Managementboek van het Jaar 2024! Dat zegt al genoeg, toch? Ik las Giftig gedoe op de werkplek uit 2023 van Caroline Koetsenruijter en Hans van der Loo met veel belangstelling alsnog. Want ik ben dan wel gepensioneerd, ook in vrijwilligersomgevingen komt giftig gedoe voor. Is dit boek daarvoor ook bruikbaar? Jazeker, de analyses van giftig gedoe en de aanbevelingen om een veilige cultuur te scheppen zijn universeel toepasbaar. Daarbij heeft het heel veel voorbeelden van verschijningsvormen van giftig gedoe, die je waarschijnlijk zó herkent, en tips en tools om te komen tot een veilige omgeving.
Ik schrok van de statistieken die Hans en Caroline presenteren. Weliswaar van 2021, maar vast niet spectaculair gedaald, wat met 2 miljoen (!) mensen die geraakt worden door giftig gedoe wél zo wenselijk is. Maar agressie en discriminatie is evolutionair gezien onderdeel van ons DNA, dus of dat wensdenken zo realistisch is …. Wat wél te veranderen is, is de manier waarop slachtoffers en omstanders ermee omgaan. Niet accepteren, maar aanspreken. Niet jezelf te schuld geven, maar aankaarten. En voor ondernemingen: niet het slachtoffer negeren of als zeurpiet wegzetten, maar serieus nemen en wat doen aan de klacht én de situatie waarin dit heeft kunnen gebeuren. En vooral: voorkomen. Safety By Design.
Het managementboek Giftig gedoe op de werkplek …
…. begint met een flinke lijst van bekende voorbeelden van giftig gedoe. En stelt dat er héél veel giftige werkplekken zijn, die bol staan van heibel, gedonder, geruzie, onwil, weerstand, intimidatie, discriminatie, pesten, corruptie, en/of geweld. Machtsmisbruik, onrust, onduidelijkheid, hoge werkdruk en/of onacceptabele normen en waarden. Kortom: ontoelaatbaar gedrag. Je komt het tegen in allerlei organisaties, van de mediasector (The Voice, DWDD) tot goede doelenstichtingen, van sportclubs (dickpics bij Ajax) tot onze Tweede Kamer (Arib, Van Dijk).
Kenmerken van giftig gedoe
Giftig gedoe klinkt wat algemeen, maar is toch wel definieerbaar. Het heeft 3 kenmerken:
Een kluwen van op elkaar inspelende factoren en actoren. Natuurlijk de interactie tussen de dader en het slachtoffer. Maar ook het gedrag van de volgers en helpers, meelopers en kopieerders. Enablers: zij maken het gedrag, al dan niet bewust, mogelijk.
Zich herhalende, samenhangende patronen.
Agressief gedrag wat destructief werkt.
Giftig gedoe is een massaal probleem
Het doel van het boek is ons anders te laten kijken naar giftig gedoe en ons nieuwe manieren geven om er mee om te gaan. Dat is nodig, want giftig gedoe is een structureel en massaal ervaren probleem. Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2021 van TNO/CBS heeft 13,3% van de werkenden te maken gehad met giftig gedoe als geweld en pesten, en nog eens 7,8% met discriminatie. Dat zijn totaal bijna 2 miljoen (!) medewerkers.
Naast ‘persoonlijke’ schade leidt het tot productiviteitsverlies door verloop, ziekteverzuim, meer fouten en minder creativiteit, minder betrokkenheid en meer wantrouwen. Bijzonder: aan de top komt het nauwelijks voor, bazen zijn dus ook altijd verbaasd als ze ervan horen. En ze komen het meest voor tijdens de bedrijfsfeestjes, met name die van kerst en nieuwjaar. De slachtoffers ervaren giftig gedoe als respectloos, vorm van buitensluiting / discriminatie en onethisch. Ze voelen zich uitgebuit en/of misbruikt. Het gaat dus niet puur om strafbaarheid, maar ook om beleving.
Waar liggen de grenzen, en wie trekt ze?
De termen ongewenst en grensoverschrijdend geven aan dat het om grenzen gaat. Maar wie trekt die, en waar? De sterkere elite trekt ze, de zwakkere slachtoffers trekken ze, de wetgever trekt ze, of we trekken ze in samenspraak. De eerste twee zijn erg subjectief en dat werkt niet. Harde normen dan! De wetgever treedt op bij verkrachting maar zegt niets over bijvoorbeeld pesten; de werkgever moet formeel ‘een veilige omgeving’ bieden, en heeft waarschijnlijk een gedragscode, maar er blijft een grijs gebied. Samen bepalen dan? Ja, maar deze informele grenzen hebben vaak een beperkte houdbaarheid, je moet dus voortdurend in gesprek. (En het boek biedt overzichten met gesprekspunten, hoe handig).
Uitgebreide voorbeelden van giftig gedoe vinden we bij de ‘Destructieve Vijf van giftig gedoe’: Intimidatie, Discriminatie, Pesten, Corruptie en Geweld. De meeste herkende ik uit de krant, maar ook de situatie bij de Amsterdamse brandweer, door Leen Schaap zo treffend beschreven in ‘Brand in Amsterdam’ komt voorbij. ‘Nee Ger’ zal ik niet snel vergeten!
Zit giftig gedrag in ons DNA?
Is giftig gedoe iets van de laatste tijd? Of was het er altijd al? Nou, agressie is een oerdrift, ons gedrag is evolutionair bepaald. Agressie komt voort uit de strijd voor een hoge status in de groep, die gepaard gaat met meer bezit en betere sekspartners. En zo is bij sollicitaties de voorkeur voor jonge mooie vrouwen gebaseerd op het aloude belang van vruchtbaarheid en voortplanting. In de loop der tijd werden mensen meer afhankelijk van elkaar, en dat leidde tot betere omgangsvormen.
Inmiddels lijkt er weer méér sprake te zijn van ‘verhuftering’. Dat heeft meerdere oorzaken:
1. Individualisme. Dat is duidelijk.
2. Informalisering. De omgangsvormen worden losser, ontsporingen worden soms zelfs verheerlijkt. Tot mijn verbazing wordt ‘Hoe word je een rat?’ van Joep Schrijvers, ook een Managementboek van het Jaar, als voorbeeld genomen. Joep zou het rattengedrag aanmoedigen! Ik heb dit boek gelezen als een sarcastische variant van een zelfhulpboek, die met de nodige overdrijving het rattengedrag juist belachelijk maakt.
3. Intensivering. Alles gaat sneller, de druk op mensen neemt toe, lontjes worden korter.
4. Informatisering. Digitalisering en het internet heeft geleid tot anoniem allerlei amorele dingen kunnen zeggen en doen; anderzijds zijn er meer mogelijkheden om giftig gedoe aan de kaak te stellen, denk aan #MeToo op Twitter.
Oorzaken van giftig gedoe
Wat zijn de oorzaken van giftig gedoe? Een narcist als baas, volgers met een ‘corpsballen-cultuur’, wegkijkende omstanders, en dan ook een cluster van andere factoren, zoals te hoge targets, sterke hiërarchie, sterke monitoring en onderdrukking van je medewerkers en misleiden van toezichts-instanties. Het boek vat het samen als MAF: Machtsmisbruik, Acceptatie en giftige Factoren. Het verwijderen van ‘1 rotte appel’ , de ‘dominante leider’, helpt dus niet. De omgevingen waarin die appel floreert spelen een rol: dynamische, onzekere, chaotische omgevingen, denk aan ziekenhuizen, politie, brandweer, maar ook media, sales, advocatuur, etc.
We lezen over veel anekdotes van giftig gedoe, in boeken, in de krant. Elk lijkt weer anders. Maar toch is er een patroon, en dat wordt in de Giftig Gedoe Vergelijking, een wat versimpelde formule, visueel gemaakt. Het bestaat uit Voorgeschiedenis, Actuele Situatie qua Agressie (de Destructieve Vijf), Acceptatie en Steun, en de Aanpak. Daarnaast is er sprake van fasering: fase 1 = maskeren en mond houden, fase 2 = melden en managen, fase 3 = crisis en controle en fase 4: herstel en heling. Die fasen kunnen wat door elkaar lopen. De GGV en de fasen worden gedetailleerd behandeld.
Hoe pak je giftig gedoe aan?
Wat doen we er aan? Ook hier zijn verschillende fasen te onderkennen, treden van de Veiligheidscultuurladder: Ontkenning, Stressreacties (ad hoc maatregelen), Bureaucratisch (meldingsprocedures, meldpunt, vertrouwenspersoon, form over substance), Responsiviteit, en Safety By Design.
De eerste drie zijn natuurlijk geen oplossing. Pas bij Responsiviteit ben je goed bezig, houd je bij alles rekening met de wensen van melders en klagers én met de behoeften van beklaagden. De bureaucratie transformeer je met zachte interventies in leiderschap, gedrag en samenwerking, en harde ingrepen op het gebied van informatievoorziening, normstelling, verlaging van drempels en een flexibel klachtensysteem. Nieuw voor mij: het internationale ILO-conventie C190 verdrag, dat een veilige werkplek erkent als recht voor iedere werkende, met concrete gedragsaanwijzingen hoe dit dan te implementeren. Dat is alvast een goed begin!
Belangrijk bij deze stap is je te realiseren dat klagers niet zozeer willen dat de beklaagde straf krijgt, maar dat zijzelf gehoord worden, hun leed erkend wordt, dat de waarheid boven tafel komt, en vooral dat anderen niet hetzelfde overkomt. Ze willen dat de organisatie ervoor zorgt dat het giftige gedrag stopt.
Hoe doe je dat als organisatie? Het boek onderscheidt 5 stappen: 1. Zorg voor een breed voorportaal, een centraal punt waar de klachten ongestructureerd (mondeling of via de mail) binnenkomen, en waarbij binnen een dag een intakegesprek plaatsvindt. 2. Check bij de bron, hoe gaat het met de medewerker, wat verwacht deze, wat heeft deze nu nodig? 3. Samen vormgeven, zorg dat de klachtenbehandelaar weet wat de wensen van de klager zijn en stel een (variabel) team samen om de klacht te behandelen. 4. Zorg voor opvang en nazorg, want vaak blijft de relatie tussen klager en beklaagde bestaan ná de klachtbehandeling. 5. Leer van klachten, dat komt tegenmoet aan de wens dat ‘anderen niet hetzelfde overkomt’. Heel belangrijk: het proces is net zo belangrijk als de uitkomst.
Safety By Design
Het optimum is dus Safety By Design. Verrassend genoeg is een voorbeeld hiervan te vinden bij Airbnb. In 2017 begonnen zij een project om tot een integere cultuur te komen, met de mens als kern. Het project is beschreven in het boek Intentional Integrity. Het startte met uitvoerige interviews met héél veel personeelsleden, wat 2 inzichten opleverde: iedereen, alle 6000 werknemers, moest bij het project betrokken worden en het verzamelen van inzichten was nooit klaar. Elke twijfelachtige situatie, van roddelen tot fraude, werd (wordt) met een script besproken. De cultuur was er ook naar: alles kon tegen iedereen gezegd worden, er was psychologische veiligheid.
Het project had 6 stappen: interviews, ontwikkelen ethische norm en gedragscode, voortdurende communicatie, makkelijke rapportage van giftig gedoe, consequenties aan giftig gedrag, alert zijn op risico-factoren (zoals de bedrijfsfeestjes). In het boek vind je dit verder uitgewerkt in 7 stappen voor Safety By Design.
Mijn evaluatie van Giftig gedoe op de werkplek
Ik dacht dat ik wel een goed beeld had bij ‘giftig gedoe’ door het nieuws en eigen ervaringen. Dat bleek een misvatting. Ik las voorbeelden waarbij ik dacht; nee toch! De zeer gestructureerde analyse van giftig gedoe gaf ook nieuwe inzichten. Het meest waardevolle vond ik de stappen om tot Safety By Design te komen, met het bepaald verrassende Airbnb als voorbeeld.
De analyse plus de oplossingsrichting is gebaseerd op zeer veel case-studies, zowel uit boeken als uit persoonlijke ervaring. Ook is er wel wetenschappelijke onderbouwing voor. In de literatuurlijst zag ik niet alleen Brand in Amsterdam, Hoe word ik een rat en Intentinal Integrity, maar ook De kracht van kwetsbaarheid, De onbevreesde organisatie, Fantoomgroei, Ons feilbare denken, Building Tribes, Teaming, Dit kan niet waar zijn, Begin met het waarom en nog een flinke lijst andere min of meer relevante boeken die min of meer wetenschappelijk onderbouwd zijn.
We zijn nog niet van het giftige gedoe af, en dat zal wellicht nooit gebeuren. Daarom is en blijft dit boek relevant, hoewel de statistieken en de wetgeving over dit onderwerp ongetwijfeld zullen veranderen. Zoals de CSRD, waarin ook psychologische veiligheid was opgenomen, inmiddels is uitgekleed (pun intended). Gelukkig staan de SDG’s, waarop het gebaseerd was, nog wel fier overeind.
Het boek valt op door de schier eindeloze opsomming van voorbeelden over giftig gedoe, hoe het aan te pakken, en vooral ook, hoe niet. Van andermans fouten kun je leren. Misschien wel wat teveel voorbeelden, want ik vond het lichtelijk deprimerend worden. De meeste voorbeelden zijn bekend (#Metoo), een aantal niet, maar toch zeker wel herkenbaar of voorstelbaar. Er staat een mooie quote aan het begin van het boek: We live in a world where we have to hide to make love, while violence is practiced in broad daylight – John Lennon. Schokkend wel, dat we (fysiek en verbaal) geweld zo ‘gewoon’ vinden. Ook de andere quotes zijn relevant en geven nog meer om over na te denken. Komt het giftige gedoe zelf meestal wel naar buiten, de gebrekkige aanpak van veel klachten krijgt in het nieuws minder aandacht. Ja, als er weer een leidinggevende ontslagen wordt, maar dat is vaak juist géén goede aanpak. Alleen de rotte appel verwijderen is niet genoeg.
De structuur van het boek is duidelijk en prettig, er is een goede rode lijn in te ontdekken, en de opsommingen in stappen of fasen ondersteunen dat. Ik was niet zo gecharmeerd van de GGV, het voegt niks toe en is natuurlijk totaal niet wiskundig. De wens van menig auteur om een ‘eigen model’ te presenteren vind ik wat vermoeiend. Prettig zijn de samenvattingen per hoofdstuk en de gesprekspunten of opdrachten.
Het boek is goed verzorgd, hoewel ik wel wat typo’s vond (in het eBook) en wat rare formulering en spreekwoorden. Naast de GGV staan er geen illustraties in het boek. Redactioneel is het samenvoegen van de stijl van twee verschillende auteurs tot één stijl goed gelukt. Het resultaat is een goed leesbaar boek met uiterst nuttige inzichten.
Mis je wat, als je dit boek niet leest? Nou, het was wél Managementboek van het Jaar, en die zou iedereen toch wel moeten lezen. Vind ik dan.
Over een paar maanden ga ik met pensioen, en ik begon met het opruimen van mijn nette kleding en schoenen, en mijn studieboeken. Dat bleek niet zo makkelijk, ik kon er maar moeilijk afscheid van nemen. Dus ging ik te rade bij opruim-goeroe Marie Kondo, die in 2016Spark Joy schreef, de opvolger van Opgeruimd!, de vertaling van haar bestseller The Life-Changing Magic of Tidying. En? Hielp het? Ja!
Ja, want: als je snel doorbladert bij de hoofdstukjes over hoe je het best je handdoeken en onderbroekjes opvouwt, lees je veel zinnigs. En niet alleen over opruimen, maar over afscheid nemen, prioriteren, beslissingen nemen. Blij worden van wat je al hebt, perfect voor consuminderen. Hoe je je groente-afval het beste kunt bewaren totdat je het weggooit. Dat je relatie met je spullen wat zegt over je relatie met mensen. Over Japanse spiritualiteit. En nog veel meer …..
Het zelfhulpboek Spark Joy …
… is dus de opvolger van Opgeruimd!, wat voornamelijk ging over het nut van opruimen. Als je daar helemaal achter staat maar meer wilt weten over hoe dan, is deze geïllustreerde gids de perfecte handleiding, gebaseerd op de KonMari methode. Deze zorgt ervoor dat je niet halverwege opgeeft omdat de taak té groot is.
Opruimen gaat over wegdoen én slim opbergen, zó dat je het altijd makkelijk terugvindt en makkelijk pakt. Ik geef toe: wegdoen is mijn grootste uitdaging, maar makkelijk terugvinden is ook belangrijk. Toen ik erover nadacht realiseerde ik me hoeveel ik kocht wat ik al had, omdat ik het niet snel kon vinden. Kleine dingen vaak: plakband, tuinhandschoenen. Een wit T-shirt. Zonde. En Marie’s observatie dat door het opruimen je jezelf leert kennen, klopte wat mij betreft ook, en dit inzicht helpt je met allerlei andere beslissingen.
Het proces van opruimen
Maar nu even terug naar het fysiek opruimen van je huis. Hiervoor heeft Marie een zeer gestructureerd proces. Dat begint met een doel, en sterker nog: met het visualiseren van het doel. Teken je ideale interieur, of beschrijf het, desnoods verzamel je foto’s uit tijdschriften. Zó moet het worden.
De volgende stap is écht wegdoen, niet anders opbergen. Je kunt pas bedenken waar je en hoe je dingen wilt opbergen als je weet wat je overhoudt, dan zie je hoeveel bergruimte je nodig hebt. Als je niet begint met weggooien ga je alleen maar piekeren of het wel gaat passen in de kasten.
Het is belangrijk dat je per categorie opruimt, niet per kamer. Want dan ga je verplaatsen. Bovendien heb je dan geen inzicht in hoevéél van iets je eigenlijk hebt. Een hele berg kleding geeft je motivatie! Nu waren mijn boeken al allemaal in de studeerkamer, en de kleding in de slaapkamer, dus dat was makkelijk.
Maar na die 2 categorieën komen nog het papierwerk, de komono (klein spul) en de souvenirs en andere items met emotionele waarde. De volgorde is heel belangrijk, begin vooral niet met die souvenirs, want voor je het weet zit je te lezen en foto’s te kijken en komt er niets meer van opruimen en wegdoen. Nee, begin met kleding, dat is het makkelijkst, en zo oefen je.
Je kleding opruimen
Kleding en andere zaken wegdoen is niet meer dan kiezen wat je wilt houden. En het criterium daarvoor is: word je er blij van? Does it Spark Joy? Belangrijk is dat je het vasthoudt, en dat je er dan echt wat lichamelijks bij voelt: lichtheid, een sprankje opwinding. Nou, dat werkte bij mij maar beperkt. En ook klanten van Marie (ja, zij adviseert en helpt tegen betaling) hebben dat gebrek aan gevoel. Zelfs bij de kledingstukken die je dicht bij je hart draagt (blouses), en waarvan Marie zegt dat die reactie daarom sterker is. Nee, helaas.
Marie heeft dan gelukkig een oefening: kijk naar de berg kleding en haal er de drie items uit waar je het meest blij van wordt. Dat vond ik ook moeilijk (maar 3???), en ik startte met kleuren: blauw staat me goed (kijk, daar word ik dus blij van), zwart is praktisch, wit staat overal bij. De rest, groen, bruin, oranje, ging naar de stapel wegdoen. Dat was een goed begin. Marie stelt terecht dat je met vergelijken altijd een heel eind komt, je maakt altijd wel onderscheid tussen het een en het ander. Blij en niet zo blij.
Nu zijn er ook kledingstukken waar je wél blij van wordt, maar die je nooit meer draagt. Die feestjurk bijvoorbeeld. Maar … waarom wachten op een feest? Trek hem gewoon thuis aan, en kijk blij in de spiegel. Doe eens gek!
Twijfelgevallen opruimen
Soms word je niet blij van iets, maar wegdoen lukt ook niet. Dat komt dan omdat je er óóít blij van werd maar nu niet meer, of omdat je er wel degelijk blij van wordt, maar je merkt het niet, of omdat het gewoon een functioneel item is. Denk aan een contract, of een kledingstuk dat je echt nodig hebt bij speciale gelegenheden zoals een begrafenis, of gereedschap zoals een schroevendraaier. Realiseer je dat je die dingen nodig hebt voor een gelukkiger leven, en geef die items complimenten. Overdrijf het! En dan merk je dat je er alsnog blij van wordt.
Wat je absoluut niet moet doen, is twijfelspullen in een zak stoppen en een paar maanden apart zetten. ‘Als ik ze dan nog niet heb gebruikt … ‘ . Of je houdt het, en legt het op een zichtbare plek zodat je het niet vergeet en je koestert het. Of je doet het weg. Is dat moeilijk, verplaats je dan eens in de spullen in die zak: afgewezen, afgezonderd, na een paar maanden alsnog vernederd als je ze wegdoet. Nee, je moet ze direct wegdoen, maar wel uitbundig bedanken voor bewezen diensten. Ja, dat is een onderdeel van KonMari: alles wat je wegdoet éérst hartelijk bedanken.
Dan al die spulletjes waar je blij van wordt, maar die niet nuttig zijn: een mooie lap stof, een kapot sieraad. Zeker houden! Maar kijk eens of je er toch niet wat mee kunt doen. Ergens neerzetten, ophangen, opprikken, of iets bedekken. Verzamel dingen op een bord of in een mandje. Hang kettingen over je kleerhangers. Leuk de binnenkant van je kast op. Maak kussenhoezen van die mooie stof, of stofhoezen voor je apparaten. Je kunt zelfs kledingstukken van mooie stof vermaken tot hoezen!
Handig opbergen
Zorg dat je spullen van hetzelfde materiaal bij elkaar opruimt: textiel bij textiel, papier bij papier, elektronica bij elektronica. Linnen tassen dus bij je kleding. Schrijfpapier bij je boeken. Enzovoorts. Het ziet er netter uit, en volgens Marie is dat omdat ze ook dezelfde uitstraling hebben: papier is warm, plastic benauwd, elektra ‘penetrant’. Ja, in elk hoofdstuk is de nodige Japanse spiritualiteit te vinden.
Uitstraling is ook belangrijk bij je kledingkast: na een stuk over o.a. het opvouwen van je ondergoed, lees ik een advies ondergoed te sorteren van licht naar donker, zodat het eruitziet ‘als een bonbondoosje’. Daar word je blij van, en het is zó netjes dat je zelfbeeld ervan opkikkert.
Boeken opruimen
Dan de boeken, een hoofdstuk speciaal voor ‘diegenen die denken dat ze geen afstand kunnen doen van hun boeken’. Voor mij dus.
Eerste tip: alles wat je al gelezen hebt, wegdoen. Helemaal mee eens, maar met een ander argument dan dat van Marie. Zij stelt dat je het boek al ervaren hebt, dat gevoel komt een tweede keer niet. En als je het nú niet nog een keer wilt lezen, heb je dat later ook niet. Mijn argument is meer rationeel, want gaat over tijd: ik heb nog zoveel boeken die ik nog niet eerder las, dat ik in mijn resterende levensdagen geen tijd zal hebben voor boeken die ik al ken. Dus …. Maar het blijkt dat dit bij zakelijke boeken makkelijker is dan bij fictie. Ik las ‘In de ban van de ring’ al zeker 3x en de serie staat op me te wachten voor de vierde keer. Dus, ik word er blij van, en ik houd ze.
Tweede tip: half-uitgelezen boeken, weg ermee, zegt Marie. Daar kan ik wat mee, ik ben niet voor niets gestopt met lezen. Ik geef ze nog één kans, en dan gaan ze weg, uit of niet uit. De ruimte die je maakt door boeken weg te doen, geeft ook nieuwe informatie de ruimte om je te bereiken, alweer volgens Marie. Dat klinkt weer wat zweverig, maar wie weet? Verder: sorteer per categorie, en berg ook zo op: kookboeken in de keuken.
Derde tip: kijk eens wat je nu overhoudt, en beoordeel of de titels overeenkomen met de persoon die je wilt worden. Wil je een vrolijk leven leiden, maar zie je veel tragische titels? Oppassen! In Japan zeggen ze dat ‘woorden realiteit maken’, de energie van woorden en boektitels is erg sterk. Als je zó je boeken kiest, zul je merken dat je leven verandert. ‘Waarom we altijd tijd tekort komen’ van Dan Ariely moet er dus uit … en ‘Destructieve emoties’ van Daniel Goleman ook? En alles met ‘Moord’ in de titel? Nou dat ruimt zéker lekker op!
Papieren en poppen
Papieren, daar kunnen we kort over zijn: alles kan weg, is het uitgangspunt. Ook gebruiksaanwijzingen, tegenwoordig is alles op internet te vinden. Cursusmateriaal? Als je het geleerde nu nog niet in praktijk hebt gebracht, komt het er toch niet meer van. Wat je overhoudt gaat in een ‘in behandeling-map’.
Typisch Japans is denk ik hoe met je poppen en knuffels om te gaan. Daar houd je een soort herdenkingsdienst voor, en je bedekt de ogen voordat je ze wegdoet. In die ogen zit de energie, als je ze bedekt met stof of papier worden het gewone objecten en kun je er makkelijker afscheid van nemen.
De keuken opruimen
Bij de keuken draait het om schoonmaken, dus stop je na de sorteerslag álles in je keukenkastjes. Je vuilnisbak moet uit zicht, en je restjes en groenteafval in de vriezer, zodat het niet gaat stinken. Gebruik het servies waar je écht blij van wordt, ook al is dat je ‘feestservies’, zo zonde om dat maar een paar keer per jaar te gebruiken! Doe alle lukraak verzamelde bordjes en kopjes weg.
Opruimen en je relaties
Allemaal leuk en aardig, maar hoe beïnvloedt opruimen nu je relaties met andere mensen? Marie wijt het aan een groter zelfvertrouwen, wat leidt tot meer pro-activiteit. Ook: omdat je echt focust op waar je blij van wordt, ontdek je dat je gelukkig bent. En dat delen met je geliefde is super voor je relatie.
Stoort andermans rommel je? Kijk er niet naar en besteed er geen aandacht aan. Lukt dat niet, pak die rommel dan vast en kijk er goed naar. Misschien ga je het alsnog waarderen! (Ik kan je vertellen, bij de oude kranten op de grond werkte dat niet.) Dit werkt met name goed bij hobby-spullen en verzamelobjecten, begrijp ik dan. Dwing een ander niet tot opruimen, maar probeer de onderliggende waarden te begrijpen. Als je die onvoorwaardelijk kunt accepteren, dan ben je pas klaar met opruimen. En kan het schoonmaken beginnen.
Japanse spiritualiteit
In het nawoord stelt Marie dat orde in je huis, orde in je leven betekent, en ruimte voor de volgende stap. Samen met je geliefde of je gezin opruimen versterkt de onderlinge relatie. Dat komt, zegt Marie, omdat de Japanners al eeuwen hun spullen met speciale aandacht behandelen, ze denken namelijk dat de goden in álles huizen: de zee, het land, het fornuis, elke rijstkorrel. Alles wordt met eerbied behandeld. Tussen 1600 en 1900, in de Edo-periode, was er een recyclingsysteem, waardoor niets verloren ging. (Ik las elders dat de heersers toen hadden besloten alle, vaak slechte, invloeden van buiten af te weren, zodat ze het moesten doen met alles wat ze zelf konden maken en verbouwen.)
Alles heeft een geest, en die bestaat uit 3 facetten: het materiaal, de maker en de gebruiker. Zoals je geraakt kunt worden door de natuur, kun je dat ook door deze ‘essentie van dingen’, je kunt je dierbare spullen echt gaan waarderen. En dat gaat dan weer gepaard met onthaasten. Hoe mooi!
Mijn evaluatie van Spark Joy
Het zal je verbazen hoeveel ik van een opruimboek leerde. De opvouwinstructies zijn meestal common sense, zo doe je het al, en zo deed je moeder het ook al. Toch, het opvouwen en opbergen van de lange broeken bijvoorbeeld, achter elkaar in plaats van op elkaar, zijn wel anders en het proberen waard. Per categorie opruimen is absoluut zinnig, ik schrok van de hoeveelheid dubbel spul. En ik dacht eens goed na over wat ik allemaal bewaard had, soms al jaren. Ik bewaarde de kleding die ik op Curaçao kocht, herinnering aan een mooie tijd. Maar een deel ervan kan zeker wel weg. Ik bewaarde mijn mantelpakjes, omdat ze mij herinnerden aan die leuke banen met veel status. Die kunnen allemaal weg, ik hecht wat teveel aan status, en dat kleurt ook andere beslissingen, daarin heeft Marie zeker gelijk gehad. En in elk hoofdstuk leerde ik wat over de Japanse gewoonten, en vooral de spiritualiteit. Wonderlijk en inspirerend.
Dit boek verwijst niet expliciet naar psychologische inzichten, maar toch is er wel wat uit te halen. Wegdoen is moeilijk, want .. verliesaversie. De focus op houden is dan slim bedacht. En die joy, dat is een stukje buikgevoel, wat vaak toch ook weer gebaseerd is op ervaring en ratio. Dat daar lichamelijke ervaringen bij komen kijken, is wel bekend van emoties. Het is dus toch minder zweverig dan je eerst denkt. Maar natuurlijk is deze hele methode niet expliciet wetenschappelijk onderbouwd. Voor mij werkte het in ieder geval wel. Ik visualiseerde mijn doel: alle dozen op de kledingkasten en onder het bed weg, en geen dubbele rijen meer in de boekenkast. Om te beginnen. Mijn kleding opruimen is aardig gelukt, de boeken is onderhanden werk. En de rest is voor later …
Ik vind het boek ook zeer nuttig om te ondersteunen bij mijn wens om duurzamer te leven. Ik koop zeker minder, omdat ik zag hoeveel ik nog had. Met alles wat ik wegdoe, probeer ik anderen gelukkig te maken: kringloop, minibiebs. Voor de toekomst is het boek ook handig: we zullen toch weer kleiner gaan wonen om iedereen woonruimte te gunnen, en daar hoort goed opruimen bij. En spullen weer echt waarderen in plaats van ‘kopen voor de heb’, is goed voor beperking van ons grondstoffengebruik.
Dat waarderen van je spullen is veelal in spirituele, zweverige termen geschreven, en eerlijk gezegd voelde ik de spark of joy niet zo heel vaak. Soms merkte ik dat ik glimlachte bij een item in mijn handen, maar het hele selectieproces zo uitvoeren, is niet gelukt. Ik bleef rationeel. Desondanks waardeerde ik het boek zeer: het is mooi en met liefde voor spullen geschreven, er blijkt veel passie uit. Veel van de voorbeelden betreffen Japanse klanten, en hun ervaringen zijn toch vaak wat anders dan onze westerse. En soms ook niet, zoals met de feestjurk.
Het boek is erg mooi uitgevoerd, alle opvouwinstructies zijn zeer duidelijk getekend. Roze is de enige steunkleur en wordt in tekeningen, tussenpagina’s en hoofdstuktitels gebruikt. Best mooi.
De methode is zeer gestructureerd uiteengezet, Marie noemt het de encyclopedie, en dat klopt ook wel. Op volgorde van aanpak (eerst kleding, dan boeken, etc), en gesplitst in sorteren en opbergen. Goed te volgen, valkuilen benoemd. Mij motiveerde het om deze aanpak te proberen. Misschien is het voor jou ook wat.
Mis je wat als je het boek niet leest? Nou, nee. Maar als je zenuwachtig wordt van je rommel is het zeker aan te bevelen.
Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe ? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van De tech coup.
Dit is een boek over de impact van digitale disruptie op de democratie, zegt auteur Marietje Schaake over haar De tech coup uit 2024. We hoeven niet te kiezen wie de meeste schade aan de democratie toebrengt: een autocratische leider of Big Tech. Ze versterken elkaar. Technologie kan niet worden tegengehouden, en het kan ons veel brengen. Maar er is wel een goede balans tussen technologie en democratie nodig, en die is er nu niet. Marietje was 10 jaar Europarlementariër en werkte o.a. aan de Europese Digitale Agenda. Als iemand weet hoe de balans te herstellen, is zij het wel.
Booknotes van Marietje Schaake’s De tech coup
Inleiding
Wat zien we gebeuren in de wereld van Big Tech? Dat Big Tech meer macht heeft dan overheden. Dat dit ten koste gaat van de democratie. En dat we door het gebruik van allerlei techniek moreel afglijden. Want: democratische landen verkopen (én onderhouden) monitoring-technologie en -software aan autocratische landen die het gebruiken voor mensenrechtenschendingen. Sterker nog: die (zogenaamd) democratische landen gebruiken het zelf óók, tegen verdachten én tegen leden van de oppositie. Deze technologie draagt niet bij aan de democratie, nergens! Wetgeving rond gebruik loopt achter, de overheden besteden hun toezichtstaken uit aan Big Tech. Musk weigerde Oekraïne van Starlink te voorzien. Biden stelde: de bescherming van de nationale veiligheid en het inlichtingenapparaat is in handen van de private sector.
Voortschrijdende digitalisering zorgt voor een toename van autoritaire praktijken en een grootschalig verval van democratisch bestuur. In het westen hebben we Big Tech hun gang laten gaan. In China daarentegen staan al die technologieën in dienst van de waarden en het politieke systeem van de overheid. China exporteert dit model naar andere landen, zoals Egypte, via de ‘Digitale Zijderoute’.
Overheden krijgen geen inzicht in wat software nu precies doet, dat wordt afgeschermd onder het mom van Intellectuele Eigendom. Marietje vertelt over een ervaring bij Facebook, waar zij en collegae in 2016 namens het Europees Parlement wilden praten over moderatie. Er werd een rondleiding gegeven, en gezellig gesproken over Lean In, het nét gepubliceerde boek van de COO van Facebook, Sheryl Sandberg. Maar met de juristen mochten ze niet spreken, terwijl ze daar natuurlijk voor gekomen waren. De arrogantie! Big Tech denkt boven de wet te staan.
De macht van de tech-bedrijven moet genormaliseerd worden, en Marietje stelt voor inspiratie te halen bij …. de auto, eens óók zo’n disruptief product. We hebben rijbewijzen, veiligheidsvoorschriften, milieu-eisen, duidelijkheid rond verantwoordelijkheid van de producent. Er zijn normen en regels. We doen testen en audits. Waarom kan dit niet voor digitale technologieën? De wereld zal eerlijker, rechtvaardiger en gelijker worden als technologische systemen onder democratisch bestuur vallen.
De code
De digitale wereld is vanaf het begin vrij van toezicht geweest, tech-pioniers wilden de wereld veranderen: niet via politiek maar via hun softwarecode. De grondleggers van Internet, Cerf en Berners-Lee, hadden een ideaal: het internet zou emanciperen en de grote gelijkmaker worden. Voor én door iedereen. Organische groei zonder centrale controle, en gericht tégen de staat. Ze voorzagen de macht en dwang van het huidige Big Tech niet. En jongeren hebben nog steeds dat ideaal, gaan in Silicon Valley werken om het systeem van binnenuit te veranderen, maar ‘worden door de stroom meegesleurd’. De tech-miljardairs van tegenwoordig hebben nog steeds die anti-overheidsopvattingen, maar deze staan nu in dienst van de macht van de grote bedrijven.
De overheid is té afhankelijk van Big Tech om op te treden. Daarvoor is een historische reden. De data-analyse van Big Tech was cruciaal voor Obama’s verkiezingscampagne, en Obama was zó positief over de sector dat hij regulering achterwege liet, hij geloofde in zelfregulering. Dat er toen nauwe banden waren tussen de overheid en Big Tech werd duidelijk in 2013 toen Snowdon een boekje open deed over de massale afluisterpraktijken van de Westerse inlichtingendiensten met behulp van Big Tech. Big Tech reageerde geschokt en vergrootte de afstand tot de overheid door het introduceren van encryptie.
Pas als Big Tech accounts van Trump deactiveert wegens haatzaaien en misinformatie, wil het Witte Huis Big Tech aan banden leggen. Maar Biden is niet echt streng. En wat ook niet helpt is het enorme aantal overheidsmensen in de VS én Europa wat verkast naar Big Tech, waardoor de technische kennis bij de overheid weglekt. Inmiddels is het bijna onmogelijk om de werking en de mogelijke schade van technologie te beoordelen. Hoe wil je dan besturen of toezicht houden?
De stack
Tussen de mailapp op onze telefoon en die van de ontvanger van je mail zit een behoorlijke laag infrastructuur: de stack. Van microchip naar antenne naar GSM-mast of router naar glasvezelkabels naar datacenter, en weer naar kabels etc. Over onze afhankelijkheid van de microchips, de kabels en de datacenters gaat dit hoofdstuk.
Wat betreft de microchips, er zijn maar een paar bedrijven die ze produceren, want er zijn enorm veel geld en goed geschoolde werknemers nodig. China gebruikt 60% van de wereldwijde productie, en moet alles bij buitenlandse partijen kopen. Daardoor staan microchips in het middelpunt van de huidige geo-politieke strijd. Dat geldt ook voor de VS en Europa. De grootste productie (90%) vindt plaats in Taiwan. Maar voor die productie zijn aardmetalen nodig en daarvan heeft China het monopolie. En voor de lithografiemachines die ook voor de productie nodig zijn, heeft de EU ASML.
Dan de kabels. Daar kunnen we kort over zijn: het gaat om spionage, ondermijning, controle-overname, vernieling, en het politieke belang van de eigenaren van die kabels. Want voor zo’n 66% zijn de kabels eigendom van Big Tech. Zijn zij voorbereid op grootschalige aanvallen?
Steeds meer data, meer cryptomining en steeds meer AI leidt tot steeds meer datacenters. Die slurpen energie (2% van het wereldwijde verbruik) en verbruiken veel water. Daartegenover staat maar een beperkte creatie van banen. Maar de onderhandelingsmacht van de eigenaar, die vaak niet bekend gemaakt wordt, is vele malen groter dan die van het part-time bestuur van een gemeente zoals Zeewolde. De ‘clouds’ die erop draaien zijn in private handen, wel 60% in die van Amazon, Microsoft en Google. De afhankelijkheden zijn dus groot, de kans op stroomstoringen ook buiten de datacenters heel groot, de milieueffecten aanzienlijk en het toezicht beperkt.
Alles wordt een wapen
We sluiten allerlei slimme apparaten op het internet aan, en de cyberrisico’s vliegen omhoog. Als klein bedrijfje of lokale overheid is het moeilijk je te verdedigen tegen staatsgesteunde hackers. En laten we eerlijk zijn: alles wat gedigitaliseerd is, kan tot wapen worden gemaakt. Bedrijven die digitale infrastructuur aanleggen en overheden die dat gebruiken wijzen naar elkaar als het gaat om de verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid. Natuurlijk kunnen bedrijven misbruik maken van hun positie, denk aan Huawei, die zich met lage prijzen in het KPN netwerk frummelde en mobiele nummers aftapte. Alle gevoelige info van onze overheid toegankelijk voor China! Daarbij komt dat het heel moeilijk is om te beoordelen of alle inbreuken en lekken door Big Tech bekendgemaakt worden, of er preventief genoeg gedaan was aan veiligheid, en wie de schuldigen zijn.
Cyberveiligheid is een bedrijfsmodel geworden: black hat hackers (de ‘schurken’) verhuren zich aan wie er maar wil betalen, ook overheden die hun activiteiten onder de pet willen houden. Bedrijven maken winst door het verkopen van hun producten en mensen, maar de schade door falen komt ten laste van de samenleving. Gedragscodes, zoals het bekendmaken van kwetsbaarheden, zouden wettelijk vastgelegde regels moeten worden. En geen lappendeken van regeltjes, maar een duidelijke verantwoordingsstructuur.
Het einde van het publieke belang
Een aantal kerntaken van de overheid is in handen gekomen van Big Tech. Denk aan monetair beleid versus cryptovaluta, grondrechten van de burgers versus gezichtsherkenning-software en nationale veiligheid versus data-integratie.
Door cryptovaluta is er een alternatief financieel systeem ontstaan wat buiten bereik is van overheidstoezicht. Maar veel overheden omarmen crypto: Dubai, El Salvador, Argentinië. Niet toevallig landen met autocratische leiders. En laten we niet vergeten dat criminelen en terroristen een voorkeur hebben voor cryptovaluta, en dat oplichting héél makkelijk is. O ja, het losgeld bij een ransomware-aanval is óók crypto. Veel mensen belegden hun spaargeld erin, de crash van 2022 kwam voor hen hard aan. Ook FTX, de marktplaats voor cryptovaluta, crashte, doordat het bedrijf grote leningen had verstrekt aan een cryptohandelaar. Toen er een bankrun kwam, bleek FTX zijn klanten niet te kunnen terugbetalen. Hoe is FTX’ frauduleuze beheer van fondsen zo lang onopgemerkt én onbestraft gebleven? Omdat men dacht dat regulering innovatie zou smoren. En ook omdat de eigenaar van FTX veel campagnebijdragen aan politici deed ….
Het publiek belang is niet gediend met private cryptovaluta: de waarde wordt niet gegarandeerd door bijvoorbeeld het depositogarantiestelsel. Crypto-mining is bijzonder slecht voor het milieu. Overheden kunnen er wel wat tegen doen. Helemaal verbieden, zoals China. Zelf een cryptomunt uitgeven, mét garanties, zoals de CBDC.
Dan gezichtsherkenning-software. Het bedrijf Clearview scrapete 30 miljard afbeeldingen van het internet. Er is nu eenmaal weinig regelgeving rondom biometrische data, en hoewel social media deze praktijken in hun gebruikersvoorwaarden hadden verboden, hebben ze het niet kunnen voorkomen. Die database van 30 miljard foto’s werd verkocht aan politie en justitie en 2000 (!) handhavingsinstanties in de VS. Of er werden proefversies verstrekt. Wetshandhaving leunt nu óók al op Big Tech. En gezichtsherkenningssoftware maakt veel matchingfouten: tot 34% bij vrouwen van kleur! Dat heeft gevolgen, je zit zomaar onterecht in de gevangenis. Ook in Nederland: Kirsten Verdel, wie kent haar niet, werd na zo’n matchingfout onterecht beschuldigd van deelname aan een demonstratie op Schiphol. Moeten we zulke onbetrouwbare en privacy-schendende software wel gebruiken?
Palantir is een grote naam als het gaat om data-integratie, het ontvangt data van veel verschillende instanties en analyseert en combineert deze tot bruikbare inzichten. Een bekende afnemer van die ‘inzichten’ is ICE, die hiermee immigranten zonder papieren opspoort. O ja, software van Palantir is ook gebruikt bij de jacht op Osama bin Laden. Maar ook de EU koopt bij Palantir, voor Europol en diverse ministeries van Volksgezondheid. Veel contracten kennen geen aanbesteding, er is geen transparantie en geen toezicht op het ontstaan van die ‘inzichten’. Overheden hebben de mensen en de kennis niet (meer) om zelf dergelijke innovaties te ontwikkelen. En zo verliest de burger zijn rechten.
Technologie aan de frontlinie
Navalny, de Russische oppositieleider, streed tegen corruptie en werd gevangen gezet en vermoord. Hij probeerde de Russen te bereiken met documentaires via YouTube, en met een app die als een soort stemwijzer functioneerde. Poetin dwong Apple en Google de app te verwijderen (wegens ‘terrorisme’), onder dreiging hun werknemers in Rusland persoonlijk verantwoordelijk te houden. Honderd lokale werknemers waren uiteindelijk belangrijker dan de belangen van >100 miljoen kiezers, en de app verdween. Wist je dat autocratische regeringen vaker buitenlandse bedrijven dwingen om medewerkers in het land te hebben, juist om deze te kunnen gijzelen? Techbedrijven staan in de frontlinie van de democratie, en geeft ze dus veel macht over de wereldpolitiek.
Dan Kenia. Bij de verkiezingen in 2007 werd door beide kanten de uitslag betwist. Het leidde tot massaal geweld en een kwart miljoen ontheemde mensen. De onrust bleef tot de verkiezingen in 2017, die moesten dus boven elke twijfel verheven zijn. Marietje was er als waarnemer bij. Dit keer moest digitale technologie elk vermoeden van fraude uitbannen, en Kenia gaf er een half miljard dollar aan uit. Het Franse Safran won de aanbesteding. Verontrustend, het was eerder veroordeeld voor omkoping in Nigeria. En het bleek dit keer onvoldoende aandacht voor de veiligheid van de biometrische data te hebben. Op de dag van de verkiezingen stonden 20 miljoen Kenianen in de rij om te stemmen. Maar: de tablets deden het niet, er was geen stroom, de mobiele netwerken raakten overbelast en men ging (weer) papier gebruiken. En er werd weer ‘fraude’ geroepen. De servers van Safran mochten niet geaudit worden. En omdat het hele proces dus niet transparant was en niet controleerbaar, werden de verkiezingen nietig verklaard. Een half jaar later moest er opnieuw gestemd worden. De opkomst was maar de helft van de eerste verkiezing, de geloofwaardigheid was weg, de oppositie trok zich terug. Leerpunt: waarnemers kunnen bij digitalisering nauwelijks hun werk doen als het proces zich in ‘zwarte dozen’ bevindt.
En dan de levering van Starlink aan Oekraïne, nadat Rusland de telecom-infrastructuur had vernietigd. Dat ging goed, totdat Musk daar toch geld voor wilde zien. De VS betaalde het. Andere bedrijven uit de VS voorzien in drones of satellieten, gezichtsherkenning of bescherming tegen malware. Tenminste, nu wel, maar blijft dat zo? Wat zegt dat over de soevereiniteit van Oekraïne? Plus: ze kijken commercieel naar het conflict. Rusland is niet interessant voor ze. Maar China wel …. Opeens hebben aandeelhouders het voor het zeggen in internationale betrekkingen. En oorlogsrecht is niet van toepassing op buitenlandse bedrijven, het handvest van de VN is niet door Big Tech ondertekend.
Cyberoorlog valt niet onder de reguliere definitie van oorlog. Bedrijven kunnen staat-gesponsorde malware verwijderen. Gebeurt dat dan in opdracht van de eigen overheid? En kunnen bedrijven zo’n opdracht weigeren? En bedrijven kunnen wel naar staten als Rusland en China wijzen bij cyberaanvallen en spionage (commerciële attributie), ze kunnen niets doen om de daders te straffen, dat kan alleen een overheidsinstantie (publieke attributie). Echter, de politieke wil daarvoor ontbreekt vaak en verantwoordingsmechanismen voor cyberspace ook. Want een overheidsinstantie kan ook een soort cyberaanval uitvoeren als verdediging in de digitale wereld, en men ziet zich daarin liever niet beperkt. Zo doet de VS in Oekraïne fysiek niet mee aan de oorlog (geen boots on the ground) maar wat betreft cyberaanvallen wél. Maar is het wenselijk dat staten, inclusief democratische staten, niet ter verantwoording geroepen kunnen worden? Willen we dat cyberspace een wetteloze, gevaarlijke plek wordt? Willen we dat de soevereine macht van staten steeds verder uitgehold wordt?
De framers
Cambridge Analytica was cruciaal bij de overwinning van Trump in 2016, via Facebook werden de gegevens van 50 miljoen mensen geanalyseerd en via mailings werden verschillende soorten boodschappen naar verschillende soorten mensen gestuurd. De verhoren bij de Senaat en het Europees Parlement waren niet zo effectief als ze hadden kunnen zijn, maar wierpen wel de schaduw van regelgeving voor mondiale tech-bedrijven vooruit. Daar kwamen de tech-bedrijven tegen in het geweer.
Ze gebruikten taal om zichzelf als helden te framen en wetgevende instanties als boosdoeners. Ten eerste hadden ze het over ‘het internet (niet: Big Tech) reguleren, alsof beperkingen voor een handjevol tech-bedrijven het populaire internet onherstelbare schade zou toebrengen. Ten tweede beweerden ze dat regulering innovatie de nek omdraait. In werkelijkheid stimuleert regulering juist innovatie omdat men gedwongen wordt betere alternatieven te zoeken. Maar het publiek gelooft de beide frames.
De tweede verdedigingslinie was zelfregulering. Facebook wilde wel een Toezichtsraad opzetten voor contentmoderatie, met onafhankelijke, bekende experts. Marietje wordt gepolst voor deze Raad, maar ontdekt dat het mandaat minimaal is, het zou alleen over het verwijderen van content gaan, verder niets. Meer een adviesorgaan voor PR doeleinden dus. Ze zegt nee. Bij andere platforms, TikTok en X, speelt iets vergelijkbaars. Ze wordt wél lid van de werkelijk onafhankelijke Real Facebook Oversight Board (RFOB) die in 2023 voor het laatst in het nieuws kwam met kritiek op het re-platforming van Donald Trump.
Big Tech ging ook flink lobbyen om regelgeving tegen te houden. De lobby heeft in het algemeen 3 doelen: wetgeving tegen te houden, contracten binnen te halen, imago te verbeteren. Aan het lobbyen worden miljoenen besteed, maar het levert gewoon nóg meer op. Microsoft beheerst het tot in de perfectie.
Over contentmoderatie, de antwoorden van AI in het algemeen en bots in het bijzonder worden óók gemodereerd. Maar het tempo en de schaal liggen zó enorm hoog, is moderatie wel mogelijk? En wat zijn de gevolgen als fouten niet gecorrigeerd worden en op internet blijven rondzwerven? BlenderBot3 beweerde dat ‘sommige regeringen en twee internationale organisaties Maria Renske Schaake een terrorist noemen’. Marietje kwam niet achter de bron voor dit antwoord.
De ‘AI-wapenwedloop’ zorgt voor de lancering van niet geteste updates. Die wapenwedloop geldt niet alleen voor de onderlinge concurrentie van de 4 Amerikaanse bedrijven maar ook ten opzichte van China. China vóór zijn, is nu het frame. In de toekomst zullen AI-systemen bepalen welke doelen door een drone geraakt moeten worden, wie wel of niet een vaccin krijgt, etc. Wie houdt daar toezicht op? En kunnen we er bezwaar tegen maken? Grappig genoeg ziet Big Tech dat hun systemen ontwrichting in de samenleving kunnen veroorzaken, en vragen nu pro-actief om toezicht. Ja, ze willen de verantwoordelijkheid kunnen afschuiven als het misgaat. En OpenAI pleitte voor een licentie-systeem voor AI bedrijven. Slim, want zo kan de sector nieuwe spelers buiten de deur houden. En tegelijkertijd is de sector zeer tégen de regulering vanuit de EU. Ze willen de regulering volledig naar hun hand kunnen zetten.
Soevereiniteit terugwinnen
In 2019 kwam het initiatief voor een Europese cloud: Gaia-X, een poging om Europese soevereiniteit te creëren, zonder de achterdeurtjes van Amerikaanse en Chinese producten. Maar Amazon, Google en Microsoft zijn lid van Gaia-X, omdat inmiddels integratie en gedeelde cloud-standaarden wenselijk zijn. Europese cloud-bouwers zijn hiermee natuurlijk niet geholpen.
De EU loopt wel voor qua regulering. In 2016 de AVG, die tot een stortvloed van lobbyactiviteiten van Big Tech leidde. Desondanks hebben vele landen regelgeving aangenomen die gemodelleerd was naar de AVG. Een probleem is de beperkte capaciteit voor handhaving, zeker in vergelijking met de budgetten van Big Tech. Nieuwer is de zogenaamde AI-Act, die in 2024 is goedgekeurd en gefaseerd in werking treedt. Hopelijk wordt die ook overgenomen door de rest van de wereld. Dit moet echter samengaan met minder uitbesteding van overheidstaken naar Big Tech.
Tegelijkertijd loopt er in de VS een andere discussie: meer focus op nationale veiligheid dan op de privacy van de burger. Democraten en Republikeinen zijn eensgezind in hun angst voor China’s gooi naar technologisch leiderschap, denk aan het TikTok-verbod. Een mix van de Amerikaanse en Europese aanpak zou ideaal zijn: nationale veiligheid én burgerlijke vrijheden.
In China heerst digitale repressie. De Oeigoeren worden gebruikt als testcase voor data-collectie: ook emoties, en zelfs de poriën van de huid worden gemonitord. De VS wilde zich daarom ontkoppelen van Chinese technologie, maar de tech-bedrijven zien daar niets in: in China hebben ze een miljard potentiële klanten. Daarnaast is Big Tech afhankelijk van zeldzame aardmetalen en goedkope arbeid in China. China’s strategie inzake digitale technieken is ontwikkelen, zoals met telecom, en aan zich binden, kijk maar naar Afrika. China levert aan veel regeringen in Afrika spionagetechnologie die gebruikt wordt voor onderdrukking, en krijgt in ruil daarvoor toegang tot zeldzame grondstoffen en energie. En bij belangrijke stemmingen in bijvoorbeeld de VN, kan China rekenen op de steun van veel Afrikaanse regeringen. Dit is de voorbode van grote geopolitieke verschuivingen die een bedreiging vormen voor de liberale democratische orde.
India tenslotte doet iets vergelijkbaars als China, veel in eigen land ontwikkelen, overheidscensuur op content, monitoring voor repressiedoeleinden. De cultuur is wat anders, maar het resultaat hetzelfde.
Autoritaire regimes winnen aan kracht door gebruik van de digitale technieken. En Big Tech? Die zijn alleen geïnteresseerd in markttoegang, en daar maken ze democratische beginselen of mensenrechten ondergeschikt aan.
Het publieke belang eerst
De AI-wetgeving in de EU is risk-based, het focust op de effecten van AI, niet op de techniek, die toch steeds verandert. Classificatie in risico’s is echter lastig voor generatieve AI, die zaken produceert die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. Misleiding is dus een risico. Nepporno zorgt voor trauma’s. Het vertrouwen in het nieuws daalt. De EU wetgevers probeerden het in de Act te verwerken, wat leidde tot een fel debat, en ook het grootste probleem van tech-regulering liet zien: je loopt als wetgever altijd achter de feiten aan. De AI-wet richt zich dan ook niet op de tech-bedrijven, hun buitensporige hoeveelheid middelen, data en rekenkracht, niet op marktdynamiek, niet op systeemrisico’s. En ook niet op wat te doen als de tech-bedrijven de wetten trotseren.
Het is dus nodig om de wetgeving te richten op de macht van die bedrijven, te zorgen dat de democratie het kader is waarbinnen technologieën worden ontwikkeld en gebruikt. De tech coup, de machtsovername van de tech-bedrijven, moet teruggedraaid worden. Marietje heeft een aantal voorstellen daarvoor.
1. Zo is daar het voorzorgsbeginsel. De huidige toepassingen kunnen geloofwaardig nepnieuws produceren, discrimineren, cyberdreiging verergeren, en transparant toezicht belemmeren. Ze zijn niet beoordeeld op het voldoen aan bestaande wet- en regelgeving. Natuurlijk is het beter om problemen te voorkomen, en niet te wachten tot de schade is aangericht. Sommige problemen zie je niet aankomen: chips voor broodroosters die in Iraanse drones in Oekraïne worden gebruikt. En sommige wel: het gebruik van spyware wat direct resulteert in inbreuk op de privacy van mensen. Gelukkig hebben we al voorbeelden hoe we dit kunnen aanvliegen, bijvoorbeeld rond genetisch gemodificeerde gewassen. Het voorzorgprincipe wordt (natuurlijk) gesaboteerd door de tech-bedrijven: ze brengen nieuwe producten zo snel mogelijk op de markt, faciliteren nauwelijks onafhankelijke beoordelingen, en hebben zelf onderzoekers op de loonlijst staan die positieve beoordelingen produceren. Wat we nodig hebben is iets als de klinische experimenten in de geneeskunde, onafhankelijk multidisciplinair onderzoek en vooral ook: financiering ervoor.
2. Dan de technologieën die al aantoonbaar antidemocratisch zijn: spyware, (persoonlijke) datahandel, gezichtsherkenning, cryptovaluta. In handen van democratische overheden zijn sommige technologieën (in sommige gevallen) toegestaan, denk aan gezichtsherkenning bij grensovergangen, maar gebruik door bedrijven moet aan banden gelegd worden. Bij cryptovaluta kun je aan licenties met toezicht denken.
3. Transparantie is de derde maatregel. Het moet bekend zijn wie er achter datacenters zitten, wanneer AI is/wordt gebruikt (label) of juist niet (watermerk), bekendmaking wie investeerders en financiers van bedrijven zijn, publicatie van milieu-effecten van ontwikkeling en gebruik, verantwoordingsplicht van de overheid (en het nakomen van WOO-verzoeken) met name bij uitbesteding van overheidstaken aan bedrijven, en tenslotte het beperken van het recht op geheimhouding in verband met intellectueel eigendom.
4. Ook is er: ‘het goede voorbeeld geven’. Overheden kunnen hun inkoopmacht gebruiken om ‘goede’ technologieën te stimuleren, alleen met ethische partijen zaken te doen, en bij aanbestedingen effectieve (dat wil zeggen niet-verouderde) standaarden op te leggen, denk aan Zero Trust en Privacy by design. Contracten zouden gestandaardiseerd moeten worden qua verantwoordelijkheden, rapportages en toezicht. Kleinere overheden hebben zo een betere onderhandelingspositie.
5. En dan het vergroten van de kennis bij de overheid: niet alleen experts op het gebied van recht en financiën, maar ook technologie-experts binnenhalen voor input in het wetgevingsproces.
6. Bedrijven die ‘too big to fail’ zijn, de 4 grote platforms, zouden aan extra eisen moeten voldoen, net zoals de grote banken extra eisen hebben qua liquiditeit etc. De platforms hebben dan eisen rond extra toezicht en audits, op algoritmen, privacy en beveiliging. Dit is in de Digital Services Act deels opgenomen.
7. Voor cyberincidenten zou er een arbitragehof kunnen worden opgetuigd, die onderzoekt en bepaalt wie er voor een cyberaanval verantwoordelijk is. Hierbij is het ook nodig om definities en normen te hebben voor beveiliging en regelgeving van grensoverschrijdende publieke ruimten, denk aan de zeekabels en de satellieten.
8. Gelijkgestemde landen moeten samenwerken: een gezamenlijke missie, uitvoering en handhaving. Voorbeelden zijn de Declaration for the Future of the Internet en de AI Advisory Body van de VN. Veel wordt gedragen door de G7 en de G20. Maar daar knelt het: het Mondiale Zuiden valt er buiten, en China zal zich er niet naar voegen. In dit kader is het ontwikkelen van een ‘publieke stack’ van belang. Momenteel zijn veel overheidsinstanties, inclusief universiteiten, afhankelijk van hun IT-leverancier: er is ‘vendor lock-in’. Dit levert nationale veiligheidsrisico’s op.
9. Het ontwikkelen van wetgeving en handhaving moet op de schop. Er wordt te weinig gehandhaafd, deels door gebrek aan capaciteit, deels door te nauw mandaat. Meer personeel, geld en mandaat is nodig, met wetten die principle-based zijn, en sancties die overtuigend zijn.
Conclusie
De buitensporige macht van tech-bedrijven heeft invloed op mensen, markten, bestuur, veiligheid en geopolitiek. Nergens is de democratie erop vooruit gegaan, maar het autocratische model is er juist door opgebloeid. Techbedrijven zijn tussenpersonen geworden in diplomatie, ontwikkeling en democratie, en onderweg hebben ze historische winsten geboekt. Dat is niet goed. Deze tech coup moet worden teruggedraaid.
Innovaties in technologie hebben veel goeds gebracht. Maar de menselijke maat en gemeenschapszin van populaire technologieën worden verdrukt door honger naar omzet en winst. De macht is van democratische instellingen verlegd naar bedrijven, en het risico van tirannie van die bedrijven is reëel. De leiders van de tech-bedrijven hebben niet het mandaat en zeker niet het morele besef om zo’n groot deel van onze samenleving te sturen. De tech-coup heeft het sociale contract tussen de staat en haar burgers herschreven.
Zodra beleidsmakers deze problemen onder ogen zien, kunnen ze ingrijpen, ze zijn er toe in staat en hebben de mogelijkheden ervoor. AI, maar ook ontwikkelingen in kwantum-, bio-, en neurotechnologie kunnen een bepalende invloed hebben op ons bestaan, het zelfs kunnen uitroeien … Daarom is er geen tijd te verliezen. Maar we verliezen onszelf in kleinzielig politiek gekibbel. We moeten debatteren over de juiste plaats van technologieën in onze samenleving, en dan de juiste leiders kiezen, zij die het algemeen belang dienen.
‘Pas als burgers de macht weer hebben, zal de tech-coup voorgoed ten einde zijn.’
Mijn mening over De tech coup?
Wat ik van dit boek vond, lees je later in mijn recensie.
Roxane van Iperen hield een voordracht bij de herdenkingsbijeenkomst 4 mei 2021; Daan Rovers schreef een essay voor 5 mei 2021, beiden in opdracht van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Beide stukken zijn gebundeld in een klein boekje: de Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 met Stemmen uit het diepe en Het fundament van vrijheid. Ik las het op 7 oktober 2025, 2 jaar na de aanval van Hamas op Israëlische burgers, en na 2 jaar onafgebroken oorlog in Gaza met een potentieel vredesakkoord in de coulissen.
Er zitten interessante filosofische punten ter overdenking in beide stukken. Over de waarheid niet willen weten, en over de pijlers van vrijheid. Over dingen goedpraten, en vrijheid van meningsuiting.
Het maatschappelijke boekje Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 …
… is onderdeel van een serie, elk jaar komt er zo’n boekje uit. En elk jaar zijn er weer andere schrijvers. In het jaar 2021 waren dat een van mijn favoriete auteurs: Roxane van Iperen, en een voor mij onbekende ‘denkster’: Daan Rovers.
Stemmen uit het diepe
Roxane gaat in op het volhouden van ons niet-weten, het niet willen luisteren naar álle stemmen. Ze wijst ons erop dat de Nederlandse joden volledig geïntegreerd waren: ze spraken de taal, leefden al eeuwen tussen ons. En tóch werd 75% van hen vermoord. Ze waren tóch inferieur. In Duitsland werden 200.000 ouderen, zieken en mensen met een beperking vermoord, want ‘nutteloze eters’. Het Duitse volk protesteerde niet. In Apeldoorn werd het Apeldoornse Bosch, een Joodse instelling voor psychiatrische patiënten, ontruimd, 1250 mensen. In Apeldoorn werd er nooit over gesproken. Wist u het? ‘Nee, ik niet. Nee’.
We willen domweg niet alle stemmen horen, die vertellen ons misschien iets wat we niet willen weten. In Roxane’s huis (’t Hooge Nest) zaten ooit onderduikers, en zij vraagt mensen of ze iets over die tijd weten, over onderduikers, treinen naar vernietigingskampen, NSB-ers. ‘Nee, ik niet. Nee.’
Pas na publicatie van haar boek komen de verhalen los, van mensen die het meegemaakt hebben, maar erover zwegen. We kunnen niet leven in een mythe van ‘weerbaar volk’, we moeten weten hoe het écht was. Het verzet was zeker geen nationaal verzet, ons zelfbeeld is vals. We waren zwijgende omstanders. Het is (nog steeds?) te pijnlijk om dieper te gaan.
Het fundament van vrijheid
Daan bespreekt de inperking van vrijheden die de coronacrisis met zich meebrengt (2021, weet je nog wel). We vinden ‘vrijheid’ een belangrijke waarde. Keuzevrijheid, bewegingsvrijheid, vrijheid van meningsuiting. Spinoza roemt in de 17-de eeuw ons staatsbestel: hoe verschillend de burgers ook zijn qua mening, religie, gebruiken, ze worden allemaal gelijk behandeld. Jouw vrijheid mag niet ten koste gaan van de vrijheid van en ander.
Tijdens de coronacrisis werd de bewegingsvrijheid beperkt, maar de vrijheid van meningsuiting niet. Dat is het verschil met een bezetting, zoals in de Tweede Wereldoorlog. Maar het toont aan dat vrijheid kwetsbaar is. De fundamenten van de vrije samenleving, zoals onafhankelijke rechtsspraak en principiële gelijkheid moeten we blijven beschermen en versterken.
Mijn evaluatie van Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021
In een half uurtje een aantal punten voor urenlange overdenking aangereikt krijgen, wie wil dit nu niet?
Ik gaf het, wegens de geringe omvang, geen rating.
Menno Lanting kennen we van zijn vele boeken over IT, AI, digitalisering. Zonder uitzondering uitstekend geschreven, met veel voorbeelden, gericht op nieuwe ontwikkelingen en ruim baan voor de menselijke aspecten. De bestedeling uit 2025 is een heel ander boek, zowel qua onderwerp, ‘kinderveilingen’, qua richting, namelijk terugkijkend, als qua schrijfstijl. Het resultaat is een boek dat zowel boeiend als saai is. Ja, dat kan dus …
Een bestedeling is iemand, vaak een kind, die niet meer verzorgd wordt en zo ten laste van de overheid komt. Het gaat naar een weeshuis, of wordt ‘uitbesteed’ aan een gezin dat een vergoeding voor kost en inwoning ontvangt. Het gezin dat het laagst biedt om deze zorgtaak uit te voeren, krijgt het kind. Vandaar kinderveilingen. Zo’n gezin deed hier soms aan mee uit sociale overwegingen, maar veel vaker om er geld aan te verdienen. Verwaarlozing en uitbuiting waren dus geen uitzondering. Daarover lezen was bepaald schokkend.
Het geschiedenisboek De bestedeling …
… heeft als uitgangspunt het leven van Menno’s overgrootmoeder, Geesken Staal, die in 1877 binnen enkele dagen zowel haar vader als haar moeder verloor. Ze was nog maar 5 jaar. Binnen de familie van Menno is maar weinig bekend over het leven van Geesken: er zijn vrijwel geen foto’s of brieven bewaard gebleven en Geesken sprak met haar gezin nooit over haar jeugd. Er was een gerucht dat ze in een kindertehuis in Deventer had gezeten. Geesken overleed op haar 45-ste in het kraambed. Menno wil wat meer weten over zijn overgrootmoeder en gaat op onderzoek uit, beginnend bij het Stadsarchief van Deventer.
Daar weet hij de hand te leggen op een flinke stapel documenten over zijn overgrootmoeder, en haar 5 broers en zusters. Nadat de ouders, Lodewijk en Hendrika, zijn overleden, komt de rest van de familie bij elkaar bij het kantongerecht om de voogdij te regelen. Er zijn twee ooms en twee opa’s bij. Niemand wil de kinderen in huis hebben. De ooms waren beiden ongetrouwd, de opa’s behoorlijk oud, waarschijnlijk was dat de reden. De voogdij wordt wél geregeld: een opa is voogd en een oom toeziend voogd. Er is geen geld, de kinderen hebben niets anders dan de kleren die ze dan dragen. Het stadsbestuur van Deventer besluit dat de kinderen naar het kindertehuis gaan. Maar …. daar blijven ze niet.
Geesken’s uitbesteding
Tot Menno’s verbazing vindt hij ‘uitbestedingsformulieren’ in de stapel papier. Na lang zoeken ontdekt hij dat de kinderen zijn uitbesteed aan diverse boerenfamilies in de Achterhoek. Ze bleven niet bij elkaar, maar gingen naar verschillende pleeggezinnen. En ze waren dat jaar de enigen niet: van de 30.000 weeskinderen zaten er maar 10.000 in een weeshuis, de rest was uitbesteed. Dat waren bestedelingen. Ze werden behandeld als goedkope arbeidskrachten, kregen nét genoeg te eten en nauwelijks nieuwe kleding. Ze waren verkocht als handelswaar (ik zou het zelf slaven noemen…).
Menno besluit het fenomeen bestedeling verder te onderzoeken.
Dat begint met de lokale omstandigheden in 1877: aan het eind van de 19-de eeuw heersten er veel besmettelijke ziekten: cholera, tyfus, pokken, tbc. Lodewijk en Hendrika zijn waarschijnlijk aan tyfus overleden. In zo’n geval wordt er alles gedaan om verdere verspreiding te voorkomen: alle persoonlijke spullen worden verbrand, het huis ontsmet, hele wijken afgesloten. Lodewijk en Hendrika werden in afzonderlijke, algemene graven begraven, zonder grafsteen. Die graven zijn er niet meer, ze zijn al na 10 jaar geruimd.
De 6 kinderen Staal zijn redelijk te volgen, Menno geeft kort weer wat hij heeft kunnen vinden over wie de pleegouders waren, met wie de kinderen trouwden en waar en wanneer ze overleden. Soms is er wat briefwisseling beschikbaar vanuit het weeshuis, die formeel toezicht hield op de bestedelingen. Geesken overleed in 1916, op 44 jarige leeftijd (?) waarschijnlijk aan een ziekte (?).
De kinderveilingen
Het volgende hoofdstuk gaat in op het proces van de veilingen, Menno beschrijft een dag in 1780, waarbij ‘boeren, schippers en herders verwachtingsvol afwachten of er iets van hun gading tussen het aanbod zal zitten’. Daarna analyseert hij de oorzaak van de veilingen vanaf ongeveer 1300: armoede, oorlog, hongersnood. De families konden niet meer voor hun hulpbehoevenden zorgen, de kerk sprong in. Ze gaven voedsel, kleding, geld, én regelden pleegzorg. Dat was de start van uitbesteding. Vanaf de 15de eeuw nam het aantal wezen in de (steeds grotere) steden toe, en ging het stadsbestuur zich ermee bemoeien. Naast weeshuizen kwamen er ook armenhuizen, dolhuizen en tuchthuizen. In kleinere steden en op het platteland waren er te weinig weeshuizen en bleef uitbesteding nodig. De ‘weeskamer’ was verantwoordelijk. Maar ook in de grote steden werd dit nodig: er kwamen steeds meer kinderen, niet alleen wezen, maar ook vondelingen, en eenvoudig verlaten kinderen. De weeshuizen konden het niet meer aan, en uitbesteding volgde.
Bestedelingen werden tussen 1700 en 1800 ook uitbesteed aan de VOC en kwamen op de grote vaart terecht. Vanaf 1690 gingen er bestedelingen naar planters in Suriname, maar dat was geen succes, de kinderen waren te zwak voor het harde leven en het klimaat. En er gingen bestedelingen naar fabrieken, zoals de weverijen in Enschede. In Veenhuizen was een ‘vrije kolonie’ en daar werd een kazerne voor 1200 wezen gebouwd, waar de kinderen uit de grote steden naartoe werden gestuurd. ‘Mensonwaardige omstandigheden’, zo lees ik. In 1869 werden al deze gestichten opgeheven.
De bestedelingen, namen en jaartallen
Tot zover is dit boek heel interessant en prettig te lezen. In deel 2 verandert dit. Menno duikt diep in de veilingen en voert veel geveilde kinderen ten tonele, in een nogal formele schrijfstijl. Daarna komen er wat prettiger te lezen levensverhalen van bestedelingen, zoals het verhaal van Jantje Fief, wat ontleend is aan het gelijknamige boek uit 1890.
In deel 3 gaat Menno diep in op de levens van de bestedelingen. Onder andere komen de verschillende oorzaken van hun bestedelingschap aan de orde: te vondeling gelegd, achtergelaten want te lastig, ouders in de gevangenis. Ik vond dit deel al wat droger worden. En het loopt vaak slecht af met de bestedelingen, het uitbesteden hielp hen bepaald niet.
In deel 4 krijgen de bestedelingen die ‘overleefden’ en zelfs opbloeiden de aandacht, mooi, want in het voorgaande is wel heel veel ellende te lezen. Maar ook in dit deel gaat het ook over verwaarlozing, mishandeling, zelfmoord. Er komen veel namen en jaartallen voorbij, te veel naar mijn smaak.
Reflectie
Menno eindigt met zijn persoonlijke reflectie. Anno nu wordt de verzorgingsstaat afgebroken, de omstandigheden bij de Jeugdzorg zijn superslecht. Mensen blijven lang vastzitten in armoede door een onhandig toeslagensysteem en steeds verdere bezuinigingen. Leerpunt uit de geschiedenis volgens Menno: mensen hebben een steuntje in de rug nodig. We maken echter nu dezelfde fouten als toen. Zo wordt het niet beter.
Mijn evaluatie van De bestedeling
Het fenomeen bestedeling kende ik niet en de veilingen waren ook nieuw voor me. Dat hier leerpunten uit te halen zijn voor de huidige situatie is best duidelijk: als je nauwelijks geld uittrekt om de mensen te helpen, help je ze gewoon niet. Uitbuiting en verwaarlozing komt misschien minder voor, maar mensen komen nog steeds slecht uit de armoedeval.
Menno heeft een poging gedaan om de levensverhalen van vele bestedelingen te clusteren naar oorzaken en uitkomsten, maar op mij komt een groot deel van het boek toch over als een (te) grote verzameling namen en jaartallen. Qua analyse komt er onvoldoende uit, de structuur had wel beter gekund.
Het eerste deel, wat voornamelijk over de familie Staal gaat, vond ik het best, omdat het prettig leest en op hoog niveau de context beschrijft. Het voelt persoonlijker aan dan de rest van het boek. Want ook al gaat het hele boek over bestaande mensen, doordat het allemaal onbekenden voor Menno zijn, blijft het in de overige delen vaak een wat droge opsomming van feiten en jaartallen, en komen omstandigheden en emoties te weinig aan de orde om echt tot levendige voorbeelden te komen. Dat is begrijpelijk, omdat dit alles zich afspeelt tot 1950, betrokkenen vaak al dood zijn en nabestaanden van niets blijken te weten. Alle informatie komt dus uit officiële documenten en soms brieven, die ook best formeel zijn. Het boek heeft geen illustraties, die de boel misschien nog wat hadden kunnen verlevendigen.
Die formele bronnen hebben naar mijn gevoel ook de schrijfstijl beïnvloed: wat statig woordgebruik waar Menno normaal gesproken veel vlotter schrijft. Dat is in zijn persoonlijk stukken beter, maar veel daarvan zijn niet zo heel relevant. Als hij op zoek gaat naar de betreffende boerderij, of het ouderlijk huis, blijken deze er vaak niet meer te zijn. De omschrijving van de omgeving kan dan wel aardig zijn, maar ik kan er weinig mee in relatie tot de betreffende bestedeling. Was de sfeer vergelijkbaar met 100 jaar geleden? De volgorde van de zinnen vond ik soms onlogisch en sommige zinnen lopen ook helemaal niet. Daarnaast zitten er wat foutjes of tegenstrijdigheden in de jaartallen. Zoals bij Alex, die 2 jaar na zijn dood een brief schrijft. En Geesken. Stierf zij op haar 44ste of 45-ste? Aan een ziekte of in het kraambed?
Ik denk dat dit onderwerp beter tot zijn recht had kunnen komen door er fictie van te maken, á la ‘t Hooge Nest, als een levendig, geromantiseerd verhaal over Geesken, gebaseerd op die droge feiten.
Voor mij was het duidelijk: ik móest dit boek lezen, want Menno is ‘familie’. Maar voor anderen is dit geen Must Read, je mist niets.
In Q3 van 2025 las ik weer een hele stapel non-fictie boeken, recent gepubliceerde én klassiekers. Natuurlijk schreef ik er recensies over. En ik gaf ze een rating. Hieronder vind je de 4 beste boeken van afgelopen kwartaal, ik gaf ze 4 1/2 en 5*. Zoek je nog inspiratie? Lees dan zéker deze 4! Of anders kies je iets uit de 8 ‘runners up’! Ga Lekker Lezen en Efficiënt Leren!
Mijn top 4 non-fictieboeken van Q3 2025
Einstein – Einstein, The Man, The Genius and The Theory of Relativity(2018) – 5*
Een biografie in de vorm van een koffietafel-boek, dat zie je toch niet vaak! Einstein, The Man, The Genius and The Theory of Relativity van Walter Isaacson uit 2018 is zo’n boek. Prachtig uitgevoerd, en met minstens zoveel persoonlijke details over Albert, als uitleg over zijn theorieën. We kennen Einstein natuurlijk van E=mc2, maar dit is maar een fractie van wat hij verzon. Wist je dat hij aan de wieg stond van de atoombom? Daar had hij, in retrospect, spijt van. En wist je dat bij bijna President van Israël was geworden? Maar als kind was Einstein bepaald geen Einstein …. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol.
De nieuwe macht – Different kind of power (2025) – 4 1/2
Wie kent haar niet? Jacinda Ardern, oud-premier van Nieuw-Zeeland. Ik herinner mij de introductie van de Welzijns-index, naast het bbp, om de staat van het land te meten. En de Christchurch-aanslag. Natuurlijk ben ik heel nieuwsgierig hoe zij, jong, vrouw, haar leiderschap in die periode heeft ingevuld. Jacinda geeft hier in haar boeiende autobiografie De nieuwe macht uit 2025 uitgebreid antwoord op. De autobiografie beperkt zich zeker niet tot haar politieke carrière, de eerste 100 pagina’s gaan over haar jeugd. Die periode geeft veel aanknopingspunten voor haar manier van leiden. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Libris
De codekraker – The code breaker(2021) – 4 1/2*
Walter Isaacson is mijn favoriete biograaf. Hij schreef ook de biografieën van Elon Musk, Steve Jobs en Leonardo Da Vinci, en die vond ik allemaal geweldig. In 2021 schreef hij de biografie van Jennifer Doudna: De codekraker. Jennifer wie? Precies. Een Nobelprijs-winnares waar ik nog nooit van had gehoord. Dus hup, aan de lees, en na 500 pagina’s was ik wéér enthousiast. Deze biografie is even boeiend en goed geschreven als Isaacson’s vorige pennenvruchten. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Libris
Sapiens, een beeldverhaal deel 1 (2020) – 4 1/2*
Je zult wel denken: gaat ze nu ook al recensies schrijven over strips? Nou nee, maar voor deze maak ik (weer) een uitzondering. Het is het eerste deel van een strip naar Sapiensvan Yuval Noah Harari, wat ik een geweldig boek vond! Maar, het origineel is wat dik, dus misschien had niet iedereen daar zo’n zin in. Deze strip-versie uit 2020 gaat over onze evolutie tót de Agrarische Revolutie, en is boeiend, grappig en relatief snel te lezen. O ja, en voor volwassenen. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Libris
Verder las ik deze 8 non-fictie boeken:
Geschenken van het krentenboompje van Robin Wall Kimmerer (2025) – 4* (recensie)
De genocidefax van Roxane van Iperen (2021) – 4* (recensie)
De biograaf van Alain de Botton (1995) – 4* (recensie)
Dit wil je echt niet weten van Huib Modderkolk (2025) – 3 1/2* (recensie)
Eigen planeet eerst van Roxane van Iperen (2025) – 3 1/2* (recensie)
Durf moedig te zijn van Mariann Budde (2025) – 3 1/2* (recensie)
Klimaatgetto’s van Christel Don (2025) – 3 1/2* (recensie)
De Vorstin van Harriet Rubin (1997) – 2 1/2* (recensie)
Zit er wat voor je bij?
En hoe staat het met mijn voornemen om 50% van vrouwelijke auteurs te lezen? Heel goed! Dit kwartaal waren 7 van de 12 boeken van een vrouwelijke auteur.
Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Rutger Bregman.
Waar schrijft ‘neef’ Rutger Bregman over?
‘Neef’ Rutger schrijft over maatschappelijke kwesties, denk aan duurzaamheid en sociale ongelijkheid. Hij zet zijn mening meestal lekker stevig neer, zodat het flink veel discussie oplevert. Geen wonder dat hij naast auteur, ook gezien wordt als opiniemaker. Zijn boeken zijn ook meestal activistisch van inslag, hij roept op tot verandering. Bij zijn meest recente boek, Morele ambitie, is hij ook zelf met zijn oproep aan de slag gegaan: hij heeft een ‘school’ voor morele ambitie in het leven geroepen.
In 2024 zegt hij in de Nieuwe Revu hierover het volgende: ‘We moeten herdefiniëren wat het betekent om succesvol te zijn. Het is niet vet om jezelf te omringen met dure en overbodige spullen, het is vet om aan heel wezenlijke projecten bij te dragen en zoveel mogelijk goed te doen voor mensen en dieren. Daar mag je ook best een beetje ijdelheid bij voelen, het is alleen maar menselijk om te denken: ik werk aan mijn nalatenschap.’
Heeft ‘neef’ Rutger Bregman andere zakelijke activiteiten?
‘Neef’ Rutger is oprichter van de The School for Moral Ambition. Daar startte hij in 2023 mee en hij financiert het (mede) met de opbrengsten van het boek ‘Morele Ambitie’. Ook een deel van het geld wat bestseller ‘De meeste mensen deugen’ opbracht heeft hij in de school geïnvesteerd. Eind 2024 richtte hij de Amerikaanse tak van de school op.
Verder is hij spreker en doet/deed hij theatercolleges. Je ziet hem ook in veel nationale én internationale talkshows als er nét weer een boek uit is.
Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Rutger Bregman uit?
‘Neef’ Rutger werd op 26 april 1988 geboren in Renesse. Hij groeide op in Zoetermeer. Zijn vader was dominee, zijn moeder lerares in het speciaal onderwijs. Hij heeft 2 oudere zussen. Rutger is getrouwd met fotografe Maartje ter Horst en samen hebben ze een dochter. Hij woont in Houten.
Over zijn hobbies zegt ‘neef’ Rutger het volgende: ‘Als ik niet aan het werk ben, dan ben ik een beetje aan het gamen, een beetje aan het pils drinken met vrienden, een beetje aan het wandelen, een beetje aan het boulderen, een beetje met mijn zus aan het ouwehoeren. Ik ben fan van bordspelletjes. Samen met een goede vriend speelde ik bijvoorbeeld Gloomhaven, het ultieme bordspel.’
Rutger studeerde onder meer Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht waar hij zijn bachelor behaalde in 2009 en master in 2012. De UU benoemde hem in 2020 als Alumnus van het Jaar. In zijn studententijd was hij lid van de christelijke studentenvereniging SSR-NU. Natuurlijk schreef hij essays voor het studentenblad. Ook studeerde hij aan de University of California (UCLA).
Hoewel hij aanvankelijk een carrière als academisch historicus overwoog, koos hij uiteindelijk voor de journalistiek. Hij begon zijn loopbaan bij De Volkskrant en schreef vervolgens tien jaar voor De Correspondent. Van 2016 tot medio 2024 maakte hij daar, samen met Jesse Frederik, de podcast ‘De Rudi en Freddie-show’.
Enkele belangrijke momenten uit zijn loopbaan tot nu toe:
In 2013 ontving hij de jaarlijkse boekprijs van de denktank Liberales voor het meest opmerkelijke Nederlandstalige non-fictieboek, De geschiedenis van de vooruitgang.
In 2015 schreef hij samen met Jesse Frederik het essay voor de Maand van de Filosofie, Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers.
Op 13 juni 2017 deed hij een TEDtalk: ‘Poverty isn’t a lack of character; it’s a lack of cash’. Het is op YouTube al meer dan 1,8 miljoen keer bekeken.
In de uitzending van Tegenlicht eind 2018 noemde hij David Graeber de belangrijkste denker van dat moment. Dat verbaasde mij niet, de denkbeelden én de schrijfstijl van ‘neef’ David lijkt veel op dat van ‘neef’ Rutger, hij is zeker door hem geïnspireerd.
In januari 2019 wordt ‘neef’ Rutger uitgenodigd deel te nemen aan het World Economic Forum (WEF) in Davos, een jaarlijkse meerdaagse conferentie van de rijkste en machtigste mensen op de planeet. Zijn boek Gratis geld voor iedereen, waarin hij pleit voor het basisinkomen, inmiddels vertaald in meer dan dertig talen, heeft ook daar aandacht getrokken. Hij pleit daar nogal recalcitrant voor hogere belastingen, dat is veel effectiever dan filantropie. Het leidt tot opschudding. Het filmpje daarover is meer dan 30 miljoen keer bekeken.
Enkele weken na zijn optreden in Davos in 2019 werd ‘neef’ Rutger voor een interview uitgenodigd door Fox News-presentator Tucker Carlson. Tijdens het gesprek confronteerde hij zijn gastheer ermee dat deze als miljonair, werkend voor een organisatie van miljardairs, tot de doelgroep behoort die hij bekritiseert. Zijn pleidooi voor belastingbetaling in plaats van -ontwijking gold dus ook voor hem. Carlson bleek een heel ander verloop van het interview verwacht te hebben en maakte er met enkele krachttermen een eind aan en besloot het niet uit te zenden. Rutger had echter met zijn smartphone een opname gemaakt. Na zorgvuldige afweging besloot hij die opname te publiceren, omdat het zijn missie voor economische gelijkheid kan dienen. Het filmpje ging viraal, op een YouTube-kanaal is het al 4,3 miljoen keer bekeken.
In 2023 was hij te gast in het Nederlandse televisieprogramma ‘Van Rossem Vertelt’ van zijn collega historicus Maarten van Rossem waar zij filosofeerden over de komende 80 jaar.
Welke boeken schreef ‘neef’ Rutger Bregman?
‘Neef’ Rutger schreef 9 boeken, waarvan ik er 6 las, en daarvan 3 recenseerde. De andere 3 staan natuurlijk op mijn leeslijst. Van ‘De meeste mensen deugen’ schreef ik een Samenvatting.
Morele revolutie (2025)
Flaptekst: ‘De westerse wereld verkeert in een morele crisis. Niet de meest bekwame, maar de meest schaamteloze leiders komen aan de macht. In zijn BBC Reith Lectures — hier in ongecensureerde vorm — brengt Rutger Bregman zijn hele oeuvre samen in een pleidooi voor een morele revolutie.’ Ongecensureerd? Ja, de BBC haalde Rutger’s opmerking, dat ‘Trump de meest openlijk corrupte president in de geschiedenis van de VS is’, uit de uitzending. Maar in dit boek zit het er nog gewoon in. Ik las de Reith Lectures afzonderlijk via De Correspondent, die ook dit boekje uitgaf. Ik ga het dus niet nógeens lezen, en ook niet recenseren. Voorlopig …. Koop bij Libris
Morele ambitie (2024)
Ben ik een masochist? Ik vroeg het me even af, toen ik glimlachend en met veel plezier dit boek las. ‘Neef’ Rutger betoogt hierin dat velen van ons, onze talenten verspillen met werk dat de maatschappij geen goed doet. De spiegel die me werd voorgehouden, gaf geen fraai beeld, de voorbeelden van effectievere mensen gaven me een schuldgevoel. En ik lachte hardop …. De confronterende vragen en onaangename feiten in Morele ambitie doen pijn. Ik vond me altijd wel een van de Meeste mensen die deugen, maar inmiddels weet ik dat ik een gemakzuchtige verspiller ben. Ik heb zó weinig impact dat ik net zo goed niet had kunnen bestaan. Gelukkig geeft Rutger een aantal uitgangspunten waarmee ik, maar met name de volgende generatie, aan de slag kan. Lees mijn recensie | Koop bij Bol
Wat maakt een verzetsheld? (2021)
Dit is een vrij onbekend boek van ‘neef’ Rutger en ik moet ook bekennen dat ik het nog niet las. Het is een essay van zo’n 70 pagina’s. Flaptekst: In normale tijden heeft een land maar weinig helden nodig. Maar wat als de tijden niet normaal zijn? Dit is het verhaal van Arnold Douwes, een van de grootste verzetsstrijders van Nederland. Uit een recensie: Douwes redde tijdens WOII zo’n 350 Joden, maar bleek voor en na de oorlog een bijna onmogelijk mens te zijn. Wat maakt dan zo’n verzetsheld, vraagt Rutger zich af. Echt te typeren valt dat niet. Maar uit onderzoek blijkt: “Uiteindelijk bleek één omstandigheid bijna allesbepalend. (…) Je moest gevraagd worden. Wie gevraagd werd om een Jood te helpen, zei vrijwel altijd ja.” Koop bij Bol
Het water komt (2020)
Een klein, dun boekje met een grote, belangrijke, goed geformuleerde boodschap die nog steeds geldt: we zijn niet voorbereid op de zeespiegelstijging. Ondanks alle klimatologen en andere kenners, die ons blijven waarschuwen … Klinkt bekend? Voor de echte ouderen onder ons waarschijnlijk wel.. Want hetzelfde gebeurde ons vóór 1953. Rutger gebruikt het levensverhaal van Johan van Veen om de gebeurtenissen rond die tijd lekker levendig te schetsen. Hij voorspelde de Watersnoodramp van 1953. Niet één keer, maar 20 jaar lang. We deden niks. Nou ja, we bouwden de Deltawerken. Ná de ramp. En nu is er wéér strijd nodig. Tegen het water én tegen onze apathie. Lees mijn recensie | Koop bij Bol.
De meeste mensen deugen (2019)
Een dikke pil, die van begin tot eind boeit en je vrolijk stemt. We zijn niet van nature slecht, stelt ‘neef’ Rutger. We denken alleen dat we dat zijn, en daarom gedragen we ons zo. En we denken dat, omdat we veel historie èn onderzoeken verkeerd interpreteren. We kunnen de wereld dus verbeteren door uit te gaan van het goede. Hoe simpel kun je het maken? Dik, maar zó uit door de bijzonder prettige schrijfstijl die vaak grappig is, maar ook meeslepend. Daarbij is het heel breed, a la Yuval Noah Harari, en bijzonder boeiend als je van wetenschappelijk onderzoek in een verhalend jasje a la Malcolm Gladwell houdt. Ga naar mijn Samenvatting | Lees mijn recensie | Koop bij Bol
Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers (2015)
Ik las dit essay wat Rutger samen met Jesse Frederik schreef nog niet, daarom de flaptekst: Hoe is het toch mogelijk dat de mensen waar we overduidelijk niet zonder kunnen – vuilnismannen, politieagenten, verplegers – zo slecht verdienen, terwijl onbelangrijke, overbodige of zelfs schadelijke bankiers, lobbyisten en consultants veel beter boeren? Dit is de vraag waarmee het boek de patstelling in het debat over ongelijkheid wil doorbreken. Aan de hand van oude en moderne denkers, van Aristoteles tot Piketty, laten Rutger en Jesse zien dat er niets vanzelfsprekend is aan de verdeling van inkomen en vermogen. In de overtuiging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van economie, tillen ze de discussie naar een hoger plan. Koop bij Bol
Gratis geld voor iedereen (2014)
Ik las het boek, maar schreef destijds geen recensie. Dus hierbij de flaptekst: Het probleem is niet dat we het niet goed hebben. Het probleem is dat we niet weten hoe het beter kan. In deze internationale bestseller laat Rutger zien hoe ideeën de wereld kunnen veranderen. Iedere mijlpaal van beschaving – van het einde van de slavernij tot het begin van de democratie – was ooit een utopische fantasie. Nieuwe utopieën zoals een gegarandeerd basisinkomen en een werkweek van vijftien uur kunnen ook werkelijkheid worden. In onze tijd. Koop bij Bol.
De geschiedenis van de vooruitgang (2013)
Ik las dit boek van ‘neef’ Rutger nog niet, dus hierbij de flaptekst: De geschiedenis van de vooruitgang nadert haar einde. Wij zijn rijker, gezonder en veiliger dan ooit, maar voelen ons steeds vaker tekortgedaan. Waar komt dat onbehagen vandaan? Waarom heeft de vooruitgang zijn beloftes niet ingelost? Rutger neemt de lezer mee op een reis van de Oerknal tot nu, van het vlaggenschip van Columbus naar het laboratorium van Thomas Edison, van de oudste grotschilderingen naar de beursvloeren op Wall Street, hij verweeft natuurkunde en archeologie, biologie en psychologie, filosofie en geschiedenis in één wervelend betoog. Koop bij Bol
Met de kennis van toen (2012)
Ik dacht dat dit Rutger’s afstudeerscriptie was, maar weet het niet zeker. Ik las het (nog) niet. Flaptekst: Het verleden staat voortdurend in het middelpunt van onze belangstelling – en de aandacht ervoor lijkt almaar toe te nemen. Toch weten we weinig van vroeger. Er zijn zelfs historici die beweren dat je van de geschiedenis niet eens kunt leren. Maar tegelijkertijd spannen politici, columnisten en andere profeten het verleden steeds weer voor hun karretje. ‘Neef’ Rutger bindt de strijd aan met de moderne geschiedvervalsers en gaat provocerend op zoek naar de echte eyeopeners die het verleden biedt. Van pedofielen tot straatterroristen, van islamisering tot secularisering, van de Arabische lente tot WikiLeaks, van Geert Wilders tot Job Cohen – originele dwarsverbanden en verrassende conclusies. Verplichte kost voor iedereen die verder wil gaan dan de waan van de dag. Koop bij Bol
Andere publicaties
Rutger schreef ook een aantal essays voor Engelstalige kranten en bladen. Hier vind je een overzicht.
Je zult wel denken: gaat ze nu ook al recensies schrijven over strips? Nou nee, maar voor deze maak ik (weer) een uitzondering. Het is het eerste deel van een strip naar Sapiensvan Yuval Noah Harari, wat ik een geweldig boek vond! Maar, het origineel is wat dik, dus misschien had niet iedereen daar zo’n zin in. Deze strip-versie uit 2020 gaat over onze evolutie tót de Agrarische Revolutie, en is boeiend, grappig en relatief snel te lezen. O ja, en voor volwassenen.
Dit stripverhaal is absoluut niet kinderachtig. De tekst is voor volwassenen en het verhaal is misschien wel korter gemaakt, maar niet simpeler. Je krijgt nog steeds veel weetjes voorgeschoteld. De tekeningen zijn geweldig. Gedetailleerd, herkenbaar (Yuval haal je er zo uit, maar ook Robin Dunbar) en bovenal: grappig. In elk plaatje is wel wat bijzonders te zien, dus je blijft kijken.
Het geschiedenisboek Sapiens, een beeldverhaal …
…. is slim opgebouwd. In het eerste deel krijgt Yuval in Londen zijn nichtje Zoë op bezoek, en terwijl hij haar van alles vertelt, sleept hij haar mee naar college-zalen, musea, de markt, en allerlei bekende plekken. De tekeningen ervan zijn prachtig! En in elk plaatje vertelt hij haar wat, en beantwoordt vragen. Eerst volgen ze een college van hoogleraar Saraswati, een biologe die soorten-classificatie uitlegt. Dan naar de huiskamer van Robin Dunbar voor een gesprek over menselijke communicatie. Dan krijgen ze bezoek van ‘superheld’ Doctor Fictie, die het over mythen heeft.
Daarna is er een deel met een congres waarop verschillende experts wat vertellen, enzovoorts.
Sapiens = serie-moordenaar
Het laatste deel is superleuk gevonden: het gaat over intercontinentale seriemoordenaars. Ja inderdaad, wij Sapiens. In elk continent en op elk eiland waar wij kwamen, moordden we de superfauna uit. Dat wordt smakelijk uitgelegd aan de hand van een politie-onderzoek, interessante bewijzen, en dan de rechtszaak. De aangeklaagden zijn een echtpaar van een paar tienduizenden jaren geleden, een Sapiens-stel. De verdediger van het Sapiens-stel stelt dat ‘ze het niet wisten’ en dat klopt natuurlijk, het uitsterven duurde wel wat langer dan één generatie. En hij stelt dat de Sapiens van de huidige tijd, wij dus, het wél weten, en het óók doen, en wél binnen één generatie. Is dat niet veel erger? Hoe die rechtszaak afloopt moet je zelf maar lezen!
Beeldverhaal
Om een betere indruk te geven, voeg ik twee dubbele pagina’s toe.
Op de eerste zwaait Yuval Zoë uit na haar bezoek. Hij legt nog even het verschil tussen objectieve realiteit (een ijsbeer) en fictieve realiteit (de VS) uit. Maar het ‘verzinnen van die fictieve realiteit zorgde er wel voor dat we met grote aantallen kunnen samenwerken’. De man met de MAGA-pet reageert met het geijkte Fake news op de boodschap van de ijsbeer.
Op de tweede zien hoe we verslaafd werden aan veel eten, liefst vet, zout en suiker. Ooit moesten we alles opeten, omdat anders anderen dat deden. De extra energie liepen we er de dagen erna wel weer af, als het eten weer op was. Maar tegenwoordig …
Delen 2 en 3 van de serie
De volgende delen las ik nog niet, maar staan hoog op mijn TBR! Het tweede deel van stripserie gaat over de tijd ná de Agrarische Revolutie, en hoe wij geknecht werden door ….. tarwe. En het derde deel is schijnbaar in de vorm van een spelshow vol verwijzingen naar populaire cultuur waarin de concurrentiestrijd tussen wereldrijken, geld en religie ontleed wordt en de vraag wordt beantwoord: wie is de werkelijke kampioen van de geschiedenis? Intrigerend!
Mijn evaluatie van Sapiens, een beeldverhaal deel 1
Ook al heb ik destijds Sapiens gelezen, de kennis was weer wat weggezakt. Ik leerde dus weer wat bij. Waaronder de classificatie van soorten, geslachten, families. Ook dat er verschillende theorieën zijn over de verdwijning van de Neanderthalers. De strip heeft geen referenties, de wetenschappelijke onderbouwing is te vinden in het onderliggende boek Sapiens. Dat kun je dus als een soort naslagwerk beschouwen!
Ik vind Sapiens nog steeds relevant, omdat het inzicht geeft in ons gedrag van tegenwoordig. Een verhaal over geschiedenis is natuurlijk altijd tijdloos. Wel hoop ik dat de tekeningen van het huidige leven niet té tijdloos zijn, en dat de MAGA-petjes en de obesitas, en veel andere ellende, op den duur (weer) verdwijnen.
De vorm is subliem. De setting is steeds erg leuk en herkenbaar: sightseeing in Londen, een congres, een rechtszaak. De tekeningen van de historisch Sapiens en Neanderthalers zijn goed, steeds is het verschil heel herkenbaar. En door hun ‘avonturen’ kun je je er aardig mee vereenzelvigen.
De tekeningen zijn heel gedetailleerd en prachtig qua uitdrukking. Als je alles goed wilt bekijken, lees je dit boek dus helemáál niet snel uit. Plus: alle humor in de tekst én in de tekeningen zorgde ervoor dat ik vaak hardop zat te lachen.
Móét je dit boek lezen? Nou, ik vind Sapiens écht verplichte kost, en als je je daar niet toe kunt zetten, is deze strip een goed begin. Wedden dat je dan alsnog het origineel gaat lezen?
Walter Isaacson is mijn favoriete biograaf. Hij schreef ook de biografieën van Elon Musk, Steve Jobs en Leonardo Da Vinci, en die vond ik allemaal geweldig. In 2021 schreef hij de biografie van Jennifer Doudna: De codekraker. Jennifer wie? Precies. Een Nobelprijs-winnares waar ik nog nooit van had gehoord. Dus hup, aan de lees, en na 500 pagina’s was ik wéér enthousiast. Deze biografie is even boeiend en goed geschreven als Isaacson’s vorige pennenvruchten.
De ondertitel is ‘Het revolutionaire DNA-onderzoek van Nobelprijs-winnares Jennifer Doudna’, en inderdaad dat onderzoek, of liever gezegd, het onderzoek waar véél wetenschappers mee bezig waren én zijn, is het eigenlijke onderwerp. In het bijzonder gaat het over CRISPR, technologie om genen aan te passen, en mRNA, waarmee o.a. de coronavaccins zijn gemaakt. Het boek geeft hier heel veel details over zonder in jargon te vervallen. Veel aandacht is er ook voor de ethische aspecten. En natuurlijk voor de historie van deze techniek die 4 miljard jaar geleden begon met .. bacteriën, die dit óók deden en doen.
De biografie De codekraker ….
…. gaat dus niet alleen over Doudna. Nee, veel andere wetenschappers komen aan bod in dit boek, waaronder Francisco Mojica. Hij onderzocht het DNA van de Archaea, eencelligen zonder celkern. Die hebben maar weinig DNA, en toch zaten daar regelmatig terugkerende identieke stukken (DNA-sequenties) tussen. Mojica verzon er in 2001 een naam voor: Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. CRISPR dus.
Zijn onderzoeksmaatje Ruud Jansen ontdekte genen die aan weerszijden van die CRISPRs zaten, en die de instructies voor het maken van een enzym codeerden. Hij noemde die ‘CRISPR Associated System’-enzymen: CAS-enzymen. CRISPR-Cas.
Andere onderzoekers ontdekten dat de CAS-enzymen van bacteriën bij een virus-aanval een stukje DNA uit het virus ‘knippen’ en dat in het eigen DNA inbouwen. Met zo’n fragment zijn ze (hun nageslacht dan) immuun voor nieuwe aanvallen. Maar hoe? Met RNA? Dat was de specialiteit van Jennifer Doudna, en zo komen we bij haar terecht.
Jennifer Doudna op Berkeley
Jennifer studeerde biochemie en promoveerde daar ook op. Als kind wilde ze al weten ‘hoe de natuur werkt’, en het mysterie van het oprollen van de blaadjes van een kruidje-roer-me-niet fascineerde haar. Fundamenteel onderzoek was haar dus op het lijf geschreven. Als vervolg op haar promotieonderzoek bestudeerde Jennifer op Berkeley de structuur van RNA en daarna de toepassingen van CRISPR. Ze stapte heel even over naar het bedrijfsleven, maar dat beviel niet en ze ging terug naar Berkeley.
Haar manier van werken in Berkely is een van de weinige stukken die gaan over Jennifer’s karakter en gedrag. De input hiervoor komt vaak van haar collega’s. Haar stijl van werken kenmerkt zich door het openstaan voor risico’s, samen zoeken naar alternatieven, anderen niet op de vingers kijken, competitiedrang, voor zichzelf opkomen, vooral als het gaat om publicaties en octrooien.
Emanuelle Charpentier
In 2011 ontmoet ze op een congres Emmanuelle Charpentier, en ze besluiten samen te werken. Samen met 2 post-docs maken ze een enorme stap vooruit met CRISPR-Cas9, waarover ze een artikel voor Science maken. Hun ontdekking zou wellicht ook menselijke genen kunnen aanpassen! Ze vraagt octrooi aan, en hierover ontstaat een lange juridische strijd met een concurrerende onderzoeker: Feng Zhang. Per 5 juni 2025 (zo lees ik in Chemistry World) loopt de zaak nog.
Ethische dilemma’s
Een boeiend hoofdstuk gaat over ethiek. Moet alles wat kan met CRISPR, ook mógen? Jennifer gaat zich bemoeien met ethische kwesties: genen aanpassen om ziekten te genezen oké, maar hoever willen we gaan? Een groot aantal wetenschappers, waarvan Jennifer het boegbeeld is, besluit dat het bewerken van genen die niet-erfelijk zijn, toegestaan is. Kiembaan-bewerking, wat erfelijke genen betreft, dus niet. Maar: dit is alleen verboden totdat het veilig is en medisch noodzakelijk. Jennifer schrijft artikelen in allerlei publicaties hierover. Het uitgangspunt werd wereldwijd omarmd, maar nergens in wetgeving vastgelegd.
Maar natuurlijk is er een wetenschapper die vindt dat hij een uitzondering moet maken. In China worden de eerste CRISPR-baby’s geboren, met een aangepast erfelijk gen dat ze immuun voor HIV/AIDS maakte. De hele wereld staat op z’n kop. Jennifer voelt zich schuldig, ze heeft alleen richtlijnen opgesteld en geen moratorium afgedwongen. En het is háár techniek die is gebruikt.
Corona
Toen Corona zijn intrede deed, verflauwde de verontwaardiging, want immuniteit tegen een virus klonk opeens niet zo verschrikkelijk meer. Walter doet wat gedachten-experimenten met de lezer, over wat wél en niet toegestaan zou moeten worden, van permanente immuniteit tegen verschrikkelijke erfelijke zieken, via fysieke verbeteringen naar het uitbannen van psychische ‘stoornissen’. En ik lees dat DARPA, het onderzoeksbureau van het Pentagon, al onderzoek doet naar genetisch versterkte supersoldaten, in samenwerking met Jennifer’s laboratorium.
De corona-vaccins zijn genetische vaccins, het gebruik betekende een omslag ten opzichte van de traditionele vaccins. Maar volmaakt zijn genetische vaccins niet, ze werken net als de traditionele vaccins via het immuunsysteem, wat we nog steeds niet volledig doorgrond hebben. De meeste Corona-doden overleden aan ontstekingen aan organen, door een ongewenste reactie van het immuunsysteem. CRISPR werkt niet via het immuunsysteem, maar knipt het virus in stukken. CRISPR-Cas-vaccins zijn nog in ontwikkeling. Op CRISPR-gebaseerde tests worden gebruikt om het virus aan te tonen zodra iemand besmet is.
Bijzonder aan de Corona-vaccinwedloop is dat onderzoekers en universiteiten samenwerkten, ook de grote concurrenten Jennifer en Feng Zhang. Hun ontdekkingen werden aan iedereen die het virus bestreed beschikbaar gesteld en gepubliceerd op gratis en open platformen.
De Nobelprijs voor Scheikunde
En dan is het oktober 2020. Een verslaggever belt Jennifer wakker. Wat is haar commentaar op de Nobelprijs? Wie heeft hem gewonnen?, vraagt ze geïrriteerd. Nou, jij en Emmanuelle Charpentier. Natuurlijk wist Jennifer dat ze in de race was. Maar de ontdekking van CRISPR was nog maar 8 jaar oud, meestal gaan er tientallen jaren overheen. Het toekennen van de prijs toont volgens Walter het belang aan van fundamenteel onderzoek, wat uiteindelijk hele praktische toepassingen kan hebben. Dit, én de pandemie, trekken (hopelijk) meer studenten richting wetenschappelijk onderzoek.
Mijn evaluatie van De codekraker
Wat knap om een ingewikkelde techniek als CRISPR zo helder en duidelijk te beschrijven! Ik begrijp de controverse rond de corona-vaccins nu beter, maar snap ook de ethische dilemma’s rondom kiembaanbewerking. En natuurlijk heb ik Jennifer Doudna, en in mindere mate haar collegae, leren kennen. Maar niet góéd leren kennen, wat dat betreft is het geen zuivere biografie. Ik weet niets over haar dagelijkse rituelen, heel weinig over haar gevoelens, vrijwel niets over haar privé leven. Niets over welk eten ze lekker vindt en wat ze met haar snotjes doet, zoals Alain de Botton in zijn boek De biograaf zo heerlijk aan de orde stelt.
Deze mix van vrij oppervlakkige biografie en relatief diepgaande analyse van het werk van de hoofdpersoon ken ik uit Walter Isaacson’s eerdere biografieën: Leonardo Da Vinci, Steve Jobs, Elon Musk. Het past heel goed bij zijn interesse en achtergrond: hij studeerde geschiedenis voordat hij journalist werd, en noemt zichtzelf ook wel ‘wetenschapshistoricus’. Zijn keuze van hoofdpersonen voor zijn biografieën weerspiegelt dat.
Walter Isaacson is ook persoonlijk betrokken bij het onderwerp. Zo vertelt hij dat hij in 2000 als hoofdredacteur van Time onderhandelde over een artikel over DNA-sequencing. Hij deed mee aan de clinical trials voor het Corona-vaccin. En in Jennifer’s laboratorium gaat hij een dagje ‘gen bewerken’, wat erg leuk omschreven wordt. Hij is dus bepaald geen afstandelijke waarnemer. Desondanks vind ik zijn stuk over de ethische aspecten, waarin de argumenten van beide kampen – niet voor God spelen versus lijden verlichten met een natuurlijk proces – worden weergegeven, behoorlijk objectief.
Zijn feitelijke observaties zijn onderbouwd met wetenschappelijke publicaties en zeer veel interviews met wetenschappers. Desondanks is het boek zeer toegankelijk, ook voor niet-wetenschappers. Maar is het ook nog relevant, inmiddels 13 jaar na de ontdekking dat CRISPR-Cas op menselijke genen gebruikt kan worden? Mij lijkt van wel: hoeveel ziekten hebben we niet nog steeds, waar we permanent van af zouden willen? En hoe mooi is het om meer over de natuurlijke achtergrond van (gen-)vaccins te leren, met een VS-regering die momenteel anti-vaccins is en de wetenschap saboteert? En niet te vergeten: hoe motiverend is het voor vrouwen en meisjes, om over een vrouwelijke Nobelprijs-winnaar te lezen? Jennifer was de 6de winnares, 184 mannen wonnen hem al. Die 3% kan beter!
Uitvoering
Walter schrijft lekker vlotjes én met humor. Zo is er het verhaal van wetenschapper Rudolphe Barrangou, een Parijzenaar die zich specialiseerde in fermentatie van voedsel en in North-Carolina afstudeerde. ‘Hij werd de enige persoon die ooit ben tegengekomen die van Frankrijk naar de VS verhuisde om meer te leren over voedsel’. De onderzoeken zijn vaak opgeschreven alsof je erbij bent, en de woede van Jennifer over het octrooi spat van de pagina’s.
Natuurlijk heeft het boek flink wat illustraties, in zwart-wit. Bijna alle genoemde wetenschappers komen er in voor, maar de ouders van Jennifer niet, en ook staat er maar één jeugdfoto van haar in. Wat de insteek – het gaat over CRISPR – onderschrijft. De historie van Jennifer en de ontwikkeling van CRISPR loopt parallel, en de carrière van Jennifer is de rode draad in het verhaal. Ik denk ook dat de titel The Code Breaker, zowel op Jennifer, als op de CRISPR-techniek slaat. CRISPR knipt immers de DNA-strengen door.
Gebeurde er nog wat ná 2020? Op Wikipedia zie ik dat er in 2025 een supercomputer naar Jennifer vernoemd is. Het VS Ministerie van Energie (?) gaat het integreren met AI en gebruiken voor onderzoek naar ons genoom. Over verdere CRISPR-doorbraken lees ik op Wikipedia niets.
Mis je iets, als je dit boek niet leest? Niet direct. Het is wel een zeldzaam goed boek ….
Joepie! Onderzoeksjournalist Huib Modderkolk schreef in 2024 weer een verslag van zijn onderzoeken naar de activiteiten van hackers en de veiligheidsdiensten, onder de titel Dit wil je écht niet weten. Maar natuurlijk wil je het wél weten, en ook lezen, want dit boek leest wéér als een thriller, net als zijn vorige boek, wat een bestseller werd. Het speelt zich nu wel iets verder van ons bed af, maar juist weer dichterbij Huib’s bed.
Huib’s verslag is juist nú relevant: het gaat onder andere over het uitschakelen van de nucleaire faciliteiten van Iran, hackers die Oekraïne helpen, spionage van China, surveillance van de bevolking, en de risico’s van verregaande digitalisering. De rode draad is een Mossad-operatie waarvan Huib het target lijkt te zijn, en zijn persoonlijke ervaringen maken het boek extra boeiend.
Het maatschappelijke boek Dit wil je écht niet weten …
… is opgebouwd als de 5 fasen van een hack én van een inlichtingenoperatie. Elke fase heeft een hoofdstuk over Huib’s persoonlijke ervaringen.
Fase 1: het doel kiezen
Zo is fase één: de keuze van het doel. In Huib’s verhaal begint deze fase op de dag dat hij een mailtje ontvangt over een undercover Mossad-agent in Nederland. Het lijkt van een Iraniër afkomstig te zijn, en misschien wel van de Iraanse geheime dienst. Huib is dan nog steeds bezig met zijn onderzoek over Stuxnet, waarbij een Nederlandse geheim agent een digitaal wapen in een nucleair complex in Iran weet te krijgen. In deze fase lezen we ook een uitgebreid stuk over hackers, de IT Army die voor Oekraïne hackt, en over een Nederlander die daarin meewerkt en opklom tot één van de beheerders. Zijn eerste fase is het kiezen van een doelwit in Rusland dat de oorlog ondersteunt: de spoorwegen of Aeroflot. Deze Nederlander laat Huib precies zien hoe hij te werk gaat.
Fase 2: het kiezen van het aanvalswapen
De tweede fase is het kiezen van het ‘aanvalswapen’. Voor hackers de methode om netwerken binnen te dringen. In het verhaal van Huib is het de geschiedenis van de Iraniër die onbewust voor de Iraanse geheime dienst lijkt te hebben gehackt, naar Nederland is gevlucht en daar een goede baan bemachtigde. Maar de Nederlandse inlichtingendiensten vertrouwen het niet en hij wordt Nederland uitgezet. Huib’s interesse is gewekt. De Iraniër brengt Huib in contact met de Mossad-man. En deze heeft een relatie met de Stuxnet-zaak! Wat toevallig …
Fase 3: doordringen in het netwerk
De derde fase, verder doordringen in het netwerk, opent met een verhaal van een consultant in stralingstechniek, die gaat daten met Marina, een Russische met volstrekt gladde vingertoppen. En ook andere zaken zijn wat vreemd. De consultant, die bij TNO aan topgeheime zaken werkt, verbreekt de relatie, maar ontdekt later dat zijn intercom thuis is gehackt. Hij meldt het bij de MIVD, en wordt als dank ‘preventief’ ontslagen. Hierna volgt een algemeen stuk over phishing. Huib heeft inmiddels twijfels over de Mossad-man. Wat wil die nu eigenlijk? Dat Huib een verhaal publiceert, ja, maar is hij wel te vertrouwen?
Fase 4: het doel naderen
In de vierde fase, dicht bij het doel komen, lezen we alles over het Stuxnet-virus en de sabotage van de centrifuges. Daarna een hoofdstuk over de hacks van de AIVD en de werving van jonge IT-ers. De Mossad-man probeert Huib uit te horen over zijn onderzoek naar Stuxnet, Huib realiseert zich later dat hij door het stellen van bepaalde vragen heeft laten merken wat hij aan informatie al heeft.
Fase 5: het doel bereiken
De vijfde fase, het doel bereiken, gaat onder andere over spionage door China, die gericht is op het stelen van IP, en daarmee de innovatie en economie van de bestolen landen bedreigt, meer lange termijn dus dan de hacks van Rusland. Huib belt in 2019 de AIVD over de Huawei ‘deurtjes’ bij KPN, en wordt door chef Dick Schoof gevraagd terughoudend te zijn in zijn rapportage hierover. Pas in 2023 krijgt hij het verhaal rond. KPN blijft de zaak bagatelliseren, omdat het bang is voor reputatieschade, omdat maatregelen enorm veel geld kosten, en omdat het commerciële relaties heeft met China. Op de lange termijn levert dit enorme schade op.
Iets anders: criminelen (en wij ook?) hebben de neiging om de communicatie en online activiteiten meer af te schermen. Proton Mail. Signal. Maar opsporingsdiensten vinden die plekken juist extra interessant, en zetten zwaar in op een ingang bij Proton mail. Dusssss. Inmiddels gaat de Mossad-man naar Dubai, en dat land had óók een relatie met de Stuxnet-operatie. Huib is erg achterdochtig geworden.
Boeiend is het stuk over de ontwikkeling van TRIP (Go Travel), wat bedoeld was om terrorisme tegen te gaan, maar wat inmiddels door veel landen wordt aangekocht om de eigen bevolking in de gaten te houden, net zoals NetWitness, zogenaamd tegen Russisch inmenging bij de verkiezingen. En dan vindt Huib de Nederlandse agent die het Stuxnet-virus plaatste. De Mossad-man verdwijnt direct. En de AIVD blijkt géén idee te hebben dat de Nederlandse infiltratie tot doel had sabotage te plegen. Ze zagen het grotere plaatje niet.
Net zo min als wij het grotere plaatje bij digitalisering zien. We zijn tegen gezichtsherkenningscamera’s, maar ze worden op heel veel plekken gebruikt. Er wordt gewaarschuwd voor AI, maar heel veel ambtenaren gebruiken het.
We moeten beter opletten, op tijd ingrijpen en verdere schade voorkomen.
Mijn evaluatie van Dit wil je écht niet weten
Was in Huib’s vorige boek het afluisteren (door eigen inlichtingendiensten) van onschuldige burgers de kern van het betoog, in dit boek gaat het om het hacken van bedrijven en instituten door andere, vijandige landen als Rusland en China. De omvang en impact ervan weet Huib goed te duiden en zijn moeilijk voorstelbaar. Erger is het natuurlijk dat wij het allemaal nét te weinig serieus lijken te nemen. Hackers hebben toegang tot álles, ga daar maar van uit. En lig je er niet wakker van als je email wordt gehackt, weken zonder stroom of water zitten is óók een reële dreiging. Laat staan de ondermijning van de democratie. En we zijn niet voorbereid.
Het verhaal van de Mossad-man geeft een leuk inkijkje in de werkzaamheden van Huib en hoe zorgvuldig hij met mogelijke bewijzen of juist desinformatie omgaat. Ik vond het echter wel wat lang uitgesponnen, en mij is nóg niet duidelijk of de Mossad nu heeft gekregen waarnaar ze op zoek was.
Huib gaat uitgebreid in op diverse vormen van cyberoorlog, met gebruikmaking van anekdotes om het persoonlijk en toegankelijk te maken. Misschien pakt hij wel tevéél onderwerpen bij de kop, maar de technische details hoe e.e.a werkt zijn wel bijzonder boeiend. Dat ál onze data gehackt worden is nu meer dan duidelijk, dat daar misbruik van wordt gemaakt of kan worden gemaakt ook. Wat je moet doen blijft vaag. Signal en Proton Mail zijn dus óók niet de oplossing, maar trekken juist de aandacht, of zorgen dat jij extra aandacht trekt. Sja.
Mis je iets als je dit boek niet leest? Nee, veel staat bijna dagelijks in de krant, en er wordt überhaupt veel over geschreven. Het belang van soevereiniteit van de IT infrastructuur van een land is momenteel een hot topic, en terecht.