Familie: ‘neef’ Jaap Bressers

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn neef’ Jaap Bressers.

Waar schrijft ‘neef’ Jaap Bressers over?

‘Neef” Jaap schrijft over ‘Carlos-momentjes’ en zijn eigen leven, waarin zo’n momentje alle verschil van de wereld maakte. Een Carlos-moment is een klein gebaar, een moment van begrip, waarmee je in het leven van een ander grote positieve impact maakt. Waaróm zo’n moment een Carlos-moment heet, beschrijft hij in zijn beide boeken.

Daarnaast schrijft ‘neef’ Jaap over managementzaken, klantvriendelijkheid, time-management, leiderschap, enzovoorts, in kleine, pakkende en vooral humorvolle stukjes. Hij denkt heerlijk out-of-the-box, en dat komt natuurlijk door zijn persoonlijke omstandigheden, hij zit in een rolstoel.

Heeft ‘neef’ Jaap Bressers andere zakelijke activiteiten?

‘Neef’ Jaap is spreker en ‘sit down comedian’. Zijn lezingen zijn dus een mix van inspiratie en vermaak. Hij geeft ook workshops en masterclasses. Op zijn website kun je deze boeken. Ook verkoopt hij daar zijn twee bestsellers, gesigneerd en al!

Maar ga ook eens naar zijn andere website: Carlosmomentjes. Daar verzamelt hij mooie momentjes van anderen, die je inspireren en opvrolijken.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Jaap er uit?

‘Neef’ Jaap wil van jongs af aan alles uit het leven halen. Op de middelbare school heeft hij dan ook niet één, maar twee bijbaantjes, als supermarktmedewerker en als ober. Hij studeerde Internationaal management in Tilburg en was op weg naar een succesvolle carrière, toen hij op zijn 21-ste tijdens een vakantie in Portugal in een golf dook, met zijn hoofd de zeebodem raakte en daardoor een hoge dwarslaesie opliep. In het ziekenhuis is hij in paniek: hij voelt zijn lichaam niet meer. De verpleegkundigen hebben alleen aandacht voor de apparaten. Totdat een broeder hem op zijn schouders aanraakt, op die plek voelt Jaap nog iéts. De broeder zegt: It’s okay. Jaap kalmeert. Die broeder was Carlos.

Na een zware revalidatie (4 jaar! Hij heeft een hoop ‘doorzittingsvermogen’ nodig!) gooit ‘neef’ Jaap zijn leven om en wil met zijn levenswijsheid andere inspireren. Sinds 2004 staat, nee zit hij daarom op de planken.

‘Neef’ Jaap is getrouwd met Evelien en ze hebben een zoontje: Bram. Over Evelien zegt hij: ‘Ik heb haar ontmoet toen ik al in een rolstoel zat. “Die mag ik niet laten lopen” moet zij gedacht hebben.’

Ja, ‘neef’ Jaap zit altijd vol zelfspot, dat blijkt uit zijn boeken en optredens. Wat hem kenmerkt is dat hij zijn handicap positief gebruikt om anderen te inspireren. Een quote: “Ik heb mijn nek moeten breken om te beseffen wat echt belangrijk is in het leven en adviseer anderen daarom om daar iets eerder mee te beginnen”.

Welke boeken schreef ‘neef’ Jaap Bressers?

‘Neef’ Jaap schreef 2 boeken. Ik las ze allebei en van 1 daarvan, Waar een wiel is, is een weg, schreef ik een Samenvatting. Die is te koop, maar omdat de humor van het boek moeilijk samen te vatten is, adviseer ik je om gewoon het boek te kopen. Dat heb ik ook letterlijk in mijn Samenvatting gezet … ik hoop dat het mensen heeft geïnspireerd het boek ook echt helemaal te lezen.

Pak je Carlosmoment  (2019)

Jaap Bressers is sit-down comedian en schreef eerder de bestseller ‘Waar een wiel is, is een weg’. De opvolger Pak je Carlosmoment, gaat verder waar ‘Wiel’ ophield, met weer een verzameling prachtige voorbeelden van ‘klein gebaar, grote impact’, zowel op zakelijk gebied als uit zijn persoonlijke leven. De woordgrappen zijn niet van de lucht, en het positivisme waarmee Jaap zijn niet supermakkelijke leven omarmt is inspirerend en ontroerend. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Waar een wiel is, is een weg (2015)

In Waar een wiel is, is een weg lees ik dit: In een klein café komen een paar mensen binnen die vijf koffie bestellen; twee voor henzelf en drie uitgesteld. Ze betalen en lopen naar hun tafel. Twee meisjes bestellen ieder een koffie, betalen en gaan weer weg. De volgende order wordt gedaan door drie advocaten. Zij bestellen zeven koffie, drie voor hen en vier uitgesteld. Plotseling stapt er een man binnen die er uitziet als een zwerver. Hij loopt naar de bar en vraagt vriendelijk: “ Is er nog een uitgestelde koffie?” Ga naar de Samenvatting | Lees mijn recensieblog | Koop bij Bol

(Deze informatie is ontleend aan: Jaap’s website, LinkedIn en zijn 2 boeken die zeer biografisch zijn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor

Geplaatst in zelfhulp | Tags: , , , | 10 reacties

Recensie: Eindtijd – intrigerend

Wat een fascinerend en intrigerend boek! Eindtijd (End Times) van Peter Turchin uit 2023 gaat over ‘cliodynamica’, de cycli die de geschiedenis laat zien, en dan toegespitst op de patronen rond menselijke samenlevingen. Het boek laat zien hoe onze wereldwijde politiek ook patronen laat zien, van integratie en desintegratie, stabiliteit en onrust, hervormingen en revoluties. Alles gebaseerd op Big Data en wiskunde, en daarom mét de mogelijkheid om de toekomst te voorspellen. Uiterst boeiend!

Eindtijd rafelt de oorzaken en triggers van verandering in machtsstructuren uiteen, en dat op een voor mij overtuigende manier. De historische voorbeelden zijn heel interessant. En omdat we inmiddels 2 jaar verder zijn, kun je de toekomstvoorspellingen voor de VS toetsen aan de realiteit van vandaag. Ik was verrast door de uitkomsten! Prettig geschreven, de overwegingen bij het model zitten in 3 bijlagen. Hoe handig! En dat het betoog zich voornamelijk op de VS richt, is ook voor ons, nu, relevant.

Het mens & maatschappijboek Eindtijd …

… stelt dat de VS zich richting burgeroorlog manoeuvreert, maar niet door allerlei complotten uit China of Rusland. Nee, simpelweg door de ‘verellendiging’ (verelendung) van het volk en de toename van de elite, rijken en hoogopgeleiden. Gebruik alle data over lonen, belastingen, bnp, en andere sociologische gegevens uit vele eeuwen en vele landen, vergelijk dat met de data van nu, en je kunt maar tot één conclusie komen: politieke desintegratie. Ik geef een aantal highlights uit het ietwat doemdenkende betoog.

De elites

Eerst over de elites, dat is één kant van de medaille. Elites definieert Peter als mensen met meer sociale macht dan anderen. Die sociale macht heeft verschillende bronnen: 1 Rijkdom. Veel politici (in de VS) waren rijk voordat ze de politiek ingingen (de Kennedy’s) of werden het tijdens en na hun politieke carrière (Bill Clinton). 2 Geweld. Of het dreigen met geweld. 3 Hiërarchische positie. Bazen kunnen opdrachten geven en mensen ontslaan. 4. Overtuigingskracht. Denk aan influencers, columnisten, intellectuelen.

 Je hebt de gevestigde elite en wat Peter de elitegegadigden noemt: degenen die op zoek zijn naar een machtpositie. Zij willen promotie maken en/of meer vermogen hebben. Van miljonair naar decamiljonair (>10 miljoen) naar centimiljonair naar miljardair. Tussen 1983 en 2019 vertienvoudigde het aantal decamiljonairs in de VS (van 66.000 naar 693.000), en ging van 0,08% naar 0,54% van de bevolking. Wat betekent dat? De sociale piramide wordt topzwaar en er ontstaat een soort stoelendans. Er zijn veel minder machtsposities dan elitegegadigden. Er is sprake van ‘eliteoverproductie’. En de stoelen nemen niet toe: het aantal zetels in het Congress, het aantal gouverneurs, het aantal presidenten, dat blijft gelijk. Dat levert natuurlijk frustratie op, en om toch zo’n stoel te claimen gaat men de regels en sociale normen overtreden, krijg je vechtpartijen. En wordt er steeds meer geld gestopt in campagnes voor Congress.

Verelendung

Dan de verellendiging. De reële lonen in de VS stegen tussen 1930 en 1970. En toen niet meer: het aandeel in de economische groei voor arbeiders daalde. Het gemiddelde loon/bbp per capita ging omlaag. De geldpomp pompte richting de rijken, de elite. Ook nam de levensverwachting van de niet-elite af, een teken van minder welzijn.  Ze zijn ontevreden. Woedend zelfs.

Eliteoverproductie + verellendiging = Trump (in 2016).

In aanloop naar de Burgeroorlog

Dat was toen niet voor het eerst. Lincoln kwam óók zo aan de macht. De elites waren destijds de zuidelijke slavenhouders plus hun noordelijke bankiers, de elitegegadigden de staalfabrikanten, spoorwegbobo’s en mijneigenaren, plus hun zonen, vaak juristen, in het noorden. Er ontstaat een strijd om politieke macht. De zuidelijken waren Democraten, de noordelijken Republikeinen.

Tegelijkertijd daalde tegen 1860 het reële loon, en ook de levensverwachting en zelfs de gemiddelde lengte (ook een teken van minder welzijn). De welvaart nam enorm af. Er waren rellen in de grote steden. Lincoln, een republikein van bescheiden komaf, wordt in 1861 tot president gekozen, en heeft het voornemen om de slavernij af te schaffen of is in ieder geval tegen de uitbreiding ervan naar het noorden. En zo ontstond de Burgeroorlog.  

China en de Qing-dynastie

In China speelt rond dezelfde tijd ongeveer hetzelfde. De Qing-dynastie zorgt initieel voor verbetering van de landbouwproductie en industrialisatie met allerlei innovaties. De bevolking verviervoudigd in een paar eeuwen. Maar door die sterke bevolkingsgroei gaat het vanaf 1850 minder: de reële lonen dalen, de gemiddelde lichaamslengte daalt, er zijn hongersnoden. Verellendiging.

De elites, hoge ambtenaren, werden tijdens de Qing-periode gerekruteerd op basis van examens, eerst lokaal, dan provinciaal, en ten slotte aan het hof. Het aantal ambtelijke functies nam niet toe, terwijl de bevolking sterk groeide, en er steeds meer jongeren examen gingen doen: elitegegadigden. Ene Hong zakte drie keer voor het keizerlijke examen, werd ziek, kreeg visioenen. Hij bouwde zijn eigen religie, en toen hij in 1843 voor de 4-de keer zakte, ging hij preken. Hij bereikte hiermee andere elitegegadigden, er ontstond een beweging: de Taipings. In 1851 riep hij zijn eigen keizerrijk uit. De ‘ellendigen’ sloten zich aan. In 1853 verovert Hong Zuid-China, in 1864 slaan de Qing terug. De bevelhebber, Zing, was na 8 keer zakken, uiteindelijk geslaagd voor alle examens. Einde van de Taiping opstand en einde van Hong.

Frankrijk

Ook een crisis in Frankrijk laat zich zo samenvatten. In vogelvlucht: 1200-1300 gouden eeuw, de omvang van de bevolking neemt sterk toe. Dan hongersnood en later de pest: de omvang van de bevolking daalt, rond 1400 is er nog maar de helft over. Ondertussen steeg het aantal edelen vanaf 1200 ook, door de geldpomp door hoge pachtsommen en voedselprijzen. Zonen van edelen worden op allerlei landgoederen gezet, er komen steeds meer edelen. Maar in 1350 gaan ze elkaar te lijf om de bezittingen en om baantjes bij de overheid die inmiddels insolvent is. Er zijn drie troonpretendenten: de staat stort in. Opstanden in grote steden. Start van de Honderdjarige oorlog met Engeland waarin de edelen vechten en veel sneuvelen. Vanaf 1450 gaat het weer beter. Volk èn elite is uitgedund, er is weer land genoeg en lonen gaan omhoog. Enzovoorts. Kortweg: 1200-1350 integratie, 1350-1450 desintegratie, 1450-1560 integratie, 1560-1660 desintegratie, 1660-1790 integratie en Verlichting, daarna Franse Revolutie en desintegratie tot 1880. Valt je iets op? Min of meer steeds 100 jaar per fase, 210-250 jaar per cyclus.  En grappig: in Engeland ging het er ongeveer hetzelfde aan toe in die tijd, niet synchroon, wel even lang.

Dat komt, zegt Peter, omdat het sociaal profiel van Frankrijk en Engeland vergelijkbaar was. In die tijd werd je elite(gegadigde) als kind van de elite. Ook goed om te weten: in monogame landen zijn er minder elitekinderen dan in polygame landen. In islamitische landen bijvoorbeeld is de opkomst en ondergang van een dynastie 4 tot 5 generaties, dat is 100 jaar. Maar ook de Mongoolse (polygame) dynastieën hadden zo’n korte cyclus. Hogere eliteoverproductie leidt tot kortere cycli.

De Verenigde Staten anno nu

Peter gaat verder met een onderzoek naar de oorzaken van de huidige situatie in de VS. Mijn highlights:

*De lonen blijven achter. Er gaan steeds meer jongeren studeren, maar ze hebben ook steeds hogere studieschulden. Het precariaat bestaat uit veel van zulke studenten, met salarissen van max $75.000 en schulden vanaf $160.000. Zij zullen nooit de elite bereiken.  

*Vanaf de 80-er jaren is er sprake van moreel verval, mensen doen álles om maar vooruit te komen, bedrog is normaal. De mislukte elitegegadigden worden contra-elites en radicaliseren. Er zijn nu twee vormen van ongelijkheid: tussen gewone mensen en de elites, en tussen de geslaagde en de mislukte elites.

*Was er in de 80-er jaren nog sprake van veel overlap in de ideologieën van Republikeinen en Democraten, nu is er sprake van radicale politiek. Gematigde politici gaan met pensioen.

Andere weetjes

Uit de hoofdstukken daarna pikt ik ook wat interessante feitjes op:

*Als er een revolutie komt, zal die geïnitieerd worden door de mislukte elite, het precariaat. Niet door het proletariaat, zoals Marx stelde. Het precariaat heeft de opleiding én de connecties om daadwerkelijk invloed uit te oefenen.

*de eerste staten in de wereld waren militocratieën, de strijders hadden de macht. Vaak riepen ze zich ook uit tot religieuze leiders, ze werden priester-koningen. Door oorlog voeren breidde het grondgebied zich uit, en waren gouverneurs nodig, en zo ontstond bureaucratische macht. De grens ligt bij zo’n 100.000 onderdanen, zo blijkt uit Peter’s analyse. En na verloop van tijd hebben de bureaucraten álle macht, met een beetje militair machtsvertoon. Uitzondering: Egypte is nog steeds een militocratie, of eigenlijk alweer, na een revolutie door progressieven én islamieten, een bestuur van islamieten, teleurgestelde progressieven, een verbond tussen de progressieven en het leger, uitmondend in een coup door het leger.

*China is een bureaucratie bestaande uit confuciaanse geleerden, die opklimmen door examens.

*En dan zijn er de plutocratieën. Zoals ooit de Italiaanse handelssteden Venetië en Genua, maar ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. En tegenwoordig de VS. Je kunt wel zeggen dat het een democratie is, maar uit recent onderzoek naar beleidsbepaling vanaf 1981 blijkt dat de armen en de middenklasse vrijwel geen invloed hebben op het beleid van de overheid. Het zijn de rijken die bepalen wat er op de beleidsagenda komt.

*Staten storten ook weer in, sommigen vallen langzaam uiteen, anderen gaan met een klap ten onder. Nero, de laatste van de Julisch-Claudische dynastie die tot 68 AD over Rome heerste, werd in de steek gelaten door zijn ‘machtsnetwerk’. Eerst opstanden in verafgelegen gebieden, daarna dichterbij. Zijn keizerlijke garde zwoer trouw … aan een ander. Het leger weigerde hem te helpen uit Rome weg te komen. Al zijn personeel vertrok uit het paleis. Hij pleegde toen zelfmoord. Dat ging best snel! Een recenter voorbeeld is Afghanistan, na het vertrek van de Amerikaanse troepen. Stalin hield zijn machtsnetwerk heel lang in stand: door de eliteoverproduktie aan te pakken. Hij executeerde ze of stuurde ze naar werkkampen. Hoe loyaal je ook was, veilig was je nooit.

*Ook Oekraïne was/is een plutocratie. Hier speelde een andere factor: de geopolitieke, met Oekraïne op de breuklijn tussen de invloedssferen van Amerika/NAVO en Rusland. Het Westen kreeg steeds meer grip op de oligarchen. Maar Europa maakte een handelsovereenkomst met zóveel eisen qua bezuinigingen, dat de president dan wél de steun van de meeste oligarchen had, maar die van het volk juist zou verliezen. Hij tekende dus niet, en een aantal oligarchen uit de oppositie organiseerde de Maidanopstand. Er kwam een regeringswissel, maar ook een burgeroorlog in de Donbas. De resulterende oorlog met Rusland luidde het eind in van de plutocratie: economische ontwrichting en oorlogsverwoestingen verminderde de rijkdom van de oligarchen, en Zelensky, ooit ook gesteund door een clan van oligarchen, zette hen tijdens de oorlog nog meer op een zijspoor.

Kunnen we de toekomst voorspellen?

Wat gaat de toekomst ons brengen? Er zijn verschillende scenario’s. Peter maakte met zijn cliodynamica-collega’s een prototype van een multipadvoorspellingenmodel (MPFmodel) gebaseerd op wiskundige formules en zijn mega-database CrisisDB. In het hart van het model zit de geldpomp. Die werkt ongeveer zo: de bevolking groeit, dus meer arbeiders die werk zoeken. Ook is er sprake van immigratie, en gaan steeds meer vrouwen werken. Verder de steeds lagere beschikbaarheid van banen, beïnvloed door offshoring en automatisering. Het resultaat is overaanbod van arbeid en verlaging van de lonen. De geldpomp laat steeds meer geld naar de elites stromen. Dit leidt tot verellendiging en eliteoverproductie. De eerste tekenen van instabiliteit ontstaan.

Maar er zijn ook opstanden nodig, en dus opstandigen, radicalen. Het MPFmodel volgt ook deze ontwikkelingen en de verschillende radicalenfacties, links en rechts en religieus. Andere input is het aantal radicalen, de mate van geweld en opstand en de waarschijnlijkheid van ‘sociale besmetting’.

En dan is er de Politieke Stress Index, die de geldpomp aan de sociale besmetting koppelt. Wat levert het model op voor de VS in de jaren 2020? Politiek geweld, resulterend in een daling van de eliteaantallen. Weer rust in de jaren 2030. Maar de geldpomp blijft draaien, nieuwe elites komen op, in de jaren 2050 weer een uitbarsting.  Hoe is die uitbarsting te voorkomen? De geldpomp afsluiten, de elites komen in onderling conflict, daarna evenwicht. En is de ellende van de jaren 2020 nog te voorkomen? Het model zegt: nee, het is al in gang gezet.

Peter beschrijft (in 2023 dus) wat hij ziet aankomen: de radicalen in de Republikeinse partij grijpen de macht. Een van de rijzende sterren in die conservatieve factie is J.D. Vance. Een ander is Blake Masters, met een vergelijkbare achtergrond qua studie en netwerk. Zal deze factie richting Trump opschuiven of andersom? (Ik denk dat we inmiddels het antwoord weten).

De geldpomp en de democratie

Peter eindigt met een beschouwing van de invloed van de geldpomp op de democratie. Uit zijn analyses van zo’n honderd historische crises blijkt dat veel gevolgd worden door ineenstorting van de staat. Behalve in Engeland na 1850. Verellendiging en eliteoverproductie werd deels ‘opgelost’ door emigratie naar de koloniën. Ook initieerden de elites veel hervormingen waardoor de lonen omhoog gingen. Maar uiteindelijk raakte ook Engeland in verval: koloniën werden zelfstandig, de VS en Duitsland wonnen de economische race. Uiteindelijk is er geen blijvende oplossing. De elite zal steeds weer de geldpomp in werking zetten. In de EU gaat dat minder snel dan in de VS.

Maar: ‘complexe menselijke samenlevingen hebben elites nodig – bestuurders, ambtenaren, denkers – om goed te functioneren. We willen ze ook niet kwijt; de truc is hen zover te krijgen dat ze in het belang van iedereen aan de slag gaan.’

Mijn evaluatie van Eindtijd

Peter Turchin’s betoog is heel boeiend. De combinatie van geschiedenis en wetenschap geeft altijd wel nieuwe inzichten, zo ook in dit boek. Dat vermogensongelijkheid voor problemen zorgt was bepaald niet nieuw voor me, maar de combinatie met ‘elite-overproductie‘ is heel interessant. Hoewel het grootste deel van het boek focust op de VS (niet Amerika, zoals steeds vertaald), wordt er genoeg aandacht aan Rusland, China en Europa besteed om te zien dat wereldwijd dezelfde ontwikkelingen spelen en speelden.

Turchin heeft qua verantwoording naast een enorme hoeveelheid noten ook drie bijlagen toegevoegd met daarin een meer diepgaande verhandeling over de geschiedenis als wetenschap en hoe ervan te leren, de data (verzameld via een ‘macroscoop’) en hoe moeilijk het is die te verzamelen bij historici en dan in een model te gieten, en tenslotte wat overdenkingen over cherry picking, algemene principes versus specifieke omstandigheden, en de onmogelijkheid precies te weten wat mensen denken, wat ze motiveert. Dit gaat ook in op één van de uitgangspunten voor mensen in het algemeen en elites in het bijzonder: dat ze uit eigenbelang handelen. Ik zie als probleem hier wel dat vele sociale ontwikkelingen als keiharde wetenschap worden gepresenteerd, door gebruik van historische gebeurtenissen. Dat is toch wat ‘zacht’ ondanks de nuanceringen in de bijlagen.

Gezien de invloed van de VS op het wereldgebeuren is kennis over de oorzaken van politieke stromingen bepaald relevant. Maar ook zie ik hoe de geschiedenis ons inderdaad lessen te leren heeft. Ik was verrast over de analyse van  de cyclus van integratie-desintegratie, en had nooit zo stilgestaan bij eliteoverproductie. En hoe interessant, om J.D. Vance te ‘voorspellen’.  

Vrijwel elk hoofdstuk start met een verzonnen persoon, door wiens ogen je de ontwikkelingen bekijkt. Slimme keuze, omdat je zo echt de overwegingen van die personen begrijpt, of ze nu links of rechts zijn. Alleen die alien, die had voor mij niet zo gehoeven. Maar ja, in een bijlage, dus niet zo heel belangrijk.

Peter’s schrijfstijl is prettig, geen saaie verhandelingen maar fijn geformuleerde inkijkjes. Weinig statistieken, veel anekdotes en verhalen. Als het gaat om Oekraïne en de VS bespeur ik een ietwat rechts-leunende vertelstijl (ik ben zelf wel links-leunend). Opvallend is dat het voornamelijk over Trump gaat, en er nergens over Obama of Biden te lezen is, ook niet als het gaat over hun programma’s voor het verminderen van de verellendiging en de resultaten daarvan. Trump daarentegen komt uitgebreid aan bod, samen met Steve Bannon en Tucker Carlson.

Alhoewel er gebruikgemaakt wordt van Big Data (de CrisisDB) en een wiskundig model, zijn er geen grafieken te vinden, statistische data zijn in de tekst verwerkt. Ongetwijfeld zijn data en statistieken gebruikt bij de analyse, maar je krijgt er weinig van mee. Redactioneel is het een prima boek qua structuur en hygiëne (geen typo’s e.d.), alleen het gebruik van ‘Amerika’ als het over de VS gaat vind ik wat storend.

Ik kan mij vinden in de conclusie, dat vermogensongelijkheid tegengegaan moet worden en voor veel problemen kan zorgen. Peter’s betoog is weer een andere kijk op deze problematiek. Of hij hier de kern raakt is moeilijk te beoordelen. Desalniettemin is dit zeker een boek dat je gelezen moet hebben. Al was het alleen maar om er over mee te kunnen praten. Want er wordt veel over gesproken, en de meningen lopen behoorlijk uiteen.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Eindtijd duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop Eindtijd duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris(aff);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 1 reactie

Recensie: De sterkste schouders

Wat een leuk en interessant boek! Nee, ik zit niet te dollen. De sterkste schouders van Reinier Kooiman uit 2025 gaat over de geschiedenis van de belastingen. Saai? Nee! Complex? Nee! Een uitstekend geschreven en slim opgezet boek waarin onze huidige belastingstructuur gespiegeld wordt aan die van het Romeinse Rijk en het 12-de -eeuwse Italië, en de wereldwijde ontwikkelingen daarna. Voor iedereen die bijna niks over belastingen weet, en de rest, is dit uitstekend leesvoer.

Reinier stelt dat fiscalisten de enigen zijn die weten hoe belastingen werken, en ook dat Nederland het hoogste aantal hoogleraren fiscaliteit per hoofd van de bevolking heeft, wereldwijd! Ingewikkeld en technisch, dat stelsel van ons. Maar belastingheffing is juist een democratisch issue, het gaat over lastenverdeling. Er moet dus draagvlak voor zijn, iederéén moet het snappen. Reinier slaagt erin om dát met zijn boek te bereiken. Knap staaltje.

Het maatschappelijke boek De sterkste schouders …

…. wijst ons er eerst fijntjes op dat de mening van ‘het volk’ over belastingen niet genegeerd moet worden. Tenslotte startte de onafhankelijkheidsoorlog van de VS tegen het Britse rijk over belastingen: ‘no taxation without representation’. En het gaat ook niet om de regeltjes, maar om de achterliggende principes. Milton Friedman’s idee van de ideale belasting was: géén belasting. Ingrid Robeyn pleit juist voor het 100% tarief over vermogens boven een bepaald bedrag. Maar hoe begon het, die vermaledijde belastingheffing?

Feodale belasting in Groot Brittannië

Reinier neemt ons mee naar de Middeleeuwen, de oersituatie voor de start en wijze van verdeling van onze belastingen. Het begint met ‘feodale’ belasting. In het Groot-Brittannië van de 12-de eeuw betaalde je belasting om niet in allerlei oorlogen te hoeven vechten. Dat zat zo: alle grond was eigendom van de koning. Deze verpachtte het aan edelen en hoge geestelijken, die als wederdienst moesten helpen met het verdedigen van het rijk. En dat kon je dus afkopen, met ‘schildgeld’, afhankelijk van de hoeveelheid grond. Om alle onderdanen gelijk te behandelen werd ook geheven van steden en kerken.

Barbarossa wil Italië belasten

De Duitse keizer ‘Barbarossa’ Frederik kijkt jaloers naar de resulterende rijkdom van Willem de Veroveraar, en denkt na over belastingheffing in Italië, onderdeel van zijn rijk. Hij wil zich daarbij laten inspireren door de oude wetten van Rome. Waarom? De geschriften en wetenschap van het oude Rome worden in die tijd diepgaand bestudeerd en nagevolgd, het is geen tijd van innovatie maar van terugkijken.

Reinier beschrijft prachtig het onderzoek naar ‘eerlijke’ belastingen, en de verschillende inzichten die destijds in de universiteiten van de verschillende belangrijke Italiaanse steden heersten. Dan breekt er oorlog uit, Frederik verliest, en de Italiaanse steden zijn weer autonoom, stadsstaten. Zij heffen natuurlijk ook belasting, en de regels en procedures voor vaststelling en inning (wat gescheiden functies zijn!) en het toezicht daarop plus de boetes bij corruptie worden gedetailleerd vastgelegd.   

Vermogensbelasting in 12-de-eeuws Italië

Het stelsel wat de stadsstaten van geld voorziet is uiterst democratisch. Het geld is nodig voor de verdediging van de stad tijdens oorlog, dus voor vestingwallen, burchten, muren, paarden, huurlingen. Ook wordt er verwacht dat je actief meevecht tijdens een aanval. De achterliggende gedachte is samen te werken en de kosten van veiligheid te delen. Dat is de basis. Heffing is op basis van vermogen, meestal grond, dus naar draagkracht, wat het meest rechtvaardig werd geacht. Woon je niet in de stad? Dan betaal je tolgeld. Woon je wel n de stad maar betaal je je stadsbelasting niet? Dan wordt je grond verbeurd verklaard, of verlies je je burgerrechten en betaal je tolgeld. Belasting betalen is dus het ultieme teken van burgerschap, van bescherming, van vrijheid. Er waren zéér weinig fiscale privileges of vrijstellingen.

Heffing op basis van vermogen dus. Waarom? Omdat zo de onderlinge positie qua rijkdom gelijk blijft. Er is ook géén sprake van herverdeling. Overigens, in Athene in de 4de eeuw BC had men een leuke variatie: om te kunnen heffen moet je het vermogen kunnen inschatten, en de eigenaar wil dat natuurlijk te laag opgeven (dat probleem was er toen al!). Men bedacht een slimme oplossing: de 1500 rijkste burgers werden verdeeld in 100 groepen van 15, en elke groep moest hetzelfde bedrag betalen. Onderling mocht men uitmaken wie wat betaalde. Er ontstond natuurlijk sociale druk binnen de groep om eerlijk te zijn over het vermogen, het waren tenslotte je vrienden, die ging je niet bedriegen.  

Van belasting naar lening en dubbele heffing

In Italië kwamen er steeds meer oorlogen, en de heffingen werden vervangen of aangevuld met ‘leningen’, verplicht en terugbetaling niet gegarandeerd. Tegelijkertijd heerste de pest, waren er dus steeds minder boeren, die dus steeds hoger belast werden, naar de stad vertrokken omdat de heffing dan lager was, wat resulteerde in nóg minder boeren op het platteland.

Dit zet de voedselproductie onder druk. Deze immigratie is ongewenst! Er komt een wijziging in het belastingstelsel: de boeren betalen niet meer op basis van vermogen, maar per huishouden, de immigranten moeten 5 jaar lang zowel de stadsbelasting als de boerenbelasting betalen. Het helpt niet. De immigranten worden voortaan teruggestuurd. Behalve rijke immigranten uit andere stadsstaten, die worden welkom geheten en krijgen zelfs 30 jaar vrijstelling.

Ook werd er steeds meer handel gedreven, was het bezit dus mobiel, wat de vraag opwierp wáár hierover mocht worden geheven. Waar men woont, waar men verdient? De koopman Prato en de coureur Max, vergelijkbare situatie. In de praktijk werd geheven op basis van woonplaats én waar het bezit was, dubbel dus. In de 12de eeuw besloot men: waar je woont, maar exclusief de grond wat zich buiten je woonplaats bevindt.  

De kerk als belastingparadijs

Inmiddels wordt er niet alleen verdedigd, maar ook aangevallen, en de kooplieden balen van de onrust én de hoge belastingheffing. Ze zoeken een uitweg. En die vinden ze in geestelijke ridderordes, want kerkelijke instellingen hebben een vrijstelling. De kerk als belastingparadijs! Al snel wordt in Padua deze ontwijking opgemerkt en aangepakt: de handelaren moeten een habijt dragen of tonsuur hebben, en alle kerkdiensten bezoeken, als bewijs van hun ‘heiligheid’, en stoppen met hun normale activiteiten.  

Invoerrechten

Sommige Italiaanse stadsstaten zijn typische handelssteden en zij innen invoerrechten. Hiermee kunnen zij de rente op de leningen betalen. In Genua en Venetië is er dan géén directe belastingheffing meer. Het resultaat is herverdeling: door de invoerrechten wordt het voedsel duurder, en ook de armeren betalen dit dus, terwijl de opbrengst naar de rijken gaat. Oneerlijk? Nou, het risico op oninbaarheid van die leningen was óók heel groot.

Inkomstenbelasting

Terug naar het VK. In 1793 verklaart Frankrijk de oorlog aan Groot-Brittannië. GB heeft geld nodig, en begint met leningen, waarvan de rente wordt betaald met invoerrechten. Daarna wordt de vermogensbelasting verviervoudigd. Nog niet genoeg. En dan … komt de inkomstenbelasting. GB voert deze als eerste in. Adam Smith promoot deze vorm, want de industrie in het GB floreert door het benodigde kapitaal, dat je dus niet (te veel) moet belasten. De armen hebben er veel meer last van dan de rijken, maar dat is te verkiezen boven interen, en inbreuk maken op de eigendomsrechten bij vermogensbelasting.

Vermogensongelijkheid

Reinier stelt dat de huidige vermogensongelijkheid te wijten is aan de verschillende 19-de eeuwse belastingsystemen. In de VS rond 1900 zijn alle federale belastinginkomsten invoerrechten (tariffs), inkomstenbelasting is beladen, tot 1913. Na WO1 komt er in veel landen een progressief tarief: door de dienstplicht hebben veel jonge mannen uit het volk het leven gelaten, de rijken moeten dit compenseren door extra belasting te betalen.  

Belastingparadijzen

Interessant is ook de opkomst van de belastingparadijzen. Deze zitten voornamelijk in eilanden die ex-koloniën zijn van Groot Brittannië, en dat heeft een reden. Na de afschaffing van de slavernij is er behoefte aan een nieuw verdienmodel voor deze eilanden, anders moet GB blijven ondersteunen. En degenen die er hun geld stallen zijn voornamelijk Amerikanen, dus GB derft ook geen belasting van eigen inwoners. Win-win!

Hoe zit het nu?

Inmiddels zitten we op 2/3 van het boek en gaat de fascinerende historie over in een analyse van de huidige situatie. Reinier geeft aan dat de democratische legitimatie, het holistisch perspectief gebaseerd op principes, inmiddels is vervangen door juridisering, met wetten die voor rechtvaardigheid zorgen, willekeur voorkomen. Hij gaat weer in op drie vragen: 1. Hoe worden de lasten verdeeld (vermogen, inkomen, consumptie)? 2. Tussen wie worden de lasten verdeeld (inwoners, buitenlanders, mensen met privileges)? 3. Hoe wordt het opleggen geregeld (efficiënt of met veel waarborgen, open of ‘verborgen’ belasting)? Bij dat laatste lees ik het voorbeeld van Caligula, die weigerde de nieuwe belastingwetten op schrift te zetten, zodat hij er lekker ‘flexibel’ mee om kon gaan. Na boetes en de hieruit voortvloeiende protesten werden ze wél op schrift gezet, maar in zulke kleine lettertjes en op zo’n obscure plek dat het effect hetzelfde was. En ook tegenwoordig doet men dit: zovéél en zo vaak gewijzigd dat het ondoorzichtig wordt, met als gevolg minder protesten.

Vrijheid en gelijkheid zijn uitgangspunten bij belastingheffing

Het gaat om de democratische principes over wat een rechtvaardige verdeling zou zijn. Niet omdat het vroeger beter was, maar omdat er een andere keuze mogelijk is. Is een gelijk bedrag per persoon niet het eerlijkst? Stel, alle inwoners tussen 18 en 67 (= 11 miljoen mensen) betalen hetzelfde, om de Nederlandse begroting van 400 miljard Euro te dekken. Dat is zo’n EUR 36.000 pp. De allerarmsten  werken dan alleen om hun belasting te kunnen betalen, zij zijn slaaf van de staat. Dat is onvrijheid! De uitgangspunten van rechtvaardig moeten vrijheid en gelijkheid zijn. Toch?

Een verhelderend voorbeeld

Gelijkheid is ongelijke gevallen naar rato van hun ongelijkheid behandelen. Dus moet het naar draagkracht. Nog een voorbeeld: het totale private vermogen van een staat (een vereenvoudigde versie van Nederland) is 4500 miljard, het totale jaarlijkse inkomen is 1000 miljard. Het overheidsbudget is daar 36% van, dus 360 miljard. (NB: In bijna heel West-Europa is de totale belastingdruk 40%, dit is inkomstenbelasting en allerlei andere belastingen.). Stel, je doet alleen inkomstenbelasting, dat is dan 36%. Als het voor iedereen gelijk is, kunnen mensen met meer inkomen steeds meer sparen dan de anderen en worden ze steeds rijker. De belastingheffing beïnvloedt dan de vermogensverdeling. Maar zelfs een extreem hoge progressie in tarief, tot 100% (!) kan dat effect hebben.

Stel een miljardair werkt niet en heeft aan het begin van het jaar 8,5 miljard vermogen, en verdient daar 500 miljoen mee, aan het eind van het jaar heeft ze 9 miljard. Dat is 2% van het totale private vermogen. Ze betaalt het toptarief van 100% dus alle 500 miljoen gaan als belasting weg, ter funding van de 360 miljard overheidsbudget. Ze heeft weer 8,5 miljard. Ondertussen is het totale private vermogen gedaald naar (4500 minus 360 is) 4140 miljard. Haar 8,5 miljard is daar 2,05% van. Ze heeft dus relatief meer. Hoe komt dat? Haar rendement was 500/8500 = 5,88%. Maar er is 360/4500 = 8% nodig. Anderen dragen dus relatief meer bij dan zij, en verarmen dus relatief meer. De vermogensverdeling is veranderd. En die 5,88% is heel reëel, historisch gezien. En die anderen, dat zijn de mensen die hun vermogen (spaargeld) geheel door arbeidsinkomen opbouwen, in plaats van kapitaalinkomen. Aan het eind van het jaar wordt dat spaargeld grotendeels wegbelast.

Wie wil er dan nog rendement maken?

Reinier is duidelijk een fan van vermogensbelasting in plaats van inkomstenbelasting. Hij stelt dat dit zeker geen rem zal zetten op de wens om rendement te halen, want betalen moet je toch. In hetzelfde voorbeeld: bij een vermogensbelasting van 8% moet de miljardair 720 miljoen (over 9 miljard) betalen mét rendement van 500 miljoen, of 680 miljoen zónder rendement (over 8,5 miljard). Dat laatste is 40 miljoen minder, maar zonder rendement is ze evengoed 460 miljoen armer. En ook: heeft ze een rendement van boven de 8%, dan steekt ze de rest in haar zak, dat was bij het eerder voorbeeld niet. Dat is weer het voordeel van vermogensbelasting.

Hoe realiseren we dit?

Natuurlijk is er sprake van kapitaalvlucht bij een hogere vermogensbelasting, en dit is moeilijk in te dammen. Extra belasten bij emigratie kan. Gelijkmatige invoering is natuurlijk goed, vermogensbelasting langzaam omhoog, andere belastingen langzaam omlaag. Met veel andere staten samen een stelselwijziging invoeren is heel verstandig (maar wel utopisch). Toch …

Het punt dat Reinier maakt, is dat niemand een ander zijn vermogen misgunt, als dat is vergaard door veel te sparen, slim te investeren of eerlijk te ondernemen. Vermogensongelijkheid op basis van individuele prestaties is niet oneerlijk. Vermogensongelijkheid door belastingheffing is dat wél!

‘Het wordt tijd dat zij die de wereld bezitten ook haar lasten helpen dragen’.

Mijn evaluatie van De sterkste schouders

Ik moet toegeven, ik ben overtuigd door het betoog van Reinier, wetende dat het er waarschijnlijk niet van komt. Dat betoog is heel slim opgebouwd. Eerst de heel aansprekende historie van de belastingheffing, van betalen op basis van vermogen, naar op basis van inkomen en consumptie. Je ziet de oude Italiaanse steden voor je, de Duitse keizer discussiërend met de geleerden, de kleine lettertjes van Caligula. Fascinerend en heerlijk om te lezen. Het tweede deel blinkt uit door de versimpelde, maar realistische voorbeelden. Die ik nog eens narekende omdat ik het eerst niet geloofde. Ik dacht dat de vermogensongelijkheid alleen maar ontstond door de relatief lage lonen van de afgelopen jaren. Het effect van belastingheffing heb ik totaal onderschat. Wow, wat heb ik veel geleerd!

Het hele betoog is goed onderbouwd, met historische geschriften en hedendaagse statistieken. In het betoog zit natuurlijk veel meer nuance, en zijn veel meer uitzonderingen genoemd dan ik hierboven heb weergegeven, ik denk niet dat er sprake is van cherry picking. Het historische deel is natuurlijk tijdloos, het deel over het heden misschien wat minder, de statistieken zullen zeker veranderen. Beide delen zijn superrelevant voor iedereen die beter begrip van vermogens-ongelijkheid wil krijgen, en wie wil dat nu niet?  

Het boek is vrij sober, geen kleuren, weinig afbeeldingen. Ik denk dat het goed was geweest om de cijfermatige voorbeelden (ook) in kaders te zetten, dat is nóg iets overzichtelijker.   

De vorm vind ik héél goed. Reinier heeft een hele leuke manier van schrijven, zeker het eerste deel leest als een roman. Erg knap dat hij simpele voorbeelden geeft, die wél realistisch zijn, maar begrijpelijk voor leken. Er is in het boek dan ook nauwelijks sprake van jargon. Ik vind het bijzonder slim om met het meeslepende historische deel te beginnen, en ons zo helemaal te framen richting de hogere eerlijkheid van vermogensbelasting. Bijzonder dat hier al 1000 jaar over nagedacht wordt!

Het is nog geen klassieker, maar misschien wordt dit er wél een. Als het ietsjes dunner was …

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De sterkste schouders duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop De sterkste schouders duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Pak je Carlosmoment – ontroerend

Jaap Bressers is sit-down comedian en schreef eerder de bestseller ‘Waar een wiel is, is een weg’. De opvolger uit 2019, Pak je Carlosmoment, gaat verder waar ‘Wiel’ ophield, met weer een verzameling prachtige voorbeelden van ‘klein gebaar, grote impact’, zowel op zakelijk gebied als uit zijn persoonlijke leven. De woordgrappen zijn niet van de lucht, en het positivisme waarmee Jaap zijn niet supermakkelijke leven omarmt is inspirerend en ontroerend.

Voor wie Jaap nog niet kent, en zich afvraagt waar dat sit-down op slaat, en wat dat ‘wiel’ in de titel van zijn debuut doet: Jaap hield aan een duikongeluk een hoge dwarslaesie over en zit in een rolstoel. Hij moest zijn carrière opnieuw vormgeven, en is nu een succesvol spreker. Zijn zakelijke adviezen zijn vaak voor-de-hand-liggend, maar de manier waarop hij het brengt is bepaald origineel. Zijn boodschap is belangrijk: kijk naar elkaar om, heb aandacht voor de ander en leef duurzaam.

Het zelfhulpboek Pak je Carlosmoment …

…. begint in de kaft al met een grap. ‘Zelfs als je het niet leest is dit boek goed voor het klimaat’. Huh? Nou, volledig gemaakt van resten uit de landbouw, zo lees ik. Uit papierfabrieken in India en Colombia, die een sociale bijdrage leveren. Biologische inkt, gedrukt zónder oplosmiddelen en met groene stroom. En voor elke druk worden 16 bomen geplant. Een klimaatpositief boek dus, alleen al door het te kopen. Maar ik adviseer je het óók te lezen.

Wat is een Carlosmoment?

In 31 kleine hoofdstukjes, afwisselend zakelijk, over anderen, en persoonlijk, over hemzelf, worden we aangezet meer aandacht voor elkaar te hebben. Het eerste hoofdstuk gaat over het ontstaan van het Carlos-moment. Na zijn ongeluk ligt hij in een ziekenhuis in Portugal, en weet dat hij vanaf borsthoogte verlamd is. Soms slaat de paniek toe, hij schreeuwt het uit. Dan komt een verpleegkundige even de apparatuur controleren, en vertrekt weer zonder wat te zeggen. Niks aan de hand. Dan is er bij een nieuwe paniekaanval opeens broeder Carlos. Hij legt een hand op Jaap’s schouder, daar voelt Jaap ook nog wat, en zegt ‘It’s okay’. Jaap kalmeert. Dit is zijn ‘Carlos-moment’.

Eindeloos oefenen

Het volgende hoofdstuk heet: ‘je kunt meer dan je denkt’, en gaat over Jaap’s revalidatie. Hij beschrijft hoe hij oefent op koffie halen voor zijn bezoek, geklemd tussen zijn benen. ‘Gloeiend hete koffie halen en dan maar hopen dat hij de kruistocht in spijkerbroek overleeft. Want als het misgaat hebben we het Rode Kruis nodig voor mijn rode kruis.’ Dit soort verhalen is ontroerend, grappig én inspirerend, want uiteindelijk lukt veel, tot verbazing van de fysio. Eigenwijsheid en eindeloos oefenen.

Meer voorbeelden

Nee, ik ga niet elk hoofdstuk samenvatten. Dat deed ik voor ‘Waar een wiel is, is een weg’ en dat leverde me een slechte recensie op van ene Kim, die terecht zei dat mensen gewoon het boek moesten kopen. En dat ben ik met haar eens. Ik laat het dus bij nog een paar voorbeelden.

Een vrouw en haar dochter raken betrokken bij een auto-ongeluk. De vrouw is zwaargewond, de dochter dood. De vrouw wil naar de opbaring van haar dochter om afscheid te nemen, maar dat kan natuurlijk niet, ze mag haar ziekenhuisbed niet uit. Twee verpleegkundigen verzinnen een list en krijgen toestemming, al gaat het tegen alle ziekenhuisregels in: de dochter wordt opgebaard in de kamer naast de moeder. De les: durf af te wijken van de regels, en steun de mensen die dat met een goede reden durven doen.   

Een leuke spreuk tussendoor: Eenvoud is beter dan twee fout.

Verderop een stukje theorie en Jaap’s ervaringen bij zaken onthouden en time-management, wat wel op ‘Getting Things Done’ lijkt, met de rust, die lijstjes en ruimte in je agenda geven.  

Daarna een stuk over het leven met een beperking, hoeveel voorbereiding een bezoek aan een restaurant kost. Zijn aangepaste bus is te hoog voor de parkeergarage, hij heeft tafelpootverhogende blokjes bij zich zodat hij er ook onder past, hij laat de kok tevoren alles superklein snijden, neemt zelf zijn (duurzame) rietjes mee, enzovoorts. Het gaat verder dan drempels. Maar: hij maakt het mogelijk voor zichzelf. Niet teveel beren op de weg zien!

Erg ontroerend zijn de verhalen over het aanzoek, het huwelijk en ivf-pogingen. Ja, janken. Dat wordt gecombineerd met een slim hoofdstuk over het sturen van een factuur aan je klant. Naast tips voor een prettige indeling en het slim weergeven van het bankrekeningnummer, doet Jaap een goede suggestie over de betaaltermijn. Hij gebruikt ‘Wilt u het factuurbedrag overmaken binnen een termijn waar we allebei vrolijk van worden?’ op zijn eigen facturen, mooi gevonden vind ik dat en het wérkt. En de link met zijn huwelijk: de meeste facturen van zijn huwelijksdag ontving hij tijdens de huwelijksreis. Maar één leverancier had een andere aanpak, die zei: ‘Wanneer wil je de factuur ontvangen? Vooraf, direct na de huwelijksdag of na de huwelijksreis?’. Kijk, dan heb je aandacht voor je klant.

Ongevraagde hulp bij het duwen van zijn rolstoel? Dat is géén Carlos-moment maar een laat-die-kar-los-moment. Dat je het weet …

Over ongevraagde hulp: Anne mag een dagje meelopen in het verpleeghuis, op de gesloten afdeling. Daar ziet ze een oud mannetje tegen een deurpost hangen, met zijn gulp open. Zij doet – zzzzip – de gulp voor hem dicht. Zo, dat is service, ik ben hier gewoon op bezoek, zegt de man. De bewoners krijgen sindsdien meer bezoek …   

Mijn evaluatie van Pak je Carlos-moment

Heb ik veel nieuws gelezen? Op zich niet, maar het boek heeft me op een fijne manier weer aan veel herinnerd, door woordgrappen, ontroerende situaties van anderen en niet in het minst door de stukken over zijn eigen leven. Alle hoofdstukjes zijn anekdotisch, maar waar anderen een literatuurlijst hebben, heeft Jaap een bijlage ‘Inspiratie’ opgenomen, waarin onder andere Ben Tiggelaar, Jos Burgers, Jan van Setten, Brené Brown, David Allen, en Stephen (niet Steven, hoor Jaap) Covey zijn opgenomen. De verhalen en anekdotes zijn tijdloos, en de oproep om elkaar meer aandacht te geven, en dat een klein gebaar veel kan betekenen, is ook nu relevant.

De schrijfstijl van Jaap is zeer prettig, korte stukken, veel voorbeelden, herkenbare situaties en natuurlijk heel veel woordgrappen. De persoonlijke hoofdstukken volgen chronologisch het leven van Jaap, waar de diverse goede adviezen aan worden opgehangen. Het boek is qua kleur sober uitgevoerd, maar quotes en Jaapse tegeltjes maken het levendig en geven nog wat meer om over na te denken. Dat het volledig duurzaam is uitgevoerd is een plus!  

FOMO? Nee.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Pak je Carlosmoment duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Pak je Carlosmoment duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris(aff);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Gedrag, zelfhulp | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: De Bermuda-driehoek van talent

Simon van Teutem’s De Bermuda-driehoek van talent uit 2025 doet deze weken veel stof opwaaien. In welk praatprogramma is hij nog niet geweest? Welke krant heeft er nog geen opinie aan gewijd? En zelfs de laatste aflevering van Tegenlicht ging erover. En terecht, dit is een heel belangrijk onderwerp waar al veel over geschreven is, maar waar Simon een heel eigen, leuke, draai aan geeft.

Die eigen draai is zijn persoonlijke ervaring, met zijn stage-ervaringen bij 2 van de 3 hoeken van de driehoek: zakelijke advocatuur, banken en managementconsulting. In die ‘Bermuda’-driehoek verdwijnen de talenten die altijd zeiden dat ze daar maar ‘even’ aan de slag gingen voordat ze maatschappelijke problemen gingen aanpakken. Maar ze blijven … Simon analyseert waaróm en wat daar aan gedaan moet worden in dit prima boek.

Het maatschappelijke boek De Bermuda-driehoek van talent…

… begint heel aansprekend. Simon’s vader krijgt kanker en vraagt zich af of hij in zijn leven wel de goede keuzes heeft gemaakt. Hij wilde altijd romanschrijver worden, maar het lijkt erop dat dat dus niet meer gaat gebeuren. Spijt, geen tweede kans. Het raakt Simon erg. Simon zelf ziet kans om op Oxford te gaan studeren, zijn ambitie is het uitroeien van de internationale belastingontwijking. Drie jaar later zit hij gebogen over excel-sheets bij Morgan Stanley, een bank en een hoek van de driehoek. Wat is er gebeurd?

De werving voor de driehoek

Simon onderscheidt een aantal fasen, en een daarvan is het werven van stagiaires op de universiteiten. Daar worden goedgebekte, dominante en overtuigende medewerkers van de drie industrieën (ik noem die drie maar even de Bermuda’s) naartoe gestuurd, die ‘gravitas’ hebben, respect en vertrouwen bij anderen afdwingen. ‘Effortless superiority’. Zo wordt een goede eerste indruk gewekt.

De studenten hebben een grote competitiedrang, ze waren altijd al de beste van de klas, zijn de happy few die tot een gerenommeerde universiteit zijn toegelaten, en ze willen dat uit hun volgende stap óók blijkt dat ze the best of the best zijn. De Bermuda-bedrijven staan bekend om hun uitzonderlijk selectieve aannamebeleid: duizenden melden zich aan voor een stage, en maar enkelen mogen komen. Daar wil je dus bijhoren, dat is ‘the next big thing’, daaruit blijkt hoe goed je bent. Het maakt niet uit wat je gaat doen, als je maar beter bent dan de rest. ‘Insecure overachievers’, ze hebben die status nodig als bevestiging. Ik vond dit een bijzonder verhelderend stuk.

Persoonlijke groei, keuzevrijheid, springplank

Een ander punt zijn de mogelijkheden voor snelle persoonlijke groei. En tenslotte zegt bijna iedereen dat een aantal jaren bij de Bermuda’s een geweldig cv en dus keuzevrijheid oplevert en een goede springplank naar wát je ook zou willen doen. Veel Bermuda-alumni belanden in de politiek (Macron, Hoekstra). Het levert bovendien een geweldig netwerk van alumni op, die je met van alles kunnen helpen. Het boek geeft daar een aantal indrukwekkende voorbeelden van.

De RACE winnen

Wat moet je in huis hebben om zo’n gewilde stageplek te krijgen? De race wordt gewonnen door studenten met de meeste RACE: Relevante extra-curriculaire activiteiten, Academische glorie, Communicatievaardigheden en Edge. Dat laatste is interessant: je moet iets bijzonders, iets onderscheidends hebben. Paralympische medaillewinnaar zijn, bijvoorbeeld.  

Simon blijkt de race te winnen, en doet twee stages binnen de Bermuda-driehoek: eerst bij bank Morgan Stanley, daarna bij de consultants van McKinsey.  Bij Morgan Stanley maakt hij idioot lange uren (15 uur per dag is normaal, 20 uur als het wat drukker is), en ziet hij door de lichamelijke uitputting zijn haren op zijn toetsenbord vallen. Een collegaatje is al maanden niet meer ongesteld geweest. Maar doen ze in die lange dagen wel nuttig werk? Nee, ze werken aan de perfecte powerpoints, het voelt zinloos. Daar gaat hij dus niet vast in dienst.

De tweede stage bevalt beter. Minder uren, maar niet bepaald zinniger werk. En een eigen mening hebben is bepaald niet de bedoeling. Simon krijgt last met HR over zijn (onbetaalde) columns voor o.a. De Correspondent. Hij stelt zich een gewetensvraag: is het leuker nutteloos werk te doen met superslimme mensen, of supernuttig werk met wat ingedutte mensen? Ook hier krijgt hij een aanbod …

Het manische afweermechanisme

In zijn vrije tijd doet hij mee met zijn collega’s: veel activiteiten, sporten, feesten bij de ‘high society’. Niks geen rust, het manische afweermechanisme zorgt ervoor dat je de gedachten aan onaangename emoties (die alles te maken hebben met de zinloosheid van het werk) vermijdt door een grenzeloze hoeveelheid activiteiten. En nu blijkt ook dat het werk bij de Bermuda’s toegang geeft tot de hoogste kringen, status geeft dus. Veel Bermuda-werknemers doen aan hardlopen en marathonlopen: de weglopen-van-het-werk vergelijking is snel gemaakt.

Gouden handboeien

Een herkenbaar hoofdstuk gaat over geld: het verdient heel goed bij de Bermuda’s en elk jaar komt er een flink bedrag bij. Veel starters nemen zich voor om te sparen, zodat ze na een paar jaar financieel onafhankelijk zijn en op hun gemak kunnen besluiten welk nuttig werk ze willen gaan doen. Maar zo werkt het dus niet, er is sprake van lifestyle inflation. Je gaat steeds meer uitgeven, privé ook. Zakelijk businessclass vliegen, en dan dat privé ook gaan doen. Maatpakken kopen, een blitse auto, luxe spullen in de luxe keuken. En natuurlijk een hoge hypotheek voor dat leuke appartement in die gewilde buurt. Gouden handboeien!

Maatschappelijke impact maken

Maar wie weet bevrijd je je van die handboeien en besluit je over te stappen om maatschappelijke impact te maken. Waar ga je dan heen? De overheid bijvoorbeeld. Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Bij de Bermuda’s hoef je alleen rekening te houden met de wensen van je klant. Hoe anders is het stakeholdermanagement bij de overheid: véél meer partijen, met véél meer mensen. Trajecten duren daarom vaak heel erg lang, het heeft een andere, mindere dynamiek. Een overstap naar een groot bedrijf dan? Dan kun je dat van binnenuit veranderen. Maar dit blijkt ook een traag proces. Het derde alternatief is: zelf een start-up beginnen! En dan zegt je huidige Bermuda-werkgever, op het moment dat je ontslag neemt: maar zoiets kun je óók bij ons doen! Wij helpen je! En dan blijf je … want als je via je eigen Bermuda-bedrijf impact kan maken, waarom dan moeilijk doen?

Directe impact maken binnen de consultancy

Maar kún je binnen de consultancy wel bijdragen aan de maatschappij? De klant gaat immers altijd voor. En het maakt niet uit hoe immoreel die wensen zijn, zo blijkt uit het voorbeeld van Purdue Pharma die Oxycontin op de markt bracht. Een enorm aantal verslaafden en doden, maar de consultants gaan vrolijk door met het verzinnen van marketingtruukjes. Direct impact maken is lastig. Simon verwijst naar Bullshit Jobs van David Graeber: consultants dragen niets bij (grotendeels anekdotisch bewijs, maar dat was dan ook het uitgangspunt van het boek: wat vinden de mensen zélf?)  Ook valt hij terug op Mariana Mazzucato’s The Big Con, een veelzeggende titel (in het Nederlands: De consultancy-industrie). Zij wijst er onder andere op dat de consultants helemaal niets doen aan kennisoverdracht aan de overheid, zij houden de afhankelijkheid in stand. De overheid werkt hier graag aan mee, zo schuift ze de verantwoordelijkheid af. (Wat Simon niet noemt, is dat de consultants bij werk voor de overheid altijd de belangen van het bedrijfsleven, hun grootste klantengroep, laten meewegen, of zelfs prioriteit geven). Dat is niet maatschappelijk nuttig.

Indirecte impact en opportunity cost

Indirecte impact dan? Ja, hiervoor valt wat te zeggen. Als je als ex-partner een impact-bedrijf of maatschappelijke stichting wilt opzetten, krijg je veel steun van je ex-collega’s, en je CV opent deuren.  

De andere kant van de medaille is natuurlijk tijdsverlies, de ‘opportunity cost‘ van het bouwen van die springplank en dat netwerk. In die tijd had je direct aan maatschappelijk nuttige zaken kunnen werken. De best opgeleide mensen doen jarenlang dom werk. En het is aangetoond dat deze best opgeleiden ook zonder die springplank de beste kansen hebben om een succesvolle ondernemer te zijn.

Dit bewijst wereldverbeteraar Jack, die niet naar de Bermuda’s ging, maar na een paar jaar zijn draai zoeken, terecht komt bij de School voor Charity Entrepreneurship, die een incubatieprogramma heeft. Rutger Bregman schreef hier eerder over in zijn boek Morele Ambitie. Jack gaat aan de slag met een programma om loodvergiftiging bij met name kinderen te voorkomen, en start in Malawi. Hij heeft succes: in 2 landen is er inmiddels regelgeving tegen, in 8 andere landen is men hiermee bezig. Als wereldverbeteraar heb je wel heel veel doorzettingsvermogen nodig en moet je veel verleidingen weerstaan. Velen geven toe aan de verleidingen van de Bermuda’s, want: enorme studieschuld, statusangst (lees hierover ook het gelijknamige boek van filosoof Alain de Botton), peer pressure oftewel de mening van je leeftijdsgenoten.

Wat valt hieraan te doen? Simon adviseert de maatschappelijke instanties om het spel mee te spelen. Zorg voor wervers met gravitas, voor competitie, status, persoonlijke groei (MBA-traject?), keuzemogelijkheden en springplank. Op dit moment zijn dergelijke instanties zeldzaam. En ook: zorg voor een redelijke stagevergoeding. De VN biedt stages aan in New York, onbetaald. Moet je onder een brug slapen? Een andere oplossingsrichting is het aanbieden van beurzen en zorgen dat het salaris vergelijkbaar is met dat van het bedrijfsleven. Regel iets voor ‘zij-instromers’ en wakker onze start-up cultuur aan.

Verander je mindset

Over salaris gesproken: het moet natuurlijk niet om het geld gaan. Het moet draaien om solidariteit, verantwoordelijkheid. De maatstaf van succes moet zijn wat je doet voor andere mensen. En het moet óók niet om competitie gaan. Waarom zouden we de strijd met elkaar aangaan? We moeten juist samenwerken.

Tenslotte: vraag jezelf eens af of werken bij de Bermuda’s wel in je eigen belang is. Redeneer vanuit je sterfbed, heb je je tijd verspild? Leg je leven langs je éigen meetlat: heb je liever geld, of tijd? Vraag je eens af met wie je je vergelijkt. We is je rolmodel? ‘Wat zou Gandhi doen?’ Dezelfde tip kwam ik in Het Happinessproject tegen. Ook een mooie tip: zorg voor een Accountability-partner, iemand die jou verantwoordelijk houdt voor wat je in je leven bereikt. Simon haalde deze tip uit het boek GRIP. Tenslotte: wees conservatief met comfort, want alles went. Verder: vind een niche, een alternatief carrière-pad waar weinigen aan denken. Dan blink je ook makkelijker uit. Of ga werken op plekken met aanzien én impact, zoals de School for Moral Ambition. Of wordt leraar …

Mijn evaluatie van De Bermuda-driehoek van talent

Als je Bullshit Jobs, The Big Con, Dit kan niet waar zijn en Morele Ambitie gelezen hebt, zoals ik, misschien aangevuld met ‘When McKinsey comes to town’, dan lees je waarschijnlijk niets nieuws. En tóch biedt het boek wat extra’s, en dat is de persoonlijke ervaring van Simon. En niet alleen die van hem. Hij interviewde een groot aantal Bermuda-medewerkers en vroeg ze naar hun werk, ambities en plannen. Dit maakt het hele verhaal heel menselijk en ook schokkend. Simon’s schrijfstijl is zeer beeldend, je ziet zijn haren tussen de toetsen liggen, je ziet het hoofd onder de rok (lees hiervoor het boek!).

Simon sprenkelt wetenschappelijke feitjes en veel statistieken door zijn verhaal heen. Ik was verbaasd over het extreem lage % stagairs dat daadwerkelijk wordt aangenomen. Daarmee snap ik de verleiding van status veel beter. Ook de voorbeelden van on-maatschappelijk handelen van de grote consultancykantoren zijn bewezen, en schokkend.

De oplossingen die Simon geeft zijn oké, en zeer relevant. Ons kabinet wil minder externe inhuur. Tegelijkertijd worden er weer ambtenaren ontslagen. Het wordt tijd voor een investering in ons ambtenarenapparaat, misschien niet in kwantiteit maar dan toch zeker in kwaliteit. Doe wat aan opleiding en maak werken bij de overheid aantrekkelijker. Ook NGO’s kunnen met de oplossingen aan de slag, niet alles kost geld, het gaat ook om aanzien, zichtbaarheid. Maar inderdaad, er moet ook wat veranderen aan onze mentaliteit, wat we als succesvol zien. En minder geld uitgeven is niet alleen goed voor de planeet, consuminderen verlost ons ook van de gouden handboeien. Ik sta nog steeds verbaasd over de hoeveelheid dure kleding en schoenen die ik tijdens mijn ‘corporate carrière’ dacht nodig te hebben.

Het boek is prima verzorgd, de structuur is duidelijk, het is goed geredigeerd.  Geen kleuren of plaatjes, vrij sober. De schrijfstijl is erg leuk, met veel humor en cynisme, en ook de nodige kwetsbaarheid. Simon is duidelijk een talent, zonder dat hij hierover opschept. Hij kwam niet voor niets binnen op Oxford, bij Morgan Stanley en McKinsey. Dat is dubbel knap: the best of the best zijn én bescheiden.

Ik blijf met één vraag zitten: McKinsey deed een aanbod, Simon sloeg het af. Hij blijft schrijven. Is dat voor hem genoeg om impact te maken? Of zien we hem later nog terug in de politiek, bezig met het ontmantelen van de internationale belastingontwijking?  Is die vraag al beantwoord in zijn tv-optredens?  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De Bermuda-driehoek van talent duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop De Bermuda-driehoek van talent duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Recensie: Het Happinessproject

Een ouder boek: relevant of rotzooi? Pareltje of papierbak? Pareltje! Ook al stamt Het Happinessproject van Gretchen Rubin uit 2009, het blijft een geweldig leuk en nuttig boek! ‘Ik had alles wat mij hartje begeerde, maar slaagde er niet in om het te waarderen’. Bekend gevoel! Het is dan ook een briljant idee om een jaar lang, elke maand een onderdeel van je leven aan te pakken en te kijken hoe dat je geluksgevoel verbetert. Of niet. Je werk, huwelijk, vrije tijd, ouderschap, geld … er zit voor iedereen wel wat tussen.

Gretchen zegt dat je je vaak achteraf pas realiseert hoe gelukkig je ‘toen’ was, vóór bepaalde zorgen of gewoon veranderingen in je leven. Maar je realiseerde het je niet. Dat wil ze aanpakken, zodat je nú bewuster bent van je geluk, én je bepaalde mentale gewoonten en zelfdiscipline aanleren om je voor te bereiden op mindere tijden. Dat doet ze met veel theorie, praktische voorbeelden en veel persoonlijke verhalen. Het maakt er een nuttig, fijn leesbaar, grappig en tijdloos boek van.

Het zelfhulpboek Het Happinessproject  …

… begint natuurlijk in januari, waarin Gretchen haar energie, vitaliteit, wil onderzoeken. Daar horen natuurlijk de welbekende zaken bij: meer slaap, meer fysieke activiteiten zoals krachtoefeningen en wandelen, maar ook rommel opruimen. Dat opruimen is een leuke verhandeling a la Marie Kondo, waarin ze de soorten rommel beschrijft (o zo herkenbaar) en haar manier van opruimen. Ook komen de nare klusjes aan bod. Heel aardig is haar streven om te dóén alsof ze energie heeft, net zoals doen alsof je lacht, met een pen tussen je tanden, je ook daadwerkelijk vrolijker maakt.

Liefde

In februari gaat het over de liefde en het huwelijk. Ze begint met een belangrijk uitgangspunt: probeer de ander niet te veranderen, alleen jezelf. Stop met mopperen. Verwacht geen complimenten, doe iets voor jezelf, niet voor de ander. Maak op de goede manier ruzie, over één issue tegelijk! En dump je onzekerheden ( ‘what if’) en je boosheid niet bij de ander. Ook belangrijk: laat je liefde zien. In februari begint ze ook een definitie van ‘gelukkig zijn’ te ontwikkelen: Om gelukkig te zijn moet je denken aan je goed voelen, je (minder) slecht voelen, je ‘passend’ voelen (‘right’), in een omgeving van groei.  Dat ‘right’ is interessant: het is het gevoel dat je een leven leidt dat bij je past, of voorbestemd is. Gretchen was juriste, en dat voelde nooit ‘right’, het schrijven past wél bij haar.  Ook de groei is belangrijk: je nieuwe eettafel geeft maar eventjes geluk, je tuin verzorgen élk jaar weer, omdat je er beter in wordt.

Ambitie

Door naar maart, waarin werk en ambitie centraal staan. Uit onderzoek blijkt dat gelukkige mensen productiever zijn, en betere leiders. Omgekeerd maakt werk ook gelukkig: groei, sociaal contact, lol, waardering. Belangrijke punten: nieuwe initiatieven (Gretchen start een blog), lol hebben van een mislukking, hulp vragen, slim (=efficiënt) werken, genieten van de voortgang die je maakt terwijl je bezig bent, en natuurlijk positief staan tegenover kritiek.   

Opvrolijken

In april gaat het over ‘opvrolijken’ en de combinatie met het ouderschap. Dat begint met ’s ochtends zingen! (de dochters vinden het geweldig!). Verder het erkennen van andermans (de kids in het bijzonder) gevoelens ook al lijken die nog zo raar, het actief bewaren van gelukkige herinneringen en vooral je tijd nemen voor projecten. De verhalen over de dochters zijn erg leuk!

Ontspanning

Mei staat in het teken van vrije tijd en ontspanning. Gretchen gaat op zoek naar nieuwe hobbies. Die vind ze in … kinderboeken. Ze houdt van de simpele plots van goed versus kwaad zoals in Harry Potter. Ook kijkt ze wat andere mensen doen in hun vrije tijd. Veel daarvan vindt ze niks (vliegvissen, brrr), en ze verzucht: ‘je kunt kiezen wat je doet, maar niet wat je leuk vindt om te doen’. Verder onderscheidt ze ‘uitdagend plezier’, ‘meedoen plezier’ (met je kids naar de speeltuin), ‘ontspannend plezier’ (tv of boek) en denkt dat de eerste twee het meeste geluk opleveren, door groei en sociaal contact.

Vriendschap

In juni gaat het over vriendschap. Volgens Epicurus en Martin Seligman (die van positieve psychologie) draagt dit het meest bij aan geluk. Een eerste stap is het onthouden van verjaardagen en (dus) zorgen dat je contactinformatie is bijgewerkt. Verder: mensen steunen in hun ambitie, mensen met elkaar in contact brengen, een vriend(in) helpen met opruimen, daar heb je immers ervaring mee. Ook: geef mensen het voordeel van de twijfel én maak (vaker) een afspraak om elkaar fysiek te ontmoeten. En niet te vergeten: niet roddelen over je vrienden! Gretchen heeft nog meer ambitie: 3 nieuwe vrienden maken.

Geld

Geld is het thema van juli. Ja, meer geld levert meer geluk op, helemaal als het relatief is: meer geld dan de buren! Er is een relatie tussen geld en gezondheid: beide brengen niet direct gelukgevoelens als je ze hebt, maar als je ze niet hebt, wat ben je dán ongelukkig! Gretchen’s voornemens: koop alleen wat je echt nodig hebt, laat je mooie dingen niet in de kast staan of hangen maar gebruik/draag ze en vervang alles wat kapot is. Het hoofdstuk gaat ook over ‘uitgeven’ in het algemeen: niet alles precies afmeten, maar royaal zijn, niet denken in ‘gisteren was het mijn beurt, nu dus jouw beurt’ (voor de klusjes). En tenslotte, soms koop je iets wat je gelukkig én ongelukkig maakt: te slecht voor de lijn, teveel rommel in je kantoor, nou ja winkelen in het algemeen dus. Geef iets op! Dat geeft je een gevoel van controle, óók een bron van geluk.

Eeuwigheid

Door naar augustus, en daar staat ‘eeuwigheid’ op de agenda, wat onder andere over spiritualiteit gaat. Een slim voornemen: lees verslagen van catastrofes, je waardeert gelijk je eigen omstandigheden meer. Wees niet alleen bezig met het voorbereiden op ellende, maar waardeer elke dag en beleef die bewust. Verder iets wat ik héél vaak lees: houd een dankbaarheidsdagboek bij. Ik begon er ooit mee en stopte weer, Gretchen heeft dezelfde ervaring. Een ander voornemen: imiteer een spirituele ‘docent’, a la ‘Wat zou Jezus doen?’. Gretchen volgt St. Therese van Lisieux die deed of ze gelukkig was om andere gelukkig te maken. Daar krijg je geen credits voor, omdat je zogenaamd geen moeite doet, dus het is extra hard werken.

Passie

September staat in het teken van passie, er één vinden of er helemaal voor gaan. Het idee is: dat wat je al doet, is je passie. Gretchen pikt ‘boeken’, goh! Haar eerste voornemen: schrijf een boek.  Ze krijgt het voor elkaar: 50.000 woorden in 1 maand. Zoiets geeft een gevoel van groei, van iets bereikt hebben. Een ander voornemen: maak er tijd voor! In deze maand dringt ook het besef door: je bent gelukkig als je denkt dat je gelukkig bent. Dit in tegenstelling tot wat John Stuart Mill zegt: ‘als je je afvraagt of je gelukkig bent, ben je het niet meer’.

Aandacht

Oktober gaat over aandacht, en mindfulness is er een belangrijk onderdeel van. Nuttig, het is goed voor je hersenen, het helpt je om van rot-gewoonten af te komen, vermindert stress en chronische pijn. En het verhoogt (dus) geluk. Gretchen gaat mediteren, en wel op koans, een vraag of stelling die niet logisch te begrijpen is, uit het Boeddhisme. ‘Wat was je gezicht voordat je ouders werden geboren?’. Ehhh. Verder: je veronderstellingen of heuristieken onderzoeken, zijn ze logisch, spreken ze elkaar niet tegen? En: je hersenen op nieuwe manieren stimuleren, bijvoorbeeld van je doel je password maken, hypnose, lach-yoga, creativiteit zoals tekenen, muziek maken of dansen. Ook schenkt Gretchen eens aandacht aan haar eetgewoonten: ze houdt een voedseldagboek bij. Ze schrikt van alle snacks die ze bijna ongemerkt naar binnen propt. Ja, met mindfulness komt ze van deze rot-gewoonte af.

Houding

Je houding, attitude, is het onderwerp voor november. Niet allerlei activiteiten ontplooien deze maand, maar anders in het leven staan. Meer lachen. Aardiger zijn, goed manieren tonen. Dat laatste beschrijft ze heerlijk aan de hand van netwerkbijeenkomsten. Nu eens niet het gesprek overnemen, de betweter uithangen, altijd in discussie gaan. Niet meer drinken bij dat soort bijeenkomsten hielp enorm! En een leuke afsluiter: altijd positief commentaar geven, een week eens niet zaken bekritiseren of klagen. Lastig want kritiek leveren is leuk en de criticaster komt slim over. O ja, het is ook nog eens makkelijker dan positief zijn. Als laatste: een mentale vluchtplaats maken voor als je in een slecht humeur bent. Denk aan iets leuks, een herinnering met je geliefden, een mooi landschap.

Evalueren

En dan is het december: bootcamp! Alle voornemens worden in deze maand uitgevoerd! Nou ja, ze probeert het maar het lukt niet allemaal. Maar elke dag lukt er wel iets, en dat brengt tevredenheid. En ze reflecteert: voelt ze zich gelukkiger? Ja. Niet door alle individuele voornemens. Wel door het overzicht wat ze ervan bijhield, wat een constante herinnering aan die goede voornemens was. Het gaf haar de motivatie om vol te houden en gaf een gevoel van controle. Maar ook als haar geweten, als herinnering hoe gelukkig ze in dit jaar is, en te blijven zorgen dat ze haar leven nú waardeert. Geluk zit in jezelf, dat heeft ze nu voor zichzelf bewezen.   

Mijn evaluatie van Het Happinessproject

Ik vond dit een erg leuk boek! Haar persoonlijke anekdotes, die toch gauw 70% van het boek zijn, geven veel details van haar leven en laten je haar familie en vrienden goed kennen. Zo leef je met haar mee. Ze stekt zich erg kwetsbaar op, en veel van haar ‘fouten’ vond ik erg herkenbaar. Raar maar waar: ik vond het boek bijna verslavend, hup door naar de volgende maand, want je wilt weten hoe het afloopt. En heel goed dat ze zich er niet van afmaakt met ‘ja ik ben gelukkiger’, alsof dat objectief meetbaar is, maar dat ze ingaat op het gevoel, en wanneer zich dat met name manifesteert.  

Elk hoofdstuk start met een stuk theorie, gebaseerd op de boeken die ze hierover leest. Erg nuttig. Daarna komt de praktijk, en dan met name wat er zo lastig aan is om zich aan die voornemens te houden. Geen doelen, die ze kan afvinken, nee, voornemens die permanent actief blijven. Het wetenschappelijke is dus wel aanwezig maar het grootste deel van het boek is toch anekdotisch. En die anekdotes zijn heel leuk om te lezen: haar schrijfstijl is prettig met veel humor, en veel gesprekken zijn letterlijk weergegeven, dat maakt het uitzonderlijk levendig voor een non-fictieboek. Gelukkig heeft het boek geen slordige fouten, helaas geen illustraties, maar wel een prettige lay-out en, ik schreef het al, een duidelijke structuur.

Interessant zijn de mening en de voorbeelden van anderen, die reageren op de blogs die Gretchen van dit project bijhoudt. Dat blog is bedoeld om anderen te inspireren, en dat blijkt te werken. Tegelijkertijd inspireren die reacties van lezers ons ook weer. De zoektocht naar geluk is tijdloos en de voornemens waarmee Gretchen haar eigen zoektocht invult zijn algemeen genoeg om inspirerend te zijn voor anderen. Het voornemen ‘Schrijf een boek’ hoef je niet te lezen als verplichte activiteit, maar wel als: doe iets speciaals met je passie.

Wat leerde ik ervan? Dat heel veel dingen bijdragen aan gelukkig voelen, sommige direct, sommige indirect. Dat je vaak terugkijkt op een periode en dan denk: wat was ik toen gelukkig … maar ik wist het niet. En dat je daarom meer moet genieten van elke dag en je leven nu moet waarderen. Ben ik voorbereid op mindere tijden? Mwah, er valt nog wel wat zelfdiscipline te leren … en wat vriendschappen aan te halen.   

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Het Happinessproject duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Het Happinessproject duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in zelfhulp | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Goede moed – maar hoe dat dan moet?

Ik geef toe, ik ben weleens bang. En steeds vaker, merk ik. Mijn hoogtevrees lijkt erger te worden, en de angst voor de toekomst neemt ook toe. Door de al merkbare lichamelijke (en geestelijke?) aftakeling, door de diverse oorlogen, door de oprukkende autocratieën. Goede moed van Tim Hofman uit 2024 is een ‘pleidooi voor een minder bang bestaan’, zo zegt de ondertitel. En ik geef toe: het hielp wél! Een beetje maar, ben ik bang.

Tim lepelt 18 heel herkenbare angsten op, en werkt daar de achtergronden van uit, met veel persoonlijke anekdotes en verhalen uit het nieuws. Dat levert herkenning op (ik ben niet de enige!), en zou ook het duwtje moeten zijn om ons actief van die angsten te bevrijden. Daar reikt Tim wat weinig methoden voor aan. De wil om de moed te vinden om me van die angsten te bevrijden is er wel, maar voor de uitvoering zal ik toch elders moeten zoeken, daar is dit boek te oppervlakkig voor.

In het zelfhulpboek Goede moed …

… zegt Tim dat het hem als journalist opvalt dat we continu tegen dezelfde problemen aanlopen, en dat angst een grote rol speelt in die problemen. Politici maken ons bang voor elkaar en voor de wereld. Bij ongeneeslijk zieke mensen speelt angst weer een andere rol, zo leerde hij van de deelnemers van zijn programma Over Mijn Lijk.

Psychiater Damiaan Denys stelt: ‘Angst bestaat alleen maar dankzij fantasie.’ Kunnen we onze verbeelding ook anders inzetten? Angst een minder grote rol laten spelen? In plaats van worst case vaker denken aan good case scenario’s?  Tim loopt 18 persoonlijke én maatschappelijke scenario’s langs, met heel veel persoonlijke ervaringen en gevoelens. Daarbij geeft hij tips voor ‘verbetering’. Wat viel me op?

18 angsten

  • Faalangst. Tim is doodsbenauwd als hij na publicatie van misstanden bij The Voice een live gesprek heeft met John de Mol. Waarom? Hij denk dat ‘het niet goed komt’. Raar eigenlijk, als een vriend in die situatie zit, beur je hem op met: het komt goed. Maar voor jezelf doe je dat niet? Doe dus de volgende keer  de ‘beste vrienden toets’. En wat is falen eigenlijk een raar fenomeen, alsof bij werken en presteren af en toe struikelen niet ‘hoort’. 
  • Angst om jezelf bloot te geven, kwetsbaar opstellen. Raar dat jezelf openstellen voelt als het toenemen van je kwetsbaarheid. Terwijl het de relatie verbetert, en als dat niet zo is, was die relatie ook niet best. Dan weet je dat maar, dat is winst.  Je blootgeven zorgt voor beter onderling begrip, voor sociale cohesie.
  • Verlatingsangst. We móéten samen met iemand zijn. Dat dicteren onze sociale normen, en de films, muziek en sprookjes: alléén zijn is het ergste wat er is. Niet dus. Wees eerlijk naar elkaar, en geef het op tijd aan als je niet samen verder wilt.
  • Angst voor stilstand. Er is veel aandacht voor persoonlijke groei. Het idee erachter is: we doen er alleen toe als we presteren. We moeten bewegen naar een plek met macht en status. Wat er mee samenhangt: FOMO, niks willen missen, steeds meer spullen willen hebben, hypes, social media. Nee, stilstand is géén achteruitgang. Het is de manier om een burn-out te vermijden, jezelf te zien zoals je bent in plaats van hoe je wilt zijn.
  • Angst voor controle-verlies. Een mooi persoonlijk verhaal over hypochondrie en tinnitus. Overwin die angst door vertrouwen te hebben in jezelf, wát er ook gebeurt.
  • Angst om vrijheid in te leveren. Weet dat grenzen goed zijn voor de veiligheid van jezelf én anderen. Voor een rood stoplicht moeten stoppen is in zekere zin vrijheidsbeperking, maar wel héél zinnig. Maar religieuze scholen die kledingvoorschriften hebben, wat vinden we daarvan? Is dan niet in strijd met artikel 1? Nou, er is ook nog zoiets als de Vrijheid van onderwijs. Je kunt je eigen school beginnen en je eigen regels maken. De ene vrijheid tegenover de andere vrijheid.
  • Angst voor zelfcorrectie. Kritiek krijgen is hééél vervelend, helemaal als je het zowiezo anders bedoeld had. Dan ga je je defensief opstellen, je ontkent je eigen problematische gedrag. Verdiep je dan eens in de zaken waarvan men je beschuldigt (seksisme bijvoorbeeld). Vraag aan de cricasters wat er precies niet aan deugt. Pas je gedrag aan. Lastig, maar wel goed voor (je relaties met) anderen.

Deze 7 voorbeelden, zijn ook de eerste 7 hoofdstukken. Eigenlijk viel álles me op, maar dat uitschrijven levert weer een enorm lange recensie op, ik beperkt me dus tot dit: Tim behandelt verder de angsten voor vooruitgang, het geluid van de minderheid, anderen corrigeren, het feminiene (bij mannen), hypocrisie, het onmaakbare of het toeval, een wereld zonder winst, de bange machthebber, constante dreiging, een waardeloos bestaan, de dood.

De angst van de bange machthebber

Bijzonder is het stuk over de angst van (niet voor) de bange machthebber, wiens strategie het is burgers bang voor elkaar te maken, verdeel en heers dus.  Het ontmenselijken, de zondebokpolitiek. Angst als wapen. Heel herkenbaar. Tim stelt dat deze zogenaamde sterke leiders bang zijn voor machtsverlies en weten dat ze niet op kunnen tegen democratische waarden.

Angst voor de dood

In de laatste, angst voor de dood, quote Tim een aantal ongeneeslijk zieke deelnemers uit het programma Over Mijn Lijk, waarvan hij de laatste seizoenen presenteerde. Jip stelt dat de zekerheid van een snelle dood je bevrijdt van de angsten voor allerlei verwachtingen en verantwoordelijkheden. (Ik las onlangs het boek Longeneeslijk van Eva uit het laatste seizoen en verbaasde mij ook over het gebrek aan angst, en de wil om alles uit het leven te halen, hoe lastig ook.) Mooi om zo te eindigen.

Mijn evaluatie van Goede Moed

De kracht van het boek zit in de persoonlijke verhalen van Tim. Hij heeft ze allemaal meegemaakt (behalve die van de bange machthebber), en is daar heel open over. Het zijn ook angsten die ik allemaal herken. Sommige wat steviger dan anderen, maar toch. Het herkennen van de angsten en het effect ervan worden uitgebreid beschreven, Tim is niet voor niets journalist. Daar zijn lessen uit te leren. Het oplossen ervan gaat veel minder diep, het is dan ook niet echt een zelfhulpboek. Maar Tim is dan ook geen psychiater. De voorbeelden zijn van recente gebeurtenissen, dat is heel goed nu, want alles is herkenbaar, maar in die zin is het boek niet echt tijdloos. Nu lezen dus, of helemaal niet.

Het is een prettig geschreven betoog, goed geredigeerd, waarin Tim zich zeer kwetsbaar opstelt (ook een angst, zie boven. Die lijkt hij overwonnen te hebben.) De structuur is prettig, eerst de puur persoonlijke angsten (‘Jij en Ik’), dan die van de bredere omgeving en de samenleving (‘Wij’ en ‘Om ons heen’). Van micro naar macro. Er staan flink wat plaatjes bij die het betreffende hoofdstuk illustreren, of screen prints van discussies op social media. Die voegen zeker wat toe. Aardig boek voor de vakantie, met name als je alweer in de piepzak zit voor de terugreis.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd -, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Goede moed duurzaam en gratis …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)

Koop Goede moed duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Gedrag | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Uitrollen is het nieuwe doorpakken – nog steeds leuk

Relevant of (inmiddels) rotzooi, dit oudere boek? Relevant! Uit 2016 alweer stamt dit grappige boekje van ‘nicht’ Japke-d. Bouma, een deel uit de serie ‘jeukwoorden op kantoor’. Is ‘Uitrollen is het nieuwe doorpakken’ niet gedateerd dan, zul je je afvragen. Nee. Ik zit niet meer op kantoor, maar lees wel dagelijks allerlei posts op LinkedIn die nog steeds vol staan met de jeukwoorden die Japke-d. ons voorschotelt. Die post-schrijvers kan ik dit boekje van harte aanbevelen.

Waarom gebruiken mensen eigenlijk jeukwoorden? Dikdoenerij, zegt Japke-d. Of als houvast. Maar weet de spreker wel waar hij het over heeft, als hij zegt dat je moet ‘focussen op je kracht, tijdig moet anticiperen op je persoonlijke signalen, goed moet kijken naar je toegevoegde waarde, en veel strategische stappen moet zetten’? En nog belangrijker: kan de toehoorder er wat mee? In ieder geval is het vaak lachwekkend. Uitrollen? Hoe dan? Waarnaartoe? Met de stoomwals naar Groningen of zo? Erger is dat er vaak gelogen wordt met jeukwoorden. Ombuigen. Dat klinkt alsof je actief iets gaat doen, met dat geld. Maar nee, het verdwijnt en niemand ziet het ooit nog terug. Kappen dus.

Het managementboek Uitrollen is het nieuwe doorpakken …

… bestaan uit een flink aantal columns of hoofdstukjes. Ik vond de hoofdstukjes met een thema het leukst.

Bouwplaats-jeukwoorden

Zo is er ‘de bouwplaats’. We gaan talent aanboren, managers doorzagen, prototypes in de steigers zetten, procedures borgen, waarden verankeren, voorstellen afhameren, piketpaaltjes slaan, contouren schetsen. Het klinkt allemaal daadkrachtig, alsof er echt iets tot stand gebracht wordt. In cement gieten, of in beton, in de grondverf zetten, bruggen bouwen, spijkers met koppen slaan, hefbomen gebruiken, iets dichttimmeren, met je poten in de modder staan, iemand achter het behang plakken. Bij Japke-d. (en bij mij) gaat het schuren dus laten we die bouwtaal afbouwen.

Vliegtuigjeukwoorden

En zo is er ook ‘het vliegtuig’. Uitdagingen worden aangevlogen, we stijgen boven onszelf uit, expertise wordt ingevlogen, en er is een helicopterview nodig in verband met de turbulente markt. Verder hebben we punten op de horizon, en zijn mensen met de meeste vlieguren het meest aan het woord terwijl anderen onder de radar blijven of juist proefballonnetjes oplaten.  Iets komt niet van de grond of we houden juist teveel ballen in de lucht. Laten we in hemelsnaam die taal ontstijgen, adviseert Japke-d.

Sportjeukwoorden

Sport is ook een veelgebruikt thema. Getackelde problemen, ingekopte voorstellen, gemiste targets, superstrakke voorzetten, loeischerpe pitches, en natuurlijk teams met coaches. Sommige collega’s zijn kort op de bal, en echte teamplayers. Ze gooien balletjes op, leggen de lat hoog en spelen nooit op de man. Ze zetten een tandje bij, gaan er nooit met gestrekt been in en houden een ander uit de wind. Maar kantoor is niet sportief, het is juist keihard!

Jeuk van kwaliteit

Tenslotte een mooie column over kwaliteit. Voordat kwaliteit officieel zijn intrede deed, deed iedereen gewoon zijn best. Maar daarna, o jé. Stuur-, focus- en volg-groepen, om te sturen op kwaliteit, kwaliteitseisen te formuleren en aan kwaliteitsborging te werken. Kwaliteits-beheersing, -kwaliteitsdenken, kwaliteitszorg, en kwaliteitsgericht handelen. O ja, en de kwaliteitsmanager natuurlijk. De mensen die gewoon hun werk doen hebben toch zeker kwaliteitssturing, kwaliteitsstempels, kwaliteitscontrole en een kwaliteitsimpuls nodig?

Gebakken lucht verplaatsen, vindt Japke-d. dit allemaal. Tegen je personeel zeggen dat ze kwaliteit moeten leveren, is als tegen ze zeggen dat ze niet naakt naar hun werk mogen komen. Mensen die het over kwaliteit hebben op kantoor zijn mensen die niet weten waar anderen mee bezig zijn, anders zouden ze wel heel precies zeggen hoe het anders moest. Kwaliteitsconsultants zeggen dat het er bij kwaliteit om gaat dat de werknemers zélf voor die kwaliteit verantwoordelijk zijn. Zóóóóó, wat een tocht, er staat ergens een deur wagenwijd open!

Mijn evaluatie van Uitrollen is het nieuwe doorpakken

Ik vind dit de perfecte vakantielectuur! Het is dun, met korte hoofdstukjes. Het is sober uitgevoerd en inhoudelijk grappig. En tóch, of juist daarom, leer je er wat van. Het is echt niet normaal wat wij managers en zakelijke professionals aan zogenaamd jargon gebruiken. (In mijn vorige recensie vond ik er spontaan 3.) Het is dus heel goed om daar eens op te reflecteren, terwijl je aan het zwembad ligt. Ik garandeer je: ergens in dit boekje vindt je minstens 5 woorden die je zelf ook regelmatig gebruikt. En vraag jezelf dan af: moet het echt? Zijn die termen voor iedereen helemaal duidelijk? Maken ze een presentatie niet nodeloos vaag? Ben ik wel onderscheidend, als ik deze jeukwoorden gebruik? Ja, het boekje is dus relevant. En hoe jammer: het is óók tijdloos, want ook na 10 jaar is het woordgebruik niet echt verbeterd.

FOMO? Niet echt, maar ‘nicht’ Japke-d.’s Magnum Opus #LoveMyJob is dat wel, een deel van ‘Uitrollen .. ‘ is ook daarin te vinden.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Uitrollen is het nieuwe doorpakken duurzaam en gratis …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Uitrollen is het nieuwe doorpakken duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in management | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Dit kan geen toeval zijn – uiterst smakelijk

Als je écht wilt weten hoe iets in elkaar zit, moet je er niet alleen over lezen, nee, je moet er mee aan de slag. Al doende leert men. Dus ga je eigen complottheorie bouwen! Dat is het uitgangspunt van Dit kan geen toeval zijn van Lisa Loeb en Daniel Paarlberg uit 2025. Ze geven je gedetailleerde instructies én heel veel voorbeelden in dit uitstekende boek, wat een best-wel-moeilijk-onderwerp uiterst smakelijk uitdiept. 

Het boek is leuk en luchtig geschreven, maar gaat zeker niet voorbij aan de problematiek van de complottheorieën: het beïnvloedt verkiezingen, verscheurt families, gaat ten koste van de gezondheid, zet burgers in een land tegen elkaar op. De voorbeelden laten dit overduidelijk zien. En in één van die complottheorieën geloofde ik zelf ook half. Door inderdaad zelf een theorie te verzinnen, heb ik gemerkt hoe makkelijk het kan zijn de boosheid en de vooroordelen van velen te misbruiken, want de onderdelen van zo’n theorie liggen gewoon voor je klaar. Hoe leerzaam!

Het maatschappijboek Dit kan geen toeval zijn …

… legt eerst uit welke mensen in complottheorieën geloven, de complotdenkers dus: ze zijn vervreemd van de maatschappij: voelen dat ze geen controle over hun leven hebben, of leven in een sociaal isolement. Als er iets gebeurt zoeken ze naar een verklaring, liefst een onderliggend plan. Want het is heel moeilijk te accepteren dat jouw leven op z’n kop staat door een kleine toevalligheid. Die complotdenker is je doelgroep. In 15 stappen bouw je de perfecte complottheorie voor ze.

15 stappen voor een complottheorie

  1. Verklaar een ingrijpende gebeurtenis. Achter zo’n gebeurtenis moet mogelijk menselijk handelen kunnen zitten. Geen overstroming dus (of toch?). En zo’n gebeurtenis moet zeldzaam zijn, onwaarschijnlijk.
  2. Wijs een groep samenzweerders aan. Historisch gezien is dat meestal de elite, inclusief de joden.
  3. Leg uit hoe ze aan de touwtjes trekken. Waarom heeft de wereld niets door? Hoe houden ze hun macht geheim? Drugs, toegediend via de lucht of het drinkwater, wordt hierbij het meest gebruikt, daarna instituties, zoals de CIA.
  4. Verklaar welk doel de samenzweerders willen bereiken. Historisch gezien draait het om macht, geld en daarvan afgeleid een afname van de bevolking, zodat de rijken de toegang tot hulpbronnen onderling kunnen verdelen.
  5. Zoek naar kwade opzet. Ook al is het waarschijnlijk toeval of incompetentie.
  6. Negeer tegenbewijs. Hierbij kun je heel simpel inspelen op de confirmation bias: mensen zoeken bewijs wat hen sterkt in hun veronderstelling.
  7. Verzin meerdere theorieën. Zolang niet één verklaring 100% bewezen is, houdt de complotdenker alle opties open.
  8. Stoei met kansen. We zijn slecht in kansen begrijpen. Bij 0,1% kans zeggen we ‘het is mogelijk dat ..’, bij 99,9% ‘het is niet zeker dat’. We maken geen onderscheid tussen 0,1% en 10% of 50% kans op ‘mogelijk’. Een heel onwaarschijnlijk scenario is voor een complotdenker dus even goed als een best wel waarschijnlijk scenario.
  9. Zien=geloven=zien. Als je iets sterk gelooft zie je het of merk je het ook écht, denk aan het placebo-effect. En andersom, de kracht van de eigen waarneming beïnvloedt je geloof. Benadruk die eigen waarneming.
  10. Overschat samenzweringen. Hoe meer samenzweerders, of hoe langer geleden, hoe groter de kans dat een complot uitkomt. Complotdenkers redeneren echter nét andersom, hoe meer mensen erbij betrokken zijn, hoe machtiger het complot. Maak daarom van alles een samenzwering.
  11. Ruk teksten en uitspraken uit hun verband.
  12. Leg de bewijslast bij je tegenstanders. Dat is best makkelijk: je komt met een stelling die onweerlegbaar is (UFO’s bestaan niet). Bewijzen dat iets er niet is, is vrijwel onmogelijk, bewijzen dat iets er wél is, is makkelijk.
  13. Maak je tegenstanders onderdeel van de samenzwering. Wetenschappers, journalisten zijn óók elite.
  14. Betoog dat de waarheid geen losse eindjes mag hebben, 99,9% zeker is niet genoeg. Verkeerde uitspraken, toevalligheden zijn óók losse eindjes, want jij bepaalt dat.  
  15. Suggereer extremere theorieën. Daarmee maak je jouw gematigder complottheorieën geloofwaardiger.

Veel voorbeelden van complottheorieën

Elke stap wordt ingeleid met een flink stuk theorie, die vaak uit de psychologie stamt. Kleine voorbeelden illustreren het punt. Na elke stap volgt een uitgewerkt historisch complot: van de Franse Revolutie (aangesticht door de illuminati) tot de maanlanding, van de dood van JFK tot die van Diana, van Corona en 9/11 tot de Titanic en zo nog 8.  

In de epiloog worden de waarheidsvinders gewaarschuwd: complotdenkers zijn kritisch op de overheid en de elite, maar onkritisch op hun eigen ‘onafhankelijke denkers’: buitenstaanders die ingaan tegen de consensus. Dat is dus niet kritisch denken, dat is klakkeloos. Als waarheidsvinder moet je procedures hebben om je eigen vooroordelen te omzeilen. Peer review, hoor en wederhoor, transparantie over je methoden en data. En met complotdenkers moet je het hebben over hún methoden, ze zelf hun vooroordelen laten ontdekken. Een debat over alleen de feiten zal mislukken. Complotdenken is deel van het Post Truth tijdperk, waarin er feiten en alternatieve feiten zijn. Waarin onzin meer clicks oplevert. Waarin mensen zich opsluiten in echo-kamers. Laten we ervoor zorgen dat wij daar niet in terechtkomen. 

Mijn evaluatie van Dit kan geen toeval zijn

Ik heb bijzonder veel opgestoken van dit boek, mijn concept-recensie was weer veel te lang, dat worden dus weer Booknotes. Niet alleen waren veel stukken theorie nieuw voor me, ook de vele voorbeelden kende ik veel té oppervlakkig om te begrijpen waar die theorieën op gebaseerd waren. Dat snap ik nu veel beter. De structuur van presenteren is daarvoor ook heel goed. Eerst worden de rare zaken, de losse eindjes gepresenteerd. Dan kun je bijna niet anders dan in die theorie geloven. Lees je daarna alle verklaringen en alle andere feiten, dan zie je hoe makkelijk zo’n complottheorie weer wordt ontkracht. Maar dan moet je die informatie wél voorgeschoteld krijgen. (En er wat mee doen).

Het hele boek is onderbouwd, zowel de theorie als alle voorbeelden. Voor de theoretische onderbouwing staat o.a. Kahneman’s Ons feilbare denken genoemd. Ik zette het boek Hoax van J.W. van Prooijen op mijn leeslijst, ik wil hier inderdaad verder over lezen. Niet in het minst omdat het onderwerp méér dan relevant is, onze samenleving is supergevoelig voor complotdenkers en kritisch denken schijnt steeds maar minder te worden. Behalve bij mij, natuurlijk. Voor een onderbouwing van de feiten rond de maanlanding etc. moet je dan wel vertrouwen hebben in Wikipedia, The Guardian, Historiek en NOS. Dat heb ik wel.

Origineel

De opzet van het boek vond ik heel origineel en goed gekozen. Ik heb echt mijn best gedaan om mijn eigen complottheorie te bedenken, en dat was makkelijker dan ik had verwacht. Zorgwekkend wel. De voorbeelden zijn supergoed gekozen, bekend, en daardoor tijdloos, en steeds onderwerp van meerdere verschillende complottheorieën. De 15 stappen zie je terug in vrijwel elk voorbeeld. En ik moet bekennen dat ik bij stap 6, over 9/11, écht begon te twijfelen. Daaruit blijkt wel dat het idee om eerst rare zaken te melden, en pas daarna de verklaringen, bijzonder goed werkt. Jammer dat de complottheorie dat farmaceutische bedrijven geld willen verdienen aan symptoombestrijding, en ons daarom bewust niet genezen, alleen wordt genoemd en niet verder is uitgewerkt. Daar geloof ik ook half in. Voor een volgend boek?

Ik las het eBook, dat is sober, zonder illustraties. Ook de kleurenversie gebruikt na de cover geen kleuren. Verder is het boek goed verzorgd: ik vond maar één typo: fronzen. De schrijfstijl is erg goed, kort en krachtig, humoristisch, soms cynisch. De complotdenkers worden niet zozeer belachelijk gemaakt, er wordt juist aangetoond hoe makkelijk het is om erin te geloven, op een grappige manier. Dat is erg knap.

Wil je meer weten over complottheorieën, dan kun je luisteren naar de podcast van de auteurs. Via Podimo heb je 30 dagen gratis toegang.

FOMO? Ja, ik denk dat je wat mist als je dit boek niet leest. Het krijgt op dit moment veel aandacht in de media. Maar ook door de relevantie, juist op dit moment, als Trump 100 dagen bezig is de ‘Deep State’ te ontmantelen. Je begrijpt het denkproces van MAGA.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Dit kan geen toeval zijn duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Dit kan geen toeval zijn duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Volg me op Quodari

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: Hoe krijg ik ze zover – luchtig

Regelmatig lees ik een ouder boek, en vraag me af: relevant of (inmiddels) rotzooi? Pareltje of papierbak? Deze week viel de eer te beurt aan Hoe krijg ik ze zover van Jan van Setten uit 2010. Een bestseller, met herdrukken tot aan 2022. Over gedragsverandering, met humor en natuurlijk eigen modellen.

De humor is vooral te vinden in Jan’s eigen ervaringen, die soms zo extreem zijn dat ik me afvraag of ze niet verzonnen zijn. Maakt niet uit, de situaties zijn herkenbaar en het hád zo kunnen gebeuren. Verder glimlachte ik regelmatig over zijn woordspelingen, en vond ik zijn karakteristieke uitleg over de oorsprong van allerlei woorden interessant en leuk gebracht. Het resultaat is een luchtig boekje dat nog steeds toegevoegde waarde heeft.  

Het managementboek Hoe krijg ik ze zover …

…. begint met een mooie set vragen die ook weer mooi verwoord zijn: Waar staat je bedrijf voor, en waar gaat het voor?  Het ‘staan’ wordt vertegenwoordigd door je werknemers, dus als je wilt weten of je waarden goed verankerd zijn (sorry, jeukwoord), vraag het je medewerkers. Het ‘gaan’ weerspiegelt de functie, de missie, van je bedrijf. Dat vraag je je klanten. Wat zullen zij missen als jouw bedrijf er niet meer is?

Daarna onderzoek je de processen en procedures in je bedrijf, zijn deze ondersteunend aan ‘staan’ en ‘gaan’? Ontbreekt er iets? Ook vraag je je sollicitanten of zij achter je waarden en missie staan, en of zij bewijs hiervoor uit voorgaande werkervaringen kunnen leveren. Dit klinkt als open deuren, en dat zijn het (inmiddels) ook. Belangrijk is wel het punt van ‘bewijs’.

Waar blijkt dat uit?

‘Waar blijkt dat uit?‘ is een gevleugelde uitspraak van Jan, en deze vind je dan ook regelmatig terug in dit boek (en zijn andere boeken, zo merkte ik). Het gaat om feitelijk gedrag, en niet om intenties. Uit onderzoek blijkt dat we onszelf beoordelen op onze goedbedoelde intenties, en dat we anderen beoordelen op hun gedrag. En gedrag is uiteindelijk ook dat wat leidt tot resultaat.

De ladder

Jan heeft hiervoor een model uitgewerkt dat hij ‘de ladder’ noemt, en wat uiteindelijk leidt tot gewenst gedrag. Op onderste sport is de medewerker nog onbewust van de noodzaak tot verandering van gedrag of het doel ervan. Een ‘respectvolle confrontatie’ leidt tot bereidheid bij de medewerker. Hij/zij is nu bewust. Maar hoe te veranderen? Je voedt hem/haar met inzichten en achtergronden, de medewerker staat er open voor om wat te leren. Hij/zij heeft nu begrip. Maar WIIFM? In deze sport leg je uit wat de persoonlijke motieven zijn om mee te werken, wat hij/zij er persoonlijk op vooruit gaat. Je medewerker accepteert de benodigde gedragsverandering. Hij/zij gelooft er in. Dan ga je aan de slag met inspiratie hoe die gedragsverandering er uit moet zien, dat creëert de wil en de drive. Hij/zij heeft commitment. Elk van deze sporten op de ladder wordt uitgewerkt met tips, en persoonlijke werkervaringen van Jan.   

3-dimensionaal communiceren

Communicatie is natuurlijk key in dit traject (jeukwoord, sorry) en daar gaat dan ook een heel hoofdstuk over. Het summum is 3-Dimensionaal communiceren: 1. Vertel wat je visie is, of de achtergrond  van het verandertraject; 2. Laat zien tot welke keuzes je dat heeft gebracht; 3. Maak duidelijk wat de positieve en ‘negatieve’ consequenties van die keuzes zijn. Die negatieve consequenties zijn de inspanningen die geleverd moeten worden, de tijd die het kost, en het beroep op de zelfdiscipline van de medewerkers. Dat zijn dus zaken die gemanaged moeten worden. De 3D-communicatie zorgt voor de druk om mensen de ladder op te krijgen. Het loopt daarom parallel aan de ladder.  Binnen 3D-communicatie past geen ‘rododendron-gedrag’, je verschuilen achter instructies van de baas of de holding.

TRIP

Hoe ga je ervoor zorgen dat je medewerkers hun talenten maximaal inzetten voor jullie doel? Je gaat op TRIP. TRIP staat voor talenten, rollen, invloed, positie. Een medewerker heeft plezier in zijn werk als hij ziet welke rol hij vervult op weg naar het doel, en werkelijk de talenten heeft voor die rol. Daarnaast moet hij de bij de rol behorende invloed pakken, streven naar verbetering van het resultaat. Dat levert de positie op die hij/zij verdient: de waardering van manager (jij dus) en collega’s.

Jan legt regelmatig de oorsprong van termen uit, leuk! Talent komt van het Griekse woord talanton, dat weegschaal, gewicht, grote som geld, betekent. Talanta waren de schalen van de weegschaal. Welk gewicht aan goud draag jij mee?  Ook leuk: de woordspelingen. Jan heeft het niet zo op de POP, het Persoonlijke Ontwikkel Plan. De focus is te vaak op het verbeteren van de zwakke punten, en daar wordt niemand gelukkig van. Jan stelt voor ‘patent op je talent’ te nemen en te ont-POP-pen: ontwikkel je sterke punten, blink er in uit, en gebruik dát om je zwakkere punten te ontwikkelen of te compenseren.

Weerstand

Het hoofdstuk over weerstand zoomt in (sorry, jeukwoord) op de basisbehoeften en drijfveren van mensen, de mate waarin we hechten aan: macht, zingeving, erkenning, saamhorigheid, orde en zekerheid. Een basisbehoefte is niet onderhandelbaar, daar moet je dus aan tegenmoetkomen. Jan presenteert er een voor mij heel herkenbaar voorbeeld bij. Timo en Anita willen samen op vakantie. Bij Timo is de basisbehoefte zekerheid erg sterk, Anita wil avontuur. Apart op vakantie is geen optie, beide zoeken ze saamhorigheid. Oplossing: Timo regelt de hele vakantie en vertelt er niets over aan Anita. Bestemming, activiteiten ter plekke, alles is een verrassing.

Vertrouwen en waardering

Tenslotte een hoofdstuk over vertrouwen en waardering. Als je medewerkers vertrouwen in je hebben, krijg je ze snel mee. Ben jij te vertrouwen? Waar blijkt dat uit? Jan onderscheidt 4 ‘cilinders’: Betrouwbaarheid, Intimiteit (waaronder interesse, integriteit en authenticiteit) en Geloofwaardigheid als positieve factoren en Eigen Belang als negatieve factor. Betrouwbaarheid gaat over daden: doe je wat je zegt? Intimiteit gaat over emoties, wat voelt men in het contact? Geloofwaardigheid gaat over woorden, is dat wat je zegt echt waar? Eigen Belang gaat over motieven, als dat stijgt, daalt de rest.

Met dit alles, en nog veel meer, krijg je je medewerkers zover. Behalve misschien die ene, die eikel. Confronteer hem. Zegt hij: zo ben ik nu eenmaal, vertel hem dan dat hij een eikel is. Hij heeft de potentie om uit te groeien tot een grote boom, een kast, een chalet! Of hij blijft een eikel. En als jullie beiden denken dat hij een eikel blijft, neem dan afscheid, met respect.  

Mijn evaluatie van Hoe krijg ik ze zover?

Veel behandelde theorie is bekende stof, in welke modellen je ze ook giet. Het boek heeft geen literatuurlijst, maar ik herkende veel van Stephen Covey, Daniel Ofman en andere bekende managementboekenschrijvers. Natuurlijk blijft gedragsverandering relevant, verandering is van alle tijden, en verandermanagement dus ook. Wat me bijbleef: WAAR BLIJKT DAT UIT?

Jan weet het wel leuk te brengen, met zijn soms hilarische werkervaringen, maar vooral met zijn woordspelingen en etymologie. De voorbeelden zijn heel herkenbaar! Het boek is wat sober uitgevoerd, zonder kleuren, en met wat illustraties voor de modellen van Jan. Ik las de 13-de druk en vond toch nog 3 typo’s, bijzonder toch weer.

Mis je wat, als je deze bestseller niet leest? FOMO? Nee. Pareltje of papierbak? Ertussenin: vakantievertier. Het is dun, luchtig, en een geheugensteuntje voor wat je al weet maar wat misschien een beetje is weggezakt.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend 0, Verzorgd -, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Hoe krijg ik ze zover?  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Hoe krijg ik ze zover? duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Gedrag | Tags: , , , | 2 reacties