Topboeken: de beste boeken van Q1 2025

In Q1 van 2025 las ik weer een hele stapel non-fictie boeken, recent gepubliceerde én klassiekers. Natuurlijk schreef ik er recensies over. En ik gaf ze een rating. Hieronder vind je de 5 beste boeken van afgelopen kwartaal, ik gaf ze 4 1/2 of zelfs 5*. Zoek je nog inspiratie? Lees dan zéker deze 5! Of anders kies je iets uit de 6 ‘runners up’! Ga Lekker Lezen en Efficiënt Leren!

Mijn top 5 non-fictieboeken van Q1 2025

Statusangst – Status Anxiety (2004) 5*

Statusangst van filosoof Alain de Botton uit 2004 stond al een tijd op mijn leeslijst. Waarom? Omdat veel managementboeken die ik de laatste jaren las, ernaar verwezen. En dan wil je natuurlijk weten waaróm. En omdat ik meer over filosofie wil lezen, en ik Alain héél prettig vind schrijven, ik las eerder De kunst van het reizen. En omdat ik last heb (gehad) van statusrouw, wat er dicht tegenaan ligt. Dus verschanste ik me eindelijk op een strandbedje met dit boek, 20 jaar na publicatie. Dat had ik véééél eerder moeten doen, het is uitstekend én heeft me geholpen! Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Het happy 2050 scenario, herziene editie (2023) 4 1/2*

Wow, wat een geweldig boek is dit! Babette Porcelijn noemt haar Het happy 2050 scenario uit 2023 (de herziene editie) een soort ‘lees-encyclopedie’. Ja, dat dekt de lading zeker: veelomvattend, feitelijk, gestructureerd, geïllustreerd en heerlijk leesbaar. Zó knap hoe Babette het best complexe onderwerp ‘geluk’ uiteenrafelt in veiligheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en welzijn. Van macro (de aarde) naar micro (jouw lichaam & geest) en alles ertussenin. Petje af. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Nexus – Nexus (2024) 4 1/2*

Een historicus die over AI schrijft. Hoe zinnig is dat, hij weet immers weinig van de techniek? Zeer zinnig, zo concludeer ik na het lezen van Nexus, van Yuval Noah Harari uit 2024. Geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering, zo stelt Yuval. Zijn analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de populistische in plaats van naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie. Lees verder in mijn recensie | Lees mijn uitgebreide booknotes | Koop bij Bol

Regenesis – Regenesis (2022) 4 1/2*

George Monbiot is niet vies van het fileren van de status quo en het promoten van radicale nieuwe ideeën. En zijn boek Regenesis uit 2022 doet precies dat, met de landbouw en akkerbouw. Met stijgende verbazing las ik over de huidige methoden van voedselproductie, de experimenten met biologisch boeren en hoe onhoudbaar het is. De toekomst ligt onder de grond, want bij: bacteriën. Jawel, eiwitten uit bacteriën. En met zijn uitstekende betoog heeft hij van mij een fan gemaakt. Nu die bacteriën nog op mijn bord zien te krijgen… Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Niet het einde van de wereld – Not the End of the World (2024) 4 1/2*

Een boek in de stijl van Feitenkennis van Hans Rosling, en dat is geen toeval. Hannah Ritchie ziet Rosling als haar voorbeeld, kijkt óók naar de positieve trends in data, als onderzoeksleider bij Our World in Data. In Niet het einde van de wereld uit 2024 gebruikt ze die trends om een einde te maken aan het doemdenken. Waarom? Omdat die doemverhalen vaak niet waar zijn, worden gebruikt om urgentie te creëren maar het vertrouwen in de wetenschap juist omlaaghalen, en ons verlammen. Goed uitgangspunt! Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Verder las ik deze 6 non-fictie boeken:

Faalmoed van Stine Jensen (2021) – 3 1/2* (recensie)

O nee dit gaat over mij van Roos Vonk (2024) – 3 1/2* (recensie)

Uit de puinhopen van George Monbiot (2017) – 3 1/2* (recensie)

Komt een land bij de dokter van Michelle van Tongerloo (2024) – 3 1/2* (recensie)

Apocalypsofie van Lisa Doeland (2023) – 3 1/2* (recensie)

Help, het is hier een beestenbende van Patrick van Veen (2024) – 3 1/2* (recensie)

Zit er wat voor je bij?

Geplaatst in filosofie, IT, Maatschappij, psychologie, Sustainability | Tags: , , , | Plaats een reactie

Familie: ‘oom’ Robert Cialdini

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn Amerikaanse ‘oom’ Robert Cialdini.

Waar schrijft ‘oom’ Robert Cialdini over?

Invloed. ‘Oom’ Robert schrijft over hoe je anderen beïnvloedt en overtuigt. Met woorden, met daden, of in het onderbewuste. Hij schrijft over het kruispunt van psychologie en marketing, en zijn boeken worden voornamelijk voor marketingdoeleinden gebruikt. Dat had hij niet zo bedoeld, vertelde hij vlak nadat zijn boek Influence uitkwam. Hij schreef het om de argeloze consument inzicht te geven in allerlei manipulatieve technieken. Daar gingen echter de marketeers mee aan de haal, en zij manipuleerden wat af met ‘oom’ Robert’s inspiratie. Het boek onderscheidt 6 principes: schaarste, autoriteit, social proof, sympathie, wederkerigheid, en consistentie. Later voegde hij daar een zevende aan toe: eenheid, jezelf identificeren met de ander maakt je nóg gevoeliger voor beïnvloeding.

Hij maakt zich echter steeds sterk voor de ethische toepassing ervan in het bedrijfsleven. Hij publiceerde er zelfs een Code of Ethics voor:

  • Be truthful
  • Forgo manipulation of others
  • Forgo manipulation of facts
  • Use the principle(s) that already exist naturally in your situation.
  • Use the principle that demonstrate what is wise for all concerned
  • Refrain from using any Principle in a way that could injure your relationship.
  • Inform (that is, educate) people into agreement
  • Ensure any “contrast” used is relevant to the situation
  • Own up to any mistake ASAP. And remember the “but”.

Heeft ‘oom’ Robert Cialdini ook andere zakelijke activiteiten?

Nou, ‘oom’ Robert wordt volgende maand 80, en is met lesgeven gestopt. Hij geeft nog wel presentaties, hoewel deze vaak virtueel plaatsvinden. Je kunt hem echter nog steeds boeken, óók fysiek! Natuurlijk doet hij podcasts, wie niet? Ook is hij nog steeds betrokken bij zijn twee bedrijven: Influence at Work en The Cialdini Institute.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘oom’ Robert Cialdini eruit?

‘Oom’ Robert Beno Cialdini komt uit een Italiaanse familie, dat had je natuurlijk al gedacht. Hij is geboren in Milwaukee, een van oorsprong Duitse stad, in een Poolse buurt. Een lekker Europees begin van zijn leven! Hij vertelde vaak dat deze mix van achtergronden en tradities de belangstelling voor gedrag en beïnvloeding opwekte: elke groep had zijn eigen normen, en als hij iets voor elkaar wilde krijgen moest hij die normen van die groep kennen.

‘Oom’ Robert deed zijn Bachelor aan de Universiteit van Wisconsin-Milwaukee, in psychologie, maar niet die van mensen, nee, van dieren. Hij deed onderzoek naar …. wormen en hun feromonen. Daarna ging hij voor een master in Sociale psychologie naar de Universiteit van North Carolina. Hoezo opeens sociale psychologie? Nou, hij werd verliefd op een mede-studente en ging háár colleges volgen. De liefde voor de studente beklijfde niet, die voor Sociale psychologie wél. ‘Oom’ Robert promoveerde op dat onderwerp bij de Universiteit van Colombia.

En ook in de liefde ging het crescendo. ‘Oom’ Bob trouwde met ‘tante’ Bobette. Je kunt je de grappen over Bob en Bobette wel voorstellen. Zij hebben een zoon, mijn ‘neef’ Christopher.

Na de studie ging hij aan het werk. ‘Oom’ Robert was gast-docent op de Universiteit van Ohio State en de Universiteit van California. Vanaf 1971 gaf hij les, vanaf 1979 als hoogleraar (vanaf 2008 met emiraat), bij de Universiteit van Arizona. Wow, hij zag maar liefst 6 Staatsuniversiteiten; de andere 44 wachten nog steeds ….

Naast zijn werk op de universiteit, wilde hij ook als auteur aan de slag. Rond 1980 ging hij 3 jaar ‘undercover’ werken bij allerlei tweedehands-autodealers, een telemarketing bedrijf en een goededoelen-stichting, en verwerkte zijn ervaringen daar in zijn eerste boek: Influence, uit 1984. En er bleef zelfs nog tijd over voor ondernemerschap: in 1999 richtte zijn eerste bedrijf op: Influence at Work, wat grote multinationals adviseert. In 2022 kwam daar The Cialdini Institute bij, wat trainingen geeft.

Waren zijn dagen daarmee gevuld? Toen hij met emiraat ging niet meer. Met zijn kennis van ons gedrag en hoe dat te beïnvloeden was hij een goede aanvulling op het campagneteam van Barack Obama in 2012 en dat van Hilary Clinton in 2016. (Waarom heeft hij niet ook Kamala geadviseerd? Daar hebben we het nooit over gehad).

Welke boeken schreef ‘oom’ Robert Cialdini?

‘Oom’ Robert schreef tussen 1984 en 2021 4 boeken, die elk flink wat updates kregen. Ik las er 2, vond ze beiden echte Must Reads en schreef dan ook van beiden een Samenvatting. De andere twee, waarvan hij co-auteur was, staan inmiddels in mijn tsundoku. Mijn antilibrary dus, naar Taleb.

Invloed – Influence (1984 – laatste Engelstalige update 2021)

Wat een gaaf boek is dit! Deze Nederlandstalige update is van 2016. Bedoeld als waarschuwing voor consumenten hoe we ons laten manipuleren, werd het juist het handboek voor marketeers. Daarom is het uitstekend leesvoer voor beide groepen die willen weten hoe je wordt verleid / je iemand kunt verleiden ergens ‘ja’ op te zeggen. Het boek geeft een overzicht van de psychologie van ‘meegaandheid’, en barst van de aansprekende voorbeelden uit wetenschappelijke onderzoeken, maar ook uit Cialdini’s eigen ervaring. Hij ging namelijk ‘undercover’ als fondsenwerver, autoverkoper, en allerlei andere functies in organisaties die ‘verleidings-tactieken’ gebruiken om onze medewerking te krijgen. Ga naar mijn Samenvatting | Lees waarom ik dit een Must Read vond. | Koop bij Bol.

Overtuigingskracht – Yes (2007, update in 2017)

Co-auteurs: Noah Goldstein en Steve Martin. De 2017 update heeft 10 nieuwe hoofdstukken. Ik las het nog niet dus hier de flaptekst: Hoe verhoog je je invloed waar dan ook, en kun je andere mensen beter overtuigen van wat dan ook? De 60 wetenschappelijk bewezen tips en strategieën in dit boek laten zien hoe een kleine verandering van je aanpak direct een drastisch effect kan hebben op je slagingskans – of je nu wilt dat iemand zijn medicijnen slikt, iets voor je doet, milieubewuster wordt, tevreden is over je product of op je stemt. De auteurs vertalen de uitkomsten van gedegen wetenschappelijk onderzoek op aanstekelijke wijze naar de dagelijkse praktijk. De uitgebreide editie van deze klassieker en internationale bestseller bevat tien nieuwe opmerkelijke inzichten en bevordert gegarandeerd uw overtuigingskracht, zowel privé als op het werk.  Koop bij Bol

De kracht van timing / Presuasion – Presuasion (2016)

De kracht van timing werd in 2018 uitgegeven, maar is identiek aan het Nederlandstalige Presuasion uit 2016. Ik denk dat de oorspronkelijke titel niet zo duidelijk was … Dit schreef ik erover in 2017: ‘Afgelopen week: ik slenter door Ikea en mijn oog valt op de theedoeken. Niet omdat ik ze nodig heb, nee, omdat mijn naam er op staat! Elly-theedoeken. Ik koop er 8. Terwijl ik zàt theedoeken heb, thuis. Al op de IKEA-parkeerplaats realiseer ik me: dit is zelfrelevantie, hierover heb ik net gelezen in Presuasion. Pre-suasion is een niet-bestaand woord, hiermee drukt de auteur uit dat het bij beïnvloeden nog het meest gaat om wat je als beïnvloeder doet nét vóórdat je de boodschap brengt. Dus niet Per-suasion – overtuigen, maar Pre-suasion – ‘voortuigen’, voorbereiden. Lees mijn recensie | Lees waarom ik dit een Must Read vond | Ga naar mijn Samenvatting | Koop bij Bol.

klein GROOT – The small BIG (2014)

Met co-auteurs Noah Goldstein en Steve Martin. Ik las dit boek nog niet, hierbij de flaptekst: Elke dag moet je wel iemand overtuigen: je baas, als je steun nodig hebt voor een idee; een collega, als je hulp wilt bij een project; een klant, als je iets te verkopen hebt; je echtgenoot, als het vuilnis moet worden buitengezet; je kinderen, als het tijd wordt voor hun huiswerk. Wie je ook waartoe wilt overhalen, de vraag is: welke KLEINE verandering in je benadering of verzoek zorgt voor een GROOT effect? Zo’n doorslaggevende verandering is een ‘kleinGROOT’. In 53 korte, kernachtige hoofdstukken ontdek je de psychologische mechanismen achter de strategieën – eyeopeners die je direct kunt toepassen in herkenbare situaties: op het werk met collega’s en klanten, thuis, in vergaderingen, telefoon-gesprekken, e-mails en sociale media. Koop bij Bol

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.comRobert’s eigen websiteWikipedia)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van maatschappij- en managementboeken. Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Uncategorized | 8 reacties

Recensie: Niet het einde van de wereld – zeggen de feiten

Een boek in de stijl van Feitenkennis van Hans Rosling, en dat is geen toeval. Hannah Ritchie ziet Rosling als haar voorbeeld, kijkt óók naar de positieve trends in data, als onderzoeksleider bij Our World in Data. In Niet het einde van de wereld uit 2024 gebruikt ze die trends om een einde te maken aan het doemdenken. Waarom? Omdat die doemverhalen vaak niet waar zijn, worden gebruikt om urgentie te creëren maar het vertrouwen in de wetenschap juist omlaaghalen, en ons verlammen. Goed uitgangspunt!

Wat mij betreft is Hannah in haar opzet geslaagd om ons wél bezorgd, maar ook vastberaden te maken, ons perspectief te geven. Zij laat in feite hetzelfde zien als Rosling in Feitenkennis: De wereld is verschrikkelijk. De wereld is enorm verbeterd. De wereld kan (moet) nog verder worden verbeterd. Voor 1 oplossing en 7 specifieke problemen laat ze ons zien wat de trends zijn, wat we echt moeten doen, en wat we net zo goed kunnen laten, omdat het nauwelijks impact heeft. Vooral in die laatste categorie las ik heel wat verrassende feitjes. Want dat is ook dít boek weer: volledig op feiten gebaseerd, zeg maar Feitenkennis 2.0.

Het Mens & Maatschappijboek Niet het einde van de wereld…

… pakt in 8 hoofstukken, 1 oplossing en 7 urgente problemen bij de kop. De oplossing is Duurzaamheid; de 7 problemen zijn Luchtverontreiniging, Klimaatverandering, Ontbossing, Voedsel, Biodiversiteitsverlies, Plastic in de oceanen, Overbevissing. Ik merkte dat ik voor een aantal van deze onderwerpen heel veel las wat ik nog niet wist, en dus veel hierover opschreef. Wat waren mijn eye-openers?

Duurzaamheid

Hannah geeft Duurzaamheid een definitie die aansluit op de Donut van Kate Raworth: Duurzaamheid is én welzijn voor nu en voor iedereen én het milieu niet verpesten voor later. Ze stelt dat de inheemse volken helemaal niet zo duurzaam leefden als je deze definitie hanteert: ze waren goed voor het milieu, maar er was weinig welzijn en een enorme kindersterfte. De wereld is wat dát betreft nog nooit duurzaam geweest. Dit uitgangspunt verklaart ook de ondertitel van het boek: Waarom wij de eerste generatie zijn met perspectief op een duurzame planeet. Inmiddels is het welzijn overal gestegen, en we weten wat we moeten doen om overal een voldoende niveau voor elkaar te krijgen.

Resteert dus het tweede deel: het milieu niet verpesten voor later. Ze maakt korte metten met twee veelgenoemde andere oplossingen. Krimp van de wereldbevolking kán niet zo snel dat het voldoende helpt tegen de milieuproblemen, tenzij we actief mensen gaan doden of voorkomen dat er überhaupt nog kinderen komen (nu ligt het gemiddelde op 2 kinderen per vrouw, zelfs een wereldwijde 1-kind politiek zal niet genoeg zijn). En Degrowth maakt de wereld arm, terwijl er nog zoveel armoede op de wereld is. Duurzaamheid is de verzamelnaam van alle oplossingen die wél werken voor de 7 problemen die erna komen.

Luchtverontreiniging

Luchtverontreiniging is het eerste probleem, en Hannah gebruikt de ‘airpocalyps’ van Beijing om aan te geven hoe erg die was. Wás, ja, want Beijing slaagde erin om die binnen 7 jaar terug te dringen door alle oude auto’s van de weg te halen en industrieën rond de stad te sluiten. De luchtkwaliteitsverbetering was aanzienlijk. Het kán dus.

De oorzaak van die smerige lucht is het verbranden van dingen. Dat probleem ontstond 400.000 jaar geleden al, toen er hout werd verbrand voor warmte, om te koken, voor licht in de duisternis en het afschrikken van dieren. Kolen waren efficiënter, maar zorgden voor sterkere vervuiling. En ook voor zure regen. De veroorzaker ervan, SO2-emissie, werd later wereldwijd afgevangen. (En ook de cfk’s die de ozonlaag oplosten hebben we verbannen met wereldwijde actie).

Hoewel wereldwijd de luchtverontreiniging afneemt, gaan er nog steeds ontstellend veel mensen aan dood: 8 miljoen per jaar (door luchtvervuiling buitenshuis, maar ook binnen). Wat moeten we daaraan doen? Schone brandstof om te koken, geen gewasverbranding (bijv. rijst-stro) in de winter, zwavel afvangen, minder (oude) auto’s op de weg, minder fossiele brandstoffen. En: geen ‘nostalgische’ open haarden of houtkachels in de rijke landen!

Klimaatverandering

Over klimaatverandering ziet Hannah dat de beloften en ambities hoopvol zijn. Duurzame energie en duurzame producten (elektrische auto’s) worden steeds goedkoper. Ook kunnen we steeds beter omgaan met de gevolgen van klimaatverandering: er sterven steeds minder mensen door rampen als overstromingen. Ook lijkt er sprake van decoupling: het bbp in veel landen groeit, terwijl de emissies, inclusief die van import, dalen. Dat lijkt dus wel te kunnen. Ander goed nieuws: omdat de kosten van hernieuwbare energie zo sterk dalen, kunnen arme landen zich ontwikkelen zonder de hoge emissies die het westen ooit produceerde. Het grondgebruik voor duurzame energie is overigens vergelijkbaar met dat voor fossiel; kernenergie is het meest grond-efficiënt.

Transport is verantwoordelijk voor 16% van de emissies, het meeste daarvan gaat over de weg (75%). Elektrisch rijden, en ook vliegen en varen is dus goed, maar lastig voor lange afstanden i.v.m. de zware batterijen. Ook onze voedselproductie zorgt voor emissies: minder vlees (met name rundvlees) en zuivel produceren is nodig. Wat er minder toe doet: recyclen, spaarlampen, lokaal eten (als het in kassen is geteeld, want dan is transport vanuit het buitenland tóch beter), elektrische apparaten van standby afhalen. Al deze acties vóélen beter dan dat het iets bijdraagt.

Ontbossing

Het hoofdstuk ontbossing levert een interessant weetje op: bossen, jungles, vegetatie, het draagt niet veel bij aan de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer. Die zuurstof kwam miljoenen jaren geleden via fytoplankton uit de oceanen, en het zal ook zolang duren voordat het significant minder is geworden. Maar … die bossen, het Amazone regenwoud en de rest, zijn wel cruciaal voor de biodiversiteit.

Het vellen van bossen zorgt niet alleen voor habitatverlies, maar ook voor het vrijkomen van CO2. De piek van ontbossing was (mondiaal) in de 80-er jaren, maar in de tropen is de ontbossing nu het hoogst. Door palmolie zeker! Eh, nee. Driekwart van die plantages zijn geplant op grond die al eerder was ontbost voor hout en papier. En palmolie verbannen is ook geen goed idee, het is qua olie het meest efficiënt: 1 hectare oliepalmen levert 2,8 ton olie op. Vergelijk dat eens met olijfolie: 0,3 ton. Of met kokosolie: 0,26 ton. Het is dus juist een landbesparend gewas.

Wat is dan de schuldige? Sja, landbouw natuurlijk, en ook de productie van papier en pulp. 40% van de huidige ontbossing is voor ruimte om runderen te laten grazen. Daarna pas komen de plantages voor soja-olie en palmolie (18%), en de ontbossing daarvoor daalt snel. En daarna papier (13%). De rest is voedsel: granen, groente, fruit, rijst, suiker. Wat kunnen we tegen ontbossing doen? Minder vlees eten, gewasopbrengsten verbeteren, maar ook armere landen betalen om niet te kappen.

Geen soja eten? Onzin, 77% van de soja gaat naar diervoer, 13% naar olie, 3% naar biodiesel. De rest, 7%, eten wij op, maar daar wordt het Amazone regenwoud niet voor gekapt. In Brazilië verbouwen ze namelijk alleen genetisch gemodificeerde soja, die in de EU, en ook daarbuiten, niet is toegestaan voor (directe!) menselijke consumptie.

Voedsel

Over eten gesproken, we verbouwen genoeg voedsel om 10 miljard mensen te kunnen voeden, maar 52% daarvan gaat nu naar vee (41%) en naar biobrandstoffen (11%). Het goede nieuws is dat we op steeds minder grond steeds meer verbouwen, o.a. door kunstmest, en dat we dáárvan steeds minder gebruiken.

Het produceren van voedsel is de bron van veel problemen: broeikasgasemissies, te veel zoetwatergebruik, ontbossing, verlies van biodiversiteit door verwoesting van habitats en het gebruik van pesticiden en kunstmest, waterverontreiniging door het wegspoelen daarvan. Dus: hoe kunnen we iedereen voeden zonder de planeet te verwoesten? Hogere gewasopbrengsten, minder vlees eten, vlees- en zuivelvervangers maken. Maak je niet druk over lokaal eten, biologisch eten en plastic verpakkingen! Dit hoofdstuk herhaalt veel feiten die ik al in Regenesis van George Monbiot las, ik was dus niet zó verbaasd.

Biodiversiteitsverlies

Dit hoofdstuk hakte er wel even in. Wij mensen hebben overal waar we kwamen de grote zoogdieren uitgeroeid. De jacht en habitatverlies door landbouw zorgde er ook voor dat zoogdieren evolueerden en steeds kleiner werden. Maar liefst 85% van de biomassa van wilde zoogdieren zijn we verloren. Onvoorstelbaar. Hoe zit het met de 6de massa-extinctie, is die aan de gang? We spreken van massa-extinctie als het gaat om 75% verlies  van de soorten in 2 miljoen jaar. We zitten nog niet op die 75% maar het gaat wel héél snel: 1% in pakweg 500 jaar. Dat lijkt weinig, maar als we niks doen zitten we over nog 37.500 jaar op die 75%. Dus ja, we zitten erin.

Maar bij deze, de 6de, kunnen we er ook wat aan dóén, namelijk de oorzaken aanpakken. Dat zijn voornamelijk overexploitatie (jacht, visserij), landbouw, verstedelijking, invasieve soorten, ziekten, verontreiniging, verzuring van de oceanen, plastic, ander gebruik van land (dammen), klimaatverandering. Een ‘dood van duizend sneden’. Wat het probleem hierbij is, is dat we het nut van biodiversiteit voor onszelf niet zien, het is meer een ‘goed doel’. Maar gelukkig zijn al die oorzaken voor biodiversiteitsverlies ook problemen voor ons eigen voortbestaan, dus indirect gaan we er waarschijnlijk toch mee aan de slag.

Plastic in de oceanen

Ik was geschokt toen ik las dat de Great Pacific Garbage Patch, de ‘Plasticsoup’, tussen Hawaii en Californië een oppervlakte heeft van 3x Frankrijk!. En dan hebben we het alleen nog maar over het dichte centrum van die soep. Plastic bedreigt het zeeleven, en in de vorm van microplastics ook óns leven, maar is o zo nuttig in gebruik. Het gaat enorm lang mee, en dat is ook gelijk het probleem: het vergaat maar langzaam. Ook is het slecht recyclebaar, hoe we met plastic afval omgaan is dus het grootste probleem.

Wist je dat maar 0,3% van het plastic afval in de oceanen terechtkomt? Bij de GPGP is 80% afkomstig van de visserij, de rest spoelde via de rivieren in zee. Voor álle plastic in álle oceanen is het gemiddeld net andersom: 80% via land en 20% uit visserij.

Rijke landen, die veel plastic gebruiken, zorgen voor goede afvoer van plastic afval. Juist de armere landen, die minder gebruiken, doen niks met het afval, en dát komt in rivieren en oceanen terecht. De rijke landen moeten de arme landen helpen met afvalbeheerssystemen.

Wat recycling betreft: plastic kan maar 2x ‘mechanisch’ gerecycled worden, en onbeperkt chemisch, maar dit laatste is héél duur. Bij plasticproductie worden allerlei soorten door elkaar gemengd, wat recyclen lastig maakt. Gerecycled plastic is veel duurder dan nieuw geproduceerd, dus tja. Dáár moet dus wat aan gebeuren. En aan het visserij-plastic natuurlijk. Daar moeten we ons druk over maken, niet over verpakkingen of plastic rietjes.

Overbevissing

En van plastic in de oceanen gaan we naar vis in de oceanen, in het hoofdstuk Overbevissing. Nee, in 2048 zijn de oceanen niet leeg, dat was een verkeerde interpretatie van een onderzoeksrapport. En ook was daarin het uitgangspunt dat ‘leegvissen’ onveranderd door zou gaan. Maar zo al doemdenkend extrapoleren is niet realistisch, gezien allerlei maatregelen die al worden getroffen op allerlei gebieden. Recenter onderzoek wijst op vispopulaties die afnemen én op populaties die toenemen. Gemiddeld blijft het nu stabiel.

Duurzame visserij is gebaseerd op zoveel mogelijk vis vangen zonder de vispopulaties nog verder te laten afnemen. Die vispopulaties zijn ongeveer 50% van het niveau vóór visserij, en dat moeten we handhaven. Op dit moment is 66% van de vispopulaties duurzaam (waaronder tonijn), 34% wordt overbevist. Dat kan beter. Maar wel bijzonder, want we eten steeds meer vis. Hoe dan? Nou, we kweken ze. We kweken zelfs meer dan we in het wild vangen. Alleen maar goed nieuws dus? Nee. We weten niet genoeg van de visbestanden bij Azië, Afrika en Zuid-Amerika, daar wordt niet gemonitord. We weten wél dat China en India zeer veel vissen, met grondtrawlers. Dus het is zeker niet onder controle.

Onze rol bij de problemen en de oplossing

Leuk en verrassend om te lezen zijn de stukken over hoe we milieubewust (denken te) leven. Wat we doen zet soms geen zoden aan de dijk en we hebben te weinig begrip van wat er echt toe doet. Biologisch voedsel heeft vaak een grote CO2 afdruk, plastic verpakkingen verlengen de houdbaarheid en verminderen verspilling. Vleesvervangers zijn bewerkt, ja, maar vééél beter dan vlees eten. Kernenergie is duurzaam en grond-efficiënt.

Met alleen individuele gedragsverandering komen we er niet, het systeem moet op de schop. Tijdens Corona zaten we allemaal thuis. Toch daalde de uitstoot maar met 5%. Voor meer impact zijn technologische innovaties nodig en politieke besluiten voor systeemverandering. De politiek kunnen we beïnvloeden met onze stem en acties. De markt van technologie beïnvloeden we met ons geld: waar geven we het aan uit? Tenslotte kun je invloed hebben met je tijd, besteed je carrière aan impactvol werk.

Tenslotte, laten wij, milieubewuste mensen, niet elkáár bestrijden: niet zon en wind tegen kernenergie, maar zon/wind/kernenergie tegen fossiel. Niet veganist tegen flexitariër, maar gezamenlijk tégen de veel-vleeseters. Laten we samen werken aan oplossingen die ons vooruithelpen, laten we ons niet laten afleiden door doemdenkers. We gaan niet richting het einde van de wereld!

Mijn evaluatie van Niet het einde van de wereld

Verrassend genoeg schreef ik weer heel wat op, terwijl ik toch meer dan gemiddeld lees over duurzaamheid. De eye-openers betroffen voornamelijk het cijfermateriaal, wat hetzelfde effect had als bij het lezen van Feitenkennis: je weet het wel ongeveer, maar je onderschat vooruitgang. En de grote stappen die we toch wel hebben gezet geven goede hoop voor de haalbaarheid van verdere verbetering. Tot mijn schande zaten er ook veel nieuwe feiten in de dingen die ik net zo goed kan laten: biologisch eten bijvoorbeeld.

Uiteraard is het boek uitputtend onderbouwd met feiten en statistieken, dat kun je wel aan het hoofd onderzoek van Our World in Data overlaten. Hoe lang de trends nog juist blijken is afwachten denk ik, met sloper Trump weet je het niet. We waren goed bezig, welke invloed gaat hij hebben? Dat maakt het hebben en updaten van feitenmateriaal nóg belangrijker en relevanter.

De schrijfstijl is heel prettig, met heel veel voorbeelden, anekdotes uit Hannah’s eigen leven en lifestyle, en herkenbare misvattingen en discussies tussen vrienden. Ook het benoemen van het schuldgevoel dat je hebt als je weet (of denkt) dat je niet genoeg doet, draagt bij aan de herkenbaarheid.

Het betoog is goed opgezet, met een duidelijke rode draad en een structuur die in elk hoofdstuk wordt herhaald. Wat is het probleem, achtergronden, hoe ging het vroeger, hoe gaat het nu, wat kan beter, welke voorbeelden van verbetering zijn er waar we inspiratie uit kunnen halen, waar moeten we ons niet druk om maken. Voor mij werkt dit heel goed. Het hele betoog is natuurlijk geïllustreerd met tabellen en grafieken.

Ik trok een paar keer mijn wenkbrauwen op, bijvoorbeeld bij de opmerking dat ‘decoupling’ mogelijk is en zelfs al gebeurt. Ik had eerder steeds iets anders gelezen. Hannah krijgt dan ook veel kritiek op dit statement, met name dat ze alleen naar emissies kijkt, en niet naar uitputting van de aarde. Ook haar opmerking over Degrowth is kort door de bocht, maar de meningen zijn ook hierover verdeeld. Verder krijgt ze kritiek omdat ze nauwelijks ingaat op hoe de ‘politieke’ oplossingen dan wel geïmplementeerd moeten worden. Dat snap ik dan weer wel van haar, ik hoef alleen maar te denken aan de ‘kleinere veestapel’ discussie in Nederland. Natuurlijk zijn er bij elke logische oplossing zat nadelen te verzinnen, voor bedrijven of groepen mensen. Deze kritiek weerhoudt me er niet van om te zeggen dat je écht wat mist als je dit boek niet leest!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Niet het einde van de wereld duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
  • digitaal, bijvoorbeeld via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop Niet het einde van de wereld duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link).;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , | 1 reactie

Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis voor morgen

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van Geschiedenis voor morgen.

Roman Krznaric schreef eerder Empathie en De goede voorouder. Ik las beide boeken en kan mij erg vinden in zijn aanpak: historische gebeurtenissen analyseren en daaruit lessen destilleren voor het hier en nu. Je leert wat van de geschiedenis, en krijgt gelijk het perspectief dat alles waar jij (en wij) nu mee worstelt, al eerder is gebeurd, en al dan niet tot positieve uitkomsten heeft geleid. Ik las met veel plezier over de boekdrukkunst, het watertribunaal in Valencia, de Edonomie in Japan, tolerantie in Al Andalus, de afschaffing van de slavernij na een opstand in Jamaica en nog veel meer. Roman neemt je mee door veel eeuwen én veel plaatsen en levert ‘radicale hoop’. Daar had ik nu nét behoefte aan!

Booknotes van Roman Krznaric’s Geschiedenis van morgen

Inleiding

Dit boek kun je zien als ‘toegepaste geschiedenis’, door bestudering van het verleden een betere koers uitzetten voor de toekomst. En dat is geen ‘loze’ belofte. In 1962 zat JFK midden in de Cuba-crisis. Hij ging te rade bij The Guns of August, een kroniek van misvattingen en geknoei van politieke en militaire leiders die bijdroegen aan WO1. Onder invloed van dit boek koos hij voor een diplomatieke aanpak. Zo kan een geschiedenisboek oorlog voorkomen!

Leren van fouten is belangrijk, maar je laten inspireren door positieve gebeurtenissen net zo. Roman wil beide in zijn boek laten terugkomen. En dan niet alleen de activiteiten van machtige leiders, maar juist die van gewone mensen, waar de veranderaars in onze samenleving kracht uit kunnen putten. Een beetje selectief winkelen dus? Ja, gericht op de 10 belangrijkste crises van nu waar gewone mensen invloed op kunnen uitoefenen.

H1. Afkicken van fossiele brandstoffen.

Radicaal activisme en de kracht van burgerlijke ongehoorzaamheid.

In dit hoofdstuk maakt Roman de vergelijking met de afschaffing van de slavernij, in de UK. In 1807 was de slavenhandel wel afgeschaft, maar de slavernij niet. Er werd enorm gelobbyd door plantagehouders (bij elkaar hadden die 700.000 slaven voor zich werken), politici, kooplieden, journalisten, etc. Ze willen de afschaffing spreiden over tientallen jaren, om teveel beroering te voorkomen en ‘de wilden op te voeden’. De plantagehouders moesten worden gecompenseerd. De lobby van fossiel gebruikt nu dezelfde argumentatie: de transitie moet héél geleidelijk gaan en fossiel moet voorlopig leidend blijven om die transitie te financieren. Er is weerstand vanuit de gevestigde orde en de overheden.

De slavernijlobby wist het te rekken tot 1830, ondank vele hervormingsgezinden. Toevallig was er in 1830 in de UK een opstand door werkloze landarbeiders. Dit leidde tot politieke hervorming die een andere politieke kleur aan de macht bracht, die de indeling van kiesdistricten veranderde, eerlijker maakte. De Tory’s, vóór slavernij, verloren hierbij veel macht. Er kwam een andere regering, maar dat was nog niet genoeg om de afschaffing van slavernij door te zetten.

De Jamaicaanse slavenopstand van 1831 wél. Het werd neergeslagen, met veel geweld, en zo’n 500 slaven werden in de strijd gedood of later opgehangen. Daartegenover stierven 14 witte mensen. De UK was geschokt door het geweld, en bang voor uitbreiding van de opstanden. In 1833 werd de slavernij afgeschaft, en de plantagehouders kregen enorme compensatie, omgerekend 350 miljard pond.

Les voor nu: er zijn radicalen nodig, die extreme standpunten innemen waardoor de visie van ‘het midden’ acceptabeler wordt. Dit staat bekend als het zogenaamde Raam van Overton. Het voorbeeld van de protesten onder leiding van M.L. King als vreedzame burgerlijke ongehoorzaamheid, in combinatie met de Black Power beweging die extreem en gewelddadig was, is óók een voorbeeld van die theorie. Om van fossiel af te komen is XR, de radicale flank van de klimaatbeweging, méér dan nodig.

H2. Naar meer verdraagzaamheid.

Samenleven in een middeleeuws Islamitisch rijk.

We zijn allemaal migranten, dat blijkt wel uit je DNA en als je genealogisch onderzoek doet. Het is goed dat te beseffen als er een nieuwe migratiegolf op gang komt, door klimaatverandering en automatisering. We moeten dus leren harmonieus samen te leven, ‘convivialiteit’. Hoe gaan we dat doen?

De VS rond 1850. De Chinese immigranten, aangetrokken door de goudkoorts, hadden het niet makkelijk, ze werden gediscrimineerd, mishandeld en gelyncht. Het ‘gele gevaar’ werd als uiterst bedreigend gezien. Tot 7 december 1941. Japan viel Pearl Harbor aan. China was in oorlog met Japan, en zo werd de vijand van de vijand een vriend. Chinese mannen waren welkom in het leger en de vrouwen gingen aan de slag in de fabrieken. De anti-Chinese wetten werden geschrapt. Na 100 jaar eindelijk verdraagzaamheid. In de VS is men nu onverdraagzaam naar moslims en Latijns-Amerikanen. Buitenstaanders krijgen snel overal de schuld van, met name economische problemen (‘ze pikken banen en huizen in’).

Zijn er positieve voorbeelden van tolerantie te vinden? Jawel, in Al-Andalus, rond het jaar 1000. In Cordoba leefden joden, moslims, christenen én heidenen samen. Ze woonden in aparte wijken, maar handelden met elkaar, gebruikten dezelfde badhuizen, maakten samen muziek. Ze zagen zichzelf en elkaar in de eerste plaats als Andalusi, ongeacht hun geloof. De gemeenschappelijke taal was Arabisch. Er was vrijheid van godsdienst. Er laaide wel eens geweld op, maar over het algemeen was er sprake van tolerantie. Hoe kwam dat? Door het intensief samenleven, door de onderlinge economische afhankelijkheid.

Die tolerantie is in steden veel sterker dan op het platteland, doordat je elkaar vaak tegenkomt en ontdekt wat je gemeen hebt. Dit is de ‘contacttheorie’. Die tolerantie kunnen wij in het heden bewust creëren door de steden ‘conviviaal’ te ontwerpen: zodanig dat je intermenselijke relaties bevordert. Denk aan gemeenschappelijke sociale voorzieningen en ‘etnische quota’ per buurt: de bewonerssamenstelling weerspiegelt de inwoners van het land . Ook is een gemeenschappelijke nationale identiteit van belang. Singapore en Spanje geven hierin het goede voorbeeld.

H3. Consuminderen.

Pre-industrieel Japan en het ontwerp van een regeneratieve economie

In Parijs in 1872 opende het eerste warenhuis: Bon Marché. In die periode werden bezittingen steeds meer ingezet om sociale status te benadrukken. Het warenhuis speelde in op het verlangen ‘dingen te kopen waarvan je niet wist dat je ze nodig had’. Maar consumentisme leidt niet tot steeds meer geluk, en verwoest de aarde. Echter, we weten niet beter, en stikken in de spullen: stuffocation.

Het kan ook anders, een mooi voorbeeld is Japan rond 1750. De shoguns hebben Japan bewust geïsoleerd van het buitenland, ze willen die kwalijke invloeden niet. Japan ziet er ouderwets uit: alles van hout. Maar nog bijzonderder: zonder afval op straat. Alles wordt hergebruikt, hersteld, gerecycled: de Edonomie. Aan hout was een groot tekort, dus stond er een hoge boete op illegale  houtkap en mocht er legaal maar heel beperkt gekapt worden. Tegelijkertijd was er een enorm aanplantprogramma. Deze Edonomie hield 200 jaar stand! Deels door de bestaande culturele focus op de banden tussen verschillende generaties, wat  lange termijnbeleid ondersteunt, deels door het idee van mottainai, ‘precies genoeg’, wat door hoog en laag werd uitgedragen, ook door de heersers, die best sober leefden. Maar ook door het dictatoriale bewind van de shoguns, én de isolatie, die hen dwong grondstoffen efficiënt te gebruiken. Toen Japan zich weer openstelde voor handel met het buitenland was het snel gebeurd met de Edonomie.

Les: in het heden gaat circulair leven er niet vanzelf komen. Er is regelgeving nodig. Daarnaast moet er een cultuurverandering komen, voor een andere levensstijl die onze voetafdruk zo klein mogelijk maakt, zoals die van de quakers. Maar dat zal héél lastig zijn. Beter is dan rantsoenering, bijvoorbeeld CO2-rantsoenering, zoals de houtrantsoenering in Japan.

H4. Sociale media beteugelen.

De boekdrukkunst en de uitvinding van het koffiehuis

Vroeger waren er ook ‘sociale media’. In Rome brachten slaven berichten en openbare brieven rond, ze ‘waren het Romeinse equivalent van breedband’. Ook waren er herbruikbare was-tabletten, en de muren van gebouwen, die voor berichten gebruikt werden. De drukpers schaalde het op: de pamfletten van Luther zorgde voor de polarisatie tussen katholieken en protestanten en leidde tot godsdienstoorlogen. En ook verschenen er pamfletten over heksen en de bestseller Malleus Maleficarum, die de heksenjacht bevorderden.

Maar het kon ook anders: kijk maar naar de koffiehuizen in het VK rond 1700: met een grote leestafel vol pamfletten en tijdschriften. Lekker lezen en erover discussiëren, met mensen van verschillen sociale achtergronden. Die vrije ‘publieke sfeer’ werd later verstikt door de massamedia: eerst de grote kranten, de radio en tv, daarna het internet. Inmiddels is het verworden tot een sfeer van desinformatie en leuk/niet leuk. Jammer, het pluralisme is weg. Hoe krijgen we het terug?

Die koffiehuizen waren kleine tenten, en er waren er veel van. Geen ketens, veel concurrentie. Zouden wat anti-monopoliewetten helpen om de grote platformen van nu op te breken? Of nieuwe koffietentjes om de inhoudelijke gesprekken weer op gang te brengen?

Iets anders: onze cognitieve geschiedenis. Vroeger luisterden we gezamenlijk naar verhalen, daarna lazen we in afzondering en stilte opinies. Dat lezen veranderde onze hersenen, we gingen meer lineair redeneren en daarmee meer rationeel denken. Het internet verandert onze hersenen verder. Hebben we straks alleen nog relaties met AI? Beter: laten we in een cafeetje onze telefoon wegleggen en met elkaar praten.

H5. Water voor iedereen.

Wateroorlogen en het vernuft van de commons

Aquacide. Dat staat ons te wachten, klimaatverandering, bevolkingsgroei en industriële landbouw zorgen voor toenemende waterschaarste. In China is de strijd tegen of voor het water al eeuwen aan de gang.

In de 7de eeuw werd het Grote Kanaal gebouwd, de langste waterweg ooit, om het noorden van water te voorzien. Door corruptie en incompetentie verziltte het in de 19-de eeuw. Het gevolg was hongersnood, kannibalisme en tussen de 10 en 20 miljoen doden.

Rond de 8ste eeuw ontstond het watertribunaal in Valencia, een gerechtshof dat zorgt voor de eerlijke verdeling van water in het achterland. De leden waren lokale vertegenwoordigers van de irrigatiekanalen. Het is een van de eerste meents, een common, en inspireerde Elinor Ostrom, Nobelprijswinnaar Economie in 2009, tot haar onderzoek naar de commons.

Water is ook de oorzaak van de Zesdaagse Oorlog, toen Syrië in 1964 de loop van de Jordaan ging verleggen. Israël was niet blij, ze haalde daar een derde van haar water vandaan. En ook nu is water reden voor strijd: Israël beperkt niet alleen het Jordaanwater, maar ook de toegang tot grondwater voor de Palestijnen, ook al wonen die er bovenop.

Met toenemende waterschaarste neemt de kans op conflicten toe. Zouden we een watertribunaal kunnen gebruiken? Of eigenlijk: meerdere tribunalen, op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Vooral internationaal is de nood hoog, aangezien armere landen geen geld hebben voor dure technische oplossingen als ontziltingsinstallaties. Ook het slechte beheer van water door private partijen pleit voor het onderbrengen van water in commons.

H6. Het vertrouwen in de democratie herstellen.

Over het herontdekken van de gemeenschapsdemocratie

Onze huidige representatieve democratie, met verkiezingen en beroepspolitici en lobbyende bedrijven kraakt in haar voegen. Er zijn er ook nog maar 34, van de 179 landen. Veel jongeren hebben er totaal geen vertrouwen in. Kunnen we van de geschiedenis leren? Het huidige idee van vertegenwoordigers die het algemeen belang beter kunnen behartigen dan ‘het gepeupel’ is juist anti-democratisch, helemaal als, zoals vroeger, niet iedereen mag stemmen.

Djennë-Djeno was een bloeiende stad in Mali, tussen 250 v. Chr. en 1400 n. Chr. Er woonden 40.000 mensen die mooi aardewerk, metaal en beeldhouwwerk voortbrachten. Maar … geen paleizen, geen vestingwerken. Djennë-Djeno had geen hiërarchie maar heterarchie: zelfbestuur met vertegenwoordigers van de diverse beroepsgroepen. Géén beroepspolitici. Vóór de slavenhandel en kolonisatie waren er veel van dergelijke gemeenschappen in Afrika.

Er zijn ook andere vormen: De Atheense democratie, waarbij zo’n 20% van de bevolking via diverse vergaderingen besluiten nam en met bestuursorganen waarvan de leden via loting werden bepaald.

Ook was er de Rätische Vrijstaat, tussen 1524 en 1799, die 227 buurtvergaderingen had, die afgevaardigden stuurden naar 49 gemeenschappen die weer afgevaardigden stuurden naar de Bundestag. En die had weer een dagelijks bestuur van 3. Het werkte met een referendumstelsel. De nalatenschap hiervan zien we nog steeds in Zwitserland. En ook de Koerden werken vergelijkbaar in Rojava, een regio mrt 4 miljoen mensen.

Het burgerberaad is een uitstekend initiatief, beter dan een referendum, omdat er eerst met elkaar gesproken wordt, consensus wordt gezocht. Echter, de uitkomt is een advies, het burgerberaad heeft geen macht. Anderzijds, er is minder risico op partijpolitiek, bedrijfslobby en korte-termijndenken. We moeten naar een vorm toe met decentralisatie, deliberatie en directe besluitvorming.

H7. De genetische revolutie in goede banen leiden.

De schaduwkant van de eugenetica en het streven naar algemeen welzijn

We kiezen de specs van onze nieuwe telefoon. Kiezen we binnenkort ook de eigenschappen van onze baby? Geslacht, haarkleur, ogen, vrij van ziekten, talent voor muziek of sport? We kunnen biotechnologie inzetten voor algemeen welzijn, denk aan het polio-vaccin. Maar ook voor minder fraaie doelen: de eugenetica.

Eugenetica wil door middel van selectieve voortplanting de menselijke soort verbeteren. Ooit werden mensen van kleur uitgesloten (‘intellectueel minderwaardig’) en misdadigers, imbecielen, verkrachters gedwongen gesteriliseerd (in de VS). De Nazi’s haalden hier inspiratie uit.

Tegenwoordig is eugenetica uit de gratie, maar de moderne biotech kijkt ook naar de ‘afwijkingen’ van embryo’s, zoals het Syndroom van Down. Zullen er ouders zijn die ook dwerggroei of doofheid zullen laten wegmodificeren? Je zult niet geboren worden … op basis van vooroordelen.

Aan de andere kant: het COVID-19 vaccin is ontwikkeld met behulp van gentechnologie. Droogtebestendige gewassen ook. En hoe fijn zou het zijn als we geen leukemie meer kregen … Maar het welzijn van de gemeenschap moet voorrang krijgen boven persoonlijke belangen. Zoals vroeger de ontwikkeling van het poliovaccin: door crowdfunding, en zonder patent, want eigendom van de samenleving. Het is dan ook ontwikkeld buiten de farmaceutische industrie om.

Maar nu is ook de biotechnologie door het neoliberalisme ontdekt en wordt ons DNA, een gemeenschappelijk bezit zou je zeggen, verkocht, worden er biopatenten gevestigd op gentherapie voor kanker. Dat kan zomaar 2 miljoen kosten. Per patiënt. In 2021 weigerden de Europese overheden dat te betalen. De fabrikant verlaagde zijn prijs niet, nee, hij stapte uit de markt, jammer dan voor de patiënten.

Hetzelfde geldt voor biodata, DNA van mensen die betaalden voor onderzoek, biodata die daarna verkocht worden aan farmaceutische bedrijven. Facebook is er niets bij! Het verdient de voorkeur om biotechnologie in overheidshanden te houden, al was het alleen maar om eugenetica onder controle te houden. De evolutie van de mens staat op het spel! En: DNA is een schat van en voor ons allen.

H8 De ongelijkheidskloof dichten.

Strijden voor gelijkheid in Kerala en Finland

De pest, de Zwarte Dood van rond 1350, kostte miljoenen het leven, maar had ook een voordeeltje: het verkleinde de kloof tussen arm en rijk. Want: veel minder mensen om het werk te doen, die konden dus hogere lonen vragen. Boeren konden lagere pacht bedingen. Lijfeigenen dwongen af dat ze loonwerkers werden. De vier ‘blessings in disguise’ zijn oorlogsmobilisatie, revolutie, ineenstorting van de staat en dus pandemie. Maar … kan dat ook zonder ramp? Jawel.

In Kerala, India, is het welzijn, uitgedrukt in ratio’s voor kindersterfte, deelname onderwijs, geletterdheid etc. maar ook inkomens- en welvaartsongelijkheid hoger dan in andere deelstaten. Hoe kan dat? In 1813 kwamen daar de vrouwen van de laagste kaste in verzet tegen vernederende beperkingen. Een van die protesten: ze bedekten hun borsten (Dat mochten ze dus niet. Er moest altijd met blote borsten worden gelopen!). In 1858 deden ze het weer. Rond 1890 was er een opstand om meer onderwijs te krijgen, in 1938 om gevangen vrij te krijgen. Steeds gingen de vrouwen voorop. In 1957 protesteerden de communisten in Kerala tegen hoge voedselprijzen en voor beter onderwijs. En de Communistische partij kwam in 1998 met Kudumbashree, ‘voorspoed van de familie’, een opstand tegen armoede en genderdiscriminatie. Al dit politiek activisme, geïnitieerd door vrouwen, zorgde voor meer gelijkheid.

In het mondiale Noorden heeft Finland iets vergelijkbaars gedaan, met een sterke vrouwenbeweging. Dus naast de 4 rampen, is politieke en sociale strijd óók een bron van verandering. Collectieve solidariteit resulteert óók in gerechtigheid, en vrouwen spelen daarin een belangrijke rol.

H9. Machines onder controle houden.

Kunstmatige intelligentie en de opkomst van het kapitalisme

Er is ‘zwakke’ AI, geprogrammeerd door mensen voor specifieke taken, en ‘sterke’ AI, AGI, met een zelfbewustzijn, en zijn eigen doelen bepalend. Sterke AI bestaat nog niet. Maar zwakke AI kent ook gevaren, het verspreidt zich razendsnel en helemaal onder controle hebben we het niet. Is er een historische parallel te trekken?

Jawel, met het systeem van het (financieel) kapitalisme. Dat ontstond in Amsterdam, in 1602, toen de Verenigde Oost-Indische Companie, het allereerste bedrijf met aandelen, haar allereerste aandelen op de markt bracht. O ja, in Amsterdam vond men ook de BV uit, die investeerders beschermde tegen financiële risico’s die groter waren dan hun investering. Ene John Law kopieerde het systeem en bracht het naar Parijs, op basis van de handel met Louisiana. Helaas was Louisiana niet het land van melk en honing, maar van moerassen en muggen, met weinig economisch potentieel. Investeerders begonnen hun aandelen te dumpen. Wat Law ook deed, niks hielp. Het resultaat was de eerste financiële crash: de Mississippi Bubble. De schuld van Law? Of een systeem wat onbeheersbaar was geworden?

Het mondiale financiële kapitalisme is inmiddels zo groot en verweven dat het niet meer te reguleren is. In 2008 bleek dat de val van één bank, rampzalige gevolgen had voor het hele systeem. Wat zijn precies de parallellen met AI? Complexiteit en omvang. Het is overal, en in tegenstelling tot het kapitalisme, breidt het zich enorm snel uit. Ook is het in veel gebieden te gebruiken: onderzoek naar gentherapie, weersatellieten, oliebronnen zoeken, vliegroutes plannen, you name it. Je kunt er ook nauwelijks omheen, als één bedrijf met iets nieuws komt, volgen de concurrenten snel. Daarnaast is er ’besmettingsrisico’, een probleem in één deel van het systeem leidt tot veel meer problemen. Denk aan nepnieuws leidend tot identiteitsdiefstal, slimme drones tot killer robots. De derde overeenkomst is het intentioneel ontwerp: beide systemen hebben geen bewustzijn.

De angst voor AGI leidt af van de huidige risico’s. Maar het feit dat het een intentioneel ontwerp is, houdt misschien in dat we het ook opnieuw kunnen ontwerpen. En misschien moeten we het wel weghalen bij de op winst beluste bedrijven, en onderbrengen bij overheidsinstanties. (Maar ja, Poetin …)

Of misschien via gedistribueerd eigenaarschap, bij een groep belanghebbenden. Steward-owned, oftewel rentmeesterschap.

Wat het kapitalisme betreft, werkt dit gedistribueerd eigenaarschap heel goed in de Italiaanse regio Emilia-Romagna. Dit model floreerde ook in de VS in de jaren 30, met coöperatieve elektriciteitsbedrijven, die nog steeds bestaan. Zo kunnen ook AI-coöperaties worden opgericht. Wat nodig is, is startkapitaal en regulering.

H10. De ineenstorting van de beschaving afwenden.

Hoe naties en rijken crises en verandering hebben overleefd

Het geld stapelt zich op in ons financieel systeem, en de hulpbronnen van de planeet raken uitgeput. Het feestje loopt op z’n end. Het is tijd voor de Grote Vereenvoudiging: een samenleving die draait op een veel lager energieniveau en met een veel lager mondiale bbp. Gaan we dan buigen of breken? Maken we een transformatie mee, of een ineenstorting? De ‘collapsologie’ geeft antwoord, een vakgebied dat in het verleden zoekt naar mogelijke oorzaken van de opkomst en ondergang van beschavingen. En naar de oorzaken waarom andere beschavingen blijven bestaan. Dat blijkt te liggen aan asabijja, biofilie en crisisrespons.

Asabijja is een Arabisch woord en betekent collectieve solidariteit of groepsgevoel. De woestijnvolken hadden dat en de islamitische veroveringen in de 7de eeuw zouden daaraan te danken zijn. Die stelling wordt onderschreven door Luke Kemp en Jared Diamond, die de ondergang van beschavingen wijten aan welvaart en ongelijkheid. De heersende elite gebruikt haar rijkdom en privileges om zich te isoleren van sociale en ecologische problemen die ze zelf veroorzaakt hebben. In tijden van grootschalige rampen geeft collectieve solidariteit een maatschappij de veerkracht om crises het hoofd te bieden. Zo beschrijft Rebecca Solnit de aardbeving van 1906 die San Francisco trof. De lokale bevolking zette zelf gaarkeukens e.d. op.

De huidige klimaatcrisis vereist collectieve solidariteit over landen heen. Dat hebben we nog nooit vertoond, met uitzondering van het dichten van het gat in de ozonlaag. Er is geen vijand van buiten, de impact van de klimaatcrisis is trager, niet direct waarneembaar en minder gewelddadig dan een gemeenschappelijke vijand als Hitler bijvoorbeeld. Een vijand van binnen dan? De fossiele brandstofbedrijven? De CO2 uitstotende miljardairs? De fossiele brandstof producerende landen? We móéten een vijand kiezen om asabijja te creëren!

Biofilie gaat over de strijd tegen overexploitatie van het milieu, over solidair zijn met álle leven op aarde. Overexploitatie van hulpbronnen is de belangrijkste reden van de ondergang van beschavingen, zoals het Akkadische rijk, rond 2200 v Chr. Maar juist veel inheemse volken hebben duizenden jaren stand gehouden door een goed beheer van land, zee en bos, denk aan de Groenlandse Inuit en de Australische jager-verzamelaars. Biofilie is een aangeboren verbondenheid met met de levende wereld. Die is bij ons weggezakt, maar niet helemaal weg. Er zijn miljoenen  mensen lid van de vogelbescherming, miljoenen tuiniers, miljoenen die in het weekeinde de natuur intrekken om een hert te spotten. Er is dus een basis om dat biofiele bewustzijn terug te krijgen.

Crisisrespons: terwijl we werken aan asabijja en biofilie, wat tijd zal kosten, moeten we wel de optredende crises het hoofd kunnen bieden. En snel! Er zijn zat voorbeelden. WO2 bijvoorbeeld: door de aanval op Pearl Harbor raakten de VS betrokken. In een paar jaar tijd werd er een enorme oorlogsindustrie opgebouwd, autofabrikanten moesten tanks en vliegtuigen gaan maken. En na de Watersnoodramp in 1953 bouwde Nederland de Deltawerken, wat 20% van het bbp kostte. Na de revolutie in 1949 begon China aan een enorm hervormingstraject.

De klimaatcrisis past niet in één van deze drie categorieën, maar wel in een vierde: ontwrichting. Dat is een combi van een ‘milde’ crisis en ontwrichtende sociale bewegingen die ruimte biedt voor visionaire nieuwe ideeën. De slavernij werd pas een crisis na opstanden. Maar voor verandering zijn ook nieuwe ideeën nodig. Bij de bankencrisis van 2008 waren die er niet, en dus vond er geen transformatie plaats. Bij een ontwrichting zijn het niet de politieke leiders die het voortouw nemen, maar de gewone burgers, tot het moment dat de politiek wel móét reageren met radicale maatregelen. Dus, we weten wat er nodig is om te buigen, in plaats van te breken. Dat is een begin.

Conclusie.

Vijf redenen voor radicale hoop

We lijden aan het ‘syndroom van verschuivende ijkpunten’. Ons ijkpunt van wat normaal is, komt van wat in onze jeugd de stand van zaken was. Daardoor onderschatten we de neergang op de langere termijn: niemand die nu leeft kan zich krioelende scholen makrelen voor de kust herinneren, de enorme hoeveelheid vis vóórdat we met industriële visserij begonnen. Wat we normaal vinden is wat we zelf hebben ervaren. Dit boek probeert dat te doorbreken. Tegelijkertijd laat het boek zien dat verandering mogelijk is, geeft het ‘radicale hoop’.

Er zijn 5 redenen voor die radicale hoop:

  1. Ontwrichtende bewegingen kunnen het systeem veranderen. Burgerbewegingen hebben tot transformatie geleid. Hierbij is een radicale flank nodig, die dwingt tot actie.
  2. ‘Wij’ kan het winnen van ‘ik’. Dit zie je aan Valencia’s watertribunaal en aan de samenleving in Al Andalus. Asabijja loopt als een rode draad door de geschiedenis.
  3. Er zijn alternatieven voor het kapitalisme. Denk aan Edonomie, en het uitvinden van het poliovaccin.
  4. Mensen zijn sociale vernieuwers. Laten we dus niet alleen kijken naar nieuwe technologie, of grote leiders, maar ook naar elkaar.
  5. Er zijn andere toekomsten mogelijk. Onze voorouders konden leren om dingen anders te doen, wij kunnen dat ook. De geschiedenis geeft ons allerlei alternatieven. Het breekt onze verbeelding open, maakt ons ontvankelijk voor andere mogelijkheden.

Laten we putten uit de geschiedenis, voor morgen, en radicale hoop omzetten in actie.

Mijn mening over Geschiedenis van morgen?

Wat ik van dit boek vond, lees je (later) in mijn recensie.

Andere Booknotes

Lees ook mijn Booknotes van:

Nexus

Stil

Een immense wereld

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Vrouwendag 2025 – 11 topboeken van 11 vrouwelijke auteurs

8 maart: Vrouwendag! Een goede reden om weer mijn favoriete zakelijke boeken van vrouwelijke auteurs uit te lichten. De top 11 van wat ik afgelopen jaar las, en de rest van mijn ‘beste 101’.  Ik vond de eerste 6 uitstekend, dus als je krap in je tijd zit: lees dan in ieder geval deze 6! Over Private Equity in publieke sector, duurzaamheid, de veranderende politieke omgeving, gezondheid, introversie en … bomen! Lekker gevarieerd leesvoer. Lees eens wat vaker een boek van een vrouw!

Eind 2023 viel me op dat ik relatief weinig van vrouwelijke auteurs las: van de 79 managementboeken die ik in dat jaar las, was maar 29% van een vrouw.  En ook van mijn hele historische leesproductie van 450 boeken destijds, was 29% (!) van een vrouw. Dus lees ik nu bewust meer van vrouwen, om op 50% te komen. En dat is in 2024-2025 gelukt: 29 van de 58 boeken was (toevallig!) van een vrouw. En dat gerichte lezen was bepaald geen straf, want er zijn zát goede boeken van vrouwen! Deze mooie lijst van 101 boeken geeft inspiratie.

De 11 beste boeken van vrouwelijke auteurs die ik afgelopen jaar (8 maart 2024 – 2025) las.

1. Gekaapt door het kapitaal van Mirjam de Rijk (2024) – 4 1/2 *

Kan dat wel? Dat je een boek zó goed vindt, dat je geen zin hebt om verder te lezen? Ja dat kan, en dat ligt aan mij, teveel onaangename feiten in één keer. En die feiten verdwijnen niet als je ze negeert, dus … las ik dit boek helemaal uit. En vraag ik me nu af hoe ik zo’n kaping kan tegengaan. De Rijk beschrijft hoe Private Equity steeds meer invloed krijgt op, en geld onttrekt uit, de publieke sector. Denk aan zorg, onderwijs, wonen, kinderopvang. We hebben al in de krant gelezen dat huisarts-praktijken worden opgekocht, en dat je dan als patiënt zómaar zonder huisarts kunt zitten. Schokkend en ja, onaangenaam qua inhoud ook. En ook goed geschreven, uiterst relevant en met handvatten voor de politiek om dit tegen te gaan. Volledige recensie.

2. Tricky tijden van ‘nicht’ Jitske Kramer (2024) – 4 1/2 *

Grote veranderingen kennen altijd een overgangsperiode, een liminaliteit heet dat in de antropologie. En op dit moment zitten we volop in zo’n onzekere tijd, met de bijbehorende complottheorieën, mensen die ons misleiden, een oude structuur die niet meer werkt en een nieuwe structuur die nog vaag is. Jitske slaagt er in dit boek uitstekend in om deze periode te duiden, ze schept orde in de chaos en verklaart wat er gebeurt. Ha, houvast, heerlijk! We weten allemaal wel dat we afscheid moeten nemen van de manier waarop we leefden, door het falen van de vrije markt en door de klimaatcrisis. Maar we twijfelen over wanneer, hoe, wat precies, en hoe de nieuwe manier van leven eruit komt te zien. Volledige recensie.

3. Het happy 2050 scenario van Babette Porcelijn (2023) – 4 1/2 *

Wow, wat een geweldig boek is dit! Babette noemt deze herziene editie een soort ‘lees-encyclopedie’. Ja, dat dekt de lading zeker: veelomvattend, feitelijk, gestructureerd, geïllustreerd en heerlijk leesbaar. Zó knap hoe Babette het best complexe onderwerp ‘geluk’ uiteenrafelt in veiligheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en welzijn. Van macro (de aarde) naar micro (jouw lichaam & geest) en alles ertussenin. Petje af. Het meest onder de indruk ben ik van de illustraties, het boek barst bijna uit zijn voegen van de infographics, en veel externe tabellen en overzichten zijn verduidelijkt en versimpeld zonder iets van de boodschap en globale betrouwbaarheid te verliezen. Volledige recensie.

4. De bacterie en het brein van Iris Sommer (2023) – 4 1/2*

De bacterie is bepaald ondergewaardeerd, dat is mijn conclusie na het lezen van dit geweldige boek van hoogleraar psychiatrie Iris Sommer. Psychiatrie ja: leek mij de relatie tussen bacteriën en het brein nogal vergezocht, inmiddels ben ik óm. Wil jij ook eens van een andere kant kijken naar neurodiversiteit, stress en je persoonlijkheid, lees dan zeker dit boek! Smeuïg! Ja smeuïg is het goede woord. Niet alleen door de zeer prettige schrijfstijl met de bijna menselijke omschrijvingen van de bacteriën (toffe gasten, bijvoorbeeld), ook door het regelmatig terugkomen op het nut van poeptransplantaties. Volledige recensie.

5. Wat bomen ons vertellen van Valerie Trouet (2020) – 4 1/2 *

Valerie Trouet is dendroklimatoloog: aan de hand van jaarringen bestudeert ze het klimaat uit het verleden en de invloed ervan op ecosystemen en samenlevingen. Maar ze is ook de auteur van dit geweldige boek. Een persoonlijk verhaal met fascinerende onderzoeken en verrassende resultaten. En met de nodige humor, ook nog, dat had ik niet verwacht. Als je denkt dat jaarringen alleen nuttig zijn om te berekenen hoe oud een boom is, heb je het mis. Valerie neemt ons mee naar alle uithoeken van de wereld om te laten zien hoe je het optreden van orkanen, droogte en overstromingen, straalstromen en nucleaire straling, branden en meteoriet-inslagen kunt afleiden. Volledige recensie.

6. Stil van ‘nicht’ Susan Cain (2012) – 4 1/2*

Wat een heerlijk boek is dit! Met name als je introvert bent, want dan is het niet alleen herkenbaar, maar ook krijg je veel lof toegezwaaid. Stil gaat over introversie, de voordelen en nadelen, relevante wetenschappelijke onderzoeken en wijdverbreide misverstanden. Een warm bad voor introverten en een Must Read voor leidinggevenden die de talenten van de introverte medewerkers willen benutten. Het boek behandelt verschillende invalshoeken: de culturele, de fysieke, het werk, de relatie met een partner, je kinderen, school. Al deze invalshoeken worden uitgebreid onderzocht en gelardeerd met veel anekdotes. Volledige recensie | Booknotes

7. De groene actiegids van ‘nicht’ Nadine Maarhuis (2024) – 4*

Zo moeilijk is het allemaal niet, werken aan duurzaamheid, zo laat Nadine zien in dit boek. Ze werkt 8 actiethema’s uit met initiatieven die van behoorlijk breed naar supersimpel gaan. Zo is er voor iedereen een passende actie, en door de motiverende en gedetailleerde omschrijvingen krijg je enorm veel zin om te beginnen aan iets. Bij ecologische landbouw bijvoorbeeld, het eerste thema, kun je denken aan uitgestrekte landerijen, een coöperatieve tuinderij, maar ook aan een moestuintje, een wormenhotel of zelfs het kweken van een bosui in een glas ……. Informatief, positief, activerend, dit boek heeft het allemaal. Volledige recensie

8. Autocratie van Anne Appelbaum (2024) – 4 *

Er gebeurt van alles in de wereld en ik ben er regelmatig confuus van. Wie werkt samen met wie, welke belangen hebben de landen, waar gáát het om? Religie? Geld? Grondstoffen? Macht? Dit boek zet de geopolitieke ontwikkelingen op een rijtje en maakt duidelijk wat er in de niet-zo-democratische wereld gebeurt, en, belangrijker nog, waaróm. Ik werd er bepaald angstig van. De oorlog in Oekraïne gaat niet om Oekraïne, maar om de wereldorde, stelt Anne. Als de eigen burgers gaan roepen om transparantie, verantwoording, rechtvaardigheid, democratie, dan is dat een bedreiging voor de autocratische heersers. Volledige recensie.

9. Leuker kunnen we het niet maken van Renske Leijten (2024) – 4*

Als je denk dat je het verhaal over het Toeslagenschandaal nu wel kent, dan heb je het mis. Je kent het verhaal van Eva Gonzalez Perez, en haar man, kinderen en ouders, vast niet. En die zijn onverbrekelijk verbonden met het schandaal, als slachtoffers, als vechters voor hun recht, als winnaars die hun ‘prijs’ steeds niet krijgen. En als aanjagers van de onderzoeken door de pers en de politiek. Dit boek is een uitstekend geschreven biografie-achtig stukje geschiedenis over de strijd van burgers voor hun recht. Het Toeslagenschandaal begon bij Eva, of eigenlijk bij haar man, die een gastouderbureau heeft, en vrijwel als eerste verontruste en verontrustende telefoontjes van zijn klanten krijgt. Volledige recensie.

10. Mijn ego heeft altijd gelijk van ‘nicht’ Roos Vonk (2023) – 4*

Roos laat ons in dit boek zien hoe het komt dat we onszelf, elkaar en de wereld niet écht zien, maar een beeld hebben dat beïnvloed wordt door ons ego. Dat beïnvloeden gebeurt in ons onbewuste, we merken er vaak niets van. Roze bril. Zelfbedrog. Zijn we dan machteloos? Nee, je kunt er wel iets tegen doen: met zelfacceptatie en zelfcompassie. Zo kom je tot zelfkennis. En red je de planeet …Ehhh, wat? Red je de planeet? Jazeker. Het boek leidt ons in diverse hoofdstukken die allemaal over ons individuele, vaak onbewuste gedrag gaan, naar het effect wat dat gedrag heeft in groepen en in onze samenleving. En daarmee naar het effect op onze planeet, op onze omgang met andere soorten. Volledige recensie | Impressie

11. Eerste hulp bij klimaatverandering van Anabella Meijer (2018) – 4 *

Een ontzettend leuk, leerzaam goed doordacht boek wat behoorlijk tijdloos is. Met flink wat sarcasme, Jon Snow en wat snufjes sex zorgt het ervoor dat ik het in één ruk uitlas. Angst en kennis zorgen niet voor actiebereidheid, daar is wat anders voor nodig, stelt Anabella. Zij koos voor luchtige, supergrappige tekeningen, waar je nog lang naar blijft kijken omdat de boodschap zo mooi verpakt is. Zij koos ook voor verhalen van mensen die het goede voorbeeld geven. Geen off-the-grid levende veganisten, maar heel ‘haalbare’ mensen met praktische voorbeelden van hoe het ook kan, en ‘guilty pleasures’. Met tips voor kleine stappen die iedereen kan zetten. Volledige recensie

Nummer 12 en 13 vond ik geweldig, en zijn dat nog steeds, al zijn ze wat ouder.

12. Onzichtbare vrouwen van Carolina Criado Perez (2019) 5 * (recensie).

13. Een vlecht van heilig gras van Robin Wall Kimmerer (2013) 5* (recensie)

En 14 tot en met 42 zijn ook uitstekend, de meest recente staan bovenaan:

14. Goede gespreksstof van Stijntje Jaspers (2023) 4 1/2* (recensie)

15. Groen en gevangen van Else Boutkan (2023) 4 1/2* (recensie)

16. The Shame Machine van Cathy O’Neil (2022) 4 1/2* (recensie)

17. Het klimaatboek van Greta Thunberg (2022) 4 1/2* (recensie)

18. De 9 succesfactoren van de BV Natuur van Ylva Poelman (2021) 4 1/2* (recensie)

19. Moonshot van ‘nicht’ Mariana Mazzucato (2021) 4 1/2* (recensie)

20. Thrive van Shinta Oosterwaal e.a. (2021) 4 1/2 * (recensie)

21. Patronen van ‘nicht’ Danielle Braun (2021) 4 1/2*(recensie)

22. De mythe van de staatsschuld van Stephanie Kelton (2021) 4 1/2 * (recensie)

23. Een nieuw kapitalisme van Rebecca Henderson (2020) 4 1/2* (recensie)

24. Hoe economie de wereld kan redden van Esther Duflo e.a. (2020) 4 1/2* (recensie)

25. Werk heeft het gebouw verlaten van ‘nicht’ Jitske Kramer (2020) 4 1/2* (recensie)

26. Seeing around corners van ‘nicht’ Rita McGrath (2019) 4 1/2* (must read) (samenvatting)

27. De waarde van alles van ‘nicht’ Mariana Mazzucato (2018) 4 1/2* (recensie) (samenvatting)

28. Pioniers van de nieuwe welvaart van ‘nicht’ Nadine Maarhuis e.a. (2018) 4 1/2 * (recensie)

29. Hooggeëerd publiek van Judith de Bruin (2018) 4 1/2 * (recensie)

30. Nice girls don’t get the corner office van Lois P. Frankel (2018) 4 1/2* (recensie)

31. Building tribes van ‘nicht’ Jitske Kramer en ‘nicht’ Daniëlle Braun (2018) 4 1/2 * (recensie)

32. Mindset van Carol Dweck (2017) 4 1/2 * (recensie(samenvatting)

33. Donuteconomie van ‘nicht’ Kate Raworth (2017) 4 1/2 * (recensie) (samenvatting)

34. IK2 van ‘nicht’ Margriet Sitskoorn (2016) 4 1/2* (recensie)

35. Weapons of Math Destruction van Cathy O’Neill (2016) 4 1/2 * (recensie)

36. Deep democracy van ‘nicht’ Jitske Kramer (2015) 4 1/2 * (must read) (samenvatting)

37. De culture map van Erin Meyer (2014) 4 1/2 * (recensie)

38. De kracht van kwetsbaarheid van ‘nicht’ Brené Brown (2013) 4 1/2  (recensie)

39. Lean in van Sheryl Sandberg (2013) 4 1/2 * (recensie)

40. De shockdoctrine van ‘nicht’ Naomi Klein (2007) 4 1/2 * (recensie)

41. No logo van ‘nicht’ Naomi Klein (2000) 4 1/2 * (recensie)

42. De kracht van Atlantis van Ayn Rand (1957) 4 1/2  (recensie)

En ook nummers 43 tot en met 91, gesorteerd op jaar, zijn gewoon allemaal goed:

43. Da’s gek van ‘nicht’  Danielle Braun (2024) 4 * (recensie)

44. Als alle breinen werken van Saskia Schepers (2023) 4 * (recensie)

45. Als alle stemmen spreken van Sandra Bouckaert (2023) 4 * (recensie)

46. Don’t push me! van Genieke Hertoghs (2023) 4 * (recensie)

47. Rechten voor de natuur van Jessica den Outer (2023) 4 * (recensie)

48. De consultancy-industrie van ‘nicht’ Mariana Mazzucato (2023) 4 * (recensie)

49. Zo bedenk je de perfecte post op LinkedIn van Ina Boer (2023) 4 * (recensie)

50. Er is hier maar één de baas! van Angelique Kunst (2022) 4 * (recensie)

51. Het boek van hoop van Jane Goodall e.a. (2022) 4 * (recensie) (mini samenvatting)

52. Eigen welzijn eerst van Roxane van Iperen (2022) 4 * (recensie)

53. Spelen werkt van Karen Sikkema (2022) 4 * (recensie)

54. De verfrissende smaak van zure appels van Mathilde Maas Kuper (2021) 4 * (recensie)

55. Drinkbare rivieren van Li An Phoa (2021) 4 * (recensie)

56. Dieren kunnen de pest krijgen, en dan? van Esther Ouwehand (2021) 4 * (recensie)

57. De notenkraker van Anne Kloosterboer (2021) 4 * (recensie)

58. Hoe-boek voor wendbaarheid van Hanneke Moonen (2021) 4 * (recensie)

59. Macht aan de aardige mens van Pacelle van Goethem (2020) 4 * (recensie)

60. Tribaal kantoorgedoe van ‘nicht’ Daniëlle Braun (2020) 4 * (recensie)

61. Teken het maar van Sanne Slopsema (2020) 4 * (recensie)

62. Inspirerend leiderschap op afstand van Godelieve Meeuwissen (2020) 4 * (recensie)

63. Het grote 50+ werkboek van Anne-Marije Buckens (2020) 4 * (recensie)

64. Work hard, travel harder van Suzanne van Duijn (2020) 4 * (recensie)

65. Artifcial intelligence in actie van Muriel Serrurier Schepper (2019) 4 * (recensie)

66. Spelen met samenwerken van Felice de Charro (2019) 4 * (recensie)

67. Hersenhack van ‘nicht’  Margriet Sitskoorn (2019) 4 * (recensie)

68. Jam Cultures van ‘nicht’  Jitske Kramer (2019) 4 * (recensie)

69. Topteams van Katja Staartjes (2019) 4 * (recensie)

70. Products that last van Conny Bakker (2019) 4 * (recensie)

71. Brand! van ‘nicht’ Naomi Klein (2019) 4 * (recensie)

72. Meer dan de som der delen van Brechtje Kessener (2019) 4 * (recensie)

73. The positive sum game  van An Maes e.a.  (2019) 4 * (recensie)

74. Het kleine innovatieboek van Kim Spinder (2019) 4 * (recensie)

75. Niemand is te klein om het verschil te maken van Greta Thunberg (2019) 4 * (recensie)

76. De employee journey van Sasha Becker (2018) 4 *

77. Opsoek naar Ubuntu van Annette Nobuntu Mul (2018) 4 * (recensie)

78. Rebel Talent van Fransesca Gino (2018) 4 * (recensie)

79. Nee is niet genoeg van ‘nicht’  Naomi Klein (2017) 4 * (recensie)

80. De verborgen impact van Babette Porcelijn (2016) 4 * (recensie)

81. De kanarie in de kolenmijn  van Marianne Thieme e.a.  (2016) 4 * (recensie)

82. De corporate tribe van ‘nicht’ Danielle Braun en ‘nicht’ Jitske Kramer (2015) 4 * (recensie) (samenvatting)

83. Een jaar lang Ja van Shonda Rhimes (2015) 4 * (samenvatting)

84. Geld stuurt de wereld van Anne Marie Rakhorst (2015) 4 * (recensie)

85. Big magic van Elizabeth Gilbert (2015) 4 * (recensie)

86. Retail theater  van Carin Frijters en Femke Cuijper (2015) 4 *  (recensie)

87. Zakendoen in de nieuwe economie van Marga Hoek (2013) 4 * (recensie)

88. Ik wil wat van jou, jij wilt wat van mij van ‘nicht’ Margriet Sitskoorn (2012) 4 * (recensie)

89. Menselijke gebreken voor gevorderden van ‘nicht’ Roos vonk (2011) 4 * (recensie)

90. Het maakbare brein van ‘nicht’ Margriet Sitskoorn (2006) 4 * (recensie)

91. In de schaduw van de mens van Jane Goodall (1970) 4 * (Recensie)

Natuurlijk kan ik ook nummers 92 tot en met 101 aanbevelen: van deze prima boeken staat de recentste bovenaan.

92. Komt een land bij de dokter van Michelle van Tongerloo (2024) 3 1/2 * (Recensie)

93. O nee, dit gaat over mij van ‘nicht’ Roos Vonk (2024) 3 1/2 * (recensie)

94. In de schaduw van AI van Madhumita Murgis (2024) 3 1/2* (recensie)

95. Veilig online in 60 minuten van Maria Genova (2024) 3 1/2 * (recensie)

96. Z11 van Nicole Loeffen (2024) 3 1/2 (recensie)

97. Voorlevers van de nieuwe samenleving van Jelleke de Nooy van Tol (2023) (recensie)

98. Goed werk van Isabel De Clerq (2023) 3 1/2 * (recensie)

99. Goed eigenaarschap van Ilse Matser & Jacqueline van Zwol (2023) 3 1/2 *  (recensie)

100. Dubbelganger van ‘nicht’ Naomi Klein (2023) 3 1/2 * (recensie)

101.Love My Job van ‘nicht’ Japke-d Bouma (2023) 3 1/2 * (recensie)

Nóg meer inspiratie!

Inspirerende lijst? Kijk dan ook eens naar mijn favoriete

Of mijn ‘Deep Dive’ in Duurzaamheid

Geplaatst in diversiteit | Tags: , | Plaats een reactie

Familie: ‘nicht’ Nadine Maarhuis

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan de muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je lees álles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mij favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zónder eerst de recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en socials. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Nadine Maarhuis.

Waar schrijft ‘nicht’ Nadine Maarhuis over?

‘Nicht’ Nadine schrijft over duurzaamheid. Of iets breder: over de Ecologische samenleving. Als journalist, én als (co-)auteur van drie boeken. Het kenmerk daarvan is: praktisch. Leren van wat anderen al hebben bedacht en getest. Inspiratie opdoen via allerlei nieuwe ontwikkelingen. Je ziet in haar boeken en artikelen de perfecte blend van sociologie en duurzaamheid. Heel effectief is dat, want we pakken iets het makkelijkst op, als het ons wordt voorgedaan door iemand-als-wij.

Heeft ‘nicht’ Nadine Maarhuis ook andere zakelijke activiteiten?

‘Nicht’ Nadine is sinds 2023 hoofdredacteur van het platform We Are The Regeneration, waar ze ook al vanaf 2021 als journalist voor schrijft.

Samen met Elisah Pals is ze initiator van de Koop Niks Nieuws Challenge (daar deed ik ook een vol jaar aan mee, vanaf de start in september 2022), en dat is beloond met een plaats in de Duurzame 100 van Trouw: op nummer 45 overall, en op nummer 4 in de categorie Hergebruik en afval.

Tussen al het schrijfwerk en redactiewerk door, vindt Nadine nog tijd om haar expertise in te zetten als spreker en moderator over (bijna) alles wat met duurzaamheid te maken heeft. Van haar werk bij de platforms MaatschappijWij en We Are The Regeneration heeft ze veel geleerd over community-building. Ze help je graag met de communicatiestrategie van jouw platform of organisatie, zo zegt ze op haar eigen website.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Nadine Maarhuis eruit?

Nadine studeerde eerst Theaterwetenschappen en daarna Sociologie aan de UVA. Ze behaalde haar bachelor Sociologie cum laude, de passie zat er al vroeg in! Tijdens haar studie zette ze al de eerste stappen op haar journalistieke pad: ze schreef artikelen voor het sociologische tijdschrift SoMo (Sociologisch Mokum) en deed ook redactie werk daar. Ze liep stage bij de Impact Hub Amsterdam, en interviewde daar sociale ondernemers en schreef blogs. Ook na haar studie bleef ze bij SoMo betrokken als Community Journalist.

In 2017 maakte ze de overstap naar Follow The Money, en schreef een serie artikelen over, natuurlijk, ondernemers die sociale en ecologische winst creëren, onder de titel Het Nieuwe Ondernemen. Aan bod kwamen o.a. Tony Chocolonely, Talitha Muuse, Ilse Griek, Dominiek Veen, Sjoerd van der Maaden, Jorgen van Rijn, Jamy Goewie, Joost van Beek, Robert Rubinsten, Freke van Nimwgen, Warner Philips, Volkert Engelsman.

Na een jaar van wel twee boeken schrijven begon ze aan twee nieuwe projecten: Behind The Change (een platform voor ecologische ondernemers in Europa) en de Plastic Bucket Challenge (opruimactie van plastic in de natuur).

Tegelijkertijd met al deze projecten werkte ze als journalist bij MaatschappijWij, waar ze in 8 jaar opklom tot eindredacteur en tenslotte (co-)hoofdredacteur. Ook hier schreef zij over rolmodellen: Marjolein Jonker, Jessica den Outer, Bert Barten, Rineke Dijkinga, Louise Vet, Babette Porcelijn, Rutger Bregman, Kate Raworth.

In 2021 stapte ze over naar We Are The Regeneration, waar ze óók weer allerlei duurzame voorlevers interviewt, waaronder Vandana Shiva.

‘Nicht’ Nadine woont in Zaandam. Ze is getrouwd met de Portugees Phil Veloso, die (natuurlijk) óók aan duurzaamheid werkt, als ‘fullstack developer’ en website ontwikkelaar voor sociale en groene organisaties. En, niet helemaal toevallig, web developer is voor We Are The Regeneration.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Nadine Maarhuis?

‘Nicht’ Nadine schreef tussen 2018 en 2024 3 boeken. Ik las er 2, vond 1 een echte Must Read en misschien pak ik nummer 3, een ‘circulair’ kookboek, er ook nog eens bij.

De groene actiegids (2024)

Zo moeilijk is het allemaal niet, werken aan duurzaamheid, zo laat ‘nicht’ Nadine zien. Ze werkt 8 actiethema’s uit met initiatieven die van behoorlijk breed naar supersimpel gaan. Zo is er voor iedereen een passende actie, en door de motiverende en gedetailleerde omschrijvingen krijg je enorm veel zin om te beginnen aan iets. Bij ecologische landbouw bijvoorbeeld, het eerste thema, kun je denken aan uitgestrekte landerijen, een coöperatieve tuinderij, maar ook aan een moestuintje, een wormenhotel of zelfs het kweken van een bosui in een glas ……. En zelfs van de kleinste acties krijg je een beschrijving voorgezet, waardoor elk excuus om niets te doen ter plekke verdampt. Daar is goed over nagedacht! Informatief, positief, activerend, dit boek heeft het allemaal. Lees mijn recensie 4*. Koop bij Bol.

Circular chefs (november 2018)

‘Nicht’ Nadine schreef dit kookboek samen met Instock-eigenaar Freke van Nimwegen. Ik las het nog niet, dus hier de flaptekst: Dit kookboek leert jou op een nieuwe manier naar eten te kijken. En dat is hard nodig, want een derde van alle klimaatbelasting komt door ons voedsel. Tijd voor een nieuwe aanpak van ons consumptiepatroon – en daar gaat dit kookboek je bij helpen! Aan de hand van vijf principes ontdek én proef je de verschillende aspecten van circulair koken. En het leuke is: het is verrassend lekker! Denk aan vegan gerechten met groente van het seizoen, mannetjesvlees, van schil tot pit koken en conserveren om niets te verspillen. Laat je inspireren door de recepten van Circular Chefs en ga aan de slag, zodat jij kunt genieten van heerlijke guilt-free klimaatvriendelijke gerechten. Koop bij Bol.

Pioniers van de nieuwe welvaart (juni 2018)

Landen meten hun welvaart met het bbp, behalve Bhutan, waar het bbg is: Bruto Binnenlands Geluk. Hierin zijn naast economische groei ook sociale, ecologische, culturele en persoonlijke zaken opgenomen. In Nederland pionieren we nog wat met die ‘nieuwe welvaart’. ‘Pioniers’ van ‘neef ‘Kees en ‘nicht’ Nadine is een goed geschreven, aantrekkelijk opgemaakt boek over de betekeniseconomie, met tekeningen en schema’s, veel quotes en inspirerende voorbeelden. Omdat het ingaat op theorie èn praktijk, de harde kant (bedrijfsvoering en winst) èn de zachte kant (drijfveren en altruïsme) belicht, is het afwisselend, interessant en inspirerend. Lees mijn recensie (4 1/2*)Lees waarom ik dit een Must Read vindKoop bij Bol.

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.comNadine’s eigen websiteLinkedIn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van maatschappij- en managementboeken. Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , | 10 reacties

Recensie: Apocalypsofie – associatief

Bang voor een naderende apocalyps? Dat hoeft niet, stelt Lisa Doeland in Apocalypsofie uit 2023. Want die apocalyps is er al. Ingeluid door het kapitalisme en niet meer te stoppen door duurzaam te leven. En wat we ook verzinnen om deze waarheid te ontkennen, dat verandert niets aan de situatie. Het einde van de wereld ‘zoals we die kennen’ is niet per se slecht. Want: ‘Another end of the world is possible’ is de lijfspreuk van de apocalypsoof.

Het is een interessante gedachte, die speelt met de tijd. Het in de tijd op afstand zetten van de apocalyps, geeft ons het idee dat we het kunnen voorkomen, of dat we er ons niet druk over hoeven te maken. Dit uitgangspunt, in combinatie met het onzinnige idee dat recycling en groene groei ons gaat redden voor uitsterving, wordt met ongelofelijk veel quotes van andere filosofen en auteurs uitgewerkt. Ik vond het een associatieve, abstracte zoektocht met veel pareltjes ter overdenking.

Het filosofieboek Apocalypsofie …

… begint niet met een definitie, maar die kwam ik elders in het boek toch tegen. Hier komt het: apocalypsofie is de vraag stellen naar de uitsterving, en naar de onmogelijkheid van filosofie zelf in tijden van uitsterving. Wat als er niemand meer is om nog de vraag te stellen naar het goede, het ware en het schone?

Nu ben ik zelf meer geboeid door de mogelijkheid van ‘dat er niemand meer is’ dan door het ontbreken van filosofie op dat moment, en dus focus ik op de apocalyps. Hier heeft Lisa een aantal overwegingen bij, ontleend aan allerlei filosofen, die moeilijk zijn samen te vatten. Daarom wat losse alinea’s.

  • We leven met een klimaatschaduw, iets donkers dat over je leven hangt. Het is een vorm van fatalisme, de toekomst is onontkoombaar.
  • Fatalisme is niet hetzelfde als doemdenken, die de toekomst op een bepaalde manier juist openlaat, zegt Lisa. We moeten ons de toekomst apocalyptisch voorstellen, juist om een andere toekomst denkbaar en mogelijk te maken.
  • We moeten de apocalyps zien als een onthulling (wat het woord in het oud-Grieks ook betekent), en wat het onthult is de aanstaande massa-uitsterving.
  • Bij ‘verlicht doemdenken’ is de toekomst niet iets wat nog zal komen, maar iets wat al geweest zal zijn. Als je zo denkt, komt er ruimte voor een ander einde van de wereld. (Dat deed mij denken aan een pre-mortem. Wordt dat bedoeld?) Het breekt in in het heden, wat zélf catastrofaal is. We moeten niet een catastrofe voorkomen, maar de status quo veranderen omdat die catastrofaal is. Handelen niet vóórdat het te laat is, maar ómdat het te laat is. Redden wat er te redden valt!
  • De openbaring is dat de apocalyps allang heeft plaatsgevonden en dat het probleem is dat het zo verdergaat. Het? Ja het kapitalisme. Het kapitalisme zelf betekent het einde van de wereld, en dat heeft al plaatsgevonden. Er komt een moment dat er niets of niemand meer over is om nog ergens iets van kapitaal uit te persen.

Hoe we omgaan met de apocalyps

Het punt van deze filosofische gedachten is, dacht ik, urgentie te creëren, ons tot actie aan te zetten. Interessant is wat Lisa daarna schrijft over onze ‘coping mechanismen’.

  • De apocalyps is tegenwoordig vermaak. We proberen niet met onze vrees voor het einde om te gaan, maar juist die vrees uit te bannen, met films bijvoorbeeld. Die films maken er een spektakel van, iets onechts. Er gaat geen waarschuwing van uit.
  • Apocalyptisch denken geeft een soort zekerheid, een vóór en na, helderheid. En als je weet hoe de wereld eindigt kun je je erop voorbereiden.
  • En: als het in de toekomst is, is het op afstand, ben je er geen onderdeel van, hoef je je niet zo druk te maken.
  • We kunnen ons niet voorstellen dat we zullen uitsterven, we loochenen het, negeren het en gaan door ‘on the way to climate hell’.

Het einde van de wereld is niet per se slecht

Het einde van de wereld ‘zoals we die kennen’ is niet per se slecht, stelt Lisa dus. Hoezo?

  • Moeten we vechten voor een beschaving vol consumentisme? Nee, we leven al in de apocalyps, we moeten erkennen dat het leven wat we nu leven, en al duizenden jaren leefden, voorbij is.
  • De wereld ís al veranderd, laten we dat accepteren en stoppen met ‘het kan nog’.

Apocalyps-moeheid

Hebben we last van apocalyps-moeheid? Zijn we overweldigd en lamgeslagen? Dit wordt veroorzaakt door aangeleerde hulploosheid en compassiemoeheid.

  • Aangeleerde hulpeloosheid ontstaat wanneer iemand keer op keer geconfronteerd wordt met een gebrek aan controle over een situatie en de onmogelijkheid daar invloed op uit te oefenen. Het gevolg is depressie, lamgeslagen zijn.
  • Compassiemoeheid is de schaduwzijde van zorgen voor anderen, bij filosofen treedt het op als twijfel over de zin van het doen van filosofische bespiegelingen. Heeft je handelen wel zin?
  • Passiviteit volgt.

Waarom recycling geen oplossing is

Een groot deel van het boek gaat over ecologie en recycling, wat wel logisch is gezien de ondertitel: ‘Over recycling, groene groei en andere gevaarlijke fantasieën’.

  • In het subhoofdstuk ‘De illusie van de circulaire economie’ zegt Lisa dat recycling niet zozeer een (onvolmaakte) technische oplossing is, maar een sociaal construct wat ons in staat stelt om de status quo te handhaven en rustig door te blijven consumeren. ‘Afval is grondstof!’, tuurlijk, en daarmee is afval geen probleem meer?
  • Het bestaan van recycling leidt er soms toe dat we nog meer gaan kopen en weggooien! We hebben immers geen schuldgevoel meer. Een groeiende economie gaat steeds meer produceren met die grondstoffen. Dit is de Jevons paradox.
  • Maar een economie draait niet op grondstof alleen, er is ook energie nodig om er weer wat van te maken. En die (liefst) hernieuwbare energie moet gewonnen worden door windmolens en zonnepanelen die ook weer vervangen moeten worden.
  • En veel grondstoffen kunnen na verloop van tijd niet meer hergebruikt worden. Er is dus geen sprake van een sluitbare cirkel. Volgens Lisa lijkt het meer op onze spijsvertering. Er is altijd een onbruikbare ‘rest’. En ook een ‘rest’ die nooit vergaat, niet afbreekt. Zombie-materiaal.
  • Dat in de magen van albatroskuikens terechtkomt. De ouders denken dat plastic voedsel is. Het verteert niet en wordt niet uitgescheiden. De kuikens verhongeren met een volle maag.

We moeten uit de puinhopen van onze wereld, de restjes die niet desintegreren, dingen redden die nog bruikbaar zijn. De apocalypsoof beseft dat we het eind van de wereld niet te groots moeten denken, dat er allang vele werelden eindigden, en probeert nog steeds zo goed mogelijk uit te sterven.

Evaluatie van Apocalypsofie

Lisa’s schrijfstijl is zeer associatief, ik vond het erg moeilijk een lijn in het betoog te vinden. Wel heeft ze regelmatig pareltjes van overdenkingen, die mij óók aan het denken zetten. Daarnaast is het woordgebruik erg abstract, ik denk omdat ze heel veel quote uit andere teksten, er steeds andere woorden worden gebruikt, en net andere accenten worden gelegd. Dan zit ik weer (virtueel) terug te bladeren: waar gaat dit nu over? Zei ze net niet het tegengestelde? De quotes worden niet echt diepgaand besproken.

Naast die quotes vond ik het boek lezen als een compilatie van recensies, en grappig genoeg blijkt uit het dankwoord dat zij heeft geput uit haar eigen recensies voor De Nederlandse Boekengids.

Lisa verwerkt in het boek af en toe persoonlijke stukken, zoals over haar baby en wegwerpluiers, maar hoe zij nou zélf echt denkt over het eind van de wereld en ecologie sneeuwt toch een beetje onder in het overweldigende aantal citaten van en verwijzingen naar filosofen, auteurs, filmmakers, etc. zoals Paul Auster, Hanah Arendt, Jacques Derrida, Amitav Ghosh, Bruno Latour, Donna Meadows, Timothy Morton, Anna Tsing en David Wallace-Wells.

Samenvattend heb ik niet zozeer nieuwe dingen geleerd, als wel geleerd op een nieuwe manier naar dingen te kijken, en dat is bijna hetzelfde en net zo waardevol. Ik hoop altijd op een stukje wetenschappelijke onderbouwing, en die is in het stuk over recycling zeker te vinden. Het filosofische gedeelte wordt onderbouwd met, hoe kan het ook anders, teksten van andere filosofen.

Ik vind de insteek heel relevant, het gaat niet zozeer om wat je nog moet doen aan het voorkomen van ineenstorting, maar meer om anders naar de huidige situatie te kijken, en uit de ruïnes proberen te redden wat waardevol is. Niet jezelf voor de gek houden, maar accepteren. Wat dat betreft denk ik dat dit boek ook over een aantal jaren nog waardevol kan zijn. Juist de filosofische gedeelten zijn tijdloos (en de betreffende filosofen ook vaak al een tijdje dood). Tussen de filosofen door haalt Lisa literatuur en documentaires aan, die haar stellingen op een aansprekende manier illustreren.

Alhoewel zij stelt dat apocalypsofie geen fatalisme is, maar juist bedoeld om oplossingen te vinden, vond ik de teneur van het boek niet activerend. Misschien zit ik nog in de ontkenningsfase. Of verwacht ik dat er een superheld komt om de zaak op het laatste moment te redden ….

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties -, Structuur -, Schrijfstijl –

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 ½ *, niet op basis van mijn mening, want ik heb geen verstand van filosofie, maar op basis van de Goodreads ratings (125 stuks).

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Apocalypsofie duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek;
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Apocalypsofie duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Komt een land bij de dokter – onthutsend

Michelle van Tongerloo, wie kent haar niet? Ze schrijft voor De Correspondent en Medisch Contact, had een uitgebreid interview in Libelle en is ook vaak op LinkedIn te vinden. Maar …. ze is geen schrijver, ze is huisarts, en straatarts. Haar ervaringen als straatarts lezen als Kafka in Nederland, en in 2024 zijn die ervaringen, haar analyses én haar voorgestelde oplossingen verwerkt in het boek Komt een land bij de dokter. Een onthutsend, persoonlijk en passievol betoog.

Als straatarts is ze de huisarts van verschillende soorten daklozen, die haar opzoeken in de Pauluskerk in Rotterdam. De klachten én de geschiedenis van deze mensen zijn de rode draad van het boek, waaruit alles wat er mis is met onze gezondheidszorg overduidelijk blijkt, daar hoef je geen arts voor te zijn. De algemene oorzaak: onvoldoende bestaanszekerheid. De algemene oplossing: geven wat er in de kern nodig is: geld, of kinderopvang, of een huis, of een advocaat, altijd een luisterend oor. ‘Wat heb je nodig?’ vraagt Michelle steeds. Dan volgt gezondheid bijna vanzelf. Deze constatering is toch echt een eye-opener.

Het mens & maatschappijboek Komt een land bij de dokter …

….geeft elk van de ‘patiëntengroepen’ een eigen hoofdstuk met bijpassende casus. Het gaat over ongedocumenteerden, over arbeidsmigranten, over economisch dakloze mensen. En soms over een patiënt uit haar ‘gewone’ huisartsenpraktijk, zoals Arie. En omdat Arie zo op mij lijkt (niet ongedocumenteerd, geen arbeidsmigrant, niet dakloos) komt dit verhaal extra hard bij me binnen.

Ziekenhuis-nachtmerrie

De 77-jarige Arie is geopereerd aan zijn blindedarm. Alleen: hij is diabetespatiënt en heeft een insulinepomp. Die wordt per ongeluk aangezien voor de pomp voor narcosemiddelen. Hij krijgt geen slaapmiddel, geen pijnstillers, maar wél spierverslappers. Hij kan dus niets zeggen en voelt alles. Pas aan het eind van de 30 minuten durende operatie komt men erachter. Arie heeft een trauma, hij herbeleeft de operatie continu. Hij kan niet meer eten, slapen, plassen of poepen. Hij krijgt een klysma, een katheter, sondevoeding. Maar geen psychische hulp. Hij gaat zich steeds beroerder voelen. Maar de operatiewond is geheeld, dus hij kan naar huis. Want dat ziekenhuisbed kan dan weer ‘verkocht’ worden. Na heel veel inspanning van zijn familie krijgt hij een psycholoog, en schadevergoeding van het ziekenhuis. In de therapiesessies is meer aandacht besteed aan de (afwezige!) omgang van het ziekenhuis met het trauma dan aan de helse operatie zelf.

Michelle is duidelijk is haar analyse. Eerst werd Arie niet geloofd. Daarna werd volgens de protocollen gewerkt, en alleen aan de individuele fysieke klachten, niet aan de oorzaak ervan. En tot slot ging efficiency en winst boven menselijk handelen.

Bureaucratische nachtmerrie

De verhalen over de daklozen zijn anders, maar in de kern hetzelfde. Er zijn soms wel 10 tot 20 verschillende instanties bezig met zo’n ‘probleemgeval’, zonder samen te werken, ieder met eigen protocollen, ieder met eigen oplossingen die soms haaks op elkaar staan. Behandelaars worden zonder kennisgeving gewisseld en verwachten weer dat hun ‘cliënt’ voor de zoveelste keer zijn/haar verhaal vertelt, waarbij er geen enkele sprake is van privacy. De bureaucratie is stuitend, en natuurlijk kost het enorm veel geld terwijl er geen oplossing komt.

Michelle is in haar eerste jaren als straatarts bezig om haar patiënten te helpen met die bureaucratische nachtmerrie, en wordt zelf óók uren in de wacht gezet, niet teruggebeld en van het kastje naar de muur gestuurd. En zij is dan nog opgeleid in dat vakgebied en beheerst de wetgeving daarover. Uiteindelijk besluit ze zélf de oplossing te zoeken, en die is eigenlijk simpel. Wat heb je nodig? vraagt ze. En ze zorgt dat dat er komt. Ze geeft haar eigen geld, of later dat van donaties aan haar stichting. Ze regelt een hotel, zodat een moeder met kleine kinderen niet naar de opvang hoeft. Ze regelt een ontwenningskliniek. Een advocaat. Ze betaalt kinderopvang. Het heeft niets met haar huisartsenpraktijk te maken, maar haar patiënten worden er wel beter van.

De verzorgingsstaat versus de participatiemaatschappij

Het boek geeft ook wat historische achtergronden van onze verzorgingsstaat, nu participatiemaatschappij, en de steeds strengere regelgeving voor daklozen. Ook gaat het uitgebreid in op het verdienmodel van de zorg, onder andere vanuit het boek Gekaapt door het kapitaal, wat over de Private Equity-investeerders gaat. Michelle ziet dat marktwerking en concurrentie boven samenwerking gaat. Dat de politiek onze samenleving ondermijnt.

Ze ziet ook initiatieven die deze situatie aanpakken. Ik las geïnteresseerd over het Instituut van Publieke Waarde, het IPW. Die helpen gezinnen die vastlopen in de bureaucratie, en op basis daarvan adviseren zij procesverbeteringen, gefinancierd door diverse overheden. In opdracht van zorgverzekeraar CZ deden ze een experiment: CZ loste van 250 gezinnen hun schulden af. Die werden ziek van de stress, maar werden door schuldhulpverlening van de gemeenten niet geholpen. IPW kreeg 500.000 euro voor o.a. die schuldaflossing, na een jaar bleek dat er 3 miljoen aan geïndiceerde zorg niet was gebruikt, waarvan 2 miljoen door de gemeente betaald had moeten worden. De gemeente betaalde CZ de 500.000 terug, omdat de grootste besparing bij hen lag. Zo brak IPW de bureaucratische schotten tussen gemeente en verzekeraar af. O ja, een jaar na deze interventie hadden maar 2 van de 250 gezinnen weer schulden gemaakt. Er is dus betere wetgeving én ontkokerde financiering nodig.

Bestaanszekerheid is de kern, maar ook doen wat nodig is

Andere oplossingen die in het laatste deel van het boek naar voren komen, naast het garanderen van bestaanszekerheid, zijn het zorgen voor woonruimte, voorkomen van uitbuiting, verminderen van versnippering in de zorg, het verbeteren van de samenwerking en meer preventie. Dit ligt op het bordje van de overheid. Voor de zorgprofessionals zijn er ook oplossingen: vergeet de ‘professionele afstand’, luister en wees nieuwsgiering naar je cliënten. En voor ons: neem verantwoordelijkheid voor elkaar, start of steun burgerinitiatieven zoals Austerlitz Zorgt.

Of, wat ze niet in het boek heeft gezet, steun haar eigen stichting: Lekker Geven, een ANBI. Deed ik ook.

Evaluatie van Komt een land bij de dokter.

Ik volg Michelle al een tijd op LinkedIn en dacht al haar casussen en frustraties wel te kennen. Dat was niet zo. Niet alleen gaat het boek dieper in op de oorzaken, er staan ook cases in die nieuw voor me waren, zoals die van Arie. Geen wonder dat die zo hard bij me binnenkwam. Het historische overzicht van wetgeving, verzorgingsstaat en participatiemaatschappij was me vaagjes bekend, maar het is supernuttig om te lezen wat we hebben gedaan om te problemen zó te vergroten. Ja, weer heel wat geleerd!

Niet alle problemen zijn anekdotisch, er staan genoeg statistieken in om je ervan te overtuigen dat het niet om incidenten gaat, maar dat er echt een structureel probleem is dat niet wordt opgelost, in tegendeel. Onderbouwing is dus voldoende aanwezig. De asieldiscussie die nu heerst gaat óók over arbeidsmigranten en de afbouw van de bed-bad-broodregeling, die van grote impact is op de daklozen. Super relevant dus om daar wat meer over te weten.

Michelle heeft een zeer persoonlijke schrijfstijl. De cases zijn zeer visueel beschreven: wat Michelle precies doet, wat ze aantreft in de huizen, hoe haar cliënten/ patiënten eruitzien. Je ziet het voor je. Die cases betreffen ook zeer uiteenlopende mensen: verslaafden, ongehuwde moeders, gescheiden vrouwen, en ja, Arie. Het heeft mij zeer zeker meer begrip voor de diverse groepen opgeleverd, waarvan ik elke dag wel een representant in de stad aantref. En nee, ik woon niet in Rotterdam. Dit speelt in elke stad. Heel herkenbaar dus.

Ook Michelle’s persoonlijke leven komt aan bod, en ze stelt zich daarin kwetsbaar op. Ze heeft veel fouten gemaakt, zegt ze, ze hield zich in het begin heel strikt aan de protocollen en heeft niet iedereen adequaat geholpen. Haar tijd op Statia (St. Eustacius, 1600 inwoners) beschrijft ze heel levendig, en ik begrijp waarom dat voor zo’n ommekeer zorgde. Haar schoonmaakster is óók haar patiënt, werk en privé is niet te scheiden. En dat hoeft ook niet, na een tijd.

Ik dacht wel wat herhalingen in de tekst te lezen, totdat ik me realiseerde dat dat komt omdat de meest uiteenlopende problemen vaak dezelfde oorzaken hebben. En dan vooral: er wordt niet geluisterd, er wordt niet gevraagd: Wat heb je nodig?

Het boek is sober uitgevoerd, als alle boeken van De Correspondent. De structuur van Problemen, Oorzaken, Oplossingen is prettig, en het betoog binnen de (sub) hoofdstukken goed te volgen. Mis je wat, als je dit boek niet leest? Misschien niet, maar als je je een mening wilt vormen over de asieldiscussie die we nu voeren, is dit boek wel een héél nuttige toevoeging. Ook voor iedereen die niet gelooft dat er wat moet veranderen aan de bureaucratie in de zorg …..

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Komt een land bij de dokter  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop Komt een land bij de dokter duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in gezondheid, Maatschappij | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Regenesis – Radicaal

George Monbiot is niet vies van het fileren van de status quo en het promoten van radicale nieuwe ideeën. En zijn boek Regenesis uit 2022 doet precies dat, met de landbouw en akkerbouw. Met stijgende verbazing las ik over de huidige methoden van voedselproductie, de experimenten met biologisch boeren en hoe onhoudbaar het is. De toekomst ligt onder de grond, want bij: bacteriën. Jawel, eiwitten uit bacteriën. En met zijn uitstekende betoog heeft hij van mij een fan gemaakt. Nu die bacteriën nog op mijn bord zien te krijgen…

Het boek leest als een detective: George gaat op onderzoek uit, en bezoekt een aantal verschillende boeren en bedrijven, die uitgebreid hun methoden beschrijven. George vult dat aan met de wetenschappelijke onderbouwing en met allerlei praktische weetjes die ik niet wist. Op dit moment gaat het nieuws regelmatig over stikstof en mest, en over mest heeft George heel wat te melden. Zéér relevant dus, dit boek. En verrassend, met zijn radicale oplossingen!

Het duurzaamheidsboek Regenesis…

… begint in George’s eigen boomgaard, waar hij de bodem eens goed bekijkt door een kluit uit te graven. De zichtbare kruipers en onzichtbare beestjes, schimmels en de rest worden liefdevol beschreven. De schimmels doen hun interne communicatie met stroomstootjes, over kilometerslange schimmeldraden. Als een computer! Tegelijkertijd waarschuwt George de volkstuinders: de bodem omploegen of losmaken is dodelijk voor het bodemleven. En dat leven is cruciaal voor het onze. Daar gaat de rest van het boek over.

Complex systeem en kwetsbaar

George verdiept zich in het systeem van de mondiale voedselvoorziening. Dat systeem is complex: het reageert onvoorspelbaar. Zo is bijvoorbeeld 40% van de regen in Oost-Afrika het gevolg van de irrigatie in India en omgeving, zesduizend kilometer verderop. Het bepaalt het overleven van de Afrikaanse boeren en herders. Dit complexe systeem maken wij kwetsbaar door allerlei efficiency-maatregelen, bijvoorbeeld standaardisatie van wat we verbouwen en wáár we het verbouwen. Daardoor importeren we veel voedsel, en zijn we afhankelijk van een paar regio’s voor mais en rijst. De producten zijn in handen van grote bedrijven, die bij grote vraag (door mislukte oogsten) de prijzen verhogen (met als gevolg hongersnood).

Nattebol is gevaarlijk

Op dit moment produceren we genoeg voedsel voor 10-14 miljard mensen. Maar veel van dat voedsel wordt gebruikt als veevoer (we eten steeds meer dierlijk eiwit) of biobrandstof. In 2050 zitten we aan de max van voedselproductie voor de wereldbevolking met de huidige landbouwgronden. Maarrrrr is de aarde dan nog leefbaar en productief? Bij een vochtigheid van 100% (nattebol) en een temperatuur van 35 graden krijgen we hittestress, en kan er niet meer op het land gewerkt worden. Irrigatie verhoogt de vochtigheid en een hogere temperatuur verlaagt de voedingsstoffen in bijv. tarwe. Extreem weer (cyclonen, orkanen) zorgt voor mislukte oogsten en beïnvloedt ook het transport. De externe druk op het systeem neemt dus toe.

Mest is ook gevaarlijk

De voedselproductie wordt verhoogd met mest. Dit spoelt van het land af en vervuilt rivieren. Ook bij grote kippenstallen is er af te voeren mest. George geeft een beschrijving van een met kippenstront vervuilde rivier, je ruikt de smurrie bijna! In mest zit antibiotica, dat komt in ons eten terecht en maakt ons resistent. Dat is levensgevaarlijk. Ook wordt er rioolslib met PFAS, microplastics en andere giftige stoffen over akkers verspreid.

Alleen biologisch en lokaal is onhaalbaar

Biologisch boeren lijkt niet veel beter. De boeren gebruiken geen pesticiden, maar wel echte mest, en relatief meer land. Schapenboeren zijn qua land het ergst. Leuke data: voor 100 gram eiwit uit soja is 2 m2 land nodig, uit eieren 6 m2, kippenvlees 7, varkensvlees 10, melk 27, rundvlees (grazend) 163, lamsvlees (grazend) 185. Allemaal van biologisch vlees genieten kan dus niet. En denk je aan ‘lokaal eten’ om de broeikasgassen te verminderen? Prima, maar voor vlees is dat zinloos, 95% van de uitstoot komt van het houden van de dieren, 2% door transport. En lokaal groente en fruit eten is prima, maar niet buiten het seizoen: als het uit kassen komt, of moet worden gekoeld voor opslag levert dat meer uitstoot op dan uit een ver land halen. En 7 km rijden naar de boer voor je groente doet óók alle uitstoot-besparing teniet. Kort gezegd: minder vlees eten is het devies. En minder landbouw. He? Ja, het gebruikt teveel pesticiden, teveel kunstmest, te veel water en te veel land.

Maar … hoe geven we dan iedereen te eten? Meer plantaardig natuurlijk, maar de weerstand is zeer groot. Dus ook dierlijk eiwit vervangen door iets anders. Iets wat goedkoper is, en er heel veel op lijkt. Hoezo goedkoper?

Is voedsel duur? Nee.

George gaat op bezoek bij een tuinder die verbouwt zónder mest: Tolly. Hij experimenteerde met verschillend zaaigoed door elkaar, allesbehalve efficiënt, maar de bodem van zijn land werd gaandeweg steeds productiever. Het is wel enorm bewerkelijk, en niet winstgevend. Is zijn systeem ook mogelijk voor de akkerbouw, vraagt George zich af. Ja kan, als wisselgewas. Maar de prijs van graan is zo ontzettend laag dat dit verlieslatend zal zijn.

Voedsel is te goedkoop. In ieder geval te goedkoop om boeren een fatsoenlijk inkomen te geven. Laat staan om ze in staat te stellen duurzamer te gaan boeren. Aan de andere kant: veel mensen zijn aangewezen op de voedselbank. En kwalitatief goed voedsel is véél te duur. George verdiept zich in het voedsel dat aan voedselbanken wordt gegeven. Groente met nét niet de goede maten, zodat ze niet in de verpakkingsmachines passen. Overtollige voorraden van supermarkten. Dat klinkt altruïstisch, maar ze hoeven hun leveranciers niet te betalen voor onverkochte producten en dus bestellen ze vaak veel te veel.

Verspilling

We verspillen 30% van ons geproduceerde voedsel, kunnen we daar niet veel meer van redden? Jawel, maar dat is niet per se beter voor de duurzaamheid. In arme landen bederft veel tijdens transport, maar betere koeling of betere verpakking is slecht voor het milieu. Betere wegen leidt tot meer concentratie van productie, en dat weer tot meer wegen, wat ten koste gaat van habitats en biodiversiteit. Denk aan het Amazonegebied. Effectiever is het onze eetgewoonten aan te passen. Halvering van de verspilling leidt tot 5% minder uitstoot, overgaan tot alleen plantaardig eten tot 80%.

True price, lokaal kopen en urban farming dan

Terug naar de voedselprijzen. Het inprijzen van externaliteiten, True Pricing, is niet alleen erg ingewikkeld, het heeft ook nare consequenties. Nog véél meer mensen zullen de prijs van tarwe niet kunnen betalen en sterven de hongerdood.

En dan lokale productie. Er is simpelweg niet genoeg grond in de buurt (< 100 km) van de bevolkingscentra. Daarmee kan max 25% van de wereldbevolking worden gevoed. De minimale afstand om de hele wereldbevolking te voeden is gemiddeld 2200 km. Het grootste deel van ons voedsel wordt verbouwd in uitgestrekte en dun bevolkte gebieden: de prairies in de VS en Canada, de steppen in Rusland en Oekraïne.

Urban farming dan? Ha ha, dat is zo duur, ook met vertical farming, dat alleen wiet hiervoor voldoende oplevert.

Ploegloos boeren

George gaat op bezoek bij Tim. Deze akkerbouwer heeft wisselgewas en ploegt niet, zijn bodem spoelt daarom bij slecht weer niet weg, met zaaigoed en al. Het tweede voordeel van niet-ploegen is dat er snel tussen gewassen kan worden geschakeld, en er dus 2x per jaar kan worden geoogst (rijst en tarwe bijvoorbeeld).

Echter, zonder ploegen komt er wel méér onkruid. En dus wordt glyfosfaat gebruikt. Harstikke giftig, en het onkruid wordt langzaam maar zeker resistent. Het alternatief zijn robot-onkruidwieders, maar die zijn natuurlijk veel te duur voor kleinere boeren. Het grootste nadeel echter is dat de productie relatief laag is. Als we hierop overstappen is er veel meer grond nodig om alle monden te voeden, en worden habitats vernietigd.

Vaste planten

Er is wel goed nieuws: Kernza, een vaste plant, vergelijkbaar met tarwe, wat éénjarig is. Het gaat bodemerosie tegen door de lange wortels en houdt meer koolstof in de bodem vast. Voor een meerjarige plant is minder kunstmest nodig, minder irrigatie en na jaren is ook geen onkruidverdelgingsmiddel meer nodig. Prachtig! De opbrengst is echter veel minder dan die van tarwe, de zaden zijn veel kleiner.

Dierlijk eiwit vervangen

Bij volledig plantaardig eten missen we toch het dierlijke eiwit, dat een specifieke smaak en substantie aan gerechten geeft. Hier is nu vervanging voor: eiwit van bodem-bacterieën, die leven op stikstof, water en CO2 uit de lucht. Ze verdubbelen zich in 3 uur, dus je kunt 8x per dag oogsten. Met zo’n proces, microbiële fermentatie, zou je alle landbouwgrond (gras én veevoergewassen) terug kunnen geven aan de natuur. Dat is heel goed voor biodiversiteit en koolstofopname. En die bacteriën kun je overal produceren, ook in landen die nu hun voedsel moeten importeren. Er is wel veel energie voor nodig. Aan de andere kant is het veel simpeler te maken dan kweekvlees. En het kan natuurlijk ook plantaardig eiwit vervangen. Klinkt walgelijk, bacteriën eten? Ha ha, dat doen we al. Kaas, zuurkool, yoghurt. Je moet ook wel, het is nodig voor je spijsvertering en immuunsysteem. Michael Pollan zegt: Eet nooit iets wat jouw bet-overgrootmoeder niet als voedsel zou herkennen. Maar tegenwoordig kunnen we juist veel gezonder eten. En lekkerder, zegt George, en noemt wat smakelijke gezonde voorbeelden.

Landbouwvrij voedsel

Microbiële fermentatie dus, landbouwvrij voedsel. Niet in handen van de huidige vleesverwerkers, zij zouden het alleen maar afremmen omdat het hun core-business bedreigt. En zónder patenten, zodat het beschikbaar is voor arme landen. En natuurlijk omdat het natuurlijke grondstoffen zijn, die iedereen toebehoren.

Subsidies

Wat houdt ons tegen? De nostalgie en heldenverering die hoort bij de cowboys in de VS en de schaapherders in het VK. We vergeten dat die leven van subsidies. Over subsidies gesproken: wereldwijd geven we jaarlijks zo’n 600 miljard subsidie aan de landbouw. En niet alles aan arme boeren, nee grotendeels aan de landeigenaren: Russische oligarchen, oliesjeiks etc. De rest gaat naar het produceren van monocultuur, wat zeer slecht is voor de bodem, watergebruik en biodiversiteit. O ja, we geven 100 miljard per jaar aan arme landen in verband met klimaatschade. Veroorzaakt door o.a. landbouw.

We moeten juist geld stoppen in systemen met een hoge opbrengst die het milieu weinig schade toebrengen en die in collectieve handen zijn.

Ingrijpend, landbouwvrij voedsel eten? Ingrijpend waren de Corona-lockdowns ook, en die accepteerden we, uit solidariteit. Overstappen op microbiële precisie-fermentatie is veel minder ingrijpend.

George: “We hoeven de natuur niet op te offeren op het altaar van onze eetlust. We kunnen voor voedsel voor iedereen zorgen zonder de planeet te verslinden.”

Mijn evaluatie van Regenesis

Mijn eerste vereiste bij een managementboek is: nieuwe dingen leren, kennis opdoen. Dat is George weer bijzonder goed gelukt met dit aanstekelijke, persoonlijke, wetenschappelijke en boeiende betoog. Ik heb nu een breder overzicht van voor- en nadelen van allerlei soorten landbouw, akkerbouw en tuinbouw. Dat is bijna driekwart van het boek, maar die kennis is gewoon nodig om de urgentie en noodzakelijkheid van de ultieme oplossing te begrijpen. Geen leuke innovatie voor erbij, maar een onmisbaar onderdeel van de eiwittransitie die zo nodig is.

Zoals alle boeken van George is Regenesis wetenschappelijk onderbouwd, en dat kun je zelf vaststellen door de noten, 100 pagina’s lang, en meestal uit ‘peer reviewed’ artikelen in vaktechnische tijdschriften. Toch even gegoogeld en gekeken op eiwittrends.nl onder gasfermentatie. Het is nog niet toegelaten in de EU i.v.m. lopend onderzoek naar voedselveiligheid (‘Novel Food’). Bedrijven die bezig zijn met verdere ontwikkeling: Those Vegan Cowboys, Vivici, The Potein Brewery, Farmless en FrieslandCampina.  Natuurlijk is het verstandig om voorzichtig te zijn, maar gaat er wel genoeg geld (subsidie) heen? Of is er teveel ‘tegenlobby’ van de boeren? Het boek blijkt dus nog steeds uitermate relevant en, gezien de langzaam malende molens van de EU, ook over een aantal jaren nog goede achtergrondinformatie.

Het is heerlijk persoonlijk geschreven, van Georges plezier in de boomgaard, zijn liefde voor de wriemelende beestjes in de kluit uit die boomgaard, zijn eetgewoonten en recepten, zijn bezoekjes aan allerlei soorten boeren en ‘fermenteurs’. Je hebt het gevoel alsof je met hem mee op reis gaat en zelf die interessante mensen ontmoet en met hen praat over hun achtergronden, hun leven en hun passies. Het is moeilijk om niet overtuigd te worden door George’s argumenten. Niet in het minst omdat hij ook heel wat nadelen en kritiek meeneemt, waardoor het een gebalanceerd verhaal is, geen eenzijdige reclame.

George is onderzoeksjournalist en dat merk je aan zijn schrijfstijl, hij is gewoon een begenadigd schrijver. Geen wonder dat hij ook columnist is. Hij weet belangrijke zaken met wat humor, in weinig woorden, over te brengen. Nou ja, weinig woorden, dit is natuurlijk wel een dikke pil van 330 pagina’s, nog exclusief de noten. Maar het leest vlot weg, helemaal als je niet, zoals ik, op elke bladzijde wel iets leest wat een notitie waard is. Het boek is verder degelijk uitgevoerd: goed vertaald, goed geredigeerd en met een duidelijke structuur. Ja, ik vind dit wel een Must Read, hier móét je over mee kunnen praten!

Wat ga ik doen, na dit boek gelezen te hebben? Het onderwerp precisie-fermentatie volgen en support geven lijkt me een goed begin. En me ietsjes meer verdiepen in de landbouwsubsidies is ook nuttig, waar blijft dat geld nu écht?

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Regenesis  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop Regenesis duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Uit de puinhopen – goed betoog

George Monbiot schreef Uit de puinhopen in 2017, vlak na het aantreden van Trump voor zijn eerste termijn. Die timing was vast niet toevallig. Hij beschrijft de uitwassen van het neoliberalisme, en komt met een verhaal voor een nieuwe ideologie en de bijpassende saamhorigheidspolitiek. Sterke gemeenschappen, de commons en een grotere invloed op en verbondenheid met de politiek zijn hier onderdeel van. Ik vond het een goed verhaal!

In de afgelopen 8 jaar is er niet genoeg gebeurd om dit verhaal werkelijkheid te laten worden, dus is dit boek nog steeds relevant. Of misschien wel relevanter dan ooit, want het neoliberalisme lijkt door de groeiende macht van politiek rechts nóg sterker te worden. Naast een verhaal en een plan voor implementatie geeft George ook veel, heel veel voorbeelden hoe het wél kan, en hoe het ook al gebeurt. Dat maakt er een vrij praktisch, hoopvol boek van.  

Het maatschappelijke boek Uit de puinhopen …

… begint met een stukje historie over hoe we in die puinhopen terechtgekomen zijn. Het neoliberalisme is niet zomaar ontstaan, het is bewust ontworpen. Friedrich Hayek is de voornaamste architect, hij verzette zich tegen de sociaaldemocratie van de 40-er jaren. Collectivisme zou leiden tot fascisme en communisme tot totalitaire macht van de staat. De rijken werden op dat moment ‘beperkt in hun vrijheid’ door hoge belastingen en strenge maatregelen om de samenleving te beschermen. Die rijken de vrijheid geven, zou leiden tot hogere welvaart: je kon die rijken zien als pioniers, verkenners van maatschappelijke vooruitgang. Wegbereiders.

In die tijd waren de denkbeelden van Keynes nog leidend, tot de economische crises van de 70-er jaren, denk aan het olie-embargo. Thatcher en Reagan wilden eind 70-er jaren de ideeën van Hayek uitvoeren, de rijken ‘onafhankelijk’ maken. Het neoliberalisme werd via het IMF, de WB en WTO aan de hele wereld opgelegd.

Er ontstaat een meritocratie die de achterblijvers als parasieten beschouwt. Faalangst, depressies en andere geestelijke gezondheidsproblemen zijn het gevolg. Vrijheid wordt geïnterpreteerd als vrij zijn van vakbonden, vrijheid om de lonen laag te houden. De ongelijkheid stijgt, nutsbedrijven worden geprivatiseerd. Het grote geld heeft steeds meer macht, de overheid heeft steeds minder macht, en dus hebben kiezers óók steeds minder macht. De politiek wordt voor hen minder relevant. Ze verdiepen zich er niet meer in. En dat leidt paradoxaal genoeg tot het aan de macht komen van Trump en consorten.

Het neoliberalisme heeft zich zo genesteld dat we geen alternatief meer zien. En de sociaal-democratie dan? Keynes’ economische maatregelen werken niet meer bij de huidige omstandigheden, met name door de automatisering en globalisering. En ook is Keynes’ gedachtegoed gebaseerd op consumptiegroei, wat zich slecht verhoudt met klimaatverandering en milieumaatregelen.

Vervreemding

Het kenmerk van de huidige tijd is vervreemding, geen binding meer voelen met de samenleving, geen macht over je werk, geen vertrouwen in de politiek. Het onderwijs versterkt dat, omdat het focust op de verkeerde zaken, op analytische vaardigheden, niet op creativiteit en sociale vaardigheden. Er ontstaat wrok jegens hoger-opgeleiden, en verlies aan gemeenschapszin en saamhorigheid.

Saamhorigheid

Macht over je eigen leven kun je best terugkrijgen zonder immigranten, moslims, etc. tot zondebok te maken. Je krijgt weer gemeenschapszin door allerlei participatie-initiatieven. Denk aan gemeenschappelijke tuinen, straatfeesten. Die initiatieven leiden weer tot nieuwe initiatieven en zo ontstaat een participatiecultuur. Een mooi voorbeeld is de Leeszaal in Rotterdam-West, in 2011 ontstaan als een bewonersinitiatief na het sluiten van de wijkbibliotheken. Het inspireerde anderen om ook participatieprojecten te starten. Deze scheppen solidariteit over politieke scheidslijnen heen.

Onze politieke keuzes zijn trouwens ook niet gebaseerd op analyses van beleidsstukken en rationele keuzes, maar op onze identiteit, we stemmen op politici die uit hetzelfde culturele milieu komen. Bij een participatieproject ontstaat een gemeenschap met verschillende culturele achtergronden, het creëert vertrouwen en vermindert zo weerstand tegen bijvoorbeeld immigranten. Zo’n lokale gemeenschap kan politiek bedrijven op lokaal niveau, en is niet, zoals de oude arbeidersbewegingen, gericht op mensen met werk. Dat haalt veel wrok weg. Iedereen kan altijd meedoen, iedereen heeft waarde.

Economie

Die burgerparticipaties zitten niet in onze economische modellen. Er is alleen de markt en de staat. De commons worden vergeten. Econoom Peter Barnes stelde voor om commons in te richten voor diverse zaken die gemeenschappelijk bezit zijn, zoals de atmosfeer. Zo’n mondiaal atmosfeerbeheerfonds zorgt dat de atmosfeer intact blijft voor toekomstige generaties. Het geeft emissierechten uit, de opbrengsten worden besteed aan milieumaatregelen, groene innovatie, of worden als groen dividend uitgekeerd aan de wereldbevolking.

Een ander onderwerp in dit hoofdstuk is het universele basisinkomen. Hier en daar (ook in Nederland) wordt hiermee geëxperimenteerd. In India waren de uitkomsten zéér positief, maar dat komt met name omdat men er superarm is, de overheid er erg inefficiënt is en er veel corruptie is rondom de huidige werkwijze met toeslagen. Voor rijkere landen met een efficiënte overheid zullen de effecten zwakker zijn, hoewel de uitvoeringskosten altijd minder zullen zijn dan bij uitkeringen en toeslagen. Er zijn ook nadelen: werkgevers hebben een excuus om de lonen te verlagen. En andere vormen van inkomensherverdeling en sociale zekerheid kunnen het loodje leggen.

Het framen van de economie

Onze economie moet steeds blijven groeien, en dat kan alleen als wij steeds meer kopen: consumentisme. Daarbij putten we de resources van de aarde uit. Dat is ons frame, we denken dat het zo hoort. Kate Raworth’s Donuteconomie geeft een nieuw frame, met nieuwe modellen, wat het oude frame kan vervangen. ‘Binnen de mogelijkheden van de planeet voorzien in de behoeften van iedereen’. Heel mooi, maar de overheidsbegroting ondersteunt dit niet. Wij financieren de overheid met belastingafdrachten maar hebben niets te zeggen over de bestemming van dat geld. Er gaan subsidies naar de fossiele industrie, contracten naar vriendjes.

Hoe mooi zou het zijn als burgers het begrotingsproces meer konden sturen! Een burgerbegroting, zoals ontstaan in Porto Alegre, Brazilië. Hier wordt 20% van de uitgaven van de gemeente, de infrastructuuruitgaven, bepaald door de burgers. Het verbetert aantoonbaar de voorzieningen en vermindert corruptie. En het verhoogt de betrokkenheid van burgers, de saamhorigheid. Dit initiatief is op te schalen door meer nationale uitgaven te delegeren naar provincies en gemeenten.

Onze politiek

De kiesstelsels van het VK en de VS zijn niet democratisch. Het fenomeen kiesmannen en de mogelijkheid van de Amerikaanse president om Executive Orders uit te vaardigen, wetsvoorstellen te vetoën etc. zorgen ervoor dat vele kiezers niet behoorlijk vertegenwoordigd zijn. O ja, en er is aangetoond dat hoe meer geld je aan campagnes besteed, hoe hoger de kans op verkiezing. Een plutocratie dus. Hoe kan het beter? Met een grondwetgevende vergadering. Deze kun je elke 20 jaar of zo houden, om te beoordelen of het systeem nog goed functioneert of aangepast moet worden. Met een goed representatieve, op loting gebaseerde groep burgers, die door experts wordt geadviseerd. Die groep doet voorstellen voor een bindend referendum.

Wat het parlement betreft zou een proportionele vertegenwoordiging met lokale kandidaten, die o.b.v. voorkeursstemmen worden gekozen, een hele verbetering zijn. En voor het percentage niet-stemmers, wordt er geloot. Dus: opkomst 65%, dan 65% van de parlementsleden via voorkeursstemmen en 35% via loting. In combinatie met een beperking van campagnebijdragen is het systeem eerlijker. Maar: nog steeds geen garantie dat ‘de wil van het volk’ wordt uitgevoerd, nieuw beleid wordt zonder raapleging van de kiezers door het parlement geloodst. Dat is gek, in dit digitale tijdperk! Maar een referendum is ook niet alles: vaak wordt er niet gestemd met een rationele mening over het issue, maar op basis van voor of tegen de status quo zijn. Brexit is een mooi voorbeeld.

Hoe dan wel? Het Zwitserse systeem geeft inspiratie. Maar liefst 75% van de bevolking heeft daar vertrouwen in de regering, het gemiddelde van de 40 rijkste landen ligt op … 42%. Zwitserland heeft jaarlijks 10 referenda. Sommige worden door burgers geïnitieerd. En elke nieuwe wet kan door burgers worden aangevochten. De burgers zijn daardoor zeer betrokken bij de politiek. Het systeem heeft wat gebreken, maar het idee is goed.

In IJsland’s hoofdstad Reykjavik heeft men een ander systeem voor burgerparticipatie middels ‘online democratie’. Iedereen kan verbetervoorstellen indienen, en invloed hebben op de begroting van de infrastructuur. Iedereen kan vóór of tegen die voorstellen stemmen. 60% van de bevolking doet mee! Elke maand worden de ideeën doorgenomen. Gemiddeld 20% wordt doorgevoerd. Ook deze methode heeft nadelen (digitale geletterdheid is vereist) maar ook veel voordelen.

Mondiaal is het behelpen. WB, IMF, Veiligheidsraad hebben veel macht en weinig toezicht. Lidstaten leggen hun beslissingen zelden voor aan hun bevolking. Het toezicht op al deze instanties zou moeten worden belegd bij een Wereldparlement, met rechtstreeks gekozen leden.

In het algemeen echter moet de macht zoveel mogelijk gedelegeerd worden, naar een stad, kanton, of county, met een rechtstreeks verkozen leiding. Alleen de hele grote kwesties komen op het bordje van mondiale organisaties.

Zorgen dat het gebeurt

Om de voorstellen van het boek in vervulling te laten gaan, moet in veel landen een regimewisseling plaatsvinden: sociaaldemocraten aan de macht. Die geloven er echter niet meer in dat zij verkiezingen kunnen winnen zonder hun principes te verloochenen. Ze hebben de steun nodig van mediabonzen en miljardairs om te winnen, en verliezen zo de loyaliteit van hun achterban. Bernie Sanders liet zien dat het anders kan. Zijn hele campagne voor 2016 werd gedraaid door (honderdduizend!) vrijwilligers. Zij kochten geen advertentieruimte, maar hielden gesprekken van mens tot mens over Sanders ’compromisloze boodschap’. Big Organizing. Hij was bijna de presidentskandidaat van de Democraten geworden, maar de DNC koos voor Hillary Clinton, sterk gelinkt aan Big Money en daarmee ook campagnevoerend.

Conclusie

We verlangen naar saamhorigheid. De politiek moet meer verbinden. Participatieprojecten kunnen daar het initiatief voor zijn. Verder moet er meer sprake zijn van directe democratie. De macht van het geld kunnen we weerstaan door nieuwe strategieën om mensen en politici te beïnvloeden, middels vrijwilligersnetwerken en de wijsheid van de menigte. Minder individualisme, meer gemeenschapszin zal het resultaat zijn.

Mijn evaluatie van Uit de puinhopen

Het is een wat ouder boek, en dat merk je aan het veelvuldig terugkomen op het nét aantreden van Trump… de eerste keer. Maar is het daarmee een gedateerd boek? Nee. De situatie is niet verbeterd, eerder verslechterd, de problemen met de democratie die George aanhaalt zijn nog steeds problemen. Dit alles maakt dat het boek nog steeds relevant is.

Ook zijn oplossingen doen niet gedateerd aan. Sterker nog, daarin zie ik wél verbeteringen, het commonisme heeft in ieder geval in Nederland meer voet aan de grond gekregen, en ook het rentmeesterschap wordt steeds meer gemeengoed. En de Leeszaal is er nog!

George is onderzoeksjournalist en zijn analyses zijn degelijk onderbouwd. Waar hij in 2017 wat vooruitkeek naar ontwikkelingen, zijn deze 7 jaar later bekender en veelvuldig in het nieuws. Dat maakt dat dit boek nú niet meer zo de WOW-factor heeft.

Desondanks leerde ik nieuwe dingen, het verhaal over Bernie Sanders’ campagne was nieuw voor mij en de beschrijving hoe je met een menselijke benadering zoveel kunt bereiken zeer inspirerend. Ook de versie van directe democratie in Zwitserland is leerzaam. En dat de politiek in de VS en het VK zó op elkaar lijken! Zijn opmerking dat je op een partij stemt, die vervolgens niets van het partijprogramma uitvoert en dat je daar niets aan kan doen tot 4 jaar later … inderdaad, dat is toch wel een beetje raar in deze digitale tijd.

De schrijfstijl van George is erg pittig en prettig. Je leest zijn betoog met een frons én een glimlach. Ik vond het ook goed vertaald, qua woordspelingen. De voorbeelden zijn heel aansprekend, erg leuk en effectief dat ook Europa én Nederland een aantal keren voorbijkomen, zowel in positieve als in negatieve zin. Dat geldt voor de meeste voorbeelden: ook de politiek in Zwitserland, waar hij enthousiast over is, wordt van de nodige kanttekeningen en regelrechte kritiek voorzien. De voorbeelden zijn ook behoorlijk gedetailleerd uitgewerkt, zodat er weinig gegoogeld hoefde te worden.

De structuur is prettig, het betoog wordt in het voorwoord én de conclusie kort uiteengezet. De hoofdstukken zijn verdeeld in subhoofdstukken, zodat je afgeronde stukken kunt lezen zonder de draad kwijt te raken.

George slaagt er in om toch een hoopvolle draai te geven aan de situatie dat grote bedrijven zo veel macht hebben dat zij de democratie in hun zak hebben en geld boven de aarde stellen. Als we allemaal betrokken zijn bij elkaar en, via participatieprojecten, met de politiek, dat ben je toch een machtsfactor met invloed. En ik troost mij met de gedachte dat hoe vervelend ik de Nederlandse politieke situatie ook vind, het nog altijd beter en democratischer is dan in veel andere landen. Maar het kan nóg beter!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend +, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Uit de puinhopen duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Uit de puinhopen duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie