de Big Four accountancy-consultants (Deloitte, EY, KPMG en PwC). Er worden enorme bedragen uitgegeven aan (met name deze) consultants, en in bijzondere tijden, zoals tijdens de Covid19-pandemie en Brexit nog veel meer. Consultants zijn betrokken bij allerlei soorten zaken, in allerlei sectoren en in bijna alle landen van de wereld. Is dat een probleem?

Het managementboek The Big Con zegt: …

… Ja, de groei van deze markt, hun business-model, de onvermijdelijke belangenverstrengeling en het gebrek aan transparantie heeft té veel negatieve impact. Consultants gebruiken hun macht voor het verstevigen van de markteconomie en hun eigen positie, wat zorgt voor het disfunctioneren van overheden en bedrijven.

De titel van het Engelstalige origineel: The Big Con, verwijst niet alleen naar deze grote consultancy-organisaties, maar ook naar een grote truc, naar oplichterij door vertrouwen te wekken. De Big Con verdienen veel geld maar leveren nauwelijks waarde, ze creëren een illusie van waarde. Mazzucato en Collington betogen dat de adviezen van de Big Con consultants allereerst tot doel hebben hun eigen markt (multinationals) te bevoordelen, en daarna pas gericht zijn op hun opdrachtgever en heel misschien op de maatschappij. Daarbij worden enorme fees gevraagd met uitsluiting van alle aansprakelijkheid, zodat de consultants geen risico lopen als een project faalt of over budget gaat.

Infantilizeren

De ongewenste gevolgen van het ongebreidelde kapitalisme en de markteconomie zijn niet de schuld van de Big Con, maar ze werken er wél aan mee en profiteren ervan. Overheden zijn door het privatiseren van bijna alles hun ervaring en kennis kwijt, en de talentvolle studenten werken liever voor Big Con, met hun brede klantenportefeuille, dan voor de slecht bekendstaande overheid. Overheden zijn daarbij onzeker geworden, bang om te falen, en bedrijven óók, in hun jacht op steeds meer korte termijn-winst. Voor bijna alles worden consultants ingeschakeld, soms zelfs alleen maar voor het legitimeren van onpopulaire beslissingen van de klant zelf.  Infantilizeren, noemen de auteurs het.

Macht

De auteurs geven weer hoe enorm machtig de consultancy-sector geworden is, waarbij ze bij overheidsopdrachten vaak beleid maken, én uitvoeren, én ervan profiteren. Daarbij worden veel voorbeelden van belangenverstrengeling gegeven, die structureel lijkt te zijn. En ook: dat consultants het overheidsbeleid bepalen, dat kan natuurlijk niet, dat is niet democratisch. Consultants zijn zeker nodig, maar dan wel als adviseurs die aan de kant staan, en niet als bepalers in het centrum van de macht.

De uitwassen van het kapitalisme komen inmiddels aan het licht, denk aan ongelijkheid en CO2-uitstoot, en bedrijven zoeken nu naar purpose of betekenis in plaats van korte termijn-winst. En ook hier bieden de Big Con hun diensten aan, om de problemen op te lossen waaraan ze zelf hebben meegewerkt. De nieuwe cash cow is ESG (Environmental, Social, Governance). De focus op korte termijn-winst heeft de CO2 uitstoot verhoogd, en nu zijn de Big Con bezig om de noodzakelijke transformatie te hinderen, door tools te promoten die eerder afleiding zijn dan behulpzaam, zo stelt het boek. Klimaatconsultants zijn een existentiële bedreiging.

Hoe komen we van deze afhankelijkheid af?

De oplossing? Die is eigenlijk simpel: de overheid moet zorgen weer de regie in handen te krijgen door te focussen op het leren van projecten, zo de eigen mensen en interne capaciteit te ontwikkelen en besluitvorming weer terug te brengen waar deze hoort. En, niet onbelangrijk: grotere transparantie. Zowel voor de contracten tussen overheid en consultants, als voor het reilen en zeilen van de Big Con: aan wie adviseren ze? Eten ze soms van twee walletjes? Wiens belang dienen ze? Want je wilt de aanpak van de klimaatcrisis toch niet overlaten aan consultants die het belang van zichzelf en hun grootste markt, multinationals, vooropstellen? Die gaan voor korte-termijn winst? Die niets anders adviseren en promoten dan ‘de markt haar werk te laten doen’?

Scherpe toonzetting

Het boek heeft als ondertitel ‘How the consulting industry weakens our businesses, infantilizes our governments, and warps our economies’. Dat zet bepaald de toon. In 9 hoofdstukken wordt ingegaan op allerlei zaken die aantonen dat de klanten van de consultancy-bedrijven, zowel overheden als bedrijven, er niet persé beter van worden. Nu wordt niet alle schuld bij de consultancybedrijven zelf gelegd, hun groei en macht is door diverse externe oorzaken te verklaren. Maar voor het misbruiken van die macht worden zóveel voorbeelden en anekdotes gebruikt dat je niet meer in incidenten kunt geloven: dit gedrag zit verankerd in de sector.

Accountancy

Onder de voorbeelden lees ik regelmatig over de schandalen binnen de accountancy: Enron, Carillon. Bij Enron is de gedachte dat Arthur Anderson de omzet uit consultancy bij deze audit-klant zo belangrijk vond dat ze de relatie niet wilde beschadigen door financiële malversaties te rapporteren. Bij Carillon wordt KPMG beschuldigd van een té hechte relatie met de klant. Het is opvallend dat alle 4 Big Four flinke bedragen aan consultancy bij Carillion verdienden. Het punt dat het boek wil maken is dat consultancy ook accountants corrumpeert.

Reputatieverlies?

Omdat niet van alle consultancyopdrachten inhoud en omvang bekend is, is er geen statistiek voorhanden hoe vaak zaken fout gaan en waarom. Misschien valt het mee? Of misschien is er nog veel meer, waar je niets van hoort, omdat contractueel vertrouwelijkheid is afgesproken en aansprakelijkheid is uitgesloten. Toch geven alle voorbeelden bepaald een beroerd beeld van deze sector. En auteur Mazzucato is bepaald niet de eerste de beste, zij is een invloedrijke econome die o.a. de EU adviseert. Zij schrijft al langer over de positie van de overheid en de waarde van bepaalde sectoren. Na de banken met hun ‘waardeloze’ derivaten, krijgen nu de consultants het voor hun kiezen. Deze kras op de Big Con zou wel eens een staartje kunnen krijgen.

Het is een prettig geschreven boek, met veel uitleg over de opkomst van Big Con, en hoe deze organisaties werken. Verder barst het van de uitgewerkte voorbeelden (met name uit VK en VS), met verwijzingen naar artikelen en websites. Ook al ken ik deze sector vrij goed, ik las veel nieuws en ben bepaald bezorgd.

Ik gaf het boek 4 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop De Consultancy industrie

o.a. bij

Managementboek.nl (Engels) en (Nederlands)

of

Bol.com (Engels) en (Nederlands)

of

Libris.nl (Engels) en (Nederlands), steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring. Misschien is er nét één te koop.

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: Het boek van hoop – hoopgevend!

Jane Goodall heeft goede hoop dat we klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tijdig kunnen stoppen. Waaróm ze die hoop heeft, hoe haar hoop haar tot een activist maakt en hoe ze één is met de natuur vertelt ze in 2021 in Het boek van hoop aan Doug Abrams, die eerder Het boek van vreugde schreef. Het gaf mij óók hoop!

Na de dialoog tussen de Dalai Lama en Aartsbisschop Desmond Tutu over Vreugde is er nu, met pandemie, discriminatie, ongelijkheid, en de grootste bedreiging van alles, klimaatverandering, behoefte aan hoop. Doug heeft in drie sessies een vergelijkbare dialoog met Jane Goodall, die al jarenlang de wereld rondreist om speeches over hoop te geven, er boeken over schrijft en podcasts geeft. Het gesprek, dat bijna woordelijk wordt weergegeven, geeft een heel mooi inkijkje in het leven en de overtuigingen van Jane. Ook de sfeer is mooi getroffen, met de rode wangen en blauwe coltrui van Jane, het plotselinge vertrek van Doug door het overlijden van zijn vader, een beschrijving van de omgeving (waaronder een huisje op de Veluwe) en de vele glazen whisky. Een flink aantal foto’s brengt Jane én Doug tot leven. Alsof je een documentaire zit te lezen!

Hoop en spiritualiteit

Naast Jane’s bespiegelingen over hoop, is er ook ruimte voor haar geloof in het bestaan van een overkoepelende spirituele kracht, een hogere Intelligentie, die in al het leven op aarde aanwezig is. Klinkt wat zweverig, maar Jane pareert dit direct met een quote van Albert Einstein: “The harmony of natural law … reveals an intelligence that, compared with it, all the systematic thinking and acting of human beings is an utterly insignificant reflection”. (Uit: The world as I see it van Albert Einstein). Je merkt ook aan alles dat zij gelooft dat ze met een doel op Aarde is ‘gezet’ en dat alles met een reden gebeurt. Toeval bestaat niet!

Het maatschappijboek Het boek van hoop …

.. draait om de vier redenen die Jane heeft om hoopvol te zijn:

  • het verbazingwekkende menselijke intellect,
  • de veerkracht van de natuur,
  • de kracht van de jeugd en
  • de ontembare menselijke geest.

Intellect

Het deel over het intellect gaat over onze evolutie, waarom we niet persé intelligenter zijn dan dieren, maar wel een intellect, verstand hebben dat ons naar de maan bracht. Taal is volgens Jane dat wat het verschil maakt. Jammer dat we ons verstand niet gebruiken bij de omgang met de natuur. Maar het is hoopvol dat we dat wel zouden kunnen en onze creativiteit voor iets goed kunnen gebruiken.

Veerkracht

Bij de veerkracht van de natuur lezen we over de Survivor Tree, die tussen de brokstukken van de torens van het WTC lag, dood leek, maar dat niet was. Ook waren er twee bomen die de atoombom van Nagasaki overleefden. En zo zijn er nog heel wat voorbeelden van de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van de natuur. De keerzijde is dat diersoorten minder weerbaar zijn, dat er al heel veel soorten zijn uitgestorven en dat we de natuur zeker een handje moeten helpen omdat de schade die we toebrengen ongekend is.

Jeugd

De kracht van de jeugd gaat met name in op de hopeloosheid en depressie die veel jonge mensen voelen, en die omgeturnd kan worden tot hoop en activiteit. Jane bereikt veel jongeren met haar speeches op scholen, en jeugd in afgelegen gebieden met haar Roots & Shoots-programma, waar kinderen meedoen met activiteiten op sociaal gebied, milieu of dierenwelzijn. Zo krijgen zelfs de kindsoldaten en de verkrachte meisjes in Burundi weer hoop. De alumni van R&S hebben invloedrijke banen, en werken op verschillende manieren aan duurzaamheid. En als jongere kun je stemmen, natuurlijk. Als jongere ben je niet machteloos, stelt Jane: miljoenen druppels maken een oceaan.

Geest

De ontembare menselijke geest gaat over vasthoudendheid, het nooit opgeven, het onmogelijke toch proberen. Dat we handicaps, discriminatie, misbruik overwinnen, ons leven willen geven in een strijd voor vrijheid. Het hebben van een hoger doel. Denk aan Martin Luther King, Nelson Mandela, Ken Sari-Wiwa, Mahatma Ghandi, Winston Churchill. Als mensen dat niet hebben, moet je een verhaal vertellen wat hun hart raakt en wakker schudt. Dat is wat Jane met haar speeches (en boeken en podcasts) doet.

Een leven met hoop en wanhoop

Deze vier onderwerpen worden gelardeerd met inkijkjes in Jane’s leven. Hoe ze zonder opleiding chimpansees ging bestuderen, en wanhopig was toen deze zich maandenlang niet van dichtbij lieten bekijken. Hoe ze zonder vooropleiding een PhD haalde, en doodsbenauwd voor haar hoogleraren was. Welke mensen en dieren ze ontmoette en hun leven beter maakte. (‘Ik geef nooit op’) Hoe ze als 90-jarige nog steeds activistisch is. Together we can, together we will, is haar hoopvolle lijfspreuk.

Dialoogvorm

De vorm van dit boek is bepaald origineel, met de dialoogvorm, waarbij de interviewer, Doug, niet alleen de vragen stelt, maar ook eigen inbreng en meningen heeft, zodat er echt een dialoog ontstaat. Ook de manier waarop Jane haar leven beschrijft is goed gedaan, met steeds een link naar hoop, wanhoop en hopeloosheid. Niet opschepperig, zeker niet zo droog als haar Wikipediapagina, wél heel boeiend. Dat komt met name door de vele, vele voorbeelden, een erg goed gebruik van storytelling. Jane zegt dan ook dat verhalen vertellen het hart raakt en wakker schudt. Dat geldt ook zeker voor dit boek.

Omdat Jane een PhD heeft, mag je ervan uitgaan dat veel van haar stellingen onderbouwd zijn met bewijs (van haarzelf in Gombe). Toch merk je aan alles dat ze zich geen wetenschapper voelt, maar een naturalist, met empathie en verwondering voor de natuur, gelovend in een hogere Intelligentie. Oh, dat weet ik niet, zegt ze ook vaak, heel eerlijk. Mooie mix.

Hoopgevend

Het is erg fijn om weer eens een boek te lezen dat positief is over onze kansen om klimaatverandering en met name het verlies van biodiversiteit aan te pakken, zonder dat de vernietiging die we hebben aangebracht gebagatelliseerd wordt. De voorbeelden over de projecten van Roots & Shoots, Rewilding en andere zijn bepaald hoopgevend!

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie, maar jij betaalt niets extra!  Zonder provisie:

Keus genoeg!

O ja, ik schreef van dit boek ook een Impressie, een mini-samenvatting. Die koop je in mijn webshop of bij je eBoekwinkel.

Geplaatst in Maatschappij, zelfhulp | Tags: , , , , | 2 reacties

Familie: ‘neef’ Menno Lanting

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Menno Lanting. (update november 2025).

Waar schrijft ‘neef’ Menno Lanting over? 

Menno is gespecialiseerd in digitale transformatie en digitalisering in het bijzonder, en strategie, innovatie en wendbaarheid in het algemeen.  Zijn stijl is erg karakteristiek: hij bezoekt en interviewt voorlopers over de hele wereld, en de locaties ( ‘het natte bedrijventerrein’) en gesprekken worden mooi en in detail beschreven, zodat het is of je er bij bent. 

Ik vroeg eens op LI aan mijn volgers of ze dachten dat ChatGTP de managementboekauteurs overbodig zouden maken: ‘schrijf een boek over digitale transformatie in de stijl van Menno Lanting’. Menno reageerde dat hij daar totaal niet bang voor was: ChatGTP gaat niet op bezoek bij bedrijven voor diepgaande interviews. En stelt de juiste vragen niet ….. Maar hij gebruikt ChatGPT of andere AI-tools wel bij het schrijven.

Menno’s boeken worden goed gewaardeerd, één van zijn boeken werd zelfs Managementboek van het Jaar, en wel die van 2011: Connect!

Heeft ‘neef’ Menno Lanting andere zakelijke activiteiten?

Menno is niet alleen auteur, hij treedt ook op als key-note speaker. Ik weet dat hij een paar jaar geleden de reorganisatie bij mijn beroepsvereniging NBA met een key-note aftrapte. Van digitale transformatie daar heb ik nog niet veel gemerkt, maar misschien komt dat nog.

Daarnaast is Menno bestuursadviseur, met een indrukwekkende lijst klanten, en organiseert hij regelmatig een opleiding.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Menno eruit? 

‘Neef’ Menno studeerde Management, economie en recht aan de HAN, en is daar later een paar jaar gastdocent geweest. Voor hij in 2010 als zelfstandig adviseur aan de slag ging, werkte hij o.a. bij De Baak, REMC en Dressmart.

Zijn favorite quote is: ‘Wanneer de wind van verandering waait, bouwen sommigen muren, en anderen windmolens’. (Chinees gezegde).

Hij is getrouwd met interieurontwerpster Angela en heeft twee dochters. In dat kader is het leuk om eens te kijken op zijn website (en Insta) Top with kids (Topwithkids.com). Menno reist de wereld rond voor de interviews  die in zijn boeken worden verwerkt. Op één van zijn trips ontmoet hij een resort-eigenaar, die hem enthousiast maakt voor avontuurlijke, comfortabele reizen met kinderen.  Menno zegt hierover: ‘Toen de kinderen klein waren naam ik ze regelmatig mee op mijn interview-reizen voor de boeken. Zo kwam ik op het idee voor mooie plekken die zowel voor ouders en kinderen leuk zijn.  De website is een leuk familieproject. Mijn vrouw fotografeert, de meiden denken mee over de social media en ik doe de teksten. Nu de meiden op school zitten doen we een paar echt gave plekken per jaar.’ De verhalen zijn in ieder geval prachtig (als auteur ben je dat natuurlijk aan je stand verplicht) en de foto’s schitterend. Je zou er bijna kinderen voor willen hebben (bijna!).

Welke boeken schreef Menno Lanting?

Menno schreef tussen 2010 en 2025 maar liefst 13 boeken, waarvan ik er 7 las en recenseerde en van 1 een Samenvatting schreef.

De bestedeling (2025)

‘Neef’ Menno kennen we van zijn vele boeken over IT, AI, digitalisering. Zonder uitzondering uitstekend geschreven, met veel voorbeelden, gericht op nieuwe ontwikkelingen en ruim baan voor de menselijke aspecten. De bestedeling uit 2025 is een heel ander boek, zowel qua onderwerp, ‘kinderveilingen’, qua richting, namelijk terugkijkend, als qua schrijfstijl. Het resultaat is een boek dat zowel boeiend als saai is. Ja, dat kan dus … Een bestedeling is iemand, vaak een kind, die niet meer verzorgd wordt en zo ten laste van de overheid komt. Het gaat naar een weeshuis, of wordt ‘uitbesteed’ aan een gezin dat een vergoeding voor kost en inwoning ontvangt. Het gezin dat het laagst biedt om deze zorgtaak uit te voeren, krijgt het kind. Vandaar kinderveilingen. Daarover lezen was bepaald schokkend. Lees mijn recensie (3*) | Koop bij Libris

20 vragen en antwoorden over AI (2025)

Deze ben ik nu aan het lezen, dus voorlopig de flaptekst: Maak je klaar voor de AI-revolutie: een technologische storm die organisaties, ons werk en ons dagelijks leven verandert. In dit boek beantwoordt Menno Lanting de 20 meest uitdagende vragen over AI. Op een heldere en toegankelijke manier laat hij zien hoe AI organisaties slimmer maakt, samenwerking versterkt en leiderschap herdefinieert. Geen technische hocus pocus, maar praktische inzichten die direct toepasbaar zijn met inspirerende praktijkvoorbeelden en deskundige adviezen. Of je nu een leidinggevende, professional of iemand bent die meer over AI wil leren, dit boek biedt de inspiratie en praktische handvatten om de technologische toekomst met vertrouwen tegemoet te treden. Koop bij Libris

20 vragen en antwoorden over digitale transformatie (2023)

Digitale transformatie raakt ons allemaal. Van de kansen en bedreigingen van AI-technologieën zoals Chat GPT, tot het ontwikkelen van nieuwe, digitale businessmodellen. Dit is niet langer iets wat alleen bij de IT-afdeling ligt. Digitale transformatie beïnvloedt elke organisatie en ieders werk. Het is cruciaal dat medewerkers, managers en leiders begrijpen wat het inhoudt. Dit boek helpt om inzicht te krijgen in vragen als:- Welke rol speelt data in digitale transformatie?- Hoe gaan we om met weerstand?- Wat betekent digitale transformatie voor het leiderschap?- Wat moeten we in de organisatie opnieuw inrichten? Menno geeft veel concrete voorbeelden uit de praktijk, waarbij hij kan putten uit de ervaringen van mensen uit zeer uiteenlopende organisaties, zoals Gemeente Amsterdam, Politie Nederland, SuitSupply, Talpa, VGZ, Albert Heijn en Vopak. Lees hier mijn Recensie (4*)Koop dit boek bij Bol.

Uit het transformatiemoeras (2021)

Vind maar eens een organisatie die niet bezig is met ‘de digitale transformatie’. Toch blijken de meeste organisaties na een enthousiast begin vast te lopen in een waar transformatiemoeras. In Uit het transformatiemoeras analyseert Menno haarfijn wat er misgaat. Aan de hand van voorbeelden uit binnen- en buitenland beschrijft hij de vijf kritische faalfactoren die echte transformatie in de weg staan. En natuurlijk schetst hij ook de uitweg: om los te komen uit het moeras moet de organisatie zich omvormen tot een lerende organisatie. Voor organisaties die relevant willen blijven in het digitale tijdperk is het namelijk niet genoeg om alleen de bestaande processen te digitaliseren. Ze moeten hun cultuur, businessmodel en organisatiemodel aanpassen, niet eenmalig, maar in een continu proces. Lees mijn Recensie | Koop dit boek bij Bol

Disruptie in de overheid (2019)

In Disruptie in de overheid spitst Menno Lanting zijn inzichten over de zin en onzin van disruptie uit zijn bestseller De disruptieparadox toe op de overheid. Menno geldt als dé expert op het gebied van de impact van digitale technologie op organisaties, leiderschap en innovatie. Aan de hand van herkenbare voorbeelden en cases geeft hij praktische handvatten en advies over hoe de publieke en semipublieke sector zichzelf op grote en op kleine schaal kunnen vernieuwen. Zo maken onder andere virtual reality, de blockchain en kunstmatige intelligentie meer mogelijk dan we ons kunnen voorstellen. Alvast een tipje van de sluier: zolang de basis niet voldoende op orde is, heeft het weinig nut disruptie na te streven. Koop bij Bol

Het geheim van disruptie (2019)

Het geheim van disruptie is een integrale uitgave van de kernboodschap uit Menno’s meest recente bestseller De disruptieparadox: de vier paradoxen van disruptie. Hij legt in dat boek de aard van disruptie bloot en laat zien hoe organisaties ermee om kunnen gaan. Disruptie ontstaat op het kruispunt van verschillende vakgebieden, dankzij de combinatie van nieuwe technologieën vanuit schijnbare tegenstellingen, zoals snel versus langzaam en exploitatie versus exploratie. Wie leert omgaan met de paradoxen van disruptie heeft de beste kans om de positie van zijn organisatie te versterken en echt te vernieuwen. Lees mijn recensieKoop bij Bol

De disruptieparadox (2017)

Dat de wereld verandert en dat dat razendsnel gaat, weet u onderhand wel. De voorbeelden van Airbnb, Uber en Kodak heeft u al talloze malen gehoord. Dat het roer om moet, is duidelijk. Disruptie is dan ook het nieuwste toverwoord. Voor een aantal organisaties is volledige disruptie daadwerkelijk de enige, zinvolle strategie. In andere gevallen gaan de technologische veranderingen meer geleidelijk en is het effectiever om aandacht te geven aan het verbeteren van de basis en aan gerichte innovatie.  De grote paradox voor de gevestigde partijen is: hoe ga je op een disruptieve manier een superieure klantbeleving realiseren als je daar in je huidige business al niet in slaagt? Koop bij Bol

Hoe word ik een speedboot (2015)

Menno reisde de wereld over op zoek naar de meest inspirerende ondernemers en organisaties, zowel start-ups als grote multinationals. In Olietankers en speedboten schreef hij een apart hoofdstuk genaamd ‘Hoe word ik een speedboot?’ over de belangrijkste lessen om ons voor te bereiden op de toekomst en op de nieuwe manier van werken. Dat hoofdstuk vind je hier integraal terug, aangevuld met een leeslijst van boeken en bronnen die je verder helpen naar meer flexibiliteit en snelheid. Speedboten zijn proactief, wendbaar, met de blik naar buiten gericht, verbonden in een netwerk, waarde toevoegend voor de consument, burger of collega en voortdurend lerend. Koop bij Bol

Olietankers en speedboten (2015)

We moeten iets met die digitale ontwikkelingen, zeggen veel ondernemers. Maar daarmee wordt technologie het doel, niet het middel. De kern van werk en ondernemen is snelheid, kunnen veranderen, experimenteren, falen en leren. Het gaat er niet om wat u wel of niet doet met alle techniek; het gaat erom of u voldoende flexibel en open bent om in deze veranderende wereld een bijdrage te blijven leveren. In Olietankers en speedboten schetst Menno een beeld van de nabije toekomst aan de hand van de expertise van vele internationale professionals en ondernemers. Lees mijn recensieKoop mijn Samenvatting |  Koop dit boek bij Bol

De slimme organisatie (2013)

Mensen maken steeds beter gebruik van digitale technologie. Maar terwijl zij met behulp van hun netwerk het beste uit zichzelf halen, lukt het hun werkgevers vaak niet om dat potentieel ook in de organisatie te benutten. In dit boek laat Menno zien hoe bedrijven slimmer kunnen worden en hun cultuur en organisatie kunnen verbeteren met behulp van de nieuwste technologie. Met veel praktische tips en voorbeelden (NASA, Google) laat hij zien wat je kunt doen: van virtuele teams en crowdsourcing tot serious games en feedbacksystemen. Koop bij Bol

Lead with a tweet (2013)

Menno heeft als geen ander de vinger aan de pols van de veranderingen in organisaties en deelt zijn kennis en ideeën graag online. Vaak wat scherp geformuleerd, om mensen te prikkelen en een discussie uit te lokken. In dit boek, gebaseerd op zijn Twittercolleges, presenteert Menno 60 stellingen die als steen in de vijver verandering op gang kunnen brengen, in elke organisatie. Lead with a tweet is daarmee een to-do list voor vooruitstrevende leiders.

Koop dit boek bij Bol

Iedereen CEO (2011)

Sociale netwerken en nieuwe technologieën stellen de kenniswerker in staat om zelf het eigen werk te organiseren en de professionele ontwikkeling vorm te geven. Daar is lang niet altijd meer een organisatie of een manager voor nodig.

Wat betekenen de nieuwe organisatievormen voor de rol van de manager? En moet de traditionele machtsstructuur op z’n kop nu de rol van collectief leiderschap toeneemt? Menno beantwoordt deze en andere vragen in dit vervolg op de bestseller Connect!

Lees mijn recensie |  Koop dit boek bij Bol

Connect (2010)

LinkedIn, Twitter, Facebook en YouTube: miljoenen mensen zijn virtueel met elkaar verbonden. We leven in een open en onbegrensde wereld van samenwerking, creativiteit en communicatie. De macht over de markt verschuift van bedrijven naar deze sociale netwerken. Veel bedrijven verliezen de binding met klant en medewerker.

Binnen deze organisaties moet dan ook een omslag gaan plaatsvinden: van gesloten, hiërarchisch en onpersoonlijk naar open, authentiek en verbonden. Connect! is een welgemeende aansporing. Want het is tijd om te handelen, en wel nu. Dit boek werd managementboek van het jaar 2011!

Lees mijn recensieKoop dit boek bij Bol

(Deze informatie komt uit LinkedInMennolanting.nlBol.com.)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (updated november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen.
Geplaatst in Innovatie, IT | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Eigen welzijn eerst – overtuigend betoog

Roxane van Iperen ken ik van het prijswinnende ’t Hooge Nest. Dit essay uit 2022 is net zo fraai geschreven, en onderzoekt ook de historie. Niet van de Jodenvervolging, maar van onze toenemende neiging tot zelfbehoud, tot ‘Eigen welzijn eerst’. Een prima analyse én oproep om onze samenleving niet nog meer naar de kant van extreem-rechts te laten glijden.

Het managementboek Eigen welzijn eerst…

… is een essay. Waarom is het belangrijk om dat te melden? Een essay is, volgens Wikipedia, ‘een beschouwende prozatekst of een artikel over een we­ten­schap­pe­lijk, cul­tu­reel of fi­lo­so­fisch on­der­werp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen. Het staat in dienst van het leveren van een overtuigend betoog, zij het zonder dat er sprake is van een expliciet gegeven wetenschappelijke verantwoording. De essayist legt graag dwarsverbanden die binnen een gespecialiseerd wetenschapsvak in de regel uit den boze zijn.’

Ik vind onderbouwing altijd wel belangrijk, en heb liever een objectieve ‘waarheid’ dan een persoonlijke mening. Ik moet dus even schakelen. Wat mag ik verwachten? Een overtuigend persoonlijk betoog, zonder wetenschappelijke onderbouwing, met dwarsverbanden. Heeft van Iperen dat geleverd? Ik vind van wel!

Van liberaal naar antiliberaal

Van Iperen schetst in het eerste hoofdstuk al de grote lijnen van haar betoog. Net na WO2 was er ‘optimisme van kansengelijkheid, gebaseerd op liberale waarden en fatsoenlijke publieke voorzieningen voor iedereen, ongeacht afkomst of achternaam.’ De middenklasse was de drijvende kracht. Maar de ‘open waarden’ kwamen steeds meer onder druk te staan, een doorsnee gezin moest steeds harder werken om haar sociale positie te behouden, laat staan te verbeteren. Een toenemende kans van terugval en afnemende sociale voorzieningen.

De politiek deed meer voor de rijke bovenkant, maar van ’trickle down’ was geen sprake. Dat leverde gevoelens van ongenoegen op, en er ontstond wij-zij denken ten opzichte van migranten, die de schuld kregen van mindere welvaart.

Nativisme

Het beeld van de migrant is veranderd: van vluchteling, naar asielzoeker, naar gelukszoeker, naar ongedierte. Zo ontstaat ’nativisme’: mensen uit de eigen natie hebben meer recht op bescherming. Eersterangs burgers, en de rest zijn tweederangs burgers. De middenklasse zit nu niet meer in het politieke midden, maar schuift op naar rechts, wordt conservatiever, met antiliberaal gedachtegoed. Zelfbehoud staat voorop. Voor elkaar zorgen heeft plaatsgemaakt voor ‘eigen falen, eigen schuld’.

Fear of Falling

Werd er eerder gefocused op het externe ‘gevaar’, de migranten, inmiddels is de focus op het behoud van het ‘eigene’, status, of cultuur. Dat klinkt positiever, zelfbehoud, maar het resultaat is hetzelfde: uitsluiting. De hogere middenklasse, professionals als advocaten, consultants, etc. zijn qua welvaart en status snel opgeklommen: nieuwe rijken. Maar ze hebben geen familievermogen, zoals de oude rijken, om slechte tijden door te komen en aan je kinderen na te laten. En diploma’s en kennis kun je niet aan je kinderen doorgeven. Er is dus geen garantie dat hun kinderen het net zo goed als zij zullen hebben. Dat is de Fear of Falling.

En wat doen ze? Ze vormen een hechte club, waar je niet zomaar binnenkomt, een klasse, met de ‘juiste’ scholen en universiteiten. Met verworven rechten, die ze met grote moeite proberen te behouden. En met grote jaloezie naar de oude rijken, want hun (goedbetaalde) arbeid wordt zwaar belast terwijl vermogen fiscaal wordt ontzien. Die focus op zelfbehoud koppelt van Iperen aan de NSB: die deden in de 30’er jaren (met hoge werkeloosheid) niet wat ze deden uit racisme, maar uit angst te verliezen wat ze hadden. Een bepaald confronterende constatering!

Wellness-rechts

Verrassend vind ik het slot van het betoog: het gevaar van de groep influencers die het Instagramable zorgen voor hun kinderen combineren met anti-vaccinatie en extreem-rechtse standpunten. Het begon met hippe, invloedrijke vrouwen die op social media content plaatsen over zelfzorg, liefde voor de natuur en het moederschap (‘professionele foto’s van halfnaakte, beeldschone moeders met een baby aan de borst’). Veel ervan verzetten zich later tegen het test- en vaccinatiebeleid, omdat het inbreuk zou maken op de lichamelijke integriteit.

Ze werden aanhang van Van Haga, die felle kritiek had (en heeft) op het overheidsbeleid. Van Haga is dan de tweede man van FvD. Moederhart werd geboren en een aantal van de oprichters gingen openlijk de FvD-ideologie aanhangen, ‘zonder racistisch te willen zijn’. Het gaat, zeggen ze, om het welzijn van hun kinderen. Op deze manier werd het radicaal-rechtse gedachtegoed via vele moeders genormaliseerd, want laten we niet onderschatten hoeveel volgers (miljoenen!) deze groep influencers heeft!

Van Iperen ziet in wellness-rechts een vergrootglas van de samenleving, en licht er 3 problemen uit die moeten worden opgelost om radicaal-rechts te stoppen.

3 problemen

Het eerste probleem is dat veel complottheorieën steunen op argumenten die een kern van waarheid bevatten: de overheid is niet meer zo’n betrouwbare partner, nu alle publieke voorzieningen zijn weggesaneerd en veel mensen in onzekerheid leven. Het tweede probleem is dat het niet alleen de ‘tokkies’ zijn die voor extreem-rechts gaan, en dat er veel vrouwen onder die aanhang zitten. Het derde probleem is de invloed van technologie, met een verdienmodel dat gedijt bij het verspreiden van nepnieuws. Klik een paar keer op een post van een (ex)model die ‘vragen stelt’ en je zit in de QAnon-bubbel.

Wat te doen?

Die drie problemen zijn niet makkelijk op te lossen, maar van Iperen geeft wel een voorzet. De overheid moet zich richten op publieke voorzieningen en bestaanszekerheid bieden. Het belastingstelsel moet arbeid niet zwaarder belasten dan vermogen. Desinformatie moet worden tegengegaan.

Burgers moeten hun ogen opendoen en zien wat ze nu ‘normaal’ vinden. Ze moeten minder defensief en conservatief stemmen. En ze moeten niet accepteren dat verkiezingsprogramma’s tegen de democratische rechtsstaat ingaan. Ze, nee, wé, moeten uitsluiting en tweederangs burgerschap niet accepteren.

Evaluatie

Het essay valt op door de beeldende beschrijvingen, prachtig geformuleerd. Dat is eigenlijk niet verrassend, Van Iperen schreef ook ’t Hooge Nest, een roman waarin de hoofdpersonen voor de lezer gaan leven en wat ik eerder in één adem uitlas.

Het betoog is goed te volgen en best overtuigend, haar mening is duidelijk (en niet altijd genuanceerd) en gelardeerd met historische gebeurtenissen en buitenlandse ontwikkelingen, met name in de VS. Het slot, en ook het zwaartepunt van het betoog, is wellness-rechts en het gevaar daarvan. Die had ik niet aan zien komen, ik volg dat niet zo. Ik nam het niet zo serieus, moet ik toegeven, ben wat anti-Instagram. Dat ik hierdoor zorgwekkende ontwikkelingen heb gemist is wel een eye-opener: ‘het zal zo’n vaart niet lopen’ is een naïeve houding.

En heb ik wat geleerd zonder de wetenschappelijke onderbouwingen? Zeker. Van Iperen grijpt veel terug naar historische gebeurtenissen, die verrassend vergelijkbaar lijken te zijn met de actualiteit. Het essay is daarmee een heel overtuigende waarschuwing.

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus…..

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 1 reactie

Recensie: Brand in Amsterdam – apengedrag

Zoals je je soms enorm kunt schamen voor Nederlandse vakantiegangers die doorlopend dronken zijn en buitenlandse badplaatsen terroriseren, zo schaamde ik me voor de beroepsbrandweer van Amsterdam toen ik Brand in Amsterdam van Leen Schaap uit 2021 las. Seksistisch, racistisch en ridicuul macho. Maar ook onbetrouwbaar, onethisch en belastinggeld verspillend. Ja, ze kunnen goed brandjes blussen. Maar dat doen ze maar 1% (geen typo!) van hun tijd.

Het managementboek Brand in Amsterdam …

… schetst wat de nieuwe commandant, Leen Schaap, meemaakt in de 3 ½ jaar bij de brandweer van Amsterdam. Hij is bepaald geen doetje, want komt bij de politie vandaan. En hij is ook niet onvoorbereid: Burgemeester van der Laan heeft hem precies uit de doeken gedaan aan welke wantoestanden een eind moet komen. En er is bewust gekozen voor iemand van buiten, er is geen vertrouwen (meer) dat iemand uit de eigen gelederen de klus kan klaren.

Vóór het aantreden van Schaap is er lang onderhandeld over een Transitieovereenkomst, die de brandweer moet moderniseren. Hierin is onder andere het rooster en brandpreventie opgenomen. Al lange tijd worden de afspraken uit de overeenkomst niet nagekomen, en het is duidelijk waarom. Het 24-uurs rooster is een arbeidsvoorwaarde die ongekend (en absurd) luxe is, en de brandweerlieden in staat stelt om er 2de (full-time) banen bij te doen. Brandpreventie wordt gezien als bedreigend: het leidt tot minder branden en dus tot minder behoefte aan de brandweer. Ze zijn toch niet gek?

De voorbeelden van seksistisch en racistisch gedrag zijn legio en stuitend, vrouwelijke en allochtone collega’s worden weggepest. Op elke bladzijde denk je: dan kán toch niet? Ja hoor dat kan wel, en ze zijn er trots op, deze jongens-onder-elkaar. Schaap wijt het aan diezelfde 24-uurs-roosters, waardoor er veel verveling is en men op elkaars lip zit. Lees een boek, denk ik dan. Maar nee. De vergelijking met bully’s op het schoolplein komt bij je op: de kwaadwilligheid, de kinderachtigheid, het geweld.

Stevige aanpak

Schaap’s aanpak van deze cultuur is stevig, en al in het begin legt hij er de nadruk op dat dit was afgesproken met de Burgemeester en het Veiligheidsbestuur. De tijd van onderhandelen, van verbinding zoeken is geweest, nu gaat het om uitvoeren. Ik heb bewondering voor Schaap’s standvastigheid en hoe hij omgaat met het getreiter en de bedreigingen, die zelfs over zijn familie gaan.

Hij lijkt weinig te bereiken, voornamelijk door de halsstarrigheid van de Ondernemingsraad (daar is in juli 2022 iemand van ontslagen, eindelijk!). Uiteindelijk stelt hij voor de harde kern te ontslaan, maar daar wil men niet in mee. Met nieuw personeel zal het steeds beter gaan, is de gedacht. Ik zie dan die aapjes, de tros bananen en de waterspuit voor me. Als een aap een banaan pakt wordt de hele troep natgespoten. Er wordt dus geen banaan meer gepakt, ook niet door elke nieuwe aap die bij het groepje komt. En zelfs als de hele groep apen is vervangen, en geen een de waterspuit heeft meegemaakt, is de cultuur ongewijzigd: je pakt géén banaan!

Nieuwe leidinggevende

De situatie verslechtert als Van der Laan overlijdt en Femke Halsema wordt benoemd. Zij wil juist een aanpak van verbinding, en het is voor iedereen duidelijk dat zij Schaap niet steunt. Dat is natuurlijk niet werkbaar, en na veel gedoe gaat Schaap uiteindelijk weg. In de krant staan foto’s van feestvierende brandweerlieden. Niet veel later vertrekken ook vrijwel al degenen die Schaap gesteund hebben.

Verwaarloosde organisaties

Schaap is teleurgesteld dat hij zo weinig succes heeft gehad. Met dit boek wil hij de geleerde lessen delen, omdat veel ook speelt bij andere overheidsorganisaties. Hij noemt dit ‘verwaarloosde organisaties’ naar consultant Joost Kampen.

Door de afwezigheid van een sterke leiding wordt er niets gedaan aan normafwijkend gedrag, medewerkers krijgen het gevoel dat er niet naar ze omgekeken wordt en pakken steeds meer ruimte. Er ontstaat een dominante groep die de dienst uitmaakt. En een grote samenhorigheid. Dat is goed bij gevaarlijke beroepen, je moet op elkaar kunnen vertrouwen. Maar het moet niet leiden tot gebrek aan aanspreken op afwijkend gedrag en het onder de pet houden van incidenten, die in feite een structureel cultuurprobleem zijn.

Nieuwe mensen worden aangenomen wanneer ze in de cultuur passen. Een poging tot meer diversiteit stuit op fel verzet. De brandweer is geen vertegenwoordiger van de diverse stad die ze moet dienen. (Dienstbaarheid zat al überhaupt niet in het DNA, begrijp ik, de brandweerlieden wilden als helden gezien worden, vereerd worden, geschenken krijgen, en gedroegen zich ook zo.).

Het slechte functioneren van de verwaarloosde organisatie wordt buiten zichzelf gelegd: het is de schuld van management. Veranderprojecten mislukken en het eigenbelang gaat boven het organisatiebelang. Deze verwaarloosde organisaties worden wel verwend: met materiele zaken, niet met aandacht. Ze willen dan steeds meer.

De dominante groep bij de brandweer werd gesteund door de Ondernemingsraad, die vrij machtig is, zowel formeel als informeel. De maatschappelijke rol die de brandweer heeft, werd nauwelijks ingevuld, men voelde de dienende rol niet, en er was geen contact met de burger, omdat men het programma voor brandpreventie niet wenste uit te voeren. Bij de open dagen, met blinkende brandweerwagens, werd niet over inhoudelijke zaken als cultuur gesproken.

Adviezen

Schaap kan uit zijn ervaringen enkele adviezen destilleren:

  1. Tijd, en politieke consistentie. Als leidinggevenden snel wisselen en ieder weer eigen ideeën heeft, gaat het mis. Dus: starten als een politiek leidinggevende net is aangetreden, en voor een langlopend contract zorgen. Bij de GVB, ook zo’n verwaarloosde organisatie, duurde de cultuurverandering 15 jaar.
  2. Een juiste managementstijl, niet kiezen voor verbinding maar eerst zorgen voor ‘basis op orde’: duidelijkheid geven, ongewenst gedrag begrenzen, open zijn over de wantoestanden.
  3. Zorgen dat iedereen een aandeel heeft in het geheel, dat hun werk gewaardeerd wordt, dat ze onderdeel zijn van de samenleving.
  4. Rigoureuze keuzes bij werving en selectie, moedige leiders aannemen.
  5. Bestuurlijke, politieke moed tonen.
  6. Overweeg privatisering. Is goedkoper en lost het probleem met de platina-gerande arbeidsvoorwaarden op.

Evaluatie

In eerste instantie kreeg ik een beetje de indruk dat Schaap achteraf, na zijn ontslag, via dit boek alsnog zijn gelijk wilde halen. Daar kwam ik (gedeeltelijk) van terug. Het speelt waarschijnlijk mee, maar de wens om ervaringen met anderen te delen omdat er nog zoveel verrotte, o nee sorry, verwaarloosde organisaties zijn, lijkt toch wel authentiek.

Het is vlot geschreven, met veel schokkende anekdotes die bijna onderkoeld worden verteld. Ook wordt er vaak een uitstapje naar het buitenland, politie, leger, e.d. gemaakt, om aan te tonen dat deze cultuur niet alleen bij de Amsterdamse brandweer speelt. Schaap legt er ook regelmatig de nadruk op dat de vrijwillige brandweer absoluut 180 graden anders is. Vanwaar het verschil?

Zijn ervaringen en adviezen snijden hout, hoewel elke organisatie weer anders is. Ik heb wel twijfels bij de optie van privatisering, dat is wel erg rigoureus en lost alleen de arbeidsvoorwaarden-problematiek op.

Het teruggrijpen op de theorie van verwaarloosde organisaties geeft de analyse en adviezen een zekere mate van onderbouwing. Voor verandermanagers is dit zeker geen objectief, maar wel een zeer nuttig boek!

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Biografie, Gedrag | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Leonardo da Vinci, de biografie – geniaal

Leonardo da Vinci leefde rond 1500 en was het creatiefste genie ooit. Hij verbond kunst met wetenschap en zag zo verbanden en patronen. Hij vond de (voor die tijd) meest innovatieve zaken uit en kwam doorlopend met nieuwe ideeën over uiteenlopende onderwerpen. Wow! Zo’n typetje kunnen we vandaag goed gebruiken, problemen genoeg die om een genie schreeuwen. Leonardo da Vinci – de biografie van Walter Isaacson uit 2017 geeft een uitstekend overzicht van zijn leven en inzicht in welk gedrag Leonardo zo speciaal maakte. Leerzaam!

Het managementboek Leonardo da Vinci, de biografie …

… is een dikke pil van zo’n 600 pagina’s, die niet alleen het leven van Leonardo beschrijft, maar ook uitgebreid ingaat op zijn achtergelaten werk: zijn schilderijen en zijn aantekenboeken, waarin hij zijn analyses en uitvindingen tekende en beschreef. Isaacson’s beschrijvingen van dat achtergelaten werk geven een uitstekend beeld van Leonardo’s persoonlijkheid en zijn manier van werken. Daarbij is de focus op zijn werk leerzaam én leuk, door het grote aantal illustraties van schilderijen en tekeningen, je kunt met Isaacson meekijken terwijl hij analyseert.

Misfit?

Leonardo wordt geboren als de onwettige eerste zoon van een notaris, is homofiel en linkshandig. Mijn eerste gedachte was: hoe is het mogelijk dat je met zo’n achterstand in die tijd zó succesvol kunt worden? Ik blijk niets van die tijd, de Renaissance, te begrijpen. Was Leonardo de wettige eerste zoon geweest, dan was hij vrijwel zeker notaris geworden. Als onwettige zoon werd er niet van hem verwacht dat hij de praktijk van zijn vader zou overnemen. Die vader heeft veel voor Leonardo gedaan: hem onderhouden, naar een leerschool van schilders gestuurd, opdrachten voor hem geregeld, contracten uit-onderhandeld, en hem een erfenis nagelaten.

Homofilie was in die tijd niet ongebruikelijk, maar wel een misdrijf en werd soms vervolgd. Leonardo werd twee keer van sodomie beschuldigd, maar er waren geen getuigen en de aanklachten werden weer ingetrokken. Desondanks maakt hij er nooit een geheim van, en zijn opdrachtgevers hadden er blijkbaar geen probleem mee. En zijn linkshandigheid maakt zijn werk makkelijker identificeerbaar: hij schreef van rechts naar links (tegen het vlekken) en tekende ook zo. Hij voelde zich ‘anders’, en dat kwam zijn carrière ten goede.

Homo universalis

De combinatie van kunst en wetenschap was gangbaar in die tijd in zijn geboortestad Florence. Leonardo zelf stelde dat om goed te kunnen schilderen, je moest weten hoe dingen werkten. Hij ontleedde lijken om de bot- en spierstructuur te begrijpen, en observeerde urenlang de natuur. Ook discussieerde hij met collegae. Hij las boeken maar overwegend deed hij experimenten. Hij was grenzeloos nieuwsgierig naar álles. Zoals wij nu een ‘to-do’-lijstje hebben, zo had hij letterlijk een ‘to-know’- lijstje. De uitvindingen vloeiden daar bijna automatisch uit voort. Leonardo’s aandacht voor details beschreef hij zelf als volgt: het kijken naar de bladzijde van een boek als geheel heeft geen enkele betekenis, je moet haar woord voor woord bekijken. En oog voor detail hád hij: zijn theorie over de werking van de hartklep werd als juist bewezen….in 1960!

Perfectionisme

Toch blijft het verbazingwekkend dat Leonardo al tijdens zijn leven zo beroemd was: hij publiceerde namelijk bijna nooit iets. Heel veel schilderijen zijn nooit afgemaakt, en heel vaak moest hij voorschotten terugbetalen aan de teleurgestelde opdrachtgevers. In zijn aantekenboeken staat regelmatig dat hij over een onderwerp een boek wil schrijven, maar dat deed hij nooit. Waarom niet? Hij was nooit uitgeleerd, het kon altijd beter! Zelfs de Mona Lisa is niet tijdens zijn leven ‘opgeleverd’, deze werd door zijn geliefde Salai na zijn dood verkocht.

Hij werkte dan ook jarenlang aan zijn schilderijen, elk jaar een paar verfstreken. Ze gingen overal met hem mee naartoe, hup op de muilezel, van Florence naar Milaan, naar Venetië, waar de volgende beschermheer zich maar bevond. Die adellijke of zelfs koninklijke beschermheren lijken nog het meest van zijn toneelstukken, of eerder: shows, genoten te hebben: enorme, bewegende decorstukken, ‘vliegende’ figuranten, het moet groots geweest zijn! En veel van de uitvindingen begonnen als theater-props.

Succesfactoren

In het laatste hoofdstuk van dit ‘geniale’ boek, vat Isaacson de succesfactoren van Leonardo samen, die ook voor ons uitvoerbaar zijn: 1. Wees nieuwsgierig; 2. Vergaar kennis om de kennis zelf; 3. Observeer; 4. Begin met de details; 5. Zie ongeziene dingen (wees creatief); 6. Bijt je vast; 7. Laat je afleiden (zo zie je meer verbanden); 8. Respecteer feiten; 9. Treuzel (laat je ideeën sudderen); 10. Laat de perfectie de vijand zijn van het goede; 11. Denk visueel; 12. Graaf je niet in (verdiep je in meerdere vakgebieden); 13. Reik verder (verdiep je in zogenaamd onoplosbare problemen); 14. Fantaseer; 15. Behoud het kinderlijke gevoel van verwondering; 16. Schep voor jezelf, niet voor anderen; 17. Werk samen, innovatie is een teamsport; 18. Maak lijstjes; 19. Maak aantekeningen op papier (zodat ze de generaties na ons inspireren); 20. Stel je open voor mysterie.

Grappig is dat Isaacson door het boek heen Leonardo’s genie ook vaak vergelijkt met dat van Steve Jobs en Albert Einstein. Jobs was het bijvoorbeeld grondig eens met no 12, maar niet zozeer met no 10: hij was dan wel perfectionist, maar zijn vindingen gingen uiteindelijk wél de deur uit.

Mijn evaluatie van Leonardo da Vinci, de biografie

Isaacson’s biografie van Leonardo leest minder makkelijk weg dan die van Steve Jobs. Het maakt dan ook nogal verschil of je de persoon bij leven kunt interviewen, of zo’n 5 eeuwen na diens dood moet ‘reconstrueren’. Ik heb groot respect voor de manier waarop Isaacson zich in de werken heeft verdiept, maar de plechtstatige, bloemrijke taal waarmee hij de schilderijen beschrijft, sja. Maar ik ben dan ook geen kunstliefhebber, daar kan het door komen. De beschrijvingen van de aantekenboeken met de uitvindingen vond ik dan weer super-interessant! Het dagelijks leven van Leonardo is vlot en vaak grappig om te lezen en is verduidelijkt met veel context over de politiek en cultuur van die tijd. Een boeiend, leerzaam, geniaal boek!

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Biografie, Innovatie | Tags: , , , , , | 1 reactie

Recensie: Iedereen CEO – zoals Elon Musk?

Menno Lanting gebruikt een hele aansprekende en karakteristieke structuur en schrijfstijl die garant staan voor heel informatieve en fijn leesbare boeken. Ook Iedereen CEO uit 2011 volgt dat concept: het barst uit z’n band van de beschrijvingen van bedrijven, interviews met thought leaders en belangrijke boeken om te lezen. 

De insteek van dit boek is interessant: netwerken via SocialMedia, óók met de werknemers van je eigen bedrijf. Leiderschapsexpert Jaworski stelt: hoe meer zakelijke relaties je hebt, hoe groter je netwerk, hoe meer bronnen voor informatie en oplossingen. En hoe meer bronnen, hoe meer kans op succes. Seth Godin stelt: je verenigen in netwerken geeft je de macht om je eigen leiders te kiezen. Macht is ook: hoe vaak bloggers naar je linken. Leiderschap wordt zo meer horizontaal, soms zelfs per thema bepaald.

Twitteren met de baas?

Het gebruiken van Social Media om die netwerken te vormen en te onderhouden is interessant. Binnen bedrijven zie ik wel Yammer gebruikt worden, maar zeker niet Twitter, en een CEO gebruikt deze soorten tools (nog steeds) niet om contacten met zijn/haar medewerkers te onderhouden. Behalve misschien Elon Musk, dat kan zijn. En blijkbaar Roland van Geest, directeur bij Audax. Ik ben benieuwd of dat nog steeds zo is.

Want dit prima boek is wèl uit 2011. De concepten en uitgangspunten zijn nog steeds geldig en de organisatorische voorbeelden relevant. De technische ondersteuning van het netwerken heeft zich in de tussentijd verder ontwikkeld. En door het thuiswerken a.g.v. Corona heeft de digitale interactie tussen leiding en medewerkers en medewerkers onderling een impuls gekregen.  Tijd voor Iedereen CEO versie 2022!

Ik gaf het 4*

Geplaatst in Innovatie, IT | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: De verborgen impact – heel verhelderend

Ik las De verborgen impact van Babette Porcelijn uit 2016. Wat een geweldig boek vond ik dat! Heel mooi uitgevoerd en met cijfermatige onderbouwing voor alle berekeningen en statistieken, die in mooie inzichtelijke infographics zijn weergegeven. Babette is op onderzoek gegaan naar de ‘externaliteiten’ van ons voedsel, huis, auto en allerlei andere zaken.

Want we focussen nu wel op onze energie en (fossiele) brandstof, maar we hebben eigenlijk geen idee hoeveel uitstoot en andere klimaat- (en sociale) ellende er bij de productie kwam kijken. Babette heeft van heel veel zaken de hele keten in beeld gebracht, wat een werk! Van elke soort product of activiteit (sector) zet ze eerst de gemiddelden naast elkaar, en dan licht ze twee cases uit en analyseert die grondig. Zo is bijvoorbeeld de casus van de (ingeblikte) tomatensaus een pareltje. Natuurlijk ontbreekt ook de impact van klimaatverandering niet, en geeft het boek tips wat je kunt doen in verschillende rollen: als consument, burger (politiek), activist, werknemer, werkgever of student, als vriend of familielid, als belegger.

Het maatschappelijke boek De verborgen impact …

… heeft als uitgangspunt dat als we willen veranderen, we moeten beginnen bij dat wat we willen (kopen, doen), want voorkomen is beter dan genezen. Als we dan toch iets willen, kunnen we kiezen voor het alternatief met de laagste impact. Inclusief de verborgen impact!  

Als cases komen langs: laptop en spijkerbroek (spullen), rundvlees en tomaten (eten en drinken), vliegen en autorijden (vervoer), zonnepanelen en douchen (je huis).  Elke casus wordt afgesloten met ‘Wat kan ik doen?’ met flink wat tips, op volgorde van afnemend effect. Bij rundvlees zijn dat bijvoorbeeld: word vegetariër, flexitariër, eet ander vlees (kip), eet rundvlees van dichtbij, biologisch vlees, kleinere porties.  Zo zit er voor iedereen wel een tip bij die ‘haalbaar’ is.

Mijn evaluatie van De verborgen impact

Dit is een subliem boek wat ik in 2016 zeker 5* had gegeven. Ondanks dat Babette Porcelijn bewust geen specifieke initiatieven noemt, omdat deze al snel outdated zijn, zal een groot deel van haar uitgebreide cijfermateriaal na 6 jaar verouderd zijn. Echter, haar aanpak en algemene adviezen behouden hun relevantie.  (Dat John Kerry vice-president was heeft men ook goed verborgen, ha ha. Foutje, Babette!).

Ik gaf het 4*

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Een beter milieu begint niet bij jezelf – stukgelezen

In de jaren ’90 waren er spotjes om ons aan te zetten tot energiebesparing: Een beter milieu begint bij jezelf. Niet dus, stelt Jaap Tielbeke in het uitstekende Een beter milieu begint niet bij jezelf uit 2020. Want: we zijn ruim 20 jaar verder en er is niets verbeterd aan het milieu, integendeel. En laten we nou niet doen alsof juist wij de schuldigen en de verantwoordelijken zijn. Zo makkelijk is het niet. De maatschappij moet anders ingericht worden.

Het boek Een beter milieu begint niet bij jezelf …

… trekt heel terecht de vergelijking met de Coronacrisis. Er werden/ worden vergaande maatregelen getroffen door de overheid, wat bewijst dat als de situatie maar urgent genoeg is er veel mogelijk is. De ecologische crisis is óók urgent en heeft óók behoefte aan maatregelen vanuit de overheid.

De ‘jezelf’-spotjes hadden wel enig nut: ze gaven ons handelingsperspectief, zo voelden we ons minder machteloos, we konden (als consument) in actie komen. Psychologisch prima, ecologisch minder nuttig. Tielbeke wil ons in zijn boek een ander handelingsperspectief geven: we kunnen als burger in actie komen. De barricaden op! Dat kan ook ecologisch succesvol zijn.

4 mythes ontzenuwd

Het eerste deel van het boek is gericht op het ontzenuwen van een aantal mythes. Ten eerste die van ‘de schuld van de mensheid’. We zijn met teveel en blijven ons vermenigvuldigen. En we hebben als mensheid bedacht dat kolen stoken voor een stoommachine een goed idee was, dat was onvermijdelijk in onze ontwikkeling. Onzin. Het gaat niet om over-populatie, maar om over-consumptie. En om winst.

  • Tussen 1980 en 2005 groeide de wereldbevolking, sub-Sahara Afrika was verantwoordelijk voor 19% hiervan, en voor 3% stijging van de CO2 emissie. Noord Amerika was verantwoordelijk voor 4% bevolkingsgroei en 14% meer emissie.
  • In Niger heeft een moeder gemiddeld (!) 7 kinderen, en stoot een inwoner 0,11 megaton CO2 uit. In Nederland heeft een moeder 1,7 kinderen en stoot een inwoner 174 megaton CO2 uit.
  • De stoommachine werd niet uitgevonden door ‘de mensheid’ maar door een fabriekseigenaar in Groot-Brittannië die minder menselijke arbeid wilde. (En niet omdat hij het zo zielig vond dat die arbeiders zo hard moesten zwoegen).

Gedragsverandering, boekhouders en technologie

De tweede mythe is die van de groene consument, het idee dat we met individuele gedragsverandering het tij kunnen keren. Onzin. Het gaat om bedrijven die bewust schadelijke processen instandhouden. Zelfs het duurzame Unilever doet mee, want is de grootste verbruiker van palmolie, die de jungle in Indonesië vernietigt. Daar is een structurele oplossing voor nodig.

De derde mythe gaat over het bijhouden van CO2-emissies en de emissiehandel, waarbij multinationals als Tata Steel gratis uitstootrechten kregen, en universiteiten en ziekenhuizen moeten betalen. De rapportages over emissies zijn onbetrouwbaar en de prijs van de emissierechten veel te laag om impact te hebben, stelt Tielbeke. En de focus op de ‘boekhoudkundige’ CO2-emissies lost niet alle aspecten van de ecologische crisis op. Hoge CO2 is eerder een symptoom van de crisis: een verstoorde verhouding tussen ons en de planeet.

Als laatste mythe de ‘technofix’, het vertrouwen in technische innovaties, zoals geo-engeneering, en andere oplossingen, zoals nóg meer koeien per m2 houden. In het verleden hebben we óók allerlei technischer innovaties gehad, zoals zuiniger auto’s, die toch niet het gewenste resultaat opleverden: we gingen gewoon meer rijden. Er worden de laatste jaren steeds meer elektrische auto’s verkocht, en toch neemt het verbruik van fossiele brandstoffen toe. Hoeveel vertrouwen moet je hebben in het resultaat van toekomstige technofixes?

Wat kunnen we doen?

Nu we een beter beeld hebben van de problemen en de minder goede oplossingen, presenteert Tielbeke drie oplossingsrichtingen waar we wél wat mee kunnen en waar we als burger invloed kunnen hebben: in de rechtbank, op de barricaden en bij de politiek.

Er komen steeds meer rechtszaken: tegen de staat, tegen bedrijven, tegen bestuurders. Met goede resultaten, dat zeker. Maar zo zijn de sigarettenfabrikanten ook aangepakt, en dat heeft decennia geduurd. Zoveel tijd hebben we niet! De rechtszaak van Urgenda duurde 6 jaar! Dit soort rechtszaken zal waarschijnlijk zorgen voor bewustwording, maar er is meer nodig.

Activisme dan. Denk aan Greta Thunberg, maar ook aan Follow This, een activistische aandeelhouder van de fossiele bedrijven. Nu is het zo dat angst verlammend werkt, maar woede spoort aan tot actie, en voor woede is een vijand nodig. Het is dus nodig om een schuldige aan te wijzen. De lakse politici (‘How dare you’), en de vervuilende bedrijven. Activisme, zoals demonstraties, genereert media-aandacht en is al eerder het begin van systeemverandering geweest (vrouwenkiesrecht, homohuwelijk).

En dan de politiek. Er is sprak van lakse politici, maar ook van vooruitgang. De Green New Deal bijvoorbeeld, in 2018 geïnitieerd in de VS door de activistische AOC en door Europa overgenomen. Zo’n Green New Deal is een aantrekkelijk vergezicht, een soort routekaart, waar er daarvoor alleen maar kritiek was uit de activistische hoek. Nu is er wel kritiek op de ‘socialistische’ componenten, die echter nodig zijn om de lasten niet (alleen) bij de lage inkomens te leggen, die in slecht geïsoleerde huurwoningen wonen en dus een hogere elektra-rekening krijgen, die geen budget hebben voor een elektrisch auto en dus een milieutaks over hun oude diesel moeten betalen. Daar moet wat tegenover staan. Beter OV, bijvoorbeeld. Gratis isolatie. Het hele systeem van ‘uitbuiting’, zowel van mensen als van de natuur, moet op de schop.

Individuele acties

Individuen kunnen toch wél het verschil maken, kunnen impactvolle acties ondernemen. Greta had kunnen stoppen met vliegen en verder gewoon naar school kunnen gaan. Roger Cox (de jurist van Urgenda) had vegetariër kunnen worden en verder niks. AOC had zonnepanelen op haar dak kunnen leggen, maar uit de politiek kunnen blijven. Dan was er veel minder vooruitgang geboekt. Je kunt dus wél het verschil maken, als je verder gaat dan stoppen met vliegen, vegetariër worden en zonnepanelen op je dak leggen.

Evaluatie

Dit is een met passie geschreven boek wat bovendien heel fijn leest. Tielbeke zwaait niet met het vingertje van de dominees en refereert regelmatig naar zijn eigen halfslachtigheid. Mooi als je je zo kwetsbaar kunt opstellen, het maakt het herkenbaar voor de lezers.

De problemen van klimaatverandering worden goed geduid, met veel verwijzingen naar boeken voor verdieping (waaronder De onbewoonbare aarde en Brand, die ik ken en van harte aanbeveel), maar presenteert geen nieuwe inzichten. Dat mag je ook niet verwachten, de IPCC-rapporten zijn de basis. Het is een goed overzicht voor mensen die nog niet helemaal ingelezen zijn over klimaatverandering. Prettig is dat veel voorbeelden over de Nederlandse situatie gaan, hier heb ik zeker wat van opgestoken.

De insteek voor de ‘oplossing’ is goed gevonden: je hoeft je niet schuldig te voelen, maar je moet wél wat doen, en zeker wat meer dan de spotjes van vroeger voorstelden.

Minpuntje: het boek is na één keer al ‘stukgelezen’.

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt dit boek kopen o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie