Recensie: Tuig van de richel – persoonlijk

Joep Dohmen was onderzoeksjournalist, 20 jaar bij De Limburger, 25 jaar bij NRC. In Tuig van de richel uit 2025 kijkt hij terug op zijn carrière, tijdens een fietstocht van Limburg naar Zuid-Frankrijk. Het boek is een aantrekkelijke combinatie van memoir en reisverslag, waarin duidelijk wordt dat de druk vanuit de ‘slachtoffers’ van zijn onderzoeken hem steeds zwaarder viel. Op 1 mei 2024, hij is net 64 geworden, gaat Joep met pensioen en stapt hij op de fiets.

Die fietstocht vliegt hij net zo aan als eerder zijn werk: uiterst doelgericht. Hij heeft een enorm tempo en gaat maar door, ook al regent het bijna de hele tijd. En ook aan het eind van de fietstocht bezwijkt hij bijna: uitgeput en met een zonnesteek valt hij van zijn fiets. Maar hij zet door en maakt ‘de klus’ af. Zoals hij dat ook met zijn onderzoeken deed. Het boek maakt de gedreven persoonlijkheid van Joep erg duidelijk, en zijn reflecties op die onderzoeken tijdens het fietsen zijn erg interessant.

De memoir Tuig van de richel …

… is niet het eerste boek van Joep. Hij schreef eerder boeken over de Bouwfraude, over misbruik in de katholieke kerk, over de cultuur in het Europees parlement, en over de politiek in Limburg in het algemeen, en zijn woonplaats Heerlen in het bijzonder. En natuurlijk schreef hij over zijn onderzoeken in de dagbladen De Limburger en NRC. Daar won hij heel veel prijzen mee. Hij kan dus lekker schrijven, en dat blijkt ook uit het boek. Hij fietst langs rivieren en spoorlijnen op een wat oude, krakende fiets, en beschrijft op een aantrekkelijke manier wat hij allemaal ziet, vaak vanuit een wat economisch perspectief: de armoede, de vergane glorie.

Op elke etappe van de 11-daagse fietstocht vertelt hij wat over zijn ervaringen bij de kranten, en met name over de reacties ná het publiceren van zijn onderzoeksresultaten. Die leverden altijd weerwoord, onbeleefdheid (‘ze weigerden mij de hand te schudden’), weerstand, klachten en zelfs intimidatie op. Niet altijd krijgt hij daarbij steun van zijn redactie. Soms wil men ‘niet wrijven in een vlek’, en laat men de onterechte beschuldigingen aan Joep’s adres (onvolledig, cherry picking) maar gaan. Dat kan politiek handig zijn, maar Joep voelt dat zijn integriteit ter discussie staat. Die teleurstelling is door het hele boek heen duidelijk te proeven.

Begin van het einde

Zijn onthullingen over het nepotisme in de Limburgse politiek in 2021 leidden tot een ‘tegenonderzoek’ naar de bestuurscultuur, waarbij eerder Joep zelf, dan die cultuur onderwerp blijkt te zijn. In het rapport zijn de bronnen anoniem en wordt er geen gelegenheid tot weerwoord gegeven. Het riekt naar een afrekening, en dat vinden veel hoogleraren ook. Dohmen krijgt veel rechtszaken aan zijn broek, die hij allemaal wint. Er wordt zelfs een ‘anti-Dohmen-meldpunt’ opgericht, waar mensen kunnen klagen. Joep ziet het als een uitwas van het maatschappelijk klimaat in Nederland, waar de persvrijheid onder druk staat. Wat hem het meest raakt, is dat zijn eigen collega’s, journalisten van De Limburger, hem erin laten lopen.

Joep realiseert zich ook, dat deze persoonlijke smeercampagnes zijn objectiviteit onder druk zetten, kan hij nog wel neutraal over ze schrijven? Dit speelt in 2024, maar al eerder was de toon verhard. Wilders noemde Joep in 2021 ‘tuig van de richel’, en eind 2023, na een artikel over de fraude verdenkingen tegen PVV-verkenner Gom van Strien, kreeg hij van de PVV-aanhang te horen dat hij ‘NSB-tuig’ was, ‘hoernalist’ en meer fraais. Hij vreest voor de veiligheid van zijn gezin.

Rond dezelfde tijd speelt er van alles in zijn prive-leven, zijn dochter Roos wordt gestalkt, de schoonmoeder van zijn zoon overlijdt, maar vertelt Joep op haar sterfbed over haar grote geheim: ze is door de nonnen misbruikt. Joep is zelf ternauwernood ontsnapt aan misbruik door kerkfunctionarissen, en hij zit diep in de materie door zijn onderzoek en boek naar dit misbruik. Het raakt hem diep, en maakt hem kwetsbaar voor de persoonlijke aanvallen vanuit Limburg. Hij wordt ouder en emotioneler.

Met pensioen en op de fiets

Dit alles is de aanleiding om per 1 mei 2024 met pensioen te gaan. Om de knop om te zetten maakt hij dus deze fietstocht. We fietsen met hem mee, luisteren met hem naar zijn favoriete muziek (veel Alex Roeka), zien zijn onderkomens door zijn ogen (zoals een keer niet de gehoopte kasteelkamer, maar de Pipo-wagen die ernaast staat). Joep realiseert zich dat hij misschien niet echt geniet van de tocht, in ieder geval niet zoals de Duitse fietser die hij bijna elke dag tegenkomt, en die in zijn eigen tempo, zonder deadlines, dezelfde route fietst. Joep wil gewoon zo snel mogelijk bij het eindpunt zijn. Waarom? Dat weet hij zelf ook niet. Hij heeft altijd haast gehad, gaan, gaan, gaan.

Mijn evaluatie van Tuig van de richel

Onderzoeksjournalistiek is hard nodig en ik lees graag de artikelen en boeken van onderzoeks-journalisten. Zij controleren de macht. En dat die macht terugslaat, zélf controle wil, ja dat wist ik ook. De impact op de journalisten in kwestie, daar heb ik me nooit zo in verdiept. En dat is dom, want de smeercampagnes hebben tot doel hen de mond te snoeren, en dat zal regelmatig ook best lukken. En dat is gevaarlijk. Dit boek geeft goed inzicht in het effect van al die aanvallen en wat dat doet met zelfs de meest geharde en gelauwerde journalisten. Hetzelfde geldt voor politici die een haatcampagne over zich heen krijgen, denk aan Sigrid Kaag, Frans Timmermans. Het is helaas niet zo duidelijk wat hiertegen te doen is.

De trip zelf is leuk beschreven, wat objectief over de omgeving en de historie van de gebieden waar hij doorheen rijdt, geïllustreerd met een routekaart per hoofdstuk. En wat meer persoonlijk over de muziek, de fiets, de mensen die hij tegenkomt, de overnachtingen. En natuurlijk zijn eigen gevoelens, frustraties, die hij, denk ik, toch niet kwijt is na de fietstocht. En het lijkt erop dat hij ook nog niet klaar is met de journalistiek … ‘het bijtertje zal blijven schrijven …’.

Een Must-Read? Dat niet per sé, hoewel het onderwerp persvrijheid zéér belangrijk is.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Tuig van de richel duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!).

Koop Tuig van de richel duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Familie: ‘nicht’ Roxane van Iperen

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Roxane van Iperen.

Waar schrijft ‘nicht’ Roxane van Iperen over?

‘Nicht’ Roxane schrijft fictie én non-fictie, en is vooral bekend van haar bestseller ’t Hooge Nest. Dit boek is gebaseerd op de levens van twee zusters die in de Tweede Wereldoorlog onderduikers opvingen in het huis waar Roxane nu woont. Het boek is in veel talen vertaald. De laatste jaren schrijft ze voornamelijk essays die gaan over het toenemende individualisme in de maatschappij en andere maatschappijkritische onderwerpen.

Heeft ‘nicht’ Roxane andere zakelijke activiteiten?

‘Nicht’ Roxane werkt ook als journalist en columnist. Natuurlijk heb je haar ook weleens gezien in een talkshow, en bij Lubach en Zomergasten bijvoorbeeld. Haar essays vind je o.a. in het NRC en Vrij Nederland

Ze is voorzitter van de Raad van Advies van het SIDN Fonds, dat zich richt op technologische innovaties met maatschappelijke impact. Ook is ze bestuurslid bij Matchingfonds De Coöperatie, die onderzoeksjournalistiek bevordert.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Roxane van Iperen uit?

Roxane werd in 1976 in Nijmegen geboren. Ze groeide op in een onrustig en onveilig gezin. Haar boek ‘Dat beloof ik’ zou semi-autobiografisch zijn, en de onveiligheid die dat uitstraalt is enorm. In een interview met BNNVARA zegt ze hier het volgende over: ‘Van nul tot vijftien jaar, je vormende jaren, dan word je tot een bepaalde diersoort gemaakt. En dat krijg je er niet meer uitgeslagen.’ Ook niet nu ze ouder is. Roxane werd iemand die altijd hard rent, zegt ze zelf. ‘Altijd. Rennen voor het gevaar van iedere dag. Onvoorspelbaarheid.’ En dat uit zich in een ‘soort drive waardoor je altijd harder wil werken dan een ander, waardoor je altijd denkt: honderd procent is niet goed genoeg, daar moet nog een grote stap bovenop. Omdat je ergens diep in je denkt dat het nooit goed genoeg is, dat je onzichtbaar bent en of je bestaansrecht hebt’.

Van 1990 tot 1992 woonde ze in Málaga (Spanje), hoe grappig, want vandaaruit schrijf ik nu dit. Daarna ging ze terug naar Nederland en maakte haar gymnasium af in Sint-Michielsgestel. Ze studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 2001 tot 2006 werkte ze als jurist en adviseur bij Nauta Dutilh en Van Doorn. Daarna werkte ze tot 2011 bij de multinational Tendris. Ze specialiseerde zich onder andere in belastingconstructies en duurzame verdienmodellen.

In 2011 begon ze haar eigen bureau De pleitschrijver.  In 2014 startte zij haar journalistieke loopbaan, als columnist van glossy magazine Jackie. Ze werkte onder andere in 2016 en 2017 in Brazilië, waar ze ook gastcorrespondent van De Correspondent was. In 2016 kwam haar eerste roman uit, die in Brazilië speelt.

Roxane woont in de bossen van Naarden, in het huis dat voorheen ’t Hooge Nest was. Ze was getrouwd met haar jeugdliefde Joris Lenglet en is in 2023 gescheiden. Ze hebben 3 kinderen.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Roxane van Iperen?

‘Nicht’ Roxane van Iperen schreef 9 boeken, waarvan 2 fictie, 1 geromantiseerde non-fictie en de rest puur non-fictie. Ik las ze allemaal! Die geromantiseerde non-fictie is natuurlijk haar prijswinnende boek ’t Hooge Nest.

Stemmen uit het diepe  (2025)

Ik las eerder al haar 4-meilezing (zie onder), en onlangs het tweede verhaal uit dit dunne boekje, wat, dacht ik, ook in Brieven aan ’t Hooge Nest was opgenomen. Ik schreef (daarom) geen recensie. Flaptekst: In haar indrukwekkende 4-meilezing uit 2021 schrijft Roxane van Iperen over onze collectieve herdenking en het gevaar om in een oppervlakkig verhaal te blijven steken. Als je echt stil wil staan bij oorlogsleed, zonder valse nostalgie, moet je het complete verhaal willen kennen. Van Iperen laat zien dat oorlog niet onbeschrijflijk of onvoorstelbaar is. Zo ook in haar reconstructie van de nachtelijke ontruiming van de joods-psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch in 1943. Decennialang werd er over die gruwelijke gebeurtenis gezwegen. In hoeverre reconstructies, verhalen of herdenkingen iets van dat zwijgen opheffen, is niet te zeggen. Het gaat om het streven.  Koop bij Bol

Eigen planeet eerst (2025)

‘Waarom doen jullie niks aan de klimaatcrisis?’ vragen de jongere generaties ons. In dit essay gaat ‘nicht’ Roxane in op deze vraag. Ze betoogt dat we op dit moment op twee verschillende planeten leven, elk met een eigen interpretatie van optimaal welzijn. De problemen worden veroorzaakt vanuit de éne planeet, de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de andere. Dáárom dus. Hoe die planeten ontstonden, en waarom we ze weer moeten laten samenvallen zet ze uiteen in een boeiend, prachtig verwoord betoog. Hierin komen een aantal ‘bekende’ spelers aan bod: het neoliberalisme, klimaatverandering, de aanval op de democratie, extreem rechts. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Dat beloof ik (2023)

Fictie. Ik schreef een recensie op Goodreads. Een nogal beklemmend verhaal over huiselijk geweld en misbruik door de ogen van een 12-jarig meisje. Op de eerste bladzijden lezen we dat het meisje M met een hond in de hondenmand slaapt. Wat wreed dacht ik. Maar al snel wordt duidelijk dat dit bij haar oma is, dat dit de enige veilige haven is die zij kent, en dat het warme hondenlijf haar een gevoel van veiligheid en troost geeft. Thuis worden zij en haar moeder mishandeld, hoewel dit nooit expliciet wordt beschreven. Wel het huilen van haar moeder, het geluid van klappen, het opdweilen van het bloed. En haar constante voorbereidingen om te kunnen vluchten, weten waar de sleutels liggen, hoeveel stappen het is tot de deur, haar gespannenheid, en haar voorliefde voor rennen, alsmaar rennen. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Eigen welzijn eerst (2022)

Uit mijn recensie: Dit essay is net zo fraai geschreven als het prijswinnende ’t Hooge Nest, en onderzoekt ook de historie. Niet van de Jodenvervolging, maar van onze toenemende neiging tot zelfbehoud, tot ‘Eigen welzijn eerst’. Een prima analyse én oproep om onze samenleving niet nog meer naar de kant van extreem-rechts te laten glijden. Het betoog is goed te volgen en best overtuigend, haar mening is duidelijk (en niet altijd genuanceerd) en gelardeerd met historische gebeurtenissen en buitenlandse ontwikkelingen, met name in de VS. Het slot, en ook het zwaartepunt van het betoog, is wellness-rechts en het gevaar daarvan. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 (2021)

Uit mijn recensie: Roxane van Iperen hield een voordracht bij de herdenkingsbijeenkomst 4 mei 2021; Daan Rovers schreef een essay voor 5 mei 2021, beiden in opdracht van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Beide stukken zijn gebundeld in een klein boekje: de Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 met Stemmen uit het diepe en Het fundament van vrijheid. Ik las het op 7 oktober 2025, 2 jaar na de aanval van Hamas op Israëlische burgers, en na 2 jaar onafgebroken oorlog in Gaza met een potentieel vredesakkoord in de coulissen.  Er zitten interessante filosofische punten ter overdenking in beide stukken. Over de waarheid niet willen weten, en over de pijlers van vrijheid. Over dingen goedpraten, en vrijheid van meningsuiting. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Brieven aan ’t Hooge Nest (2021)

Ik schreef een superkorte recensie op Goodreads. De flaptekst stelt dat ‘sinds de verschijning van ’t Hooge Nest in november 2018 talloze lezers Roxane van Iperen hebben geschreven. Ontroerende brieven met ontboezemingen over de oorlog, over onbesproken leed en over opgroeien in een door trauma’s getekend gezin. Maar ook kwam er nieuwe informatie over personen uit ’t Hooge Nest aan het licht, die door deze publicatie wordt ontsloten.’ Het betreft hier dus geen roman, en er lijkt niet geredigeerd te zijn. Ik vond het erg interessant om méér over ’t Hooge Nest en haar bewoners te lezen, ook hoe het met de ‘bij-figuren’ afliep. Toegevoegd zijn teksten van een paar van haar lezingen. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

De genocidefax (2021)

Uit mijn recensie: Dit boekje gaat over de genocide in Rwanda in 1994. Maar ook gaat het over collectief zwijgen. Dat je uitspreken, verbanning uit de groep betekent, je je baan verliest, het doodsbedreigingen oplevert. En dat er toch dappere klokkenluiders zijn die het zwijgen doorbreken. Roxane stelt ons de vraag: wat zou jij doen? Roméo Dallaire is zo’n klokkenluider en over hem gaat dit essay. Hij is de commandant van de VN-troepen in Rwanda. Hij waarschuwt zijn meerderen dat er een genocide aanstaande is. Er komt geen actie. Achteraf zegt de VN: we wisten het niet. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

’t Hooge Nest (2018)

Fictie: Uit mijn recensie: Ik had al veel gehoord over dit boek, en dan kan het alleen maar tegenvallen. Maar dat deed het niet! Wat een prachtig boek! Het begint als een geschiedenisboek, met feel feiten en korte omschrijvingen. Kort en pittig, niet saai. Als de Jodenvervolging begint, begin dertiger jaren, worden de beschrijvingen uitgebreider, en verandert het boek in een roman, maar wel helemaal gebaseerd op feiten. De zussen hebben namelijk veel materiaal achtergelaten, omdat ze Anne Frank in de kampen kenden en daarvoor zijn geïnterviewd. Toch iedere keer weer schokkend om te lezen hoeveel Joden er verraden zijn en hoe antisemitisch Nederland was (is). Het boek kent een gedeeltelijk happy end: sommige familieleden overleven de kampen. De meeste niet. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Schuim der aarde (2016)

Fictie. Uit mijn recensie: Deze roman speelt in Brazilië, en dan voornamelijk in, of liever op, De berg. Dat is de grote achterbuurt, met tienduizenden schamele hutjes, en mensen die van de hand in de tand leven. Slechtbetaalde baantjes hebben, zoals huishoudster, of prostitué zijn, of bij de criminele bende, de Organisatie, horen. Op De berg leeft Lucy, een prostitué, die haar eerste kind afstaat voor illegale adoptie. Haar tweede kind komt zwaar gehandicapt ter wereld na een mislukte zelf uitgevoerde abortus. Ook op De berg leeft Manuela, de huishoudster van Elizabet. Deze laatste is vrouw van een hoge politiefunctionaris en werkt zelf ook bij de politie. Ze wil dolgraag een kind, maar zij en haar man Hugo blijven kinderloos. Afkomstig van de berg is Anjo, ‘engel’, die naar De vlakte wordt gebracht waar hij samenleeft met andere verlaten kinderen en twee criminelen, en een stroom truckers ‘bedient’ in ruil voor eten. Mooi boek, en ook naar. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Andere publicaties

Roxane schreef ook een aantal essays voor diverse kranten en bladen. Hier vind je een overzicht.

Verantwoording

Alle informatie is ontleend aan WikipediaBolRoxane’s eigen website.

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen.
Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 2 reacties

Recensie: Opgeruimd op het werk – niet blij

Ik las eerder Spark Joy van Marie Kondo, en werd daar best blij van. En dus pakte ik de opvolger: Opgeruimd op het werk uit 2020, wat Marie samen schreef met Scott Sonenshein, organisatie-psycholoog en hoogleraar aan Rice University. De kern van het boek is weer: word je er blij van, nu, of in de toekomst? En ik moet zeggen, het leverde niet heel veel eye-openers op, en toch keek ik met andere ogen naar werk in het algemeen, en mijn kantoorruimte in het bijzonder. En ja, ik focuste wéér op de boeken!

Marie ruimt de tastbare spullen op, en de aanpak daarvan is vergelijkbaar met haar 2 eerdere boeken, hoewel ik de spirituele dimensie miste. Het Japanse kantoorleven is erg vergelijkbaar met die van het Westen, zo lijkt het. Scott helpt ons met het organiseren van de niet-tastbare component: time-management, bestanden organiseren, beslissingen nemen. Ik las niets nieuws. Dus op de ‘klassiekers’-vraag: pareltje of papierbak, gaat dit boek de papierbak in. Of eigenlijk: weer een minibieb in. Misschien dat een ander er blij van wordt?

Het zelfhulpboek Opgeruimd op het werk …

…. is dan wel samen geschreven, maar niet echt gezamenlijk. Ieder schreef de helft van de hoofdstukken, waarbij dan in een kader de input van de ándere helft van het schrijversduo werd verwerkt. Ik was nogal sceptisch toen ik die opzet zag, maar op een of andere manier werkt het toch.

Je werkplek opruimen

Marie focust zich op de tastbare dingen, zoals we van haar gewend zijn: het opruimen van je werkplek. Het probleem met een rommelige werkplek is natuurlijk dat je veel tijd kwijt bent aan het zoeken naar spullen: je bril, dat ene document. Onderzoek geeft aan dat dat al snel een hele week (!) per jaar is. Daarnaast heeft rommel allerlei lichamelijke en psychische effecten: minder motivatie en een verhoging van je cortisolniveau, het stresshormoon, wat weer kan leiden tot hartproblemen en diabetes. Alle reden dus om er wat aan te doen.

Maar er speelt meer. Een net bureau wekt volgens onderzoek de indruk dat de persoon ambitieus is, intelligent, hartelijk, rustig. En volgens een ander onderzoek zelfverzekerd, vriendelijk, ijverig. En weer ander onderzoek geeft aan dat nette mensen meer kans maken op promotie. Kortom: een opgeruimd bureau zorgt voor een hogere waardering van ons karakter en onze vaardigheden bij anderen. Nóg een reden dus om op te ruimen! En wees eerlijk: word jij ook niet blij als je eens in de zoveel tijd je opgeruimde bureau ziet? Tot zover Marie. Scott geeft er in een kader een verklaring voor: het hebben van veel spullen in je kantoor overweldigt je hersenen, en ook geeft rommel, in combinatie met veel taken en informatie,  je een gevoel van controle-verlies.

De kern van de KonMari-methode is je afvragen waar je blij van wordt. Dat werkt beter thuis dan op kantoor: contracten, of een vergaderagenda, daar word je meestal niet blij van, maar wegdoen is geen optie. Het doel is daarom iets uitgebreider: het moet bijdragen aan je werkplezier. Dat kan je mooie pen zijn, of de foto van je geliefde. Maar ook nuttige dingen, zoals nietjes, of dingen waar je in de toekomst blij van wordt, zoals te declareren bonnetjes (geld!), of projectdocumentatie (complimenten bij een goed afgerond project). Dus wat je moet houden is gebaseerd op 3 criteria: nu blij, nuttig, straks blij.

Boeken opruimen

Natuurlijk begint Marie met boeken, conform de KonMari-volgorde. Waarom staan er zoveel boeken in je kantoor? Inspiratie, naslagwerk (dit noemt Marie ‘veiligheid’), motivatie, een persoonlijke touch. Maar … ga je ze echt nog (her)lezen, of zijn ze al voorbij hun ‘bloeiperiode’? En hoe kom je er achter of je er blij van wordt? Stel jezelf eens wat vragen. Kun je je herinneren dat je het kocht? Of speelt het een belangrijke rol in je leven, herlees je het vaak? Of … heb je ze alleen gekocht om indruk te maken? Of kreeg je het cadeau? Zou je het nu (wéér) kopen? Nee? Weg ermee!

Andere spullen opruimen

Voor andere spulletjes waar je moeilijk afstand van kunt doen heeft Scott in een kader ook nog een leuke tip: neem er een foto van! Onderzoek toont aan dat je dan makkelijker afscheid neemt, je hebt immers een min of meer tastbare herinnering? Het opbergen van de spulletjes die je houdt volgt de KonMari-methode: alles per categorie bij elkaar, in dozen zodat je het rechtop kunt zetten voor beter overzicht, en aanvullend: niks op je bureau!

Zoals je huis opruimen orde in je leven schept, zo heeft je kantoor opruimen ook een bijwerking: al dat kiezen waar je blij van wordt strekt zich ongemerkt uit tot het werk zelf. Want je denkt aan je toekomst, waar je dán gelukkig van wordt. En je realiseert je dat álles een gevolg is van je eigen keuzes.  

Digitale zaken ordenen

Scott richt zich op de niet-tastbare zaken: tijd, beslissingen nemen, netwerken, je zaken op orde brengen zodat je weer plezier in je werk krijgt. Hij begint met het opruimen van digitale zaken. Bij elk document kun je je 3 dingen afvragen: heb ik het nu nodig? Heb ik het straks nodig, of geeft het inspiratie voor later? Word ik er blij van? Zo niet, delete! Maar eerst bedanken voor hun bijdrage aan je leven, dat kan collectief, of door in gedachten je ‘bedankknop’ aan te zetten, zegt Marie.

Voor het opbergen maak je niet heel veel mappen, maar alleen vijf hoofdmappen, daarbinnen zoek je met je zoekfunctie. Dat is efficiënt.  Scott gebruikt maar 3 mappen: Lopende projecten, Archief (voor contracten, procedures) en Afgerond werk. Misschien heb jij ook een map Privé nodig. Je bureaublad ruim je ook op, hierop staan alleen bestanden die je nog moet behandelen. De drie criteria gebruik je ook voor het opruimen van je email, en je telefoon-apps.

Tijd opruimen

‘Tijd opruimen’ klink intrigerend, maar komt neer op ‘te veel’: activiteiten, willen verdienen, urgentie, multitasken, ja zeggen. Bekende materie. ‘Beslissingen opruimen’ is interessanter. Je hebt automatische, onbewuste beslissingen (hoe je naar je bureau loopt), heel belangrijke beslissingen, die veel denk-energie eisen, en beslissingen ertussen in. Die laatste zijn niet zo makkelijk maar slechts redelijk belangrijk. Die stel je steeds maar uit. Aan relatief onbelangrijke zaken moet je zo weinig mogelijk tijd besteden. Kun je ze automatiseren? Beslissingsregels maken, een standaard afsluiting voor je emails, een standaard garderobe (altijd een coltrui zoals Steve Jobs)?  De redelijk belangrijke beslissingen kun je misschien delegeren? Omhoog, omlaag, opzij?

Keuzes opruimen

Keuzes opruimen is leuk: meer opties hebben is niet per sé beter. Het kost alleen meer tijd, terwijl je hersens zó zijn geprogrammeerd dat je later toch overtuigd bent dat je keuze de juiste was, welke keuze je ook maakte. En probeer niet de perfecte beslissing te nemen of keuze te maken: goed is meestal goed genoeg.

Je netwerk opschonen

En dan: je netwerk uitmesten. Social media kost belachelijk veel tijd. En je netwerk kan ‘te groot’ zijn, met veel mensen die je wel kent, maar je niet zullen willen helpen. Een stevige band met een beperkt aantal mensen, 150 max, is veel zinniger. En je hebt na het opschonen ook meer tijd om het contact met hen te onderhouden. Bedenk: word je blij van die en die? Of zijn ze nuttig voor je, of kunnen ze dat worden? Voor de rest: weg met de visitekaartjes, de sociale media connecties.

Vergaderingen organiseren

Dan een hoofdstuk over vergaderingen organiseren. Daar wordt ook al een hoop over gezegd en geschreven. Interessant was met name het advies om niet de lange vergaderingen door (meerdere) korte te vervangen. Die moet je óók voorbereiden, en onderbreken óók je werk. En lopen óók vaak uit …. Het aantal vergaderingen werkt demotiverender dan de lengte ervan. Optimaal is een vergadering van zeg 45 minuten waarin je een aantal gerelateerde onderwerpen bespreekt.  

Teams opbouwen

Teams opruimen kan niet, dus dat hoofdstuk heet teams opbouwen. Je moet zorgen dat ze beter functioneren, zodat ze nuttiger zijn en je er blijer van wordt. De bijbehorende aanbevelingen zijn voornamelijk open deuren.

Je baan opruimen

Een analyse van waar je blij van wordt op je werk leidt soms tot ontslag nemen. Dan geldt voor je baan hetzelfde als voor je spullen: denk aan het goede dat het je heeft gebracht, wat je hebt geleerd. Wees dankbaar voor de bijdrage aan je leven, en laat het dan gaan. Maar de eerste stappen in ‘je nieuwe leven’ kunnen lastig zijn. Allerlei mensen die er een mening over hebben! Ach, zij hebben tóch al een mening over je, het is normaal dat niet iedereen je aardig vindt of je begrijpt. Laat je daar niet door leiden!

Mijn evaluatie van Opgeruimd op het werk

Als je veel managementboeken leest, zoals ik, zul je weinig nieuwe dingen leren. Alles lijkt al eens gezegd en geschreven te zijn. Scott’s tips lijken vaak op Getting Things Done, hoewel die methode een stuk dieper gaat. En ook komen veel tips (inmiddels) wat gedateerd over, wat niet zo raar is, het digitale wereldje is in 5 jaar best veel veranderd. Wat ik met name miste, in vergelijking met Marie’s vorige boeken, is de verrassing bij de Japanse gebruiken en spiritualiteit. Die verrassing is in dit boek nauwelijks terug te vinden. Scott’s aandeel is veelal gebaseerd op studies en onderzoeken, in de noten vind je verwijzingen naar artikelen in de vakliteratuur.

Natuurlijk zijn de voorbeelden vaak herkenbaar, het beschrijft situaties die iedereen in zijn werk wel eens heeft meegemaakt. dat is leuk om te lezen. De oplossingen zijn nét zo herkenbaar, dus verwacht geen creatieve aanpakken. Scott heeft zijn best gedaan om ‘er blij van worden’ als rode draad in zijn stukken te verwerken, maar het resultaat vond ik nogal simplistisch.

In tegenstelling tot Spark Joy heeft dit boek geen tekeningen. Nu is het opruimen van je bestanden wat anders dan het vouwen van je ondergoed, maar een matrix voor besluitvorming is goed in een illustratie te vangen, zeker als die gebaseerd is op die van Eisenhower. Ook zijn er vast wel grafieken, die de managementtheorieën van Scott ondersteunen. Gemiste kans.

De schrijfstijl is goed, de mix van de twee visies werkt best goed met het gebruik van de kaders. Het boek is verder ook goed verzorgd.

Maar: mis je iets als je dit boek niet leest? Nee. In het kader van: ‘word je er blij van’, zou ik er dan ook niet aan beginnen.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend 0, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Opgeruimd op het werk  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Opgeruimd op het werk duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Persoonlijke effectiviteit, zelfhulp | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Limitarisme – overtuigend

Ingrid Robeyns schreef in 2023 Limitarisme, pleidooi tegen extreme rijkdom. Natuurlijk was ik nieuwsgierig naar de limiet, en ook naar haar motivatie, die met name de mensen die al extreem rijk zijn, of het heel graag willen worden, mee moet krijgen. Eerlijk, ik was wat sceptisch. Onterecht! Het betoog is bepaald overtuigend, en staat ook nog eens vol met observaties die het overdenken meer dan waard zijn.  

Als je denkt dat de conclusie van het boek een bedrag is, kom je bedrogen uit. Ingrid pleit in de kern voor rechtvaardigheid, voor vermindering van vermogens- en inkomensongelijkheid. Mensen worden rijk door de relatie met andere mensen: werknemers, klanten, financiers. Op een onbewoond eiland word je niet rijk. Dus waarom wordt de rijkdom alleen met de aandeelhouders gedeeld? Ingrid gaat ook in op alle argumenten tégen Limitarisme, en weet deze goed te weerleggen. Als conclusie stelt ze dat Limitarisme, en met name de onderliggende systeemverandering, goed is voor iederéén. Ik zeg: doen!

Het maatschappelijke boek Limitarisme …

… bespreekt een groot aantal voordelen van het instellen van een maximum aan vermogen en de argumenten tegen extreme rijkdom. Het meest voor de hand liggende argument is natuurlijk het nadelige effect van ongelijkheid in de wereld en in een land. Ook is een significant deel van buitensporige rijkdom bezoedeld: oneerlijk verdiend, of onethisch gegroeid in belastingparadijzen. Nu komt een groot deel van de economische winst bij de rijkste mensen in de samenleving terecht, die winst wordt bepaald niet eerlijk verdeeld.

Politieke macht en ecologische schade

Iets anders is de politieke macht die de rijken hebben, wat ingaat tegen de uitgangspunten van een democratie. De politiek wordt door een groep rijken gedomineerd. Ook hebben de superrijken ecologische schade veroorzaakt, die relatief veel groter is dan de schade van de ‘gewone man’, door hun levensstijl, bedrijfsstrategieën, belastingontwijking, en gelobby. Daarnaast is er veel geld nodig om de klimaatschade te herstellen en te voorkomen, en de rijken bezitten veel geld dat ze helemaal niet nodig hebben.

Hebben ze het wel verdiend?

Ook een mooi punt: wie verdient het om extreem rijk te zijn? Geërfd geld is gebaseerd op toeval: daar waar je wieg stond. En verdiend geld is vaak gebaseerd op extreem hoge beloningen, die niets meer te maken hebben met prestaties (hoe meet je die?) en talent (ook weer toeval). Een gemiddelde CEO verdiende wereldwijd > 300x het salaris van een gemiddelde medewerker in zijn bedrijf, in de VS is dat zo’n 670x en een bonus van 56 miljard hebben we nu ook gezien.

Mensen onderschatten de feitelijke economische ongelijkheid, dit blijkt uit vele studies. Ook beseffen ze niet dat de ‘elite’ voor economische regels heeft gezorgd die tot doel hebben hun eigen financiële positie te verbeteren. Daarom wordt er niet overwegend gestemd voor meer herverdeling. Ook gelooft men nog in sociale mobiliteit, dat je kunt opklimmen, rijk kunt worden. Maar die mobiliteit is in de praktijk beperkt, en neemt af. De inkomensongelijkheid is in de afgelopen jaren enorm gegroeid, en ook dat wordt onderschat.

Limitarisme = communisme?

Veel mensen denken dat Limitarisme neerkomt op communisme. Dat slaat nergens op. Limitarisme wil zeker geen centraal geleide planeconomie, en ook geen despotische overheid. En ook wil het de vrije markt, private bedrijven of privébezit niet afschaffen. Wel is het zo dat sinds 1970 markten minder gereguleerd zijn dan ervoor, dat er heel wat eigendom van de publieke sector naar de private sector is overgeheveld, zoals de spoorwegen. Het ging gepaard met een verschuiving van macht van de staat naar de private sector. Toch is er nog veel bezit in overheidshanden, zoals de nationale parken, en grijpt de overheid ook in de economie in, met financiering van scholen, met een minimumloon, met maximumprijzen voor elektra en gas, met subsidies. We zijn dus zeker niet zuiver kapitalistisch, maar wel méér kapitalistisch dan vroeger.

Wat het Limitarisme wil is: zorgen dat ongelijkheid binnen de perken blijft en het overtollige geld van de rijken gebruikt wordt om urgente basisbehoeften en collectieve problemen aan te pakken. Hierbij spelen ook morele en ethische overwegingen een rol. Dit kan binnen allerlei alternatieve economische modellen die momenteel opgang doen: welzijnseconomie, donuteconomie.

En wat is dan de limiet?

Natuurlijk gaat het boek in op wat een redelijk maximumvermogen zou kunnen zijn, en 10 miljoen wordt geopperd. Maar daar draait het niet om. Het gaat meer om een systeemverandering, en een mentale verandering naar ‘genoeg is genoeg’.  

Wat moeten we doen? En doen de rijken mee?

Ingrid denkt dat de superrijken eigenlijk helemaal niet gemotiveerd worden door steeds meer geld. Wel door status, macht. Een limiet, of verhoging van de belastingen, zal ze niet heel erg raken. Daarnaast zijn ze ook intrinsiek gemotiveerd, ze halen voldoening, zelfs plezier, uit hun werk bij hun super succesvolle ondernemingen. Dus misschien stribbelen ze niet eens zoveel tegen.

Daarnaast kan het Limitarisme ook hen wat opleveren: Morele winst, zich een beter mens voelen. Politieke instabiliteit wordt vermeden, de kans op opstanden is minder. Altijd goed voor je bedrijf, volgens de 121 ‘Patriottic Millionaires’. De economie groeit want de armen hebben meer geld om uit te geven. Trickle up. Het werkt bevrijdend, geen zorgen over je beleggingen, geen ruzies meer met de familie, geen schuldgevoel, volgens The Good Ancestor Movement. Dit hoofdstuk 9 is bepaald tegen-intuïtief maar onderbouwd!

Welke acties zijn nodig voor het Limitarisme?

  1. Allereerst wat doen aan de normen en waarden van het neo-liberalisme. Rechtvaardigheid en mensenrechten moeten centraal staan, niet economische efficiëntie. Besluitvorming op basis van gemeenschappelijkheid, niet op basis van technocratie.
  2. Ten tweede moeten we klassebarrières afbreken, wat empathie en begrip voor anderen verhoogt. Hiervoor is huisvestings- en onderwijsbeleid nodig, een maatschappelijke dienstplicht is een goed idee.
  3. Ten derde moeten we zorgen voor een betere balans tussen de economische machten.  De drie politieke machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) zijn gescheiden om machtsmisbruik te voorkomen. De economische machten zijn werkgevers versus werknemers/vakbonden, aandeelhouders versus stakeholders. Niet in balans, en dus hier wél machtsmisbruik.
  4. Ten vierde moet de fiscale beslissingsmacht van de overheid worden hersteld en belasting-ontduiking en ontwijking worden tegengegaan door kapitaalvlucht onmogelijk te maken. Natuurlijk kan dit alleen in internationaal verband.
  5. Als vijfde: inbeslagname van besmet geld. Denk aan crimineel geld, maar ook aan geld verdiend met slavenhandel of corruptie.
  6. Als zesde moet de internationale economische architectuur eerlijker worden ingericht. Denk aan een leefbaar loon bij geoutsourcete productie.
  7. En dan als zevende het begrenzen van de topbeloningen. Vroeger schaamde je je als je 100x zoveel verdiende als de minst betaalde werknemer van je bedrijf. Nu niet meer. Dus naast een ‘maximumloon’  is ook verandering van sociale normen nodig. En een internationale minimumbelasting op inkomen uit kapitaal.
  8. En als laatste het meest urgente: stoppen met intergenerationele overdracht van rijkdom door per persoon het bedrag aan ontvangen erfenissen te begrenzen. Dit idee is overigens van John Stuart Mill, die je echt geen socialist kunt noemen. Het ‘overschot’ kan dan verdeeld worden onder alle jongeren. Dat haalt gelijk de weerstand tegen successiebelasting weg.

Afsluitende boodschap: geld van de 1% over de 99% verdelen zal een enorm onaangebroken potentieel vrij maken. Daar zal dan iedereen van profiteren, ook de rijken.

Ondanks dat Ingrid’s argumenten overtuigend zijn, geloof ik niet dat Limitarisme een kans van slagen heeft, maar onderdelen ervan wellicht wel. Dat is dan al winst. En we moeten een ‘audacious goal’ hebben, toch? Dit is er eentje.

Mijn evaluatie van Limitarisme

Ingrid behandelt een onderwerp, ongelijkheid, wat de laatste jaren in veel boeken terugkomt en ook journalistiek veel aandacht krijgt. Dat is dus niet nieuw. Haar oplossing, het Limitarisme, was wél nieuw voor me, en veel van haar observaties verrasten me. Zoals hoe wij beoordelen of rijken hun geld ‘mogen houden of niet’. Dat hangt af hoe het verdiend is, én wat de rijkaard ermee gaat doen. Filantropie waarderen we, maar Ingrid zet er, terecht, de nodige kanttekeningen bij. Heel interessant. Ook haar opmerking over gouden paspoorten, waarbij schimmige figuren staatsburgerschap en dus politieke invloed ‘kopen’, bijvoorbeeld om sancties te ontlopen, en hoe schril dit afsteekt tegen onze asielwetten, stemt tot nadenken.

Ingrid gebruikt veel statistieken en economische theorieën in dit boek, het betoog is goed onderbouwd. Op een opmerking over besmet geld en belastingparadijzen na: dat wordt veelal genegeerd, het Limitarisme focust mede hierop omdat ‘het ons hindert een eerlijkere, limitaristische wereld tot stand te brengen’. Dat negeren zie ik niet zo, en het argument klinkt als een cirkelredenering. Maar zéker een onderwerp om nog wat meer bij stil te staan.

Het onderwerp, en met name de belastingtechnische maatregelen die ze voorstelt, zijn relevanter dan ooit. Niet alleen omdat de VS in extremo anti-limitaristisch is, en we zien wat daar gebeurt, maar ook omdat ongelijkheid bij ons in Nederland aantoonbaar populisme in de hand werkt en slecht is voor onze economie. In de verkiezingsprogramma’s zie ik diverse onderwerpen die aansluiten op Ingrid’s betoog. Nu is het boek wat ouder, 2 jaar inmiddels, maar ik zie toch weinig onderdelen in haar betoog die niet meer juist zijn, ik verwacht dat haar oproep tot systeemverandering, en juist ook een verandering van sociale normen, nogal tijdloos zullen zijn. In de zin van: dat gebeurt toch niet. Dat is best een deprimerende gedachte.

De gebruikte voorbeelden zijn internationaal en illustreren het betoog goed. Ze spelen in op ons gevoel van rechtvaardigheid en zorgen zo voor emotie bij het lezen. Het betoog is soms wat herhalend, het laatste hoofstuk geeft een goede samenvatting. De oplossing is origineel, weer eens wat anders dan ‘gewoon’ progressief belasten. En het idee om limieten op erfenissen te stellen vind ik bepaald elegant. In het betoog gaat Ingrid ook in op de argumenten tégen Limitarisme, hoewel wat minder diepgaand dan op de argumenten vóór. Het heeft een uitgebreide literatuurlijst.

Het ebook dat ik las is sober uitgevoerd, zonder illustraties en met een enkele typo. Het betoog heeft een goede structuur en de rode lijn is duidelijk. Er is veel te leren van het boek, ik verwacht hier ook Booknotes van te maken, ik heb vele pagina’s met aantekeningen gemaakt.

FOMO? Ja, ik denk wel dat dit een boek is dat je gelezen moet hebben, of in ieder geval een essay over dit onderwerp. Al was het alleen maar om te begrijpen dat het niet louter gaat om het vaststellen van een bedrag dat je maximaal mag hebben.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Limitarisme duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Limitarisme duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Cradle to Cradle – inspirerend, deprimerend, intrigerend

Regelmatig lees ik een ouder boek, en vraag me af: relevant of (inmiddels) rotzooi? Pareltje of papierbak? Uit 2002 stamt Cradle to Cradle van Michael Braungart en William McDonough. In 2007 kwam er een Nederlandse uitgave, met Nederlandse voorbeelden. Ik vond het een pareltje! En vroeg mij steeds af: waarom wist ik dit niet? En: waarom is hier niets mee gebeurd? Het uitgangspunt van het boek is: we moeten méér consumeren, want afval is voedsel voor iets nieuws en goed voor de aarde. Okeeeeeee.

Bij de allereerste zin zit ik al druk te schrijven, en daar houd ik niet meer mee op. Wat een inspirerend boek! En ik begrijp het uitgangspunt ook: wanneer je ‘voedende’ zaken ontwerpt en maakt, regeneratief zouden we nu zeggen, dan is dat ook goed voor de aarde. Het ermee samenhangende energieverbruik kan véél efficiënter, dus dat hoeft geen bezwaar te zijn. De onderbouwing lijkt te kloppen, en de oplossing is dus zeer eenvoudig. Maar dan …. zie ik dat heel veel initiatieven óf niet van de grond zijn gekomen, óf een stille dood stierven. Dat is dan weer deprimerend. Maar ook intrigerend: waaróm toch?

Het duurzaamheidsboek Cradle to Cradle …

… begint verrassend genoeg met mijn favoriete ‘verbruiksvoorwerp’, namelijk boeken. De Amerikaanse uitgave van dit boek is gedrukt op polymeren, die oneindig recyclebaar zouden zijn, zonder kwaliteitsverlies. Synthetisch papier. En de inkt is opnieuw te gebruiken, zonder chemische oplosmiddelen. Het boek kan volledig geüpcycled worden, stellen de auteurs. (Het wordt er mijn inziens niet beter van, maar gelijkwaardig, dus klopt dit wel?). Echter, de Nederlandse uitgave is gemaakt van milieuvriendelijk papier, want ‘in veel landen, zoals Nederland, duren veel dingen nét wat langer’.  

In de inleiding wordt direct gesteld dat Europa bezig is met consuminderen en minimaliseren, terwijl men in de US door gaat met consumeren ‘alsof er nooit een einde komt aan de overvloed’. We hóéven ook helemaal niet te consuminderen, zeggen de auteurs, als álle grondstoffen terugkeren in de biologische of technische kringloop. Hoe beter een product verkoopt, hoe sneller zo’n kringloop gesloten kan worden. Ik vroeg me gelijk af hoe dat dan gaat met de benodigde energie om zaken uit elkaar te halen, en weer samen te voegen tot iets nieuws. (Dat bleek destijds ook gelijk de meest gangbare kritiek te zijn op het boek: met die energie, en ook het transport dat met recycling samenhangt, is geen rekening gehouden.) Wél gaan de auteurs in op betere vormen van energiewinning: zon en wind, en het gebruik van traditionele methoden voor verwarmen en koelen.

Een andere, interessante stelling: het gaat niet om eco-efficiency (minder verbruik) maar om eco-effectiviteit (goed voor het milieu). Het gaat om álle onderdelen hergebruiken. We zouden een voorbeeld moeten nemen aan Aziatische tradities; als je in sommige streken in China voor het eten wordt uitgenodigd is het onfatsoenlijk om te vertrekken zonder de wc te gebruiken. De gastheer wil zijn waardevolle voedingsstoffen terug. (Voor mest op de akker, vraag ik me dan af? Anno nu lees je wel over kleine experimenten daarmee, maar de bacteriën en met name medicijnresten erin werpen een barrière op).

Standaardisatie en het bbp

Maar nu naar de onderbouwing van de mogelijkheid om volledig Cradle to Cradle te werken, de rest van het boek dus. Interessant is het stuk over de ellende van standaardisatie. Neem (af)wasmiddelen:  in gebieden met zacht water is minder reinigingskracht nodig, en het afvalwater gaat óf naar visrijke stromen, of naar een rioolzuiveringsinstallatie. Maar denk je dat de producenten rekening houden met deze lokale verschillen? Welnee, ze ontwerpen voor de meest slechte omstandigheden, zodat ze hetzelfde product overal kunnen verkopen. Ze ontwerpen ‘brute kracht’.  

De diversiteit van de natuur én de cultuur is de vijand, niet iets waar je je ontwerpen aan aanpast. Denk aan onze woningbouw en aan de landbouw: monocultuur en standaardisatie is het efficiëntst. Zo worden natuurlijke bestrijdingsmiddelen (’onkruid’ wat aantrekkelijk is voor vogels, die ongedierte opeten) verwijderd en vervangen door kunstmatige, waartegen het ongedierte snel resistent wordt. Bijzonder kortzichtig, dit.

En net zo kortzichtig is onze definitie van voorspoed: het bbp. In 1991 lekte er olie uit de Valdez bij Prince William Sound in Alaska. Dat was hééél goed voor de voorspoed van dat gebied. Huh? Ja, heel veel mensen kwam helpen opruimen, heel goed voor de plaatselijke middenstand en het bbp.

Goed voor de portemonnee, slecht voor de gezondheid

Er zijn veel producten die betaalbaar zijn, aan de verwachtingen van de gebruikers voldoen en ook goed zijn voor de fabrikant, maar die niet zijn ontworpen om goed te zijn voor de menselijke en ecologische gezondheid. Polyester kleding en PET-flessen zijn ‘producten plus’: ze bevatten antimoon, een giftig zwaar metaal. Het levert alleen maar nadelen op bij dragen en afvalverwerking. Waarom zit dat erin? De materialen worden ingekocht in landen met weinig wetgeving rond schadelijke stoffen. En schadelijke stoffen zijn ooit niet expres in de producten gestopt, maar het is wél een kwestie van nalatigheid om nú niet intelligenter te ontwerpen. Verandering is nodig!

Eco-efficiency en eco-effectiviteit

Eco-efficiency werd ‘geboren’ in 1992 bij de Wereldmilieutop in Rio de Janeiro, is gericht op minder verbruik van natuurlijke hulpmiddelen en minder vervuilen, en kan worden vertaald in beperken, hergebruiken,  recyclen en reguleren. Maar beperken levert nog steeds gezondheidsschade op, nu door fijnstof, en het probleem is dus niet weg. Hergebruik lijkt een goed idee, maar de schadelijke stoffen verdwijnen hierdoor niet, rioolslib dat als kunstmest wordt gebruikt kan dioxinen en zware metalen bevatten. Recycling is vaak downcycling, er een minder waardevol product van maken. De goede materiaaleigenschappen gaan verloren, en soms levert het extra gezondheidsrisico’s op. Daarbij is recycling heel duur, omdat de producten eenvoudigweg niet ontworpen zijn om gerecycled te worden!

Dan naar eco-effectiviteit, wat gaat over het geheel anders ontwerpen van producten, niet de bestaande producten minder slecht maken. We kunnen voor een voorbeeld van eco-effectiviteit naar een mieren-kolonie kijken. De gezamenlijke biomassa van mieren is groter dan die van mensen maar hún ‘bevolking’ vormt geen probleem voor de rest van de wereld. Alles wat ze gebruiken is biologisch afbreekbaar. Ze recyclen ook het afval van andere soorten, hiermee voeden ze hun schimmeltuinen. Door hun activiteit brengen ze mineralen naar het aardoppervlak, voedingsstoffen voor planten en schimmels. Ze maken doorgangen, die goed zijn voor de waterafvoer. Ze spelen dus een belangrijke rol bij het gezond maken en houden van de grond. Ze maken van de wereld een betere plek. Meer mieren is geen probleem. Groei is in de natuur géén probleem.  

En nu wij: bijna elk productieproces heeft neveneffecten, en die van ons zijn overwegend negatief. Waarom zouden ze niet positief kunnen zijn? Eco-effectief ontwerpen kijkt naar het hoofddoel van een product, maar óók naar de effecten! Denk aan de daken met aarde en planten: isolerend en verkoelend, produceert zuurstof, neemt regenwater op en absorbeert roetdeeltjes. O ja, het ziet er ook nog eens heel mooi uit! Waarom zien we niet meer groene daken?

En waarom hebben we geen/ niet meer:

  • Gebouwen die meer energie produceren dan ze verbruiken
  • Fabrieken die afvalwater lozen van drinkwaterkwaliteit
  • Producten die bij weggooien als voeding dienen voor planten en dieren
  • Vervoermiddelen die de lucht zuiveren

De biologische en technische kringloop

Er zijn dus twee kringlopen: de biologische en de technische. We moeten ervoor zorgen dat deze elkaar niet besmetten! Er mogen dus geen kankerverwekkende (technische) stoffen in de biologische kringloop terechtkomen. En biologische stoffen moeten we niet toevoegen aan de technische kringloop, ze gaan dan verloren en/óf verzwakken de kwaliteit van de technische grondstoffen, maken terugwinning daarvan moeilijker.  Een blend van katoen en gerecyclede PET voor stoffen is dus uit den boze, ook al klinkt het duurzaam.

Biologische stoffen kunnen worden gecomposteerd. Technische stoffen kun je niet zomaar bij elkaar op één hoop gooien, dan verliest het zijn kwaliteit. Die moet je dus weer van elkaar scheiden.  En dat doe je het best in de fabriek waar het eindproduct vandaan kwam. Producten worden dus diensten: aan het einde van hun levensduur gaan ze weer terug. De fabrieken kunnen goedkoop en duurzaam nieuwe producten maken, en op den duur is extra grondstofwinning niet meer nodig. Dus consuminderen hóéft helemaal niet.

Nu zijn er ook materialen die in geen van beide kringlopen passen omdat ze materialen bevatten die gevaarlijk zijn: ze zijn onvermarktbaar. In ieder geval nu, misschien dat er in de toekomst oplossingen komen. Opslaan dus, deze materialen, net als kernafval. Niet storten of verbranden!

Onderlinge relaties

De natuur heeft ons belangrijke lessen te leren. Elke soort is in meer of mindere mate afhankelijk van een andere soort, en ze werken samen voor het succes van het hele ecosysteem. Onze activiteit moet onze directe leefomgeving ondersteunen, werken met lokale materialen, lokale energiestromen en lokale culturele gebruiken. Ons afval moet de lokale grond en water voeden, we moeten zinnige, lokale beroepen creëren, lokale tradities gebruiken. Zo zijn er traditionele manieren om huizen te verwarmen en te koelen, die we van de Maori’s (boomschors afdakjes tegen de wind of de zon) en Pakistani (windschoepen in schoorstenen) kunnen afkijken, om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen.

De belangen van het bedrijfsleven en het milieu hoeven elkaar niet te bijten. MVO is nog steeds ongemakkelijk en geen doelgerichte wisselwerking. Eco-effectiviteit ziet het bedrijfsleven juist als de motor van verandering en respecteert de behoeften van de industrie. Het boek visualiseert dit als een driehoek, waarin Economie opschuift richting Rechtvaardigheid (sociaal) en dan richting Ecologie. En als je een gebouw ontwerpt dat zonlicht omzet in méér energie dan het zelf nodig heeft, dan schuif je vanuit Ecologie weer richting Economie: eco-effectiviteit.  Waar Economie de overhand krijgt, is weer sprake van eco-efficiency.

Interessant is de uitgebreide beschrijving van de aanpak van het Rouge complex van Ford in de VS. Eén van de innovaties is een volledig groen dak, beplant met sedum. Het leverde een besparing op van $32 miljoen op regenwaterzuivering. Ook heeft het veel verbeteringen om het werken prettig te maken en de buitenruimte gezonder. Heel veel werknemers geloofden er niet in, maar zijn inmiddels óm.

Stappenplan

Natuurlijk heeft het boek een stappenplan om eco-effectief te werken.

  1. Maak je ‘vrij van’ de bekende boosdoeners. Maar vervang het ene schadelijke materiaal niet door een onbekende andere.
  2. Volg goed geïnformeerde persoonlijke voorkeuren. Je zult nooit precies weten wat er in een ingekochte stof zit, veel informatie valt onder intellectueel eigendom. En is het materiaal er niet, kun je het dan (laten) maken?
  3. Maak een passieve positieve stoffen-lijst. Kijk naar ontstaan, gebruik en afvoer van de stof en schrijf alle negatieve effecten op. De ergste zet je op een X-lijst. Verwijder ze en, als mogelijk, vervang ze. Problematische stoffen waarvan verwijdering iets minder urgent is, of waarvoor geen alternatieven zijn, zet je op de grijze lijst. Alle stoffen waarvan je zeker weet dat ze niet schadelijk zijn en die je wél wilt gebruiken zet je op de P (van positief)-lijst.
  4. Activeer de positieve lijst. Je ontwerpt nieuwe producten met alléén de stoffen op de P-lijst.
  5. Opnieuw uitvinden. In plaats van herontwerpen, ga je terug naar de basis en ontwerp je met ‘voedend’ als extra criterium. Dus geen ‘positieve’ auto, maar een ‘voedend voertuig’. Of zelfs: ontwerp een nieuwe infrastructuur voor vervoer’(alle snelwegen overkappen en de ruimte erboven gebruiken?). Of zelfs: ‘ontwerp vervoer.’

Wat is nodig voor eco-effectiviteit? Tijd, inspanning, geld, creativiteit.  We can do it!

Mijn evaluatie van Cradle to Cradle

Tijdens het lezen viel ik van de ene verbazing in de andere: ik had geen idee van al die initiatieven die de auteurs beschrijven. En ook geen idee hoeveel er al kan, als je maar wilt. Deze Nederlandse uitgave bevat ook veel Nederlandse voorbeelden, en ik had er nog nooit van gehoord! Ik was geïnspireerd en enthousiast pende ik alle voorbeelden neer. En toen … ging ik googelen naar wat er van deze initiatieven was geworden. En ik viel alweer van de ene verbazing in de andere. Ik kon er bijzonder weinig over vinden. Het synthetische boek, door de uitgever Durabook genoemd? Niet te vinden, alleen als merk laptop, en ik zie een vermelding hiervan op de Wikipediapagina van het boek. Wat is er met deze innovatie gebeurd? Kantoormeubelenproducent Herman Miller die naar Point Zero wil in 2020? Ik kan op Google of hun website daar niets meer over vinden…Het ingenomen en gerecyclede oplosmiddel van DuPont? Niet te vinden, maar wel het milieuschandaal van datzelfde DuPont.  Het Ford-complex Rouge? Ah, 3 regels op Wikipedia, die draaien om de besparing van 32 miljoen, verder niks. Dus wat leerde ik? Dat er in 23 jaar onvoldoende tijd, inspanning, geld of creativiteit in is gestopt. Ik denk zelf geld, in de vorm van te weinig subsidies, te weinig belastingvoordeel en te veel overnames door old school bedrijven die er vervolgens geen geld meer instoppen. O ja, en te weinig verkopen aan gemotiveerde klanten, die toch liever een goedkopere, maar slechtere variant aanschaffen.

Hoe jammer, want dit boek is bepaald geen verzameling sprookjes, gebaseerd op wensdenken. Nee, alles is aantoonbaar mogelijk, en zelfs al door een van beide auteurs, uitgeprobeerd. Oplosmiddel? In 1986 al door Michael voorgesteld. Rouge? Bedacht door Bill in 1999. De heren weten waarover ze het hebben.

En ook hoe jammer dat dit boek dus nog steeds relevant is, en in zekere zin ook tijdloos. De concepten van Cradle to Cradle zijn nog steeds de beste weg qua duurzaamheid, en een grondige analyse waarom zoveel, na 23 jaar, nog steeds niet van de grond is gekomen, kan waardevolle, tijdloze inzichten verschaffen. Of weten we het al? Hebzucht? Deze gedachten ná het lezen waren bepaald deprimerend.

Het boek is erg goed geschreven, met veel details, ook qua chemische samenstelling en schadelijke stoffen, en met beschrijvingen die je enthousiast maken voor de oplossing. De omslag heeft foto’s van veel genoemde duurzame innovaties, zoals de bureaustoel van Herman Miller, het originele C2C boek, Rouge. Maar ook foto’s van projecten die het achteraf niet gehaald hebben: Venlo’s Innovatoren is wat anders geworden, en het stadskantoor is dan wel volgens C2C gebouwd, maar is niet regeneratief, dus niet voedend. Nike Considered? Nooit echt van de grond gekomen. De Ford U, een C2C-auto? Niets over te vinden. Verder zijn er weinig illustraties in het boek opgenomen, dat is jammer. De structuur van het boek is helder, en combineert de vele details en voorbeelden met een holistische visie op duurzaamheid.

FOMO? Ja toch wel. Het begrip Cradle to Cradle word nog steeds veel gebruikt, en het is zinnig om naar de wieg terug te gaan en je goed te verdiepen en de grondslagen ervan. Ook al word je er verdrietig van …

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Cradle to Cradle duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Cradle to Cradle duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Giftig gedoe op de werkplek – veel voorbeelden

Managementboek van het Jaar 2024! Dat zegt al genoeg, toch? Ik las Giftig gedoe op de werkplek uit 2023 van Caroline Koetsenruijter en Hans van der Loo met veel belangstelling alsnog. Want ik ben dan wel gepensioneerd, ook in vrijwilligersomgevingen komt giftig gedoe voor. Is dit boek daarvoor ook bruikbaar? Jazeker, de analyses van giftig gedoe en de aanbevelingen om een veilige cultuur te scheppen zijn universeel toepasbaar. Daarbij heeft het heel veel voorbeelden van verschijningsvormen van giftig gedoe, die je waarschijnlijk zó herkent, en tips en tools om te komen tot een veilige omgeving.

Ik schrok van de statistieken die Hans en Caroline presenteren. Weliswaar van 2021, maar vast niet spectaculair gedaald, wat met 2 miljoen (!) mensen die geraakt worden door giftig gedoe wél zo wenselijk is. Maar agressie en discriminatie is evolutionair gezien onderdeel van ons DNA, dus of dat wensdenken zo realistisch is …. Wat wél te veranderen is, is de manier waarop slachtoffers en omstanders ermee omgaan. Niet accepteren, maar aanspreken. Niet jezelf te schuld geven, maar aankaarten. En voor ondernemingen: niet het slachtoffer negeren of als zeurpiet wegzetten, maar serieus nemen en wat doen aan de klacht én de situatie waarin dit heeft kunnen gebeuren. En vooral: voorkomen. Safety By Design.

Het managementboek Giftig gedoe op de werkplek …

…. begint met een flinke lijst van bekende voorbeelden van giftig gedoe. En stelt dat er héél veel giftige werkplekken zijn, die bol staan van heibel, gedonder, geruzie, onwil, weerstand, intimidatie, discriminatie, pesten, corruptie, en/of geweld. Machtsmisbruik, onrust, onduidelijkheid, hoge werkdruk en/of onacceptabele normen en waarden. Kortom: ontoelaatbaar gedrag. Je komt het tegen in allerlei organisaties, van de mediasector (The Voice, DWDD) tot goede doelenstichtingen, van sportclubs (dickpics bij Ajax) tot onze Tweede Kamer (Arib, Van Dijk).

Kenmerken van giftig gedoe

Giftig gedoe klinkt wat algemeen, maar is toch wel definieerbaar. Het heeft 3 kenmerken:

  1. Een kluwen van op elkaar inspelende factoren en actoren. Natuurlijk de interactie tussen de dader en het slachtoffer. Maar ook het gedrag van de volgers en helpers, meelopers en kopieerders. Enablers: zij maken het gedrag, al dan niet bewust, mogelijk.
  2. Zich herhalende, samenhangende patronen.
  3. Agressief gedrag wat destructief werkt.

Giftig gedoe is een massaal probleem

Het doel van het boek is ons anders te laten kijken naar giftig gedoe en ons nieuwe manieren geven om er mee om te gaan. Dat is nodig, want giftig gedoe is een structureel en massaal ervaren probleem. Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2021 van TNO/CBS heeft 13,3% van de werkenden te maken gehad met giftig gedoe als geweld en pesten, en nog eens 7,8% met discriminatie. Dat zijn totaal bijna 2 miljoen (!) medewerkers.

Naast ‘persoonlijke’ schade leidt het tot productiviteitsverlies door verloop, ziekteverzuim, meer fouten en minder creativiteit, minder betrokkenheid en meer wantrouwen. Bijzonder: aan de top komt het nauwelijks voor, bazen zijn dus ook altijd verbaasd als ze ervan horen. En ze komen het meest voor tijdens de bedrijfsfeestjes, met name die van kerst en nieuwjaar. De slachtoffers ervaren giftig gedoe als respectloos,  vorm van buitensluiting / discriminatie en onethisch. Ze voelen zich uitgebuit en/of misbruikt.  Het gaat dus niet puur om strafbaarheid, maar ook om beleving.

Waar liggen de grenzen, en wie trekt ze?

De termen ongewenst en grensoverschrijdend geven aan dat het om grenzen gaat. Maar wie trekt die, en waar? De sterkere elite trekt ze, de zwakkere slachtoffers trekken ze, de wetgever trekt ze, of we trekken ze in samenspraak. De eerste twee zijn erg subjectief en dat werkt niet. Harde normen dan! De wetgever treedt op bij verkrachting maar zegt niets over bijvoorbeeld pesten; de werkgever moet formeel ‘een veilige omgeving’ bieden, en heeft waarschijnlijk een gedragscode, maar er blijft een grijs gebied. Samen bepalen dan? Ja, maar deze informele grenzen hebben vaak een beperkte houdbaarheid, je moet dus voortdurend in gesprek. (En het boek biedt overzichten met gesprekspunten, hoe handig).

Uitgebreide voorbeelden van giftig gedoe vinden we bij de ‘Destructieve Vijf van giftig gedoe’: Intimidatie, Discriminatie, Pesten, Corruptie en Geweld. De meeste herkende ik uit de krant, maar ook de situatie bij de Amsterdamse brandweer, door Leen Schaap zo treffend beschreven in ‘Brand in Amsterdam’ komt voorbij. ‘Nee Ger’ zal ik niet snel vergeten!

Zit giftig gedrag in ons DNA?

Is giftig gedoe iets van de laatste tijd? Of was het er altijd al? Nou, agressie is een oerdrift, ons gedrag is evolutionair bepaald. Agressie komt voort uit de strijd voor een hoge status in de groep, die gepaard gaat met meer bezit en betere sekspartners. En zo is bij sollicitaties de voorkeur voor jonge mooie vrouwen gebaseerd op het aloude belang van vruchtbaarheid en voortplanting.  In de loop der tijd werden mensen meer afhankelijk van elkaar, en dat leidde tot betere omgangsvormen.

Inmiddels lijkt er weer méér sprake te zijn van ‘verhuftering’. Dat heeft meerdere oorzaken:

1. Individualisme. Dat is duidelijk.

2. Informalisering. De omgangsvormen worden losser, ontsporingen worden soms zelfs verheerlijkt. Tot mijn verbazing wordt ‘Hoe word je een rat?’ van Joep Schrijvers, ook een Managementboek van het Jaar, als voorbeeld genomen. Joep zou het rattengedrag aanmoedigen! Ik heb dit boek gelezen als een sarcastische variant van een zelfhulpboek, die met de nodige overdrijving het rattengedrag juist belachelijk maakt.

3. Intensivering. Alles gaat sneller, de druk op mensen neemt toe, lontjes worden korter.

4. Informatisering. Digitalisering en het internet heeft geleid tot anoniem allerlei amorele dingen kunnen zeggen en doen; anderzijds zijn er meer mogelijkheden om giftig gedoe aan de kaak te stellen, denk aan #MeToo op Twitter.

Oorzaken van giftig gedoe

Wat zijn de oorzaken van giftig gedoe?  Een narcist als baas, volgers met een ‘corpsballen-cultuur’, wegkijkende omstanders, en dan ook een cluster van andere factoren, zoals te hoge targets, sterke hiërarchie, sterke monitoring en onderdrukking van je medewerkers en misleiden van toezichts-instanties.  Het boek vat het samen als MAF: Machtsmisbruik, Acceptatie en giftige Factoren. Het verwijderen van ‘1 rotte appel’ , de ‘dominante leider’, helpt dus niet.  De omgevingen waarin die appel floreert spelen een rol: dynamische, onzekere, chaotische omgevingen, denk aan ziekenhuizen, politie, brandweer, maar ook media, sales, advocatuur, etc.

We lezen over veel anekdotes van giftig gedoe, in boeken, in de krant. Elk lijkt weer anders. Maar toch is er een patroon, en dat wordt in de Giftig Gedoe Vergelijking, een wat versimpelde formule, visueel gemaakt. Het bestaat uit Voorgeschiedenis, Actuele Situatie qua Agressie (de Destructieve Vijf), Acceptatie en Steun, en de Aanpak. Daarnaast is er sprake van fasering: fase 1 = maskeren en mond houden, fase 2 = melden en managen, fase 3 = crisis en controle en fase 4: herstel en heling. Die fasen kunnen wat door elkaar lopen. De GGV en de fasen worden gedetailleerd behandeld.

Hoe pak je giftig gedoe aan?

Wat doen we er aan? Ook hier zijn verschillende fasen te onderkennen, treden van de Veiligheidscultuurladder: Ontkenning, Stressreacties (ad hoc maatregelen), Bureaucratisch (meldingsprocedures, meldpunt, vertrouwenspersoon, form over substance), Responsiviteit, en Safety By Design.

De eerste drie zijn natuurlijk geen oplossing. Pas bij Responsiviteit ben je goed bezig, houd je bij alles rekening met de wensen van melders en klagers én met de behoeften van beklaagden. De bureaucratie transformeer je met zachte interventies in leiderschap, gedrag en samenwerking, en harde ingrepen op het gebied van informatievoorziening, normstelling, verlaging van drempels en een flexibel klachtensysteem. Nieuw voor mij: het internationale ILO-conventie C190 verdrag, dat een veilige werkplek erkent als recht voor iedere werkende, met concrete gedragsaanwijzingen hoe dit dan te implementeren.  Dat is alvast een goed begin!

Belangrijk bij deze stap is je te realiseren dat klagers niet zozeer willen dat de beklaagde straf krijgt, maar dat zijzelf gehoord worden, hun leed erkend wordt, dat de waarheid boven tafel komt, en vooral dat anderen niet hetzelfde overkomt. Ze willen dat de organisatie ervoor zorgt dat het giftige gedrag stopt.

Hoe doe je dat als organisatie? Het boek onderscheidt 5 stappen: 1. Zorg voor een breed voorportaal, een centraal punt waar de klachten ongestructureerd (mondeling of via de mail) binnenkomen, en waarbij binnen een dag een intakegesprek plaatsvindt. 2. Check bij de bron, hoe gaat het met de medewerker, wat verwacht deze, wat heeft deze nu nodig? 3. Samen vormgeven, zorg dat de klachtenbehandelaar weet wat de wensen van de klager zijn en stel een (variabel) team samen om de klacht te behandelen. 4. Zorg voor opvang en nazorg, want vaak blijft de relatie tussen klager en beklaagde bestaan ná de klachtbehandeling. 5. Leer van klachten, dat komt tegenmoet aan de wens dat ‘anderen niet hetzelfde overkomt’. Heel belangrijk: het proces is net zo belangrijk als de uitkomst.

Safety By Design

Het optimum is dus Safety By Design. Verrassend genoeg is een voorbeeld hiervan te vinden bij Airbnb. In 2017 begonnen zij een project om tot een integere cultuur te komen, met de mens als kern. Het project is beschreven in het boek Intentional Integrity. Het startte met uitvoerige interviews met héél veel personeelsleden, wat 2 inzichten opleverde: iedereen, alle 6000 werknemers, moest bij het project betrokken worden en het verzamelen van inzichten was nooit klaar. Elke twijfelachtige situatie, van roddelen tot fraude, werd (wordt) met een script besproken. De cultuur was er ook naar: alles kon tegen iedereen gezegd worden, er was psychologische veiligheid.

Het project had 6 stappen: interviews, ontwikkelen ethische norm en gedragscode, voortdurende communicatie, makkelijke rapportage van giftig gedoe, consequenties aan giftig gedrag, alert zijn op risico-factoren (zoals de bedrijfsfeestjes).  In het boek vind je dit verder uitgewerkt in 7 stappen voor Safety By Design.

Mijn evaluatie van Giftig gedoe op de werkplek

Ik dacht dat ik wel een goed beeld had bij ‘giftig gedoe’ door het nieuws en eigen ervaringen. Dat bleek een misvatting. Ik las voorbeelden waarbij ik dacht; nee toch! De zeer gestructureerde analyse van giftig gedoe gaf ook nieuwe inzichten. Het meest waardevolle vond ik de stappen om tot Safety By Design te komen, met het bepaald verrassende Airbnb als voorbeeld.

De analyse plus de oplossingsrichting is gebaseerd op zeer veel case-studies, zowel uit boeken als uit persoonlijke ervaring. Ook is er wel wetenschappelijke onderbouwing voor. In de literatuurlijst zag ik niet alleen Brand in Amsterdam, Hoe word ik een rat en Intentinal Integrity, maar ook De kracht van kwetsbaarheid, De onbevreesde organisatie, Fantoomgroei, Ons feilbare denken, Building Tribes, Teaming, Dit kan niet waar zijn, Begin met het waarom en nog een flinke lijst andere min of meer relevante boeken die min of meer wetenschappelijk onderbouwd zijn.

We zijn nog niet van het giftige gedoe af, en dat zal wellicht nooit gebeuren. Daarom is en blijft dit boek relevant, hoewel de statistieken en de wetgeving over dit onderwerp ongetwijfeld zullen veranderen. Zoals de CSRD, waarin ook psychologische veiligheid was opgenomen, inmiddels is uitgekleed (pun intended). Gelukkig staan de SDG’s, waarop het gebaseerd was, nog wel fier overeind.

Het boek valt op door de schier eindeloze opsomming van voorbeelden over giftig gedoe, hoe het aan te pakken, en vooral ook, hoe niet. Van andermans fouten kun je leren. Misschien wel wat teveel voorbeelden, want ik vond het lichtelijk deprimerend worden. De meeste voorbeelden zijn bekend (#Metoo), een aantal niet, maar toch zeker wel herkenbaar of voorstelbaar. Er staat een mooie quote aan het begin van het boek: We live in a world where we have to hide to make love, while violence is practiced in broad daylight – John Lennon. Schokkend wel, dat we (fysiek en verbaal) geweld zo ‘gewoon’ vinden. Ook de andere quotes zijn relevant en geven nog meer om over na te denken. Komt het giftige gedoe zelf meestal wel naar buiten, de gebrekkige aanpak van veel klachten krijgt in het nieuws minder aandacht. Ja, als er weer een leidinggevende ontslagen wordt, maar dat is vaak juist géén goede aanpak. Alleen de rotte appel verwijderen is niet genoeg.

De structuur van het boek is duidelijk en prettig, er is een goede rode lijn in te ontdekken, en de opsommingen in stappen of fasen ondersteunen dat. Ik was niet zo gecharmeerd van de GGV, het voegt niks toe en is natuurlijk totaal niet wiskundig. De wens van menig auteur om een ‘eigen model’ te presenteren vind ik wat vermoeiend. Prettig zijn de samenvattingen per hoofdstuk en de gesprekspunten of opdrachten.

Het boek is goed verzorgd, hoewel ik wel wat typo’s vond (in het eBook) en wat rare formulering en spreekwoorden. Naast de GGV staan er geen illustraties in het boek. Redactioneel is het samenvoegen van de stijl van twee verschillende auteurs tot één stijl goed gelukt. Het resultaat is een goed leesbaar boek met uiterst nuttige inzichten.

Mis je wat, als je dit boek niet leest? Nou, het was wél Managementboek van het Jaar, en die zou iedereen toch wel moeten lezen. Vind ik dan.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend 0, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Giftig gedoe op de werkplek duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook);
  • of uit een minibieb!

Koop Giftig gedoe op de werkplek duurzaam … 

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Spark Joy – structuur en spiritualiteit

Over een paar maanden ga ik met pensioen, en ik begon met het opruimen van mijn nette kleding en schoenen, en mijn studieboeken. Dat bleek niet zo makkelijk, ik kon er maar moeilijk afscheid van nemen. Dus ging ik te rade bij opruim-goeroe Marie Kondo, die in 2016 Spark Joy schreef, de opvolger van Opgeruimd!, de vertaling van haar bestseller The Life-Changing Magic of Tidying. En? Hielp het? Ja!

Ja, want: als je snel doorbladert bij de hoofdstukjes over hoe je het best je handdoeken en onderbroekjes opvouwt, lees je veel zinnigs. En niet alleen over opruimen, maar over afscheid nemen, prioriteren, beslissingen nemen. Blij worden van wat je al hebt, perfect voor consuminderen. Hoe je je groente-afval het beste kunt bewaren totdat je het weggooit. Dat je relatie met je spullen wat zegt over je relatie met mensen. Over Japanse spiritualiteit. En nog veel meer …..

Het zelfhulpboek Spark Joy …

… is dus de opvolger van Opgeruimd!, wat voornamelijk ging over het nut van opruimen. Als je daar helemaal achter staat maar meer wilt weten over hoe dan, is deze geïllustreerde gids de perfecte handleiding, gebaseerd op de KonMari methode. Deze zorgt ervoor dat je niet halverwege opgeeft omdat de taak té groot is.

Opruimen gaat over wegdoen én slim opbergen, zó dat je het altijd makkelijk terugvindt en makkelijk pakt. Ik geef toe: wegdoen is mijn grootste uitdaging, maar makkelijk terugvinden is ook belangrijk. Toen ik erover nadacht realiseerde ik me hoeveel ik kocht wat ik al had, omdat ik het niet snel kon vinden. Kleine dingen vaak: plakband, tuinhandschoenen. Een wit T-shirt. Zonde.  En Marie’s observatie dat door het opruimen je jezelf leert kennen, klopte wat mij betreft ook, en dit inzicht helpt je met allerlei andere beslissingen.

Het proces van opruimen

Maar nu even terug naar het fysiek opruimen van je huis. Hiervoor heeft Marie een zeer gestructureerd proces. Dat begint met een doel, en sterker nog: met het visualiseren van het doel. Teken je ideale interieur, of beschrijf het, desnoods verzamel je foto’s uit tijdschriften. Zó moet het worden.

De volgende stap is écht wegdoen, niet anders opbergen. Je kunt pas bedenken waar je en hoe je dingen wilt opbergen als je weet wat je overhoudt, dan zie je hoeveel bergruimte je nodig hebt. Als je niet begint met weggooien ga je alleen maar piekeren of het wel gaat passen in de kasten.  

Het is belangrijk dat je per categorie opruimt, niet per kamer. Want dan ga je verplaatsen. Bovendien heb je dan geen inzicht in hoevéél van iets je eigenlijk hebt. Een hele berg kleding geeft je motivatie! Nu waren mijn boeken al allemaal in de studeerkamer, en de kleding in de slaapkamer, dus dat was makkelijk.

Maar na die 2 categorieën komen nog het papierwerk, de komono (klein spul) en de souvenirs en andere items met emotionele waarde. De volgorde is heel belangrijk, begin vooral niet met die souvenirs, want voor je het weet zit je te lezen en foto’s te kijken en komt er niets meer van opruimen en wegdoen. Nee, begin met kleding, dat is het makkelijkst, en zo oefen je.

Je kleding opruimen

Kleding en andere zaken wegdoen is niet meer dan kiezen wat je wilt houden. En het criterium daarvoor is: word je er blij van? Does it Spark Joy? Belangrijk is dat je het vasthoudt, en dat je er dan echt wat lichamelijks bij voelt: lichtheid, een sprankje opwinding. Nou, dat werkte bij mij maar beperkt. En ook klanten van Marie (ja, zij adviseert en helpt tegen betaling) hebben dat gebrek aan gevoel. Zelfs bij de kledingstukken die je dicht bij je hart draagt (blouses), en waarvan Marie zegt dat die reactie daarom sterker is. Nee, helaas.

Marie heeft dan gelukkig een oefening: kijk naar de berg kleding en haal er de drie items uit waar je het meest blij van wordt. Dat vond ik ook moeilijk (maar 3???), en ik startte met kleuren: blauw staat me goed (kijk, daar word ik dus blij van), zwart is praktisch, wit staat overal bij. De rest, groen, bruin, oranje, ging naar de stapel wegdoen. Dat was een goed begin. Marie stelt terecht dat je met vergelijken altijd een heel eind komt, je maakt altijd wel onderscheid tussen het een en het ander. Blij en niet zo blij.

Nu zijn er ook kledingstukken waar je wél blij van wordt, maar die je nooit meer draagt. Die feestjurk bijvoorbeeld. Maar  … waarom wachten op een feest? Trek hem gewoon thuis aan, en kijk blij in de spiegel. Doe eens gek!

Twijfelgevallen opruimen

Soms word je niet blij van iets, maar wegdoen lukt ook niet. Dat komt dan omdat je er óóít blij van werd maar nu niet meer, of omdat je er wel degelijk blij van wordt, maar je merkt het niet, of omdat het gewoon een functioneel item is. Denk aan een contract, of een kledingstuk dat je echt nodig hebt bij speciale gelegenheden zoals een begrafenis, of gereedschap zoals een schroevendraaier. Realiseer je dat je die dingen nodig hebt voor een gelukkiger leven, en geef die items complimenten. Overdrijf het! En dan merk je dat je er alsnog blij van wordt.

Wat je absoluut niet moet doen, is twijfelspullen in een zak stoppen en een paar maanden apart zetten. ‘Als ik ze dan nog niet heb gebruikt … ‘ . Of je houdt het, en legt het op een zichtbare plek zodat je het niet vergeet en je koestert het. Of je doet het weg. Is dat moeilijk, verplaats je dan eens in de spullen in die zak: afgewezen, afgezonderd, na een paar maanden alsnog vernederd als je ze wegdoet. Nee, je moet ze direct wegdoen, maar wel uitbundig bedanken voor bewezen diensten. Ja, dat is een onderdeel van KonMari: alles wat je wegdoet éérst hartelijk bedanken.

Dan al die spulletjes waar je blij van wordt, maar die niet nuttig zijn: een mooie lap stof, een kapot sieraad. Zeker houden! Maar kijk eens of je er toch niet wat mee kunt doen. Ergens neerzetten, ophangen, opprikken, of iets bedekken. Verzamel dingen op een bord of in een mandje. Hang kettingen over je kleerhangers. Leuk de binnenkant van je kast op.  Maak kussenhoezen van die mooie stof, of stofhoezen voor je apparaten. Je kunt zelfs kledingstukken van mooie stof vermaken tot hoezen!

Handig opbergen

Zorg dat je spullen van hetzelfde materiaal bij elkaar opruimt: textiel bij textiel, papier bij papier, elektronica bij elektronica. Linnen tassen dus bij je kleding. Schrijfpapier bij je boeken. Enzovoorts. Het ziet er netter uit, en volgens Marie is dat omdat ze ook dezelfde uitstraling hebben: papier is warm, plastic benauwd, elektra ‘penetrant’. Ja, in elk hoofdstuk is de nodige Japanse spiritualiteit te vinden.  

Uitstraling is ook belangrijk bij je kledingkast: na een stuk over o.a. het opvouwen van je ondergoed, lees ik een advies ondergoed te sorteren van licht naar donker, zodat het eruitziet ‘als een bonbondoosje’. Daar word je blij van, en het is zó netjes dat je zelfbeeld ervan opkikkert.

Boeken opruimen

Dan de boeken, een hoofdstuk speciaal voor ‘diegenen die denken dat ze geen afstand kunnen doen van hun boeken’. Voor mij dus.

Eerste tip: alles wat je al gelezen hebt, wegdoen. Helemaal mee eens, maar met een ander argument dan dat van Marie. Zij stelt dat je het boek al ervaren hebt, dat gevoel komt een tweede keer niet. En als je het nú niet nog een keer wilt lezen, heb je dat later ook niet. Mijn argument is meer rationeel, want gaat over tijd: ik heb nog zoveel boeken die ik nog niet eerder las, dat ik in mijn resterende levensdagen geen tijd zal hebben voor boeken die ik al ken. Dus …. Maar het blijkt dat dit bij zakelijke boeken makkelijker is dan bij fictie. Ik las ‘In de ban van de ring’ al zeker 3x en de serie staat op me te wachten voor de vierde keer. Dus, ik word er blij van, en ik houd ze.

Tweede tip: half-uitgelezen boeken, weg ermee, zegt Marie. Daar kan ik wat mee, ik ben niet voor niets gestopt met lezen. Ik geef ze nog één kans, en dan gaan ze weg, uit of niet uit. De ruimte die je maakt door boeken weg te doen, geeft ook nieuwe informatie de ruimte om je te bereiken, alweer volgens Marie. Dat klinkt weer wat zweverig, maar wie weet? Verder: sorteer per categorie, en berg ook zo op: kookboeken in de keuken.

Derde tip: kijk eens wat je nu overhoudt, en beoordeel of de titels overeenkomen met de persoon die je wilt worden. Wil je een vrolijk leven leiden, maar zie je veel tragische titels? Oppassen! In Japan zeggen ze dat ‘woorden realiteit maken’, de energie van woorden en boektitels is erg sterk. Als je zó je boeken kiest, zul je merken dat je leven verandert. ‘Waarom we altijd tijd tekort komen’ van Dan Ariely moet er dus uit … en ‘Destructieve emoties’ van Daniel Goleman ook?  En alles met ‘Moord’ in de titel? Nou dat ruimt zéker lekker op!

Papieren en poppen

Papieren, daar kunnen we kort over zijn: alles kan weg, is het uitgangspunt. Ook gebruiksaanwijzingen, tegenwoordig is alles op internet te vinden. Cursusmateriaal? Als je het geleerde nu nog niet in praktijk hebt gebracht, komt het er toch niet meer van. Wat je overhoudt gaat in een ‘in behandeling-map’.

Typisch Japans is denk ik hoe met je poppen en knuffels om te gaan. Daar houd je een soort herdenkingsdienst voor, en je bedekt de ogen voordat je ze wegdoet. In die ogen zit de energie, als je ze bedekt met stof of papier worden het gewone objecten en kun je er makkelijker afscheid van nemen.

De keuken opruimen

Bij de keuken draait het om schoonmaken, dus stop je na de sorteerslag álles in je keukenkastjes. Je vuilnisbak moet uit zicht, en je restjes en groenteafval in de vriezer, zodat het niet gaat stinken. Gebruik het servies waar je écht blij van wordt, ook al is dat je ‘feestservies’, zo zonde om dat maar een paar keer per jaar te gebruiken! Doe alle lukraak verzamelde bordjes en kopjes weg.  

Opruimen en je relaties

Allemaal leuk en aardig, maar hoe beïnvloedt opruimen nu je relaties met andere mensen? Marie wijt het aan een groter zelfvertrouwen, wat leidt tot meer pro-activiteit. Ook: omdat je echt focust op waar je blij van wordt, ontdek je dat je gelukkig bent. En dat delen met je geliefde is super voor je relatie.

Stoort andermans rommel je? Kijk er niet naar en besteed er geen aandacht aan. Lukt dat niet, pak die rommel dan vast en kijk er goed naar. Misschien ga je het alsnog waarderen! (Ik kan je vertellen, bij de oude kranten op de grond werkte dat niet.) Dit werkt met name goed bij hobby-spullen en verzamelobjecten, begrijp ik dan. Dwing een ander niet tot opruimen, maar probeer de onderliggende waarden te begrijpen. Als je die onvoorwaardelijk kunt accepteren, dan ben je pas klaar met opruimen. En kan het schoonmaken beginnen.

Japanse spiritualiteit

In het nawoord stelt Marie dat orde in je huis, orde in je leven betekent, en ruimte voor de volgende stap. Samen met je geliefde of je gezin opruimen versterkt de onderlinge relatie. Dat komt, zegt Marie, omdat de Japanners al eeuwen hun spullen met speciale aandacht behandelen, ze denken namelijk dat de goden in álles huizen: de zee, het land, het fornuis, elke rijstkorrel. Alles wordt met eerbied behandeld. Tussen 1600 en 1900, in de Edo-periode, was er een recyclingsysteem, waardoor niets verloren ging. (Ik las elders dat de heersers toen hadden besloten alle, vaak slechte, invloeden van buiten af te weren, zodat ze het moesten doen met alles wat ze zelf konden maken en verbouwen.)

Alles heeft een geest, en die bestaat uit 3 facetten: het materiaal, de maker en de gebruiker. Zoals je geraakt kunt worden door de natuur, kun je dat ook door deze ‘essentie van dingen’, je kunt je dierbare spullen echt gaan waarderen. En dat gaat dan weer gepaard met onthaasten. Hoe mooi!   

Mijn evaluatie van Spark Joy

Het zal je verbazen hoeveel ik van een opruimboek leerde. De opvouwinstructies zijn meestal common sense, zo doe je het al, en zo deed je moeder het ook al. Toch, het opvouwen en opbergen van de lange broeken bijvoorbeeld, achter elkaar in plaats van op elkaar, zijn wel anders en het proberen waard. Per categorie opruimen is absoluut zinnig, ik schrok van de hoeveelheid dubbel spul. En ik dacht eens goed na over wat ik allemaal bewaard had, soms al jaren. Ik bewaarde de kleding die ik op Curaçao kocht, herinnering aan een mooie tijd. Maar een deel ervan kan zeker wel weg. Ik bewaarde mijn mantelpakjes, omdat ze mij herinnerden aan die leuke banen met veel status. Die kunnen allemaal weg, ik hecht wat teveel aan status, en dat kleurt ook andere beslissingen, daarin heeft Marie zeker gelijk gehad. En in elk hoofdstuk leerde ik wat over de Japanse gewoonten, en vooral de spiritualiteit. Wonderlijk en inspirerend.

Dit boek verwijst niet expliciet naar psychologische inzichten, maar toch is er wel wat uit te halen. Wegdoen is moeilijk, want .. verliesaversie. De focus op houden is dan slim bedacht. En die joy, dat is een stukje buikgevoel, wat vaak toch ook weer gebaseerd is op ervaring en ratio. Dat daar lichamelijke ervaringen bij komen kijken, is wel bekend van emoties. Het is dus toch minder zweverig dan je eerst denkt. Maar natuurlijk is deze hele methode niet expliciet wetenschappelijk onderbouwd. Voor mij werkte het in ieder geval wel. Ik visualiseerde mijn doel: alle dozen op de kledingkasten en onder het bed weg, en geen dubbele rijen meer in de boekenkast. Om te beginnen. Mijn kleding opruimen is aardig gelukt, de boeken is onderhanden werk. En de rest is voor later …

Ik vind het boek ook zeer nuttig om te ondersteunen bij mijn wens om duurzamer te leven. Ik koop zeker minder, omdat ik zag hoeveel ik nog had. Met alles wat ik wegdoe, probeer ik anderen gelukkig te maken: kringloop, minibiebs. Voor de toekomst is het boek ook handig: we zullen toch weer kleiner gaan wonen om iedereen woonruimte te gunnen, en daar hoort goed opruimen bij. En spullen weer echt waarderen in plaats van ‘kopen voor de heb’, is goed voor beperking van ons grondstoffengebruik.

Dat waarderen van je spullen is veelal in spirituele, zweverige termen geschreven, en eerlijk gezegd voelde ik de spark of joy niet zo heel vaak. Soms merkte ik dat ik glimlachte bij een item in mijn handen, maar het hele selectieproces zo uitvoeren, is niet gelukt. Ik bleef rationeel. Desondanks waardeerde ik het boek zeer: het is mooi en met liefde voor spullen geschreven, er blijkt veel passie uit. Veel van de voorbeelden betreffen Japanse klanten, en hun ervaringen zijn toch vaak wat anders dan onze westerse. En soms ook niet, zoals met de feestjurk.

Het boek is erg mooi uitgevoerd, alle opvouwinstructies zijn zeer duidelijk getekend. Roze is de enige steunkleur en wordt in tekeningen, tussenpagina’s en hoofdstuktitels gebruikt. Best mooi.

De methode is zeer gestructureerd uiteengezet, Marie noemt het de encyclopedie, en dat klopt ook wel. Op volgorde van aanpak (eerst kleding, dan boeken, etc), en gesplitst in sorteren en opbergen. Goed te volgen, valkuilen benoemd. Mij motiveerde het om deze aanpak te proberen. Misschien is het voor jou ook wat.

Mis je wat als je het boek niet leest? Nou, nee. Maar als je zenuwachtig wordt van je rommel is het zeker aan te bevelen.  

En ja, het boek deed ik weg ….  

Conclusie bij Spark Joy

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd -, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Spark Joy  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Spark Joy duurzaam … 

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in psychologie, zelfhulp | Tags: , , , | Plaats een reactie

Booknotes: Marietje Schaake’s De tech-coup

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe ? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van De tech coup.

Dit is een boek over de impact van digitale disruptie op de democratie, zegt auteur Marietje Schaake over haar De tech coup uit 2024. We hoeven niet te kiezen wie de meeste schade aan de democratie toebrengt: een autocratische leider of Big Tech. Ze versterken elkaar. Technologie kan niet worden tegengehouden, en het kan ons veel brengen. Maar er is wel een goede balans tussen technologie en democratie nodig, en die is er nu niet. Marietje was 10 jaar Europarlementariër en werkte o.a. aan de Europese Digitale Agenda. Als iemand weet hoe de balans te herstellen, is zij het wel.

Booknotes van Marietje Schaake’s De tech coup

Inleiding

Wat zien we gebeuren in de wereld van Big Tech? Dat Big Tech meer macht heeft dan overheden. Dat dit ten koste gaat van de democratie. En dat we door het gebruik van allerlei techniek moreel afglijden. Want: democratische landen verkopen (én onderhouden) monitoring-technologie en -software aan autocratische landen die het gebruiken voor mensenrechtenschendingen. Sterker nog: die (zogenaamd) democratische landen gebruiken het zelf óók, tegen verdachten én tegen leden van de oppositie. Deze technologie draagt niet bij aan de democratie, nergens! Wetgeving rond gebruik loopt achter, de overheden besteden hun toezichtstaken uit aan Big Tech. Musk weigerde Oekraïne van Starlink te voorzien. Biden stelde: de bescherming van de nationale veiligheid en het inlichtingenapparaat is in handen van de private sector.

Voortschrijdende digitalisering zorgt voor een toename van autoritaire praktijken en een grootschalig verval van democratisch bestuur. In het westen hebben we Big Tech hun gang laten gaan. In China daarentegen staan al die technologieën in dienst van de waarden en het politieke systeem van de overheid. China exporteert dit model naar andere landen, zoals Egypte, via de ‘Digitale Zijderoute’.

Overheden krijgen geen inzicht in wat software nu precies doet, dat wordt afgeschermd onder het mom van Intellectuele Eigendom. Marietje vertelt over een ervaring bij Facebook, waar zij en collegae in 2016 namens het Europees Parlement wilden praten over moderatie. Er werd een rondleiding gegeven, en gezellig gesproken over Lean In, het nét gepubliceerde boek van de COO van Facebook, Sheryl Sandberg. Maar met de juristen mochten ze niet spreken, terwijl ze daar natuurlijk voor gekomen waren. De arrogantie! Big Tech denkt boven de wet te staan.

De macht van de tech-bedrijven moet genormaliseerd worden, en Marietje stelt voor inspiratie te halen bij …. de auto, eens óók zo’n disruptief product. We hebben rijbewijzen, veiligheidsvoorschriften, milieu-eisen, duidelijkheid rond verantwoordelijkheid van de producent. Er zijn normen en regels. We doen testen en audits. Waarom kan dit niet voor digitale technologieën? De wereld zal eerlijker, rechtvaardiger en gelijker worden als technologische systemen onder democratisch bestuur vallen.

De code

De digitale wereld is vanaf het begin vrij van toezicht geweest, tech-pioniers wilden de wereld veranderen: niet via politiek maar via hun softwarecode. De grondleggers van Internet, Cerf en Berners-Lee, hadden een ideaal: het internet zou emanciperen en de grote gelijkmaker worden. Voor én door iedereen. Organische groei zonder centrale controle, en gericht tégen de staat. Ze voorzagen de macht en dwang van het huidige Big Tech niet. En jongeren hebben nog steeds dat ideaal, gaan in Silicon Valley werken om het systeem van binnenuit te veranderen, maar ‘worden door de stroom meegesleurd’. De tech-miljardairs van tegenwoordig hebben nog steeds die anti-overheidsopvattingen, maar deze staan nu in dienst van de macht van de grote bedrijven.

De overheid is té afhankelijk van Big Tech om op te treden. Daarvoor is een historische reden. De data-analyse van Big Tech was cruciaal voor Obama’s verkiezingscampagne, en Obama was zó positief over de sector dat hij regulering achterwege liet, hij geloofde in zelfregulering. Dat er toen nauwe banden waren tussen de overheid en Big Tech werd duidelijk in 2013 toen Snowdon een boekje open deed over de massale afluisterpraktijken van de Westerse inlichtingendiensten met behulp van Big Tech. Big Tech reageerde geschokt en vergrootte de afstand tot de overheid door het introduceren van encryptie.

Pas als Big Tech accounts van Trump deactiveert wegens haatzaaien en misinformatie, wil het Witte Huis Big Tech aan banden leggen. Maar Biden is niet echt streng. En wat ook niet helpt is het enorme aantal overheidsmensen in de VS én Europa wat verkast naar Big Tech, waardoor de technische kennis bij de overheid weglekt. Inmiddels is het bijna onmogelijk om de werking en de mogelijke schade van technologie te beoordelen. Hoe wil je dan besturen of toezicht houden?  

De stack

Tussen de mailapp op onze telefoon en die van de ontvanger van je mail zit een behoorlijke laag infrastructuur: de stack. Van microchip naar antenne naar GSM-mast of router naar glasvezelkabels naar datacenter, en weer naar kabels etc. Over onze afhankelijkheid van de microchips, de kabels en de datacenters gaat dit hoofdstuk.

Wat betreft de microchips, er zijn maar een paar bedrijven die ze produceren, want er zijn enorm veel geld en goed geschoolde werknemers nodig. China gebruikt 60% van de wereldwijde productie, en moet alles bij buitenlandse partijen kopen. Daardoor staan microchips in het middelpunt van de huidige geo-politieke strijd.  Dat geldt ook voor de VS en Europa. De grootste productie (90%) vindt plaats in Taiwan. Maar voor die productie zijn aardmetalen nodig en daarvan heeft China het monopolie. En voor de lithografiemachines die ook voor de productie nodig zijn, heeft de EU ASML.

Dan de kabels. Daar kunnen we kort over zijn: het gaat om spionage, ondermijning, controle-overname, vernieling, en het politieke belang van de eigenaren van die kabels.  Want voor zo’n 66% zijn de kabels eigendom van Big Tech. Zijn zij voorbereid op grootschalige aanvallen?

Steeds meer data, meer cryptomining en steeds meer AI leidt tot steeds meer datacenters. Die slurpen energie (2% van het wereldwijde verbruik) en verbruiken veel water. Daartegenover staat maar een beperkte creatie van banen. Maar de onderhandelingsmacht van de eigenaar, die vaak niet bekend gemaakt wordt, is vele malen groter dan die van het part-time bestuur van een gemeente zoals Zeewolde. De ‘clouds’ die erop draaien zijn in private handen, wel 60% in die van Amazon, Microsoft en Google. De afhankelijkheden zijn dus groot, de kans op stroomstoringen ook buiten de datacenters heel groot, de milieueffecten aanzienlijk en het toezicht beperkt.

Alles wordt een wapen

We sluiten allerlei slimme apparaten op het internet aan, en de cyberrisico’s vliegen omhoog. Als klein bedrijfje of lokale overheid is het moeilijk je te verdedigen tegen staatsgesteunde hackers. En laten we eerlijk zijn: alles wat gedigitaliseerd is, kan tot wapen worden gemaakt. Bedrijven die digitale infrastructuur aanleggen en overheden die dat gebruiken wijzen naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid. Natuurlijk kunnen bedrijven misbruik maken van hun positie, denk aan Huawei, die zich met lage prijzen in het KPN netwerk frummelde en mobiele nummers aftapte. Alle gevoelige info van onze overheid toegankelijk voor China! Daarbij komt dat het heel moeilijk is om te beoordelen of alle inbreuken en lekken door Big Tech bekendgemaakt worden, of er preventief genoeg gedaan was aan veiligheid, en wie de schuldigen zijn.

Cyberveiligheid is een bedrijfsmodel geworden: black hat hackers (de ‘schurken’) verhuren zich aan wie er maar wil betalen, ook overheden die hun activiteiten onder de pet willen houden. Bedrijven maken winst door het verkopen van hun producten en mensen, maar de schade door falen komt ten laste van de samenleving. Gedragscodes, zoals het bekendmaken van kwetsbaarheden, zouden wettelijk vastgelegde regels moeten worden. En geen lappendeken van regeltjes, maar een duidelijke verantwoordingsstructuur.

Het einde van het publieke belang

Een aantal kerntaken van de overheid is in handen gekomen van Big Tech. Denk aan monetair beleid versus cryptovaluta, grondrechten van de burgers versus gezichtsherkenning-software en nationale veiligheid versus data-integratie.

Door cryptovaluta is er een alternatief financieel systeem ontstaan wat buiten bereik is van overheidstoezicht. Maar veel overheden omarmen crypto: Dubai, El Salvador, Argentinië. Niet toevallig landen met autocratische leiders. En laten we niet vergeten dat criminelen en terroristen een voorkeur hebben voor cryptovaluta, en dat oplichting héél makkelijk is. O ja, het losgeld bij een ransomware-aanval is óók crypto. Veel mensen belegden hun spaargeld erin, de crash van 2022 kwam voor hen hard aan. Ook FTX, de marktplaats voor cryptovaluta, crashte,  doordat het bedrijf grote leningen had verstrekt aan een cryptohandelaar. Toen er een bankrun kwam, bleek FTX zijn klanten niet te kunnen terugbetalen. Hoe is FTX’ frauduleuze beheer van fondsen zo lang onopgemerkt én onbestraft gebleven? Omdat men dacht dat regulering innovatie zou smoren. En ook omdat de eigenaar van FTX veel campagnebijdragen aan politici deed ….

Het publiek belang is niet gediend met private cryptovaluta: de waarde wordt niet gegarandeerd door bijvoorbeeld het depositogarantiestelsel. Crypto-mining is bijzonder slecht voor het milieu. Overheden kunnen er wel wat tegen doen. Helemaal verbieden, zoals China. Zelf een cryptomunt uitgeven, mét garanties, zoals de CBDC.

Dan gezichtsherkenning-software. Het bedrijf Clearview scrapete 30 miljard afbeeldingen van het internet. Er is nu eenmaal weinig regelgeving rondom biometrische data, en hoewel social media deze praktijken in hun gebruikersvoorwaarden hadden verboden, hebben ze het niet kunnen voorkomen. Die database van 30 miljard foto’s werd verkocht aan politie en justitie en 2000 (!) handhavingsinstanties in de VS. Of er werden proefversies verstrekt. Wetshandhaving leunt nu óók al op Big Tech. En gezichtsherkenningssoftware maakt veel matchingfouten: tot 34% bij vrouwen van kleur! Dat heeft gevolgen, je zit zomaar onterecht in de gevangenis. Ook in Nederland: Kirsten Verdel, wie kent haar niet, werd na zo’n matchingfout onterecht beschuldigd van deelname aan een demonstratie op Schiphol. Moeten we zulke onbetrouwbare en privacy-schendende software wel gebruiken?

Palantir is een grote naam als het gaat om data-integratie, het ontvangt data van veel verschillende instanties en analyseert en combineert deze tot bruikbare inzichten. Een bekende afnemer van die ‘inzichten’ is ICE, die hiermee immigranten zonder papieren opspoort.  O ja, software van Palantir is ook gebruikt bij de jacht op Osama bin Laden. Maar ook de EU koopt bij Palantir, voor Europol en diverse ministeries van Volksgezondheid. Veel contracten kennen geen aanbesteding, er is geen transparantie en geen toezicht op het ontstaan van die ‘inzichten’.  Overheden hebben de mensen en de kennis niet (meer) om zelf dergelijke innovaties te ontwikkelen. En zo verliest de burger zijn rechten.  

Technologie aan de frontlinie

Navalny, de Russische oppositieleider, streed tegen corruptie en werd gevangen gezet en vermoord. Hij probeerde de Russen te bereiken met documentaires via YouTube, en met een app die als een soort stemwijzer functioneerde. Poetin dwong Apple en Google de app te verwijderen (wegens ‘terrorisme’), onder dreiging hun werknemers in Rusland persoonlijk verantwoordelijk te houden. Honderd lokale werknemers waren uiteindelijk belangrijker dan de belangen van >100 miljoen kiezers, en de app verdween. Wist je dat autocratische regeringen vaker buitenlandse bedrijven dwingen om medewerkers in het land te hebben, juist om deze te kunnen gijzelen? Techbedrijven staan in de frontlinie van de democratie, en geeft ze dus veel macht over de wereldpolitiek.

Dan Kenia. Bij de verkiezingen in 2007 werd door beide kanten de uitslag betwist. Het leidde tot massaal geweld en een kwart miljoen ontheemde mensen. De onrust bleef tot de verkiezingen in 2017, die moesten dus  boven elke twijfel verheven zijn. Marietje was er als waarnemer bij. Dit keer moest digitale technologie elk vermoeden van fraude uitbannen, en Kenia gaf er een half miljard dollar aan uit. Het Franse Safran won de aanbesteding. Verontrustend, het was eerder veroordeeld voor omkoping in Nigeria. En het bleek dit keer onvoldoende aandacht voor de veiligheid van de biometrische data te hebben. Op de dag van de verkiezingen stonden 20 miljoen Kenianen in de rij om te stemmen. Maar: de tablets deden het niet, er was geen stroom, de mobiele netwerken raakten overbelast en men ging (weer) papier gebruiken. En er werd weer ‘fraude’ geroepen. De servers van Safran mochten niet geaudit worden. En omdat het hele proces dus niet transparant was en niet controleerbaar, werden de verkiezingen nietig verklaard. Een half jaar later moest er opnieuw gestemd worden. De opkomst was maar de helft van de eerste verkiezing, de geloofwaardigheid was weg, de oppositie trok zich terug. Leerpunt: waarnemers kunnen bij digitalisering nauwelijks hun werk doen als het proces zich in ‘zwarte dozen’ bevindt.  

En dan de levering van Starlink aan Oekraïne, nadat Rusland de telecom-infrastructuur had vernietigd. Dat ging goed, totdat Musk daar toch geld voor wilde zien. De VS betaalde het. Andere bedrijven uit de VS voorzien in drones of satellieten, gezichtsherkenning of bescherming tegen malware. Tenminste, nu wel, maar blijft dat zo? Wat zegt dat over de soevereiniteit van Oekraïne? Plus: ze kijken commercieel naar het conflict. Rusland is niet interessant voor ze. Maar China wel …. Opeens hebben aandeelhouders het voor het zeggen in internationale betrekkingen. En oorlogsrecht is niet van toepassing op buitenlandse bedrijven, het handvest van de VN  is niet door Big Tech ondertekend.

Cyberoorlog valt niet onder de reguliere definitie van oorlog. Bedrijven kunnen staat-gesponsorde malware verwijderen. Gebeurt dat dan in opdracht van de eigen overheid? En kunnen bedrijven zo’n opdracht weigeren? En bedrijven kunnen wel naar staten als Rusland en China wijzen bij cyberaanvallen en spionage (commerciële attributie), ze kunnen niets doen om de daders te straffen, dat kan alleen een overheidsinstantie (publieke attributie). Echter, de politieke wil daarvoor ontbreekt vaak en verantwoordingsmechanismen voor cyberspace ook. Want een overheidsinstantie kan ook een soort cyberaanval uitvoeren als verdediging in de digitale wereld, en men ziet zich daarin liever niet beperkt. Zo doet de VS in Oekraïne fysiek niet mee aan de oorlog (geen boots on the ground) maar wat betreft cyberaanvallen wél. Maar is het wenselijk dat staten, inclusief democratische staten, niet ter verantwoording geroepen kunnen worden? Willen we dat cyberspace een wetteloze, gevaarlijke plek wordt? Willen we dat de soevereine macht van staten steeds verder uitgehold wordt?   

De framers

Cambridge Analytica was cruciaal bij de overwinning van Trump in 2016, via Facebook werden de gegevens van 50 miljoen mensen geanalyseerd en via mailings werden verschillende soorten boodschappen naar verschillende soorten mensen gestuurd. De verhoren bij de Senaat en het Europees Parlement waren niet zo effectief als ze hadden kunnen zijn, maar wierpen wel de schaduw van regelgeving voor mondiale tech-bedrijven vooruit. Daar kwamen de tech-bedrijven tegen in het geweer.

Ze gebruikten taal om zichzelf als helden te framen en wetgevende instanties als boosdoeners. Ten eerste hadden ze het over ‘het internet (niet: Big Tech) reguleren, alsof beperkingen voor een handjevol tech-bedrijven het populaire internet onherstelbare schade zou toebrengen. Ten tweede beweerden ze dat regulering innovatie de nek omdraait. In werkelijkheid stimuleert regulering juist innovatie omdat men gedwongen wordt betere alternatieven te zoeken. Maar het publiek gelooft de beide frames.

De tweede verdedigingslinie was zelfregulering. Facebook wilde wel een Toezichtsraad opzetten voor contentmoderatie, met onafhankelijke, bekende experts. Marietje wordt gepolst voor deze Raad, maar ontdekt dat het mandaat minimaal is, het zou alleen over het verwijderen van content gaan, verder niets. Meer een adviesorgaan voor PR doeleinden dus. Ze zegt nee. Bij andere platforms, TikTok en X, speelt iets vergelijkbaars. Ze wordt wél lid van de werkelijk onafhankelijke Real Facebook Oversight Board (RFOB) die in 2023 voor het laatst in het nieuws kwam met kritiek op het re-platforming van Donald Trump.

Big Tech ging ook flink lobbyen om regelgeving tegen te houden. De lobby heeft in het algemeen 3 doelen: wetgeving tegen te houden, contracten binnen te halen, imago te verbeteren. Aan het lobbyen worden miljoenen besteed, maar het levert gewoon nóg meer op. Microsoft beheerst het tot in de perfectie.

Over contentmoderatie, de antwoorden van AI in het algemeen en bots in het bijzonder worden óók gemodereerd. Maar het tempo en de schaal liggen zó enorm hoog, is moderatie wel mogelijk? En wat zijn de gevolgen als fouten niet gecorrigeerd worden en op internet blijven rondzwerven? BlenderBot3 beweerde dat ‘sommige regeringen en twee internationale organisaties Maria Renske Schaake een terrorist noemen’. Marietje kwam niet achter de bron voor dit antwoord.

De ‘AI-wapenwedloop’ zorgt voor de lancering van niet geteste updates. Die wapenwedloop geldt niet alleen voor de onderlinge concurrentie van de 4 Amerikaanse bedrijven maar ook ten opzichte van China. China vóór zijn, is nu het frame. In de toekomst zullen AI-systemen bepalen welke doelen door een drone geraakt moeten worden, wie wel of niet een vaccin krijgt, etc. Wie houdt daar toezicht op? En kunnen we er bezwaar tegen maken? Grappig genoeg ziet Big Tech dat hun systemen ontwrichting in de samenleving kunnen veroorzaken, en vragen nu pro-actief om toezicht. Ja, ze willen de verantwoordelijkheid kunnen afschuiven als het misgaat. En OpenAI pleitte voor een licentie-systeem voor AI bedrijven. Slim, want zo kan de sector nieuwe spelers buiten de deur houden. En tegelijkertijd is de sector zeer tégen de regulering vanuit de EU. Ze willen de regulering volledig naar hun hand kunnen zetten.

Soevereiniteit terugwinnen

In 2019 kwam het initiatief voor een Europese cloud: Gaia-X, een poging om Europese soevereiniteit te creëren, zonder de achterdeurtjes van Amerikaanse en Chinese producten. Maar Amazon, Google en Microsoft zijn lid van Gaia-X, omdat inmiddels integratie en gedeelde cloud-standaarden wenselijk zijn.  Europese cloud-bouwers zijn hiermee natuurlijk niet geholpen.

De EU loopt wel voor qua regulering. In 2016 de AVG, die tot een stortvloed van lobbyactiviteiten van Big Tech leidde. Desondanks hebben vele landen regelgeving aangenomen die gemodelleerd was naar de AVG. Een probleem is de beperkte capaciteit voor handhaving, zeker in vergelijking met de budgetten van Big Tech. Nieuwer is de zogenaamde AI-Act, die in 2024 is goedgekeurd en gefaseerd in werking treedt. Hopelijk wordt die ook overgenomen door de rest van de wereld. Dit moet echter samengaan met minder uitbesteding van overheidstaken naar Big Tech.

Tegelijkertijd loopt er in de VS een andere discussie: meer focus op nationale veiligheid dan op de privacy van de burger. Democraten en Republikeinen zijn eensgezind in hun angst voor China’s gooi naar technologisch leiderschap, denk aan het TikTok-verbod. Een mix van de Amerikaanse en Europese aanpak zou ideaal zijn: nationale veiligheid én burgerlijke vrijheden.

In China heerst digitale repressie. De Oeigoeren worden gebruikt als testcase voor data-collectie: ook emoties, en zelfs de poriën van de huid worden gemonitord.  De VS wilde zich daarom ontkoppelen van Chinese technologie, maar de tech-bedrijven zien daar niets in: in China hebben ze een miljard potentiële klanten. Daarnaast is Big Tech afhankelijk van zeldzame aardmetalen en goedkope arbeid in China. China’s strategie inzake digitale technieken is ontwikkelen, zoals met telecom, en aan zich binden, kijk maar naar Afrika. China levert aan veel regeringen in Afrika spionagetechnologie die gebruikt wordt voor onderdrukking, en krijgt in ruil daarvoor toegang tot zeldzame grondstoffen en energie.  En bij belangrijke stemmingen in bijvoorbeeld de VN, kan China rekenen op de steun van veel Afrikaanse regeringen. Dit is de voorbode van grote geopolitieke verschuivingen die een bedreiging vormen voor de liberale democratische orde.

India tenslotte doet iets vergelijkbaars als China, veel in eigen land ontwikkelen, overheidscensuur op content, monitoring voor repressiedoeleinden. De cultuur is wat anders, maar het resultaat hetzelfde.

Autoritaire regimes winnen aan kracht door gebruik van de digitale technieken. En Big Tech? Die zijn alleen geïnteresseerd in markttoegang, en daar maken ze democratische beginselen of mensenrechten ondergeschikt aan.

Het publieke belang eerst

De AI-wetgeving in de EU is risk-based, het focust op de effecten van AI, niet op de techniek, die toch steeds verandert. Classificatie in risico’s is echter lastig voor generatieve AI, die zaken produceert die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. Misleiding is dus een risico. Nepporno zorgt voor trauma’s. Het vertrouwen in het nieuws daalt. De EU wetgevers probeerden het in de Act te verwerken, wat leidde tot een fel debat, en ook het grootste probleem van tech-regulering liet zien: je loopt als wetgever altijd achter de feiten aan. De AI-wet richt zich dan ook niet op de tech-bedrijven, hun buitensporige hoeveelheid middelen, data en rekenkracht, niet op marktdynamiek, niet op systeemrisico’s. En ook niet op wat te doen als de tech-bedrijven de wetten trotseren.  

Het is dus nodig om de wetgeving te richten op de macht van die bedrijven, te zorgen dat de democratie het kader is waarbinnen technologieën worden ontwikkeld en gebruikt. De tech coup, de machtsovername van de tech-bedrijven, moet teruggedraaid worden. Marietje heeft een aantal voorstellen daarvoor.

1. Zo is daar het voorzorgsbeginsel. De huidige toepassingen kunnen geloofwaardig nepnieuws produceren, discrimineren, cyberdreiging verergeren, en transparant toezicht belemmeren. Ze zijn niet beoordeeld op het voldoen aan bestaande wet- en regelgeving. Natuurlijk is het beter om problemen te voorkomen, en niet te wachten tot de schade is aangericht. Sommige problemen zie je niet aankomen: chips voor broodroosters die in Iraanse drones in Oekraïne worden gebruikt. En sommige wel: het gebruik van spyware wat direct resulteert in inbreuk op de privacy van mensen. Gelukkig hebben we al voorbeelden hoe we dit kunnen aanvliegen, bijvoorbeeld rond genetisch gemodificeerde gewassen. Het voorzorgprincipe wordt (natuurlijk) gesaboteerd door de tech-bedrijven: ze brengen nieuwe producten zo snel mogelijk op de markt, faciliteren nauwelijks onafhankelijke beoordelingen, en hebben zelf onderzoekers op de loonlijst staan die positieve beoordelingen produceren. Wat we nodig hebben is iets als de klinische experimenten in de geneeskunde, onafhankelijk multidisciplinair onderzoek en vooral ook: financiering ervoor.

    2. Dan de technologieën die al aantoonbaar antidemocratisch zijn: spyware, (persoonlijke) datahandel, gezichtsherkenning, cryptovaluta. In handen van democratische overheden zijn sommige technologieën (in sommige gevallen) toegestaan, denk aan gezichtsherkenning bij grensovergangen, maar gebruik door bedrijven moet aan banden gelegd worden. Bij cryptovaluta kun je aan licenties met toezicht denken.

    3. Transparantie is de derde maatregel. Het moet bekend zijn wie er achter datacenters zitten, wanneer AI is/wordt gebruikt (label) of juist niet (watermerk), bekendmaking wie investeerders en financiers van bedrijven zijn, publicatie van milieu-effecten van ontwikkeling en gebruik, verantwoordingsplicht van de overheid (en het nakomen van WOO-verzoeken) met name bij uitbesteding van overheidstaken aan bedrijven, en tenslotte het beperken van het recht op geheimhouding in verband met intellectueel eigendom.  

    4. Ook is er: ‘het goede voorbeeld geven’. Overheden kunnen hun inkoopmacht gebruiken om ‘goede’ technologieën te stimuleren, alleen met ethische partijen zaken te doen, en bij aanbestedingen effectieve (dat wil zeggen niet-verouderde) standaarden op te leggen, denk aan Zero Trust en Privacy by design. Contracten zouden gestandaardiseerd moeten worden qua verantwoordelijkheden, rapportages en toezicht. Kleinere overheden hebben zo een betere onderhandelingspositie.

    5. En dan het vergroten van de kennis bij de overheid: niet alleen experts op het gebied van recht en financiën, maar ook technologie-experts binnenhalen voor input in het wetgevingsproces.

    6. Bedrijven die ‘too big to fail’ zijn, de 4 grote platforms, zouden aan extra eisen moeten voldoen, net zoals de grote banken extra eisen hebben qua liquiditeit etc. De platforms hebben dan eisen rond extra toezicht en audits, op algoritmen, privacy en beveiliging. Dit is in de Digital Services Act deels opgenomen.

    7. Voor cyberincidenten zou er een arbitragehof kunnen worden opgetuigd, die onderzoekt en bepaalt wie er voor een cyberaanval verantwoordelijk is. Hierbij is het ook nodig om definities en normen te hebben voor beveiliging en regelgeving van grensoverschrijdende publieke ruimten, denk aan de zeekabels en de satellieten.

    8. Gelijkgestemde landen moeten samenwerken: een gezamenlijke missie, uitvoering en handhaving. Voorbeelden zijn de Declaration for the Future of the Internet en de AI Advisory Body van de VN. Veel wordt gedragen door de G7 en de G20. Maar daar knelt het: het Mondiale Zuiden valt er buiten, en China zal zich er niet naar voegen. In dit kader is het ontwikkelen van een ‘publieke stack’ van belang. Momenteel zijn veel overheidsinstanties, inclusief universiteiten, afhankelijk van hun IT-leverancier: er is ‘vendor lock-in’. Dit levert nationale veiligheidsrisico’s op.

    9. Het ontwikkelen van wetgeving en handhaving moet op de schop. Er wordt te weinig gehandhaafd, deels door gebrek aan capaciteit, deels door te nauw mandaat. Meer personeel, geld en mandaat is nodig, met wetten die principle-based zijn, en sancties die overtuigend zijn.

    Conclusie

    De buitensporige macht van tech-bedrijven heeft invloed op mensen, markten, bestuur, veiligheid en geopolitiek. Nergens is de democratie erop vooruit gegaan, maar het autocratische model is er juist door opgebloeid. Techbedrijven zijn tussenpersonen geworden in diplomatie, ontwikkeling en democratie, en onderweg hebben ze historische winsten geboekt. Dat is niet goed. Deze tech coup moet worden teruggedraaid.

    Innovaties in technologie hebben veel goeds gebracht. Maar de menselijke maat en gemeenschapszin van populaire technologieën worden verdrukt door honger naar omzet en winst. De macht is van democratische instellingen verlegd naar bedrijven, en het risico van tirannie van die bedrijven is reëel. De leiders van de tech-bedrijven hebben niet het mandaat en zeker niet het morele besef om zo’n groot deel van onze samenleving te sturen. De tech-coup heeft het sociale contract tussen de staat en haar burgers herschreven.  

    Zodra beleidsmakers deze problemen onder ogen zien, kunnen ze ingrijpen, ze zijn er toe in staat en hebben de mogelijkheden ervoor. AI, maar ook ontwikkelingen in kwantum-, bio-, en neurotechnologie kunnen een bepalende invloed hebben op ons bestaan, het zelfs kunnen uitroeien … Daarom is er geen tijd te verliezen. Maar we verliezen onszelf in kleinzielig politiek gekibbel. We moeten debatteren over de juiste plaats van technologieën in onze samenleving, en dan de juiste leiders kiezen, zij die het algemeen belang dienen.

    ‘Pas als burgers de macht weer hebben, zal de tech-coup voorgoed ten einde zijn.’

    Mijn mening over De tech coup?

    Wat ik van dit boek vond, lees je later in mijn recensie.

    Andere Booknotes

    Lees ook mijn Booknotes van:

    Geschiedenis van morgen

    Nexus

    Stil

    Een immense wereld

    De codekraker

    Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

    Recensie: Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 – ter overdenking

    Roxane van Iperen hield een voordracht bij de herdenkingsbijeenkomst 4 mei 2021; Daan Rovers schreef een essay voor 5 mei 2021, beiden in opdracht van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Beide stukken zijn gebundeld in een klein boekje: de Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 met Stemmen uit het diepe en Het fundament van vrijheid. Ik las het op 7 oktober 2025, 2 jaar na de aanval van Hamas op Israëlische burgers, en na 2 jaar onafgebroken oorlog in Gaza met een potentieel vredesakkoord in de coulissen.  

    Er zitten interessante filosofische punten ter overdenking in beide stukken. Over de waarheid niet willen weten, en over de pijlers van vrijheid. Over dingen goedpraten, en vrijheid van meningsuiting.

    Het maatschappelijke boekje Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021  …

    … is onderdeel van een serie, elk jaar komt er zo’n boekje uit. En elk jaar zijn er weer andere schrijvers. In het jaar 2021 waren dat een van mijn favoriete auteurs: Roxane van Iperen, en een voor mij onbekende ‘denkster’: Daan Rovers.

    Stemmen uit het diepe

    Roxane gaat in op het volhouden van ons niet-weten, het niet willen luisteren naar álle stemmen. Ze wijst ons erop dat de Nederlandse joden volledig geïntegreerd waren: ze spraken de taal, leefden al eeuwen tussen ons. En tóch werd 75% van hen vermoord. Ze waren tóch inferieur. In Duitsland werden 200.000 ouderen, zieken en mensen met een beperking vermoord, want ‘nutteloze eters’. Het Duitse volk protesteerde niet. In Apeldoorn werd het Apeldoornse Bosch, een Joodse instelling voor psychiatrische patiënten, ontruimd, 1250 mensen. In Apeldoorn werd er nooit over gesproken. Wist u het? ‘Nee, ik niet. Nee’.

    We willen domweg niet alle stemmen horen, die vertellen ons misschien iets wat we niet willen weten. In Roxane’s huis (’t Hooge Nest) zaten ooit onderduikers, en zij vraagt mensen of ze iets over die tijd weten, over onderduikers, treinen naar vernietigingskampen, NSB-ers. ‘Nee, ik niet. Nee.’

    Pas na publicatie van haar boek komen de verhalen los, van mensen die het meegemaakt hebben, maar erover zwegen. We kunnen niet leven in een mythe van ‘weerbaar volk’, we moeten weten hoe het écht was. Het verzet was zeker geen nationaal verzet, ons zelfbeeld is vals. We waren zwijgende omstanders. Het is (nog steeds?) te pijnlijk om dieper te gaan.

    Het fundament van vrijheid

    Daan bespreekt de inperking van vrijheden die de coronacrisis met zich meebrengt (2021, weet je nog wel). We vinden ‘vrijheid’ een belangrijke waarde. Keuzevrijheid, bewegingsvrijheid, vrijheid van meningsuiting. Spinoza roemt in de 17-de eeuw ons staatsbestel: hoe verschillend de burgers ook zijn qua mening, religie, gebruiken, ze worden allemaal gelijk behandeld. Jouw vrijheid mag niet ten koste gaan van de vrijheid van en ander.  

    Tijdens de coronacrisis werd de bewegingsvrijheid beperkt, maar de vrijheid van meningsuiting niet. Dat is het verschil met een bezetting, zoals in de Tweede Wereldoorlog. Maar het toont aan dat vrijheid kwetsbaar is. De fundamenten van de vrije samenleving, zoals onafhankelijke rechtsspraak en principiële gelijkheid moeten we blijven beschermen en versterken.

    Mijn evaluatie van Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021

    In een half uurtje een aantal punten voor urenlange overdenking aangereikt krijgen, wie wil dit nu niet?

    Ik gaf het, wegens de geringe omvang, geen rating.

    Lees Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021  duurzaam …

    • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
    • of uit een minibieb!

    Koop Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 duurzaam … 

    • bij de kringloop;
    • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
    • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
    • of via B-Corp Bol (aff).

    Keus genoeg!

    Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

    Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

    Recensie: De bestedeling – boeiend en saai

    Menno Lanting kennen we van zijn vele boeken over IT, AI, digitalisering. Zonder uitzondering uitstekend geschreven, met veel voorbeelden, gericht op nieuwe ontwikkelingen en ruim baan voor de menselijke aspecten. De bestedeling uit 2025 is een heel ander boek, zowel qua onderwerp, ‘kinderveilingen’, qua richting, namelijk terugkijkend, als qua schrijfstijl. Het resultaat is een boek dat zowel boeiend als saai is. Ja, dat kan dus …

    Een bestedeling is iemand, vaak een kind, die niet meer verzorgd wordt en zo ten laste van de overheid komt. Het gaat naar een weeshuis, of wordt ‘uitbesteed’ aan een gezin dat een vergoeding voor kost en inwoning ontvangt. Het gezin dat het laagst biedt om deze zorgtaak uit te voeren, krijgt het kind. Vandaar kinderveilingen. Zo’n gezin deed hier soms aan mee uit sociale overwegingen, maar veel vaker om er geld aan te verdienen. Verwaarlozing en uitbuiting waren dus geen uitzondering. Daarover lezen was bepaald schokkend.

    Het geschiedenisboek De bestedeling …

    … heeft als uitgangspunt het leven van Menno’s overgrootmoeder, Geesken Staal, die in 1877 binnen enkele dagen zowel haar vader als haar moeder verloor. Ze was nog maar 5 jaar. Binnen de familie van Menno is maar weinig bekend over het leven van Geesken: er zijn vrijwel geen foto’s of brieven bewaard gebleven en Geesken sprak met haar gezin nooit over haar jeugd. Er was een gerucht dat ze in een kindertehuis in Deventer had gezeten. Geesken overleed op haar 45-ste in het kraambed.  Menno wil wat meer weten over zijn overgrootmoeder en gaat op onderzoek uit, beginnend bij het Stadsarchief van Deventer.

    Daar weet hij de hand te leggen op een flinke stapel documenten over zijn overgrootmoeder, en haar 5 broers en zusters. Nadat de ouders, Lodewijk en Hendrika, zijn overleden, komt de rest van de familie bij elkaar bij het kantongerecht om de voogdij te regelen. Er zijn twee ooms en twee opa’s bij. Niemand wil de kinderen in huis hebben. De ooms waren beiden ongetrouwd, de opa’s behoorlijk oud, waarschijnlijk was dat de reden. De voogdij wordt wél geregeld: een opa is voogd en een oom toeziend voogd.  Er is geen geld, de kinderen hebben niets anders dan de kleren die ze dan dragen. Het stadsbestuur van Deventer besluit dat de kinderen naar het kindertehuis gaan. Maar …. daar blijven ze niet.  

    Geesken’s uitbesteding

    Tot Menno’s verbazing vindt hij ‘uitbestedingsformulieren’ in de stapel papier. Na lang zoeken ontdekt hij dat de kinderen zijn uitbesteed aan diverse boerenfamilies in de Achterhoek. Ze bleven niet bij elkaar, maar gingen naar verschillende pleeggezinnen. En ze waren dat jaar de enigen niet: van de 30.000 weeskinderen zaten er maar 10.000 in een weeshuis, de rest was uitbesteed. Dat waren bestedelingen. Ze werden behandeld als goedkope arbeidskrachten, kregen nét genoeg te eten en nauwelijks nieuwe kleding. Ze waren verkocht als handelswaar (ik zou het zelf slaven noemen…).

    Menno besluit het fenomeen bestedeling verder te onderzoeken.

    Dat begint met de lokale omstandigheden in 1877: aan het eind van de 19-de eeuw heersten er veel besmettelijke ziekten: cholera, tyfus, pokken, tbc. Lodewijk en Hendrika zijn waarschijnlijk aan tyfus overleden. In zo’n geval wordt er alles gedaan om verdere verspreiding te voorkomen: alle persoonlijke spullen worden verbrand, het huis ontsmet, hele wijken afgesloten. Lodewijk en Hendrika werden in afzonderlijke, algemene graven begraven, zonder grafsteen. Die graven zijn er niet meer, ze zijn al na 10 jaar geruimd.

    De 6 kinderen Staal zijn redelijk te volgen, Menno geeft kort weer wat hij heeft kunnen vinden over wie de pleegouders waren, met wie de kinderen trouwden en waar en wanneer ze overleden. Soms is er wat briefwisseling beschikbaar vanuit het weeshuis, die formeel toezicht hield op de bestedelingen. Geesken overleed in 1916, op 44 jarige leeftijd (?) waarschijnlijk aan een ziekte (?).

    De kinderveilingen

    Het volgende hoofdstuk gaat in op het proces van de veilingen, Menno beschrijft een dag in 1780, waarbij ‘boeren, schippers en herders verwachtingsvol afwachten of er iets van hun gading tussen het aanbod zal zitten’. Daarna analyseert hij de oorzaak van de veilingen vanaf ongeveer 1300: armoede, oorlog, hongersnood. De families konden niet meer voor hun hulpbehoevenden zorgen, de kerk sprong in. Ze gaven voedsel, kleding, geld, én regelden pleegzorg. Dat was de start van uitbesteding. Vanaf de 15de eeuw nam het aantal wezen in de (steeds grotere) steden toe, en ging het stadsbestuur zich ermee bemoeien. Naast weeshuizen kwamen er ook armenhuizen, dolhuizen en tuchthuizen. In kleinere steden en op het platteland waren er te weinig weeshuizen en bleef uitbesteding nodig. De ‘weeskamer’ was verantwoordelijk. Maar ook in de grote steden werd dit nodig: er kwamen steeds meer kinderen, niet alleen wezen, maar ook vondelingen, en eenvoudig verlaten kinderen. De weeshuizen konden het niet meer aan, en uitbesteding volgde.

    Bestedelingen werden tussen 1700 en 1800 ook uitbesteed aan de VOC en kwamen op de grote vaart terecht. Vanaf 1690 gingen er bestedelingen naar planters in Suriname, maar dat was geen succes, de kinderen waren te zwak voor het harde leven en het klimaat. En er gingen bestedelingen naar fabrieken, zoals de weverijen in Enschede. In Veenhuizen was een ‘vrije kolonie’ en daar werd een kazerne voor 1200 wezen gebouwd, waar de kinderen uit de grote steden naartoe werden gestuurd. ‘Mensonwaardige omstandigheden’, zo lees ik. In 1869 werden al deze gestichten opgeheven.

    De bestedelingen, namen en jaartallen

    Tot zover is dit boek heel interessant en prettig te lezen. In deel 2 verandert dit. Menno duikt diep in de veilingen en voert veel geveilde kinderen ten tonele, in een nogal formele schrijfstijl. Daarna komen er wat prettiger te lezen levensverhalen van bestedelingen, zoals het verhaal van Jantje Fief, wat ontleend is aan het gelijknamige boek uit 1890.

    In deel 3 gaat Menno diep in op de levens van de bestedelingen. Onder andere komen de verschillende oorzaken van hun bestedelingschap aan de orde: te vondeling gelegd, achtergelaten want te lastig, ouders in de gevangenis. Ik vond dit deel al wat droger worden. En het loopt vaak slecht af met de bestedelingen, het uitbesteden hielp hen bepaald niet.

    In deel 4 krijgen de bestedelingen die ‘overleefden’ en zelfs opbloeiden de aandacht, mooi, want in het voorgaande is wel heel veel ellende te lezen. Maar ook in dit deel gaat het ook over verwaarlozing, mishandeling, zelfmoord. Er komen veel namen en jaartallen voorbij, te veel naar mijn smaak.

    Reflectie

    Menno eindigt met zijn persoonlijke reflectie. Anno nu wordt de verzorgingsstaat afgebroken, de omstandigheden bij de Jeugdzorg zijn superslecht. Mensen blijven lang vastzitten in armoede door een onhandig toeslagensysteem en steeds verdere bezuinigingen. Leerpunt uit de geschiedenis volgens Menno: mensen hebben een steuntje in de rug nodig. We maken echter nu dezelfde fouten als toen. Zo wordt het niet beter.   

    Mijn evaluatie van De bestedeling

    Het fenomeen bestedeling kende ik niet en de veilingen waren ook nieuw voor me. Dat hier leerpunten uit te halen zijn voor de huidige situatie is best duidelijk: als je nauwelijks geld uittrekt om de mensen te helpen, help je ze gewoon niet. Uitbuiting en verwaarlozing komt misschien minder voor, maar mensen komen nog steeds slecht uit de armoedeval.

    Menno heeft een poging gedaan om de levensverhalen van vele bestedelingen te clusteren naar oorzaken en uitkomsten, maar op mij komt een groot deel van het boek toch over als een (te) grote verzameling namen en jaartallen. Qua analyse komt er onvoldoende uit, de structuur had wel beter gekund.

    Het eerste deel, wat voornamelijk over de familie Staal gaat, vond ik het best, omdat het prettig leest en op hoog niveau de context beschrijft. Het voelt persoonlijker aan dan de rest van het boek.  Want ook al gaat het hele boek over bestaande mensen, doordat het allemaal onbekenden voor Menno zijn, blijft het in de overige delen vaak een wat droge opsomming van feiten en jaartallen, en komen omstandigheden en emoties te weinig aan de orde om echt tot levendige voorbeelden te komen. Dat is begrijpelijk, omdat dit alles zich afspeelt tot 1950, betrokkenen vaak al dood zijn en nabestaanden van niets blijken te weten. Alle informatie komt dus uit officiële documenten en soms brieven, die ook best formeel zijn. Het boek heeft geen illustraties, die de boel misschien nog wat hadden kunnen verlevendigen.

    Die formele bronnen hebben naar mijn gevoel ook de schrijfstijl beïnvloed: wat statig woordgebruik waar Menno normaal gesproken veel vlotter schrijft. Dat is in zijn persoonlijk stukken beter, maar veel daarvan zijn niet zo heel relevant. Als hij op zoek gaat naar de betreffende boerderij, of het ouderlijk huis, blijken deze er vaak niet meer te zijn. De omschrijving van de omgeving kan dan wel aardig zijn, maar ik kan er weinig mee in relatie tot de betreffende bestedeling. Was de sfeer vergelijkbaar met 100 jaar geleden? De volgorde van de zinnen vond ik soms onlogisch en sommige zinnen lopen ook helemaal niet. Daarnaast zitten er wat foutjes of tegenstrijdigheden in de jaartallen. Zoals bij Alex, die 2 jaar na zijn dood een brief schrijft. En Geesken. Stierf zij op haar 44ste of 45-ste? Aan een ziekte of in het kraambed?

    Ik denk dat dit onderwerp beter tot zijn recht had kunnen komen door er fictie van te maken, á la ‘t Hooge Nest, als een levendig, geromantiseerd verhaal over Geesken, gebaseerd op die droge feiten.

    Voor mij was het duidelijk: ik móest dit boek lezen, want Menno is ‘familie’. Maar voor anderen is dit geen Must Read, je mist niets.

    Conclusie bij De bestedeling

    Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

    Vorm: Aansprekend-, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl 0

    FOMO -. 

    Ik gaf het boek 3*

    Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

    Ik kreeg het boek toegezonden door Menno, voor een recensie.

    Lees De bestedeling duurzaam …

    • via de (online) bibliotheek; 
    • of uit een minibieb!

    Koop De bestedeling duurzaam … 

    • bij de kringloop;
    • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
    • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
    • of via B-Corp Bol (aff).

    Keus genoeg!

    Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

    Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 1 reactie