Ik las in 2024 pas Menselijke gebreken voor gevorderden van Roos Vonk uit 2011. Een heerlijke bundel met (bewerkte) columns over psychologie in een fijne, luchtige schrijfstijl. En: die gebreken hebben we, 13 jaar later, nog steeds!
Hoezo voor gevorderden? vroeg ik me af. Dat zit zo: Roos refereert in elk stuk de verschillende psychologische theorieën naar de vermelding elders in het boek én naar de betreffende column in haar vorige boek: Ego’s en andere ongemakken, wat psychologie voor beginners zou zijn. Is dit boek dan ingewikkeld? Nee zeker niet, het is heel toegankelijk geschreven met goede uitleg en heel aansprekende en grappige voorbeelden. En als je dus meer wil weten over een bepaald ‘gebrek’ kun je heel snel verder de diepte in. Slim bedacht!
Het psychologische boek Menselijke gebreken voor gevorderden …
…. laat zien dat psychologie een vakgebied lijkt te zijn waarin we wel steeds méér weten over hoe ons brein nu eigenlijk werkt, maar waarin iets oudere theorieën niet snel onzin blijken te zijn. Dat maakt dat oudere boeken relevant blijven, en dit boek dus ook. Ook is het vakgebied zo uitgebreid, dat je nooit uitgeleerd bent, zeker als amateur niet, hoeveel je ook leest.
En inderdaad, ik las weer veel nieuws. Zoals de relatie tussen lichaam en hersenen: als je blij bent lach je, en als je lacht (een pen tussen je tanden houdt) word je blijer. Dit heet embodiment, en het lach-voorbeeld kende ik al. Maar niet dat mensen met een warme kop koffie in hun handen positiever over andere oordelen dan mensen met ijskoffie. Fysiek warm leidt tot mentaal warm. En andersom ook: als je je verlaten of afgewezen voelt, heb je het kouder. Dat verklaart ook wat mij al eerder opviel: als ik in de zon boeken lees, ben ik positiever in mijn recensies dan als ik koukleumend op de bank aan het lezen ben. Daarom heb ik dan ook leestijd (in de zon) en schrijftijd (als de zon weg is). Ik snap nu waarom dat zo goed werkt. Wat viel me nog meer op?
Coaches en therapeuten
Een kwart van de Nederlanders heeft een coach, zo stelt Vonk, van de topmanagers zelfs 40%. Zo’n coach kost tussen de 100 en 250 EUR per uur. Er is geen onderzoek naar de effectiviteit van al dit gecoach, er zijn er simpelweg teveel (want iedereen mag zich coach noemen), en met teveel variatie in aanpak. Toch lijken mensen er baat bij te hebben. Sja, sommige problemen gaan vanzelf over, praten met de buurvrouw helpt óók, en dan is er het placebo-effect: het idee dat je er wat aan doet, leidt al tot verbetering. En hoe duurder de coach, hoe sterker dit effect.
Dan de therapeut: afgestudeerde psychologen die maar 80 EUR kosten en vaak vanuit de verzekering vergoed worden. Toch zijn ze minder populair. Hoe kan dat? Nou, loop je bij een therapeut, dan ben je sneu; heb je een coach, dan ben je interessant. Trouwens, de coaches zijn óók geholpen: die hebben als passie ‘mensen helpen’, dat ontdekten ze …. tijdens een coachtraject. (Jammer dat ze voor ‘coach’ en niet voor ‘verpleegkundige’ kozen.)
Mooie vrouwen
Wist je dat de mentale prestaties van mannen achteruitgaan als ze met een vrouw hebben gepraat? Meer dan na een gesprekje met een man? En dat die achteruitgang sterker is naarmate de vrouw mooier is? De man doet dan nog meer zijn best indruk te maken, en dat is mentaal inspannend. Vrouwen hebben minder last van dit fenomeen: man of vrouw, knap of niet, het maakt niet uit. Misschien zijn vrouwen meer geoefend in ‘je best doen om in de smaak te vallen’?
En zo zijn er nog ontelbare andere gebreken uitgewerkt ….
Roos Vonk laat ons in Mijn ego heeft altijd gelijk uit 2023 zien hoe het komt dat we onszelf, elkaar en de wereld niet écht zien, maar een beeld hebben dat beïnvloed wordt door ons ego. Dat beïnvloeden gebeurt in ons onbewuste, we merken er vaak niets van. Roze bril. Zelfbedrog. Zijn we dan machteloos? Nee, je kunt er wel iets tegen doen: met zelfacceptatie en zelfcompassie. Zo kom je tot zelfkennis. En red je de planeet …
Ehhh, wat? Red je de planeet? Jazeker. Het boek leidt ons in diverse hoofdstukken die allemaal over ons individuele, vaak onbewuste gedrag gaan, naar het effect wat dat gedrag heeft in groepen en in onze samenleving. En daarmee naar het effect op onze planeet, op onze omgang met andere soorten. Waarom er sprake is van polarisatie, waarom activisten als irritante goeddoeners worden gezien, waarom we zo moeilijk in beweging komen. Als we dat eenmaal weten, kunnen we onze roze bril zien. Als we onszelf een beetje kunnen veranderen, kunnen we écht zien. Onszelf, de ander, de planeet écht zien. En dan komen we in actie. Een boeiend betoog in een prima boek!
In het managementboek Mijn ego heeft altijd gelijk …
…. begint Roos met het meest heikele punt van ons denken: dat we niet weten, niet kúnnen weten waarom we denken wat we denken. We zijn ons vaak niet bewust met welke bril we naar mensen kijken, welke vooroordelen onbewust het beeld kleuren. We hebben een blinde vlek voor onze onbewuste processen, want we dénken dat we het allemaal wel snappen. Dat is een illusie. We hebben een ‘storyteller’ in ons hoofd die allerlei verhalen verzint, en we hebben het niet in de gaten. Daarnaast worden we ongemerkt beïnvloed door anderen én door omstandigheden.
Ons ego zorgt ervoor dat we ons mentaal goed voelen, en haalt daarvoor allerlei trucjes uit. Denk aan neerwaartse sociale vergelijking: ‘ik heb dan wel een 6, maar dat is altijd nog beter dan de 5 van mijn medestudent’. Of zelfdienende vertekening: een goed cijfer is natuurlijk je eigen verdienste, een slecht cijfer ligt aan het examen, of het te strenge nakijken. Daarbij vinden we onszelf beter dan anderen en beter dan ‘gemiddeld’ qua talenten en vaardigheden: bijna iedereen denkt dat hij/zij beter auto rijdt dan de gemiddelde Nederlander. En die ‘illusoire superioriteit’ strekt zich ook uit tot onze morele en ethische kwaliteiten. Helaas staat dit zelfbedrog in de weg van zelfverbetering.
Zelfwaardering
We hebben behoefte aan waardering, aan een hoge zelfwaardering. Sommige mensen hebben een lage zelfwaardering, andere een hoge (dat is gezond), en dan zijn er nog de narcisten. Die reageren allemaal anders op complimenten en op kritiek. Volgens de self determination theory krijgen we zelfwaardering als gevolg van de vervulling van de drie basisbehoeften: Verbondenheid, Autonomie en Bekwaamheid. Echter, bij de vervulling van die behoeften gaat ons ‘strategische zelf’ nog wel eens de mist in. We passen ons gedrag aan om aandacht en waardering van anderen te krijgen: zelfpresentatie. Maar van te veel ‘aardig gevonden willen worden’, word je niet populairder, en bereik je én geen autonomie én geen verbondenheid. En van teveel zelfpromotie (opschepperij dus) krijg je óók geen verbondenheid. Bekwaamheid is te verhogen door goede feedback, positieve en negatieve. Maar het geven én ontvangen ervan is nog niet zo makkelijk, ons strategische zelf wil ons beschermen tegen slecht nieuws, zowel het geven ervan als het krijgen. Het is dus vaak niet effectief. Bedankt hoor, strategisch zelf!
Zelfacceptatie en zelfcompassie
We moeten dus van dat manipulerende ego af. Maar hoe? Begin met je persoonlijke waarden leidend te laten zijn bij wat je doet, dat is zelfbevestiging. Neem afstand van je emoties en gedachten, daar zijn oefeningen voor. En zorg voor zelfacceptatie, en sterker nog: zelfcompassie. Hiermee houd je je ego in toom. Maar ego-vrij word je nooit, je blijft bewust bekwaam, wordt nooit onbewust bekwaam.
Wat we als individu ervaren, heeft impact op onze samenleving, betoogt Roos. Politici zijn nóg gevoeliger voor hoe ze op een ander overkomen. Een onderdeel van een groep uitmaken, versterkt je (niet reële) overtuigingen, en jouw groep is natuurlijk altijd beter dan die andere groep. En onze soort (sapiens) is natuurlijk ook beter dan al die andere soorten. Met al deze invloed van het ego zien we de samenleving, de wereld, niet zoals hij écht is. Als we dat nu eens voor elkaar zouden krijgen, onszelf en de ander, onze groep en de andere groep, onze soort en de andere soorten, écht zien. Dan zouden we ook wat gaan doen, of juist dingen laten.
Mijn conclusie: ons ego heeft niet altijd gelijk! Ons ego is levensgevaarlijk!
Evaluatie van Mijn ego heeft altijd gelijk
Roos heeft weer een prima boek geschreven dat een mooie mix is van wetenschappelijk onderzoek en eigen ervaringen, gelardeerd met heel veel voorbeelden. Bijzonder leuk zijn de herkenbare verhalen over bijv. Trump (de Dunning-Krüger-president) en de uitgebreide uitleg over het Omstanderseffect, waar de laatste jaren nogal wat discussie over was en wat ik op X/Twitter regelmatig zie opduiken. Roos debunkt de debunk van Rutger Bregman.
Roos gebruikt veel analogieën om haar punt te maken, zoals de benzinemeter, die staat voor het zelfbeeld of de zelfwaardering, en zoals de spindoctor en de storyteller, de psychologische huisapotheek en het psychologisch immuunsysteem. Hier en daar vond ik het onderscheid tussen de verschillende termen moeilijk te onthouden, met name als het ging om alles wat met ‘zelf’ begint. Zelfacceptatie, -beeld, -waardering. -bescherming, -compassie, -bevestiging, congruent, -presentatie, -promotie, -rechtvaardiging, -reflectie, -verbetering, -ontwikkeling, -verheffing. En vergeet het ‘strategische zelf’ niet! Gelukkig staat achter in het boek een legenda met uitleg van die termen, plus de bladzijden waarin ze genoemd worden. Dat helpt (iets).
Origineel vond ik de link die Roos maakt met dierenwelzijn, biodiversiteit en onze lamlendigheid rond klimaatverandering. Dat we ons ego niet kúnnen uitschakelen is een goede verklaring voor wat we doen (of laten), maar blijkt geen vrijbrief. Met zelfcompassie zou je je vooroordelen zoals de morele illusoire superioriteit moeten kunnen verminderen. Dit zou dan leiden tot actie. Helaas zie ik nog niet iedereen aan mindfulnesstraining beginnen. Maar misschien is een grote minderheid al voldoende om iets in beweging te zetten.
Ken je dat? Dat je filmacteurs zó vaak een goede rol ziet spelen dat je naar ál hun films wilt? Dat je álle wedstrijden van je favoriete sporter wilt zien? En dat je ze volgt op sociale media? Dat ze voelen als familie? Dat heb ik nu met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken, zonder op de recensies te wachten. Ik volg ze op social media en lees hun nieuwsbrieven. Ze zijn familie, mijn bureau staat vol met hun foto’s! Ik stel elke maand een familielid aan je voor. Deze maand: mijn ‘nicht’ Japke-d. Bouma.
Waar schrijft Jake-d. Bouma over?
De kantoorjungle, ons taalgebruik (jeukwoorden!), en allerlei maatschappelijke rariteiten. Haar column van 12 februari 2024 ging over vliegen: waarom zou je dat nog willen? Krappe stoelen, trombose, jetlag én maar één piloot, dus onveilig. Op 22 januari 2024 ging het over mensen die niet kunnen autorijden. Verder terug: over kinderen krijgen, verkiezingen, de supermarkt, de sportschool, daten, en ga zo maar door. ‘Kantooramazone’ Japke-d. heeft overal een mening over én deelt tips uit, op haar eigen vileine wijze. Kantoortuinen, rijstwafels én verkleinwoordjes (pun intended) moeten het regelmatig ontgelden.
Wat valt er nog meer over Japke-d. te vertellen?
Japke-d. (Japke Doutzen) is geboren in Arnhem, maar mijn oom is een Fries en mijn tante Groningse. Oom wilde uit Zandvoort weg, waar hij in een kosthuis zat, en tante wilde weg uit Groningen. Zij had mooie herinneringen aan een schoolreisje naar Arnhem, koos een mooie dag uit om die stad aan oom te laten zien, en de rest is geschiedenis. Japke-d. ging daar naar het lyceum, en ging daarna naar de universiteit om economie te studeren. In Groningen, tante koos een mooie dag uit om die stad aan Japke-d. te laten zien …. Groningen is Japke-d.’s grote liefde gebleven: het uitgaansleven, de cultuur, en de vrienden voor het leven die ze daar maakte.
Via zo’n vriend, Hugo, ging ze stukjes (sorry Japke-d., dat waren natuurlijk stukken) schrijven voor het faculteitsblad, en dat leidde weer tot een postdoctorale studie Dagbladjournalistiek aan de Erasmusuniversiteit. Ze liep stage bij het AD, maar werd daarna bij geen enkele krant aangenomen. Ze werd verkoopster bij de Bijenkorf. Daarna stapte ze over naar een softwarebedrijf, en maakte kennis met de kantoortuin. Ze werd er fysiek misselijk van! Na een jaar bij de Volkskrant, ook geen succes, ging ze aan de slag bij NRC als mediaredacteur en verslaggever en schreef over van alles. Toen startte ze bij de nieuwe uitgave NRC Next, en haar onderschriften bij een fotoserie over kantoor (wat anders?) groeide uit tot een vaste column. En de rest is geschiedenis … hoewel ik niet mag vergeten te melden dat ze ook jaren tegelijkertijd als eindredacteur werkte.
Haar favoriete auteur is thrillerschrijver Michael Connelly. Diens personages zijn bijna familie zegt ze: Harry Bosch, Mickey Haller, Jack McEvoy, en Rachel Walling. Verder houdt ze van de muziek van Robert Palmer en haar favoriete film is Groundhog Day. Ze woont nu in Utrecht. En werkt vanuit huis, maar dat zal niemand verbazen.
Andere activiteiten
‘Nicht’ Japke-d. werkt ook mee aan de podcast Geld of je leven en heeft een eigen NRC-podcast Japke-d. denkt mee. En natuurlijk was er de Scheurkalender 2024: Afscheuren is het nieuwe doorpakken. Helaas geen scheurkalender voor 2025 … Ook geeft ze lezingen. Zoals de Jeukwoordenlezing …
Welke boeken schreef Japke-d. Bouma ?
‘Nicht’ Japke-d. schreef tussen 2013 en 2025 11 boeken. Ik las en recenseerde er 4, en heb nog een paar op de plank staan voor heel binnenkort. Want ja, dat doe je met familie!
Wanneer ben je officieel een ouwe zak? (2024)
Nog niet gelezen dus flaptekst! Of je nou boomer bent of gen Z’er, we kunnen allemaal wel wat hulp gebruiken. Gelukkig is er Japke-d. Bouma. Koningin van de kantoorjungle, maar ook een vraagbaak en een allesweter over het dagelijks leven. Hoe ga je om met een verbouwing (het wordt altijd drie keer zo duur), wat moet je weten voor je kinderen krijgt (de roze wolk bestaat niet), wat zet je op je dating profiel (liever geen dooie vissen), hoe overleef je de werkborrel (eet vooraf een pannenkoek), moeten we uitdrukkingen als ik besef me gaan accepteren? Japke-d. is van alle markten thuis. Niet alleen in de kantoortuin, ook daarbuiten is ze een reddingsboei, een luisterend oor, geeft ze tips én biedt ze soms een beetje troost.Bij Goodreads kreeg het 3 1/2* | Koop bij Bol.
#Lovemyjob (2023)
De beste 200 columns van ‘nicht’ Japke-d. zijn nu gebundeld in deze hilarische en leerzame dikke pil. Leerzaam voor werknemers, maar ook voor werkgevers, vooral diegenen die nog géén idee hebben wat een hél het kantoor kan zijn. Japke-d. maakt gebruik van crowd-sourcing: vrijwel alle onderwerpen en meningen komen van haar grote schare volgers op X/Twitter. Dat maakt de columns niet alleen superleuk om te lezen, maar ook herkenbaar. Behalve misschien voor ‘die l*l van Sales’, die in menig stukje figureert.… Je blijft lezen, want na elk vileine column kun je haast niet anders dan aan de volgende beginnen, en de volgende. Lees mijn recensie (3 1/2*) | Koop bij Bol.
Ik kan nu niet bellen want ik zit in een call (2022)
Het zijn spannende tijden. Corona en #metoo hebben het leven definitief veranderd. Ook op kantoor dient met het ‘hybride werken’ de nieuwe tijd zich aan. Maar hoe gedraag je je op je werk als je maanden thuis hebt gezeten? Werk je thuis, of op kantoor, of allebei? Hoe krijg je als manager iedereen mee? Wat doe je met mensen die niet meer terug willen? Wat doe je met mensen die juist heel graag terug willen, maar niet elke dag mogen? Maar ook: hoe benader je je collega’s? Hoe geef je complimenten? Kun je nog zeggen wat je wilt, of moet je oppassen? In dit hilarische boek laat Japke-d. zien hoe we overleven in die spannende, moderne tijd. De wereld is veranderd, maar de expertise van nicht Japke-d. sleept ons er gelukkig als vanouds doorheen. Bij Goodreads gewaardeerd met 3 1/2* Koop bij Bol.
De 19 dingen die je nooit met collega’s moet doen (2021)
Een verzameling van 135 lijstjes uit eerder columns in NRC. Genieten! Zoals van die over de emoji’s. Ik verbaasde me over haar nogal cryptische opmerking over de aubergine. Dus googlede ik dat, en heb hardop zitten lachen. Ik beperk me voortaan tot het standaard lachende gezichtje, de rest is véél te gevaarlijk. Ook moest ik lachen om de columns over zoomen. Dit boekje is vlak na Corona geschreven, en dat kun je merken aan de hoeveelheid columns over thuiswerken en zoomen. Maar omdat we dat nog steeds (maar iets minder) doen, blijven ze relevant. Als zij ‘zuigzooms’ beschrijft, weet iedereen wat daarmee bedoeld wordt: het zuigt alle energie uit je. Lees mijn recensie (3 1/2*) | Koop bij Bol.
Hoe vind je zélf dat het gaat? (2020)
Hoe overleef je de groepsapp van je werk? Wat is ‘governance’? Waarom zeggen sommige managers ‘dagdagelijks’? Hoe begin je een zakelijke mail? Hoe schrijf je een goede vacature? Moet je nou écht agile werken? Wat trek je aan voor een zakelijke zoomvergadering? Dat is allemaal nog best lastig. Is het niet door het coronavirus, dan wel door break-outsessies, innovaties die handen en voeten moeten krijgen of een hands-on-mentaliteit die nu hands-off moet worden. Gelukkig is er ‘nicht’ Japke-d., in deze ontwrichtende tijd is zij ons baken op het werk én op de thuiswerkplek. Vakkundig leidt ze ons langs brown paper sessies, deep dives en daily scrums. Bij Goodreads kreeg dit boek 3 1/2 *Koop dit boek bij Bol.
Mag ik even iets tegen je aanhouden? (2018)
Waarom praten we zo raar? Waarom vind je ‘passie’ tegenwoordig bij de bakker, hebben volwassen vrouwen het over hun ‘mannetje’ als ze hun volwassen vent bedoelen en komen ze bij de politie ‘ter plaatse’ in plaats van dat ze ergens arriveren? Gek wordt een mens ervan! Gelukkig hebben we nicht Japke-d. , die zich hier samen met ons hooglijk over verbaast en telkens weer de juiste vragen stelt. Want waarom eigenlijk al dat Engels? Hoezo zeggen we ‘cashback’ als we ‘geld terug’ bedoelen? Wat komt er voor taal uit de oven van Heel Holland Bakt? Waarom klinken jeukwoorden als ‘living’ en ‘master bedroom’ op Funda ineens wel lekker? Op rake en uiterst geestige wijze neemt nicht Japke-d. onze taal onder de loep: de grootste taalergernissen, maar ook de pareltjes. Een heerlijk stukje taalbeleving. Bij Goodreads kreeg dit boek 3*Koop dit boek bij Bol.
Werken doe je maar thuis (2018)
Hoe overleef je kantoor? Iedereen die er weleens gewerkt heeft, weet dat dat bijna onmogelijk is. Als je al een flexplek hebt weten te veroveren, moet je vaak eerst naar de managementpraatjes van je baas luisteren, áls je die al kan verstaan door alle herrie van je collega’s – kantoor is vaak de hel. Daarom dit boek. Hierin staan de beste tips voor op je werk handzaam op een rij. ‘Nicht’ Japke-d. laat niet alleen zien hoe je vergaderingen, heidagen en afscheidsborrels doorstaat, maar ook of je slippers aan mag op kantoor en of je nou wel of niet moet zoenen op de nieuwjaarsreceptie. Het beste advies? Weg met de flexplek en werken doe je maar thuis! Dit boek is onmisbaar voor elke kantoortijger. Dit boek krijgt bij Goodreads 3 * .Koop dit boek bij Bol.
Ga lekker zélf in je kracht staan (2017)
Flexwerken, punten op de horizon, centraal stellen, scrummen en agile werken: we worden elke dag overspoeld door kantoorclichés op ons werk. Maar worden we daar nou beter van, vraagt ‘nicht’ Japke-d. zich af. Is het nou wel zo goed om ‘lean’ te zijn of om te durven dromen? Werken zelfsturende teams? Moeten de neuzen eigenlijk wel dezelfde kant op? En is succes écht een keuze? Ze rekent af met de ergste en hardnekkigste trends en laat zien hoe het óók kan op kantoor. Vroeger was de klant nog gewoon koning. Tegenwoordig ‘staat hij centraal’ of erger nog: wordt hij ‘centraal gezet’. “Ik weet niet waar dat is misgegaan en wie ermee begonnen is; ik weet wel dat het behoorlijk druk geworden is op Centraal. Want niet alleen de klant staat daar tegenwoordig, ook ‘de leerling’, ‘de burger’, ‘de docent’, ‘het kind’, ‘de verbinding’ en dan was er nog dat seminar waar laatst ‘uw uitdaging’ centraal stond “. Dit boek krijgt bij Goodreads 3 1/2 *Koop dit boek bij Bol.
Uitrollen is het nieuwe doorpakken (2016)
Relevant of (inmiddels) rotzooi, dit oudere boek? Relevant! Uit 2016 alweer stamt dit grappige boekje van ‘nicht’ Japke-d. Bouma, een deel uit de serie ‘jeukwoorden op kantoor’. Is ‘Uitrollen is het nieuwe doorpakken’ niet gedateerd dan, zul je je afvragen. Nee. Ik zit niet meer op kantoor, maar lees wel dagelijks allerlei posts op LinkedIn die nog steeds vol staan met de jeukwoorden die Japke-d. ons voorschotelt. Die post-schrijvers kan ik dit boekje van harte aanbevelen. Waarom gebruiken mensen eigenlijk jeukwoorden? Dikdoenerij, zegt Japke-d. Of als houvast. Maar weet de spreker wel waar hij het over heeft, als hij zegt dat je moet ‘focussen op je kracht, tijdig moet anticiperen op je persoonlijke signalen, goed moet kijken naar je toegevoegde waarde, en veel strategische stappen moet zetten’? En nog belangrijker: kan de toehoorder er wat mee? In ieder geval is het vaak lachwekkend. Lees mijn recensie 3 1/2* | Koop dit boek bij Bol.
Survivalgids voor de kantoorjungle (2015)
‘Nicht’ Japke-d. is onze gids in het universum waar velen van ons hun dagelijks leven slijten: het kantoor. Ze leert ons hoe je omgaat met de snelle jongens van sales, de nerds van automatisering, de drammerige baas en die indrukwekkende collega tegen wie je niets durft te zeggen. Ze laat ons niet alleen zien hoe je zonder kleerscheuren assessments, heidagen en afscheidsborrels overleeft, maar ook hoe je op kantoor de feestdagen kunt vieren of het wk voetbal. Vergaderen, ziekmelden, salarisonderhandelingen, overwerken, glazen plafonds, haperende kopieermachines: alle aspecten van het avontuurlijke leven in de kantoorjungle komen aan bod. Bij Goodreads krijgt dit boek 3 1/2*.Koop dit boek bij Bol.
Gids voor de kantoorjungle (2013)
In 2019 kwam er eindelijk een nieuwe druk uit van de allereerste bestseller van Japke-d., die altijd de idiote gebruiken op kantoor en vooral het jargon op de hak neemt. Het boek staat boordevol heerlijk gechargeerde typetjes die je in de kantoortuin, oftewel de kantoorjungle tegenkomt, maar neemt ook de typische gebruiken onder de loep. Ons gedrag bij de koffie-automaat bijvoorbeeld, het kantoortoilet en de kantoortaal. Ik heb me vooral vermaakt met typetje ‘De Carrièretijger’ en zijn sjampoepel (champagne?). Natuurlijk was hij een ‘hipo’, en speelde hij polo om een wit voetje bij de baas te halen. Wat hij doet? Toegevoegde waarde leveren! Ook de bijbehorende Wist-u-dat? is leuk, ik kan bijna niet geloven dat het waar is: hoe meer uren je werkt, hoe vaker je sex hebt. Lees mijn recensie (3 1/2*). Koop dit boek bij Bol.
Leer ‘bubbel-polygaam’ en ‘radicaal-realistisch’ te zijn, zo verleidt Danielle Braun mij op de achterflap van haar nieuwste boek, Da’s gek, uit 2024, om het direct te lezen. De termen alleen al, wie kan daar weerstand aan bieden? Ik niet, in ieder geval. En dat leren doen we weer met vreemde culturen, maar ook met actuele situaties, dichtbij huis. Wat is gek? En: wie is hier nu gek? Prima boek om te reflecteren op je eigen normen en waarden.
Het managementboek Da’s gek …
… uit 2024 is een volledig herziene editie van de oorspronkelijke uitgave uit 2018. Of er iets is hergebruikt kan ik niet zeggen, ik las de 2018 uitgave niet. Wat ik wel zag waren een aantal stukken die ik herkende uit haar eerdere boeken of uit haar recente columns. Met een stukje extra duiding, en gekoppeld aan vergelijkbare situaties, dus toch weer nieuw. En voor diegenen die niet álles lezen wat Danielle schrijft, zijn alle 25 verhalen verrassend. Bij elk verhaal hoort een stukje antropologische theorie en vragen ter reflectie, zowel persoonlijk als op het werk.
Wat trek jij aan op het strand?
Zo is er het plaatje van 3 vrouwen op het strand. Een dame met burkini. Da’s gek, zo ingepakt, en voor mij met de associatie vrouwenonderdrukking. Een dame met een facekini: een latex bivakmuts. Da’s gek, maar voor haar perfect om haar gezicht mooi wit te houden, in Azië een schoonheidsideaal. Ik zit juist in de zon om bruin te worden. En dan een dame in een ieniemienie-bikini. In het Westen normaal (voor mij iets minder, het wordt me té ieniemienie). In ieder geval past elke outfit bij de cultuur van betreffende vrouw, en vinden we elkaar best gek.
Da’s gek legt bij dit strandvoorbeeld uit dat cultuur het dagelijks leven makkelijk maakt, je hoeft niet lang na te denken over wat je aan moet trekken. Wat wél gek is, stelt Danielle, is dat we met geweld reageren op de cultuur van anderen. Of ze uitlachen, óók erg. Of respectloos behandelen, óók erg. De antropologische uitleg gaat in op cultureel relativisme en absolutisme. Bij cultureel relativisme zijn alle culturele overtuigingen (over bijvoorbeeld lichamelijkheid, seksualiteit) gelijkwaardig en (dus) prima, binnen de eigen context. Bij cultureel absolutisme heb je juist een hele sterke mening over goed en normaal. Vrouwenonderdrukking wijs je af, ook al past het in iemands cultuur. Of je zit tussen de twee uitersten in: vrouwenonderdrukking nou oké, maar vrouwenbesnijdenis gaat echt te ver.
Zijn jouw normen en waarden onderhandelbaar?
De reflectievragen (‘doormijmeren’) gaan in dit voorbeeld over hoe tolerant je bent, in hoeverre je normen en waarden onderhandelbaar zijn en welke helemaal niet. En over diversiteit en inclusie op het werk: zijn er mensen die ‘echt gek’ zijn of buiten de boot vallen? Met zo’n voorbeeld kun je daar een prima discussie over voeren!
Andere verhalen binnen dit deel ‘in de wereld’ gaan over fysiek én psychisch ziek en gezond zijn, over voodoo, rollen en stemmen die voor verschillende perspectieven staan, over dromen en visioenen, over betekenis geven aan je leven, tegenslag aanvaarden en afscheid nemen. Prachtig!
Het volgende deel gaat over de relaties tussen mensen, waaronder huwelijken. Heerlijk dat ene zinnetje daarin over de polygame Masai. Of de vrouwen niet jaloers op elkaar waren? De vrouwen waren stomverbaasd. Stel je voor dat je al dat werk in het huishouden in je eentje moest doen! Dat zou helemaal niet gaan! Mooi perspectief.
Gek in de zorg
Na ‘Gek in organisaties’ (waarin ook de ‘rat-race’ en de impact daarvan op onze jeugd wordt behandeld), komt ‘Gek in de zorg’, ik denk geïnspireerd door Esther van Fenema, met wie Danielle veel samenwerkt. Hierin actuele onderwerpen over dementie, de rigiditeit van de DSM (een diagnose handboek uit de VS) en thuiszorg. De focus ligt op het omgaan met ‘gek’, en ik vond het bepaald confronterend. Mijn beide ouders hadden (zware en wat minder zware) dementie, waardoor het verhaal over de dwalende dame behoorlijk binnenkwam. En zo ook het verhaal over psychoses, die je kunt accepteren en zelfs waarderen (denk aan de sjamanen bij sommige volkeren) of met medicijnen en andere middelen proberen tegen te gaan (denk aan psychotische patiënten opsluiten). ‘Gek’ zijn is ook een contextprobleem.
Bubbel-polygaam worden
Het boek eindigt met ‘Gek is geweldig’, waarin o.a. neurodivergentie en de ‘dwarsliggers’, de Harry’s dus, verhalen hebben. Hier vinden we dan ook het verhaal bij radicaal realisme. Ik vond dat wat lastig, met name het radicale aspect. Het gaat over afstand nemen, kijken wat er feitelijk is, en begrijpen dat ons brein ‘anders zijn’ afwijst, onder invloed van de spiegelneuronen. En dat niet verdoezelen, maar uitspreken: ‘Dat is grappig (of gek, of eng), dat heb ik nog nooit gezien.’ En vandaaruit zoeken naar overeenkomsten, empathie tonen, en ‘anders zijn’ accepteren. Dat is te trainen, door bijvoorbeeld veel andere culturen in het buitenland én veel andere sociale omgevingen binnen Nederland te bezoeken. Meerdere bubbels te leren kennen: bubbel-polygaam te worden. De antropologische leerpunten hierbij gaan over identiteit.
Mijn evaluatie: op een andere manier kijken naar onze eigen cultuur
Wat me aan dit boek opviel is dat het minder gaat over leren van andere culturen dan Danielle’s Tribe-boeken, en meer over omgaan met ‘gekke’ mensen, en op een andere manier kijken naar onze normen en de rigiditeit van veel van onze processen. Het deel over de zorg vond ik erg interessant, en ik merkte dat ik al een beetje voorbereid was door eerdere hoofdstukken met buitenlandse culturen, dat er al wat nuance en empathie ingeslepen was, waardoor ik anders naar het omgaan met dementie en psychoses keek. Slim gedaan.
Minder corporate, meer maatschappelijk
Het is ook meer een filosofisch boek, met ‘doormijmer’-suggesties en geen veranderaanpak zoals in de Tribe-boeken. Het is minder corporate en meer maatschappelijk. Dat maakt het ook geschikt voor een veel grotere doelgroep. Wat zeg ik? Voor iedereen!
Ook opvallend aan dit boek is dat er meer persoonlijke meningen van Danielle naar voren komen. Hoe verrukt ze was door de onboarding in de Thaise commune, geheel gestoeld op Big Data. Hoe ze een lans breekt voor de bejaardenhuizen, die best betaalbaar zijn als je naar de (sociale) kosten van de alternatieven kijkt.
Het boek is, zoals de eerdere boeken, mooi uitgevoerd met zwaar papier, fraaie groene steunkleur en natuurlijk mooie of betekenisvolle foto’s. Er is een mooie balans gevonden tussen voorbeelden en verklarende theorie. Maar ook tussen extreme cultuurverschillen (polygamie bijvoorbeeld) en ‘gekke’ zaken waar we dagelijks me te maken hebben, zoals neurodivergentie, of gewoon verschillen in karakter. Hier kun je nog lang over doormijmeren. En dat is ook wel nodig, in deze gepolariseerde wereld. Danielle heeft een goed moment gekozen om ons op te roepen uit onze bubbel te komen, en afwijkingen van onze normen te accepteren.
Getriggerd door de uitzending van Zomergasten waarin auteur Thomas Hertog zo mooi de meest ingewikkelde dingen vertelde, zette ik Het ontstaan van de tijd (On The Origin of Time – Stephen Hawking’s Final Theory) uit 2023 op mijn leeslijst. En ik vond ook het boek, over het werk van kosmoloog Stephen Hawking, mooi én ingewikkeld. Fascinerend én persoonlijk. Leerzaam en ja, ook liefdevol.
Ietsjes uit mijn comfortzone, dit boek. Ik had wiskunde en natuurkunde op het VWO, maar dat is zó lang geleden dat niets in dit boek mij bekend voorkwam. En ook Hawking’s boeken heb ik niet gelezen, al staan er twee klaar in mijn boekenkast. Ik begin dus zonder voorkennis aan ‘Het ontstaan van de tijd’. Dat blijkt geen megagroot probleem. Hertog doet erg veel moeite om de theorieën zo simpel mogelijk uit te leggen, geholpen door veel illustraties en aansprekende metaforen. Daarnaast is zijn biografie van Hawking’s carrière en de beschrijving van zijn samenwerking met hem leuk om te lezen. Hertog is dol op zijn werk en heeft Hawking echt vereerd, dat spat van de bladzijden af.
Het boek Het ontstaan van de tijd …
… begint niet bij hun samenwerking maar veel eerder. We krijgen een prettig geschreven overzicht van de historie van de kosmologie, waarin Einstein, Penrose, Lemaitre en veel anderen met hun onderzoek aan bod komen. Vooral de relativiteitstheorie van Einstein speelt een grote rol. Daarnaast zijn ook de collegae van Hawking heel belangrijk, met name Linde. Grappig: Ook Ulug Bek, een kosmoloog uit Uzbekistan uit de 15-de eeuw komt even voorbij. Ik bezocht deze zomer diens observatorium.
Om een indruk te geven van de inhoud van het boek geef ik een aantal kernpunten in mijn eigen woorden weer. Vast niet 100% accuraat, excuus alvast.
Zwarte gaten en de oerknal
Hawking onderzocht met name zwarte gaten en de oerknal. Bij een zwart gat verdwijnen er sterren, de kern is een singulariteit. De ruimte-tijd-kromming daarin is zo sterk dat er feitelijk geen sprake meer is van tijd, die houdt op. De dichtheid van het zwarte gat is zo groot dat niets eruit kan ontsnappen, zelfs geen licht, vandaar dat zwart dus. Maar … Hawking bewees theoretisch dat er straling ontsnapt: Hawkingstraling. De oerknal is precies het tegenovergestelde van een zwart gat: een singulariteit die leidt tot een uitdijend heelal en dus de start van de tijd.
Hawking wil weten waarom er een heelal ontstond met tenminste één planeet waarop leven mogelijk is. Hij is dus op zoek naar natuurkundige wetten die de evolutie van het heelal verklaren. Normaal gesproken heb je een uitgangssituatie, de randvoorwaarde noemt Hertog dat, en een natuurwet, die samen een nieuwe situatie voorspellen. Zo’n natuurwet verklaart de randvoorwaarde niet, het zijn verschillende zaken. Maar bij de oerknal is er geen randvoorwaarde, er is niks bekend. De theorie over de oerknal moet dus zowel randvoorwaarden als natuurwet behelzen.
Kwantummechanica
Bij het ontwikkelen van zijn theorieën neemt Hawking de kwantummechanica mee. Deze theorie wordt door Hertog beeldend uitgelegd: denk aan een taxichauffeur die met GPS allerlei alternatieve routes bekijkt. Volgens de kwantummechanica neemt een electron niet één van die routes, maar álle routes. Wetenschapper Richard Feynman ontwikkelde de som-over-padentheorie, wat neerkomt op een golf die al die mogelijke paden weergeeft.
Als je dit toepast op het heelal, krijg je een golf van allerlei verschillende uitdijende heelallen, met verschillende maten van waarschijnlijkheid van voorkomen. Een heelal als het onze is behoorlijk onwaarschijnlijk in die theorie. Eigenlijk kunnen we niet bestaan. Maar: om iets te laten ‘bestaan’ is er een waarnemer nodig, en in die waarschijnlijke heelallen is die waarnemer er niet omdat daar door het tempo van uitdijen, nooit materie is ontstaan. Volg je me nog? Uitdijen zorgt voor afkoeling, en dit leidt weer tot het evolueren van natuurwetten. Die waren dus bij de oerknal anders dan wat we nu kennen. Trouwens, kosmoloog Andrei Linde betoogde op basis van de kwantummechanica dat er een oneindig aantal universums is, en ook een oneindig aantal die lijken op het onze. Fascinerend.
Snaartheorie
In een volgend hoofdstuk wordt de snaartheorie behandeld. Deze omvat zowel de relativiteitstheorie van Einstein als de kwantummechanica. Het is een wiskundige theorie, zonder experimentele bevindingen en met maar liefst 9 ruimtelijke dimensies. Je kunt het zien als een meta-wet voor het multiversum die talloze eiland-omniversums met elk eigen natuurwetten, beheerst. Hier werd het al wat lastig, geef ik eerlijk toe.
Vragen stellen en metingen doen
Hawking heeft een nieuw idee! We hebben altijd ‘van afstand’ naar de kosmos gekeken, als een laborant naar zijn proef. Maar we zijn er onderdeel van. Geen God, maar een worm. De vraag die wij stellen in ons onderzoek, de keuzes die we maken, de metingen, zijn onderdeel van het proces. Er zijn dus verschillende mogelijkheden, verschillende geschiedenissen, en allemaal maken ze onderdeel uit van de kosmos. Zie het als vertakkingen, net als de evolutieleer van Darwin. Vertakkingen die elkaar niet zien, elkaar niet kennen. Leuk: Hertog gebruikt hier Harry Potter’s boek van Tom Riddle, dat blanco is maar barst van de mogelijkheden, en alleen antwoord geeft op de vraag die je stelt.
Holografie
Ook erg goed is de manier waarop Hertog het fenomeen holografie uitlegt, aan de hand van een tekening van Escher: Cirkellimiet IV, een platgeslagen bol met engelen en demonen die aan de rand steeds kleiner worden. De theorie stelt dat de informatie over een entiteit zich (alleen) aan de randen ophoudt en dat formules dus met 1 dimensie minder kunnen rekenen. Dat maakt het ‘makkelijker’. Deze holografie-theorie haalt het multiversum weer onderuit. Of niet? Hawking is stellig, zijn mede-wetenschappers niet zo.
Oneindig vragen stellen
Inmiddels zijn we aan het eind van het boek en zijn we weer terug bij de oerknal. Hawking stelt dat natuurwetten geen manifestaties zijn van externe waarheden, maar eigenschappen van een universum die we afleiden uit onze collectieve data. Maar er zijn altijd veel theorieën die bij een eindige hoeveelheid data passen. Verder onderzoek zal geen ‘finale’ theorie opleveren, de wetmatigheden zijn afhankelijk van de vragen die we stellen. Toeval lijkt dus een grote rol te spelen.
Ik had verwacht dat er een ‘ontknoping’ zou komen, maar dat is niet het geval. De boodschap is eerder dat kwantumkosmografie een eindeloze reeks theorieën zal voortbrengen, afhankelijk van de vragen die we stellen. En dat is wel typisch voor fundamenteel onderzoek: aandacht voor de vragen. En plezier beleven aan het onderuithalen van je eigen theorieën. Hawking had er duidelijk een hoop plezier mee.
Persoonlijk
Ik kan niets zeggen over de juistheid of originaliteit of onderbouwing van het boek, maar wel dat ik het bijzonder knap vind hoe Hertog dergelijke ingewikkelde zaken op een redelijk toegankelijke manier weet te beschrijven. Ja, er is sprake van veel terminologie, die is nodig voor het betoog. Maar hij geeft heel vaak een beeldend en bijna liefdevolle omschrijving van wat er (in theorie) gebeurt. Zoals: ‘…zodat het kwantumgewiebel niet de pan uitswingt’.
Hertog’s beschrijvingen van de manier van werken van Hawking zijn erg interessant. Ondanks al zijn beperkingen (door ALS) was hij vrolijk en hield hij van gezelschap. Communiceren werd steeds moeilijker, ondanks alle apparatuur en zijn persoonlijke assistenten (zoals Hertog) die aan een half woord, of alleen een blik, al genoeg hadden. Zij waren continu aan het sparren, het klinkt af en toe als improvisatietheater. Duidelijk is wel dat veel theorieën werden ontwikkeld door anderen, en dat Hawking doorredeneerde, of verbindingen legde. Ook krijgen we een hele kleine blik op het leven van Hertog, die zich helemaal in dienst van Hawking stelde lijkt het wel. Bescheidenheid? Als je met Hawking wilt sparren terwijl deze nog nauwelijks communiceren kan, moet je wel heel slim zijn, het vakgebied beheersen én je zeer dienstbaar opstellen. Bewonderenswaardig.
Ik vond de beschrijving van de bijna ‘locked-in’-situatie aan het eind van Hawing’s leven bepaald ontroerend. Hij kan niets meer maar weet toch Hertog te vragen om zijn laatste theorie in een boek te verwerken. En zo geschiedde.
Leerzaam
Je zult het aan mijn omschrijvingen van de onderwerpen waarschijnlijk niet aflezen, maar ik begreep redelijk veel van het boek en vond het uiterst leerzaam. Wel pak ik de twee boeken die ik in de kast heb staan er binnenkort uit. Eén daarvan is A Brief History of Time, Hawking’s bestseller uit 1998. De theorie daarin is inmiddels achterhaald, zo begrijp ik van Hertog. Maar toch. De andere is een kinderboek, dat hij met dochter Lucy schreef. Dat zou toch een goede start moeten zijn!
En inmiddels lees ik meer over Einstein. Dat hielp ook!
Elon Musk is één van de invloedrijkste mensen ter wereld en er wordt veel, heel veel over hem geschreven. Maar vast niet allemaal door ervaren biografen die twee jaar lang met hem ‘meegelopen’ hebben en een enorme lijst familie, vrienden en zakenrelaties hebben geïnterviewd, naast Musk zelf, natuurlijk. Walter Isaacson deed dat wel, en het resultaat is deze uitstekende biografie uit 2023.
Het boek is voor publicatie níét door Musk gelezen, en hij had er ook geen zeggenschap over, aldus Isaacson in zijn Dankbetuiging. Enerzijds verbaast me dit, omdat Musk een controlfreak is, en dit komt ook in dit boek naar voren. Anderzijds niet, want het boeit Musk niet zo, wat anderen van hem denken, tenzij het negatieve invloed heeft op deals of aandelenkoersen. Maar dat realiseert hij zich meestal pas achteraf (‘mesjogge tweets’).
Dit boek zal zijn reputatie niet schaden. Hij komt naar voren als een briljante geest, met een visie voor de mensheid, niet zozeer uit op eigen gewin, met een bijzonder moeilijke persoonlijkheid (‘maniak’, zo stelt het boek meermaals), niet vies van smerige trucs en dol op zijn kinderen.
Het managementboek Elon Musk …
… slaagt er heel goed in om al die lagen van Musk te beschrijven en te onderbouwen met voorbeelden uit het leven van Musk.
Zo beschrijft het boek op diverse plekken hoe Musk met risico’s omgaat. Ja, hij wil ze horen en erover nadenken. Maar uit zijn beslissingen blijkt dat hij veel risico neemt. Zijn mede-oprichter bij PayPal, Peter Thiel, beschreef het zo: ‘Elon’s stijl is risico vergroten, zijn schepen achter zich verbranden zodat hij niet terug kan krabbelen. Hij nam met SpaceX en Tesla twee keer een krankzinnige gok, en ze werden uiterst succesvol. Elon begrijpt iets van risico’s wat verder niemand begrijpt.’ Elon reed overigens zijn gloednieuwe McLaren aan barrels toen hij vol gas gaf, met Thiel op de passagiersstoel.
Missie en visie
Isaacson weet ook duidelijk te maken dat alle activiteiten, hoe divers ook, passen in de visie en de missie van Musk. Musk wil de mensheid beschermen en bewandelt daarvoor 3 paden:
De mensheid moet multi-planetair worden, om als soort te overleven als er iets met de planeet gebeurt, of dat nu klimaatverandering, een wereldoorlog of een meteoriet is.
Het energieverbruik moet duurzaam zijn.
Het menselijk bewustzijn moet worden bewaard en beveiligd tegen vijandig AI.
Bij 1. hoort natuurlijk SpaceX, maar ook Starlink, wat hij heeft opgezet om SpaceX te kunnen financieren. Bij 2. hoort Tesla, Tesla Energy en The Boring Company. Bij 3 hoort Neuralink, Tesla’s Autopilot, Optimus, X.AI. Samenwerking tussen menselijk I en AI ziet hij namelijk als middel tegen amok-makende AI. Maar tussen deze 3 barst het van de kruisverbanden. Zo is zijn Mars-missie ook bedoeld om de mensheid weer een doel te geven, vooruitgang te boeken, ons intellect en bewustzijn te blijven scherpen.
Waarom wilde Musk Twitter kopen?
Twitter wilde hij hebben om 3 redenen. De eerste was om zijn droom uit 1999, een superbank, te verwezenlijken. Destijds startte hij X.com, wat een winkel voor alles financieel zou worden: investeringen, leningen, creditcards, bankieren, digitaal winkelen, alles. Het fuseerde met PayPal, en de beide fusiepartners kregen ruzie over de te volgen koers. Musk verloor. De tweede reden was om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen, Musk stelde dat Twitter teveel censureerde, te ‘woke’ was. Door censuur ontstaat er group think, verschillende meningen in verschillende bubbels, wat slecht is voor het menselijk bewustzijn. Ten derde wilde hij de data en video’s van Twitter, om zijn AI te kunnen trainen.
Musk heeft veel ratio en weinig empathie
Hoeveel Musk ook van de mensheid houdt, voor mensen heeft hij minder gevoel. Hij heeft Asperger, wat hem enorm rationeel maakt, en minder empathisch. Dat rationele aspect zien we terug is zijn ‘algoritme’: 5 punten om de productie te optimaliseren.
Wees kritisch bij elke vereiste. Wie (persoon, geen functie of afdeling) heeft het bedacht? Zonder ontzag te hebben voor die persoon, welke vereisten kunnen beter?
Schrap zoveel mogelijk onderdelen van het proces. Misschien schrap je teveel, prima, voeg je ze later weer toe. Beter te veel dan te weinig.
Versimpel en optimaliseer.
Versnel de cyclustijd.
Automatiseer. Altijd als laatste. Bij Tesla was Musk begonnen met robots, en dat leverde veel fouten, vertragingen en kosten op.
Extra punt, wat Musk elke dag demonstreerde: heb een ‘maniakaal gevoel van urgentie’. Opvallend is dat hij voor innovatie (bijvoorbeeld Cybertruck) de tijd neemt en geeft om iets heel bijzonders te ontwikkelen, maar efficiency onder enorme druk afdwingt.
Asociaal?
Die druk, tijdsdruk en persoonlijke druk, komt enorm asociaal over. Hij dwingt al zijn personeel extreem veel uren te maken, hun privéleven altijd op het tweede plan te zetten. Zo is hij zelf ook, dat vindt hij normaal. Hij zoekt de spanning, de urgentie, het risico op. Als het goed gaat wordt hij onrustig, zegt hij. Als het bij Twitter over psychologische veiligheid gaat, begint hij schramper te lachen. Dat is de vijand van vooruitgang. Isaacson concludeert dat Musk een kind-man is, hoogst impulsief, en dat het beknotten daarvan waarschijnlijk ook ten koste van zijn prestaties zal gaan. Vernieuwers zijn soms intimiderend, roekeloos, en soms zelfs gek. Gek genoeg om te denken dat ze de wereld kunnen veranderen.
Mijn evaluatie van Elon Musk : uitstekende biografie
Ik las eerder een bio van Elon Musk (die van Ashlee Vance, Isaacson gebruikt het als bron), maar deze steekt er met kop en schouders bovenuit. Zowel de goede als slechte kanten komen aan bod. Isaacson is misschien fan, maar spreekt zich ook duidelijk uit over onacceptabel gedrag (‘maniakaal’, ‘hypocriet’). Met name bij de overname van Twitter, in de tijd dat Isaacson meeliep, is dat opvallend. Omdat bij alle beslissingen aandacht gegeven wordt aan de motivatie en de gemoedstoestand van Musk, stijgt dit boek boven ‘wikipedia-niveau’ uit.
Interessant zijn de rationele uitgangspunten van Musk’s handelen, zoals zijn ‘algoritme’, en een aantal andere zaken, zoals ontwerpers en uitvoerders altijd in één ruimte laten werken. Door de uitgewerkte voorbeelden bij voornamelijk Tesla en SpaceX zijn ze ook goed te volgen. Dit zijn leerpunten die heel bruikbaar zijn in andere ondernemingen.
Goede structuur
Musk doet heel veel, en ook veel tegelijk. Om er wat structuur in te brengen voor de lezer zijn de hoofdstukjes verdeeld in 2 a 3 jaar per bedrijf of privé-gebeurtenis. Dat is een goede keuze, er is weinig sprake van overlap en veel focus op een probleem of succes. Isaacson heeft het beeldend opgeschreven: je ziet de uitbarstingen, de starende blik, en de over de vergadertafel kruipende X voor je.
Het boek is in hoog tempo vertaald, de Nederlandse versie kwam (vrijwel) gelijktijdig met het origineel uit. Dat is waarschijnlijk de oorzaak van wat foutjes en hier en daar een stroeve alinea. Mij vielen vooral de beschrijving van de 0-de wet van Asimov op (het gaat hier om de mensheid, niet de individuele mens) en een verwijzing naar China waar Crimea bedoeld werd (denk ik). Op bijna 700 pagina’s is dit niet majeur, ik vergeef het de vertalers.
En, blijf ik op X voorheen Twitter?
Ik heb bijzonder genoten en veel geleerd van dit boek. Behalve dat ik 3 pagina’s notities volschreef, had het boek nog een effect: ik blijf voorlopig op X, voorheen Twitter. Ik denk dat Musk het goed bedoelt, en wil de ontwikkelingen daar meemaken. Hij is misschien gek, maar de wereld veranderen doet hij zeker. Vol gas! Daar wil ik met mijn neus bovenop zitten!
(Update 2025: Ik ben inmiddels van X af. Het werd me te dol.)
Menno Lanting is één van mijn favoriete auteurs. Dat komt door zijn vaste onderwerp, digitale transformatie, en zijn karakteristieke gebruik van vele voorbeelden uit aansprekende bedrijven. En gelukkig rust zijn nieuwste boek, 20 vragen en antwoorden over digitale transformatie, uit september 2023 ook weer op die twee pijlers. Dubbel genieten dus weer.
De vorm is ditmaal wat anders: geen betoog wat je van A tot Z moet lezen, maar gebaseerd op 20 vragen (duh) met uitgebreide antwoorden, waarin zowel theorie als praktijk aan bod komen. De digitale component komt dit keer ook wat minder naar voren, en de transformatiecomponent wat meer. Niet zo gek, als je deze interpretatie van Randstad leest: ‘Digitale transformatie behelst het radicaal herontwerpen van de (hele) organisatie. Alleen missie, visie, normen en waarden kunnen overeind blijven.’ Dan heb je het dus over een stevig verandertraject, ingegeven door veranderingen in technologie en markt.
In het managementboek 20 vragen en antwoorden over digitale transformatie …
… komen weer een aantal aansprekende organisaties aan het woord. Ik las de ervaringen van Nederlandse vertegenwoordigers van Vopak, woco De Alliantie, NRC, Neckermann, Suitsupply, Politie Rotterdam, VGZ, IBM, Talpa, Sunweb, Zurich Insurance Group, Ahold, en nog een aantal. Ook worden er voorbeelden gegeven van buitenlandse bedrijven zoals Intel, Netflix en Atlassian.
De vragen zijn ingedeeld in 4 categorieën: Strategie en visie; Talent, organisatie en leiderschap; Implementatie; en Digitale businessmodellen, data en AI. Afhankelijk waar je dus al bent in je digitale transformatie, kun je makkelijk een bijpassende categorie of zelfs een specifieke vraag selecteren. Elk antwoord is zelfstandig leesbaar.
Modellen voor digitalisering
In Strategie en visie staat de vraag: Welke manieren zijn er om te digitaliseren? Hé dacht ik, gaan we het nu over digitalisering of over digitale transformatie hebben? Beide, zo blijkt. Lanting onderscheidt namelijk 4 manieren van digitalisering:
Digitale simplificatie. Dat wil zeggen processen efficiënter maken en digitaliseren. Als je inefficiënte processen direct digitaliseert, worden ze alleen maar inefficiënter. En als je een nieuw, digitaal proces toevoegt aan bestaande processen en systemen, maak je het geheel complexer.
Digitale innovatie: Organisaties maken gebruik van digitale middelen om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen voor bestaande klanten. Hierbij is dus creativiteit van belang.
Digitale optimalisatie. Met Big Data en AI worden bestaande processen opnieuw ontworpen. De organisatie draait om het leren van data.
Digitale synthetisatie. Dit is een combinatie van snel reageren op beschikbare data en creativiteit gebruiken om deze om te zetten in nieuwe oplossingen. Lanting noemt Netflix als voorbeeld, die enerzijds data gebruikt om klantvoorkeuren in kaart te brengen, maar anderzijds hun schrijvers en producenten aanmoedigt originele inhoud te produceren.
In het bovenstaande model onderscheiden de manieren zich in de mate van datagebruik ten opzichte van creativiteit, en de mate van leren en transformatie.
Leren en creativiteit
Over het onderwerp leren en creativiteit gaat ook vraag 11: Hoe behouden we de persoonlijke verbinding en creativiteit. Ik vond dit een van de beste hoofdstukken uit het boek. Lanting wijst ons erop dat er een paar zaken zijn die ons onderscheidend maken van technologie: creativiteit, communicatie, intuïtie en empathie. Technologie is niet het antwoord op élk probleem. Het inzetten van technologie zoals zorgrobots kan leiden tot meer eenzaamheid. En ook kan AI zijn beslissingen niet (moreel) rechtvaardigen, waar mensen dat wel kunnen. Daarbij, meer data levert niet persé betere beslissingen op, en teveel analyse kan leiden tot analysis paralysis. Mensen kunnen over het algemeen beter met onzekerheid overweg, hebben meer begrip van oorzaak en gevolg.
Opvallende aspecten bij digitale transformatie
Al lezende schreef ik nog een aantal opvallende zaken op:
Als het alleen maar draait om data en AI, wint het bedrijf dat deze technische componenten het beste optimaliseert. Want iedereen doet hetzelfde, er is sprake van eenvormigheid. Een ratrace dus. Juist met creativiteit zijn meer vormen mogelijk.
Is er een digitale strategie nodig? Nee, is het antwoord, dit moet volledig geïntegreerd zijn in de corporate strategie.
Voor digitale transformatie is er een beweging vanuit de werkvloer nodig, die aansluit op de strategie vanuit de top.
Als je digitaal talent aanneemt, ga dan liever voor een klein aantal duurdere toppers dan meer, goedkopere subtoppers. Die toppers vertrekken misschien eerder, maar je hebt er toch meer aan. En ze blijven langer, als je ook daadwerkelijk wat doet met hun werk.
Medewerkers hebben vaak een netwerk in een organisatie. Zo’n netwerk kun je goed inzetten bij transformatie, maar dat heeft ook valkuilen. Mensen met een groot en divers netwerk kun je goed gebruiken bij grote veranderingen, mensen met een beperkt, hecht netwerk bij kleine veranderingen. Waarom? Omdat een nauwe band met iemand die tégen verandering is, een grote verandering kan tegenwerken, terwijl een klein initiatief dan nog wel lukt.
Als kers op de taart geeft Lanting in de laatste vraag (weer) antwoord op: Olietanker of Speedboot? En hoe dan?
Mijn evaluatie: informatief en praktisch
Menno Lanting schreef weer een goed verzorgd, bijzonder informatief boek waarin hij de digitale transformatie vanuit verschillende gezichtspunten belicht. Ik deed vrij veel nieuwe inzichten op, met name in de vragen die gericht zijn op de positie van de mens in relatie tot de transformatie: verandermanagement dus. Hierdoor is het boek ook tijdloos: de techniek verandert sneller dan ons gedrag. Ook sluit het goed aan op de doelgroep: topmanagement. Die moeten de digitale transformatie aansturen en aanjagen, maar zitten niet te wachten op een technische verhandeling.
Er wordt vrij veel herhaald. Handig voor degenen die slechts enkele vragen eruit pikken: zo krijg je toch de belangrijkste inzichten mee. En lees je dan ook nog de epiloog, dan krijg je een hele korte samenvatting van wat je in de andere hoofdstukken gemist hebt. En lees je van A tot Z, dan is het ook geen probleem, want herhaling zorgt ervoor dat iets beter beklijft.
Lanting heeft een fijne schrijfstijl, en de vele praktijkvoorbeelden verduidelijken de theorie met korte en krachtige situatieschetsen. Fijn dat velen ons een kijkje in de keuken willen geven! En dank, Maartje Brans, om onder onze aandacht te brengen dat samenwerking in standaardisatie tussen organisaties pas écht zorgt voor digitale vooruitgang. Zo’n holistische simplificatie zul je van AI niet snel krijgen, denk ik. Daar moet je creatief voor zijn.
Twee van mijn favoriete auteurs, Jitske Kramer en Danielle Braun, schreven het Managementboek van het Jaar 2016, De Corporate Tribe. Ik vond het gewéldig! In 2018 schreven ze een vervolg: Building Tribes. Meer van hetzelfde? Eh …. ja. Wéér geweldig!
Waar De Corporate Tribe ons liet kennismaken met het thema ‘Leren van wat we al weten’, gaat Building Tribes een stuk dieper. Natuurlijk lezen we ook hier interessante reisverhalen met bijzondere gebruiken. Die worden als inspiratie gebruikt voor het organiseren van processen in je bedrijf, of voor het verstevigen van de relaties binnen je bedrijf. En natuurlijk genieten we weer van de prachtige foto’s! Maar ook leren we over kampvuren aansteken, power & love, vergaderen, leiderschap, verandermanagement, afscheid nemen en nog veel meer.
Het managementboek Building Tribes …
… bestaat uit 2 delen. Deel 1 geeft de theoretische basis. De auteurs laten zien ‘aan welke knoppen je kunt draaien’ om je tribe te bouwen, oftewel hoe je van je organisatie een samenwerkingsverband maakt met energie, veerkracht en flexibiliteit. Zo is er een stuk over het ontstaan van tribes, ontleend aan Harari’s Sapiens, en een stuk over verschillende soorten tribes, tribes van verwanten versus per activiteit en gesloten tribes versus open. Sterke tribes maken gebruik van zowel power als love. Power houdt in diversiteit, doelgerichtheid, concurrentie, grenzen stellen, als individu excelleren. Love gaat over integratie, relatiegerichtheid, samenhang, samen excelleren, aanpassen. Daarna volgt een interessant hoofdstuk over cultuur, met 12 aspecten.
Afscheid nemen
Bijzonder leerzaam vond ik het stuk over afscheid nemen, van een bestuurder of personeelslid. Op een of andere manier is iedereen altijd bij een afscheidsborrel, voor vergaderingen geldt dat bepaald niet! Zo’n gelegenheid kun je gebruiken om je organisatie te versterken. Neem áltijd feestelijk afscheid, ook al wil de vertrekker geruisloos weg of is er een conflict. En vertel verhalen, over de waarde van de vertrekker, en over gedoe. Over hoe het verder gaat, wie het werk overneemt, en of de vertrekker nog blijft ondersteunen of écht helemaal uit beeld is. Nodig klanten of externe relaties uit, en die nieuwe medewerker die het werk gaat overnemen. Zorg dat er een ritueel is voor het laatste afscheid. Denk aan de traditionele lange rij om nog even een handje te schudden, kaartjes waarop iedereen zijn wensen schrijft, een grote kring waarin iedereen nog een paar woordjes zegt. Zo zorg je voor verbinding tussen de achterblijvers. Dit stuk is ontleend aan begrafenisgebruiken in Sulawesi en Tibet, prachtig!
Traditie
In het hoofdstuk over het bouwen van tribes werd ik getroffen door een paragraaf over normen, ordening, het morele kompas, en hoe iets traditioneels ons kan beperken. Hierbij staat een grappig, maar ook leerzaam kader over roze= voor meisjes en blauw=voor jongens. Hier stappen we inderdaad maar moeilijk vanaf, is traditie. Traditie? Welnee! In 1940 spraken producenten van babyartikelen dit onderling af, om te zorgen dat kleding e.d. niet zomaar aan een volgend kind kon worden doorgegeven. Goed voor de verkoop! Stoppen met die ‘traditie’ dus, vind ik.
Leiderschap en rollen
In dit theoretische deel komen ook tribaal leiderschap (met daarbij ‘ranking’) en tribale rollen aan de orde. Mooi van die rollen vind ik het stuk over de ‘verzamelaars’, in de moderne organisatie de fee-earners. Die komen direct na de chief, maar vóór de sub-chiefs (tegenwoordig de managers), de jagers (verkopers), magiërs (stafafdelingen) en elders (adviesorganen). Mooi om het belang van die groep zo duidelijk in de structuur terug te zien. De rest van dit deel gaat over de techniek van ‘kampvuren aansteken’, tegenwoordig vergaderen, met extra aandacht voor de enscenering; het wordt een ritueel om je uit de dagelijkse routine te halen, om écht contact te maken met elkaar, om goede gesprekken te voeren en ideeën uit te wisselen.
Kampvuurgesprekken
In deel 2 gaat het specifiek om die kampvuurgesprekken, waarbij per thema inspiratie gehaald wordt uit andere culturen. Het zijn fascinerende verhalen, waaruit heel goed blijkt waarom het goed werkt, én wat wij kunnen leren en gebruiken.
Het eerste thema is besluiten nemen, met inspiratie vanuit de Kgotla in Botswana. Hier trof me allereerst de ronde setting, wat draagvlak verhoogt en de wijsheid van de groep vraagt, daarna het direct besluiten door de chief (en dus niet: ‘ik neem het mee’), en ook het notuleren wát er is gezegd en niet door wie.
Ten tweede het thema fusies en overnames, met inspiratie vanuit huwelijken in Las Vegas en Iran, waarin ik leerde over de verschillende bruidsschatten (dowry en brideprice), wie houdt/krijgt het geld en de analogie met fusies en machtsverhoudingen.
Als derde thema concurrentie, met een geweldig verhaal over de koppensnellers in Sumatra. Een sterke tribe betekent daar ook sterke buitengrenzen en weinig samenwerking tussen tribes. Het gaat om strijdvaardigheid, belang van klant en de omzet. En smikkelen van je concurrent!
Thema nummer vier is verkoop en klantrelaties en de inspiratie komt vanuit Iran. De waarde van een product wordt bepaald door het verhaal en de relatie tussen koper en verkoper, ontstaan vanuit de oude karavanserai. Hierbij staat een mooi stuk over een tapijtenknoopster: het knopen kostte niet alleen tijd, maar ook aandacht die ze dus niet aan haar familie kon geven. Wat is dat waard? En een mooi stuk over een taxichauffeur, die steeds zegt geen geld te willen. Dat is om je een goed gevoel te geven. Maar aan het eind van de rit betaal je hem natuurlijk wél!
Als vijfde thema verandermanagement met inspiratie uit de voodoopraktijk in Little Haiti, Miami. Het mooiste vond ik de vergelijking tussen de voodoopoppen, de speldenprikken die overslaan op de ‘grote’ persoon, en de analogie met in een organisatie beweging creëren vanuit een kerngroep van mensen met véél contacten.
Dan thema nummer 6, conflicthantering, met inspiratie uit de praktijk van screaming conversations en Deep Democracy uit Zuid-Afrika. Hierover schreef Jitske een geweldig boek, Deep Democracy.
Het zevende thema is verontschuldigen, met Seppuku uit Japan als inspiratie. Het gaat hier over je kwetsbaarheid tonen, moedig zijn, en de consequenties aanvaarden.
Prachtig vond ik het achtste thema: vastgelopen vraagstukken, met inspiratie vanuit de stilte-vergaderingen bij de Quakers. Leerpunt: zij gaan uit van: ‘Talk God, I’m listening’ i.p.v. ‘Listen God, I’m talking’. Zij vergaderen in stilte en wachten op ‘goddelijke’ inspiratie, stoppen het ego en de eigen mening weg. Wow, als we toch eens zo zouden kunnen vergaderen!
Het laatste thema is afscheid nemen, met inspiratie uit Sulawesi en Tibet. Daar had ik het eerder al over.
Mijn evaluatie: prachtig en verrassend
Dit is weer een fantastisch boek, prachtig qua uitvoering, en heel verrassend qua inhoud. De rituelen van andere culturen worden respectvol en diepgaand behandeld, de motivatie erachter wordt duidelijk en ook de leerpunten voor onze bedrijfsprocessen. Dit is zeker geen herhaling van De Corporate Tribe, maar duidelijk een vervolg met heel veel nieuws. Ik heb er van genoten én geleerd.
Hoe de lessen kunnen worden vertaald naar bedrijfs-’kampvuurgesprekken’ wordt duidelijk en gedetailleerd uitgelegd. Het is daarmee een heel praktisch boek, alhoewel het begeleiden van kampvuurgesprekken wel wat oefening vereist.
De structuur van het boek is heel fijn, met een theoretisch deel en een toepassingsdeel, en in het tweede deel een vaste indeling van de hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft een vrij uitgebreid bronnenoverzicht. In de tekst is duidelijk onderscheid aangebracht tussen ‘harde’ waarheden, externe bronnen en de interpretaties van Jitske Kramer en Daniëlle Braun.
Het is een tijdloos boek waar je jaren plezier van gaat hebben. Voor je organisatie, en ook zeker voor je mindset en je interesse in andere culturen. Betalen voor wat gratis wordt aangeboden, voor ons Nederlanders is dat wat tegen-intuïtief, dus goed om te weten. En misschien ook in Nederland toe te passen?
Dit moet toch wel het Magnum Opus zijn van Hans van der Loo en Patrick Davidson: hun dikke, mooi uitgevoerde boek Teaming uit 2022. Alles wat je over teaming zou kunnen bedenken staat in dit boek. Theorie, voorbeelden en een deel werkboek. Wat wil je nog meer?Naast volledigheid, sprak ook de structuur mij aan. Het geheel is opgehangen aan een fijn model. De theorie wordt afgewisseld met interessante, goed uitgewerkte cases. Elk hoofdstuk is prettig samengevat. Het werkboek is expliciet gelinkt aan de theoretische hoofdstukken. Uitgebreide referenties, lange literatuurlijst en een indrukwekkend overzicht van geïnterviewde experts. Erg goed gedaan!
Teaming is het proces van teamvorming, het leerproces dat nodig is om teams te laten werken. Het boek geeft in het bijzonder aandacht aan teaming van pop-up teams. Zeg maar dynamische teams, die per ‘klus’ worden samengesteld en daarna weer uiteenvallen in of naar andere teams. Met name bij innovaties wordt op deze manier gewerkt. Aan de pop-up teams worden extra eisen gesteld, waarop het boek uitgebreid ingaat. Een leuk voorbeeld van pop-up teams zijn wielerploegen, die tijdens een koers steeds andere teams maken. Laat ik nu net Tour de France aan het kijken zijn!
Het managementboek Teaming …
… is opgehangen aan een model met 12 elementen. De eerste drie zijn de basisprincipes van alle teams: beperkte omvang, gedeelde opgave en wederzijdse afhankelijkheid.
Beperkte omvang is van belang voor de kwaliteit van de informatie-uitwisseling. Je moet natuurlijk voldoende verschillende vaardigheden in je team hebben. Maar niet te veel mensen: het aantal relaties groeit met elk extra teamlid. De formule: aantal relaties = n(n-1)/2. Bij 6 mensen dus 15 relaties, bij 14 mensen al 91! Dan zijn enkelen alleen maar bezig met relaties onderhouden en anderen verwaarlozen die. Ideaal is een teamomvang van 7 plus of min 2. Grote teams zijn aantoonbaar minder effectief.
Gedeelde opgave. Doelen en ambities motiveren mensen, zolang ze heel concreet zijn. De teamdoelen zijn natuurlijk afgestemd op het organisatiedoel, en worden door het team zelf vertaald naar een ‘opgave’. Individuele doelen en gedrag zijn hier weer een afgeleide van.
Wederzijdse afhankelijkheid. 1+1=3, zo weten we. Maar wederzijdse afhankelijkheid leidt natuurlijk tot wederzijdse verplichtingen. Als je elkaar dan niet écht nodig hebt, is werken in een team alleen maar extra ballast. En ook moet er een onderlinge ‘klik’ zijn.
Voor Pop-up teams: TEAM
Voor pop-up teams komen er 4 eigenschappen bij, makkelijk samen te vatten als TEAM: Tijdelijkheid, Externe oriëntatie, Aanpassingsvermogen en Meervoudigheid.
Tijdelijkheid. Denk aan een plukje ontsnapte wielrenners. Vlak voor de finish, of bij het weer ingehaald worden door het peloton, eindigt het team weer. Voor elke klus of crisis wordt een team gevormd. Een vorm hiervan is ‘dynamic reteaming’, waarbij een stabiel team continu wordt aangepast om nog beter met de opgave te kunnen omgaan.
Externe oriëntatie. Het team bouwt bruggen naar andere teams en andere organisaties. Netwerken opbouwen is belangrijk.
Aanpassingsvermogen. Snel en wendbaar zijn, experimenteren, pro-actief zijn.
Meervoudigheid. Leden van pop-up teams hebben vaak multidisciplinaire, -culturele, -raciale of -religieuze achtergronden. Ze denken vanuit verschillende systemen. Ze weten dat er geen ‘enige waarheid’ bestaat, of de enige juiste oplossing. Diversiteit binnen het team is heel belangrijk.
De 6 elementen van teaming
Rondom de kern van deze ‘magnificent seven’ komen nu twee cirkels met 3 resp 2 elementen. Samen met de kern vormen ze de 6 elementen van teaming, het ‘maken’ van pop-up teams:
Principes ‘magnificent seven’
Contextuele Intelligentie
Fluïde leiderschap
Slagvaardig samenspel
Verbindende spirit
Stimulerende structuur
Deze ‘magnificent seven’ en de 5 extra elementen worden in het boek uitputtend behandeld. Naast de vele verwijzingen naar onderzoeken en theoretische modellen, staan er ook erg veel aansprekende voorbeelden bij. Wielrennen noemde ik al, maar ook de manier van werken bij Red Bull, Haier, Google, Spotify en nog veel meer aansprekende bedrijven.
Werkvormen voor teaming
In het tweede deel van het boek vinden we 44 werkvormen om teaming in de praktijk te brengen. De werkvormen zijn gegroepeerd per element van teaming, dat is erg makkelijk. Sommige kende ik al, maar de meeste niet en ik vroeg me (daarom) wel af of de omschrijvingen niet wat te kort zijn om zonder ondersteuning van een ervaren coach mee aan de slag te gaan. Wel krijg je vanuit die omschrijvingen een goed beeld hoe de oefening in elkaar zit, en kun je inschatten welke het beste bij je team of de behoefte zou passen.
Ik vond bijvoorbeeld ‘Wandelend puzzelen’ lekker simpel en waarschijnlijk heel effectief. Zoek een wandelroute uit, en een of meer teamleden. Op de heenweg bedenk en bespreek je de probleemkant, op de terugweg de oplossingen en actiekant. Weer op kantoor (of thuis) begin je direct aan de actie. Je spart fysiek met iemand, of over de telefoon.
Handboek
Het sterke punt van dit boek is de volledigheid. Ik kan niet zeggen dat ik heel veel nieuwe theorie las, maar de enorme hoeveelheid informatie is prima gestructureerd weergegeven. Je kunt dus ook delen van het boek lezen. Door de vele gedetailleerde voorbeelden, reflectievragen maar ook door de werkvormen is het ook een erg praktisch boek geworden, je doet zeker veel inspiratie op.
Het is een mooi uitgevoerd boek, qua layout, kleurgebruik, papiersoort en schrijfstijl. Het is alleen een beetje te dik en te zwaar, eerder een handboek voor op je bureau dan een boek wat je lekker leest in de ligstoel. Gelukkig zijn er de samenvattingen per hoofdstuk! Daarnaast staan er toch wat slordigheden in, dat is jammer.
De onderbouwing is prima geregeld, in de tekst veel verwijzingen naar onderzoeken, expert-interviews en boeken, en een uitgebreide literatuurlijst. Uit de onderzoeken komen ook de schokkende statistieken van het begin: we werken 85% van onze tijd samen met anderen, als professional gemiddeld in 8 (!) teams tegelijk. Van de teams voldoet 80% niet aan de verwachtingen; het rendementsverlies door teamwerk is 25-75%. Slechts 3-5% van de teamleden doen 20-35% van het werk, en 66% van de teams komen niet met betere ideeën dan het beste teamlid alleen zou kunnen doen.
Deze resultaten maken een boek over (goede) teaming niet alle relevant, maar zelfs noodzakelijk! Gelukkig is er dit boek …
Marketing, ik heb er een hekel aan. Nee, ik hád er een hekel aan. Want na het lezen van They Ask, You Answer van Marcus Sheridan en Danielle Navas-Brandt uit 2023 ben ik helemaal om. Zij presenteren een aanpak die uitgaat van vérgaande eerlijkheid en het opbouwen van een expertstatus. Docent worden, in plaats van verkoper. Ik ben verkocht!
De kern van de simpele maar uiterst doeltreffende en voor mij zeer aantrekkelijke aanpak is: vertrouwen opbouwen. Hierbij horen een aantal tegen-intuïtieve voorbeelden, waarbij ik in eerste instantie dacht: ‘nou, je kunt ook té eerlijk zijn’. Dit zegt natuurlijk al genoeg over hoe ik tegen marketing aankijk: met veel wantrouwen. De ‘TAYA’-aanpak was een eye-opener, en daarbij worden in het boek heel veel praktische voorbeelden gegeven. Ik schreef héél veel actiepunten voor mezelf op en ben bepaald geïnspireerd geraakt.
Het managementboek They Ask You Answer …
…. begint met een mooi stukje storytelling. Als gevolg van de financiële crisis staat het zwembadbedrijf van Sheridan in 2008 op het punt van omvallen, niemand lijkt meer een zwembad te willen! Hij moet zich bezinnen op nieuwe manieren om aan klanten te komen. Hoe krijgt hij meer bezoek op zijn website? Hij komt op een simpel idee: door te zorgen dat zijn website op álle zwembad-vragen antwoord geeft. Geen verkooppraatjes, nee grondige en vooral eerlijke antwoorden. Hoog in de zoekresultaten komen én een vertrouwensrelatie opbouwen. Die mentaliteit is niet alleen goed voor marketing, het is ook een uitstekende bedrijfsfilosofie!
De schimmige tweedehands-autobranche
Bedrijfsfilosofie? Jawel, hier wordt direct een uitstekend voorbeeld gegeven van een dealer in tweedehandsauto’s, die het wantrouwen wat bij die branche lijkt te horen, met succes te lijf gaat. Alle issues die klanten hebben, is aanleiding om het bedrijfsmodel aan te passen. Zoals een vaste prijs hebben (geen slinkse onderhandelingstechnieken), een standaardverkoopprovisie (niet afhankelijk van de prijs van de auto, zodat de behoeften van de klant boven eigenbelang gaan), een 5-dagen-geld-terug-garantie, ongeacht de reden (geen kans op kat in de zak), een transparante, gestandaardiseerde kwaliteitscontrole (geen probleemauto’s). Dit model was zo succesvol dat zijn concurrenten het wel móésten overnemen.
De Big 5
Zover hoeft Sheridan niet te gaan. Hij gaat eerst eens goed voor de nieuwe website zitten. Welke vragen heeft hij zoal gehad? Hij schrijft er zo 100 op. Die vragen gaan voornamelijk over 5 onderwerpen, die zéker niet zwembad-specifiek zijn. Deze ‘Big 5’ zijn:
Prijzen en kosten
Problemen
Vergelijkingen
Recensies
Wie is de beste in zijn klasse.
Heel herkenbaar voor mij, hierop zoek ik ook vaak, maar deze onderwerpen kom je zeker niet vaak op websites tegen! Sheridan schrijft een aantal artikelen over elk van deze onderwerpen, en inderdaad, het websitebezoek neemt sterk toe.
Is de informatie wel objectief?
Zouden de klanten er geen probleem van maken dat je misschien niet objectief bent, vroeg ik me af. TAYA stelt: Nee, niet als je:
Open bent over wat je verkoopt,
Direct aangeeft dat jouw product misschien niet de beste keuze voor die klant is.
Uitlegt dat concurrerende producten een betere keuze kunnen zijn,
Uitlegt hoe jouw artikel alle voor- en nadelen behandelt. Zorg er dus voor dat je ook de positieve punten van de concurrerende producten vermeldt. Wow, dat zie ik niet zo vaak!
Wie is de beste in jouw branche?
Interessant is ook het laatste punt: een artikel schrijven over wie de beste is in zijn klasse. Klanten vergelijken altijd, en daarvoor lezen ze de recensies en willen ze weten wie ‘de beste’ is. Is er voor jouw branche een autoriteit die de beste bedrijven selecteert? Nee? Doe dat dat zelf! Verdiep je in alle concurrerende producten en diensten en schrijf een stuk over de beste producten in elke categorie. Dat wordt een hit bij ‘de concurrentie’ maar vooral bij de consumenten. Met als gevolg: hoog websitebezoek, maar ook inkomende links van je concurrenten die graag pronken met zo’n positieve vermelding. Zo zul je echt gezien worden als expert op je gebied, want je kijkt om je heen, met het belang van de potentiële klant voorop.
En ga nog een stapje verder: schrijf een artikel over de beste bedrijven, op basis van openbare recensies. Let op: zet jezelf NIET op die lijst, want anders verlies je elke geloofwaardigheid. Houd in je achterhoofd: de lezer van dat artikel ís al op jouw website … en leest dat je niet bang bent voor concurrentie.
Contentmarketing
They Ask You Answer gaat gedetailleerd in op hoe je deze artikelen, de ‘content’ schrijft, en vooral wie dat doet: jouw eigen mensen, degenen die het meeste verstand van de producten of diensten hebben. Met deze content word je docent voor je potentiële klanten, maar die content kan ook heel goed als intern opleidingsmateriaal gebruikt worden.
Heel effectief lijkt me zijn methode voor assignment selling: stuur je klanten de content toe als huiswerk, voordat je een verkoopgesprek met ze hebt. Zo filter je de ‘ongeschikte’ leads (die toch het geld voor jouw product niet (over) hebben, of duidelijk op zoek zijn naar een andere oplossing) er snel uit.
Theorie en praktijk
Naast de onderbouwing van de aanpak, gaat They Ask You Answer in op het belang van video’s als format voor de content, op de toegankelijkheid van je website en op verantwoordelijkheden. Heel boeiend zijn de cases, waarvan 3 uit Nederland. Deze zijn door Danielle Navas-Brandt toegevoegd, zij is gecertificeerd TAYA-coach en vertaalde dit Amerikaanse boek uit 2019 voor de Nederlandse markt.
Mijn evaluatie van They ask You Answer
Origineel en praktisch
Ik vond dit een heel origineel en inspirerend boek, met name door de eerlijkheid die vereist is, en de focus op klantbehoeften, die zover gaat dat je ook informatie geeft over de producten van je concurrenten. Ik deed dus veel nieuwe ideeën op, dat kan misschien liggen aan mijn niet-zo-grote-focus op marketing(-boeken).
De vele voorbeelden maken het boek uitermate praktisch. Die voorbeelden betreffen niet alleen de inhoud van de artikelen, maar ook hoe je je afdelingen overtuigt om hieraan mee te werken (WIIFM), de persoonlijkheidskenmerken van een goede content-manager, allerlei tools, en niet te vergeten de 9 cases. De specifiek Nederlandse inbreng had voor mij wel wat steviger aangezet mogen worden. Tenslotte is er best verschil tussen de Amerikaanse en Nederlandse mentaliteit. Is Danielle te bescheiden?
Onderbouwd en goed verzorgd
De 9 cases geven onderbouwing aan de belofte dat je websitebezoeken zullen stijgen en dat je leads beter zullen zijn. De beste onderbouwing is echter de ervaring van Sheridan zelf, die een enorme omzet wist te genereren met zijn aanpak. Ik heb het bedrijf even gegoogled: de website ziet er inderdaad uit zoals beschreven in het boek, heeft inmiddels meer dan 31 miljoen bezoekers gehad, en volgens Money Inc staat het bedrijf met $13 miljoen omzet op de 15de plek van grootste zwembadbouwers in 2022.
Het is een goed verzorgd boek, met een fijne schrijfstijl: persoonlijk en grappig. In veel hoofdstukken zijn kaders opgenomen met tips voor het in de praktijk brengen van de lessen. Aan het eind vinden we nog een bijlage met Veelgestelde vragen, helemaal conform het uitgangspunt van de TAYA-methode. Grappig: de filosofie van uitgever BigBusiness is óók het etaleren van je expertise als professional. Wat een mooie match!
Ik hield aan het boek een a4-tje vol acties over, daar gaan jullie vast wat van zien!