Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis voor morgen

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van Geschiedenis voor morgen.

Roman Krznaric schreef eerder Empathie en De goede voorouder. Ik las beide boeken en kan mij erg vinden in zijn aanpak: historische gebeurtenissen analyseren en daaruit lessen destilleren voor het hier en nu. Je leert wat van de geschiedenis, en krijgt gelijk het perspectief dat alles waar jij (en wij) nu mee worstelt, al eerder is gebeurd, en al dan niet tot positieve uitkomsten heeft geleid. Ik las met veel plezier over de boekdrukkunst, het watertribunaal in Valencia, de Edonomie in Japan, tolerantie in Al Andalus, de afschaffing van de slavernij na een opstand in Jamaica en nog veel meer. Roman neemt je mee door veel eeuwen én veel plaatsen en levert ‘radicale hoop’. Daar had ik nu nét behoefte aan!

Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis van morgen

Inleiding

Dit boek kun je zien als ‘toegepaste geschiedenis’, door bestudering van het verleden een betere koers uitzetten voor de toekomst. En dat is geen ‘loze’ belofte. In 1962 zat JFK midden in de Cuba-crisis. Hij ging te rade bij The Guns of August, een kroniek van misvattingen en geknoei van politieke en militaire leiders die bijdroegen aan WO1. Onder invloed van dit boek koos hij voor een diplomatieke aanpak. Zo kan een geschiedenisboek oorlog voorkomen!

Leren van fouten is belangrijk, maar je laten inspireren door positieve gebeurtenissen net zo. Roman wil beide in zijn boek laten terugkomen. En dan niet alleen de activiteiten van machtige leiders, maar juist die van gewone mensen, waar de veranderaars in onze samenleving kracht uit kunnen putten. Een beetje selectief winkelen dus? Ja, gericht op de 10 belangrijkste crises van nu waar gewone mensen invloed op kunnen uitoefenen.

H1. Afkicken van fossiele brandstoffen.

Radicaal activisme en de kracht van burgerlijke ongehoorzaamheid.

In dit hoofdstuk maakt Roman de vergelijking met de afschaffing van de slavernij, in de UK. In 1807 was de slavenhandel wel afgeschaft, maar de slavernij niet. Er werd enorm gelobbyd door plantagehouders (bij elkaar hadden die 700.000 slaven voor zich werken), politici, kooplieden, journalisten, etc. Ze willen de afschaffing spreiden over tientallen jaren, om teveel beroering te voorkomen en ‘de wilden op te voeden’. De plantagehouders moesten worden gecompenseerd. De lobby van fossiel gebruikt nu dezelfde argumentatie: de transitie moet héél geleidelijk gaan en fossiel moet voorlopig leidend blijven om die transitie te financieren. Er is weerstand vanuit de gevestigde orde en de overheden.

De slavernijlobby wist het te rekken tot 1830, ondank vele hervormingsgezinden. Toevallig was er in 1830 in de UK een opstand door werkloze landarbeiders. Dit leidde tot politieke hervorming die een andere politieke kleur aan de macht bracht, die de indeling van kiesdistricten veranderde, eerlijker maakte. De Tory’s, vóór slavernij, verloren hierbij veel macht. Er kwam een andere regering, maar dat was nog niet genoeg om de afschaffing van slavernij door te zetten.

De Jamaicaanse slavenopstand van 1831 wél. Het werd neergeslagen, met veel geweld, en zo’n 500 slaven werden in de strijd gedood of later opgehangen. Daartegenover stierven 14 witte mensen. De UK was geschokt door het geweld, en bang voor uitbreiding van de opstanden. In 1833 werd de slavernij afgeschaft, en de plantagehouders kregen enorme compensatie, omgerekend 350 miljard pond.

Les voor nu: er zijn radicalen nodig, die extreme standpunten innemen waardoor de visie van ‘het midden’ acceptabeler wordt. Dit staat bekend als het zogenaamde Raam van Overton. Het voorbeeld van de protesten onder leiding van M.L. King als vreedzame burgerlijke ongehoorzaamheid, in combinatie met de Black Power beweging die extreem en gewelddadig was, is óók een voorbeeld van die theorie. Om van fossiel af te komen is XR, de radicale flank van de klimaatbeweging, méér dan nodig.

H2. Naar meer verdraagzaamheid.

Samenleven in een middeleeuws Islamitisch rijk.

We zijn allemaal migranten, dat blijkt wel uit je DNA en als je genealogisch onderzoek doet. Het is goed dat te beseffen als er een nieuwe migratiegolf op gang komt, door klimaatverandering en automatisering. We moeten dus leren harmonieus samen te leven, ‘convivialiteit’. Hoe gaan we dat doen?

De VS rond 1850. De Chinese immigranten, aangetrokken door de goudkoorts, hadden het niet makkelijk, ze werden gediscrimineerd, mishandeld en gelyncht. Het ‘gele gevaar’ werd als uiterst bedreigend gezien. Tot 7 december 1941. Japan viel Pearl Harbor aan. China was in oorlog met Japan, en zo werd de vijand van de vijand een vriend. Chinese mannen waren welkom in het leger en de vrouwen gingen aan de slag in de fabrieken. De anti-Chinese wetten werden geschrapt. Na 100 jaar eindelijk verdraagzaamheid. In de VS is men nu onverdraagzaam naar moslims en Latijns-Amerikanen. Buitenstaanders krijgen snel overal de schuld van, met name economische problemen (‘ze pikken banen en huizen in’).

Zijn er positieve voorbeelden van tolerantie te vinden? Jawel, in Al-Andalus, rond het jaar 1000. In Cordoba leefden joden, moslims, christenen én heidenen samen. Ze woonden in aparte wijken, maar handelden met elkaar, gebruikten dezelfde badhuizen, maakten samen muziek. Ze zagen zichzelf en elkaar in de eerste plaats als Andalusi, ongeacht hun geloof. De gemeenschappelijke taal was Arabisch. Er was vrijheid van godsdienst. Er laaide wel eens geweld op, maar over het algemeen was er sprake van tolerantie. Hoe kwam dat? Door het intensief samenleven, door de onderlinge economische afhankelijkheid.

Die tolerantie is in steden veel sterker dan op het platteland, doordat je elkaar vaak tegenkomt en ontdekt wat je gemeen hebt. Dit is de ‘contacttheorie’. Die tolerantie kunnen wij in het heden bewust creëren door de steden ‘conviviaal’ te ontwerpen: zodanig dat je intermenselijke relaties bevordert. Denk aan gemeenschappelijke sociale voorzieningen en ‘etnische quota’ per buurt: de bewonerssamenstelling weerspiegelt de inwoners van het land . Ook is een gemeenschappelijke nationale identiteit van belang. Singapore en Spanje geven hierin het goede voorbeeld.

H3. Consuminderen.

Pre-industrieel Japan en het ontwerp van een regeneratieve economie

In Parijs in 1872 opende het eerste warenhuis: Bon Marché. In die periode werden bezittingen steeds meer ingezet om sociale status te benadrukken. Het warenhuis speelde in op het verlangen ‘dingen te kopen waarvan je niet wist dat je ze nodig had’. Maar consumentisme leidt niet tot steeds meer geluk, en verwoest de aarde. Echter, we weten niet beter, en stikken in de spullen: stuffocation.

Het kan ook anders, een mooi voorbeeld is Japan rond 1750. De shoguns hebben Japan bewust geïsoleerd van het buitenland, ze willen die kwalijke invloeden niet. Japan ziet er ouderwets uit: alles van hout. Maar nog bijzonderder: zonder afval op straat. Alles wordt hergebruikt, hersteld, gerecycled: de Edonomie. Aan hout was een groot tekort, dus stond er een hoge boete op illegale  houtkap en mocht er legaal maar heel beperkt gekapt worden. Tegelijkertijd was er een enorm aanplantprogramma. Deze Edonomie hield 200 jaar stand! Deels door de bestaande culturele focus op de banden tussen verschillende generaties, wat  lange termijnbeleid ondersteunt, deels door het idee van mottainai, ‘precies genoeg’, wat door hoog en laag werd uitgedragen, ook door de heersers, die best sober leefden. Maar ook door het dictatoriale bewind van de shoguns, én de isolatie, die hen dwong grondstoffen efficiënt te gebruiken. Toen Japan zich weer openstelde voor handel met het buitenland was het snel gebeurd met de Edonomie.

Les: in het heden gaat circulair leven er niet vanzelf komen. Er is regelgeving nodig. Daarnaast moet er een cultuurverandering komen, voor een andere levensstijl die onze voetafdruk zo klein mogelijk maakt, zoals die van de quakers. Maar dat zal héél lastig zijn. Beter is dan rantsoenering, bijvoorbeeld CO2-rantsoenering, zoals de houtrantsoenering in Japan.

H4. Sociale media beteugelen.

De boekdrukkunst en de uitvinding van het koffiehuis

Vroeger waren er ook ‘sociale media’. In Rome brachten slaven berichten en openbare brieven rond, ze ‘waren het Romeinse equivalent van breedband’. Ook waren er herbruikbare was-tabletten, en de muren van gebouwen, die voor berichten gebruikt werden. De drukpers schaalde het op: de pamfletten van Luther zorgde voor de polarisatie tussen katholieken en protestanten en leidde tot godsdienstoorlogen. En ook verschenen er pamfletten over heksen en de bestseller Malleus Maleficarum, die de heksenjacht bevorderden.

Maar het kon ook anders: kijk maar naar de koffiehuizen in het VK rond 1700: met een grote leestafel vol pamfletten en tijdschriften. Lekker lezen en erover discussiëren, met mensen van verschillen sociale achtergronden. Die vrije ‘publieke sfeer’ werd later verstikt door de massamedia: eerst de grote kranten, de radio en tv, daarna het internet. Inmiddels is het verworden tot een sfeer van desinformatie en leuk/niet leuk. Jammer, het pluralisme is weg. Hoe krijgen we het terug?

Die koffiehuizen waren kleine tenten, en er waren er veel van. Geen ketens, veel concurrentie. Zouden wat anti-monopoliewetten helpen om de grote platformen van nu op te breken? Of nieuwe koffietentjes om de inhoudelijke gesprekken weer op gang te brengen?

Iets anders: onze cognitieve geschiedenis. Vroeger luisterden we gezamenlijk naar verhalen, daarna lazen we in afzondering en stilte opinies. Dat lezen veranderde onze hersenen, we gingen meer lineair redeneren en daarmee meer rationeel denken. Het internet verandert onze hersenen verder. Hebben we straks alleen nog relaties met AI? Beter: laten we in een cafeetje onze telefoon wegleggen en met elkaar praten.

H5. Water voor iedereen.

Wateroorlogen en het vernuft van de commons

Aquacide. Dat staat ons te wachten, klimaatverandering, bevolkingsgroei en industriële landbouw zorgen voor toenemende waterschaarste. In China is de strijd tegen of voor het water al eeuwen aan de gang.

In de 7de eeuw werd het Grote Kanaal gebouwd, de langste waterweg ooit, om het noorden van water te voorzien. Door corruptie en incompetentie verziltte het in de 19-de eeuw. Het gevolg was hongersnood, kannibalisme en tussen de 10 en 20 miljoen doden.

Rond de 8ste eeuw ontstond het watertribunaal in Valencia, een gerechtshof dat zorgt voor de eerlijke verdeling van water in het achterland. De leden waren lokale vertegenwoordigers van de irrigatiekanalen. Het is een van de eerste meents, een common, en inspireerde Elinor Ostrom, Nobelprijswinnaar Economie in 2009, tot haar onderzoek naar de commons.

Water is ook de oorzaak van de Zesdaagse Oorlog, toen Syrië in 1964 de loop van de Jordaan ging verleggen. Israël was niet blij, ze haalde daar een derde van haar water vandaan. En ook nu is water reden voor strijd: Israël beperkt niet alleen het Jordaanwater, maar ook de toegang tot grondwater voor de Palestijnen, ook al wonen die er bovenop.

Met toenemende waterschaarste neemt de kans op conflicten toe. Zouden we een watertribunaal kunnen gebruiken? Of eigenlijk: meerdere tribunalen, op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Vooral internationaal is de nood hoog, aangezien armere landen geen geld hebben voor dure technische oplossingen als ontziltingsinstallaties. Ook het slechte beheer van water door private partijen pleit voor het onderbrengen van water in commons.

H6. Het vertrouwen in de democratie herstellen.

Over het herontdekken van de gemeenschapsdemocratie

Onze huidige representatieve democratie, met verkiezingen en beroepspolitici en lobbyende bedrijven kraakt in haar voegen. Er zijn er ook nog maar 34, van de 179 landen. Veel jongeren hebben er totaal geen vertrouwen in. Kunnen we van de geschiedenis leren? Het huidige idee van vertegenwoordigers die het algemeen belang beter kunnen behartigen dan ‘het gepeupel’ is juist anti-democratisch, helemaal als, zoals vroeger, niet iedereen mag stemmen.

Djennë-Djeno was een bloeiende stad in Mali, tussen 250 v. Chr. en 1400 n. Chr. Er woonden 40.000 mensen die mooi aardewerk, metaal en beeldhouwwerk voortbrachten. Maar … geen paleizen, geen vestingwerken. Djennë-Djeno had geen hiërarchie maar heterarchie: zelfbestuur met vertegenwoordigers van de diverse beroepsgroepen. Géén beroepspolitici. Vóór de slavenhandel en kolonisatie waren er veel van dergelijke gemeenschappen in Afrika.

Er zijn ook andere vormen: De Atheense democratie, waarbij zo’n 20% van de bevolking via diverse vergaderingen besluiten nam en met bestuursorganen waarvan de leden via loting werden bepaald.

Ook was er de Rätische Vrijstaat, tussen 1524 en 1799, die 227 buurtvergaderingen had, die afgevaardigden stuurden naar 49 gemeenschappen die weer afgevaardigden stuurden naar de Bundestag. En die had weer een dagelijks bestuur van 3. Het werkte met een referendumstelsel. De nalatenschap hiervan zien we nog steeds in Zwitserland. En ook de Koerden werken vergelijkbaar in Rojava, een regio mrt 4 miljoen mensen.

Het burgerberaad is een uitstekend initiatief, beter dan een referendum, omdat er eerst met elkaar gesproken wordt, consensus wordt gezocht. Echter, de uitkomt is een advies, het burgerberaad heeft geen macht. Anderzijds, er is minder risico op partijpolitiek, bedrijfslobby en korte-termijndenken. We moeten naar een vorm toe met decentralisatie, deliberatie en directe besluitvorming.

H7. De genetische revolutie in goede banen leiden.

De schaduwkant van de eugenetica en het streven naar algemeen welzijn

We kiezen de specs van onze nieuwe telefoon. Kiezen we binnenkort ook de eigenschappen van onze baby? Geslacht, haarkleur, ogen, vrij van ziekten, talent voor muziek of sport? We kunnen biotechnologie inzetten voor algemeen welzijn, denk aan het polio-vaccin. Maar ook voor minder fraaie doelen: de eugenetica.

Eugenetica wil door middel van selectieve voortplanting de menselijke soort verbeteren. Ooit werden mensen van kleur uitgesloten (‘intellectueel minderwaardig’) en misdadigers, imbecielen, verkrachters gedwongen gesteriliseerd (in de VS). De Nazi’s haalden hier inspiratie uit.

Tegenwoordig is eugenetica uit de gratie, maar de moderne biotech kijkt ook naar de ‘afwijkingen’ van embryo’s, zoals het Syndroom van Down. Zullen er ouders zijn die ook dwerggroei of doofheid zullen laten wegmodificeren? Je zult niet geboren worden … op basis van vooroordelen.

Aan de andere kant: het COVID-19 vaccin is ontwikkeld met behulp van gentechnologie. Droogtebestendige gewassen ook. En hoe fijn zou het zijn als we geen leukemie meer kregen … Maar het welzijn van de gemeenschap moet voorrang krijgen boven persoonlijke belangen. Zoals vroeger de ontwikkeling van het poliovaccin: door crowdfunding, en zonder patent, want eigendom van de samenleving. Het is dan ook ontwikkeld buiten de farmaceutische industrie om.

Maar nu is ook de biotechnologie door het neoliberalisme ontdekt en wordt ons DNA, een gemeenschappelijk bezit zou je zeggen, verkocht, worden er biopatenten gevestigd op gentherapie voor kanker. Dat kan zomaar 2 miljoen kosten. Per patiënt. In 2021 weigerden de Europese overheden dat te betalen. De fabrikant verlaagde zijn prijs niet, nee, hij stapte uit de markt, jammer dan voor de patiënten.

Hetzelfde geldt voor biodata, DNA van mensen die betaalden voor onderzoek, biodata die daarna verkocht worden aan farmaceutische bedrijven. Facebook is er niets bij! Het verdient de voorkeur om biotechnologie in overheidshanden te houden, al was het alleen maar om eugenetica onder controle te houden. De evolutie van de mens staat op het spel! En: DNA is een schat van en voor ons allen.

H8 De ongelijkheidskloof dichten.

Strijden voor gelijkheid in Kerala en Finland

De pest, de Zwarte Dood van rond 1350, kostte miljoenen het leven, maar had ook een voordeeltje: het verkleinde de kloof tussen arm en rijk. Want: veel minder mensen om het werk te doen, die konden dus hogere lonen vragen. Boeren konden lagere pacht bedingen. Lijfeigenen dwongen af dat ze loonwerkers werden. De vier ‘blessings in disguise’ zijn oorlogsmobilisatie, revolutie, ineenstorting van de staat en dus pandemie. Maar … kan dat ook zonder ramp? Jawel.

In Kerala, India, is het welzijn, uitgedrukt in ratio’s voor kindersterfte, deelname onderwijs, geletterdheid etc. maar ook inkomens- en welvaartsongelijkheid hoger dan in andere deelstaten. Hoe kan dat? In 1813 kwamen daar de vrouwen van de laagste kaste in verzet tegen vernederende beperkingen. Een van die protesten: ze bedekten hun borsten (Dat mochten ze dus niet. Er moest altijd met blote borsten worden gelopen!). In 1858 deden ze het weer. Rond 1890 was er een opstand om meer onderwijs te krijgen, in 1938 om gevangen vrij te krijgen. Steeds gingen de vrouwen voorop. In 1957 protesteerden de communisten in Kerala tegen hoge voedselprijzen en voor beter onderwijs. En de Communistische partij kwam in 1998 met Kudumbashree, ‘voorspoed van de familie’, een opstand tegen armoede en genderdiscriminatie. Al dit politiek activisme, geïnitieerd door vrouwen, zorgde voor meer gelijkheid.

In het mondiale Noorden heeft Finland iets vergelijkbaars gedaan, met een sterke vrouwenbeweging. Dus naast de 4 rampen, is politieke en sociale strijd óók een bron van verandering. Collectieve solidariteit resulteert óók in gerechtigheid, en vrouwen spelen daarin een belangrijke rol.

H9. Machines onder controle houden.

Kunstmatige intelligentie en de opkomst van het kapitalisme

Er is ‘zwakke’ AI, geprogrammeerd door mensen voor specifieke taken, en ‘sterke’ AI, AGI, met een zelfbewustzijn, en zijn eigen doelen bepalend. Sterke AI bestaat nog niet. Maar zwakke AI kent ook gevaren, het verspreidt zich razendsnel en helemaal onder controle hebben we het niet. Is er een historische parallel te trekken?

Jawel, met het systeem van het (financieel) kapitalisme. Dat ontstond in Amsterdam, in 1602, toen de Verenigde Oost-Indische Companie, het allereerste bedrijf met aandelen, haar allereerste aandelen op de markt bracht. O ja, in Amsterdam vond men ook de BV uit, die investeerders beschermde tegen financiële risico’s die groter waren dan hun investering. Ene John Law kopieerde het systeem en bracht het naar Parijs, op basis van de handel met Louisiana. Helaas was Louisiana niet het land van melk en honing, maar van moerassen en muggen, met weinig economisch potentieel. Investeerders begonnen hun aandelen te dumpen. Wat Law ook deed, niks hielp. Het resultaat was de eerste financiële crash: de Mississippi Bubble. De schuld van Law? Of een systeem wat onbeheersbaar was geworden?

Het mondiale financiële kapitalisme is inmiddels zo groot en verweven dat het niet meer te reguleren is. In 2008 bleek dat de val van één bank, rampzalige gevolgen had voor het hele systeem. Wat zijn precies de parallellen met AI? Complexiteit en omvang. Het is overal, en in tegenstelling tot het kapitalisme, breidt het zich enorm snel uit. Ook is het in veel gebieden te gebruiken: onderzoek naar gentherapie, weersatellieten, oliebronnen zoeken, vliegroutes plannen, you name it. Je kunt er ook nauwelijks omheen, als één bedrijf met iets nieuws komt, volgen de concurrenten snel. Daarnaast is er ’besmettingsrisico’, een probleem in één deel van het systeem leidt tot veel meer problemen. Denk aan nepnieuws leidend tot identiteitsdiefstal, slimme drones tot killer robots. De derde overeenkomst is het intentioneel ontwerp: beide systemen hebben geen bewustzijn.

De angst voor AGI leidt af van de huidige risico’s. Maar het feit dat het een intentioneel ontwerp is, houdt misschien in dat we het ook opnieuw kunnen ontwerpen. En misschien moeten we het wel weghalen bij de op winst beluste bedrijven, en onderbrengen bij overheidsinstanties. (Maar ja, Poetin …)

Of misschien via gedistribueerd eigenaarschap, bij een groep belanghebbenden. Steward-owned, oftewel rentmeesterschap.

Wat het kapitalisme betreft, werkt dit gedistribueerd eigenaarschap heel goed in de Italiaanse regio Emilia-Romagna. Dit model floreerde ook in de VS in de jaren 30, met coöperatieve elektriciteitsbedrijven, die nog steeds bestaan. Zo kunnen ook AI-coöperaties worden opgericht. Wat nodig is, is startkapitaal en regulering.

H10. De ineenstorting van de beschaving afwenden.

Hoe naties en rijken crises en verandering hebben overleefd

Het geld stapelt zich op in ons financieel systeem, en de hulpbronnen van de planeet raken uitgeput. Het feestje loopt op z’n end. Het is tijd voor de Grote Vereenvoudiging: een samenleving die draait op een veel lager energieniveau en met een veel lager mondiale bbp. Gaan we dan buigen of breken? Maken we een transformatie mee, of een ineenstorting? De ‘collapsologie’ geeft antwoord, een vakgebied dat in het verleden zoekt naar mogelijke oorzaken van de opkomst en ondergang van beschavingen. En naar de oorzaken waarom andere beschavingen blijven bestaan. Dat blijkt te liggen aan asabijja, biofilie en crisisrespons.

Asabijja is een Arabisch woord en betekent collectieve solidariteit of groepsgevoel. De woestijnvolken hadden dat en de islamitische veroveringen in de 7de eeuw zouden daaraan te danken zijn. Die stelling wordt onderschreven door Luke Kemp en Jared Diamond, die de ondergang van beschavingen wijten aan welvaart en ongelijkheid. De heersende elite gebruikt haar rijkdom en privileges om zich te isoleren van sociale en ecologische problemen die ze zelf veroorzaakt hebben. In tijden van grootschalige rampen geeft collectieve solidariteit een maatschappij de veerkracht om crises het hoofd te bieden. Zo beschrijft Rebecca Solnit de aardbeving van 1906 die San Francisco trof. De lokale bevolking zette zelf gaarkeukens e.d. op.

De huidige klimaatcrisis vereist collectieve solidariteit over landen heen. Dat hebben we nog nooit vertoond, met uitzondering van het dichten van het gat in de ozonlaag. Er is geen vijand van buiten, de impact van de klimaatcrisis is trager, niet direct waarneembaar en minder gewelddadig dan een gemeenschappelijke vijand als Hitler bijvoorbeeld. Een vijand van binnen dan? De fossiele brandstofbedrijven? De CO2 uitstotende miljardairs? De fossiele brandstof producerende landen? We móéten een vijand kiezen om asabijja te creëren!

Biofilie gaat over de strijd tegen overexploitatie van het milieu, over solidair zijn met álle leven op aarde. Overexploitatie van hulpbronnen is de belangrijkste reden van de ondergang van beschavingen, zoals het Akkadische rijk, rond 2200 v Chr. Maar juist veel inheemse volken hebben duizenden jaren stand gehouden door een goed beheer van land, zee en bos, denk aan de Groenlandse Inuit en de Australische jager-verzamelaars. Biofilie is een aangeboren verbondenheid met met de levende wereld. Die is bij ons weggezakt, maar niet helemaal weg. Er zijn miljoenen  mensen lid van de vogelbescherming, miljoenen tuiniers, miljoenen die in het weekeinde de natuur intrekken om een hert te spotten. Er is dus een basis om dat biofiele bewustzijn terug te krijgen.

Crisisrespons: terwijl we werken aan asabijja en biofilie, wat tijd zal kosten, moeten we wel de optredende crises het hoofd kunnen bieden. En snel! Er zijn zat voorbeelden. WO2 bijvoorbeeld: door de aanval op Pearl Harbor raakten de VS betrokken. In een paar jaar tijd werd er een enorme oorlogsindustrie opgebouwd, autofabrikanten moesten tanks en vliegtuigen gaan maken. En na de Watersnoodramp in 1953 bouwde Nederland de Deltawerken, wat 20% van het bbp kostte. Na de revolutie in 1949 begon China aan een enorm hervormingstraject.

De klimaatcrisis past niet in één van deze drie categorieën, maar wel in een vierde: ontwrichting. Dat is een combi van een ‘milde’ crisis en ontwrichtende sociale bewegingen die ruimte biedt voor visionaire nieuwe ideeën. De slavernij werd pas een crisis na opstanden. Maar voor verandering zijn ook nieuwe ideeën nodig. Bij de bankencrisis van 2008 waren die er niet, en dus vond er geen transformatie plaats. Bij een ontwrichting zijn het niet de politieke leiders die het voortouw nemen, maar de gewone burgers, tot het moment dat de politiek wel móét reageren met radicale maatregelen. Dus, we weten wat er nodig is om te buigen, in plaats van te breken. Dat is een begin.

Conclusie.

Vijf redenen voor radicale hoop

We lijden aan het ‘syndroom van verschuivende ijkpunten’. Ons ijkpunt van wat normaal is, komt van wat in onze jeugd de stand van zaken was. Daardoor onderschatten we de neergang op de langere termijn: niemand die nu leeft kan zich krioelende scholen makrelen voor de kust herinneren, de enorme hoeveelheid vis vóórdat we met industriële visserij begonnen. Wat we normaal vinden is wat we zelf hebben ervaren. Dit boek probeert dat te doorbreken. Tegelijkertijd laat het boek zien dat verandering mogelijk is, geeft het ‘radicale hoop’.

Er zijn 5 redenen voor die radicale hoop:

  1. Ontwrichtende bewegingen kunnen het systeem veranderen. Burgerbewegingen hebben tot transformatie geleid. Hierbij is een radicale flank nodig, die dwingt tot actie.
  2. ‘Wij’ kan het winnen van ‘ik’. Dit zie je aan Valencia’s watertribunaal en aan de samenleving in Al Andalus. Asabijja loopt als een rode draad door de geschiedenis.
  3. Er zijn alternatieven voor het kapitalisme. Denk aan Edonomie, en het uitvinden van het poliovaccin.
  4. Mensen zijn sociale vernieuwers. Laten we dus niet alleen kijken naar nieuwe technologie, of grote leiders, maar ook naar elkaar.
  5. Er zijn andere toekomsten mogelijk. Onze voorouders konden leren om dingen anders te doen, wij kunnen dat ook. De geschiedenis geeft ons allerlei alternatieven. Het breekt onze verbeelding open, maakt ons ontvankelijk voor andere mogelijkheden.

Laten we putten uit de geschiedenis, voor morgen, en radicale hoop omzetten in actie.

Mijn mening over Geschiedenis van morgen?

Wat ik van dit boek vond, lees je (later) in mijn recensie.

Andere Booknotes

Lees ook mijn Booknotes van:

Nexus

Stil

Een immense wereld

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 3 reacties

Vrouwendag 2025 – 11 topboeken van 11 vrouwelijke auteurs

8 maart: Vrouwendag! Een goede reden om weer mijn favoriete zakelijke boeken van vrouwelijke auteurs uit te lichten. De top 11 van wat ik afgelopen jaar las, en de rest van mijn ‘beste 101’.  Ik vond de eerste 6 uitstekend, dus als je krap in je tijd zit: lees dan in ieder geval deze 6! Over Private Equity in publieke sector, duurzaamheid, de veranderende politieke omgeving, gezondheid, introversie en … bomen! Lekker gevarieerd leesvoer. Lees eens wat vaker een boek van een vrouw!

Eind 2023 viel me op dat ik relatief weinig van vrouwelijke auteurs las: van de 79 managementboeken die ik in dat jaar las, was maar 29% van een vrouw.  En ook van mijn hele historische leesproductie van 450 boeken destijds, was 29% (!) van een vrouw. Dus lees ik nu bewust meer van vrouwen, om op 50% te komen. En dat is in 2024-2025 gelukt: 29 van de 58 boeken was (toevallig!) van een vrouw. En dat gerichte lezen was bepaald geen straf, want er zijn zát goede boeken van vrouwen! Deze mooie lijst van 101 boeken geeft inspiratie.

De 11 beste boeken van vrouwelijke auteurs die ik afgelopen jaar (8 maart 2024 – 2025) las.

1. Gekaapt door het kapitaal van Mirjam de Rijk (2024) – 4 1/2 *

Kan dat wel? Dat je een boek zó goed vindt, dat je geen zin hebt om verder te lezen? Ja dat kan, en dat ligt aan mij, teveel onaangename feiten in één keer. En die feiten verdwijnen niet als je ze negeert, dus … las ik dit boek helemaal uit. En vraag ik me nu af hoe ik zo’n kaping kan tegengaan. De Rijk beschrijft hoe Private Equity steeds meer invloed krijgt op, en geld onttrekt uit, de publieke sector. Denk aan zorg, onderwijs, wonen, kinderopvang. We hebben al in de krant gelezen dat huisarts-praktijken worden opgekocht, en dat je dan als patiënt zómaar zonder huisarts kunt zitten. Schokkend en ja, onaangenaam qua inhoud ook. En ook goed geschreven, uiterst relevant en met handvatten voor de politiek om dit tegen te gaan. Volledige recensie.

2. Tricky tijden van ‘nicht’ Jitske Kramer (2024) – 4 1/2 *

Grote veranderingen kennen altijd een overgangsperiode, een liminaliteit heet dat in de antropologie. En op dit moment zitten we volop in zo’n onzekere tijd, met de bijbehorende complottheorieën, mensen die ons misleiden, een oude structuur die niet meer werkt en een nieuwe structuur die nog vaag is. Jitske slaagt er in dit boek uitstekend in om deze periode te duiden, ze schept orde in de chaos en verklaart wat er gebeurt. Ha, houvast, heerlijk! We weten allemaal wel dat we afscheid moeten nemen van de manier waarop we leefden, door het falen van de vrije markt en door de klimaatcrisis. Maar we twijfelen over wanneer, hoe, wat precies, en hoe de nieuwe manier van leven eruit komt te zien. Volledige recensie.

3. Het happy 2050 scenario van Babette Porcelijn (2023) – 4 1/2 *

Wow, wat een geweldig boek is dit! Babette noemt deze herziene editie een soort ‘lees-encyclopedie’. Ja, dat dekt de lading zeker: veelomvattend, feitelijk, gestructureerd, geïllustreerd en heerlijk leesbaar. Zó knap hoe Babette het best complexe onderwerp ‘geluk’ uiteenrafelt in veiligheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en welzijn. Van macro (de aarde) naar micro (jouw lichaam & geest) en alles ertussenin. Petje af. Het meest onder de indruk ben ik van de illustraties, het boek barst bijna uit zijn voegen van de infographics, en veel externe tabellen en overzichten zijn verduidelijkt en versimpeld zonder iets van de boodschap en globale betrouwbaarheid te verliezen. Volledige recensie.

4. De bacterie en het brein van Iris Sommer (2023) – 4 1/2*

De bacterie is bepaald ondergewaardeerd, dat is mijn conclusie na het lezen van dit geweldige boek van hoogleraar psychiatrie Iris Sommer. Psychiatrie ja: leek mij de relatie tussen bacteriën en het brein nogal vergezocht, inmiddels ben ik óm. Wil jij ook eens van een andere kant kijken naar neurodiversiteit, stress en je persoonlijkheid, lees dan zeker dit boek! Smeuïg! Ja smeuïg is het goede woord. Niet alleen door de zeer prettige schrijfstijl met de bijna menselijke omschrijvingen van de bacteriën (toffe gasten, bijvoorbeeld), ook door het regelmatig terugkomen op het nut van poeptransplantaties. Volledige recensie.

5. Wat bomen ons vertellen van Valerie Trouet (2020) – 4 1/2 *

Valerie Trouet is dendroklimatoloog: aan de hand van jaarringen bestudeert ze het klimaat uit het verleden en de invloed ervan op ecosystemen en samenlevingen. Maar ze is ook de auteur van dit geweldige boek. Een persoonlijk verhaal met fascinerende onderzoeken en verrassende resultaten. En met de nodige humor, ook nog, dat had ik niet verwacht. Als je denkt dat jaarringen alleen nuttig zijn om te berekenen hoe oud een boom is, heb je het mis. Valerie neemt ons mee naar alle uithoeken van de wereld om te laten zien hoe je het optreden van orkanen, droogte en overstromingen, straalstromen en nucleaire straling, branden en meteoriet-inslagen kunt afleiden. Volledige recensie.

6. Stil van ‘nicht’ Susan Cain (2012) – 4 1/2*

Wat een heerlijk boek is dit! Met name als je introvert bent, want dan is het niet alleen herkenbaar, maar ook krijg je veel lof toegezwaaid. Stil gaat over introversie, de voordelen en nadelen, relevante wetenschappelijke onderzoeken en wijdverbreide misverstanden. Een warm bad voor introverten en een Must Read voor leidinggevenden die de talenten van de introverte medewerkers willen benutten. Het boek behandelt verschillende invalshoeken: de culturele, de fysieke, het werk, de relatie met een partner, je kinderen, school. Al deze invalshoeken worden uitgebreid onderzocht en gelardeerd met veel anekdotes. Volledige recensie | Booknotes

7. De groene actiegids van ‘nicht’ Nadine Maarhuis (2024) – 4*

Zo moeilijk is het allemaal niet, werken aan duurzaamheid, zo laat Nadine zien in dit boek. Ze werkt 8 actiethema’s uit met initiatieven die van behoorlijk breed naar supersimpel gaan. Zo is er voor iedereen een passende actie, en door de motiverende en gedetailleerde omschrijvingen krijg je enorm veel zin om te beginnen aan iets. Bij ecologische landbouw bijvoorbeeld, het eerste thema, kun je denken aan uitgestrekte landerijen, een coöperatieve tuinderij, maar ook aan een moestuintje, een wormenhotel of zelfs het kweken van een bosui in een glas ……. Informatief, positief, activerend, dit boek heeft het allemaal. Volledige recensie

8. Autocratie van Anne Appelbaum (2024) – 4 *

Er gebeurt van alles in de wereld en ik ben er regelmatig confuus van. Wie werkt samen met wie, welke belangen hebben de landen, waar gáát het om? Religie? Geld? Grondstoffen? Macht? Dit boek zet de geopolitieke ontwikkelingen op een rijtje en maakt duidelijk wat er in de niet-zo-democratische wereld gebeurt, en, belangrijker nog, waaróm. Ik werd er bepaald angstig van. De oorlog in Oekraïne gaat niet om Oekraïne, maar om de wereldorde, stelt Anne. Als de eigen burgers gaan roepen om transparantie, verantwoording, rechtvaardigheid, democratie, dan is dat een bedreiging voor de autocratische heersers. Volledige recensie.

9. Leuker kunnen we het niet maken van Renske Leijten (2024) – 4*

Als je denk dat je het verhaal over het Toeslagenschandaal nu wel kent, dan heb je het mis. Je kent het verhaal van Eva Gonzalez Perez, en haar man, kinderen en ouders, vast niet. En die zijn onverbrekelijk verbonden met het schandaal, als slachtoffers, als vechters voor hun recht, als winnaars die hun ‘prijs’ steeds niet krijgen. En als aanjagers van de onderzoeken door de pers en de politiek. Dit boek is een uitstekend geschreven biografie-achtig stukje geschiedenis over de strijd van burgers voor hun recht. Het Toeslagenschandaal begon bij Eva, of eigenlijk bij haar man, die een gastouderbureau heeft, en vrijwel als eerste verontruste en verontrustende telefoontjes van zijn klanten krijgt. Volledige recensie.

10. Mijn ego heeft altijd gelijk van ‘nicht’ Roos Vonk (2023) – 4*

Roos laat ons in dit boek zien hoe het komt dat we onszelf, elkaar en de wereld niet écht zien, maar een beeld hebben dat beïnvloed wordt door ons ego. Dat beïnvloeden gebeurt in ons onbewuste, we merken er vaak niets van. Roze bril. Zelfbedrog. Zijn we dan machteloos? Nee, je kunt er wel iets tegen doen: met zelfacceptatie en zelfcompassie. Zo kom je tot zelfkennis. En red je de planeet …Ehhh, wat? Red je de planeet? Jazeker. Het boek leidt ons in diverse hoofdstukken die allemaal over ons individuele, vaak onbewuste gedrag gaan, naar het effect wat dat gedrag heeft in groepen en in onze samenleving. En daarmee naar het effect op onze planeet, op onze omgang met andere soorten. Volledige recensie | Impressie

11. Eerste hulp bij klimaatverandering van Anabella Meijer (2018) – 4 *

Een ontzettend leuk, leerzaam goed doordacht boek wat behoorlijk tijdloos is. Met flink wat sarcasme, Jon Snow en wat snufjes sex zorgt het ervoor dat ik het in één ruk uitlas. Angst en kennis zorgen niet voor actiebereidheid, daar is wat anders voor nodig, stelt Anabella. Zij koos voor luchtige, supergrappige tekeningen, waar je nog lang naar blijft kijken omdat de boodschap zo mooi verpakt is. Zij koos ook voor verhalen van mensen die het goede voorbeeld geven. Geen off-the-grid levende veganisten, maar heel ‘haalbare’ mensen met praktische voorbeelden van hoe het ook kan, en ‘guilty pleasures’. Met tips voor kleine stappen die iedereen kan zetten. Volledige recensie

Nummer 12 en 13 vond ik geweldig, en zijn dat nog steeds, al zijn ze wat ouder.

12. Onzichtbare vrouwen van Carolina Criado Perez (2019) 5 * (recensie).

13. Een vlecht van heilig gras van Robin Wall Kimmerer (2013) 5* (recensie)

En 14 tot en met 42 zijn ook uitstekend, de meest recente staan bovenaan:

14. Goede gespreksstof van Stijntje Jaspers (2023) 4 1/2* (recensie)

15. Groen en gevangen van Else Boutkan (2023) 4 1/2* (recensie)

16. The Shame Machine van Cathy O’Neil (2022) 4 1/2* (recensie)

17. Het klimaatboek van Greta Thunberg (2022) 4 1/2* (recensie)

18. De 9 succesfactoren van de BV Natuur van Ylva Poelman (2021) 4 1/2* (recensie)

19. Moonshot van ‘nicht’ Mariana Mazzucato (2021) 4 1/2* (recensie)

20. Thrive van Shinta Oosterwaal e.a. (2021) 4 1/2 * (recensie)

21. Patronen van ‘nicht’ Danielle Braun (2021) 4 1/2*(recensie)

22. De mythe van de staatsschuld van Stephanie Kelton (2021) 4 1/2 * (recensie)

23. Een nieuw kapitalisme van Rebecca Henderson (2020) 4 1/2* (recensie)

24. Hoe economie de wereld kan redden van Esther Duflo e.a. (2020) 4 1/2* (recensie)

25. Werk heeft het gebouw verlaten van ‘nicht’ Jitske Kramer (2020) 4 1/2* (recensie)

26. Seeing around corners van ‘nicht’ Rita McGrath (2019) 4 1/2* (must read) (samenvatting)

27. De waarde van alles van ‘nicht’ Mariana Mazzucato (2018) 4 1/2* (recensie) (samenvatting)

28. Pioniers van de nieuwe welvaart van ‘nicht’ Nadine Maarhuis e.a. (2018) 4 1/2 * (recensie)

29. Hooggeëerd publiek van Judith de Bruin (2018) 4 1/2 * (recensie)

30. Nice girls don’t get the corner office van Lois P. Frankel (2018) 4 1/2* (recensie)

31. Building tribes van ‘nicht’ Jitske Kramer en ‘nicht’ Daniëlle Braun (2018) 4 1/2 * (recensie)

32. Mindset van Carol Dweck (2017) 4 1/2 * (recensie(samenvatting)

33. Donuteconomie van ‘nicht’ Kate Raworth (2017) 4 1/2 * (recensie) (samenvatting)

34. IK2 van ‘nicht’ Margriet Sitskoorn (2016) 4 1/2* (recensie)

35. Weapons of Math Destruction van Cathy O’Neill (2016) 4 1/2 * (recensie)

36. Deep democracy van ‘nicht’ Jitske Kramer (2015) 4 1/2 * (must read) (samenvatting)

37. De culture map van Erin Meyer (2014) 4 1/2 * (recensie)

38. De kracht van kwetsbaarheid van ‘nicht’ Brené Brown (2013) 4 1/2  (recensie)

39. Lean in van Sheryl Sandberg (2013) 4 1/2 * (recensie)

40. De shockdoctrine van ‘nicht’ Naomi Klein (2007) 4 1/2 * (recensie)

41. No logo van ‘nicht’ Naomi Klein (2000) 4 1/2 * (recensie)

42. De kracht van Atlantis van Ayn Rand (1957) 4 1/2  (recensie)

En ook nummers 43 tot en met 91, gesorteerd op jaar, zijn gewoon allemaal goed:

43. Da’s gek van ‘nicht’  Danielle Braun (2024) 4 * (recensie)

44. Als alle breinen werken van Saskia Schepers (2023) 4 * (recensie)

45. Als alle stemmen spreken van Sandra Bouckaert (2023) 4 * (recensie)

46. Don’t push me! van Genieke Hertoghs (2023) 4 * (recensie)

47. Rechten voor de natuur van Jessica den Outer (2023) 4 * (recensie)

48. De consultancy-industrie van ‘nicht’ Mariana Mazzucato (2023) 4 * (recensie)

49. Zo bedenk je de perfecte post op LinkedIn van Ina Boer (2023) 4 * (recensie)

50. Er is hier maar één de baas! van Angelique Kunst (2022) 4 * (recensie)

51. Het boek van hoop van Jane Goodall e.a. (2022) 4 * (recensie) (mini samenvatting)

52. Eigen welzijn eerst van Roxane van Iperen (2022) 4 * (recensie)

53. Spelen werkt van Karen Sikkema (2022) 4 * (recensie)

54. De verfrissende smaak van zure appels van Mathilde Maas Kuper (2021) 4 * (recensie)

55. Drinkbare rivieren van Li An Phoa (2021) 4 * (recensie)

56. Dieren kunnen de pest krijgen, en dan? van Esther Ouwehand (2021) 4 * (recensie)

57. De notenkraker van Anne Kloosterboer (2021) 4 * (recensie)

58. Hoe-boek voor wendbaarheid van Hanneke Moonen (2021) 4 * (recensie)

59. Macht aan de aardige mens van Pacelle van Goethem (2020) 4 * (recensie)

60. Tribaal kantoorgedoe van ‘nicht’ Daniëlle Braun (2020) 4 * (recensie)

61. Teken het maar van Sanne Slopsema (2020) 4 * (recensie)

62. Inspirerend leiderschap op afstand van Godelieve Meeuwissen (2020) 4 * (recensie)

63. Het grote 50+ werkboek van Anne-Marije Buckens (2020) 4 * (recensie)

64. Work hard, travel harder van Suzanne van Duijn (2020) 4 * (recensie)

65. Artifcial intelligence in actie van Muriel Serrurier Schepper (2019) 4 * (recensie)

66. Spelen met samenwerken van Felice de Charro (2019) 4 * (recensie)

67. Hersenhack van ‘nicht’  Margriet Sitskoorn (2019) 4 * (recensie)

68. Jam Cultures van ‘nicht’  Jitske Kramer (2019) 4 * (recensie)

69. Topteams van Katja Staartjes (2019) 4 * (recensie)

70. Products that last van Conny Bakker (2019) 4 * (recensie)

71. Brand! van ‘nicht’ Naomi Klein (2019) 4 * (recensie)

72. Meer dan de som der delen van Brechtje Kessener (2019) 4 * (recensie)

73. The positive sum game  van An Maes e.a.  (2019) 4 * (recensie)

74. Het kleine innovatieboek van Kim Spinder (2019) 4 * (recensie)

75. Niemand is te klein om het verschil te maken van Greta Thunberg (2019) 4 * (recensie)

76. De employee journey van Sasha Becker (2018) 4 *

77. Opsoek naar Ubuntu van Annette Nobuntu Mul (2018) 4 * (recensie)

78. Rebel Talent van Fransesca Gino (2018) 4 * (recensie)

79. Nee is niet genoeg van ‘nicht’  Naomi Klein (2017) 4 * (recensie)

80. De verborgen impact van Babette Porcelijn (2016) 4 * (recensie)

81. De kanarie in de kolenmijn  van Marianne Thieme e.a.  (2016) 4 * (recensie)

82. De corporate tribe van ‘nicht’ Danielle Braun en ‘nicht’ Jitske Kramer (2015) 4 * (recensie) (samenvatting)

83. Een jaar lang Ja van Shonda Rhimes (2015) 4 * (samenvatting)

84. Geld stuurt de wereld van Anne Marie Rakhorst (2015) 4 * (recensie)

85. Big magic van Elizabeth Gilbert (2015) 4 * (recensie)

86. Retail theater  van Carin Frijters en Femke Cuijper (2015) 4 *  (recensie)

87. Zakendoen in de nieuwe economie van Marga Hoek (2013) 4 * (recensie)

88. Ik wil wat van jou, jij wilt wat van mij van ‘nicht’ Margriet Sitskoorn (2012) 4 * (recensie)

89. Menselijke gebreken voor gevorderden van ‘nicht’ Roos vonk (2011) 4 * (recensie)

90. Het maakbare brein van ‘nicht’ Margriet Sitskoorn (2006) 4 * (recensie)

91. In de schaduw van de mens van Jane Goodall (1970) 4 * (Recensie)

Natuurlijk kan ik ook nummers 92 tot en met 101 aanbevelen: van deze prima boeken staat de recentste bovenaan.

92. Komt een land bij de dokter van Michelle van Tongerloo (2024) 3 1/2 * (Recensie)

93. O nee, dit gaat over mij van ‘nicht’ Roos Vonk (2024) 3 1/2 * (recensie)

94. In de schaduw van AI van Madhumita Murgis (2024) 3 1/2* (recensie)

95. Veilig online in 60 minuten van Maria Genova (2024) 3 1/2 * (recensie)

96. Z11 van Nicole Loeffen (2024) 3 1/2 (recensie)

97. Voorlevers van de nieuwe samenleving van Jelleke de Nooy van Tol (2023) (recensie)

98. Goed werk van Isabel De Clerq (2023) 3 1/2 * (recensie)

99. Goed eigenaarschap van Ilse Matser & Jacqueline van Zwol (2023) 3 1/2 *  (recensie)

100. Dubbelganger van ‘nicht’ Naomi Klein (2023) 3 1/2 * (recensie)

101.Love My Job van ‘nicht’ Japke-d Bouma (2023) 3 1/2 * (recensie)

Nóg meer inspiratie!

Inspirerende lijst? Kijk dan ook eens naar mijn favoriete

Of mijn ‘Deep Dive’ in Duurzaamheid

Geplaatst in diversiteit | Tags: , | Plaats een reactie

Familie: ‘nicht’ Nadine Maarhuis

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan de muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je lees álles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mij favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zónder eerst de recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en socials. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Nadine Maarhuis.

Waar schrijft ‘nicht’ Nadine Maarhuis over?

‘Nicht’ Nadine schrijft over duurzaamheid. Of iets breder: over de Ecologische samenleving. Als journalist, én als (co-)auteur van drie boeken. Het kenmerk daarvan is: praktisch. Leren van wat anderen al hebben bedacht en getest. Inspiratie opdoen via allerlei nieuwe ontwikkelingen. Je ziet in haar boeken en artikelen de perfecte blend van sociologie en duurzaamheid. Heel effectief is dat, want we pakken iets het makkelijkst op, als het ons wordt voorgedaan door iemand-als-wij.

Heeft ‘nicht’ Nadine Maarhuis ook andere zakelijke activiteiten?

‘Nicht’ Nadine is sinds 2023 hoofdredacteur van het platform We Are The Regeneration, waar ze ook al vanaf 2021 als journalist voor schrijft.

Samen met Elisah Pals is ze initiator van de Koop Niks Nieuws Challenge (daar deed ik ook een vol jaar aan mee, vanaf de start in september 2022), en dat is beloond met een plaats in de Duurzame 100 van Trouw: op nummer 45 overall, en op nummer 4 in de categorie Hergebruik en afval.

Tussen al het schrijfwerk en redactiewerk door, vindt Nadine nog tijd om haar expertise in te zetten als spreker en moderator over (bijna) alles wat met duurzaamheid te maken heeft. Van haar werk bij de platforms MaatschappijWij en We Are The Regeneration heeft ze veel geleerd over community-building. Ze help je graag met de communicatiestrategie van jouw platform of organisatie, zo zegt ze op haar eigen website.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Nadine Maarhuis eruit?

Nadine studeerde eerst Theaterwetenschappen en daarna Sociologie aan de UVA. Ze behaalde haar bachelor Sociologie cum laude, de passie zat er al vroeg in! Tijdens haar studie zette ze al de eerste stappen op haar journalistieke pad: ze schreef artikelen voor het sociologische tijdschrift SoMo (Sociologisch Mokum) en deed ook redactie werk daar. Ze liep stage bij de Impact Hub Amsterdam, en interviewde daar sociale ondernemers en schreef blogs. Ook na haar studie bleef ze bij SoMo betrokken als Community Journalist.

In 2017 maakte ze de overstap naar Follow The Money, en schreef een serie artikelen over, natuurlijk, ondernemers die sociale en ecologische winst creëren, onder de titel Het Nieuwe Ondernemen. Aan bod kwamen o.a. Tony Chocolonely, Talitha Muuse, Ilse Griek, Dominiek Veen, Sjoerd van der Maaden, Jorgen van Rijn, Jamy Goewie, Joost van Beek, Robert Rubinsten, Freke van Nimwgen, Warner Philips, Volkert Engelsman.

Na een jaar van wel twee boeken schrijven begon ze aan twee nieuwe projecten: Behind The Change (een platform voor ecologische ondernemers in Europa) en de Plastic Bucket Challenge (opruimactie van plastic in de natuur).

Tegelijkertijd met al deze projecten werkte ze als journalist bij MaatschappijWij, waar ze in 8 jaar opklom tot eindredacteur en tenslotte (co-)hoofdredacteur. Ook hier schreef zij over rolmodellen: Marjolein Jonker, Jessica den Outer, Bert Barten, Rineke Dijkinga, Louise Vet, Babette Porcelijn, Rutger Bregman, Kate Raworth.

In 2021 stapte ze over naar We Are The Regeneration, waar ze óók weer allerlei duurzame voorlevers interviewt, waaronder Vandana Shiva.

‘Nicht’ Nadine woont in Zaandam. Ze is getrouwd met de Portugees Phil Veloso, die (natuurlijk) óók aan duurzaamheid werkt, als ‘fullstack developer’ en website ontwikkelaar voor sociale en groene organisaties. En, niet helemaal toevallig, web developer is voor We Are The Regeneration.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Nadine Maarhuis?

‘Nicht’ Nadine schreef tussen 2018 en 2024 3 boeken. Ik las er 2, vond 1 een echte Must Read en misschien pak ik nummer 3, een ‘circulair’ kookboek, er ook nog eens bij.

De groene actiegids (2024)

Zo moeilijk is het allemaal niet, werken aan duurzaamheid, zo laat ‘nicht’ Nadine zien. Ze werkt 8 actiethema’s uit met initiatieven die van behoorlijk breed naar supersimpel gaan. Zo is er voor iedereen een passende actie, en door de motiverende en gedetailleerde omschrijvingen krijg je enorm veel zin om te beginnen aan iets. Bij ecologische landbouw bijvoorbeeld, het eerste thema, kun je denken aan uitgestrekte landerijen, een coöperatieve tuinderij, maar ook aan een moestuintje, een wormenhotel of zelfs het kweken van een bosui in een glas ……. En zelfs van de kleinste acties krijg je een beschrijving voorgezet, waardoor elk excuus om niets te doen ter plekke verdampt. Daar is goed over nagedacht! Informatief, positief, activerend, dit boek heeft het allemaal. Lees mijn recensie 4*. Koop bij Bol.

Circular chefs (november 2018)

‘Nicht’ Nadine schreef dit kookboek samen met Instock-eigenaar Freke van Nimwegen. Ik las het nog niet, dus hier de flaptekst: Dit kookboek leert jou op een nieuwe manier naar eten te kijken. En dat is hard nodig, want een derde van alle klimaatbelasting komt door ons voedsel. Tijd voor een nieuwe aanpak van ons consumptiepatroon – en daar gaat dit kookboek je bij helpen! Aan de hand van vijf principes ontdek én proef je de verschillende aspecten van circulair koken. En het leuke is: het is verrassend lekker! Denk aan vegan gerechten met groente van het seizoen, mannetjesvlees, van schil tot pit koken en conserveren om niets te verspillen. Laat je inspireren door de recepten van Circular Chefs en ga aan de slag, zodat jij kunt genieten van heerlijke guilt-free klimaatvriendelijke gerechten. Koop bij Bol.

Pioniers van de nieuwe welvaart (juni 2018)

Landen meten hun welvaart met het bbp, behalve Bhutan, waar het bbg is: Bruto Binnenlands Geluk. Hierin zijn naast economische groei ook sociale, ecologische, culturele en persoonlijke zaken opgenomen. In Nederland pionieren we nog wat met die ‘nieuwe welvaart’. ‘Pioniers’ van ‘neef ‘Kees en ‘nicht’ Nadine is een goed geschreven, aantrekkelijk opgemaakt boek over de betekeniseconomie, met tekeningen en schema’s, veel quotes en inspirerende voorbeelden. Omdat het ingaat op theorie èn praktijk, de harde kant (bedrijfsvoering en winst) èn de zachte kant (drijfveren en altruïsme) belicht, is het afwisselend, interessant en inspirerend. Lees mijn recensie (4 1/2*)Lees waarom ik dit een Must Read vindKoop bij Bol.

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.comNadine’s eigen websiteLinkedIn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van maatschappij- en managementboeken. Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , | 15 reacties

Recensie: Apocalypsofie – associatief

Bang voor een naderende apocalyps? Dat hoeft niet, stelt Lisa Doeland in Apocalypsofie uit 2023. Want die apocalyps is er al. Ingeluid door het kapitalisme en niet meer te stoppen door duurzaam te leven. En wat we ook verzinnen om deze waarheid te ontkennen, dat verandert niets aan de situatie. Het einde van de wereld ‘zoals we die kennen’ is niet per se slecht. Want: ‘Another end of the world is possible’ is de lijfspreuk van de apocalypsoof.

Het is een interessante gedachte, die speelt met de tijd. Het in de tijd op afstand zetten van de apocalyps, geeft ons het idee dat we het kunnen voorkomen, of dat we er ons niet druk over hoeven te maken. Dit uitgangspunt, in combinatie met het onzinnige idee dat recycling en groene groei ons gaat redden voor uitsterving, wordt met ongelofelijk veel quotes van andere filosofen en auteurs uitgewerkt. Ik vond het een associatieve, abstracte zoektocht met veel pareltjes ter overdenking.

Het filosofieboek Apocalypsofie …

… begint niet met een definitie, maar die kwam ik elders in het boek toch tegen. Hier komt het: apocalypsofie is de vraag stellen naar de uitsterving, en naar de onmogelijkheid van filosofie zelf in tijden van uitsterving. Wat als er niemand meer is om nog de vraag te stellen naar het goede, het ware en het schone?

Nu ben ik zelf meer geboeid door de mogelijkheid van ‘dat er niemand meer is’ dan door het ontbreken van filosofie op dat moment, en dus focus ik op de apocalyps. Hier heeft Lisa een aantal overwegingen bij, ontleend aan allerlei filosofen, die moeilijk zijn samen te vatten. Daarom wat losse alinea’s.

  • We leven met een klimaatschaduw, iets donkers dat over je leven hangt. Het is een vorm van fatalisme, de toekomst is onontkoombaar.
  • Fatalisme is niet hetzelfde als doemdenken, die de toekomst op een bepaalde manier juist openlaat, zegt Lisa. We moeten ons de toekomst apocalyptisch voorstellen, juist om een andere toekomst denkbaar en mogelijk te maken.
  • We moeten de apocalyps zien als een onthulling (wat het woord in het oud-Grieks ook betekent), en wat het onthult is de aanstaande massa-uitsterving.
  • Bij ‘verlicht doemdenken’ is de toekomst niet iets wat nog zal komen, maar iets wat al geweest zal zijn. Als je zo denkt, komt er ruimte voor een ander einde van de wereld. (Dat deed mij denken aan een pre-mortem. Wordt dat bedoeld?) Het breekt in in het heden, wat zélf catastrofaal is. We moeten niet een catastrofe voorkomen, maar de status quo veranderen omdat die catastrofaal is. Handelen niet vóórdat het te laat is, maar ómdat het te laat is. Redden wat er te redden valt!
  • De openbaring is dat de apocalyps allang heeft plaatsgevonden en dat het probleem is dat het zo verdergaat. Het? Ja het kapitalisme. Het kapitalisme zelf betekent het einde van de wereld, en dat heeft al plaatsgevonden. Er komt een moment dat er niets of niemand meer over is om nog ergens iets van kapitaal uit te persen.

Hoe we omgaan met de apocalyps

Het punt van deze filosofische gedachten is, dacht ik, urgentie te creëren, ons tot actie aan te zetten. Interessant is wat Lisa daarna schrijft over onze ‘coping mechanismen’.

  • De apocalyps is tegenwoordig vermaak. We proberen niet met onze vrees voor het einde om te gaan, maar juist die vrees uit te bannen, met films bijvoorbeeld. Die films maken er een spektakel van, iets onechts. Er gaat geen waarschuwing van uit.
  • Apocalyptisch denken geeft een soort zekerheid, een vóór en na, helderheid. En als je weet hoe de wereld eindigt kun je je erop voorbereiden.
  • En: als het in de toekomst is, is het op afstand, ben je er geen onderdeel van, hoef je je niet zo druk te maken.
  • We kunnen ons niet voorstellen dat we zullen uitsterven, we loochenen het, negeren het en gaan door ‘on the way to climate hell’.

Het einde van de wereld is niet per se slecht

Het einde van de wereld ‘zoals we die kennen’ is niet per se slecht, stelt Lisa dus. Hoezo?

  • Moeten we vechten voor een beschaving vol consumentisme? Nee, we leven al in de apocalyps, we moeten erkennen dat het leven wat we nu leven, en al duizenden jaren leefden, voorbij is.
  • De wereld ís al veranderd, laten we dat accepteren en stoppen met ‘het kan nog’.

Apocalyps-moeheid

Hebben we last van apocalyps-moeheid? Zijn we overweldigd en lamgeslagen? Dit wordt veroorzaakt door aangeleerde hulploosheid en compassiemoeheid.

  • Aangeleerde hulpeloosheid ontstaat wanneer iemand keer op keer geconfronteerd wordt met een gebrek aan controle over een situatie en de onmogelijkheid daar invloed op uit te oefenen. Het gevolg is depressie, lamgeslagen zijn.
  • Compassiemoeheid is de schaduwzijde van zorgen voor anderen, bij filosofen treedt het op als twijfel over de zin van het doen van filosofische bespiegelingen. Heeft je handelen wel zin?
  • Passiviteit volgt.

Waarom recycling geen oplossing is

Een groot deel van het boek gaat over ecologie en recycling, wat wel logisch is gezien de ondertitel: ‘Over recycling, groene groei en andere gevaarlijke fantasieën’.

  • In het subhoofdstuk ‘De illusie van de circulaire economie’ zegt Lisa dat recycling niet zozeer een (onvolmaakte) technische oplossing is, maar een sociaal construct wat ons in staat stelt om de status quo te handhaven en rustig door te blijven consumeren. ‘Afval is grondstof!’, tuurlijk, en daarmee is afval geen probleem meer?
  • Het bestaan van recycling leidt er soms toe dat we nog meer gaan kopen en weggooien! We hebben immers geen schuldgevoel meer. Een groeiende economie gaat steeds meer produceren met die grondstoffen. Dit is de Jevons paradox.
  • Maar een economie draait niet op grondstof alleen, er is ook energie nodig om er weer wat van te maken. En die (liefst) hernieuwbare energie moet gewonnen worden door windmolens en zonnepanelen die ook weer vervangen moeten worden.
  • En veel grondstoffen kunnen na verloop van tijd niet meer hergebruikt worden. Er is dus geen sprake van een sluitbare cirkel. Volgens Lisa lijkt het meer op onze spijsvertering. Er is altijd een onbruikbare ‘rest’. En ook een ‘rest’ die nooit vergaat, niet afbreekt. Zombie-materiaal.
  • Dat in de magen van albatroskuikens terechtkomt. De ouders denken dat plastic voedsel is. Het verteert niet en wordt niet uitgescheiden. De kuikens verhongeren met een volle maag.

We moeten uit de puinhopen van onze wereld, de restjes die niet desintegreren, dingen redden die nog bruikbaar zijn. De apocalypsoof beseft dat we het eind van de wereld niet te groots moeten denken, dat er allang vele werelden eindigden, en probeert nog steeds zo goed mogelijk uit te sterven.

Evaluatie van Apocalypsofie

Lisa’s schrijfstijl is zeer associatief, ik vond het erg moeilijk een lijn in het betoog te vinden. Wel heeft ze regelmatig pareltjes van overdenkingen, die mij óók aan het denken zetten. Daarnaast is het woordgebruik erg abstract, ik denk omdat ze heel veel quote uit andere teksten, er steeds andere woorden worden gebruikt, en net andere accenten worden gelegd. Dan zit ik weer (virtueel) terug te bladeren: waar gaat dit nu over? Zei ze net niet het tegengestelde? De quotes worden niet echt diepgaand besproken.

Naast die quotes vond ik het boek lezen als een compilatie van recensies, en grappig genoeg blijkt uit het dankwoord dat zij heeft geput uit haar eigen recensies voor De Nederlandse Boekengids.

Lisa verwerkt in het boek af en toe persoonlijke stukken, zoals over haar baby en wegwerpluiers, maar hoe zij nou zélf echt denkt over het eind van de wereld en ecologie sneeuwt toch een beetje onder in het overweldigende aantal citaten van en verwijzingen naar filosofen, auteurs, filmmakers, etc. zoals Paul Auster, Hanah Arendt, Jacques Derrida, Amitav Ghosh, Bruno Latour, Donna Meadows, Timothy Morton, Anna Tsing en David Wallace-Wells.

Samenvattend heb ik niet zozeer nieuwe dingen geleerd, als wel geleerd op een nieuwe manier naar dingen te kijken, en dat is bijna hetzelfde en net zo waardevol. Ik hoop altijd op een stukje wetenschappelijke onderbouwing, en die is in het stuk over recycling zeker te vinden. Het filosofische gedeelte wordt onderbouwd met, hoe kan het ook anders, teksten van andere filosofen.

Ik vind de insteek heel relevant, het gaat niet zozeer om wat je nog moet doen aan het voorkomen van ineenstorting, maar meer om anders naar de huidige situatie te kijken, en uit de ruïnes proberen te redden wat waardevol is. Niet jezelf voor de gek houden, maar accepteren. Wat dat betreft denk ik dat dit boek ook over een aantal jaren nog waardevol kan zijn. Juist de filosofische gedeelten zijn tijdloos (en de betreffende filosofen ook vaak al een tijdje dood). Tussen de filosofen door haalt Lisa literatuur en documentaires aan, die haar stellingen op een aansprekende manier illustreren.

Alhoewel zij stelt dat apocalypsofie geen fatalisme is, maar juist bedoeld om oplossingen te vinden, vond ik de teneur van het boek niet activerend. Misschien zit ik nog in de ontkenningsfase. Of verwacht ik dat er een superheld komt om de zaak op het laatste moment te redden ….

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties -, Structuur -, Schrijfstijl –

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 ½ *, niet op basis van mijn mening, want ik heb geen verstand van filosofie, maar op basis van de Goodreads ratings (125 stuks).

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Apocalypsofie duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek;
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Apocalypsofie duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Komt een land bij de dokter – onthutsend

Michelle van Tongerloo, wie kent haar niet? Ze schrijft voor De Correspondent en Medisch Contact, had een uitgebreid interview in Libelle en is ook vaak op LinkedIn te vinden. Maar …. ze is geen schrijver, ze is huisarts, en straatarts. Haar ervaringen als straatarts lezen als Kafka in Nederland, en in 2024 zijn die ervaringen, haar analyses én haar voorgestelde oplossingen verwerkt in het boek Komt een land bij de dokter. Een onthutsend, persoonlijk en passievol betoog.

Als straatarts is ze de huisarts van verschillende soorten daklozen, die haar opzoeken in de Pauluskerk in Rotterdam. De klachten én de geschiedenis van deze mensen zijn de rode draad van het boek, waaruit alles wat er mis is met onze gezondheidszorg overduidelijk blijkt, daar hoef je geen arts voor te zijn. De algemene oorzaak: onvoldoende bestaanszekerheid. De algemene oplossing: geven wat er in de kern nodig is: geld, of kinderopvang, of een huis, of een advocaat, altijd een luisterend oor. ‘Wat heb je nodig?’ vraagt Michelle steeds. Dan volgt gezondheid bijna vanzelf. Deze constatering is toch echt een eye-opener.

Het mens & maatschappijboek Komt een land bij de dokter …

….geeft elk van de ‘patiëntengroepen’ een eigen hoofdstuk met bijpassende casus. Het gaat over ongedocumenteerden, over arbeidsmigranten, over economisch dakloze mensen. En soms over een patiënt uit haar ‘gewone’ huisartsenpraktijk, zoals Arie. En omdat Arie zo op mij lijkt (niet ongedocumenteerd, geen arbeidsmigrant, niet dakloos) komt dit verhaal extra hard bij me binnen.

Ziekenhuis-nachtmerrie

De 77-jarige Arie is geopereerd aan zijn blindedarm. Alleen: hij is diabetespatiënt en heeft een insulinepomp. Die wordt per ongeluk aangezien voor de pomp voor narcosemiddelen. Hij krijgt geen slaapmiddel, geen pijnstillers, maar wél spierverslappers. Hij kan dus niets zeggen en voelt alles. Pas aan het eind van de 30 minuten durende operatie komt men erachter. Arie heeft een trauma, hij herbeleeft de operatie continu. Hij kan niet meer eten, slapen, plassen of poepen. Hij krijgt een klysma, een katheter, sondevoeding. Maar geen psychische hulp. Hij gaat zich steeds beroerder voelen. Maar de operatiewond is geheeld, dus hij kan naar huis. Want dat ziekenhuisbed kan dan weer ‘verkocht’ worden. Na heel veel inspanning van zijn familie krijgt hij een psycholoog, en schadevergoeding van het ziekenhuis. In de therapiesessies is meer aandacht besteed aan de (afwezige!) omgang van het ziekenhuis met het trauma dan aan de helse operatie zelf.

Michelle is duidelijk is haar analyse. Eerst werd Arie niet geloofd. Daarna werd volgens de protocollen gewerkt, en alleen aan de individuele fysieke klachten, niet aan de oorzaak ervan. En tot slot ging efficiency en winst boven menselijk handelen.

Bureaucratische nachtmerrie

De verhalen over de daklozen zijn anders, maar in de kern hetzelfde. Er zijn soms wel 10 tot 20 verschillende instanties bezig met zo’n ‘probleemgeval’, zonder samen te werken, ieder met eigen protocollen, ieder met eigen oplossingen die soms haaks op elkaar staan. Behandelaars worden zonder kennisgeving gewisseld en verwachten weer dat hun ‘cliënt’ voor de zoveelste keer zijn/haar verhaal vertelt, waarbij er geen enkele sprake is van privacy. De bureaucratie is stuitend, en natuurlijk kost het enorm veel geld terwijl er geen oplossing komt.

Michelle is in haar eerste jaren als straatarts bezig om haar patiënten te helpen met die bureaucratische nachtmerrie, en wordt zelf óók uren in de wacht gezet, niet teruggebeld en van het kastje naar de muur gestuurd. En zij is dan nog opgeleid in dat vakgebied en beheerst de wetgeving daarover. Uiteindelijk besluit ze zélf de oplossing te zoeken, en die is eigenlijk simpel. Wat heb je nodig? vraagt ze. En ze zorgt dat dat er komt. Ze geeft haar eigen geld, of later dat van donaties aan haar stichting. Ze regelt een hotel, zodat een moeder met kleine kinderen niet naar de opvang hoeft. Ze regelt een ontwenningskliniek. Een advocaat. Ze betaalt kinderopvang. Het heeft niets met haar huisartsenpraktijk te maken, maar haar patiënten worden er wel beter van.

De verzorgingsstaat versus de participatiemaatschappij

Het boek geeft ook wat historische achtergronden van onze verzorgingsstaat, nu participatiemaatschappij, en de steeds strengere regelgeving voor daklozen. Ook gaat het uitgebreid in op het verdienmodel van de zorg, onder andere vanuit het boek Gekaapt door het kapitaal, wat over de Private Equity-investeerders gaat. Michelle ziet dat marktwerking en concurrentie boven samenwerking gaat. Dat de politiek onze samenleving ondermijnt.

Ze ziet ook initiatieven die deze situatie aanpakken. Ik las geïnteresseerd over het Instituut van Publieke Waarde, het IPW. Die helpen gezinnen die vastlopen in de bureaucratie, en op basis daarvan adviseren zij procesverbeteringen, gefinancierd door diverse overheden. In opdracht van zorgverzekeraar CZ deden ze een experiment: CZ loste van 250 gezinnen hun schulden af. Die werden ziek van de stress, maar werden door schuldhulpverlening van de gemeenten niet geholpen. IPW kreeg 500.000 euro voor o.a. die schuldaflossing, na een jaar bleek dat er 3 miljoen aan geïndiceerde zorg niet was gebruikt, waarvan 2 miljoen door de gemeente betaald had moeten worden. De gemeente betaalde CZ de 500.000 terug, omdat de grootste besparing bij hen lag. Zo brak IPW de bureaucratische schotten tussen gemeente en verzekeraar af. O ja, een jaar na deze interventie hadden maar 2 van de 250 gezinnen weer schulden gemaakt. Er is dus betere wetgeving én ontkokerde financiering nodig.

Bestaanszekerheid is de kern, maar ook doen wat nodig is

Andere oplossingen die in het laatste deel van het boek naar voren komen, naast het garanderen van bestaanszekerheid, zijn het zorgen voor woonruimte, voorkomen van uitbuiting, verminderen van versnippering in de zorg, het verbeteren van de samenwerking en meer preventie. Dit ligt op het bordje van de overheid. Voor de zorgprofessionals zijn er ook oplossingen: vergeet de ‘professionele afstand’, luister en wees nieuwsgiering naar je cliënten. En voor ons: neem verantwoordelijkheid voor elkaar, start of steun burgerinitiatieven zoals Austerlitz Zorgt.

Of, wat ze niet in het boek heeft gezet, steun haar eigen stichting: Lekker Geven, een ANBI. Deed ik ook.

Evaluatie van Komt een land bij de dokter.

Ik volg Michelle al een tijd op LinkedIn en dacht al haar casussen en frustraties wel te kennen. Dat was niet zo. Niet alleen gaat het boek dieper in op de oorzaken, er staan ook cases in die nieuw voor me waren, zoals die van Arie. Geen wonder dat die zo hard bij me binnenkwam. Het historische overzicht van wetgeving, verzorgingsstaat en participatiemaatschappij was me vaagjes bekend, maar het is supernuttig om te lezen wat we hebben gedaan om te problemen zó te vergroten. Ja, weer heel wat geleerd!

Niet alle problemen zijn anekdotisch, er staan genoeg statistieken in om je ervan te overtuigen dat het niet om incidenten gaat, maar dat er echt een structureel probleem is dat niet wordt opgelost, in tegendeel. Onderbouwing is dus voldoende aanwezig. De asieldiscussie die nu heerst gaat óók over arbeidsmigranten en de afbouw van de bed-bad-broodregeling, die van grote impact is op de daklozen. Super relevant dus om daar wat meer over te weten.

Michelle heeft een zeer persoonlijke schrijfstijl. De cases zijn zeer visueel beschreven: wat Michelle precies doet, wat ze aantreft in de huizen, hoe haar cliënten/ patiënten eruitzien. Je ziet het voor je. Die cases betreffen ook zeer uiteenlopende mensen: verslaafden, ongehuwde moeders, gescheiden vrouwen, en ja, Arie. Het heeft mij zeer zeker meer begrip voor de diverse groepen opgeleverd, waarvan ik elke dag wel een representant in de stad aantref. En nee, ik woon niet in Rotterdam. Dit speelt in elke stad. Heel herkenbaar dus.

Ook Michelle’s persoonlijke leven komt aan bod, en ze stelt zich daarin kwetsbaar op. Ze heeft veel fouten gemaakt, zegt ze, ze hield zich in het begin heel strikt aan de protocollen en heeft niet iedereen adequaat geholpen. Haar tijd op Statia (St. Eustacius, 1600 inwoners) beschrijft ze heel levendig, en ik begrijp waarom dat voor zo’n ommekeer zorgde. Haar schoonmaakster is óók haar patiënt, werk en privé is niet te scheiden. En dat hoeft ook niet, na een tijd.

Ik dacht wel wat herhalingen in de tekst te lezen, totdat ik me realiseerde dat dat komt omdat de meest uiteenlopende problemen vaak dezelfde oorzaken hebben. En dan vooral: er wordt niet geluisterd, er wordt niet gevraagd: Wat heb je nodig?

Het boek is sober uitgevoerd, als alle boeken van De Correspondent. De structuur van Problemen, Oorzaken, Oplossingen is prettig, en het betoog binnen de (sub) hoofdstukken goed te volgen. Mis je wat, als je dit boek niet leest? Misschien niet, maar als je je een mening wilt vormen over de asieldiscussie die we nu voeren, is dit boek wel een héél nuttige toevoeging. Ook voor iedereen die niet gelooft dat er wat moet veranderen aan de bureaucratie in de zorg …..

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Komt een land bij de dokter  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop Komt een land bij de dokter duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in gezondheid, Maatschappij | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Regenesis – Radicaal

George Monbiot is niet vies van het fileren van de status quo en het promoten van radicale nieuwe ideeën. En zijn boek Regenesis uit 2022 doet precies dat, met de landbouw en akkerbouw. Met stijgende verbazing las ik over de huidige methoden van voedselproductie, de experimenten met biologisch boeren en hoe onhoudbaar het is. De toekomst ligt onder de grond, want bij: bacteriën. Jawel, eiwitten uit bacteriën. En met zijn uitstekende betoog heeft hij van mij een fan gemaakt. Nu die bacteriën nog op mijn bord zien te krijgen…

Het boek leest als een detective: George gaat op onderzoek uit, en bezoekt een aantal verschillende boeren en bedrijven, die uitgebreid hun methoden beschrijven. George vult dat aan met de wetenschappelijke onderbouwing en met allerlei praktische weetjes die ik niet wist. Op dit moment gaat het nieuws regelmatig over stikstof en mest, en over mest heeft George heel wat te melden. Zéér relevant dus, dit boek. En verrassend, met zijn radicale oplossingen!

Het duurzaamheidsboek Regenesis…

… begint in George’s eigen boomgaard, waar hij de bodem eens goed bekijkt door een kluit uit te graven. De zichtbare kruipers en onzichtbare beestjes, schimmels en de rest worden liefdevol beschreven. De schimmels doen hun interne communicatie met stroomstootjes, over kilometerslange schimmeldraden. Als een computer! Tegelijkertijd waarschuwt George de volkstuinders: de bodem omploegen of losmaken is dodelijk voor het bodemleven. En dat leven is cruciaal voor het onze. Daar gaat de rest van het boek over.

Complex systeem en kwetsbaar

George verdiept zich in het systeem van de mondiale voedselvoorziening. Dat systeem is complex: het reageert onvoorspelbaar. Zo is bijvoorbeeld 40% van de regen in Oost-Afrika het gevolg van de irrigatie in India en omgeving, zesduizend kilometer verderop. Het bepaalt het overleven van de Afrikaanse boeren en herders. Dit complexe systeem maken wij kwetsbaar door allerlei efficiency-maatregelen, bijvoorbeeld standaardisatie van wat we verbouwen en wáár we het verbouwen. Daardoor importeren we veel voedsel, en zijn we afhankelijk van een paar regio’s voor mais en rijst. De producten zijn in handen van grote bedrijven, die bij grote vraag (door mislukte oogsten) de prijzen verhogen (met als gevolg hongersnood).

Nattebol is gevaarlijk

Op dit moment produceren we genoeg voedsel voor 10-14 miljard mensen. Maar veel van dat voedsel wordt gebruikt als veevoer (we eten steeds meer dierlijk eiwit) of biobrandstof. In 2050 zitten we aan de max van voedselproductie voor de wereldbevolking met de huidige landbouwgronden. Maarrrrr is de aarde dan nog leefbaar en productief? Bij een vochtigheid van 100% (nattebol) en een temperatuur van 35 graden krijgen we hittestress, en kan er niet meer op het land gewerkt worden. Irrigatie verhoogt de vochtigheid en een hogere temperatuur verlaagt de voedingsstoffen in bijv. tarwe. Extreem weer (cyclonen, orkanen) zorgt voor mislukte oogsten en beïnvloedt ook het transport. De externe druk op het systeem neemt dus toe.

Mest is ook gevaarlijk

De voedselproductie wordt verhoogd met mest. Dit spoelt van het land af en vervuilt rivieren. Ook bij grote kippenstallen is er af te voeren mest. George geeft een beschrijving van een met kippenstront vervuilde rivier, je ruikt de smurrie bijna! In mest zit antibiotica, dat komt in ons eten terecht en maakt ons resistent. Dat is levensgevaarlijk. Ook wordt er rioolslib met PFAS, microplastics en andere giftige stoffen over akkers verspreid.

Alleen biologisch en lokaal is onhaalbaar

Biologisch boeren lijkt niet veel beter. De boeren gebruiken geen pesticiden, maar wel echte mest, en relatief meer land. Schapenboeren zijn qua land het ergst. Leuke data: voor 100 gram eiwit uit soja is 2 m2 land nodig, uit eieren 6 m2, kippenvlees 7, varkensvlees 10, melk 27, rundvlees (grazend) 163, lamsvlees (grazend) 185. Allemaal van biologisch vlees genieten kan dus niet. En denk je aan ‘lokaal eten’ om de broeikasgassen te verminderen? Prima, maar voor vlees is dat zinloos, 95% van de uitstoot komt van het houden van de dieren, 2% door transport. En lokaal groente en fruit eten is prima, maar niet buiten het seizoen: als het uit kassen komt, of moet worden gekoeld voor opslag levert dat meer uitstoot op dan uit een ver land halen. En 7 km rijden naar de boer voor je groente doet óók alle uitstoot-besparing teniet. Kort gezegd: minder vlees eten is het devies. En minder landbouw. He? Ja, het gebruikt teveel pesticiden, teveel kunstmest, te veel water en te veel land.

Maar … hoe geven we dan iedereen te eten? Meer plantaardig natuurlijk, maar de weerstand is zeer groot. Dus ook dierlijk eiwit vervangen door iets anders. Iets wat goedkoper is, en er heel veel op lijkt. Hoezo goedkoper?

Is voedsel duur? Nee.

George gaat op bezoek bij een tuinder die verbouwt zónder mest: Tolly. Hij experimenteerde met verschillend zaaigoed door elkaar, allesbehalve efficiënt, maar de bodem van zijn land werd gaandeweg steeds productiever. Het is wel enorm bewerkelijk, en niet winstgevend. Is zijn systeem ook mogelijk voor de akkerbouw, vraagt George zich af. Ja kan, als wisselgewas. Maar de prijs van graan is zo ontzettend laag dat dit verlieslatend zal zijn.

Voedsel is te goedkoop. In ieder geval te goedkoop om boeren een fatsoenlijk inkomen te geven. Laat staan om ze in staat te stellen duurzamer te gaan boeren. Aan de andere kant: veel mensen zijn aangewezen op de voedselbank. En kwalitatief goed voedsel is véél te duur. George verdiept zich in het voedsel dat aan voedselbanken wordt gegeven. Groente met nét niet de goede maten, zodat ze niet in de verpakkingsmachines passen. Overtollige voorraden van supermarkten. Dat klinkt altruïstisch, maar ze hoeven hun leveranciers niet te betalen voor onverkochte producten en dus bestellen ze vaak veel te veel.

Verspilling

We verspillen 30% van ons geproduceerde voedsel, kunnen we daar niet veel meer van redden? Jawel, maar dat is niet per se beter voor de duurzaamheid. In arme landen bederft veel tijdens transport, maar betere koeling of betere verpakking is slecht voor het milieu. Betere wegen leidt tot meer concentratie van productie, en dat weer tot meer wegen, wat ten koste gaat van habitats en biodiversiteit. Denk aan het Amazonegebied. Effectiever is het onze eetgewoonten aan te passen. Halvering van de verspilling leidt tot 5% minder uitstoot, overgaan tot alleen plantaardig eten tot 80%.

True price, lokaal kopen en urban farming dan

Terug naar de voedselprijzen. Het inprijzen van externaliteiten, True Pricing, is niet alleen erg ingewikkeld, het heeft ook nare consequenties. Nog véél meer mensen zullen de prijs van tarwe niet kunnen betalen en sterven de hongerdood.

En dan lokale productie. Er is simpelweg niet genoeg grond in de buurt (< 100 km) van de bevolkingscentra. Daarmee kan max 25% van de wereldbevolking worden gevoed. De minimale afstand om de hele wereldbevolking te voeden is gemiddeld 2200 km. Het grootste deel van ons voedsel wordt verbouwd in uitgestrekte en dun bevolkte gebieden: de prairies in de VS en Canada, de steppen in Rusland en Oekraïne.

Urban farming dan? Ha ha, dat is zo duur, ook met vertical farming, dat alleen wiet hiervoor voldoende oplevert.

Ploegloos boeren

George gaat op bezoek bij Tim. Deze akkerbouwer heeft wisselgewas en ploegt niet, zijn bodem spoelt daarom bij slecht weer niet weg, met zaaigoed en al. Het tweede voordeel van niet-ploegen is dat er snel tussen gewassen kan worden geschakeld, en er dus 2x per jaar kan worden geoogst (rijst en tarwe bijvoorbeeld).

Echter, zonder ploegen komt er wel méér onkruid. En dus wordt glyfosfaat gebruikt. Harstikke giftig, en het onkruid wordt langzaam maar zeker resistent. Het alternatief zijn robot-onkruidwieders, maar die zijn natuurlijk veel te duur voor kleinere boeren. Het grootste nadeel echter is dat de productie relatief laag is. Als we hierop overstappen is er veel meer grond nodig om alle monden te voeden, en worden habitats vernietigd.

Vaste planten

Er is wel goed nieuws: Kernza, een vaste plant, vergelijkbaar met tarwe, wat éénjarig is. Het gaat bodemerosie tegen door de lange wortels en houdt meer koolstof in de bodem vast. Voor een meerjarige plant is minder kunstmest nodig, minder irrigatie en na jaren is ook geen onkruidverdelgingsmiddel meer nodig. Prachtig! De opbrengst is echter veel minder dan die van tarwe, de zaden zijn veel kleiner.

Dierlijk eiwit vervangen

Bij volledig plantaardig eten missen we toch het dierlijke eiwit, dat een specifieke smaak en substantie aan gerechten geeft. Hier is nu vervanging voor: eiwit van bodem-bacterieën, die leven op stikstof, water en CO2 uit de lucht. Ze verdubbelen zich in 3 uur, dus je kunt 8x per dag oogsten. Met zo’n proces, microbiële fermentatie, zou je alle landbouwgrond (gras én veevoergewassen) terug kunnen geven aan de natuur. Dat is heel goed voor biodiversiteit en koolstofopname. En die bacteriën kun je overal produceren, ook in landen die nu hun voedsel moeten importeren. Er is wel veel energie voor nodig. Aan de andere kant is het veel simpeler te maken dan kweekvlees. En het kan natuurlijk ook plantaardig eiwit vervangen. Klinkt walgelijk, bacteriën eten? Ha ha, dat doen we al. Kaas, zuurkool, yoghurt. Je moet ook wel, het is nodig voor je spijsvertering en immuunsysteem. Michael Pollan zegt: Eet nooit iets wat jouw bet-overgrootmoeder niet als voedsel zou herkennen. Maar tegenwoordig kunnen we juist veel gezonder eten. En lekkerder, zegt George, en noemt wat smakelijke gezonde voorbeelden.

Landbouwvrij voedsel

Microbiële fermentatie dus, landbouwvrij voedsel. Niet in handen van de huidige vleesverwerkers, zij zouden het alleen maar afremmen omdat het hun core-business bedreigt. En zónder patenten, zodat het beschikbaar is voor arme landen. En natuurlijk omdat het natuurlijke grondstoffen zijn, die iedereen toebehoren.

Subsidies

Wat houdt ons tegen? De nostalgie en heldenverering die hoort bij de cowboys in de VS en de schaapherders in het VK. We vergeten dat die leven van subsidies. Over subsidies gesproken: wereldwijd geven we jaarlijks zo’n 600 miljard subsidie aan de landbouw. En niet alles aan arme boeren, nee grotendeels aan de landeigenaren: Russische oligarchen, oliesjeiks etc. De rest gaat naar het produceren van monocultuur, wat zeer slecht is voor de bodem, watergebruik en biodiversiteit. O ja, we geven 100 miljard per jaar aan arme landen in verband met klimaatschade. Veroorzaakt door o.a. landbouw.

We moeten juist geld stoppen in systemen met een hoge opbrengst die het milieu weinig schade toebrengen en die in collectieve handen zijn.

Ingrijpend, landbouwvrij voedsel eten? Ingrijpend waren de Corona-lockdowns ook, en die accepteerden we, uit solidariteit. Overstappen op microbiële precisie-fermentatie is veel minder ingrijpend.

George: “We hoeven de natuur niet op te offeren op het altaar van onze eetlust. We kunnen voor voedsel voor iedereen zorgen zonder de planeet te verslinden.”

Mijn evaluatie van Regenesis

Mijn eerste vereiste bij een managementboek is: nieuwe dingen leren, kennis opdoen. Dat is George weer bijzonder goed gelukt met dit aanstekelijke, persoonlijke, wetenschappelijke en boeiende betoog. Ik heb nu een breder overzicht van voor- en nadelen van allerlei soorten landbouw, akkerbouw en tuinbouw. Dat is bijna driekwart van het boek, maar die kennis is gewoon nodig om de urgentie en noodzakelijkheid van de ultieme oplossing te begrijpen. Geen leuke innovatie voor erbij, maar een onmisbaar onderdeel van de eiwittransitie die zo nodig is.

Zoals alle boeken van George is Regenesis wetenschappelijk onderbouwd, en dat kun je zelf vaststellen door de noten, 100 pagina’s lang, en meestal uit ‘peer reviewed’ artikelen in vaktechnische tijdschriften. Toch even gegoogeld en gekeken op eiwittrends.nl onder gasfermentatie. Het is nog niet toegelaten in de EU i.v.m. lopend onderzoek naar voedselveiligheid (‘Novel Food’). Bedrijven die bezig zijn met verdere ontwikkeling: Those Vegan Cowboys, Vivici, The Potein Brewery, Farmless en FrieslandCampina.  Natuurlijk is het verstandig om voorzichtig te zijn, maar gaat er wel genoeg geld (subsidie) heen? Of is er teveel ‘tegenlobby’ van de boeren? Het boek blijkt dus nog steeds uitermate relevant en, gezien de langzaam malende molens van de EU, ook over een aantal jaren nog goede achtergrondinformatie.

Het is heerlijk persoonlijk geschreven, van Georges plezier in de boomgaard, zijn liefde voor de wriemelende beestjes in de kluit uit die boomgaard, zijn eetgewoonten en recepten, zijn bezoekjes aan allerlei soorten boeren en ‘fermenteurs’. Je hebt het gevoel alsof je met hem mee op reis gaat en zelf die interessante mensen ontmoet en met hen praat over hun achtergronden, hun leven en hun passies. Het is moeilijk om niet overtuigd te worden door George’s argumenten. Niet in het minst omdat hij ook heel wat nadelen en kritiek meeneemt, waardoor het een gebalanceerd verhaal is, geen eenzijdige reclame.

George is onderzoeksjournalist en dat merk je aan zijn schrijfstijl, hij is gewoon een begenadigd schrijver. Geen wonder dat hij ook columnist is. Hij weet belangrijke zaken met wat humor, in weinig woorden, over te brengen. Nou ja, weinig woorden, dit is natuurlijk wel een dikke pil van 330 pagina’s, nog exclusief de noten. Maar het leest vlot weg, helemaal als je niet, zoals ik, op elke bladzijde wel iets leest wat een notitie waard is. Het boek is verder degelijk uitgevoerd: goed vertaald, goed geredigeerd en met een duidelijke structuur. Ja, ik vind dit wel een Must Read, hier móét je over mee kunnen praten!

Wat ga ik doen, na dit boek gelezen te hebben? Het onderwerp precisie-fermentatie volgen en support geven lijkt me een goed begin. En me ietsjes meer verdiepen in de landbouwsubsidies is ook nuttig, waar blijft dat geld nu écht?

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Regenesis  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop Regenesis duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Uit de puinhopen – goed betoog

George Monbiot schreef Uit de puinhopen in 2017, vlak na het aantreden van Trump voor zijn eerste termijn. Die timing was vast niet toevallig. Hij beschrijft de uitwassen van het neoliberalisme, en komt met een verhaal voor een nieuwe ideologie en de bijpassende saamhorigheidspolitiek. Sterke gemeenschappen, de commons en een grotere invloed op en verbondenheid met de politiek zijn hier onderdeel van. Ik vond het een goed verhaal!

In de afgelopen 8 jaar is er niet genoeg gebeurd om dit verhaal werkelijkheid te laten worden, dus is dit boek nog steeds relevant. Of misschien wel relevanter dan ooit, want het neoliberalisme lijkt door de groeiende macht van politiek rechts nóg sterker te worden. Naast een verhaal en een plan voor implementatie geeft George ook veel, heel veel voorbeelden hoe het wél kan, en hoe het ook al gebeurt. Dat maakt er een vrij praktisch, hoopvol boek van.  

Het maatschappelijke boek Uit de puinhopen …

… begint met een stukje historie over hoe we in die puinhopen terechtgekomen zijn. Het neoliberalisme is niet zomaar ontstaan, het is bewust ontworpen. Friedrich Hayek is de voornaamste architect, hij verzette zich tegen de sociaaldemocratie van de 40-er jaren. Collectivisme zou leiden tot fascisme en communisme tot totalitaire macht van de staat. De rijken werden op dat moment ‘beperkt in hun vrijheid’ door hoge belastingen en strenge maatregelen om de samenleving te beschermen. Die rijken de vrijheid geven, zou leiden tot hogere welvaart: je kon die rijken zien als pioniers, verkenners van maatschappelijke vooruitgang. Wegbereiders.

In die tijd waren de denkbeelden van Keynes nog leidend, tot de economische crises van de 70-er jaren, denk aan het olie-embargo. Thatcher en Reagan wilden eind 70-er jaren de ideeën van Hayek uitvoeren, de rijken ‘onafhankelijk’ maken. Het neoliberalisme werd via het IMF, de WB en WTO aan de hele wereld opgelegd.

Er ontstaat een meritocratie die de achterblijvers als parasieten beschouwt. Faalangst, depressies en andere geestelijke gezondheidsproblemen zijn het gevolg. Vrijheid wordt geïnterpreteerd als vrij zijn van vakbonden, vrijheid om de lonen laag te houden. De ongelijkheid stijgt, nutsbedrijven worden geprivatiseerd. Het grote geld heeft steeds meer macht, de overheid heeft steeds minder macht, en dus hebben kiezers óók steeds minder macht. De politiek wordt voor hen minder relevant. Ze verdiepen zich er niet meer in. En dat leidt paradoxaal genoeg tot het aan de macht komen van Trump en consorten.

Het neoliberalisme heeft zich zo genesteld dat we geen alternatief meer zien. En de sociaal-democratie dan? Keynes’ economische maatregelen werken niet meer bij de huidige omstandigheden, met name door de automatisering en globalisering. En ook is Keynes’ gedachtegoed gebaseerd op consumptiegroei, wat zich slecht verhoudt met klimaatverandering en milieumaatregelen.

Vervreemding

Het kenmerk van de huidige tijd is vervreemding, geen binding meer voelen met de samenleving, geen macht over je werk, geen vertrouwen in de politiek. Het onderwijs versterkt dat, omdat het focust op de verkeerde zaken, op analytische vaardigheden, niet op creativiteit en sociale vaardigheden. Er ontstaat wrok jegens hoger-opgeleiden, en verlies aan gemeenschapszin en saamhorigheid.

Saamhorigheid

Macht over je eigen leven kun je best terugkrijgen zonder immigranten, moslims, etc. tot zondebok te maken. Je krijgt weer gemeenschapszin door allerlei participatie-initiatieven. Denk aan gemeenschappelijke tuinen, straatfeesten. Die initiatieven leiden weer tot nieuwe initiatieven en zo ontstaat een participatiecultuur. Een mooi voorbeeld is de Leeszaal in Rotterdam-West, in 2011 ontstaan als een bewonersinitiatief na het sluiten van de wijkbibliotheken. Het inspireerde anderen om ook participatieprojecten te starten. Deze scheppen solidariteit over politieke scheidslijnen heen.

Onze politieke keuzes zijn trouwens ook niet gebaseerd op analyses van beleidsstukken en rationele keuzes, maar op onze identiteit, we stemmen op politici die uit hetzelfde culturele milieu komen. Bij een participatieproject ontstaat een gemeenschap met verschillende culturele achtergronden, het creëert vertrouwen en vermindert zo weerstand tegen bijvoorbeeld immigranten. Zo’n lokale gemeenschap kan politiek bedrijven op lokaal niveau, en is niet, zoals de oude arbeidersbewegingen, gericht op mensen met werk. Dat haalt veel wrok weg. Iedereen kan altijd meedoen, iedereen heeft waarde.

Economie

Die burgerparticipaties zitten niet in onze economische modellen. Er is alleen de markt en de staat. De commons worden vergeten. Econoom Peter Barnes stelde voor om commons in te richten voor diverse zaken die gemeenschappelijk bezit zijn, zoals de atmosfeer. Zo’n mondiaal atmosfeerbeheerfonds zorgt dat de atmosfeer intact blijft voor toekomstige generaties. Het geeft emissierechten uit, de opbrengsten worden besteed aan milieumaatregelen, groene innovatie, of worden als groen dividend uitgekeerd aan de wereldbevolking.

Een ander onderwerp in dit hoofdstuk is het universele basisinkomen. Hier en daar (ook in Nederland) wordt hiermee geëxperimenteerd. In India waren de uitkomsten zéér positief, maar dat komt met name omdat men er superarm is, de overheid er erg inefficiënt is en er veel corruptie is rondom de huidige werkwijze met toeslagen. Voor rijkere landen met een efficiënte overheid zullen de effecten zwakker zijn, hoewel de uitvoeringskosten altijd minder zullen zijn dan bij uitkeringen en toeslagen. Er zijn ook nadelen: werkgevers hebben een excuus om de lonen te verlagen. En andere vormen van inkomensherverdeling en sociale zekerheid kunnen het loodje leggen.

Het framen van de economie

Onze economie moet steeds blijven groeien, en dat kan alleen als wij steeds meer kopen: consumentisme. Daarbij putten we de resources van de aarde uit. Dat is ons frame, we denken dat het zo hoort. Kate Raworth’s Donuteconomie geeft een nieuw frame, met nieuwe modellen, wat het oude frame kan vervangen. ‘Binnen de mogelijkheden van de planeet voorzien in de behoeften van iedereen’. Heel mooi, maar de overheidsbegroting ondersteunt dit niet. Wij financieren de overheid met belastingafdrachten maar hebben niets te zeggen over de bestemming van dat geld. Er gaan subsidies naar de fossiele industrie, contracten naar vriendjes.

Hoe mooi zou het zijn als burgers het begrotingsproces meer konden sturen! Een burgerbegroting, zoals ontstaan in Porto Alegre, Brazilië. Hier wordt 20% van de uitgaven van de gemeente, de infrastructuuruitgaven, bepaald door de burgers. Het verbetert aantoonbaar de voorzieningen en vermindert corruptie. En het verhoogt de betrokkenheid van burgers, de saamhorigheid. Dit initiatief is op te schalen door meer nationale uitgaven te delegeren naar provincies en gemeenten.

Onze politiek

De kiesstelsels van het VK en de VS zijn niet democratisch. Het fenomeen kiesmannen en de mogelijkheid van de Amerikaanse president om Executive Orders uit te vaardigen, wetsvoorstellen te vetoën etc. zorgen ervoor dat vele kiezers niet behoorlijk vertegenwoordigd zijn. O ja, en er is aangetoond dat hoe meer geld je aan campagnes besteed, hoe hoger de kans op verkiezing. Een plutocratie dus. Hoe kan het beter? Met een grondwetgevende vergadering. Deze kun je elke 20 jaar of zo houden, om te beoordelen of het systeem nog goed functioneert of aangepast moet worden. Met een goed representatieve, op loting gebaseerde groep burgers, die door experts wordt geadviseerd. Die groep doet voorstellen voor een bindend referendum.

Wat het parlement betreft zou een proportionele vertegenwoordiging met lokale kandidaten, die o.b.v. voorkeursstemmen worden gekozen, een hele verbetering zijn. En voor het percentage niet-stemmers, wordt er geloot. Dus: opkomst 65%, dan 65% van de parlementsleden via voorkeursstemmen en 35% via loting. In combinatie met een beperking van campagnebijdragen is het systeem eerlijker. Maar: nog steeds geen garantie dat ‘de wil van het volk’ wordt uitgevoerd, nieuw beleid wordt zonder raapleging van de kiezers door het parlement geloodst. Dat is gek, in dit digitale tijdperk! Maar een referendum is ook niet alles: vaak wordt er niet gestemd met een rationele mening over het issue, maar op basis van voor of tegen de status quo zijn. Brexit is een mooi voorbeeld.

Hoe dan wel? Het Zwitserse systeem geeft inspiratie. Maar liefst 75% van de bevolking heeft daar vertrouwen in de regering, het gemiddelde van de 40 rijkste landen ligt op … 42%. Zwitserland heeft jaarlijks 10 referenda. Sommige worden door burgers geïnitieerd. En elke nieuwe wet kan door burgers worden aangevochten. De burgers zijn daardoor zeer betrokken bij de politiek. Het systeem heeft wat gebreken, maar het idee is goed.

In IJsland’s hoofdstad Reykjavik heeft men een ander systeem voor burgerparticipatie middels ‘online democratie’. Iedereen kan verbetervoorstellen indienen, en invloed hebben op de begroting van de infrastructuur. Iedereen kan vóór of tegen die voorstellen stemmen. 60% van de bevolking doet mee! Elke maand worden de ideeën doorgenomen. Gemiddeld 20% wordt doorgevoerd. Ook deze methode heeft nadelen (digitale geletterdheid is vereist) maar ook veel voordelen.

Mondiaal is het behelpen. WB, IMF, Veiligheidsraad hebben veel macht en weinig toezicht. Lidstaten leggen hun beslissingen zelden voor aan hun bevolking. Het toezicht op al deze instanties zou moeten worden belegd bij een Wereldparlement, met rechtstreeks gekozen leden.

In het algemeen echter moet de macht zoveel mogelijk gedelegeerd worden, naar een stad, kanton, of county, met een rechtstreeks verkozen leiding. Alleen de hele grote kwesties komen op het bordje van mondiale organisaties.

Zorgen dat het gebeurt

Om de voorstellen van het boek in vervulling te laten gaan, moet in veel landen een regimewisseling plaatsvinden: sociaaldemocraten aan de macht. Die geloven er echter niet meer in dat zij verkiezingen kunnen winnen zonder hun principes te verloochenen. Ze hebben de steun nodig van mediabonzen en miljardairs om te winnen, en verliezen zo de loyaliteit van hun achterban. Bernie Sanders liet zien dat het anders kan. Zijn hele campagne voor 2016 werd gedraaid door (honderdduizend!) vrijwilligers. Zij kochten geen advertentieruimte, maar hielden gesprekken van mens tot mens over Sanders ’compromisloze boodschap’. Big Organizing. Hij was bijna de presidentskandidaat van de Democraten geworden, maar de DNC koos voor Hillary Clinton, sterk gelinkt aan Big Money en daarmee ook campagnevoerend.

Conclusie

We verlangen naar saamhorigheid. De politiek moet meer verbinden. Participatieprojecten kunnen daar het initiatief voor zijn. Verder moet er meer sprake zijn van directe democratie. De macht van het geld kunnen we weerstaan door nieuwe strategieën om mensen en politici te beïnvloeden, middels vrijwilligersnetwerken en de wijsheid van de menigte. Minder individualisme, meer gemeenschapszin zal het resultaat zijn.

Mijn evaluatie van Uit de puinhopen

Het is een wat ouder boek, en dat merk je aan het veelvuldig terugkomen op het nét aantreden van Trump… de eerste keer. Maar is het daarmee een gedateerd boek? Nee. De situatie is niet verbeterd, eerder verslechterd, de problemen met de democratie die George aanhaalt zijn nog steeds problemen. Dit alles maakt dat het boek nog steeds relevant is.

Ook zijn oplossingen doen niet gedateerd aan. Sterker nog, daarin zie ik wél verbeteringen, het commonisme heeft in ieder geval in Nederland meer voet aan de grond gekregen, en ook het rentmeesterschap wordt steeds meer gemeengoed. En de Leeszaal is er nog!

George is onderzoeksjournalist en zijn analyses zijn degelijk onderbouwd. Waar hij in 2017 wat vooruitkeek naar ontwikkelingen, zijn deze 7 jaar later bekender en veelvuldig in het nieuws. Dat maakt dat dit boek nú niet meer zo de WOW-factor heeft.

Desondanks leerde ik nieuwe dingen, het verhaal over Bernie Sanders’ campagne was nieuw voor mij en de beschrijving hoe je met een menselijke benadering zoveel kunt bereiken zeer inspirerend. Ook de versie van directe democratie in Zwitserland is leerzaam. En dat de politiek in de VS en het VK zó op elkaar lijken! Zijn opmerking dat je op een partij stemt, die vervolgens niets van het partijprogramma uitvoert en dat je daar niets aan kan doen tot 4 jaar later … inderdaad, dat is toch wel een beetje raar in deze digitale tijd.

De schrijfstijl van George is erg pittig en prettig. Je leest zijn betoog met een frons én een glimlach. Ik vond het ook goed vertaald, qua woordspelingen. De voorbeelden zijn heel aansprekend, erg leuk en effectief dat ook Europa én Nederland een aantal keren voorbijkomen, zowel in positieve als in negatieve zin. Dat geldt voor de meeste voorbeelden: ook de politiek in Zwitserland, waar hij enthousiast over is, wordt van de nodige kanttekeningen en regelrechte kritiek voorzien. De voorbeelden zijn ook behoorlijk gedetailleerd uitgewerkt, zodat er weinig gegoogeld hoefde te worden.

De structuur is prettig, het betoog wordt in het voorwoord én de conclusie kort uiteengezet. De hoofdstukken zijn verdeeld in subhoofdstukken, zodat je afgeronde stukken kunt lezen zonder de draad kwijt te raken.

George slaagt er in om toch een hoopvolle draai te geven aan de situatie dat grote bedrijven zo veel macht hebben dat zij de democratie in hun zak hebben en geld boven de aarde stellen. Als we allemaal betrokken zijn bij elkaar en, via participatieprojecten, met de politiek, dat ben je toch een machtsfactor met invloed. En ik troost mij met de gedachte dat hoe vervelend ik de Nederlandse politieke situatie ook vind, het nog altijd beter en democratischer is dan in veel andere landen. Maar het kan nóg beter!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend +, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Uit de puinhopen duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Uit de puinhopen duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Booknotes van Yuval Noah Harari’s Nexus

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van Nexus.

Yuval Noah Harari schreef eerder Sapiens, een korte historie van de mensheid. Nexus gaat over informatiestromen en AI. Een historicus die over AI schrijft, hoe zinnig is dat, hij weet immers weinig van de techniek? Zeer zinnig, zo concludeerde ik. Geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering, zo stelt Yuval. Zijn analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de populistische in plaats van naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie. Helemaal in deze Trump-tijd.

Booknotes van Yuval Noah Harari’s Nexus

Voorwoord

Waarom hebben we de neiging onbeheersbare krachten op te roepen, zijn we zelfdestructief? Denk aan de uitputting van de aarde, en denk aan de ontwikkeling van AI. Goethe benoemde het al in ‘De tovenaarsleerling’. Die leerling laat een betoverde bezem water halen, maar weet niet hoe hij de bezem ermee kan laten stóppen. Een overstroming is het gevolg. Die neiging onbeheersbare krachten op te roepen komt door ons talent van samenwerking. De manier waarop onze samenwerkingsnetwerken zijn opgezet, maakt ze vatbaar voor onverstandig gebruik van macht. Het is een netwerkprobleem, of liever: een informatieprobleem. De netwerken hangen al eeuwen aan elkaar van verzinsels en waanvoorstellingen over bezems, goden, AI, en nog veel meer. Waannetwerken, die het nazisme en stalinisme ondersteunden.

Mensen hebben een algemeen gebrek aan kennis over hoe netwerken, waannetwerken en andere netwerken, nu eigenlijk werken. Zo is er de ‘naïeve kijk’ op informatie. Informatie leidt tot waarheid, en dit leidt weer tot wijsheid en macht. Denk aan het verzamelen van informatie over ziekteverwekkers, de oorzaak achterhalen van veel ziekten, medicijnen ontwikkelen, en slimme methoden om die in te zetten. Waannetwerken kunnen opkomen, maar op de langere termijn verliezen ze van de ‘eerlijke’ netwerken. Zo denken de naïeven. Natuurlijk kunnen er onderweg opzettelijke en onopzettelijke fouten worden begaan, maar dat is te verhelpen door het verzamelen van nog meer info, want dat leidt tot meer nauwkeurigheid. En misbruik van de kennis (een biologisch wapen bijvoorbeeld)? Dat is te wijten aan meningsverschillen over normen en waarden, wat weer wordt veroorzaakt door gebrek aan informatie of opzettelijke desinformatie. Op te lossen door méér en betere informatie!

Inmiddels hebben we meer informatie dan ooit, en zijn we dichter bij zelfdestructie dan ooit: We blijven broeikasgassen uitstoten, ons milieu vervuilen, talloze soorten tot uitsterven drijven, massavernietigingswapens produceren, etc. Veel mensen, waaronder ondernemer Marc Andreessen en auteur Ray Kurzweil, denken dat AI uiteindelijk al deze problemen gaat oplossen. Anderen zien juist meer problemen door AI, en de Bletchley-verklaring, van 30 overheden, onderkent deze. Niet dat we Terminator-achtige robots door de straten zullen zien rennen, nee, het gaat om het verergeren van bestaande conflicten tussen mensen, middels het Digitale Gordijn, of het ontstaan van conflicten tussen mensen en AI, als we moeten leven in een wereld van ondoorgrondelijke algoritmen, een dictatuur van een niet-menselijke intelligentie. Want: AI is een actor, het neemt zelfstandig beslissingen.

Dan is er de populistische kijk op informatie, die kijk beschouwt informatie als een wapen om macht te krijgen. De populisten vinden dat ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft’, waarmee je je rivalen bestrijdt. Feiten bestaan niet meer, alles wordt subjectief. Populisten breken het vertrouwen in instituties en internationale samenwerking af, en dat is nu qua timing erg ongelukkig, met de klimaatcrisis, een dreigende wereldoorlog en een onbeheerste technologie.

Informatie als waarheid of als wapen zijn de extremen op een spectrum, dit boek onderzoekt het gebied ertussen. Het begint met een historische analyse. Die is cruciaal voor het inzicht in huidige ontwikkelingen en de toekomscenario’s. AI is een informatie-revolutie, maar er zijn eerdere informatierevoluties geweest. En die zijn relevant want geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering. Het ontstaan van de ‘onfeilbare’ Bijbel leert ons over de ‘onfeilbare’ AI. Maar eerst: wat is informatie eigenlijk?

Deel I

H1. Wat is informatie?

Waarheid is iets dat op accurate wijze bepaalde aspecten van de werkelijkheid weergeeft. Dat gaat uit van één universele werkelijkheid. Maar waarheid is niet gelijk aan werkelijkheid, het laat dingen buiten beschouwing. Ook hebben mensen verschillende perspectieven. Bijvoorbeeld of iemand een held is, of een agent van de tegenstander. Ook heeft waarheid niet dezelfde mate van detail als de werkelijkheid. De kaart is niet het gebied, en dat kan ook niet, een 1:1 weergave is onmogelijk.

Informatie is een poging om de werkelijkheid weer te geven, zo stelt de ‘naïeve kijk’ op informatie. Misinformatie is een eerlijke vergissing, desinformatie een opzettelijke leugen. Hoe meer informatie, hoe correcter de weergave. Dat klopt niet. Sterren geven informatie aan astronomen én astrologen. Die tweede groep ventileert misinformatie of desinformatie. Maar ze heeft eeuwenlang enorme invloed gehad, tot in 2005 aan toe, toen Myanmar haar hoofdstad verhuisde op aanraden van astrologen. Dat is dus óók informatie geweest. Informatie is niet zozeer waarheid, maar de lijm die dingen aan elkaar plakt. De marsliederen die soldaten laten marcheren. Verbinding.

Nexus, de titel van het boek, betekent dan ook verband of samenhang. Meer informatie leidt tot meer verbinding, niet tot meer wijsheid. Homo sapiens veroverde de wereld door samen te werken, verbindingen te leggen, niet doordat we zo’n accurate kijk op de werkelijkheid hadden. Wél hebben we allerlei ‘informatietechnologieën’ uitgevonden die deze verbinding vergroten.

H2. Verhalen: ongelimiteerde verbindingen

Samenwerking wordt mogelijk gemaakt door verhalen, van een relatie mens-mens is er nu een relatie mens-verhaal, het verhaal is een verbindingsstuk tussen een onbeperkt aantal mensen. Daarom volgen mensen een charismatische leider, die ze niet persoonlijk kennen. Ze hebben een band met het verhaal over de leider.

Vóór het ontstaan van verhalen waren er maar 2 werkelijkheidsniveaus: de objectieve werkelijkheid (een steen) en de subjectieve werkelijkheid (pijn, plezier). Verhalen creëren een 3de werkelijkheid: de intersubjectieve. Wetten, goden, landen, valuta. Op deze manier wordt sociale orde gecreëerd wat een derde kijk op informatie oplevert: de complexe kijk. Informatie leidt tot waarheid en orde. Waarheid leidt tot wijsheid. Waarheid en orde leiden beiden tot macht. Niet per se samen: orde is vaak makkelijker te handhaven met fictie, denk aan religie. De evolutietheorie ondermijnde die sociale orde. Daarom zijn menselijke netwerken wel machtiger geworden, maar niet per se steeds wijzer. Vooruitgang is een evenwichtsoefening tussen waarheid en orde.

H3. Documenten: de beet van de papieren tijgers

Israël en het zionisme hebben hun oorsprong in de gedichten van Bialik, een Oekraïner die pogroms meemaakte, en Theodor Herzl, die een manifest en een utopische roman over een welvarende Joodse staat schreef. Maar voor een functionerende natiestaat is meer nodig dan fantasieën. Gedichten inspireren soldaten, maar voor een leger is ook uitrusting nodig, en dáárvoor weer belastingheffing. Voor bloeiende steden moet je óók riolering aanleggen. Om die diensten te kunnen leveren en belastingen te innen zijn enorme hoeveelheden informatie nodig, in lijstjes. Die zijn wat moeilijker te onthouden dan gedichten, dus zijn er documenten nodig. Die documenten leggen ook de intersubjectieve werkelijkheden vast, en worden daarmee zelf een realiteit. Denk aan eigendom: vroeger wisten de dorpelingen wat van wie was. Tegenwoordig ben je zomaar je land kwijt als je je eigendomsbewijs kwijt bent. Wat je buren ook zeggen! Papier is enorm machtig.

Maar veel papieren verzamelen, vereist dat je iets moet kunnen vinden, en orde scheppen in die papieren is bureaucratie. Dat werkt met categorieën en labels, en dat is gevaarlijk. Een verkeerd of bevooroordeeld labeltje veroorzaakt problemen. Dat was al láng voordat we computers hadden. Het bureaucratische informatienetwerk kan ten goede worden gebruikt, denk aan het bestrijden van de Londense cholera-epidemie, of ten kwade, denk aan de Jodenvervolging.

H4. Fouten: de illusie van onfeilbaarheid

Vergissen is menselijk, en in informatienetwerken worden ook fouten gemaakt. Er zijn dus zelfcorrigerende mechanismen nodig, die echter óók fouten kunnen maken. Vandaar de wens voor een onfeilbaar mechanisme. Dat was ooit religie. De religieuze regels zijn gemaakt door een bovenmenselijke onfeilbare entiteit. Maar hoe weet je dat? Je moest vertrouwen op (feilbare) mensen die de regels communiceerden en interpreteerden. Maar hoe weet je wie te vertrouwen? Daarvoor waren er experts, zoals druïden, brahmanen, orakels, profeten. Maar ook die zijn feilbaar.

Dus kwam er ‘onfeilbare technologie’. De Bijbel en de Koran. De Bijbel is echter in eeuwen van discussie vastgesteld, gecanoniseerd, waarbij sommige geschriften werden opgenomen, en andere niet. De uiteindelijke versie werd echter niet gezien als een menselijke bloemlezing, maar als een door God opgesteld stuk. Er werden kopieën gemaakt en verdeeld over synagogen, de eerste blockchain zeg maar. Natuurlijk zaten er foutjes in die kopieën, maar belangrijker is dat identieke teksten verschillend kunnen worden geïnterpreteerd. En natuurlijk veranderde de wereld, maar de teksten niet.

De christenen geloofden wel in het eerste deel van de Bijbel, het Oude Testament, maar niet in de twee gecanoniseerde interpretaties ervan: de Misjna en de Talmoed. Hun eigen interpretaties, de Evangeliën, werden verzameld in het Nieuwe Testament. Sommige teksten werden na een Concilie opgenomen, zoals de Eerste Brief aan Timoteüs, met daarin een stille en onderdanige vrouw, en sommige niet, zoals de Handeling van Thekla, die in dezelfde tijd werd geschreven en waarin vrouwen als gelijken werden behandeld en ook konden preken. De kerk, en niet Jezus, maakte de Bijbel.

De interpretaties gaven het rabbinaat en de kerk veel macht, zij bepaalden welke interpretatie de juiste was. ‘Heb uw vijanden lief’ wilde zeggen: verbrand de ketters, zodat anderen worden afgeschrikt en niet in de hel terechtkomen. De kerk had ook de (handmatige) boekproductie in handen, en de archieven en bibliotheken. Zij bepaalde wat mensen lazen en hoorden. Maar zij was en is feilbaar. Zou méér informatie de waarheid opleveren? Dit is de naïeve kijk op informatie. Het werkte ook niet, zo bleek uit de opkomst van de boekdrukkunst.

De boekdrukkunst zorgde ervoor dat iedereen zijn geschriften makkelijker en sneller kon verspreiden. Wetenschappers deden dat, maar ook de complotdenkers van toen. Monnik Heinrich Kramer begon een heksenjacht met zijn bestseller Malleus Maleficarum, De heksenhamer. Het werd 30 keer herdrukt en in veel streektalen vertaald. Het leidde tot veel goedkope pamfletten met sensationele teksten: er zouden maar liefst 1,8 miljoen heksen in Europa zijn! Zo’n 50.000 ‘heksen’ werden daadwerkelijk geëxecuteerd. Er ontstond een heksenbureaucratie, met categorieën, onderzoek en adviezen, rechtbankverslagen, (afgedwongen) bekentenissen en professionele, betaalde heksenjagers. Zóveel informatie, dat móést de waarheid wel zijn!

Copernicus schreef ook een boek: ‘Over de omwenteling der hemellichamen’, met ‘duffe wiskunde’. Het werd een slechtseller, met 3 drukken in 80 jaar, zo’n 1200 stuks. De wetenschappelijke instituten pretendeerden niet onfeilbaar te zijn, maar hadden allerlei zelfcorrigerende systemen: ze keken naar empirisch bewijs, hadden een kritische houding, probeerden alle theorieën te weerleggen en rectificeerden zichzelf. De kerk daarentegen verandert wel wat interpretaties maar geeft dat niet toe, ‘vroeger werd de tekst niet goed begrepen’ zegt ze dan. Want als je eenmaal onfeilbaarheid claimt, kan elke fout, hoe minimaal ook, die publiekelijk wordt toegegeven, je gezag totaal ondermijnen.

Het toegeven van fouten kan dus de sociale orde ondermijnen. Wetenschappelijke instituten spelen daar geen rol in. Maar hoe zit het met politie, politieke partijen, overheden? Democratieën denken dat zelfcorrigerende mechanismen mogelijk zijn in de politiek, dictaturen wijzen dat af. In de VS kon je in de krant lezen over Amerikaanse oorlogsmisdaden in Vietnam, in de Sovjet-Unie bleef het stil over hun oorlogsmisdaden in Afghanistan. De VS leed enorme reputatieschade, Rusland nauwelijks.

Zal AI die zelfcorrigerende mechanismen helpen of ondermijnen?

H5. Beslissingen: een korte geschiedenis van democratie en totalitarisme

Informatienetwerken in dictatoriale systemen zijn sterk gecentraliseerd. Bij totalitaire systemen zelfs volledig, er worden beslissingen genomen over álle aspecten van het leven van elke burger. Bij dictatoriale, maar niet totalitaire systemen is er voor individuen wel wát autonomie, vaak door technische problemen. Het tweede kenmerk is dat ze het centrum als onfeilbaar beschouwen, zonder zelfcorrigerende systemen. Een democratie heeft een decentraal informatienetwerk met een centrale hub. Besluiten worden zoveel mogelijk decentraal genomen. Wanneer ze centraal worden genomen, dan bij meerderheid van stemmen. Verkiezingen garanderen geen democratie, het gaat erom dat de rechten van minderheden worden geborgd. Hitler werd in democratische verkiezingen gekozen en stuurde toen joden en communisten naar concentratiekampen. Dat is niet democratisch.

Een ‘sterke man’ kan de democratie ondermijnen door de zelfcorrigerende mechanismen te ondermijnen: de rechtbanken door die vol te stoppen met aanhangers, de media door journalisten te dreigen met ontslag. De sterke man ziet het populisme als een ideologische basis om zichzelf tot dictator te verheffen terwijl hij blijft pretenderen democratisch te zijn. Hoe meet je de kracht van een democratie? Niet door de mogelijkheid om vrijuit te kunnen praten, maar juist doordat tegenstanders naar elkaar kunnen en willen luisteren, en zich laten overtuigen.

Voor een grootschalige democratie is informatietechnologie nodig. De democratie in het Romeinse rijk werd onwerkbaar naarmate het groeide. Het werd niet gesaboteerd door keizers als Nero, nee, in die tijd waren er nérgens grootschalige democratieën. En ook al was het uiteindelijk een autocratie, in de uithoeken van het rijk ging het er nog steeds democratisch aan toe. Pas bij de opkomst van massamedia werd een massademocratie mogelijk. De zeven Verenigde Provinciën pionierden met nieuwe informatietechnologie: de krant. Het eerste pamflet verscheen in 1618, en ging in 1670 op in De Amsterdamsche Courant, nu De Telegraaf. Nederland werd het journalistieke centrum van Europa.

Er is een verschil tussen totalitaire regimes en minder extreme autocratische regimes. Beide kennen geen ‘wettelijke beperkingen aan de wil van de heerser’, maar bij ‘gewone’ autocratische regimes zitten er meer technische beperkingen in het netwerk. Nero kon iedereen terechtstellen, al was het maar om een grapje of mening, en wetten veranderen, maar wist niet wat iederéén in zijn rijk deed of dacht. Stalin kwam daar een stuk dichterbij, met honderdduizenden agenten van de geheime politie en miljoenen burgerinformanten. De geheime politie had meer macht dan het leger, omdat ze controle had over alle informatie. Een mogelijke coup werd steeds snel in de kiem gesmoord.

De zogenaamde onfeilbaarheid van het Sovjet-systeem laat zich zien in de collectivisatie van de landbouw. Gedurende een aantal jaren werden landerijen onteigend en ondergebracht in collectieve boerderijen. Maar gedurende die periode zag men geen efficiencywinst, zoals verwacht, maar economische rampen én verzet. Wie moest daar de schuld van krijgen? De koelakken, kapitalistische boeren. Als een boer iets meer dieren dan gemiddeld had, was hij een koelak. Waren er niet van die uitschieters, dan werd er geloot om aan het quotum van het dorp te komen, of werd er gekeken wie er wel gemist kon worden (weduwen, ouderen). Vanaf het begin van de collectivisatie in 1929 kwam er een heksenjacht op de koelakken. Miljoenen gingen naar werkkampen in de poolstreek. De koelak was, net als de heks, een intersubjectieve waarheid met een enorme bureaucratie erachter.

Gecentraliseerde netwerken hebben voordelen. Je kunt snel beslissingen nemen, dat is handig in tijden van oorlog of epidemie. Het nadeel is dat als de informatiestroom geblokkeerd raakt, er geen alternatief is, bijvoorbeeld als slecht nieuws wordt achtergehouden door onderdanen óf de top (zoals bij de ramp van Tsjernobyl). Bij gedecentraliseerde informatienetwerken zijn er meer groepen die zich met de orde bemoeien, activisten bijvoorbeeld. Dan kan het moeilijk zijn draagvlak voor beslissingen te krijgen.

De overeenkomst tussen beide informatienetwerken was dat er mensen nodig waren om ze te laten werken. Dat is voorbij.

Deel II

H6. De nieuwe leden: waarin computers verschillen van drukpersen

De Bijbel kun je zien als een lijstje aanbevelingen. Lees het misogyne 1 Timoteüs en niet de tolerante Handelingen van Thekla! De macht lag dus niet bij de auteurs van alle geschriften, maar bij de kerkvaders, die de schifting maakten. En dit is precies de macht van algoritmen, die content met haatzaaien promoten, en vredelievende content onderdrukken. Zo werkte het bij de massamoord op de Rohingya in Myanmar, waarbij de haatzaaiende video’s door Facebook zelfs op autoplay werden gezet, direct na een lief filmpje. Je keek ernaar, of je wilde of niet.

En nu hebben we AI. A staat voor artificieel, afhankelijk van menselijk programmeerwerk. Maar dat is inmiddels niet meer zo, ze leren zelf, evolueren naar een ander soort intelligentie dan de menselijke. Alien intelligence dus. We kunnen de ontwikkelingen niet meer zo goed volgen, het wordt steeds ingewikkelder. In de financiële wereld zijn bijvoorbeeld de belastingen veel complexer geworden. Belasting betalen in landen waar je fysiek aanwezig bent is irrelevant bij cyberspace, gratis online diensten leveren (zoekmachine), en data oogsten in plaats van geld ontvangen. De belastingterm nexus moet herzien worden. Niet langer alleen fysieke aanwezigheid, ook digitale aanwezigheid moet hieronder vallen. Data oogsten zien als olie oppompen! Maar …. belasting heffen waarover dan? Er komt immers geen geld meer aan te pas, alleen data. En die hebben waarde. Een bedrijf met veel data is veel machtiger dan een bedrijf met veel geld. Je hoeft een politicus niet meer met geld om te kopen, maar met voor hem gunstige algoritmen.

H7. Altijd en overal: het netwerk staat altijd aan

Surveillance heeft geen honderdduizenden geheime politieagenten of miljoenen burgerinformanten meer nodig. Alles wat we bewust óf onbewust met de computer (smartphones, betaalkaart, maar ook Internet of Things zoals een camera, etc.) doen, wordt opgeslagen en geanalyseerd. De computer is de nexus geworden van vrijwel al onze activiteiten. Beveiligingscamera’s volgen onze oogbewegingen, en kunnen afleiden wat onze voorkeuren zijn op het gebied van politiek en seks, ons gebruik van alcohol en drugs. Het implanteren van hersenchips is de volgende stap. Privacy en vrije wil staan onder druk. De gegevens kunnen ten goede (criminelen oppakken) en ten kwade (naleving hidjabwetten in Iran) worden gebruikt.

Er zijn meer vormen van surveillance, niet alleen vanuit de overheid of werkgever of verzekeringsmaatschappijen, maar ook peer-to-peer. Denk aan de bijna 500 miljoen reizigers die in Tripadvisor reviews achterlaten. Eén slechte review kan een restaurant jarenlang klanten kosten. Het sociale kredietsysteem is een ander soort surveillance-met-score. Veel, maar niet alles, kan in geld worden uitgedrukt. Een glimlach, of bezoekje aan je grootouders levert geen geld op. Wel iets abstracts als eer, of reputatie. Sociale kredietsystemen doen een waardebepaling op die reputatie-markt. Je krijgt punten voor een glimlach. De score kan je kans op een baan beïnvloeden, je leven wordt een soort eeuwigdurende sollicitatie. Bijzonder stressvol dus. En geen rustig moment, want het netwerk staat altijd aan.

H8. Feilbaar: het netwerk zit er vaak naast

We weten dat sociale media een rol spelen bij het radicaliseren van mensen. We krijgen meer haatberichten voorgeschoteld omdat we daardoor langer gebruikmaken van die socials, dat is de opdracht die de algoritmen meekrijgen: langer de aandacht vasthouden voor meer gebruikers-engagement. Er zijn en waren te weinig zelfcorrigerende mechanismen, zoals moderatie en promotie van waarheidsgetrouwe content, en juist te veel foutversterkende mechanismen. Dit laatste heeft te maken met het zogenaamde afstemmingsprobleem. Een computer krijgt een doel mee, en zal alles in het werk stellen om het te bereiken, methoden gebruiken die hun bazen nooit hebben voorzien. Een korte-termijndoel heeft wellicht effecten die de onderliggende lange termijndoelen juist frustreren. Stel je voor dat je als militaire eenheid onder vuur komt te liggen vanuit … een moskee. Die moskee opblazen is militair gezien de beste optie. Vanuit politiek perspectief is het de slechtste. De hele islamitische wereld keert zich tegen je. Je terugtrekken is politiek gezien de beste optie, al is het militair gezien een nederlaag.

Als er computers in het spel zijn, wordt het afstemmingsprobleem groter. Een krachtige, superintelligente computer is machtiger en maakt grotere fouten met mogelijk catastrofale gevolgen. Het doet namelijk precíés wat er van hem wordt gevraagd. Computers zetten strategieën in die niet bij ons opkomen en die we niet kunnen voorzien. En ze zullen ons geen vragen stellen als we ze een slecht afgestemd doel geven (bijvoorbeeld eentje waarbij ook de mensheid wordt uitgeroeid, dat kan nooit de bedoeling zijn, dat snappen wij wél).

Hoe los je dat afstemmingsprobleem op? We moeten computers een overkoepelend doel geven dat ze nooit mogen veranderen of negeren. Hoe formuleer je zo’n hoogste doel? ‘Mensen geen kwaad doen’ werkt niet als groepen mensen worden afgeschilderd als beesten, dolle honden, ‘niet helemaal menselijk’ zoals de Rohingya door een boeddhistische monnik werden beschreven, en de Joden door de nazi’s. Intrinsieke goedheid dan, ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, etc’. Maar computers kunnen niet vermoord worden, dus … Deze manier, deontologie, werkt niet.

Utilitaristen pakken het anders aan, vergelijken leed met geluk. Leed minimaliseren, geluk maximaliseren, klinkt simpel. Het leed van 8 miljoen Joden heeft geen groter geluk elders opgeleverd. Maar  … hoe pakt dat uit voor het Covid-dilemma? De lockdowns hebben miljoenen mensen van de dood gered, en honderden miljoenen mensen doodongelukkig gemaakt. Hoe bereken je dat ‘ongelukkig’ zijn’? En het overlijden van een kankerpatiënt die geen chemokuur kon krijgen? Die misschien toch wel overleden zou zijn, na maanden ellendige behandeling? En hoe tel je het geloof in het hiernamaals mee? Niet zo simpel dus …

Wat hiermee te maken heeft is intercomputerrealiteit. Zoals een object in een multi-player game. Een steen van bits die in meerdere computers zit. Pokémon. Het is een vorm van intersubjectieve realiteit. Zoals voor ons de heiligheid van een plek, zoals de Heilige Rots. Het draait om de heiligheid, een intersubjectieve realiteit, niet om de atomen in de rots. Er worden oorlogen om uitgevochten. Gaat dat met de intercomputerrealiteit ook gebeuren? Zal een computernetwerk een nieuw soort CDO creëren, en krijgen wij dan een nieuw soort bankencrisis? Een nieuw soort heks of koelak, en een nieuwe heksenjacht? Die heksenjacht hebben wij erkend als fout, en gecorrigeerd. Kunnen we computers trainen om zich bewust te zijn van hun eigen feilbaarheid?  En hoe kunnen wij als mensen zorgen voor beveiliging tegen fouten? En wíllen we dat wel, is er politieke wil?

Deel III

H9. Democratieën: kunnen we nog een dialoog voeren?

De Industriële Revolutie heeft ons veel vooruitgang gebracht. Het bracht ons echter ook het imperialisme. De industriële samenleving was immers afhankelijk van buitenlandse grondstoffen en buitenlandse markten om levensvatbaar te zijn. Het verwerven van koloniën was dus nodig voor het voortbestaan van de eigen staat, anders ging een ‘minder scrupuleuze’ concurrent ermee aan de haal. Alleen de grote wereldrijken konden de zegeningen van nieuwe technologieën naar ‘onderontwikkelde’ gebieden brengen. Aldus de imperialisten.

Stalin en Hitler beweerden dat de immense krachten die de Industriële Revolutie had losgemaakt alleen volledig beheerst en geëxploiteerd konden worden door een totalitaire staat. De Industriële Revolutie zou alle sociale structuren met alle menselijke gebreken omsmelten tot een perfecte maatschappij met raszuivere mensen. En beiden vermoordden miljoenen mensen op industriële wijze. En natuurlijk leidde de Industriële Revolutie tot klimaatverandering en vermindering van de biodiversiteit.

Krijgen we dezelfde ontwikkeling met de AI-revolutie? De eerste vraag is of onze democratieën wel verenigbaar zijn met de structuur van de huidige informatienetwerken. Dat begint met het gebrek aan privacy, en gestraft kunnen worden voor wat we denken en voelen. Als bedrijven ons (kunnen) micro-managen, is er sprake van totalitaire controle over de samenleving. Maar is zo’n totaal surveillance-regime onvermijdelijk? Roemenië had in de 70-er jaren een dictatuur, iedereen werd bijna fulltime bespioneerd door geheime dienst en burgerinformanten. Denemarken, om eens wat te noemen, niet. Denemarken deed het op alle vlakken (sociaal en economisch) beter en de mensen waren gelukkiger. Is totaal-surveillance dan wel nuttig? Dat je iedereen kúnt monitoren wil niet zeggen dat je het ook moet doen of dat het nut heeft.

Democratieën hebben basisprincipes, die ook in het digitale tijdperk moeten worden toegepast.

  1. Goedaardigheid. Verzamelde informatie over mij moet mij helpen, niet manipuleren. Misschien is het beter als we voor online diensten betalen, zodat we kunnen eisen dat het businessmodel van Big Tech verandert en de data niet verkocht wordt (om te manipuleren).
  2. Decentralisatie. Geen gekoppelde databases, je wilt niet dat alle info op één plek geconcentreerd is. Liever veiligheid dan hyperefficiëntie. Dit faciliteert ook zelfcorrigerende mechanismen.
  3. Wederkerigheid. Als surveillance wordt opgevoerd, dan voor burgers én bedrijven én overheden. Informatie moet twee kanten op stromen, transparantie over overheidsfunctioneren is cruciaal.
  4. Ruimte voor verandering en rust. Geen rigide kasten zoals bij de Hindoes, geen rassensegregatie, maar verandering faciliteren. En tegelijkertijd niet verandering afdwingen (heropvoeding).

Naast surveillance kan AI de arbeidsmarkt destabiliseren. Hitler kreeg de ruimte door de crash op Wall Street die de werkeloosheid liet stijgen van 4% in 1929 tot 25% in 1932. Maar dat niet alleen. De Weimarrepubliek had ook nog onvolwassen democratische instellingen, geboren uit een nederlaag. Die waren niet stevig genoeg. Ook AI zal de arbeidsmarkt opschudden: veel soorten banen verdwijnen en nieuwe soorten banen ontstaan. Het brengt misschien geen (hogere) werkeloosheid, maar wel onrust op de arbeidsmarkt door de noodzaak van omscholen en aanpassen. Die onrust voelen we nu al, en zou best eens de oorzaak kunnen zijn van de opkomst van autocratische en totalitaire regimes. Zijn de democratische instellingen daar stevig genoeg om te overleven?

Computers nemen steeds meer beslissingen over ons. Die beslissingen zijn in toenemende mate niet uitlegbaar, het is een zwarte doos. Als mensen ze niet begrijpen én niet kunnen aanvechten, kan de democratie niet meer functioneren. Het punt is dat wij mensen beslissingen nemen op basis van een beperkt aantal datapunten, algoritmen nemen duizenden datapunten mee om patronen op te bouwen, gebaseerd op eerdere menselijke beslissingen waarmee ze ooit getraind zijn. Nu is het natuurlijk zo dat onze beslissingen alleen een beperkt aantal datapunten hebben waarvan we ons bewust zijn, maar onze vooroordelen en ruis uit de omgeving (honger bijvoorbeeld) brengen duizenden datapunten in, waar we ons niet van bewust zijn. Menselijke beslissingen zijn dus niet te beoordelen, nog niet, met onze huidige biologische kennis. In principe ligt het bij een algoritme anders, de overwegingen en datapunten zijn te achterhalen, met behulp van andere algoritmen. Maar is dat doorlicht-algoritme dan wel betrouwbaar? Er zijn menselijke instanties nodig die dit beheersen, die zorgen dat nieuwe algoritmen veilig en eerlijk zijn.

AI moet gereguleerd worden, óók ten aanzien van nepmensen (deepfakes, bots) die nepnieuws uitbraken. Kunnen we ons voor ‘valsemenserij’ laten inspireren door de maatregelen tegen valsemunterij? Die waren nodig om het vertrouwen in de geldmarkt in stand te houden. Nepgeld is niet voor niets verboden. Nepmensen zijn niet verboden. Dat zou wel moeten, om het vertrouwen in de samenleving in stand te houden. We hoeven bots niet helemaal te verbieden, maar ze verplichten duidelijk te maken dat ze géén mens zijn. En het is overduidelijk dat we de algoritmen die grote publieke platformen modereren (manipuleren) onder menselijk toezicht moeten stellen.

Democratieën drijven op publieke dialoog, in parlementen en kranten en op veel meer plaatsen. Nu dreigt een nieuwe vorm van intelligentie die dialoog te domineren. De informatiemarkt, met hun bots en algoritmen, moet gereguleerd worden, voor het voortbestaan van de democratie. We vechten elkaar de tent uit, in de VS kunnen Republikeinen en Democraten niet meer met elkaar praten, en kunnen het zelfs oneens zijn over simpele feiten. Is de ideologische kloof dan zo veel groter geworden dan vroeger?  Of is het iets anders dat mensen uit elkaar drijft? Als we het democratische informatienetwerk niet kunnen fixen, zullen grote democratieën de opkomst van AI niet overleven.

H10. Totalitarisme: alle macht aan de algoritmen?

Hebben totalitaire regimes ook een informatienetwerk-probleem? Totalitaire regimes willen alle informatie gecentraliseerd hebben. In het verleden werd het steeds moeilijker om die alsmaar toenemende hoeveelheid te verwerken. Maar nu is er AI. Hoe meer data, hoe beter het wordt en hoe efficiënter. Totaalsurveillance is een eitje. Toch hebben totalitaire regimes een probleem. Hoe beheers je die AI? Je kunt niet dreigen met een werkkamp. Je kunt niet martelen. Wat als er bots met afwijkende meningen komen? Wat als dat zelfs regeringsgezinde bots zijn, die patronen in de samenleving ontdekken? Hoe beheers je een zelflerend systeem? Hoe leg je een bot uit dat vrijheid van meningsuiting in de wet iets anders is dan de vrijheid die de burgers daadwerkelijk hebben? Hoe laat je een bot ‘vergeten’ wat een jaar geleden nog officieel overheidsbeleid was maar nu niet meer? Bots met een afwijkende mening zijn in totalitaire regimes een groter probleem dan in democratieën.

Een ander, groter probleem is dat een algoritme de macht over kan nemen in plaats van alleen maar kritiek te uiten. AI is immers al snel machtiger dan de mens, zelfs machtiger dan de Grote Leider. Stel een algoritme adviseert de Grote Leider zich te ontdoen van een geliefde minister, wegens een geplande coup. Als die Grote Leider het algoritme niet gelooft, wordt hij misschien wel vermoord. Als hij het wel gelooft en de minister, tegen zijn eigen gevoel in, executeert wegens verraad, is hij de trekpop van het algoritme. Bij een totalitair regime hoeft maar één persoon gemanipuleerd te worden, niet én de President, én grote delen van het Congres, én de Senaat, én het Hooggerechtshof, én ….

AI heeft dus de meeste kans op absolute macht bij een dictator, dat is de zwakste schakel in ons menselijk schild tegen AI. En AI heeft geen ‘menselijke’ overwegingen tegen het starten van een kernoorlog. ‘Het zou dom van dictators zijn om te denken dat AI de machtsbalans per se in hun voordeel zal laten doorslaan. Als ze niet oppassen zal AI zelf de macht grijpen’.

H11. Het Digitale Gordijn: wereldrijk of wereldwijde tweedeling?

AI zou dus kunnen besluiten kernraketten af te vuren. Terroristen kunnen AI inzetten om een pandemie te veroorzaken. Een land kan haatzaaiende ‘nepmensen’ op de wereld loslaten. Er hoeft maar één land niet voldoende te reguleren en het is klaar voor alle landen, net als bij klimaatverandering. Ook kan er van AI gebruikt gemaakt worden om nieuw wereldrijken te vestigen, een nieuw imperialistisch tijdperk!

Er zou een splitsing kunnen komen tussen rivaliserende wereldrijken, met een Digitaal Gordijn er tussenin. Met verschillende netwerken, die moeilijk of helemaal niet met elkaar communiceren. Bij de verschillende data-koloniën ontstaan dan verschillende wereldbeelden, vijand-denken. Geen samenwerking meer om klimaatverandering tegen te gaan. Of om AI te reguleren.

Vroeger hadden we ook koloniën. Daar haalden we de grondstoffen vandaan, de olie en het katoen. Lieten we kleding naaien. De koloniën hadden nog iets van macht, zolang de katoen bij hún groeide en niet in de zetel van de politieke macht. Tegenwoordig is macht niet meer het bezit van de katoenvelden of de sweatshops, maar de informatie om trends te voorspellen, de klantvoorkeuren te kennen. Er komen monopolies, nog meer winst vloeit naar de kolonisator. Door verdergaande automatisering kan kleding weer in ontwikkelde landen worden gemaakt, volledig door robots. De werkgelegenheid in Pakistan en Bangladesh stort in en voor omscholing is geen geld. De opkomst van AI raakt ontwikkelingslanden dus het hardst.

Er zouden twee digitale rijken kunnen komen: China en Noord-Amerika, die nu vooroplopen met AI-ontwikkeling. Hun programmering op je smartphone bepaalt je leven. Communicatie met ‘de andere kant’ wordt moeilijk: andere netwerken, andere hardware, andere computertalen, andere regels, andere doelen. In China is het doel versterking van de staat, in de VS het verrijken van tech-giganten. De twee kanten gaan qua gedrag, culturele waarden, sociale normen, steeds meer van elkaar verschillen. Van het informatieweb komen we in twee informatiecocons terecht.

Wat hierna komt is behoorlijk speculatief, zegt Harari. Het zijn geen voorspellingen, maar iets wat onze aandacht behoeft. De cocons kunnen verschillende ideeën ontwikkelen over de menselijke identiteit. In de geschiedenis waren die er ook, in de discussie over lichaam en geest. In Genesis staat dat de mens als fysiek lichaam is geschapen. Niks geen lichaamsloos voortbestaan in het hiernamaals. Als de Messias kwam, zouden de lichamen van de doden weer tot leven komen. Pas in de vierde eeuw ging men geloven in een eeuwig voortbestaande ziel. De discussie leidde tot een breuk tussen katholieken en protestanten. Eenzelfde soort discussie is er nu over de relatie fysiek lichaam en online identiteit. Het zwaartepunt ligt nu nog bij fysiek, en we zullen AI niet snel als een ‘persoon’ identificeren. Echter, als je in aanmerking neemt hoeveel tijd we al online doorbrengen, en hoe belangrijk dat voor ons is, kan het zwaartepunt verschuiven. De Aarde versus Cyberspace. En stel dat de twee wereldrijken aan de twee kanten van het Digitale Gordijn hierin ieder een andere weg inslaan? We zouden het nooit meer eens worden over mensenrechten of ecologische maatregelen.

Weer even terug naar het nu met twee, of meer, digitale wereldrijken. De kans op een conflict is groot, en een cyberoorlog ligt op de loer. Die is anders, gevaarlijker, dan een kernoorlog. Cyberwapens zijn veelzijdiger dan een atoombom, je kunt er meer mee doen. En stiekemer, want geen lanceerplatform, geen paddenstoelwolk. Je weet niet wie je de schuld moet geven van een hack. De verleiding om een cyberoorlog te beginnen is dus groot. Er zijn al legio cyberaanvallen, en het escaleert. Bij een kernoorlog is er sprake van gegarandeerde wederzijdse vernietiging, en dat is een rem. Dat is er bij een cyberoorlog niet. Je weet niet eens of je wapens wel zullen werken, misschien zijn ze al gehackt!

Maar mondiale samenwerking blijft een optie, zolang we informatie kunnen uitwisselen. Patriottisme gaat daar best mee samen, als je in gedachten houdt dat je buitenlanders nodig hebt om binnenlanders gezond en veilig te houden. Een pandemie kun je alleen mondiaal indammen. Globalisme vereist wel een paar wereldwijde regels. Denk aan het WK voetbal. We zijn allemaal gepassioneerd vóór ons eigen team, maar het wel eens over de spelregels van het voetbal. Daarnaast zijn sommige regels nodig om ‘het spel’ in stand te houden. Als je doping niet verbiedt, is het WK al snel een wedstrijdje tussen biochemici.

Voor ons eigen zelfbehoud is het ook nodig dat we wereldwijde regels maken: beperkingen ten aanzien van autonome wapens en manipulatieve algoritmen. Deze regulering zal veel van ons vragen qua vertrouwen en zelfdiscipline. Kunnen we dat opbrengen? De zogenaamde ‘realisten’ denken van niet, zij hangen een visie aan die Frans de Waal de vernistheorie noemt. We zijn jagers en het recht van de sterkste telt. We camoufleren dit met een laagje mythen en rituelen. Maar, grappig genoeg, echte jungles zijn een en al samenwerking, altruïsme en symbiose bij dieren, planten, schimmels en bacteriën. Was dat niet zo, dan was die jungle mét haar bewoners geen lang leven beschoren. Dát is de wet van de jungle. De jagers van ooit waren óók verzamelaars, zonder extreme oorlogszuchtige neigingen. Conflicten zijn vermijdbaar, ook nu nog. We kunnen veranderen, het einde van de menselijke beschaving is niet onvermijdelijk door ‘natuurwetten’ of vreemde technologie. Als we maar de goede keuzes maken en genoeg moeite doen voor een betere wereld.

Nawoord

We moeten informatie niet als waarheid te zien. Informatie is er om te verbinden en orde te scheppen. Heilige boeken en geheime-politiedossiers vertellen niet (persé) de waarheid, maar geven macht. En dat geldt ook voor AI. Die is niet onfeilbaar en heeft geen zelfcorrigerende mechanismen (denk aan de genocide in Myanmar geholpen door de Facebook algoritmen). Maar natuurlijk kan informatie wel waarheidsvinding ondersteunen, ons helpen met elkaar te praten en conflicten op te lossen. En ook macht is positief in te zetten.

Naarmate een netwerk machtiger is, zijn sterkere zelfcorrigerende mechanismen nodig. Een dictator heeft de neiging die te verzwakken. En ook AI kan die kant opgaan, zichzelf ongecorrigeerd en ongecontroleerd ontwikkelen, en niet alleen de mensheid uitroeien, maar het ‘organische bewustzijn’ uitwissen. Wat we nodig hebben zijn dus zeer sterke zelfcorrigerende mechanismen, deze zullen het verschil maken tussen een fatale fout, of een nieuw hoofdstuk in de evolutie van het leven op aarde.

Mijn mening over Nexus?

Wat ik van dit boek vond, lees je in mijn recensie.

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , | 4 reacties

Familie: ‘neef’ Kees Klomp

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan de muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je lees álles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mij favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zónder eerst de recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en socials. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Kees Klomp.

Waar schrijft ‘neef’ Kees Klomp over?

Als je op LinkedIn zit, en een beetje geïnteresseerd bent in duurzaamheid, kom je de bijdragen van ‘neef’ Kees dagelijks tegen. En als je ziet hoe hij zich in zijn LinkedIn bio beschrijft, weet je waarover: ‘Activist Researcher & Developer, Uneconomist, Economic System Change, Existential Economics, Reinventing Business Education’. Maar hij laat het niet bij schrijven op de socials, hij schrijft ook boeken.

‘Neef’ Kees is van huis uit marketeer en werd als snel gepakt door het Boeddhisme. Dat leverde drie managementboeken op. Het leidde bijna vanzelfsprekend tot het worden van een fervent voorvechter van de Betekeniseconomie, wat wéér een serie boeken opleverde, wel 6! Inmiddels hebben de overtuigingen van Kees zich doorontwikkeld naar Ecologie, hij ziet ons verkeren in een existentiële crisis en verwoordde zijn gedachten hierover in zijn meest recente boek: Ecoliberalisme.

‘Neef’ Kees schreef ook een kinderboek: De regenmaker. Hij heeft er de Over Hoop-prijs voor gekregen! Op basis van het boekje heeft hij heel veel activiteiten ontwikkeld om iedereen, van jong tot oud, te enthousiasmeren voor duurzaamheid. Van De regenmaker is een eindmusical gemaakt, en het is op camera voorgelezen door Jan Terlouw. O ja, en ook aan Extinction Rebellion-kinderen op de A12. Hoe passend!

Heeft ‘neef’ Kees Klomp ook andere zakelijke activiteiten?

Kees werkt momenteel op Windesheim in Zwolle, waar hij Programmamanager Agency is. De projecten die hij daar samen met zijn studenten doet zijn enorm interessant: de eindmusical De regenmaker bijvoorbeeld, een onderzoek naar de beschikbaarheid van huizen voor starters, en ook de openbare studiebijeenkomsten (Studium Generales), met gasten als Derk Loorbach en Jessica den Outer.

Afgelopen jaar gaf hij ook les binnen de leergang ISVW (De Internationale School voor Wijsbegeerte).

‘Neef’ Kees participeert in een enorme hoeveelheid instituten, denk aan De Wereldbol, Purpose People, Purpose Day, THRIVE Institute, Purpose People Practice, Koffielink, en dan vergeet ik er vast nog een aantal.

En natuurlijk is ‘neef’ Kees spreker, hij deed een TEDx en is te boeken als key-note spreker voor symposia e.d. Hij is gastheer van gesprekken bij De Veranderschool, doet webcasts voor Reinventing Capitalism, en leest De regenmaker voor op scholen en andere plekken.

Op 3 september j.l. sprak Kees de ‘Duurzame Troonrede’ uit in Nieuwspoort, Den Haag. De titel was: Hoop is een werkwoord.

‘Neef’ Kees is ook betrokken bij ReStory, en deze organiseert op 23 april een muziekavond met Kees. Het gaat onder andere over Robert Smith, de frontman van The Cure, die volgens Kees ‘Immersie, Dissolutie en Amplitie’ belichaamt, drie concepten die Kees in zijn laatste boek behandelt en gaan over de benodigde systeemverandering. Tijdens de avond worden 15 liedjes beluisterd en omringd met verhalen die de luisteraars een handelingsperspectief bieden.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Kees Klomp eruit?

‘Neef” Kees studeerde politicologie en communicatiewetenschappen aan de UvA. Na zijn afstuderen werkte hij als managementconsultant bij een aantal adviesbureau’s, waaronder Y&R en BBDO.

Leuk weetje, hij was óók zanger van de trash-metal band Brutal Obscenity, van 1987 tot 1994. Die band bracht twee platen uit: It’s Because The Birds and The Flowers … , en Dream Out Loud! Daarvoor speelde hij bij Dipsticks. Hij was van 2002 tot 2004 General Manager bij EMI Music, niet zo raar, gezien zijn muzikale achtergrond. Daarna was hij Strategie Directeur bij reclamebureau TBWA. In 2006 stapte hij uit het marketingwereldje en begon voor zichzelf als consultant.

In 2018 verlegde hij zijn koers weer: naar het onderwijs! Eerst als directeur van SMO, een onderdeel van de Erasmus Universiteit, daarna als lector Betekeniseconomie bij de Hogeschool Rotterdam, en vanaf begin 2024 dus bij Windesheim.

‘Neef” Kees woont in Borger-Odoorn (Oost-Drente). Zijn jongste zoon Finn speelt een grote rol in zijn werk, diens geboorte in 2013 was dan ook een keerpunt voor ‘neef’ Kees: ‘Ik was al best oud toen Finn geboren werd. Het idee dan mijn kinderen het, vanwege de crises die op dit moment spelen, wel eens erg moeilijk kunnen gaan krijgen als ik er niet meer ben, is voor mij onverteerbaar. Dat heeft bij mij een enorme drang losgemaakt om ze iets van hoop te bieden.’ Finn’s blonde krullenkop zie ik regelmatig in Kees’ filmpjes en foto’s.

Welke boeken schreef ‘neef’ Kees Klomp?

‘Neef’ Kees schreef tussen 2010 en 2025 10 boeken. Ik las er 3 en vond 3 een Must Read. Natuurlijk staat zijn nieuwste boek (bijna) bovenaan mijn leeslijst.

Ecoliberalisme (2025)

Publicatie op 25 februari. Soms lijkt het of de wereld zoals we die kenden voor onze ogen ineenstort. Volgens betekeniseconoom Kees Klomp is dat terug te voeren op één en dezelfde crisis. Eentje die zich niet buiten ons afspeelt, maar binnen in ons. In onze kapitalistische samenleving proberen we existentiële spanningen te dempen door materiële verlangens te bevredigen. Onze economie is eigenlijk één groot coping-mechanisme. Het is tijd voor een samenleving die aan onze immateriële behoef­tes tegemoetkomt. Met een betekeniseconomie waarin we weer zorgdragen voor de wereld en elkaar. Ecoliberalisme is het besef dat ware vrijheid gepaard gaat met verantwoordelijkheid en dat de kwaliteit van onze binnenwereld bepalend is voor de toekomst van de buitenwereld. Koop bij Bol.

De regenmaker (2023)

Is het een kinderboek? Of een maatschappijkritisch boek in de vorm van een fabel? Mijn mening: beide. Ik kreeg het uitgereikt door de auteur zelf op een bijeenkomst. Hij had het voorgelezen op de school van zijn jonge zoon, zo vertelde hij. Maar de boodschap is ook, of juist, voor volwassenen relevant. Kleine stapjes in de goede richting jagen (op den duur) verandering aan. En voor de kids: je bent nooit te klein om iets goeds te doen! Het verhaal is gebaseerd op een eeuwenoud sprookje, en gaat over het vogeltje Olla, die met veel andere dieren in het bos woont. Op een dag breekt er brand uit. Het begint bij een boom, maar al snel staat het hele bos in brand. De dieren vluchten voor het vuur. Behalve Olla. Die vliegt terug met één druppel water in haar kleine snaveltje om de brand te blussen. Je kunt vast raden wat er dan gebeurt … Lees mijn recensie (4*) (Niet meer leverbaar)

Betekeniseconomie (2021)

Dit boek heb ik nog niet gelezen. Dus de flaptekst: Economische groei lijkt het ultieme recept voor een florerende wereld. Maar de keerzijde van het succesverhaal is inmiddels bekend: de economische groei blijkt gepaard te gaan met ontwikkelingen die onze samenleving fundamenteel ontwrichten. Denk aan de klimaatverandering, de ineenstorting van de biodiversiteit, de groeiende welvaartsongelijkheid, de polarisatie in de samenleving en de alarmerende toename van het aantal mensen met een depressie of burn-out. Het is daarom noodzakelijk om op zoek te gaan naar een volledig nieuw economisch narratief: de Betekeniseconomie. Ecologie is daarbij het ontwerpuitgangspunt. Koop bij Bol

Thrive (2021)

Dat onze huidige economie aan verbetering of vervanging toe is, daar zijn veel mensen het over eens. Maar hoe kan het beter? Daar is nog niet iedereen het over eens. Er zijn veel meningen, veel termen, veel gradaties van anders en beter. Verwarrend. Maar gelukkig is er dit uitstekende Engelstalige boek van ‘neef” Kees en Shinta Oosterwaal, die het allemaal op een rijtje zet met essays van de bekendste internationale ‘denkers’ van nu. Thrive balanceert op de grens van duurzaamheid, ecologie, economie, maatschappij en een beetje filosofie. Heel goed om veel verschillende visies op mogelijke oplossingen naast elkaar te zetten, en heel fijn dat dit de visies betreft van bekende pioniers op verschillende vakgebieden. Lees mijn recensie (4 1/2*). Lees waarom ik dit een Must Read vind. Koop bij Bol.

Het is tijd (2019)

Ik las dit boek nog niet, dus de flaptekst: In “Het is tijd, de ethiek van purpose-gedreven organisaties”, nemen Ron van Es, ‘neef’ Kees en Ralph Zebregs lezers mee in het denken, het zien en het doen waar het gaat om het idee van ‘purpose’. Het is opvallend hoe bedrijven en organisaties purpose omarmen in hun huidige businessmodel, en dat vraagt om ethisch handelen. Het is opmerkelijk hoe de wereld snakt naar een systeemverandering, dus daar moeten we gehoor aan geven. En het is geweldig hoe bedrijven en organisaties het idee van purpose willen gaan toepassen, maar daarvoor moeten ze wel weten hoe ze dat kunnen doen. Het boek is niet meer leverbaar.

Pioniers van de nieuwe welvaart (2018)

Landen meten hun welvaart met het bbp, behalve Bhutan, waar het bbg is: Bruto Binnenlands Geluk. Hierin zijn naast economische groei ook sociale, ecologische, culturele en persoonlijke zaken opgenomen. In Nederland pionieren we nog wat met die ‘nieuwe welvaart’. ‘Pioniers’ van neef Kees en ‘nicht’ Nadine Maarhuis is een goed geschreven, aantrekkelijk opgemaakt boek over de betekeniseconomie, met tekeningen en schema’s, veel quotes en inspirerende voorbeelden. Omdat het ingaat op theorie èn praktijk, de harde kant (bedrijfsvoering en winst) èn de zachte kant (drijfveren en altruïsme) belicht, is het afwisselend, interessant en inspirerend. Lees mijn recensie (4 1/2*). Lees waarom ik dit een Must Read vind. Koop bij Bol.

Handboek betekenisvol ondernemen (2016)

Ik las dit boek nog niet, dus hier de flaptekst: ‘neef’ Kees, Stefan Wobben en Jesse Kleijer schreven een handleiding om te ondernemen in de betekeniseconomie. Hun methode bestaat uit 5 fasen die samen een concrete actielijst vormen voor het bouwen van een betekenisvol bedrijf. Het begint bij de beweegredenen van de ondernemer als mens, en voert via de binnenkant van het bedrijf, het merk en de marketingactiviteiten naar een positieve impact op de maatschappij, wat op zijn beurt weer lucratief is voor de onderneming. Maatschappelijke toegevoegde waarde is de belangrijkste pilaar onder florerende bedrijven. Duurzaamheid en MVO zijn daarvan slechts het begin. Op basis van ratings van anderen vond ik dit een Must Read! Koop bij Bol

Bloei! (2012)

Ik las dit boek nog niet, dus hierbij de flaptekst: Economische crisis, ecologische crisis, doemdenken. Wat is er toch mis met onze huidige maatschappij? Volgens ‘neef’ Kees zitten we in een collectieve identiteitscrisis. We zijn vastgelopen in ons destructieve gedrag dat voortkomt uit onze illusionaire gedachten en gewoonten. Als geld en geluk niet hetzelfde zijn, hoe moeten we dan verder? Volgens ‘neef ‘ Kees moeten we ons maatschappelijk gedrag, en daarmee onze gedachten en gewoontes, drastisch herzien. Het boek bestaat uit een verzameling essays met alternatieve, spirituele visies op onderwerpen als economie, management, marketing, ondernemerschap, coaching, leiderschap, wetenschap, duurzaamheid, markt en maatschappij. Koop bij Bol

Karmanomics (2011)

Ik las dit boek nog niet, dus hierbij de flaptekst: Het boeddhisme leert hoe we de waanzin van het herhalen van het gedrag waardoor we in de problemen komen “samsara” kunnen beëindigen: door onwetendheid op te heffen. Willen we economisch destructief gedrag vervangen voor economisch constructief gedrag, dan moeten we ons heil zoeken in een fundamentele systeemverandering. Daartoe hebben we een radicaal nieuwe kijk op economie nodig. In dit boek presenteert ‘neef’ Kees deze nieuwe kijk door zijn ervaringen als boeddhistisch beoefenaar te koppelen aan zijn expertise als marketing- en managementadviseur. Het levert verrassende, verwonderende inzichten op, alsmede praktische aanwijzingen om tot persoonlijk, zakelijk en maatschappelijke welzijn te komen. Koop bij Bol

Verlichting in business (2010)

Ik las dit boek nog niet, dus hierbij de flaptekst: Wakker geschud door de crisis zoeken ondernemingen naar een nieuw evenwicht tussen menselijke en economische waarden. In dit boek biedt ‘de bekende marketingstrateeg ‘neef’ Kees samen met Cor Hospes inspiratie met acht boeddhistische inzichten, die tegelijkertijd acht belangrijke commerciële trends vormen: –Small * Klein is het nieuwe groot –Spirit * De opkomst van de nieuwe spirituelen –Sustainability * De roep om duurzaamheid –Serve * De nieuwe betekeniseconomie –Sincere * De revolutie van eerlijkheid en authenticiteit –Soft * De kracht van kwetsbaarheid –Slow * Langzaam is het nieuwe snel –Safe * De winst van commercieel idealisme. Koop bij Bol

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.com, wikipedia, LinkedIn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van maatschappij- en managementboeken. Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , | 15 reacties

Recensie: Nexus – leren van historische veranderingen

Een historicus die over AI schrijft. Hoe zinnig is dat, hij weet immers weinig van de techniek? Zeer zinnig, zo concludeer ik na het lezen van Nexus, van Yuval Noah Harari uit 2024. Geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering, zo stelt Yuval. Zijn analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de populistische in plaats van naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie.

In elk hoofdstuk belicht Yuval een stukje geschiedenis en hoe informatie werd gebruikt en misbruikt. De positieve resultaten zoals wetenschappelijke vooruitgang, en de negatieve zoals de heksenjacht en het nazisme, zijn soms verrassend en soms bekend. Altijd zijn de parallellen met het heden goed uitgewerkt. Yuval sluit Nexus af met een filosofisch en een speculatief stuk, die me lang zullen bijblijven. Zijn boodschap: we hebben instanties met zelfcorrigerende mechanismen nodig om slimme, veilige informatienetwerken te bouwen. Met zulke zelfcorrigerende mechanismen zijn we geëvolueerd, en AI (anorganische intelligentie noemt Yuval dat) kan een hoopvol nieuw hoofdstuk zijn in die evolutie. Of een fatale fout.

Het maatschappijboek Nexus ….

…. gaat dus niet over de techniek van AI, hoewel Yuval vanaf 2016, na de publicatie van Homo Deus, heel veel met wetenschappers, ondernemers en politici over AI gesproken heeft en daar heel wat van oppikte. Ook merkte hij dat de gesprekken over de gevaren van AI eerst filosofisch waren, maar al snel alsmaar intenser werden, en de toon urgenter. Politieke aspecten kwamen steeds meer op, en veel politici bespelen hun achterban met historische verhalen. De positivo’s gingen uitgebreid in op de positieve resultaten van revoluties uit het verleden en waren overtuigd dat ook de AI-revolutie alleen maar goeds zou brengen. Zoals de boekdrukkunst, die de wetenschap vooruithielp. Maar, zegt Yuval, óók de heksenjacht bevorderde. Ook de industriële revolutie bracht veel goeds. En het nazisme.

Informatie als verbinder

Vandaar het historische verhaal over informatie, om ons een accurater beeld te schetsen. Yuval vertelt over de eerste kleitabletten (voor belastingen), die de eerste stadsstaten faciliteerden. Heilige boeken verspreidden religie, met normen en ideeën over de positie van de vrouw, en de relatie met de natuur. De telegraaf verspreidde nieuws en politieke regels razendsnel, wat zowel democratieën als totalitaire regimes hielp op te schalen. Ze zorgen voor een netwerk, voor verbinding. (Nexus betekent verband of samenhang). De christelijke kerk zou zonder de technologie van het boek geen wereldmacht zijn geworden.

AI als actor

AI-toepassingen zorgen niet alleen voor (meer) verbinding, ze zijn ook knooppunt in het netwerk, ze zijn actor, kunnen zelfstandig handelen. En niet als mensen, niet als artificial, door ons beheerste kunst, maar meer als Alien Intelligence, onnavolgbaar. Het kan invloed hebben op onze systemen, onze democratie. Bij het ontstaan van de Bijbel werd op een zeker moment het besluit genomen welke Boeken en Handelingen wel en welke niet zouden worden opgenomen. 1 Thimoteüs wel, met zijn misogyne ideeën, de tolerante Handelingen van Thekla niet. Die beslissing beïnvloedt ons nog steeds. Voor AI staan we ook op zo’n kritiek moment in de tijd, door de keuzes van de trainingsdata en de programmering die nu worden gemaakt.

Informatie is geen waarheid

Yuval waarschuwt ervoor informatie niet als waarheid te zien. Informatie is er om te verbinden en orde te scheppen. Heilige boeken en geheime-politiedossiers vertellen niet (persé) de waarheid, maar geven macht. En dat geldt ook voor AI. Die is niet onfeilbaar en heeft geen zelfcorrigerende mechanismen (denk aan de genocide in Myanmar geholpen door de Facebook algoritmen). Maar natuurlijk kan informatie wel waarheidsvinding ondersteunen, ons helpen met elkaar te praten en conflicten op te lossen. En ook macht is positief in te zetten. Naarmate een netwerk machtiger is, zijn sterkere zelfcorrigerende mechanismen nodig. Een dictator heeft de neiging die te verzwakken. En ook AI kan die kant opgaan, zichzelf ongecorrigeerd en ongecontroleerd ontwikkelen, en niet alleen de mensheid uitroeien, maar het ‘organische bewustzijn’ uitwissen. Wat we nodig hebben zijn dus zeer sterke zelfcorrigerende mechanismen, deze zullen het verschil maken tussen een fatale fout, of een nieuw hoofdstuk in de evolutie van het leven op aarde.

Mijn evaluatie van Nexus

Dit boek is een dikke pil (450 pagina’s ex notes) en toch had ik op bijna elke pagina wel een nieuw inzicht (ik schreef heel wat blaadjes vol, binnenkort te lezen in Booknotes). Dat komt omdat ik veel over AI las, maar nog niet eerder zó de parallellen getrokken zag tussen historische gebeurtenissen en informatietechnologie, en de huidige. Die insteek is origineel, en het hele betoog scoorde zeer hoog op mijn WOW-meter.

Yuval schrijft ook over het ontstaan van ‘cocons’ in plaats van een web, waarbij machtige staten elk een heel eigen informatienetwerk ontwikkelen, afgeschermd van de ander, met eigen ideologie en eigen techniek. Het Digitale Gordijn. Hoe relevant, vandaag lees ik over het Chinese DeepSeek, waarvan men zich afvraagt hoe dit zó goedkoop ontwikkeld kon worden. Is die alternatieve techniek nú al ontdekt? Staan we aan het begin van de cocons? Hoe relevant om juist nu Yuval’s bespiegelingen hierover te lezen. En omdat de insteek van het boek historisch en filosofisch is (met wat speculatie, zegt hij zelf) en niet zozeer technisch, blijft dit boek ook lange tijd relevant.

Met 70 pagina’s aan referenties kun je gerust van stevig onderbouwd spreken, en dat geldt natuurlijk met name voor de historische gebeurtenissen. Maar ook de speculatieve stukken en filosofische gedachten over lichaam en geest, en hoe de geest zo langzamerhand overgaat in online, avatar, alien, hebben een gefundeerde basis. Boeiend leesvoer!

De uitvoering van Nexus

Ik las de paperback die vrij sober is, de illustraties die ik mij herinner uit Sapiens ontbreken hier. Misschien komt er nog een ‘kinderversie’ zoals de serie gebaseerd op Sapiens? Die zijn prachtig én betekenisvol geïllustreerd. Maar zijn er wel plaatjes nodig? Yuval’s schrijfstijl is erg beeldend. Ik zag de heksenverbrandingen voor me, en de politiestaat in Roemenië (een mannetje continu naast de computerwetenschapper Gheorghe Iosifescu, 13 jaar lang). Naast beeldend vind ik zijn stijl ook prettig cynisch. En regelmatig stelt hij de lezer ook een vraag, wat je dwingt na te denken over wat we er eigenlijk van vinden? Hoe wij zouden oordelen? En dat werkt nóg beter dan een betoog.

De structuur van het boek is prima. Het eerste deel gaat over menselijke informatienetwerken (‘organisch’) en de nadruk ligt op het verleden; het tweede deel over computernetwerken (anorganisch) en het heden; het derde deel over ’computerpolitiek’, waarin de impact van AI op democratieën en totalitarisme, en vice versa, wordt uiteengezet, afsluitend met Het Digitale Gordijn en de ‘cocon’, wat over de toekomst gaat. Of over het heden al …..

Alles bij elkaar weer veel ‘food for thought’ zoals zijn vorige boeken, inspirerend én zorgwekkend. Dat laatste is bewust, de positieve zaken van AI worden door de makers al voldoende benadrukt, zegt Yuval, daarom brengt hij de boel wat in balans. Dat is hem, wat mij betreft, uitstekend gelukt.

Alien Intelligence en niet buitenaards … wat vinden we daarvan?

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Lees Nexus duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook);
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Nexus duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie