Op je 12-de milieuactiviste worden, daarna op het WEF en voor de VN spreken, en op je 20ste de hoofdpersoon zijn van een documentaire. Dan heb je wel wat te vertellen! En inderdaad, Melati Wijsen heeft in haar boek Change starts now uit 2025 héél wat te vertellen. Het is een mix van biografie, actiegids en zelfhulpboek waar jongeren veel van kunnen leren. Als oudere jongere schaamde ik me vooral voor mijn eigen inactiviteit.
De beschrijvingen van Melati’s jeugd op het, in haar kind-ogen, paradijselijke Bali zijn ontroerend, en die van haar activiteiten soms bijna niet te geloven. Ze realiseert zich terdege dat ze alle aandacht voornamelijk kreeg in verband met haar jonge leeftijd en dat de milieuvervuiling op het tweede plan stond. Desondanks is ze nu, 12 jaar later, nog niets van die passie kwijt. Die passie is nu gericht op het enthousiasmeren van andere jongeren voor activisme en ze behoeden voor de valkuilen waar zij zelf intrapte. De schrijfstijl en structuur van het boek kunnen zeker beter, maar haar passie straalt van elke pagina af.
Het duurzaamheidsboek Change starts now …
… laat ons eerst kennismaken met Melati’s familieleven op Bali. Haar Nederlandse moeder en Indonesische vader ontmoetten elkaar op het zeilschip de Ombak Putih (grappig, daar heb ik jaren later ook een tocht mee gemaakt). Ze wonen op het platteland, in een huis met open voorkant, zodat ze één zijn met de natuur. Het gezin gaat veel zeilen en Melati en haar zusje ‘ontdekken’ allerlei eilanden. Tijdens de tochten leren ze veel over de natuur, zoals dat de oceaan zorgt voor 70% van de zuurstof. Melati groeit op met allerlei tradities, waaronder de Tri Hita Karana, de drie pilaren van welzijn: leven in balans met de omgeving, met elkaar en met je innerlijke zelf (environment, community, self).
Elke dag hollen de kinderen naar hun favoriete strand om te gaan zwemmen. En op een dag valt het Melati op dat dat mooie strand vol ligt met plastic. Het spoelt aan vanuit de oceaan, onze zuurstof-producent. En het wordt opgeruimd door een schoonmaker, die het plastic verbrandt, want andere opties heeft hij niet. Melati is geschokt, en bezoekt op haar 12-de een vuilstortplaats met plastic.
Bye Bye Plastic Bags
Dat is de start van haar eerste project, samen met haar 2 jaar jongere zus Isabel: Bye Bye Plastic Bags. Een slimme keuze: al dat plastic is opvallend én het verbannen van single use plastic zakken is al eerder, in andere landen, gedaan. Ze heeft succes omdat het ‘leuke kinderen’ zijn die de boodschap verkondigen.
De volgende hoofdstukken gaan in op enerzijds de opwarming van de aarde, vervuiling, de SDG’s, de urgentie enzovoorts, de probleemkant dus, en anderzijds de activiteiten van Melati en haar organisatie van kinderen. Ze gaat op haar 13-de naar een conferentie in Mumbai, en als ze vindt dat er op Bali te weinig gebeurt, gaat ze in hongerstaking, alleen overdag. Na 2 dagen mag ze bij de gouverneur komen om haar zaak te bepleiten. Melati is onder de indruk, maar ook teleurgesteld, want er komen geen harde toezeggingen. Ze start een petitie, die viral gaat. Inmiddels heeft ze een groot team van vrijwilligers en leert ze hoe ze dat wel en niet moet managen. De tips zullen je bekend voorkomen, jong en oud maken dezelfde fouten.
Wereldwijde impact
Op haar 14de heeft ze franchises over de hele wereld en een hoofdkantoor op Bali, zelf gebouwd van zeecontainers. Het behouden van haar betaalde staf is niet makkelijk, ze wijt het aan haar rondrennen als ‘een kip zonder kop’, slecht prioriteren, uitstelgedrag.
Een volgend hoofdstuk gaat over spreken in het openbaar, en zij staat als 15-jarige te speechen bij de VN. Leuke tips: neem jezelf niet te serieus en afwijken van je script is prima, je publiek weet niet beter. Verder presenteert ze een model voor de opzet van een goed verhaal, de diamant, die uit 5 delen bestaat: de ijsbreker, dan de intro, de kern van het verhaal, de samenvatting en de call to action. Leuk is haar tip om je speech beter te onthouden: oefen hem met rare accenten. Voor haar heeft het gewerkt, inmiddels is ze full time betaald spreker. Waar ze wel wat moeite mee heeft is de reactie van haar publiek: o, je was zo inspirerend! Ze wil geen inspiratie zien, maar actie, verandering! Maar ze realiseert zich ook dat inspiratie altijd de eerste stap is.
Volwassen worden
Op haar 18-de is ze klaar met school, en ze merkt dat het ontbreken van die dagelijkse structuur het teken is van de overgang naar volwassenheid. Ze is niet meer dat ‘schattige kind’ en krijgt nu niet meer alle aandacht omdat ze zo jong is. Naar de universiteit wil ze niet. Veel mensen adviseren haar dit wel te doen, dat geeft haar meer geloofwaardigheid denken ze. Maar zij leert door te doen, door te netwerken met jongeren over de hele wereld. Verder gaat het over intergenerationeel samenwerken, en wat ze ‘youth washing’ noemt: wel de jeugd vragen om te komen spreken, maar verder de jeugd niet concreet steunen. In de tussentijd is zij het enige gezicht van haar organisatie, ze delegeert niets, wil alles zelf doen, steeds iets nieuws oppakken. Haar ego zit haar in de weg, en ze krijgt 3x een burn-out.
Het systeem werkt tegen en mee
In een hoofdstuk over vriendschap en liefde lees ik ook dat Melati altijd een dubbele nationaliteit had: Indonesisch en Nederlands. Ze heeft in Bali altijd gestemd, had een Indonesisch paspoort. Maar op haar 21ste moet ze kiezen tussen haar beide nationaliteiten. Dan blijkt dat ze de Indonesische nationaliteit die ze zo graag wil, niet kan krijgen. Er ontbreekt iets juridisch …. én ze is activiste, dus gewoon niet welkom. Ze is geschokt! (Inmiddels woont ze in Amsterdam.) Ze herinnert de lezer eraan dat veel activisten in eigen land worden vervolgd of helemaal verbannen. Het systeem laat ze in de steek. Maar …. je kunt dat systeem ook voor je laten werken. Denk aan de juridische procedures tegen vervuilende bedrijven.
Het slot gaat over hoop, meedoen, en ze geeft een call to action: zorg voor milieu en sociale zaken in je ‘1 meter bubbel’ en word een changemaker. Zelf neemt ze afscheid van de BBPB: het is niet meer nodig en andere instanties hebben meer impact nu op dat gebied.
Mijn evaluatie van Change starts now
Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik hiervoor nog nooit gehoord had van Melati Wijsen. Hoe is dat nu mogelijk, ze heeft in de afgelopen 12 jaar op heel wat podia gestaan en veel publiciteit gehad. Voor mij was haar levensverhaal dus helemaal nieuw, en ik was onder de indruk van haar passie, haar daadkracht en haar vermogen om een beweging te creëren. Het leerpunt hier is natuurlijk: als een 12-jarig meisje uit Bali dit kan bereiken, wat houdt ons, ouderen uit rijkere landen, dan tegen om dezelfde impact na te streven? Ik schaam me een beetje over mijn leunstoel-activisme.
Naast de biografische stukken komen de milieuproblemen aan bod. Deze onderdelen zullen voor de veel-lezers rond duurzaamheid niet heel nieuw zijn, maar wellicht voor veel jongeren toch nog wel. Aangezien het boek Engelstalig is, zou het niet misstaan op een Engelse literatuurlijst op de middelbare school of als discussiestuk bij een jongerenvereniging.
Het grootste deel van het boek heeft betrekking op persoonlijke ontwikkeling, en de 100 tips waarmee de hoofdstukken zijn gevuld zijn zondermeer nuttig. Managementboekenlezers zullen niet veel nieuws lezen, maar leest de jeugd van tegenwoordig al managementboeken? Ik denk het niet. Mij lijkt de doelgroep dan ook voor de hand liggen: middelbare school-gangers.
Alle tips zijn opgehangen aan Melati’s eigen ervaringen, maar zijn naar mijn mening gangbaar en in menig zelfhulpboek met wetenschappelijke onderbouwing terug te vinden. Ik trof in ieder geval geen tips aan die ik onzin vond. De tip voor het beter onthouden van je speech door hem met verschillende accenten uit te spreken was wél nieuw voor me, en kon ik al googelend, nergens terugvinden. Misschien gewoon eens uitproberen? Het boek heeft geen literatuurlijst, wel een ‘resource library’ die niet zozeer verwijst naar bronnen voor het boek, maar naar interessante en mij onbekende organisaties, naar TEDTalks, documentaires en podcasts. En naar programma’s van Melati’s Youthtopia die je kunt volgen.
Het voordeel van een biografie is dat deze tijdloos is, tenzij er ‘updates’ komen natuurlijk. Melati is nog erg jong, dus die kans zit er zeker in. De twee andere onderdelen van het boek, informatie over duurzaamheid en persoonlijke ontwikkeling / activisme zijn misschien minder tijdloos, maar op dit moment erg relevant en maken de biografische stukken extra interessant.
Vorm
Melati schrijft erg levendig over haar familie en vrienden, over het opgroeien op Bali, over hoe ze zich voelt bij de belangrijke ontmoetingen. Ze stelt zich ook erg eerlijk en kwetsbaar op als ze het heeft over haar beperkte managementvaardigheden en haar ongeduld om resultaat te zien. Ook al was ze piepjong, deze ervaringen zijn erg herkenbaar, ook voor ouderen. Wie heeft er niet eens voor groot publiek gestaan en dacht de hele tekst vergeten te zijn? Wie heeft zich niet eens geërgerd aan een politicus die veel mooie woorden voor je heeft, maar weinig actie?
Helaas is de structuur rommelig. Dat komt deels door de combi biografie en actiegids. Enerzijds wordt het verhaal chronologisch verteld, anderzijds zijn de hoofdstukken ingedeeld per thema, waarbinnen ze regelmatig springt van ‘in het begin’ naar een aantal jaren later of het heden. Ook worden er in de biografische stukken grote delen overgeslagen. Op haar 12-de start ze haar activisme, op haar 13-de is ze bij een conferentie in Mumbai. Wat is er in dat jaar gebeurd? Werd ze uitgenodigd? Wilde ze er zelf naar toe? Ideetje van haar ouders? Ik ken niet veel kinderen die op hun 13-de al zo internationaal geëngageerd zijn, waar kwam dat vandaan?
Qua redactie heb ik ook wat ergernissen. Zo staat deze zin er in: Did you know that the Latin word for ego is ‘I’? Dat lijkt me niet helemaal juist. Verder staan er kromme Engelse zinnen in (one of my first mistakes I made), is de lay-out op plekken in het eBook superlelijk, en springt Melati soms van de hak op de tak. Leuk zijn de foto’s, die dragen zeker bij aan het biografische deel.
En? Mis je wat als je dit boek niet leest? Dat denk ik niet, maar voor jongeren die tegen een depressie aanzitten over de grote problemen van tegenwoordig kan het zeker wat handelingsperspectief bieden en activeren. Ook geeft het informatie over organisaties om je bij aan te sluiten als jongere, altijd goed om gelijkgestemde zielen te ontdekken.
Jan van Setten schreef eerder de bestseller Hoe krijg ik ze zover, en direct daarna de opvolger, De klantenfluisteraar uit 2011. Relevant of inmiddels rotzooi? Parel of rijp voor de papierbak? Op zijn onnavolgbare, humoristische manier laat Jan zien hoe je je klanten kunt geven wat ze écht nodig hebben. Wat mij betreft: nog steeds relevant.
Las ik wat nieuws? Niet direct, dit wat oudere boekje lijkt veel, heel veel, op de boekjes die Jos Burgers uitbrengt en die ik vrijwel allemaal gelezen heb. Jan gaat iets meer in op theorie en heeft een andere soort humor, met veel woordgrappen. Hij put wederom uit eigen werk-ervaring, heerlijk over-the-top, en geeft tegendraadse adviezen. Lekker luchtig leerzaam leesvoer!
Het managementboek De klantenfluisteraar …
… begint met een hoofdstuk over kiezen. Want als jij duidelijk kiest, kiezen klanten jou. Je kiest dus je product of dienst, en dat moet iets zijn wat je zelf ook écht leuk vindt. Hoe leuker je het vindt, hoe beter je er in wordt. Zo onderscheid je je. Maar je kunt je ook onderscheiden in … eerlijkheid. Zoals een ICT-dienstverlener, die op de nogal standaardvraag ‘Waarom zouden we met jullie in zee moeten gaan?’ antwoordde: Omdat je met ons gegarandeerd shit krijgt! De klant is verbijsterd. De uitleg is duidelijk: ‘dit soort ICT-projecten levert altijd issues op: over tijd en over budget. Wij hebben daar veel ervaring mee, en lossen het meestal op voordat u het merkt, en van wat u wel merkt bespreken we van te voren met jullie hoe we er mee omgaan.’ De klant vond dit een hele reële benadering, beter dan de mooie praatjes van de concurrentie.
Waar blijkt dat uit?
Ook belangrijk: ga na of dat wat je feitelijk doet én communiceert overeenstemt met de keuzes die je hebt gemaakt. Oftewel: Waar blijkt dat uit?
Over communicatie: waar worden klanten écht blij van? Van oprechte aandacht en interesse, en initiatief tonen. Niet zo gek, want klant komt van het Franse chaland, wat betekent: geïnteresseerd zijn. En dat gaat 2 kanten op. Om geïnteresseerd te zijn in de klant moet je vol-ledig bij de klant zijn: vol in het moment en met een ledig hoofd luister je naar je klant.
Dat wat je communiceert aan je doelgroep, moet je laten zien in je gedrag. Waar blijkt dat uit? Als voorbeeld: de open keukens van McDonalds. Waarom die open zijn? Zodat je kunt zien dat ze schoon zijn? Ja. Zodat je kunt zien dat alles vers wordt gemaakt? Ja. Maar iets anders is nog belangrijker. Het is een Fast food restaurant. Toch sta je vaak best wel even te wachten op je bestelling. Door die open keuken kun je zien dat iedereen ontzettend hard aan het werk is om het zo snel mogelijk klaar te maken. Met een dichte keuken voelt je Fast food minder fast.
MOT met je klant
Ook in het derde hoofdstuk weer een leuke woordspeling: Zoek MOT met je klanten. MOT? Ja, het Moment of Truth, het allerbelangrijkste contactmoment met je klant. Dan doe je extra je best (of niet) en heb je een superloyale klant gemaakt (of er eentje weggejaagd).
Dat komt door de wet van wederkerigheid. Het heeft niet (altijd) met geld te maken, zo blijkt uit het (inmiddels gedateerde) verhaal van Zappos. Als een klant de gewenste schoenen niet bij hen kan vinden, is de klantenservice verplicht om met de klant de gewenste schoenen te vinden op de sites van minimaal 3 concurrenten. De functie van Zappos is ‘de klant extreem goed helpen’ en daar leveren ze dan een paar schoenen bij (of niet!).
Boren of gaten?
Het verhaal van boren en gaten is bekend, Jos Burgers vertelt dit vaak. De klant zit niet te springen om een boormachine met allerlei functies, hij wil alleen een paar gaten, zodat hij zijn schilderijen kan ophangen. Je moet dus naar zijn behoeften vragen, niet iets aansmeren. En dan naar hem luisteren, natuurlijk.
Luisteren moet in 3D: met je oren (wat zegt hij qua inhoud en wat is de toon), met je ogen (wat straalt hij uit met zijn lichaam) en met je hart (doorgronden waar hij zich het meest zorgen over maakt en wat zijn wensen zijn).
Om te zorgen dat een klant je aanbeveelt, moet de relatie heel sterk zijn. Daarvoor is wederzijds vertrouwen cruciaal. Jan gebruikt hierbij zijn eerder ontwikkelde model (zie ook de recensie van Hoe krijg ik ze zover) met 4 factoren: Betrouwbaarheid (daden), Intimiteit (emoties), Geloofwaardigheid (woorden) en Eigen Belang (motieven of drijfveren).
Altijd Ja zeggen
Een verrassende strategie is: Begin met ‘JA’ en je komt er altijd uit. Het begint met een prachtig voorbeeld van een zorginstelling en haar regeltjes. Een nieuwe bewoonster heeft 3 katten, maar mag er maar 1 meenemen. De andere 2 dus niet. De zorgverleenster vraagt zich af: Hoe begin je dan met JA? Al pratend met de bewoonster blijkt dat één kat al superoud is, die overleeft de verhuizing niet, veel te druk. Samen bellen ze de dochter, kan zij voor het bejaarde beestje zorgen? Dat kan. O, er is ook een bewoonster die geen huisdier heeft maar wel graag een kat zou willen. Zo kan de nieuwe bewoonster deze kat toch elke dag zien. Iedereen blij. Het kan wél! Is JA écht niet mogelijk, dan is een hele goede optie: Nee, maar ik ga u wel helpen.
Klantgericht betekent niet klantgezwicht. Klantgezwicht is alles doen wat de klant vraagt (zoals hoge korting geven), klantgericht is doen wat hij werkelijk nodig heeft. Wil hij tóch korting, kijk dan samen hoe er op jouw kosten bespaard kan worden. Uitruilen. En is dat niet mogelijk, zeg dan gewoon nee. Verklaar je klant voor GEC. Dat staat voor Gelijkgeven op Emotie en Corrigeren op inhoud. ‘Ja, het is zeker een forse investering (GE), gelooft u dat het voor u kan werken? (C). Kom je dan nog niet tot elkaar, neem dan afscheid van je klant. Geef nooit korting!
Kiezen
De afsluiter is een verrassende vraag: Voor wie werk je écht? Het bedrijf? De klant? Jezelf? De aandeelhouder? Als je er eerlijk en diep over nadenkt: jezelf. Ondanks wat er op je website staat, staat de klant niet centraal. Jij werkt omdat je dat leuk vindt. Maar als jij lol hebt in wat je doet straal je dat uit, doe je je klanten plezier, en dat levert je nog meer lol op. Het bestaansrecht van je onderneming zit erin dat jij gelooft in wat je doet, en daarmee de andere 3 blij maakt. Kies bewust voor wat je doet en voor wie, en je wordt gekozen…..
Mijn evaluatie van De klantenfluisteraar
Ik las niet zo heel veel nieuws, en dat komt vooral omdat er heel veel geschreven is en wordt over klantgericht werken. Ik ben een fan van zijn collega Jos Burgers, Jan en Jos maakten samen de podcast ‘De Klantenfluisteraars’. Het is dan ook niet gek dat Jos over dezelfde onderwerpen schrijft, en aangezien ik bijna ál Jos’ boeken heb gelezen, is er maar weinig in dit boekje wat me nog niet bekend was. Daarbij adresseert Jan universele thema’s. Maar: hij geeft die een eigen draai door zijn modellen, zijn humor en zijn ad-hoc analyses van de oorsprong van woorden. Dat maakt het lezen toch de moeite waard.
Jan levert geen literatuurlijst bij dit boek, maar ik herkende in de tekst wel uitspraken van Covey. Ongetwijfeld is het betoog (mede) gebaseerd op menig andere managementboekenauteur, en sommigen worden in de tekst bij name genoemd. Het onderwerp klantgerichtheid blijft natuurlijk relevant, en verrassend genoeg voelt het geheel ook tijdloos aan, ondanks de vele voorbeelden. Die voorbeelden zijn nauwelijks gedateerd, omdat het gaat om gedrag en niet om techniek. Ons gedrag blijkt maar nauwelijks te veranderen.
Die voorbeelden zijn overigens heel leuk, soms over-the-top maar altijd herkenbaar. Wie is er niet ooit eens slecht behandeld door een verkoper? De typetjes zijn misschien wat karikaturaal, de boodschap is altijd duidelijk. Het boek is aardig gestructureerd, met tips, en vragen voor je eigen praktijk, en doorspekt met ‘tegeltjes’ zoals ‘Succes is één keer meer opstaan dan je valt’, ‘Wrijving geeft glans, beuken geeft deuken’, en andere pareltjes. Ook de ‘kippenvelquotes’ (‘U kunt hier niet apart afrekenen’ en ‘Nee zo werkt dat hier niet, dat snapt u toch wel’) zijn uit het leven gegrepen.
Mis je wat als je dit boek niet lees? Nee, het is geen pareltje maar ook geen papierbakexemplaar. Aardig voor op vakantie: dun, luchtig en relevant: het haalt op wat je wist maar even was vergeten.
Zóveel boeken om te lezen, zó weinig tijd. Hoe maak je een keuze? Ik laat mij leiden door aanbevelingen van vrienden en kennissen, mijn Family, recensies op bijvoorbeeld Goodreads en Storygraph, tips in kranten en op de socials, en de flapteksten. Maar óók door samenvattingen van anderen, om een betere indruk van de inhoud te krijgen. Die strategie, inclusief de (mini-)samenvatting deel ik graag met je. Deze keer: Careless People (nog niet vertaald) van Sarah Wynn-Williams uit 2025.
Aanbevelingen voor Careless People
Het begon in mei met een recensie in NRC, dat dit boek 4 ballen gaf. Bijzonder is dat de auteur géén reclame mag maken voor het boek, ze heeft als onderdeel van haar ontslagvergoeding van Meta een geheimhoudingsverklaring moeten tekenen. De publicatie van het boek kon Meta niet tegenhouden. Dit alles was natuurlijk geweldige reclame, en het boek stond al snel op de bestsellerlijsten. Het verhoogde ook mijn interesse. Wat staat er dan in dat zo geheim moet blijven?
En toen kwam het ook nog langs als tip van een boekenclub die ik volg. En dat deed het ‘m.
Ratings en recensies
Goodreads geeft een rating van 4,27 uit 5. Dat is erg hoog! Wat zeggen de recensies op deze site? Het lijkt erop dat veel hoge ratings voortkomen uit verzet tegen Meta, ten eerste over de pogingen om publicatie te blokkeren, en ten tweede over Meta’s politieke acties. Pas daarna komen de complimenten voor de schokkende inhoud en de schrijfstijl. Kritiek is er ook: Sarah heeft er 7 jaar gewerkt, kon ze er dan helemaal niets aan doen, zo op haar hoge positie? Was ze niet heel erg naïef, dat ze dacht zaken van binnenuit te kunnen veranderen? En ook lees ik: oud nieuws.
The Storygraph geeft 4,23 uit 5. Wat ik daar lees is ‘schokkend’, marar ook ‘naief’ en ‘slecht gestructureerd’. Het is geschreven als een biografie (ik begrijp dat dit extra bescherming als klokkenluider oplevert) maar de tijdslijn is wat rommelig.
Bol geeft 4* uit 5, met zeer weinig input. En ook Hebban geeft 4 uit 5, met zeer weinig input.
Ik krijg er steeds meer zin in! Wat zegt de flaptekst?
Flaptekst van Careless People
‘An explosive memoir charting one woman’s career at the heart of one of the most influential companies on the planet, Careless People gives you a front-row seat to Facebook, the decisions that have shaped world events in recent decades, and the people who made them. From trips on private jets and encounters with world leaders to shocking accounts of misogyny and double standards behind the scenes, this searing memoir exposes both the personal and the political fallout when unfettered power and a rotten company culture take hold. In a gripping and often absurd narrative where a few people carelessly hold the world in their hands, this eye-opening memoir reveals what really goes on among the global elite.
Sarah Wynn-Williams tells the wrenching but fun story of Facebook, mapping its rise from stumbling encounters with juntas to Mark Zuckerberg’s reaction when he learned of Facebook’s role in Trump’s election. She experiences the challenges and humiliations of working motherhood within a pressure cooker of a workplace, all while Sheryl Sandberg urges her and others to “lean in.” Careless People is a deeply personal account of why and how things have gone so horribly wrong in the past decade—told in a sharp, candid, and utterly disarming voice. A deep, unflinching look at the role that social media has assumed in our lives, Careless People reveals the truth about the leaders of Facebook: how the more power they grasp, the less responsible they become and the consequences this has for all of us.
Bewerkte samenvatting van Careless People
Sarah Wynn-Williams komt uit Christchurch, Nieuw-Zeeland en studeerde rechten. Ze werkte als diplomaat bij de VN in New York en later op de ambassade van Nieuw-Zeeland daar. Ze geloofde al vroeg, wat naïef, in het vermogen van Facebook om de wereld ten goede te veranderen – en ze wilde meedoen om impact te maken.
Ze vermoedde dat social media zó belangrijk zouden worden dat regeringen zich ermee zouden willen bemoeien, met name door de enorme hoeveelheid data waarover bijvoorbeeld Facebook beschikte. Als voormalig beleidsexpert bij de VN begreep ze dat Facebook daardoor steeds meer een beroep zou moeten doen op internationale beleidsexpertise om zijn wereldwijde expansie uit te onderhandelen.
In 2010 spendeerde ze maanden aan het vinden van persoonlijke contacten in het wereldwijde beleidsteam van Facebook om een positie als Facebook-diplomaat te bemachtigen. Dat was niet gemakkelijk, want ondanks de missie van Facebook om mensen met elkaar in contact te brengen, waren Facebook’s eigen managers erg moeilijk te vinden, laat staan te bereiken.
Sollicitatiegesprekken
Toen ze begin 2011 eindelijk Marne Levine van het beleidsteam te pakken kreeg, hoorde ze dat Facebook nooit echt had overwogen om iemand aan te nemen die specifiek onderzoek deed naar en onderhandelde over beleid met regeringen over de hele wereld. Het goed onderbouwde voorstel van Sarah over de voordelen van samenwerking met regeringen om Facebook te helpen uitbreiden, maakte geen indruk – totdat ze zei dat als Facebook dit niet zou doen, het de groei naar nieuwe markten zou kunnen belemmeren.
Slechts een week na dit interview belde Marne spontaan terug – Sarah’s voorspelling dat Facebook grootschalige protesten in de wereld zou kunnen faciliteren was werkelijkheid geworden tijdens de Arabische Lente. In het gesprek opperde Marne zelfs het idee dat Mark Zuckerberg de eer zou moeten opeisen voor de volksopstanden.
Sarah, met jarenlange beleidservaring bij de VN, wist dat het een ramp zou zijn voor Facebook’s positie in China als hij dat zou doen. Als Mark de eer zou opstrijken voor een volksrevolutie in het Midden-Oosten, legde ze uit, zou dat negatieve gevolgen hebben voor de terugkeer van Facebook naar China. Marne bleef even stil. Toen wuifde ze de bezorgdheid weg en zei dat ze op dat moment alleen aan de westerse media dachten, niet aan China. Marne hing snel op. Een vervolgafspraak bleef uit.
Nadat Sarah maanden later de gebeurtenissen rond de aardbeving in Nieuw-Zeeland live op Facebook had gevolgd, verzamelde ze de moed om Marne nog een laatste keer te benaderen. Ze belde haar op om te vertellen hoe Facebook haar had geholpen nieuws over haar zus in Christchurch te krijgen tijdens de aardbeving, dat Facebook voor veel mensen hét medium was geweest om informatie uit te wisselen over de aardbeving. Uiteindelijk begreep Marne Sarah’s waarde en deed ze een aanbod. Op 5 juli 2011 begon Sarah Wynn-Williams in het beleidsteam van Facebook in Washington DC.
Net in dienst
Na jaren dromen over werken bij Facebook en maanden pitchen, werd de veel minder glamoureuze realiteit van haar rol snel duidelijk. Mark had zijn desinteresse in politiek tot een deel van zijn persoonlijke merk gemaakt. Dit was verwarrend voor Sarah, die Facebook al zag als een van de krachtigste politieke instrumenten die ooit was ontwikkeld. Maar de Facebook-top zag het bedrijf slechts als een multinational die moest groeien en winst maken, de jonge medewerkers daarentegen waren gemotiveerd door de missie van openheid en verbondenheid.
Onaf
Ondanks de rijkdom van het bedrijf waren de kantoren van Facebook gestript tot kale buizen en leidingen – met nepgraffiti op de betonnen muren – zelfs die in het rustige en stabiele Washington DC. Een Duitse delegatie die het kantoor in DC bezocht, was stomverbaasd toen Sarah vertelde dat deze onafgewerkte look een statement was over hun manier om het bedrijf te zien, als iets dat altijd onaf is.
De Duitse delegatie, die bekend stond om haar zorg voor de veiligheid van werknemers, was nóg verbaasder toen Sarah terloops zei dat de Facebook-medewerkers de ruimte zélf hadden moeten afbreken, omdat ze een volledig afgewerkt kantorencomplex hadden gehuurd. In feite was het personeel opgedragen om gezondheids- en veiligheidsvoorschriften te overtreden in naam van een ideaal.
Deze discussie was voorspellend voor het conflict dat Facebook zou hebben met Duitse internetregelgevers en meer in het algemeen met EU-privacyvoorvechters. Het was ook een vroege indicatie van hoe weinig respect de leidinggevenden van Facebook hadden voor de gezondheid en het welzijn van hun werknemers.
Cultuur
Inzet en uithoudingsvermogen waren de pijlers van de kantoorcultuur. Het officiële beleid van Facebook was om werknemers zó te overstelpen met taken dat ze geen kans hadden op een bevredigend privéleven. De enorme hoeveelheid werk werd beschouwd als de beste keuze voor de productiviteit en het vermijden van conflicten, dus senior managers namen minder mensen aan dan nodig en gaven iedereen een overweldigend aantal taken. Iedereen tot en met de stagiairs werkte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds heel laat en werden zelfs tijdens vakanties of verlof geacht sms’jes en berichten te beantwoordden. Daartegenover stonden allerlei ‘extra’s’: maaltijden, snacks, je was, vervoer, alles was gratis.
Myanmar 2012
Tegen oktober 2012 had Facebook een miljard gebruikers, maar het beleidsteam ging van crisis naar crisis zonder strategie. Ondertussen realiseerden de hogere leidinggevenden zich dat, om te blijven groeien, ze zich moesten richten op de grootste bevolkingsgroepen in de wereld die nog geen toegang hadden tot Facebook en die zich bevonden in plaatsen als Iran, Myanmar en Bangladesh. Plaatsen waar regeringen het narratief onder controle wilden houden, in plaats van het delen van informatie aan te moedigen.
Nu Facebook bijna geen mogelijkheden meer had om te groeien, werd het samenwerken met deze vijandige en/of militaire regeringen als urgent beschouwd. Daarom bevond Sarah zich al snel in Nay Pyi Taw, Myanmar voor een ontmoeting tussen Facebook en de nieuwe militaire regering in Myanmar.
Myanmar was tot dan toe grotendeels offline geweest, omdat internettoegang voor de meeste burgers veel te duur was. Maar toen het regime ging communiceren en het internet zich snel verplaatste van pc’s naar mobiele telefoons, begon de regering de noodzaak in te zien om zich direct met de digitale wereld te bemoeien. Voor de regering wás Facebook het internet, sterker nog, Facebook was het openingsscherm voor internet-toegang.
Het Ministerie van Communicatie en Transport van het nieuwe regime in Myanmar maakte deel uit van een junta. Sarah voelde zich bedreigd door de kloof tussen het moderne en het geheimzinnige. Het ministerie leek meer op een middeleeuws hof met vergulde tronen dan op een modern administratiegebouw. Er was geen mobiele ontvangst in het ministerie dat verantwoordelijk is voor communicatie, in een land waar mensen worden gearresteerd omdat ze naar buitenlandse radiozenders luisteren. Sarah’s paspoort werd bij de deur ingenomen.
Het ministerie wilde dat Facebook zou stoppen met berichten die etnische spanningen konden vergroten en religieus en sektarisch geweld in Myanmar aanwakkerden, dat iemand op het kantoor van Facebook altijd hun telefoontjes aannam en berichten verwijderde. Het ministerie kon niet geloven dat het bedrijf niet gewoon kon doen wat ze vroeg. Sarah voelde zich alleen, ze verdedigde de belangen van een heel mediaplatform tegenover een junta die verantwoordelijk was voor de dood van duizenden mensen.
Zwanger
Bovendien was ze zwanger. Doodsbang dat ze zou worden gezien als minder beschikbaar dan haar collega’s, hield ze de zwangerschap geheim en riskeerde ze haar leven om de belangen van Facebook te behartigen. En daar bleef het niet bij. Sarah beantwoordde e-mails terwijl ze aan het bevallen was, bang dat Sheryl Sandberg, samen met Mark de leider van Facebook, haar zou zien als onvoldoende toegewijd aan haar rol bij Facebook. Haar leidinggevenden stopten ook tijdens haar zwangerschapsverlof niet met e-mailen. Daarna kreeg ze kritiek als ze de baby meenam naar bijeenkomsten, en als men de baby hoorde huilen tijdens een telefoongesprek. Facebook vond dat kinderen onzichtbaar hoorden te zijn, en dat betaalde hulp met de zorg voor de kinderen belast moest worden.
De eerste politieke stappen
In de tussentijd vroegen steeds meer regeringen om contact met Mark, die niks met politiek te maken wilde hebben. Maar hij moest toch aan de bak, met ontmoetingen met staatshoofden. Sarah kreeg veel waardering van Mark, toen ze dit allemaal voor hem regelde. In het begin was hij onwennig, na verloop van tijd ging het beter, hij bleef wel zijn hoody dragen, ging nooit in pak. Mark’s voorkeur voor groei en winst veranderde echter niet, verandering in de wereld brengen werd geen prioriteit voor hem. Maar Sarah was positief, ze zag dat Facebook cruciaal was geweest voor de verkiezing van de nieuwe president van Indonesië, Jokowi. Deze profileerde zich met de speerpunten democratie, betere infrastructuur en vermindering van de armoede. Een kracht ten goede, zo zag ze de hulp van Facebook nog, en realiseerde zich niet dat er ook een ander type kandidaat zou kunnen komen die die kracht zou gebruikten.
Weer zwanger
Tijdens haar tweede zwangerschap werd Sarah naar een stad in Brazilië gestuurd die het epicentrum was van een Zika-uitbraak – een beruchte bedreiging voor zwangere vrouwen. Ze werd onder druk gezet om vlak voor haar uitgerekende datum te vliegen – haar zorgen over vroegtijdige weeën werden weggewuifd met de verzekering dat het privévliegtuig waarin ze zou vliegen een EHBO-doos aan boord had.
Het werd nog erger. Na een bijna fatale vruchtembolie tijdens de geboorte van haar tweede kind, lag ze wekenlang in coma en was ze maandenlang zo verzwakt dat ze nauwelijks kon staan. Maar ze werd onophoudelijk onder druk gezet om weer aan het werk te gaan en een slopend reisschema te volgen. Keer op keer was de boodschap duidelijk: niets is belangrijker dan de voortdurende groei van Facebook. Gezondheid niet, familie niet, zelfs je leven niet.
Brazilië
In 2016 had Facebook zowel Instagram als WhatsApp gekocht, waardoor het wereldwijde gebruikersbestand groeide, maar ook de kloof tussen wat overheden van het bedrijf wilden en wat Facebook bereid was te geven. Dit kwam voor het eerst tot uitbarsting in maart van dat jaar, toen Facebook’s vice-president Diego Dzodan in Brazilië werd gearresteerd.
Dzodan was gearresteerd omdat hij WhatsApp-berichten niet had overhandigd ondanks een gerechtelijk bevel in een drugshandelzaak. Facebook was eerder dat jaar om vergelijkbare redenen twee dagen lang geblokkeerd in Brazilië en in die korte tijd had concurrent Telegram meer dan een miljoen gebruikers opgepikt. Mark’s hoogste prioriteit was niet opnieuw geblokkeerd te worden in Brazilië.
Dus in plaats van stilletjes te onderhandelen over zijn vrijlating, stuurde Mark een bericht rechtstreeks naar Dzodan in hechtenis, om hem te bedanken voor zijn persoonlijke opofferingen in het belang van Facebook. Mark was ongelooflijk blij met de reactie van Dzodan, die Mark en de andere topleiders van Facebook enthousiast bedankte voor de mogelijkheid om offers te brengen in de naam van een meer open, verbonden wereld.
Zo blij was Mark zelfs, dat hij deze berichten publiekelijk op zijn sociale media wilde plaatsen. Maar zo’n bericht zou niet alleen oude conflicten met de Braziliaanse regering weer laten oplaaien en een bedreiging vormen voor Diego’s verdediging, maar zou in wezen neerkomen op het publiekelijk belemmeren van een actieve strafzaak. Eén waarin het leven van een rechter werd bedreigd!
Pas toen de hoogste jurist van Facebook zich uitsprak over het huiveringwekkende precedent dat het zou scheppen – Facebook-medewerkers zouden gevangen kunnen worden gezet vanwege beleidsbeslissingen van het bedrijf in verschillende landen over de hele wereld – werd het idee geschrapt.
Trump 2016
Toen ze de politiek eindelijk serieus namen, besloten Zuckerberg en Sandberg om zowel aan de Trump- als de Clinton-campagne, teams van Facebook-medewerkers aan te bieden als geïntegreerd onderdeel van hun campagneteam. De Trump-campagne accepteerde het aanbod, terwijl de Clinton-campagne dat niet deed. De gevolgen van deze beslissing zien we nog elke dag.
Het betekende dat dezelfde algoritmes die werden gebruikt om een schoonheids-advertentie te tonen aan een onzekere tiener op Instagram die net een selfie had verwijderd, nu de politieke berichten voor een van de presidentskandidaten aan het tweaken waren. De campagne van Trump kon deze microtargeting gebruiken om de betrokkenheid te vergroten door steeds extremere inhoud te pushen, allemaal ontworpen om de boodschap van de campagne te dienen. Voor velen waren de verkiezingsuitslagen van 2016 een verrassing. Voor Mark waren ze een reden voor een feestje. En hij werd woedend toen de vertrekkende Obama hem verweet de beloofde moderatie niet uitgevoerd te hebben.
Terwijl feministische demonstranten de straten bevolkten tegen de seksuele intimidatie van Trump, waren Sandberg in het bijzonder en Facebook in het algemeen opvallend afwezig in de media. Sandberg leek zich veel meer zorgen te maken over de inauguratie-outfit van Melania Trump dan over de duizenden vrouwen die haar invloedrijke boek Lean In hadden gelezen en nu op straat protesteerden.
Ondertussen waren achter de schermen topmanagers als Joel Kaplan en Mark enthousiast over de overwinning van Trump. Het betekende minder overheidstoezicht voor Facebook, minder druk om te voldoen aan privacyregels in de Verenigde Staten en minder kans op verzet tegen het samenwerken met buitenlandse regimes die de gebruikersgegevens van Facebook wilden hebben. Tegelijkertijd was Mark boos dat journalisten Facebook de schuld gaven van een verkiezingsuitslag die velen niet hadden verwacht.
China
Sarah had inmiddels, tegen haar zin, de leiding gekregen over het wereldwijde beleidsteam dat belast was met de moeilijkste onderhandelingen van Facebook tot dan toe: een herlancering in China. Eerdere onderhandelingen over privacy in bijvoorbeeld de Europese Unie, vereisten een strikte implementatie van dataprivacymaatregelen. Dit hield onder andere in dat gegevens niet naar buitenlandse servers of naar derden mochten worden overgebracht.
China wilde het tegenovergestelde: ze wilden toegang tot alle gegevens die via Facebook naar China zouden gaan – zelfs van mensen in Hong Kong, of Taiwan, of waar dan ook ter wereld die berichten sturen naar iemand in China – inclusief dissidenten. Als Facebook deze gegevens alleen uit eigenbelang beschikbaar zou stellen, zou dat zeker in strijd zijn met de internationale wetgeving.
Ondanks dat Facebook voor een commissie van het Amerikaanse Congres getuigde dat ze het tegenovergestelde deed, capituleerde ze stilletjes en stemde het ermee in om de Chinese overheid toegang te geven tot de gegevens. Mark loog tegen de Senaat.
Myanmar 2016
In Myanmar ontwikkelde de situatie zich in 2016 ook anders dan Sarah zich had gewenst. Het lokale Facebook-team modereerde slecht of helemaal niet. Het keek alleen of er wetten werden overtreden, niet of er werd aangezet tot geweld. Uiteindelijk pleegden de militairen genocide tegen de moslims, geholpen door misinformatie die ze op Facebook plaatsten. Dat gebrek aan moderatie was geen bewuste beslissing van de Facebook top, ‘het kon ze gewoon niets schelen wat er in het land gebeurde’, stelt Sarah. Ze waren ‘Careless people,’.
Interne rot
Begin 2017 was het duidelijk dat de ethische ondoorzichtigheid van Facebook het bedrijf van binnenuit begon aan te tasten. Toegewijd zijn aan de kapitalistische tactieken van een straatvechtende startup en tegelijkertijd een wereldwijde moloch runnen was een onhoudbare tegenstrijdigheid. Net als het steeds twijfelachtiger personeelsbeleid.
Toen in 2016 Levine Facebook verliet om COO van Instagram te worden, werd ze vervangen door Joel Kaplan. De begripvolle baas waar Sarah aan gehecht was, was nu weg. Kaplan was een uitgesproken voorstander van zowel de Republikeinse regering als van het snijden in sociale uitkeringen en beleidstoezicht. Hij bouwde een netwerk van vrienden en kennissen om zich heen, politieke benoemingen met hoge salarissen. Hun voorkeuren waren bepalend voor het beleid van het manipuleren van miljarden mensen. Dat was tegen Sarah’s idealen in, natuurlijk. Daarnaast begon hij Sarah regelmatig seksueel lastig te vallen, deed één-op-één gesprekken met haar vanuit zijn bed, stelde intieme vragen over borstvoeding en betastte haar op feestjes. Sarah diende een klacht in, maar kreeg ongelijk.
Het werd nog erger toen Sarah het jaar daarop terugkwam van Davos, met Sandbergs privéjet. Ondanks dat ze uitgeput en hoogzwanger was, beval Sandberg Sarah om met haar het bed te delen. Zelfs nadat ze jarenlang had gehoord dat “nee” zeggen tegen Sandberg iets is wat mensen gewoon niet doen, ging dit verzoek zó ver dat Sarah het aanbod afwees en wist dat ze de gevolgen moest accepteren.
Kort daarna verslechterden haar prestatiebeoordelingen. Ze werd ervan beschuldigd dat ze geen contact hield tijdens haar zwangerschapsverlof – het verlof waarbij ze weken in coma had gelegen en maanden moest herstellen van een levensbedreigende complicatie. Uiteindelijk werd ze ontslagen omdat ze het beleidsteam voor China niet snel genoeg liet groeien, ondanks haar bergen goed gedocumenteerd bewijs dat Kaplan de meeste van haar wervingspogingen blokkeerde.
Na Facebook
Wat voor Sarah begon als puur idealisme, eindigde in een complete desillusie. Maar er is altijd een lichtpuntje. Sarah’s intense ervaring bij Facebook gaf haar de perfecte achtergrond om haar volgende uitdaging aan te gaan: wereldwijd beleid rond de verspreiding van kunstmatige intelligentie.
Ze maakt zich geen illusies over de bereidwilligheid van grote techbedrijven of over de complicaties bij het formuleren van wereldwijd beleid en trekt nu al aan de bel over de rode vlag voor mensenrechten in de toekomst. Hopelijk letten de machthebbers deze keer wél op.
Mijn impressie van de samenvatting van Careless People
Bovenstaande mini-samenvatting is een combinatie van een samenvatting van Blinkist en één van Patricia van Bosse, aangevuld met gegevens van Wikipedia. Opvallend vond ik dat Blinkist en Patricia veel verschillende items eruit gepikt hebben. De samenvatting van Blinkist vond ik slecht lezen qua oorzaak – gevolg, de logica van het verhaal was wat onduidelijk. Soms vroeg ik me af of het niet een aantal zinnen uit diverse recensies waren, zonder veel onderling verband. AI? Vandaar dat ik aanvulling zocht. Patricia zoomt meer in op de persoonlijke issues en minder op de politiek.
Conclusie
De recensies en ratings zijn goed. Het onderwerp is interessant, ik zit (nog even) op Facebook, ik gebruik WhatsApp. Het onderwerp dataprivacy en misinformatie raakt me dus direct. Nog afgezien van de invloed die de socials in het algemeen en Facebook in het bijzonder op verkiezingen in de VS en daarbuiten heeft. Ik ga lezen!
De Zoza’s hebben in 2014 hun observaties over het werken bij de grote kantoren op de Zuidas verwerkt in een nieuw boek: Project Dromenland. Het is een spanende business-roman, waarin alle onderwerpen uit de voorganger Zo Zuidas terugkomen. Het draait om een deal op een advocatenkantoor, drie vrouwelijke advocaten die daaraan meewerken, plus een moord, of was het toch een ongeluk? Goed geschreven, grappig én leerzaam. Wat wil je nog meer bij zo’n type boek?
In Zo Zuidas, de voorganger uit 2011, lazen we het er aan toegaat op zo’n Zuidas-kantoor, wat de mores zijn, en welke typetjes er rondlopen. Dit alles is nu in een spannend verhaal gegoten, wat het heel levendig maakt. De drie advocates Carolien, Sharon en Hadjar hebben verschillende rollen, waardoor alle aspecten van het reilen en zeilen op kantoor aan bod komen. De deal, project Dromenland, is plausibel en de ontknoping redelijk bevredigend.
De businessroman Project Dromenland …
… kent een aantal heerlijke typetjes. De ‘top dog’ is Melchior, partner van het advocatenkantoor, ‘Het Kantoor’. Uiterst dominant, met een goed netwerk van vrienden waar hij zijn opdrachten uit haalt. Gedreven en arrogant. Hij is getrouwd met Helena, blond, kunstzinnig, niet zo zakelijk. Ze geeft meer uit dan Melchior binnenhaalt. Op kantoor zijn er twee bijna-partners die voor Melchior werken: Nicolaas en Carolien. Nicolaas is gladjes en achterbaks, neemt de credits voor werk van anderen. Carolien is de harde werker die haar relatie en zichzelf verwaarloost. Sharon wil eigenlijk actrice worden en zit er alleen voor het geld. Hadjar is een onzekere maar briljante stagiaire die veel te stellen heeft met haar Marokkaanse familie. En dan is er secretaresse Chantal, op het oog 100% loyaal maar met verborgen frustraties. Oh: ik vergeet de rechercheur! Want tenslotte is er een moord gepleegd. Of was het een ongeluk?
Typetjes
Ik vond de typetjes leuk uitgewerkt, vooral Sharon. Die feest wat af, heeft een relatie met een dj en zit tijdens het werk continu op Facebook om te laten zien hoe cool ze is, en om te checken wat de dj-geliefde uitspookt. Haar methoden komen regelrecht uit Zo Zuidas. Voor Carolien voel je snel plaatsvervangende schaamte of irritatie. Onhandig, maar ook kattig. Hoe ze omgaat met haar vriend is zo triest! En bij elke snack en glas witte wijn denk je: doe dat nou niet! Haar kinderwens staat haaks op het belang van kantoor: met een kind word je geen partner, dat wordt haar al snel duidelijk gemaakt. Dag en nacht zit ze op haar Blackberry, de strijd met Nicolaas beheerst haar hele leven. De heldin is Hadjar: verstouwt het meeste werk, komt steeds meer voor zichzelf op, past zich snel aan aan de kantoormores. De drie samen voeren de deal uit, en lossen het mysterie op.
De kantoormores op de Zuidas
Zo tussen de spannende ontwikkelingen door leert de lezer een hoop over de mores op een advocatenkantoor op de Zuidas, hoe de medewerkers nachtenlang doorhalen, superkrappe deadlines. En de gouden handboeien:
Sharon wilde eigenlijk bij Intellectueel Eigendom werken, auteursrecht en portretrecht, BN-ers verdedigen en roddelbladen aanklagen. Dat past ook precies bij haar interesses. Maar haar cijfers waren niet top, en alleen bij Ondernemingsrecht wilden ze haar hebben. Nu zit ze vast aan een hypotheek en hoge uitgaven en kan ze niet meer weg. Haar droom om actrice te worden vervliegt, ze is inmiddels te oud.
En ook de werktijden komen aan bod. Hadjar wordt door de rechercheur verhoord:
‘Niemand zou er gek van opkijken, een verwarde advocaat stagiaire die midden in de nacht op kantoor ronddwaalt. … Het Kantoor is 24 uur per dag open. Er zijn kleine bedjes in de kelder van het gebouw, voor als je het werk echt niet kunt loslaten.’
Mijn evaluatie van Project Dromenland
Als je Zo Zuidas niet hebt gelezen is dit een leerzaam boek. Heb je het wel gelezen, dan is het grappig om het geleerde zo in de praktijk gebracht te zien. Voor de gevestigde orde op de Zuidas is het een boek dat de gewoonten daar op een leuke manier op de hak neemt.
Het is goed geschreven, de verwikkelingen rond de deal zijn spannend en de moord c.q. het ongeluk maakt het geheimzinnig. Over het ongeluk gaat het al in het eerste hoofdstuk, maar best lang blijft onduidelijk wie het is. En als je dat eenmaal weet, is het nog de vraag waarom, en als het moord is: door wie. De hoofdpersonen zijn goed uitgewerkt, je voelt empathie voor alle drie de dames. Wat minder voor de mannen, geef ik toe.
Over ‘de Zoza’s’, de auteurs, dat zijn drie vrouwen die een aantal jaren in het bankwezen en de advocatuur van de Zuidas werkten en dit boek oorspronkelijk onder pseudoniem schreven. Karima Belgacem is inmiddels Legal Director bij een Brits bedrijf, Rolinda Hoorntje werkt als journalist en redacteur, en Maria Guldenaar, sja, dat is wéér een pseudoniem, ze werkte in 2014 nog op de Zuidas en wenste anoniem te blijven. Het boek is geschreven in samenwerking met Philip Delmaer, taalpsycholoog en scriptschrijver. Hij werkte ook mee aan de serie Penoza. De stijl van dit boek is wat anders dan Zo Zuidas, maar het is dan ook een ander soort boek. Dat is vast de invloed van Philip. En met goed gevolg: er is een tv-serie van gemaakt.
Zwaar overdreven karikaturen, dacht ik toen ik dit boek voor het eerst las. Fictie, met inspiratie uit het werkelijke leven, zeggen de schrijfsters zelf. Maar inmiddels, na het lezen van ‘De Bermuda-driehoek van talent’, vermoed ik dat er juist héél veel waarheid schuilt in Zo Zuidas uit 2011, geschreven door ‘de Zoza’s‘. Waar werken en succesvol worden niet draait om de inhoud, maar om hele andere dingen. De beschrijvingen van deze ‘Amsterdamse kantoorjungle’ zijn tegelijk hilarisch en ontluisterend.
Eerst even wat over ‘de Zoza’s’, drie vrouwen die destijds nét op de Zuidas werkten, in het bankwezen en de advocatuur, en die dit boek onder pseudoniem schreven. Sinds 2014 weten we dat hierachter Karima Belgacem, Maria Guldenaar (óók een pseudoniem) en Rolinde Hoorntje schuil gaan. En dat er een (dubbel) pseudoniem werd gebruikt, wijst er waarschijnlijk op dat er toch véél waarheid in hun boeken, blogposts en columns voor diverse bladen zit. Karima is inmiddels Legal Director bij een Brits bedrijf, Rolinda werkt als journalist en redacteur, en Maria? Sja, die werkte in 2014 nog op de Zuidas en wenste anoniem te blijven.
Het mens & maatschappijboek Zo Zuidas …
… is door en voor vrouwelijke Zuidassers geschreven en gaat in op de mores van de Zuidas, verdeeld in 54 zelfstandig leesbare hoofdstukjes met titels als Werkontduiking, Dress to Impress, en De 36-urige werkweek (ja ja!, 80 uur is de norm mensen!). Het begint met een omschrijving van de typetjes op de Zuidas, heel herkenbaar. Maar ook de bimbo’s en de ratten, die herken ik niet zo. De Zoza’s waarschuwen je vooral niet te proberen een rat te worden (het betreffende boek raden ze daarom van harte af, blijkbaar ook het sarcasme gemist), want de gunfactor is héél belangrijk. De steun van je collega’s is cruciaal om hogerop te komen.
Het assessment
Ik moest lachen om het hoofdstukje ‘Psychologen en psychopaten’ wat gaat over het assessment bij de sollicitatie. Een onderdeel hiervan is ‘post sorteren’. Inderdaad, er komt tegenwoordig nog nauwelijks post binnen, maar het gaat om het principe: wat geef je prioriteit? Eerst alles van je baas, dan alles van de collega’s op volgorde van hiërarchie en je persoonlijke post als laatste? Klink logisch. Maar nee. Natuurlijk, eerst alles van je baas. Maar dan? Het kantoor wil uitstralen dat het rekening houdt met de werk-privé balans. Het staat zelfs op hun website! Dat doen ze natuurlijk niet, maar jij, als toekomstig werknemer, moet wel meedoen met dat doen-alsof. En daarom zet je je persoonlijke post op 2. En dan komt de dringende post van je collega’s. Jij én de psycholoog weten dat het niet waar is. Maar je laat zien dat ‘you can fake it’ en daardoor schop je het ver.
Delegeren kun je leren
Het item over delegeren is ook heel instructief. Het werk op de Zuidas is als een lopende band, delegeren is het doorschuiven van pakketjes op die lopende band. En als junior kun je plots een pakketje van een onbekend project doorgeschoven krijgen door een senior. Dat moet je direct de kop indrukken! Mail die collega met de vraag waarom je die mail krijgt, en ZET JULLIE BAAS IN DE CC. Die baas gaat tenslotte over de werkverdeling. Achterbaks? Welnee, het doorschuiven van pakketjes, dat is pas achterbaks.
Zijwaarts doorschuiven is het meest achterbaks, het werk afschuiven maar wel de credits pakken. Mannen doen net alsof ze al partner zijn, vrouwen alsof ze het probleem niet snappen en vragen hulp. Maar het is gewoon afschuiven. Alweer, check met je baas en schrijf je uren op hun project. Of: knipper met je ogen en zeg; ohhhh, dat heb ik nog nóóít gedaan.
Tussen al deze cynische opmerkingen staan trouwens veel zinnige dingen over goed delegeren, net als in de andere hoofdstukken, wat dat betreft is het boek heel leerzaam voor stagiaires of starters in de corporate wereld.
Werk en privé
Natuurlijk werd ik getriggerd door ‘Werkontduiking’, want dat is mij nooit gelukt tijdens mijn jaren op een equivalent van de Zuidas (Big4). Maar de tips zijn bekend … De werkdagen op de Zuidas zijn lang, en als je ook nog indruk op je virtuele vrienden wil maken via de socials, moet dat tijdens werktijd. Hoe doe je alsof je heel hard werkt terwijl je me-time hebt? In de eerste plaats louter online, en in de tweede plaats met een frons op je gezicht. En blijf hoorbaar tikken, zogenaamd aan een memo, en muisklikken, dat is prima te combineren met het uitvergroten van privéfoto’s. Ga gekromd zitten, met je schouders omhoog. Zo lijk je precies op een gestreste kantoorklerk. Ga nooit met je rug naar de deur of de gang zitten! Klaag over de lichtinval of iets anders maar zorg dat je op je werkplek met je rug naar de muur, een raam, of een andere werkontduiker zit. Op een tab heb je altijd een serieus stuk openstaan, waar je snel naar toe kunt schakelen. En scan voortdurend de omgeving! Wie loopt waarheen? En het belangrijkste: klaag! Over hoe druk je het hebt … zoveel emails, collega’s op vakantie, de afdeling onderbezet, …. Dan laten ze je met rust en heb je meer me-time.
Declareren kun je leren
Als je denkt dat het stuk over het gebruik / misbruik van je corporate creditcard overdreven is, dan moet ik je uit de droom helpen. Het is heel gangbaar om enorm duur te eten en drinken op zakenreis. Relaties opbouwen met de klant, netwerken met je buitenlandse collega’s, het hoort er allemaal bij. Misschien moet je niet met je-net-uit-de-kast-gekomen collega naar een gay-SM-club, daar kunnen de bonnetjes-boekhouders wat moeilijk over doen. Verder is thesky de limit.
Kleren en de heren
Natuurlijk ontbreekt het kledingadvies niet. Regel 1: géén mantelpakjes. Verder: geen bloot, geen tenen, geen mini, geen vlekken of rafels, geen spaghettibandjes, geen Nike, geen kurkhakken. Regel 2: blauw, grijs, zwart.
Voor het flirten en daten op kantoor verwijs ik je graag naar het boek. Mijn partner is een ex-collega, dus objectief ben ik niet.
Mijn evaluatie van Zo Zuidas
Ik dacht dat het boek een kruising zou zijn tussen Japke-d. ’s kantoorjungle boeken en de ‘Omringd door ….-serie ’, maar daarmee had ik het onderschat. Er staat eigenlijk zeer veel zinnigs in, met name voor stagiairs en starters. Maar ook gevestigde Zoza’s, de vrouwelijke Zuidassers, kunnen nog heel wat leren doordat hen/ ons een spiegel voorgehouden wordt. De schrijfstijl is dan wel weer a la Japke-d. : je leest alles met een grote grijns op je gezicht. Soms wat gedateerd natuurlijk qua voorbeelden (Twitter, Sex and the City), maar altijd concreet en zeer beeldend.
Ik las het meer als vakantie-tijdverdrijf dan als een managementboek, maar vond het naast heel leuk, ook best veelzeggend. Dat we dit gedrag normááál zijn gaan vinden! En dat we daar zo graag wilden werken! En dat we ons in die mal persten, onze individualiteit op de stoep achterlieten!
Het boek heeft heel wat kaders met persoonlijke ervaringen van mede-zoza’s en wat tekeningen. Het is afwisselend, grappig dus, en best tijdloos merk ik. Zoveel hiervan is door Simon van Teutem dit jaar alweer op papier gezet. Dus: ben je vrouw en start je bij een bank of advocatenkantoor op de Zuidas? Dan is dit een must-read. Het verbaast me niet dat er een vervolg kwam én een 8-delige tv-serie op basis van dat vervolg.
Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Jaap Bressers.
Waar schrijft ‘neef’ Jaap Bressers over?
‘Neef” Jaap schrijft over ‘Carlos-momentjes’ en zijn eigen leven, waarin zo’n momentje alle verschil van de wereld maakte. Een Carlos-moment is een klein gebaar, een moment van begrip, waarmee je in het leven van een ander grote positieve impact maakt. Waaróm zo’n moment een Carlos-moment heet, beschrijft hij in zijn beide boeken.
Daarnaast schrijft ‘neef’ Jaap over managementzaken, klantvriendelijkheid, time-management, leiderschap, enzovoorts, in kleine, pakkende en vooral humorvolle stukjes. Hij denkt heerlijk out-of-the-box, en dat komt natuurlijk door zijn persoonlijke omstandigheden, hij zit in een rolstoel.
Heeft ‘neef’ Jaap Bressers andere zakelijke activiteiten?
‘Neef’ Jaap is spreker en ‘sit down comedian’. Zijn lezingen zijn dus een mix van inspiratie en vermaak. Hij geeft ook workshops en masterclasses. Op zijn website kun je deze boeken. Ook verkoopt hij daar zijn twee bestsellers, gesigneerd en al!
Maar ga ook eens naar zijn andere website: Carlosmomentjes. Daar verzamelt hij mooie momentjes van anderen, die je inspireren en opvrolijken.
Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Jaap er uit?
‘Neef’ Jaap wil van jongs af aan alles uit het leven halen. Op de middelbare school heeft hij dan ook niet één, maar twee bijbaantjes, als supermarktmedewerker en als ober. Hij studeerde Internationaal management in Tilburg en was op weg naar een succesvolle carrière, toen hij op zijn 21-ste tijdens een vakantie in Portugal in een golf dook, met zijn hoofd de zeebodem raakte en daardoor een hoge dwarslaesie opliep. In het ziekenhuis is hij in paniek: hij voelt zijn lichaam niet meer. De verpleegkundigen hebben alleen aandacht voor de apparaten. Totdat een broeder hem op zijn schouders aanraakt, op die plek voelt Jaap nog iéts. De broeder zegt: It’s okay. Jaap kalmeert. Die broeder was Carlos.
Na een zware revalidatie (4 jaar! Hij heeft een hoop ‘doorzittingsvermogen’ nodig!) gooit ‘neef’ Jaap zijn leven om en wil met zijn levenswijsheid andere inspireren. Sinds 2004 staat, nee zit hij daarom op de planken.
‘Neef’ Jaap is getrouwd met Evelien en ze hebben een zoontje: Bram. Over Evelien zegt hij: ‘Ik heb haar ontmoet toen ik al in een rolstoel zat. “Die mag ik niet laten lopen” moet zij gedacht hebben.’
Ja, ‘neef’ Jaap zit altijd vol zelfspot, dat blijkt uit zijn boeken en optredens. Wat hem kenmerkt is dat hij zijn handicap positief gebruikt om anderen te inspireren. Een quote: “Ik heb mijn nek moeten breken om te beseffen wat echt belangrijk is in het leven en adviseer anderen daarom om daar iets eerder mee te beginnen”.
Welke boeken schreef ‘neef’ Jaap Bressers?
‘Neef’ Jaap schreef 2 boeken. Ik las ze allebei en van 1 daarvan, Waar een wiel is, is een weg, schreef ik een Samenvatting. Die is te koop, maar omdat de humor van het boek moeilijk samen te vatten is, adviseer ik je om gewoon het boek te kopen. Dat heb ik ook letterlijk in mijn Samenvatting gezet … ik hoop dat het mensen heeft geïnspireerd het boek ook echt helemaal te lezen.
Pak je Carlosmoment (2019)
Jaap Bressers is sit-down comedian en schreef eerder de bestseller ‘Waar een wiel is, is een weg’. De opvolger Pak je Carlosmoment, gaat verder waar ‘Wiel’ ophield, met weer een verzameling prachtige voorbeelden van ‘klein gebaar, grote impact’, zowel op zakelijk gebied als uit zijn persoonlijke leven. De woordgrappen zijn niet van de lucht, en het positivisme waarmee Jaap zijn niet supermakkelijke leven omarmt is inspirerend en ontroerend.Lees mijn recensie | Koop bij Bol
Waar een wiel is, is een weg (2015)
In Waar een wiel is, is een weg lees ik dit: In een klein café komen een paar mensen binnen die vijf koffie bestellen; twee voor henzelf en drie uitgesteld. Ze betalen en lopen naar hun tafel. Twee meisjes bestellen ieder een koffie, betalen en gaan weer weg. De volgende order wordt gedaan door drie advocaten. Zij bestellen zeven koffie, drie voor hen en vier uitgesteld. Plotseling stapt er een man binnen die er uitziet als een zwerver. Hij loopt naar de bar en vraagt vriendelijk: “ Is er nog een uitgestelde koffie?”Ga naar de Samenvatting | Lees mijn recensieblog | Koop bij Bol
(Deze informatie is ontleend aan: Jaap’s website, LinkedIn en zijn 2 boeken die zeer biografisch zijn)
Wat een fascinerend en intrigerend boek! Eindtijd (End Times) van Peter Turchin uit 2023 gaat over ‘cliodynamica’, de cycli die de geschiedenis laat zien, en dan toegespitst op de patronen rond menselijke samenlevingen. Het boek laat zien hoe onze wereldwijde politiek ook patronen laat zien, van integratie en desintegratie, stabiliteit en onrust, hervormingen en revoluties. Alles gebaseerd op Big Data en wiskunde, en daarom mét de mogelijkheid om de toekomst te voorspellen. Uiterst boeiend!
Eindtijd rafelt de oorzaken en triggers van verandering in machtsstructuren uiteen, en dat op een voor mij overtuigende manier. De historische voorbeelden zijn heel interessant. En omdat we inmiddels 2 jaar verder zijn, kun je de toekomstvoorspellingen voor de VS toetsen aan de realiteit van vandaag. Ik was verrast door de uitkomsten! Prettig geschreven, de overwegingen bij het model zitten in 3 bijlagen. Hoe handig! En dat het betoog zich voornamelijk op de VS richt, is ook voor ons, nu, relevant.
Het mens & maatschappijboek Eindtijd …
… stelt dat de VS zich richting burgeroorlog manoeuvreert, maar niet door allerlei complotten uit China of Rusland. Nee, simpelweg door de ‘verellendiging’ (verelendung) van het volk en de toename van de elite, rijken en hoogopgeleiden. Gebruik alle data over lonen, belastingen, bnp, en andere sociologische gegevens uit vele eeuwen en vele landen, vergelijk dat met de data van nu, en je kunt maar tot één conclusie komen: politieke desintegratie. Ik geef een aantal highlights uit het ietwat doemdenkende betoog.
De elites
Eerst over de elites, dat is één kant van de medaille. Elites definieert Peter als mensen met meer sociale macht dan anderen. Die sociale macht heeft verschillende bronnen: 1 Rijkdom. Veel politici (in de VS) waren rijk voordat ze de politiek ingingen (de Kennedy’s) of werden het tijdens en na hun politieke carrière (Bill Clinton). 2 Geweld. Of het dreigen met geweld. 3 Hiërarchische positie. Bazen kunnen opdrachten geven en mensen ontslaan. 4. Overtuigingskracht. Denk aan influencers, columnisten, intellectuelen.
Je hebt de gevestigde elite en wat Peter de elitegegadigden noemt: degenen die op zoek zijn naar een machtpositie. Zij willen promotie maken en/of meer vermogen hebben. Van miljonair naar decamiljonair (>10 miljoen) naar centimiljonair naar miljardair. Tussen 1983 en 2019 vertienvoudigde het aantal decamiljonairs in de VS (van 66.000 naar 693.000), en ging van 0,08% naar 0,54% van de bevolking. Wat betekent dat? De sociale piramide wordt topzwaar en er ontstaat een soort stoelendans. Er zijn veel minder machtsposities dan elitegegadigden. Er is sprake van ‘eliteoverproductie’. En de stoelen nemen niet toe: het aantal zetels in het Congress, het aantal gouverneurs, het aantal presidenten, dat blijft gelijk. Dat levert natuurlijk frustratie op, en om toch zo’n stoel te claimen gaat men de regels en sociale normen overtreden, krijg je vechtpartijen. En wordt er steeds meer geld gestopt in campagnes voor Congress.
Verelendung
Dan de verellendiging. De reële lonen in de VS stegen tussen 1930 en 1970. En toen niet meer: het aandeel in de economische groei voor arbeiders daalde. Het gemiddelde loon/bbp per capita ging omlaag. De geldpomp pompte richting de rijken, de elite. Ook nam de levensverwachting van de niet-elite af, een teken van minder welzijn. Ze zijn ontevreden. Woedend zelfs.
Eliteoverproductie + verellendiging = Trump (in 2016).
In aanloop naar de Burgeroorlog
Dat was toen niet voor het eerst. Lincoln kwam óók zo aan de macht. De elites waren destijds de zuidelijke slavenhouders plus hun noordelijke bankiers, de elitegegadigden de staalfabrikanten, spoorwegbobo’s en mijneigenaren, plus hun zonen, vaak juristen, in het noorden. Er ontstaat een strijd om politieke macht. De zuidelijken waren Democraten, de noordelijken Republikeinen.
Tegelijkertijd daalde tegen 1860 het reële loon, en ook de levensverwachting en zelfs de gemiddelde lengte (ook een teken van minder welzijn). De welvaart nam enorm af. Er waren rellen in de grote steden. Lincoln, een republikein van bescheiden komaf, wordt in 1861 tot president gekozen, en heeft het voornemen om de slavernij af te schaffen of is in ieder geval tegen de uitbreiding ervan naar het noorden. En zo ontstond de Burgeroorlog.
China en de Qing-dynastie
In China speelt rond dezelfde tijd ongeveer hetzelfde. De Qing-dynastie zorgt initieel voor verbetering van de landbouwproductie en industrialisatie met allerlei innovaties. De bevolking verviervoudigd in een paar eeuwen. Maar door die sterke bevolkingsgroei gaat het vanaf 1850 minder: de reële lonen dalen, de gemiddelde lichaamslengte daalt, er zijn hongersnoden. Verellendiging.
De elites, hoge ambtenaren, werden tijdens de Qing-periode gerekruteerd op basis van examens, eerst lokaal, dan provinciaal, en ten slotte aan het hof. Het aantal ambtelijke functies nam niet toe, terwijl de bevolking sterk groeide, en er steeds meer jongeren examen gingen doen: elitegegadigden. Ene Hong zakte drie keer voor het keizerlijke examen, werd ziek, kreeg visioenen. Hij bouwde zijn eigen religie, en toen hij in 1843 voor de 4-de keer zakte, ging hij preken. Hij bereikte hiermee andere elitegegadigden, er ontstond een beweging: de Taipings. In 1851 riep hij zijn eigen keizerrijk uit. De ‘ellendigen’ sloten zich aan. In 1853 verovert Hong Zuid-China, in 1864 slaan de Qing terug. De bevelhebber, Zing, was na 8 keer zakken, uiteindelijk geslaagd voor alle examens. Einde van de Taiping opstand en einde van Hong.
Frankrijk
Ook een crisis in Frankrijk laat zich zo samenvatten. In vogelvlucht: 1200-1300 gouden eeuw, de omvang van de bevolking neemt sterk toe. Dan hongersnood en later de pest: de omvang van de bevolking daalt, rond 1400 is er nog maar de helft over. Ondertussen steeg het aantal edelen vanaf 1200 ook, door de geldpomp door hoge pachtsommen en voedselprijzen. Zonen van edelen worden op allerlei landgoederen gezet, er komen steeds meer edelen. Maar in 1350 gaan ze elkaar te lijf om de bezittingen en om baantjes bij de overheid die inmiddels insolvent is. Er zijn drie troonpretendenten: de staat stort in. Opstanden in grote steden. Start van de Honderdjarige oorlog met Engeland waarin de edelen vechten en veel sneuvelen. Vanaf 1450 gaat het weer beter. Volk èn elite is uitgedund, er is weer land genoeg en lonen gaan omhoog. Enzovoorts. Kortweg: 1200-1350 integratie, 1350-1450 desintegratie, 1450-1560 integratie, 1560-1660 desintegratie, 1660-1790 integratie en Verlichting, daarna Franse Revolutie en desintegratie tot 1880. Valt je iets op? Min of meer steeds 100 jaar per fase, 210-250 jaar per cyclus. En grappig: in Engeland ging het er ongeveer hetzelfde aan toe in die tijd, niet synchroon, wel even lang.
Dat komt, zegt Peter, omdat het sociaal profiel van Frankrijk en Engeland vergelijkbaar was. In die tijd werd je elite(gegadigde) als kind van de elite. Ook goed om te weten: in monogame landen zijn er minder elitekinderen dan in polygame landen. In islamitische landen bijvoorbeeld is de opkomst en ondergang van een dynastie 4 tot 5 generaties, dat is 100 jaar. Maar ook de Mongoolse (polygame) dynastieën hadden zo’n korte cyclus. Hogere eliteoverproductie leidt tot kortere cycli.
De Verenigde Statenanno nu
Peter gaat verder met een onderzoek naar de oorzaken van de huidige situatie in de VS. Mijn highlights:
*De lonen blijven achter. Er gaan steeds meer jongeren studeren, maar ze hebben ook steeds hogere studieschulden. Het precariaat bestaat uit veel van zulke studenten, met salarissen van max $75.000 en schulden vanaf $160.000. Zij zullen nooit de elite bereiken.
*Vanaf de 80-er jaren is er sprake van moreel verval, mensen doen álles om maar vooruit te komen, bedrog is normaal. De mislukte elitegegadigden worden contra-elites en radicaliseren. Er zijn nu twee vormen van ongelijkheid: tussen gewone mensen en de elites, en tussen de geslaagde en de mislukte elites.
*Was er in de 80-er jaren nog sprake van veel overlap in de ideologieën van Republikeinen en Democraten, nu is er sprake van radicale politiek. Gematigde politici gaan met pensioen.
Andere weetjes
Uit de hoofdstukken daarna pikt ik ook wat interessante feitjes op:
*Als er een revolutie komt, zal die geïnitieerd worden door de mislukte elite, het precariaat. Niet door het proletariaat, zoals Marx stelde. Het precariaat heeft de opleiding én de connecties om daadwerkelijk invloed uit te oefenen.
*de eerste staten in de wereld waren militocratieën, de strijders hadden de macht. Vaak riepen ze zich ook uit tot religieuze leiders, ze werden priester-koningen. Door oorlog voeren breidde het grondgebied zich uit, en waren gouverneurs nodig, en zo ontstond bureaucratische macht. De grens ligt bij zo’n 100.000 onderdanen, zo blijkt uit Peter’s analyse. En na verloop van tijd hebben de bureaucraten álle macht, met een beetje militair machtsvertoon. Uitzondering: Egypte is nog steeds een militocratie, of eigenlijk alweer, na een revolutie door progressieven én islamieten, een bestuur van islamieten, teleurgestelde progressieven, een verbond tussen de progressieven en het leger, uitmondend in een coup door het leger.
*China is een bureaucratie bestaande uit confuciaanse geleerden, die opklimmen door examens.
*En dan zijn er de plutocratieën. Zoals ooit de Italiaanse handelssteden Venetië en Genua, maar ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. En tegenwoordig de VS. Je kunt wel zeggen dat het een democratie is, maar uit recent onderzoek naar beleidsbepaling vanaf 1981 blijkt dat de armen en de middenklasse vrijwel geen invloed hebben op het beleid van de overheid. Het zijn de rijken die bepalen wat er op de beleidsagenda komt.
*Staten storten ook weer in, sommigen vallen langzaam uiteen, anderen gaan met een klap ten onder. Nero, de laatste van de Julisch-Claudische dynastie die tot 68 AD over Rome heerste, werd in de steek gelaten door zijn ‘machtsnetwerk’. Eerst opstanden in verafgelegen gebieden, daarna dichterbij. Zijn keizerlijke garde zwoer trouw … aan een ander. Het leger weigerde hem te helpen uit Rome weg te komen. Al zijn personeel vertrok uit het paleis. Hij pleegde toen zelfmoord. Dat ging best snel! Een recenter voorbeeld is Afghanistan, na het vertrek van de Amerikaanse troepen. Stalin hield zijn machtsnetwerk heel lang in stand: door de eliteoverproduktie aan te pakken. Hij executeerde ze of stuurde ze naar werkkampen. Hoe loyaal je ook was, veilig was je nooit.
*Ook Oekraïne was/is een plutocratie. Hier speelde een andere factor: de geopolitieke, met Oekraïne op de breuklijn tussen de invloedssferen van Amerika/NAVO en Rusland. Het Westen kreeg steeds meer grip op de oligarchen. Maar Europa maakte een handelsovereenkomst met zóveel eisen qua bezuinigingen, dat de president dan wél de steun van de meeste oligarchen had, maar die van het volk juist zou verliezen. Hij tekende dus niet, en een aantal oligarchen uit de oppositie organiseerde de Maidanopstand. Er kwam een regeringswissel, maar ook een burgeroorlog in de Donbas. De resulterende oorlog met Rusland luidde het eind in van de plutocratie: economische ontwrichting en oorlogsverwoestingen verminderde de rijkdom van de oligarchen, en Zelensky, ooit ook gesteund door een clan van oligarchen, zette hen tijdens de oorlog nog meer op een zijspoor.
Kunnen we de toekomst voorspellen?
Wat gaat de toekomst ons brengen? Er zijn verschillende scenario’s. Peter maakte met zijn cliodynamica-collega’s een prototype van een multipadvoorspellingenmodel (MPFmodel) gebaseerd op wiskundige formules en zijn mega-database CrisisDB. In het hart van het model zit de geldpomp. Die werkt ongeveer zo: de bevolking groeit, dus meer arbeiders die werk zoeken. Ook is er sprake van immigratie, en gaan steeds meer vrouwen werken. Verder de steeds lagere beschikbaarheid van banen, beïnvloed door offshoring en automatisering. Het resultaat is overaanbod van arbeid en verlaging van de lonen. De geldpomp laat steeds meer geld naar de elites stromen. Dit leidt tot verellendiging en eliteoverproductie. De eerste tekenen van instabiliteit ontstaan.
Maar er zijn ook opstanden nodig, en dus opstandigen, radicalen. Het MPFmodel volgt ook deze ontwikkelingen en de verschillende radicalenfacties, links en rechts en religieus. Andere input is het aantal radicalen, de mate van geweld en opstand en de waarschijnlijkheid van ‘sociale besmetting’.
En dan is er de Politieke Stress Index, die de geldpomp aan de sociale besmetting koppelt. Wat levert het model op voor de VS in de jaren 2020? Politiek geweld, resulterend in een daling van de eliteaantallen. Weer rust in de jaren 2030. Maar de geldpomp blijft draaien, nieuwe elites komen op, in de jaren 2050 weer een uitbarsting. Hoe is die uitbarsting te voorkomen? De geldpomp afsluiten, de elites komen in onderling conflict, daarna evenwicht. En is de ellende van de jaren 2020 nog te voorkomen? Het model zegt: nee, het is al in gang gezet.
Peter beschrijft (in 2023 dus) wat hij ziet aankomen: de radicalen in de Republikeinse partij grijpen de macht. Een van de rijzende sterren in die conservatieve factie is J.D. Vance. Een ander is Blake Masters, met een vergelijkbare achtergrond qua studie en netwerk. Zal deze factie richting Trump opschuiven of andersom? (Ik denk dat we inmiddels het antwoord weten).
De geldpomp en de democratie
Peter eindigt met een beschouwing van de invloed van de geldpomp op de democratie. Uit zijn analyses van zo’n honderd historische crises blijkt dat veel gevolgd worden door ineenstorting van de staat. Behalve in Engeland na 1850. Verellendiging en eliteoverproductie werd deels ‘opgelost’ door emigratie naar de koloniën. Ook initieerden de elites veel hervormingen waardoor de lonen omhoog gingen. Maar uiteindelijk raakte ook Engeland in verval: koloniën werden zelfstandig, de VS en Duitsland wonnen de economische race. Uiteindelijk is er geen blijvende oplossing. De elite zal steeds weer de geldpomp in werking zetten. In de EU gaat dat minder snel dan in de VS.
Maar: ‘complexe menselijke samenlevingen hebben elites nodig – bestuurders, ambtenaren, denkers – om goed te functioneren. We willen ze ook niet kwijt; de truc is hen zover te krijgen dat ze in het belang van iedereen aan de slag gaan.’
Mijn evaluatie van Eindtijd
Peter Turchin’s betoog is heel boeiend. De combinatie van geschiedenis en wetenschap geeft altijd wel nieuwe inzichten, zo ook in dit boek. Dat vermogensongelijkheid voor problemen zorgt was bepaald niet nieuw voor me, maar de combinatie met ‘elite-overproductie‘ is heel interessant. Hoewel het grootste deel van het boek focust op de VS (niet Amerika, zoals steeds vertaald), wordt er genoeg aandacht aan Rusland, China en Europa besteed om te zien dat wereldwijd dezelfde ontwikkelingen spelen en speelden.
Turchin heeft qua verantwoording naast een enorme hoeveelheid noten ook drie bijlagen toegevoegd met daarin een meer diepgaande verhandeling over de geschiedenis als wetenschap en hoe ervan te leren, de data (verzameld via een ‘macroscoop’) en hoe moeilijk het is die te verzamelen bij historici en dan in een model te gieten, en tenslotte wat overdenkingen over cherry picking, algemene principes versus specifieke omstandigheden, en de onmogelijkheid precies te weten wat mensen denken, wat ze motiveert. Dit gaat ook in op één van de uitgangspunten voor mensen in het algemeen en elites in het bijzonder: dat ze uit eigenbelang handelen. Ik zie als probleem hier wel dat vele sociale ontwikkelingen als keiharde wetenschap worden gepresenteerd, door gebruik van historische gebeurtenissen. Dat is toch wat ‘zacht’ ondanks de nuanceringen in de bijlagen.
Gezien de invloed van de VS op het wereldgebeuren is kennis over de oorzaken van politieke stromingen bepaald relevant. Maar ook zie ik hoe de geschiedenis ons inderdaad lessen te leren heeft. Ik was verrast over de analyse van de cyclus van integratie-desintegratie, en had nooit zo stilgestaan bij eliteoverproductie. En hoe interessant, om J.D. Vance te ‘voorspellen’.
Vrijwel elk hoofdstuk start met een verzonnen persoon, door wiens ogen je de ontwikkelingen bekijkt. Slimme keuze, omdat je zo echt de overwegingen van die personen begrijpt, of ze nu links of rechts zijn. Alleen die alien, die had voor mij niet zo gehoeven. Maar ja, in een bijlage, dus niet zo heel belangrijk.
Peter’s schrijfstijl is prettig, geen saaie verhandelingen maar fijn geformuleerde inkijkjes. Weinig statistieken, veel anekdotes en verhalen. Als het gaat om Oekraïne en de VS bespeur ik een ietwat rechts-leunende vertelstijl (ik ben zelf wel links-leunend). Opvallend is dat het voornamelijk over Trump gaat, en er nergens over Obama of Biden te lezen is, ook niet als het gaat over hun programma’s voor het verminderen van de verellendiging en de resultaten daarvan. Trump daarentegen komt uitgebreid aan bod, samen met Steve Bannon en Tucker Carlson.
Alhoewel er gebruikgemaakt wordt van Big Data (de CrisisDB) en een wiskundig model, zijn er geen grafieken te vinden, statistische data zijn in de tekst verwerkt. Ongetwijfeld zijn data en statistieken gebruikt bij de analyse, maar je krijgt er weinig van mee. Redactioneel is het een prima boek qua structuur en hygiëne (geen typo’s e.d.), alleen het gebruik van ‘Amerika’ als het over de VS gaat vind ik wat storend.
Ik kan mij vinden in de conclusie, dat vermogensongelijkheid tegengegaan moet worden en voor veel problemen kan zorgen. Peter’s betoog is weer een andere kijk op deze problematiek. Of hij hier de kern raakt is moeilijk te beoordelen. Desalniettemin is dit zeker een boek dat je gelezen moet hebben. Al was het alleen maar om er over mee te kunnen praten. Want er wordt veel over gesproken, en de meningen lopen behoorlijk uiteen.
Wat een leuk en interessant boek! Nee, ik zit niet te dollen. De sterkste schouders van Reinier Kooiman uit 2025 gaat over de geschiedenis van de belastingen. Saai? Nee! Complex? Nee! Een uitstekend geschreven en slim opgezet boek waarin onze huidige belastingstructuur gespiegeld wordt aan die van het Romeinse Rijk en het 12-de -eeuwse Italië, en de wereldwijde ontwikkelingen daarna. Voor iedereen die bijna niks over belastingen weet, en de rest, is dit uitstekend leesvoer.
Reinier stelt dat fiscalisten de enigen zijn die weten hoe belastingen werken, en ook dat Nederland het hoogste aantal hoogleraren fiscaliteit per hoofd van de bevolking heeft, wereldwijd! Ingewikkeld en technisch, dat stelsel van ons. Maar belastingheffing is juist een democratisch issue, het gaat over lastenverdeling. Er moet dus draagvlak voor zijn, iederéén moet het snappen. Reinier slaagt erin om dát met zijn boek te bereiken. Knap staaltje.
Het maatschappelijke boek De sterkste schouders …
…. wijst ons er eerst fijntjes op dat de mening van ‘het volk’ over belastingen niet genegeerd moet worden. Tenslotte startte de onafhankelijkheidsoorlog van de VS tegen het Britse rijk over belastingen: ‘no taxation without representation’. En het gaat ook niet om de regeltjes, maar om de achterliggende principes. Milton Friedman’s idee van de ideale belasting was: géén belasting. Ingrid Robeyn pleit juist voor het 100% tarief over vermogens boven een bepaald bedrag. Maar hoe begon het, die vermaledijde belastingheffing?
Feodale belasting in Groot Brittannië
Reinier neemt ons mee naar de Middeleeuwen, de oersituatie voor de start en wijze van verdeling van onze belastingen. Het begint met ‘feodale’ belasting. In het Groot-Brittannië van de 12-de eeuw betaalde je belasting om niet in allerlei oorlogen te hoeven vechten. Dat zat zo: alle grond was eigendom van de koning. Deze verpachtte het aan edelen en hoge geestelijken, die als wederdienst moesten helpen met het verdedigen van het rijk. En dat kon je dus afkopen, met ‘schildgeld’, afhankelijk van de hoeveelheid grond. Om alle onderdanen gelijk te behandelen werd ook geheven van steden en kerken.
Barbarossa wil Italië belasten
De Duitse keizer ‘Barbarossa’ Frederik kijkt jaloers naar de resulterende rijkdom van Willem de Veroveraar, en denkt na over belastingheffing in Italië, onderdeel van zijn rijk. Hij wil zich daarbij laten inspireren door de oude wetten van Rome. Waarom? De geschriften en wetenschap van het oude Rome worden in die tijd diepgaand bestudeerd en nagevolgd, het is geen tijd van innovatie maar van terugkijken.
Reinier beschrijft prachtig het onderzoek naar ‘eerlijke’ belastingen, en de verschillende inzichten die destijds in de universiteiten van de verschillende belangrijke Italiaanse steden heersten. Dan breekt er oorlog uit, Frederik verliest, en de Italiaanse steden zijn weer autonoom, stadsstaten. Zij heffen natuurlijk ook belasting, en de regels en procedures voor vaststelling en inning (wat gescheiden functies zijn!) en het toezicht daarop plus de boetes bij corruptie worden gedetailleerd vastgelegd.
Vermogensbelasting in 12-de-eeuws Italië
Het stelsel wat de stadsstaten van geld voorziet is uiterst democratisch. Het geld is nodig voor de verdediging van de stad tijdens oorlog, dus voor vestingwallen, burchten, muren, paarden, huurlingen. Ook wordt er verwacht dat je actief meevecht tijdens een aanval. De achterliggende gedachte is samen te werken en de kosten van veiligheid te delen. Dat is de basis. Heffing is op basis van vermogen, meestal grond, dus naar draagkracht, wat het meest rechtvaardig werd geacht. Woon je niet in de stad? Dan betaal je tolgeld. Woon je wel n de stad maar betaal je je stadsbelasting niet? Dan wordt je grond verbeurd verklaard, of verlies je je burgerrechten en betaal je tolgeld. Belasting betalen is dus het ultieme teken van burgerschap, van bescherming, van vrijheid. Er waren zéér weinig fiscale privileges of vrijstellingen.
Heffing op basis van vermogen dus. Waarom? Omdat zo de onderlinge positie qua rijkdom gelijk blijft. Er is ook géén sprake van herverdeling. Overigens, in Athene in de 4de eeuw BC had men een leuke variatie: om te kunnen heffen moet je het vermogen kunnen inschatten, en de eigenaar wil dat natuurlijk te laag opgeven (dat probleem was er toen al!). Men bedacht een slimme oplossing: de 1500 rijkste burgers werden verdeeld in 100 groepen van 15, en elke groep moest hetzelfde bedrag betalen. Onderling mocht men uitmaken wie wat betaalde. Er ontstond natuurlijk sociale druk binnen de groep om eerlijk te zijn over het vermogen, het waren tenslotte je vrienden, die ging je niet bedriegen.
Van belasting naar lening en dubbele heffing
In Italië kwamen er steeds meer oorlogen, en de heffingen werden vervangen of aangevuld met ‘leningen’, verplicht en terugbetaling niet gegarandeerd. Tegelijkertijd heerste de pest, waren er dus steeds minder boeren, die dus steeds hoger belast werden, naar de stad vertrokken omdat de heffing dan lager was, wat resulteerde in nóg minder boeren op het platteland.
Dit zet de voedselproductie onder druk. Deze immigratie is ongewenst! Er komt een wijziging in het belastingstelsel: de boeren betalen niet meer op basis van vermogen, maar per huishouden, de immigranten moeten 5 jaar lang zowel de stadsbelasting als de boerenbelasting betalen. Het helpt niet. De immigranten worden voortaan teruggestuurd. Behalve rijke immigranten uit andere stadsstaten, die worden welkom geheten en krijgen zelfs 30 jaar vrijstelling.
Ook werd er steeds meer handel gedreven, was het bezit dus mobiel, wat de vraag opwierp wáár hierover mocht worden geheven. Waar men woont, waar men verdient? De koopman Prato en de coureur Max, vergelijkbare situatie. In de praktijk werd geheven op basis van woonplaats én waar het bezit was, dubbel dus. In de 12de eeuw besloot men: waar je woont, maar exclusief de grond wat zich buiten je woonplaats bevindt.
De kerk als belastingparadijs
Inmiddels wordt er niet alleen verdedigd, maar ook aangevallen, en de kooplieden balen van de onrust én de hoge belastingheffing. Ze zoeken een uitweg. En die vinden ze in geestelijke ridderordes, want kerkelijke instellingen hebben een vrijstelling. De kerk als belastingparadijs! Al snel wordt in Padua deze ontwijking opgemerkt en aangepakt: de handelaren moeten een habijt dragen of tonsuur hebben, en alle kerkdiensten bezoeken, als bewijs van hun ‘heiligheid’, en stoppen met hun normale activiteiten.
Invoerrechten
Sommige Italiaanse stadsstaten zijn typische handelssteden en zij innen invoerrechten. Hiermee kunnen zij de rente op de leningen betalen. In Genua en Venetië is er dan géén directe belastingheffing meer. Het resultaat is herverdeling: door de invoerrechten wordt het voedsel duurder, en ook de armeren betalen dit dus, terwijl de opbrengst naar de rijken gaat. Oneerlijk? Nou, het risico op oninbaarheid van die leningen was óók heel groot.
Inkomstenbelasting
Terug naar het VK. In 1793 verklaart Frankrijk de oorlog aan Groot-Brittannië. GB heeft geld nodig, en begint met leningen, waarvan de rente wordt betaald met invoerrechten. Daarna wordt de vermogensbelasting verviervoudigd. Nog niet genoeg. En dan … komt de inkomstenbelasting. GB voert deze als eerste in. Adam Smith promoot deze vorm, want de industrie in het GB floreert door het benodigde kapitaal, dat je dus niet (te veel) moet belasten. De armen hebben er veel meer last van dan de rijken, maar dat is te verkiezen boven interen, en inbreuk maken op de eigendomsrechten bij vermogensbelasting.
Vermogensongelijkheid
Reinier stelt dat de huidige vermogensongelijkheid te wijten is aan de verschillende 19-de eeuwse belastingsystemen. In de VS rond 1900 zijn alle federale belastinginkomsten invoerrechten (tariffs), inkomstenbelasting is beladen, tot 1913. Na WO1 komt er in veel landen een progressief tarief: door de dienstplicht hebben veel jonge mannen uit het volk het leven gelaten, de rijken moeten dit compenseren door extra belasting te betalen.
Belastingparadijzen
Interessant is ook de opkomst van de belastingparadijzen. Deze zitten voornamelijk in eilanden die ex-koloniën zijn van Groot Brittannië, en dat heeft een reden. Na de afschaffing van de slavernij is er behoefte aan een nieuw verdienmodel voor deze eilanden, anders moet GB blijven ondersteunen. En degenen die er hun geld stallen zijn voornamelijk Amerikanen, dus GB derft ook geen belasting van eigen inwoners. Win-win!
Hoe zit het nu?
Inmiddels zitten we op 2/3 van het boek en gaat de fascinerende historie over in een analyse van de huidige situatie. Reinier geeft aan dat de democratische legitimatie, het holistisch perspectief gebaseerd op principes, inmiddels is vervangen door juridisering, met wetten die voor rechtvaardigheid zorgen, willekeur voorkomen. Hij gaat weer in op drie vragen: 1. Hoe worden de lasten verdeeld (vermogen, inkomen, consumptie)? 2. Tussen wie worden de lasten verdeeld (inwoners, buitenlanders, mensen met privileges)? 3. Hoe wordt het opleggen geregeld (efficiënt of met veel waarborgen, open of ‘verborgen’ belasting)? Bij dat laatste lees ik het voorbeeld van Caligula, die weigerde de nieuwe belastingwetten op schrift te zetten, zodat hij er lekker ‘flexibel’ mee om kon gaan. Na boetes en de hieruit voortvloeiende protesten werden ze wél op schrift gezet, maar in zulke kleine lettertjes en op zo’n obscure plek dat het effect hetzelfde was. En ook tegenwoordig doet men dit: zovéél en zo vaak gewijzigd dat het ondoorzichtig wordt, met als gevolg minder protesten.
Vrijheid en gelijkheid zijn uitgangspunten bij belastingheffing
Het gaat om de democratische principes over wat een rechtvaardige verdeling zou zijn. Niet omdat het vroeger beter was, maar omdat er een andere keuze mogelijk is. Is een gelijk bedrag per persoon niet het eerlijkst? Stel, alle inwoners tussen 18 en 67 (= 11 miljoen mensen) betalen hetzelfde, om de Nederlandse begroting van 400 miljard Euro te dekken. Dat is zo’n EUR 36.000 pp. De allerarmsten werken dan alleen om hun belasting te kunnen betalen, zij zijn slaaf van de staat. Dat is onvrijheid! De uitgangspunten van rechtvaardig moeten vrijheid en gelijkheid zijn. Toch?
Een verhelderend voorbeeld
Gelijkheid is ongelijke gevallen naar rato van hun ongelijkheid behandelen. Dus moet het naar draagkracht. Nog een voorbeeld: het totale private vermogen van een staat (een vereenvoudigde versie van Nederland) is 4500 miljard, het totale jaarlijkse inkomen is 1000 miljard. Het overheidsbudget is daar 36% van, dus 360 miljard. (NB: In bijna heel West-Europa is de totale belastingdruk 40%, dit is inkomstenbelasting en allerlei andere belastingen.). Stel, je doet alleen inkomstenbelasting, dat is dan 36%. Als het voor iedereen gelijk is, kunnen mensen met meer inkomen steeds meer sparen dan de anderen en worden ze steeds rijker. De belastingheffing beïnvloedt dan de vermogensverdeling. Maar zelfs een extreem hoge progressie in tarief, tot 100% (!) kan dat effect hebben.
Stel een miljardair werkt niet en heeft aan het begin van het jaar 8,5 miljard vermogen, en verdient daar 500 miljoen mee, aan het eind van het jaar heeft ze 9 miljard. Dat is 2% van het totale private vermogen. Ze betaalt het toptarief van 100% dus alle 500 miljoen gaan als belasting weg, ter funding van de 360 miljard overheidsbudget. Ze heeft weer 8,5 miljard. Ondertussen is het totale private vermogen gedaald naar (4500 minus 360 is) 4140 miljard. Haar 8,5 miljard is daar 2,05% van. Ze heeft dus relatief meer. Hoe komt dat? Haar rendement was 500/8500 = 5,88%. Maar er is 360/4500 = 8% nodig. Anderen dragen dus relatief meer bij dan zij, en verarmen dus relatief meer. De vermogensverdeling is veranderd. En die 5,88% is heel reëel, historisch gezien. En die anderen, dat zijn de mensen die hun vermogen (spaargeld) geheel door arbeidsinkomen opbouwen, in plaats van kapitaalinkomen. Aan het eind van het jaar wordt dat spaargeld grotendeels wegbelast.
Wie wil er dan nog rendement maken?
Reinier is duidelijk een fan van vermogensbelasting in plaats van inkomstenbelasting. Hij stelt dat dit zeker geen rem zal zetten op de wens om rendement te halen, want betalen moet je toch. In hetzelfde voorbeeld: bij een vermogensbelasting van 8% moet de miljardair 720 miljoen (over 9 miljard) betalen mét rendement van 500 miljoen, of 680 miljoen zónder rendement (over 8,5 miljard). Dat laatste is 40 miljoen minder, maar zonder rendement is ze evengoed 460 miljoen armer. En ook: heeft ze een rendement van boven de 8%, dan steekt ze de rest in haar zak, dat was bij het eerder voorbeeld niet. Dat is weer het voordeel van vermogensbelasting.
Hoe realiseren we dit?
Natuurlijk is er sprake van kapitaalvlucht bij een hogere vermogensbelasting, en dit is moeilijk in te dammen. Extra belasten bij emigratie kan. Gelijkmatige invoering is natuurlijk goed, vermogensbelasting langzaam omhoog, andere belastingen langzaam omlaag. Met veel andere staten samen een stelselwijziging invoeren is heel verstandig (maar wel utopisch). Toch …
Het punt dat Reinier maakt, is dat niemand een ander zijn vermogen misgunt, als dat is vergaard door veel te sparen, slim te investeren of eerlijk te ondernemen. Vermogensongelijkheid op basis van individuele prestaties is niet oneerlijk. Vermogensongelijkheid door belastingheffing is dat wél!
‘Het wordt tijd dat zij die de wereld bezitten ook haar lasten helpen dragen’.
Mijn evaluatie van De sterkste schouders
Ik moet toegeven, ik ben overtuigd door het betoog van Reinier, wetende dat het er waarschijnlijk niet van komt. Dat betoog is heel slim opgebouwd. Eerst de heel aansprekende historie van de belastingheffing, van betalen op basis van vermogen, naar op basis van inkomen en consumptie. Je ziet de oude Italiaanse steden voor je, de Duitse keizer discussiërend met de geleerden, de kleine lettertjes van Caligula. Fascinerend en heerlijk om te lezen. Het tweede deel blinkt uit door de versimpelde, maar realistische voorbeelden. Die ik nog eens narekende omdat ik het eerst niet geloofde. Ik dacht dat de vermogensongelijkheid alleen maar ontstond door de relatief lage lonen van de afgelopen jaren. Het effect van belastingheffing heb ik totaal onderschat. Wow, wat heb ik veel geleerd!
Het hele betoog is goed onderbouwd, met historische geschriften en hedendaagse statistieken. In het betoog zit natuurlijk veel meer nuance, en zijn veel meer uitzonderingen genoemd dan ik hierboven heb weergegeven, ik denk niet dat er sprake is van cherry picking. Het historische deel is natuurlijk tijdloos, het deel over het heden misschien wat minder, de statistieken zullen zeker veranderen. Beide delen zijn superrelevant voor iedereen die beter begrip van vermogens-ongelijkheid wil krijgen, en wie wil dat nu niet?
Het boek is vrij sober, geen kleuren, weinig afbeeldingen. Ik denk dat het goed was geweest om de cijfermatige voorbeelden (ook) in kaders te zetten, dat is nóg iets overzichtelijker.
De vorm vind ik héél goed. Reinier heeft een hele leuke manier van schrijven, zeker het eerste deel leest als een roman. Erg knap dat hij simpele voorbeelden geeft, die wél realistisch zijn, maar begrijpelijk voor leken. Er is in het boek dan ook nauwelijks sprake van jargon. Ik vind het bijzonder slim om met het meeslepende historische deel te beginnen, en ons zo helemaal te framen richting de hogere eerlijkheid van vermogensbelasting. Bijzonder dat hier al 1000 jaar over nagedacht wordt!
Het is nog geen klassieker, maar misschien wordt dit er wél een. Als het ietsjes dunner was …
Jaap Bressers is sit-down comedian en schreef eerder de bestseller ‘Waar een wiel is, is een weg’. De opvolger uit 2019, Pak je Carlosmoment, gaat verder waar ‘Wiel’ ophield, met weer een verzameling prachtige voorbeelden van ‘klein gebaar, grote impact’, zowel op zakelijk gebied als uit zijn persoonlijke leven. De woordgrappen zijn niet van de lucht, en het positivisme waarmee Jaap zijn niet supermakkelijke leven omarmt is inspirerend en ontroerend.
Voor wie Jaap nog niet kent, en zich afvraagt waar dat sit-down op slaat, en wat dat ‘wiel’ in de titel van zijn debuut doet: Jaap hield aan een duikongeluk een hoge dwarslaesie over en zit in een rolstoel. Hij moest zijn carrière opnieuw vormgeven, en is nu een succesvol spreker. Zijn zakelijke adviezen zijn vaak voor-de-hand-liggend, maar de manier waarop hij het brengt is bepaald origineel. Zijn boodschap is belangrijk: kijk naar elkaar om, heb aandacht voor de ander en leef duurzaam.
Het zelfhulpboek Pak je Carlosmoment …
…. begint in de kaft al met een grap. ‘Zelfs als je het niet leest is dit boek goed voor het klimaat’. Huh? Nou, volledig gemaakt van resten uit de landbouw, zo lees ik. Uit papierfabrieken in India en Colombia, die een sociale bijdrage leveren. Biologische inkt, gedrukt zónder oplosmiddelen en met groene stroom. En voor elke druk worden 16 bomen geplant. Een klimaatpositief boek dus, alleen al door het te kopen. Maar ik adviseer je het óók te lezen.
Wat is een Carlosmoment?
In 31 kleine hoofdstukjes, afwisselend zakelijk, over anderen, en persoonlijk, over hemzelf, worden we aangezet meer aandacht voor elkaar te hebben. Het eerste hoofdstuk gaat over het ontstaan van het Carlos-moment. Na zijn ongeluk ligt hij in een ziekenhuis in Portugal, en weet dat hij vanaf borsthoogte verlamd is. Soms slaat de paniek toe, hij schreeuwt het uit. Dan komt een verpleegkundige even de apparatuur controleren, en vertrekt weer zonder wat te zeggen. Niks aan de hand. Dan is er bij een nieuwe paniekaanval opeens broeder Carlos. Hij legt een hand op Jaap’s schouder, daar voelt Jaap ook nog wat, en zegt ‘It’s okay’. Jaap kalmeert. Dit is zijn ‘Carlos-moment’.
Eindeloos oefenen
Het volgende hoofdstuk heet: ‘je kunt meer dan je denkt’, en gaat over Jaap’s revalidatie. Hij beschrijft hoe hij oefent op koffie halen voor zijn bezoek, geklemd tussen zijn benen. ‘Gloeiend hete koffie halen en dan maar hopen dat hij de kruistocht in spijkerbroek overleeft. Want als het misgaat hebben we het Rode Kruis nodig voor mijn rode kruis.’ Dit soort verhalen is ontroerend, grappig én inspirerend, want uiteindelijk lukt veel, tot verbazing van de fysio. Eigenwijsheid en eindeloos oefenen.
Meer voorbeelden
Nee, ik ga niet elk hoofdstuk samenvatten. Dat deed ik voor ‘Waar een wiel is, is een weg’ en dat leverde me een slechte recensie op van ene Kim, die terecht zei dat mensen gewoon het boek moesten kopen. En dat ben ik met haar eens. Ik laat het dus bij nog een paar voorbeelden.
Een vrouw en haar dochter raken betrokken bij een auto-ongeluk. De vrouw is zwaargewond, de dochter dood. De vrouw wil naar de opbaring van haar dochter om afscheid te nemen, maar dat kan natuurlijk niet, ze mag haar ziekenhuisbed niet uit. Twee verpleegkundigen verzinnen een list en krijgen toestemming, al gaat het tegen alle ziekenhuisregels in: de dochter wordt opgebaard in de kamer naast de moeder. De les: durf af te wijken van de regels, en steun de mensen die dat met een goede reden durven doen.
Een leuke spreuk tussendoor: Eenvoud is beter dan twee fout.
Verderop een stukje theorie en Jaap’s ervaringen bij zaken onthouden en time-management, wat wel op ‘Getting Things Done’ lijkt, met de rust, die lijstjes en ruimte in je agenda geven.
Daarna een stuk over het leven met een beperking, hoeveel voorbereiding een bezoek aan een restaurant kost. Zijn aangepaste bus is te hoog voor de parkeergarage, hij heeft tafelpootverhogende blokjes bij zich zodat hij er ook onder past, hij laat de kok tevoren alles superklein snijden, neemt zelf zijn (duurzame) rietjes mee, enzovoorts. Het gaat verder dan drempels. Maar: hij maakt het mogelijk voor zichzelf. Niet teveel beren op de weg zien!
Erg ontroerend zijn de verhalen over het aanzoek, het huwelijk en ivf-pogingen. Ja, janken. Dat wordt gecombineerd met een slim hoofdstuk over het sturen van een factuur aan je klant. Naast tips voor een prettige indeling en het slim weergeven van het bankrekeningnummer, doet Jaap een goede suggestie over de betaaltermijn. Hij gebruikt ‘Wilt u het factuurbedrag overmaken binnen een termijn waar we allebei vrolijk van worden?’ op zijn eigen facturen, mooi gevonden vind ik dat en het wérkt. En de link met zijn huwelijk: de meeste facturen van zijn huwelijksdag ontving hij tijdens de huwelijksreis. Maar één leverancier had een andere aanpak, die zei: ‘Wanneer wil je de factuur ontvangen? Vooraf, direct na de huwelijksdag of na de huwelijksreis?’. Kijk, dan heb je aandacht voor je klant.
Ongevraagde hulp bij het duwen van zijn rolstoel? Dat is géén Carlos-moment maar een laat-die-kar-los-moment. Dat je het weet …
Over ongevraagde hulp: Anne mag een dagje meelopen in het verpleeghuis, op de gesloten afdeling. Daar ziet ze een oud mannetje tegen een deurpost hangen, met zijn gulp open. Zij doet – zzzzip – de gulp voor hem dicht. Zo, dat is service, ik ben hier gewoon op bezoek, zegt de man. De bewoners krijgen sindsdien meer bezoek …
Mijn evaluatie van Pak je Carlos-moment
Heb ik veel nieuws gelezen? Op zich niet, maar het boek heeft me op een fijne manier weer aan veel herinnerd, door woordgrappen, ontroerende situaties van anderen en niet in het minst door de stukken over zijn eigen leven. Alle hoofdstukjes zijn anekdotisch, maar waar anderen een literatuurlijst hebben, heeft Jaap een bijlage ‘Inspiratie’ opgenomen, waarin onder andere Ben Tiggelaar, Jos Burgers, Jan van Setten, Brené Brown, David Allen, en Stephen (niet Steven, hoor Jaap) Covey zijn opgenomen. De verhalen en anekdotes zijn tijdloos, en de oproep om elkaar meer aandacht te geven, en dat een klein gebaar veel kan betekenen, is ook nu relevant.
De schrijfstijl van Jaap is zeer prettig, korte stukken, veel voorbeelden, herkenbare situaties en natuurlijk heel veel woordgrappen. De persoonlijke hoofdstukken volgen chronologisch het leven van Jaap, waar de diverse goede adviezen aan worden opgehangen. Het boek is qua kleur sober uitgevoerd, maar quotes en Jaapse tegeltjes maken het levendig en geven nog wat meer om over na te denken. Dat het volledig duurzaam is uitgevoerd is een plus!
Simon van Teutem’s De Bermuda-driehoek van talent uit 2025 doet deze weken veel stof opwaaien. In welk praatprogramma is hij nog niet geweest? Welke krant heeft er nog geen opinie aan gewijd? En zelfs de laatste aflevering van Tegenlicht ging erover. En terecht, dit is een heel belangrijk onderwerp waar al veel over geschreven is, maar waar Simon een heel eigen, leuke, draai aan geeft.
Die eigen draai is zijn persoonlijke ervaring, met zijn stage-ervaringen bij 2 van de 3 hoeken van de driehoek: zakelijke advocatuur, banken en managementconsulting. In die ‘Bermuda’-driehoek verdwijnen de talenten die altijd zeiden dat ze daar maar ‘even’ aan de slag gingen voordat ze maatschappelijke problemen gingen aanpakken. Maar ze blijven … Simon analyseert waaróm en wat daar aan gedaan moet worden in dit prima boek.
Het maatschappelijke boek De Bermuda-driehoek van talent…
… begint heel aansprekend. Simon’s vader krijgt kanker en vraagt zich af of hij in zijn leven wel de goede keuzes heeft gemaakt. Hij wilde altijd romanschrijver worden, maar het lijkt erop dat dat dus niet meer gaat gebeuren. Spijt, geen tweede kans. Het raakt Simon erg. Simon zelf ziet kans om op Oxford te gaan studeren, zijn ambitie is het uitroeien van de internationale belastingontwijking. Drie jaar later zit hij gebogen over excel-sheets bij Morgan Stanley, een bank en een hoek van de driehoek. Wat is er gebeurd?
De werving voor de driehoek
Simon onderscheidt een aantal fasen, en een daarvan is het werven van stagiaires op de universiteiten. Daar worden goedgebekte, dominante en overtuigende medewerkers van de drie industrieën (ik noem die drie maar even de Bermuda’s) naartoe gestuurd, die ‘gravitas’ hebben, respect en vertrouwen bij anderen afdwingen. ‘Effortless superiority’. Zo wordt een goede eerste indruk gewekt.
De studenten hebben een grote competitiedrang, ze waren altijd al de beste van de klas, zijn de happy few die tot een gerenommeerde universiteit zijn toegelaten, en ze willen dat uit hun volgende stap óók blijkt dat ze the best of the best zijn. De Bermuda-bedrijven staan bekend om hun uitzonderlijk selectieve aannamebeleid: duizenden melden zich aan voor een stage, en maar enkelen mogen komen. Daar wil je dus bijhoren, dat is ‘the next big thing’, daaruit blijkt hoe goed je bent. Het maakt niet uit wat je gaat doen, als je maar beter bent dan de rest. ‘Insecure overachievers’, ze hebben die status nodig als bevestiging. Ik vond dit een bijzonder verhelderend stuk.
Persoonlijke groei, keuzevrijheid, springplank
Een ander punt zijn de mogelijkheden voor snelle persoonlijke groei. En tenslotte zegt bijna iedereen dat een aantal jaren bij de Bermuda’s een geweldig cv en dus keuzevrijheid oplevert en een goede springplank naar wát je ook zou willen doen. Veel Bermuda-alumni belanden in de politiek (Macron, Hoekstra). Het levert bovendien een geweldig netwerk van alumni op, die je met van alles kunnen helpen. Het boek geeft daar een aantal indrukwekkende voorbeelden van.
De RACE winnen
Wat moet je in huis hebben om zo’n gewilde stageplek te krijgen? De race wordt gewonnen door studenten met de meeste RACE: Relevante extra-curriculaire activiteiten, Academische glorie, Communicatievaardigheden en Edge. Dat laatste is interessant: je moet iets bijzonders, iets onderscheidends hebben. Paralympische medaillewinnaar zijn, bijvoorbeeld.
Simon blijkt de race te winnen, en doet twee stages binnen de Bermuda-driehoek: eerst bij bank Morgan Stanley, daarna bij de consultants van McKinsey. Bij Morgan Stanley maakt hij idioot lange uren (15 uur per dag is normaal, 20 uur als het wat drukker is), en ziet hij door de lichamelijke uitputting zijn haren op zijn toetsenbord vallen. Een collegaatje is al maanden niet meer ongesteld geweest. Maar doen ze in die lange dagen wel nuttig werk? Nee, ze werken aan de perfecte powerpoints, het voelt zinloos. Daar gaat hij dus niet vast in dienst.
De tweede stage bevalt beter. Minder uren, maar niet bepaald zinniger werk. En een eigen mening hebben is bepaald niet de bedoeling. Simon krijgt last met HR over zijn (onbetaalde) columns voor o.a. De Correspondent. Hij stelt zich een gewetensvraag: is het leuker nutteloos werk te doen met superslimme mensen, of supernuttig werk met wat ingedutte mensen? Ook hier krijgt hij een aanbod …
Het manische afweermechanisme
In zijn vrije tijd doet hij mee met zijn collega’s: veel activiteiten, sporten, feesten bij de ‘high society’. Niks geen rust, het manische afweermechanisme zorgt ervoor dat je de gedachten aan onaangename emoties (die alles te maken hebben met de zinloosheid van het werk) vermijdt door een grenzeloze hoeveelheid activiteiten. En nu blijkt ook dat het werk bij de Bermuda’s toegang geeft tot de hoogste kringen, status geeft dus. Veel Bermuda-werknemers doen aan hardlopen en marathonlopen: de weglopen-van-het-werk vergelijking is snel gemaakt.
Gouden handboeien
Een herkenbaar hoofdstuk gaat over geld: het verdient heel goed bij de Bermuda’s en elk jaar komt er een flink bedrag bij. Veel starters nemen zich voor om te sparen, zodat ze na een paar jaar financieel onafhankelijk zijn en op hun gemak kunnen besluiten welk nuttig werk ze willen gaan doen. Maar zo werkt het dus niet, er is sprake van lifestyle inflation. Je gaat steeds meer uitgeven, privé ook. Zakelijk businessclass vliegen, en dan dat privé ook gaan doen. Maatpakken kopen, een blitse auto, luxe spullen in de luxe keuken. En natuurlijk een hoge hypotheek voor dat leuke appartement in die gewilde buurt. Gouden handboeien!
Maatschappelijke impact maken
Maar wie weet bevrijd je je van die handboeien en besluit je over te stappen om maatschappelijke impact te maken. Waar ga je dan heen? De overheid bijvoorbeeld. Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Bij de Bermuda’s hoef je alleen rekening te houden met de wensen van je klant. Hoe anders is het stakeholdermanagement bij de overheid: véél meer partijen, met véél meer mensen. Trajecten duren daarom vaak heel erg lang, het heeft een andere, mindere dynamiek. Een overstap naar een groot bedrijf dan? Dan kun je dat van binnenuit veranderen. Maar dit blijkt ook een traag proces. Het derde alternatief is: zelf een start-up beginnen! En dan zegt je huidige Bermuda-werkgever, op het moment dat je ontslag neemt: maar zoiets kun je óók bij ons doen! Wij helpen je! En dan blijf je … want als je via je eigen Bermuda-bedrijf impact kan maken, waarom dan moeilijk doen?
Directe impact maken binnen de consultancy
Maar kún je binnen de consultancy wel bijdragen aan de maatschappij? De klant gaat immers altijd voor. En het maakt niet uit hoe immoreel die wensen zijn, zo blijkt uit het voorbeeld van Purdue Pharma die Oxycontin op de markt bracht. Een enorm aantal verslaafden en doden, maar de consultants gaan vrolijk door met het verzinnen van marketingtruukjes. Direct impact maken is lastig. Simon verwijst naar Bullshit Jobs van David Graeber: consultants dragen niets bij (grotendeels anekdotisch bewijs, maar dat was dan ook het uitgangspunt van het boek: wat vinden de mensen zélf?) Ook valt hij terug op Mariana Mazzucato’s The Big Con, een veelzeggende titel (in het Nederlands: De consultancy-industrie). Zij wijst er onder andere op dat de consultants helemaal niets doen aan kennisoverdracht aan de overheid, zij houden de afhankelijkheid in stand. De overheid werkt hier graag aan mee, zo schuift ze de verantwoordelijkheid af. (Wat Simon niet noemt, is dat de consultants bij werk voor de overheid altijd de belangen van het bedrijfsleven, hun grootste klantengroep, laten meewegen, of zelfs prioriteit geven). Dat is niet maatschappelijk nuttig.
Indirecte impact en opportunity cost
Indirecte impact dan? Ja, hiervoor valt wat te zeggen. Als je als ex-partner een impact-bedrijf of maatschappelijke stichting wilt opzetten, krijg je veel steun van je ex-collega’s, en je CV opent deuren.
De andere kant van de medaille is natuurlijk tijdsverlies, de ‘opportunity cost‘ van het bouwen van die springplank en dat netwerk. In die tijd had je direct aan maatschappelijk nuttige zaken kunnen werken. De best opgeleide mensen doen jarenlang dom werk. En het is aangetoond dat deze best opgeleiden ook zonder die springplank de beste kansen hebben om een succesvolle ondernemer te zijn.
Dit bewijst wereldverbeteraar Jack, die niet naar de Bermuda’s ging, maar na een paar jaar zijn draai zoeken, terecht komt bij de School voor Charity Entrepreneurship, die een incubatieprogramma heeft. Rutger Bregman schreef hier eerder over in zijn boek Morele Ambitie. Jack gaat aan de slag met een programma om loodvergiftiging bij met name kinderen te voorkomen, en start in Malawi. Hij heeft succes: in 2 landen is er inmiddels regelgeving tegen, in 8 andere landen is men hiermee bezig. Als wereldverbeteraar heb je wel heel veel doorzettingsvermogen nodig en moet je veel verleidingen weerstaan. Velen geven toe aan de verleidingen van de Bermuda’s, want: enorme studieschuld, statusangst (lees hierover ook het gelijknamige boek van filosoof Alain de Botton), peer pressure oftewel de mening van je leeftijdsgenoten.
Wat valt hieraan te doen? Simon adviseert de maatschappelijke instanties om het spel mee te spelen. Zorg voor wervers met gravitas, voor competitie, status, persoonlijke groei (MBA-traject?), keuzemogelijkheden en springplank. Op dit moment zijn dergelijke instanties zeldzaam. En ook: zorg voor een redelijke stagevergoeding. De VN biedt stages aan in New York, onbetaald. Moet je onder een brug slapen? Een andere oplossingsrichting is het aanbieden van beurzen en zorgen dat het salaris vergelijkbaar is met dat van het bedrijfsleven. Regel iets voor ‘zij-instromers’ en wakker onze start-up cultuur aan.
Verander je mindset
Over salaris gesproken: het moet natuurlijk niet om het geld gaan. Het moet draaien om solidariteit, verantwoordelijkheid. De maatstaf van succes moet zijn wat je doet voor andere mensen. En het moet óók niet om competitie gaan. Waarom zouden we de strijd met elkaar aangaan? We moeten juist samenwerken.
Tenslotte: vraag jezelf eens af of werken bij de Bermuda’s wel in je eigen belang is. Redeneer vanuit je sterfbed, heb je je tijd verspild? Leg je leven langs je éigen meetlat: heb je liever geld, of tijd? Vraag je eens af met wie je je vergelijkt. We is je rolmodel? ‘Wat zou Gandhi doen?’ Dezelfde tip kwam ik in Het Happinessproject tegen. Ook een mooie tip: zorg voor een Accountability-partner, iemand die jou verantwoordelijk houdt voor wat je in je leven bereikt. Simon haalde deze tip uit het boek GRIP. Tenslotte: wees conservatief met comfort, want alles went. Verder: vind een niche, een alternatief carrière-pad waar weinigen aan denken. Dan blink je ook makkelijker uit. Of ga werken op plekken met aanzien én impact, zoals de School for Moral Ambition. Of wordt leraar …
Mijn evaluatie van De Bermuda-driehoek van talent
Als je Bullshit Jobs, The Big Con, Dit kan niet waar zijn en Morele Ambitie gelezen hebt, zoals ik, misschien aangevuld met ‘When McKinsey comes to town’, dan lees je waarschijnlijk niets nieuws. En tóch biedt het boek wat extra’s, en dat is de persoonlijke ervaring van Simon. En niet alleen die van hem. Hij interviewde een groot aantal Bermuda-medewerkers en vroeg ze naar hun werk, ambities en plannen. Dit maakt het hele verhaal heel menselijk en ook schokkend. Simon’s schrijfstijl is zeer beeldend, je ziet zijn haren tussen de toetsen liggen, je ziet het hoofd onder de rok (lees hiervoor het boek!).
Simon sprenkelt wetenschappelijke feitjes en veel statistieken door zijn verhaal heen. Ik was verbaasd over het extreem lage % stagairs dat daadwerkelijk wordt aangenomen. Daarmee snap ik de verleiding van status veel beter. Ook de voorbeelden van on-maatschappelijk handelen van de grote consultancykantoren zijn bewezen, en schokkend.
De oplossingen die Simon geeft zijn oké, en zeer relevant. Ons kabinet wil minder externe inhuur. Tegelijkertijd worden er weer ambtenaren ontslagen. Het wordt tijd voor een investering in ons ambtenarenapparaat, misschien niet in kwantiteit maar dan toch zeker in kwaliteit. Doe wat aan opleiding en maak werken bij de overheid aantrekkelijker. Ook NGO’s kunnen met de oplossingen aan de slag, niet alles kost geld, het gaat ook om aanzien, zichtbaarheid. Maar inderdaad, er moet ook wat veranderen aan onze mentaliteit, wat we als succesvol zien. En minder geld uitgeven is niet alleen goed voor de planeet, consuminderen verlost ons ook van de gouden handboeien. Ik sta nog steeds verbaasd over de hoeveelheid dure kleding en schoenen die ik tijdens mijn ‘corporate carrière’ dacht nodig te hebben.
Het boek is prima verzorgd, de structuur is duidelijk, het is goed geredigeerd. Geen kleuren of plaatjes, vrij sober. De schrijfstijl is erg leuk, met veel humor en cynisme, en ook de nodige kwetsbaarheid. Simon is duidelijk een talent, zonder dat hij hierover opschept. Hij kwam niet voor niets binnen op Oxford, bij Morgan Stanley en McKinsey. Dat is dubbel knap: the best of the best zijn én bescheiden.
Ik blijf met één vraag zitten: McKinsey deed een aanbod, Simon sloeg het af. Hij blijft schrijven. Is dat voor hem genoeg om impact te maken? Of zien we hem later nog terug in de politiek, bezig met het ontmantelen van de internationale belastingontwijking? Is die vraag al beantwoord in zijn tv-optredens?