We sluiten onze grenzen voor vluchtelingen en immigranten. Die de instabiliteit van hun land ontvluchten. Instabiliteit die onder andere wordt veroorzaakt door de corruptie van de heersende elites die hun landen leegroven. We sluiten de grenzen niet voor het gestolen geld. Als we nu eens zouden zorgen dat de elites uit Rusland, Nigeria of Midden-Amerika het gestolen geld niet meer offshore kunnen stallen, houden ze misschien op met stelen.Maar hoe doen we dat? Een goed begrip van de offshore-industrie is de eerste stap, en het geweldige boek Moneyland van Oliver Bullough uit 2018 (Nederlandse vertaling uit 2019) is een amusante en schokkende introductie van de kwalijke zaken waar vrijwel elk ‘ontwikkeld’ land aan meedoet.
Waarom is Moneyland een Must Read?
Wat maakt dit boek zo goed? Ik waardeerde het in 10 categorieën.
FOMO: + want veelbesproken, en in veel maatschappijboeken wordt ernaar gerefereerd. Nog steeds!
Lees Elly d’r Recensy van Moneyland en ontdek in detail waarom ik het zo goed vond: 5*
Ook veel anderen vonden dit een uitstekend boek:
Goodreads rating: 4,19*, Managementboek geen rating, Bol.com rating 4,5*, Libris geen rating.
Waar gaat Moneyland over?
Moneyland gaat over ‘fout’ geld (uit corruptie, ontwijking van sancties, etc) dat naar alle plaatsen stroomt ‘waar professionals zijn die meer houden van de te verdienen fees dan van het controleren van de herkomst’. Nederland is een van de grootste doorgeefluiken voor geld dat Rusland uitstroomt. Daarnaast zijn er o.a. Cyprus, Luxemburg, Zwitserland, het VK en de aan het VK verbonden belastingparadijzen. Al die landen vormen samen een virtueel land: Moneyland.
Waarom kunnen we dat foute geld niet aanpakken en afpakken? Omdat er heel slim gebruik gemaakt wordt van mazen in de wet in verschillende jurisdicties, die zo een ‘tunnel naar Moneyland’ vormen. Maar er zijn ook geldstromen die te maken hebben met het kopen van staatsburgerschap en diplomatieke onschendbaarheid, om zo je vermogen veilig te stellen. Heel wat Russen zijn staatsburger van Malta en reizen zo Europa door. Hoe relevant! Nu (2024) nog meer dan in 2018, toen dit boek uitkwam.
Natuurlijk zijn er ook mensen die proberen de ‘foute’ geldstromen aan het licht te brengen en zelfs het foute geld terug te geven aan de rechtmatige eigenaren. De klokkenluidersworden vergiftigd met polonium 210, de journalisten monddood gemaakt met rechtszaken wegens laster.
Dit is een heel actueel, maar tegelijkertijd tijdloos boek dat je de ogen opent voor de corruptie in veel landen en hoe de andere (‘niet-corrupte’) landen daar gewillig aan meewerken. De bronnen van de auteur, onderzoeksjournalist, zijn goed gedocumenteerd of, als het eigen onderzoek betreft, nauwkeurig beschreven en daarom erg overtuigend
Ik ben nu zelf wat kritischer geworden over het ethisch gehalte van onze Nederlandse brievenbusfirma’s en ‘hoe goed dat is voor de werkgelegenheid’. In dit kader is het ook interessant om te zien dat de subtitel van het origineel: ‘Why Thieves And Crooks Now Rule The World And How To Take It Back’, in het Nederlands is vertaald met: ‘Een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals’. Dat klinkt een stuk minder erg…….
Is Moneyland fijn om te lezen?
Het boek heeft een hele fijne structuur: het pakt in elk van de 19 hoofstukken een specifiek kenmerk van Moneyland bij de kladden, onderverdeeld in hoe het geld gestolen wordt, verstopt wordt en uitgegeven wordt. De schrijfstijl is geweldig: elk hoofdstuk leest als een thriller van Lee Child, maar dan zonder Reacher die zorgt dat het allemaal goed afloopt.
Geen thrilller, maar meer satire is hoofdstuk 14 ‘Zeg Ja tegen het geld’. Hierin wordt zo goed een aflevering van ‘Say Yes to the Dress’ beschreven, dat je de 9 (!) bruidsjurken van de Angolese Naulila voor je ziet, en het ge-oh en ge-ah van de Amerikaanse kijkers hoort. ‘En toen werd de aflevering uitgezonden in Angola.’ Zo mooi wordt het verhaal opgebouwd dat je helemaal vergeet dat Angola straatarm is. Naulila blijkt de dochter van een minister te zijn. Deze zou minder dan EUR 6000 per maand verdienen, nog steeds een godsvermogen in Angola, maar vast niet voldoende voor de tonnen kostende bruidsjurken. Dat riekt naar corruptie. De producenten van Say Yes waren niet geïnteresseerd in de herkomst van het geld (privacy….) en Naulila was niet geïnteresseerd in hoe haar spilzucht zou overkomen bij haar landgenoten.
De schrijver heeft bepaald een gave om specifieke situaties heel levendig te beschrijven en gebruikt nergens jargon. Het is voor iedereen een feestje om te lezen, je hebt er zeker geen financiële achtergrond voor nodig.
Wie is Oliver Bullough, de auteur van Moneyland?
Oliver Bullough (1977) is een Brits onderzoeksjournalist en schrijver. Zijn artikelen worden hoofdzakelijk gepubliceerd door Reuters, The Guardian en The New York Times. Bullough studeerde Moderne Geschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Hij vestigde zich in 1999 in Sint-Petersburg, waar hij ruim zeven jaar werkzaam was als correspondent voor Reuters, gespecialiseerd in de regio’s Tsjetsjenie en de Caucasus. Aanvankelijk werkte hij voor lokale kranten in Sint-Petersburg en Bishkek in Kirgistan. Om verslag te doen van de Tsjetsjeense oorlog verbleef hij tot 2006 in Moskou. In 2010 en 2014 schreef hij twee boeken over Rusland: Let Our Fame Be Great, en The Last Man in Russia.
In 2023 schreef Oliver een opvolger van Moneyland, wat specifiek over het VK gaat: De butler van de wereld.
Er gebeurt van alles in de wereld en ik ben er regelmatig confuus van. Wie werkt samen met wie, welke belangen hebben de landen, waar gáát het om? Religie? Geld? Grondstoffen? Macht? Autocratie BV van Anne Applebaum uit 2024 zet de geopolitieke ontwikkelingen op een rijtje en maakt duidelijk wat er in de niet-zo-democratische wereld gebeurt, en, belangrijker nog, waaróm. Ik werd er bepaald angstig van.
De oorlog in Oekraïne gaat niet om Oekraïne, maar om de wereldorde, stelt Anne. Als de eigen burgers gaan roepen om transparantie, verantwoording, rechtvaardigheid, democratie, dan is dat een bedreiging voor de autocratische heersers. Alle autocratieën, wat hun specifieke ideologie ook is, zijn tégen democratie, en daarmee tégen het Westen. En daarom werken ze samen. Ze zijn aan de winnende hand. Althans, dat denken ze. Deze georkestreerde bedreiging van de democratische landen én wat deze (= wij) ertegen kunnen doen is de kern van het boek.
Het maatschappijboek Autocratie BV …
… maakt duidelijk dat autocratie in vele vormen komt, maar dat het gaat om persoonlijke rijkdom en macht. Wereldwijd wordt er door de autocratische landen onderling veel samengewerkt, het lijkt wel een multinational! Vandaar: Autocratie BV. Kijk maar eens naar Belarus en Venezuela, hun dictators worden veracht in eigen land. Ze zouden eerlijke verkiezingen verliezen want in deze landen is er een sterke oppositie. Maar deze dictators krijgen hulp van andere autocratieën: China, Rusland, Cuba. Rusland op haar beurt heeft lak aan alle internationale afspraken, en krijgt daarin steun van de andere autocratieën. Ze hebben allemaal verschillende ideologieën maar een gemeenschappelijke vijand: wij. Moeten wij, alle democratieën en democratische opposities, dan niet ook de handen ineenslaan? Is dat nou nodig, vroeg ik me af. Toen ik uitgelezen was, dacht ik: Ja!
Hebzucht
Anne begint met een nogal confronterend hoofdstuk, dat Verbonden door hebzucht heet. Ze begint met onze naïviteit in de 60er-70er-80er jaren. West-Duitsland drijft handel met Oost-Duitsland, met het idee dat zo de politieke situatie daar veranderd kan worden. Daar viel ook ‘mensenhandel’ onder: West-Duitsland betaalde voor de vrijlating van dissidenten, in 1989 alleen al 3 miljard DM. Verder natuurlijk de inkoop van gas uit de Sovjet-Unie. ‘Wandel durch Handel’. De economische invloed van de Sovjet-Unie op het Westen was daardoor best groot. Natuurlijk was er sprake van politieke verandering, maar óók financierden we onderdrukking en de opbouw van het Rode Leger en de KGB. En het was natuurlijk niet alleen handel die invloed had op de Sovjet-Unie, er waren ook de Amerikaanse militaire bases in Duitsland die mogelijke Russische aanvallen afschrikten.
Hetzelfde betrof China: de toetreding tot de WTO zou er toe leiden dat ze ‘vanzelf’ een democratie werden. Natuurlijk waren er sceptici, die zeiden dat open grenzen er óók voor zorgden dat China impact op de Westerse democratieën kon hebben.
Moneyland
Poetin was al vanaf de 80-er jaren, toen hij in Dresden gestationeerd was, bezig met autocratische macht en kleptocratie. De Westerse bedrijven én banken deden daar bewust aan mee. Een dubbele moraal dus: de westerse democratieën predikten in eigen land de liberale waarden, maar hielpen elders gretig met het opbouwen van onvrije regimes. Naomi Klein’s bestseller De shockdoctrine geeft hiervan een gedetailleerd overzicht.
De internationale financiële gemeenschap hielp met het opzetten van een alternatief universum, Moneyland, met lege vennootschappen, offshore belastingparadijzen, de aankoop van allerlei bedrijven met zwart / gestolen geld, met Holdings waarvan de uiteindelijke eigenaren anoniem blijven, die enorme hoeveelheden onroerend goed kopen in de VS en het VK. Die financiële gemeenschap hielp de eigen rechtsstaat ondermijnen en gaven de autocratieën macht. Door onze welwillende tolerantie (en natuurlijk onze hebzucht). Hierover schreef Oliver Bullough een fascinerend boek: Moneyland.
Kleptocratie
Het tweede hoofdstuk, Uitgezaaide kleptocratie, begint ook met hebzucht. Toen Hugo Chavez in 1998 aan de macht kwam, was Venezuela een sterke democratie en een rijk land door de olie. Tegelijkertijd was er nepotisme en corruptie. Chavez had beloofd daar een einde aan te maken. Maar al een jaar na zijn verkiezing bleek zijn regering net zo corrupt. Chavez maakte dezelfde keuze als Poetin: voor zijn eigen (permanente) macht. Hij wist dat corrupte ambtenaren kneedbaarder zijn dan integere. Wat volgde waren grootschalige verduisteringen van olie-inkomsten, en het ontmantelen van de pers en de rechtbanken. In de 14 jaar van zijn bewind werd van de 800 miljard aan olie-inkomsten, 300 miljard verduisterd. Vanaf 2002 ging het bergafwaarts met de olie-industrie, door ontslag van stakende arbeiders, sancties, valutafraude en nog zowat. De economie stortte in. Was dit het einde van het regime?
Nee hoor, Autocratie BV schoot te hulp. In 2013 overleed Chavez en kwam Maduro aan de macht. Wat volgde was cocaïnesmokkel, en handel met landen die zich niks aantrokken van sancties. Westerse bedrijven trokken zich terug vanwege de hoge risico’s en Russische bedrijven namen hun plaats in. China leende geld en leverde bewakingsapparatuur en wapens, Cuba leende politiemensen en zorgpersoneel uit en leerde Maduro hoe hij rantsoenen politiek konden inzetten. Loyalen kregen voedsel, tegenstanders niet. Turkije leverde dat voedsel in ruil voor goud. En ook Iran deed mee. Venezuela en Iran hebben historisch, geografisch en ideologisch niets gemeen, maar wat hen bindt is anti-Amerikanisme, anti-democratie.
Overbruggende rechtsgebieden
Iets anders zijn de ‘overbruggende rechtsgebieden’: hybride staten die een legitiem onderdeel zijn van het internationale financiële systeem, reguliere handel drijven met democratieën, maar óók bereid zijn crimineel geld wit te wassen, of hulp te bieden aan gesanctioneerde landen. Vandaar ‘brug’. De VAE is zo’n staat. Turkije ook. En Kirgzië en Kazachstan, als doorvoerlanden naar Rusland van goederen die onder sancties vallen. Tegelijkertijd worden die laatste twee landen steeds autocratischer.
Zimbabwe
Zimbabwe is vergelijkbaar met Venezuela. In 2008 staat het land er slecht voor. Mugabe kan kiezen voor economische hervormingen zoals voorgesteld door de oppositie, maar nee, hij kiest voor geweld: mishandeling, ontvoering, verdwijningen, verkrachtingen en natuurlijk moord. Mnangagwa verdrijft Mugabe in 2017 en ontmantelt wat nog resteert van de rechtsstaat. Nog meer onderdrukking, gevolgd door sancties, en hup, daar is China. China krijgt grondstoffen, Zimbabwe bewakingstechnologie. En ook de relatie met Rusland is prima. Want ‘Slachtoffers van sancties moeten samenwerken’.
Desinformatie
Het derde hoofdstuk heet Greep op het verhaal, en gaat over beheersing van de informatievoorziening in een autocratisch land: de ‘geestelijke vervuiling’ vanuit democratische landen moet worden gestopt. Ik dacht dat de Chinese ‘Great Firewall’ een verzinsel uit een roman was (Red Moon, om precies te zijn), maar die muur bestaat dus echt. Het bestaat uit filters en blokkades die alles dat de autoriteiten niet aanstaat, verbieden, inclusief #Tianmen. Westerse bedrijven hielpen natuurlijk mee, pasten hun software aan, verkochten apparatuur. Facebook, Instagram, TikTok zijn verboden in China.
De andere kant van de medaille is natuurlijk propaganda. Autocratieën zijn gericht op het zwart maken van de democratieën: die zijn zwak, gedegenereerd, verdeeld. Rusland besteedt enorm veel zendtijd op de staatstelevisie aan de cultuurverschillen in de VS, met name de discussie over gender. Poetin herhaalt zijn boodschap van het traditionele gezin niet alleen in Rusland maar ook onder de nationalisten en rechtse stemmers in het Westen. Die anti-lgbtq+ emoties zijn overgenomen in andere autocratieën, zoals Oeganda.
Een andere methode is het verspreiden van schaamteloze leugens. De kijkers hebben geen idee meer wat waarheid is en wat niet en worden cynisch, gaan de politiek mijden. De Russische staatstelevisie zendt trouwens ook in Afrikaanse landen uit, waardoor deze ook de vaak verkondigde leugens geloven: Oekraïners zijn Nazi’s, NAVO is de schuldige van de oorlog, etc. Deze Russische propaganda wordt ook door China verspreid, die miljoenen abonnees heeft op haar in diverse Afrikaanse talen vertaalde programma’s. En ook werkt China samen met media van andere autocratieën, Telesur van Venezuela, PresTTV van Iran, Russia Today. Tegelijkertijd zijn de Westerse media óf heel duur, of gewoon niet beschikbaar.
Deze autocratische media maken ook videoclips speciaal voor de westerse social media. Ze promoten het wereldbeeld van Autocratie BV en sturen nepnieuws de wereld in om verkiezingen te verstoren en het democratische systeem te ondermijnen, zoals de berichten over biolabs in Oekraïne. En vele Westerlingen geloven dat, door de gecombineerde propaganda van China, Rusland en Amerikaans extreem-rechts.
Het democratische systeem aanvallen
Het vierde hoofdstuk, Een nieuw besturingssysteem, zoomt in op de aanvallen op het democratisch systeem. Je kunt hierbij denken aan de Rechten van de Mens. Dit verdrag en andere verdragen wil men ‘herschrijven’, naar het ‘Recht van Staten op Ontwikkeling en Soevereiniteit en Multipolariteit’, wat dus het einde betekent van de rechten van de individuele persoon, een waarde van de westerse democratie die men niet wil overnemen. En daarbij wil men de situatie van slechts één grootmacht (het Westen) beëindigen, want die is ‘ontaard en in verval’.
Het negeren van de Rechten van de Mens is trouwens geen ver-van-ons-bed verhaal, steeds vaker worden vluchtelingen of dissidenten in het Westen opgepakt of vermoord, waarbij internationale (westerse) regels en voorschriften worden overtreden, zoals de gedwongen landing van een Ryanair vlucht in Belarus, om een dissident uit het vliegtuig te halen. Maar democratieën lijken dit geweld tegen politieke bannelingen te accepteren en er gewend aan te raken, er wordt nog nauwelijks over gerept in de pers.
Kwaadspreken
Het vijfde hoofdstuk is Democraten in een kwaad daglicht. Daar kan ik kort over zijn, de autocratieën hebben geleerd hoe democraten in alle landen zich verenigen, hoe activisme werkt. Ze bespotten nu de symbolen van de activisten, maken hun leiders zwart, verspreiden complottheorieën, elimineren invloedrijke bannelingen, beschuldigen activisten agenten te zijn van de VS. Of ze snijden ze in stukken in een buitenlandse ambassade.
Dit alles is ook een boodschap aan de gewone mensen: dit is een wedstrijd die je niet kunt winnen. Het houdt ze weg van de politiek. Verder zijn er de verboden op burgerorganisaties, ngo’s, etc. om elk activisme in de kiem te smoren. Politieke tegenstanders worden gearresteerd wegens corruptie, en de bevolking die dagelijks corruptie bij politici ziet, denkt al snel ‘waar rook is, is vuur’.
Verenigde democraten
Inmiddels ben ik volledig murw gebeukt en voel ik me hopeloos. Wat kun je hiertegen doen? Daar heeft Anne een Epiloog over geschreven: Verenigde democraten. Zij stelt dat er een verenigde tegenkracht moet komen, omdat oorlogen, moordaanslagen, festival-ontvoeringen en dergelijke geen op zichzelf staande kwesties zijn, maar onderdeel van de (informele) strategie van de autocratieën om maximale chaos te creëren, een multicrisis om democratieën overal te beschadigen.
Strijden tegen autocratisch gedrag
Het is geen Koude Oorlog 2.0 met twee blokken om uit te kiezen, zegt Anne. Veel landen zijn noch democratie noch autocratie. Sommige autocratieën willen samenwerken met democratieën (VAE, Saoedi-Ariabië, Vietnam) en zien het voordeel van de VN en internationaal recht. Sommige democratieën (Turkije, Israël, India) hebben leiders die mensenrechten schenden. We moeten dus niet oorlog voeren tegen autocratische landen, maar tegen autocratisch gedrag. Daarvoor hebben we netwerken nodig: van advocaten en ambtenaren, militaire inlichtingencoalities, strijders tegen sanctie-overtredingen en andere economische delicten, en mensen die campagnes organiseren. We kunnen ze stoppen!
Wat moeten we doen? 1. Een einde maken aan transnationale kleptocratie; 2. De informatie-oorlog ondermijnen. 3. Ontkoppelen, risico verminderen, opnieuw opbouwen (onze afhankelijkheid van handel verminderen). 4. Ons verenigen, verbonden voelen over landsgrenzen heen, de liberale wereldorde vergeten, maar gaan voor liberale samenlevingen. De eerste drie liggen voornamelijk in de handen van onze democratische overheden. De vierde is aan ons, burgers. We moeten niet doof en blind zijn voor wat er in de wereld gebeurt, niet vluchten naar isolationisme (zoals de Brexit). We moeten andere democratieën helpen, zoals Oekraïne. En liberale samenlevingen kunnen gered worden, maar alleen als we ons inspannen om ze te redden.
Mijn evaluatie van Autocratie BV.
Ik kan niet zeggen dat alles nieuw voor me was, sterker nog: veel niet, door diverse boeken die ik eerder las. Maar Anne heeft alle ontwikkelingen op een rijtje gezet, en laten zien waar ze verbonden zijn. Ze duidt welke gedachte erachter zit, en dát was wel redelijk nieuw voor mij. Het resultaat vond ik … deprimerend. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat we ons tegen de autocratieën kunnen verweren. We weten immers al jaren van desinformatie en kleptocratie, en we doen er veel te weinig aan. We gaan steeds rechtser stemmen.
Ik voelde dus veel weerstand tijdens het lezen. Ik was echt bang, mijn hart klopte in mijn keel, en ik moest het boek regelmatig wegleggen. Het zijn zovéél staten die al een autocratie zijn, of hard op weg. Ben ik gek, zijn wij gek, of is de rest van de wereld gek? De verkiezing van Trump heeft dat gevoel nog eens extra gevoed. Die emotie wordt natuurlijk opgeroepen door de overtuigende opsomming van Anne, ze bagatelliseert het allemaal niet, is ook geen doem-prediker, maar zet het stevig neer met feitelijke onderbouwing.
De Epiloog moet oproepen tot tegenstand, maar is te kort en legt de nadruk op zaken waar we al jaren mee bezig zijn. Gaat dat ons dan helpen? Is de urgentie nog niet groot genoeg? Ik had graag wat nieuws en inspirerends gelezen, iets hoopvols. Iets activerends. Maar dat is er niet echt in te vinden.
Opeens dacht ik aan de Borg. Resistance is futile. Met overmacht tegen een minderheid. Al assimilerend de ruimte door. En toch overwonnen door ‘de goeden’, met Jean-Luc voorop.
Strijdbaar blijven dus, en goede leiders vinden. Ursula en Mark?
Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: booknotes. Vaak schrijf ik te veel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Deze keer van de klassieker Stil.
Stil van Susan Cain uit 2012 gaat in op de verschillen tussen introversie en extraversie, waarom we in het Westen in een ‘extraverte’ wereld leven en hoe dat de introverte mensen beïnvloedt. Daarbij benoemt ze de sterke punten van introversie, en hoe introverte mensen, zowel leiders als werknemers, het best tot hun recht komen. Als je zelf introvert bent is dit uitstekende boek een warm bad. Ik neig naar introversie, en mijn booknotes zijn dus voornamelijk daarop gericht.
Booknotes van Susan Cain’s Stil
Introductie
De introductie begint met een observatie waar ik nooit zo bij stil gestaan heb. Je leven wordt net zoveel bepaald door je persoonlijkheid als door je huidskleur en je geslacht. En het allerbelangrijkste van die persoonlijkheid is de plaats op het spectrum van introversie tot extraversie. Zit je er precies tussenin, dan ben je ambivert. De mate van introversie of extraversie bepaalt mede de keuze van je vrienden, partner, je beroep en het succes daarin. Of je sport, hoe lang je slaapt, of je overspel pleegt. En nog heel veel meer. Wow!
In de VS (en in West-Europa ook, lijkt me) is er een waardensysteem dat extraversie als ideaal ziet: gezelschapsdier, staat graag in de schijnwerpers, actiegericht, snelle beslisser. Het is een persoonlijkheidsstijl, maar vaak is het meer dan dat: een onuitgesproken norm. Introvert zijn in een extraverte wereld is als vrouw zijn in een mannenwereld. Veel introverte mensen doen daarom alsof ze extravert zijn. Want extraverte mensen worden intelligenter, aantrekkelijker, interessanter gevonden. Competenter (want trekt de aandacht en praat veel) en aardiger (want socialer in grote groepen).
Zijn ze ook competenter? Nee, flink wat introverten hebben een enorme bijdrage aan de samenleving geleverd: Einstein, Chopin, George Orwell, Steven Spielberg, J.K. Rowling. En niet ondanks hun introversie, maar dankzij! Helaas moet bijna iedereen die hogerop wil komen flink reclame voor zichzelf maken. Er is je van jongs af aan wijsgemaakt dat er ‘wat mis met je is’ en ‘dat je uit je schulp moet kruipen’. En als volwassenen heb je schuldgevoel als je een uitnodiging voor een etentje afslaat omdat je liever een boek leest. (Herkenbaar!)
Carl Jung gaf de begrippen introvert en extravert in 1921 bekendheid. Maar er zijn geen vaststaande definities voor. De Big5 ontwikkelingspsychologie stelt dat introverten een gebrek hebben aan assertiviteit en sociabiliteit (dat klink niet zo positief als ‘ze hebben een rijk innerlijk leven’, zoals Jung stelde). Maar over een aantal zaken zijn de psychologen het wél eens: introverten hebben minder externe prikkels nodig om zich goed te voelen. Een rustige omgeving (vandaar de titel: Stil). Een glaasje wijn met een goede vriendin, in je eentje een cryptogram oplossen of een boek lezen. (Precies, precies, precies, zei ik hardop.). Voor introverten is een boek lezen op het strand een veel fijnere vakantie dan feestvieren op een cruiseschip (precies!).
Introverten hebben absoluut goede sociale vaardigheden, kunnen genieten van een feestje, maar hebben al snel weer rust nodig, willen in hun pyjama op de bank zitten. En voor de duidelijkheid, introversie is iets heel anders dan verlegenheid. Verlegenheid is angst voor sociale afkeuring, introversie is een voorkeur voor prikkelarme omgevingen. Aan de binnenkant gebeurt er dus iets anders, maar aan de buitenkant ziet het er hetzelfde uit.
H1 De opkomst van de ‘zeer geschikte vent’: hoe extraversie uitgroeide tot cultuurideaal.
Rond 1900 was er in de VS sprake van een culturele revolutie. Daarvoor was er de ‘karaktercultuur’: je was serieus, eerbaar, gedisciplineerd. Het hoorde bij het platteland, maar door de industriële revolutie trokken steeds meer mensen naar de grote stad. De bedrijven verkochten hun waren via vertegenwoordigers, die sociaal behendig moesten zijn en een vlotte babbel hebben. Werknemers werkten niet meer naast hun buren uit het dorp, die hun karakter kenden en waardeerden, maar met onbekenden. Ze moesten zichzelf verkopen. Het werd een ‘persoonlijkheidscultuur’. Leuk weetje voor de boekenliefhebber: een van die mensen die naar de grote stad trokken was Dale Carnegie, zoon van een arme varkensboer, verhuisd naar de stad, aan de slag als vertegenwoordiger, zich bekwamend in spreken, en daarna werkzaam als docent spreekvaardigheid. Rond die tijd komen ook de zelfhulpboeken op, gericht op zakenmensen; het eerste boek van Carnegie verschijnt in 1913.
Een andere oorzaak van de opkomst van extraversie: de bevolking van met name de VS komt voort uit migranten, en die migranten waren wereldreizigers, avonturiers, extraverten. En zo komt het dat extraversie na zoveel eeuwen in het westen in het DNA zit, en gemiddeld veel hoger is dan in de landen waar de migranten vandaan kwamen en ze hun introverte dorpsgenoten achterlieten.
Verlegenheid, op wat daar op lijkt, hoort niet echt bij die persoonlijkheidscultuur van extraversie. Introversie werd in 1950 als afwijking gezien. Harvard en Yale wezen introverten (‘intellectuelen’) af ten gunste van het soort mensen dat de sollicitatiecommissies van het bedrijfsleven na 4 jaar studie het liefst wilden zien: extraverten (‘sociale, actieve types’). De druk op de niet-zo-extraverte types nam toe: er werden kilo’s kalmeringsmiddelen verkocht ‘tegen de angst dat je er niet bij hoort’.
H2 De mythe van het charismatisch leiderschap: de persoonlijkheidscultuur, een eeuw later.
Die Harvard-alumni zijn nu sterk vertegenwoordigd in het Amerikaanse bedrijfsleven, zo’n 20% van de top komt ervandaan. Toch zijn er ook veel introverte, succesvolle (voormalige) CEO’s: Bill Gates bijvoorbeeld. Jim Collins bespreekt in Good to Great ‘niveau 5 leiders’: die hebben niet heel veel charisma, maar zijn bescheiden, gereserveerd, hoffelijk, met veel wilskracht.
Adam Grant deed onderzoek naar het verschil tussen introverte en extraverte leiders. Extraverte leiders zijn beter als de werknemers passief zijn, introverte leiders zijn beter als werknemers initiatiefrijk zijn. Waarom? Omdat introverte mensen meer geneigd zijn naar anderen te luisteren, minder willen overheersen, en hun mensen motiveren om nóg meer initiatief te tonen. Extraverte leiders zijn beter in het inspireren van passieve medewerkers, of als simpele dingen heel snel gedaan moeten worden. Introverte leiders met een initiatiefrijk team presteren het best in de huidige snelle, 24-uurs-economie, is Grant’s conclusie.
Introverten zijn extra positief over digitale communicatie: heerlijk als er een scherm zit tussen hunzelf en de wereld. Geen vraag durven stellen in een hoorcollege, maar heerlijk bloggen voor miljoenen volgers (of een paar minder, ha ha)!
Religieuze ordes associeerde ik met introversie: kloosters, doodstille kerken. Klopt niet. De evangelisten van de Saddleback Church stellen extraversie juist verplicht, want: ‘elk mens die je niet ontmoet en dus niet bekeert, is een ziel die je had kunnen redden’. Vroomheid wordt verbonden met extraversie omdat de nadruk ligt op de gemeenschap, op het deelnemen aan programma’s en evenementen. Een introverte gelovige ‘voelt dat God niet blij met hem is’.
H3 Als samenwerken de creativiteit doodt: de opkomst van het nieuwe groepsdenken en het voordeel van alleen werken.
Uit onderzoek blijkt dat creatievere mensen vaker sociaal vaardig én introvert zijn. Dat komt deels doordat ze meestal zelfstandig werken: eenzaamheid kan een katalysator van innovatie zijn. Introverten richten zich op het werk en verspillen geen energie aan ‘sociale en seksuele zaken’.
Werken in teamverband is zogenaamd optimaal, je leert immers van elkaar. Maar helaas heeft de grootste mond dan de meeste invloed, en niet persé de beste inzichten. Als introvert kom je zo niet tot je recht. En wat qua samenwerking via het internet prima werkt, zoals Linux en Wikipedia, werkt in een kantoortuin toch minder. Het verschil? Asynchrone, anonieme interactie is iets héél anders dan confronterende, politiek beladen, lawaaiige samenwerking. Evenzo werkt brainstormen in een fysieke groep niet. Uit onderzoek blijkt dat je in je eentje met meer en betere ideeën komt dan in een groep, en hoe groter de groep, hoe slechter het resultaat. Behalve ….. bij online brainstormen. Want dan ben je toch alleen. Waarom werkt brainstormen in een groep niet? 1. Luiheid. 2. Productieblokkering: er kan maar één tegelijk wat zeggen. 3. Angst voor kritiek. Fysiek samenwerken is dus goed voor sociale cohesie, maar slecht voor de creativiteit van beide types, maar met name voor de creativiteit van de introvert.
Een extra belemmering is conformisme. Je zou denken dat je in een groep met afwijkende mening, je willens en wetens conformeert om erbij te horen. Maar uit hersenonderzoek blijkt wat anders: de groep beïnvloedt wat je ziet, wat je waarneemt, het verandert letterlijk je perceptie van het probleem. Alsof de groep marihuana is! Verzet je je daartegen, dan speelt je amygdala op, en ervaar je angst.
Alleen zitten is dus het beste? Nou …. Steve Wozniak ontwikkelde de Mac in zijn eentje. Maar zonder de samenwerking met Steve Jobs was Apple nooit zo succesvol geworden. Fysiek samenwerken is nuttig, maar moet beter afgestemd worden. Een mix van introvert en extravert, een leidinggevende die de kwaliteiten van introverten ziet en waardeert, met eigen kamers om je terug te kunnen trekken, rust en privacy, en een koffie-apparaat om met je collega’s bij te kletsen. En dan snel weer terug naar je werkkamer …
H4 Is je temperament je noodlot?
Plankenkoorts …. welke introvert kent dat niet? Susan probeert die te bedwingen met een slok alcohol (hoe herkenbaar, alweer). Het helpt haar niet. Een mooi opstapje naar de vraag: is angst voor spreken in het openbaar, of introversie in het algemeen, aangeboren of aangeleerd?
Onderzoek bij baby’s, waarbij een relatie gelegd werd tussen hun gedrag en fysieke eigenschappen, toont aan dat er al kort na de geboorte verschillend werd gereageerd op prikkels van buiten, een mobiel boven de wieg bijvoorbeeld, of een vreemde geur. Sommige baby’s huilden en zwaaiden woest met hun armen, andere baby’s bleven stil en vredig, en nog weer andere zaten daar tussenin. De eerste groep, 20%, is hoogreactief, de tweede groep, 40% laagreactief. In hun latere jeugd werden die baby’s meermalen getest. Hoogreactieve baby’s werden ernstige, zorgvuldige kinderen; laagreactieve baby’s ontspannen en zelfverzekerde kinderen.
Dat verschil ligt voornamelijk aan de amygdala: een prikkelbare amygdala zorgt veel sneller voor een vecht- of vluchtreactie, voor huilende baby’s en voor kinderen die op hun hoede zijn, alerter zijn, sneller stresshormonen aanmaken, introvert worden. Die kinderen uit het onderzoek, ooit huilbaby’s, lazen nauwkeuriger, dachten langer na, analyseerden het gedrag van anderen. Hoogreactiviteit is één van de biologische fundamenten van introversie. Uit tweeling-onderzoek blijkt dat introversie en extraversie voor gemiddeld 40-50% genetisch bepaald is.
En ja, introverte mensen hebben een significant grotere kans om spreken in het openbaar te vrezen! Ze ontwikkelen zich tot schrijvers, wetenschappers en denkers, omdat hun afkeer van nieuwe dingen zorgt dat ze het liefst tijd doorbrengen binnen de vertrouwde omgeving van hun eigen gedachten. Ze houden van lezen en vinden niets zo opwindend als ideeën.
Laagreactieve kinderen zijn avontuurlijk, hebben minder angst, worden een held … of een crimineel, afhankelijk van de opvoeding. Introverte kinderen leren het verschil tussen goed en kwaad door standjes van hun ouders, wat angst voor afkeuring oplevert. Extraverte kinderen hebben minder angst, standjes hebben dus minder effect. Daar kunnen positieve rolmodellen een rol spelen, en de mogelijkheden om hun avontuurlijke aard in goed banen te leiden (sport!). Temperament is dus aangeboren. Maar persoonlijkheid niet, die wordt daarbovenop gevormd door cultuur en dergelijke …
H5 Het temperament voorbij: de rol van de vrije wil (en het geheim van spreken in het openbaar voor introverte mensen).
Je prikkelbare amygdala wordt getemperd door de frontale cortex, die je vertelt dat je rustig moet blijven, die je eraan herinnert dat het altijd goed gegaan is, die rationeel is. Alleen werkt hij niet altijd …
Introverte en extraverte mensen hebben dus een verschillende reactie op, maar ook een verschillende behoefte aan, prikkeling. Druppel wat citroensap op hun tong, en introverten produceren meer speeksel dan extraverten. Bij teveel lawaai gaan hun cognitieve vaardigheden achteruit, terwijl bij extraverten harder geluid juist een positieve invloed heeft. Omdat introverten veel sterker op prikkeling reageren, zoeken ze omgevingen met veel minder prikkels. Bij extraverten is dat natuurlijk net andersom. Je kunt je dus een omgeving ‘aanmeten’ die precies goed is voor jouw persoonlijkheid. Je ‘trefpunt’. Met in de auto géén muziek of koffie voor de slaperige introverte, en voor de extraverte juist wel.
En ja, de prikkels van het spreken in het openbaar verstoren de cognitieve vermogens van de introverten, improviseren lukt dan niet. Heel veel voorbereiding is dus geboden. Leuk wordt het echter nooit.
H6 Waarom koelbloedigheid wordt overschat
Introverte mensen zijn ook sensitiever, hebben meer empathie voor anderen, voelen zich sneller schuldig, zijn sneller ontroerd. Ze praten graag over waarden en moraal, zijn minder geïnteresseerd in ‘smalltalk’.
En ook zijn er fysiologische verschillen: ze zweten meer in reactie op prikkels, blozen sneller, hebben letterlijk een minder ‘dikke huid’ en ook een minder koele huid. Ze zijn letterlijk niet ‘cool’. De leugendetectortest is deels gebaseerd op het fenomeen zweten door angst (tijdens het liegen). Daar reageren introverten dus sneller op, en ze zijn ook angstig als ze níét liegen, alleen al door de situatie.
‘Coole’ mensen zijn extravert, deze hebben een lage hartslag en hun lichaam is meer ontspannen. Alcohol neemt het prikkelingsniveau weg voor introverten, het is een ‘glaasje extraversie’.
H7 De verschillende denkwijzen (en dopamineverwerking) van introverte en extraverte mensen
De amygdala is een deel van de ‘oude’ hersenen, een ander deel is nucleus accumbens, het genotscentrum. De neo-cortex tempert ook deze, maar niet volledig. Heeft de introvert een gevoeliger amygdala, de extravert heeft een hoger activiteitenniveau in het genots- of beloningscentrum, is meer geneigd te zoeken naar geld en status. De dopamine-afgifte lijkt bij hem actiever te zijn. Dit veroorzaakt een roes, een ‘buzz’, maar kan ook destructief gedrag veroorzaken, zoals hooliganisme. En het stimuleert hem om (enorme) risico’s te nemen, en mogelijke gevolgen te negeren. Extraverten hebben daarom meer kans om een ongeluk te krijgen, te roken, onveilig te vrijen, vreemd te gaan. Ze ondernemen sneller actie, en denken minder diep na over zaken dan de introverten. En wat betreft de kredietcrisis, men zegt dat deze met meer vrouwen op Wall Street niet gebeurd zou zijn. En Susan vraagt zich af wat er met meer introverten aan het roer gebeurd zou zijn? O ja, introverte vrouwen, dat lijkt mij, niet helemaal toevallig, ideaal.
Voor de duidelijkheid, introverten hebben geen hoger IQ dan extraverten, en die laatsten presteren beter als er onder druk gewerkt moet worden of als er een overload aan informatie is. Dat komt omdat de extraverten hun volledige cognitief vermogen inzetten voor een taak, en de introverten maar zo’n 75%, de rest besteden ze aan reflecteren en evalueren. Introverten zijn beter in kritisch denken, voorbereiden, nauwgezetheid, doorzettingsvermogen. Hoe mooi zou het zijn als we een balans konden vinden tussen de daadkracht van extraverten en de reflectie van de introverten!
De extraverten zijn beloningsgevoeliger, zoeken de buzz. Maar natuurlijk hebben introverten óók plezier in het werk, zij raken in ‘flow’ van het doel, niet de beloning, van een activiteit. Flow heeft vaak te maken met solistische bezigheden, zichzelf verliezen in de activiteit, met vasthoudendheid één ding tegelijk te doen.
Als ‘stille’ introvert kun je je ideeën uitdragen zonder improviserend spreken in het openbaar, maar op een manier die bij je past. Schrijven, goed voorbereide lezingen geven, bondgenoten zoeken en hén de presentatie laten doen. En ook: laat je niet meeslepen door de heersende normen van risico’s nemen, maar doe het werk op jouw manier, ook al krijgen de meer agressieve types de promoties.
H8 Stille kracht: Aziatisch-Amerikanen en het extraverte ideaal
Aziatisch-Amerikanen zitten tussen twee culturen. Van huis uit worden ze gestimuleerd om op school en de universiteit te luisteren en veel te leren (terwijl de rest kletst in de les), de bibliotheek is hun ontmoetingsplek (terwijl de rest in het winkelcentrum te vinden is). Aziatisch-Amerikanen zijn meer introvert dan gemiddeld in de VS. In Oost-Azië wordt dan ook heel anders lesgegeven dan in het Westen. Praten in de les wordt ontmoedigd. Wat de VS ziet als ‘studentenparticipatie’, zien de Oost-Aziaten als ‘onzin uitkramen’. Zelfs voor extraverte Aziaten is het ontzag voor de hoogleraar te groot om mee te discussiëren.
Ontzag voor onderwijs is één reden voor het stilzwijgen, een andere verklaring is groepsidentiteit. Aziaten zien zichzelf als een deel van het grotere geheel en hechten aan harmonie in de groep, waardoor ze hun eigen verlangens ondergeschikt maken, en zwijgzaamheid en bescheidenheid belangrijk vinden. De Westerse cultuur is individualistisch, het hecht aan moed en spreekvaardigheid. Maar verwar de Aziatische bezorgdheid voor de gevoelens van andere niet met onderdanigheid.
In China zijn kinderen die verlegen en sensitief zijn populaire speelkameraadjes, terwijl zulk soort kinderen in de het Westen worden gemeden. Chinese scholieren houden van vriendjes die ‘nederig, altruïstisch, eerlijk en hardwerkend’ zijn, terwijl Amerikaanse scholieren’ vrolijke, gezellige, enthousiaste’ vriendjes opzoeken.
Aziatisch-Amerikaanse kinderen hebben het dus moeilijk op school, hun zelfbeeld keldert omdat ze niet kunnen voldoen aan het Amerikaanse extraverte ideaalbeeld. En komen ze van school of van de universiteit, en weten of kunnen ze misschien meer dan hun Amerikaanse studiegenoten, dan verdienen ze toch minder. Niet de juiste sociale vaardigheden. Geen nogal agressieve manier van overtuigen, maar ‘zachte kracht’: overtuigen op inhoud, met vasthoudendheid. Zachte kracht werd o.a. uitgeoefend door Gandhi.
Gandhi was als kind verlegen, en ook als jongeman durfde hij bijna nooit wat te zeggen. Zijn hele leven heeft hij het houden van toespraken zoveel mogelijk gemeden. Daarnaast was hij zeer beheerst en accepteerde hij het onrecht dat hem werd aangedaan toen hij zich na zijn rechtenstudie in Engeland weer in Zuid-Afrika wilde vestigen. Onbestaanbaar voor ons Westerlingen! Gandhi zag het echter niet als zwakte maar als het bewaren van zijn energie voor zijn lange-termijndoelen. Die zelfbeheersing vloeide voort uit zijn verlegenheid, zo zei hij zelf.
H9 Wanneer moet je je extraverter gedragen dan je eigenlijk bent?
In psychologieland was er ooit het ‘persoon’-kamp en het ‘situatie’-kamp: ze verschilden van mening over het vaststaan van je persoonlijkheidskenmerken of juist de veranderlijkheid ervan in verschillende situaties. Inmiddels is er een meer genuanceerde visie. Ja, we hebben een vaste persoonlijkheid en ja, we zien verschillende patronen ervan in verschillende situaties. De vraag is natuurlijk: moet je je aanpassen, of kun je beter trouw blijven aan jezelf? Nou, dat hangt af van het doel. Als je het aanpassen nodig vindt voor het behalen van een heel belangrijk doel, prima. Dan ben je tóch trouw aan jezelf.
Dit is de vrije-kenmerken-theorie. Voor introverten een soort van ‘gespeelde’ extraversie. Dat lukt door ‘zelfregulering’, het afstemmen van je gedrag op de sociale situatie. Je kunt het zien als een vorm van bescheidenheid, je aanpassen aan de ander, niet zozeer als manipulatie. Wat wél nodig is, is herstel-tijd en herstel-hoekjes: waarin je je eigen persoonlijkheid weer even de ruimte kunt geven. Want zelfregulering is mentaal en fysiek uitputtend. Herstellen dus!
H10 De Communicatiekloof: hoe praat je met mensen van het andere type?
Hoe communiceren introverten en extraverten met elkaar? Ze zijn beiden sociaal, maar op een verschillende manier: de ene hangt naar intimiteit, een kleine hechte vriendengroep, de ander naar een podium en een grote losse vriendengroep. Beide types zijn ook vriendelijk, maar verschillend. De introverten vinden het fijn om bij iemand te zijn, zwijgend. Voor een extravert kan dit kwetsend overkomen, dit gebrek aan ‘gezelligheid’.
En dan het omgaan met conflicten. Introverten zijn vaak óf afstandelijk en beheerst óf overweldigend emotioneel, en om dit laatste te voorkomen gebruiken ze juist de afstandelijkheid. Introverten gaan conflicten het liefst uit de weg, extraverten kunnen goed overweg met een directe, ruzieachtige manier van discussiëren. De extravert gaat met de nodige emotie dus de discussie aan, waar de introvert met afstandelijkheid op reageert. Dat lost een conflict niet makkelijk op: hoe meer ruzie, hoe meer afstand, hoe bozer, hoe meer afstand, etc. De introvert denkt dat hij respect toont door zijn emoties te beteugelen, de extravert denkt dat zijn woede een oprechte uiting is van hoe belangrijk hij de relatie vindt.
Uit onderzoek blijkt dat extraverten beter zijn in het interpreteren van sociale signalen als ze een gesprek voeren over de inhoud, ze kunnen zich op beide aspecten tegelijkertijd focussen. Introverten focussen op de inhoud alleen, en missen de sociale signalen. Als introverten als observator een gesprek tussen twee anderen zouden moeten analyseren, zijn ze juist weer beter in het interpreteren van sociale signalen. Extraverten kunnen beter multitasken, introverten beter analyseren.
H11 Hoe je stille kinderen grootbrengt in een wereld die hen niet hoort
Bij introverte kinderen worden hun talenten vaak verstikt, helemaal als hun extraverte ouders proberen hen naar hun eigen normen te kneden. Ze gaan met ze naar een psychiater, en vernietigen zo het zelfbeeld van de kinderen. Of ze regelen allerlei speelafspraken na schooltijd, terwijl de kinderen even willen bijkomen, in hun eentje een boek lezen. Wat volgt zijn depressies. Bij de kinderen.
Introverte ouders kunnen overigens ook miskleunen: ze herinneren zich hoe moeizaam hun eigen jeugd was en willen dat hun kinderen besparen. Natuurlijk is het wél goed om met de kinderen te overleggen of ze sociale vaardigheidstrainingen zouden willen om die moeilijke schooldag door te komen, zónder dit als kritiek te laten klinken. Soms is het mogelijk om een ‘passende’ school te vinden, met lesmethoden die óók op introverte kinderen zijn gericht. (iPad-scholen soms?)
Conclusie
De boodschap aan ons allemaal is er een waarbij Susan teruggrijpt op de sprookjes. Het ene kind krijgt een lichtzwaard (Star Wars!) het andere kind wordt opgeleid tot tovenaar (Harry Potter!). Het gaat er niet om álle soorten macht die er zijn te verzamelen, maar om jouw speciale macht goed te gebruiken.
Mijn mening?
Wat ik van dit boek vond, lees je in mijn recensie.
Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email.
‘Hoe de groeimindset teams en organisaties helpt’ is de ondertitel van Cultures of Growth van Mary C. Murphy uit 2024. O! Groeimindset! Ik ben een groot fan van Mindset van Carol Dweck, en Carol schreef ook het voorwoord, waaruit ik afleid dat dit boek een vervolg is. En inderdaad, Mary analyseert hoe een groeimindset bij organisaties eruit kan zien, en hoe de mindset van je organisatie ook jou beïnvloedt, ongeacht jouw eigen mindset.
Mijn verwachtingen waren dus hooggespannen, mede door de blurbs van Angela Duckworth (van Grit) en Adam Grant (van Hidden Potential). Helaas las ik weinig nieuws en was ook de structuur van het boek en de schrijfstijl van Mary niet zo pakkend als dat van de blurb-schrijvers. Mary’s betoog is kort samen te vatten: in organisaties met een statische mindset krijgen de werknemers óók een statische mindset. Daardoor is er weinig sprake van samenwerking, diversiteit en innovatie, wat ten koste van het resultaat gaat. Nou, wie had dát gedacht.
Het managementboek Cultures of Growth …
… onderscheidt twee mindsets: de groeimindset en de geniemindset. Die laatste is gelijk aan de statische mindset, ze noemt het alleen anders. Het wordt mij niet duidelijk waaróm. Anyway, bij een geniemindset gaat de organisatie ervan uit dat talent en bekwaamheid aangeboren zijn: je hebt ‘het’ of niet. Bij sollicitaties wordt gekeken naar IQ en testresultaten. Bij een groeimindset wil men óók slimme mensen, maar kijkt men ook, of met name, naar hoe je uitdagingen hebt overwonnen, naar betrokkenheid en je verlangen je te ontwikkelen. Mary stelt dat een groeimindset zorgt voor betere resultaten voor de organisatie, en dat het de verantwoordelijkheid van de leiders is om die groeimindset in een organisatie te creëren.
In de inleiding stelt Mary dat wij ons aanpassen aan onze omgeving, welk gedrag van ons verwacht wordt. Is onze omgeving een organisatie met een statische, pardon, een geniemindset, en wij halen dat genie-niveau niet, dan is er weinig stimulans om te groeien, alsof je tegen de stroom op zwemt. En ook nemen we ongemerkt de mindset van de organisatie over in hoe we anderen zien en waarderen. En zo bekrachtigen we specifieke mindsetcultuur.
Hierna valt het boek uiteen in 3 delen. In deel 1 resetten we de mindsets en herzien we onze ideeën over hoe mindsets werken. In deel 2 komen de mindsets bij organisaties aan de orde en in deel 3 kijken we hoe factoren die van invloed zijn op mindsets ons als individu beïnvloeden.
Mindsetcontinuüm en micromindsetculturen
In deel 1 leren we dat het niet óf-óf is, nee, je mindset is een continuüm tussen groeimindset en geniemindset. En alsof het een dimmer is, heeft soms de ene kant en soms de andere de overhand. En dat wordt weer veroorzaakt door de situatie en de mensen om ons heen: de mindset-cultuur in groepen en organisaties. Die mindsetcultuur is het geheel van overtuigingen, beleid, procedures, en de boodschappen van de leiding. Bij organisaties kun je de mindsetcultuur vaak wel afleiden uit het mission statement. Maar al is er een herkenbare overkoepelende mindsetcultuur, er is ook sprake van micromindsetculturen, bepaalde divisies of afdelingen wijken van die overkoepelende cultuur af.
Een geniemindset klinkt eigenlijk helemaal niet zo negatief, he? Niet zo negatief als statisch in ieder geval. Hoe komt dat? Een genie is iemand met aangeboren bijzondere talenten en vaardigheden, en wij bewonderen genieën enorm. Enerzijds omdat mensen op een hoge positie zich niet hoeven te schamen voor hun kruiwagens, nee, het lag aan hun unieke gaven, dat zij die positie hebben ‘verdiend’. Het legitimeert privileges. En anderzijds natuurlijk omdat mensen die niet ‘uitverkoren’ zijn, zich ook niet hoeven te schamen, en geen druk voelen, ze hebben ‘het gewoon niet’.
Een groeimindset leidt tot betere samenwerking
Deel 2, Mindsetcultuur, gaat in op 5 belangrijke gebieden: Samenwerking, Innovatie, Risico’s en veerkracht, Integriteit en ethisch gedrag en DEI ( diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie).
Samenwerking is goed voor prestaties en innovatie, maar gaat niet samen met een cultuur van onderlinge concurrentie. Interessant: Mary gaat in dit hoofdstuk uitgebreid in op de methode van stack ranking, uitgevonden door de bekende CEO van General Electric: Jack Welch. Hierbij rangschikt je je mensen onderling en ontslaat de onderste 20%. Elk jaar weer. Zo houd je de beste mensen, toch? Nou nee, de meest junior mensen, met nog weinig ervaring en minder goede toegang tot hulpmiddelen, eindigen vaak onderaan. Je krijgt niet de gelegenheid om te groeien. Mensen met een groeimindset gaan dus weg. Maar ook het verloop van de 80% erboven is hoog, je bent je baan immers nooit zeker, staat altijd onder druk. Levert dit meer winst op? Nou, de kosten van vervanging van vertrokken medewerkers zijn hoog. Je houdt misschien de op dat moment beste mensen, maar je bevordert niet de samenwerking: want bij een gezamenlijke inspanning komt de individuele prestatie natuurlijk niet naar voren. Mensen gaan tegen elkaar in werken.
Een groeimindset maakt creatiever
Wat innovatie betreft, blijkt uit onderzoek dat mensen met een groeimindset meer diverse en unieke ideeën produceren dan degenen die geloven dat hun creativiteit beperkt was. Ook is het zo dat als je je zorgen maakt over hoe je afsteekt ten opzichte van een ander, wat hoort bij de geniemindset, er minder hersencapaciteit is voor innovatie en probleemoplossing. Interessant zijn de hoofdstukken waaruit blijkt hoe marketing inspeelt op de mindset van hun doelgroep, focussen ze op onze prestatiedoelen (verbeterde ….) of onze leerdoelen (nieuwe ….)? Bij Duolingo bijvoorbeeld wordt beloofd dat je door hard werken je taalvaardigheden kunt ontwikkelen. Typisch voor een groeimindset. (Leuk om te weten want ik heb al een streak van 2100+ dagen)
Risico’s nemen, ethiek en diversiteit
Het derde gebied is risico’s nemen en veerkracht. In genieculturen wordt meer op safe gespeeld, want men is bang om foute beslissingen te nemen en daarom ontslagen te worden én om door beslissingen het bedrijf schade te berokkenen, waardoor banen op het spel komen te staan, ook de jouwe. In groeiculturen is die angst er niet (of minder), daarbij verzamelen die culturen veel data én, belangrijker nog, delen ze die, waardoor ze beter onderbouwde beslissingen nemen.
Gedrag wordt méér bepaald door situatie en organisatiecultuur, dan door karakter. Integriteit en ethisch gedrag gaat verder dan het overtreden van regels, het gaat ook om achterhouden van informatie, collega’s ondermijnen enzovoorts. Dat komt meer voor in genieculturen, maar ook in groeiculturen zie je het. Die laatsten doen alleen meer om zaken recht te zetten en zijn pro-actiever met preventieve maatregelen.
Diversiteit is ook een aspect waar binnen de verschillende culturen verschillend mee wordt omgegaan. Genieculturen hebben vaak een soort prototype mens die ‘het’ hebben. Pas je niet in die mal, dan word je niet aangenomen, of krijg je niet dezelfde kansen. Bij groeiculturen worden verschillen juist op waarde geschat, men weet dat het meer creativiteit oplevert.
Triggers voor de individuele mindset
Deel 3 behandelt de factoren of triggers die ons binnen een microcultuur in de ene of de andere mindset doet schieten: wanneer iemand een oordeel over ons velt, wanneer we lastige uitdagingen voor onze kiezen krijgen, wanneer we kritische feedback krijgen en wanneer we geconfronteerd worden met het succes van anderen. Bij alle vier is de context bepalend.
In de oordelende situatie is dat hoe ‘de beoordelaar’ tevoren het doel formuleert, en of deze onderlinge hulp en samenwerking promoot.
Bij lastige uitdagingen kom je in de groeimindset als je jezelf voorhoudt dat je het leuk vindt om ergens hard voor te werken en je je realiseert dat oefening groei betekent, voor je spieren, en voor je hersenen, die nieuwe verbindingen aanleggen als je ze aan het werkt zet door iets nieuws te leren. Geloof dus niet in het mantra van maximaliseren van je sterke punten, het idee dat je sterke punten hébt is al een teken van een statische mindset. (Jammer, ik ben een fan hiervan). Wat je ook kan helpen met veeleisende situaties is zelfbevestiging: weet dat je heel veel rollen hebt (vriendin, Nederlandse, zelfstandige, boekenliefhebber, ….), en dat maar één van die rollen nu wordt uitgedaagd. Zo voel je je minder bedreigd.
Feedback krijgen en geven
Bij kritische feedback wil je je emoties uitschakelen. Niet zo makkelijk, tenzij ‘we Vulcanus zijn’ (de vertaler heeft blijkbaar nooit van Spock, de Vulcan gehoord, en de redactie ook niet). Toch hebben we invloed op onze emoties, er is immers ‘space between stimulus and response’, en kunnen we feedback puur rationeel analyseren, in de wetenschap dat die nodig is om te groeien. Klinkt goed, maar is lastig te implementeren en concrete stappen ontbreken hier. ‘Wil je beter zijn of je beter voelen?
Interessant is het stuk over feedback geven aan minderheden. Misschien durf je dat niet uit angst om voor seksist of racist uitgemaakt te worden. Maar het resultaat is dat die minderheden geen informatie krijgen waarmee ze zichzelf kunnen verbeteren. Nog erger! Dit heet het mentorsdilemma. Met ‘wijze feedback’ kun je hier overheen stappen. Introduceer je feedback met de woorden ‘ik heb hoge verwachtingen van je, daarom krijg je deze opmerkingen, ik weet dat je het waar kunt maken.’ Ook belangrijk: verhef het geven van feedback tot norm, doe bijvoorbeeld dagelijkse feedbacksessies. En doe vooral géén feedbacksandwich!
Tenslotte het succes van anderen. Bij een statische mindset zijn er winnaars en verliezers. De ander heeft talent, jij niet. Je voelt je bedreigd. Het toegeven dat je jezelf met iemand vergelijkt is je kwetsbaarheid tonen, die ander macht geven. Je kunt ook kijken naar de factoren die hebben bijgedragen aan dat succes en daar wat van leren. Misschien had hij een kruiwagen? Dan moet jij aan de slag met het opbouwen van een netwerk. Mooi voorbeeld: de strijd tussen tennissters Chris Evert en Martina Navratilova. Die waren elkaars grootste concurrenten én bevriend. Ze zagen de sterke punten van de ander en gingen daar zelf óók aan werken. Zo werden ze allebei een legende.
Mijn evaluatie van Cultures of Growth
De lerende organisatie is een onderwerp dat al jaren aandacht krijgt, en waarschijnlijk daarom vond ik dit boek weinig origineel en verrassend. Het meeste is bekend, een open deur of gewoon gezond verstand. Ik was zeer te spreken over Carol Dweck’s Mindset, maar Mary weet aan de mindset-theorie weinig toe te voegen. En dat weinige wordt helaas erg veel herhaald! De structuur van het boek heeft daar mede mee te maken, de drie delen zijn niet echt onderscheidend van elkaar, ze overlappen voortdurend. Ook een echte rode draad ontbreekt en daardoor zijn er zeer veel verwijzingen naar eerdere en latere hoofdstukken. Uiteindelijk lijkt alles af te hangen van samenwerking.
Mary noemt een aantal onderzoeken waarmee ze haar betoog wetenschappelijk onderbouwt. De beschrijvingen gaan echter niet erg diep, behalve als het onderzoeken en adviesopdrachten van haarzelf betreft. Met name die bij bekende bedrijven worden trots gepresenteerd, op het arrogante af. Het boek is rijkelijk gevuld met cases en voorbeelden, die ik niet altijd ondersteunend aan het betreffende hoofdstuk vond, anderzijds ontbreekt vaak het bewijs voor een punt dat ze wil maken, het betreft veelal anekdotes.
Redactioneel niet sterk
Er is weinig gedaan aan ondersteunende lay-out, de hoofdstukken zijn lange stukken tekst met hier en daar een tussenkop. Ik stoorde me erg aan de vertaling van Vulcan, is er echt een vertaler in Nederland die nog nooit van Star Trek heeft gehoord? Of is dit een AI vertaling? In combinatie met een typo, de slechte structuur en de herhaling is er redactioneel wel wat aan te merken op het boek. Het betoog had beter tot z’n recht gekomen als het boek half zo dik was.
Natuurlijk waren er zeker onderdelen bij die ik interessant vond en waar ik wat van leerde, zoals het stuk over stack ranking. Ik heb zelf bij een bedrijf uit de VS gewerkt die deze systematiek bij de beoordelingen hanteerde: ik moest mijn team verplicht indelen in 20% boven niveau. 60% op niveau en 20% onder niveau. Onmogelijk te doen als je maar 15 man onder je hebt, hoewel ik best geloof dat op het hele bestand van 20.000 werknemers deze bell-curve bestaat. Maar om het als uitgangspunt van je beoordelingssystematiek te gebruiken, sterker nog, van je ontslagbeleid, is wel hééél erg statisch gedacht. Om te begrijpen dat een dergelijke cultuur dodelijk is voor samenwerking en innovatie, daar hoef je geen genie voor te zijn.
Overall was ik vooral teleurgesteld, en ik adviseer iedereen om Mindset te lezen, en daarna GRIT en Hidden Potential.
Vrijdag 29 november 2024: Black Friday. Ga jij ook helemaal los op de koopjes? Sla je heerlijk een hele stapel nieuwe boeken in? Waarom eigenlijk? Ga eens op zoek naar een vondst! Serendipity zeg maar. Kijk eens in je eigen boekenkast! Of ruil een boek met een vriend of collega. Bestel die Must Read bij de bibliotheek, of lees het direct in de online-bieb. Snuffel in een kringloopwinkel. Wandel langs een minibieb. Ga voor een ‘groen’ boek en koop vandaag eens géén nieuw boek! Dan maken we samen de wereld een beetje beter …
Waarom wil je boeken bezitten? Je wilt ze toch gewoon lezen?
Tegenwoordig mijd ik de boekwinkels. De etalages zijn té gevaarlijk! De hebberigheid slaat vrijwel direct toe: dát boek wil ik hebben, en dát, oh en ook die nieuwe van die geweldige auteur! Oké, mijn boekenkast staat nog vol met ongelezen boeken (Tsundoku!) maar die nieuwe boeken wil ik nóg liever lezen. En hebben, nu metéén! Herkenbaar? Tegenwoordig wacht ik even met kopen en bedenk ik: moet ik het echt hebben? Of wil ik het lezen? In ieder geval het laatste … Het eerste hoeft niet altijd per sé, toch?
Of voor jou wel? En waarom dan?
Wil je het boek nú lezen of later lezen?
Stel, je koopt direct een nieuwe publicatie. Wanneer ga je dat nieuwe boek dan lezen? Direct of leg je het op de stapel?
Soms wil je een boek direct lezen omdat je met een probleem zit dat opgelost moet worden. Maar veel vaker koop je een boek omdat het onderwerp of de schrijver je aanspreekt. AI. Klimaatverandering. Organisatiecultuur. Leiderschap. Een biografie. De nieuwste van Jitske Kramer of Adam Grant.
Maar, die kunnen toch zeker wel wachten? Ze zijn niet na een paar maanden alweer verouderd. Probeer eens die boeken die je graag wilt hebben op een lijstje (To Be Read = TBR!) te zetten en na 3-6 maanden te kijken of je ze nog steeds wilt lezen. Misschien is er inmiddels een ander boek uit, wat je nóg liever wilt!
En: laat je zeker niet gek maken door een hype over een boek! Ja, de Fear Of Missing Out kan best groot zijn, maar oh, hoe rustgevend is de Joy Of Missing Out! Net zoals bij Fast Fashion ….
Waarom zou je nieuwe boeken kopen?
Nieuw uitgebrachte titels kun je al na een paar maanden bij de bibliotheek bestellen, en heel vaak al direct lenen in de online bibliotheek. Zo las ik De domheid regeert, gepubliceerd op 7 november, een week later al digitaal.
Digitaal lezen is sowieso een goede optie. Veel kan gewoon op een tablet. Koop je een Ereader, dan heb je de onduurzame grondstoffen er na 30 boeken al uit. Ja, je leest het goed, digitaal lezen met een Ereader is duurzamer dan van papier lezen als je meer dan 30 papieren boeken nieuw koopt.
Papieren boeken tweedehands kopen is natuurlijk ook een duurzame optie. Op een tweedehands-boekensite als Boekwinkeltjes vind je veel, heel veel boeken, ook recent gepubliceerde. Iets goedkoper dan zelf nieuw kopen, en beter voor het milieu. Natuurlijk kun je ook in jouw stad een antiquariaat of tweedehandsboekwinkel binnenstappen.
Ook vind je ‘boeken-met-ervaring’ op andere plekken, zoals een minibieb. Hier vind je de locatie van meer dan 10.000 minibiebs in Nederland, klik links voor up-to-date kaarten per provincie. Een andere optie is de kringloopwinkel, daar haal ik regelmatig recente boeken én klassiekers vandaan voor zeer prettige prijsjes.
Ruilen is natuurlijk altijd een goede idee. Vraag eens aan een vriend of collega of die dat ene boek heeft wat je zo graag wilt lezen, en of hij/zij dat wil ruilen voor een boek uit jouw collectie. Voor je het weet zit je een avond te praten over jullie favoriete boeken en schrijvers, óók fijn! Ik doe dat regelmatig met mede-recensenten.
Oude wijsheid in nieuwe kaften
En dan de laatste optie: dat nieuwe boek gewoon helemaal niet lezen. Het valt me namelijk op dat veel boeken wel héél erg lijken op het vorige boek van die auteur. De kern wordt eens flink herkauwd, het ziet er anders uit, maar het ís niet anders.
Of dat gloednieuwe boek is gebaseerd op klassiekers als De 7 eigenschappen,Invloed, Ons feilbare denken en dergelijke. Het moderne vernisje is vaak erg dun en de diepgang van het origineel verdwenen in populair taalgebruik en onrealistische voorbeelden. Staat er niet nog een bestofte klassieker in je kast? Herlees die eens!
Welke duurzame keuzes maakte ik deze maand?
Ik las deze maand De domheid regeert, digitaal via de online bibliotheek; Bitterzoet, digitaal via Kobo Plus; Wat bomen ons vertellen, papier uit een minibieb; Morele ambitie, papier en geruild met een mede-recensent, en Green IT, papier en (ongevraagd) door de auteur aan me toegestuurd. Sja, dáár kan ik niks aan doen!
Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Adam Grant.
Waar schrijft ‘neef’ Adam Grant over?
‘Neef’ Adam schrijft hele toegankelijke boeken over psychologie, soms specifiek over organisatie-psychologie (waarin hij als hoogleraar ook doceert) maar meestal over psychologie in de breedste zin des woords: denk aan motivatie, feedback, teamwork. Samen met Allison, zijn vrouw, schreef hij ook 2 kinderboeken, en hij bracht een boek uit met interviews met hotshots op het WEF in Davos.
Heeft ‘neef’ Adam Grant ook andere zakelijke activiteiten?
Zoals bijna iedereen die ‘iemand’ is (of zou willen zijn), heeft ‘neef’ Adam een podcast: ReThinking. Deze is in 2021 gestart en bestaat uit interessante gesprekken met andere auteurs, zoals Susan Cain, Yuval Noah Harari, Cal Newport en nog veel meer. Hij had vorig jaar ook nog de podcast WorkLife. Deze liep van 2018 tot 2023 en het hele archief is hier beschikbaar.
Naar aanleiding van zijn eerste boek, Geven en nemen, richtte hij samen met hoogleraar Wayne Baker en onderneemster Cheryl Baker het bedrijf Give and Take Inc. op. Dit bedrijf maakt software waarmee de principes van zijn boek geïmplementeerd kunnen worden bij bedrijven.
‘Neef’ Adam is bestuurslid van het bedrijf LeanIn, opgericht door Sheryl Sandberg, wat gericht is op gelijke kansen voor vrouwen. Ook is hij voorzitter van de Raad van Creatief Advies van Exile Content, een TV- en filmstudio die spaanstalige projecten een wereldwijd publiek wil geven
Hij heeft een heel interessante nieuwsbrief: Granted. Hij schrijft opiniestukken voor The New York Times. En natuurlijk is hij als spreker in te huren! .
Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Adam Grant eruit?
‘Neef’ Adam werkt op dit moment als hoogleraar op de Wharton School, een onderdeel van de Universiteit van Pennsylvania. Van 2011 tot 2017 werd hij 7 jaar achter elkaar uitgeroepen als de beste hoogleraar van de universiteit. (Wat gebeurde er in 2018? ….). Hij geeft colleges op het gebied van organisatie-psychologie, teamwork, onderhandelen en leiderschap.
‘Neef’ Adam bracht zijn jeugd door in Michigan, waar hij hoopte op een carrière als prof basketballer. Dat werd ‘m niet, wel werd hij een hele succesvolle …. schoonspringer. Iets hééééél anders! Hij ging naar Harvard voor zijn bachelor psychologie en haalde zijn masters aan de Universiteit van Michigan, waar hij ook promoveerde, op organisatiepsychologie. Tijdens zijn studie werkte hij als professioneel goochelaar. In zijn boeken kun je lezen hoe hij in die schoonspring- en goochel-hobbies gecoacht werd, daar heeft hij veel van geleerd.
Na zijn studie werkte hij eerst in de reclamewereld maar in 2007 ging hij als assistent-hoogleraar aan de slag bij de Universiteit van North Carolina. Na wat publicaties in vakbladen werd hij gevraagd voor Wharton. Op je 28-ste al een vaste aanstelling scoren is heel bijzonder! Maar hij is ook bijzonder: op dit moment is hij #2 van de Thinkers50
‘Neef’ Adam is getrouwd met Allison Sweet, ze hebben 2 zoons en een dochter.
Welke boeken schreef ‘neef’ Adam Grant?
‘Neef’ Adam schreef 6 managementboeken, waarvan ik er 4 las. Ik vond die allemaal een Must Read! Van 1 schreef ik ook een Samenvatting (Originals).
* Hidden Potential (Hidden potential) (2023)
Wat een inspirerend boek heeft ‘neef ‘Adam weer geschreven. Het draait om je doelen bereiken, maar ook om ánderen helpen hun potentieel te benutten. Maar dan moet je dat potentieel wel eerst ontdekken. Met veel wetenschappelijk onderzoek en fijne anekdotes bouwt ‘neef’ Adam een overtuigend betoog op hoe dit aan te pakken. Het boek onderscheidt 3 aanvliegroutes. Ten eerste het veranderen van je eigen mindset oftewel karakter-vaardigheden, ten tweede het zorgen voor hulp uit de omgeving oftewel structuren en ten derde het maatschappij-breed geven van kansen om dit potentieel te ontdekken en te ontwikkelen, oftewel systemen.
Weer een geweldig boek van ‘neef’ Adam. Het gaat in dit boek over heroverwegen, rethinking, om anderen te beïnvloeden, succesvoller te worden, gelukkiger te worden. En misschien zelfs om in leven te blijven! Het zou goed zijn als we net zo makkelijk overtuigingen heroverwogen als wetenschappers en trendwatchers dat doen. In dit uitstekende boek worden heel wat acties aanbevolen om dit voor elkaar te krijgen. Het blijft echter niet bij ‘weten wat je niet weet’, het gaat ook om hoe je de discussie voert met anderen, hoe je hen kunt overtuigen. Niet met preken, argumenteren of lobbyen, maar op de manier van de wetenschapper, zoekend naar de waarheid.
‘Neef’ Adam schreef dit samen met Sheryl Sandberg. Ken ik nog niet dus de flaptekst: Optie B gaat over het overlijden van Sheryls man, maar het laat ook zien hoe allerlei andere mensen hun persoonlijke leed – zoals ziekte, werkloosheid, aanranding en verkrachting, natuurrampen en oorlogsgeweld – te boven zijn gekomen. Hun verhalen tonen aan dat de menselijke geest het vermogen heeft om door te gaan, en opnieuw vreugde te ontdekken. Veerkracht komt uit ons binnenste, maar we danken die kracht ook aan steun van buitenaf. Wie een diepere zin vindt in zijn bestaan en zich gewaardeerd voelt, is zelfs na de meest verpletterende gebeurtenissen in staat om te groeien.
Waarom dacht Steve Jobs dat de Segway een enorm succes zou worden? En waarom flopte het? Wat is de overeenkomst tussen de opstand tegen Milosevic en een koudwaterzwemmer? Ben je als 55-plusser ingekakt of kun je dan nog tot wereldschokkende uitvindingen komen? Ik schreef een recensie van het geweldige managementboek Originals, in het Nederlands ‘Het kan ook anders‘ van ‘neef’ Adam, waarin deze en nog veel meer vragen worden beantwoord. Over innovatie, ideeën genereren en selecteren, gebalanceerd risico’s nemen en tegenspreken, allemaal zaken die Originals doen.
‘Neef’ Adam toont in zijn eerste boek aan dat het loont om het belang van anderen voorrang te geven boven je eigen belang. Zolang het authentiek is én je het slim aanpakt, je wilt geen voetveeg worden! Een Must Read voor iedereen in onze meritocratische individualistische samenleving! ‘Neef’ Adam onderscheidt Gevers, Nemers en Matchers. Nemers proberen zoveel mogelijk van anderen te krijgen. Matchers hangen het ‘voor wat, hoort wat’ principe aan. Gevers helpen anderen zonder iets terug te verwachten. Je verwacht niet dat juist de Gevers het succesvolst zijn! Maar onderzoek toont aan dat dit wél zo is, en ‘neef’ Adam schotelt ons ook veel voorbeelden van bekende mensen voor die dit ondersteunen.
‘Neef’ Adam schreef dit kinderboek over volhouden samen met zijn vrouw Allison Sweet Grant. Flaptekst: Leif is a leaf. A worried leaf. It is autumn, and Leif is afraid to fall. “All leaves fall in the fall,” say the other leaves. But Leif is determined to find a different way down, and with his friend Laurel, he uses the resources around him to create a net, a kite, a parachute in hopes of softening his landing. The clock is ticking, the wind is blowing. What will happen when a gust of wind pulls Leif from his branch? In a culture that prizes achievement, kids are often afraid to fail–failing to realize that some of the very ideas that don’t work are steps along the path to ones that will.
‘Neef ‘ Adam schreef dit boek over vrijgevigheid samen met zijn vrouw Allison Sweet Grant. Flaptekst: This delightful book is designed to start conversations with kids about generosity. In the tradition of Goodnight Gorilla, the words are intentionally spare. The book is meant to be read interactively, with adults posing questions so kids can guess what’s happening (and why). Praised by both parents and teachers for sparking imagination and eliciting discussion, the story can be interpreted differently in every family, by every child, and reinterpreted many times over.
Ken ik niet! Flaptekst: Adam Grant went to the World Economic Forum in Davos to find out what the world’s most visionary and influential leaders had to say about power—and its transformative role in our society. What he learned there may surprise you. Grant delivers a heady mix of captivating interviews, compelling data, and his unmistakably incisive and actionable analysis, to give us a crash course in power that both inspires and instructs from the front lines. In interviews with two dozen CEOs, start-up founders, top scientists, and thought leaders he shares hard-earned insights on how to succeed in this new era of hyper-linked power. He also explores how power is reshaping everything from the workforce, to the rise of women in the office, to the influence of scientists on policy.
Ik was zééér te spreken over Susan Cain’s bestseller Stil, over introversie. Zó herkenbaar! Ik aarzelde dan ook geen moment om ook Bitterzoet, haar derde boek, uit 2022, op te pakken. Deze keer heeft Susan het over melancholie. ‘De helende kracht van verdriet en verlangen’ is de ondertitel, en haar betoog is dat je deze twee aspecten kunt transformeren in creativiteit, transcendentie en liefde. Dat klinkt …. intrigerend.
Het boek is een symbiose van verhalen over wetenschappelijke onderzoeken, anekdotes over beroemde en minder beroemde mensen, filosofische bespiegelingen, zelfhulp, een ode aan auteur / singer-songwriter Leonard Cohen en een memoir. De relatie tussen Susan en haar moeder is de rode draad, en hierin stelt ze zich heel open en kwetsbaar op. Het lijkt alsof ze één van haar adviezen, schrijf het van je af, zélf heeft opgevolgd. Het resultaat vond ik boeiend, soms (te) abstract, vaak leerzaam en altijd relevant.
Het zelfhulpboek Bitterzoet …
….. maakt me in het begin al duidelijk dat melancholie, dat bitterzoete gevoel, een hoge correlatie heeft met hoogsensitief, maar niets te maken heeft met introversie. Jammer, het is dus geen vervolg op Stil, waar ik een groot fan van ben. Niet qua inhoud, maar ook niet qua stijl, zo blijkt. Maar na het doorlopen van een vragenlijst kom ik tot de conclusie dat ik ook niet melancholisch ben. Desalniettemin wil ik er zeker meer over weten.
Het boek valt uiteen in drie delen. Het eerste deel gaat in op de vraag hoe we pijn kunnen omzetten in creativiteit, transcendentie en liefde, het tweede deel gaat over de ‘tirannie van positiviteit’ die vooral in Amerika heerst, en het derde deel behandelt onze sterfelijkheid en rouw.
Verdriet, pijn en compassie
Waar is verdriet goed voor? vraag Susan zich in het eerste deel af. De emotie angst heeft een evolutionaire functie: je gaat op zoek naar veiligheid. Woede beschermt je tegen misbruik. En verdriet? Verdriet roept compassie op, brengt mensen bij elkaar. En dat is ook wetenschappelijk aantoonbaar: ons zenuwstelsel blijkt geen onderscheid te maken tussen eigen pijn en pijn van anderen. Ons CCA (cortex cingularis anterior) in de prefrontale hersenschors reageert hetzelfde als wij ons branden en als we zien dat een ander zich brandt. Maar je ziet het ook in de nervus vagus, onze belangrijkste zenuwbundel. Deze is van belang bij ademhalen, spijsvertering en seks, maar ook bij ons zorg-instinct. Als je een kind ziet huilen, komt je nervus vagus in actie. Mensen met een sterkere nervus vagus zullen eerder samenwerken, voor iemand in de bres springen, en vrijwilligerswerk doen. Deze compassie is het sterkst tussen moeder en kind, daarna familie, en minder ten opzichte van vreemden. Dit uitgangspunt vind je ook terug in het Darwinisme en het Boeddhisme.
Neuroticisme
Melancholie wordt in de psychologie nauwelijks behandeld, alleen in het persoonlijkheidskenmerk neuroticisme, en dan met de insteek dat neurotici onzekere zeurpieten zijn. Incidenteel vind je psychiaters die wijzen op de positieve punten: neurotici leven langer omdat ze waakzaam zijn en op hun gezondheid letten, ze zijn ambitieus omdat ze faalangst als drijfveer inzetten om te slagen en zelfkritiek als drijfveer om zichzelf te verbeteren. Neurotici zijn ook goede wetenschappers: ze wikken en wegen en bekijken concepten van alle kanten. Ha! Goed nieuws na mijn hoge neuroticisme-score in een Big5-assessment. Maar dat melancholie de grootste katalysator van creativiteit is, wordt in de psychologie nog nauwelijks onderkend, alleen pas recent in de positieve psychologie.
Verlangen en droevige muziek
We hunkeren naar de perfecte liefde, de zielsverwant, die voelt als thuiskomen. Niet doen! Zegt filosoof Alain de Botton, die bestaat niet! Het is beter om ‘de onvolkomenheden van je huidige partner te accepteren en je concentreren op het verbeteren van jezelf’. Allemaal waar, maar het verlangen blijft. Dat verlangen uit zich ook in droevige muziek die kippenvel oproept. Denk aan de Portugese fado. Het is trouwens ook wetenschappelijk bewezen dat droevige muziek homeostase bevordert, waarin zowel onze emoties als lichamelijke functies optimaal functioneren. Susan verklaart deze paradox door te stellen dat we houden van dingen die verdrietig én mooi zijn, bitter en zoet, tegelijkertijd. Ze vervolgt met een lang stuk over het soefisme, wat ik heel leerzaam vond.
Creativiteit
Bovengemiddeld veel creatievelingen zijn/waren melancholisch (en jong wees geworden, en hebben last van stemmingswisselingen). Het blijkt dat de perioden van optreden van hun negatieve emoties voorspellend waren voor de momenten van hun creatieve output. Ook een wetenschappelijk experiment met studenten toonde aan dat negatieve emoties (in casu afwijzing) positief effect op creativiteit hadden. Sombere stemmingen maken ons ook scherper: betere concentratie, oog voor detail, helderheid van herinneringen en minder last van biases.
Ook transcendente ervaringen verhogen de creativiteit. Onderzoek van o.a. Jonathan Haidt geeft aan dat deze ervaringen een positieve invloed hebben op je zelfbeeld, tevredenheid met het leven. Je maakt deze ervaringen echter juist mee op momenten van verlies, overgang en dood.
Verloren liefde
Dit deel sluit af met een hoofdstuk over ‘verloren liefdes’ waarin Susan de relatie met haar moeder beschrijft. Als peuter was ze dol op haar moeder, maar deze was té beschermend, te controlerend, en uiteindelijk schept ze bewust afstand, wat haar moeder veel pijn heeft gedaan. Susan voelt zich erg schuldig. Ze geeft ons 7 vaardigheden om met verlies om te gaan: 1. Je verlies onder ogen zien. 2. De bijbehorende emoties accepteren. 3. Alle gevoelens, gedachten, herinneringen accepteren, ook de ‘ongepaste’. 4. Weten dat je je verpletterd zult voelen. 5. Op je hoede zijn voor gedachten zoals ‘ik zou er nu overheen moeten zijn’. 6. Je verbinden met wat belangrijk voor je is, je waarden. 7. ‘toegewijd handelen’ dat wil zeggen handelen naar je waarden. En daarna ga je anderen helpen die hetzelfde meemaken: de ‘gewonde genezer’.
Heel interessant is het onderdeel over metta meditatie. Metta betekent ‘liefdevolle vriendelijkheid’, en het verandert de manier waarop we bij anderen en de wereld betrokken zijn. Je wenst jezelf goede dingen toe, bijvoorbeeld ‘vrij zijn van gevaar, geestelijk lijden, lichamelijk lijden, etc.‘ De wens kun je zelf verzinnen. Daarna wens je dit je gezin toe, je familie, je kennissen, de lastige mensen in je leven, net zolang tot je uitkomt bij alle levende wezens. Hierna volgt nog een bespiegeling over liefdes die altijd terugkomen, maar in een andere vorm. Susan’s moeder heeft Alzheimer en herinnert zich de ruzies en verwijdering niet meer. Ze straalt alleen maar liefde voor haar dochter uit, net zoals Susan zich dat herinnert van toen ze peuter was. Maar nu anders.
Tirannie van positiviteit
Deel II gaat over winnaars en verliezers en begint met de vraag: als verdriet en verlangen zo nuttig zijn, waarom is er (in de VS) dan zo’n tirannieke cultuur van positiviteit en zo’n minachting voor ‘losers’. Waarom moeten we positief blijven, als je zwaar ziek bent, op sterven ligt, of wanneer een geliefde is overleden? Amerikanen zijn kampioen glimlachen én kampioen angst (30%!) en depressie (20%). De oorzaak hiervan zou in het Calvinisme liggen: hard werken, niet klagen, zo kom je in de hemel. Laat zien dat je een ‘winnaar’ bent, dat je zeker weet dat dat hemelse voor jou is weggelegd. Daarna, bij de opkomst van de handel in de 19de eeuw, is het doel natuurlijk altijd dat jij er beter uitkomt, dat je … een winnaar bent. Mislukking is een persoonlijke tekortkoming. Rond 1900 zien we de opkomst van de beweging ‘New Thought’, waarbij klagen verboden is en zelfs kinderen gedrild worden in vrolijkheid. Dit groeide later uit tot de padvinders. De gedachte dat je met positiviteit ook zakelijk succesvoller bent vind je terug in het bekende boek Denk groot, word rijk van Napoleon Hill uit 1930. Op de universiteiten vertaalt het zich in deze tijd in ‘moeiteloze perfectie’: laat nooit zien dat je heel hard moet werken voor je goede cijfers.
Hoe kunnen we die ‘tirannie van positiviteit’ overstijgen? Het is goed om te weten dat negatieve gevoelens die je verdringt, sterker worden, dat heet amplificatie. Uiten dus! Maar er zijn strikte normen over wat je bijvoorbeeld op je werk wel en niet kunt bespreken. Groot of acuut lijden, zoals het overlijden van een familielid wél, alledaags lijden zoals financiële zorgen of stress niet. Als leidinggevende mag je boos zijn, maar niet verdrietig. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat verdriet tonen de relatie met je ondergeschikten juist verbetert. Een goede tip van Susan: het opschrijven van je gevoelens, bijvoorbeeld in een dagboek, levert inzicht op, en daarmee succes.
Sterfelijkheid en rouw
Deel III gaat over sterfelijkheid, tijdelijkheid en rouw. Ik lees over de Terror Management Theory, een onderzoeksrichting vanuit de sociale psychologie. Die theorie stelt dat angst voor de dood ervoor zorgt dat we ons willen aansluiten bij een groep die waarschijnlijk langer zal voortbestaan dan wij, tribalisme dus. De angst veroorzaakt vijandigheid tegen buitenstaanders en vooroordeel tegenover vreemdelingen. Dit is ook wetenschappelijk bewezen. Als we het ‘probleem van sterfelijkheid’ oplossen kunnen we een einde maken aan armoede en oorlog. Onsterfelijkheid zorgt voor wereldvrede, dat is het idee.
Maar verlangen we naar eeuwig leven, of naar een perfecte wereld? Want een dood-loos bestaan is geen garantie op de afwezigheid van verdriet, teleurstelling. Daarom is in vele religies de ‘beloning’ niet zozeer onsterfelijkheid maar de hemel of zoals in het boeddhisme, bevrijding van wedergeboorte.
Het besef van sterfelijkheid groeit als je ouder wordt, en door dat besef wordt je ook gelukkiger: je leeft meer in het heden, je vergeeft sneller, je bent tevredener, zo stelt psychologe Laura Carstensen. De paradox van het ouder worden, noemt men dat. Ouder worden betekent immers ook zwakker worden, en eenzamer als je vrienden een voor een overlijden. Het grotere gevoel van geluk zou te maken hebben met de toestand van ontroering die ouderen vaker meemaken. Tranen van vreugde, je bent blij, maar weet ook dat iets eindig is. Bitterzoete gevoelens. Je perspectief vernauwt, andere dingen worden belangrijk, relaties verdiepen in plaats van nieuwe relaties aangaan.
Het is dus goed om ook als jongere aan de dood, aan vergankelijkheid te denken. Ryan Holiday beschrijft dat de Romeinse veldheren bij overwinningen door een adjudant ingefluisterd kregen: gedenk dat ge sterfelijk zijt. Memento Mori. Varianten hiervan werden ook door Marcus Aurelius en Seneca opgeschreven.
Erfelijke pijn
Erven we geestelijke pijn van onze voorouders? Tuurlijk niet, dacht ik, maar dat bleek toch anders te liggen. Uit de epigenetica, de studie naar hoe genen in- en uitschakelen als reactie op veranderingen in de omgeving, blijkt dat tegenspoed zo’n trigger kan zijn. De kinderen van Holocaust-overlevenden hadden dezelfde hormonale en neuro-endocriene afwijkingen in hun bloed als hun ouders. De oorzaak hiervan was een stress-gen die een bepaalde verandering, methylering, had ondergaan. De kinderen waren hierdoor gevoeliger voor depressie en PTSS. Bij kinderen van moeders die de Hongerwinter hebben meegemaakt, of van slachtoffers van rassendiscriminatie, zien we vergelijkbare gevolgen. Is dit fenomeen omkeerbaar? Ja. Als de kinderen therapie krijgen, wordt het nageslacht van hen niet opgezadeld met het trauma.
Mijn evaluatie van Bitterzoet
Ik was tijdens het lezen wat overweldigd door de breedte van de onderwerpen: melancholie, verlangen, verlies, sterfelijkheid. Het is dan ook geen betoog met een kop en een staart, met een vraag aan het begin en een antwoord aan het eind. Het is wél een beschrijving van een onderzoek naar melancholie dat allerlei zijpaden opzoekt, net zoals jij dat zou doen als je op het onderwerp googlet. Er is zo verschrikkelijk veel aan melancholie gerelateerde informatie om te vertellen en uit te diepen!
Ik vond de stukken over wetenschappelijke onderzoeken het interessantst, ik ben nogal ‘blauw’ ingesteld. Maar de meer filosofische stukken raakten ook een snaar, lieten me wikken en wegen, niet tot een conclusie komen maar wel verwonderen. Ik vond het daarom een zeer leerzaam en boeiend boek.
Het boek is gerubriceerd onder persoonlijke ontwikkeling, maar verwacht geen zelfhulpboek in de zin van stapels praktische tips. Die tips zitten er zeker wel in, maar zuinig gesprenkeld tussen de diverse meer abstracte stukken. Wat dat betreft is het boek niet te vergelijken met Stil, wat beduidend minder filosofisch ingestoken is. Bitterzoet is wel prima leesbaar, onder andere door de lange stukken over anderen, die vrij gedetailleerd hun ervaringen beschrijven, en door Susan’s eigen ervaringen met haar moeder, die als een (dunne) rode draad door het boek heen lopen. Susan stelt zich hierbij heel kwetsbaar op, in het hele boek voelt zij ook veel meer als de mede-leerling dan de onderwijzer. Ze heeft ook duidelijk haar eigen trauma met een overbeschermende controlerende moeder van zich afgeschreven, toen ze haar moeder niet meer kon kwetsen met haar gevoelens over de moeizame relatie.
Het boek heeft wat illustraties, waarvan ik eerlijk gezegd de relatie met de hoofdstukken niet altijd begreep. De quotes van bekende schrijvers zijn daarentegen weer wél duidelijk. Sowieso quote Susan veel uit het werk van anderen, en dat levert bij mij het verlangen op om me verder te verdiepen. Ik heb weer een hele lijst met boeken op mijn leeslijst gezet. En al ben ik niet melancholisch, ik kan wél wat met alle informatie. Wat regelmatiger aan de dood denken, en zo gelukkiger worden, bijvoorbeeld.
Het juiste moment (When) van Daniel Pink uit 2018 is een hele smakelijke uiteenzetting over hoe tijd, of liever: timing, ons leven beïnvloedt en waar we rekening mee moeten houden als we een beslissing nemen. Ik vond het zó nuttig dat ik er een Samenvatting van schreef. Met 30 minuten leestijd en 9% van de oorspronkelijke omvang leer je 100% van de inzichten.
Over de Samenvatting van Daniel Pink’s Het juiste moment
Snel
Je leest de Samenvatting in 30 minuten. Dat is exclusief de inleiding, met allerlei metadata, en exclusief de ‘uitleiding’ waarin informatie over mijzelf en de andere producten te lezen is. Vergelijk dat eens met de 5 uur van het oorspronkelijke boek!
Goed
Mijn Samenvattingen worden goed gewaardeerd. De meeste ratings en reviews zijn te vinden bij Kobo. Deze specifieke Samenvatting heeft nog geen rating bij Kobo, het kreeg ook nog geen reviews bij Bol.
Goedkoop
Je betaalt voor mijn Samenvatting op de eBook verkoopsites rond de EUR 3. Het oorspronkelijke boek kost tweedehands EUR 14, is nieuw niet meer verkrijgbaar en ook niet in eBook-format.
Geen AI
Ik gebruik geen AI voor mijn Samenvattingen. Enerzijds omdat ik daar zéér slechte exemplaren van heb gezien die absoluut niet weergeven wat er in een oorspronkelijk boek staat. Soms is het gewoon fout, wat er staat. En veel AI-gegenereerde Samenvattingen laten gewoon de helft van de onderwerpen weg. Anderzijds omdat ik denk een uniek smaakje aan een Samenvatting te kunnen geven, door mijn persoonlijke keuzes en een stukje humor. Ik lees het boek gewoon drie tot vier keer en zorg er bij een Samenvatting voor álle onderwerpen weer te geven en alleen te schrappen in de voorbeelden, waarbij ik die voorbeelden kies die mij met name aanspreken.
Is dit je eerste kennismaking met een Samenvatting van mij? Dan wil je misschien eerst eens ‘proeven’, er eentje uitproberen zonder dat het je geld kost. Dat kan op mijn eigen webshop, daar is een Samenvatting helemaal gratis te downloaden
Over het oorspronkelijke boek Het juiste moment
Natuurlijk wil je eerst weten waar dit boek nu eigenlijk over gaat.
Allereerst maakt Het juiste moment duidelijk dat we een interne klok hebben en er ochtend- en avondmensen zijn. Ben je een ochtendmens, dan heb je ’s middags een dip, en wat je in de middag ook doet, het resultaat zal altijd minder zijn dan je prestaties in de ochtend of de avond. Er zijn bergen wetenschappelijke onderzoeken die dit onderbouwen. Zo’n middagdip kan best gevaarlijk zijn (stel je voor dat je chirurg bent en je hebt zo’n dip!), maar pauzes en een siësta verminderen de impact.
Verder gaat het over de starttijden van scholen en universiteiten, de oorzaken van je midlifecrisis en het verlangen naar een rode sportwagen, waarom je midden in een project de kantjes eraf loopt, wanneer je moet trouwen, ontslag moet nemen, en wat je moet doen op de laatste dag van je vakantie. Plus heel veel tips voor op het werk, waaronder samenwerken in groepen en wat tijd daarmee te maken heeft. Elk hoofdstuk heeft een aantal tips en oefeningen.
Het juiste moment wordt goed gewaardeerd. Bol geeft 5* (1 rating), Managementboek heeft het niet meer, Goodreads 4*. En ik gaf het 4 1/2* in mijn recensie.
Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email.
Valerie Trouet is dendroklimatoloog: aan de hand van jaarringen bestudeert ze het klimaat uit het verleden en de invloed ervan op ecosystemen en samenlevingen. Maar ze is ook de auteur van het geweldige boek Wat bomen ons vertellen (Tree Story) uit 2020. Een persoonlijk verhaal met fascinerende onderzoeken en verrassende resultaten. En met de nodige humor, ook nog, dat had ik niet verwacht.
Als je denkt dat jaarringen alleen nuttig zijn om te berekenen hoe oud een boom is, heb je het mis. Valerie neemt ons mee naar alle uithoeken van de wereld om te laten zien hoe je het optreden van orkanen, droogte en overstromingen, straalstromen en nucleaire straling, branden en meteoriet-inslagen kunt afleiden. Met die gegevens weet je meer over het klimaat van ooit, en dat helpt weer bij het duiden van het klimaat van nu.
Het wetenschap & natuurboek Wat bomen ons vertellen …
… begint met de verhuizing van Valerie, die gespecialiseerd is in de bestudering van jaarringen van oude, heel oude bomen, naar de Sonorawoestijn bij Tuscon, Arizona. Wat raar, daar is immers geen boom te bekennen? Nee, maar de dendrochronologie, de wetenschap van dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen, is ontstaan in die woestijn en het belangrijkste instituut, het Laboratorium voor Jaarringonderzoek (LTRR) is daar gevestigd. Maar waaróm dan? Nou, er was daar een astronomielaboratorium, een woestijn is daar de beste plek voor: heldere lucht, bijna nooit wolken. De oprichter, Andrew Douglass, deed op een gegeven moment onderzoek naar zonne-activiteit en de impact daarvan op het klimaat, en dacht daar sporen van te kunnen vinden in … jaarringen. Hij gebruikte daarvoor hout uit het nabijgelegen Flagstaff.
Het dateren van jaarringen
Wist je dat we inmiddels jaarringen tot 12.650 jaar geleden kunnen dateren? Hoe dan? Er is geen boom zó oud geworden, toch? Nee. Het begint met de jaarringen van heel oude, levende bomen, Valerie’s specialiteit. Het is fascinerend om te lezen hoe wetenschappers als zij monsters uit die bomen kunnen halen zonder ze om te hakken of teveel te beschadigen. Dat gebeurt met houtboren, toch al snel 1 meter lang, die een ‘pijpje’, de houtkern, uit een boom halen. Dat geeft de jaarring van nu, plus tot wel 500 jaarringen uit het verleden. Binnen die 500 jaar zitten hele specifieke perioden met een unieke opvolging van smalle en brede jaarringen, als een soort morsecode. Door schijven te zagen van oude stronken in oerbossen, kun je nog verder terug dan die 500 jaar, en als je een overeenkomstige morsecode vindt, een overlap, kun je ook die stronk dateren en een nog oudere unieke morsecode identificeren. En als je dan oud hout in ruïnes vindt en een overlap vindt … enzovoorts. Het is superleuk om te lezen hoe men de eerste boom vond die een brug bouwde tussen levende bomen en oude ruïnes: de HH39, een soort Steen van Rosetta voor de dendrochronologie.
Expeditie naar Tanzania
Valerie’s eerste expeditie, voor haar master-scriptie, ging naar Tanzania, dicht bij Jane Goodall’s Gombe, om daar bomen de bemonsteren. Maar op weg naar Gombe werden al haar houtboren gestolen! Ze moest zich beperken tot het zagen van schijven van stronken, en die naar haar standplaats versturen. Daar kwamen ze na 6 maanden aan ….. bijna te laat voor de deadline van haar scriptie. Mooi verhaal over de ontberingen én het succes! Ze had de smaak te pakken en ging door voor een doctoraat.
Hoezeer ze van haar werk houdt, blijkt uit een lyrische paragraaf over ‘de verhalen van bomen’. “Een boom die deel uitmaakt van de ondergroei in een bos en zijn leven grotendeels in de schaduw van een grotere boom heeft doorgebracht, zal klagen over zijn buur, en minder kniezen over het klimaat. Een boom die in een weide groeit zal klagen over de geiten of herten die zijn bladeren opeten. Een boom in een mediterraan bos klaagt misschien eerder over de branden die zijn leven om de paar jaar verstieren dan over een bijzonder mistroostig voorjaar. Maar net als veel mensen vinden bomen het heerlijk om over het weer te praten. …”. Deze ‘klachten’, die de groei van een boom beperken en dus zichtbaar zijn in jaarringen, heten in de jaarringenwereld ‘beperkende factoren’. De kunst is om die beperkende factoren bij het bemonsteren te vermijden, zodat je alleen de impact van het klimaat in de jaarringen overhoudt.
Het ijken van koolstofdatering en ijskernboringen
Er zijn meer methoden om de oudheid van voorwerpen te meten, denk aan koolstofdatering, en met ijskernboringen worden ook veel gegevens opgehaald over het klimaat. Maar beiden komen niet verder dan vrij grove schattingen, en de dendrochronologie wordt gebruikt om die methoden te ijken. Ook de bekende hockeystick van Michael E. Mann e.a., een overzicht van de temperaturen van 1000 AD tot nu, wat door het IPCC is gebruikt, is deels gebaseerd op dendrochronologie.
Tsjernobyl, Toengoeska, Maya’s en Azteken
Een interessant stuk gaat over de sporen die nucleaire straling achterlaat in jaarringen: deze raken misvormd, zo blijkt uit onderzoek nabij Tsjernobyl. Maar ook in Toengoeska, waar in 1908 een meteoriet insloeg, zie je misvormingen in de houtcellen. En zelfs overstromingen, waardoor de wortels lange tijd geen zuurstof kunnen opnemen, hebben dat effect. De misvormingen zijn verschillend, en zo is het mogelijk om inslagen en overstromingen in het (verre) verleden op te sporen. Nuttig, als je bijvoorbeeld wilt bewijzen dat kanalisering van rivieren het overstromingsgevaar niet vermindert, eerder het tegendeel.
De verschillende breedtes van jaarringen geven natte en droge perioden aan, waaruit ook de langdurige droogteperioden tijdens de rijken van de Maya’s en Azteken kunnen worden afgeleid. En zelfs de val van Rome kan worden verklaard vanuit afwisselend zeer natte en droge perioden, waardoor malaria-uitbraken ontstonden, allemaal te zien in jaarringen.
Antropoceen
Valerie eindigt met een mooie bespiegeling: is het Antropoceen begonnen in 1965, bij de eerste kernproeven, die sporen achterlieten in jaarringen en meersedimenten? Of bij de eerste ontbossingen, de start van de landbouw, 8000 jaar geleden? De afname van fotosynthese leidde tot meer CO2 in de atmosfeer. Herbebossing kan dat tegengaan, en dendrochronologen kunnen helpen bepalen hoeveel CO2 bomen opnemen. We kunnen van jaarringen leren hoe oude samenlevingen met klimaatverandering omgingen. De verhalen van de bomen kunnen ons inspireren nieuwe manieren te vinden om met klimaatverandering om te gaan.
Evaluatie van Wat bomen ons vertellen
Uit het bovenstaande kun je wel afleiden dat ik veel, zeer veel nieuwe dingen leerde, niet alleen over bomen en dendrochronologie, maar ook over de geschiedenis van oude samenlevingen, en zelfs hoe een viool definitief aan Stradivarius kon worden toegerekend. Ondanks dat het een wetenschappelijk boek is, met veel feiten ontleend aan wetenschappelijk onderzoek en met een uitgebreid bronnenoverzicht, is het nergens droog of saai. Door Valerie’s eigen ervaringen en veel beschrijvingen van het leven en onderzoeken van anderen, is het een heel persoonlijk, vlot leesbaar boek geworden. Er zit ook veel humor in, niet alleen in de leuk gevonden titels van de hoofdstukken, maar ook in de tekst, vooral als ze haar eigen expeditie-ervaringen deelt. Er staat een geweldig stuk in over het mannelijk ego …
Naast gewoon ‘leuk om te weten’-feitjes, staat er heel veel in wat relevant is voor de problematiek van nu. Dat jaarring-kunde wordt gebruikt om het klimaat in het verleden te begrijpen, is natuurlijk supernuttig, het komt niet voor niets in rapporten van IPCC terecht. Maar ook hoe we die kennis voor de toekomst kunnen gebruiken is natuurlijk heel relevant. De verhalen zijn behoorlijk tijdloos; we leren natuurlijk elke dag bij, maar ontdekkingen uit het verleden blijven hun waarde behouden.
Heel prettig zijn de illustraties (alles in zwart-wit) die je leren hoe je de morsecodes kunt herkennen, die de misvormingen in de houtanatomie laten zien, en de brandlittekens. Verder staan er veel grafieken in van droogte, sneeuwval etc. Het is verder een vrij sober uitgevoerd boek, maar goed geredigeerd, geen typo’s en andere ergerniswekkende zaken.
Elk hoofdstuk heeft een eigen thema, en elk hoofdstuk leidt onafwendbaar tot de conclusie dat we veel hebben aan deze wat onbekende wetenschap. Hoe secuur historische weerpatronen afgeleid kunnen worden is voor mij zeker een eye-opener geweest, ik heb nu meer begrip van de bekende hockeystick en de betrouwbaarheid ervan.
En ik ga nu zelfs de massief houten meubelen van de vorige generatie wat meer waarderen … wie had dat gedacht?
Voegt jouw baan iets nuttigs toe aan de wereld? Nee? Dan heb je waarschijnlijk een Bullshit Job oftewel onzinbaan, zo stelt antropoloog David Graeber in zijn bestseller Bullshit Jobs uit 2018. Minimaal 50% van de (delen van) banen is onzin, zo heeft David berekend. Verplicht leesvoer voor iedereen die nadenkt over de waarde van (zijn/haar) werk en zich afvraagt: waarom worden onderwijzers en verpleegkundigen zo slecht betaald?
Waarom is Bullshit Jobs een Must Read?
Wat maakt dit boek zo goed? Ik waardeerde het in 10 categorieën.
FOMO: + want veelbesproken, en in veel maatschappijboeken wordt ernaar gerefereerd.
Lees Elly d’r Recensy van Bullshit Jobs en ontdek in detail waarom ik het zo goed vond: 4 1/2*
Ook veel anderen vonden dit een uitstekend boek:
Goodreads rating: 4,03*, Managementboek rating: 4,5*, Bol.com rating 4,3*, Libris geen rating.
Waar gaat Bullshit Jobs over?
De definitie van David van een Bullshit Job is: een vorm van betaald werk dat zo compleet zinloos, onnodig of zelfs schadelijk is dat zelfs de werknemer zelf het bestaan ervan niet kan rechtvaardigen. David schreef een paar jaar voor publicatie een blog, kreeg hierop veel reacties en verwerkte de niet-statistische uitkomsten en toelichtingen die betreffende werknemers gaven, eerst in een essay en later in dit boek. De redenen die die werknemers opgaven zijn superleerzaam, je kunt je niet voorstellen dat wat zij beschrijven écht nog gebeurt. Maar wel dus.
Daarnaast vraagt David zich af wat bepaalde sectoren nu precies bijdragen, denk aan de financiële dienstverlening, waar alleen geld wordt rond gepompt, complexe derivaten worden verzonnen, extreem hoge beloningen worden gegeven, en wat wij belastingbetalers moeten ‘redden’ als het piramidespel mislukt. Maar met name de ‘bullshitization’ oftewel toenemende bureaucratie in nuttige banen, zodat voor het nuttige deel steeds minder tijd overblijft, is schokkend. Daar moeten we écht wat mee!
David gebruikt niet alleen de reacties maar ook zijn eigen inzichten als bronnen voor zijn betoog, hij is tenslotte hoogleraar. Hij maakt goed duidelijk waarop het een en ander is gebaseerd. Wat ik bijzonder vind, is dat zijn betoog, uit 2018, nog steeds zo relevant is. In de Covid-jaren gingen we de zorg en andere sectoren extra bewonderen, zij liepen veel risico, en kregen er niets extra’s voor. Ja, applaus. En ook nu nog is er niets veranderd in de beloning van nuttige banen en het bestaan van onzinbanen. Ik verwacht dat ook over 10 jaar de voorbeelden én de conclusies nog steeds relevant zijn, hoeveel initiatieven er ook zijn om er wat aan te doen (zoals o.a. beschreven in Morele Ambitie van Rutger Bregman).
Is Bullshit Jobs fijn om te lezen?
Ik vond het een heerlijk boek om te lezen. Ten eerste natuurlijk door het onderwerp, ik vroeg me af en toe ook af of mijn eigen baan, zeer goed betaald, wel zo zinvol was. En als je het dan vergelijkt met de extreem nuttige bijdragen van vuilnismannen, verpleegkundigen, onderwijzers, stak mijn eigen maatschappelijke bijdrage er schril bij af. Ook het feit dat (steeds grotere) delen van nuttige banen opgeslorpt worden door onzin-taken, bureaucratie dus, is iedereen een doorn in het oog. Dit boek spreekt dus iedereen aan, ook omdat de voorbeelden van nuttige en onzinbanen heel persoonlijk zijn! Dat komt met name omdat de mensen die zo’n baan hebben, uitgebreid aan het woord komen. Regelmatig moest ik lachen om de absurditeit.
Het boek heeft geen illustraties, alle cijfermatige onderbouwingen zitten in de tekst. Verder is het goed verzorgd, geen rare zinnen, geen typo’s. (NB. Ik las de Engelse versie.) Het boek is goed gestructureerd: in 7 hoofdstukken komen de belangrijkste vragen over onzinbanen aan bod. Puik redactiewerk.
De schrijfstijl is typisch voor David, hij heeft een heerlijk gevoel voor humor. Alleen al de absurde titels van de hoofdstukken (in het Engels)! Verder veel cynisme en sarcasme, en een mooie puntige stijl. Meer columnist-achtig dan hoogleraar-achtig en dus heel toegankelijk.
Wie is David Graeber, de auteur van Bullshit Jobs?
David Graeber overleed in 2020. Hij was antropoloog en hoogleraar aan de Universiteit van Londen.
David Graeber behoort tot mijn familie. In deze Elly d’r Family lees je meer over hem en al zijn boeken.