Recensie: Iedereen CEO – zoals Elon Musk?

Menno Lanting gebruikt een hele aansprekende en karakteristieke structuur en schrijfstijl die garant staan voor heel informatieve en fijn leesbare boeken. Ook Iedereen CEO uit 2011 volgt dat concept: het barst uit z’n band van de beschrijvingen van bedrijven, interviews met thought leaders en belangrijke boeken om te lezen. 

De insteek van dit boek is interessant: netwerken via SocialMedia, óók met de werknemers van je eigen bedrijf. Leiderschapsexpert Jaworski stelt: hoe meer zakelijke relaties je hebt, hoe groter je netwerk, hoe meer bronnen voor informatie en oplossingen. En hoe meer bronnen, hoe meer kans op succes. Seth Godin stelt: je verenigen in netwerken geeft je de macht om je eigen leiders te kiezen. Macht is ook: hoe vaak bloggers naar je linken. Leiderschap wordt zo meer horizontaal, soms zelfs per thema bepaald.

Twitteren met de baas?

Het gebruiken van Social Media om die netwerken te vormen en te onderhouden is interessant. Binnen bedrijven zie ik wel Yammer gebruikt worden, maar zeker niet Twitter, en een CEO gebruikt deze soorten tools (nog steeds) niet om contacten met zijn/haar medewerkers te onderhouden. Behalve misschien Elon Musk, dat kan zijn. En blijkbaar Roland van Geest, directeur bij Audax. Ik ben benieuwd of dat nog steeds zo is.

Want dit prima boek is wèl uit 2011. De concepten en uitgangspunten zijn nog steeds geldig en de organisatorische voorbeelden relevant. De technische ondersteuning van het netwerken heeft zich in de tussentijd verder ontwikkeld. En door het thuiswerken a.g.v. Corona heeft de digitale interactie tussen leiding en medewerkers en medewerkers onderling een impuls gekregen.  Tijd voor Iedereen CEO versie 2022!

Ik gaf het 4*

Geplaatst in Innovatie, IT | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: De verborgen impact – heel verhelderend

Ik las De verborgen impact van Babette Porcelijn uit 2016. Wat een geweldig boek vond ik dat! Heel mooi uitgevoerd en met cijfermatige onderbouwing voor alle berekeningen en statistieken, die in mooie inzichtelijke infographics zijn weergegeven. Babette is op onderzoek gegaan naar de ‘externaliteiten’ van ons voedsel, huis, auto en allerlei andere zaken.

Want we focussen nu wel op onze energie en (fossiele) brandstof, maar we hebben eigenlijk geen idee hoeveel uitstoot en andere klimaat- (en sociale) ellende er bij de productie kwam kijken. Babette heeft van heel veel zaken de hele keten in beeld gebracht, wat een werk! Van elke soort product of activiteit (sector) zet ze eerst de gemiddelden naast elkaar, en dan licht ze twee cases uit en analyseert die grondig. Zo is bijvoorbeeld de casus van de (ingeblikte) tomatensaus een pareltje. Natuurlijk ontbreekt ook de impact van klimaatverandering niet, en geeft het boek tips wat je kunt doen in verschillende rollen: als consument, burger (politiek), activist, werknemer, werkgever of student, als vriend of familielid, als belegger.

Het maatschappelijke boek De verborgen impact …

… heeft als uitgangspunt dat als we willen veranderen, we moeten beginnen bij dat wat we willen (kopen, doen), want voorkomen is beter dan genezen. Als we dan toch iets willen, kunnen we kiezen voor het alternatief met de laagste impact. Inclusief de verborgen impact!  

Als cases komen langs: laptop en spijkerbroek (spullen), rundvlees en tomaten (eten en drinken), vliegen en autorijden (vervoer), zonnepanelen en douchen (je huis).  Elke casus wordt afgesloten met ‘Wat kan ik doen?’ met flink wat tips, op volgorde van afnemend effect. Bij rundvlees zijn dat bijvoorbeeld: word vegetariër, flexitariër, eet ander vlees (kip), eet rundvlees van dichtbij, biologisch vlees, kleinere porties.  Zo zit er voor iedereen wel een tip bij die ‘haalbaar’ is.

Mijn evaluatie van De verborgen impact

Dit is een subliem boek wat ik in 2016 zeker 5* had gegeven. Ondanks dat Babette Porcelijn bewust geen specifieke initiatieven noemt, omdat deze al snel outdated zijn, zal een groot deel van haar uitgebreide cijfermateriaal na 6 jaar verouderd zijn. Echter, haar aanpak en algemene adviezen behouden hun relevantie.  (Dat John Kerry vice-president was heeft men ook goed verborgen, ha ha. Foutje, Babette!).

Ik gaf het 4*

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Een beter milieu begint niet bij jezelf – stukgelezen

In de jaren ’90 waren er spotjes om ons aan te zetten tot energiebesparing: Een beter milieu begint bij jezelf. Niet dus, stelt Jaap Tielbeke in het uitstekende Een beter milieu begint niet bij jezelf uit 2020. Want: we zijn ruim 20 jaar verder en er is niets verbeterd aan het milieu, integendeel. En laten we nou niet doen alsof juist wij de schuldigen en de verantwoordelijken zijn. Zo makkelijk is het niet. De maatschappij moet anders ingericht worden.

Het boek Een beter milieu begint niet bij jezelf …

… trekt heel terecht de vergelijking met de Coronacrisis. Er werden/ worden vergaande maatregelen getroffen door de overheid, wat bewijst dat als de situatie maar urgent genoeg is er veel mogelijk is. De ecologische crisis is óók urgent en heeft óók behoefte aan maatregelen vanuit de overheid.

De ‘jezelf’-spotjes hadden wel enig nut: ze gaven ons handelingsperspectief, zo voelden we ons minder machteloos, we konden (als consument) in actie komen. Psychologisch prima, ecologisch minder nuttig. Tielbeke wil ons in zijn boek een ander handelingsperspectief geven: we kunnen als burger in actie komen. De barricaden op! Dat kan ook ecologisch succesvol zijn.

4 mythes ontzenuwd

Het eerste deel van het boek is gericht op het ontzenuwen van een aantal mythes. Ten eerste die van ‘de schuld van de mensheid’. We zijn met teveel en blijven ons vermenigvuldigen. En we hebben als mensheid bedacht dat kolen stoken voor een stoommachine een goed idee was, dat was onvermijdelijk in onze ontwikkeling. Onzin. Het gaat niet om over-populatie, maar om over-consumptie. En om winst.

  • Tussen 1980 en 2005 groeide de wereldbevolking, sub-Sahara Afrika was verantwoordelijk voor 19% hiervan, en voor 3% stijging van de CO2 emissie. Noord Amerika was verantwoordelijk voor 4% bevolkingsgroei en 14% meer emissie.
  • In Niger heeft een moeder gemiddeld (!) 7 kinderen, en stoot een inwoner 0,11 megaton CO2 uit. In Nederland heeft een moeder 1,7 kinderen en stoot een inwoner 174 megaton CO2 uit.
  • De stoommachine werd niet uitgevonden door ‘de mensheid’ maar door een fabriekseigenaar in Groot-Brittannië die minder menselijke arbeid wilde. (En niet omdat hij het zo zielig vond dat die arbeiders zo hard moesten zwoegen).

Gedragsverandering, boekhouders en technologie

De tweede mythe is die van de groene consument, het idee dat we met individuele gedragsverandering het tij kunnen keren. Onzin. Het gaat om bedrijven die bewust schadelijke processen instandhouden. Zelfs het duurzame Unilever doet mee, want is de grootste verbruiker van palmolie, die de jungle in Indonesië vernietigt. Daar is een structurele oplossing voor nodig.

De derde mythe gaat over het bijhouden van CO2-emissies en de emissiehandel, waarbij multinationals als Tata Steel gratis uitstootrechten kregen, en universiteiten en ziekenhuizen moeten betalen. De rapportages over emissies zijn onbetrouwbaar en de prijs van de emissierechten veel te laag om impact te hebben, stelt Tielbeke. En de focus op de ‘boekhoudkundige’ CO2-emissies lost niet alle aspecten van de ecologische crisis op. Hoge CO2 is eerder een symptoom van de crisis: een verstoorde verhouding tussen ons en de planeet.

Als laatste mythe de ‘technofix’, het vertrouwen in technische innovaties, zoals geo-engeneering, en andere oplossingen, zoals nóg meer koeien per m2 houden. In het verleden hebben we óók allerlei technischer innovaties gehad, zoals zuiniger auto’s, die toch niet het gewenste resultaat opleverden: we gingen gewoon meer rijden. Er worden de laatste jaren steeds meer elektrische auto’s verkocht, en toch neemt het verbruik van fossiele brandstoffen toe. Hoeveel vertrouwen moet je hebben in het resultaat van toekomstige technofixes?

Wat kunnen we doen?

Nu we een beter beeld hebben van de problemen en de minder goede oplossingen, presenteert Tielbeke drie oplossingsrichtingen waar we wél wat mee kunnen en waar we als burger invloed kunnen hebben: in de rechtbank, op de barricaden en bij de politiek.

Er komen steeds meer rechtszaken: tegen de staat, tegen bedrijven, tegen bestuurders. Met goede resultaten, dat zeker. Maar zo zijn de sigarettenfabrikanten ook aangepakt, en dat heeft decennia geduurd. Zoveel tijd hebben we niet! De rechtszaak van Urgenda duurde 6 jaar! Dit soort rechtszaken zal waarschijnlijk zorgen voor bewustwording, maar er is meer nodig.

Activisme dan. Denk aan Greta Thunberg, maar ook aan Follow This, een activistische aandeelhouder van de fossiele bedrijven. Nu is het zo dat angst verlammend werkt, maar woede spoort aan tot actie, en voor woede is een vijand nodig. Het is dus nodig om een schuldige aan te wijzen. De lakse politici (‘How dare you’), en de vervuilende bedrijven. Activisme, zoals demonstraties, genereert media-aandacht en is al eerder het begin van systeemverandering geweest (vrouwenkiesrecht, homohuwelijk).

En dan de politiek. Er is sprak van lakse politici, maar ook van vooruitgang. De Green New Deal bijvoorbeeld, in 2018 geïnitieerd in de VS door de activistische AOC en door Europa overgenomen. Zo’n Green New Deal is een aantrekkelijk vergezicht, een soort routekaart, waar er daarvoor alleen maar kritiek was uit de activistische hoek. Nu is er wel kritiek op de ‘socialistische’ componenten, die echter nodig zijn om de lasten niet (alleen) bij de lage inkomens te leggen, die in slecht geïsoleerde huurwoningen wonen en dus een hogere elektra-rekening krijgen, die geen budget hebben voor een elektrisch auto en dus een milieutaks over hun oude diesel moeten betalen. Daar moet wat tegenover staan. Beter OV, bijvoorbeeld. Gratis isolatie. Het hele systeem van ‘uitbuiting’, zowel van mensen als van de natuur, moet op de schop.

Individuele acties

Individuen kunnen toch wél het verschil maken, kunnen impactvolle acties ondernemen. Greta had kunnen stoppen met vliegen en verder gewoon naar school kunnen gaan. Roger Cox (de jurist van Urgenda) had vegetariër kunnen worden en verder niks. AOC had zonnepanelen op haar dak kunnen leggen, maar uit de politiek kunnen blijven. Dan was er veel minder vooruitgang geboekt. Je kunt dus wél het verschil maken, als je verder gaat dan stoppen met vliegen, vegetariër worden en zonnepanelen op je dak leggen.

Evaluatie

Dit is een met passie geschreven boek wat bovendien heel fijn leest. Tielbeke zwaait niet met het vingertje van de dominees en refereert regelmatig naar zijn eigen halfslachtigheid. Mooi als je je zo kwetsbaar kunt opstellen, het maakt het herkenbaar voor de lezers.

De problemen van klimaatverandering worden goed geduid, met veel verwijzingen naar boeken voor verdieping (waaronder De onbewoonbare aarde en Brand, die ik ken en van harte aanbeveel), maar presenteert geen nieuwe inzichten. Dat mag je ook niet verwachten, de IPCC-rapporten zijn de basis. Het is een goed overzicht voor mensen die nog niet helemaal ingelezen zijn over klimaatverandering. Prettig is dat veel voorbeelden over de Nederlandse situatie gaan, hier heb ik zeker wat van opgestoken.

De insteek voor de ‘oplossing’ is goed gevonden: je hoeft je niet schuldig te voelen, maar je moet wél wat doen, en zeker wat meer dan de spotjes van vroeger voorstelden.

Minpuntje: het boek is na één keer al ‘stukgelezen’.

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt dit boek kopen o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Dit kan niet waar zijn – uitstekend

Ik ben mijn boekenkast aan het opruimen en houd alleen de boeken die ik nog (een keer) wil lezen. Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk las ik net na de publicatie in 2015, en voordat het wegging, las ik het nóg een keer. En ik vond het nog nét zo goed! Sterker nog, na 7 jaar is het misschien nóg schokkender, omdat de cultuur en de praktijken die Luyendijk blootlegt alleen maar wijdverbreider schijnen te worden.

De centrale vraag in dit boek: hoe kunnen de bankiers met zichzelf leven, na de financiële crisis waar zij de schuld van waren? Het korte antwoord: ze voelen zich niet schuldig. Ze waren niet verantwoordelijk, het lag aan het systeem, aan een paar rotte appels, of juist: iedereen doet het (zeiden de bankiers). Of ze voelden zich wel verantwoordelijk, maar zaten klem in hun baan, hun gouden kooi, hadden geen invloed, ontslag hing boven hun hoofd (zeiden de tweedelijns functionarissen). En er is vrijwel niets veranderd, dus zo’n crisis kan zomaar nóg een keer gebeuren.

Het maatschappelijke boek Dit kan niet waar zijn …

is gebaseerd op een blog. Luyendijk schreef namelijk net na de crisis voor The Guardian een blog waarop hij interviews met bankiers en andere functionarissen uit de City publiceerde, en waarop van alle kanten werd gereageerd. Op basis van dat blog, en de extra, niet gepubliceerde interviews, totaal 200 (!), schreef hij dit boek, en voegde er zelf zijn conclusies aan toe. Van de financiële sector hoeven we geen verbetering te verwachten, de cultuur is onveranderd. Het is aan de politiek, en dus aan ons, die de politici kiezen, om te zorgen voor verandering, zo stelt hij.

Zijn uitstekende boek, met de schokkende interviews én externe documentatie, onderbouwt die visie. Luyendijk heeft bereikt wat hij wilde: brede bekendheid van de feiten, van de cultuur in de sector, en van de kans dat dit nog een keer gebeurt. Maar heeft dit uiteindelijk tot veel verandering geleid?

Ik gaf het (weer) 5*

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: The New Climate War – een media-oorlog

Er is geen discussie meer of er wel klimaatverandering is. Zelfs de fossiele industrie geeft dit inmiddels toe. Die oorlog is voorbij. Maar er is wel een nieuwe oorlog: over wat we eraan moeten doen, en óf dat nog wel zinvol is, zo stelt The New Climate War van Michael E. Mann uit 2021.

Die ‘nieuwe’ klimaatoorlog wordt wéér gevoerd met de fossiele industrie (de ‘inactivisten’), maar ook tussen de klimaatactivisten onderling. En zolang die nieuwe oorlog gevoerd wordt, gebeurt er te weinig en blijft de CO2 uitstoot te hoog. Dit prima boek laat zien hoe die oorlog wordt gevoerd en wat we daaraan kunnen doen. Ik las heel wat eye-openers!

Het managementboek The New Climate War ….

… onderscheidt een aantal technieken die de fossiele industrie gebruikt om actie tegen fossiele brandstoffen te bemoeilijken. Dat zijn denial, downplay, deflect, divide, delay, doom (het is een Engelstalig boek en nog niet in het Nederlands vertaald).

Ontkennen en bagatelliseren

Denial en downplay, ontkennen en bagatelliseren spreekt voor zich, Mann stelt dat dit steeds moeilijker wordt omdat de bewijzen voor (de enorme impact van) klimaatverandering zich opstapelen.

Afbuigen

Deflect, afbuigen, wil zeggen de oorzaak bij iets of iemand anders leggen. Zoals men in de VS stelt dat de oorzaak van schietpartijen op scholen niet de makkelijke verkrijgbaarheid van schiettuig is, maar de geestelijke problemen van de schutters. De bank vliegt niet in de fik door die brandende sigaret, maar door het brandbare materiaal van de bank. En de CO2-emissie komt niet door de producenten, maar door de gebruikers, die erom blijven vragen. Het is de schuld van de consument.

Dit gaat gepaard met mediacampagnes die deze visie versterken, die ons aanzetten een andere levensstijl te kiezen, en die klimaatwetenschappers als hypocriet uitmaken en zo minder geloofwaardig maken als ze niet a la Greta met de (recyclebare) boot naar conferenties gaan.

Verdeel en heers

Divide, verdelen, is een bekende techniek: verdeel en heers. Er wordt met behulp van de media een kloof gecreëerd tussen de verschillende soorten klimaatactivisten, die verschillende soorten oplossingen voorstaan. Neem bijvoorbeeld de handel in emissierechten.  Veel klimaatactivisten zijn ertegen omdat het niet ver genoeg gaat, het geen belasting is die álle emissie duurder maakt. Maar een carbon tax heeft veel tegenstanders (onder de Republikeinen uit principe , en onder laag betaalden omdat het te duur wordt) en is dus minder makkelijk te implementeren. Het trollenleger op socmed doet flink mee aan de verdeelstrategie, betaald door de fossiele industrie. En door Rusland! Want vergeet niet dat Rusland een grote fossiele brandstofleverancier is, en op korte termijn voordeel heeft bij klimaatverandering.

Vertragen

Delay, vertragen, is makkelijk. Elke wet of oplossing krijgt kritiek, er zou naar een nog betere oplossing toegewerkt moeten worden, et cetera. Mann zelf heeft veel kritiek op de ‘technische’ oplossingen die niet de oorzaak aanpakken (het fossiele brandstof-gebruik), maar de resulterende opwarming. Hij onderbouwt het met fijne uitgebreide toelichtingen op diverse chemische processen en allerlei emissiebeperkende technieken. Zo wist ik niet dat bij het boren naar gas, altijd methaan vrijkomt, wat nog veel schadelijker is dan CO2, waardoor gas als ‘tijdelijke’ oplossing niet erg geschikt is. En ik wist ook niet zoveel van CCS, carbon capture and sequestration, en dat dit nauwelijks een goede oplossing is door beperkte schaalbaarheid. Hetzelfde geldt voor geo-engeneering, wat nog in de kinderschoenen staat, veel risico’s kent en niet terug te draaien is. Geld uitgeven aan ‘adaptation’, maatregelen die de impact verminderen (dijken bijvoorbeeld) vind hij zonde van het geld, stop dat in preventieve maatregelen!

Doemdenken

Doom of doemdenken is stellen dat we al te laat zijn, wat Mann bestrijdt. Lastiger is ‘zacht doemdenken’, waarin het gaat over onze wil om de maatregelen te nemen. ’Het lukt ons toch niet want we hebben de wilskracht niet’, is het mantra in de media. Daardoor geven we op voordat we het zelfs maar proberen, en dus is dat een selffulfilling prophesy. Mann stelt ook dat angst aanjagen, zoals in de bestseller De onbewoonbare aarde, niet effectief is, omdat het juist doemdenken, en dus inactiviteit, aanjaagt.

Optimisme

Mann is voorzichtig optimistisch over de mogelijkheden om te crisis aan te pakken. Daar heeft hij drie redenen voor:

  1. Het extreme weer, wat de dreiging aansprekender maakt.
  2. COVID, wat onze kwetsbaarheid duidelijk heeft gemaakt, en tegelijkertijd het vertrouwen in de wetenschap heeft verhoogd. Ook werd duidelijk dat de beperkte mobiliteit door COVID vrijwel niets voor de uitstoot heeft betekend. Het gaat dus minder om individueel gedrag en meer om bedrijven.
  3. Verhoogd activisme, met name vanuit de jongere generatie. Zelfs de kinderen van OPEC-VIP’s spreken hun ouders aan!

Mann vat samen wat er nodig is: én gedragsaanpassing én overheidsbeleid én technologische innovatie.

Aanvalsplan

The New Climate War geeft ook een ‘aanvalsplan’ om de oorlog te beslechten in het voordeel van de activisten. Dit is wat wij allemaal moeten doen:

  • Negeer de doemdenkers. Het doemdenken wordt aangewakkerd door de fossiele industrie, zodat ze kunnen doorgaan met business as usual. Het is echt nog niet te laat, draag dat uit.
  • Een kleine jongen zal ze hoeden. De jonge generatie is keihard bezig de planeet te redden. We moeten ze steunen en van ze leren, en onze acties op een lijn brengen met die van hun.
  • Opleiden, opleiden en nog eens opleiden. Er zijn nog veel mensen die niet weten wat en wie ze moeten geloven. Laten we ze daarmee helpen zodat ze onze kant versterken.
  • Het systeem veranderen vereist een systeemverandering. Het gaat niet lukken met alleen acties van individuen, met levensstijl verandering. Er is nieuw overheidsbeleid nodig om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken.

Evaluatie

Het boek gaat met name in op de politieke situatie in de VS, en beschrijft gedetailleerd de acties van de bedrijven en instituten daar, plus de artikelen in Amerikaanse kranten en tijdschriften. De problematiek, oplossingen en de ‘oorlogstechnieken’ zijn echter vrij universeel, dit maakt het boek bijzonder leerzaam. Ik ga echt anders naar reclame kijken!

Het is prettig geschreven, met weinig jargon en heel veel referenties naar onderzoek. Niet zo gek, Mann is een van de belangrijkste klimaatwetenschappers in de VS. Hij komt wel wat klagerig over, snapt niet dat mede-activisten hém bekritiseren. Grappig, want in dit boek doet hij niets anders met diezelfde collegae. Bill Gates bijvoorbeeld krijgt er flink van langs. Jammer, dat ondergraaft zijn boodschap.

Ik heb even gecheckt of het nieuwste IPCC-rapport, dat van februari 2022, de stellingen uit dit boek onderuithalen. Daarvan heb ik niets gelezen, alleen dat de situatie nog urgenter is. Maar: laten we niet doemdenken! Laten we de politiek beïnvloeden! Stemmen dus! Oh, wacht ….

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Ik gaf het 4 *

Koop The New Climate War bij 

Keus genoeg!

Verder lezen?

Mann refereert naar het uitstekende boek De onbewoonbare aarde (The Unhabitable Earth) van David Wallace-Wells waarvan hij vindt dat deze teveel angst aanjaagt en misschien verlamt. Ik ben het daar niet mee eens, het schudde me juist wakker! Lees mijn recensie hier.

En Bill Gates krijgt er dus van langs, omdat hij een voorstander is van technologische innovaties. Ik las Gates’ Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden, en vind dit een uitstekend boek. Gates is óók voor gedragsverandering en overheidsbeleid, maar focust zich op waar hij affiniteit mee heeft: techniek. Niks mis mee, vind ik. Hoe meer innovatie, hoe beter. Lees mijn recensie hier. 

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Onzichtbare vrouwen

Het uitstekende, prijswinnende boek Onzichtbare vrouwen van Carolina Criado Perez uit 2019 gaat over Big Data en vrouwen. Of beter: over Big Data zónder vrouwen. Over besluiten nemen op basis van data die alleen van mannen zijn. Vaak onbewust. Het levert discriminatie van vrouwen op, tot levensbedreigende situaties aan toe. Dit boek heeft me geschokt, juist omdat het tegengaan van de onderliggende bias zo lastig is.

Het maatschappelijke boek Onzichtbare vrouwen …

… gaat over de ‘genderdatakloof’. In het verleden, maar ook vandaag de dag is de man het uitgangspunt van wetenschappelijke studies. Dat is voor vrouwen soms onaangenaam (kantoortemperaturen die op mannelijke ervaringen zijn gebaseerd, rillen dus!) en soms zelfs levensbedreigend (veiligheidsgordels die met mannenmaten zijn ontworpen). Dit is vaak niet eens bewust gedaan, er is gewoon onvoldoende besef dat vrouwen anders zijn dan mannen. Vrouwen worden niet gezien, dat is misschien nog erger dan bewust genegeerd of onderdrukt worden. Vrouwen zijn onzichtbaar.

Genderdatakloof

De genderdatakloof ontstaat wanneer data van vrouwen niet wordt verzameld of, als dat wel gebeurt, deze vrouwen-data niet wordt gescheiden van de data van mannen. Dan heb je dus geen statistieken specifiek voor vrouwen in het onderzoek. Wist je dat data over gehandicapten, huidskleur, sociale klasse, bijna nooit naar sekse worden gesplitst? Hierdoor zijn er nauwelijks statistieken van gehandicapte vrouwen, gekleurde vrouwen, etc.

Big Data en Artificial Intelligence (AI) kunnen voor geweldige doorbraken zorgen. Maar: garbage in = garbage out. Stop er data in die onvolledig is, en de uitkomsten zullen verkeerd zijn. Datakloof. Maar er is nog een oorzaak: als degenen die beslissingen nemen alleen maar (gezonde, witte) mannen zijn. Zij realiseren zich niet eens dat alleen hún gezichtspunt wordt meegenomen, voor hen is dat het énige gezichtspunt. Het gevolg is onbewuste, systematische discriminatie. Toeval? Dit boek stelt van niet. Het is een bias, de ‘mens=man bias’.

Taal

Interessant is de in de inleiding opgenomen verhandeling over taal, waarbij het feit dat in het Engels ‘man’ zowel man als mens betekent, al voorspellend is. Als wij ‘hij’ lezen in een tekst, kunnen we misschien wel weten dat hij/zij wordt bedoeld, dat hij ‘generisch’ is, maar onbewust denken we: ‘mannelijk’. Dat geldt ook voor termen als dokter; dokteres bestaat, maar is niet gangbaar. Bij ‘dokter’ denken we aan een man. In het Frans en Spaans gebruiken we geslachten: le/la. Bij groepen mensen zien we in het Spaans iets bijzonder: een groep vrouwelijke onderwijzers is las profesoras, maar doe er één man bij, en het wordt los profesores. Want mannelijk is de standaard.

Het toevoegen van m/v aan een personeelsadvertentie heeft geen enkele invloed op ons vooroordeel dat bijvoorbeeld een dokter een man is, zo blijkt uit onderzoek waarbij mannen en vrouwen een tekening moesten maken van diverse mensen-woorden: user, person, designer, etc. Zelfs vrouwen kiezen dan in 80% van de gevallen voor een mannelijk poppetje (mannen nog meer). Een bias dus. De standaard is man.

Lichamelijke verschillen

Het boek puilt uit van de voorbeelden van onderzoeken, waarvan veel gaan over de lichamelijke verschillen tussen de vrouwen en mannen. Ik pikte er een paar bijzondere uit:

  • Een piano heeft een standaardwijdte, een octaaf is 18,8 cm. Vrouwenhanden zijn gemiddeld tussen de 17,8 en 20,3 cm wijd. De twaalf pianisten die tot de internationale top behoren hebben een handwijdte van minimaal 22,3. Daar waren twee vrouwen bij: met handwijdtes van 22,9 en 24,1 cm. One-size-fits-men.
  • Stemherkenning in auto’s is ontworpen op de lagere stemmen van mannen en werkt bij vrouwen vaak niet (goed). Hetzelfde geldt voor de dicteersystemen in ziekenhuizen. De databanken waarop de technologie is gebaseerd, wordt gedomineerd (70%) door mannenstemmen.
  • In het algemeen geldt dat databanken die gebruikt worden voor ontwikkelprocessen gevuld zijn met data van mannen, niet alleen geluid maar ook beeld en tekst. (Wat tekst betreft: Siri was op het moment van lancering ook op mannen gericht, het woord prostitué begreep Siri prima, aborteur niet, hartaanval wel, verkracht niet.)
  • Vrouwen zijn lichamelijk écht anders dan mannen, tot op cel-niveau aan toe. Ze hebben bijvoorbeeld van nature 3x zoveel kans om auto-immuunziekten te krijgen, waardoor ze ook sterkere afweerreacties tegen vaccins hebben. Toch maken vrouwen bij klinisch onderzoeken minder dan 50% uit. ( Ook bij de COVID-vaccins speelde dit-ESC).
  • Proefdieren zijn vaak alleen mannelijk, en als dat niet zo is, worden de resultaten niet per sekse uitgesplitst. Niet relevant? Nou, een recent onderzoek met muizen leverde voor vrouwelijke muizen exact tegenovergestelde resultaten op van een eerder onderzoek met louter mannelijke muizen!

Onbetaald werk

Een andere invalshoek is die van het feit dat de zorgtaken en ander onbetaald werk veelal op het bord van de vrouw liggen. Dat wist ik al. Maar dat levert bijzondere effecten op, die ik nog niet wist:

  • Zweden veranderde de volgorde van sneeuwschuiven. Niet eerst de rijbaan, dan de stoepen, maar andersom. Met een auto ploeg je makkelijker door de sneeuw dan met een kinderwagen, dacht men terecht. Deze verandering leverde zelfs geld op: veel minder medische kosten als gevolg van ongelukken met uitglijden. Onverwacht was dat 70% van die ongelukken vrouwen betrof, omdat vrouwen zich veel meer ‘verplaatsen’ (kinderen naar school brengen, boodschappen, zorg).
  • Lange werkdagen leiden bij vrouwen veel meer (tot 300%!) tot dodelijke ziekten dan bij mannen. ‘Zwakke geslacht’? Nee, vrouwen doen daarnaast ook nog veel meer onbetaald werk: zorgtaken. Extreem lange dagen dus.
  • Vrouwen genezen na een hartoperatie minder goed dan mannen. Hier dan ‘zwakke geslacht’? Nee. Vrouwen gaan zodra ze thuis zijn direct weer zorgen voor anderen, terwijl mannen meestal verzorgd worden.
  • Vrouwelijke academici (en veel andere beroepen) doen veel meer onbetaald werk (studenten coachen) en administratieve klusjes (aantekeningen maken, koffie halen) dan mannen, want ze worden benadeeld als ze niet ‘aardig genoeg’ zijn. Academici! (Ook opvallend: vrouwelijke academici kunnen hun artikelen beter anoniem schrijven, dan worden die vaker geaccepteerd en hoger gewaardeerd. Artikelen die duidelijk van vrouwen zijn worden sowieso 70% minder geciteerd. Als vrouw alleen je voorletter gebruiken helpt.)

Vrouwen zichtbaar maken

Wat moet er gebeuren om deze systematische discriminatie tegen te gaan? Belangrijk is de bereidheid om die vrouwen-data te verzamelen, ook al kost het geld, of je reputatie (bijvoorbeeld seksueel geweld in je overvolle bussen of metro’s, dat wil je liever niet weten, toch, gemeente?). Daarnaast de bereidheid om de data die er is, ook te gebruiken.

Interessant is dat als vrouwen bij een onderzoek betrokken zijn, de genderdatakloof aantoonbaar gedicht wordt. Vrouwelijke topfunctionarissen nemen het vrouwelijke perspectief mee bij besluitvorming, vrouwelijke onderzoekers zorgen voor genoeg vrouwen-data, afgesplitst van de mannen-data. Genoeg reden dus voor een betere participatie van vrouwen in bedrijven en overheid.

Mijn evaluatie van Onzichtbare vrouwen

Bij dit boek dacht ik op elke pagina: dat kan toch niet waar zijn? Maar dat is het wel. De hoeveelheid onderzoeken die de auteur noemt is overweldigend en de effecten van de mens=man bias zijn enorm. En hoewel er wel wat verbeterd lijkt in de afgelopen paar jaar (ik testte de vertaal-software), is er ook heel veel nog niet gefixed (ik checkte de vaccins). De conclusies blijven dus overeind.

Toch is dit geen zwaar boek. Het is grappig, vaak cynisch geschreven, met een ondertoon van irritatie. Ook is het inspirerend, omdat er ook veel voorbeelden in staan hoe het beter kan (vaak uit Scandinavië, zou dat toeval zijn?) Ik las het bijna in één adem uit.

Een aantal zaken zul je (als vrouw) al kennen, want daar wordt al vaak over geschreven. Maar discriminatie is als een ijsberg: er is nog ongelofelijk veel onder het wateroppervlak, wat je niet ziet. Een relevant boek voor vrouwen, die alle zeilen moeten bijzetten om gezien te worden.

Echter, dit boek is ook heel relevant voor het bedrijfsleven. In alle sectoren is 50% van de doelgroep vrouw. Zou je daar niet alles van willen weten? Zou je die niet net zo goed willen bedienen als die andere 50%, waarvan je wel data hebt? Vast wel. Zorg voor vrouwen op de juiste posities in je bedrijf, en je bent al een heel eind. Dóé wat met je Big vrouwen-Data en maak de wereld een stukje beter.

Gemeenten die stoepen sneeuwvrij maken, ideetje misschien?

Ik gaf het 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt dit boek kopen

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Werk heeft het gebouw verlaten – het kan wèl.

De Corona-maatregelen zijn weer versoepeld. Maar voorlopig zullen we nog niet helemaal ‘terug naar normaal’ gaan. Vervelend en fijn! Met Jitske Kramer’s uitstekende Werk heeft het gebouw verlaten uit 2020 kun je het minder vervelend en veel fijner maken!

Corona wordt endemisch, zo hoor ik. Minder ziekmakend, wel besmettelijk en voorlopig nog bij ons. Daarmee worden veel maatregelen waarschijnlijk ook semi-permanent. Thuiswerken als je besmet bent. Afstand houden. Sommige dingen vind ik vervelend, andere best fijn. Wat me het meest raakt is de onzekerheid. Niet weten of je veilig naar je oude schoonmoeder kunt, want misschien ben je toch besmet en dan …..  Maar ook qua plannen, vooruitkijken naar nieuwe, leuke dingen. Niet weten of je over een maand uit eten kunt, want misschien … Niet weten of je over een half jaar op vakantie kunt, want misschien …

Het managementboek Werk heeft het gebouw verlaten …

… gaat zeker niet alleen over het feit dat we niet meer (fulltime) op kantoor werken, zoals je uit de titel zou kunnen opmaken. Het gaat ook over de onzekerheid en de twijfel, over de cultuurshock die corona met zich meebracht. Ook gaat het over samenwerken, maar niet over Teams en Zoom, of allerlei andere technische hulpmiddelen. En het gaat over leiderschap, maar niet over telefonische beoordelingsgesprekken. En ook gaat over rituelen, zoals onboarding of afscheid nemen, wat remote en dus anders moet, maar nog net zo belangrijk is als vóór Corona.

Heel prettig is de afwisseling van antropologische theorie en de praktische invulling. Kramer heeft gebruik gemaakt van co-creatie: ze heeft tijdens het schrijven via social media om input gevraagd, en dit levert heel veel originele maar ook pragmatische voorbeelden op. Daarnaast zijn er onder het kopje ‘Ervaring uit het veld’ veel quotes opgenomen die een inkijkje geven in de emoties en problemen uit het dagelijks leven.

Bullshit Jobs en ritme

Ik ben blij met thuiswerken, ik deed het ervoor ook al zo vaak mogelijk. Maar niet iedereen is er gelukkig mee, je moet wel de ruimte en de rust hebben en niet teveel online vergaderen. Af en toe je collega’s fysiek kunnen ontmoeten. En een baan waarbij je op output kunt worden aangestuurd. En ook al heb je die, dan zal je leidinggevende moeten meebewegen met de bijbehorende flexibiliteit qua werktijden en manier van aansturen. Dat blijkt nog wel eens een knelpunt te zijn, zo lezen we in enkele ‘Ervaringen uit het veld’, eentje stelt zelfs dat nu de Bullshit Jobs komen bovendrijven.

Een interessant hoofdstuk gaat over ritme, en hoe de aanpassing van het ritme door anders werken stress kan veroorzaken. Kramer geeft aan dat routines ritme geven: als je altijd om 10 uur met de collega’s koffiedrinkt, raakt je lichaam aan dat ritme gewend en krijgt je elke dag om 10 uur trek in koffie. Ook zonder collega’s … Er is een tijd van rust en bureau opruimen, en een tijd van versnelling en klanten bedienen. Dat hele ritme ligt nu overhoop, je dagplanning is anders, zeker als je kinderen thuis hebt.

Voordelen

De nieuwe manier van werken heeft ook voordelen, en Kramer gaat hier regelmatig op in. Niet zozeer de praktische zaken (flexibele werktijden, geen reistijd) maar juist sociale dingen. Zoals je collega’s leren kennen in hun eigen huiskamer en ervaren hoe het er privé aan toegaat. Dat verbindt. Of een herverdeling van de huishoudelijke taken, als beide partners thuis werken valt het extra op wie wat (meer) doet. En meer vaders op het schoolplein.

Een heel hoofdstuk gaat over de voordelen van de onzekerheid, de twijfel. Dit geeft ruimte om vragen te stellen, om uit te zoomen en de situatie van afstand te bekijken. Om stilte toe te laten op een lange wandeling en nieuwe ingevingen te krijgen. Descartes zei: Twijfel is het begin van wijsheid. Mooi! Maar: twijfel is goed, vertwijfeling niet! Bij twijfel: actie ondernemen, probeer wat!

Mijn evaluatie: Hoopvol en gevarieerd

Dit is een uitstekend geschreven boek in de losse stijl die Kramer eigen is. Het is ook een hoopvol boek, met veel context uit de antropologie over hoe met deze ‘tussentijd’ om te gaan. Kramer denkt niet in beperkingen, heeft dan ook een bloedhekel aan het toekomstbeeld van een ‘sociale condoom’ (mondkapjes, afstand, contacten beperken) en hoopt op oplossingen als schonere lucht, gezonde levensstijl en beperking van het gesleep met dieren.

Het boek heeft een aantal QR-codes die je toegang geven tot korte filmpjes. Regelmatig komt er een gedicht voorbij, van Jitske zelf, of van anderen, zoals Merel Morre met een toepasselijke aanmoediging (houd oog voor elkaar) en een geweldige vondst van Judith Nieken over de besmettelijkheid van het negeren van regels.

Daarbij is het, ik zei het eerder, heel gevarieerd. Het heeft interessante antropologische theorie, fijne concrete voorbeelden, veel ervaringen van derden, poëzie. Nog steeds actueel (helaas) en doordat ze wegblijft van technologische tooltjes ook blijvend relevant.

Het kan wél!

En waarom las ik het nu pas, vraag je je zeker af? Verschenen in november 2020, dat is > een jaar geleden! Eerlijk gezegd was ik bevooroordeeld. Weer een boek over remote werken, daar waren er al zoveel van, dit boek kon me vast niet verrassen. En met een noodvaart geschreven (10 dagen!) en uitgegeven (6 weken!). Dat kon niet goed zijn. Dus niet gekocht, maar onlangs in een minibieb aangetroffen en toch maar meegenomen. Het bestverkocht boek van 2021 immers…. En wat heb ik me vergist! Het kan wél. Dat is trouwens ook de boodschap van dit boek. Anders, maar nog steeds goed samenwerken. Het kan wél.

Ik gaf het 4 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Patronen – wéér een uitstekend boek!

Danielle Braun schreef met Patronen uit 2021 weer een uitstekend boek over veranderen in organisaties met behulp van de antropologie. Dit keer zoomt ze in op het herkennen en veranderen van patronen: gedrag wat je op meerdere manieren en niveaus in een organisatie tegenkomt. Een feest der herkenning qua voorbeelden en met voor mij veel eye-openers qua onderzoeks-aanpak. En ook dit boek is weer prachtig uitgevoerd, dat is Danielle’s patroon. 

Het managementboek Patronen …

… gaat voornamelijk over het onderzoeken van patronen, in mindere mate over de patronen zelf. Door de vele voorbeelden uit het dagelijks leven en uit Danielle’s praktijk krijg je echter wel een heel goed beeld van de soorten patronen. Wat het onderzoeksproces betreft, heb ik veel nieuws geleerd: waarom je niet schriftelijk moet rapporteren bijvoorbeeld, waarom je terugkoppeling heel goed in de vorm van een event kan, waarom je na je onderzoek niet per definitie ook de implementatie-coach moet zijn. Counter-intuïtief soms, maar goed beredeneerd.

Patronen onderzoeken

Het boek begint met een aantal willekeurige patronen als opwarmertjes: het kastenstelsel in Nepal (verboden, maar nog overal te vinden), de gang van zaken bij een farmaceut (met ongezonde bitterballen), de Nederlandse aanpak van de Coronacrisis (polderen!), en nog een paar. Zeer herkenbaar!

Daarna volgt een kort theoretisch hoofdstuk over wat patronen zijn, waarna de onderzoeks-aanpak volgt: patronen herkennen, patronen vastleggen en duiden, patronen communiceren, patronen veranderen, (nieuwe) patronen bestendigen. Het onderzoeksperspectief kan etic of emic zijn. Etic kijkt van buitenaf: je bent observator. Emic kijkt van binnenuit: je bent participant. Een goed onderzoek bestaat uit een continue, goed doordachte wisseling van de twee perspectieven, zo wordt uitgelegd.

Het boek eindigt met veelvoorkomende types patronen, zoals Braun die in haar adviespraktijk heeft meegemaakt. Als organisatievorm, maar ook in de vorm van dilemma’s en bepaalde thema’s.

Onderzoeksinstrument

Bijzonder boeiend vond ik het onderdeel over zintuigelijke waarneming. Bij een ‘emic’ onderzoek doe je mee met je onderzoeksobject, je gaat bijvoorbeeld mee op apenjacht. Wow, eng! Het is in de antropologie gelukkig toegestaan om emoties te hebben en die te gebruiken in het onderzoek. Zintuigelijke waarneming is een ambacht, waarbij jijzelf het onderzoeksinstrument bent. Hoe zorg je voor een goede kwaliteit van dat instrument? Zelfkennis, je eigen vooroordelen en patronen kennen. Hoe calibreer je? Collegiale toetsing.

Het is belangrijk om neutraal te blijven, Braun noemt dat ‘meervoudig partijdig’. Om je om beurten te verbinden met verschillende perspectieven (bestuurskamer èn werkvloer, mannen èn vrouwen) zonder je in een bepaalde hoek te laten drukken: je ‘bent van iedereen’. Een prachtig, bijna ontroerend voorbeeld is het dorpje in Ethiopië, waarbij argumenten vóór en tegen besnijdenis gevonden kunnen worden bij respectievelijk emic en etic onderzoek.

Mijn evaluatie van Patronen

Ik heb genoten en geleerd van dit boek. Inhoudelijk sterk en ook prima uitgevoerd. Braun kan fijn genuanceerd schrijven, ze neemt nooit stelling tegen een andere onderzoeks- of verandermethodiek maar zet de verschillen naast elkaar. Een mooi voorbeeld hiervan is de vergelijking die ze maakt tussen antropologie en systemisch denken.

De voorbeelden die worden gebruikt zijn heel goed en herkenbaar. Vaak ook met humor, zoals een arrestante die Danielle even moet ‘bewaken’ tijdens haar participatieve observatie bij de politie. De dame gaat ervandoor, Danielle erachteraan. Iets te ver doorgeschoten in mijn participatie, zegt ze hierover. Ook zijn veel van de voorbeelden heel actueel, met een grote dosis Corona.

Binnen de hoofdstukken staan veel verwijzingen naar onderliggende literatuur en ook is er een bijzonder uitgebreide leeslijst opgenomen. Daarnaast maakt Braun duidelijk dat haar uitgebreide ervaring input is geweest voor haar adviezen voor het onderzoeks- en veranderproces.

Prachtig uitgevoerd

Net als de eerdere boeken die ik van Danielle las, De Corporate Tribe en Tribaal Kantoorgedoe, is Patronen weer prachtig uitgevoerd. Met schitterende foto’s van … patronen, maar ook schema’s en plaatjes, en met gebruik van mooie steunkleuren. Het is goed geredigeerd (dat vind ik belangrijk, foutjes leiden me af) met slechts hier en daar een onbedoelde herhaling. Per paragraaf is er een fijne korte samenvatting.

Ik was even bang dat er veel overlap zou zitten tussen Patronen en Danielle’s andere boeken die ik eerder las, maar die angst was onterecht. Natuurlijk wordt af en toe teruggegrepen op De Corporate Tribe maar het is zo sporadisch dat het zeker niet storend is. Ik merkte dat ik opnieuw onder de indruk raakte van het voorbeeld van de slachterij, dus die overlap is goed ingezet!

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Ik gaf het 4 1/2 *

Je kunt dit boek kopen o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Een vlecht van heilig gras – wetenschap en Indiaanse wijsheid

Wat een prachtig boek! Auteur Robin Wall Kimmerer is gepromoveerd botanica èn Potawatomi, Native American. In Een vlecht van heilig gras uit 2022 (ik las het origineel, Braiding Sweetgrass, uit 2013) mixt zij wetenschappelijke informatie over planten met Indiaanse wijsheid in heel persoonlijke verhalen. Voor èchte duurzaamheid moeten we ons weer verbinden met de natuur. Dit boek inspireert daartoe.

De verhalen in Een vlecht van heilig gras …

… gaan over een groot aantal planten, maar ook dieren en zelfs de regen speelt een rol. En natuurlijk Robin zelf, want alle verhalen zijn heel persoonlijk, beschrijven in poëtische taal hoe zij de natuur ervaart. Het boek geeft voor een aantal planten heel gedetailleerd weer wat zij betekenen voor de natuur en hoe het in de Indiaanse tradities werd gebruikt, in een hele mooie mix van wetenschap en eeuwenoude inheemse wijsheid. Zijdelings komt de verdrijving van de Indianen uit hun leefgebieden en het bedrog met verdragen aan de orde, en ook de enorme schade die fabrieken toebrachten aan die leefgebieden, zoals Onondaga Lake bij Syracuse, NY, ooit het meest vervuilde meer in de VS.

Wetenschap en inheemse wijsheid

Ik werd in het bijzonder getroffen door de verhalen over

  • Sweetgrass, in het Nederlands Veenreukgras, wat een grote rol speelt in de Indiaanse cultuur. Het was de eerste plant die op de aarde groeide, meegebracht door Skywoman, volgens de mythe over het ontstaan van de aarde op de rug van een schildpad.  Het wordt traditioneel voor van alles gebruikt! Robin beschrijft dit gras ook vanuit de plantkunde heel gedetailleerd.
  • Animacy, een bijna onvertaalbare term over hoe ‘levend’ dingen zijn. Taalkundig zie je hoe Indianen de natuur ervaren. Als wij, westerlingen, het over dingen, planten, dieren, hebben, gebruiken we ‘het’, waarmee we afstand scheppen. We zeggen ‘wat’, niet ‘wie’. Een zelfstandig naamwoord is ‘dood’, denk aan ‘baai’. In het Potawatomi zijn de ‘natuurlijke’ zaken een subject, gefabriceerde zaken een object. Het woord voor ‘baai’  is letterlijk ‘een baai zijn’, dus levend. Het water had ook iets anders kunnen kiezen, een rivier zijn, of een zee.
  • Het woord ‘alsjeblieft’ (mag ik het zout, alsjeblieft), in hetzelfde hoofdstuk. Alsjeblieft bestaat niet in het Potawatomi. Zijn Indianen dan zo onbeschoft? Nee, alles is bedoeld om gedeeld te worden, dus ergens beleefd om vragen is niet nodig. Dankjewel, kennen ze wèl. En de natuur wordt voortdurend bedankt voor haar giften.
  • Nieuw-Engelse Aster en Canadese Guldenroede, en waarom je die altijd bij elkaar ziet. Dat heeft te maken met de receptoren in onze ogen, en in die van bijen, en is super voor de voortplanting van die planten.
  • Korstmossen, een symbiose tussen algen en schimmels, waarbij de één suikers maakt via fotosynthese en de ander voedingstoffen en bescherming tegen uitdroging biedt.
  • Regen, hoe het klinkt en waarom regendruppels op de ene plant groter zijn dan die op een andere plant.
  • Wat klimaatverandering, monocultuur, vervuiling èn onze overconsumptie doet met de natuur, en Robin’s oproep om de natuur als ‘commons’ te behandelen: voor iedereen te gebruiken en aan iedereen om voor te zorgen.

Mijn evaluatie van Een vlecht van heilig gras

Het hele boek ontroert, en laat je er naar verlangen de natuur zó te zien als Robin die ziet. Zo in detail, met zoveel begrip van de samenhang (de mais, bonen en pompoen, ook weer zo’n prachtig verhaal) en met zoveel gevoel van dankbaarheid voor wat we gratis en voor niets krijgen (in je eigen moestuintje, niet bij de Appie natuurlijk).

Daarnaast leverde het voor mij diep respect op voor de manier waarop de Indianen leefden, en ook nu nog proberen te leven. Die manier is hoe wij met de natuur moeten omgaan. Het herstellen van bossen, het minder consumeren alleen is niet genoeg, we moeten ons echt op een andere manier met de natuur verhouden.

Als je een passie hebt voor duurzaamheid is dit meeslepende boek een MustRead. En als je die passie nog niet hebt, dan geeft dit boek die wel! Robin twijfelde in haar jeugd of ze botanica of dichteres wilde worden. Ze koos voor de wetenschap, maar haar kwaliteit als dichteres komt in dit boek uitdrukkelijk naar voren, zo prachtig beeldend zijn de verhalen geschreven.

Zelfs als op-het-weer-mopperende-Nederlander kijk je nooit meer hetzelfde naar regen.

Ik gaf het 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt Een vlecht van heilig gras of Braiding Sweetgrass kopen o.a. bij …

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 2 reacties

Recensie: Deep Democracy – veel eye openers

Een besluit nemen waar de meerderheid het mee eens is, heeft één groot probleem: de minderheid zegt misschien uiteindelijk wel ‘ja’, maar doet ‘nee’. In Deep Democracy van Jitske Kramer uit 2014 lezen we over de methode Deep democracy waarmee je de wijsheid van de minderheid meeneemt in je besluitvorming en zo de weerstand vermindert. Ik vond dit boek zo goed dat ik er ook een Samenvatting van schreef. 

Het managementboek Deep Democracy …

… legt stap voor stap de Zuid-Afrikaanse methode Deep democracy (DD), ontwikkeld door het echtpaar Lewis, uit.  Zij ontwikkelden de DD-methode, toen zij rond 1990 – na het afschaffen van de apartheid – de opdracht kregen om het elektriciteitsbedrijf Eskom naar een niet-raciale organisatie om te vormen. Een hele klus, want er was alom verwarring: mensen die eerst macht hadden, waren deze kwijt, en mensen die nooit inspraak hadden gehad, hadden dat nu opeens wel. Besluitvormingsprocessen moesten worden herzien, en managers moesten leren omgaan met nieuwe tegenstellingen en spanningen in hun teams.

In de DD-methode worden tegenstellingen en spanningen niet weggepoetst, maar juist gebruikt. Een afwijkende mening heeft wijsheid die een meerderheidsstandpunt kan verrijken, of een oplossing verbetert. Weerstand is een teken dat die afwijkende stem nog niet is gehoord.

5 stappen

De methode gaat uit van 5 stappen in het besluitvormingsproces, wat voor het beste resultaat gefaciliteerd wordt door een neutrale begeleider. Dit is de (verkorte) aanpak:

Stap 1: verzamel alle invalshoeken. Het is belangrijk dat alle invalshoeken worden genoemd en dus dat naast de dominante groep ook de wat stillere mensen aan het woord komen. Je gaat niet in de verdediging als je afwijkende meningen hoort, en je zorgt ervoor dat de groep dat ook niet doet.

Stap 2: zoek actief naar het alternatief. Ook al liggen er goede voorstellen op tafel, neem nog geen besluit. Vraag door naar het minderheidsstandpunt. Zorg dat iedereen zich veilig genoeg voelt om wat te zeggen, een ‘afwijker’ te zijn.

Stap 3: verspreid het alternatief. Maak duidelijk dat je begrijpt dat een afwijkende mening geven lastig kan zijn. Vraag aan de groep wie zich een beetje herkent in de nieuwe invalshoek: “is er iemand…”, maar vraag het niet rechtstreeks aan mensen. De ‘afwijker’ wordt zo weer met de groep verbonden, want volgen is makkelijker dan de eerste zijn en het is vrijwel zeker dat de afwijkende mening ook bij andere deelnemers leeft.

Stap 4: voeg de wijsheid van de minderheid toe. Formuleer nu neutraal de opties en stem door handopsteking. Is de stemming unaniem? Dan ben je klaar om de beslissing te implementeren. Verdeeld? Dan heb je geen meerderheidsbesluit. Ga terug naar stap 1, want niet alles is uitgesproken, of ga aan het werk met de onderstroom in stap 5. Meerderheid? Dan heb je wel een besluit, maar moet je de wijsheid van de minderheid nog toevoegen. Het besluit staat vast: de groep gaat niet opnieuw gaat discussiëren over dat besluit, het gaat nu om optimaliseren. Ga de ‘minderheid’ èn de mensen die zich van stemming hebben onthouden, één voor één langs, betuig eerlijk je spijt, en vraag wat de persoon nodig heeft om met het meerderheidsbesluit mee te gaan.

Stap 5: werken met de onderstroom. In stap 1 tot en met 4 zijn veel dingen uitgesproken en in het groepsbewuste terecht gekomen. Als er toch nog zaken onuitgesproken zijn, in de onderstroom zitten, ga je ‘vissen vangen’. Een mooie techniek die in het boek uitgebreid toegelicht wordt.

Methoden en technieken

Het boek heeft een heel scala aan oefeningen, technieken, interventies die je helpen om de DD-methode te gebruiken.  Alles heel praktisch uitgewerkt met veel voorbeelden en plaatjes. Voor mij zaten er heel wat eye-openers bij!

Ik gaf het 4 1/2*

Waar kun je dit managementboek kopen?

 Bij Bol.com

Bij je lokale boekhandel via Libris. Of lees het gratis via Kobo Plus.

Of kijk eens voor een exemplaar-met-ervaring bij Boekwinkeltjes.

Geplaatst in management | Tags: , , | Plaats een reactie