Recensie: Einstein – koffietafelbiografie

Een biografie in de vorm van een koffietafel-boek, dat zie je toch niet vaak! Einstein, The Man, The Genius and The Theory of Relativity van Walter Isaacson uit 2018 is zo’n boek. Prachtig uitgevoerd, en met minstens zoveel persoonlijke details over Albert, als uitleg over zijn theorieën. We kennen Einstein natuurlijk van E=mc2, maar dit is maar een fractie van wat hij verzon. Wist je dat hij aan de wieg stond van de atoombom? Daar had hij, in retrospect, spijt van. En wist je dat bij bijna President van Israël was geworden? Maar als kind was Einstein bepaald geen Einstein ….

De biografieën van Walter zijn bijzonder, omdat hij het uitpluizen van de levens van zijn onderwerpen combineert met zijn liefde voor de wetenschap. Deze koffietafelbiografie is een verkorte uitgave (160 pagina’s) van zijn werk uit 2009: Einstein, His Life and Universe (600 + pagina’s). Van deze ‘korte’ biografie leerde ik niet alleen over de relativiteitstheorie, maar ook over de voordelen én nadelen van rebel zijn. Superleuk is de opname van diverse brieven van en aan Einstein, meestal in het Duits, en allemaal in het Engels vertaald. Ook de invloed van zijn Joods-zijn op zijn carrière wordt goed geduid. 

De biografie ‘Einstein, The Man, The genius, and The Theory of Relativity’…

… is voor het gemak en om wat overzicht te houden onderverdeeld in groepen jaren. Het begint uiteraard bij zijn jeugd in Early Years, zijn studie en werk in Zurich in Swiss Years, dan zijn Berlin Years, en als hij naar de VS vertrekt in verband met de opkomst van Hitler, de Princeton Years. Ik las het boek in het Engels, dat moge duidelijk zijn. Wat las ik zoal, dat me opviel?

Early Years

Dat Einstein als kind geen Einstein was: het duurt vrij lang tot hij leert praten, hij dagdroomt veel, en noemt dat gedachtenexperimenten. Hij blijkt te denken in plaatjes, en dat is later ook de bron van al zijn ontdekkingen. Hij verzet zich tegen autoriteit en een leraar zegt dan ook dat Einstein later niet veel zal bereiken. Op zijn 6de krijgt hij van zijn moeder een viool, en hij blijft zijn hele leven spelen. Niet onverdienstelijk, lijkt het, en zelfs een keer met de Koningin van België. Hij vergelijkt de muziek van Mozart met ‘de innerlijke schoonheid van het Universum zelf’. Op zijn 10de krijgt hij van een huisvriend zijn eerste wetenschapsboekjes, en hij is verkocht.

Swiss Years

Einstein heeft een hekel aan militarisme, marcherende soldaten en ‘soldaatje spelen’. Dat heeft voornamelijk te maken met zijn afkeer van autoriteit. En ook op school is autoriteit leidend. Op zijn 15de verlaat hij zijn middelbare school in München, en probeert op de Technische Hogeschool in Zurich te komen. Hij is 2 jaar te jong, zakt voor het toelatingsexamen (op niet-technische vakken zoals Frans) en maakt in Aarau, bij een gastgezin, zijn middelbare school af. Hij vond het heerlijk, niet dat Duitse ‘in je hoofd stampen’ maar juist gedachtenexperimenten.  Op zijn 16de  doet hij afstand van de Duitse nationaliteit, en is statenloos. Eenmaal op de Hogeschool begint zijn verwaarloosde uiterlijk, hij raakt vaak zijn sleutels kwijt en vergeet kleding mee te nemen als hij op reis gaat. En alweer concludeert men ‘dat het nooit wat zal worden met Einstein’.

Hij wil graag  docent, of liever nog hoogleraar worden, maar op de Hogeschool moeten ze hem niet, hij is veel te onconventioneel, zowel in gedrag als in theorieën. Hij gaat dus maar als patent-beoordelaar aan de slag op het patentbureau in Zurich. En omdat hij geen dr. titel heeft, is hij beoordelaar derde klasse. Hij is er, met zijn kritische geest die álle veronderstellingen verwerpt, heel goed in!

In de avonduren doet hij zijn wetenschappelijke gedachtenexperimenten, en dit blijkt achteraf zijn meest productieve periode te zijn: 1905 is zijn ‘wonderjaar’. Hij is 26 en publiceert 4 papers die de traditionele wetenschap op zijn kop zetten. De eerste paper gaat over lichtkwanta, de tweede over de omvang van atomen, de derde over de beweging van deeltjes in vloeistoffen en de vierde over ruimtetijd, oftewel speciale relativiteit. En in een addendum op die vierde paper, kwam hij met zijn relatie tussen energie en massa: E=mc2.  En eindelijk krijgt hij in 1907 dan zijn doctoraat, en een promotie tot beoordelaar tweede klasse! Maar hoogleraar wordt hij niet, wel een slecht-betaalde privédocent, zodat hij zijn werk op het patentbureau ernaast moet blijven doen. Pas in 1910 wordt hij hoogleraar.

Berlin Years

Ondertussen wordt hij als spreker op allerlei conferenties uitgenodigd en wordt hij een beroemdheid. In 1913 krijgt hij een uitnodiging om hoogleraar te worden bij twee universiteiten in Berlijn. Zijn eerste vrouw, die het in Zurich geweldig vindt, en hem, als onafgestudeerde natuurkundige, altijd helpt met zijn werk, is niet gelukkig. Haar technische kennis is inmiddels niet langer nodig, en in Berlijn samenleven met haar schoonouders, en een nicht die een rivale blijkt, is een drama. Ze verlaat Einstein in 1914 en gaat met hun twee zonen terug naar Zurich. Het stel gaat gescheiden van tafel en bed verder. 

In 1914 breekt WO1 uit, en Einstein is verre van een patriot. In tegendeel, hij wordt openlijk pacifist. Dat brengt hem in conflict met zijn collegae op de universiteiten in Berlijn. Zijn zonen in Zurich kan hij niet meer bezoeken. Zijn vrouw wordt depressief omdat Einstein financieel niet over de brug komt en ook niet officieel wil scheiden. Als Einstein in 1918 ziek wordt, wordt hij door zijn nicht Elsa verzorgd. Ze kunnen wel héél goed met elkaar opschieten! Zij wil wél trouwen. Uiteindelijk vraagt Einstein echtscheiding aan, en biedt zijn vrouw het prijzengeld van de Nobelprijs aan, áls, áls hij die ooit gaat winnen, want zijn belangrijkste ontdekkingen zijn al 13 jaar geleden gedaan. Ze accepteert. In 1919 trouwt hij met Elsa, die niet zeker niet technisch onderlegd is, maar wel over hem moedert. Het is bepaald geen romantisch huwelijk.

Inmiddels hebben de Duitsers de oorlog verloren, en dat was, natuurlijk, de schuld van de pacifisten, de globalisten en de Joden. Einstein viel in alle drie categorieën. Hoe langer hij in Duitsland woont, hoe meer hij zich ook identificeert als Jood. En het anti-semitisme brengt zijn rebelse aard in het geweer, hij gaat dat Joods-zijn zéker niet verbergen. Hij is niet zozeer religieus, maar ziet de Joden nu als zijn ‘stam’. En hij wil doen wat hij kan voor al zijn stamgenoten die overal zo slecht behandeld worden. De Zionist Weizmann probeert Einstein over te halen met hem naar de VS te reizen om geld op te halen voor Joden die naar Palestina willen. Einsteins beroemdheid kan daarbij helpen. Na lang aarzelen gaat hij, in 1921, met de SS Rotterdam naar de VS. Het wordt een zegetocht, hij debatteert zelfs met de VS Senaat over zijn relativiteitstheorie.

In de tussentijd heeft hij nog steeds geen Nobelprijs. In 1910 was hij genomineerd, maar vond men zijn ‘uitvinding’ rond relativiteit te theoretisch. In 1920 speelt politiek, antisemitisme, een rol. In 1921 kan men er eigenlijk niet meer omheen, maar er zijn nog steeds teveel tegenstanders en men besluit de prijs dan maar helemaal niet toe te kennen. In 1922 krijgt Einstein een voorvechter in het comité, en die komt met een oplossing: geef Einstein de prijs voor een ándere theorie! En zo geschiedde, hij krijgt in 1922, de 1921-prijs voor lichtkwanta. En zijn eerste vrouw krijgt eindelijk haar geld!   

Inmiddels is Einstein in de 40, en niet zo rebels en creatief meer. Privé is hij wat burgerlijk geworden. In zijn werk verzet hij zich tegen de theorieën over kwantummechanica, omdat onzekerheid een (te) grote rol speelt. ‘God zou niet dobbelen met het Universum’. Hij gelooft trouwens wel in God, als de basis voor de wetten van de natuur, niet als een persoonlijke helper die naar je gebeden luistert.

Princeton Years

In 1933 komt Hitler aan de macht. Einstein geeft dan net een cursus in de VS en besluit nooit meer naar Duitsland terug te keren. Hij vaart terug naar Europa, maar stapt in België van de boot, levert zijn paspoort in en geeft zijn Duitse staatsburgerschap op (alweer?). Hij besluit naar de VS te emigreren en in Princeton te gaan wonen en werken. Daar cultiveert hij zijn reputatie als slordige, verstrooide professor, die rondloopt zonder sokken, deels doordat hij steeds in gedachten is, maar ook deels expres.

Door het aan de macht komen van Hitler, laat Einstein ook zijn pacifisme varen, en heeft een nieuwe passie: Joden helpen. Een Joodse vluchteling vertelt hem in 1939 over het risico dat de Duitsers uranium uit Belgisch Congo zullen gebruiken om een bom te maken, en Einstein gebruikt zijn beroemdheid en zijn contacten om een brief daarover bij de President Roosevelt te krijgen. Men besluit om de mogelijkheden om zo’n bom te maken verder te onderzoeken. Einstein wordt niet uitgenodigd voor dit onderzoek, hij wordt gezien als veiligheidsrisico. Hoover vindt zijn verleden te ‘radicaal, socialistisch en pacifistisch’ om na zo’n korte tijd, 6 jaar, al een loyale Amerikaan te zijn. Hij heeft dus niks meer met de bom te maken.

Einstein haalt in 1945 wel de voorpagina’s met zijn relatie met de net ontplofte atoombom, maar heeft in retrospect spijt van de brief: hij plantte het zaadje van atoom-kettingreactie bij de overheid en daarbij zou het Duitse project nooit succesvol zijn geweest. In plaats van weer pacifist te worden, ziet Einstein nu meer in een systeem van wereldbestuur. Aparte staten zullen wapens blijven maken en oorlog voeren, één regering voor de hele wereld lost dat op, alle nucleaire wapens moeten de wereld uit.  De VS moet de USSR aan boord brengen voor dit idee.  Iemand zegt daarover dat ‘de man die met ruimtetijd wetenschappelijk in 4 dimensies dacht, politiek maar in 2 dimensies denkt’. Maar Einstein is niet naïef, hij houdt alleen niet van compromissen en halfbakken oplossingen. Daar is hij teveel wetenschapper voor.

Op wetenschappelijk gebied werkt hij nog steeds aan een ‘unified theory’ (de ‘theorie van alles’) die de natuurwetten, kwantummechanica en relativiteit verbindt en dus onzekerheid uitsluit. Zijn ideeën daarover deelt hij met Schrödinger, bekend van zijn ‘kat’ die tegelijk dood en levend is. Einstein blijft stukken produceren, maar komt nooit met een doorbraak.

Als voorstander van een wereldregering, is hij geen fan van een Israëlische staat, hoewel hij wel vóór de immigratie van Joden in Palestina is. Als de Israëlische staat in 1948 wordt opgericht, verandert hij alsnog van gedachten. Maar als hij in 1952 wordt gevraagd de tweede President van Israël te worden, een ceremoniële functie, bedankt hij beleefd voor de eer.

Op het eind van zijn leven is hij nóg een keer rebels, en wel tijdens de jacht van McCarthy op communisten, het ‘Rode gevaar’. Als men voor de Senaat moest getuigen over mogelijke communistische sympathieën, moest men gewoon maar weigeren, zegt Einstein, naar het idee van geweldloos verzet van Gandhi. Dat leverde hem een hoop haat op, ‘burgerlijke ongehoorzaamheid is een misdaad’, zo kopten de kranten. Maar Einstein zag het als een aanloop naar fascisme, en Walter stelt dat ‘hij de passie van democratie niet zag, en niet begreep dat het politieke systeem in de VS sterk genoeg was om die aanval erop te weerstaan’.

Einstein overlijdt op 18 april 1955. Op zijn nachtkastje liggen 12 pagina’s met wiskundige vergelijkingen, hij was tot op het einde zoekende naar de theorie van alles.

Mijn evaluatie van Einstein

Het fijne van de biografieën van Walter Isaacson, is dat je er zo veel van leert. Walter geeft veel aandacht aan de theorieën van Einstein, met uitleg, grafieken en plaatjes, net genoeg om een soort van basisbegrip te kweken. Wat in ieder geval bijblijft is de aanpak van Einstein: hij ziet alles in zijn hoofd, experimenteert niet veel maar gebruikt voornamelijk logica, causaliteit, om dingen te verklaren. Het probleem is dan natuurlijk gebrek aan bewijs. Leuk om te lezen dat er een eclips nodig was om zijn relativiteitstheorie te bewijzen. In Mei 1919 was dat zover. Ik had over de wetenschap en bijvoorbeeld zijn Duitse staatsburgerschap nog een paar vragen, maar ik snap dat je niet álles, en zeker niet de relativiteitstheorie, in een ‘samenvatting’ van een werk van 600 pagina’s kunt opnemen. Dit relatief dunne boek lijkt alles voldoende af te dekken.

Natuurlijk is de hele biografie wetenschappelijk onderbouwd, gebaseerd op talrijke documenten, brieven, en papers. Wat Einstein precies dacht en voelde, voor zover niet vastgelegd, zullen we nooit precies weten, Walter heeft het hem niet kunnen vragen en waagt zich niet aan speculatie. We moeten het doen met Einstein’s gedrag. 

Ik vond het verrassend om te merken hoe relevant het verhaal voor het heden is. Hoe iemand die tegen autoriteit en veronderstellingen ingaat, ons meer begrip van de wereld oplevert. En wat mij betreft, waarschijnlijk ook terecht zijn vraagtekens zette bij de sterkte van de democratie in de VS ten tijde van McCarthy.

De koffietafelboekvorm is geweldig. Einstein en alle andere spelers in het verhaal worden uitgebreid beschreven, hun overwegingen toegelicht zodat ze tot leven komen in plaats van alleen bekende namen te zijn. Van vrijwel iedereen is een foto opgenomen, naast alle documenten die het verhaal onderbouwen. Documenten in het Duits zijn allemaal in het Engels vertaald. Grafieken en illustraties maken de wetenschappelijke uitgangspunten toegankelijk, en het geheel is in kleur gedrukt op mooi glanzend papier.  De indeling in geografie werkt heel goed, hoewel Walter vaak teruggrijpt op het verleden als er weer een nieuw onderwerp voor onderzoek wordt aangesneden, er waren tenslotte veel anderen, naast Einstein, die aan die onderzoeken werkten en al het een en ander hadden uitgevonden.

Walter schrijft met humor en maakt het genie heel menselijk, en dat vind ik knap als het gaat over iemand die al 70 jaar dood is, en die je dus niet hebt meegemaakt en niets meer kunt vragen.

FOMO? Een beetje wel. Als je E=mc2 kent, zou je toch ook iets van de bedenker ervan moeten weten. Er zijn maar weinig mensen die zóveel invloed op onze wereld hebben gehad. Daarbij geeft het een broodnodige introductie voor het werk wat bijvoorbeeld Stephen Hawking heeft gedaan.   

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Einstein  duurzaam …

  • via de bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!
  • digitaal? Zou ik niet doen, zonde van de uitvoering.

Koop Einstein duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , , , | 3 reacties

Booknotes van Walter Isaacson’s De codekraker

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe ? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van De codekraker.

De ondertitel van De codekraker is ‘Het revolutionaire DNA-onderzoek van Nobelprijs-winnares Jennifer Doudna’, en inderdaad: dat onderzoek, of liever gezegd, het onderzoek waar véél wetenschappers mee bezig waren én zijn, is het eigenlijke onderwerp. In het bijzonder gaat het over CRISPR, technologie om genen aan te passen, en mRNA, waarmee o.a. de coronavaccins zijn gemaakt. Het boek geeft hier heel veel details over zonder in jargon te vervallen. Veel aandacht is er ook voor de ethische aspecten. En natuurlijk voor de historie van deze techniek die 4 miljard jaar geleden begon met .. bacteriën, die dit óók deden en doen.

Booknotes van Walter Isaacson’s De codekraker

Deel 1 De oorsprong van het leven

Jennifer Doudna groeit op in Hilo, Hawaiï. Dat was de enige plek waar haar vader Martin een hoogleraarschap aan een universiteit kon krijgen. Jennifer voelt zich er niet thuis, als klein blond meisje tussen de Polynesiërs. Ze voelt zich eenzaam op school, wordt geplaagd, heeft stress, ontwikkelt een eetstoornis. Ze begraaft zich in boeken. Dan verhuist het gezin naar een buitenwijk, en ze gaat naar een andere school, met kleine klassen. Ze doet het geweldig en slaat een klas over. Ze is veel buiten in de natuur, en verbaast zich over van alles, zoals het oprollen van de blaadjes van het Kruidje-roer-me-niet. Ze leert veel in die periode, en het vormt haar karakter. Een hoogleraar biologie wandelt met haar door de natuur en leert haar determineren. Ze speelt halfback in een voetbalteam en leert over uithoudingsvermogen. Wiskunde lijkt voor haar op detectivewerk. Biologie-experimenten leren haar uitpluizen. En het gebrek aan uitdaging op school zorgt ervoor dat ze risico’s neemt.

Pa Doudna is net als Jennifer een verwoed lezer, en neemt regelmatig een boek voor haar mee. Op een dag is dat De dubbele helix van James Watson, een biografisch verhaal over de ontdekking van de structuur van DNA. Ze is verkocht. Het inzicht dat de vorm en structuur van een chemisch molecuul de biologische functie ervan bepalen verandert haar leven. Ze zou in de toekomst zelfs samenwerken met Watson!

Jennifer gaat als 17-jarige naar Pomona College en studeert chemie en biochemie. Na haar bachelor gaat ze naar Harvard, waar ze in de laboratoria van verschillende hoogleraren werkt. Voor haar promotieonderzoek werkt ze bij Jack Szostak, die onderzoek doet op het gebied van het bewerken van de genen van gistcellen, maar zijn aandacht verlegt naar RNA, omdat hij denkt dat dát informatie oplevert over de oorsprong van het leven. Jennifer gaat zich dus specialiseren in RNA, wat op DNA lijkt maar ‘het echte werk doet’. DNA zit stil en beheert informatie, RNA maakt producten zoals eiwitten. Als RNA de bron van het leven is, moet het zich kunnen repliceren. In 1998 lukt het Jack en Jennifer om dit aan te tonen, en vanaf dat moment is haar ster rijzende in het RNA-domein. Ze verdiept zich in de structuur van RNA, en verkast naar Yale als onderzoeker-hoogleraar.

Ze werkt daar met een promovendus, Jamie Cate, en trouwt met hem; Jamie krijgt een aanstelling als docent bij het MIT. Maar nu forenzen ze veel, en dus gaan ze op zoek naar een universiteit waar ze allebei kunnen werken. Dat wordt Berkeley, en ze start daar in 2002.

In dit deel komen heel veel andere onderzoekers aan bod, omdat er erg veel onderzoek gedaan werd naar  het menselijk genoom, DNA en RNA. Jennifer bouwde er op voort en werkte soms met ze samen.

Deel 2 CRISPR

Het boek gaat dus niet alleen over Jennifer Doudna. In dit deel wordt bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan Francisco Mojica. Hij onderzocht het DNA van de Archaea, eencelligen zonder celkern. Die hebben maar weinig DNA, en toch zaten daar regelmatig terugkerende identieke stukken (DNA-sequenties) tussen. Hij ontdekte dat een andere onderzoeker hetzelfde had aangetroffen in bacteriën. En later, dat het in wel 20 bacteriesoorten zat! Dat moet dus wel een belangrijke functie hebben, en evolutionair al heel lang terug gaan! Hij verzon er in 2001 een naam voor: Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. CRISPR dus.

Zijn onderzoeksmaatje Ruud Jansen ontdekte genen die aan weerszijden van die CRISPRs zaten, en die de instructies voor het maken van een enzym codeerden. Hij noemde die ‘CRISPR Associated System’-enzymen: CAS-enzymen. CRISPR-Cas. Mojica ontdekte verder dat tussen de CRISPR-stukken bij bacteriën, unieke DNA-fragmenten zitten, die overeenkomen met het DNA van bepaalde virussen. Bacteriën worden al zo’n 3 miljard jaar aangevallen door virussen, en ze ‘onthouden’ door welke virussen ze zijn aangevallen.

Andere onderzoekers ontdekten dat de CAS-enzymen bij een aanval een stukje DNA uit het virus ‘knippen’ en dat in het eigen DNA inbouwen. Met zo’n fragment zijn ze (hun nageslacht dan) immuun voor nieuwe aanvallen.

Dan een hoofdstuk over fermentatie. Waarom? Nou, startculturen voor yoghurt en kaas worden gemaakt van bacteriën. Twee onderzoekers van Danesco, een Deens bedrijf dat die startculturen produceert, zijn natuurlijk geïnteresseerd in CRISPR.  Eén van die onderzoekers is Rudolphe Barrangou, een Parijzenaar die zich specialiseerde in fermentatie van voedsel en in North-Carolina afstudeerde. ‘Hij werd de enige persoon die ik ooit ben tegengekomen die van Frankrijk naar de VS verhuisde om meer te leren over voedsel’, grapt Walter. Danesco had een enorm archief van bacteriën en virussen opgebouwd, en daarmee konden de onderzoekers de theorie van Mojica bevestigen. Danesco begint in 2005 met het ‘vaccineren’ van zijn bacteriestammen met behulp van CRISPR. Die praktisch toepassing verhoogde de belangstelling voor CRISPR enorm.

Maar hoe werkt het? Als je ‘in vivo’ onderzoekt, dus in levende cellen, weet je nooit wat nu precies de oorzaak ergens van is. Daarvoor moet je onderzoek doen ‘in vitro’, in reageerbuisjes dus, om naar de oorzaken te zoeken, gelegen in de structuur van de cel-onderdelen. Structuuronderzoek in vitro was de specialiteit van Jennifer Doudna, en zo komen we weer bij haar terecht.

Als vervolg op haar promotieonderzoek bestudeerde Jennifer op Berkeley de structuur van RNA, net als DNA een nucleïnezuur, dat genen kopieert en bewerkt. DNA stuurt messenger-RNA (mRNA) erop uit met genetische informatie om eiwitten te maken. Maar er is ook een enzym dat deze activiteit stopzet: RNA-interferentie, en dat is de sleutel voor gen-technologie. Jennifer raakt daarbij betrokken.

Na een aantal jaren fundamenteel onderzoek rond CRISPR, wilde Jennifer zich meer bezighouden met projecten die direct effect hebben. Ze komt terecht bij een groot bedrijf dat zich commercieel bezighoudt met gen-technologie: Genentech. Dat bedrijf was in 1974 ontstaan toen een advocaat van Stanford twee onderzoekers overhaalde om octrooi aan te vragen op een techniek van recombinant-DNA. Het was bij hen niet opgekomen dat je octrooi kon aanvragen op een techniek die (ook) in de natuur voorkomt. En bij andere wetenschappers op dit terrein ook niet, en die zijn woedend, met name de wetenschapper die het fenomeen had ontdekt (die krijgt daar later wel de Nobelprijs voor). De race voor octrooien komt regelmatig terug in het boek. Genentech verdiende een fortuin met een synthetische versie van insuline en was begin 2009, toen Jennifer aantrad, onder andere bezig met medicijnen tegen kanker. Zo heeft onderzoek zeker direct effect. Maar het bevalt Jennifer niet bij Genentech. het gaat teveel om concurrentie, macht en promotie maken.  Na 2 maanden gaat ze terug naar Berkeley.

Ze realiseert zich echter wel dat ze minder zelf experimenten moet gaan doen, en méér moet werken aan haar team van onderzoekers. Ze moet gaan coachen, en blijkt daarin uit te blinken. Haar manier van werken in het laboratorium Berkely is een van de weinige stukken die gaan over Jennifer’s karakter en gedrag. De input hiervoor komt vaak van haar collega’s. Haar stijl van werken kenmerkt zich door het openstaan voor risico’s, samen zoeken naar alternatieven, anderen niet op de vingers kijken, competitiedrang, voor zichzelf opkomen, vooral als het gaat om publicaties. Dat komt van pas als ze in 2011 samen met een andere onderzoekster, Rachel Haurwitz, haar eigen bedrijf begint. Dat is in de VS overigens heel gebruikelijk, zo legt Walter uit: de universiteiten moedigen hun onderzoekers aan om octrooi op hun ontdekkingen aan te vragen, een partnerschap met een durfinvesteerder aan te gaan en een start-up te beginnen. Vaak behouden de onderzoekers hun leerstoel en gebruiken ze de laboratoria van de universiteiten. De start-up van Jennifer en Rachel heet Caribou. Ze opereren zónder durfkapitaal (want: twee vrouwen, oei, eng), maar met eigen geld en dat van familie en vrienden, als die durfden… Ze krijgen via de Bill & Melinda Gates Foundation, Berkeley en direct van de overheid subsidie voor hun onderzoeksprogramma, gericht op HIV, hepatitis C en influenza.

In maart 2011 ontmoet ze op een congres Emmanuelle Charpentier, en ze besluiten samen te werken. Samen met 2 post-docs maken ze een enorme stap vooruit met CRISPR-Cas9, waarover ze een artikel voor Science maken. Hun ontdekking zou wellicht ook menselijke genen kunnen aanpassen! Jennifer vraagt op 25 mei 2012 octrooi aan. Het artikel gaat op 8 juni op de mail naar de redactie van Science. Op 21 juni is er een CRISPR conferentie in Berkeley, ’s middags zullen Jennifer en Emmanuelle hun ontdekking presenteren. Maar nét ervoor is een presentatie van een concurrent gepland. En die was tot vrijwel dezelfde conclusies gekomen. Hij had zijn bevindingen op 21 mei met Jennifer gedeeld …. en vond dat zijn werk was gepikt. Natuurlijk (zegt Walter) kan dat niet: Jennifer had nooit in 4 dagen dat in een octrooi-aanvraag kunnen verwerken. Maar het is een voorproefje van de hevige concurrentiestrijd die volgt en het belang van timing van publicatie. Jennifer oefende dan ook heel veel druk uit op Science voor snelle beoordeling en publicatie van haar artikel.

Deel 3 Genbewerking

Wat het octrooi betreft oefende ze geen druk uit, en dat was jammer. Een andere concurrent, Feng Zhang, diende in december 2012, 7 maanden later dus, ook een octrooi-aanvraag in, waarin de CRISPR-techniek werd toegepast op menselijke cellen. Hij betaalde extra voor spoed, en kreeg zijn octrooi op 15 april 2014. De aanvraag van Jennifer ligt dan nog steeds ter beoordeling. Ze is woest. En begint een rechtszaak. Zhang wint die, maar Jennifer krijgt in 2019 (!) ook haar octrooi toegekend. Ze spant een zaak aan over het punt wie de eerste was die de techniek had ontdekt. Per 5 juni 2025 (zo lees ik in Chemistry World) loopt de zaak nog.

Bij een octrooi gaat het niet alleen om de eer, het gaat ook over geld. Het betreffende octrooi werd door 3 instanties ingediend: Berkeley, Emmanuelle en de Universiteit van Wenen, waar één van de postdocs werkte. In de VS is het gebruikelijk dat de universiteit 1/3 afstaat aan de ontdekker, i.c. Jennifer. De instantie die alles voorfinancierde, de overheid, krijgt niets. Dat was vóór 1980 anders, toen was de overheid de begunstigde van het octrooi. Walter stelt dat de huidige situatie beter is: universiteiten zullen meer investeren in fundamenteel onderzoek als er ook wat mee te verdienen valt. 

Deel 4 CRISPR in actie

CRISPR-Cas9 wordt inmiddels gebruikt als therapie tegen sikkelcelanemie. Stamcellen worden uit het bloed gehaald, bewerkt met CRISPR-Cas9, en weer ingebracht. Deze veranderingen zijn niet over-erfbaar, het gaat alleen om enkele lichaamscellen van de patiënt.  Wat sikkelcelanemie betreft is de afwijking heel klein: één letter in de meer dan 3 miljard basisparen van iemands DNA. De symptomen zijn enorm pijnlijk en de ziekte is wijdverbreid: wereldwijd zijn er 4 miljoen patiënten. Wel is de therapie duur: nu (in 2020 dus) zo’n $1 miljoen per patiënt. Jennifer heeft een initiatief opgestart, met subsidie van de Bill & Melinda Gates Foundation, om de behandeling simpeler en goedkoper te maken. De CRISPR-techniek wordt ook ingezet in de behandeling tegen kanker. China loopt voorop met zowel het onderzoek als de behandelingen. In 2016 werd daar een patiënt met longkanker behandeld. In de VS is dit nog in het onderzoeks-stadium.  Als derde is aangeboren blindheid een gebied waarin met CRISPR wordt geëxperimenteerd.

Ook wordt er gewerkt aan iets andere methoden om kanker, cholesterol, leukemie en … kaalheid bij mannen te genezen. De meeste onderzoeken werden 2020 stilgelegd omdat de aandacht werd verlegd naar COVID.

Tegenwoordig is het gebruik van CRISPR ook toegankelijk voor amateurs, het is namelijk best gemakkelijk. Daar zitten natuurlijk risico’s aan, maar ook voordelen: schaalbaarheid.

Jennifer begint zich inmiddels zorgen te maken over die risico’s, CRISPR kan ook gebruikt worden door hackers of terroristen of vijandige landen. Al in 2014 werd op een conferentie beschreven hoe CRISPR ook longkanker kan veroorzaken. Ze werkt daarna mee aan een onderzoek met DARPA om manieren te ontwikkelen om het gebruik van gemanipuleerde genen als wapens te voorkomen.  Veel eerder, in 2012 was ontdekt dat virussen de CRISPR-verdediging van bacteriën konden omzeilen: anti-CRISPR. Dat kan worden gebruikt als verdediging tegen terroristen en dergelijke.

Deel 5: Openbare wetenschapper

Een boeiend hoofdstuk gaat over ethiek. Moet alles wat kan met CRISPR, ook mógen? Die discussie is niet nieuw. In 1970 stelde geneticus Glass dat kinderen het recht hebben op de beste versie van zichzelf, en dat verbeteringen door gentechnologie dus verplicht moeten zijn. En ethicus Fletcher zei: ‘nu worden kinderen geproduceerd door seksuele roulette’. Theologen en conservatieven vinden juist dat de mens niet voor God moet spelen.

In 1975 was er een congres in Asilomar, waarin ook de gevaren van het gebruik van recombinant DNA om nieuwe organismen te scheppen werden besproken. Het resultaat was een lijst met voorzorgsmaatregelen, die wereldwijd door onderzoekscentra werden aanvaard, gericht op veiligheid. Wat ontbrak was de ethische kwestie hoever men kon gaan met menselijke genen, als het bewerken ervan veilig bleek te kunnen. In 1982 kwam de overheid met een rapport over dit onderwerp. Het brengt twee zorgelijke onderwerpen naar voren: de grotere betrokkenheid van commerciële bedrijven bij universitair onderwijs en de bevordering van ongelijkheid, als gen-verbetering alleen voor de rijken toegankelijk is. Dat staat haaks op de kansengelijkheid die een democratie verplicht stelt.

Jennifer heeft een nare droom, en gaat zich bemoeien met ethische kwesties: genen aanpassen om ziekten te genezen oké, maar hoever willen we gaan? En wie besluit over het wel of niet aanpassen van embryo’s? De ouders? In 2015 organiseert Jennifer een congres in Napa. Want was de discussie in 1982 nog theoretisch, inmiddels zijn er bedrijven die wel willen verdienen aan biotechnologie. De conclusie van de wetenschappers is, dat het bewerken van genen die niet-erfelijk zijn, toegestaan is. Kiembaan-bewerking, wat erfelijke genen betreft, dus niet. Maar: het wordt alleen verboden totdat het veilig is en medisch noodzakelijk. Jennifer schrijft artikelen in allerlei publicaties hierover. Het uitgangspunt werd wereldwijd omarmd, maar nergens in wetgeving vastgelegd.

Deel 6 CRISPR-baby’s

Maar natuurlijk is er een wetenschapper die vindt dat hij een uitzondering moet maken. In China maakt He Jiankui in 2018 de eerste CRISPR-baby’s, met een aangepast erfelijk gen dat ze immuun voor HIV/AIDS maakte. Hij gebruikte bevruchte eicellen, die later in een ivf-procedure van vrijwilligers werden gebruikt. Jennifer hoort van de geboorte van de baby’s daags voor een conferentie in Hongkong die zij heeft georganiseerd. Ze is geschokt. Toch geeft ze hem een podium. Jiankui moet uitleggen waarom hij niet de bestaande niet-erfelijke methoden heeft gebruikt. Hij legt uit dat die methoden zorgen voor een HIV-vrije baby bij geboorte, maar geen immuniteit geven, en HIV heeft in China een enorm stigma. 

Jennifer voelt zich schuldig, ze heeft alleen richtlijnen opgesteld en geen moratorium afgedwongen. En het is háár techniek die is gebruikt. En ze maakt zich zorgen, er is een wedloop aan de gang die niet gestuurd wordt door medische behoefte maar puur door behoefte aan aandacht, de wens om de eerste te zijn. Maar Jennifer gelooft ook dat kiembaanbewerking een positieve bijdrage kan leveren aan het menselijk welzijn.  De organisatoren geven een verklaring uit dat de veiligheidsrisico’s nog te groot zijn voor kiembaanbewerking. Dus: geen verbod, geen moratorium. Niet zo gek: het is al gebeurd, het is niet moeilijk. Bij een verbod zet je jezelf buitenspel. He Jiankui wordt overigens in China tot gevangenisstraf, een boete, en levenslange uitsluiting van de voortplantingswetenschap veroordeeld.

Deel 7 De morele vragen

Als Corona zijn intrede doet, verflauwt de verontwaardiging rond kiembaanbewerking, want immuniteit tegen een virus klinkt opeens niet zo verschrikkelijk meer. Walter doet wat gedachte-experimenten met de lezer:

De ziekte van Huntington is verschrikkelijk én erfelijk, en symptomen komen pas op ná de vruchtbare leeftijd, dus als je misschien al erfelijk belaste kinderen hebt gekregen. Er zijn maar weinig alternatieven om te zorgen voor gezonde kinderen, zoals ivf en adoptie. Dit zijn geen aantrekkelijke alternatieven en een kiembaanbewerking om Huntington te elimineren is makkelijk. In dit geval toch maar doen dan?

Het tweede dilemma: sikkelcel-anemie. Het is te behandelen, maar verschrikkelijk kostbaar en niet haalbaar voor de circa 4 miljoen patiënten. Echter, als je slechts van één ouder het ziekmakende gen hebt geërfd, krijg je géén sikkelcel-anemie en ben je wél immuun voor malaria. Dat is wel makkelijk …. Met kiembaanbewerking raak je die immuniteit in de héle mensheid kwijt.

Een derde dilemma: ziekten en handicaps doen vaak wat met ons karakter. We worden mentaal sterker, veerkrachtiger: Franklin D. Roosevelt had polio. Of we worden creatiever: Miles Davis had sikkelcel-anemie. Of autisme: is het een handicap, of iets waar juist de omgeving niet mee kan omgaan en wat voordelen kan hebben, zoals minder emotionele besluitvorming? En wat is nu eigenlijk een handicap? Doofheid? Een doof lesbisch stel zocht een dove spermadonor en nu hebben ze een doof kind. Zij vinden doofheid iets wat bij hen hoort en waarvan ze niet genezen hoeven te worden. Oké. Maar bewust een doof kind creëren? Op wat voor manier dan ook? Mmm.

En het verbeteren van spieren? Er is een gen-mutatie wat zorgt voor 25% meer rode bloedcellen, wat het uithoudingsvermogen verbetert. Wat is het verschil tussen een sporter waarbij dat gen is aangeboren (zoals Olympisch kampioen Eero Mäntyranta) en eentje die het heeft door gen-bewerking? Elke hardloopkampioen heeft een bepaalde variant van het ACTN3-gen. Is dat oneerlijk? 

En dan lees ik dat DARPA, het onderzoeksbureau van het Pentagon, al onderzoek doet naar genetisch versterkte supersoldaten, in samenwerking met Jennifer’s laboratorium. En zo’n superversterking zou kunnen leiden tot iPhone-kinderen: om de paar jaar een nieuwe versie met betere onderdelen en apps. Oudere kinderen worden … ouderwets.

En dan mentale stoornissen. Vincent van Gogh had schizofrenie, en John Nash ook. Ernest Hemingway was bipolair. Willen we in een wereld leven zonder van Gogh’s en Hemingway’s?  Gaat het om wat goed is voor de menselijke soort, de samenleving of het individu? De vrijheid om zélf te kunnen kiezen gaat ten koste van de diversiteit, wat beter is voor de soort. Wie bepaalt straks of dat mág of niet? Vergeet niet de financiële component: wie geld heeft kan meer aanpassingen betalen. Na financiële ongelijkheid hebben we dan ook genetische ongelijkheid.

En is dit ‘voor God spelen’ niet een vorm van overmoedigheid? De natuur heeft er 3,5 miljard jaar over gedaan om het menselijk genoom te optimaliseren, denken we dat een ‘clubje knoeiers het beter kan, zonder onbedoelde gevolgen?’ zo vraagt het hoofd van de NIH zich af. Anderzijds, CRISPR is een natuurlijk proces, en we strijden al eeuwen tegen ‘natuurlijke ziekten’ (die ons vooral treffen ná het passeren van de vruchtbare leeftijd, dat is niet echt toevallig). Zelfs Darwin vond dat de evolutie niet echt intelligent of welwillend is ontworpen. Ook Jennifer neigt naar het toelaten van kiembaanbewerking, om lijden te voorkomen. En alleen als het medisch noodzakelijk is en er geen andere alternatieven zijn. Niks ‘verbeteringen’ dus.  

Deel 8: Berichten van het front

Walter is geïntrigeerd door CRISPR en wil ook leren bewerken. Hij doet experimenten in Jennifer’s lab. Eerst gaat hij samen met een post-doc DNA doorknippen.  Daarna waagt hij zich met een andere post-doc aan het bewerken van een gen in een menselijke cel. Nou ja, de post-docs doen het en Walter is ‘co-piloot’. Maak je geen zorgen, de resultaten werden na afloop met bleekwater gemengd en weggespoeld. Het lijkt inderdaad simpel, elk ‘gekke geleerde’ kan het.  

Walter is op meerdere vlakken persoonlijk betrokken bij het onderwerp. Zo vertelt hij dat hij al in 2000 als hoofdredacteur van Time onderhandelde over een artikel over DNA-sequencing. Hij noemt zichtzelf ook wel ‘wetenschapshistoricus’, en studeerde geschiedenis voordat hij journalist werd.

Deel 9: Coronavirus

En zo is hij ook persoonlijk betrokken bij de race om het corona-vaccin, hij geeft zich op voor de klinische experimenten van het mRNA-vaccin van Pfizer-BioNTech. De corona-vaccins zijn genetische vaccins, het gebruik betekende een omslag ten opzichte van de traditionele vaccins. Op CRISPR-gebaseerde tests worden gebruikt om het virus aan te tonen zodra iemand besmet is.

In het verleden zijn er miljoenen doden gevallen door pandemieën, denk aan de Zwarte Dood die 200 miljoen Europeanen doodde. Door RNA-vaccins is de verdediging tegen de meeste virussen effectiever. Maar volmaakt is het niet, de vaccins werken op het immuunsysteem, wat we nog steeds niet volledig doorgrond hebben. De meeste Corona-doden overleden aan ontstekingen aan organen, door een ongewenste reactie van het immuunsysteem. CRISPR werkt niet via het immuunsysteem, maar knipt het virus in stukken. CRISPR-Cas vaccins zijn nog in ontwikkeling.

Bijzonder aan de Corona-vaccinwedloop is dat onderzoekers en universiteiten samenwerkten, ook de grote concurrenten Jennifer en Feng Zhang. Hun ontdekkingen werden aan iedereen die het virus bestreed beschikbaar gesteld. Hun publicaties stuurden ze niet naar het dure, trage Science, maar naar gratis en open platformen. 

De Nobelprijs

En dan is het oktober 2020. Een verslaggever belt Jennifer wakker. Wat is haar commentaar op de Nobelprijs? Wie heeft hem gewonnen?, vraagt ze geïrriteerd.  Nou, jij en Emmanuelle Charpentier. Natuurlijk wist Jennifer dat ze in de race was. Maar de ontdekking van hun CRISPR-CAS toepassingen was nog maar 8 jaar oud, meestal gaan er tientallen jaren overheen. Het toekennen van de prijs onderstreept het belang van fundamenteel onderzoek, wat uiteindelijk hele praktische toepassingen kan hebben. Dit, én de pandemie, trekken (hopelijk) meer studenten richting wetenschappelijk onderzoek, zo stelt Walter.

Mijn mening over De codekraker?

Wat ik van dit boek vond, lees je later in mijn recensie.

Andere Booknotes

Lees ook mijn Booknotes van:

Geschiedenis van morgen

Nexus

Stil

Een immense wereld

Geplaatst in Biografie, gezondheid, Maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Familie: ‘neef’ Yuval Noah Harari

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Yuval Noah Harari.

Waar schrijft ‘neef’ Yuval Noah Harari over?

In het algemeen: de geschiedenis én toekomst van de mensheid. Hij ziet het vakgebied ‘geschiedenis’ meer als een studie naar maatschappelijke veranderingen. Voor zijn analyses van mogelijke toekomstbeelden maakt ‘neef’ Yuval daarom ook gebruik van ontwikkelingen uit het verleden. Al zijn boeken voor volwassenen waarschuwen voor ongereguleerd gebruik van kunstmatige intelligentie en biotechnologie. Sommigen noemen hem een futurist, andere een onheilsprofeet. Zijn eerste boek, Sapiens, wordt gezien als één van de eerste en zeker een van de succesvolste semi-wetenschappelijke boeken die de wetenschap dichtbij het publiek bracht.

Heeft ‘neef’ Yuval Noah Harari andere zakelijke activiteiten?

‘Neef’ Yuval is een veelgevraagd spreker. Hij sprak een aantal malen op het WEF. Er zijn een aantal TEDTalks. In 2022 was hij op het Amsterdam Business Forum. En recent keek ik nog naar een discussie tussen hem en een professor van de Universiteit in Peking.

Hij schrijft regelmatig opiniestukken voor de bekende kranten: The Guardian, The Financial Times, The New York Times, TIME, The Washington Post en The Economist.

Daarnaast is hij met zijn echtgenoot Itzik Yahav oprichter van het bedrijf Sapienship. Dat is een social impact organisatie met als doel de publieke discussie te richten op de belangrijkste wereldwijde uitdagingen van vandaag. Hiervoor worden educatieve projecten opgezet, wordt er research gedaan én wordt geïnvesteerd. Sapienship heeft een ‘laboratorium’ waarin over allerlei onderwerpen video’s en discussievragen te vinden zijn, waarmee bedrijven en scholen zelf projecten kunnen opzetten.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Yuval Noah Harari er uit?

Mijn Israëlische ‘Neef’ Yuval werd in 1976 geboren in een voorstad van Haifa: Kirjat Ata. Zijn ouders waren Joods, maar niet gelovig. In 1993 ging hij geschiedenis studeren aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 1998 vetrok hij naar Engeland en in 2002 promoveerde hij aan de Universiteit van Oxford. Zijn specialiteit is de militaire geschiedenis van de Middeleeuwen, wat blijkt uit zijn thesis uit 2002: History and I: War and the Relations between History and Personal Identity in Renaissance Military Memoirs, c. 1450–1600.

Hij was hoogleraar op de Hebreeuwse Universiteit en onderzoeker aan de Universiteit van Cambridge. In 2020 ontving hij een eredoctoraat van de Vrije Universiteit van Brussel.

‘Neef’ Yuval is getrouwd met Itzik Yahav, die hij zijn internet of all things noemt, want Yahav is ook zijn persoonlijke manager. Ze wonen in een mosjav (een coöperatieve landbouwnederzetting, waar iedereen een eigen huis heeft, en ook eigen land en dieren) bij Jeruzalem. ‘Neef’ Yuval is een groot liefhebber van sciencefictionboeken, omdat zij volgens hem het meest authentiek een mogelijke toekomst weergeven. Zijn favoriete roman is Brave new world van Aldous Huxley.

Welke boeken schreef ‘neef’ Yuval Noah Harari?

‘Neef’ Yuval schreef 8 boeken waarvan ik er 5 las, namelijk zijn 4 boeken voor volwassenen en zijn 1ste kinderboek. De andere kinderboeken en de YA versie zijn nog pending, ze staan op de reserveringenlijst van de bieb. Maar ik vond alle boeken die ik tot nu toe las geweldig, Must Read! En nee, ik heb geen samenvattingen gemaakt. Met de enorme hoeveelheid informatie die hij geeft is dat niet te doen. Wil je toch een samenvatting, dan zijn de kinderboeken een prima optie!

Hoe vijanden vrienden kunnen worden (Unstoppable Us #3)  (2025)

Kinderboek, derde in de serie Het mysterie van de mens, wat uit 4 delen zal bestaan. Ik las het nog niet, dus de flaptekst: Waarom maken mensen ruzie met elkaar, of nog sterker: waarom voeren ze oorlog? Willen mensen niet liever in vrede samenleven…? In dit boek lees je hoe ruzie en oorlog ontstaan doordat mensen jaloers, bang of hebzuchtig zijn. Het begint allemaal met de verhalen die we elkaar vertellen, verhalen die vaak helemaal niet waar zijn. Bijvoorbeeld over mensen die anders zijn dan wijzelf. In dit boek ontdek je ook hoe iedereen mee kan helpen om ervoor te zorgen dat vijanden vrienden worden en blijven. Ook jij! (Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Gaza hier inspiratie voor bood).  Koop bij Bol

Nexus (2024)

Uit mijn recensie: ‘Neef’ Yuval’s analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de zogenaamd populistische in plaats van de naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie. In elk hoofdstuk belicht Yuval een stukje geschiedenis en hoe informatie werd gebruikt en misbruikt. De positieve resultaten zoals wetenschappelijke vooruitgang, en de negatieve zoals de heksenjacht en het nazisme, zijn soms verrassend en soms bekend. Altijd zijn de parallellen met het heden goed uitgewerkt. Lees de rest van mijn recensie | Koop bij Bol

Waarom de wereld niet eerlijk is (Unstoppable Us #2) (2023)

Kinderboek. Ik las het nog niet. Dus de flaptekst: Waarom is de een arm en de ander rijk? En hoe komt het dat sommige mensen macht hebben over andere mensen? Tot tienduizend jaar geleden waren alle mensen min of meer gelijk. De een kon goed jagen en de ander was goed in werktuigen maken, maar ze wáren meestal gelijk. In dit boek ontdek je dat er daarna iets gebeurde wat alles veranderde: sommige mensen werden boeren. Je ontdekt waarom we nu brood eten en melk drinken, waarom niet iedereen van rekenen houdt en hoe er enorme koninkrijken konden ontstaan doordat we leerden schrijven. Door de landbouw werden sommige mensen niet alleen de baas over planten en dieren, maar ook over andere mensen. Ongelijkheid bestaat nog steeds. Maar gelukkig kunnen we daar wat aan doen, jij ook! Koop bij Bol

Hoe wij het machtigste dier op aarde werden (Unstoppable Us #1) (2022)

Kinderboek. Ik las dit boek pasgeleden, vond het geweldig, maar schreef geen recensie. Dus de flaptekst: Ooit was de mens een doodgewone diersoort waar de andere dieren zich niets van aantrokken. Nu is de mens de baas over de wereld… Hoe kan dat? In dit boek ontdek je welke superkracht ons zo machtig heeft gemaakt. En je ontdekt nog veel meer: bijvoorbeeld hoe het komt dat veel kinderen bang zijn voor monsters onder hun bed en waarom je snoep zo lekker vindt. Maar je komt er ook achter waarom de mammoeten zijn uitgestorven en waarom er nog maar één mensensoort bestaat.
Door onze grote macht zijn er grote problemen gekomen. Maar als je die macht goed gebruikt, kun je er ook heel mooie dingen mee doen. Jij ook! Koop bij Bol

Sapiens, een beeldverhaal (Sapiens, A Graphic History, 2 volumes) (2020)

YA. Ik bestelde bij de online bieb de Engelstalige 2 delen, de hele serie zal uit 4 delen bestaan. Ik las het nog niet, dus hier de flaptekst: Op een volstrekt nieuwe manier wordt de geschiedenis van de mensheid verteld. Het vakmanschap van de gelauwerde striptekenaars gecombineerd met de autonome blik en het eigenzinnige gevoel voor humor van Harari levert een verrukkelijk boek op. Een feest van herkenning voor de fans van Sapiens en een lichtvoetige introductie voor hen die voor het eerst kennismaken met het werk van Harari. Koop bij Bol

21 lessen voor de 21ste eeuw (21 Lessons for the 21st Century) (2018)

Uit mijn recensie: Na zijn boeken Sapiens en Homo Deus, kreeg ‘neef’ Yuval veel vragen van lezers. Hij besloot daarom om nóg een boek te schrijven: 21 lessen voor de 21ste eeuw.  Met daarin de antwoorden, verwacht je dan, maar nee. Als de perfecte leraar geeft hij geen lessen om antwoorden te geven, maar om je te leren na te denken. Daar is hij bijzonder goed in geslaagd. Op zijn bekende ironische wijze beschrijft hij in ’21 lessen’ de huidige situatie en zijn verwachting voor de toekomst van (uiteraard) 21 actuele onderwerpen. Dat leverde voor mij veel nieuwe inzichten op, en ook weer vragen. De rode draad van het boek lijkt zijn zorg omtrent de toekomst van de combinatie van biotechnologie en informatietechnologie te zijn, daar komt hij in vrijwel elk hoofdstuk op terug. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Homo Deus (2017, Engelstalig origineel uit 2015)

Uit mijn recensie: Onsterfelijkheid, Geluk en Goddelijkheid, dat is waar de mensheid naar streeft, en wat we op niet al te lange termijn ook gaan bereiken. Op het eerste gezicht klinkt dit goed. Homo Deus uit 2015 (de Nederlandse vertaling is van 2017) slaagt er echter in om deze blik op een mogelijke toekomst van wat kanttekeningen te voorzien. Om die toekomst te begrijpen moeten we eerst begrijpen: wat Homo Sapiens eigenlijk is, hoe het humanisme de dominante ‘religie’ werd en hoe de humanistische droom najagen zorgt voor de vernietiging van het humanisme. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Sapiens (2011)

Uit mijn recensie: Vuur gaf ons macht. Roddel liet ons samenwerken. Landbouw maakte hongerig…….naar méér. Mythen zorgden voor wetten en regels. Geld gaf ons iets om te vertrouwen. Tegenstellingen creëerden cultuur. Wetenschap maakte ons dodelijk. Aldus de omslag van dit geweldige boek wat ik in één adem uitlas, ondanks de omvang: 498 pagina’s. Het dekt al deze onderwerpen, en nog veel meer (biologie, geschiedenis, economie, religie, taal, gedragswetenschap). Yuval zet het kort en krachtig neer zodat het nooit saai wordt, en geeft duidelijk de verbanden ertussen aan. Dat maakt dit boek interessant voor letterlijk iedereen, wat je achtergrond ook is. Lees verder in mijn recensie | Koop bij Bol

Verantwoording

Alle informatie is ontleend aan Yuval’s eigen website, Bol, Wikipedia

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 10 reacties

Recensie: Geschenken van het Krentenboompje – poëtisch

Robin Wall Kimmerer schreef in juni 2025 een essay in de stijl van haar bestseller Een vlecht van heilig gras, met dezelfde boodschap: Geschenken van het Krentenboompje (The Serviceberry). De boodschap is weer: laten we dankbaar zijn voor wat de aarde ons geeft, het als een geschenk zien. Prachtig geschreven: je ziet deze bessenstruik voor je, je proeft de bessen, voelt het respect voor de levenswijze van inheemse volkeren, en hoopt met Robin mee voor een groei van de geschenkeneconomie. En leert ‘op te slaan in de buik van je broeder’.  

Robin pleit voor wederkerigheid in plaats van schaarste , samenwerking in plaats van concurrentie. Ze pleit voor een Krentenboomeconomie. Licht, water en lucht worden bladeren, bloemen en bessen. Insecten genieten van de bloemen en de nectar, en nemen op hun beurt stuifmeel mee. Zo verplaatsen de boompje zich. De bessen bieden ze aan de vogels aan, die de zaden overal uitpoepen. Ondergronds wisselen ze stoffen uit met schimmels. Het aantal boompjes stijgt, er komen steeds meer bessen. Insecten, vogels en schimmels floreren óók. Zo simpel is het.

Het maatschappelijke boek Geschenken van het krentenboompje …

… vertelt ons eigenlijk niets nieuws, maar doet dat op een manier die toch nieuwe inzichten opleveren. Zo is er het zeer visueel beschreven verhaal van Daniel Everett, die een tijdlang leefde bij jager-verzamelaars in het Amazonegebied. Hij ziet een jager thuiskomen met een flinke prooi, teveel voor zijn familie. Everett vraagt hoe hij het overschot gaat bewaren. Roken? Drogen? Opslaan? De jager begreep zijn vraag niet. Waarom zou hij het opslaan? Hij nodigde het hele dorp uit voor een feestmaal. Everett vraagt waarom hij niets voor later heeft bewaard. ‘Ik sla het vlees op in de buik van mijn broeder’ zegt de jager.  Dit is de kern van de geschenkeconomie. Rijkdom betekent dat je genoeg hebt om te delen, overvloed betekent weggeven, status wordt bepaald door hoeveel iemand weggeeft. Het betaalmiddel is relatie, dankbaarheid en wederkerigheid. De jager mag verwachten dat een mee-eter hem in de toekomst een deel van goede visvangst aanbiedt, of zijn boot voor hem repareert.

Potlatch

In een geschenkeconomie worden spullen en grondstoffen niet gehamsterd, om schaarste te creëren, maar horen te worden weggegeven. Een voorbeeld van een geschenkeconomie is de potlatch, een feest van de oorspronkelijke bewoners waarbij veel geschenken worden weggegeven (die later bij een andere potlatch weer worden doorgegeven). Maar deze geritualiseerde vorm van herverdeling werd verboden door de kolonisten: het was in strijd met ‘de beschaafde waarden van vermeerdering’ en ondermijnden het idee van individueel bezit. Het land van de oorspronkelijke bewoners werd afgepakt om het idee van ‘ergens thuishoren’ te vervangen door ‘bron van bezit’. Welzijn was niet langer gezamenlijke rijkdom, maar individuele rijkdom.

En denk niet dat dat landjepik inmiddels voorbij is: een nationaal monument wat door de oorspronkelijke bewoners werd beheerd, werd door Dé Donald in zijn 1ste termijn weggeven aan een uraniummijnbouwbedrijf. Biden draaide dat weer terug, maar ja …

De meent (Commons)

Er zijn momenteel veel vormen van geschenkeconomie, en hoe leuk dat Robin mijn hobby, de minibiebs, noemt. Je geeft een boek niet als geschenk aan een individu, maar aan de gemeenschap. Dat heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat het schaalbaar is. Zo zijn officiële bibliotheken ook een vorm van geschenkeconomie, alhoewel de gemeenschap hier wel voor betaalt, een onvrijwillig geschenk dus. Zoals parken dat ook zijn. Maar natuurlijk is er ook het gevaar van diefstal, misbruik. Dat is de tragedie van de meent, waarbij men het eigenbelang voor het gemeenschappelijke belang laat gaan. De mooiste boeken uit een minibieb pikken om die te verkopen, teveel schapen op het gemeenschappelijke weiland laten grazen, de waterbron vervuilen. Om de meent tegen egoïsme te beschermen wordt het omgezet in privé bezit, dat is het best. Maar is dat terecht? Elinor Ostrom onderzocht het en kwam tot de conclusie dat collectieve actie wel zeker de kwaliteit van gemeenschappelijk bezit kan waarborgen. Ze kreeg er de Nobelprijs voor Economie voor.

Eerbiedig oogsten

Inheemse culturen kennen het principe van ‘eerbiedig oogsten’ voor het halen van voedsel uit de natuur. Dat werkt als je dat voedsel ziet als geschenken die je niet verdiend hebt. Robin heeft een aantal gedragsregels geformuleerd die dit weergeven, zoals: *Neem alleen wat je nodig hebt; *Neem alleen wat wordt gegeven; *neem niet de eerste, niet de laatste en nooit meer dan de helft. Maar wij nemen ‘zoveel mogelijk’. Robin wordt fel als ze het over ons huidige systeem heeft. Maar ‘het systeem’ is zo vaag, hoe kun je het ergens de schuld van geven? Het systeem wordt geleid door individuen, en dat zijn dieven! Geef ze een naam, bijvoorbeeld Darren (de CEO van ExxonMobil heet zo). (Of Dilan of Donald, denk ik dan). We zijn met meer dan de Darren’s en hebben meer macht. Laten we zorgen dat we rijkdom en zekerheid te danken hebben aan onze relaties. Laten we biomimicry toepassen, en een economisch systeem opzetten naar analogie van ecologische systemen.  

Evolutie

Interessant is een reflectie op onze evolutie. Concurrentie is goed als je alleen naar het individu kijkt: de best aangepaste overleeft. Maar kijk je naar de groep, dan gaat het om samenwerken om te overleven en te gedijen. Natuurlijke selectie geeft de voorkeur aan soorten die niet hoeven te concurreren, dus slim is om te stoppen met een behoefte aan iets waar een tekort aan is. Zorg dat je behoefte krijgt aan iets anders. En precies dit gebeurt in de natuur, en heeft geleid tot een enorme biodiversiteit. Schaarste is slechts een cultureel concept. Maar door ons extractief gedrag en overconsumptie zijn we nu onnodige schaarste aan het creëren.

Open plekken innemen

Hoe veranderen we het systeem? Robin vergelijkt het met een al dan niet natuurlijke ‘verstoring’, die bijvoorbeeld een open plek in het bos creëert. Daar kunnen nieuwe soorten groeien. We moeten zorgen voor het veroveren van open plekken op de markteconomie.

Niet haalbaar, zo’n geschenkeconomie? Neem de grootste critici eens mee naar een voedselbos en laat ze een wilde framboos proeven. Dan snappen ze het idee van ‘geschenk’ wel.  

Mijn evaluatie van Geschenken van het Krentenboompje

Robin heeft me door het op haar manier verwoorden van bekende feiten weer nieuwe inzichten gegeven. Vooral het verhaal van de jager, en ‘opslaan in de buik van mijn broeder’ vind ik sterk omdat het zo visueel is.  Natuurlijk zijn de beschrijvingen van de planten en de natuur wetenschappelijk onderbouwd, dit is haar vakgebied. Voor de economische principes is ze te rade gegaan bij experts op dat gebied, maar niets van wat je hierover leest zal je verbazen. En met de toenemende (kunstmatige!) schaarste van allerlei zaken die altijd ‘geschenk’ waren, zoals schone lucht en zuiver water, wordt het onderwerp steeds relevanter.

Het boek blinkt uit in de beschrijvingen van de planten en de natuur. Lyrisch en poëtisch zou ik het willen noemen, en het brengt herinneringen terug aan bramen plukken. Er staan wat illustraties in het boek die heerlijk nostalgisch zijn. Zo’n knabbelende ree, een minibiebje, een regenbuitje op een plant.

Het betoog is helder: leren van oorspronkelijke bewoners, van gemeenschappen van jager-verzamelaars, van de natuur. En de filosofie van geschenkeconomie toepassen waar het maar kan, op alle ‘open plekken’ die we zien. Het hoeft niet persé schaalbaar te zijn, veel, heel veel kleine initiatieven werken ook.

Mis je iets als je dit boek niet leest? Nee, maar het is zó dun, dat dit de perfect amuse is voor een boek dat je wél moet lezen: Een vlecht van heilig gras.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Geschenken van het Krentenboompje duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Geschenken van het Krentenboompje duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes (dat deed ik ook);
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 1 reactie

Recensie: De Vorstin – provocerend

Ik ben deze week in de ban van vrouwelijk leiderschap en de bijbehorende macht. En daarom las ik ook De Vorstin van Harriet Rubin uit 1997, oorspronkelijk getiteld The Princessa. Machiavelli for Women. Ja, weer een ouder boek: pareltje of papierbak? Tot mijn verbazing vond ik het boek zeker niet gedateerd, soms best nuttig en af en toe zelfs onbedoeld grappig. En dun! Geen pareltje, net geen papierbak, maar wel … provocerend.

Harriet stelt kort gezegd dat we moeten vechten, a la de Vorst, maar ook moeten verbinden met liefde. Niet over ons moeten laten lopen, opkomen voor onszelf, maar ook onze typisch vrouwelijke vermogens gebruiken. Dit uitgangspunt is ook nu nog leidend in boeken over vrouwelijk leiderschap. Nu stelt Harriet het vaak wel wat extreem, ik denk in navolging van Machiavelli, en misschien net zo sarcastisch bedoeld. En daarom vond ik het bij vlagen best leerzaam!

Het zelfhulpboek De Vorstin…

… is dus gebaseerd op Machiavelli’s De Vorst. Dat gaat over een jonge prins uit het geslacht van de Medici’s die niet weet hoe hij zijn ontregelde rijk moet besturen. Machiavelli’s advies is: Vechten! Harriet is onze Machiavella en adviseert ons, vorstinnen, hetzelfde: vechten, het conflict aangaan, óók met je eigen verlangens. Harriet was uitgever bij Doubleday, en verantwoordelijk voor veel managementboeken van beroemde CEO’s. Daar heeft ze veel van geleerd, stelt ze. De Vorstin heeft dan ook andere uitgangspunten dan De Vorst, is minder rechtlijnig. Je moet niet alleen strijder zijn, maar strijder én geliefde, tegelijkertijd. Hoe? Daar heeft ze een aantal manieren voor verzonnen.

Strijden én verbinden

Zoals het verenigen van tegenstellingen, bondgenoten van je tegenstanders maken. Niet de mannelijke manier van macht uitoefenen overnemen, niet ‘de regels’ volgen, maar het spel veranderen.

De hitte van het conflict opvoeren, overwicht krijgen, en dan jezelf (!) als wapen gebruiken. Daar komen we nog op terug. Hierbij hoort haar observatie dat vrouwen meer kansen hebben in het bedrijfsleven als het daar chaos is. Creëer die chaos dus en buit die uit. Mmmmm. Iets als de glass cliff dus, en die zelf maken?

Je leven leiden alsof zegevieren je geboorterecht is. Gebruik je vermogen om te verbinden, om relaties te leggen. Maar onthoud: machtige vrouwen zijn onafhankelijk en mysterieus. Zodra we bevrijd zijn van onze angst, bevrijden we met onze aanwezigheid automatisch anderen.

Macht is niet hetzelfde als gezag en controle. Macht van de onderdrukking leidt tot wraak en haat. Iets behouden kost dan steeds meer moeite en levert steeds minder plezier op. Onderhandelen gaat over herverdelen en levert niets extra’s op. Mensen langdurig aan je verbinden werkt beter. Dat doe je met liefde.

Bij een confrontatie is er een relatie waarbij macht expliciet wordt geuit. Hoe stel je je daarin op?  Eerst intensiveer je je gevoelens, je moet het belang van je missie diep voelen. Dan inspireer je anderen, ook je tegenstanders, tot het deelnemen aan jouw doel. Je vindt iets waar jullie beiden baat bij hebben. Vervolgens ontkracht je dominante overtuigingen, erken je het heersende gezag niet. En tenslotte verhinder of vertraag je de tegenstander, je leidt hem af van zijn doel. Stel bijvoorbeeld veel vragen, praat langzaam.

Eten, winnen en je uiterlijk

Een interessant stuk gaat over eten en eetlust, en de tirannie van de man over ons lichaam wat betreft voortplanting, dun zijn, mode, uiterlijk. Beschouw jezelf niet als object! En: eten is belangrijk voor de strijd! Maar dát is dan meer overdrachtelijk bedoeld, je moet jezelf ‘voeden’.

Een ander stuk gaat over winnen. Vrouwen kunnen eigenlijk niet winnen. Mannen willen winnen van jou om niet te verliezen van een vrouw, andere vrouwen concurreren met jou om die ene positie. En jijzelf wilt eigenlijk ook niet winnen omdat je je dan schuldig voelt dat een ander verliest. Daar is een alternatief voor: de beste willen zijn. Zo hoef je een tegenstander niet aan te vallen, je kunt deze juist inspireren. Belangrijk is wel: doe de waarheid geen geweld aan en neem geen wraak. Meer liefde dan vechtlust dus.

En als je dan toch moet vechten, maak van jezelf een wapen. Met je uiterlijk bijvoorbeeld, alles draagt uit wat je bent, zet je persoonlijkheid kracht bij, vertelt een verhaal. Het zijn géén versierselen. Je belangrijkste wapens zijn zaken waarvoor je je onterecht schaamt: tranen bijvoorbeeld tonen hoe belangrijk iets voor je is, maken je toegankelijker. Anderen zijn dan eerlijker tegen je.  Ook je borsten zijn een bron van macht, vrouwelijke vormen ontwapenen een tegenstander. Dan de kleuren van je kleding. Wit is ontwapenend, geeft mogelijkheden, een aura van onoverwinnelijkheid. Primaire kleuren stralen zekerheid uit. Pastel en grijs is meer camouflage, onzekerheid. Een onopgemaakt gezicht in een zee van opgemaakte vrouwen kan óók een krachtig wapen zijn. Gebruik je stem: spreek luider, geef bevelen.

Onverschilligheid voor belangrijke zaken

Tenslotte een tegennatuurlijke tip met een intrigerend voorbeeld: zorg dat je de aard van het spel snapt, zodat je belangrijke zaken met onverschilligheid kunt benaderen. Harriet vergelijkt het met een potje tennis: tijdens het spel is de bal het allerbelangrijkst, na het spel is het niets meer waard. Vecht ervoor maar vereenzelvig je niet met die belangrijke dingen. Nou ….

Mijn evaluatie van De Vorstin

De strategieën en tactieken die Harriet voorstelt zijn interessant, soms aansluitend op wat we (inmiddels) zeker doen, en soms een beetje tegen-intuïtief. Echter, ze komt met heel veel voorbeelden uit de (vrouwelijke, soms feministische) historie, die ik niet altijd exact kan mappen met het punt dat ze probeert te maken. De voorbeelden zijn dan ook bijna allemaal anekdotisch, met maar weinig echt wetenschappelijke onderbouwing. Desondanks vind ik wel dat sommige zaken inspiratie bieden voor de keuzes hoe je wilt leiden en hoe je je macht kunt uitoefenen. Hoeveel vrouwen zijn er niet pisnijdig als er tranen komen juist omdát ze pisnijdig zijn. Hoe mooi zou het zijn om daar het voordeel van te zien, en dat te gebruiken. Ook snap ik dat een onopgemaakt gezicht iets uitstraalt: onafhankelijkheid, authenticiteit. En hoe moeilijk het is om dat in de praktijk te brengen, daar is toch wat lef voor nodig, tegenwoordig nog meer dan pakweg 30 jaar geleden.

Over de uitvoering ben ik minder te spreken. De voorbeelden zijn vaak wat gezocht, of onjuist omdat zaken ontbreken. De stijl van schrijven en de woordkeus vind ik ook niet zo prettig, misschien komt dat door de vertaling, of de ouderdom van het boek. De onderwerpen zijn veelal op zichzelf staand, een echt rode lijn in het betoog heb ik niet ontdekt. En de cover, ja, een beetje Dynasty. Wat stralen die hoge hakken en gekruiste benen nu eigenlijk uit? Dominantie? Of, zoals ik laatst in een ander boek las, wiebeligheid en jezelf kleinmaken? Oók interessant om over na te denken.

Mis je wat, als je dit boek niet leest? Nee.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend 0, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur -, Schrijfstijl –

FOMO -. 

Ik gaf het boek 2 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De Vorstin duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!).

Koop De Vorstin duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Leiderschap | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: De nieuwe macht – opbeurend

Wie kent haar niet? Jacinda Ardern, oud-premier van Nieuw-Zeeland. Ik herinner mij de introductie van de Welzijns-index, naast het bbp, om de staat van het land te meten. En de Christchurch-aanslag. Natuurlijk ben ik heel nieuwsgierig hoe zij, jong, vrouw, haar leiderschap in die periode heeft ingevuld. Jacinda geeft hier in haar boeiende autobiografie De nieuwe macht uit 2025 uitgebreid antwoord op.

De autobiografie beperkt zich zeker niet tot haar politieke carrière, de eerste 100 pagina’s gaan over haar jeugd. Die periode geeft veel aanknopingspunten voor haar manier van leiden. Was het voor ons verrassend dat zij premier werd, het lijkt alsof het voor haar niet minder verrassend was.  In het hele boek is ze bescheiden, stelt ze zich kwetsbaar op, en geeft ze ruim aandacht aan iedereen die haar hielp. Dat tekent ook haar leiderschap: menselijk, empathisch, betrokken.

In het autobiografische boek De nieuwe macht …

…. geeft Jacinda aan het eind haar interpretatie van ‘het leiderschap van de toekomst’, zoals de Nederlandse ondertitel luidt. Quote:

“Als je lijdt aan het bedriegerssyndroom, of aan jezelf twijfelt, weet dan dat het een kracht is. Dat het je zal helpen. Je zult meer lezen, meer advies inwinnen en je nederig opstellen in situaties die het nodig hebben dat er nederigheid wordt overwonnen. Als je angstig bent en overal teveel over nadenkt, als je je altijd het worstcasescenario voorstelt, weet dan dat dat ook een kracht is. Het betekent dat je klaarstaat als de moeilijkste dagen aanbreken. En als je een dunne huid hebt, en gevoelig bent, als kritiek je in tweeën splijt, is dat geen zwakte, het is empathie. Het is zelfs zo dat alle eigenschappen waarvan jij denkt dat ze je zwakten zijn, je kracht zullen worden. De dingen waarvan jij dacht dat ze je onderuit zouden halen zullen je juist sterker maken, beter maken. Ze geven je een andere vorm van macht en maken een leider van je die deze wereld, met al haar tumult, misschien juist wel nodig heeft.”

Het gaat dus niet zozeer om de nieuwe macht, maar een ander soort macht, wat ook de Engelse titel is. Die vind ik eerlijk gezegd ook sterker. Ook gaat het niet om het leiderschap van de toekomst, maar om wat de wereld, met de opkomst van autoritaire leiders, nú écht nodig heeft.

Hoe het begon en hoe het eindigde …

Het eerste hoofdstuk leest als een thriller! Jacinda zit op de toiletbril bij haar vriendin Julia thuis. De verkiezingen zijn voorbij, het is onderhandelen geblazen om een coalitie te vormen en … premier te worden. Of niet. Ze is 37 en net 80 dagen partijleider. Maar daar is ze op dat moment niet zenuwachtig  over. Ze zit te wachten op de uitslag van haar zwangerschapstest. Inmiddels weten we natuurlijk dat die uitslag positief is. En dat ze premier wordt. Maar de spanning is voelbaar, en ook leren we direct haar gevoeligheid kennen: ze heeft faalangst, lijdt aan het impostor syndrome. Maar ook heeft ze een ‘intens gevoel voor verantwoordelijkheid’, waardoor ze ‘ja’ zegt, als er een beroep op haar wordt gedaan.

Dat tekent ook haar politieke carrière: Tante Marie is vrijwilliger bij Labour, en vraagt een 17-jarige Jacinda haar als vakantiewerk te helpen bij een campagne. Ze wordt gevraagd zich kandidaat te stellen als kamerlid (MP). Een andere, gevestigde, MP, zorgt ervoor dat ze bóven hem op de kieslijst komt, en dus rolt ze het Parlement in. Ze wordt gevraagd als fractieleider, als no. 2, en als plotseling de partijleider aftreedt, is ze, midden in de verkiezingscampagne opeens lijsttrekker. Als ik het zo kort opschrijf, lijkt het ongeloofwaardig. Maar al lezende zie ik het gebeuren, en geloof ik ook dat ze het allemaal tegen wil en dank werd.  

In 2017 wordt ze premier en moeder. Je merkt aan alles hoezeer het aan haar vreet dat ze zo weinig tijd met haar dochter kan doorbrengen. Het meisje weet echter niet beter, en klaagt niet. Grappig is dat ze wél aan Jacinda vraagt ‘of ze het opgeeft’ als deze in 2023 terugtreedt als premier. Nee, is het antwoord, ze kan op dat moment beter haar visie uitdragen op een andere manier.

Jacinda geeft in de speech bij haar aftreden aan dat ze niet meer genoeg energie heeft voor de baan, in de pers wijt men het aan haar lage populariteitscijfers op dat moment. In het boek lijkt het een opeenstapeling van kritiek op haar Corona-beleid (wat wereldwijd het geval was), en persoonlijke aanvallen. Ze merkt dat ze ongeduldiger wordt, kattiger, ze laat zich op de kast jagen. Haar veerkracht brokkelt af. En ja, ook in de peilingen gaat het minder met Labour, en dat rekent ze zichzelf aan. Als er een knobbeltje ontdekt wordt in haar borst, denkt ze voor het eerst aan stoppen, want dat kan er niet nog eens bij. En dat ’stoppen’ krijgt ze niet meer uit haar hoofd.

Ze neemt een aanbod voor 2 onderzoeksbeurzen bij Harvard aan, en verhuist naar Cambridge in de VS. Inmiddels, zo lees ik op de website van Harvard, heeft ze drie beurzen en is gastdocent op het gebied van openbaar en vrouwelijk leiderschap. (Ik vraag me af of zij daar op dit moment nog werkzaam is, of dat Trump’s hetze tegen Harvard, DEI en buitenlanders ook haar geraakt heeft). Ja, mij lijkt dat ze haar visie over leiderschap op een universiteit net zo goed kan overdragen als ze eerder deed als premier, en aan een ander publiek.

Wat viel me verder op in het boek?

Haar jeugd

Haar interesse in politiek komt voort uit de tijd dat ze in Murupara woont, een klein dorp waar haar vader hoofd van het politiebureau is.  Ze ziet mensen die ondanks de armoe hun waardigheid proberen te behouden, haar vader die belaagd wordt door een groep motorrijders, toch ongeschonden thuiskomt en zegt: ‘mijn woorden zullen altijd het beste gereedschap zijn dat ik tot mijn beschikking heb.’

Haar worsteling met haar Mormoonse geloof. Op haar 8-ste wordt ze gedoopt, wat niet alleen je formele lidmaatschap van de kerk bevestigt, maar je ook reinigt van je zonden. Helaas, later die dag vertelt ze haar 7-jarige nichtje hoe baby’s worden gemaakt. Haar vader is woedend, haar schone lei, na één dag al, niet langer schoon. Als tiener leert ze met de Mormonen langs de deuren gaan, die vaak in hun gezicht worden dichtgesmeten. Maar altijd is de laatste zin: Kan ik iets voor u doen? Dat verandert de houding van de bewoners. Een nuttige les voor haar latere campagnes, want iemand naar zijn leven vragen kan ze heel goed. Maar op den duur gaat het wringen met haar eigen normen en waarden, bijvoorbeeld die over homoseksualiteit. Ze voelt zich echter thuis bij de Mormonen, en probeert de kloof te dichten door tijdens een studiejaar in de VS bij de mormoonse gemeenschap in Mesa te gaan wonen. De kloof wordt alleen maar groter. Ze stopt haar geloof in een apart hokje, totdat ook die ‘hokjesgeest’ niet meer voldoende is. Dan stapt ze uit de kerk. De moeite die dat kostte is erg persoonlijk en intens beschreven.

Een andere les is haar eerste baantje, in een cafetaria, waar ze de porties friet moet inpakken. Ze oefent het inpakken met een halve kool, eindeloos kool inpakken, voordat ze begint. Ze is altijd extreem goed voorbereid.  

Ze is in Arizona tijdens 9/11, en tijdens het college vraagt ze de docent naar het ‘Waarom’ van de aanslag. De docent is woedend: probeert ze excuses te zoeken? Nee, wat te leren om deze zaken te voorkómen, maar ze krijgt niet de kans om te antwoorden. De rest van het jaar is ze stil, ze luistert en observeert, en weet dat de wereld is veranderd.

Werken in de politiek

Na haar studie gaat ze werken op het kantoor voor Labour, eerst voor een minister en later voor premier Helen Clark. De minister voor Politie ontmoet haar vader en zegt dat ze een hele goede MP zou zijn. O nee, zegt haar vader, daar is ze veel te gevoelig voor. Dat vindt ze zelf ook. In 2005 wil ze zichzelf verder ontdekken, ook heeft ze last van stress.  Ze vertrekt naar New York, en daarna naar Londen, waar ze voor de Britse regering gaat werken.

Eind 2007 wordt ze vanuit Nieuw Zeeland gebeld of ze niet op de kieslijst van Labour wil staan. Men heeft behoefte aan jonge kandidaten én aan vrouwen. Ze zegt nee. Maar ze wil best in Londen campagnevoeren, bij de Nieuw-Zeelandse expats. Echter, om zich goed te kunnen profileren, blijkt ze toch meer nodig te hebben dan inzet. MP zijn zou wel helpen, zegt goede vriend en MP Grant. Ach, ze zal toch niet worden gekozen, zal laag op de lijst komen, denkt ze. Dus zegt ze ja. Grant zorgt er echter voor dat ze héél hoog op de lijst komt, nog boven hemzelf.

MP

Ze stelt zich in 2008 ook kandidaat voor haar eigen district, een niet te winnen race en daarom is er vanuit Labour ook weinig animo voor. Ze verliest, en heel Labour verliest. Maar ze is wél MP.

  • In 2011 weer verkiezingen. Ander district, weer verloren. In het Parlement heeft ze sociale zaken in haar portefeuille.
  • In 2014 weer verkiezingen. Weer verloren. Erger dan ooit.
  • In 2017 zijn er weer verkiezingen, ze doet mee voor het district Mount Albert, een Labour-bastion. En wint.

Eind van dat jaar treedt de vice-voorzitter van de partij af, en Jacinda wordt benoemd. Inmiddels is ze 37 en bezig met een vruchtbaarheidstraject. In dit deel, haar reis naar de top, zit geen spoortje arrogantie of trots, ze is bescheiden, alles is met het team gedaan.

5 maanden later: de peilingen voor Labour zijn beroerd. De partijleider overweegt af te treden. Jacinda is populair. Maar ze denkt:  o nee. Ik kan dit niet. De debatten. Ik kan dit niet. Ze weigert, hij moet blijven!  Maar hij treedt af, en zij is partijleider. De collega’s zijn verbijsterd. Het is surrealistisch, denkt ze. Maar ze doet alsof ze vol zelfvertrouwen is. Labour stijgt snel in de peilingen. De verkiezingsuitslag is nét in het voordeel van National, maar zonder meerderheid, dus de derde partij, New Zealand First bepaalt met wie ze willen regeren. En terwijl dit allemaal speelt, blijkt Jacinda opeens, onverwacht, nu toch zwanger te zijn. De emoties die dat met zich meebrengt, en de opmerkingen die ze erover krijgt, worden goed beschreven.

Premier

NZF kiest voor Labour en Jacinda wordt beëdigd als premier. Ze is doorlopend misselijk. Jacinda’s beschrijving van de eerste maanden zijn hilarisch. Hoe ze tijdens officiële bijeenkomsten alleen maar denkt aan dat ze moet overgeven. Hoe mensen haar niet herkennen als premier, of haar niet geloven als ze het zegt. Ze staat in de cafetaria van het Parlement en bestelt wat te eten. Op rekening. Wat haar naam is? Jacinda Ardern. Hoe je dat spelt? Haar beveiliger kan bijna zijn lach niet inhouden. Dit stuk klinkt niet klagerig, of arrogant. Meer als een bevestiging van wat ze misschien voelt, ik hoor hier niet, ik hoor geen premier te zijn.

Crises

Dan volgen de vrij bekende crises:

  • Eerst een koeienziekte, waardoor er veel veestapels geruimd moeten worden. Met resultaat: nu, 6 jaar na dato is de ziekte nergens meer.
  • Daarna een vulkaanuitbarsting.
  • En dan de aanslag in Christchurch. Met een noodvaart komt ze met een wapenwet. Ook start ze ‘Christchurch Call’, een initiatief voor verwijdering van filmpjes van extremistisch geweld.

In 2019 krijgt ze het ‘Wellbeing Budget’ goedgekeurd, dat is echt een positieve mijlpaal.

Dan is er de Covid-pandemie. Afstand, lockdowns, vaccinaties. Steeds lijkt de ziekte bedwongen, en dan steekt hij de kop weer op. Midden in de pandemie zijn er verkiezingen, die ze ruim wint omdat haar corona-aanpak gewaardeerd wordt. Maar dan. Wéér een uitbraak eind 2021. Ze is bang dat deze niet bedwongen kan worden, maar de vaccinaties helpen. Echter nu steken de complottheorieën de kop op, en zijn er demonstraties tegen de vaccinatieplicht. Wéér een golf van uitbraken, en het gebied rond het Parlement wordt bezet. Vernielingen, wantrouwen. Haar populariteit neemt af, en 2022 is het jaar van haar twijfel. In 2023 treedt ze dus af. Die twijfel, en ook haar besluit om af te treden, doet veel met haar.

Mijn evaluatie van De nieuwe macht

Natuurlijk kennen we Jacinda van het nieuws, maar dit boek geeft een echt uitgebreid inkijkje in haar binnenwereld. Is het allemaal waar? Over haar gevoelens zullen we dat nooit weten. Alles wat ze zei en deed is natuurlijk in het nieuws geweest, wat ze er écht bij voelde weet zij alleen. Veel van haar jeugdherinneringen vond ik zeer gedetailleerd, en zijn dan ook ontleend aan gesprekken met haar moeder en oudere zus. Hoe ze zich voelde, als 4 jarige, heeft ze vast toen aan haar moeder verteld. Bij elkaar scheppen die herinneringen een duidelijk beeld van armoede, Maori’s die de staat (en de politie) wantrouwen, motorbendes en een moeder die het in die omgeving erg moeilijk had.

Wat ik bijzonder vind, is dat Jacinda haar gevoeligheid, haar empathie nooit heeft verborgen, wat bijzonder is voor een premier. Dit heeft haar veel commentaar opgeleverd, men suggereerde dat ze het deed om op te vallen, een goede indruk te maken (virtue signalling). Ik geloof zeker dat het authentiek is, en dat het haar terecht veel credits opleverde. Ook haar bescheidenheid, steeds maar de complimenten en credits bij met name genoemde medewerkers neerleggen, is opvallend. Dat ze gevoelig is, een dunne huid heeft, kun je merken aan de opmerkingen die ze maakt over hoe ze belachelijk gemaakt werd. Ze doet alsof ze haar schouders ophaalt, maar je merkt dat het haar kwetste. Toch, of juist daarom, is ze een succesvolle premier, die dus ook heel daadkrachtig is. Polderen én tempo maken kan dus best samengaan. Nuttig om te weten!

Het boek is een feestje om te lezen, alhoewel ik regelmatig met tranen in mijn ogen zat. Dat komt natuurlijk door al die gevoelens … Maar die zijn ook zó herkenbaar. Humor ontbreekt niet, bijvoorbeeld als ze het heeft over haar ‘brede lach’ waarmee ze haar vrij grote tanden bedoelt, haar ‘zonde’, en haar vele flaters. Plus de ervaringen van niet herkend worden, die hilarisch zijn. Er staan een paar stukken in die beginnen met ‘Misschien …’ als ze het over haar activiteiten heeft. Is ze dan niet zeker van haar herinneringen? Of heeft het een andere reden? Daar kwam ik niet uit.

Het boek is, natuurlijk, chronologisch en loopt van 1984 tot 2024. Het zijn zeker niet louter ‘politieke memoires’, 1/3de  van haar leven was jeugd vóór de politiek, en daar is dan ook 1/3de van het boek aan gewijd. En haar privéleven ontbreekt ook in de overige 2/3de niet. Over de achtergronden van politieke beslissingen en de strijd met de oppositie lezen we weinig. Als je niet uit Nieuw Zeeland komt is dat waarschijnlijk ook niet zo interessant. Het zou het boek ook wat taaier gemaakt hebben. De 22 foto’s, van baby tot Christchurch in 2019, geven enkele hoogtepunten weer, zowel politiek als privé.

Mis je iets, als je dit boek niet leest? Op zich niet, alhoewel zo’n fijn voorbeeld van hoe het óók kan, in tijden van Trump, bepaald opbeurend is.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De nieuwe macht  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (luisteren);
  • of uit een minibieb!

Koop De nieuwe macht duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , | 1 reactie

Recensie Eigen planeet eerst – mooi verwoord

‘Waarom doen jullie niks aan de klimaatcrisis?’ vragen de jongere generaties ons. Roxane van Iperen gaat in het essay Eigen planeet eerst uit 2025 in op deze vraag. Ze betoogt dat we op dit moment op twee verschillende planeten leven, elk met een eigen interpretatie van optimaal welzijn. De problemen worden veroorzaakt vanuit de éne planeet, de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de andere. Dáárom dus. Hoe die planeten ontstonden, en waarom we ze weer moeten laten samenvallen zet ze uiteen in een boeiend, prachtig verwoord betoog.

In dit betoog komen een aantal ‘bekende’ spelers aan bod: het neoliberalisme, klimaatverandering, de aanval op de democratie, extreem rechts. Wat het essay speciaal maakt is het gebruik van een bekend beeld als de marmottenrace en het benoemen van ontwikkelingen in duidelijke termen: Alt-finance en Alt-democratie. Roxane wil het probleem duidelijk maken, geen oplossingen aandragen. Daar is ze zeker in geslaagd.

Het maatschappelijke essay Eigen planeet eerst …

… gaat verder waar Eigen welzijn eerst stopte. In het eerste hoofdstuk lezen we als inleiding dan ook de globale inhoud van dat essay. De opkomst van extreem rechts, een roep om terugkeer naar de traditionele orde, nativisme. Roxane merkt dat democratische instituties en waarden als gelijkwaardigheid en kansengelijkheid ter discussie worden gesteld. En heel apart: het gaat alleen maar over veiligheid, en niet vanuit het oogpunt van de gevolgen van klimaatverandering, nee, alleen gericht op ‘vreemden’, waarvan de mogelijke dreiging lang zo groot niet is als die van klimaatverandering.  

De marmottenrace

De invloed die wij als individuen hebben en kunnen hebben, is niet zo groot. Roxane illustreert dit heel aansprekend met de ‘marmottenrace’ uit de Wie-kent-kwis uit de 70-er jaren. Iedere kandidaat koos een cavia, die in een doolhof, een soort sjoelbak met schotten, werd gezet en zijn weg moest vinden naar één van de poortjes, liefst die met het hoogste geldbedrag. Maar de schotten bepaalden uiteindelijk waar het dier uitkwam, zoveel keus had het niet.

En zo werkt het bij ons ook: overheid en bedrijfsleven plaatsen ‘schotten’ in het systeem, in de vorm van wetgeving, subsidie, marktwerking, marketing, etc. , en wij huppelen vanzelf naar een plek waar we vrijwel alleen de minst duurzame, meest ongezonde keuzes kunnen maken. “Het vergt een enorme krachtsinspanning voor een individueel poppetje om zich aan de uitgestippelde route te onttrekken en bij een ander eindstation uit te komen”. We denken dat we vrije wil hebben, maar die is maar zeer beperkt. De individuele maakbaarheid is een illusie, om echt verandering te realiseren zullen de schotten collectief moeten worden verplaatst. Dit deel van het betoog herken ik uit Jaap Tielbeke’s  Een beter milieu begint niet bij jezelf en Michael E. Mann’s The New Climate War.

De schotten

De ‘schotten’ komen in het essay regelmatig terug. We geven de Industriële revolutie, vanaf 1850, de ‘schuld’ van de steeds hogere CO2-uitstoot. Maar de uitstoot ging pas vanaf 1950 echt scherp omhoog. Welke schotten zijn toen geplaatst, of verplaatst, die dit effect tot gevolg hadden? Het antwoord ligt voor de hand: het neoliberalisme. Toen in 1989 de muur viel was het voor iedereen duidelijk dat de vrijemarkteconomie van West Duitsland veel meer welvaart had opgeleverd dan de geplande economie van Oost-Duitsland. Die vrijemarkteconomie moest dus wereldwijd worden uitgerold, de mens kon zijn bestaan in alle vrijheid vormgeven, de overheid moest zich terugtrekken. Deregulering, privatisering en individuele verdienste werden de drivers van het nieuwe systeem. Om dit vorm te geven, werden nieuwe schotten geplaatst. Denk aan: Kwartaalcijfers, het doel hiervan was transparantie, het gevolg korte-termijndenken; en Offshoren, het doel was kostenbesparing, het gevolg het verlies van de band tussen een bedrijf en haar omgeving, waardoor onethisch gedrag geen invloed meer heeft op de (lokale) reputatie.

De stakeholders van een bedrijf leven voortaan in gescheiden werelden, er is geen gezamenlijkheid meer, ieder gaat voor zijn eigen belang. Eigen planeet eerst. Gedrag is niet meer gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, maar op wat de wet toestaat, en wat de consument vraagt.

De globalisering en vrijemarkteconomie brachten het ene land welzijn, het andere land juist ontwrichting van de lokale economie. De mensen uit die ontwrichte landen gingen óók de wereld afstruinen op zoek naar de beste plek: migratie. De Westerse landen kregen de bankencrisis van 2008, de daarop volgende eurocrisis en  daarna de vluchtelingencrisis van 2015 over zich heen. Ze wilden alleen nog maar ‘rust en zekerheid’, en dat gaf ruimte aan populistische politici.  

Verschillende planeten

De grote bedrijven en de mensen bevinden zich nu op verschillende planeten: de bedrijven en een kleine elite floreren door globalisering, de (meeste) mensen niet. Wat voor deze twee partijen ‘optimaal’ is, is verschillend. Er zijn twee verschillende bakken met verschillend geplaatste schotten. De economische problemen komen voort uit de ‘globale’ bak, die nauwelijks normen en waarden kent, en worden opgelost in de ‘lokale’ bak, waar steeds meer aandacht komt voor ‘westerse waarden’ en muren worden opgetrokken. En waaróm worden die muren nu juist dáár opgetrokken? Ten eerste zijn de grote bedrijven te machtig en niet meer lokaal. Ten tweede is de ideologie rond de rol van de overheid veranderd. Ten derde is het makkelijker om in de lokale bak zondebokken aan te wijzen.

Naast de gewoonte om voor globale problemen, lokale antwoorden te zoeken, is er nóg een reden om voor de verantwoordelijkheid voor klimaatverandering naar de lokale bak te kijken: burgers zijn synoniem met consumenten geworden. De consument met meer geld heeft meer macht, de collectiviteit is weg, publieke taken zijn geprivatiseerd, waardoor ook daar nu winst en zelfverrijking de boventoon voeren. De corporatie-directeur rijdt in een Maserati, heel normaal. Ben je ziek, arm, improductief? Eigen schuld, had je maar andere keuzes moeten maken. Vanuit het collectief verdien je geen steun.  

Wie is verantwoordelijk?

Als consument kun je wat doen aan klimaatverandering, je kunt ‘stemmen met je portemonnee’. Elke aankoop wordt een morele keuze. Er ontstaat een schaamtecultus: vleesschaamte, vliegschaamte. Natuurlijk blijft de burger-consument in de drie-eenheid overheid-bedrijfsleven-burger de zwakste speler. En zolang de andere twee niks doen, hebben burger-acties nauwelijks impact. Democratische instrumenten werken gewoon niet meer. We zijn in een alternatieve versie van de democratie terechtgekomen: de Alt-democratie.

De Alt-democratie

Er zijn door globalisering dus vier stromen: kapitaal, goederen, informatie, en mensen. De eerste drie ontwijken alle nationale wetten en invloed van de burgers. Aan de vierde is op nationaal niveau wél wat te doen: migratie. Denk niet dat nationalisme haaks staat op globalisme: de Brexit leek veroorzaakt te worden door de wens de grenzen te kunnen sluiten om migranten tegen te houden en dus de EU te verlaten. Maar globalistische Private Equity, hedgefondsen en andere financiële instellingen die de superrijken vertegenwoordigen, zagen het afschaffen van EU-regels óók wel zitten. Zij financierden de campagne van Cambridge Analytica. De reguliere banken wilden juist binnen de EU blijven. Alt-finance, inclusief de multinationale bedrijven, won.

Inmiddels merken we, zeker in de VS, dat Alt-finance en Alt-right (anti-woke) bezig zijn met het saboteren van de democratie. Ze zetten Alt-media op, met podcasts en socials. En met cultuurverandering proberen ze een ander politiek resultaat te bereiken. De Alt-democratie is een combinatie van economische onbegrensdheid en culturele begrenzing/nationalisme, tegelijkertijd is Alt-right kosmopolitisch, onderling verbonden: Trump, Putin, Orbán. Twee bakken, met elk een eigen interpretatie van optimaal welzijn, en ‘Eigen welzijn eerst’.

De Alt-democratie lijkt op een gewone democratie: leiders zijn vaak democratisch gekozen (maar vaak met verkiezingsmanipulatie). De rechtsstaat wordt uitgehold met misinformatie, rechtsspraak ondergeschikt gemaakt aan geld (SLAPP en de zaak tegen Follow This zijn goede voorbeelden). Zelfs het monopolie van de staat op geweld wordt geprivatiseerd, waardoor de verantwoording erover wegvalt en het winst-gedreven wordt. De overheid wordt afhankelijk van technieken van bedrijven als Palantir en Starlink en hun bazen, die niet zijn gekozen, en niet controleerbaar zijn via het parlement. Niet democratisch dus.

Kantelpunten

We kennen het fenomeen kantelpunten uit de klimaatwetenschap: een kleine verandering zorgt voor een transformatie die onomkeerbaar is, zoals het smelten van de ijskappen. Komt er ook een kantelpunt voor de democratie? Een moment dat de chaos zó groot is dat we vrijwillig onze vrijheid inleveren voor wat orde? Dat we bewust een totalitaire leider kiezen? Dat de rijksten de koers van de wereld bepalen? Dat we een ‘leegzuig-economie’ krijgen? Dat de democratie en haar instituties gebruikt worden om de democratische processen juist te vernietigen?

Democratie volgt waarden: een individuele moraal en een collectief ethos. De staat kan die niet opleggen, de markt kent ze niet. Het is het domein van ons burgers. We moeten af van het wantrouwen en de winner-takes-all mentaliteit. Maar vertrouwen is afhankelijk van een veilige, eerlijke omgeving. Die staat haaks op de waarden van de globale gemeenschap. We hebben een overheid nodig die niet als een bureaucratisch monster (alleen) haar burgers controleert, maar meer regie neemt richting het bedrijfsleven en over klimaatbeleid.

De klimaatcrisis is onderdeel van een systeemcrisis. Een crisis waarin het kantelpunt nadert …  We moeten de twee planeten weer samenbrengen, ondergeschikt maken aan het langetermijnbelang van de mensheid.

Mijn evaluatie van eigen planeet eerst

Roxane presenteert in dit boek geen oplossing, maar maakt het probleem beter zichtbaar. Het is een essay, een gedachte-experiment, wat voorbij de symptomen kijkt. Ze weeft allerlei ontwikkelingen, die individueel bekend zijn, samen tot een leerzaam betoog. Wat me bijvoorbeeld opviel: extreem-rechts verzet zich tegen ‘vreemde elementen’, zoals asielzoekers, moslims, Europa, en tegelijkertijd bemoeien ze zich met andere landen en hun politiek (Musk in Duitsland) en sluiten ze vriendschappen (Wilders, Trump, Orbán, Putin). Die overlap tussen globalisering en nationalisme was me nog niet zo opgevallen. En zo zijn er meer verbanden en tegenstellingen die worden uitgelicht. De rode draad, dat de klimaatcrisis onderdeel is van een systeemcrisis, en dat de grote bedrijven heel andere belangen hebben dan de ‘gewone man’, is natuurlijk niet nieuw. Ook de vraag: waarom doen jullie niks? is al eerder beantwoord.

Typisch aan een essay is dat het niet wetenschappelijk onderbouwd is, een gedachte-experiment, zoals Roxane het noemt. Nu is haar betoog goed te volgen, en kennen we de componenten allemaal wel uit de krant, of je het eens bent met haar interpretatie hangt natuurlijk wél af van wélke krant je leest. De voorbeelden (SLAPP, Follow This) zijn zeer actueel en de probleemanalyse heel relevant. De marmottenrace stamt uit de 70-er jaren, maar is goed genoeg beschreven om het voor je te zien.  

Tijdens het lezen kon ik het betoog goed volgen, maar ik merkte dat het zich moeilijk laat samenvatten, er zitten soms gedachtesprongen en zijpaden in. Roxane’s schrijfstijl is prachtig, scherp en visueel, mooi woordgebruik ook.

Mis je wat, als je dit essay niet leest? Nee, maar zo’n relatief dun boekje, dat alle problemen van vandaag zo netjes op een rijtje zet, is toch niet te versmaden? En dan zélf verder nadenken over de problemen, aan het zwembad in de zon, klimaatverandering letterlijk ervarend.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Eigen planeet eerst duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Eigen planeet eerst duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Recensie: De genocidefax – wat zou jij doen?

De genocidefax van Roxane van Iperen uit 2021 gaat over de genocide in Rwanda in 1994. Maar ook gaat het over collectief zwijgen. Dat je uitspreken, verbanning uit de groep betekent, je je baan verliest, het doodsbedreigingen oplevert. En dat er toch dappere klokkenluiders zijn die het zwijgen doorbreken. Roxane stelt ons de vraag: wat zou jij doen?

Roméo Dallaire is zo’n klokkenluider en over hem gaat dit essay. Hij is de commandant van de VN-troepen in Rwanda. Hij waarschuwt zijn meerderen dat er een genocide aanstaande is. Er komt geen actie. Achteraf zegt de VN: we wisten het niet. Dallaire heeft duidelijk moeite met het opvolgen van de bevelen, omzeilt de hiërarchie met de beroemde fax en getuigt later tegen zijn opdrachtgevers. En dat gaat hem niet in de koude kleren zitten. Zijn gevoelens en acties zijn gedetailleerd omschreven, het maakt dit essay heel persoonlijk.  

Het essay De genocide-fax …

… begint met een aantal aansprekende voorbeelden: het geweld tijdens de politionele acties in Indonesië, seksueel overschrijdend gedrag, de toeslagen affaire. Hierbij was steeds een grote groep mensen langdurig betrokken, mensen die zichzelf fatsoenlijk en autonoom vinden maar waarvan niemand zich aan de groepsloyaliteit ontworstelde om zich uit te spreken vóór de slachtoffers.

Wij denken dat wijzelf wél zouden optreden. Wij zouden de Joden tijdens WO2 wél hebben beschermd. Roxane noemt dat een wensgedachte, want de kans daarop is gewoon klein. Bevestiging, loyaliteit aan de groep is onze sterkste waarde, uitsluiting onze grootste angst. Roxane werkte jarenlang als juriste in het bedrijfsleven en zag van dichtbij het wegwuiven van mistanden, het meegaan in immorele praktijken. Zelfs de meest uitgesproken en zelfredzame mensen conformeren zich. Conformistische culturen komen ook voor in vooruitstrevende organisaties, zelfs bij het Apple van Steve Jobs. Niks geen ‘rebels’. Roxane verschuift haar aandacht naar staatsoppressie en overheidsgeweld. In Amerika (racistisch politiegeweld), Brazilië (dictatoriaal regime) en ja, Nederland tijdens WO2. En in elk van die omstandigheden waren er mensen die helpen onderduiken, zich uitspreken: klokkenluiders.

Rwanda tot 1993

Het fenomeen conformistische cultuur kwam ook tot uitdrukking rond de genocide in Rwanda in 1994. De zwijgcultuur en het wegkijken verlamde de VN en de internationale gemeenschap. Wat gebeurde er dan in Rwanda?

België had Rwanda in 1916 op Duitsland veroverd, en liet haar besturen door lokale ‘chiefs’. De Rwandese bevolking bestond uit 90% Hutu’s, voornamelijk akkerbewerkende boeren, en 9% Tutsi, veehouders, wat als beroep in hoger aanzien stond. De landbouwers konden veeboer worden en andersom. Men woonde naast elkaar en trouwde onderling. De 1% Twa was een pygmeeënvolk, dat meer op afstand van de Hutu’s en Tutsi leefde.

De Belgen waren van mening dat sommige rassen beter waren dan andere, en rangschikten ze op fysieke kenmerken: schedelomvang, neusvleugelbreedte, etc. Ze vonden dat de Tutsi’s het dichtst bij de Europeanen stonden, het beste ras waren. Elke Rwandees kreeg een identiteitskaart, dat vergemakkelijkte het bestuur. De gemengde samenleving werd in hokjes gestopt. De Tutsi’s kregen beter onderwijs, grotere stukken land (afgenomen van de Hutu’s) en de administratieve en overheidsbaantjes. De katholieke missionarissen echter kozen de kant van de Hutu’s en streefden naar hun emancipatie.

In 1959 kwamen de Hutu’s in opstand tegen de Belgen én de Tutsi’s: de Boerenopstand. Duizenden Tutsi’s werden vermoord en honderdduizenden vluchtten naar buurlanden. De Belgen riepen de noodtoestand uit, en in 1960 organiseerden ze verkiezingen. De Hutu’s wonnen en in 1962 werd Rwanda zelfstandig. De Belgen vertrokken, Rwanda is dan een land met groepsrivaliteit en etnische haat.

Rwanda 1993 en 1994

Fast forward naar 1993. Er is na 30 jaar burgeroorlog een vredesakkoord, en de VN-blauwhelmen van Roméo Dallaire moeten de vrede bewaren, 540 Belgische paratroopers samen met een assortiment troepen uit ontwikkelingslanden. Hij heeft maar weinig manschappen, zo’n 2500, bijna geen uitrusting, en weinig budget. Zijn niet-Belgische manschappen zijn nauwelijks getraind en ongemotiveerd. Zijn ‘bazen’ van de VN zijn slecht bereikbaar, alleen tijdens kantooruren, en ongeïnteresseerd.

Dat is vervelend, want de Hutu’s zijn niet van plan zich aan het vredesakkoord te houden. Dallaire vraagt maandenlang om versterking om de moord op de Tutsi’s te voorkomen, maar heeft geen gehoor gekregen. In april 1994 vermoordden de Hutu’s tien Belgische militairen. Daarna komt de VN wél in beweging: er worden veel manschappen en materieel ingezet. Maar alleen om de Europese bevolking te evacueren, de Tutsi’s worden niet geholpen. Op de Belgische basis zitten duizenden Tutsi vluchtelingen, Hutu milities hebben het terrein omsingeld.

De Belgische blauwhelmen moeten vertrekken, terwijl ze precies weten wat er gaat gebeuren. Alle Tutsi’s, zo’n 20.000 worden vermoord, hoe handig waren die ID-kaarten! Eind april haalt de VN 90% van de vredesmissie terug, en de Hutu’s hebben vrij spel. 800.000 Tutsi’s worden vermoord in de 3 maanden daarna.

De genocide-fax

Wat heeft dit met groepscultuur en klokkenluiders te maken? Nou, in januari 1994 is de VN hiervoor al gewaarschuwd. Op 11 januari stuurt Roméo Dallaire, de commandant van de vredesmissie, een fax van 2 pagina’s naar het hoofdkantoor in New York: de genocide fax. Naar het hoofdkantoor ja, niet naar zijn VN-baas in Rwanda. Die baas is afstandelijk en ongeïnteresseerd. Maar Dallaire heeft iets belangrijks te melden: hij heeft een informant in de Hutu-gelederen. Deze heeft hem de vorige dag van de plannen verteld, van de wapenleveringen aan Hutu-milities, van trainingen voor moord-campagnes.  De informant is overtuigd Hutu, maar de ‘uitroeiing’ gaat hem te ver.

Dallaire wil snel actie op de wapenarsenalen en bescherming voor zijn informant. Dat zal zijn lokale baas niet snel doen en dus stuurt hij de fax naar een vriend op het hoofdkantoor. Het antwoord op de fax, van het hoofd van de vredesmissies aan Dallaire’s lokale baas, is: geen VN-acties en niks geen bescherming. De informatie wordt ook niet met de VN Veiligheidsraad gedeeld. Dallaire heeft zijn meerderen niet overtuigd. In New York begrijpen ze niet wat er speelt.

Wisten ze het niet? Of wilden ze het niet weten?

En dat is ná de genocide ook het excuus van de internationale gemeenschap: we wisten het niet. Maar na onderzoek van de George Washington Universiteit in 2020 blijkt: ze wisten het wél. Niet alleen door de fax en alle berichten van Dallaire erná. Ook door rapporten van de CIA, ooggetuigenverslagen van ngo’s als Artsen Zonder Grenzen en Oxfam. Niets doen was een combinatie van groepsloyaliteit, eigenbelang en ver-van-mijn-bed. Want waarom deed de Veiligheidsraad niets?

De VS wilde geen ‘herhaling van Mogadishu’, waar in oktober 1993 Amerikaanse troepen werden gelyncht, en ze hadden ook geen financiële belangen in Rwanda. China en Rusland waren niet geïnteresseerd in Rwanda, Engeland leverde wapens aan de Hutu-regering, Frankrijk leverde militaire steun. En allemaal dachten ze dat die zogenaamde ‘etnische onlusten’ het publiek toch niet kon schelen, dus geen potentiële reputatieschade opleverde. En ook in Nederland was er nauwelijks belangstelling: Heineken, ging daar gewoon door met bierbrouwen, bier dat de milities nóg meer ophitste. Er was toch vraag naar bier?

In 1998 vindt het Rwanda-tribunaal plaats. Dallaire moet getuigen, maar mag niet over de genocide-fax en andere informatiestromen tussen Rwanda en New York praten. Hij doet het toch, en wordt in 1999 ontslagen. Hij lijdt aan PTSS en wordt alcoholist, hij kan zijn schuldgevoel niet verwerken. Bij de VN bleven de gelederen gesloten, het hoofd van de Vredesmissies was destijds Kofi Annan ….

Mijn evaluatie van De genocidefax …

Ik geef eerlijk toe, voor mij was dit ook ver-van-mijn-bed, ik kan me hier niets van herinneren. Ik vind het nuttig om ook van deze genocide meer te weten, want de geschiedenis lijkt zich steeds maar weer te herhalen. De Joden in WO2, de Tutsi’s in 1994, de Oekraïners en Palestijnen in 2025, zo anders is het allemaal niet. En ook al twijfelen we, demonstreren we, we doen te weinig. We laten wandaden onbestraft. Dit verhaal, wat feitelijk bewezen is, is daardoor nog steeds relevant.

Roxane schrijft vanuit de positie van Dallaire, en beschrijft de ellende heel levendig, te levendig soms, als het gaat om de machetes, de knuppels, de groepsverkrachtingen. Dat maakt het des te erger om te weten dat we, westerse wereld, bewust niets deden om het te voorkomen. Dé fax is aan het eind toegevoegd, en valt op door het feitelijke, onderkoelde taalgebruik.

De relatie die ze legt met alle andere misstanden in de wereld is interessant, want er is natuurlijk een rode draad. Niet alle misstanden eindigen met genocide, maar onze afstandelijkheid is gelijk. Niet ons land. Of niet ons soort mensen. Hoe ver zal onze hulp aan illegalen gaan? Hoe ver zal mijn hulp aan illegalen gaan? Of ga ik me verschuilen achter ‘de wet’ en ‘de politiek’?

(PS: ik zocht even op hoe het met Dallaire afliep: hij was senator in Canada en heeft diverse eredoctoraten. In Canada wordt hij gezien als een held.)

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De genocide-fax duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop De genocide-fax duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij, psychologie | Tags: , , , , | 2 reacties

Recensie: Klimaatgetto’s – stevig en smeuïg

Zijn we goed voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering? Als je een ‘NAPPER’ bent en denkt dat verhuizen naar een gebied boven NAP voldoende is, ben je naïef of gewoon slecht op de hoogte. Welke andere risico’s er zijn rondom ‘wonen’ doet journaliste Christel Don ons stevig en smeuïg uit de doeken in haar boek Klimaatgetto’s uit 2025. Door een verhoogd risico op wateroverlast, brand en andere ellende, zullen de huizenprijzen in bepaalde regio’s dalen en de kosten stijgen. Wist je dat er al 900 ‘klimaatkwetsbare’ wijken in Nederland zijn? Woon jij in eentje?

De banken en verzekeraars zijn al een tijdje bezig met het inschatten van de invloed van klimaatrisico’s op de huizen en de huizenprijzen. Maar wij, burgers, hebben er een blinde vlek voor. Ook is er nog steeds te weinig onderzoek naar gedaan. Toch zijn er al legio voorbeelden van klimaatschade die onverzekerd bleek of onverzekerbaar is. En het zullen de armeren zijn die niet kunnen verhuizen, niet kunnen verbouwen, en gevangen zullen zitten in klimaatgetto’s. Maar het raakt ook ‘de rest’ van ons. De onderbouwing van Christel’s waarschuwingen is stevig, en de ‘slachtofferverhalen’ zijn smeuïg en overtuigend.

Het maatschappelijke boek Klimaatgetto’s …

… is een actiegids die ons meer bewust moet maken van de klimaatrisico’s door enerzijds kennis en data beter toegankelijk te maken, en anderzijds handelingsperspectief te geven door lessen te trekken uit bekende kleine en grote rampen. Christel gebruikt de ervaringen van klimaatslachtoffers én de kennis van experts om concreet te maken hoe die klimaatrisico’s ons allemáál kunnen raken. Met financiële experts vertaalt ze de risico’s naar onze portemonnee. Het boek sluit af met de acties om ‘voorbereid, veerkrachtig en weerbaar’ te zijn, waar je direct mee aan de slag kunt.

Wateroverlast

De eerste ramp die Christel ons voorschotelt is Valkenburg, 2021. Op 13 juli, een mooie, droge, zomerdag, begon het daar te stortregenen: code oranje. De volgende dag gaf de KNMI code rood. De rivier de Geul trad buiten haar oevers, een waterbom bleef hangen, 2300 huizen raakten beschadigd, net over de grens verdronken 200 mensen. Een kolkende rivier van 2 meter hoog sleurde alles mee: geliefde bezittingen, het wachtwoordenboekje, vakantiefoto’s. Voedsel werd onbereikbaar. Wie was er verantwoordelijk, of wordt in de toekomst verantwoordelijk om zulke rampen te voorkomen? En met beekverruiming en hoogwatertunnels alleen red je het niet. Burgers moeten eigen verantwoordelijkheid nemen, een noodkoffertje klaar hebben, de verzekering checken, etc. In Valkenburg duurde de afwikkeling van de schade lang en was erg bureaucratisch. Niet alles werd vergoed. Dat je het weet.

Fundering

Voor de tweede ramp neemt Christel ons mee naar Rotterdam, anno nu. Daar zijn veel huizen niet onderheid, hebben maar een ondiepe fundering. Die zakken mee met de bodem. En steeds dichter naar het grondwater toe! Het vocht trekt op, de riolering loopt over ….. en de waarde van de huizen keldert. Alsnog onderheien is vreselijk duur, en moet met alle buren tegelijk, huurders én eigenaren, té complex dus.  De klimaatverandering zorgt ervoor dat de grond steeds meer beweegt: krimpt bij droogte, zwelt op bij regen. En die beweging is slecht voor de fundering. Daarbij een tegenovergesteld probleem: lage grondwaterstanden zorgen ervoor dat houten paalfunderingen kapot gaan. Gevolg van de verzakkingen: scheve vloeren, schimmel en stank. En erger: huizen die instorten. Rotterdam heeft 30.000 niet-onderheide woningen en 120.000 woningen op houten paalfunderingen. Herstel gaat zo’n 4 miljard kosten. Tel er verduurzaming en achterstallig onderhoud bij, en je komt op 18 miljard. Dat geld is er niet.

Hitte

De derde ramp: Nijmegen, anno nu. Een prachtig nieuwbouwcomplex uit 2010 met grote ramen en een schitterend uitzicht. Maar het wordt er snel warm, té warm. De woningcorporatie geeft niet thuis, de bewoners moeten zelf folie, zonwering of een airco kopen. Dat is prijzig, maar de hittestress zal de komende jaren alleen maar toenemen.

Niet alleen zeespiegelstijging is een risico

Deze verhalen tonen aan dat klimaatrisico’s verder gaan dan zeespiegelstijging. Deze rampen, overstromingen, hittegolven, droogte, zullen frequenter voorkomen. De financiële reserves van bewoners nemen af, bij ondernemers zal het leiden tot faillissementen. Eigenaren kennen deze risico’s vaak niet, en als ze die wel kennen, investeren ze niet meer in het huis, en melden het niet bij verkoop. Jammer, want hoe langer we het op z’n beloop laten, hoe urgenter het probleem wordt en hoe hoger de schade.   

Natuurbranden

Nog niet gebeurd, maar dat lijkt een kwestie van tijd, is een grote natuurbrand in Nederland. Door de droogte wordt het risico op een echt grote brand, zoals het afbranden van de hele Utrechtse heuvelrug, steeds groter. En dan kunnen ook huizen vlam vatten, niet alleen door het vuurfront, maar ook door vliegvuur, brandende deeltjes zoals schors of bladeren. Wat nodig is om dit te voorkomen is niet alleen een beter beheer van het landschap, inclusief gecontroleerde branden, maar ook weerbaarheid van de bewoners.

Hittegolven

Hittegolven zijn ook natuurrampen, in 2003 en 2006 hadden we die, en er overleden in Nederland 1400 respectievelijk 1000 mensen door. Jaarlijks overlijden gemiddeld 250 mensen aan hittestress en het aantal hittegolven neemt toe. Onze doorzonwoningen waren leuk voor de periode 1945 tot 1980, maar daarna niet meer. De helft van Nederland woont inmiddels in een huis dat dreigt te warm te worden, naar de huidige normen. Daarbij: onze nieuwbouwnormen voor hitte zijn gebaseerd op het huidige klimaat, en houden geen rekening met de toekomstige hogere temperaturen. De hitteproblemen komen trouwens niet alleen daardoor, maar ook door steeds betere isolatie. Warmte die eenmaal binnen is raken we niet makkelijk weer kwijt! We moeten zorgen voor minder en kleinere ramen (aan de zonkant), zonwering en nachtventilatie. Een kostbare zaak, en (daarom) ook weer neergelegd bij de bewoners.

Financiële risico’s

Aan al deze risico’s hangt dus een prijskaartje. Naast preventieve kosten (zoals zonwering) en herstelkosten (funderingsherstel, al snel EUR 120.000!) gaat het dan om hogere verzekeringspremies, lagere verkoopprijzen van huizen en lagere hypotheken. Hogere energiekosten als de airco vaker aan moet. Hogere doktersrekeningen als er schimmel op de muren staat.

In Nederland valt de klimaatschade momenteel nog wel mee, hoewel er een sterk stijgende trend is, en daarom kijken we graag weg. Maar laten we eens naar de VS kijken, om een idee te krijgen wat ons mogelijk te wachten staat. In Florida verVIERvoudigen de verzekeringspremies door hogere orkaanrisico’s. Zonder verzekering krijg je geen hypotheek. Californië idem, maar daar door natuurbranden. En wist je dat de premies van mondiale herverzekeraars omhoog gaan als de frequentie stijgt van rampen érgens ter wereld? Die worden ook aan ónze verzekeraars doorberekend. En die verzekeraars in Nederland kijken natuurlijk naar mogelijke toekomstige risico’s en leggen buffers aan. De premies gaan in ieder geval omhoog, zoveel is zeker.

Het effect op de huizenprijzen is nog diffuus. Door de krappe woningmarkt stijgen de prijzen nog steeds, maar eigenaren kunnen opeens in de problemen komen door klimaatschade. Een klimaatlabel kan die ‘pijn’ spreiden over de jaren en het bewustzijn van bewoners verhogen. Er is echter nog geen consensus over de invoering van zo’n label. Klimaatrisico’s zijn regio- en buurtgebonden, en niet zozeer een individuele verantwoordelijkheid van de huizenbezitter, wat zo’n label lijkt te impliceren. Toch heeft het label nut door concrete acties aan te zwengelen: neem bijvoorbeeld een tegelvloer in een overstromingsgebied, in plaats van parket. Dát het huis in overstromingsgebied staat, daar kun je natuurlijk weinig aan doen. Moet dat dan toch in het label? Of zou dat iets zijn voor het kadaster?

Klimaatongelijkheid

En, zijn er klimaatgetto’s in Nederland? Toch wel. In Valkenburg kunnen mensen hun huis niet verkopen. In Nijmegen zou men willen verhuizen, maar hoe krijg je zomaar een andere huurwoning?  Met name mensen met lage inkomens zitten vast.  En het is een vicieuze cirkel: op kwetsbare plekken zijn de huizen goedkoper, daar wonen armere mensen, die kunnen geen preventieve of herstelkosten betalen, het huis wordt nog minder waard, zijn alleen aantrekkelijk voor mensen die nóg armer zijn, etc.  

Wat kunnen we doen?

En nu de actiekant: wat kunnen we doen? Alleen preventieve maatregelen zijn niet meer genoeg. En als je alle klimaatrisico’s op de kaart plot is er in elke gemeente wel wat. Je woont nergens meer compleet veilig. Maatregelen treffen is bovendien complex, wat voor het ene risico werkt, werkt op het andere juist averechts (denk aan het grondwater). Wat voor het ene type woningen werkt, werkt voor het andere type niet. De ene bewoner heeft geld voor maatregelen, de andere niet. Belangen staan tegenover elkaar, huizenbezitters tegenover banken, huurders tegenover corporaties. De wens om veel woningen te bouwen tegenover klimaatbestendig bouwen. En we willen de sociale ongelijkheid niet vergroten, dus is een solidaire aanpak nodig.

Naast maatregelen treffen voor adaptatie en preventie, moeten we leren leven met de pijn, pijn in de zin van materiële schade, verlies van je gevoel van veiligheid, de impact op je gezondheid, je leven. We moeten dus inzetten op zelfredzaamheid en veerkracht. Daarnaast moeten we ons realiseren dat normen en modellen niet heilig zijn; het onvoorstelbare kán gebeuren. Ook moeten we de risico’s voor onze huizen in kaart brengen: overstromingen & wateroverlast, funderingsissues, oververhitting, natuurbranden. Hiervoor maatregelen treffen én op de hoogte zijn van regionale initiatieven, projecten en subsidies. Er zijn dus acties nodig op 3 niveaus: individueel, collectief (met buren, VVE) en beleidsmatig (w.o. communicatie over subsidies verbeteren, bureaucratie verminderen).   

Mijn evaluatie van Klimaatgetto’s

Klimaatgetto’s is een mooie mix van schokkende, emotionele verhalen van slachtoffers van kleine en grote rampen, statistieken, en de inzichten van allerlei experts op bouwkundig en financieel gebied. Het effect is dat het je wakker schudt, vertrouwen wekt voor de omvang van de klimaatrisico’s en de urgentie van maatregelen door de grote mate van detail, en je ook nog eens motiveert om concrete acties op te pakken. Die acties zijn in het laatste deel gedetailleerd beschreven.

Met net een paar zeer hete dagen achter de rug, een overstroming in Texas op de voorpagina’s en de niet aflatende discussie over woningbouw kan ik niet anders zeggen dan dat dit boek bijzonder relevant is. Christel’s oproep om vooral ook inclusief te werk te gaan en het ontstaan van klimaatgetto’s te voorkomen is de slagroom op de taart. Klimaatongelijkheid bestrijden, ook in ons eigen land. Wetgeving en beleid is natuurlijk steeds in beweging, erg goed dus dat er ook een bijbehorende website is waarop Christel aanvullende informatie deelt, zodat we bijblijven.

Het boek puilt uit van de voorbeelden, niet alleen Valkenburg, Rotterdam en Nijmegen komen voorbij, maar bijzonder veel rampen én initiatieven uit de hele wereld. Dat schudt je zéker wakker, want zó ver van ons bed is dat allemaal ook weer niet. Dat die voorbeelden ook vaak bij name genoemde personen als verhalen-verteller hebben, maakt de impact alleen maar groter. Goed gedaan.

Christel’s schrijfstijl is prettig, toegankelijk. Wel viel me op dat er best wel wat herhaald wordt, wat in deel I (door de slachtoffers) aangestipt wordt, wordt in deel II (door de experts) uitgewerkt. Dat heeft voor- en nadelen, en hangt natuurlijk samen met de gekozen structuur van het boek. Op zich kan ik me er in vinden, beginnen met de rampen schudt je wakker en maakt je receptief voor het theoretische deel. Ook tussen deel II en deel III (actiegids) zit overlap.

Het boek is goed geredigeerd, en vrij sober: geen illustraties of tabellen.    

Mis je wat als je dit boek niet leest? Niet echt, het is goed voor het bewustzijn, maar alle informatie is openbaar vindbaar.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Klimaatgetto’s duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!)
  • of uit een minibieb!

Koop Klimaatgetto’s duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: De biograaf – filosofische roman

Ik heb mij voorgenomen om meer biografieën te lezen. Om me wat voor te bereiden las ik De biograaf (Kiss & Tell) van filosoof Alain de Botton uit 1995. Dit is een grappige, intelligente mix van een roman en een bespiegeling aan welke eisen een goede biografie moet voldoen. En wat zijn de bestaande conventies? Want: een biografie zou moeten leiden tot meer begrip voor de hoofdpersoon, we moeten ons in hem/haar kunnen inleven.

Het idee om deze bespiegelingen in een roman te stoppen, is briljant. Alain neemt ons mee in zijn relatie met Isabel, van wie hij alle mogelijke feitjes noteert. De gangbare, zoals familie en werk, en de niet zo gangbare, zoals wat zij met haar ‘snotjes en pulkjes doet’. En niet te vergeten haar reactie op het ononderbroken vragenstellen van Alain. Ook komen de dingen die ze samen doen uitgebreid aan bod, inderdaad als een roman. Alain is er zeker in geslaagd mij me te laten inleven in Isabel, ik vind het een leuke spontane meid! En hij laat me nadenken over welke feitjes nu wél en niet relevant zijn voor een biografie, en hoe (on)betrouwbaar een biografie kan zijn. Daar ga ik zeker wat aan hebben!

Het ‘semi-biografische’ boek De biograaf …

… is ook het verhaal van de ik-persoon, Alain, die een relatie heeft met Isabel. Van elk dingetje dat hij over haar leert, vraagt hij zich af hoe relevant het is, of daar eerder in biografieën over geschreven is. Hij schrijft dus ook over zichzelf. En dat is één van de eerste vragen die hij opwerpt: hoe interessant is het leven van de auteur van een biografie, de biograaf dus. En dat van zijn vrouw, die altijd wordt genoemd in het dankwoord. Hij maakt ook een vergelijking met de kwantummechanica:  de waarnemer neemt waar maar beïnvloedt ook het gedrag van wat wordt waargenomen. Als je een poosje door een microscoop kijkt ‘geef je de atomen zo’n onbehaaglijk gevoel dat ze dingen doen die ze anders niet zouden hebben gedaan’. Of anders gezegd: als je moeder erbij is, wordt er over sommige dingen wél gesproken en over andere juist niet, en als je de buren begluurt zullen zij hun potje vrijen op de huiskamervloer uitstellen. In hoeverre beïnvloedt de biograaf het gedrag van zijn onderwerp?  Interessante gedachte, en superleuk verwoord.

Wat is de ideale biograaf?

En dat leidt tot de volgende vraag: worden de levens waarheidsgetrouwer beschreven als er veel afstand is tussen biograaf en onderwerp? Kent een vriend of geliefde het onderwerp niet juist veel beter dan een afstandelijke biograaf ooit zou kunnen? Want voor een goede biografie moet je gefixeerd zijn op het onderwerp, iemand door en door willen kennen. Zoals een geliefde dus. Of heeft een geliefde juist teveel vooroordelen, een té roze bril op?

Zijn eetgewoonten relevant in een biografie?

Wat zijn interessante weetjes en wat niet? Wat iemand eet, en lekker vindt? Daar lees je bijna nooit over. En dat terwijl een groot deel van de tijd in ons leven opgaat aan eten (per dag 2-3 van de 16 uur, schat ik, inclusief snacks zo’n 20%) en nog meer aan nadenken over wat je gaat koken, je verheugen op dinertjes en treuren over vreetbuien. Deze vraag vloeit voort uit een ruzie tussen Alain en Isabel, omdat hij een doosje bonbons bijna heeft leeggegeten en haar ‘laat zitten met die stomme citroenparfaits’. Wat is dat, zo’n parfait, en waarom stom? En waarom vindt Isabel het onvoorstelbaar dat Alain denkt dat zij die lekker vindt? Alain gaat op weg om nieuwe bonbons te kopen, maar …. welke vindt ze dan wél lekker? Waarom zegt wát we eten en hóé we eten (boerend, onze jus opdweilend met een stuk brood) volgens de biografen niets over ons karakter, en met wie we slapen en op wie we stemmen wél? Slechts van enkele beroemdheden weten we iets culinairs: Rousseau was dol op peren, Sartre haatte schaaldieren. Dat is nogal magertjes.

Isabel echter denkt het karakter van mensen wél aan de hand van het eten te kunnen afleiden. Zij doet in de supermarkt de winkelwagentjes-test. Een tube ansjovispasta plus een fles walnootolie? Een kinderpornografie-type, ultrarechts, vóór de doodstraf. O, en mensen die tijdens het eten iets anders doen, zoals de krant lezen, tv-kijken, dat zijn ‘verloederde types’, volgens Isabel.

Horen privé-zaken wel in een biografie?

Dan de vraag: wat is té privé voor een biografie? Ik lees een gedetailleerd verslag hoe Isabel met haar snotjes omgaat. Alain vraagt of ze ze ook opeet? Nee, ‘de mijne zijn te zout’. Brrr. Zou ze die van anderen hebben geprobeerd om te vergelijken? Brr Brr. Dat vind ik te privé. Maar verhalen over de eerste kus, de eerste keer seks, aantallen bedpartners, ……

Wat zeggen uitzonderlijke verhalen over een hoofdpersoon?

Men zegt dat biografen teveel aandacht geven aan uitzonderlijke verhalen, denk aan een incidentele knokpartij. In hoeverre is dat een teken van een gewelddadig karakter? Toch is het volgens Alain relevant, omdat in een ‘normaal’ leven er waarschijnlijk zeer weinig aanleidingen zijn geweest voor gewelddadig gedrag, terwijl iemand dat misschien tóch is. Hoe kun je weten of je dapper bent, als je nooit bent toegebruld door een leeuw, midden in de jungle?

En boeken?

Wat zeggen boeken over iemands karakter? Wie heeft er niet tijdens een bezoek of op een feestje, de boekenkast van de gastvrije vreemden bekeken? En als iemand dezelfde literaire smaak heeft, mag je die nét iets liever, maar als je doorpraat over het boek zul je merken dat de ander toch een andere voorstelling heeft over de hoofdpersoon en de omgeving. Die vul je namelijk in met je eigen herinneringen: het gezicht van je neef, de kamer van je opa.

Verschillende biografieën over dezelfde persoon

Over die herinneringen schreef Alain een heel interessant stuk, waarin hij laat zien dat specifieke details en herinneringen anders worden ingekleurd als je een ander humeur hebt.  De geboorte van Isabel’s zusje Lucy is dan óf een heerlijke gebeurtenis tegen de eenzaamheid geweest, die haar leerde speelgoed te delen en verantwoordelijkheid te nemen, óf iets wat Isabel beroofde van de aandacht van haar ouders en wat leidde tot rivaliteit. Is ze nu aardiger of juist gemener geworden door Lucy’s geboorte? Je kunt dus twee verschillende biografieën schrijven…

Er is ook verschil tussen biografieën van dode en levende onderwerpen. Bij dode hoofdpersonen weet je welke bekentenissen op het sterfbed zijn gedaan, wie wat kreeg in het testament, en is het duidelijk wanneer het boek afgerond is. Anderzijds word je als biograaf waarschijnlijk beïnvloed door de manier van overlijden: van Mozart ‘was het altijd al duidelijk dat hij arm zou sterven’.  Je mist dan alle toevalligheden, en alle keuzes die onuitgesproken gemaakt zijn. Alain zegt dat één persoon in feite een opeenvolging van verschillende mensen in hetzelfde lichaam is. Denk maar aan alle verschillende beroepen die je ooit wilde worden, voor Isabel onder andere metselaar en melkboerin, om allerlei verschillende redenen. Wát je uiteindelijk geworden bent, is niet wíé je bent, dat vergeten we bij dode hoofdpersonen nog wel eens.

Is een autobiografie betrouwbaarder dan een biografie?

En dan de autobiografie. Begrijpen we onszelf beter dan onze vrienden dat doen? Nee. Onze herinneringen zijn gekleurd, en vaak ook aangepast, dus onbetrouwbaar. We interpreteren wat af! Een autobiografie zit dus vól verzinsels. Als biograaf van een levende persoon is het dus dubbel zo lastig een waarheidsgetrouwe biografie te schrijven: niet alleen de hoofdpersoon interpreteert, maar de biograaf óók!

Misschien dat de bekende questionnaires betrouwbare resultaten over iemands karakter opleveren? Onze biograaf Alain en Isabel vullen er samen een paar in. Zegt je favo kleur, vogel of bloem iets over je persoonlijkheid? Dat slaat (natuurlijk) nergens op. Handlijnkunde dan? Isabel vindt dat bijgeloof. Maar ze gelooft wél in het lot en in karma, hoewel haar gedrag er blijkbaar niet door wordt beïnvloed. Is dat relevant? Kent Alain Isabel nu beter? Jawel, maar of hij ook haar karakter beter kent …

Is dikker beter?

Tot slot wat over de steeds maar toenemende dikte van de biografieën. We weten niet goed wát we moeten weten om iemand te doorgronden, de biograaf schrijft dus maar álles op. Of is het zo dat gewoonten en zaken van gewone mensen zoals jij en ik triviaal zijn, terwijl diezelfde gewoonten van beroemdheden automatisch wél interessant zijn? (Die gedachte leeft zeker bij de schrijvers van Dagelijkse rituelen en vergelijkbare boeken). Anderzijds, deze triviale zaken weglaten en je als biograaf beperken tot enkele bijzondere trekjes leidt ertoe dat de lezer deze uitvergroot en van de hoofdpersoon een karikatuur maakt.  Oók niet goed!

Mijn evaluatie van De biograaf

Dit boek is een roman en dus fictie. Maar het maakt filosofie zó behapbaar dat het voor de helft echt wel non-fictie is, én leerzaam. Alain heeft de gave om je, al filosoferend, op een andere manier naar dingen te laten kijken die je altijd maar voor vaststaand aannam. Natuurlijk weet je dat een (auto)biografie maar een selectie van het leven van iemand weergeeft, maar ik had nooit zo over de details, over relevantie, over interpretatie nagedacht. Ik kijk nu iets anders terug op de bio’s die ik al las, en de bio’s die nog komen (in één ben ik al halverwege) lees ik met andere ogen.

Alain voert Isabel op om zijn stellingen te ‘onderzoeken’ en te ‘bewijzen’, maar verwijst ook naar biografieën van historische figuren om zijn punt te maken. Isabel is verzonnen, maar levensecht, en haar ervaringen en gevoelens zijn zeer herkenbaar. Ook na 30 jaar nog!

Het boek is geïllustreerd met tabellen (over bonbons, bedpartners etc.) en foto’s, onder andere van de grootouders van Isabel. Hoe relevant zijn die, vraag ik me af. En Alain heeft ze waarschijnlijk precies daarom opgenomen. Het maakt wel dat je inderdaad denkt de bio van een ‘echt’ persoon lezen. (Wie zijn die mensen écht, vraag ik me nu af.)

Alain’s schrijfstijl is bijzonder grappig. De passage die Isabel’s huidverzorging beschrijft is herkenbaar én hilarisch. Ze zijn al laat voor een afspraak als Isabel een pukkeltje op haar slaap ontdekt …. Ze missen de afspraak, en wat volgt is 4 pagina’s met reinigingsmelk, tonic, vochtinbrengende crème enzovoorts tot en met het borstelen van de wenkbrauwen. Mét gedetailleerde beschrijvingen van de flesjes, potjes en kleuren. En zo zijn er meer stukken, heerlijk.

Deze stukken maken ook héél duidelijk wat Alain wil zeggen met zijn beschouwingen over details en relevantie. En ook dat het hele ochtendritueel voor vrouwen niks bijzonders is, maar voor mannen superinteressant kan zijn, in 1995 althans. Een goed voorbeeld van triviaal of niet: als het een bio van, zeg, Kim Kardashian zou zijn, was dit vast héél relevant. En ook: kan een mannelijke biograaf wel de ervaringen van vrouwen volledig begrijpen? Daar heb ik óók nooit zo bij stilgestaan. Knap, als je dergelijke voorbeelden kunt geven, verzonnen of niet.

Mis je iets als je dit boek niet leest? Nee. Behalve als je een enthousiast biografieën-lezer bent.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant 0, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees De biograaf  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop De biograaf duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie, filosofie | Tags: , , | 2 reacties