Je zult wel denken: gaat ze nu ook al recensies schrijven over strips? Nou nee, maar voor deze maak ik (weer) een uitzondering. Het is het eerste deel van een strip naar Sapiensvan Yuval Noah Harari, wat ik een geweldig boek vond! Maar, het origineel is wat dik, dus misschien had niet iedereen daar zo’n zin in. Deze strip-versie uit 2020 gaat over onze evolutie tót de Agrarische Revolutie, en is boeiend, grappig en relatief snel te lezen. O ja, en voor volwassenen.
Dit stripverhaal is absoluut niet kinderachtig. De tekst is voor volwassenen en het verhaal is misschien wel korter gemaakt, maar niet simpeler. Je krijgt nog steeds veel weetjes voorgeschoteld. De tekeningen zijn geweldig. Gedetailleerd, herkenbaar (Yuval haal je er zo uit, maar ook Robin Dunbar) en bovenal: grappig. In elk plaatje is wel wat bijzonders te zien, dus je blijft kijken.
Het geschiedenisboek Sapiens, een beeldverhaal …
…. is slim opgebouwd. In het eerste deel krijgt Yuval in Londen zijn nichtje Zoë op bezoek, en terwijl hij haar van alles vertelt, sleept hij haar mee naar college-zalen, musea, de markt, en allerlei bekende plekken. De tekeningen ervan zijn prachtig! En in elk plaatje vertelt hij haar wat, en beantwoordt vragen. Eerst volgen ze een college van hoogleraar Saraswati, een biologe die soorten-classificatie uitlegt. Dan naar de huiskamer van Robin Dunbar voor een gesprek over menselijke communicatie. Dan krijgen ze bezoek van ‘superheld’ Doctor Fictie, die het over mythen heeft.
Daarna is er een deel met een congres waarop verschillende experts wat vertellen, enzovoorts.
Sapiens = serie-moordenaar
Het laatste deel is superleuk gevonden: het gaat over intercontinentale seriemoordenaars. Ja inderdaad, wij Sapiens. In elk continent en op elk eiland waar wij kwamen, moordden we de superfauna uit. Dat wordt smakelijk uitgelegd aan de hand van een politie-onderzoek, interessante bewijzen, en dan de rechtszaak. De aangeklaagden zijn een echtpaar van een paar tienduizenden jaren geleden, een Sapiens-stel. De verdediger van het Sapiens-stel stelt dat ‘ze het niet wisten’ en dat klopt natuurlijk, het uitsterven duurde wel wat langer dan één generatie. En hij stelt dat de Sapiens van de huidige tijd, wij dus, het wél weten, en het óók doen, en wél binnen één generatie. Is dat niet veel erger? Hoe die rechtszaak afloopt moet je zelf maar lezen!
Beeldverhaal
Om een betere indruk te geven, voeg ik twee dubbele pagina’s toe.
Op de eerste zwaait Yuval Zoë uit na haar bezoek. Hij legt nog even het verschil tussen objectieve realiteit (een ijsbeer) en fictieve realiteit (de VS) uit. Maar het ‘verzinnen van die fictieve realiteit zorgde er wel voor dat we met grote aantallen kunnen samenwerken’. De man met de MAGA-pet reageert met het geijkte Fake news op de boodschap van de ijsbeer.
Op de tweede zien hoe we verslaafd werden aan veel eten, liefst vet, zout en suiker. Ooit moesten we alles opeten, omdat anders anderen dat deden. De extra energie liepen we er de dagen erna wel weer af, als het eten weer op was. Maar tegenwoordig …
Delen 2 en 3 van de serie
De volgende delen las ik nog niet, maar staan hoog op mijn TBR! Het tweede deel van stripserie gaat over de tijd ná de Agrarische Revolutie, en hoe wij geknecht werden door ….. tarwe. En het derde deel is schijnbaar in de vorm van een spelshow vol verwijzingen naar populaire cultuur waarin de concurrentiestrijd tussen wereldrijken, geld en religie ontleed wordt en de vraag wordt beantwoord: wie is de werkelijke kampioen van de geschiedenis? Intrigerend!
Mijn evaluatie van Sapiens, een beeldverhaal deel 1
Ook al heb ik destijds Sapiens gelezen, de kennis was weer wat weggezakt. Ik leerde dus weer wat bij. Waaronder de classificatie van soorten, geslachten, families. Ook dat er verschillende theorieën zijn over de verdwijning van de Neanderthalers. De strip heeft geen referenties, de wetenschappelijke onderbouwing is te vinden in het onderliggende boek Sapiens. Dat kun je dus als een soort naslagwerk beschouwen!
Ik vind Sapiens nog steeds relevant, omdat het inzicht geeft in ons gedrag van tegenwoordig. Een verhaal over geschiedenis is natuurlijk altijd tijdloos. Wel hoop ik dat de tekeningen van het huidige leven niet té tijdloos zijn, en dat de MAGA-petjes en de obesitas, en veel andere ellende, op den duur (weer) verdwijnen.
De vorm is subliem. De setting is steeds erg leuk en herkenbaar: sightseeing in Londen, een congres, een rechtszaak. De tekeningen van de historisch Sapiens en Neanderthalers zijn goed, steeds is het verschil heel herkenbaar. En door hun ‘avonturen’ kun je je er aardig mee vereenzelvigen.
De tekeningen zijn heel gedetailleerd en prachtig qua uitdrukking. Als je alles goed wilt bekijken, lees je dit boek dus helemáál niet snel uit. Plus: alle humor in de tekst én in de tekeningen zorgde ervoor dat ik vaak hardop zat te lachen.
Móét je dit boek lezen? Nou, ik vind Sapiens écht verplichte kost, en als je je daar niet toe kunt zetten, is deze strip een goed begin. Wedden dat je dan alsnog het origineel gaat lezen?
Walter Isaacson is mijn favoriete biograaf. Hij schreef ook de biografieën van Elon Musk, Steve Jobs en Leonardo Da Vinci, en die vond ik allemaal geweldig. In 2021 schreef hij de biografie van Jennifer Doudna: De codekraker. Jennifer wie? Precies. Een Nobelprijs-winnares waar ik nog nooit van had gehoord. Dus hup, aan de lees, en na 500 pagina’s was ik wéér enthousiast. Deze biografie is even boeiend en goed geschreven als Isaacson’s vorige pennenvruchten.
De ondertitel is ‘Het revolutionaire DNA-onderzoek van Nobelprijs-winnares Jennifer Doudna’, en inderdaad dat onderzoek, of liever gezegd, het onderzoek waar véél wetenschappers mee bezig waren én zijn, is het eigenlijke onderwerp. In het bijzonder gaat het over CRISPR, technologie om genen aan te passen, en mRNA, waarmee o.a. de coronavaccins zijn gemaakt. Het boek geeft hier heel veel details over zonder in jargon te vervallen. Veel aandacht is er ook voor de ethische aspecten. En natuurlijk voor de historie van deze techniek die 4 miljard jaar geleden begon met .. bacteriën, die dit óók deden en doen.
De biografie De codekraker ….
…. gaat dus niet alleen over Doudna. Nee, veel andere wetenschappers komen aan bod in dit boek, waaronder Francisco Mojica. Hij onderzocht het DNA van de Archaea, eencelligen zonder celkern. Die hebben maar weinig DNA, en toch zaten daar regelmatig terugkerende identieke stukken (DNA-sequenties) tussen. Mojica verzon er in 2001 een naam voor: Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. CRISPR dus.
Zijn onderzoeksmaatje Ruud Jansen ontdekte genen die aan weerszijden van die CRISPRs zaten, en die de instructies voor het maken van een enzym codeerden. Hij noemde die ‘CRISPR Associated System’-enzymen: CAS-enzymen. CRISPR-Cas.
Andere onderzoekers ontdekten dat de CAS-enzymen van bacteriën bij een virus-aanval een stukje DNA uit het virus ‘knippen’ en dat in het eigen DNA inbouwen. Met zo’n fragment zijn ze (hun nageslacht dan) immuun voor nieuwe aanvallen. Maar hoe? Met RNA? Dat was de specialiteit van Jennifer Doudna, en zo komen we bij haar terecht.
Jennifer Doudna op Berkeley
Jennifer studeerde biochemie en promoveerde daar ook op. Als kind wilde ze al weten ‘hoe de natuur werkt’, en het mysterie van het oprollen van de blaadjes van een kruidje-roer-me-niet fascineerde haar. Fundamenteel onderzoek was haar dus op het lijf geschreven. Als vervolg op haar promotieonderzoek bestudeerde Jennifer op Berkeley de structuur van RNA en daarna de toepassingen van CRISPR. Ze stapte heel even over naar het bedrijfsleven, maar dat beviel niet en ze ging terug naar Berkeley.
Haar manier van werken in Berkely is een van de weinige stukken die gaan over Jennifer’s karakter en gedrag. De input hiervoor komt vaak van haar collega’s. Haar stijl van werken kenmerkt zich door het openstaan voor risico’s, samen zoeken naar alternatieven, anderen niet op de vingers kijken, competitiedrang, voor zichzelf opkomen, vooral als het gaat om publicaties en octrooien.
Emanuelle Charpentier
In 2011 ontmoet ze op een congres Emmanuelle Charpentier, en ze besluiten samen te werken. Samen met 2 post-docs maken ze een enorme stap vooruit met CRISPR-Cas9, waarover ze een artikel voor Science maken. Hun ontdekking zou wellicht ook menselijke genen kunnen aanpassen! Ze vraagt octrooi aan, en hierover ontstaat een lange juridische strijd met een concurrerende onderzoeker: Feng Zhang. Per 5 juni 2025 (zo lees ik in Chemistry World) loopt de zaak nog.
Ethische dilemma’s
Een boeiend hoofdstuk gaat over ethiek. Moet alles wat kan met CRISPR, ook mógen? Jennifer gaat zich bemoeien met ethische kwesties: genen aanpassen om ziekten te genezen oké, maar hoever willen we gaan? Een groot aantal wetenschappers, waarvan Jennifer het boegbeeld is, besluit dat het bewerken van genen die niet-erfelijk zijn, toegestaan is. Kiembaan-bewerking, wat erfelijke genen betreft, dus niet. Maar: dit is alleen verboden totdat het veilig is en medisch noodzakelijk. Jennifer schrijft artikelen in allerlei publicaties hierover. Het uitgangspunt werd wereldwijd omarmd, maar nergens in wetgeving vastgelegd.
Maar natuurlijk is er een wetenschapper die vindt dat hij een uitzondering moet maken. In China worden de eerste CRISPR-baby’s geboren, met een aangepast erfelijk gen dat ze immuun voor HIV/AIDS maakte. De hele wereld staat op z’n kop. Jennifer voelt zich schuldig, ze heeft alleen richtlijnen opgesteld en geen moratorium afgedwongen. En het is háár techniek die is gebruikt.
Corona
Toen Corona zijn intrede deed, verflauwde de verontwaardiging, want immuniteit tegen een virus klonk opeens niet zo verschrikkelijk meer. Walter doet wat gedachten-experimenten met de lezer, over wat wél en niet toegestaan zou moeten worden, van permanente immuniteit tegen verschrikkelijke erfelijke zieken, via fysieke verbeteringen naar het uitbannen van psychische ‘stoornissen’. En ik lees dat DARPA, het onderzoeksbureau van het Pentagon, al onderzoek doet naar genetisch versterkte supersoldaten, in samenwerking met Jennifer’s laboratorium.
De corona-vaccins zijn genetische vaccins, het gebruik betekende een omslag ten opzichte van de traditionele vaccins. Maar volmaakt zijn genetische vaccins niet, ze werken net als de traditionele vaccins via het immuunsysteem, wat we nog steeds niet volledig doorgrond hebben. De meeste Corona-doden overleden aan ontstekingen aan organen, door een ongewenste reactie van het immuunsysteem. CRISPR werkt niet via het immuunsysteem, maar knipt het virus in stukken. CRISPR-Cas-vaccins zijn nog in ontwikkeling. Op CRISPR-gebaseerde tests worden gebruikt om het virus aan te tonen zodra iemand besmet is.
Bijzonder aan de Corona-vaccinwedloop is dat onderzoekers en universiteiten samenwerkten, ook de grote concurrenten Jennifer en Feng Zhang. Hun ontdekkingen werden aan iedereen die het virus bestreed beschikbaar gesteld en gepubliceerd op gratis en open platformen.
De Nobelprijs voor Scheikunde
En dan is het oktober 2020. Een verslaggever belt Jennifer wakker. Wat is haar commentaar op de Nobelprijs? Wie heeft hem gewonnen?, vraagt ze geïrriteerd. Nou, jij en Emmanuelle Charpentier. Natuurlijk wist Jennifer dat ze in de race was. Maar de ontdekking van CRISPR was nog maar 8 jaar oud, meestal gaan er tientallen jaren overheen. Het toekennen van de prijs toont volgens Walter het belang aan van fundamenteel onderzoek, wat uiteindelijk hele praktische toepassingen kan hebben. Dit, én de pandemie, trekken (hopelijk) meer studenten richting wetenschappelijk onderzoek.
Mijn evaluatie van De codekraker
Wat knap om een ingewikkelde techniek als CRISPR zo helder en duidelijk te beschrijven! Ik begrijp de controverse rond de corona-vaccins nu beter, maar snap ook de ethische dilemma’s rondom kiembaanbewerking. En natuurlijk heb ik Jennifer Doudna, en in mindere mate haar collegae, leren kennen. Maar niet góéd leren kennen, wat dat betreft is het geen zuivere biografie. Ik weet niets over haar dagelijkse rituelen, heel weinig over haar gevoelens, vrijwel niets over haar privé leven. Niets over welk eten ze lekker vindt en wat ze met haar snotjes doet, zoals Alain de Botton in zijn boek De biograaf zo heerlijk aan de orde stelt.
Deze mix van vrij oppervlakkige biografie en relatief diepgaande analyse van het werk van de hoofdpersoon ken ik uit Walter Isaacson’s eerdere biografieën: Leonardo Da Vinci, Steve Jobs, Elon Musk. Het past heel goed bij zijn interesse en achtergrond: hij studeerde geschiedenis voordat hij journalist werd, en noemt zichtzelf ook wel ‘wetenschapshistoricus’. Zijn keuze van hoofdpersonen voor zijn biografieën weerspiegelt dat.
Walter Isaacson is ook persoonlijk betrokken bij het onderwerp. Zo vertelt hij dat hij in 2000 als hoofdredacteur van Time onderhandelde over een artikel over DNA-sequencing. Hij deed mee aan de clinical trials voor het Corona-vaccin. En in Jennifer’s laboratorium gaat hij een dagje ‘gen bewerken’, wat erg leuk omschreven wordt. Hij is dus bepaald geen afstandelijke waarnemer. Desondanks vind ik zijn stuk over de ethische aspecten, waarin de argumenten van beide kampen – niet voor God spelen versus lijden verlichten met een natuurlijk proces – worden weergegeven, behoorlijk objectief.
Zijn feitelijke observaties zijn onderbouwd met wetenschappelijke publicaties en zeer veel interviews met wetenschappers. Desondanks is het boek zeer toegankelijk, ook voor niet-wetenschappers. Maar is het ook nog relevant, inmiddels 13 jaar na de ontdekking dat CRISPR-Cas op menselijke genen gebruikt kan worden? Mij lijkt van wel: hoeveel ziekten hebben we niet nog steeds, waar we permanent van af zouden willen? En hoe mooi is het om meer over de natuurlijke achtergrond van (gen-)vaccins te leren, met een VS-regering die momenteel anti-vaccins is en de wetenschap saboteert? En niet te vergeten: hoe motiverend is het voor vrouwen en meisjes, om over een vrouwelijke Nobelprijs-winnaar te lezen? Jennifer was de 6de winnares, 184 mannen wonnen hem al. Die 3% kan beter!
Uitvoering
Walter schrijft lekker vlotjes én met humor. Zo is er het verhaal van wetenschapper Rudolphe Barrangou, een Parijzenaar die zich specialiseerde in fermentatie van voedsel en in North-Carolina afstudeerde. ‘Hij werd de enige persoon die ooit ben tegengekomen die van Frankrijk naar de VS verhuisde om meer te leren over voedsel’. De onderzoeken zijn vaak opgeschreven alsof je erbij bent, en de woede van Jennifer over het octrooi spat van de pagina’s.
Natuurlijk heeft het boek flink wat illustraties, in zwart-wit. Bijna alle genoemde wetenschappers komen er in voor, maar de ouders van Jennifer niet, en ook staat er maar één jeugdfoto van haar in. Wat de insteek – het gaat over CRISPR – onderschrijft. De historie van Jennifer en de ontwikkeling van CRISPR loopt parallel, en de carrière van Jennifer is de rode draad in het verhaal. Ik denk ook dat de titel The Code Breaker, zowel op Jennifer, als op de CRISPR-techniek slaat. CRISPR knipt immers de DNA-strengen door.
Gebeurde er nog wat ná 2020? Op Wikipedia zie ik dat er in 2025 een supercomputer naar Jennifer vernoemd is. Het VS Ministerie van Energie (?) gaat het integreren met AI en gebruiken voor onderzoek naar ons genoom. Over verdere CRISPR-doorbraken lees ik op Wikipedia niets.
Mis je iets, als je dit boek niet leest? Niet direct. Het is wel een zeldzaam goed boek ….
Joepie! Onderzoeksjournalist Huib Modderkolk schreef in 2024 weer een verslag van zijn onderzoeken naar de activiteiten van hackers en de veiligheidsdiensten, onder de titel Dit wil je écht niet weten. Maar natuurlijk wil je het wél weten, en ook lezen, want dit boek leest wéér als een thriller, net als zijn vorige boek, wat een bestseller werd. Het speelt zich nu wel iets verder van ons bed af, maar juist weer dichterbij Huib’s bed.
Huib’s verslag is juist nú relevant: het gaat onder andere over het uitschakelen van de nucleaire faciliteiten van Iran, hackers die Oekraïne helpen, spionage van China, surveillance van de bevolking, en de risico’s van verregaande digitalisering. De rode draad is een Mossad-operatie waarvan Huib het target lijkt te zijn, en zijn persoonlijke ervaringen maken het boek extra boeiend.
Het maatschappelijke boek Dit wil je écht niet weten …
… is opgebouwd als de 5 fasen van een hack én van een inlichtingenoperatie. Elke fase heeft een hoofdstuk over Huib’s persoonlijke ervaringen.
Fase 1: het doel kiezen
Zo is fase één: de keuze van het doel. In Huib’s verhaal begint deze fase op de dag dat hij een mailtje ontvangt over een undercover Mossad-agent in Nederland. Het lijkt van een Iraniër afkomstig te zijn, en misschien wel van de Iraanse geheime dienst. Huib is dan nog steeds bezig met zijn onderzoek over Stuxnet, waarbij een Nederlandse geheim agent een digitaal wapen in een nucleair complex in Iran weet te krijgen. In deze fase lezen we ook een uitgebreid stuk over hackers, de IT Army die voor Oekraïne hackt, en over een Nederlander die daarin meewerkt en opklom tot één van de beheerders. Zijn eerste fase is het kiezen van een doelwit in Rusland dat de oorlog ondersteunt: de spoorwegen of Aeroflot. Deze Nederlander laat Huib precies zien hoe hij te werk gaat.
Fase 2: het kiezen van het aanvalswapen
De tweede fase is het kiezen van het ‘aanvalswapen’. Voor hackers de methode om netwerken binnen te dringen. In het verhaal van Huib is het de geschiedenis van de Iraniër die onbewust voor de Iraanse geheime dienst lijkt te hebben gehackt, naar Nederland is gevlucht en daar een goede baan bemachtigde. Maar de Nederlandse inlichtingendiensten vertrouwen het niet en hij wordt Nederland uitgezet. Huib’s interesse is gewekt. De Iraniër brengt Huib in contact met de Mossad-man. En deze heeft een relatie met de Stuxnet-zaak! Wat toevallig …
Fase 3: doordringen in het netwerk
De derde fase, verder doordringen in het netwerk, opent met een verhaal van een consultant in stralingstechniek, die gaat daten met Marina, een Russische met volstrekt gladde vingertoppen. En ook andere zaken zijn wat vreemd. De consultant, die bij TNO aan topgeheime zaken werkt, verbreekt de relatie, maar ontdekt later dat zijn intercom thuis is gehackt. Hij meldt het bij de MIVD, en wordt als dank ‘preventief’ ontslagen. Hierna volgt een algemeen stuk over phishing. Huib heeft inmiddels twijfels over de Mossad-man. Wat wil die nu eigenlijk? Dat Huib een verhaal publiceert, ja, maar is hij wel te vertrouwen?
Fase 4: het doel naderen
In de vierde fase, dicht bij het doel komen, lezen we alles over het Stuxnet-virus en de sabotage van de centrifuges. Daarna een hoofdstuk over de hacks van de AIVD en de werving van jonge IT-ers. De Mossad-man probeert Huib uit te horen over zijn onderzoek naar Stuxnet, Huib realiseert zich later dat hij door het stellen van bepaalde vragen heeft laten merken wat hij aan informatie al heeft.
Fase 5: het doel bereiken
De vijfde fase, het doel bereiken, gaat onder andere over spionage door China, die gericht is op het stelen van IP, en daarmee de innovatie en economie van de bestolen landen bedreigt, meer lange termijn dus dan de hacks van Rusland. Huib belt in 2019 de AIVD over de Huawei ‘deurtjes’ bij KPN, en wordt door chef Dick Schoof gevraagd terughoudend te zijn in zijn rapportage hierover. Pas in 2023 krijgt hij het verhaal rond. KPN blijft de zaak bagatelliseren, omdat het bang is voor reputatieschade, omdat maatregelen enorm veel geld kosten, en omdat het commerciële relaties heeft met China. Op de lange termijn levert dit enorme schade op.
Iets anders: criminelen (en wij ook?) hebben de neiging om de communicatie en online activiteiten meer af te schermen. Proton Mail. Signal. Maar opsporingsdiensten vinden die plekken juist extra interessant, en zetten zwaar in op een ingang bij Proton mail. Dusssss. Inmiddels gaat de Mossad-man naar Dubai, en dat land had óók een relatie met de Stuxnet-operatie. Huib is erg achterdochtig geworden.
Boeiend is het stuk over de ontwikkeling van TRIP (Go Travel), wat bedoeld was om terrorisme tegen te gaan, maar wat inmiddels door veel landen wordt aangekocht om de eigen bevolking in de gaten te houden, net zoals NetWitness, zogenaamd tegen Russisch inmenging bij de verkiezingen. En dan vindt Huib de Nederlandse agent die het Stuxnet-virus plaatste. De Mossad-man verdwijnt direct. En de AIVD blijkt géén idee te hebben dat de Nederlandse infiltratie tot doel had sabotage te plegen. Ze zagen het grotere plaatje niet.
Net zo min als wij het grotere plaatje bij digitalisering zien. We zijn tegen gezichtsherkenningscamera’s, maar ze worden op heel veel plekken gebruikt. Er wordt gewaarschuwd voor AI, maar heel veel ambtenaren gebruiken het.
We moeten beter opletten, op tijd ingrijpen en verdere schade voorkomen.
Mijn evaluatie van Dit wil je écht niet weten
Was in Huib’s vorige boek het afluisteren (door eigen inlichtingendiensten) van onschuldige burgers de kern van het betoog, in dit boek gaat het om het hacken van bedrijven en instituten door andere, vijandige landen als Rusland en China. De omvang en impact ervan weet Huib goed te duiden en zijn moeilijk voorstelbaar. Erger is het natuurlijk dat wij het allemaal nét te weinig serieus lijken te nemen. Hackers hebben toegang tot álles, ga daar maar van uit. En lig je er niet wakker van als je email wordt gehackt, weken zonder stroom of water zitten is óók een reële dreiging. Laat staan de ondermijning van de democratie. En we zijn niet voorbereid.
Het verhaal van de Mossad-man geeft een leuk inkijkje in de werkzaamheden van Huib en hoe zorgvuldig hij met mogelijke bewijzen of juist desinformatie omgaat. Ik vond het echter wel wat lang uitgesponnen, en mij is nóg niet duidelijk of de Mossad nu heeft gekregen waarnaar ze op zoek was.
Huib gaat uitgebreid in op diverse vormen van cyberoorlog, met gebruikmaking van anekdotes om het persoonlijk en toegankelijk te maken. Misschien pakt hij wel tevéél onderwerpen bij de kop, maar de technische details hoe e.e.a werkt zijn wel bijzonder boeiend. Dat ál onze data gehackt worden is nu meer dan duidelijk, dat daar misbruik van wordt gemaakt of kan worden gemaakt ook. Wat je moet doen blijft vaag. Signal en Proton Mail zijn dus óók niet de oplossing, maar trekken juist de aandacht, of zorgen dat jij extra aandacht trekt. Sja.
Mis je iets als je dit boek niet leest? Nee, veel staat bijna dagelijks in de krant, en er wordt überhaupt veel over geschreven. Het belang van soevereiniteit van de IT infrastructuur van een land is momenteel een hot topic, en terecht.
Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Robin Wall Kimmerer.
Waar schrijft ‘nicht’ Robin Wall Kimmerer over?
‘Nicht’ Robin schrijft over de natuur, inheemse gebruiken en duurzaamheid. Daarbij combineert ze een stevige wetenschappelijke basis met haar kennis van de tradities van haar stam, de Potawatomi, en dat alles in poëtische bewoordingen.
Heeft ‘nicht’ Robin andere zakelijke activiteiten?
‘Nicht’ Robin is hoogleraar en directeur van het Center for Native Peoples and the Environment van de State University of New York College of Environmental Science and Forestry (SUNY-ESF).
Ze spreekt op veel bijeenkomsten. Veel daarvan zijn kleinschalig: universiteiten, scholen, musea. In 2015 hield ze een speech voor de Verenigde Naties.
Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Robin Wall Kimmererer uit?
‘Nicht’ Robin is in 1953 geboren in de staat New York, waar haar ouders, oom Robert en tante Patricia Wall, haar de liefde voor de natuur bijbrachten. Ze studeerde Botanica aan de Universiteit van New York, en behaalde daar in 1975 haar Bachelor. Ze trouwde met Thomas Kimmerer en kreeg 2 kinderen. Het stel scheidde daarna.
Ze werkte in New York 2 jaar als microbioloog, en vertrok toen naar de Universiteit van Wisconsin voor haar Masters en PhD in Botanica. Daar maakte ze kennis met de mossen, en ze specialiseerde zich er in. Ze promoveerde in 1983.
Ze gaf 10 jaar les op de universiteit van Kentucky en het Centre College daar. Daarna kwam ze weer terug in New York, waar ze nu nog steeds lesgeeft op de Universiteit. Haar lessen gaan niet alleen over botanica, maar ook over traditionele ecologische wijsheid, over land en cultuur, over Ethnobotanica. Ze werd directeur van een Instituut dat inheemse studenten beter toegang tot milieustudies wil geven en vice versa: de wetenschap betere toegang tot inheemse filosofie.
Ze hangt het ‘Kijken met Twee Ogen’ aan, dat wil zeggen een combinatie van westerse wetenschap, waarvoor ze haar PhD gebruikt, en de traditionele inheemse kennis, oftewel TEK, die ze ontleent aan haar Indiaanse relaties.
In 2025 werd ze één van Times’ 100 meest invloedrijke mensen.
‘Nicht’ Robin is een burger van de Potawatomi Natie. Ze woont op een oude boerderij. Die wordt prachtig beschreven in veel van haar essays.
Welke boeken schreef ‘nicht’ Robin Wall Kimmerer?
‘Nicht’ Robin schreef 6 boeken waarvan ik er 2 las, Een vlecht van heilig gras en Geschenken van het Krentenboompje. Ik vond beiden geweldig! Ook las ik haar essay in Thrive. De twee kinderboeken sla ik over, maar Gathering Moss en The Democracy of Species, beide oudere boeken, staan op mijn TBR!
Bud Finds Her Gift (2025)
Publicatie 2 september, Engelstalig. Voor jonge kinderen, plaatjesboek. Flaptekst: When young Bud sees people bustling around, intent on their chores and their screens, she is certain they must be doing important things—and she wants to be included. But wise Nokomis, her grandmother, shows her that there is a different way to find belonging, one that relies on stillness and observing the natural world. As Bud discovers the freely given gifts of the Earth, she wonders if she has something important to give back: What is her gift? Robin inspires readers to treasure nature’s generosity and the gifts each one of us can share with the Earth. Koop bij Bol
Geschenken van het Krentenboompje (2025) – The Serviceberry (2024)
Een essay in de stijl van haar bestseller Een vlecht van heilig gras, met dezelfde boodschap: laten we dankbaar zijn voor wat de aarde ons geeft, het als een geschenk zien. Prachtig geschreven: je ziet deze bessenstruik voor je, je proeft de bessen, voelt het respect voor de levenswijze van inheemse volkeren, en hoopt met Robin mee voor een groei van de geschenkeneconomie. En leert ‘op te slaan in de buik van je broeder’. Robin pleit voor wederkerigheid in plaats van schaarste , samenwerking in plaats van concurrentie. Ze pleit voor een Krentenboomeconomie. Lees mijn recensie | Koop bij Bol
Braiding Sweetgrass for Young Adults (2022)
Dit Engelstalige boek las ik (nog) niet. Flaptekst: “Botanist Robin Wall Kimmerer’s best-selling book Braiding Sweetgrass is adapted for a young adult audience by children’s author Monique Gray Smith, bringing Indigenous wisdom, scientific knowledge, and the lessons of plant life to a new generation”– Koop bij Bol
Een vlecht van heilig gras (2022) – Braiding Sweetgrass(2013)
Wat een prachtig boek! ‘Nicht’ Robin is gepromoveerd botanica èn Potawatomi, Native American. In in dit boek mixt zij wetenschappelijke informatie over planten met Indiaanse wijsheid in heel persoonlijke verhalen. Voor èchte duurzaamheid moeten we ons weer verbinden met de natuur. Dit boek inspireert daartoe. De verhalen gaan over een groot aantal planten, maar ook dieren en zelfs de regen spelen een rol. En natuurlijk Robin zelf, want alle verhalen zijn heel persoonlijk, beschrijven in poëtische taal hoe zij de natuur ervaart. Het boek geeft voor een aantal planten heel gedetailleerd weer wat zij betekenen voor de natuur en hoe het in de Indiaanse tradities werd gebruikt, in een hele mooie mix van wetenschap en eeuwenoude inheemse wijsheid. Lees mijn recensie | Koop bij Bol
The Democracy of Species – 2021
Ik ken dit Engelstalige boek nog niet. Flaptekst: In twenty short books, Penguin brings you the classics of the environmental movement. In The Democracy of Species Robin Wall Kimmerer guides us towards a more reciprocal, grateful and joyful relationship with our animate earth, from the wild leeks in the field to the deer in the woods. Over the past 75 years, a new canon has emerged. As life on Earth has become irrevocably altered by humans, visionary thinkers around the world have raised their voices to defend the planet, and affirm our place at the heart of its restoration. Their words have endured through the decades, becoming the classics of a movement. Together, these books show the richness of environmental thought, and point the way to a fairer, saner, greener world. Koop bij Bol
Gathering Moss (2003)
Ik las dit Engelstalige boek nog niet. Flaptekst: Living at the limits of our ordinary perception, mosses are a common but largely unnoticed element of the natural world. Gathering Moss is a beautifully written mix of science and personal reflection that invites readers to explore and learn from the elegantly simple lives of mosses. In these interwoven essays, Robin Wall Kimmerer leads general readers and scientists alike to an understanding of how mosses live and how their lives are intertwined with the lives of countless other beings. Kimmerer explains the biology of mosses clearly and artfully, while at the same time reflecting on what these fascinating organisms have to teach us. Koop bij Bol
Andere publicaties
Robin schrijft veel essays voor diverse publicaties. Bijvoorbeeld in:
Bisschop, jawel bisschop Mariann Budde ken je misschien van haar speech bij de inauguratie van Trump op januari 2025. Ze werd geprezen om haar moed hem te vragen ‘medelijden te hebben met de mensen in de VS die doodsbang zijn’. In 2025 verscheen Durf moedig te zijn, de vertaling van How We Learn To Be Brave uit 2023. Ze schreef het naar aanleiding van een eerdere confrontatie met Trump, in juni 2020, toen deze een bijbel ondersteboven vasthield, vóór haar kerk. Ze was ook toen moedig, en laat ons delen in haar weg naar ‘moedig zijn op beslissende momenten’.
Een bisschop …. Ik verwachtte veel religieuze teksten en als agnost zag ik daar een beetje tegenop. Ik was positief verrast toen de lessen een mix van persoonlijke ervaringen, Bijbelverhalen én bedrijfskunde bleken te zijn. Mariann is bepaald niet wereldvreemd, zo blijkt uit het boek, haar ervaringen zijn heel sja, heel normaal, en de lessen zijn waardevol, of je nu gelovig bent of niet. De schrijfstijl is niet formeel maar af en toe wel wat zweverig.
Het maatschappelijke boek Durf moedig te zijn …
… pakt een aantal ‘beslissende momenten’ bij de kop: als je besluit om (weg) te gaan, om te blijven, te beginnen, te aanvaarden wat je niet hebt gekozen, het voortouw te nemen, om te gaan met teleurstelling en te volharden. Allemaal momenten die iedereen meemaakt, en waarin inderdaad moed noodzakelijk is.
In het voorwoord bij de uitgave van 2025 legt ze uit hoe ze aan haar inauguratie-speech kwam. Al lang vóór de verkiezingen was bepaald dat zij zou preken, en de preek zelf heeft ze geschreven voordat duidelijk was wie zou winnen. Ze wilde namelijk de olifant in de kamer benoemen (een groeiende cultuur van minachting van personen en vernederende en gewelddadige taal) en pleiten voor het respecteren van ieders waardigheid om de eenheid van het land te herstellen. Dat dat nodig was bleek wel uit de reacties: sommigen waren boos en eisten haar ontslag en zelfs uitwijzing, anderen waren dankbaar voor haar moed om ‘truth to power’ te preken.
Besluiten te gaan
Het eerste biografische verhaal van Mariann gaat over het moment dat ze als 18-jarige besluit haar vader te verlaten en terug te gaan naar haar moeder. Bij de scheiding, 7 jaar daarvóór, koos ze voor haar vader, omdat deze een gezinsleven met een nieuwe vrouw bood, boven haar alleenstaande moeder. Ze verandert van gedachten als vader ook zijn nieuwe gezin verlaat. Tegelijk worstelt ze met haar geloof: te star, uitsluitend, geen ruimte voor discussie. Ze heeft heimwee naar de kerk van haar jeugd. Het achterlaten van haar stief-broertje, haar vriendinnen én haar vriend is erg moeilijk.
Ze vergelijkt deze ervaring met gehoorgeven aan een ‘roeping’, een sprong nemen, omdat je dan pas voelt dat je leeft. ‘Hier heb ik mij mijn hele leven op voorbereid’, zo’n gevoel. Of juist de typische ‘reis van de held’ van Joseph Campbell, waar ook Harry Potter op gebaseerd is. Als historisch voorbeeld geeft ze Howard Thurman, die in 1943 de Fellowship Church sticht, een interraciale kerk, uniek voor die tijd.
Besluiten te blijven
In het eerste jaar van haar huwelijk woonde ze in Honduras, om te zorgen voor achtergestelde kinderen. Het voelde als een enorme verplichting, maar in tegenstelling tot veel andere hulpverleners was het voor haar en haar man nooit de bedoeling om hun hele leven daar aan te wijden. Mensen die besluiten te blijven, maken meer impact, zo beseft ze. Een tweede ervaring gaat over haar sollicitatie naar de functie van deken bij haar kerk. Ze wordt afgewezen. Ze heeft er veel verdriet van, maar ook een sterkere roep om te blijven, en toch te proberen de situatie, de omgeving, te veranderen, ook al heeft ze nu niet de functie om die veranderingen af te dwingen.
Als historisch voorbeeld geeft ze Eleanor Roosevelt, die de roeping ‘iets goeds te doen voor de wereld’ deelde met haar man Franklin. Maar Franklin begint een langlopende affaire met zijn secretaresse Lucy, en met schoonmama Sara botert het niet. Scheiden dan? Franklin besluit dat zijn roeping en liefde voor politiek groter was dan de liefde voor Lucy, scheiding was in die tijd (1918) niet best voor je politieke carrière. Eleanor besluit te blijven, maar stelt wel voorwaarden. Sara én haar huishoudelijke personeel moeten verdwijnen. Franklin en Eleanor blijven samen, als partners. Als hij in 1921 polio krijgt, blijft ze. En in 1932 wordt Franklin president, en zij steunt hem daarin. Beiden hebben minnaars.
Besluiten te beginnen
Beginnen is anders dan gaan, het is minder opvallend, meer een innerlijk proces, starten met voorbereidingen. Voor Mariann gaat het over promoveren, doctor worden, een leider zijn op haar vakgebied. Terwijl ze hier aan begint wordt ze wéér gepasseerd bij een sollicitatie, nu voor bisschop, ze ligt niet goed in het bisdom. Maar kijk, ze wordt gevraagd voor een ander bisdom, en 2 jaar na de verhuizing, wordt ze daar als bisschop gekozen. Haar vriendin Ruthanna’s les voor leiderschap is mooi verwoord: ‘Invloed is als gist, het duurt ontzettend lang voordat je resultaat ziet’.
Aanvaarden wat je niet hebt gekozen
Hét voorbeeld van aanvaarden is natuurlijk het aanvaarden van een terminale ziekte. Je gaat door allerlei emoties heen: ontkenning, verzet, het willen ‘oplossen’, en dan aanvaarden. Ook een mooi voorbeeld: Frodo uit In de ban van de ring, die de taak van de ring naar Mordor brengen niet wil, maar er uiteindelijk wel voor gaat. Haar eigen ervaring gaat over chronische rugpijn. En de historische persoon is M. L. King, die veel geweld moest verduren in zijn strijd tegen segregatie en voor toekenning van burgerrechten, en wel wist dat hij dat nooit zou meemaken, maar volhield ‘uit liefde en voor het grotere goed’.
Het voortouw nemen
Mariann neemt hier het voorbeeld van de ontwikkelaars van het Corona-vaccin, die veel persoonlijke offers brachten, ontstellend veel werk moesten verzetten. Ze weten dat ze het kunnen doen, maar ook dat ze het móéten doen. Ook de roeping van Jezus valt onder dit hoofdstuk. Wat hierbij hoort is dat je moet leren omgaan met falen, je moet steeds je nek uitsteken. Natuurlijk refereert ze hier ook naar het werk van Brené Brown. In de historische voorbeelden gaat het om mensen die streden voor de burgerrechten en daarbij wisten dat ze groot risico liepen om gedood te worden.
De onvermijdelijke teleurstelling
Na een beslissend moment komt er vaak een teleurstelling. Ik moest hardop lachen bij het voorbeeld over kinderen krijgen. Na de euforie van de geboorte komt vaak depressie, als gevolg van uitputting. Ouders voelen zich daar schuldig over, maar zulke gevoelens zijn heel normaal. Mariann’s eigen teleurstelling is niet zo heftig: na de ‘triomf’ van het weerstand bieden tegen Trump, denkt ze dat ze voldoende leiderschap en status heeft om nog wat risicovols te doen: ze vraagt een controversiële predikant voor de wekelijkse preek, en dat deze predikant in het verleden negatief is geweest over LHBTQ+ers neemt ze op de koop toe, zélf is ze immers een medestander van die groep? Voor alle meningen moet plaats zijn. Fout!
Enorm veel tegenstand, teleurstelling en woede is het gevolg, ook al gaat de preek helemaal niet over dat onderwerp. Ze is te overmoedig geweest. Ze biedt excuses aan, is eerlijk over haar foutieve inschatting, en teleurgesteld over haar eigen, te beperkte begrip van de LHBTQ+- gemeenschap. Maar na vallen moet je weer opstaan, en ook hier komt het werk van Brené Brown naar voren. Mariann relativeert ook: het ‘rommelige midden’ hoort bij elk creatief proces, en daar hoor je succesvolle mensen nooit over. Jim Collins’ thema over het ‘Big Hairy Audacious Goal‘ raakt een ander punt: bij zo’n groot doel zul je merken dat het té visionair overkomt, dat je al snel weer in de tredmolen van alledag stapt en er niks van terecht komt, en dan ben je ook teleurgesteld in jezelf. Onthoud dat succes 1% visie en 99% focus is.
De verborgen deugd van volharding
En dan komt volharding om te hoek kijken. Mariann leert dat leiderschap ook betekent dat je je mouwen opstroopt en doet waar je geen zin in hebt, in haar geval: fondsenwerving. Ook het leiden van een gemeenschap door verandering heen, is een kwestie van volharding, het duurt lang en gaat niet vanzelf. Ze noemt hierbij de ‘Diffusion of Innovation’ theorie van Everett Rogers, met de Innovators, de Early Adopters, de Early Majority, etc. Malcolm Gladwell schreef daar Het beslissende moment (The Tipping Point) over. Als succesvol leider moet je weten in welke groep mensen zitten, en volhouden tot het omslagpunt voor draagvlak en volledige adoptie wordt bereikt. Jim Collins schreef hierover Het vliegwieleffect (Gladwell’s boek is beter!).
Mijn evaluatie van Durf moedig te zijn
Het boek bevat veel Bijbelteksten, en die heb ik bij het beschrijven van de inhoud niet genoemd. Mariann legt elke tekst uit, en zo leerde ik veel over de Bijbel, maar het bleef allemaal wel wat abstract, op een enkel voorbeeld na. Dat krijg je ervan als je niet gelovig bent! Haar eigen ervaringen zijn interessant, en ‘gewoon’, ze probeert zeker niet om haar gedrag en beslissingen op te blazen tot heldhaftige activiteiten, het zijn zaken waar we allemaal wel mee te maken krijgen. Afgewezen worden voor promotie, uitgeput zijn als je net kleine kinderen hebt, chronische pijn ergens, uitgekafferd worden na een foute beslissing, wie kent het niet?
Mariann’s betoog wordt dus onderbouwd door Bijbelteksten en eigen ervaringen, maar ook door diverse managementboeken, en dat vind ik wel een sterke combinatie. Natuurlijk is de keuze voor Brené Brown voor-de-hand-liggend, zij schreef verschillende boeken over het onderwerp moed. Erg goed dat een vergelijkbaar betoog nu uit religieuze hoek komt, dan bereikt het nóg meer mensen. Dat Mariann tot twee keer toe expliciet weerstand bood aan Trump maakt haar ervaring en visie bepaald relevant, en haar historische verwijzingen zijn natuurlijk tijdloos. Ik voel nog steeds mee met Eleanor!
Mariann heeft een prettige stijl van schrijven, niet pompeus, soms wel wat gedragen, met ook een wat spiritueel sausje, waardoor ik regelmatig een alinea opnieuw moest lezen. Verder is het boek goed geredigeerd, en sober: geen foto’s of illustraties.
Mis je wat, als je dit boek niet leest? Nee. Het is wel zinnig om haar preek van januari 2025 eens te bekijken.
Een biografie in de vorm van een koffietafel-boek, dat zie je toch niet vaak! Einstein, The Man, The Genius and The Theory of Relativity van Walter Isaacson uit 2018 is zo’n boek. Prachtig uitgevoerd, en met minstens zoveel persoonlijke details over Albert, als uitleg over zijn theorieën. We kennen Einstein natuurlijk van E=mc2, maar dit is maar een fractie van wat hij verzon. Wist je dat hij aan de wieg stond van de atoombom? Daar had hij, in retrospect, spijt van. En wist je dat bij bijna President van Israël was geworden? Maar als kind was Einstein bepaald geen Einstein ….
De biografieën van Walter zijn bijzonder, omdat hij het uitpluizen van de levens van zijn onderwerpen combineert met zijn liefde voor de wetenschap. Deze koffietafelbiografie is een verkorte uitgave (160 pagina’s) van zijn werk uit 2009: Einstein, His Life and Universe (600 + pagina’s). Van deze ‘korte’ biografie leerde ik niet alleen over de relativiteitstheorie, maar ook over de voordelen én nadelen van rebel zijn. Superleuk is de opname van diverse brieven van en aan Einstein, meestal in het Duits, en allemaal in het Engels vertaald. Ook de invloed van zijn Joods-zijn op zijn carrière wordt goed geduid.
De biografie ‘Einstein, The Man, The genius, and The Theory of Relativity’…
… is voor het gemak en om wat overzicht te houden onderverdeeld in groepen jaren. Het begint uiteraard bij zijn jeugd in Early Years, zijn studie en werk in Zurich in Swiss Years, dan zijn Berlin Years, en als hij naar de VS vertrekt in verband met de opkomst van Hitler, de Princeton Years. Ik las het boek in het Engels, dat moge duidelijk zijn. Wat las ik zoal, dat me opviel?
Early Years
Dat Einstein als kind geen Einstein was: het duurt vrij lang tot hij leert praten, hij dagdroomt veel, en noemt dat gedachtenexperimenten. Hij blijkt te denken in plaatjes, en dat is later ook de bron van al zijn ontdekkingen. Hij verzet zich tegen autoriteit en een leraar zegt dan ook dat Einstein later niet veel zal bereiken. Op zijn 6de krijgt hij van zijn moeder een viool, en hij blijft zijn hele leven spelen. Niet onverdienstelijk, lijkt het, en zelfs een keer met de Koningin van België. Hij vergelijkt de muziek van Mozart met ‘de innerlijke schoonheid van het Universum zelf’. Op zijn 10de krijgt hij van een huisvriend zijn eerste wetenschapsboekjes, en hij is verkocht.
Swiss Years
Einstein heeft een hekel aan militarisme, marcherende soldaten en ‘soldaatje spelen’. Dat heeft voornamelijk te maken met zijn afkeer van autoriteit. En ook op school is autoriteit leidend. Op zijn 15de verlaat hij zijn middelbare school in München, en probeert op de Technische Hogeschool in Zurich te komen. Hij is 2 jaar te jong, zakt voor het toelatingsexamen (op niet-technische vakken zoals Frans) en maakt in Aarau, bij een gastgezin, zijn middelbare school af. Hij vond het heerlijk, niet dat Duitse ‘in je hoofd stampen’ maar juist gedachtenexperimenten. Op zijn 16de doet hij afstand van de Duitse nationaliteit, en is statenloos. Eenmaal op de Hogeschool begint zijn verwaarloosde uiterlijk, hij raakt vaak zijn sleutels kwijt en vergeet kleding mee te nemen als hij op reis gaat. En alweer concludeert men ‘dat het nooit wat zal worden met Einstein’.
Hij wil graag docent, of liever nog hoogleraar worden, maar op de Hogeschool moeten ze hem niet, hij is veel te onconventioneel, zowel in gedrag als in theorieën. Hij gaat dus maar als patent-beoordelaar aan de slag op het patentbureau in Zurich. En omdat hij geen dr. titel heeft, is hij beoordelaar derde klasse. Hij is er, met zijn kritische geest die álle veronderstellingen verwerpt, heel goed in!
In de avonduren doet hij zijn wetenschappelijke gedachtenexperimenten, en dit blijkt achteraf zijn meest productieve periode te zijn: 1905 is zijn ‘wonderjaar’. Hij is 26 en publiceert 4 papers die de traditionele wetenschap op zijn kop zetten. De eerste paper gaat over lichtkwanta, de tweede over de omvang van atomen, de derde over de beweging van deeltjes in vloeistoffen en de vierde over ruimtetijd, oftewel speciale relativiteit. En in een addendum op die vierde paper, kwam hij met zijn relatie tussen energie en massa: E=mc2. En eindelijk krijgt hij in 1907 dan zijn doctoraat, en een promotie tot beoordelaar tweede klasse! Maar hoogleraar wordt hij niet, wel een slecht-betaalde privédocent, zodat hij zijn werk op het patentbureau ernaast moet blijven doen. Pas in 1910 wordt hij hoogleraar.
Berlin Years
Ondertussen wordt hij als spreker op allerlei conferenties uitgenodigd en wordt hij een beroemdheid. In 1913 krijgt hij een uitnodiging om hoogleraar te worden bij twee universiteiten in Berlijn. Zijn eerste vrouw, die het in Zurich geweldig vindt, en hem, als onafgestudeerde natuurkundige, altijd helpt met zijn werk, is niet gelukkig. Haar technische kennis is inmiddels niet langer nodig, en in Berlijn samenleven met haar schoonouders, en een nicht die een rivale blijkt, is een drama. Ze verlaat Einstein in 1914 en gaat met hun twee zonen terug naar Zurich. Het stel gaat gescheiden van tafel en bed verder.
In 1914 breekt WO1 uit, en Einstein is verre van een patriot. In tegendeel, hij wordt openlijk pacifist. Dat brengt hem in conflict met zijn collegae op de universiteiten in Berlijn. Zijn zonen in Zurich kan hij niet meer bezoeken. Zijn vrouw wordt depressief omdat Einstein financieel niet over de brug komt en ook niet officieel wil scheiden. Als Einstein in 1918 ziek wordt, wordt hij door zijn nicht Elsa verzorgd. Ze kunnen wel héél goed met elkaar opschieten! Zij wil wél trouwen. Uiteindelijk vraagt Einstein echtscheiding aan, en biedt zijn vrouw het prijzengeld van de Nobelprijs aan, áls, áls hij die ooit gaat winnen, want zijn belangrijkste ontdekkingen zijn al 13 jaar geleden gedaan. Ze accepteert. In 1919 trouwt hij met Elsa, die niet zeker niet technisch onderlegd is, maar wel over hem moedert. Het is bepaald geen romantisch huwelijk.
Inmiddels hebben de Duitsers de oorlog verloren, en dat was, natuurlijk, de schuld van de pacifisten, de globalisten en de Joden. Einstein viel in alle drie categorieën. Hoe langer hij in Duitsland woont, hoe meer hij zich ook identificeert als Jood. En het anti-semitisme brengt zijn rebelse aard in het geweer, hij gaat dat Joods-zijn zéker niet verbergen. Hij is niet zozeer religieus, maar ziet de Joden nu als zijn ‘stam’. En hij wil doen wat hij kan voor al zijn stamgenoten die overal zo slecht behandeld worden. De Zionist Weizmann probeert Einstein over te halen met hem naar de VS te reizen om geld op te halen voor Joden die naar Palestina willen. Einsteins beroemdheid kan daarbij helpen. Na lang aarzelen gaat hij, in 1921, met de SS Rotterdam naar de VS. Het wordt een zegetocht, hij debatteert zelfs met de VS Senaat over zijn relativiteitstheorie.
In de tussentijd heeft hij nog steeds geen Nobelprijs. In 1910 was hij genomineerd, maar vond men zijn ‘uitvinding’ rond relativiteit te theoretisch. In 1920 speelt politiek, antisemitisme, een rol. In 1921 kan men er eigenlijk niet meer omheen, maar er zijn nog steeds teveel tegenstanders en men besluit de prijs dan maar helemaal niet toe te kennen. In 1922 krijgt Einstein een voorvechter in het comité, en die komt met een oplossing: geef Einstein de prijs voor een ándere theorie! En zo geschiedde, hij krijgt in 1922, de 1921-prijs voor lichtkwanta. En zijn eerste vrouw krijgt eindelijk haar geld!
Inmiddels is Einstein in de 40, en niet zo rebels en creatief meer. Privé is hij wat burgerlijk geworden. In zijn werk verzet hij zich tegen de theorieën over kwantummechanica, omdat onzekerheid een (te) grote rol speelt. ‘God zou niet dobbelen met het Universum’. Hij gelooft trouwens wel in God, als de basis voor de wetten van de natuur, niet als een persoonlijke helper die naar je gebeden luistert.
Princeton Years
In 1933 komt Hitler aan de macht. Einstein geeft dan net een cursus in de VS en besluit nooit meer naar Duitsland terug te keren. Hij vaart terug naar Europa, maar stapt in België van de boot, levert zijn paspoort in en geeft zijn Duitse staatsburgerschap op (alweer?). Hij besluit naar de VS te emigreren en in Princeton te gaan wonen en werken. Daar cultiveert hij zijn reputatie als slordige, verstrooide professor, die rondloopt zonder sokken, deels doordat hij steeds in gedachten is, maar ook deels expres.
Door het aan de macht komen van Hitler, laat Einstein ook zijn pacifisme varen, en heeft een nieuwe passie: Joden helpen. Een Joodse vluchteling vertelt hem in 1939 over het risico dat de Duitsers uranium uit Belgisch Congo zullen gebruiken om een bom te maken, en Einstein gebruikt zijn beroemdheid en zijn contacten om een brief daarover bij de President Roosevelt te krijgen. Men besluit om de mogelijkheden om zo’n bom te maken verder te onderzoeken. Einstein wordt niet uitgenodigd voor dit onderzoek, hij wordt gezien als veiligheidsrisico. Hoover vindt zijn verleden te ‘radicaal, socialistisch en pacifistisch’ om na zo’n korte tijd, 6 jaar, al een loyale Amerikaan te zijn. Hij heeft dus niks meer met de bom te maken.
Einstein haalt in 1945 wel de voorpagina’s met zijn relatie met de net ontplofte atoombom, maar heeft in retrospect spijt van de brief: hij plantte het zaadje van atoom-kettingreactie bij de overheid en daarbij zou het Duitse project nooit succesvol zijn geweest. In plaats van weer pacifist te worden, ziet Einstein nu meer in een systeem van wereldbestuur. Aparte staten zullen wapens blijven maken en oorlog voeren, één regering voor de hele wereld lost dat op, alle nucleaire wapens moeten de wereld uit. De VS moet de USSR aan boord brengen voor dit idee. Iemand zegt daarover dat ‘de man die met ruimtetijd wetenschappelijk in 4 dimensies dacht, politiek maar in 2 dimensies denkt’. Maar Einstein is niet naïef, hij houdt alleen niet van compromissen en halfbakken oplossingen. Daar is hij teveel wetenschapper voor.
Op wetenschappelijk gebied werkt hij nog steeds aan een ‘unified theory’ (de ‘theorie van alles’) die de natuurwetten, kwantummechanica en relativiteit verbindt en dus onzekerheid uitsluit. Zijn ideeën daarover deelt hij met Schrödinger, bekend van zijn ‘kat’ die tegelijk dood en levend is. Einstein blijft stukken produceren, maar komt nooit met een doorbraak.
Als voorstander van een wereldregering, is hij geen fan van een Israëlische staat, hoewel hij wel vóór de immigratie van Joden in Palestina is. Als de Israëlische staat in 1948 wordt opgericht, verandert hij alsnog van gedachten. Maar als hij in 1952 wordt gevraagd de tweede President van Israël te worden, een ceremoniële functie, bedankt hij beleefd voor de eer.
Op het eind van zijn leven is hij nóg een keer rebels, en wel tijdens de jacht van McCarthy op communisten, het ‘Rode gevaar’. Als men voor de Senaat moest getuigen over mogelijke communistische sympathieën, moest men gewoon maar weigeren, zegt Einstein, naar het idee van geweldloos verzet van Gandhi. Dat leverde hem een hoop haat op, ‘burgerlijke ongehoorzaamheid is een misdaad’, zo kopten de kranten. Maar Einstein zag het als een aanloop naar fascisme, en Walter stelt dat ‘hij de passie van democratie niet zag, en niet begreep dat het politieke systeem in de VS sterk genoeg was om die aanval erop te weerstaan’.
Einstein overlijdt op 18 april 1955. Op zijn nachtkastje liggen 12 pagina’s met wiskundige vergelijkingen, hij was tot op het einde zoekende naar de theorie van alles.
Mijn evaluatie van Einstein
Het fijne van de biografieën van Walter Isaacson, is dat je er zo veel van leert. Walter geeft veel aandacht aan de theorieën van Einstein, met uitleg, grafieken en plaatjes, net genoeg om een soort van basisbegrip te kweken. Wat in ieder geval bijblijft is de aanpak van Einstein: hij ziet alles in zijn hoofd, experimenteert niet veel maar gebruikt voornamelijk logica, causaliteit, om dingen te verklaren. Het probleem is dan natuurlijk gebrek aan bewijs. Leuk om te lezen dat er een eclips nodig was om zijn relativiteitstheorie te bewijzen. In Mei 1919 was dat zover. Ik had over de wetenschap en bijvoorbeeld zijn Duitse staatsburgerschap nog een paar vragen, maar ik snap dat je niet álles, en zeker niet de relativiteitstheorie, in een ‘samenvatting’ van een werk van 600 pagina’s kunt opnemen. Dit relatief dunne boek lijkt alles voldoende af te dekken.
Natuurlijk is de hele biografie wetenschappelijk onderbouwd, gebaseerd op talrijke documenten, brieven, en papers. Wat Einstein precies dacht en voelde, voor zover niet vastgelegd, zullen we nooit precies weten, Walter heeft het hem niet kunnen vragen en waagt zich niet aan speculatie. We moeten het doen met Einstein’s gedrag.
Ik vond het verrassend om te merken hoe relevant het verhaal voor het heden is. Hoe iemand die tegen autoriteit en veronderstellingen ingaat, ons meer begrip van de wereld oplevert. En wat mij betreft, waarschijnlijk ook terecht zijn vraagtekens zette bij de sterkte van de democratie in de VS ten tijde van McCarthy.
De koffietafelboekvorm is geweldig. Einstein en alle andere spelers in het verhaal worden uitgebreid beschreven, hun overwegingen toegelicht zodat ze tot leven komen in plaats van alleen bekende namen te zijn. Van vrijwel iedereen is een foto opgenomen, naast alle documenten die het verhaal onderbouwen. Documenten in het Duits zijn allemaal in het Engels vertaald. Grafieken en illustraties maken de wetenschappelijke uitgangspunten toegankelijk, en het geheel is in kleur gedrukt op mooi glanzend papier. De indeling in geografie werkt heel goed, hoewel Walter vaak teruggrijpt op het verleden als er weer een nieuw onderwerp voor onderzoek wordt aangesneden, er waren tenslotte veel anderen, naast Einstein, die aan die onderzoeken werkten en al het een en ander hadden uitgevonden.
Walter schrijft met humor en maakt het genie heel menselijk, en dat vind ik knap als het gaat over iemand die al 70 jaar dood is, en die je dus niet hebt meegemaakt en niets meer kunt vragen.
FOMO? Een beetje wel. Als je E=mc2 kent, zou je toch ook iets van de bedenker ervan moeten weten. Er zijn maar weinig mensen die zóveel invloed op onze wereld hebben gehad. Daarbij geeft het een broodnodige introductie voor het werk wat bijvoorbeeld Stephen Hawking heeft gedaan.
Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe ? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van De codekraker.
De ondertitel van De codekraker is ‘Het revolutionaire DNA-onderzoek van Nobelprijs-winnares Jennifer Doudna’, en inderdaad: dat onderzoek, of liever gezegd, het onderzoek waar véél wetenschappers mee bezig waren én zijn, is het eigenlijke onderwerp. In het bijzonder gaat het over CRISPR, technologie om genen aan te passen, en mRNA, waarmee o.a. de coronavaccins zijn gemaakt. Het boek geeft hier heel veel details over zonder in jargon te vervallen. Veel aandacht is er ook voor de ethische aspecten. En natuurlijk voor de historie van deze techniek die 4 miljard jaar geleden begon met .. bacteriën, die dit óók deden en doen.
Booknotes van Walter Isaacson’s De codekraker
Deel 1 De oorsprong van het leven
Jennifer Doudna groeit op in Hilo, Hawaiï. Dat was de enige plek waar haar vader Martin een hoogleraarschap aan een universiteit kon krijgen. Jennifer voelt zich er niet thuis, als klein blond meisje tussen de Polynesiërs. Ze voelt zich eenzaam op school, wordt geplaagd, heeft stress, ontwikkelt een eetstoornis. Ze begraaft zich in boeken. Dan verhuist het gezin naar een buitenwijk, en ze gaat naar een andere school, met kleine klassen. Ze doet het geweldig en slaat een klas over. Ze is veel buiten in de natuur, en verbaast zich over van alles, zoals het oprollen van de blaadjes van het Kruidje-roer-me-niet. Ze leert veel in die periode, en het vormt haar karakter. Een hoogleraar biologie wandelt met haar door de natuur en leert haar determineren. Ze speelt halfback in een voetbalteam en leert over uithoudingsvermogen. Wiskunde lijkt voor haar op detectivewerk. Biologie-experimenten leren haar uitpluizen. En het gebrek aan uitdaging op school zorgt ervoor dat ze risico’s neemt.
Pa Doudna is net als Jennifer een verwoed lezer, en neemt regelmatig een boek voor haar mee. Op een dag is dat De dubbele helix van James Watson, een biografisch verhaal over de ontdekking van de structuur van DNA. Ze is verkocht. Het inzicht dat de vorm en structuur van een chemisch molecuul de biologische functie ervan bepalen verandert haar leven. Ze zou in de toekomst zelfs samenwerken met Watson!
Jennifer gaat als 17-jarige naar Pomona College en studeert chemie en biochemie. Na haar bachelor gaat ze naar Harvard, waar ze in de laboratoria van verschillende hoogleraren werkt. Voor haar promotieonderzoek werkt ze bij Jack Szostak, die onderzoek doet op het gebied van het bewerken van de genen van gistcellen, maar zijn aandacht verlegt naar RNA, omdat hij denkt dat dát informatie oplevert over de oorsprong van het leven. Jennifer gaat zich dus specialiseren in RNA, wat op DNA lijkt maar ‘het echte werk doet’. DNA zit stil en beheert informatie, RNA maakt producten zoals eiwitten. Als RNA de bron van het leven is, moet het zich kunnen repliceren. In 1998 lukt het Jack en Jennifer om dit aan te tonen, en vanaf dat moment is haar ster rijzende in het RNA-domein. Ze verdiept zich in de structuur van RNA, en verkast naar Yale als onderzoeker-hoogleraar.
Ze werkt daar met een promovendus, Jamie Cate, en trouwt met hem; Jamie krijgt een aanstelling als docent bij het MIT. Maar nu forenzen ze veel, en dus gaan ze op zoek naar een universiteit waar ze allebei kunnen werken. Dat wordt Berkeley, en ze start daar in 2002.
In dit deel komen heel veel andere onderzoekers aan bod, omdat er erg veel onderzoek gedaan werd naar het menselijk genoom, DNA en RNA. Jennifer bouwde er op voort en werkte soms met ze samen.
Deel 2 CRISPR
Het boek gaat dus niet alleen over Jennifer Doudna. In dit deel wordt bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan Francisco Mojica. Hij onderzocht het DNA van de Archaea, eencelligen zonder celkern. Die hebben maar weinig DNA, en toch zaten daar regelmatig terugkerende identieke stukken (DNA-sequenties) tussen. Hij ontdekte dat een andere onderzoeker hetzelfde had aangetroffen in bacteriën. En later, dat het in wel 20 bacteriesoorten zat! Dat moet dus wel een belangrijke functie hebben, en evolutionair al heel lang terug gaan! Hij verzon er in 2001 een naam voor: Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. CRISPR dus.
Zijn onderzoeksmaatje Ruud Jansen ontdekte genen die aan weerszijden van die CRISPRs zaten, en die de instructies voor het maken van een enzym codeerden. Hij noemde die ‘CRISPR Associated System’-enzymen: CAS-enzymen. CRISPR-Cas. Mojica ontdekte verder dat tussen de CRISPR-stukken bij bacteriën, unieke DNA-fragmenten zitten, die overeenkomen met het DNA van bepaalde virussen. Bacteriën worden al zo’n 3 miljard jaar aangevallen door virussen, en ze ‘onthouden’ door welke virussen ze zijn aangevallen.
Andere onderzoekers ontdekten dat de CAS-enzymen bij een aanval een stukje DNA uit het virus ‘knippen’ en dat in het eigen DNA inbouwen. Met zo’n fragment zijn ze (hun nageslacht dan) immuun voor nieuwe aanvallen.
Dan een hoofdstuk over fermentatie. Waarom? Nou, startculturen voor yoghurt en kaas worden gemaakt van bacteriën. Twee onderzoekers van Danesco, een Deens bedrijf dat die startculturen produceert, zijn natuurlijk geïnteresseerd in CRISPR. Eén van die onderzoekers is Rudolphe Barrangou, een Parijzenaar die zich specialiseerde in fermentatie van voedsel en in North-Carolina afstudeerde. ‘Hij werd de enige persoon die ik ooit ben tegengekomen die van Frankrijk naar de VS verhuisde om meer te leren over voedsel’, grapt Walter. Danesco had een enorm archief van bacteriën en virussen opgebouwd, en daarmee konden de onderzoekers de theorie van Mojica bevestigen. Danesco begint in 2005 met het ‘vaccineren’ van zijn bacteriestammen met behulp van CRISPR. Die praktisch toepassing verhoogde de belangstelling voor CRISPR enorm.
Maar hoe werkt het? Als je ‘in vivo’ onderzoekt, dus in levende cellen, weet je nooit wat nu precies de oorzaak ergens van is. Daarvoor moet je onderzoek doen ‘in vitro’, in reageerbuisjes dus, om naar de oorzaken te zoeken, gelegen in de structuur van de cel-onderdelen. Structuuronderzoek in vitro was de specialiteit van Jennifer Doudna, en zo komen we weer bij haar terecht.
Als vervolg op haar promotieonderzoek bestudeerde Jennifer op Berkeley de structuur van RNA, net als DNA een nucleïnezuur, dat genen kopieert en bewerkt. DNA stuurt messenger-RNA (mRNA) erop uit met genetische informatie om eiwitten te maken. Maar er is ook een enzym dat deze activiteit stopzet: RNA-interferentie, en dat is de sleutel voor gen-technologie. Jennifer raakt daarbij betrokken.
Na een aantal jaren fundamenteel onderzoek rond CRISPR, wilde Jennifer zich meer bezighouden met projecten die direct effect hebben. Ze komt terecht bij een groot bedrijf dat zich commercieel bezighoudt met gen-technologie: Genentech. Dat bedrijf was in 1974 ontstaan toen een advocaat van Stanford twee onderzoekers overhaalde om octrooi aan te vragen op een techniek van recombinant-DNA. Het was bij hen niet opgekomen dat je octrooi kon aanvragen op een techniek die (ook) in de natuur voorkomt. En bij andere wetenschappers op dit terrein ook niet, en die zijn woedend, met name de wetenschapper die het fenomeen had ontdekt (die krijgt daar later wel de Nobelprijs voor). De race voor octrooien komt regelmatig terug in het boek. Genentech verdiende een fortuin met een synthetische versie van insuline en was begin 2009, toen Jennifer aantrad, onder andere bezig met medicijnen tegen kanker. Zo heeft onderzoek zeker direct effect. Maar het bevalt Jennifer niet bij Genentech. het gaat teveel om concurrentie, macht en promotie maken. Na 2 maanden gaat ze terug naar Berkeley.
Ze realiseert zich echter wel dat ze minder zelf experimenten moet gaan doen, en méér moet werken aan haar team van onderzoekers. Ze moet gaan coachen, en blijkt daarin uit te blinken. Haar manier van werken in het laboratorium Berkely is een van de weinige stukken die gaan over Jennifer’s karakter en gedrag. De input hiervoor komt vaak van haar collega’s. Haar stijl van werken kenmerkt zich door het openstaan voor risico’s, samen zoeken naar alternatieven, anderen niet op de vingers kijken, competitiedrang, voor zichzelf opkomen, vooral als het gaat om publicaties. Dat komt van pas als ze in 2011 samen met een andere onderzoekster, Rachel Haurwitz, haar eigen bedrijf begint. Dat is in de VS overigens heel gebruikelijk, zo legt Walter uit: de universiteiten moedigen hun onderzoekers aan om octrooi op hun ontdekkingen aan te vragen, een partnerschap met een durfinvesteerder aan te gaan en een start-up te beginnen. Vaak behouden de onderzoekers hun leerstoel en gebruiken ze de laboratoria van de universiteiten. De start-up van Jennifer en Rachel heet Caribou. Ze opereren zónder durfkapitaal (want: twee vrouwen, oei, eng), maar met eigen geld en dat van familie en vrienden, als die durfden… Ze krijgen via de Bill & Melinda Gates Foundation, Berkeley en direct van de overheid subsidie voor hun onderzoeksprogramma, gericht op HIV, hepatitis C en influenza.
In maart 2011 ontmoet ze op een congres Emmanuelle Charpentier, en ze besluiten samen te werken. Samen met 2 post-docs maken ze een enorme stap vooruit met CRISPR-Cas9, waarover ze een artikel voor Science maken. Hun ontdekking zou wellicht ook menselijke genen kunnen aanpassen! Jennifer vraagt op 25 mei 2012 octrooi aan. Het artikel gaat op 8 juni op de mail naar de redactie van Science. Op 21 juni is er een CRISPR conferentie in Berkeley, ’s middags zullen Jennifer en Emmanuelle hun ontdekking presenteren. Maar nét ervoor is een presentatie van een concurrent gepland. En die was tot vrijwel dezelfde conclusies gekomen. Hij had zijn bevindingen op 21 mei met Jennifer gedeeld …. en vond dat zijn werk was gepikt. Natuurlijk (zegt Walter) kan dat niet: Jennifer had nooit in 4 dagen dat in een octrooi-aanvraag kunnen verwerken. Maar het is een voorproefje van de hevige concurrentiestrijd die volgt en het belang van timing van publicatie. Jennifer oefende dan ook heel veel druk uit op Science voor snelle beoordeling en publicatie van haar artikel.
Deel 3 Genbewerking
Wat het octrooi betreft oefende ze geen druk uit, en dat was jammer. Een andere concurrent, Feng Zhang, diende in december 2012, 7 maanden later dus, ook een octrooi-aanvraag in, waarin de CRISPR-techniek werd toegepast op menselijke cellen. Hij betaalde extra voor spoed, en kreeg zijn octrooi op 15 april 2014. De aanvraag van Jennifer ligt dan nog steeds ter beoordeling. Ze is woest. En begint een rechtszaak. Zhang wint die, maar Jennifer krijgt in 2019 (!) ook haar octrooi toegekend. Ze spant een zaak aan over het punt wie de eerste was die de techniek had ontdekt. Per 5 juni 2025 (zo lees ik in Chemistry World) loopt de zaak nog.
Bij een octrooi gaat het niet alleen om de eer, het gaat ook over geld. Het betreffende octrooi werd door 3 instanties ingediend: Berkeley, Emmanuelle en de Universiteit van Wenen, waar één van de postdocs werkte. In de VS is het gebruikelijk dat de universiteit 1/3 afstaat aan de ontdekker, i.c. Jennifer. De instantie die alles voorfinancierde, de overheid, krijgt niets. Dat was vóór 1980 anders, toen was de overheid de begunstigde van het octrooi. Walter stelt dat de huidige situatie beter is: universiteiten zullen meer investeren in fundamenteel onderzoek als er ook wat mee te verdienen valt.
Deel 4 CRISPR in actie
CRISPR-Cas9 wordt inmiddels gebruikt als therapie tegen sikkelcelanemie. Stamcellen worden uit het bloed gehaald, bewerkt met CRISPR-Cas9, en weer ingebracht. Deze veranderingen zijn niet over-erfbaar, het gaat alleen om enkele lichaamscellen van de patiënt. Wat sikkelcelanemie betreft is de afwijking heel klein: één letter in de meer dan 3 miljard basisparen van iemands DNA. De symptomen zijn enorm pijnlijk en de ziekte is wijdverbreid: wereldwijd zijn er 4 miljoen patiënten. Wel is de therapie duur: nu (in 2020 dus) zo’n $1 miljoen per patiënt. Jennifer heeft een initiatief opgestart, met subsidie van de Bill & Melinda Gates Foundation, om de behandeling simpeler en goedkoper te maken. De CRISPR-techniek wordt ook ingezet in de behandeling tegen kanker. China loopt voorop met zowel het onderzoek als de behandelingen. In 2016 werd daar een patiënt met longkanker behandeld. In de VS is dit nog in het onderzoeks-stadium. Als derde is aangeboren blindheid een gebied waarin met CRISPR wordt geëxperimenteerd.
Ook wordt er gewerkt aan iets andere methoden om kanker, cholesterol, leukemie en … kaalheid bij mannen te genezen. De meeste onderzoeken werden 2020 stilgelegd omdat de aandacht werd verlegd naar COVID.
Tegenwoordig is het gebruik van CRISPR ook toegankelijk voor amateurs, het is namelijk best gemakkelijk. Daar zitten natuurlijk risico’s aan, maar ook voordelen: schaalbaarheid.
Jennifer begint zich inmiddels zorgen te maken over die risico’s, CRISPR kan ook gebruikt worden door hackers of terroristen of vijandige landen. Al in 2014 werd op een conferentie beschreven hoe CRISPR ook longkanker kan veroorzaken. Ze werkt daarna mee aan een onderzoek met DARPA om manieren te ontwikkelen om het gebruik van gemanipuleerde genen als wapens te voorkomen. Veel eerder, in 2012 was ontdekt dat virussen de CRISPR-verdediging van bacteriën konden omzeilen: anti-CRISPR. Dat kan worden gebruikt als verdediging tegen terroristen en dergelijke.
Deel 5: Openbare wetenschapper
Een boeiend hoofdstuk gaat over ethiek. Moet alles wat kan met CRISPR, ook mógen? Die discussie is niet nieuw. In 1970 stelde geneticus Glass dat kinderen het recht hebben op de beste versie van zichzelf, en dat verbeteringen door gentechnologie dus verplicht moeten zijn. En ethicus Fletcher zei: ‘nu worden kinderen geproduceerd door seksuele roulette’. Theologen en conservatieven vinden juist dat de mens niet voor God moet spelen.
In 1975 was er een congres in Asilomar, waarin ook de gevaren van het gebruik van recombinant DNA om nieuwe organismen te scheppen werden besproken. Het resultaat was een lijst met voorzorgsmaatregelen, die wereldwijd door onderzoekscentra werden aanvaard, gericht op veiligheid. Wat ontbrak was de ethische kwestie hoever men kon gaan met menselijke genen, als het bewerken ervan veilig bleek te kunnen. In 1982 kwam de overheid met een rapport over dit onderwerp. Het brengt twee zorgelijke onderwerpen naar voren: de grotere betrokkenheid van commerciële bedrijven bij universitair onderwijs en de bevordering van ongelijkheid, als gen-verbetering alleen voor de rijken toegankelijk is. Dat staat haaks op de kansengelijkheid die een democratie verplicht stelt.
Jennifer heeft een nare droom, en gaat zich bemoeien met ethische kwesties: genen aanpassen om ziekten te genezen oké, maar hoever willen we gaan? En wie besluit over het wel of niet aanpassen van embryo’s? De ouders? In 2015 organiseert Jennifer een congres in Napa. Want was de discussie in 1982 nog theoretisch, inmiddels zijn er bedrijven die wel willen verdienen aan biotechnologie. De conclusie van de wetenschappers is, dat het bewerken van genen die niet-erfelijk zijn, toegestaan is. Kiembaan-bewerking, wat erfelijke genen betreft, dus niet. Maar: het wordt alleen verboden totdat het veilig is en medisch noodzakelijk. Jennifer schrijft artikelen in allerlei publicaties hierover. Het uitgangspunt werd wereldwijd omarmd, maar nergens in wetgeving vastgelegd.
Deel 6 CRISPR-baby’s
Maar natuurlijk is er een wetenschapper die vindt dat hij een uitzondering moet maken. In China maakt He Jiankui in 2018 de eerste CRISPR-baby’s, met een aangepast erfelijk gen dat ze immuun voor HIV/AIDS maakte. Hij gebruikte bevruchte eicellen, die later in een ivf-procedure van vrijwilligers werden gebruikt. Jennifer hoort van de geboorte van de baby’s daags voor een conferentie in Hongkong die zij heeft georganiseerd. Ze is geschokt. Toch geeft ze hem een podium. Jiankui moet uitleggen waarom hij niet de bestaande niet-erfelijke methoden heeft gebruikt. Hij legt uit dat die methoden zorgen voor een HIV-vrije baby bij geboorte, maar geen immuniteit geven, en HIV heeft in China een enorm stigma.
Jennifer voelt zich schuldig, ze heeft alleen richtlijnen opgesteld en geen moratorium afgedwongen. En het is háár techniek die is gebruikt. En ze maakt zich zorgen, er is een wedloop aan de gang die niet gestuurd wordt door medische behoefte maar puur door behoefte aan aandacht, de wens om de eerste te zijn. Maar Jennifer gelooft ook dat kiembaanbewerking een positieve bijdrage kan leveren aan het menselijk welzijn. De organisatoren geven een verklaring uit dat de veiligheidsrisico’s nog te groot zijn voor kiembaanbewerking. Dus: geen verbod, geen moratorium. Niet zo gek: het is al gebeurd, het is niet moeilijk. Bij een verbod zet je jezelf buitenspel. He Jiankui wordt overigens in China tot gevangenisstraf, een boete, en levenslange uitsluiting van de voortplantingswetenschap veroordeeld.
Deel 7 De morele vragen
Als Corona zijn intrede doet, verflauwt de verontwaardiging rond kiembaanbewerking, want immuniteit tegen een virus klinkt opeens niet zo verschrikkelijk meer. Walter doet wat gedachte-experimenten met de lezer:
De ziekte van Huntington is verschrikkelijk én erfelijk, en symptomen komen pas op ná de vruchtbare leeftijd, dus als je misschien al erfelijk belaste kinderen hebt gekregen. Er zijn maar weinig alternatieven om te zorgen voor gezonde kinderen, zoals ivf en adoptie. Dit zijn geen aantrekkelijke alternatieven en een kiembaanbewerking om Huntington te elimineren is makkelijk. In dit geval toch maar doen dan?
Het tweede dilemma: sikkelcel-anemie. Het is te behandelen, maar verschrikkelijk kostbaar en niet haalbaar voor de circa 4 miljoen patiënten. Echter, als je slechts van één ouder het ziekmakende gen hebt geërfd, krijg je géén sikkelcel-anemie en ben je wél immuun voor malaria. Dat is wel makkelijk …. Met kiembaanbewerking raak je die immuniteit in de héle mensheid kwijt.
Een derde dilemma: ziekten en handicaps doen vaak wat met ons karakter. We worden mentaal sterker, veerkrachtiger: Franklin D. Roosevelt had polio. Of we worden creatiever: Miles Davis had sikkelcel-anemie. Of autisme: is het een handicap, of iets waar juist de omgeving niet mee kan omgaan en wat voordelen kan hebben, zoals minder emotionele besluitvorming? En wat is nu eigenlijk een handicap? Doofheid? Een doof lesbisch stel zocht een dove spermadonor en nu hebben ze een doof kind. Zij vinden doofheid iets wat bij hen hoort en waarvan ze niet genezen hoeven te worden. Oké. Maar bewust een doof kind creëren? Op wat voor manier dan ook? Mmm.
En het verbeteren van spieren? Er is een gen-mutatie wat zorgt voor 25% meer rode bloedcellen, wat het uithoudingsvermogen verbetert. Wat is het verschil tussen een sporter waarbij dat gen is aangeboren (zoals Olympisch kampioen Eero Mäntyranta) en eentje die het heeft door gen-bewerking? Elke hardloopkampioen heeft een bepaalde variant van het ACTN3-gen. Is dat oneerlijk?
En dan lees ik dat DARPA, het onderzoeksbureau van het Pentagon, al onderzoek doet naar genetisch versterkte supersoldaten, in samenwerking met Jennifer’s laboratorium. En zo’n superversterking zou kunnen leiden tot iPhone-kinderen: om de paar jaar een nieuwe versie met betere onderdelen en apps. Oudere kinderen worden … ouderwets.
En dan mentale stoornissen. Vincent van Gogh had schizofrenie, en John Nash ook. Ernest Hemingway was bipolair. Willen we in een wereld leven zonder van Gogh’s en Hemingway’s? Gaat het om wat goed is voor de menselijke soort, de samenleving of het individu? De vrijheid om zélf te kunnen kiezen gaat ten koste van de diversiteit, wat beter is voor de soort. Wie bepaalt straks of dat mág of niet? Vergeet niet de financiële component: wie geld heeft kan meer aanpassingen betalen. Na financiële ongelijkheid hebben we dan ook genetische ongelijkheid.
En is dit ‘voor God spelen’ niet een vorm van overmoedigheid? De natuur heeft er 3,5 miljard jaar over gedaan om het menselijk genoom te optimaliseren, denken we dat een ‘clubje knoeiers het beter kan, zonder onbedoelde gevolgen?’ zo vraagt het hoofd van de NIH zich af. Anderzijds, CRISPR is een natuurlijk proces, en we strijden al eeuwen tegen ‘natuurlijke ziekten’ (die ons vooral treffen ná het passeren van de vruchtbare leeftijd, dat is niet echt toevallig). Zelfs Darwin vond dat de evolutie niet echt intelligent of welwillend is ontworpen. Ook Jennifer neigt naar het toelaten van kiembaanbewerking, om lijden te voorkomen. En alleen als het medisch noodzakelijk is en er geen andere alternatieven zijn. Niks ‘verbeteringen’ dus.
Deel 8: Berichten van het front
Walter is geïntrigeerd door CRISPR en wil ook leren bewerken. Hij doet experimenten in Jennifer’s lab. Eerst gaat hij samen met een post-doc DNA doorknippen. Daarna waagt hij zich met een andere post-doc aan het bewerken van een gen in een menselijke cel. Nou ja, de post-docs doen het en Walter is ‘co-piloot’. Maak je geen zorgen, de resultaten werden na afloop met bleekwater gemengd en weggespoeld. Het lijkt inderdaad simpel, elk ‘gekke geleerde’ kan het.
Walter is op meerdere vlakken persoonlijk betrokken bij het onderwerp. Zo vertelt hij dat hij al in 2000 als hoofdredacteur van Time onderhandelde over een artikel over DNA-sequencing. Hij noemt zichtzelf ook wel ‘wetenschapshistoricus’, en studeerde geschiedenis voordat hij journalist werd.
Deel 9: Coronavirus
En zo is hij ook persoonlijk betrokken bij de race om het corona-vaccin, hij geeft zich op voor de klinische experimenten van het mRNA-vaccin van Pfizer-BioNTech. De corona-vaccins zijn genetische vaccins, het gebruik betekende een omslag ten opzichte van de traditionele vaccins. Op CRISPR-gebaseerde tests worden gebruikt om het virus aan te tonen zodra iemand besmet is.
In het verleden zijn er miljoenen doden gevallen door pandemieën, denk aan de Zwarte Dood die 200 miljoen Europeanen doodde. Door RNA-vaccins is de verdediging tegen de meeste virussen effectiever. Maar volmaakt is het niet, de vaccins werken op het immuunsysteem, wat we nog steeds niet volledig doorgrond hebben. De meeste Corona-doden overleden aan ontstekingen aan organen, door een ongewenste reactie van het immuunsysteem. CRISPR werkt niet via het immuunsysteem, maar knipt het virus in stukken. CRISPR-Cas vaccins zijn nog in ontwikkeling.
Bijzonder aan de Corona-vaccinwedloop is dat onderzoekers en universiteiten samenwerkten, ook de grote concurrenten Jennifer en Feng Zhang. Hun ontdekkingen werden aan iedereen die het virus bestreed beschikbaar gesteld. Hun publicaties stuurden ze niet naar het dure, trage Science, maar naar gratis en open platformen.
De Nobelprijs
En dan is het oktober 2020. Een verslaggever belt Jennifer wakker. Wat is haar commentaar op de Nobelprijs? Wie heeft hem gewonnen?, vraagt ze geïrriteerd. Nou, jij en Emmanuelle Charpentier. Natuurlijk wist Jennifer dat ze in de race was. Maar de ontdekking van hun CRISPR-CAS toepassingen was nog maar 8 jaar oud, meestal gaan er tientallen jaren overheen. Het toekennen van de prijs onderstreept het belang van fundamenteel onderzoek, wat uiteindelijk hele praktische toepassingen kan hebben. Dit, én de pandemie, trekken (hopelijk) meer studenten richting wetenschappelijk onderzoek, zo stelt Walter.
Mijn mening over De codekraker?
Wat ik van dit boek vond, lees je later in mijn recensie.
Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Yuval Noah Harari.
Waar schrijft ‘neef’ Yuval Noah Harari over?
In het algemeen: de geschiedenis én toekomst van de mensheid. Hij ziet het vakgebied ‘geschiedenis’ meer als een studie naar maatschappelijke veranderingen. Voor zijn analyses van mogelijke toekomstbeelden maakt ‘neef’ Yuval daarom ook gebruik van ontwikkelingen uit het verleden. Al zijn boeken voor volwassenen waarschuwen voor ongereguleerd gebruik van kunstmatige intelligentie en biotechnologie. Sommigen noemen hem een futurist, andere een onheilsprofeet. Zijn eerste boek, Sapiens, wordt gezien als één van de eerste en zeker een van de succesvolste semi-wetenschappelijke boeken die de wetenschap dichtbij het publiek bracht.
Heeft ‘neef’ Yuval Noah Harari andere zakelijke activiteiten?
‘Neef’ Yuval is een veelgevraagd spreker. Hij sprak een aantal malen op het WEF. Er zijn een aantal TEDTalks. In 2022 was hij op het Amsterdam Business Forum. En recent keek ik nog naar een discussie tussen hem en een professor van de Universiteit in Peking.
Hij schrijft regelmatig opiniestukken voor de bekende kranten: The Guardian, The Financial Times, The New York Times, TIME, The Washington Post en The Economist.
Daarnaast is hij met zijn echtgenoot Itzik Yahav oprichter van het bedrijf Sapienship. Dat is een social impact organisatie met als doel de publieke discussie te richten op de belangrijkste wereldwijde uitdagingen van vandaag. Hiervoor worden educatieve projecten opgezet, wordt er research gedaan én wordt geïnvesteerd. Sapienship heeft een ‘laboratorium’ waarin over allerlei onderwerpen video’s en discussievragen te vinden zijn, waarmee bedrijven en scholen zelf projecten kunnen opzetten.
Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Yuval Noah Harari er uit?
Mijn Israëlische ‘Neef’ Yuval werd in 1976 geboren in een voorstad van Haifa: Kirjat Ata. Zijn ouders waren Joods, maar niet gelovig. In 1993 ging hij geschiedenis studeren aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 1998 vetrok hij naar Engeland en in 2002 promoveerde hij aan de Universiteit van Oxford. Zijn specialiteit is de militaire geschiedenis van de Middeleeuwen, wat blijkt uit zijn thesis uit 2002: History and I: War and the Relations between History and Personal Identity in Renaissance Military Memoirs, c. 1450–1600.
Hij was hoogleraar op de Hebreeuwse Universiteit en onderzoeker aan de Universiteit van Cambridge. In 2020 ontving hij een eredoctoraat van de Vrije Universiteit van Brussel.
‘Neef’ Yuval is getrouwd met Itzik Yahav, die hij zijn internet of all things noemt, want Yahav is ook zijn persoonlijke manager. Ze wonen in een mosjav (een coöperatieve landbouwnederzetting, waar iedereen een eigen huis heeft, en ook eigen land en dieren) bij Jeruzalem. ‘Neef’ Yuval is een groot liefhebber van sciencefictionboeken, omdat zij volgens hem het meest authentiek een mogelijke toekomst weergeven. Zijn favoriete roman is Brave new world van Aldous Huxley.
Welke boeken schreef ‘neef’ Yuval Noah Harari?
‘Neef’ Yuval schreef 8 boeken waarvan ik er 5 las, namelijk zijn 4 boeken voor volwassenen en zijn 1ste kinderboek. De andere kinderboeken en de YA versie zijn nog pending, ze staan op de reserveringenlijst van de bieb. Maar ik vond alle boeken die ik tot nu toe las geweldig, Must Read! En nee, ik heb geen samenvattingen gemaakt. Met de enorme hoeveelheid informatie die hij geeft is dat niet te doen. Wil je toch een samenvatting, dan zijn de kinderboeken een prima optie!
Hoe vijanden vrienden kunnen worden (Unstoppable Us #3) (2025)
Kinderboek, derde in de serie Het mysterie van de mens, wat uit 4 delen zal bestaan. Ik las het nog niet, dus de flaptekst: Waarom maken mensen ruzie met elkaar, of nog sterker: waarom voeren ze oorlog? Willen mensen niet liever in vrede samenleven…? In dit boek lees je hoe ruzie en oorlog ontstaan doordat mensen jaloers, bang of hebzuchtig zijn. Het begint allemaal met de verhalen die we elkaar vertellen, verhalen die vaak helemaal niet waar zijn. Bijvoorbeeld over mensen die anders zijn dan wijzelf. In dit boek ontdek je ook hoe iedereen mee kan helpen om ervoor te zorgen dat vijanden vrienden worden en blijven. Ook jij! (Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Gaza hier inspiratie voor bood). Koop bij Bol
Nexus (2024)
Uit mijn recensie: ‘Neef’ Yuval’s analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de zogenaamd populistische in plaats van de naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie. In elk hoofdstuk belicht Yuval een stukje geschiedenis en hoe informatie werd gebruikt en misbruikt. De positieve resultaten zoals wetenschappelijke vooruitgang, en de negatieve zoals de heksenjacht en het nazisme, zijn soms verrassend en soms bekend. Altijd zijn de parallellen met het heden goed uitgewerkt. Lees de rest van mijn recensie | Koop bij Bol
Waarom de wereld niet eerlijk is (Unstoppable Us #2) (2023)
Kinderboek. Ik las het nog niet. Dus de flaptekst: Waarom is de een arm en de ander rijk? En hoe komt het dat sommige mensen macht hebben over andere mensen? Tot tienduizend jaar geleden waren alle mensen min of meer gelijk. De een kon goed jagen en de ander was goed in werktuigen maken, maar ze wáren meestal gelijk. In dit boek ontdek je dat er daarna iets gebeurde wat alles veranderde: sommige mensen werden boeren. Je ontdekt waarom we nu brood eten en melk drinken, waarom niet iedereen van rekenen houdt en hoe er enorme koninkrijken konden ontstaan doordat we leerden schrijven. Door de landbouw werden sommige mensen niet alleen de baas over planten en dieren, maar ook over andere mensen. Ongelijkheid bestaat nog steeds. Maar gelukkig kunnen we daar wat aan doen, jij ook!Koop bij Bol
Hoe wij het machtigste dier op aarde werden (Unstoppable Us #1) (2022)
Kinderboek. Ik las dit boek pasgeleden, vond het geweldig, maar schreef geen recensie. Dus de flaptekst: Ooit was de mens een doodgewone diersoort waar de andere dieren zich niets van aantrokken. Nu is de mens de baas over de wereld… Hoe kan dat? In dit boek ontdek je welke superkracht ons zo machtig heeft gemaakt. En je ontdekt nog veel meer: bijvoorbeeld hoe het komt dat veel kinderen bang zijn voor monsters onder hun bed en waarom je snoep zo lekker vindt. Maar je komt er ook achter waarom de mammoeten zijn uitgestorven en waarom er nog maar één mensensoort bestaat. Door onze grote macht zijn er grote problemen gekomen. Maar als je die macht goed gebruikt, kun je er ook heel mooie dingen mee doen. Jij ook! Koop bij Bol
Sapiens, een beeldverhaal (Sapiens, A Graphic History, 2 volumes) (2020)
YA. Ik bestelde bij de online bieb de Engelstalige 2 delen, de hele serie zal uit 4 delen bestaan. Ik las het nog niet, dus hier de flaptekst: Op een volstrekt nieuwe manier wordt de geschiedenis van de mensheid verteld. Het vakmanschap van de gelauwerde striptekenaars gecombineerd met de autonome blik en het eigenzinnige gevoel voor humor van Harari levert een verrukkelijk boek op. Een feest van herkenning voor de fans van Sapiens en een lichtvoetige introductie voor hen die voor het eerst kennismaken met het werk van Harari. Koop bij Bol
21 lessen voor de 21ste eeuw (21 Lessons for the 21st Century) (2018)
Uit mijn recensie: Na zijn boeken Sapiens en Homo Deus, kreeg ‘neef’ Yuval veel vragen van lezers. Hij besloot daarom om nóg een boek te schrijven: 21 lessen voor de 21ste eeuw. Met daarin de antwoorden, verwacht je dan, maar nee. Als de perfecte leraar geeft hij geen lessen om antwoorden te geven, maar om je te leren na te denken. Daar is hij bijzonder goed in geslaagd. Op zijn bekende ironische wijze beschrijft hij in ’21 lessen’ de huidige situatie en zijn verwachting voor de toekomst van (uiteraard) 21 actuele onderwerpen. Dat leverde voor mij veel nieuwe inzichten op, en ook weer vragen. De rode draad van het boek lijkt zijn zorg omtrent de toekomst van de combinatie van biotechnologie en informatietechnologie te zijn, daar komt hij in vrijwel elk hoofdstuk op terug. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol
Homo Deus (2017, Engelstalig origineel uit 2015)
Uit mijn recensie: Onsterfelijkheid, Geluk en Goddelijkheid, dat is waar de mensheid naar streeft, en wat we op niet al te lange termijn ook gaan bereiken. Op het eerste gezicht klinkt dit goed. Homo Deus uit 2015 (de Nederlandse vertaling is van 2017) slaagt er echter in om deze blik op een mogelijke toekomst van wat kanttekeningen te voorzien. Om die toekomst te begrijpen moeten we eerst begrijpen: wat Homo Sapiens eigenlijk is, hoe het humanisme de dominante ‘religie’ werd en hoe de humanistische droom najagen zorgt voor de vernietiging van het humanisme. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol
Sapiens (2011)
Uit mijn recensie: Vuur gaf ons macht. Roddel liet ons samenwerken. Landbouw maakte hongerig…….naar méér. Mythen zorgden voor wetten en regels. Geld gaf ons iets om te vertrouwen. Tegenstellingen creëerden cultuur. Wetenschap maakte ons dodelijk. Aldus de omslag van dit geweldige boek wat ik in één adem uitlas, ondanks de omvang: 498 pagina’s. Het dekt al deze onderwerpen, en nog veel meer (biologie, geschiedenis, economie, religie, taal, gedragswetenschap). Yuval zet het kort en krachtig neer zodat het nooit saai wordt, en geeft duidelijk de verbanden ertussen aan. Dat maakt dit boek interessant voor letterlijk iedereen, wat je achtergrond ook is. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol
Robin Wall Kimmerer schreef in juni 2025 een essay in de stijl van haar bestseller Een vlecht van heilig gras, met dezelfde boodschap: Geschenken van het Krentenboompje (The Serviceberry). De boodschap is weer: laten we dankbaar zijn voor wat de aarde ons geeft, het als een geschenk zien. Prachtig geschreven: je ziet deze bessenstruik voor je, je proeft de bessen, voelt het respect voor de levenswijze van inheemse volkeren, en hoopt met Robin mee voor een groei van de geschenkeneconomie. En leert ‘op te slaan in de buik van je broeder’.
Robin pleit voor wederkerigheid in plaats van schaarste , samenwerking in plaats van concurrentie. Ze pleit voor een Krentenboomeconomie. Licht, water en lucht worden bladeren, bloemen en bessen. Insecten genieten van de bloemen en de nectar, en nemen op hun beurt stuifmeel mee. Zo verplaatsen de boompje zich. De bessen bieden ze aan de vogels aan, die de zaden overal uitpoepen. Ondergronds wisselen ze stoffen uit met schimmels. Het aantal boompjes stijgt, er komen steeds meer bessen. Insecten, vogels en schimmels floreren óók. Zo simpel is het.
Het maatschappelijke boek Geschenken van het krentenboompje …
… vertelt ons eigenlijk niets nieuws, maar doet dat op een manier die toch nieuwe inzichten opleveren. Zo is er het zeer visueel beschreven verhaal van Daniel Everett, die een tijdlang leefde bij jager-verzamelaars in het Amazonegebied. Hij ziet een jager thuiskomen met een flinke prooi, teveel voor zijn familie. Everett vraagt hoe hij het overschot gaat bewaren. Roken? Drogen? Opslaan? De jager begreep zijn vraag niet. Waarom zou hij het opslaan? Hij nodigde het hele dorp uit voor een feestmaal. Everett vraagt waarom hij niets voor later heeft bewaard. ‘Ik sla het vlees op in de buik van mijn broeder’ zegt de jager. Dit is de kern van de geschenkeconomie. Rijkdom betekent dat je genoeg hebt om te delen, overvloed betekent weggeven, status wordt bepaald door hoeveel iemand weggeeft. Het betaalmiddel is relatie, dankbaarheid en wederkerigheid. De jager mag verwachten dat een mee-eter hem in de toekomst een deel van goede visvangst aanbiedt, of zijn boot voor hem repareert.
Potlatch
In een geschenkeconomie worden spullen en grondstoffen niet gehamsterd, om schaarste te creëren, maar horen te worden weggegeven. Een voorbeeld van een geschenkeconomie is de potlatch, een feest van de oorspronkelijke bewoners waarbij veel geschenken worden weggegeven (die later bij een andere potlatch weer worden doorgegeven). Maar deze geritualiseerde vorm van herverdeling werd verboden door de kolonisten: het was in strijd met ‘de beschaafde waarden van vermeerdering’ en ondermijnden het idee van individueel bezit. Het land van de oorspronkelijke bewoners werd afgepakt om het idee van ‘ergens thuishoren’ te vervangen door ‘bron van bezit’. Welzijn was niet langer gezamenlijke rijkdom, maar individuele rijkdom.
En denk niet dat dat landjepik inmiddels voorbij is: een nationaal monument wat door de oorspronkelijke bewoners werd beheerd, werd door Dé Donald in zijn 1ste termijn weggeven aan een uraniummijnbouwbedrijf. Biden draaide dat weer terug, maar ja …
De meent (Commons)
Er zijn momenteel veel vormen van geschenkeconomie, en hoe leuk dat Robin mijn hobby, de minibiebs, noemt. Je geeft een boek niet als geschenk aan een individu, maar aan de gemeenschap. Dat heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat het schaalbaar is. Zo zijn officiële bibliotheken ook een vorm van geschenkeconomie, alhoewel de gemeenschap hier wel voor betaalt, een onvrijwillig geschenk dus. Zoals parken dat ook zijn. Maar natuurlijk is er ook het gevaar van diefstal, misbruik. Dat is de tragedie van de meent, waarbij men het eigenbelang voor het gemeenschappelijke belang laat gaan. De mooiste boeken uit een minibieb pikken om die te verkopen, teveel schapen op het gemeenschappelijke weiland laten grazen, de waterbron vervuilen. Om de meent tegen egoïsme te beschermen wordt het omgezet in privé bezit, dat is het best. Maar is dat terecht? Elinor Ostrom onderzocht het en kwam tot de conclusie dat collectieve actie wel zeker de kwaliteit van gemeenschappelijk bezit kan waarborgen. Ze kreeg er de Nobelprijs voor Economie voor.
Eerbiedig oogsten
Inheemse culturen kennen het principe van ‘eerbiedig oogsten’ voor het halen van voedsel uit de natuur. Dat werkt als je dat voedsel ziet als geschenken die je niet verdiend hebt. Robin heeft een aantal gedragsregels geformuleerd die dit weergeven, zoals: *Neem alleen wat je nodig hebt; *Neem alleen wat wordt gegeven; *neem niet de eerste, niet de laatste en nooit meer dan de helft. Maar wij nemen ‘zoveel mogelijk’. Robin wordt fel als ze het over ons huidige systeem heeft. Maar ‘het systeem’ is zo vaag, hoe kun je het ergens de schuld van geven? Het systeem wordt geleid door individuen, en dat zijn dieven! Geef ze een naam, bijvoorbeeld Darren (de CEO van ExxonMobil heet zo). (Of Dilan of Donald, denk ik dan). We zijn met meer dan de Darren’s en hebben meer macht. Laten we zorgen dat we rijkdom en zekerheid te danken hebben aan onze relaties. Laten we biomimicry toepassen, en een economisch systeem opzetten naar analogie van ecologische systemen.
Evolutie
Interessant is een reflectie op onze evolutie. Concurrentie is goed als je alleen naar het individu kijkt: de best aangepaste overleeft. Maar kijk je naar de groep, dan gaat het om samenwerken om te overleven en te gedijen. Natuurlijke selectie geeft de voorkeur aan soorten die niet hoeven te concurreren, dus slim is om te stoppen met een behoefte aan iets waar een tekort aan is. Zorg dat je behoefte krijgt aan iets anders. En precies dit gebeurt in de natuur, en heeft geleid tot een enorme biodiversiteit. Schaarste is slechts een cultureel concept. Maar door ons extractief gedrag en overconsumptie zijn we nu onnodige schaarste aan het creëren.
Open plekken innemen
Hoe veranderen we het systeem? Robin vergelijkt het met een al dan niet natuurlijke ‘verstoring’, die bijvoorbeeld een open plek in het bos creëert. Daar kunnen nieuwe soorten groeien. We moeten zorgen voor het veroveren van open plekken op de markteconomie.
Niet haalbaar, zo’n geschenkeconomie? Neem de grootste critici eens mee naar een voedselbos en laat ze een wilde framboos proeven. Dan snappen ze het idee van ‘geschenk’ wel.
Mijn evaluatie van Geschenken van het Krentenboompje
Robin heeft me door het op haar manier verwoorden van bekende feiten weer nieuwe inzichten gegeven. Vooral het verhaal van de jager, en ‘opslaan in de buik van mijn broeder’ vind ik sterk omdat het zo visueel is. Natuurlijk zijn de beschrijvingen van de planten en de natuur wetenschappelijk onderbouwd, dit is haar vakgebied. Voor de economische principes is ze te rade gegaan bij experts op dat gebied, maar niets van wat je hierover leest zal je verbazen. En met de toenemende (kunstmatige!) schaarste van allerlei zaken die altijd ‘geschenk’ waren, zoals schone lucht en zuiver water, wordt het onderwerp steeds relevanter.
Het boek blinkt uit in de beschrijvingen van de planten en de natuur. Lyrisch en poëtisch zou ik het willen noemen, en het brengt herinneringen terug aan bramen plukken. Er staan wat illustraties in het boek die heerlijk nostalgisch zijn. Zo’n knabbelende ree, een minibiebje, een regenbuitje op een plant.
Het betoog is helder: leren van oorspronkelijke bewoners, van gemeenschappen van jager-verzamelaars, van de natuur. En de filosofie van geschenkeconomie toepassen waar het maar kan, op alle ‘open plekken’ die we zien. Het hoeft niet persé schaalbaar te zijn, veel, heel veel kleine initiatieven werken ook.
Mis je iets als je dit boek niet leest? Nee, maar het is zó dun, dat dit de perfect amuse is voor een boek dat je wél moet lezen: Een vlecht van heilig gras.
Ik ben deze week in de ban van vrouwelijk leiderschap en de bijbehorende macht. En daarom las ik ook De Vorstin van Harriet Rubin uit 1997, oorspronkelijk getiteld The Princessa. Machiavelli for Women. Ja, weer een ouder boek: pareltje of papierbak? Tot mijn verbazing vond ik het boek zeker niet gedateerd, soms best nuttig en af en toe zelfs onbedoeld grappig. En dun! Geen pareltje, net geen papierbak, maar wel … provocerend.
Harriet stelt kort gezegd dat we moeten vechten, a la de Vorst, maar ook moeten verbinden met liefde. Niet over ons moeten laten lopen, opkomen voor onszelf, maar ook onze typisch vrouwelijke vermogens gebruiken. Dit uitgangspunt is ook nu nog leidend in boeken over vrouwelijk leiderschap. Nu stelt Harriet het vaak wel wat extreem, ik denk in navolging van Machiavelli, en misschien net zo sarcastisch bedoeld. En daarom vond ik het bij vlagen best leerzaam!
Het zelfhulpboek De Vorstin…
… is dus gebaseerd op Machiavelli’s De Vorst. Dat gaat over een jonge prins uit het geslacht van de Medici’s die niet weet hoe hij zijn ontregelde rijk moet besturen. Machiavelli’s advies is: Vechten! Harriet is onze Machiavella en adviseert ons, vorstinnen, hetzelfde: vechten, het conflict aangaan, óók met je eigen verlangens. Harriet was uitgever bij Doubleday, en verantwoordelijk voor veel managementboeken van beroemde CEO’s. Daar heeft ze veel van geleerd, stelt ze. De Vorstin heeft dan ook andere uitgangspunten dan De Vorst, is minder rechtlijnig. Je moet niet alleen strijder zijn, maar strijder én geliefde, tegelijkertijd. Hoe? Daar heeft ze een aantal manieren voor verzonnen.
Strijden én verbinden
Zoals het verenigen van tegenstellingen, bondgenoten van je tegenstanders maken. Niet de mannelijke manier van macht uitoefenen overnemen, niet ‘de regels’ volgen, maar het spel veranderen.
De hitte van het conflict opvoeren, overwicht krijgen, en dan jezelf (!) als wapen gebruiken. Daar komen we nog op terug. Hierbij hoort haar observatie dat vrouwen meer kansen hebben in het bedrijfsleven als het daar chaos is. Creëer die chaos dus en buit die uit. Mmmmm. Iets als de glass cliff dus, en die zelf maken?
Je leven leiden alsof zegevieren je geboorterecht is. Gebruik je vermogen om te verbinden, om relaties te leggen. Maar onthoud: machtige vrouwen zijn onafhankelijk en mysterieus. Zodra we bevrijd zijn van onze angst, bevrijden we met onze aanwezigheid automatisch anderen.
Macht is niet hetzelfde als gezag en controle. Macht van de onderdrukking leidt tot wraak en haat. Iets behouden kost dan steeds meer moeite en levert steeds minder plezier op. Onderhandelen gaat over herverdelen en levert niets extra’s op. Mensen langdurig aan je verbinden werkt beter. Dat doe je met liefde.
Bij een confrontatie is er een relatie waarbij macht expliciet wordt geuit. Hoe stel je je daarin op? Eerst intensiveer je je gevoelens, je moet het belang van je missie diep voelen. Dan inspireer je anderen, ook je tegenstanders, tot het deelnemen aan jouw doel. Je vindt iets waar jullie beiden baat bij hebben. Vervolgens ontkracht je dominante overtuigingen, erken je het heersende gezag niet. En tenslotte verhinder of vertraag je de tegenstander, je leidt hem af van zijn doel. Stel bijvoorbeeld veel vragen, praat langzaam.
Eten, winnen en je uiterlijk
Een interessant stuk gaat over eten en eetlust, en de tirannie van de man over ons lichaam wat betreft voortplanting, dun zijn, mode, uiterlijk. Beschouw jezelf niet als object! En: eten is belangrijk voor de strijd! Maar dát is dan meer overdrachtelijk bedoeld, je moet jezelf ‘voeden’.
Een ander stuk gaat over winnen. Vrouwen kunnen eigenlijk niet winnen. Mannen willen winnen van jou om niet te verliezen van een vrouw, andere vrouwen concurreren met jou om die ene positie. En jijzelf wilt eigenlijk ook niet winnen omdat je je dan schuldig voelt dat een ander verliest. Daar is een alternatief voor: de beste willen zijn. Zo hoef je een tegenstander niet aan te vallen, je kunt deze juist inspireren. Belangrijk is wel: doe de waarheid geen geweld aan en neem geen wraak. Meer liefde dan vechtlust dus.
En als je dan toch moet vechten, maak van jezelf een wapen. Met je uiterlijk bijvoorbeeld, alles draagt uit wat je bent, zet je persoonlijkheid kracht bij, vertelt een verhaal. Het zijn géén versierselen. Je belangrijkste wapens zijn zaken waarvoor je je onterecht schaamt: tranen bijvoorbeeld tonen hoe belangrijk iets voor je is, maken je toegankelijker. Anderen zijn dan eerlijker tegen je. Ook je borsten zijn een bron van macht, vrouwelijke vormen ontwapenen een tegenstander. Dan de kleuren van je kleding. Wit is ontwapenend, geeft mogelijkheden, een aura van onoverwinnelijkheid. Primaire kleuren stralen zekerheid uit. Pastel en grijs is meer camouflage, onzekerheid. Een onopgemaakt gezicht in een zee van opgemaakte vrouwen kan óók een krachtig wapen zijn. Gebruik je stem: spreek luider, geef bevelen.
Onverschilligheid voor belangrijke zaken
Tenslotte een tegennatuurlijke tip met een intrigerend voorbeeld: zorg dat je de aard van het spel snapt, zodat je belangrijke zaken met onverschilligheid kunt benaderen. Harriet vergelijkt het met een potje tennis: tijdens het spel is de bal het allerbelangrijkst, na het spel is het niets meer waard. Vecht ervoor maar vereenzelvig je niet met die belangrijke dingen. Nou ….
Mijn evaluatie van De Vorstin
De strategieën en tactieken die Harriet voorstelt zijn interessant, soms aansluitend op wat we (inmiddels) zeker doen, en soms een beetje tegen-intuïtief. Echter, ze komt met heel veel voorbeelden uit de (vrouwelijke, soms feministische) historie, die ik niet altijd exact kan mappen met het punt dat ze probeert te maken. De voorbeelden zijn dan ook bijna allemaal anekdotisch, met maar weinig echt wetenschappelijke onderbouwing. Desondanks vind ik wel dat sommige zaken inspiratie bieden voor de keuzes hoe je wilt leiden en hoe je je macht kunt uitoefenen. Hoeveel vrouwen zijn er niet pisnijdig als er tranen komen juist omdát ze pisnijdig zijn. Hoe mooi zou het zijn om daar het voordeel van te zien, en dat te gebruiken. Ook snap ik dat een onopgemaakt gezicht iets uitstraalt: onafhankelijkheid, authenticiteit. En hoe moeilijk het is om dat in de praktijk te brengen, daar is toch wat lef voor nodig, tegenwoordig nog meer dan pakweg 30 jaar geleden.
Over de uitvoering ben ik minder te spreken. De voorbeelden zijn vaak wat gezocht, of onjuist omdat zaken ontbreken. De stijl van schrijven en de woordkeus vind ik ook niet zo prettig, misschien komt dat door de vertaling, of de ouderdom van het boek. De onderwerpen zijn veelal op zichzelf staand, een echt rode lijn in het betoog heb ik niet ontdekt. En de cover, ja, een beetje Dynasty. Wat stralen die hoge hakken en gekruiste benen nu eigenlijk uit? Dominantie? Of, zoals ik laatst in een ander boek las, wiebeligheid en jezelf kleinmaken? Oók interessant om over na te denken.