Strategie: Samenvatting van This is Strategy

Zóveel boeken om te lezen, zó weinig tijd. Hoe maak je een keuze? Ik laat mij leiden door aanbevelingen van vrienden en kennissen, mijn Family, recensies op bijvoorbeeld Goodreads en Storygraph, tips in kranten en de socials, en de flapteksten. Maar óók door samenvattingen van anderen, om een betere indruk van de inhoud te krijgen. Die strategie, inclusief de (mini-)samenvatting deel ik graag met je. Deze keer: This is Strategy (nog niet vertaald) van Seth Godin uit 2024.

Aanbevelingen voor This is Strategy

Ik las eerder De klimaatalmanak van Seth Godin, hij was daar redacteur van. Ik vond het geweldig! Ad-hoc lees ik de blogs van Seth.

This is Strategy stond op de shortlist voor Best Non-Fiction Book 2024 van The Next Big Idea Book Club, een boekenclub van mijn familieleden Adam Grant, Susan Cain en Daniel H. Pink. Adam schreef ook een enthousiaste blurp voor dit boek. Allemaal positief dus, door naar de volgende stap.

Ratings en recensies

Goodreads geeft een rating van 3,58. Dat is redelijk, maar niet zo heel goed. Voor mij is 4,0 toch wel het minimum. Wat zeggen de recensies? Geen structuur, een serie losse gedachten, een masterclass in creatief denken, inspirerend, te abstract, het slechtste van Godin, deels geschreven door AI en dat kun je zien, het gaat te weinig over strategie, barst van de voorbeelden, leest als een serie (297!) blogs, teveel input vanuit zijn politieke voorkeuren, veel overlap en herhaling, goede ideeën.

Storygraph geeft een rating van 3,5. Opmerkingen in de recensies: ongestructureerd, ongelofelijk veel informatie.

Dit is niet zo veelbelovend. Ik houd wel van structuur. Wat zegt de flaptekst hierover?

Flaptekst van This is Strategy

In dit unieke en tot nadenken stemmende boek deelt Godin inzichten over strategie door middel van een reeks krachtige reflecties en observaties die de manier waarop u problemen benadert, beslissingen neemt en verandering creëert, zullen veranderen. “Het creëren van morgen door gisteren te herhalen is geen nuttige weg vooruit.” “Elke strategie vereist keuzes. En die keuzes houden vaak in dat u ‘nee’ zegt tegen dingen die u zou kunnen doen, maar niet doet.” “Het is niet gemakkelijk om iemand te overtuigen om te willen wat u wilt. Het is veel productiever om mensen te vinden die al willen gaan waar u ze naartoe wilt brengen.”

This is Strategy is een moderne klassieker die perspectieven biedt waar u steeds weer naar terugkeert. In plaats van stapsgewijze formules te bieden, biedt Godin iets waardevollers: een nieuwe manier om de uitdagingen waarmee u wordt geconfronteerd te zien en erover na te denken.

Je ontdekt hoe je:

  • Je “kleinste levensvatbare publiek” identificeert en opmerkelijk werk maakt dat ze niet kunnen negeren
  • De systemen die onze wereld vormgeven, begrijpt en beïnvloedt
  • Langetermijndenken prioriteit geeft boven directe bevrediging
  • Slimme, doelgerichte keuzes maakt die een betere toekomst vormgeven

Voor wie dit boek is bedoeld:

  • Leiders die dieper willen nadenken over hun impact
  • Ondernemers die genoeg hebben van conventioneel zakelijk advies
  • Veranderaars die op zoek zijn naar blijvende transformatie in hun carrière en gemeenschap
  • Iedereen die vastzit in verouderde systemen en op zoek is naar een fris perspectief

Bewerkte samenvatting van This is Strategy

De basis voor een duidelijke en effectieve strategie

Strategie draait om het vandaag maken van bewuste keuzes die leiden tot de zinnige uitkomsten van morgen. Een strategie geeft je duidelijkheid over je focus en helpt je je energie te richten op acties die aansluiten bij je doelen. Zonder dit gevoel van richting is het gemakkelijk om vast te lopen in alleen maar reageren op gebeurtenissen, in plaats van echte vooruitgang te boeken.

De kern van een effectieve strategie is begrijpen wat de drijfveren zijn van de betrokkenen. Mensen handelen vaak op basis van hun behoefte aan verbinding, erkenning of veiligheid. Of je nu een product ontwerpt, een team organiseert of beslist hoe je een idee presenteert, deze drijfveren bepalen hoe anderen reageren. Een goede aanpak sluit aan bij deze behoeften, en zorgt voor een plan dat aanslaat.

Een strategie vormt het overall raamwerk, stelt lange-termijn-prioriteiten vast en legt een basis voor actie. Een tactiek echter richt zich op specifieke stappen om onmiddellijke problemen aan te pakken. Als voorbeeld een bedrijfsuitbreiding: de strategie betreft dan onder andere de keuze welke markten je prioriteit geeft, terwijl tactieken kunnen bestaan uit het selecteren van de te gebruiken advertentiekanalen of het onderhandelen over lokale samenwerkingsverbanden. Zonder een duidelijke strategie zullen de tactische beslissingen niet gefocust zijn, waardoor het moeilijker wordt succesvol te zijn.

Elk plan werkt binnen systemen – structuren zoals industrieën, markten of culturele normen die uitkomsten beïnvloeden. En terwijl die systemen zorgen voor stabiliteit en consistentie, verzetten ze zich tegen verandering. Werken met een systeem – zoals het ontwerpen van een programma dat past bij deze criteria – kan leiden tot succes. Tegen het systeem vechten – proberen die criteria van de ene op de andere dag volledig te veranderen – zal waarschijnlijk je middelen uitputten en mislukken.

Betrokkenheid zorgt ervoor dat je je plannen daadwerkelijk uitvoert. Betrokkenheid ontstaat door de duidelijkheid van een sterke strategie. Wanneer je zorgvuldig je prioriteiten hebt gekozen, wordt het gemakkelijker om je aan die beslissingen te houden. Deze focus helpt om je niet te laten afleiden en consistente acties te ondernemen, zelfs wanneer de omstandigheden veranderen. Of je nu met bestaande systemen werkt of nieuwe creëert, deze gedisciplineerde aanpak is de hoeksteen voor blijvende resultaten.

Systemen begrijpen en ermee werken voor strategische verandering

Waarom lijken sommige systemen onveranderlijk terwijl andere zich aanpassen? Systemen blijven onveranderd omdat ze zorgen voor waarde of stabiliteit, zelfs als de waarde niet direct duidelijk is. Denk aan de scheepscontainer – een ogenschijnlijk simpele uitvinding die de wereldhandel op zijn kop zette. De uniformiteit ervan maakte verzending sneller en goedkoper. Systemen als deze blijven onveranderd omdat ze gedoe verminderen en dingen efficiënter laten werken.

Maar systemen gaan niet alleen over efficiëntie. Ze zijn ook cultureel. Wedgwoods achttiende-eeuwse systeem voor de massa-productie van fijn porselein introduceerde ook kwaliteit en uniformiteit bij een groeiende middenklasse die verfijning zocht. Deze systemen ontstonden niet van de ene op de andere dag – ze voegden wat toe aan bestaande maatschappelijke normen en veranderden deze langzaam.

Wat systemen in stand houdt, is hun vermogen om in evenwicht te blijven. Feedbackloops zijn hierbij essentieel. Positieve feedback versterkt bepaald gedrag of uitkomsten, terwijl negatieve feedback dingen beperkt en zo stabiliteit creëert. Een zichtbare elektriciteitsmeter kan bijvoorbeeld het energieverbruik verminderen door huiseigenaren voortdurend te herinneren aan hun verbruik. Aan de andere kant kunnen vertraagde of vervormde feedbackloops, zoals het negeren van waarschuwingen voor klimaatverandering, ervoor zorgen dat systemen in een neerwaartse spiraal terechtkomen.

Giftige systemen blijven bestaan omdat ze schadelijk gedrag belonen. Neem bedrijven die prioriteit geven aan kortetermijnwinsten. Deze systemen stimuleren beslissingen die schadelijk zijn voor het milieu of de gemeenschappen, maar ze overleven omdat de beloningen – zoals de aandelenkoersen – belanghebbenden betrokken houden. Om dergelijke systemen te veranderen, moet je hefboompunten vinden. Tony’s Chocolonely deed dit door ethische zorgen aan te pakken in de chocoladeketen en zijn bedrijfsvoering in lijn te brengen met de duurzaamheids- en rechtvaardigheidseisen van consumenten.

Werken binnen een systeem levert vaak betere resultaten op dan er vierkant tegenin te gaan. De aanpak van Tony’s werkte omdat het bestaande consumentenwaarden benutte in plaats van de hele chocolade-industrie in één keer uit te dagen. Vergelijk dit met Michelins mislukte introductie van lekvrije banden. Het systeem van garages en reparatiewerkplaatsen verzette zich tegen de verandering omdat het hun winst bedreigde, en Michelin onderschatte hoe diep die structuren waren ingebed.

Uiteindelijk zijn systemen niet statisch; ze evolueren met de tijd en cultuur. Wanneer je hun regels en relaties begrijpt, kun je ze beïnvloeden – soms met kleine acties die leiden tot significante verschuivingen, zoals het graven van een kanaal om de stroming van een rivier om te leiden. Of je nu een toeleveringsketen opnieuw vormgeeft of schadelijke praktijken aanvecht, de sleutel ligt in het herkennen waar je druk moet uitoefenen.

Culturele en sociale dynamiek benutten in je strategie

Hoe vormt cultuur je strategie? Elke beslissing die je neemt, heeft een wisselwerking met de waarden, verwachtingen en gewoonten van de mensen om je heen. Deze sociale en culturele dynamiek bepaalt vaak of een idee aanslaat of mislukt. Mensen worden aangetrokken door wat vertrouwd voelt of aansluit bij hun identiteit, en daarom slagen strategieën die aansluiten bij culturele normen vaak.

Soms kan de culturele invloed van een systeem krachtig genoeg zijn om hele industrieën te veranderen. De ranglijsten van US News & World Report hadden grote invloed op de toelating tot universiteiten. Door vergelijkende ranglijsten te publiceren, introduceerden ze een raamwerk voor onderlinge concurrentie dat universiteiten niet konden negeren. Instellingen pasten hun toelatingsbeleid aan, alleen maar om hoger op de lijst te komen, zelfs als die veranderingen niet per se het onderwijs verbeterden.

Culturele systemen blijven ook bestaan omdat ze bepalen hoe mensen zichzelf en anderen zien. Gedeelde overtuigingen, zoals de waarde van exclusiviteit of traditie, creëren een gevoel van verbondenheid dat het systeem versterkt. Denk aan normen voor rashonden, waarvoor organisaties zoals de AKC (American Kennel Club) definities opstellen die fokmethoden voorschrijven. Deze normen verlenen status, maar kunnen ook het toebrengen van schade in stand houden, wat leidt tot gezondheidsproblemen bij bepaalde rassen. Ondanks die schade (aan de hond) blijft het systeem bestaan omdat het aansluit bij identiteit en sociale beloning (van het baasje).

Soms kunnen zelfs kleine aanpassingen aan statistieken of zichtbaarheid culturele patronen verstoren. Toen de Sustainable Apparel Coalition de Higg Index introduceerde om de milieu- en sociale impact in mode te meten, gaf het merken en consumenten een duidelijk beeld van de duurzaamheid van hun keuzes. Deze transparantie moedigde merken aan om niet alleen op prijs of kwaliteit te concurreren, maar ook op ethische praktijken. Door inzicht te bieden in de verborgen kosten van productie, hielp deze index de culturele houding ten opzichte van duurzaamheid te veranderen.

Elke cultuur kent punten van spanning, waar de status quo kan worden uitgedaagd. Door te veranderen hoe mensen over indexen denken, of door opnieuw te definiëren wat ze belangrijk vinden, kun je van culturele krachten bondgenoten maken. Een strategie die zich met deze dynamiek bezighoudt, wérkt niet alleen binnen een systeem; het verandert het systeem zelfs door mensen een betere manier te laten zien.

Tools en raamwerken voor strategische actie en resultaten

Strategie geeft je de tools om actie te ondernemen op een manier die gericht, effectief en aanpasbaar is. Het is niet genoeg om een goed idee te hebben – je hebt methoden nodig die je laten zien waar je je energie op moet richten, hoe je beslissingen moet nemen en welke stappen je vervolgens moet nemen. Tools zoals raamwerken, duidelijke doelstellingen en feedbackloops helpen je om op koers te blijven en plannen om te zetten in meetbare resultaten.

Raamwerken vereenvoudigen complexe beslissingen en maken patronen gemakkelijker zichtbaar. Een positioneringsraster gebruikt bijvoorbeeld een twee-bij-twee grafiek om producten of ideeën te vergelijken langs twee belangrijke dimensies, zoals prijs en kwaliteit. Stel je voor dat je je product naast dat van concurrenten zet: als je ziet dat iedereen zich in de hoek van de hoge prijs, hoge kwaliteit producten bevindt, kan dat een kans tonen in de hoek van betaalbaar-maar-betrouwbaar. Deze duidelijkheid helpt je om openingen te ontdekken en je aanpak te verfijnen. Op dezelfde manier kun je met een SWOT-analyse – sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen – interne en externe factoren afwegen, waardoor je een evenwichtig perspectief krijgt bij het nemen van strategische beslissingen.

Duidelijke, meetbare doelen zijn een ander cruciaal onderdeel van een effectieve strategie. Brede doelstellingen, zoals “verhoog de omzet”, laten te veel ruimte voor interpretatie. Specifieke doelen, zoals “verhoog de online omzet met 15 procent dit kwartaal”, zorgen ervoor dat iedereen op hetzelfde pad zit en de voortgang gemakkelijk te volgen is. Zonder deze duidelijkheid is het moeilijk om te weten of je inspanningen werken of dat je moet bijstellen.

Soms betekent een effectieve strategie dat je leert om nee te zeggen. Het is verleidelijk om elke kans na te jagen, maar als je je aandacht teveel versnippert, verzwak je je focus. Door het aantal prioriteiten te beperken, kunt je je tijd en middelen inzetten in gebieden die het meest aansluiten bij je lange-termijn-doelen.

Testen en feedbackloops zijn essentieel voor het verfijnen van je strategie. Met pilotprogramma’s, experimenten of kleinschalige produkt-lanceringen kun je inzichten uit de echte wereld verzamelen zonder je te veel te binden. Deze aanpak stimuleert ook innovatie, terwijl het de risico’s en de angst om te falen beperkt. Een startup die bijvoorbeeld een nieuwe produkt-functie test met een kleine groep gebruikers, kan leren wat werkt en aanpassingen doen voor opschaling. Deze cycli van testen en aanpassen veranderen je strategie in een dynamisch, evoluerend proces dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden en sterkere resultaten oplevert.

Strategische tools zijn het meest effectief als ze aansluiten bij uw doelen en zich aanpassen aan feedback. Door het combineren van duidelijke prioriteiten, uitvoerbare raamwerken en een bereidheid om je aan te passen, zorg je voor een strategie die zinvolle, meetbare resultaten oplevert.

Uitdagingen en barrières voor een effectieve strategie

Elke strategie kent uitdagingen. Het begrijpen van die barrières is de eerste stap om ze te overwinnen. Strategieën mislukken vaak niet zozeer door zwakke ideeën, maar door  verborgen obstakels of misvattingen tijdens de uitvoering.

Een veelvoorkomend probleem is het verwarren van doelen met strategie. Zeggen: “We willen marktleider zijn” is geen strategie – het is een ambitie. Zonder een duidelijk plan om dat doel te bereiken, kunnen teams vage doelen najagen, tijd en middelen verspillen zonder een duidelijk pad vooruit.

Een andere uitdaging is het prioriteren van korte-termijn-overwinningen boven lange-termijn-succes. Het is verleidelijk om direct winst na te streven, maar beslissingen zoals het aanbieden van hoge kortingen om de verkoop op korte termijn te stimuleren, kunnen de waarde van een merk op de lange termijn ondermijnen. Vasthouden aan een strategie die aansluit bij je bredere doelen is moeilijker wanneer de druk op korte termijn toeneemt, maar het is essentieel voor duurzame groei.

Weerstand tegen verandering is ook een belangrijk obstakel. Mensen verzetten zich vaak tegen nieuwe ideeën of systemen, niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze vertrouwde routines verstoren. Deze weerstand kan de voortgang blokkeren, vooral als de voordelen van de verandering niet duidelijk zijn. Mensen betrekken bij het proces en de redenen achter de verandering communiceren, kan de overgang vergemakkelijken.

Zorg ervoor dat ‘overthinking’ niet leidt tot ‘analysis paralysis’. Te veel tijd besteden aan het bespreken of verfijnen van plannen zonder actie te ondernemen, vertraagt de voortgang. Geen enkele strategie zal ooit perfect zijn, maar strategieën die zich aanpassen door actie, presteren vaak beter dan strategieën die vastzitten in eindeloze planning.

Barrières als deze betekenen niet dat je strategie gedoemd is te mislukken. Wanneer je ze snel herkent en aanpakt, worden ze kansen om je aanpak te versterken. Duidelijkheid, focus en aanpassingsvermogen zijn de hulpmiddelen waarmee je uitdagingen kunt omzetten in momenten van strategische groei.

Systemen inzetten om zinvolle, schaalbare verandering teweeg te brengen

Systemen zijn krachtige hulpmiddelen om verandering te creëren als je begrijpt hoe ze werken en je hun sterke punten benut. Door je aan te passen aan de structuur van een systeem in plaats van ertegen te vechten, kun je meer vooruitgang boeken met minder weerstand.

De kern is het vinden van hefboompunten: kleine acties die grote verschuivingen creëren. Stel je voor dat een bedrijf een abonnementsmodel introduceert. In plaats van de markt te verstoren, bouwt deze aanpak voort op bestaande consumentengewoonten zoals regelmatig kopen. Het vereenvoudigt beslissingen voor klanten en creëert tegelijkertijd voorspelbare inkomsten voor het bedrijf. Dit werkt omdat het aansluit bij gedrag wat mensen al prettig vinden.

Om verandering op te schalen, moet je klein beginnen. Door een idee in één deel van een systeem te testen, kun je zien wat werkt zonder de hele structuur te overweldigen. Een stad die bijvoorbeeld elektrische bussen in één buurt laat rijden, kan beoordelen hoe ze passen bij de bestaande vervoerspatronen voor de inzet uit te breiden. Deze aanpak voorkomt kostbare fouten en biedt de informatie die nodig is om de oplossing te verfijnen.

Systemen tonen hun zwakke punten vaak op plaatsen waar inefficiënties of verouderde methoden obstakels vormen. Deze momenten zijn kansen voor innovatie. Denk eens aan hoe het digitaliseren van medische dossiers het trage werken met foutgevoelige papieren documenten verving door snellere, nauwkeurigere processen. Door deze knelpunten aan te pakken, kunnen systemen evolueren om beter aan de behoeften van vandaag te voldoen.

Samenwerking is cruciaal bij het werken met systemen. Grote systemen veranderen zelden door de acties van één enkele groep. De overgang naar hernieuwbare energie is bijvoorbeeld afhankelijk van samenwerking tussen overheden, bedrijven en consumenten. Gedeelde prikkels, zoals lagere kosten of milieuvoordelen, maken het gemakkelijker om mensen aan boord te krijgen en te zorgen voor een omvangrijke impact.

Systemen die standhouden, zijn niet rigide. Ze passen zich aan samen met de mensen en structuren die ze ondersteunen. Wanneer je je richt op samenwerking, schaalbaarheid en flexibiliteit, verander je systemen in hulpmiddelen voor blijvende, betekenisvolle verandering. De beste systemen lossen niet alleen problemen op, ze groeien en verbeteren samen met de wereld om hen heen.

Een duurzame langetermijnvisie voor succes creëren

Wat is er nodig om relevant te blijven terwijl de wereld verandert? Een strategische langetermijnvisie vereist het in evenwicht brengen van de beslissingen van nu met hun impact op de toekomst. Door dit perspectief te behouden, zorgt u ervoor dat de acties van vandaag duurzaam succes ondersteunen.

Denk aan bedrijven die al vroeg in hernieuwbare energie hebben geïnvesteerd. Ze herkenden de verschuiving naar duurzaamheid voordat het mainstream werd en positioneerden zichzelf voor concurrenten. Deze bedrijven verlaagden de kosten, reageerden op de groeiende vraag van consumenten naar ethische praktijken en sloten aan bij de opkomende druk van regelgeving. Hun vooruitziende blik stelde hen in staat om te leiden in plaats van te reageren.

Vasthouden aan een langetermijnvisie betekent vaak dat je moeilijke beslissingen moet nemen. Een technologiebedrijf zou kunnen overwegen om een volatiele maar lucratieve markt te betreden. Hoewel de potentiële winsten verleidelijk zijn, kunnen de reputatieschade of het missen van bredere doelen zwaarder wegen dan de kortetermijnwinsten. Weerstand bieden aan de verleiding van snelle winsten zorgt ervoor dat elke stap de basis voor toekomstige groei versterkt.

Duidelijkheid is essentieel om op koers te blijven. Teams die een duidelijk begrip hebben van hun doelen op de lange termijn, vermijden dat ze ontsporen door druk op de korte termijn. Bijvoorbeeld, een bedrijf dat uitbreidt naar nieuwe markten kan prioriteit geven aan kansen die passen bij zijn sterke punten in plaats van elke beschikbare optie na te jagen. Gerichte beslissingen zoals deze zorgen ervoor dat middelen worden gebruikt waar ze de meeste waarde creëren.

Aanpassen aan verandering versterkt elke lange-termijn-strategie. Wanneer er uitdagingen ontstaan, zullen bedrijven die tegenslagen gebruiken om hun aanpak te verfijnen er sterker uitkomen. Een rigide plan houdt vaak geen rekening met veranderende markten, maar een flexibele strategie die is ontworpen om te evolueren, zorgt voor blijvende relevantie.

Succes op de lange termijn hangt af van gedisciplineerde keuzes, duidelijke doelen en een bereidheid om te leren. Wanneer elke actie bijdraagt aan een groter doel, creëert u een strategie die veranderende omstandigheden niet alleen overleeft – maar er juist in gedijt.

Mijn impressie van de samenvatting van This is Strategy

Bovenstaande mini-samenvatting is ontleend aan een Blink van Blinkist. Typisch voor de Blinks is dat ze onvolledig zijn, en dit ook aangeven. In dit geval zijn een aantal van de 297 blogs verzameld in 7 thema’s. Uit ervaring weet ik dat in zo’n Blink de inzichten veralgemeniseerd worden en dat er niet veel voorbeelden worden gegeven. Desondanks doet bovenstaande wel héél algemeen aan. Veel herhaling en eigenlijk las ik niets nieuws. Zijn alle eye-openers toevallig buiten de boot gevallen?

Conclusie

De rating en recensies zijn zo-zo, de samenvatting niet zo interessant. Alleen Seth Godin’s reputatie zou voor mij reden zijn om het boek te lezen. Maar niet op heel korte termijn. Zóveel boeken, zó weinig tijd!

Lees This is Strategy

Heb je een andere mening en wil je dit boek graag lezen, prima, moet je doen!

Lees het duurzaam:

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop het duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Eerder schreef ik over mijn strategie bij het boek:

De weg van goed naar groots (Right Thing, Right Now) van Ryan Holiday uit 2024.

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in management | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Statusangst – genieten!

Statusangst van filosoof Alain de Botton uit 2004 stond al een tijd op mijn leeslijst. Waarom? Omdat veel managementboeken die ik de laatste jaren las, ernaar verwezen. En dan wil je natuurlijk weten waaróm. En omdat ik meer over filosofie wil lezen, en ik Alain héél prettig vind schrijven, ik las eerder De kunst van het reizen. En omdat ik last heb (gehad) van statusrouw, wat er dicht tegenaan ligt. Dus verschanste ik me eindelijk op een strandbedje met dit boek, 20 jaar na publicatie. Dat had ik véééél eerder moeten doen, het is uitstekend én heeft me geholpen!

Dat ik het zo goed vind, komt mede doordat het heerlijk gestructureerd én herkenbaar is. Die structuur is bijna on-filosofisch, meer wetenschappelijk: eerst onderzoeken we de oorzaken van statusangst en daarna de oplossingen. Van ieder 5, mooi symmetrisch. Bij de oorzaken worden onze kwetsbaarheden onverbiddelijk blootgelegd, en ze zijn zó herkenbaar, dat ik méér dan open sta voor de oplossingen. En dat alles met werkelijk prachtig taalgebruik en een geschiedenislesje kunst en cultuur. Alain krijgt wel eens het verwijt dat hij filosofie te toegankelijk probeert te maken, dat het bijna zelf-hulp wordt. Nou, gelukkig maar, zo valt er tenminste veel te genieten voor beginnelingen zoals ik.

Het filosofieboek Statusangst …

… begint met definities, dat is altijd prettig. Eerst voor status: uit het Latijn voor stand; verwijzend naar een juridische positie; toegekend aan verschillende groepen maar de laatste eeuwen voornamelijk afhankelijk van financieel succes; de voordelen ervan (‘ze lachen hard om je flauwe grappen’), en de waarde die we eraan toekennen. Helder, en herkenbaar.

Dan de definitie of kenmerken van statusangst: de gedachte dat we niet voldoen; de schaamte over deze gedachten; het feit dat ons zelfbeeld van anderen afhankelijk is; de moeite om status te bereiken en te behouden (pensioen!); en de vernedering als we falen.

Alain concludeert in een stelling: Statusangst is een buitengewoon krachtige aanstichter van leed; maar de zucht naar status kan ook nuttig zijn: we benutten onze talenten; we hebben een gemeenschappelijk waardensysteem; en we kunnen het best met deze ‘aandoening’ omgaan door te proberen haar te doorgronden en erover te spreken. Alain doet dan dan ook met een analyse van 5 oorzaken en 5 oplossingen, waarbij de één in tekst beduidend omvangrijker is dan de ander.

5 oorzaken van statusangst

1.Liefdeloosheid.

Als we de belangrijke zaken eenmaal hebben, voedsel en onderdak, is onze volgende wens: liefde. Status helpt ons dat te krijgen. Niet die van familie of een geliefde, maar van de wereld in het algemeen. We bloeien op bij die vorm van aandacht, van respect, betrokkenheid. Ons ego of zelfbeeld is ‘als een lekkende ballon, die met liefde continu moet worden opgeblazen’. De mening van anderen bepaalt ons zelfbeeld.

2.Snobisme.

Waarom ‘aanbidden’ we iemand met een hoge status? Door snobisme dus. Ontstaan rond 1820, toen op Oxford en Cambridge ‘gewone’ studenten s.nob. achter hun naam kregen: sine nobilitate = zonder adellijke titel. De eerste snobs hadden dus geen status. De tegenwoordige snob kijkt neer op het ontbreken van een hoge status bij anderen. Die snob denkt dat iemands maatschappelijke positie gelijk is aan zijn waarde. Snobisme wordt van ouders op kinderen overgedragen en vloeit voor uit angst om geen respect of zelfs geen eerste levensbehoeften te krijgen. Ze omringen zich met pronk-meubelen, omdat dit liefde en respect zou opleveren.

3.Verwachting.

Vanaf 1850 is er door de Industriële revolutie grote materiële vooruitgang en zien we allerlei innovaties, denk aan de veiligheidsspeld, de naaimachine, cornflakes en confectiekleding. Die afname van gebrek zorgde paradoxaal genoeg voor een toename van angst vóór gebrek. En men was steeds meer geneigd om zichzelf en zijn bezit als ontoereikend te beschouwen. Dat komt omdat men zichzelf vergeleek met anderen binnen de referentiegroep. Als arme lijfeigenen had iedereen hetzelfde (bijna niks) maar als de welvaart toeneemt, nemen ook de verschillen toe.

Rond 1800 nam ook de filosofie van gelijkheid toe, waarin de hele mensheid dezelfde rechten en gelijke kansen heeft, waarin iedereen de top kan bereiken. Verschil in bezit kan dan niet meer verklaard worden door afkomst, en dus nemen verwachtingen én jaloezie plus de kans op vernedering toe.

En omdat we ook al niet meer geloven in het hiernamaals, is het aardse resultaat het enige dat telt.

Daarbij las men de biografieën van self-made-men en later allerlei zelfhulpboeken, denk aan die van Tony Robbins, die zelf als conciërge begon, ‘zichzelf veranderde’ en miljonair werd. Die boeken deprimeerden, in plaats van inspireerden. En dan waren er nog de Vogue, de Cosmopolitan, die lieten zien hoe de rijken leefden en wat ze droegen. De verlangens en verwachtingen werden almaar hoger.  

4.Meritocratie.

Er zijn tussen 30 na Christus en 1989 (!) drie verhalen over de armen en hun nut ontstaan. Het eerste verhaal zegt: De armen zijn niet verantwoordelijk voor hun situatie en zij zijn de nuttigste leden van de samenleving. Die armen waren ooit de boeren, die de hogere standen, de geestelijken en edelen, van voedsel voorzagen. Ze moesten dus met respect behandeld worden, ze waren waardevol.

Het tweede verhaal is: Lage status heeft geen morele implicaties. Jezus was arm, maar wel de meest verhevene mens. En uit het Nieuwe Testament was af te leiden dat de armen de aarde zouden beërven.

Het derde verhaal is: De rijken zijn zondig en immoreel, en hebben hun rijkdom vergaard met het beroven van de armen.  Dat was voor de armen dan toch een soort van troost, en het leverde een gevoel van morele superioriteit op.

Helaas ontstonden er rond 1750 ook drie andere verhalen, die aan invloed wonnen en die precies het omgekeerde beweerden. 1. De rijken zorgden met hun uitgaven voor werkgelegenheid en zijn dus het nuttigst. 2. De nieuwe aristocratie zou gebaseerd zijn op talent (=meritocratie), en de nieuwe rijken zouden dus niet op immorele wijze aan hun geld gekomen zijn. 3. De armen zijn zondig en corrupt en hebben hun armoede aan hun domheid te wijten.

O jé, nu ben je niet alleen arm, je moet je daar ook nog heel erg voor schamen! Van ‘onfortuinlijk’ ben je nu opeens mislukt! De sociaal-darwinisten stelden zelfs dat de armen ‘vergissingen van de natuur’ waren en dat het beter was ze te laten verkommeren, zodat ze overleden vóórdat ze zich konden voortplanten.

5.Afhankelijkheid.

Succes is afhankelijk van, relatief onbestendig, talent, maar niet alleen dat. Ook van geluk, gunstige omstandigheden. Maar het is not done mislukking aan pech te wijten!

Succes is ook afhankelijk van je werkgever, en steeds meer mensen gingen in loondienst werken: in 1800 was dat in de VS nog maar 1%, in 1900 50% en in 2000 90%! Opeens ben je afhankelijk van de cultuur, het voortzetten van je dienstverband, van je collega’s.

Succes is daarnaast afhankelijk van de winstkansen van je werkgever, want onder financiële druk gaat deze kosten besparen en dat betekent meestal massa-ontslagen en/of een verschuiving naar lage-lonen-landen of automatisering. En werk je bij een bedrijf dat net niet op tijd succesvol innoveert, dan ben je ook het haasje.

Tenslotte is succes afhankelijk van de wereldeconomie. Recessie gaat gepaard met faillissementen, en een groei-recessie-cyclus zorgt voor een continue dreiging.

5 oplossingen voor statusangst

Ja, het is duidelijk waar die angst, de statusangst, vandaan komt. Gelukkig zijn er oplossingen!

1.Filosofie.

Alain legt uit dat we geloven dat status niet iets is wat we zelf bepalen, maar wat anderen van ons vinden. Twee eeuwen geleden werd er nog geduelleerd om ‘eer’, en ging men liever dood dan ‘in zijn eer gekrenkt te worden’, om de meest onbenullige kwesties, Alain noemt een angorakat als voorbeeld. Ook tegenwoordig is het hooghouden van eer belangrijk, met name in de traditionele gemeenschappen. Maar ook in moderne gemeenschappen zijn we snel gekwetst door de minachting van anderen.

De Griekse filosofen leken daar geen last van te hebben. Zij gingen uiterst rationeel om met de mening van een ander. Ze hadden een bijna wiskundige als-dan-formule. Klopt die mening van een ander volgens objectieve en logische uitgangspunten? Dan verandert het mijn zelfbeeld. Klopt die mening niet? Dan heb ik misschien een slecht imago, maar het raakt me niet. In het laatste geval kunnen we een ‘intelligente misantropische houding’ aannemen. Niet iedereen is even waardevol om zijn mening belangrijk voor je te laten zijn, je kunt ‘de waardelozen’ gewoon verachten. Je houdt misschien wat weinig vrienden over … maar wel meer eigenwaarde.

2.Kunst.

Kunstenaars willen de wereld beter en gelukkiger achterlaten dan ze die aantreffen. Kunst heeft dus kritiek op het leven, daagt de status quo uit. En daagt dus dus ook de traditionele manier waarop mensen een maatschappelijke positie krijgen uit.

  • In de literatuur van de 19de eeuw worden de rijken beschimpt om hun gebrek aan deugden, Jane Austen’s Mansfield Park is een goed voorbeeld. En ook andere schrijvers hadden helden die morele kwaliteiten hadden, in plaats van financiële middelen of een indrukwekkende stamboom. Boeken zijn natuurlijk heel geschikt om de verborgen emoties en gevoelens te beschrijven, die verder nauwelijks tot uiting kunnen komen bij de zogenaamde onderklasse. De heilige Theresia van Avila had genoeg geld en relaties om opvallende goede daden te doen, zoals het stichten van kloosters, en haar karakter werd duidelijk door haar brieven aan bekende personen, en haar autobiografie. Dat is een vrouw uit de arbeidersklasse niet gegeven.
  • Schilderijen geven ook vaak het leven van gewone mensen weer, de ‘genrestukken’. Hier werd door de Franse schilderacademie op neergekeken. Portretten van edelen waren de norm. Gelukkig waren er zat grote kunstenaars die een andere mening hadden.
  • Bij het toneel is er de tragedie, die de verhalen vertelt van grote fiasco’s zonder te spotten of te veroordelen, en zorgt dat we sympathie krijgen voor moordenaars als Othello. En natuurlijk de komedie, met grappen en karikaturen van misstanden en ‘klachten’. We lachen om de raakheid van de klacht, bijvoorbeeld machtsmisbruik. De komedie is het effectiefst bij kritiek op mensen in hoge posities. De komieken plagen ons, gewonere mensen, óók met onze status-angst maar tegelijkertijd impliceren ze dat we best voldoen en dat we veel geestverwanten hebben, die óók slapeloze nachten hebben. Gedeelde smart …

3.Politiek.

De vereisten voor een hoge positie zijn afhankelijk van de tijd en de soort samenleving. Wie hadden wanneer de hoogste status?

  • In 400 BC in Sparta waren het de krijgers: agressieve vechtersbazen met een flinke moordlust en seksuele driften, en weinig belangstelling voor het gezinsleven, handel en weelde.
  • In 500 AD in Europa waren het de heiligen, met een afkeer van doden en materieel bezit, en daarbij zeer zedelijk.
  • In 1000 in Europa waren het de Kruisridders, die hielden van weelde, doden (van moslims en dieren), seks en paarden. Ze waren niet geïnteresseerd in handel.
  •  In 1800 in Engeland ging het om … dansen, een verzorgd uiterlijk, elegantie. De ‘gentlemen’ waren rijk, hadden een gezin en maîtresse.
  • En in Brazilië van 1600 tot 1960 ging het om jaguars doden.

Het gaat uiteindelijk om de belangrijkste dienst die ze de samenleving te bieden hebben: veiligheid (krijgers en kruisridders), voedsel (jagers), handel (de ondernemers van nu). Of door karaktertrekken of vaardigheden (heiligen en de voetballers van nu).

Statusidealen zijn dus veranderlijk, hoe mooi is dat! Het veranderproces noemen we politiek. Verschillende groepen gebruiken politiek om hun eigen groep hoger op de statusladder te krijgen. En inmiddels is er weer wat veranderd: in 2002 in de grote wereldsteden draait het om geld en het bedrijfsleven.

In de 19de eeuw kwam er een andere blik op ‘spullen’: spullen die voorzien in het levensonderhoud maar ook spullen waar men ‘met goed fatsoen’ niet buiten kan, zoals een linnen hemd. Het draait nu om fatsoensnormen. Armoede is nu onfatsoenlijk! Want iedereen kan zich een linnen hemd veroorloven, behalve de dronkaards, de dieven, en anderen die geen baantje kunnen krijgen. (Naast geld = deugdzaam, denken we inmiddels ook dat geld = gelukkig. Nog zo’n misvatting).

Gelukkig is er dus de mogelijkheid tot verandering; de inferioriteit van vrouwen en andere rassen werd ooit gezien als natuurwet, maar inmiddels zijn we wijzer. Het huidige statusideaal is óók niet ‘natuurlijk’ of ‘door God beschikt’.

4.Christendom.

De dood is een game changer. Als je bijna dood bent, twijfel je aan de zin van je rijkdom of je roem. Je aandacht verschuift van wereldse zaken naar spirituele zaken. Als je bijna dood bent kan je niet meer de dingen doen waarom de samenleving je respecteert. Je krijgt daarom ook minder aandacht en respect. Wie zal je nog komen opzoeken in het ziekenhuis, wie heeft medelijden met je? Het was ‘voorwaardelijk liefde’. Zou je dan niet veel eerder je aandacht moeten richten op de relaties die het verlies van je status wél overleven?

Als je eens stilstaat bij de dood van anderen, met name van degenen op wie je jaloers bent door hun status, word je doordrongen van je eigen sterfelijkheid én raak je van je statusangst af. Want iedereen verlies zijn status, vroeg of laat. Ook het kijken naar ruïnes heeft dat effect, want alles dat ooit machtig was, is jaren later ingestort. Zelfs de machtigste namen zijn tot vergetelheid gedoemd, hoe vaak vinden we geen graven gevuld met rijdommen, en anonieme botten? Je gaat je vanzelf nietig voelen, en ook uitgestrekte landschappen geven dat gevoel van nietigheid.

In plaats daarvan komt het ontzag voor ‘een kracht die we geroepen zouden kunnen zijn oneindigheid of eeuwigheid te noemen, of, wat eenvoudiger is, God’. Wat een mooie zin! Het Christendom promoot gemeenschapszin en de overeenkomsten tussen mensen (‘we zijn allen schepselen van God’), door kerkdiensten en het zingen van kerkliederen. Daarnaast was Jezus timmerman én de heiligste aller mensen. Tegelijkertijd. Er zijn dus twee soorten status: aardse en spirituele, en die laatste bepaalt of je in de hemel of de hel terechtkomt. Spiritueel succes is beter dan materieel succes, en dit is zichtbaar in de christelijke kunst, waarin de christelijke waarden worden opgehemeld. In de kathedralen die boven alle paleizen en fabrieken uittorenden, waren alle rangen en standen welkom.

5.Bohème

Bohème ontstond rond 1800, met ‘gewone’ mensen die veel lazen, veel om kunst en weinig om materieel bezit gaven, en een ‘onconventioneel seksleven’ leidden. Zeg maar de hippies van die tijd, vrijgevochten, onfatsoenlijk, zich afzettend tegen de bourgeoisie.

Natuurlijk hadden ze een andere mening over status: kunst, en niet geld, is onderscheidend. Ze gaven hun vaste baan op om zich aan de kunst of aan familie te wijden. Ze zien er op schilderijen dan ook uitgemergeld uit! Ze vonden zelf niet dat ze in armoede leefden, maar ‘eenvoudig’. Geld tast de ontvankelijkheid van de ziel aan, rijken ‘zien de wereld niet’. Ze waren bepaald non-conformistisch! Sterker nog, de dadaïsten en surrealisten wilden alleen maar choqueren.

Er waren veel excessen, maar de verdienste van de bohemiens is wel dat ze vraagtekens zetten bij kleinburgerlijke idealen, waaronder orde, regels en bureaucratie. Er zaten veel beroemdheden tussen de bohemiens: dichters, schrijvers, die deze levenswijze aanvaardbaar maakten. En die beroemdheden hebben ons doen beseffen dat er alternatieven zijn voor het heersende statussysteem. Ook de dichter, reiziger en essayist kan een hoge status verdienen.

Ter afsluiting zegt Alain dat status wordt verleend door publiek en we kunnen ons eigen publiek kiezen. De vijf oplossingen hebben laten zien dat we nieuwe statushiërarchieën kunnen scheppen. Er zijn andere manieren dan de huidige, om in het leven te slagen.

Mijn evaluatie van Statusangst

Terwijl ik dit schrijf gaat de discussie over Musk, Bezos en Zuckerberg, met hun geld en hun macht. Mensen als zij hebben status in de ogen van velen, zijn geslaagd in het leven. En in de ogen van velen zijn ze het kwaad, dragen ze niets wezenlijks bij aan de maatschappij, met het uitbuiten van hun werknemers en het vervuilen van de planeet. Materieel, maar geen moreel succes dus. Ik vond het erg interessant om over de verschillende vormen van status te lezen, en hoe die in de loop van de geschiedenis zijn veranderd. Zo langzamerhand zien we de opkomst van nieuwe helden: wetenschappers en politici die staan voor duurzaamheid en solidariteit. Dat verandering eerder heeft plaatsgevonden geeft hoop op nieuwe veranderingen. Hoe relevant en tijdloos is dit onderwerp!

Daarnaast heeft het me persoonlijk veel nieuwe inzichten gegeven. Ik heb ‘last’ van ‘statusrouw’, een term die ik zojuist verzon, en die het gevoel van verlies weergeeft dat ik heb na het afscheid van mijn hoge positie, met bijbehorend topsalaris en dure auto, en daarna mijn afscheid van het werkend leven, met het bijbehorend gevoel van betekenis. Hoe bijzonder dat eigenwaarde toch deels blijkt af te hangen van deze zaken die me in de ogen van anderen ‘belangrijk en interessant’ maken. Alain’s verhandeling heeft me geholpen de zaken in perspectief te zien, met name de oplossingen Filosofie en Bohème. Kies je eigen publiek, de mensen wiens mening je belangrijk vindt en bepaal zelf wie jouw helden zijn! Ik ga voor Greta Thünberg en Michelle van Tongerloo.

De onderbouwing is geweldig! Een ongelofelijke hoeveelheid werk van filosofen en kunstenaars wordt opgevoerd om de stellingen van Alain te onderbouwen. Veel klassiekers uiteraard, voornamelijk uit de 18de en 19de eeuw. Maar ook een boek als …The Wealth of Nations, wat een filosofisch boek was, en verplichte kost voor economen.

Uitvoering

De stijl is prachtig, ik houd van de mooie volzinnen, die af en toe wat ouderwets aandoen, maar heel beeldend zijn, en soms humoristisch en zelfs cynisch. Je ziet de krijgers uit het oude Sparta voor je, en de armen die zich geen linnen hemd kunnen veroorloven en dus ‘onfatsoenlijk’ zijn. De vele illustraties, vaak afbeeldingen van schilderijen, maar ook cartoons en reclames, zelfs een simpele foto van een tram in Zwitserland of een supermarkt, helpen hierbij.

Ik ben blauw en dus gevoelig voor een duidelijke structuur. Dat biedt Alain ook, met zijn 5 oorzaken en 5 oplossingen, en de subhoofdstukken in sommige grotere hoofdstukken. De rode draad is duidelijk, en zijn boodschap ook. Dat is best knap, want het boek heeft geen voorwoord, leeswijzer, nawoord of samenvatting.

Tenslotte geef ik het boek credits voor FOMO: er wordt zoveel naar verwezen in managementboeken (waaronder Het happy 2050 scenario, wat ik hiervoor las) dat je echt wat mist als je het niet gelezen hebt. Daarbij is dat lezen bepaald geen opgave, je wordt er bepaald vrolijk van. Niks geen statusrouw meer, of statusangst. Proberen te deugen is goed genoeg.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Statusangst duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb! (Daar gaat mijn exemplaar nu heen…)

Koop Statusangst duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes (dat deed ik ook!);
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie, Uncategorized | Tags: , , , | 3 reacties

Recensie Het happy 2050 scenario – Wow!

Wow, wat een geweldig boek is dit! Babette Porcelijn noemt haar Het happy 2050 scenario uit 2023 (de herziene editie) een soort ‘lees-encyclopedie’. Ja, dat dekt de lading zeker: veelomvattend, feitelijk, gestructureerd, geïllustreerd en heerlijk leesbaar. Zó knap hoe Babette het best complexe onderwerp ‘geluk’ uiteenrafelt in veiligheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en welzijn. Van macro (de aarde) naar micro (jouw lichaam & geest) en alles ertussenin. Petje af.

Het meest onder de indruk ben ik van de illustraties, het boek barst bijna uit zijn voegen van de infographics, en veel externe tabellen en overzichten zijn verduidelijkt en versimpeld zonder iets van de boodschap en globale betrouwbaarheid te verliezen. Heel toegankelijk dus. De gebruikte basiskleuren, roze-rood en turquoise-groen geven het geheel toch een rustige en prettige uitstraling, en representeren in voorkomende gevallen fout (roze-rood) en goed (turquoise-groen). Heb je geen zin om te lezen, dan is het scannen van deze infographics (bijna) genoeg om de kern van het boek te begrijpen. Hoe slim!

Het mens & maatschappijboek Het happy 2050 scenario …

…. begint heel prettig met een superkorte samenvatting van Babette’s vorige boek: De verborgen impact, uit 2016. Dat las ik ook, en vond het heel goed, maar wat gedateerd (ik las het in 2022 dus dat is niet zo gek). Ken je dat boek al, dan kun je dit hoofdstuk eventueel overslaan. Babette geeft aan dat ze de definitie van ‘impact’ heeft uitgebreid: van alleen de impact op het milieu is nu ook de impact op mensen meegenomen, in de infographics is dit aangegeven met een in lengte variërende slavernijketting. Begrijpelijk, als ook rechtvaardigheid als vereiste voor geluk is meegenomen. De impact op milieu is uitgebreid met de drivers achter de verborgen impact, denk aan corruptie, lobby, ongelijkheid, tekortschietende wetgeving en handhaving, etc.. Zo wordt het behapbaar gemaakt.

Gelukspoppetje als raamwerk

Het boek heeft ook een raamwerk, in de vorm van een kleurig ‘gelukspoppetje’. Dat heeft zeven lagen als lichaam, en een hoofd wat het einddoel, ‘geluk’, weerspiegelt. Het komt misschien in eerste instantie wat kinderlijk over, maar het heeft een functie. Elk van de 7 lichaamslagen heeft één of meer aparte hoofdstukken, van onder naar boven: Veilige planeet; De crew; Beleid; Natuurlijke hulpbronnen; Economie; Gelijke kansen; Welzijn. Het poppetje komt regelmatig terug.

De opbouw van het poppetje is logisch: geluk is grotendeels gebaseerd op welzijn, en welzijn hangt af van de mate waarin er binnen een land gelijkheid is. Welzijn is ook gebaseerd op welvaart, dat door de economie wordt verdeeld. De economie is gestoeld op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen (water, energie, voedsel). Gelijke kansen en het verbruik van de hulpbronnen wordt bepaald door beleid, wat wordt gemaakt door politici. Deze worden gekozen door de ‘crew’ (van de planeet, een actieve rol dus!), en de crew heeft via consumeren ook directe invloed op het verbruik van hulpbronnen. De veilige planeet is de basis van alles: een schoon milieu en stabiel klimaat zorgt voor een gezonde leefomgeving. Zinnig!

In de hoofdstukken die deze lichaamslagen uitwerken, kwam ik veel, heel veel interessants tegen. Ik zou graag een globale inhoud geven, maar dat gaat natuurlijk niet bij een encyclopedie van zo’n 500 pagina’s. Omdat het boek een vrij compleet overzicht geeft, was het grootste deel me al bekend, ik lees hier de laatste tijd veel over. Ben je ‘beginneling’ op dit vlak, dan is dit boek perfect voor je. De zaken die mij extra opvielen, die nieuw voor me waren, of waarvan ik de beeldspraak erg goed vond, vind je hieronder, een beetje ad-hoc, maar misschien is het voor jou óók nieuw!

Het plan

De eerste vier hoofdstukken, samen deel 1 Het plan, gaan kort in op de ingrediënten van geluk, waar we nu staan qua ‘ecosysteemdiensten’, wereldbevolking, gelijkheid etc., hoe het anders kan, met een grote rol voor Kate Raworth’s Donut en een kritische beschouwing van de SDG’s, en een introductie van verschillende scenario’s, waaronder die van de Club van Rome, de SSPs, Rockström en natuurlijk die van Happy 2050. Goede context!

De planeet

Deel 2 gaat over de planeet. Wat ik opschreef was heel divers:

  • Dat rijst beter droger geteeld kan worden om de methaanuitstoot te verminderen, en dat ik dus beter ook wat minder rijst kan eten.
  • De besparing in CO2-uitstoot volgens project Drawdown, in een mooie infographic. Hierover ga ik elders verder lezen!
  • Dat bio-based verpakkingen helemaal niet zo goed afbreekbaar zijn en de te reclyclen plasticstroom ‘vervuilt’. Oh?
  • Dat bouwen met hout i.p.v. staal resulteert in betere brandwerendheid én waterafstotendheid. Ja, echt, als je de buitenste laag hout eerst verbrandt. O ja, het stoot ook ongedierte af.
  • Over het dilemma van mijnbouw op Groenland: slecht voor de natuur daar, goed voor de energietransitie die op haar beurt natuur beschermt, maar dan elders in de wereld. (Gaat Trump dit dilemma beslissen?)

De mens

Deel 3 gaat over de mens. Wat schreef ik op?

  • Bij de drivers voor oorlog en vrede staat: religieuze verschillen alléén veroorzaken geen oorlog, alleen als ze gecombineerd worden met ongelijkheid. De bron hiervan is het PBL, 2018. Hoe boeiend, ik las hier pas recent wat over in de media.
  • Verder een mooi overzicht van de 30 Rechten van de Mens, ontleend aan de Universele Verklaring uit 1948. Waaronder: cultuur moet worden beschermd; recht op werk naar keuze met een eerlijk loon en vrije vakbonden; je hebt recht op privacy en bescherming van je goede naam. Interessant!
  • Iets heel anders: in de eerste 1000 dagen van je leven worden bepaalde onderdelen van je DNA geactiveerd of uitgeschakeld, wat bijvoorbeeld van invloed is op je aanleg voor overgewicht en verslaving. In die periode moet je dus ultieme zorg krijgen van je ouders of professionals.
  • Eenzaamheid komt gemiddeld het minst voor in individualistische samenlevingen. Je leest het goed: het minst. Want de cultuur van een collectivistische samenleving, een hechte gemeenschap, kan zo dwingend zijn dat mensen het gevoel hebben er niet aan te voldoen en zo buiten de groep komen te staan.
  • We kunnen anders aankijken tegen succes. Alain de Botton zegt in zijn boek Statusangst dat er in het verleden uiteenlopende opvattingen waren over wat aanzien geeft. Dat kan dus wéér veranderen, bijvoorbeeld naar authenticiteit, behulpzaamheid, etc. Goeddoen en eco-positief leven. Ons streven naar aandacht en status wordt dan een stuk gezonder!
  • Bij het onderdeel discriminatie staat een interessant stukje over stereotypering. ‘Groen is meer iets voor vrouwen’. Vrouwen doen vaker de boodschappen en marketeers voor duurzame producten stemmen hun marketing op hen af. Duurzaam is ‘dus’ niet mannelijk, en mannen willen niet met plantaardig vlees gezien worden. Dat leidt dus tot een vicieuze cirkel.
  • Over moderne slavernij: volgens slaveryfootprint.org werken er 40 tot 60 mensen in slavernij voor één gemiddelde westerse consument. Onder slavernij vallen ook kindsoldaten, gedwongen huwelijken, gedwongen prostitutie. Alles bij elkaar 40 miljoen slaven! (Ik was geschokt, ging daarom naar die website, maar die vond ik niet zo duidelijk. Ander leesvoer hierover zoeken dus.)
  • Nederland is de grootste producent ter wereld van synthetische drugs, 20 miljard euro per jaar, zo lees ik in het hoofdstuk Valsspelers.
  • Heel veel interessante feitjes over landen in Sub Sahara Africa (SSA), die voornamelijk leunen op landbouw en mijnbouw.

De economie

Deel 4 gaat over de economie. En ook over dit deel schreef ik een blaadje vol!

  • We monitoren het bbp, dus het geld dat we produceren. We willen dat dat steeds maar groeit. We kijken niet naar wat we al hebben opgebouwd, naar ons kapitaal. Hebben we ooit eens genoeg kapitaal? En veel zaken meten we gewoon niet, zeg maar ‘uitstaande schulden’ in de vorm van schade aan de planeet. Ook menselijk kapitaal (welzijn, onderwijs), geproduceerd kapitaal (infrastructuur), sociaal kapitaal (rechtsstaat) en natuurlijk kapitaal (water, schone lucht) vertalen we gewoonlijk niet in geld. En natuurlijk zegt bbp niets over de verdeling van inkomen en kapitaal. Dus bbp zegt niks over hoe goed het met ons gaat. Bekende materie, maar goed verwoord.
  • We betalen de verborgen kosten niet, en dat geeft verkeerde prikkels. Denk aan een vakantiehuisje: je kunt álles slopen en gewoon vertrekken, De verhuurder zit met de gebakken peren. Mooie metafoor!
  • De zogenaamde ecosysteemdiensten zijn ooit door Constanza en Stiglitz teruggerekend naar $. Jaarlijks verliezen we tussen 3% en 15% van de waarde van al het natuurlijk kapitaal, wat overeenkomt met 5% tot 25% van het wereld-bbp. Dat draagt bij aan 3% jaarlijkse groei van het bbp wereldwijd. Het PBL berekende de milieuschade over 2007 voor Nederland: 6,2% van het bbp. De bbp-groei dat jaar was 3,7%. In feite is er dus gewoon sprake van krimp. Kijk, dát wist ik niet.
  • En ook hier een mooie metafoor: een auto-ongeluk. Harstikke goed … voor het bbp, want de zorgverleners maken omzet, en de dealer die je een nieuwe auto verkoopt ook. Maar voor de inzittenden niet zo best, maar ja hun welzijn telt voor het bbp niet mee. (Mariana Mazzucato had ook zo’n goede metafoor: zelf je rotzooi [laten] opruimen doet niets voor het bbp, laten liggen en de gemeente het laten opruimen is goed voor het bbp.)

Aan de slag

Deel 5 is Aan de slag. In de voorgaande delen zijn steeds algemene verbeteringen toegevoegd onder het kopje ‘In het 2050 scenario doen we dit’, en ook praktische tips voor onszelf individueel onder ‘Wat kan ik doen?’ Al die verbetermaatregelen volgen heel logisch uit de misstanden die Babette daarvoor uitgebreid omschrijft. Op zich zitten hier geen verrassende zaken tussen (behalve minder rijst eten, ha ha), het zijn wel heel nuttige overzichten.

  • In Aan de slag gaat ze in op Beleid en de Crew, met hele praktische stappenplannen, al bestaande oplossingen, een self-assessment en een heel leuke tabel hoe Happy-2050-keuzes bijdragen aan je gemak. Bijvoorbeeld: als je consumindert, heb je minder spullen, en hoef je minder op te ruimen. En als je niet vliegt, vermijd je de ellende van inchecken én jetlag. Als je met het OV gaat, hoef je niet meer op de weg te letten. Oké, het levert ook wat gedoe op: fietsen met slecht weer, de bus missen, geen verre reizen kunnen maken. Maar daar heeft ze ook weer oplossingen voor: regenkleding, een OV-app, Europa ontdekken. Ha ha!
  • Verder raakt Babette nog even de BVm, de Besloten Vennootschap met Maatschappelijk doel, vergelijkbaar met de Amerikaanse B-Corp, waarvan er al vele zijn in Nederland. De BVm is al een paar jaar in de maak, maar er ligt nog steeds geen wetsvoorstel.

Het boek sluit af met een indrukwekkende bronnenlijst, Babette heeft dan ook zo’n 5 jaar aan het boek gewerkt en enorm veel informatie verzameld.

Mijn evaluatie van Het happy 2050 scenario

Ik had echt het WOW-gevoel bij het lezen. Wat een ongelofelijke hoeveelheid informatie én inspiratie in zo’n heerlijk lees- en kijkboek. Aan de onderwerpen hierboven kun je zien dat de breedte echt indrukwekkend is. En álle onderwerpen die ze bespreekt zijn relevant.

Ik vond het uitgangspunt, geluk, en het gebruik van het gelukspoppetje met een lichaam in lagen, erg goed gevonden en origineel. De lagen volgen logisch op elkaar, en zijn ook logisch over de verschillende delen in het boek verdeeld. In deel 2 De planeet vind je de lagen Veilige planeet en Natuurlijke hulpbronnen, bij deel 3 De mens vind je Welzijn en Gelijke kansen. Dit zorgt ervoor dat er geen overlap is tussen de verschillende hoofdstukken. Het raamwerk is dus duidelijk en de structuur is prima.

Natuurlijk loopt ook dit boek het risico dat het cijfermateriaal, wat uiterst omvangrijk is, op den duur niet meer actueel is. Omdat Babette veel met trends werkt heeft zij algemene conclusies getrokken die minder snel verouderen. Ook is het bronnenmateriaal goed aangeduid, zodat je zelf ook op zoek kunt naar actuele cijfers voor specifieke onderwerpen. (Dat probeerde ik voor de sociale mobiliteitsindex, maar ik kwam op andere getallen. Mmmmm.) Van veel onderwerpen, zoals de psychologie en fysiologie van ons mensen, verwacht ik ook niet snel andere inzichten. En ook de gini-coëfficient, voor ongelijkheid, verandert niet in een paar jaar. De resulterende aanpak in Aan de slag is praktisch, maar toch algemeen genoeg om langdurig geldig te blijven. Niet vliegen, minder vlees eten, dit zullen we de komende jaren blijven horen, misschien met wat nuances (kweekvlees mag wel?).

De uitvoering is geweldig, met wat kleine kanttekeningen. Zo breken een klein aantal infographics te kort af, zodat niet alle tekst op de bladzijden staat. Ook: Tversky kreeg géén Nobelprijs, want was al 6 jaar dood toen deze onderscheiding aan Daniel Kahneman werd uitgereikt voor het werk dat zij gezamenlijk hadden gedaan. En zo zijn er nog wat kleine onvolkomenheden, waaronder wat typo’s, die echter in het niet vallen bij het enorme plezier dat de illustraties mij gaven en bij de zeer prettige schrijfstijl van Babette. Zij eindigt een zin vaak met Wat?? Amazing! Jeetje, balen zeg! En dat is dan precies wat ik op dat moment óók denk. Goed gedaan hoor!

De bronnenlijst is uitgebreid want Babette heeft dan wel een duidelijke eigen mening, zij presenteert vooral heel veel feiten en statistieken als onderbouwing. Ik was verheugd ook een aantal boeken /auteurs tegen te komen die ik zelf ook las en zeer waardeerde. Dat zijn onder andere Donuteconomie van Kate Raworth, het werk van Mariana Mazzucato, Homo Deus van Yuval Noah Harari, Ons feilbare denken van Daniel Kahneman, Material Matters van Thomas Rau, Statusangst van Alain de Botton. Natuurlijk mag ik De verborgen impact van Babette zelf niet onvermeld laten, en zette ik het boek Slaap je wakker en gezond van haar halfbroer Hans Hamburger op de leeslijst, omdat Babette het manuscript na Hans’ overlijden in 2021 afmaakte en er een paar keer naar verwijst (‘nu heb ik mijn punt wel gemaakt’). Ik ben een fan van Babette!

En nu mijn goede voornemen, om ten minste één inzicht uit elk boek in daadwerkelijke actie om te zetten. Babette adviseert halvering van impactvolle activiteiten. Veel doe ik al beduidend minder, maar korter douchen niet. Toch eens timen wat mijn gemiddelde is, en halveren, tot max 4 minuten. En dan mijn inspiratie, die nu met lekker lang douchen gepaard gaat, halen uit een verdubbeling van de dagelijkse wandeling. In de regen wandelen, is dat wat? (Update: ik douche 2 x 3 minuten, zo blijkt. Als ik direct na het opstaan ga sporten is dat misschien te combineren. Mmmm.)

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Het happy 2050 scenario duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Het happy 2050 scenario … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van management- en maatschappijboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 5 reacties

Recensie: Faalmoed – over kwetsbaarheid

In 2021 werden een aantal columns en artikelen van filosofe Stine Jensen gebundeld tot Faalmoed. De onderwerpen zijn gevarieerd, van kwetsbaarheid tot identiteit, van leeftijd tot liefde, en ook nog overgave en schoonheid. Veel food for thought, en inhakend op (ooit) actuele onderwerpen, waaronder Corona.

Het thema van de Maand van de Filosofie 2019 was ‘Ik stuntel dus ik ben’, en op Stine’s eerste sprekers-uitnodiging staat: ‘Wij dachten meteen aan U’. Een twijfelachtige eer, maar ook niet zó gek, want Stine deelde haar gestuntel regelmatig in haar columns. Ook deelde ze op tv haar ‘CV der mislukkingen’, in navolging van de ‘faal-CV’ die uit de VS overwaaide. Brené Brown is bekend geworden door haar TEDTalk over faalangst, kwetsbaarheid en moed. We moeten ons dus oefenen in faalmoed, zegt Stine. En in deze bundel zet ze de falende, kwetsbare, verlangende mens centraal.

 

Cover van Stine Jensen's Faalmoed

Het filosofieboek Faalmoed …

….. raakte me met een aantal columns. Zo is daar De kwetsbaren. Stine vertelt hier over een wandelvakantie in IJsland, waarbij de groep in drie delen uiteenvalt: de fanatieke koplopers, de middenmoters en de achterblijvers. Die laatste groep bestaat uit oudere vrouwen, een paar met hoogtevrees, eentje met een blessure, de rest gewoon erg langzaam. Ze houden de boel op en Stine, een middenmoter, ergert zich kapot. Totdat ze zelf geblesseerd raakt. Ze wordt geholpen en gesteund, fysiek en mentaal, door die groep achterblijvers. Het was een levensles, die ze zich met name herinnert tijdens Corona, toen we ons moesten beperken om een kleine groep kwetsbaren te beschermen. Dat is de test van beschaving, stelt Stine, hoe je met de kwetsbaren omgaat. De kwetsbaren kunnen jong of oud zijn, vreemden of geliefden. Of jijzelf.

Liefde en bergen

In Alles stuk gaat het over een podcast van Roel van Velzen, waarin deze over zijn scheiding praat, een persoonlijk faalverhaal. Hij heeft steun gevonden bij liedjes, boeken, en … filosofie. Met name het boek Weg van liefde van Alain de Botton heeft hem geholpen. Dus: lees een goed boek als je je ongelukkig voelt, zegt Stine.

In The Art of being Art gaat het niet over kunst maar over Art Rooijakkers. Art deed jaren de presentatie van Wie is de Mol? maar deed ook serieus journalistiek werk. Die twee persoonlijkheden vindt Stine moeilijk te combineren: ze blijft bij het ernstige nieuws de ironisch opgetrokken wenkbrauw zien. David Brooks beschrijft in De tweede berg ‘het tragische zwoegen van de moderne mens, immer laverend tussen entertainment en betekenis’. Op de eerste berg ben je je succesvolle leven aan het Instagrammen. Op de tweede berg vind je verbinding, intimiteit en betrokkenheid bij anderen. In televisieland is de eerste berg de commerciële omroep, de tweede berg de NPO. Art stapte overigens na het beklimmen van die tweede berg weer snel over naar berg één. Zijn die twee bergen niet te combineren in televisieland?

Lezen

En dan de column Lezen. Maarten ’t Hart zei ooit dat hij het leven had weggelezen. Hij las een boek per dag, in plaats van naar buiten te gaan, met mensen te praten, het leven te plukken. Wie leest, leidt een tweedehands leven. Roman Krznaric schreef hier een boek over: Carpe Diem. Trok zich maandenlang terug uit het leven om een boek te schrijven over ‘pluk de dag’. Hoe paradoxaal. Als je op je sterfbed ligt, heb je dan spijt van dat ene boek dat je niet gelezen hebt? Nou nee. Maar lezen is goed en zinvol. Het leven is wél te kort om slechte boeken te lezen. Dat is Carpe Diem niet, volgens Stine. En in je zoektocht naar hoe je leven in te richten is dáár een boek over lezen gewoon een goed idee.

Mijn evaluatie van Faalmoed

Ik vond de meeste columns aardig om te lezen, en redelijk concreet in de vragen die ze opwierpen. Dat is de kracht van filosofie: je dingen geven om over na te denken zonder met hele krachtige meningen te komen. Wel waren een aantal columns gedateerd, ondanks de moeite die besteed is aan het herzien en actualiseren ervan. Dat geldt met name voor de columns over Corona, maar ook die, die over tv-programma’s en dergelijke gaan.

Erg prettig vond ik de vele verwijzingen naar en besprekingen van boeken van andere filosofen, ik schreef weer heel wat op! Die van Alain de Botton in ieder geval, ik ben een fan van zijn werk.

Moet je dit boek persé lezen? Nou nee, beter pluk je de dag!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties 0, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO –

Ik gaf het boek 3* . (Maar omdat ik zeker geen expert ben voor meer filosofische boeken geef ik graag ook de GoodReads rating: 3,33*).

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie maar wel duurzamer:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus…..
  • Pik het op in een minibieb (dat deed ik ook!)
  • Of ga naar je lokale / online bibliotheek.

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 1 reactie

Familie: ‘nicht’ Susan Cain

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Susan Cain.

Waar schrijft ‘nicht’ Susan Cain over?

‘Nicht’ Susan schrijft over psychologie en dan met name over neurodiversiteit en introversie. Ze werd in één klap wereldberoemd met haar boek Quiet, in het Nederlands vertaald als Stil, over introvert zijn. Daarna schreef ze over hetzelfde onderwerp een aantal vervolgboeken. Introverten hebben, eerder dan extraverten, genoeg aan hun eigen gedachten, het zijn diepe denkers. Het resultaat van haar eigen diepe denken was het onlangs gepubliceerde Bittersweet (in het Nederlands: Bitterzoet) wat gaat over melancholie, verlangen, verdriet, wat een bron kan zijn van creativiteit en transcendentie. Meer filosofisch, inderdaad.

Heeft ‘nicht’ Susan Cain ook andere zakelijke activiteiten?

‘Nicht’ Susan is oprichter van de Quiet Life Community, waar mensen (tegen betaling) van gedachten kunnen wisselen over nou ja, het leven in stilte, maar ook over kunst en poëzie. Ze heeft een nieuwsbrief hierover op Substack. Ze geeft ook cursussen: over hoe je als introvert op het werk beter je talenten kunt benutten (gebaseerd op Stil) en over meditatie (gebaseerd op Bitterzoet). Natuurlijk geeft ze betaalde presentaties aan bedrijven en keynotes op bijeenkomsten (welke auteur doet dat niet … maar wacht: geen pretje voor een introvert!).

Samen met Adam Grant, Daniel H. Pink en Malcolm Gladwell is ze curator van de NextBigIdeaClub, een betaalde boekenclub. Ze adviseren over Must-Read boeken, dit is de longlist voor december, waar de curators een keuze uit gaan maken. Ook hebben ze regelmatig virtual round tables en diners met auteurs in NYC.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Susan Cain eruit?

‘Nicht’ Susan Horowitz is opgegroeid in de staat New York. Ze ging naar Princeton, waar ze haar bachelor in Engelse literatuur deed (geen rare keuze voor een introvert) en ging daarna rechten studeren aan Harvard. Ze werkte daarna als advocaat op een advocatenkantoor op Wall Street en vervolgens als zelfstandig onderhandelaar. Die jaren beschrijft ze als ‘werken in een vreemd land’, wat me niet verbaast, want wél een bijzondere keuze als introvert. Ze trouwde met Ken Cain en samen hebben ze twee kinderen.

In 2005 ging ze aan de slag met haar boek Quiet, waar ze 7 jaar (!) aan schreef, de laatste 3 jaar fulltime. Héérlijk vond ze dat! Vlak na de publicatie van deze bestseller hield ze een mega-populaire TEDTalk. Niet héérlijk, ze was al een jaar ervoor bezig met de voorbereidingen en heeft zelfs nog een week acteerlessen gevolgd voordat ze het podium opging. Inmiddels is ze beter in spreken in het openbaar, zegt ze, maar leuk wordt het niet. Zelfs een ‘glaasje extraversie’ (= een borrel) helpt haar niet, zo vertelt ze in Quiet.

Haar favoriete tijdsbesteding? Lezen.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Susan Cain?

‘Nicht’ Susan schreef 6 managementboeken, waarvan ik er 2 las. Ik vond 1 een Must Read! En daar schreef ik dan ook Booknotes van (een soort mini-samenvatting, gratis te lezen)

*A Quiet Life in 7 Steps (2024)

Audioboek, alleen Engelstalig. Ik heb het niet beluisterd, ik ben niet zo van de audio. Flaptekst: In a world of distraction, overcommitment, and often overwhelming social expectations, are you craving depth, meaning, and true connection? Join Susan Cain, who will help you tune out all of your everyday stresses and conflicts and tune into living a Quiet Life. In seven steps, Susan will show you exactly how to lead your own Quiet Life. Te beluisteren via Audible

‘De helende kracht van verdriet en verlangen’ is de ondertitel, en ‘nicht’ Susan’s betoog is dat je deze twee aspecten kunt transformeren in creativiteit, transcendentie en liefde. Het boek is een symbiose van verhalen over wetenschappelijke onderzoeken, anekdotes over beroemde en minder beroemde mensen, filosofische bespiegelingen, zelfhulp, een ode aan auteur/ singer-songwriter Leonard Cohen en een memoir. De relatie tussen ‘nicht’ Susan en haar moeder is de rode draad, en hierin stelt ze zich heel open en kwetsbaar op. Het lijkt alsof ze één van haar adviezen, schrijf het van je af, zélf heeft opgevolgd. Lees meer in mijn recensie (3 1/2 *). Koop bij Bol

Niet in het Nederlands vertaald. Flaptekst: This companion journal will help you to harness your secret strengths, improve communication at home and at work, and nurture your best self. This guided journal takes you on the Quiet journey to becoming a stronger, more confident person. In part one, you’ll learn more about your own temperament through a self-assessment quiz, which will teach you to make progress towards self-awareness, and realize your own authentic qualities and worth. Part two will then empower you to put that knowledge to practice with prompts for taking action in every aspect of life. Koop bij Bol

*The Power of Introverts: 9 Best-Loved Stories (2016)

Dit is een gratis eBook waarin aan de hand van persoonlijke blogs, quotes en links naar allerlei extra informatie een soort samenvatting van Quiet wordt gegeven. Je kreeg dit Ebook gratis bij het inschrijven op The Quiet Life, een community van Susan.

Stuur me een mailtje en ik stuur het in pdf naar je toe.

Het oorspronkelijke boek Stil was gericht op het werk, dit boek gaat helemaal over de wereld van kinderen: school, buitenschoolse activiteiten, het gezinsleven en vriendschap. Je leest over échte kinderen die de uitdagingen van het niet-extravert zijn, zijn aangegaan, en die op hun eigen stille wijze, opvielen. Je leest over het levensverhaal van ‘nicht’ Susan zelf, en je vindt tips aan het eind van elk hoofdstuk. En er is zelfs een gids aan het eind van het boek voor leraren en ouders. Dit boek vol inzichten, toegankelijk en activerend, is geïllustreerd met grappige cartoons. Koop bij Bol

* Stil (Quiet) (2012)

Wat een heerlijk boek is dit! Met name als je introvert bent, want dan is het niet alleen herkenbaar, maar ook krijg je veel lof toegezwaaid. Stil gaat over introversie, de voordelen en nadelen, relevante wetenschappelijke onderzoeken en wijdverbreide misverstanden. Een warm bad voor introverten en een Must Read voor leidinggevenden die de talenten van de introverte medewerkers willen benutten. Het boek behandelt verschillende invalshoeken: de culturele, de fysieke, het werk, de relatie met een partner, je kinderen, school. Al deze invalshoeken worden uitgebreid behandeld met veel anekdotes. Lees mijn Booknotes (mini-samenvatting). Lees mijn recensie (4 1/2). Koop bij Bol.

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.com, wikipedia, haar eigen website, LinkedIn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December 2024 was voor nicht Susan Cain

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van maatschappij- en managementboeken. Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in psychologie | Tags: , , | 17 reacties

Recensie: Het derde alternatief – is synergie

Het derde alternatief is synergie, en synergie is de optimale oplossing bij conflicten. Niet mijn manier, niet jouw manier, niet iets ertussenin waarbij we allebei moeten inleveren. Nee, iets erboven, béter dan jouw idee of mijn idee. Ons idee! 1 + 1 = 10 of 100 of 1000. Een aantrekkelijk en verstandig uitgangspunt van Stephen R. Covey uit 2011 alweer, maar relevanter dan ooit. Van harmonie bij het kerstdiner tot wereldvrede.

Mijn manier, mijn mening, mijn team, wat hoort bij mijn mindset, bij mijn identiteit ook. Als je kritisch bent op mijn mening, kom je aan mij. Dat leidt tot conflicten en zelfs tot oorlog. Maar met een streven naar synergie kun je hieruit komen. Niet heel makkelijk, en daarom heeft Stephen ook 400 pagina’s nodig om een gedetailleerd proces hiervoor uit te werken, gelardeerd met vele herkenbare en ook verrassende voorbeelden waaruit blijkt dat het kán.

Het managementboek Het derde alternatief …

… pakt het probleem van mijn mening tegenover jouw mening heel breed op. Het grootste deel gaat over synergie bereiken in een zakelijke context, op het werk. Daarna volgen kortere hoofdstukken over andere domeinen waar conflicten voorkomen: thuis, op school, binnen de rechtsspraak, de gemeenschap, de wereld. Dat laatste hoofdstuk heeft het Israël – Palestina conflict als kern, hoe relevant. En zijn synergievoorstel voor dat conflict is iets waar nog steeds aan wordt gewerkt.

Ik zie mijzelf en ik zie jou

Het betoog begint met een uitleg van het proces. We starten met de uitgangssituatie: 2 kampen, 2 tegenstanders met tegengestelde meningen. Stephen noemt dat 2-alternatieven denken, 2AD. De eerste stap is jezelf eens goed onder de loep nemen: Ik zie mijzelf. Ik ken mijn diepste motieven, mijn onzekerheden en mijn vooroordelen. Ik ben ook klaar om mijn ‘authentieke zelf’ aan jou, mijn ‘tegenstander’ te tonen. De tweede stap is: Ik zie jou. Ik waardeer je als mens, niet als een verzameling gedragingen, houdingen. Ik accepteer je en geef om je als medemens.

Het ‘zien’ van jezelf en de ander is een belangrijk punt. Het staat haaks op Ik stereotypeer je (als ‘links’, als ‘verkoper’, als ‘egoïst’, als ‘blauw’, enzovoorts). Het ‘zien’ is de eerste fase in het Zien-Doen-Krijgen model. Als je iemand als mens ziet, toon je authentiek respect en krijg je een sfeer waarin synergie mogelijk is. Als je iemand ziet als deel van een groep, dan negeer je die persoon of doe je alsof je respect hebt, en dan krijg je een sfeer van vijandigheid. Dit model komt in alle hoofdstukken in toegespitste voorbeelden terug. Het elkaar ‘zien’ als mens is ontleend aan Ubuntu, de Bantu groeten elkaar met ‘Ik zie je’.

Ik zoek je uit en ik bereik synergie

De derde stap is Ik zoek je uit. Je hebt empathie voor de ander nodig, echt begrijpen wat het standpunt is van de ander. Niet om te veroordelen, maar om ermee te kunnen werken. Je zegt: ben je het niet met me eens? Dan moet ik naar je luisteren! En je bedoelt: Als iemand die zo intelligent en bekwaam is als jij het niet met me eens is, dan moet er iets zijn dat ik niet begrijp, een perspectief dat ik moet onderzoeken. Je gaat dus niet in de verdediging, moeilijk he? Deze drie stappen moeten natuurlijk van twee kanten komen. De vierde stap is Ik bereik synergie met je (I synergize with you). Je kent jezelf en de ander, waardeert de ander en begrijpt zijn overwegingen én je bent ervan overtuigd dat er meerdere alternatieven zijn waar jullie beiden nog niet aan gedacht hebben. Jullie gaan samen aan de slag. Denken in het derde alternatief: 3AD.

Welke vaardigheden heb je nodig om tot synergie te komen?

Je hebt niet alleen de goede mindset nodig, maar ook vaardigheden om die synergie te bereiken. Die vaardigheden kun je vertalen in 4 stappen: vragen, definiëren, creëren, bereiken.

  • Vragen wil zeggen dat je aan je partner vraagt: Wil je samen zoeken naar een oplossing die beter is dan dat wat ieder van ons nu denkt? Bij ja hoef je niet meer te onderhandelen, is er al geen conflict meer. Er is (een beetje) vertrouwen. Een simpele vraag, maar hij draait de situatie om.
  • Definiëren gaat over het vaststellen van de criteria voor succes, onderzoeken wat de onderliggende issues zijn. De criteria moeten gelden voor álle betrokkenen, rechtvaardig en zo volledig mogelijk zijn.
  • Je maakt een Magic Theater (naar Herman Hesse) waar iedereen kan bijdragen, waar geen idee te gek is, waar niet geoordeeld wordt.
  • En dan bereik je hét 3de alternatief! Je merkt het aan de opwinding in het theater, aan het verdwijnen van oude gevechten, aan hoe goed het kan werken. Vaak heeft het helemaal niks te maken met de oorspronkelijke meningen en ideeën.

In de volgende hoofdstukken worden deze modellen en processen uitgewerkt, in theorie en met veel voorbeelden. Ik geef een paar voorbeelden die mij opvielen.

Synergie op het werk

Conflicten zijn niet erg, het geeft aan dat mensen nadenken over hun werk, dat ze betrokken zijn. Gebruik hun ideeën in een Magic Theater. Hier doe je aan prototyping, maar ook countertyping, waar je een veronderstelling of normaal gebruik helemaal omdraait. Edward de Bono had een leuk idee voor de huizenmarkt. Stel dat je nú een huis koopt voor de prijs van over 1 of 2 jaar. Als de huizenprijs daalt krijgt de koper het verschil, als de prijs stijgt, de verkoper. Dit voorkomt speculatie en leegstaande huizen.

De grootste barrière voor synergie is trots, of nog erger: hubris, hoogmoed. En het gaat vaak om GET: Gewin (ga ik geld of rechten verliezen), Emotie (ben ik een loser), Terrein (wat gebeurt er met mijn headcount, mijn budget).

Een mooi voorbeeld van 3AD is de oplossing van het probleem hoe vaccins bij mensen in onderontwikkelde landen te krijgen. Vaccins moeten gekoeld worden bewaard en in dat soort landen is elektriciteit niet betrouwbaar of helemaal afwezig. 2AD vochten over hoe die landen aan energie kunnen komen, renewables versus fossiel, enzovoorts. Dat duurde allemaal veel te lang. Het 3de alternatief was een thermosfles met vloeibare stikstof, waar de injectiespuiten uit schieten zonder de verzegeling te verbreken …. simpel, goedkoop en snel te maken. Het team wat dit bedacht bestond o.a. uit experts in koffieautomaten en … wapens.

Synergie thuis

Een scheiding is vaak het gevolg van ‘verschillen’, die steeds meer irritatie opleveren. ‘Ik word gék van hem.’ Hoe herkenbaar … Wat als je die verschillen juist inzet voor een 3de alternatief? Er is ‘space between stimulus and response’. In die ruimte kun je kiezen, word je boos, verdrietig? Of kies je voor compassie? We luisteren ook niet vaak genoeg en goed genoeg naar elkaar. De Xhosa lossen conflicten op met een xotla, een open bijeenkomst waarin iedereen zijn ei kwijt kan, wat soms dagen duurt. Je kunt de Talking Stick-vorm van communicatie gebruiken: degene die de Stick (fysiek of virtueel) heeft is aan het woord en mag niet onderbroken of tegengesproken worden. De luisteraars mogen alleen zijn standpunten herhalen of hem aanmoedigen. Als hij klaar is, niets meer weet te zeggen, gaat de Stick naar de volgende.

Synergie op school

De scholen willen hun studenten wetenschappelijk vormen, ze leren na te denken. De bedrijven willen graag werknemers die op school iets geleerd hebben wat direct nuttig is voor het werk. Conflict! Het 3de alternatief van Stephen is … leiderschap. Studenten zijn geen ‘inwisselbaar product’. Met leiderschap bedoelt Covey: ze niet klaarstomen om CEO te zijn, maar zorgen dat ze de leiding kunnen nemen over hun eigen leven. En meer specifiek: scholen moeten zorgen dat kinderen zich succesvol voelen, want als dat niet lukt verlaten ze school en sluiten zich bij bendes aan. Er is in de VS een school die De 7 eigenschappen gebruikt om dat leiderschap te ontwikkelen. Deze casus is beschreven in Stephen’s boek The Leader in Me, maar Stephen verwijst ook naar de Nederlandse Stenden Hogeschool die een focus heeft op leiderschap.

Een issue binnen onderwijsinstellingen is dat de studenten zich opstellen als consumenten: ze willen gemak, kwaliteit, betaalbaarheid en service, alsof het over een bank gaat. Maar als scholen juist hierop focussen en ze voldoen niet aan de eisen, dan zijn ze kwetsbaar voor overname door een private partij, zoals in de zorg gebeurt. Anderzijds is er een stroming die het academische gehalte belangrijker vindt, maar het verwijt krijgt van teveel focus op vaste aanstellingen van de hoogleraren, publicaties en dergelijke, en te weinig focus op de ontwikkeling van de studenten. Ook hier 2AD! Stephen herhaalt dat hoger onderwijs hun studenten moet leren denken, en ze leiderschap moet leren, zodat de studenten een bijdrage aan de samenleving leveren.

Synergie in de rechtspraak

Als er ergens sprake is van een winnaar-verliezer mentaliteit, dan is het wel in de juridische wereld in de VS, met hun krankzinnige zaken met nog krankzinniger advocaatkosten en enorme schadevergoedingen. De juristen zelf zien vaak ook de zin van hun werk niet meer, het is een van de depressiefste beroepsgroepen in de VS. Het idee van klager-beklaagde is typisch 2AD, als de rechtsspraak zich meer zou richten op vredestichten zou dat een mooi 3de alternatief zijn. En dan niet mediation zoals we dat nu kennen, met compromissen waar geen van de twee partijen echt gelukkig van wordt, maar écht met een synergetische oplossing komen.

Synergie in de maatschappij

Het grootste 2AD in de maatschappij is links versus rechts, democraten versus republikeinen. Links gaat voor afhankelijkheid, rechts voor onafhankelijkheid, het 3de alternatief is natuurlijk onderlinge afhankelijkheid, interdependence. Op een lager niveau gaat 2AD over de misdaad. Stephen heeft een mooi voorbeeld van een politie-bestuurder die in zijn district de misdaad moet verminderen. De ene kant van zijn district roept om strengere straffen (terwijl we weten dat dat niet helpt), de andere kant om verbetering van de samenleving, minder armoede, (waarvan het effect niet zichtbaar is). Het 3de alternatief is misdaad voorkomen door je óók te richten op een positieve houding naar specifieke (potentiele) misdadigers, naar ze luisteren, een band tussen hen en de politie smeden.

Ook behandelt Stephen de zorg. 2AD is kosten versus kwaliteit, het 3de alternatief is de combinatie van vergaande standaardisatie en specialisatie, wat zowel kosten vermindert als kwaliteit verhoogt.

Stephen’s stuk over milieuvervuiling verbaasde me, hij lijkt nog niet overtuigd (in 2011) van het bestaan van opwarming van de aarde. In ieder geval weet hij veel begrip op te brengen voor de kant van fossiel. Te veel, naar mijn smaak, waaruit blijkt dat ik hier erg in 2AD vastzit.

Interessant is zijn verhandeling over armoede, waarbij hij de uitersten ‘helikoptergeld’ en ‘moeten ze maar een baan zoeken’ aanstipt. Zijn 3de alternatief is zorgen voor respect voor en zelfrespect van de armen, en als voorbeeld geeft hij het microkrediet-initiatief van Yunus.

Synergie in de wereld

Dat Stephen de oorlogvoering bij de kop pakt is logisch, en hij neemt als voorbeeld Palestina – Israël. Als voorbeelden van 3de alternatieven geeft hij o.a. Zwitserland. Ooit verdeeld door taal, religie én buurlanden die het onderling wilden verdelen, is het nu een succesvol geheel, gestoeld op empathie voor elkaar en op referenda, waarmee duidelijk wordt dat met ieders mening rekening wordt gehouden.

Synergie in het leven

Wat ga je doen als je ouder wordt? Met pensioen, niks meer doen en hele dagen naar de golfbaan? Of gewoon doorwerken? Het 3de alternatief is een bijdrage leveren aan de maatschappij, met vrijwilligerswerk of iets anders zinvols. Want na het secondary succes (geld en status) komt primary succes (liefde, vertrouwen en dankbaarheid van degenen aan wie we dienstbaar zijn). Je belangrijkste werk ligt in de toekomst, is Stephen’s motto, hij noemt dat Leven in crescendo. Hier verscheen onlangs, postuum, een boek over van hem en zijn dochter.

Het derde alternatief en de 7 eigenschappen

Mooi betoog, maar wat is er nodig om met 3de alternatieven te komen? Stephen heeft ook hier een lijstje voor: Wees niet trots, wil niet altijd gelijk hebben, verontschuldig je en meen het, vergeef anderen snel, wees integer, houd je aan je beloften, spendeer tijd in de natuur, lees van alles, doe lichamelijke oefeningen, eet gezond, slaap genoeg, enzovoorts, enzovoorts. Deze lijst is natuurlijk ontleend aan alle aanbevelingen uit De 7 eigenschappen, met name het onderdeel Houd de zaag scherp, waar ook een afzonderlijk boek over verscheen.

Mijn evaluatie van Het derde alternatief

Ik vind het knap hoe Stephen weer een breed onderwerp pakt en dat vrij gedetailleerd uitwerkt met modellen, theorie, veel links naar zijn gedachtengoed uit andere boeken, en vooral heel veel voorbeelden. Die voorbeelden zijn heel concreet, en vaak ontleend uit bestaande casussen, waardoor het onderbouwd én overtuigend is. Bijzonder is dat de voorbeelden ook nauwelijks gedateerd zijn, het gaat bijvoorbeeld over Mandela en Gandhi, over algemene problemen zoals misdaad en zorg die bepaald niet opgelost zijn, over de oorlog Palestina – Israël, waar de posities nog nauwelijks veranderd lijken. Nu vond ik niet álle voorbeelden even overtuigend, maar dat kan aan mijn 2AD liggen… Het boek is door alle voorbeelden ook vrij dik, sja elk voordeel heeft z’n nadeel.

Ik word wel altijd een beetje kriebelig van de voorbeelden uit zijn eigen gezin, zo goed, zo braaf, en misschien is dat ook wel zo. Het zijn mormonen, en veel van wat Stephen adviseert behoort bij het mormoonse geloof. Toch komt het op mij wel een beetje té heilig over.

Zoeken naar innovatieve oplossingen is niet bepaald een heel origineel onderwerp, maar Stephen vliegt het wel origineel aan. Vóórdat je met z’n allen in een Magic Theater gaat brainstormen, moet je elkaar eerst volledig begrijpen, vertrouwen en waarderen. Zo’n voorwaarde zie ik in het bedrijfsleven toch niet vaak, we gaan gewoon direct met een brown paper sessie aan de slag. Het is wel volledig in lijn met zijn gedachtegoed van ‘eerst begrijpen, dan begrepen worden’ en ‘win-win’ uit De zeven eigenschappen.

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Koop Het derde alternatief

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Pik het op in een minibieb
  • Of lees het via je (online) bibliotheek

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Persoonlijke effectiviteit | Tags: , , , | 1 reactie

Must Read: Moneyland

We sluiten onze grenzen voor vluchtelingen en immigranten. Die de instabiliteit van hun land ontvluchten. Instabiliteit die onder andere wordt veroorzaakt door de corruptie van de heersende elites die hun landen leegroven. We sluiten de grenzen niet voor het gestolen geld. Als we nu eens zouden zorgen dat de elites uit Rusland, Nigeria of Midden-Amerika het gestolen geld niet meer offshore kunnen stallen, houden ze misschien op met stelen. Maar hoe doen we dat? Een goed begrip van de offshore-industrie is de eerste stap, en het geweldige boek Moneyland van Oliver Bullough uit 2018 (Nederlandse vertaling uit 2019) is een amusante en schokkende introductie van de kwalijke zaken waar vrijwel elk ‘ontwikkeld’ land aan meedoet.

Waarom is Moneyland een Must Read?

Wat maakt dit boek zo goed? Ik waardeerde het in 10 categorieën.

Inhoud: Leerzaam +; Onderbouwd +; Relevant +; Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend +; Verzorgd +; Illustraties -; Structuur +; Schrijfstijl +.

FOMO: + want veelbesproken, en in veel maatschappijboeken wordt ernaar gerefereerd. Nog steeds!

Lees Elly d’r Recensy van Moneyland en ontdek in detail waarom ik het zo goed vond: 5*

Ook veel anderen vonden dit een uitstekend boek:

Goodreads rating: 4,19*, Managementboek geen rating, Bol.com rating 4,5*, Libris geen rating.

Waar gaat Moneyland over?

Moneyland gaat over ‘fout’ geld (uit corruptie, ontwijking van sancties, etc) dat naar alle plaatsen stroomt ‘waar professionals zijn die meer houden van de te verdienen fees dan van het controleren van de herkomst’. Nederland is een van de grootste doorgeefluiken voor geld dat Rusland uitstroomt. Daarnaast zijn er o.a. Cyprus, Luxemburg, Zwitserland, het VK en de aan het VK verbonden belastingparadijzen. Al die landen vormen samen een virtueel land: Moneyland.

Waarom kunnen we dat foute geld niet aanpakken en afpakken? Omdat er heel slim gebruik gemaakt wordt van mazen in de wet in verschillende jurisdicties, die zo een ‘tunnel naar Moneyland’ vormen. Maar er zijn ook geldstromen die te maken hebben met het kopen van staatsburgerschap en diplomatieke onschendbaarheid, om zo je vermogen veilig te stellen. Heel wat Russen zijn staatsburger van Malta en reizen zo Europa door. Hoe relevant! Nu (2024) nog meer dan in 2018, toen dit boek uitkwam.

Natuurlijk zijn er ook mensen die proberen de ‘foute’ geldstromen aan het licht te brengen en zelfs het foute geld terug te geven aan de rechtmatige eigenaren. De klokkenluiders worden vergiftigd met polonium 210, de journalisten monddood gemaakt met rechtszaken wegens laster.

Dit is een heel actueel, maar tegelijkertijd tijdloos boek dat je de ogen opent voor de corruptie in veel landen en hoe de andere (‘niet-corrupte’) landen daar gewillig aan meewerken. De bronnen van de auteur, onderzoeksjournalist, zijn goed gedocumenteerd of, als het eigen onderzoek betreft, nauwkeurig beschreven en daarom erg overtuigend

Ik ben nu zelf wat kritischer geworden over het ethisch gehalte van onze Nederlandse brievenbusfirma’s en ‘hoe goed dat is voor de werkgelegenheid’. In dit kader is het ook interessant om te zien dat de subtitel van het origineel: ‘Why Thieves And Crooks Now Rule The World And How To Take It Back’, in het Nederlands is vertaald met: ‘Een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals’. Dat klinkt een stuk minder erg…….

Is Moneyland fijn om te lezen?

Het boek heeft een hele fijne structuur: het pakt in elk van de 19 hoofstukken een specifiek kenmerk van Moneyland bij de kladden, onderverdeeld in hoe het geld gestolen wordt, verstopt wordt en uitgegeven wordt. De schrijfstijl is geweldig: elk hoofdstuk leest als een thriller van Lee Child, maar dan zonder Reacher die zorgt dat het allemaal goed afloopt.

Geen thrilller, maar meer satire is hoofdstuk 14 ‘Zeg Ja tegen het geld’. Hierin wordt zo goed een aflevering van ‘Say Yes to the Dress’ beschreven, dat je de 9 (!) bruidsjurken van de Angolese Naulila voor je ziet, en het ge-oh en ge-ah van de Amerikaanse kijkers hoort. ‘En toen werd de aflevering uitgezonden in Angola.’ Zo mooi wordt het verhaal opgebouwd dat je helemaal vergeet dat Angola straatarm is. Naulila blijkt de dochter van een minister te zijn. Deze zou minder dan EUR 6000 per maand verdienen, nog steeds een godsvermogen in Angola, maar vast niet voldoende voor de tonnen kostende bruidsjurken. Dat riekt naar corruptie. De producenten van Say Yes waren niet geïnteresseerd in de herkomst van het geld (privacy….) en Naulila was niet geïnteresseerd in hoe haar spilzucht zou overkomen bij haar landgenoten.

De schrijver heeft bepaald een gave om specifieke situaties heel levendig te beschrijven en gebruikt nergens jargon. Het is voor iedereen een feestje om te lezen, je hebt er zeker geen financiële achtergrond voor nodig.

Wie is Oliver Bullough, de auteur van Moneyland?

Oliver Bullough (1977) is een Brits onderzoeksjournalist en schrijver. Zijn artikelen worden hoofdzakelijk gepubliceerd door Reuters, The Guardian en The New York Times. Bullough studeerde Moderne Geschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Hij vestigde zich in 1999 in Sint-Petersburg, waar hij ruim zeven jaar werkzaam was als correspondent voor Reuters, gespecialiseerd in de regio’s Tsjetsjenie en de Caucasus. Aanvankelijk werkte hij voor lokale kranten in Sint-Petersburg en Bishkek in Kirgistan. Om verslag te doen van de Tsjetsjeense oorlog verbleef hij tot 2006 in Moskou. In 2010 en 2014 schreef hij twee boeken over Rusland: Let Our Fame Be Great, en The Last Man in Russia.

In 2023 schreef Oliver een opvolger van Moneyland, wat specifiek over het VK gaat: De butler van de wereld.

Waar kun je Moneyland kopen?

Managementboek.nl

Bol.com

Libris.nl

Duurzame opties:

Boekwinkeltjes

Kobo Plus, je bibliotheek of een minibieb.

Is er een ESCIA Samenvatting van Moneyland?

Nee

Volg me op Substack en krijg elke week een overzicht van mijn boekblogs in je mail of op de Substack app.

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Autocratie BV – beangstigend overzicht

Er gebeurt van alles in de wereld en ik ben er regelmatig confuus van. Wie werkt samen met wie, welke belangen hebben de landen, waar gáát het om? Religie? Geld? Grondstoffen? Macht? Autocratie BV van Anne Applebaum uit 2024 zet de geopolitieke ontwikkelingen op een rijtje en maakt duidelijk wat er in de niet-zo-democratische wereld gebeurt, en, belangrijker nog, waaróm. Ik werd er bepaald angstig van.

De oorlog in Oekraïne gaat niet om Oekraïne, maar om de wereldorde, stelt Anne. Als de eigen burgers gaan roepen om transparantie, verantwoording, rechtvaardigheid, democratie, dan is dat een bedreiging voor de autocratische heersers. Alle autocratieën, wat hun specifieke ideologie ook is, zijn tégen democratie, en daarmee tégen het Westen. En daarom werken ze samen. Ze zijn aan de winnende hand. Althans, dat denken ze. Deze georkestreerde bedreiging van de democratische landen én wat deze (= wij) ertegen kunnen doen is de kern van het boek.

Het maatschappijboek Autocratie BV …

… maakt duidelijk dat autocratie in vele vormen komt, maar dat het gaat om persoonlijke rijkdom en macht. Wereldwijd wordt er door de autocratische landen onderling veel samengewerkt, het lijkt wel een multinational! Vandaar: Autocratie BV. Kijk maar eens naar Belarus en Venezuela, hun dictators worden veracht in eigen land. Ze zouden eerlijke verkiezingen verliezen want in deze landen is er een sterke oppositie. Maar deze dictators krijgen hulp van andere autocratieën: China, Rusland, Cuba. Rusland op haar beurt heeft lak aan alle internationale afspraken, en krijgt daarin steun van de andere autocratieën. Ze hebben allemaal verschillende ideologieën maar een gemeenschappelijke vijand: wij. Moeten wij, alle democratieën en democratische opposities, dan niet ook de handen ineenslaan? Is dat nou nodig, vroeg ik me af. Toen ik uitgelezen was, dacht ik: Ja!

Hebzucht

Anne begint met een nogal confronterend hoofdstuk, dat Verbonden door hebzucht heet. Ze begint met onze naïviteit in de 60er-70er-80er jaren. West-Duitsland drijft handel met Oost-Duitsland, met het idee dat zo de politieke situatie daar veranderd kan worden. Daar viel ook ‘mensenhandel’ onder: West-Duitsland betaalde voor de vrijlating van dissidenten, in 1989 alleen al 3 miljard DM. Verder natuurlijk de inkoop van gas uit de Sovjet-Unie. ‘Wandel durch Handel’. De economische invloed van de Sovjet-Unie op het Westen was daardoor best groot. Natuurlijk was er sprake van politieke verandering, maar óók financierden we onderdrukking en de opbouw van het Rode Leger en de KGB. En het was natuurlijk niet alleen handel die invloed had op de Sovjet-Unie, er waren ook de Amerikaanse militaire bases in Duitsland die mogelijke Russische aanvallen afschrikten.

Hetzelfde betrof China: de toetreding tot de WTO zou er toe leiden dat ze ‘vanzelf’ een democratie werden. Natuurlijk waren er sceptici, die zeiden dat open grenzen er óók voor zorgden dat China impact op de Westerse democratieën kon hebben.

Moneyland

Poetin was al vanaf de 80-er jaren, toen hij in Dresden gestationeerd was, bezig met autocratische macht en kleptocratie. De Westerse bedrijven én banken deden daar bewust aan mee. Een dubbele moraal dus: de westerse democratieën predikten in eigen land de liberale waarden, maar hielpen elders gretig met het opbouwen van onvrije regimes. Naomi Klein’s bestseller De shockdoctrine geeft hiervan een gedetailleerd overzicht.

De internationale financiële gemeenschap hielp met het opzetten van een alternatief universum, Moneyland, met lege vennootschappen, offshore belastingparadijzen, de aankoop van allerlei bedrijven met zwart / gestolen geld, met Holdings waarvan de uiteindelijke eigenaren anoniem blijven, die enorme hoeveelheden onroerend goed kopen in de VS en het VK. Die financiële gemeenschap hielp de eigen rechtsstaat ondermijnen en gaven de autocratieën macht. Door onze welwillende tolerantie (en natuurlijk onze hebzucht). Hierover schreef Oliver Bullough een fascinerend boek: Moneyland.

Kleptocratie

Het tweede hoofdstuk, Uitgezaaide kleptocratie, begint ook met hebzucht. Toen Hugo Chavez in 1998 aan de macht kwam, was Venezuela een sterke democratie en een rijk land door de olie. Tegelijkertijd was er nepotisme en corruptie. Chavez had beloofd daar een einde aan te maken. Maar al een jaar na zijn verkiezing bleek zijn regering net zo corrupt. Chavez maakte dezelfde keuze als Poetin: voor zijn eigen (permanente) macht. Hij wist dat corrupte ambtenaren kneedbaarder zijn dan integere. Wat volgde waren grootschalige verduisteringen van olie-inkomsten, en het ontmantelen van de pers en de rechtbanken. In de 14 jaar van zijn bewind werd van de 800 miljard aan olie-inkomsten, 300 miljard verduisterd. Vanaf 2002 ging het bergafwaarts met de olie-industrie, door ontslag van stakende arbeiders, sancties, valutafraude en nog zowat. De economie stortte in. Was dit het einde van het regime?

Nee hoor, Autocratie BV schoot te hulp. In 2013 overleed Chavez en kwam Maduro aan de macht. Wat volgde was cocaïnesmokkel, en handel met landen die zich niks aantrokken van sancties. Westerse bedrijven trokken zich terug vanwege de hoge risico’s en Russische bedrijven namen hun plaats in. China leende geld en leverde bewakingsapparatuur en wapens, Cuba leende politiemensen en zorgpersoneel uit en leerde Maduro hoe hij rantsoenen politiek konden inzetten. Loyalen kregen voedsel, tegenstanders niet. Turkije leverde dat voedsel in ruil voor goud. En ook Iran deed mee. Venezuela en Iran hebben historisch, geografisch en ideologisch niets gemeen, maar wat hen bindt is anti-Amerikanisme, anti-democratie.

Overbruggende rechtsgebieden

Iets anders zijn de ‘overbruggende rechtsgebieden’: hybride staten die een legitiem onderdeel zijn van het internationale financiële systeem, reguliere handel drijven met democratieën, maar óók bereid zijn crimineel geld wit te wassen, of hulp te bieden aan gesanctioneerde landen. Vandaar ‘brug’. De VAE is zo’n staat. Turkije ook. En Kirgzië en Kazachstan, als doorvoerlanden naar Rusland van goederen die onder sancties vallen. Tegelijkertijd worden die laatste twee landen steeds autocratischer.

Zimbabwe

Zimbabwe is vergelijkbaar met Venezuela. In 2008 staat het land er slecht voor. Mugabe kan kiezen voor economische hervormingen zoals voorgesteld door de oppositie, maar nee, hij kiest voor geweld: mishandeling, ontvoering, verdwijningen, verkrachtingen en natuurlijk moord. Mnangagwa verdrijft Mugabe in 2017 en ontmantelt wat nog resteert van de rechtsstaat. Nog meer onderdrukking, gevolgd door sancties, en hup, daar is China. China krijgt grondstoffen, Zimbabwe bewakingstechnologie. En ook de relatie met Rusland is prima. Want ‘Slachtoffers van sancties moeten samenwerken’.

Desinformatie

Het derde hoofdstuk heet Greep op het verhaal, en gaat over beheersing van de informatievoorziening in een autocratisch land: de ‘geestelijke vervuiling’ vanuit democratische landen moet worden gestopt. Ik dacht dat de Chinese ‘Great Firewall’ een verzinsel uit een roman was (Red Moon, om precies te zijn), maar die muur bestaat dus echt. Het bestaat uit filters en blokkades die alles dat de autoriteiten niet aanstaat, verbieden, inclusief #Tianmen. Westerse bedrijven hielpen natuurlijk mee, pasten hun software aan, verkochten apparatuur. Facebook, Instagram, TikTok zijn verboden in China.

De andere kant van de medaille is natuurlijk propaganda. Autocratieën zijn gericht op het zwart maken van de democratieën: die zijn zwak, gedegenereerd, verdeeld. Rusland besteedt enorm veel zendtijd op de staatstelevisie aan de cultuurverschillen in de VS, met name de discussie over gender. Poetin herhaalt zijn boodschap van het traditionele gezin niet alleen in Rusland maar ook onder de nationalisten en rechtse stemmers in het Westen. Die anti-lgbtq+ emoties zijn overgenomen in andere autocratieën, zoals Oeganda.

Een andere methode is het verspreiden van schaamteloze leugens. De kijkers hebben geen idee meer wat waarheid is en wat niet en worden cynisch, gaan de politiek mijden. De Russische staatstelevisie zendt trouwens ook in Afrikaanse landen uit, waardoor deze ook de vaak verkondigde leugens geloven: Oekraïners zijn Nazi’s, NAVO is de schuldige van de oorlog, etc. Deze Russische propaganda wordt ook door China verspreid, die miljoenen abonnees heeft op haar in diverse Afrikaanse talen vertaalde programma’s. En ook werkt China samen met media van andere autocratieën, Telesur van Venezuela, PresTTV van Iran, Russia Today. Tegelijkertijd zijn de Westerse media óf heel duur, of gewoon niet beschikbaar.

Deze autocratische media maken ook videoclips speciaal voor de westerse social media. Ze promoten het wereldbeeld van Autocratie BV en sturen nepnieuws de wereld in om verkiezingen te verstoren en het democratische systeem te ondermijnen, zoals de berichten over biolabs in Oekraïne. En vele Westerlingen geloven dat, door de gecombineerde propaganda van China, Rusland en Amerikaans extreem-rechts.

Het democratische systeem aanvallen

Het vierde hoofdstuk, Een nieuw besturingssysteem, zoomt in op de aanvallen op het democratisch systeem. Je kunt hierbij denken aan de Rechten van de Mens. Dit verdrag en andere verdragen wil men ‘herschrijven’, naar het ‘Recht van Staten op Ontwikkeling en Soevereiniteit en Multipolariteit’, wat dus het einde betekent van de rechten van de individuele persoon, een waarde van de westerse democratie die men niet wil overnemen. En daarbij wil men de situatie van slechts één grootmacht (het Westen) beëindigen, want die is ‘ontaard en in verval’.

Het negeren van de Rechten van de Mens is trouwens geen ver-van-ons-bed verhaal, steeds vaker worden vluchtelingen of dissidenten in het Westen opgepakt of vermoord, waarbij internationale (westerse) regels en voorschriften worden overtreden, zoals de gedwongen landing van een Ryanair vlucht in Belarus, om een dissident uit het vliegtuig te halen. Maar democratieën lijken dit geweld tegen politieke bannelingen te accepteren en er gewend aan te raken, er wordt nog nauwelijks over gerept in de pers.

Kwaadspreken

Het vijfde hoofdstuk is Democraten in een kwaad daglicht. Daar kan ik kort over zijn, de autocratieën hebben geleerd hoe democraten in alle landen zich verenigen, hoe activisme werkt. Ze bespotten nu de symbolen van de activisten, maken hun leiders zwart, verspreiden complottheorieën, elimineren invloedrijke bannelingen, beschuldigen activisten agenten te zijn van de VS. Of ze snijden ze in stukken in een buitenlandse ambassade.

Dit alles is ook een boodschap aan de gewone mensen: dit is een wedstrijd die je niet kunt winnen. Het houdt ze weg van de politiek. Verder zijn er de verboden op burgerorganisaties, ngo’s, etc. om elk activisme in de kiem te smoren. Politieke tegenstanders worden gearresteerd wegens corruptie, en de bevolking die dagelijks corruptie bij politici ziet, denkt al snel ‘waar rook is, is vuur’.

Verenigde democraten

Inmiddels ben ik volledig murw gebeukt en voel ik me hopeloos. Wat kun je hiertegen doen? Daar heeft Anne een Epiloog over geschreven: Verenigde democraten. Zij stelt dat er een verenigde tegenkracht moet komen, omdat oorlogen, moordaanslagen, festival-ontvoeringen en dergelijke geen op zichzelf staande kwesties zijn, maar onderdeel van de (informele) strategie van de autocratieën om maximale chaos te creëren, een multicrisis om democratieën overal te beschadigen.

Strijden tegen autocratisch gedrag

Het is geen Koude Oorlog 2.0 met twee blokken om uit te kiezen, zegt Anne. Veel landen zijn noch democratie noch autocratie. Sommige autocratieën willen samenwerken met democratieën (VAE, Saoedi-Ariabië, Vietnam) en zien het voordeel van de VN en internationaal recht. Sommige democratieën (Turkije, Israël, India) hebben leiders die mensenrechten schenden. We moeten dus niet oorlog voeren tegen autocratische landen, maar tegen autocratisch gedrag. Daarvoor hebben we netwerken nodig: van advocaten en ambtenaren, militaire inlichtingencoalities, strijders tegen sanctie-overtredingen en andere economische delicten, en mensen die campagnes organiseren. We kunnen ze stoppen!

Wat moeten we doen? 1. Een einde maken aan transnationale kleptocratie; 2. De informatie-oorlog ondermijnen. 3. Ontkoppelen, risico verminderen, opnieuw opbouwen (onze afhankelijkheid van handel verminderen). 4. Ons verenigen, verbonden voelen over landsgrenzen heen, de liberale wereldorde vergeten, maar gaan voor liberale samenlevingen. De eerste drie liggen voornamelijk in de handen van onze democratische overheden. De vierde is aan ons, burgers. We moeten niet doof en blind zijn voor wat er in de wereld gebeurt, niet vluchten naar isolationisme (zoals de Brexit). We moeten andere democratieën helpen, zoals Oekraïne. En liberale samenlevingen kunnen gered worden, maar alleen als we ons inspannen om ze te redden.

Mijn evaluatie van Autocratie BV.

Ik kan niet zeggen dat alles nieuw voor me was, sterker nog: veel niet, door diverse boeken die ik eerder las. Maar Anne heeft alle ontwikkelingen op een rijtje gezet, en laten zien waar ze verbonden zijn. Ze duidt welke gedachte erachter zit, en dát was wel redelijk nieuw voor mij. Het resultaat vond ik … deprimerend. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat we ons tegen de autocratieën kunnen verweren. We weten immers al jaren van desinformatie en kleptocratie, en we doen er veel te weinig aan. We gaan steeds rechtser stemmen.

Ik voelde dus veel weerstand tijdens het lezen. Ik was echt bang, mijn hart klopte in mijn keel, en ik moest het boek regelmatig wegleggen. Het zijn zovéél staten die al een autocratie zijn, of hard op weg. Ben ik gek, zijn wij gek, of is de rest van de wereld gek? De verkiezing van Trump heeft dat gevoel nog eens extra gevoed. Die emotie wordt natuurlijk opgeroepen door de overtuigende opsomming van Anne, ze bagatelliseert het allemaal niet, is ook geen doem-prediker, maar zet het stevig neer met feitelijke onderbouwing.

De Epiloog moet oproepen tot tegenstand, maar is te kort en legt de nadruk op zaken waar we al jaren mee bezig zijn. Gaat dat ons dan helpen? Is de urgentie nog niet groot genoeg? Ik had graag wat nieuws en inspirerends gelezen, iets hoopvols. Iets activerends. Maar dat is er niet echt in te vinden.

Opeens dacht ik aan de Borg. Resistance is futile. Met overmacht tegen een minderheid. Al assimilerend de ruimte door. En toch overwonnen door ‘de goeden’, met Jean-Luc voorop.

Strijdbaar blijven dus, en goede leiders vinden. Ursula en Mark?

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Koop Autocratie BV

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie en lekker duurzaam:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus….. (dat deed ik ook)
  • Haal het uit een minibiebje
  • Bestel het bij je lokale bibliotheek of lees via de online bieb!

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van management- en maatschappijboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Booknotes van Susan Cain’s Stil

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: booknotes. Vaak schrijf ik te veel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Deze keer van de klassieker Stil.  

Stil van Susan Cain uit 2012 gaat in op de verschillen tussen introversie en extraversie, waarom we in het Westen in een ‘extraverte’ wereld leven en hoe dat de introverte mensen beïnvloedt. Daarbij benoemt ze de sterke punten van introversie, en hoe introverte mensen, zowel leiders als werknemers, het best tot hun recht komen. Als je zelf introvert bent is dit uitstekende boek een warm bad. Ik neig naar introversie, en mijn booknotes zijn dus voornamelijk daarop gericht.

Booknotes van Susan Cain’s Stil

Introductie

De introductie begint met een observatie waar ik nooit zo bij stil gestaan heb. Je leven wordt net zoveel bepaald door je persoonlijkheid als door je huidskleur en je geslacht. En het allerbelangrijkste van die persoonlijkheid is de plaats op het spectrum van introversie tot extraversie. Zit je er precies tussenin, dan ben je ambivert. De mate van introversie of extraversie bepaalt mede de keuze van je vrienden, partner, je beroep en het succes daarin. Of je sport, hoe lang je slaapt, of je overspel pleegt. En nog heel veel meer. Wow!

In de VS (en in West-Europa ook, lijkt me) is er een waardensysteem dat extraversie als ideaal ziet: gezelschapsdier, staat graag in de schijnwerpers, actiegericht, snelle beslisser. Het is een persoonlijkheidsstijl, maar vaak is het meer dan dat: een onuitgesproken norm. Introvert zijn in een extraverte wereld is als vrouw zijn in een mannenwereld. Veel introverte mensen doen daarom alsof ze extravert zijn. Want extraverte mensen worden intelligenter, aantrekkelijker, interessanter gevonden. Competenter (want trekt de aandacht en praat veel) en aardiger (want socialer in grote groepen).

Zijn ze ook competenter? Nee, flink wat introverten hebben een enorme bijdrage aan de samenleving geleverd: Einstein, Chopin, George Orwell, Steven Spielberg, J.K. Rowling. En niet ondanks hun introversie, maar dankzij! Helaas moet bijna iedereen die hogerop wil komen flink reclame voor zichzelf maken. Er is je van jongs af aan wijsgemaakt dat er ‘wat mis met je is’ en ‘dat je uit je schulp moet kruipen’. En als volwassenen heb je schuldgevoel als je een uitnodiging voor een etentje afslaat omdat je liever een boek leest. (Herkenbaar!)

Carl Jung gaf de begrippen introvert en extravert in 1921 bekendheid. Maar er zijn geen vaststaande definities voor. De Big5 ontwikkelingspsychologie stelt dat introverten een gebrek hebben aan assertiviteit en sociabiliteit (dat klink niet zo positief als ‘ze hebben een rijk innerlijk leven’, zoals Jung stelde). Maar over een aantal zaken zijn de psychologen het wél eens: introverten hebben minder externe prikkels nodig om zich goed te voelen. Een rustige omgeving (vandaar de titel: Stil). Een glaasje wijn met een goede vriendin, in je eentje een cryptogram oplossen of een boek lezen. (Precies, precies, precies, zei ik hardop.). Voor introverten is een boek lezen op het strand een veel fijnere vakantie dan feestvieren op een cruiseschip (precies!).

Introverten hebben absoluut goede sociale vaardigheden, kunnen genieten van een feestje, maar hebben al snel weer rust nodig, willen in hun pyjama op de bank zitten. En voor de duidelijkheid, introversie is iets heel anders dan verlegenheid. Verlegenheid is angst voor sociale afkeuring, introversie is een voorkeur voor prikkelarme omgevingen. Aan de binnenkant gebeurt er dus iets anders, maar aan de buitenkant ziet het er hetzelfde uit.

H1 De opkomst van de ‘zeer geschikte vent’: hoe extraversie uitgroeide tot cultuurideaal.

Rond 1900 was er in de VS sprake van een culturele revolutie. Daarvoor was er de ‘karaktercultuur’: je was serieus, eerbaar, gedisciplineerd. Het hoorde bij het platteland, maar door de industriële revolutie trokken steeds meer mensen naar de grote stad. De bedrijven verkochten hun waren via vertegenwoordigers, die sociaal behendig moesten zijn en een vlotte babbel hebben. Werknemers werkten niet meer naast hun buren uit het dorp, die hun karakter kenden en waardeerden, maar met onbekenden. Ze moesten zichzelf verkopen. Het werd een ‘persoonlijkheidscultuur’. Leuk weetje voor de boekenliefhebber: een van die mensen die naar de grote stad trokken was Dale Carnegie, zoon van een arme varkensboer, verhuisd naar de stad, aan de slag als vertegenwoordiger, zich bekwamend in spreken, en daarna werkzaam als docent spreekvaardigheid. Rond die tijd komen ook de zelfhulpboeken op, gericht op zakenmensen; het eerste boek van Carnegie verschijnt in 1913.

Een andere oorzaak van de opkomst van extraversie: de bevolking van met name de VS komt voort uit migranten, en die migranten waren wereldreizigers, avonturiers, extraverten. En zo komt het dat extraversie na zoveel eeuwen in het westen in het DNA zit, en gemiddeld veel hoger is dan in de landen waar de migranten vandaan kwamen en ze hun introverte dorpsgenoten achterlieten.

Verlegenheid, op wat daar op lijkt, hoort niet echt bij die persoonlijkheidscultuur van extraversie. Introversie werd in 1950 als afwijking gezien. Harvard en Yale wezen introverten (‘intellectuelen’) af ten gunste van het soort mensen dat de sollicitatiecommissies van het bedrijfsleven na 4 jaar studie het liefst wilden zien: extraverten (‘sociale, actieve types’). De druk op de niet-zo-extraverte types nam toe: er werden kilo’s kalmeringsmiddelen verkocht ‘tegen de angst dat je er niet bij hoort’.

H2 De mythe van het charismatisch leiderschap: de persoonlijkheidscultuur, een eeuw later.

Die Harvard-alumni zijn nu sterk vertegenwoordigd in het Amerikaanse bedrijfsleven, zo’n 20% van de top komt ervandaan. Toch zijn er ook veel introverte, succesvolle (voormalige) CEO’s: Bill Gates bijvoorbeeld. Jim Collins bespreekt in Good to Great ‘niveau 5 leiders’: die hebben niet heel veel charisma, maar zijn bescheiden, gereserveerd, hoffelijk, met veel wilskracht.

Adam Grant deed onderzoek naar het verschil tussen introverte en extraverte leiders. Extraverte leiders zijn beter als de werknemers passief zijn, introverte leiders zijn beter als werknemers initiatiefrijk zijn. Waarom? Omdat introverte mensen meer geneigd zijn naar anderen te luisteren, minder willen overheersen, en hun mensen motiveren om nóg meer initiatief te tonen. Extraverte leiders zijn beter in het inspireren van passieve medewerkers, of als simpele dingen heel snel gedaan moeten worden. Introverte leiders met een initiatiefrijk team presteren het best in de huidige snelle, 24-uurs-economie, is Grant’s conclusie.

Introverten zijn extra positief over digitale communicatie: heerlijk als er een scherm zit tussen hunzelf en de wereld. Geen vraag durven stellen in een hoorcollege, maar heerlijk bloggen voor miljoenen volgers (of een paar minder, ha ha)!

Religieuze ordes associeerde ik met introversie: kloosters, doodstille kerken. Klopt niet. De evangelisten van de Saddleback Church stellen extraversie juist verplicht, want: ‘elk mens die je niet ontmoet en dus niet bekeert, is een ziel die je had kunnen redden’. Vroomheid wordt verbonden met extraversie omdat de nadruk ligt op de gemeenschap, op het deelnemen aan programma’s en evenementen. Een introverte gelovige ‘voelt dat God niet blij met hem is’.

H3 Als samenwerken de creativiteit doodt: de opkomst van het nieuwe groepsdenken en het voordeel van alleen werken.

Uit onderzoek blijkt dat creatievere mensen vaker sociaal vaardig én introvert zijn. Dat komt deels doordat ze meestal zelfstandig werken: eenzaamheid kan een katalysator van innovatie zijn. Introverten richten zich op het werk en verspillen geen energie aan ‘sociale en seksuele zaken’.

Werken in teamverband is zogenaamd optimaal, je leert immers van elkaar. Maar helaas heeft de grootste mond dan de meeste invloed, en niet persé de beste inzichten. Als introvert kom je zo niet tot je recht. En wat qua samenwerking via het internet prima werkt, zoals Linux en Wikipedia, werkt in een kantoortuin toch minder. Het verschil? Asynchrone, anonieme interactie is iets héél anders dan confronterende, politiek beladen, lawaaiige samenwerking. Evenzo werkt brainstormen in een fysieke groep niet. Uit onderzoek blijkt dat je in je eentje met meer en betere ideeën komt dan in een groep, en hoe groter de groep, hoe slechter het resultaat. Behalve ….. bij online brainstormen. Want dan ben je toch alleen. Waarom werkt brainstormen in een groep niet? 1. Luiheid. 2. Productieblokkering: er kan maar één tegelijk wat zeggen. 3. Angst voor kritiek. Fysiek samenwerken is dus goed voor sociale cohesie, maar slecht voor de creativiteit van beide types, maar met name voor de creativiteit van de introvert.

Een extra belemmering is conformisme. Je zou denken dat je in een groep met afwijkende mening, je willens en wetens conformeert om erbij te horen. Maar uit hersenonderzoek blijkt wat anders: de groep beïnvloedt wat je ziet, wat je waarneemt, het verandert letterlijk je perceptie van het probleem. Alsof de groep marihuana is! Verzet je je daartegen, dan speelt je amygdala op, en ervaar je angst.

Alleen zitten is dus het beste? Nou …. Steve Wozniak ontwikkelde de Mac in zijn eentje. Maar zonder de samenwerking met Steve Jobs was Apple nooit zo succesvol geworden. Fysiek samenwerken is nuttig, maar moet beter afgestemd worden. Een mix van introvert en extravert, een leidinggevende die de kwaliteiten van introverten ziet en waardeert, met eigen kamers om je terug te kunnen trekken, rust en privacy, en een koffie-apparaat om met je collega’s bij te kletsen. En dan snel weer terug naar je werkkamer …

H4 Is je temperament je noodlot?

Plankenkoorts …. welke introvert kent dat niet? Susan probeert die te bedwingen met een slok alcohol (hoe herkenbaar, alweer). Het helpt haar niet. Een mooi opstapje naar de vraag: is angst voor spreken in het openbaar, of introversie in het algemeen, aangeboren of aangeleerd?

Onderzoek bij baby’s, waarbij een relatie gelegd werd tussen hun gedrag en fysieke eigenschappen, toont aan dat er al kort na de geboorte verschillend werd gereageerd op prikkels van buiten, een mobiel boven de wieg bijvoorbeeld, of een vreemde geur. Sommige baby’s huilden en zwaaiden woest met hun armen, andere baby’s bleven stil en vredig, en nog weer andere zaten daar tussenin. De eerste groep, 20%, is hoogreactief, de tweede groep, 40% laagreactief. In hun latere jeugd werden die baby’s meermalen getest. Hoogreactieve baby’s werden ernstige, zorgvuldige kinderen; laagreactieve baby’s ontspannen en zelfverzekerde kinderen.

Dat verschil ligt voornamelijk aan de amygdala: een prikkelbare amygdala zorgt veel sneller voor een vecht- of vluchtreactie, voor huilende baby’s en voor kinderen die op hun hoede zijn, alerter zijn, sneller stresshormonen aanmaken, introvert worden. Die kinderen uit het onderzoek, ooit huilbaby’s, lazen nauwkeuriger, dachten langer na, analyseerden het gedrag van anderen. Hoogreactiviteit is één van de biologische fundamenten van introversie. Uit tweeling-onderzoek blijkt dat introversie en extraversie voor gemiddeld 40-50% genetisch bepaald is.

En ja, introverte mensen hebben een significant grotere kans om spreken in het openbaar te vrezen! Ze ontwikkelen zich tot schrijvers, wetenschappers en denkers, omdat hun afkeer van nieuwe dingen zorgt dat ze het liefst tijd doorbrengen binnen de vertrouwde omgeving van hun eigen gedachten. Ze houden van lezen en vinden niets zo opwindend als ideeën.

Laagreactieve kinderen zijn avontuurlijk, hebben minder angst, worden een held … of een crimineel, afhankelijk van de opvoeding. Introverte kinderen leren het verschil tussen goed en kwaad door standjes van hun ouders, wat angst voor afkeuring oplevert. Extraverte kinderen hebben minder angst, standjes hebben dus minder effect. Daar kunnen positieve rolmodellen een rol spelen, en de mogelijkheden om hun avontuurlijke aard in goed banen te leiden (sport!). Temperament is dus aangeboren. Maar persoonlijkheid niet, die wordt daarbovenop gevormd door cultuur en dergelijke …

H5 Het temperament voorbij: de rol van de vrije wil (en het geheim van spreken in het openbaar voor introverte mensen).

Je prikkelbare amygdala wordt getemperd door de frontale cortex, die je vertelt dat je rustig moet blijven, die je eraan herinnert dat het altijd goed gegaan is, die rationeel is. Alleen werkt hij niet altijd …

Introverte en extraverte mensen hebben dus een verschillende reactie op, maar ook een verschillende behoefte aan, prikkeling. Druppel wat citroensap op hun tong, en introverten produceren meer speeksel dan extraverten. Bij teveel lawaai gaan hun cognitieve vaardigheden achteruit, terwijl bij extraverten harder geluid juist een positieve invloed heeft. Omdat introverten veel sterker op prikkeling reageren, zoeken ze omgevingen met veel minder prikkels. Bij extraverten is dat natuurlijk net andersom. Je kunt je dus een omgeving ‘aanmeten’ die precies goed is voor jouw persoonlijkheid. Je ‘trefpunt’. Met in de auto géén muziek of koffie voor de slaperige introverte, en voor de extraverte juist wel.

En ja, de prikkels van het spreken in het openbaar verstoren de cognitieve vermogens van de introverten, improviseren lukt dan niet. Heel veel voorbereiding is dus geboden. Leuk wordt het echter nooit.

H6 Waarom koelbloedigheid wordt overschat

Introverte mensen zijn ook sensitiever, hebben meer empathie voor anderen, voelen zich sneller schuldig, zijn sneller ontroerd. Ze praten graag over waarden en moraal, zijn minder geïnteresseerd in ‘smalltalk’.

En ook zijn er fysiologische verschillen: ze zweten meer in reactie op prikkels, blozen sneller, hebben letterlijk een minder ‘dikke huid’ en ook een minder koele huid. Ze zijn letterlijk niet ‘cool’. De leugendetectortest is deels gebaseerd op het fenomeen zweten door angst (tijdens het liegen). Daar reageren introverten dus sneller op, en ze zijn ook angstig als ze níét liegen, alleen al door de situatie.

‘Coole’ mensen zijn extravert, deze hebben een lage hartslag en hun lichaam is meer ontspannen. Alcohol neemt het prikkelingsniveau weg voor introverten, het is een ‘glaasje extraversie’.

H7 De verschillende denkwijzen (en dopamineverwerking) van introverte en extraverte mensen

De amygdala is een deel van de ‘oude’ hersenen, een ander deel is nucleus accumbens, het genotscentrum. De neo-cortex tempert ook deze, maar niet volledig. Heeft de introvert een gevoeliger amygdala, de extravert heeft een hoger activiteitenniveau in het genots- of beloningscentrum, is meer geneigd te zoeken naar geld en status. De dopamine-afgifte lijkt bij hem actiever te zijn. Dit veroorzaakt een roes, een ‘buzz’, maar kan ook destructief gedrag veroorzaken, zoals hooliganisme. En het stimuleert hem om (enorme) risico’s te nemen, en mogelijke gevolgen te negeren. Extraverten hebben daarom meer kans om een ongeluk te krijgen, te roken, onveilig te vrijen, vreemd te gaan. Ze ondernemen sneller actie, en denken minder diep na over zaken dan de introverten. En wat betreft de kredietcrisis, men zegt dat deze met meer vrouwen op Wall Street niet gebeurd zou zijn. En Susan vraagt zich af wat er met meer introverten aan het roer gebeurd zou zijn? O ja, introverte vrouwen, dat lijkt mij, niet helemaal toevallig, ideaal.

Voor de duidelijkheid, introverten hebben geen hoger IQ dan extraverten, en die laatsten presteren beter als er onder druk gewerkt moet worden of als er een overload aan informatie is. Dat komt omdat de extraverten hun volledige cognitief vermogen inzetten voor een taak, en de introverten maar zo’n 75%, de rest besteden ze aan reflecteren en evalueren. Introverten zijn beter in kritisch denken, voorbereiden, nauwgezetheid, doorzettingsvermogen. Hoe mooi zou het zijn als we een balans konden vinden tussen de daadkracht van extraverten en de reflectie van de introverten!

De extraverten zijn beloningsgevoeliger, zoeken de buzz. Maar natuurlijk hebben introverten óók plezier in het werk, zij raken in ‘flow’ van het doel, niet de beloning, van een activiteit. Flow heeft vaak te maken met solistische bezigheden, zichzelf verliezen in de activiteit, met vasthoudendheid één ding tegelijk te doen.

Als ‘stille’ introvert kun je je ideeën uitdragen zonder improviserend spreken in het openbaar, maar op een manier die bij je past. Schrijven, goed voorbereide lezingen geven, bondgenoten zoeken en hén de presentatie laten doen. En ook: laat je niet meeslepen door de heersende normen van risico’s nemen, maar doe het werk op jouw manier, ook al krijgen de meer agressieve types de promoties.

H8 Stille kracht: Aziatisch-Amerikanen en het extraverte ideaal

Aziatisch-Amerikanen zitten tussen twee culturen. Van huis uit worden ze gestimuleerd om op school en de universiteit te luisteren en veel te leren (terwijl de rest kletst in de les), de bibliotheek is hun ontmoetingsplek (terwijl de rest in het winkelcentrum te vinden is). Aziatisch-Amerikanen zijn meer introvert dan gemiddeld in de VS. In Oost-Azië wordt dan ook heel anders lesgegeven dan in het Westen. Praten in de les wordt ontmoedigd. Wat de VS ziet als ‘studentenparticipatie’, zien de Oost-Aziaten als ‘onzin uitkramen’. Zelfs voor extraverte Aziaten is het ontzag voor de hoogleraar te groot om mee te discussiëren.

Ontzag voor onderwijs is één reden voor het stilzwijgen, een andere verklaring is groepsidentiteit. Aziaten zien zichzelf als een deel van het grotere geheel en hechten aan harmonie in de groep, waardoor ze hun eigen verlangens ondergeschikt maken, en zwijgzaamheid en bescheidenheid belangrijk vinden. De Westerse cultuur is individualistisch, het hecht aan moed en spreekvaardigheid. Maar verwar de Aziatische bezorgdheid voor de gevoelens van andere niet met onderdanigheid.

In China zijn kinderen die verlegen en sensitief zijn populaire speelkameraadjes, terwijl zulk soort kinderen in de het Westen worden gemeden. Chinese scholieren houden van vriendjes die ‘nederig, altruïstisch, eerlijk en hardwerkend’ zijn, terwijl Amerikaanse scholieren’ vrolijke, gezellige, enthousiaste’ vriendjes opzoeken.

Aziatisch-Amerikaanse kinderen hebben het dus moeilijk op school, hun zelfbeeld keldert omdat ze niet kunnen voldoen aan het Amerikaanse extraverte ideaalbeeld. En komen ze van school of van de universiteit, en weten of kunnen ze misschien meer dan hun Amerikaanse studiegenoten, dan verdienen ze toch minder. Niet de juiste sociale vaardigheden. Geen nogal agressieve manier van overtuigen, maar ‘zachte kracht’: overtuigen op inhoud, met vasthoudendheid. Zachte kracht werd o.a. uitgeoefend door Gandhi.

Gandhi was als kind verlegen, en ook als jongeman durfde hij bijna nooit wat te zeggen. Zijn hele leven heeft hij het houden van toespraken zoveel mogelijk gemeden. Daarnaast was hij zeer beheerst en accepteerde hij het onrecht dat hem werd aangedaan toen hij zich na zijn rechtenstudie in Engeland weer in Zuid-Afrika wilde vestigen. Onbestaanbaar voor ons Westerlingen! Gandhi zag het echter niet als zwakte maar als het bewaren van zijn energie voor zijn lange-termijndoelen. Die zelfbeheersing vloeide voort uit zijn verlegenheid, zo zei hij zelf.

H9 Wanneer moet je je extraverter gedragen dan je eigenlijk bent?

In psychologieland was er ooit het ‘persoon’-kamp en het ‘situatie’-kamp: ze verschilden van mening over het vaststaan van je persoonlijkheidskenmerken of juist de veranderlijkheid ervan in verschillende situaties. Inmiddels is er een meer genuanceerde visie. Ja, we hebben een vaste persoonlijkheid en ja, we zien verschillende patronen ervan in verschillende situaties. De vraag is natuurlijk: moet je je aanpassen, of kun je beter trouw blijven aan jezelf? Nou, dat hangt af van het doel. Als je het aanpassen nodig vindt voor het behalen van een heel belangrijk doel, prima. Dan ben je tóch trouw aan jezelf.

Dit is de vrije-kenmerken-theorie. Voor introverten een soort van ‘gespeelde’ extraversie. Dat lukt door ‘zelfregulering’, het afstemmen van je gedrag op de sociale situatie. Je kunt het zien als een vorm van bescheidenheid, je aanpassen aan de ander, niet zozeer als manipulatie. Wat wél nodig is, is herstel-tijd en herstel-hoekjes: waarin je je eigen persoonlijkheid weer even de ruimte kunt geven. Want zelfregulering is mentaal en fysiek uitputtend. Herstellen dus!

H10 De Communicatiekloof: hoe praat je met mensen van het andere type?

Hoe communiceren introverten en extraverten met elkaar? Ze zijn beiden sociaal, maar op een verschillende manier: de ene hangt naar intimiteit, een kleine hechte vriendengroep, de ander naar een podium en een grote losse vriendengroep. Beide types zijn ook vriendelijk, maar verschillend. De introverten vinden het fijn om bij iemand te zijn, zwijgend. Voor een extravert kan dit kwetsend overkomen, dit gebrek aan ‘gezelligheid’.

En dan het omgaan met conflicten. Introverten zijn vaak óf afstandelijk en beheerst óf overweldigend emotioneel, en om dit laatste te voorkomen gebruiken ze juist de afstandelijkheid. Introverten gaan conflicten het liefst uit de weg, extraverten kunnen goed overweg met een directe, ruzieachtige manier van discussiëren. De extravert gaat met de nodige emotie dus de discussie aan, waar de introvert met afstandelijkheid op reageert. Dat lost een conflict niet makkelijk op: hoe meer ruzie, hoe meer afstand, hoe bozer, hoe meer afstand, etc. De introvert denkt dat hij respect toont door zijn emoties te beteugelen, de extravert denkt dat zijn woede een oprechte uiting is van hoe belangrijk hij de relatie vindt.

Uit onderzoek blijkt dat extraverten beter zijn in het interpreteren van sociale signalen als ze een gesprek voeren over de inhoud, ze kunnen zich op beide aspecten tegelijkertijd focussen. Introverten focussen op de inhoud alleen, en missen de sociale signalen. Als introverten als observator een gesprek tussen twee anderen zouden moeten analyseren, zijn ze juist weer beter in het interpreteren van sociale signalen. Extraverten kunnen beter multitasken, introverten beter analyseren.

H11 Hoe je stille kinderen grootbrengt in een wereld die hen niet hoort

Bij introverte kinderen worden hun talenten vaak verstikt, helemaal als hun extraverte ouders proberen hen naar hun eigen normen te kneden. Ze gaan met ze naar een psychiater, en vernietigen zo het zelfbeeld van de kinderen. Of ze regelen allerlei speelafspraken na schooltijd, terwijl de kinderen even willen bijkomen, in hun eentje een boek lezen. Wat volgt zijn depressies. Bij de kinderen.

Introverte ouders kunnen overigens ook miskleunen: ze herinneren zich hoe moeizaam hun eigen jeugd was en willen dat hun kinderen besparen. Natuurlijk is het wél goed om met de kinderen te overleggen of ze sociale vaardigheidstrainingen zouden willen om die moeilijke schooldag door te komen, zónder dit als kritiek te laten klinken. Soms is het mogelijk om een ‘passende’ school te vinden, met lesmethoden die óók op introverte kinderen zijn gericht. (iPad-scholen soms?)

Conclusie

De boodschap aan ons allemaal is er een waarbij Susan teruggrijpt op de sprookjes. Het ene kind krijgt een lichtzwaard (Star Wars!) het andere kind wordt opgeleid tot tovenaar (Harry Potter!). Het gaat er niet om álle soorten macht die er zijn te verzamelen, maar om jouw speciale macht goed te gebruiken.

Mijn mening?

Wat ik van dit boek vond, lees je in mijn recensie

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in psychologie | Tags: , , , , , | 5 reacties

Recensie: Cultures of Growth – Teleurstellend

‘Hoe de groeimindset teams en organisaties helpt’ is de ondertitel van Cultures of Growth van Mary C. Murphy uit 2024. O! Groeimindset! Ik ben een groot fan van Mindset van Carol Dweck, en Carol schreef ook het voorwoord, waaruit ik afleid dat dit boek een vervolg is. En inderdaad, Mary analyseert hoe een groeimindset bij organisaties eruit kan zien, en hoe de mindset van je organisatie ook jou beïnvloedt, ongeacht jouw eigen mindset.

Mijn verwachtingen waren dus hooggespannen, mede door de blurbs van Angela Duckworth (van Grit) en Adam Grant (van Hidden Potential). Helaas las ik weinig nieuws en was ook de structuur van het boek en de schrijfstijl van Mary niet zo pakkend als dat van de blurb-schrijvers. Mary’s betoog is kort samen te vatten: in organisaties met een statische mindset krijgen de werknemers óók een statische mindset. Daardoor is er weinig sprake van samenwerking, diversiteit en innovatie, wat ten koste van het resultaat gaat. Nou, wie had dát gedacht.

Het managementboek Cultures of Growth …

… onderscheidt twee mindsets: de groeimindset en de geniemindset. Die laatste is gelijk aan de statische mindset, ze noemt het alleen anders. Het wordt mij niet duidelijk waaróm. Anyway, bij een geniemindset gaat de organisatie ervan uit dat talent en bekwaamheid aangeboren zijn: je hebt ‘het’ of niet. Bij sollicitaties wordt gekeken naar IQ en testresultaten. Bij een groeimindset wil men óók slimme mensen, maar kijkt men ook, of met name, naar hoe je uitdagingen hebt overwonnen, naar betrokkenheid en je verlangen je te ontwikkelen. Mary stelt dat een groeimindset zorgt voor betere resultaten voor de organisatie, en dat het de verantwoordelijkheid van de leiders is om die groeimindset in een organisatie te creëren.

In de inleiding stelt Mary dat wij ons aanpassen aan onze omgeving, welk gedrag van ons verwacht wordt. Is onze omgeving een organisatie met een statische, pardon, een geniemindset, en wij halen dat genie-niveau niet, dan is er weinig stimulans om te groeien, alsof je tegen de stroom op zwemt. En ook nemen we ongemerkt de mindset van de organisatie over in hoe we anderen zien en waarderen. En zo bekrachtigen we specifieke mindsetcultuur.

Hierna valt het boek uiteen in 3 delen. In deel 1 resetten we de mindsets en herzien we onze ideeën over hoe mindsets werken. In deel 2 komen de mindsets bij organisaties aan de orde en in deel 3 kijken we hoe factoren die van invloed zijn op mindsets ons als individu beïnvloeden.

Mindsetcontinuüm en micromindsetculturen

In deel 1 leren we dat het niet óf-óf is, nee, je mindset is een continuüm tussen groeimindset en geniemindset. En alsof het een dimmer is, heeft soms de ene kant en soms de andere de overhand. En dat wordt weer veroorzaakt door de situatie en de mensen om ons heen: de mindset-cultuur in groepen en organisaties. Die mindsetcultuur is het geheel van overtuigingen, beleid, procedures, en de boodschappen van de leiding. Bij organisaties kun je de mindsetcultuur vaak wel afleiden uit het mission statement. Maar al is er een herkenbare overkoepelende mindsetcultuur, er is ook sprake van micromindsetculturen, bepaalde divisies of afdelingen wijken van die overkoepelende cultuur af.

Een geniemindset klinkt eigenlijk helemaal niet zo negatief, he? Niet zo negatief als statisch in ieder geval. Hoe komt dat? Een genie is iemand met aangeboren bijzondere talenten en vaardigheden, en wij bewonderen genieën enorm. Enerzijds omdat mensen op een hoge positie zich niet hoeven te schamen voor hun kruiwagens, nee, het lag aan hun unieke gaven, dat zij die positie hebben ‘verdiend’. Het legitimeert privileges. En anderzijds natuurlijk omdat mensen die niet ‘uitverkoren’ zijn, zich ook niet hoeven te schamen, en geen druk voelen, ze hebben ‘het gewoon niet’.

Een groeimindset leidt tot betere samenwerking

Deel 2, Mindsetcultuur,  gaat in op 5 belangrijke gebieden: Samenwerking, Innovatie, Risico’s en veerkracht, Integriteit en ethisch gedrag en DEI ( diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie).

Samenwerking is goed voor prestaties en innovatie, maar gaat niet samen met een cultuur van onderlinge concurrentie. Interessant: Mary gaat in dit hoofdstuk uitgebreid in op de methode van stack ranking, uitgevonden door de bekende CEO van General Electric: Jack Welch. Hierbij rangschikt je je mensen onderling en ontslaat de onderste 20%. Elk jaar weer. Zo houd je de beste mensen, toch? Nou nee, de meest junior mensen, met nog weinig ervaring en minder goede toegang tot hulpmiddelen, eindigen vaak onderaan. Je krijgt niet de gelegenheid om te groeien. Mensen met een groeimindset gaan dus weg. Maar ook het verloop van de 80% erboven is hoog, je bent je baan immers nooit zeker, staat altijd onder druk. Levert dit meer winst op? Nou, de kosten van vervanging van vertrokken medewerkers zijn hoog. Je houdt misschien de op dat moment beste mensen, maar je bevordert niet de samenwerking: want bij een gezamenlijke inspanning komt de individuele prestatie natuurlijk niet naar voren. Mensen gaan tegen elkaar in werken.

Een groeimindset maakt creatiever

Wat innovatie betreft, blijkt uit onderzoek dat mensen met een groeimindset meer diverse en unieke ideeën produceren dan degenen die geloven dat hun creativiteit beperkt was. Ook is het zo dat als je je zorgen maakt over hoe je afsteekt ten opzichte van een ander, wat hoort bij de geniemindset, er minder hersencapaciteit is voor innovatie en probleemoplossing. Interessant zijn de hoofdstukken waaruit blijkt hoe marketing inspeelt op de mindset van hun doelgroep, focussen ze op onze prestatiedoelen (verbeterde ….)  of onze leerdoelen (nieuwe ….)? Bij Duolingo bijvoorbeeld wordt beloofd dat je door hard werken je taalvaardigheden kunt ontwikkelen. Typisch voor een groeimindset. (Leuk om te weten want ik heb al een streak van 2100+ dagen)

Risico’s nemen, ethiek en diversiteit

Het derde gebied is risico’s nemen en veerkracht. In genieculturen wordt meer op safe gespeeld, want men is bang om foute beslissingen te nemen en daarom ontslagen te worden én om door beslissingen het bedrijf schade te berokkenen, waardoor banen op het spel komen te staan, ook de jouwe. In groeiculturen is die angst er niet (of minder), daarbij verzamelen die culturen veel data én, belangrijker nog, delen ze die, waardoor ze beter onderbouwde beslissingen nemen.

Gedrag wordt méér bepaald door situatie en organisatiecultuur, dan door karakter. Integriteit en ethisch gedrag gaat verder dan het overtreden van regels, het gaat ook om achterhouden van informatie, collega’s ondermijnen enzovoorts. Dat komt meer voor in genieculturen, maar ook in groeiculturen zie je het. Die laatsten doen alleen meer om zaken recht te zetten en zijn pro-actiever met preventieve maatregelen.

Diversiteit is ook een aspect waar binnen de verschillende culturen verschillend mee wordt omgegaan. Genieculturen hebben vaak een soort prototype mens die ‘het’ hebben. Pas je niet in die mal, dan word je niet aangenomen, of krijg je niet dezelfde kansen. Bij groeiculturen worden verschillen juist op waarde geschat, men weet dat het meer creativiteit oplevert.

Triggers voor de individuele mindset

Deel 3 behandelt de factoren of triggers die ons binnen een microcultuur in de ene of de andere mindset doet schieten: wanneer iemand een oordeel over ons velt, wanneer we lastige uitdagingen voor onze kiezen krijgen, wanneer we kritische feedback krijgen en wanneer we geconfronteerd worden met het succes van anderen. Bij alle vier is de context bepalend.

In de oordelende situatie is dat hoe ‘de beoordelaar’ tevoren het doel formuleert, en of deze onderlinge hulp en samenwerking promoot.

Bij lastige uitdagingen kom je in de groeimindset als je jezelf voorhoudt dat je het leuk vindt om ergens hard voor te werken en je je realiseert dat oefening groei betekent, voor je spieren, en voor je hersenen, die nieuwe verbindingen aanleggen als je ze aan het werkt zet door iets nieuws te leren. Geloof dus niet in het mantra van maximaliseren van je sterke punten, het idee dat je sterke punten hébt is al een teken van een statische mindset. (Jammer, ik ben een fan hiervan). Wat je ook kan helpen met veeleisende situaties is zelfbevestiging: weet dat je heel veel rollen hebt (vriendin, Nederlandse, zelfstandige, boekenliefhebber, ….), en dat maar één van die rollen nu wordt uitgedaagd. Zo voel je je minder bedreigd.

Feedback krijgen en geven

Bij kritische feedback wil je je emoties uitschakelen. Niet zo makkelijk, tenzij ‘we Vulcanus zijn’ (de vertaler heeft blijkbaar nooit van Spock, de Vulcan gehoord, en de redactie ook niet). Toch hebben we invloed op onze emoties, er is immers ‘space between stimulus and response’, en kunnen we feedback puur rationeel analyseren, in de wetenschap dat die nodig is om te groeien. Klinkt goed, maar is lastig te implementeren en concrete stappen ontbreken hier. ‘Wil je beter zijn of je beter voelen?

Interessant is het stuk over feedback geven aan minderheden. Misschien durf je dat niet uit angst om voor seksist of racist uitgemaakt te worden. Maar het resultaat is dat die minderheden geen informatie krijgen waarmee ze zichzelf kunnen verbeteren. Nog erger! Dit heet het mentorsdilemma. Met ‘wijze feedback’ kun je hier overheen stappen. Introduceer je feedback met de woorden ‘ik heb hoge verwachtingen van je, daarom krijg je deze opmerkingen, ik weet dat je het waar kunt maken.’ Ook belangrijk: verhef het geven van feedback tot norm, doe bijvoorbeeld dagelijkse feedbacksessies. En doe vooral géén feedbacksandwich!

Tenslotte het succes van anderen. Bij een statische mindset zijn er winnaars en verliezers. De ander heeft talent, jij niet. Je voelt je bedreigd. Het toegeven dat je jezelf met iemand vergelijkt is je kwetsbaarheid tonen, die ander macht geven. Je kunt ook kijken naar de factoren die hebben bijgedragen aan dat succes en daar wat van leren. Misschien had hij een kruiwagen? Dan moet jij aan de slag met het opbouwen van een netwerk. Mooi voorbeeld: de strijd tussen tennissters Chris Evert en Martina Navratilova. Die waren elkaars grootste concurrenten én bevriend. Ze zagen de sterke punten van de ander en gingen daar zelf óók aan werken. Zo werden ze allebei een legende.

Mijn evaluatie van Cultures of Growth

De lerende organisatie is een onderwerp dat al jaren aandacht krijgt, en waarschijnlijk daarom vond ik dit boek weinig origineel en verrassend. Het meeste is bekend, een open deur of gewoon gezond verstand. Ik was zeer te spreken over Carol Dweck’s Mindset, maar Mary weet aan de mindset-theorie weinig toe te voegen. En dat weinige wordt helaas erg veel herhaald! De structuur van het boek heeft daar mede mee te maken, de drie delen zijn niet echt onderscheidend van elkaar, ze overlappen voortdurend. Ook een echte rode draad ontbreekt en daardoor zijn er zeer veel verwijzingen naar eerdere en latere hoofdstukken. Uiteindelijk lijkt alles af te hangen van samenwerking.

Mary noemt een aantal onderzoeken waarmee ze haar betoog wetenschappelijk onderbouwt. De beschrijvingen gaan echter niet erg diep, behalve als het onderzoeken en adviesopdrachten van haarzelf betreft. Met name die bij bekende bedrijven worden trots gepresenteerd, op het arrogante af. Het boek is rijkelijk gevuld met cases en voorbeelden, die ik niet altijd ondersteunend aan het betreffende hoofdstuk vond, anderzijds ontbreekt vaak het bewijs voor een punt dat ze wil maken, het betreft veelal anekdotes.

Redactioneel niet sterk

Er is weinig gedaan aan ondersteunende lay-out, de hoofdstukken zijn lange stukken tekst met hier en daar een tussenkop. Ik stoorde me erg aan de vertaling van Vulcan, is er echt een vertaler in Nederland die nog nooit van Star Trek heeft gehoord? Of is dit een AI vertaling? In combinatie met een typo, de slechte structuur en de herhaling is er redactioneel wel wat aan te merken op het boek. Het betoog had beter tot z’n recht gekomen als het boek half zo dik was.

Natuurlijk waren er zeker onderdelen bij die ik interessant vond en waar ik wat van leerde, zoals het stuk over stack ranking. Ik heb zelf bij een bedrijf uit de VS gewerkt die deze systematiek bij de beoordelingen hanteerde: ik moest mijn team verplicht indelen in 20% boven niveau. 60% op niveau en 20% onder niveau. Onmogelijk te doen als je maar 15 man onder je hebt, hoewel ik best geloof dat op het hele bestand van 20.000 werknemers deze bell-curve bestaat. Maar om het als uitgangspunt van je beoordelingssystematiek te gebruiken, sterker nog, van je ontslagbeleid, is wel hééél erg statisch gedacht. Om te begrijpen dat een dergelijke cultuur dodelijk is voor samenwerking en innovatie, daar hoef je geen genie voor te zijn.

Overall was ik vooral teleurgesteld, en ik adviseer iedereen om Mindset te lezen, en daarna GRIT en Hidden Potential.

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl 

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie maar wel duurzaam:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus…..
  • Snuffel in een minibieb
  • Of lees het via je (online) bibliotheek.

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , | 2 reacties