Booknotes van Ed Yong’s Een immense wereld

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: booknotes. Vaak schrijf ik te veel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus.  

Een immense wereld van Ed Yong uit 2022 staat bol van de interessante weetjes over de zintuigen van dieren en hoe zij hun omgeving, onze aarde, beleven. Een omgeving die wij ingrijpend aan het veranderen zijn. En waarover we nog zoveel te leren hebben.

Booknotes van Ed Yong’s Een immense wereld

H1. Lekkende zakken chemicaliën: geuren en smaken.

Het boek begint met de reuk en smaak. We lezen over hond Finn en zijn zeer geavanceerde reukorgaan. Over mieren en hun feromonen, die alles bepalen en die de mieren met hun antennes oppikken. Over olifanten en hun slurf, waarmee zij nog beter kunnen ruiken dan honden. Olifantenpoep dient als visitekaartje, olifanten weten precies welke olifant van de familie het heeft achtergelaten. Ze kunnen water ruiken, ook als dat diep ondergronds is en ‘ruiken’ het landschap, zoals wij het zien, en herinneren zich waarschijnlijk zó waar paden en waterbronnen zijn. Ze navigeren door te ruiken. Slangen ruiken met hun tong, die heeft géén smaakpapillen. Ze spuiten hun gif in hun slachtoffers en laten die dan wegvluchten, door de geur kunnen ze hun, inmiddels dode, slachtoffers weer vinden. En die gespleten tong heeft een functie: elke punt pikt geurmoleculen op, net iets na elkaar, en zo weet de slang waar die moleculen vandaan komen.

Er is verschil tussen geur en smaak. Geur werkt op afstand, smaak alleen bij contact, denk je. Maar het ligt wat ingewikkelder. Geurmoleculen worden door geurreceptoren eerst opgelost in vloeistof, voordat ze worden waargenomen. Ook pas bij ‘contact’ dus. Een beter onderscheid is dat smaak reflexief is, en aangeboren. We deinzen als baby terug voor bittere stoffen, en moeten echt leren om bier en koffie lekker te vinden. Geuren hebben geen betekenis, totdat je leert ze te associëren met ervaringen. Baby’s walgen niet van een poeplucht, dat leren ze als ze ouder worden. Geur- en smaaktriggers gaan dan ook naar verschillende delen van de hersenen: geur naar de voorhersenen, die leren; smaak naar de achterhersenen, waar de basisfuncties zitten.

Smaak wordt alleen gebruikt voor voedselselectie. De receptoren kunnen overal zitten: op de tong, op de voeten (bij muggen en vliegen) of zelfs op de héle huid (meerval). Smaak- en geurreceptoren zijn chemische zintuigen: ze detecteren moleculen.

H2. Eindeloze manieren van zien: licht.

Dan het gezichtsvermogen. Wist je dat springspinnen maar liefst 4 paar ogen hebben? Het centrale paar ziet patronen, vormen, kleuren. De secundaire paren zien beweging. Apart! Maar er zijn veel overeenkomsten tussen de diverse soorten ogen van alle dieren. Ze hebben allemaal foto-receptoren, die opsines, een soort eiwit, bevatten. Die opsine werkt samen met een partnermolecuul: het chromofoor. Dat chromofoor absorbeert energie van een foton, en verandert van vorm. Dan moet de opsine-partner zich aanpassen, en dat zet weer een chemische kettingreactie in gang die eindigt met een elektrisch signaal naar een neuron. Ook al is het proces voor alle dieren hetzelfde, de ogen zijn steeds anders afhankelijk van de eigenschappen van het licht waar het dier op focust.

Ons gezichtsvermogen is heel goed, we zien heel scherp, zoals alle primaten. Handig (toen) om insecten te vangen én (nu) om subtiele gezichtsuitdrukkingen te kunnen zien. Voor onze behoeften precies goed. Maar we zien geen bal in het donker. Leeuwen en hyena’s zien niet zo scherp als wij, maar wel veel beter bij minder licht, handig, want ze jagen bij dageraad en schemering. Alleen roofvogels zien scherper dan wij. Overdag dan. Iets anders: St. Jacobsschelpen hebben tientallen hoog-resolutie ogen, op beweeglijke tentakeltjes, langs de binnenrand van de schelp. Niemand weet waarom, en een mossel of oester heeft ze niet. De slangster heeft ook fotoreceptoren, maar geen ogen. Die duizenden receptoren zitten op zijn armen, het heeft geen hersenen om de input te verzamelen en er een ‘beeld’ van te maken. Wat moet het er dan mee? We hebben geen idee. We weten wél waarom de ogen van een rendier goudgeel zijn in de zomer en blauw in de winter.

H3. Rurper, grurper, yurper: kleur.

Het derde hoofdstuk gaat over kleur, en begint met een uiteenzetting van de techniek van kleuren zien, met soorten kegeltjes. Dieren hebben vaak 1 of 2 soorten: mono- of dichromie. Wij hebben 3 soorten, voor rood, groen en blauw. Dat was evolutionair gezien genoeg om het rode fruit tussen de groenen bladeren te spotten. Het verschil van één extra kegeltje is enorm groot. Een dichromaat ziet maar 1% van de kleuren die wij zien! Vogels, zoals kolibries, hebben 4 soorten, die drie van ons, plus ultraviolet. Dat UV moet je zien als een soort andere dimensie, een vogel kan honderden miljoenen kleuren onderscheiden. Goudvissen en ooit de dinosauriërs trouwens ook. En dan is er de bidsprinkhaankreeft, die dodeca-chromaat is, 12 kegeltjes dus, en ook nog eens de ‘circulaire polarisatie van lichtgolven’ (heel zeldzaam) kan onderscheiden. Waarom deze buitensporige complexiteit bij dit dier? Alweer: we weten het niet. De complexiteit van de ogen en kleuren zien, heeft invloed op het uiterlijk en communicatie. Primaten ontwikkelden rood zien voor het fruit, en pas daarna plekken op de huid die konden ‘blozen’ met bloed en zo een vaak seksuele boodschap konden overbrengen, denk aan de rode billen van de mandrils.

H4. Het ongewenste zintuig: pijn

Het boek gaat verder over pijn. Pijn is een waarschuwing voor gevaar, goed voor je overlevingskansen. Bij elk dier is de gevoeligheid anders, ze is afhankelijk van nociceptoren, die intense hitte of kou, zware druk, zuren, etc. detecteren. Die zijn bij verschillende dieren steeds anders ‘ingesteld’. Wat een willekeurig dier pijn doet is dus anders dan wat ons pijn doet. Eigenlijk moet je het splitsen: nociceptie is een zintuigelijk proces dat schade detecteert, pijn is het lijden dat daaruit voortvloeit. Daarom trek je je hand weg van een hete pan, nog vóórdat je pijn voelt. En zo is er fantoompijn, pijn zónder nociceptie. Maar omdat pijn een proces is waarbij de hersenen betrokken zijn, wordt het soms als ‘ingebeeld’ bestempeld. Onterecht, maar het feit dat pijn dus subjectief is, maakt de discussie over pijn bij dieren direct erg ingewikkeld.

Welke nociceptie veroorzaakt pijn, en welke niet? En hoeveel? Dit is een moreel, juridisch én economische discussie, die speelt bij het vangen, doden en eten van dieren, maar ook bij experimenteren met dieren. En helemaal als die experimenten tot doel hebben de pijnervaring van individuele dieren te onderzoeken, om het welzijn van de dieren in het algemeen te verbeteren. Onderdeel van de discussie is of kleine hersenen ook minder pijn kunnen verwerken, hoeveel neuronen zijn er minimaal nodig? En een andere discussie is of je het voelen van pijn altijd aan het gedrag kunt zien. De vraag is bijvoorbeeld of er bereidheid is om meer pijn te verdragen, als het om voortplanting of voedselverzamelen gaat? De mannelijke bidsprinkhaan blijft paren met vrouwtjes die hen aan het verslinden zijn. Accepteert hij de pijn als onderdeel van zijn behoefte om zich voort te planten? En is er verschil in pijnbeleving tussen een sowieso kortlevend dier en een langlevend dier, dat van zijn fouten moet leren? Of verschil tussen sociale dieren die hulp kunnen vragen en solitaire dieren? En er zijn nog veel meer vragen waarop nog geen antwoord is.

H5. Zo cool: hitte.

Hoofdstuk 5 gaat over hitte, of temperatuur in het algemeen. Dieren hebben verschillende soorten temperatuursensoren, waaronder eiwitten die TRP-kanalen heten. Het zijn poorten die opengaan bij een bepaalde temperatuur, dan gaan er ionen naar binnen en gaan er elektrische signalen naar de hersenen. De kanalen reageren op verschillende temperaturen, maar ook op chemicaliën, bijvoorbeeld capsaïcine uit chilipepers (door het ‘warmtekanaal’ TRPV1) of menthol in munt (door het ‘koudekanaal’ TRPM8). Bij kippen reageert TRPM8 bij 29 graden, bij ratten bij 24 graden en bij kikkers bij 14 graden. TRPV1 rageert bij 45 graden voor kippen, 42 voor ratten, en 38 voor kikkers. En denk niet dat een kameel lijdt in de woestijn, zijn TRP-kanalen zijn zo afgesteld dat hij die temperaturen fijn vindt. Bijzonder is de dertienstreepgrondeekhoorn: die heeft 0 en 55! Ze gedijen dus bijna overal. Andere bijzondere beesten: de melanophila (vuurkever) is dol op bosbranden, en zoekt ze op via infraroodstraling, op wel 120 km afstand. Parasieten vinden hun favoriete slachtoffer via diens lichaamswarmte, denk aan muggen en wantsen, ze hebben daar een speciaal TRP-kanaal voor.

H6. Een grof zintuig: contact en stroming.

Ik lees in dit hoofdstuk een boeiend stuk over de kanoet, die diepbegraven mosselen kan vinden door ‘tastzin op afstand’. Hij stopt zijn snavel in het zand, duwt tegen de dunne stroompjes water tussen de zandkorrels. Zo ontstaat een drukgolfje, en als er een hard voorwerp in de weg van dat golfje zit, wordt het drukpatroon verstoord. Groeven op de snavel detecteren dat, en ontdekken zo voorwerpen. Dat snavelen doet hij meerdere keren per seconde, hij is voortdurend aan het scannen. Ook de oriputerende lamantijnen zijn boeiend… 

H7. De rimpelende grond: oppervlaktetrillingen

Dan de oppervlaktetrillingen. Kikkervisjes reageren op specifieke trillingen, ze komen als een speer uit hun ei bij het naderen van een slang, niet bij de voetstappen van een mens. Zijn ze eenmaal kikker en willen ze zelf kikkervisjes maken, dan trillen ze sterk met hun billen, in een biltrilwedstrijd. Rivalen hoeven die billen niet te zien, ze voelen de trillingen. Hoe sterker de trilling, hoe groter en gemotiveerder de kikker. Wenkkrabben slaan met hun krabben op het zand en lokken zo partners. Cicaden zingen prachtige liederen via trillingen van planten: ‘diep en melodieus’. En natuurlijk spinnen en hun web.

H8. Een en al oor: geluid.

Hoofdstuk 8 is gewijd aan geluid, en begint met het verbijsterende feitje dat de meeste insecten géén oren hebben. En als ze ze wél hebben, zitten ze op de meest onverwachte plekken, namelijk daar waar de gewenste actie ook plaatsvindt. Bij vrouwelijke cicaden, die naar de zingende mannetjes lopen, dus op hun poten. Over zingen gesproken, over vogelgezang blijkt heel wat te vertellen. Bijvoorbeeld over de volgorde van de syllaben of noten: voor zebravinken irrelevant, voor parkieten juist wel. En over de fijne structuur binnen de noten, die wij niet horen, maar die de zebravinken heel wat nuttige info geven. Ook interessant: het gezang verschilt per seizoen. Het ene seizoen is de snelheid belangrijk, het andere seizoen de toonhoogte. Het gehoor wordt hier dus ook per seizoen op afgestemd, aangedreven door oestrogeen, die de haarcellen in de oren kunnen beïnvloeden. En dat kan ook nog eens verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes.

Ook walvissen zingen, met golflengten zo lang als een voetbalveld. Hun gezang is (ook door ons) op een afstand van zeker 2400 km te horen. Met hun geluid leggen ze waarschijnlijk ‘akoestische’ kaarten van de oceanen aan. O, en ook muizen en andere knaagdieren zingen, maar met frequenties die voor ons te hoog zijn om te horen: ultrageluid. Dit is overigens wel goed te horen door veel andere zoogdieren. En om op de vogels terug te komen, de kolibri zingt zó hoog, dat hij het zelf niet kan horen. Voor wie is het dan bestemd? Insecten? Die mét oren kunnen dat horen, maar wat doen ze ermee? Ze hebben trouwens zo’n goed gehoor omdat ze zo hun vijanden kunnen horen: vleermuizen.

H9. Een stille wereld schreeuwt terug: echo’s.

En die vleermuizen komen uitgebreid aan de orde in hoofdstuk 9, wat over echolocatie gaat. Wist je dat ook dolfijnen en zelfs mensen echolocatie gebruiken? Kish, een jonge man, is al vanaf heel jong blind, en gebruikt klikken, en de echo daarvan. Zijn visuele cortex werkt nog steeds, maar is nu een echo-verwerkende cortex. Hij heeft er veel baat bij, het is dus erg jammer dat veel ouders hun blinde kinderen verbieden om ‘rare geluiden’ te maken. Dat deden die van Kish niet.

H10. Levende batterijen: elektrische velden

Hoofdstuk 10 gaat over elektrische velden. Dieren die elektriciteit opwekken zijn bijvoorbeeld de meerval en de sidderaal. En zoals er echo-locatie is, is er ook electro-locatie. Dit staat altijd aan: de dieren wachten niet op prikkels, zoals wij met onze oren, maar ze sturen zelf voortdurend prikkels uit. Een ander verschil is dat er niet op een echo gewacht wordt, zoals bij echo-locatie, maar dat het een onmiddellijk zintuig is, de input is direct. De afstand waarop dit werkt is echter klein.

Dieren kunnen ook communiceren met elektriciteit: actief, door het uitzenden van pulsen, en passief, door het alleen opvangen van pulsen. Haaien bijvoorbeeld zenden zelf niet maar hebben wel receptoren om de pulsen van prooi op te vangen, tot wel 1 nanovolt (= 1 miljardste volt). Nu wordt álle input van onze zintuigen omgezet in elektriciteit en zo naar de hersenen gestuurd, maar voor elektra-receptoren hoeft dat dus niet, hoe makkelijk en efficiënt! Geen wonder dat deze receptoren veel voorkomen, en in de evolutie steeds weer opduiken. Trouwens, ook op land: bloemen zijn negatief geladen (aarde) en groeien in positief geladen lucht, dat creëert een electrisch veld. Hommels pikken dat veld op met hun electro-receptoren: die schattige haartjes van ze.

H11. Zij weten de weg: magnetische velden

Magnetische velden zijn er ook, en daar gaat hoofdstuk 11 over. Uiltjes zijn een soort motten die het magnetische veld van de aarde gebruiken om te navigeren bij migratie. Schildpadden gebruiken het ook, ze hebben een kompas. Maar ze hebben nóg een magnetisch zintuig, wat gebruik maakt van inclinatie, de hoek waaronder de geomagnetische veldlijnen het aardoppervlakte raken (evenaar: evenwijdig, polen: haaks erop) en intensiteit, de sterkte van het veld wat óók over de hele wereld varieert. De combinatie van die twee werkt als een soort coördinaten, waarmee je een kaart van de oceaan kunt maken. En dat is precies wat schildpadden doen, dat is een aangeboren vaardigheid.

H12. Elk venster tegelijkertijd: het verenigen van de zintuigen

Niet één dier gebruikt maar één zintuig tegelijk en sluit de rest af. Nee, alle input van alle zintuigen komt tegelijkertijd binnen, compenseert elkaar, vult elkaar aan. Daarover gaat hoofdstuk 12. Er is zelfs een vorm die synthesie heet: de input wordt gecombineerd. Geluiden hebben kleuren, woorden hebben smaak. Sommige mensen hebben dit. Het is standaard bij andere wezens. Het vogelbekdier bijvoorbeeld heeft een snavel met receptoren voor elektra en andere receptoren voor aanraking. Maar in zijn hersenen ontvangen dezélfde neuronen de signalen van beide soorten receptoren. Er ontstaat dus één ‘sensatie’. Zintuigen kunnen ook convergeren: een dolfijn kan een voorwerp, wat hij eerder met echolocatie heeft gescand, visueel herkennen.

Sommige zintuigen ‘kijken’ naar binnen en informeren dieren over de toestand van hun lichaam. Er is ook proprioceptie, het bewustzijn van de stand en positie van het eigen lichaam. En er is je evenwichtsgevoel. Ook maken we onderscheid tussen zaken die wijzelf veroorzaken en die door anderen/ iets externs worden veroorzaakt. Zoals een regenworm die door de grond kruipt: de druk op zijn hoofd veroorzaakt hij zelf. Maar je kunt de regenworm ook op zijn kop drukken, dan is het extern. Het zintuig dat dit signaleert is hetzelfde, de druk is hetzelfde. Maar je moet weten waar het signaal vandaan komt, van binnen of van buiten, anders kun je je omgeving niet begrijpen. Dat probleem hebben alle wezens op dezelfde manier opgelost. Je eigen input (besluit om iets te doen) creëert een soort ‘voorspelling’ van de sensatie in het zintuig, en als de werkelijke sensatie komt weten ze of het intern (conform voorspelling) of extern is. Dit proces bestaat in de meest simpele zenuwstelsels, is al vroeg in de evolutie ontstaan.

Begrijpen hoe zintuigen van dieren werken, is niet genoeg om te begrijpen wat ze waarnemen, je moet ook de structuur van het zenuwstelsel kennen. “Om te weten hoe het is om een ander dier te zijn, moet je álles van ze weten. Van hun zintuigen, het zenuwstelsel, maar ook de rest van het lichaam, de behoeften, de omgeving, het evolutionaire verleden en ecologische heden”. En voordat zij, of wij, uitsterven.

H13. Red de stilte, behoud het duister: bedreigde sensescapes

Dat brengt Yong op zijn laatste hoofdstuk, 13, wat gaat over het behouden van de stilte en het duister. Want onze lichtvervuiling zorgt voor de desorientatie van vogels die migreren, en kost 7 miljoen vogels per jaar het leven, alleen al in de VS en Canada, door het rode licht op communicatiemasten. En dan is er de toename van het omgevingslawaai: vliegtuigen, wegen, industrie. Vogelgezang is minder goed te horen, ook voor de vogels zelf. Een partner vinden wordt veel moeilijker. Ze trekken weg. En dan is er lawaai van de scheepvaart, waardoor walvissen stoppen met zingen en orka’s stoppen met fourageren. Nachtvlinders stoppen met bestuiven door het licht, en planten dragen veel minder vrucht. Waterinsecten leggen hun eitjes op natte wegen en ramen in plaats van op het wateroppervlak.

In 2020 kwam de wereld tot stilstand door Corona. Geen vliegtuigen, cruiseschepen, auto’s die in beweging waren, mensen bleven thuis. De wereld werd donkerder en stiller … en daarna niet meer.  We kunnen actief stappen nemen, lichten dimmen of een andere kleur geven. Snelwegen herbestraten met een ander oppervlak. Minder auto’s, die ook nog eens langzamer rijden. Maar licht- en geluidsvervuiling krijgt geen aandacht, we zien het als normaal,  … en veranderingen worden dus niet afgedwongen. Sommige dieren passen zich aan. Andere soorten, met langlevende generaties, kunnen dat niet snel genoeg. Het resulteert in ieder geval in minder diversiteit, ook binnen een soort. Minder kans om hun zintuigen te begrijpen en daarmee onze wereld beter te begrijpen. Want ónze zintuigen zien niet alles, horen niet alles, voelen niet alles. En zo begrijpen we ook niet wat de gevolgen kunnen zijn van het uitsterven van soorten. En we missen de kans om te leren hoe we vernietiging van de natuur kunnen omkeren, wat er nodig is om dieren terug te lokken.

Tot slot: het gaat niet alleen om het beschermen van ‘de wildernis’, uitgestrekte landschappen, diepe kloven, indrukwekkende bergtoppen. Het gaat ook om de moerassen, graslanden, waar vrijwel geen nationale parken voor zijn. En om de omgeving die de dieren ervaren, ook al ervaren wij die niet of anders. “De wildernis van waarneming, van een achtertuin, waar bijen de elektrische velden van een bloem meten …”.

Mijn mening?

Wat ik van dit boek vond, lees je in mijn recensie (publicatie 14 oktober). 

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in natuur | Tags: , , | 3 reacties

Elly d’r Suggesty: leestips van Q3 2024.

In mijn Substack nieuwsbrief Elly d’r Weekly geef ik elke week (duh!) een tip voor een boek wat ik óók nog niet las, maar wel op mijn leestlijst (TBR: To Be Read) zette. Soms op basis van tips van vrienden en kennissen, soms omdat ik er een samenvatting van las, en soms op basis van recensies of een goede rating bij Goodreads. Hieronder vind je de 13 leestips van afgelopen kwartaal.

Possible van Chris Goodall uit 2024.

Dit boek kwam op mij over als een update van Bill Gates’ Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden, wat ik een goed boek vond, want: hoopvol. (Possible is nog niet vertaald, dus vertaalde ik globaal de Engelstalige flaptekst). Hoe komen we tot net zero? We hebben de technologie om de economie te transformeren en ons te beschermen tegen de ergste effecten van klimaat-verandering. Goodall, adviseur op het gebied van klimaat-technologie, presenteert 16 uitdagingen die we moeten aangaan, en bespreekt de technologieën die dat mogelijk maken: over de productie van staal, cement en brandstoffen, het opslaan van koolstof in gezonde grond, groene waterstof en klimaatbestendige huizen, en nog veel meer. Goodall illustreert dit met veel voorbeelden en cases.

In onze tijd van Tim Fransen uit 2024

Onze wereld is wankel geworden. We leven in een tijd van crises en calamiteiten: het Calamiteitperk. In dit boek onderzoekt filosoof en cabaretier Tim Fransen ons huidige tijdsgewricht. Hij laat zien hoe het vooruitgangsdenken ons heeft misleid en vraagt zich af: hoe herstellen we de maatschappelijke fundamenten die daardoor zijn aangetast? Welke inzet is er van ons burgers nodig om een duurzame samenleving te scheppen en weer een slagvaardige democratie te worden? En welke rol spelen moraal en rechtvaardigheid daarbij? Fransen neemt de lezer op sleeptouw langs grote filosofen en verrassende denkers en komt met concrete ideeën om het tij te keren. Met ‘In onze tijd’ biedt hij handvatten voor een weerbare samenleving waarin weer volop hoop gloort.

Waarom je droomt van Rahul Jandial uit 2024

Vooraanstaand hersenwetenschapper dr. Rahul Jandial geeft antwoord op al je vragen over dromen. In Waarom je droomt verklaart Jandial het hoe en waarom achter onze dromen. We zijn gefascineerd door onze dromen, omdat ze realistisch en mysterieus zijn. Leer je dromen analyseren en ontdek wat jouw onderbewustzijn je wil vertellen. Met behulp van baanbrekend onderzoek en ervaringen uit zijn praktijk onthult Jandial alle geheimen over dromen. Wat betekenen ze, wat zeggen ze over je gezondheid en hoe kun je ze beïnvloeden? Leg je diepste verlangens bloot, leer jezelf nieuwe skills aan tijdens een lucide droom en ontdek vroegtijdige symptomen van ziektes als parkinson of alzheimer.

Een immense wereld van Ed Yong uit 2022

Wetenschapsjournalist Ed Yong leidt ons in ‘Een immense wereld’ voorbij de grenzen van onze eigen zintuigen. Hoe mensen de aarde waarnemen is maar een een van de vele perspectieven op onze wereld. Net zoals elk dier zitten wij opgesloten in onze eigen unieke zintuiglijke bubbel, en nemen we maar een heel klein deel waar van die immense wereld. Dit boek verwelkomt ons in dimensies die voorheen ondoorgrondelijk waren – de wereld zoals die wordt waargenomen door dieren. We maken kennis met schildpadden die de magnetische velden van de aarde kunnen volgen, we ontdekken dat de ogen van een reuzeninktvis geëvolueerd zijn om de glinstering van een walvis te kunnen zien en we leren wat zangvogels horen in hun melodieën. Yong laat ons de geursporen, elektromagnetische golven en drukpulsen om ons heen waarnemen.

De groene actiegids van Nadine Maarhuis uit 2024

Steeds meer burgers nemen het heft in eigen hand om een ecologische samenleving te creëren. Zij starten ecodorpen, voedselbossen, natuurscholen, ecologische bedrijven en geven hun lokale bos of rivier zelfs rechten. Dit boek neemt je mee op reis langs hun inspirerende verhalen en biedt een schat aan praktische tips om zelf aan de slag te gaan, met zowel grote als kleine groene projecten. Zo ontdek je hoe je een tiny house-gemeenschap start en een ecologische boerderij begint, maar ook hoe je verliefd wordt op consuminderen, je tuin transformeert tot groene oase, een kledingruil organiseert en nog zoveel meer. Of je nu een lichtgroene beginner bent of een doorgewinterde veranderaar, deze gids is jouw onmisbare metgezel op weg naar een groene toekomst.

The Singularity is Nearer van Ray Kurzweil uit 2024

Ray Kurzweil’s De Singularity is nabij was in 2005 een mega bestseller. Nu is er een update! Nog niet vertaald, dus hierbij mijn korte vertaling van de Engelstalige flaptekst. In dit nieuwe boek kijkt Kurzweil naar de voortgang van zijn voorspellingen en naar nieuwe ontwikkelingen rondom nanobots, levensverlenging, de combinatie van menselijke hersenen en intelligentie in de cloud, de afname van armoede en geweld en de groei van hernieuwbare energie en 3D-printing. Maar natuurlijk gaat het ook over de gevaren van biotechnologie, nanotechnologie en AI. Interessant: de ‘after life’ technologie, die overleden mensen kan reanimeren met een combinatie van DNA en data.

The Invisible Doctrine van George Monbiot e.a. uit 2024

George Monbiot is één van mijn favoriete schrijvers, ik las eerder van hem Hitte. Zij nieuwste boek stelt dat TINA (There Is No Alternative) een mythe is. Ik vertaalde globaal de Engelstalige flaptekst: We leven met een ideologie die het gemunt heeft op elk aspect van ons leven: onze opleiding en ons werk, onze gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding, onze relaties en ons mentale welzijn, en ja, onze aarde en de lucht die we inademen. En het is zo alomtegenwoordig, dat het naamloos wordt, onvermijdbaar, als een natuurwet. Maar als je eens goed onderzoek doet, merk je dat het helemaal niet onvermijdelijk is. Het is bedacht, geïmplementeerd en daarna verborgen door de machtige elite. Het is onze taak om het zichtbaar te maken, en om een vervangend systeem te bouwen. Neoliberalisme. Wel eens van gehoord?

Land Smart van Tom Heap uit 2024

In Nederland zijn de grondprijzen enorm hoog en dat maakt de huizen duur. Tegelijkertijd is er weinig natuur en wordt landbouwgrond langzaam vergiftigd. Verrassing: dat is in het Verenigd Koninkrijk ook zo. Mijn vertaling van de Engelstalige flaptekst: We hebben voor zoveel zaken land nodig: voedsel, hernieuwbare energie, koolstofopslag en woningbouw. Al eeuwenlang ‘pikken’ we het van de natuur, maar het resultaat is het uitsterven van diersoorten en vervuiling. En het land is op. Dus hoe kunnen we meer doen met minder land? Tom Heap, een Britse tv-persoonlijkheid, toert over het platteland en praat met boeren, wetenschappers, activisten, en zelfs managers van distributiecentra. Hoe kunnen de natuur en de mensheid de ruimte krijgen om te bloeien?

May Contain Lies van Alex Edmans uit 2024.

Desinformatie, ik vind het zorgelijk, er lijkt geen ontkomen aan, wie of wat moet je geloven? Dit boek geeft aanwijzingen. Niet vertaald, dus ik vertaal globaal de flaptekst: Misinformatie is overal: in onze sociale media, de koppen in de kranten, de uitspraken van politici, ondernemers en beroemde schrijvers. En je kunt overal wel een studie of onderzoek vinden die willekeurig welke mening ondersteunt. Maar veel van die bronnen deugen niet, en zorgen ervoor dat we verkeerde beslissingen nemen. Alex Edmans is hoogleraar aan de London Business School, en helpt ons feiten van fictie te onderscheiden. Met aansprekende voorbeelden laat hij ons onze biases zien, biases die van uitspraken feiten maken. En: wat we er aan kunnen doen!

Wanneer ben je officieel een ouwe zak? van Japke-d. Bouma uit 2024

Publicatie 17 oktober. Flaptekst: We leven in turbulente tijden, veranderingen gaan razendsnel. Of je nou boomer bent of Gen Z’er, we kunnen allemaal wel wat hulp gebruiken. Gelukkig is er Japke-d. Bouma. Koningin van de kantoorjungle, maar ook een vraagbaak en een allesweter over het dagelijks leven. Hoe ga je om met een verbouwing (het wordt altijd drie keer zo duur), wat moet je weten voor je kinderen krijgt (de roze wolk bestaat niet), wat zet je op je dating profiel (liever geen dooie vissen), hoe overleef je de werkborrel (eet vooraf een pannenkoek), moeten we uitdrukkingen als ‘ik besef me’ gaan accepteren? Telefoonangst, autorijden, jeuktaal, slapeloosheid, vrouwen in leidinggevende posities, met de hilarische observaties en kraakheldere analyses van Japke-d. Bouma kunnen jij, je baas, je vrienden, familie en collega’s het leven weer aan.

Klimaatpsychologie, redactie Jaap van der Stel e.a. uit 2024.

Klimaatverandering heeft een directe invloed op het leven van alle mensen. Hoewel de Club van Rome ons al decennia geleden waarschuwde, lijkt het alsof we enigszins zijn overvallen door de klimaatveranderingen die nu in alle hevigheid losgebarsten zijn. Klimaat-psychologie is een relatief jong wetenschappelijk veld dat aspecten van omgevingspsychologie, sociale psychologie en klinische psychologie omvat. Omgevingspsychologie richt zich op de invloed van de omgeving op de mens en vice versa. Sociale psychologie onderzoekt hoe mensen reageren op de huidige situatie en hoe hun gedrag kan worden beïnvloed. Klinische psychologie behandelt fenomenen als klimaatstress en psychotrauma bij klimaatrampen. Dit boek behandelt deze drie velden.

Nexus van Yuval Noah Harari uit 2024

In Nexus neemt Yuval Noah Harari , die eerder de geweldige boeken Sapiens en Homo Deus schreef, ons mee naar het stenen tijdperk, de heiligverklaring van de Bijbel, vroegmoderne heksenjachten, het stalinisme, het nazisme en de heropleving van het hedendaagse populisme, om de complexe relatie tussen informatie en waarheid, bureaucratie en mythologie, wijsheid en macht bloot te leggen. Hij onderzoekt hoe verschillende samenlevingen en politieke systemen in het verleden informatie hebben gebruikt om hun doelen te bereiken en orde te scheppen, ten goede en ten kwade. In de 21ste eeuw kan kunstmatige intelligentie ervoor zorgen dat we geen grip meer hebben op de verspreiding van waanideeën en onwaarheden. Door weloverwogen keuzes te maken, kunnen we de ergste uitkomsten wellicht nog voorkomen.

Infectious Generosity van Chris Anderson uit 2024

Ik ken Chris Anderson van zijn De TED methode. Daar schreef ik ook een Samenvatting van. Dit nieuwe boek klinkt erg relevant en lekker hoopvol! Nog niet vertaald, dus mijn globale vertaling van de flaptekst: De laatste jaren zijn niet makkelijk geweest voor optimisten. We dachten da Internet mensen zou verbinden, maar in plaats daarvan heef sociale media ons verdeeld. Maar de TED-organisatie, waarin de origineelste denkers hun ideeën delen, inspireert Anderson om te zoeken naar een manier om weer van woede naar optimisme te komen. Kort gezegd: hoe zou een van onze fundamenteelste deugden, vrijgevigheid een rol kunnen spelen. Hoe maken we vrijgevigheid besmettelijk? We hebben altijd onze tijd, talent, verbinding en vriendelijkheid gegeven, dat maakt ons goede mensen. Nu kunnen we ze weggeven om nog meer impact te maken.

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in Leestips, Uncategorized | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Generatie Angststoornis – urgent

Beetje overdreven, dacht ik. Een angststoornis van sociale media? Die kinderen lopen gewoon te zeuren, verwende typetjes. Ik had het mis, heel erg mis. Jonathan Haidt heeft mij met zijn boek Generatie angststoornis, wat sociale media met onze kinderen doen uit 2024 overtuigd van de omvang van het probleem en de urgentie er wat aan te doen. Elke dag dat we het op z’n beloop laten, levert weer meer ongelukkige, zieke en dode jongeren op.

Dode jongeren? Jawel. Eén van de vele dingen die ik niet wist, is dat het aantal zelfmoorden bij jongeren sterk omhoog gaat, en de correlatie met sociale media, of smartphonegebruik, is groot. Haidt ziet twee basis-oorzaken: We beschermen de kinderen teveel in de fysieke wereld, en te weinig in de virtuele wereld. Die combi is letterlijk dodelijk.

Het maatschappelijke boek Generatie angststoornis …

….gaat zeker niet alleen over angststoornissen, en ook zeker niet exclusief over sociale media. Wat dat betreft is de oorspronkelijke titel: The Anxious Generation, en de ondertitel: How the Great Rewiring of Childhood Is Causing an Epidemic of Mental Illness een betere weergave van de inhoud. Vooral het gebruik van het woord Rewiring, het opnieuw bedraden, is treffend, omdat het in de kern gaat om het aanleggen van fysieke verbindingen in de hersenen. GenZ heeft ándere, ongezondere verbindingen, dan de generaties ervoor.

Haidt legt de ‘schuld’ niet exclusief bij sociale media. Het eerste deel van het boek bestaat uit een bespreking van ontelbare onderzoeken en statistieken, waarbij je een duidelijke afname van de geestelijke gezondheid van de jeugd (in de VS) vanaf 2010 ziet. Niet alleen op basis van vragenlijsten van de jeugd zelf (over angst en depressie), maar ook op basis van gegevens van scholen en ziekenhuizen. Als voorbeeld van dat laatste: sinds 2010 is er voor meisjes een stijging van 188% in bezoeken aan de eerste hulp voor ‘snijden’, en 167% in zelfmoord. Voor jongens is dat 48% resp. 91%. Deze cijfers zijn van de VS, maar Canada en de Scandinavische landen rapporteren vergelijkbare percentages.

Wordt de jeugd ongelukkig van sociale media?

Waar zou die enorme stijging aan liggen? Internet in het algemeen? Vóór 2010 ging de jeugd natuurlijk óók het internet op, maar werden ze er niet zó ongelukkig van. En in 2010 waren sociale media er óók al een tijdje (Hyves!). Maar we/ze gebruikten die op de computer, thuis, een computer die vaak gedeeld moest worden met het hele gezin. We zaten er dus niet de hele dag op. En we hadden ook mobiele telefoons, maar ‘domme’, zonder apps. Vanaf 2007 kwamen smartphones beschikbaar, en zo rond 2010 had bijna ieder huishouden er eentje. Tussen 2010 en 2015 kwamen Facebook en Instagram sterk op, en nam het smartphonegebruik bij de jeugd sterk toe. In 2016 had al 79% van de tieners een smartphone, en zelfs 28% van de kinderen tussen 8 en 12 jaar. In 2022 zei 46% van de tieners dat ze CONSTANT online waren. Haidt legt het probleem bij de smartphones, of beter gezegd: het gemak waarmee we continu online zijn.

Geen tijd meer voor vrij spelen

Maar wat is het probleem daarvan? Nou, je sociale contacten verminderen in kwaliteit als je ze alleen online hebt. En verder slaapgebrek, slecht kunnen focussen, en verslaving. Maar dat niet alleen. Het gaat ook over tijd. Hoe meer kinderen op hun smartphone zitten, hoe minder tijd er is om fysiek te spelen. En dat spelen heeft een functie. Kinderen leren samen een spel te verzinnen, er regels voor te maken, ruzietjes op te lossen. Onderlinge afstemming dus. Ook leren ze risico’s in te schatten als ze in bomen klimmen en er soms uitvallen. Het vrije spel, ongestructureerd, leert ze vaardigheden die ze in hun volwassen leven nodig hebben. Spelen met de smartphone doet dat niet. De inhoud is er al, ze hoeven niets te verzinnen, de regels zijn er al, ruzies los je niet zelf op, kún je vaak niet oplossen.

Safetyism

Tegelijkertijd komt (in de VS) het Safetyism op: alle fysieke risico’s voor je kinderen proberen uit te bannen. Buiten (en binnen) spelen alléén onder toezicht. Naar school brengen en weer ophalen. Sporten met de ouders erbij. Maar ook alle mogelijke triggers voor negatieve emoties vermijden. Terwijl deze ervaringen, emoties en risico’s nodig zijn voor de ontwikkeling naar volwassene, om anti-fragiele mensen te worden. Onze hersenen, met name de frontale cortex met de executieve vaardigheden, worden voornamelijk in de pubertijd gevormd. Een gebrek aan deze ervaringen in de puberteit geven dus blijvende ‘schade’.

Jongens en meisjes hebben ander smartphonegebruik

Dit eerste deel van het boek heeft mij echt de ogen geopend. Het gaat dus niet om ‘gewoon niet op Instagram gaan’, dat is om allerlei redenen veel te kort door de bocht. Ik leerde ook dat meisjes en jongens verschillend met hun smartphones omgaan en dat de resultaten dus ook verschillend zijn. Meisjes zitten voornamelijk op sociale media, willen ergens bij horen. Jongens zitten voornamelijk op videogames en hardporno. Games hebben wel wat voordelen, maar ook nadelen: verslavend, en fysiek eenzaam nu er niet meer met consoles wordt gegamed. Bij jongens lijkt het Safetyism meer kwaad te doen; ze houden nu veel minder van risico nemen. En ook porno kijken is risicomijdend gedrag: je hoeft niet te daten en wordt dus niet afgewezen. Jongens blijven langer thuis wonen, zijn steeds minder betrokken bij de echte wereld, waar ook steeds minder behoefte is aan de typisch mannelijke vaardigheden en mannelijke kracht (daar hebben we nu robots voor).

Praktische adviezen

De hoofdstukken hierna gaan dieper in op de materie, en het boek eindigt met een groot aantal adviezen voor overheid, techbedrijven, scholen en ouders. Een belangrijk punt hierbij is het zogenaamde ‘collectief handelingsprobleem’. Er is een groot aantal deelnemers nodig om een oplossing effectief te laten zijn. De smartphone afpakken van 1 kind, leidt tot uitsluiting, isolatie, van dat kind, en nog grotere mentale problemen. Een héle klas zonder smartphone is nodig om het effectief te laten zijn. En dat geldt natuurlijk ook voor fysiek spelen, daar is een groep voor nodig. Initiatieven van de overheid en de scholen zijn dus heel belangrijk. Helaas zullen er altijd ouders (en kinderen) zijn die vinden dat dit soort initiatieven tegen hun persoonlijke vrijheid ingaan. En dus komen er protesten en rechtszaken. Onderschat dat niet! In de VS kan er door wildvreemden aangifte tegen ouders worden gedaan als een kind alleen naar de winkel loopt voor een pak suiker: verwaarlozing!

Dit boek is dus héééél belangrijk voor politici en ouders die het ‘opleggen’ van schermvrije tijd en vrij spelen niet zien zitten. Onze kinderen worden er écht beter van!

Evaluatie van Generatie angststoornis

Ik ben dus af van mijn vooroordeel van zeurende, verwende typetjes en heb héél wat geleerd. De discussie hoe slecht sociale media nu eigenlijk zijn woedt al een tijdje, en ook Haidt bemoeit zich er nu mee. Velen zien de nuances die hij aanbrengt niet, dat het gaat om een heel assortiment aan omstandigheden en oorzaken of correlaties. Sociale media maken ongelukkig is te kort door de bocht, dat begrijp ik nu. Maar ook Haidt’s betoog over het nut en de noodzaak van vrij spelen, risico’s nemen was nieuw en heel informatief.

Het boek staat barstensvol onderzoeken, en de bijbehorende website geeft er nog meer, en vult aan met meer recente studies. Haidt gaat nog dieper op de materie in, via zijn Substack: After Babel. Zeer de moeite waard en altijd boven op het nieuws. En in het nieuws is nu in Nederland het verbod op telefoons op school. Ook van die noodzaak begrijp ik nu wat meer, maar het is natuurlijk niet genoeg. Alle andere observaties en adviezen van Generatie angststoornis zijn óók relevant. Voor nu, en ook voor later, nu we weer wat meer weten over de werking van onze hersenen en welke gewoonten daar goed en slecht voor zijn.

Lekker leesbaar boek

Haidt heeft een fijne schrijfstijl, dat vond ik al toen ik zijn boek Het rechtvaardigheidsgevoel las, en ook in dit boek combineert hij moeiteloos ‘droge’ data met verrassende voorbeelden, en af en toe een kwetsbaar uitstapje naar zijn gezin, en hoe hij zijn jonge kinderen opvoedde. Sommige dingen zou hij nú niet meer doen. Heel herkenbaar, dat voortschrijdend inzicht. Heel fijn is ook de structuur van de hoofdstukken. Veel ‘lijstjes’, en steeds een samenvatting aan het eind, die geen herhaling is, maar toch weer andere woorden gebruikt om het voorgaande nog even in herinnering te brengen. Ook is het boek super praktisch, voornamelijk de adviezen, die goed onderbouwd zijn en erg gedetailleerd. Een handboek voor overheden, scholen én ouders. Met daarbij steeds een focus op de twee zaken: minder bescherming in de fysieke wereld, méér in de virtuele wereld. Mooie balans.

Ook zijn beeldspraak is mooi: ga niet met je kind om als een timmerman met zijn nieuwste product: intensief bezig het vorm te geven, al zagend en timmerend. Nee, doe als een tuinier, en zorg voor een vruchtbare omgeving waarin je plant groeit en bloeit. Je ziet het voor je! Verder is het boek geïllustreerd met grafieken en een aantal foto’s, zoals van een ‘heel gevaarlijke’ speeltuin uit de jaren ’80 en een ‘veilige’ anno nu, om te laten zien hoe risicomijdend we geworden zijn.

Als je geïnteresseerd bent in de relatie tussen ‘schermen’ en angst, depressie en mentale stoornissen en mee wilt praten in de discussie die hier momenteel over wordt gevoerd, mag je dit boek niet missen.

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus….. (dat deed ik ook!)

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Strategie: Samenvatting van De weg van goed naar groots



Zóveel boeken om te lezen, zó weinig tijd! Hoe maak je een keuze? Ik laat mij leiden door aanbevelingen van vrienden en kennissen, recensies op bijvoorbeeld Goodreads, tips in de krant en op social media en de flapteksten. Maar ook door samenvattingen van anderen, om een betere indruk van de inhoud te krijgen. Dat is dus een onderdeel van mijn strategie. Die strategie deel ik graag met je. Deze keer: De weg van goed naar groots, vertaling van Right Thing, Right Now van Ryan Holiday uit 2024.

 

Aanbevelingen

Ik volg Ryan Holiday op SocMed, en las daar zijn aankondiging. Omdat ik al eerder een boek van hem las, Ego is de vijand, en dat zó goed vond dat ik er een Samenvatting van schreef, ging zijn nieuwe boek direct op de lijst van potentieel leesvoer. 

Goodreads rating voor De weg van goed naar groots

Het Engelstalige origineel krijgt 4,22 uit 5 op basis van 1477 stemmen. Een goed reden om me verder te verdiepen. 

Flaptekst van De weg van goed naar groots

Ryan Holiday laat zien waarom het essentieel is om het juiste te doen, zelfs als dat de moeilijkste weg is. Dit boek is jouw gids in de jungle van morele keuzes en hedendaagse dilemma’s, met verhalen die je niet alleen raken maar ook tot actie aanzetten. Aan de hand van talloze historische grootheden zoals Marcus Aurelius, Florence Nightingale, Jimmy Carter en Mahatma Gandhi laat Ryan Holiday de transformerende kracht zien van leven volgens een morele code. Deze persoonlijkheden dienen als voorbeelden van vriendelijkheid, eerlijkheid, integriteit en loyaliteit.

De stoïcijnen beweerden nooit dat het leiden van een rechtvaardig leven makkelijk is, alleen dat het noodzakelijk is. En dat het alternatief – het opofferen van principes voor iets minders – alleen wordt overwogen door lafaards en dwazen. Dit boek is een krachtig tegengif tegen de morele tekortkomingen van onze moderne tijd en een handleiding voor een deugdzaam leven.

Ik ben nog steeds enthousiast, het boek stond op basis van bovenstaande ook al weer hoger op mijn leeslijst. 

Bewerkte samenvatting van De weg van goed naar groots 

Ryan verdiept zich al jaren in de filosofie van de Stoïcijnen, zoals Plato en Aristoteles. Vrijwel al zijn boeken gaan hierover, inclusief het al eerder genoemde Ego is de vijand. De laatste tijd hangt hij zijn onderzoek op aan wat de Stoïcijnen de ‘kardinale deugden’ noemen: Moed (Courage), Zelfbeheersing (Temperance), Rechtvaardigheid (Justice) en Wijsheid (Wisdom). Moed heeft hij uitgewerkt in Het geluk is met de dapperen (Courage is Calling), Zelfbeheersing in Discipline is het doel (Discipline is Destiny). Nu is het dus tijd voor Rechtvaardigheid, en dus dit boek De weg van goed naar groots (Right Thing, Right Now). 

Het gaat bij rechtvaardigheid niet om ons rechtssysteem, met advocaten en rechtbanken. Nee, het heeft betrekking op billijkheid (fairness), eerlijkheid (honesty), gerechtigheid (righteousness) en je aan je woord houden. Als we allemaal deze deugden zouden uitdragen, zouden we in een veel eerlijker en welvarender wereld leven. 

Ryan onderscheid drie domeinen voor rechtvaardigheid: het ‘ik’, het ‘wij’ en het  ‘allemaal’. 

Het ‘ik’. 

Wij kunnen persoonlijk, in ons eentje, niet heel veel doen aan de onrechtvaardigheid in de wereld. Wat we wel kunnen doen, is onze reacties hierop onder controle houden en ons houden aan onze eigen normen. Deugd begint dus met ons dagelijkse gedrag. Als we ons ethisch gedragen, geeft dit ons leven betekenis. Maar het is ook makkelijker! Immers, als je een ethische code hebt waar je je aan houdt, worden keuzes opeens veel makkelijker. Deugdzaam leven draait dus om welke keuzes we maken en wat dat over ons en onze ethische normen zegt. Rechtvaardig leven betekent dus integriteit, eerlijkheid en anderen goed behandelen. 

Als voorbeeld Harry Truman. Hij volgde de lessen van Marcus Aeurelius, een stoïcijn (niet verrassend) en een van de ‘goede keizers’ van Rome. Truman wilde dan ook leven met de vier deugden als basis en ontwierp voor zichzelf een persoonlijke code, gebaseerd op eerlijkheid, hard werken en dienstbaarheid. Toen hij de politiek inging, weigerde hij daarom steekpenningen en kickbacks. Dat was zó bijzonder in die tijd, dat hij er bijna financieel aan onderdoor ging en als politicus lang onbekend bleef. Maar, zo vertelde hij zijn dochter, zijn erfenis zou dan geen groot vermogen zijn, hij liet straks wél een goede naam achter, en daar heb je op de lange termijn meer aan. Diezelfde ethische code gebruikte hij toen hij president werd. Hij zorgde er bijvoorbeeld voor dat de rassenscheiding in het Amerikaanse leger werd afgeschaft, en hielp met de wederopbouw van Europa na WO2, wat miljarden kostte. Dat maakte hem als President bepaald niet populair in eigen land, zijn ‘approval rating’ was aan het eind van zijn termijn maar 20%. Maar in de jaren erna werden deze acties steeds meer gewaardeerd en werd hij het voorbeeld van ethisch leiderschap. 

Het ‘wij’

Karakter en zelfrespect zijn gebaseerd op je woord houden en verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet, andere aspecten van rechtvaardig leven. Betrouwbaar zijn heeft invloed op anderen. Stel je eens voor dat de meest bewonderde mensen diegenen zijn die het meest behulpzaam zijn, het meest vergevingsgezind of het meest milieubewust. In plaats van het machtigst of het rijkst. Wow, wat een mooie wereld zou dat zijn! En waarom zouden we geen maatschappij kunnen creëren waarin ethisch leven en oprechte verbondenheid met anderen belangrijker zijn dan werk-gerelateerde prestaties? Waarom niet? 

De deugden van billijkheid en eerlijkheid hebben veel te maken met transparantie. Transparant leven is als een vaccin tegen corruptie en oneerlijkheid. Het gaat bij transparantie veel verder dan je aan de wet houden, het gaat om open en eerlijk zijn in álle transacties. 

Als voorbeeld Thomas Jefferson. In zijn privéleven was hij niet de meest deugdzame persoon, maar hij had een goed advies als het gaat om transparantie: als je niet wilt dat wat je doet algemeen bekend wordt, doe het dan niet! Gedraag je alsof de hele wereld kan zien wat je doet. Transparantie levert je vertrouwen en respect op. Houd je aan je normen, zelfs als niemand kijkt. Liegen mag misschien wettelijk wel, tenslotte hebben we vrijheid van meningsuiting, maar dat maakt het nog niet juist. Leef integer, volgens jouw eigen normen van wat juist is, niet waarmee je weg kunt komen. Integriteit kan je wat kosten, op de korte termijn; maar als je gaat samenwerken met anderen die minder integer zijn, werkt dit op den duur averechts. Stoïcijn Cato de Jongere waarschuwde voor het samenwerken met Julius Caesar, die hij ‘gewetenloos’ noemde. Maar je niet laten verleiden tot allerlei compromissen is de enige manier om je goede naam én zelfrespect te beschermen.  

Rechtvaardigheid kan je Poolster zijn, het principe dat je in de juiste richting stuurt, samen met eerlijkheid, respect, billijkheid en integriteit. Het tegenovergestelde is Pleonexia, een oud-Grieks woord dat zelfzuchtigheid of gierigheid betekent, en dat je mét ego, rijkdom, macht en roem in de verkeerde richting stuurt. En daarbij: ze gaan eens voorbij, terwijl rechtvaardigheid blijvend is. 

Je kunt het benutten van je potentieel ook zien als een kwestie van rechtvaardigheid. De schrijver Oscar Wilde geloofde dat het vervullen van je potentieel je uiteindelijke doel is, want het is een morele keuze die iedereen ten goede komt. Mensen die hun potentieel volledig benutten, zullen anderen inspireren en kansen creëren. Als je daar  niet naar streeft doe je zowel jezelf als de wereld tekort. 

Socrates zei ooit dat rechtvaardigheid ons nuttig maakt voor onszelf én anderen. In tegenstelling tot discipline, wat als een persoonlijke deugd kan worden beschouwd, is rechtvaardigheid een collectieve deugd. Het komt altijd neer op werken voor het algemeen belang, bijdragen aan de maatschappij en zorgen voor mensen buiten onze directe omgeving, dus opkomen voor de minder bedeelden, ruimte maken voor mensen met andere opvattingen en werken aan het verbeteren van de wereld voor toekomstige generaties.

Als voorbeeld Thomas Clarkson, een Engelse activist. In 1785 moest hij voor school een essay schrijven over de moraliteit van slavernij. Dat leidde ertoe dat hij zich zijn hele leven lang inspande om slavernij af te schaffen. Hij verkondigde overal welke wrede methoden er werden gebruikt en startte allerlei boycots van bedrijfstakken die afhankelijk waren van slavenarbeid. Uiteindelijk werd de slavernij afgeschaft, in het ene land wat eerder (Engeland: 1833) dan het andere (VS: 1865). Daar hebben zijn acties zeker aan bijgedragen. Dat is belangrijk om te onthouden als je eraan twijfelt of jouw inspanningen wel het verschil zullen maken. 

Rechtvaardigheid betekent ook vriendelijkheid. Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden, met respect en eerlijkheid. De Stoïcijnen geloofden dat elke interactie een kans is om vriendelijkheid te tonen. Dat zorgt voor betere relaties en behoud van onze menselijkheid. In onze cynische wereld van vandaag is vriendelijkheid soms een daad van moed. 

Je kunt op verschillende manieren een ​​deugdzamere mindset kweken. Stap eens uit je bubbel en verdiep je in het leven van anderen. Als voorbeeld Beatrice Webb, een vrij rijke, Engelse sociologe. Ze ging ‘undercover’ in een fabriek werken. Ze schrok zich dood, al haar veronderstellingen en overtuigingen over de arbeidersklasse gingen overboord. Ze ging haar leven wijden aan collectieve arbeidsovereenkomsten en sociale zekerheid. Het leven bekijken vanuit het perspectief van een ander zorgt voor empathie en kan leiden tot sociale verandering.

Het helpen van anderen zou niet alleen maar een optie moeten zijn, het is juist onze verantwoordelijkheid. Of het nu gaat om het bestrijden van groot onrecht of het deelnemen aan het oplossen van lokale problemen, onze betrokkenheid maakt het verschil. Als we niets doen krijgt onrecht de ruimte om te groeien. 

Helpen in de vorm van geld geven is ook een manier om betrokken te raken. Anne Frank schreef: “Niemand is ooit arm geworden door te geven.” Het is geen toeval dat het Hebreeuwse woord voor “liefdadigheid”, of “tzedakah”, eigenlijk “rechtvaardigheid” betekent. Geven zou niet iets moeten zijn dat we later doen, als we het beter hebben, op grote, opvallende momenten, om een ​​schouderklopje te krijgen. Het zou één van onze Poolsterren moeten zijn, een onderdeel van onze identiteit. Geven is ook niet beperkt tot geld, we kunnen ook tijd, moeite en complimenten geven. En ook met een glimlach, een vriendelijk woord of een eenvoudig “Hoe is het?” maak je het verschil voor de ander.

Kennis delen is ook een vorm van geven. Een mentor zijn voor iemand is een vorm van geven die een langdurige, blijvende impact op de wereld kan hebben. Bijvoorbeeld Socrates, Plato en Aristoteles, zij hebben allemaal geweldige geesten onderwezen. 

En jij? Wie heb jij een kans gegeven? Geholpen vooruit te komen? Hoe vergelijkbaar of verschillend waren deze mensen van jou? Wees een mentor, een beschermheer, een sponsor, een bondgenoot of een leraar. Dat werkt besmettelijk! 

Bijvoorbeeld Angela Merkel, voormalig Duitse bondskanselier, die rechtvaardigheid, geven en vrijgevigheid van haar vader leerde, een dominee die een liefdadigheidsinstelling voor geestelijk gehandicapten leidde. Zij besloot in 2011 om een miljoen vluchtelingen uit Syrië op te nemen. Ze kreeg veel kritiek, maar geloofde dat ‘het juiste doen’ was om de meest kwetsbaren in de samenleving te helpen. En jij? Steunt je David of Goliath? Vecht je tegen tirannie of bent je een tiran? Het is onze taak om de onderdrukten te beschermen en ervoor te zorgen dat ze zonder angst kunnen leven.  Vrijheid van angst is essentieel. We moeten ervoor zorgen dat de kwetsbaren worden beschermd – omdat zij ons zijn, en wij zij.

Het ‘iedereen’. 

We maken allemaal deel uit van één grote familie. Degenen die onvermoeibaar werken voor een betere toekomst, die vechten voor de rechten van anderen en die van hun vijanden houden, maken de wereld beter. En elke stap voorwaarts maakt de volgende stap haalbaarder.

Einstein zei dat mensen een ‘optische bewustzijnsillusie’ hebben, een gevoel dat we afzonderlijke, geïsoleerde individuen zijn, ook al zijn we dat niet. Echte vrede, zo suggereert hij, komt voort uit het overwinnen van deze illusie en het erkennen van onze diepe verbinding met alles en iedereen. Dit idee is niet alleen filosofisch, ook wetenschappers, priesters en denkers toen en nu stellen dit. We delen een energie, een eenheid, die onze individuele ervaringen overstijgt. We zijn nooit echt alleen. Deze onderlinge verbondenheid is iets dat astronauten diepgaand ervaren wanneer ze de aarde vanuit de ruimte zien, en het staat bekend als het “overzichtseffect”. Dit uitzicht wekt een bewustzijn van de wereld op, waardoor ze beseffen dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten.

De Romeinse politicus Pericles benadrukte ooit dat een bloeiende gemeenschap iedereen ten goede komt, terwijl individueel succes in een falende samenleving uiteindelijk hol is. En als succes ten koste gaat van anderen, kan het dan wel echt succes worden genoemd? Wanneer we vergeten dat we allemaal deel uitmaken van iets dat groter is dan het individu, kan onrecht wortel schieten.

Albert Schweitzer had een concept genaamd “eerbied voor het leven”. Het breidt in feite de kring van zorg (circle of concern) uit naar alle levende wezens. Hij geloofde dat ware ethiek inhoudt dat je alles wat leeft helpt en schade vermijdt. Dit is een weg vooruit, omdat het niet alleen zorgt voor het heden, maar ook de samenleving beschermt voor toekomstige generaties. Natuurlijk betekent het uitbreiden van onze kring van zorg dat er mensen inzitten waar we het niet mee eens zijn. Vervelend, maar onvermijdelijk.

Bijvoorbeeld Harvey Milk, de eerste openlijk homoseksuele man die werd gekozen voor een overheidsfunctie in Californië, en dit lukte hem door contact te zoeken en bruggen te bouwen, zelfs met intolerante groepen en mensen. Een van die mensen was Dan White, een mede-politicus die Milk uiteindelijk vermoordde. Je zou kunnen zeggen dat Harvey Milk nog in leven zou zijn als hij niet zo optimistisch over anderen was geweest. Maar daar bewonderen we hem juist zo voor. Hij was bereid om in gesprek te gaan met zijn tegenstanders door zijn geloof in de potentie van ontwikkeling en verandering. Milk’s geloof inspireert ons om te blijven hopen dat gerechtigheid zal zegevieren.

Uiteindelijk is liefde de onderliggende kracht die al deze ideeën verbindt. Zoals de auteur James Baldwin schreef: “Haat … heeft nooit nagelaten de mannen die haatten te vernietigen.” Liefde beschermt en volhardt. 

Kurt Vonnegut, een Amerikaanse auteur, zei ooit dat wat het leven de moeite waard maakte, de heiligen waren die hij ontmoette – mensen die zich fatsoenlijk gedroegen in een uiterst onfatsoenlijke samenleving. Deze heiligen geven om alles en iedereen, zelfs degenen die nog geboren moesten worden, en doen wat juist is, zelfs als het hen alles kost. Ze zijn niet bovenmenselijk, maar wel volledig toewijd aan rechtvaardigheid. Laten wij ervoor kiezen om óók toegewijd te zijn aan rechtvaardigheid.

Bovenstaande samenvatting van De weg van goed naar groots is ontleend aan een Blink van Blinkist. Typisch voor de Blinks, is dat ze onvolledig zijn. Uit ervaring weet ik dat bijna de helft van de inzichten, en vrijwel alle praktische tips en voorbeelden worden overgeslagen om een relatief korte impressie te geven van een boek. Om een indruk te geven van alle onderwerpen uit het boek, heb ik hieronder de inhoudsopgave opgenomen. 

Inhoudsopgave

De vier deugden
Inleiding

Deel I: Ik (persoonlijk)
Bij koningen dienen
Houd je aan je belofte
Spreek de waarheid
Neem je verantwoordelijkheid
Wees je eigen scheidsrechter
Goed, niet groots
Wees een open boek
Wees fatsoenlijk
Doe je werk
Houd schone handen
Integriteit is alles
Besef wat je potentie is
Wees loyaal
Kies je leidend principe
De weg van goed naar groots

Deel 2: Wij (sociaal-politiek)
Geef je fakkel door
Wees gewoon aardig
Kijk naar hoe de andere helft leeft
Je moet helpen
Begin klein
Vorm bondgenootschappen
Word machtig
Wees pragmatisch
Ontwikkel bekwaamheid
Geef met gulle hand
Ontwikkel een coachingsboom
Kom op voor de kleine man
Kom in goede problemen
Blijf steeds terugkeren
Iets wat groter is dan wij…

Deel 3: Iedereen (is één geheel)
De wereld zo liefhebben
Beklim je tweede berg
Hou op met vragen om erkenning
Geef hun hoop
Wees een engel
Vergeef
Maak het goed
De grote eenheid
Breid de kring uit
Vind het goede in iedereen
Met hart en ziel
Liefde overwint
Geef het door

Nawoord
Leestips
Dankwoord

Conclusie

Na het lezen van de samenvatting ben ik geïntrigeerd. Hoe moeilijk is het écht om altijd rechtvaardig te zijn? Heel moeilijk denk ik. Zeker als je zelf risico loopt, zoals Harvey Milk. Ik ga dus zeker het boek lezen om het wat handjes en voetjes te geven. 

Koop dit boek

Koop De weg van goed naar groots bij Bol of bij Libris. .

Of beter nog, bij Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring. Misschien is het er al tweedehands!

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 2 reacties

Samenvatting van Marina Mazzucato’s De waarde van alles

Links cover oorspronkelijke boek De waarde van alles, rechts cover van de Samenvatting

Over de Samenvatting van Marianne Mazzucato’s De waarde van alles

Snel

Je leest de Samenvatting in 45 minuten. Dat is exclusief de inleiding, met allerlei metadata, en exclusief de ‘uitleiding’ waarin informatie over mijzelf en de andere producten te lezen is. Vergelijk dat eens met de 7 1/2 uur van het oorspronkelijke boek! 

Goed

Mijn Samenvattingen worden goed gewaardeerd. De meeste ratings en reviews zijn te vinden bij Kobo. Deze specifieke Samenvatting kreeg 4 sterren (1 rating) bij Kobo, het kreeg (nog) geen reviews bij Bol. 

Goedkoop

Je betaalt voor mijn Samenvatting op de eBook verkoopsites rond de EUR 3. Het oorspronkelijke boek kost nieuw EUR 31 en EUR 15 voor het eBook. Natuurlijk is het ook tweedehands te koop. 

Geen AI

Ik gebruik geen AI voor mijn Samenvattingen. Enerzijds omdat ik daar zéér slechte exemplaren van heb gezien die absoluut niet weergeven wat er in een oorspronkelijk boek staat. Soms is het gewoon fout, wat er staat. En veel AI-gegenereerde Samenvattingen laten gewoon de helft van de onderwerpen weg. Anderzijds omdat ik denk een uniek smaakje aan een Samenvatting te kunnen geven, door mijn persoonlijke keuzes en een stukje humor. Ik lees het boek gewoon drie tot vier keer en zorg er bij een Samenvatting voor álle onderwerpen weer te geven en alleen te schrappen in de voorbeelden, waarbij ik die voorbeelden kies die mij met name aanspreken.   

Kopen

Koop bij Kobo.

Koop bij Bol.

Koop in mijn eigen webshop. Je krijgt dan een ePub én een PDF.

Koop bij andere aanbieders (Libris, Apple, etc.)

Proeven

Is dit je eerste kennismaking met een Samenvatting van mij? Dan wil je misschien eerst eens ‘proeven’, er eentje uitproberen zonder dat het je geld kost. Dat kan op mijn eigen webshop, daar is een Samenvatting helemaal gratis te downloaden

Over het oorspronkelijke boek De waarde van alles

Natuurlijk wil je eerst weten waar dit boek nu eigenlijk over gaat. Lees dan vooral door!

Lees verder

Mariana Mazzucato is een invloedrijke econome, met adviesfuncties bij de EU, VN en VS. Haar tweede boek, De waarde van alles, uit 2018, gaat over de onzinnigheid van het bbp en stelt de vraag waarom er geen waarde wordt toegekend aan alles wat gratis is. Zoals onderwijs, zelf je rotzooi opruimen, mantelzorg. Alsof dat niet bijdraagt aan welvaart. Ik was zó enthousiast dat ik er in 2021 een Samenvatting van schreef. Met 45 minuten leestijd en 9% van de oorspronkelijke omvang leer je 100% van de inzichten.

Links cover oorspronkelijke boek De waarde van alles, rechts cover van de Samenvatting

Over de Samenvatting van Marianne Mazzucato’s De waarde van alles

Snel

Je leest de Samenvatting in 45 minuten. Dat is exclusief de inleiding, met allerlei metadata, en exclusief de ‘uitleiding’ waarin informatie over mijzelf en de andere producten te lezen is. Vergelijk dat eens met de 7 1/2 uur van het oorspronkelijke boek! 

Goed

Mijn Samenvattingen worden goed gewaardeerd. De meeste ratings en reviews zijn te vinden bij Kobo. Deze specifieke Samenvatting kreeg 4 sterren (1 rating) bij Kobo, het kreeg (nog) geen reviews bij Bol. 

Goedkoop

Je betaalt voor mijn Samenvatting op de eBook verkoopsites rond de EUR 3. Het oorspronkelijke boek kost nieuw EUR 31 en EUR 15 voor het eBook. Natuurlijk is het ook tweedehands te koop. 

Geen AI

Ik gebruik geen AI voor mijn Samenvattingen. Enerzijds omdat ik daar zéér slechte exemplaren van heb gezien die absoluut niet weergeven wat er in een oorspronkelijk boek staat. Soms is het gewoon fout, wat er staat. En veel AI-gegenereerde Samenvattingen laten gewoon de helft van de onderwerpen weg. Anderzijds omdat ik denk een uniek smaakje aan een Samenvatting te kunnen geven, door mijn persoonlijke keuzes en een stukje humor. Ik lees het boek gewoon drie tot vier keer en zorg er bij een Samenvatting voor álle onderwerpen weer te geven en alleen te schrappen in de voorbeelden, waarbij ik die voorbeelden kies die mij met name aanspreken.   

Kopen

Koop bij Kobo.

Koop bij Bol.

Koop in mijn eigen webshop. Je krijgt dan een ePub én een PDF.

Koop bij andere aanbieders (Libris, Apple, etc.)

Proeven

Is dit je eerste kennismaking met een Samenvatting van mij? Dan wil je misschien eerst eens ‘proeven’, er eentje uitproberen zonder dat het je geld kost. Dat kan op mijn eigen webshop, daar is een Samenvatting helemaal gratis te downloaden

Over het oorspronkelijke boek De waarde van alles

Natuurlijk wil je eerst weten waar dit boek nu eigenlijk over gaat. Lees dan vooral door!

Lees verder

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: Gekaapt door het kapitaal – uiterst relevant

Kan dat wel? Dat je een boek zó goed vindt, dat je geen zin hebt om verder te lezen? Ja dat kan, en dat ligt aan mij, teveel onaangename feiten in één keer. En die feiten verdwijnen niet als je ze negeert, dus … las ik Gekaapt door het kapitaal van Mirjam de Rijk uit 2024 helemaal uit. En vraag ik me nu af hoe ik zo’n kaping kan tegengaan.

De Rijk beschrijft hoe Private Equity steeds meer invloed krijgt op, en geld onttrekt uit, de publieke sector. Denk aan zorg, onderwijs, wonen, kinderopvang. We hebben al in de krant gelezen dat huisartsenpraktijken worden opgekocht, en dat je dan als patiënt zómaar zonder huisarts kunt zitten. We weten dat beleggers woningen opkopen. Maar dit boek gaat véél verder dan deze constateringen, verklaart waarom dat gebeurt, welke verstrekkende gevolgen dat heeft en hoe ons belastinggeld opeens in Bermuda terecht komt. Zonder dat je dat beseft … Schokkend en ja, onaangenaam ook. En ook goed geschreven, uiterst relevant en met handvatten voor de politiek om dit tegen te gaan.

Het maatschappelijke boek Gekaapt door het kapitaal …

… begint met de zorgsector. Bergman Clinics, Benu Apotheken, en nog veel meer bekende instanties zijn in handen van Private Equity (PE). Dat lijkt niet zo heel zorgelijk. Maar toen kwam PE aan onze huisartsen, en dat hadden ze nou niet moeten doen. Naast het feit dat ze niet kunnen leveren wat ze zouden moeten leveren, namelijk huisartsenzorg, binnen 15 minuten afstand, zijn er nog meer zorgelijke zaken. De huisarts was altijd een soort poortwachter: gaf doorverwijzingen als dat echt nodig was en had puur jouw eigen belang voor ogen. Maar nu! Nu zijn zowel de huisartsenpraktijk als de specialistische praktijken vaak van dezelfde investeringsmaatschappij, en is zoveel mogelijk doorverwijzen, naar de eigen specialisten, in het belang van het bedrijf. Als patiënt word je dan dus meer, en vaak ook naar andere partijen doorverwezen. Maakt dat uit? En hoe zou je dat moeten weten?

Op de financiën kom ik zo terug, maar de invloed van deze bedrijfsvoering op de zorgprofessionals is groot. Bij de private zorginstanties kunnen ze meer verdienen, waardoor steeds meer de overstap maken van overheidsinstellingen naar private instellingen. Maar dat hogere salaris moet wel terugverdiend worden. Die zorgprofessionals krijgen dan ook rendementsdoelen mee, waardoor er opeens meer aandacht is voor verhogen van de omzet en wat minder voor kwaliteit van de zorg. Dat klinkt negatief, maar die zorgprofessionals kunnen daar niets aan doen, het komt omdat de hersenen veranderen. Wat je aandacht geeft, groeit, letterlijk, als dikkere synapsen in je brein.

Winst in de zorg

Die private specialistische instellingen nemen alleen de makkelijke, relatief goedbetaalde klussen aan; het ingewikkelde, en dus verliesgevende werk blijft bij de overheid. De private instellingen maken winst, die wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, die daar (natuurlijk) zo min mogelijk belasting over betalen en het zo snel mogelijk uit Nederland wegsluizen. Ze zijn toch zeker geen sociale instelling!

Ehhhh, er is toch een winstverbod in de zorg? Jawel, maar slechts op delen, en jawel, maar daar wordt niet op gehandhaafd. En door een wirwar van BV’s wordt het omzeild. Eigenaarschap en financiën zijn niet transparant. Het toezicht door de NZa hapert. De Algemene Rekenkamer deed onderzoek naar toezicht op fraude in de zorg en schreef een vernietigend rapport (‘gebrek aan daadkracht’). En de marges zijn niet mals: voor ‘caregivers’ van Home Instead die via pgb’s voor onze oudjes zorgen, wordt EUR 58 per uur in rekening gebracht. De caregiver zelf krijgt hiervan EUR 14. Bruto.

Onderwijs

Een vergelijkbaar betoog wordt gehouden over onderwijs, waar de digitale hulpmiddelen, zoals de online leeromgeving, in handen zijn van Big Tech (Amazon, Google, Microsoft). Tijdens Corona kwam die ontwikkeling in een stroomversnelling terecht. Big Tech leveren echter niet alleen de infrastructuur, ze bepalen ook de inhoud en de aard van het onderwijs. Een algoritme ‘personaliseert’ de interactie tussen systeem en leerling, als docent heb je er geen enkele zicht op. Docenten verliezen kennis over hoe mensen leren, die kennis is volledig eigendom van BigTech. Het onderwijs zélf wordt door die bedrijven veranderd, en daarbij stroomt een steeds grotere hoeveelheid publiek onderwijsgeld naar de aandeelhouders van die bedrijven. En stroomt zomaar door naar een belastingparadijs, denk ik zo.

En de studieboeken dan? Ja, óók in handen van grote buitenlandse commerciële partijen, via Noordhoff (van NPM Capital), en Malmberg (van Sanoma, geen PE maar beursgenoteerd). Ze verplichten de scholen extra lesmateriaal af te nemen wat helemaal niet gebruikt wordt.

Wonen

De overheid stopt jaarlijks 20 miljard subsidie in wonen, denk aan de hypotheekrenteaftrek, huurtoeslag, bouwsubsidie en dergelijke. Hiervan komt 15 miljard terecht bij banken, grondeigenaren, ontwikkelaars en beleggers. Al deze partijen hebben baat bij zo hoog mogelijke woonkosten, en die in Nederland horen bij de hoogste van Europa. Woning-schaarste levert hogere huren op, goed voor beleggers. Hoge huizenprijzen leveren hoge hypotheken op, met veel rente-inkomsten voor de banken. Voor woningen is grond nodig, en die grond is in handen van grote grondeigenaren. Grond is 60% van de prijs van een huis. Als de huizenprijzen stijgen (door schaarste én verruiming van leenmogelijkheden), stijgen de bouwkosten maar iets mee, de rest gaat naar een hogere grondprijs. Was die grond ooit in handen van het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, sinds Rabobank dit bedrijf kocht, vloeien winsten op grond niet meer naar een overheidsinstantie. Beetje dom dus, die verkoop. En (andere) grondeigenaren blijven graag wachten tot de grond nóg meer waard is. Dus wordt er minder gebouwd dan wat kan. En gaan de huizenprijzen omhoog …

Kinderopvang

De helft van de Nederlandse kinderopvang is in handen van commerciële partijen, waaronder 4 grote PE-partijen. Die laatste categorie is overigens het duurst, en dus vaak gevestigd in rijke buurten. Deze grote commerciële partijen kopen bestaande kleine stichtingen of zzp-opvangbedrijfjes. Is het rendement van bepaalde vestigingen te laag (minder dan 20%), dan worden die gesloten. Per saldo gaat het aantal kinderopvangplaatsen omlaag. Kinderopvang wordt voor 70% collectief gefinancierd, uit onze belastingen en premies, totaal 3,5 miljard per jaar. Bij kinderopvang is overigens geen sprake van een winstverbod of -restrictie.

Bedrijven

PE in de publieke sector is relatief recent, maar bij bedrijven speelden ze natuurlijk al veel langer en rol. Het idee is om binnen 5 jaar een bedrijf te kopen, het rendement ervan te verbeteren zodat het meer waard wordt, en dan het bedrijf verkopen. Een bedrijf als handelswaar. Die bedrijfjes zijn vaak gestart met start-up- en innovatie-subsidies van onze overheid, maar 90% ervan wordt verkocht aan een buitenlandse PE. In dit soort verkopen gaat in Nederland 100 miljard per jaar om. PE bulkt van het geld, én heeft zo heel veel invloed, want inmiddels is sprake van oligopolies.

Is er niks om te kopen? Dan besteden ze het geld aan Inkoop Eigen Aandelen. Daarover hoeft geen dividendbelasting betaald te worden. Dat geld had ook gebruikt kunnen worden aan investeringen, betere beloning van werknemers, prijsverlaging van producten. Of aan belastingen natuurlijk. Interessant: dat geld is niet hun eigen geld vanuit de winst, nee, het zijn leningen van de banken. Hun eigen geld zit ‘vast’ in belastingparadijzen. En financieren met leningen is natuurlijk risico-vol, als het onderpand toch niet zoveel waard is als gedacht, valt het investeringsbedrijf zo om. Vervelend! Nou ja, voornamelijk voor de schuldeisers, want er zijn héél veel manieren om het risico voor aandeelhouders zo klein mogelijk te maken. Garanties van de EU, exportkredietverzekering, allerlei constructies voor risicobeperking ….. Er is echter wel één belangrijk risico: PE wil het bedrijf na 4 jaar weer verkopen, maar dan moet er wel een koper zijn voor dit nóg duurder geworden bedrijf. Een beetje een pyramidespel dus. En als er geen koper wordt gevonden, zit het bedrijf zelf óók in de problemen.

Waar komt al dat geld vandaan?

In het tweede deel van het boek wordt ingegaan op de ‘vermogensberg’, hoe het komt dat er ‘opeens’ zoveel kapitaal is dat rendement zoekt. De Rijk identificeert 7 oorzaken.

  1. Bedrijven maken winst, die niet wordt geïnvesteerd in het bedrijf, maar uitgekeerd.
  2. De rijken worden rijker, de armen steeds armer. Dat resulteert ook in minder investeringen in echte productie, want de afzet is afgenomen.
  3. Er wordt weinig winstbelasting betaald.
  4. Het beleid van de ECB. Om de economie te stimuleren werden leningen overgenomen. Het vrijgekomen geld wordt geïnvesteerd in …. nee niet de reële economie, maar PE.
  5. Hoe meer geld je hebt, hoe meer je kunt lenen.
  6. Kapitale deregulering uit 1980-1990. Kapitaal reist nu vrij de wereld over.
  7. Pensioenfondsen, verzekeringen e.d. hebben enorme buffers.

Politieke verwaarlozing

En waarom zoekt die vermogensberg ingangen in de publieke sector? Is daar zoveel rendement te behalen dan? De overheid heeft (bewust) een gat laten vallen waar commerciële bedrijven in het algemeen en PE in het bijzonder nu inspringt. Bovendien accepteert de overheid kritiekloos de voorwaarden en tarieven. En soms heeft ze het er zelf naar gemaakt. Zo zijn er in de zorg zóveel regels en zóveel gedoe met zorgverzekeraars, dat het hebben van een eigen praktijk niet heel aantrekkelijk meer is. Wat ook niet helpt is het steeds ter beschikking stellen van tijdelijk geld, daar kun je geen vast personeel van inhuren, en zo komt het geld dan terecht bij commerciële partijen zoals detacheringsbureaus. En tenslotte: het is niet verboden, of verboden worden niet gehandhaafd.

Kunnen we er nog iets aan doen? Het boek geeft 10 lessen die direct af te leiden zijn uit de eerdergenoemde oorzaken. Deze 10 lessen zijn vrij uitgebreid, met veel concrete voorbeelden hoe e.e.a zou kunnen worden vormgegeven, bijvoorbeeld met Steward Ownership. Mooie quote uit dit stuk: ”Als iets te belangrijk is om failliet te laten gaan, moet je het in publieke handen houden”. En impliciet stelt ze natuurlijk: ‘Als iets van publiek belang is, moet je de bedrijfsvoering niet laten bepalen door (buitenlandse) commerciële partijen’. Misschien te laat voor Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, maar niet te laat voor veel andere publieke instanties. Marktwerking prima, maar niet zonder waarborgen.

Evaluatie van Gekaapt door het kapitaal

De Rijk schreef een uitstekend boek, waarin ze veelal bekende zaken op een rijtje zet en daar de (voor mij onbekende) oorzaken bij zoekt, onderbouwd met statistieken en onderzoeksrapporten. Ik leerde ook veel nieuws, met name over onderwijs en kinderopvang. Zonder (klein)kinderen houd je dat toch wat minder bij, maar ik schrok van wat ik las. Het resultaat van het geheel vond ik bepaald onthutsend.

De structuur is goed, met een steeds herhaalde onderverdeling in zorg, onderwijs, wonen en kinderopvang. Het betoog is logisch, de oorzaken uit deel 2 zijn goed af te leiden uit de beschrijvingen van deel 1, en de aanbevelingen, de 10 lessen, sluiten hier ook weer goed op aan. Qua voorbeelden is het een feest der herkenning: van nieuws wat recent de kranten haalden, tot bekende bedrijven als de HEMA en Benu Apotheken. En of je nu wel of geen kinderen hebt, één of meer van de vier publieke domeinen raken je. Als daarin geld verspild wordt, ga je dat merken aan de kwaliteit of de toegankelijkheid. Er zullen weinigen zijn die vinden dat goede zorg, goed onderwijs, goede huisvesting en goede kinderopvang alleen beschikbaar moeten zijn voor degenen die daar (steeds) meer voor kunnen betalen. Voor iedereen relevant dus, dit boek!

Het boek is goed verzorgd qua lay-out en redactie. Ik las het eBook, en zag geen plaatjes, foto’s of grafieken, en natuurlijk geen kleuren. Dat had de zaak (misschien ten onrechte) nog wat opgevrolijkt! Anderzijds zag ik wel een aantal referenties naar boeken, die ik óf al had gelezen (zoals Mazzucato’s De waarde van alles) of die op mijn TBR staan (zoals Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw). Daar word ik wél blij van. En ondanks de stevige financiële rode draad is er weinig jargon te bespeuren, en worden de ins-and-outs goed uitgelegd.

Wat deed ik met de kennis, cq wat kunnen wij ermee? Naast stemmen voor partijen die de overheid graag wat meer grip op de publieke instanties wil laten houden, kunnen we zelf ook kritisch zijn waar we zaken mee doen. Mijn tandarts zit inderdaad plots in een gedeelde praktijk. Maar even zo plots verwijst hij me door naar een kaakchirurg in een private instelling, niet in een ziekenhuis, voor ‘even kijken naar een bobbeltje op mijn tong’. Hij maakt opeens ook best veel foto’s. Daar kan ik vragen over stellen, en waarschijnlijk kan ik een andere aanbieder kiezen. Want mijn geld mag best naar Bermuda, maar dan met mij erbij!

Ik gaf het boek 4 ½*

Je kunt dit boek kopen bij

Bol

Libris

(Hiervoor krijg ik een beetje provisie)

Duurzaam lezen kan ook!

Koop het tweedehands bij Boekwinkeltjes

Of lees het via Kobo Plus (deed ik ook)

Of via je lokale bibliotheek, op papier of digitaal

Of misschien vind je het in een minibieb?

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie van In de schaduw van de mens



Onlangs las ik In de schaduw van AI en dacht ik hé, heb ik niet nog In de schaduw van de mens op mijn plank staan? En jawel. Jane Goodall schreef dit boek in 1970, destijds onder de titel Mijn leven met chimpansees. Ik was diep onder de indruk van de beschrijvingen van de 10 jaar die ze doorbracht met het observeren van chimpansees in Gombe in Tanzania. En van haar geduld, haar liefde voor de natuur én hoeveel wij lijken op dit ‘familielid’.

Recensie In de schaduw van de mens boekcover

Jane is gepromoveerd op het gedrag van de chimpansees, haar beschrijvingen zijn dus best wetenschappelijk, en tegelijkertijd vol emotie en empathie. Het boek leest als een documentaire die vertraagd wordt afgespeeld, zó gedetailleerd geeft ze alles weer. Tegelijkertijd leren we haar leven in Gombe kennen: primitief, eenzaam, best gevaarlijk en vol enthousiasme. Uren zit ze op haar uitkijkpunt en ‘s avonds gaat ze nog even terug om te kijken welke chimp in welk nest ligt….

Het boek In de schaduw van de mens …. 

… is een kruising tussen een biografie en een natuurboek. In de 10 jaar die Jane beschrijft ontwikkelt ze zich van vakantievierder in Kenia, naar secretaresse van palaeo-antropoloog Dr. Louis Leaky, naar chimpansee-observator, naar promotie-onderzoekster. Op haar eerste opdracht wordt ze nog gechaperonneerd door haar moeder, later trouwt ze met de later aan het team toegevoegde fotograaf: de Nederlander Hugo (baron) van Lawick. Haar privé leven komt echter niet expliciet naar voren, wel hoe ze haar dagen vult met de chimps. Een deel van dit stuk is overigens bijna letterlijk overgenomen in haar recente boek: Het boek van hoop.

Geduldig en alleen op de uitkijk naar chimpansees

Ik was onder de indruk van haar geduld. Ze beschrijft hoe ze de eerste 5 maanden elke dag, de hele dag, uitkijkt naar de chimps, die zich nauwelijks van dichtbij laten zien. Als ze probeert dichterbij te komen dan zeg 60 meter, verbergen ze zich snel. Jane behelpt zich met haar verrekijker. Alles wat ze ziet wordt gedetailleerd vastgelegd in haar notitieboek, en ‘s avonds in de tent (!) uitgewerkt. Ik denk dan ‘eenzaam’, maar dat klopt niet. Alleen, ja dat wel. Als je maandenlang, jarenlang zelfs, elke dag alleen in het oerwoud zit, alsmaar rondkijkend, of klauterend naar de volgende vallei, dan verandert je relatie met de omgeving zegt ze. Ze geniet ervan, houdt ervan, en lijkt nooit bang te zijn.

De volgende 5 maanden zijn de chimps niet langer schuw, maar agressief. Dat weerhoudt haar niet om nog steeds in haar eentje op pad te gaan. Soms doodsbang, als ze op haar afstormen, en soms bekaf als ze besluit te vluchten in plaats van heel stil te blijven zitten.

Chimpansees voeren

Na deze periode zijn de chimps aan het fenomeen mens gewend. Het nadeel is dat ze nu ook de lokale vissers lastigvallen, die aan de overkant van de rivier Gombe in een dorp wonen. Het voordeel is dat Jane de chimps met bananen naar een open plek kan lokken, om ze van dichtbij te observeren. Dat loopt op den duur uit de hand. De chimps gaan niet meer weg van de voederplaats, en slopen en passant het kamp, op zoek naar zoete bananen en bezwete shirtjes, want daarop sabbelen voor het zout vinden ze heerlijk. Zelf als er nog een mens in zit. Uiteindelijk stopt Jane met de regelmatige snacks en gaan de chimps terug het oerwoud in. Ze zijn nu wel héél tolerant naar mensen geworden en laten Jane (en Hugo inmiddels) heel dichtbij komen. Dat levert prachtige foto’s op, en zeer gedetailleerde beschrijvingen van hun gedrag, beide in het boek te vinden.

Het gedrag van de chimpansees en dat van ons

Dat Jane zich heel erg verbonden voelt met de chimps blijkt onder andere uit het feit dat elke chimp een naam heeft. David Grijsbaard en Flo spelen de hoofdrol, en we leren ze héél goed kennen. Als Flo weer zwanger blijkt, korten Jane en Hugo hun huwelijksreis in om zo snel mogelijk terug te zijn in Gombe. Als Jane zelf een kind heeft, voedt ze het de eerste jaren net zo op als de chimps dat doen. Het resultaat is heel goed, maar ja, misschien was hetzelfde resultaat gerealiseerd met een andere opvoedmethode, zo schrijft ze. Haar observaties kunnen ons helpen ons eigen gedrag te analyseren, en er wat van te leren, dat is het doel van haar onderzoek. Zo is de manier waarop de chimps met trauma (de dood van een kind, ziekte) omgaan leerzaam, want de chimps hebben geen last van sociaal wenselijk gedrag, ze zijn heel puur. Jane geeft in een bijlage aan dat de studie van agressie ook erg nuttig kan zijn. (Het is nu 60 jaar later: hebben wij iets over agressie geleerd? Het lijkt alleen maar erger te worden).

Chimpansees zijn nuttig voor ons

Bepaald pijnlijk vind ik drie andere redenen die Jane noemt: als we meer weten over chimps in het wild, kunnen we beter zorgen voor chimps in gevangenschap, en ook chimps fokken als proefdier, in plaats van steeds wilde chimps hiervoor te vangen. We kunnen ook de chimps beter beschermen in Nationale parken (jammer dat er geen wilde natuur meer over is). Tenslotte kan in Gombe een observatiegebied worden ingericht voor bezoekers. (Inmiddels kun je hier als toerist 2-daagse chimpansee-safari’s boeken).

De mens overschaduwt de chimpansee, al was het alleen maar qua gebruik van werktuigen, communicatie, en zelf-bewustzijn. Anderzijds overschaduwt de chimp op dezelfde aspecten ook weer andere dieren. Als we hem de kans geven door te ontwikkelen, wie weet hoe hij zal zijn over, zeg, 40 miljoen jaar, speculeert Jane. Dan moeten we wel zorgen dat chimps niet meer gevangen worden om op te eten, en moeten we hun habitat beschermen. Saillant detail: op het moment dat ze dit schrijft is ze niet meer zo vaak in Gombe, want haar kind wordt te groot om steeds in kooien opgesloten te worden. Want ja, chimps stelen mensenbaby’s… om op te eten.

Evaluatie

Wat vond ik van dit boek? Ja, voor mij heeft het alles wat ik in een goed non-fictie boek zoek. Ik heb veel nieuwe dingen geleerd, die wetenschappelijk onderbouwd zijn. Ik las iets wat tijdloos is, de observatie van dieren om iets over onszelf te leren. Kennis van en liefde voor de natuur, inclusief al haar dieren is nog steeds relevant, het (dreigende) verlies van biodiversiteit is urgenter dan ooit. Door dit boek wordt jouw liefde voor de natuur aangezwengeld, en waar je van houdt, daar ben je voorzichtig mee. Goed voor Duurzaamheid dus.

De schrijfstijl is subliem. Je ziet de chimps voor je door de gedetailleerde en liefdevolle beschrijvingen. Flo en alle anderen voelen halverwege het boek al als goede vrienden. In het boek zijn een aantal foto’s (door Hugo gemaakt) van scenes die in het boek beschreven worden, en aan het eind is er een bijlage met tekeningen van gezichtsuitdrukkingen, met beschrijvingen van de bijbehorende emoties én geluiden. Qua lay-out en kleur is het echter vrij saai. Het boek is chronologisch geschreven, en dat is heel prettig lezen, zowel qua het steeds meer vorm krijgen van Jane’s onderzoek en haar team, als de levensloop van een chimp, van geboorte, puberteit, paren, ziek en ouder worden en sterven. Heel ontroerend en vaak ook heel herkenbaar. Daarnaast heeft Jane gewoon een goede pen, schrijft ze zonder jargon en vaak heel humoristisch.

Tenslotte: dit is echt een klassieker, en toch nauwelijks gedateerd. Jane is een icoon en haar eerste boek was een must read. In de 60-er jaren als twintiger alleen het oerwoud in, wie deed haar dat na? Anderzijds: hierna kwamen nóg een aantal boeken over Gombe en over haar leven, die een langere tijdsperiode beslaan. Die lijken me vollediger, dus nét iets meer Must Read.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Koop dit boek

Nieuw is dit boek niet meer te krijgen. Wel tweedehands en als eBook.

Bijvoorbeeld bij Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring

Of lees het gratis via Kobo-Plus…..

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in Biografie, natuur | Tags: , | 5 reacties

Samenvatting van Berthold Gunster’s Ja maar, wat als alles lukt?

Links cover oorspronkelijke boek, rechs de Samenvatting van Ja maar wat als alles lukt

Over de Samenvatting van Berthold Gunster’s Ja maar, wat als alles lukt?

Snel

Je leest de Samenvatting in 35 minuten. Dat is exclusief de inleiding, met allerlei metadata, en exclusief de ‘uitleiding’ waarin informatie over mijzelf en de andere producten te lezen is. Vergelijk dat eens met de 8 uur van het oorspronkelijke boek! 

Goed

Mijn Samenvattingen worden goed gewaardeerd. De meeste ratings en reviews zijn te vinden bij Kobo. Deze specifieke Samenvatting kreeg 4 sterren (1 rating) bij Kobo, het kreeg (nog) geen reviews bij Bol. 

Goedkoop

Je betaalt voor mijn Samenvatting op de eBook verkoopsites rond de EUR 3. Het oorspronkelijke boek kost nieuw E 22,50. Natuurlijk is het ook tweedehands te koop. 

Geen AI

Ik gebruik geen AI voor mijn Samenvattingen. Enerzijds omdat ik daar zéér slechte exemplaren van heb gezien die absoluut niet weergeven wat er in een oorspronkelijk boek staat. Anderzijds omdat ik denk een uniek smaakje aan een Samenvatting te kunnen geven, een stukje humor. Ik lees het boek gewoon drie tot vier keer en zorg er bij een Samenvatting voor álle onderwerpen weer te geven en alleen te schrappen in de voorbeelden. Veel AI-gegenereerde Samenvattingen laten gewoon de helft van de onderwerpen weg.  

Kopen

Koop bij Kobo.

Koop bij Bol.

Koop in mijn eigen webshop. Je krijgt dan een ePub én een PDF.

Koop bij Libris.

Koop bij andere aanbieders (Apple, etc.)

Proeven

Is dit je eerste kennismaking met een Samenvatting van mij? Dan wil je misschien eerst eens ‘proeven’, er eentje uitproberen zonder dat het je geld kost. Dat kan op mijn eigen webshop, daar is een Samenvatting helemaal gratis te downloaden

Over het oorspronkelijke boek Ja maar, wat als alles lukt. 

Natuurlijk wil je eerst weten waar dit boek nu eigenlijk over gaat. Lees dan vooral door!

Lees verder

Berthold Gunster is de grondlegger van het fenomeen Omdenken, wat hij kortweg omschrijft als: van Ja-maar naar Ja-en. Zijn eerste boek over dit onderwerp, Ja maar, wat als alles lukt? kwam uit in 2009 en was jarenlang een bestseller. En nog steeds is het populair, want: relevant én tijdloos. Ik was zó enthousiast dat ik er in 2017 een Samenvatting van schreef. Met 35 minuten leestijd en 7% van de oorspronkelijke omvang leer je 100% van de inzichten.

Links cover oorspronkelijke boek, rechs de Samenvatting van Ja maar wat als alles lukt

Over de Samenvatting van Berthold Gunster’s Ja maar, wat als alles lukt?

Snel

Je leest de Samenvatting in 35 minuten. Dat is exclusief de inleiding, met allerlei metadata, en exclusief de ‘uitleiding’ waarin informatie over mijzelf en de andere producten te lezen is. Vergelijk dat eens met de 8 uur van het oorspronkelijke boek! 

Goed

Mijn Samenvattingen worden goed gewaardeerd. De meeste ratings en reviews zijn te vinden bij Kobo. Deze specifieke Samenvatting kreeg 4 sterren (1 rating) bij Kobo, het kreeg (nog) geen reviews bij Bol. 

Goedkoop

Je betaalt voor mijn Samenvatting op de eBook verkoopsites rond de EUR 3. Het oorspronkelijke boek kost nieuw E 22,50. Natuurlijk is het ook tweedehands te koop. 

Geen AI

Ik gebruik geen AI voor mijn Samenvattingen. Enerzijds omdat ik daar zéér slechte exemplaren van heb gezien die absoluut niet weergeven wat er in een oorspronkelijk boek staat. Anderzijds omdat ik denk een uniek smaakje aan een Samenvatting te kunnen geven, een stukje humor. Ik lees het boek gewoon drie tot vier keer en zorg er bij een Samenvatting voor álle onderwerpen weer te geven en alleen te schrappen in de voorbeelden. Veel AI-gegenereerde Samenvattingen laten gewoon de helft van de onderwerpen weg.  

Kopen

Koop bij Kobo.

Koop bij Bol.

Koop in mijn eigen webshop. Je krijgt dan een ePub én een PDF.

Koop bij Libris.

Koop bij andere aanbieders (Apple, etc.)

Proeven

Is dit je eerste kennismaking met een Samenvatting van mij? Dan wil je misschien eerst eens ‘proeven’, er eentje uitproberen zonder dat het je geld kost. Dat kan op mijn eigen webshop, daar is een Samenvatting helemaal gratis te downloaden

Over het oorspronkelijke boek Ja maar, wat als alles lukt. 

Natuurlijk wil je eerst weten waar dit boek nu eigenlijk over gaat. Lees dan vooral door!

Lees verder

Geplaatst in zelfhulp | Tags: , | Plaats een reactie

Recensie: De bacterie en het brein – smeuïg!

De bacterie is bepaald ondergewaardeerd, dat is mijn conclusie na het lezen van dit geweldige boek van hoogleraar psychiatrie Iris Sommer. Psychiatrie ja: leek mij de relatie tussen bacteriën en het brein nogal vergezocht, inmiddels ben ik óm. Wil jij ook eens van een andere kant kijken naar neurodiversiteit, stress en je persoonlijkheid, lees dan zeker De bacterie en het brein uit 2023. Smeuïg!

Smeuïg is het goede woord. Niet alleen door de zeer prettige schrijfstijl met de bijna menselijke omschrijvingen van de bacteriën (toffe gasten, bijvoorbeeld), ook door het regelmatig terugkomen op het nut van voorkomen en genezen van allerlei afwijkingen, fysiek en mentaal, via het toedienen van bacteriën, oftewel: poeptransplantaties. Daar las ik een paar jaar eerder al over, maar niet zo uitgebreid als in het betoog van Sommer. De ‘smeuïge smurrie’ van een ander kan heel gezond zijn!

Het boek De bacterie en het brein …

… begint zoals veel boeken bij het begin. Bij het allereerste begin zelfs! Een paar miljoen jaar geleden, toen er alleen nog maar archaea (zoals plankton) en, jawel, bacteriën op aarde waren. Op een goede dag kroop een bacterie zowaar in een archaea, en het fusie-wezen bleek een enorm succes. Zo’n succes zelfs, dat hieruit de eerste meercelligen ontstonden, en een paar miljoen jaar later waren wij mensen er. Zonder bacteriën waren we er niet geweest, en dat is nog steeds zo.

Want ik leerde dat het supernuttig is dat een baby via de vagina geboren wordt, in plaats van met een keizersnee. De melkzuurbacteriën uit het vaginavocht komen zo in de mond van de baby. Nee, niet jakkes, maar noodzakelijk. Die baby heeft nog geen enkele bacterie in hun maag of darmen, en die ’toffe gasten’ zijn nodig om melk te verteren. En nee, je kunt niet vanaf dag 1 met fruithapjes beginnen. En ook: flesvoeding mist vaak de juiste bacteriën, dus borstvoeding is het best.

De bacterie en neurodiversiteit

Maar het gaat nu even niet om melk, maar om het brein. Kunnen bacteriën dan in het brein komen? Nee, dat niet. Maar de darmbacteriën leveren wel twee producten op, namelijk korte-ketenvetzuren en celwandmoleculen, die de microgliacel in de hersenen bereiken. En daar gebeurt vervolgens van alles. Ik begrijp uit het betoog dat onze darmflora (onjuiste term zegt Sommer, want bacteriën zijn geen planten, maar ja zo ingeburgerd dat we het maar zo houden) zelfs de Autisme Spectrum Stoornis (ASS) beïnvloeden.

Kinderen met ASS hebben vaak last van hun darmen, verstopping en zuurbranden, wat weer in slecht slapen resulteert. Zij hebben andere verhoudingen darmbacteriën en die darmflora wordt dus beïnvloed door eventuele keizersneeën en flesvoeding. Baby’s die dit hebben meegemaakt hebben een verhoogde kans op ASS. Maar er is goed nieuws: het afwijkende gedrag van ASS-patiënten is te verminderen met … poeptransplantaties, zo stelt een relatief klein onderzoek. Goede poep als medicijn, hoe mooi zou dat zijn!

De bacterie en stress

Het boek gaat verder met de relatie tussen stress en bacteriën. Bij stressvolle situaties maakt ons immuunsysteem een stofje aan, Dectin-1, op basis van een trigger. En die trigger is een afvalproduct van een schimmel, wat normaal gesproken wordt opgeruimd door een darmbacterie. Doet die darmbacterie dat niet, of heb je die bacterie niet, dan ben je dus vatbaarder voor stress. Toediening van die bacterie blijkt bij muizen te helpen …. En uit (beperkt) onderzoek lijkt ook bij mensen verbetering van de darmflora de weerbaarheid tegen stress te verhogen. En waarschijnlijk is een poeptransplantatie niet nodig, kunnen we ons beperken tot pre- en pro-biotica in onze voeding. Verse groenten bijvoorbeeld. Zou het zo simpel zijn?

De bacterie en je persoonlijkheid

Dan je persoonlijkheid, er is onderzoek gedaan gebaseerd op de Big Five: vriendelijkheid, openstaan voor nieuwe indrukken, zorgvuldigheid, neuroticisme (beren op de weg zien), en expressiviteit (snel contact maken). Met name zorgvuldigheid en neuroticisme hangen sterk samen met mentale en lichamelijke aandoeningen, zorgvuldigheid in positieve zin bij bijvoorbeeld diabetes en neuroticisme in negatieve zin, bij bijvoorbeeld depressie. Bij een hoge score op zorgvuldigheid is er van de ene bacterie meer in je darmen, en bij een hoge score op neuroticisme een andere bacterie. Sommer noemt ze natuurlijk allemaal bij naam! Grappig: mensen die openstaan voor nieuwe indrukken hebben de meest gevarieerde darmflora. Óf ze proberen veel meer verschillende soorten voeding, óf ze tongzoenen met veel verschillende mensen, ha ha! Dat laatste is namelijk óók heel effectief bij het uitwisselen van bacteriën, handig om te weten.

De bacterie en andere aandoeningen

De hoofdstukken hierna gaan in op de prikkelbare darm (als je dat hebt, heb je ook vaak last van depressie of een psychiatrische aandoening), overgewicht (je darmflora kan veel calorieën uit je eten halen, of juist minder), ouder worden, Alzheimer en Parkinson.

Bij Parkinson komt een bepaalde maagbacterie meer voor, een minder toffe gast dus, en men vermoedt dat Parkinson begint in de darm en dan via de nervus vagus naar de hersenen wandelt. Veel patiënten hebben dan ook darmproblemen. Anderzijds is er een route via de neus, en verlies van reuk is daar het eerste symptoom van. Daarnaast zijn er twee bacteriën die de opname van het medicijn levodopa belemmeren.

Natuurlijk is onderzocht wat hele oude mensen, uit de Blue Zones zoals Okinawa en Costa Rica nu precies eten. Dat blijkt voeding met heel veel vezels te zijn, en veel vis en weinig vlees. Maar ook de sociale structuur van de samenleving en nog steeds een doel in het leven hebben, spelen mee.

Sommer stelt dat voedingsinterventies heel effectief zouden zijn bij heel veel situaties, en veel te weinig worden toegepast.

De bacterie en rotzooi in onze voeding

Wat er zit aan te komen, of we het nu een goed idee vinden of niet, is genetische manipulatie van bacteriën die als probiotica gaan dienen. Ze kunnen méér van hun nuttige producten gaan maken, of juist andere producten, stelt Sommer. Of ze breken bepaalde stoffen in de darm juist af. Denk aan pesticiden, conserveringsmiddelen, emulgatoren, alle rotzooi die we met voeding binnenkrijgen en wat onze darmflora beschadigt. (Persoonlijk heb ik liever dat we die rotzooi uit onze voeding weren voordat we het in onze mond stoppen.)

Mijn evaluatie van De bacterie en het brein

Het mag duidelijk zijn dat ik heel vaak het WOW-wist-ik-niet-gevoel had, ik heb bijzonder veel geleerd. Het belang van mijn darmflora heb ik altijd behoorlijk onderschat, en het nut van gezond eten is nog eens extra binnengekomen. Doordat de werking van alle genoemde bacteriën, toffe gast of niet, zo gedetailleerd is beschreven, lijkt ook de overtuigingskracht van het belang van goede voeding veel groter te zijn geworden. Het lijkt me heerlijk om mijn best hoge neuroticisme te verlagen door simpelweg meer broccoli te eten. En bij een opkomend gevoel van stress (getver, een presentatie geven!) wat bijpassende recepten op te zoeken: wat eten mijn stress-verlagende bacteriën graag?

De schrijfstijl is subliem, hoewel de bacteriën bij naam genoemd worden is er nergens sprake van te veel jargon, en voelen de toffe gasten bijna als familie, met name die nuttige Akkermansia, die bij van alles blijkt te helpen. Ook schrijft Sommer heel beeldend, de ‘smeuïge smurrie en droge drollen’ uit de inleiding was een goede indicatie hiervan. Ik vergeef haar daarom de d/t foutjes die er ingeslopen zijn.

Als psychiater breekt Sommer een lans voor een holistische aanpak van onze mentale problemen. Ons brein is ons lichaam, onze geest staat er niet los van. Niet alleen lezen voedt mijn brein, linzen doen dat ook. Ik ben natuurlijk heel benieuwd hoe mijn darmflora eruitziet. Waarom doen we naast periodiek bloed prikken niet ook wat poepprikken?

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus….. dat deed ik ook.

Keus genoeg!

Geplaatst in gezondheid, psychologie | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: De mens is een plofkip – klopt precies!

De titel van Teun van de Keuken’s nieuwste boek: De mens is een plofkip uit 2024, doet precies wat het moet doen: het maakt nieuwsgierig, en ook boos. Hoe durft hij ons met een kip te vergelijken! Maar al lezend kwam ik al snel tot de conclusie dat dit precies klopt. We gedragen ons als een plofkip, we worden gemanipuleerd als een plofkip, en misschien hebben we net zo weinig (of nog minder) verstand als een plofkip. Dit prima, compacte boekje zet een ontluisterend beeld van onszelf neer. En van de fabrikanten van het voer, die wegkomen met misdadig gedrag. 

Ontluisterend? Ja, na nieuwsgierigheid en boosheid kwam er ook de nodige schaamte opzetten. De mens heeft immers iets meer macht en vrijheid om zich te onttrekken aan zo’n bestaan van gedwongen eten, moddervet worden en te vroeg dood gaan dan zo’n kip? Waarom gebruiken we die macht niet? Waarom laten we ons als plofkip behandelen? Waarom eet ik toch dat zakje chocopinda’s leeg terwijl ik lees over onze suiker-, vet- en zoutverslaving? Echt letterlijk? Teun zet in zijn betoog de redenen ervoor zeer goed uiteen, en is helder over de gevaren van doorgaan op dit pad. Hier moeten we, collectief, echt wat mee.

Het maatschappijboek De mens is een plofkip…

… raakte me vanaf het allereerste begin. Aggossie, die kip op haar dunne pootjes, verslaafd gemaakt aan eten. Doorlopend eten, en doorlopend zwaarder worden, elke gram die er in gaat, wordt omgezet in gewicht. Tenminste, de eerste 6 weken. Daarna is de ‘input’ groter dan de ‘output’ en wordt het rendement van het voer te laag. De kip wordt geslacht, en haar ‘technische delen’ verkocht. Zo wordt er winst gemaakt op de plofkip. Wij worden niet geslacht, het voer hoeft niet te worden omgezet in gewicht, de winst zit op het voer zelf. Hoe meer voer we eten, en hoe langer we dat doen, hoe meer winst er wordt gemaakt. Maar het proces is verder vergelijkbaar: verslaafd maken aan eten en zoveel mogelijk voer naar binnen laten proppen. En van de resulterende welvaartsziekten gaan we eerder dood.

Homo manducans

Nog steeds in het begin van het boek, en Teun schotelt me de evolutie van onze eetgewoonten voor. In de zestiger jaren bewees een huisvrouw haar waarde door uren in de keuken te zwoegen, alles zelf te maken vanaf scratch. En de resulterende maaltijden waren behoorlijk uitgebreid. Maar steeds meer vrouwen gingen buitenshuis werken, en het gemaksvoedsel kwam op: op veel plekken te koop, snel klaar, bijna zonder te kauwen door te slikken.

En de kinderen werden óók gemakkelijker: ze klaagden minder over het eten, omdat het lekker zoet, zout of vet was, of alle drie tegelijk, zoals hagelslag en pindakaas. De kinderen aten makkelijker hun bordje leeg. Ja, vind je het gek, het verzadigde veel minder, al dat witbrood in plaats van volkoren boterhammen. Behalve dan die groenten, die gingen niet zo snel naar binnen. Maar stel een zoet toetje in het vooruitzicht en de vieze spinazie wordt toch opgegeten. In het kinderbrein is het dan al duidelijk: gezond is moeten en vies, zoet is beloning en lekker. Ik had het me nooit zo gerealiseerd (want heb zelf geen kinderen) maar ongetwijfeld ging het in mijn kinderjaren zo. En zo werden we homo manducans: de vretende mens.

De gevolgen

En de gevolgen van dat vreten zijn niet mals: overgewicht, wat volgens onderzoek de Nederlandse samenleving 79 miljard (!) per jaar kost, door allerlei gezondheidsproblemen: diabetes 2, rugklachten, zenuwschade, oogproblemen, hart- en vaatziekten, kanker, nierklachten, stress. Stress? Jawel, hoe meer suiker en vet je eet, hoe heviger je lichaam reageert op stresshormonen. Oké, dit was het moment dat ik het zakje chocopinda’s opborg. Maar: als je eenmaal aan overgewicht lijdt, is het ontzettend moeilijk er vanaf te komen. Je moet het dus voorkómen, bij kinderen. Maar we laten ons zo makkelijk verleiden, vinden ongezond eten gewoon lekkerder, door die suiker, vet en zout. Ons primitieve brein houdt ervan, dat calorie-rijke voedsel, dat we ooit nodig hadden om te overleven bij voedselonzekerheid, en om die zware arbeid te kunnen doen. Een bekend fenomeen.

Dit hoofdstuk over de oorzaken van onze verslaving is erg informatief en gaat diep in op ultrabewerkt voedsel en de jacht op winst van de fabrikanten van dat ultiem lekkere eten. Dat eten dat bijna niets meer met écht eten te maken heeft. Het stukje over het inspuiten van water in ham (goedkoop vocht maakt het vlees zwaarder), en dat dit bij ‘gemarineerd’ vlees zonder maximum mag is bepaald cynisch. Teun stelt terecht de vraag: hoeveel natuurlijk vlees zit er nog in dergelijke producten vol smaakstoffen en suiker, zou je het ook helemaal zónder vlees kunnen maken, zodat je er geen dieren voor hoeft te doden?

Marketing

Is het betoog over de productie van ons eten al bepaald schokkend, zelfs als je dit allemaal al wist, zodra Teun over marketing begint vallen de schellen echt van je ogen. Er wordt meer geld, liefde en aandacht in marketing gestopt dan in het product zelf. Het gaat om de perceptie en de beleving van het product, niet het product zelf. In Nederland wordt 2 miljard aan marketing van voedsel uitgegeven, en 80% daarvan aan producten buiten de Schijf van Vijf. Wat zou er gebeuren als we dat geld zouden besteden aan marketing voor gezonde producten? Zouden we dan meer gezond kopen, eten, er aan wennen, het de nieuwe norm van ‘lekker’ maken? Ook is 80% van de aanbiedingen in de supermarkt voor ongezond voedsel, en (mede) daardoor meestal goedkoper dan gezond voedsel.

Het wordt nog erger. Veel van de marketing en aanbiedingen is gericht op kinderen. Hoe sneller je die verslaafd maakt aan je product hoe beter, en kinderen snappen nog niet wat marketing eigenlijk is. Ze begrijpen niet dat ze verzonnen verhaaltjes voorgeschoteld krijgen met maar één doel: dat ze om iets gaan zeuren bij de ouders. En dan hebben we het nog niet eens over alle verkooppunten van snoep vlakbij (5 minuten lopen) scholen.

De consument wil het

Teun heeft zich als journalist lang en fel beziggehouden met ongezonde en onethische producten. Op elke vraag aan fabrikanten was het antwoord: De consument wil het. Door kindslaven gemaakte chocola? De consument wil het. Dierenleed? De consument koopt het vlees, dus wil het. Dikmakende chips? De consument wil het … Is dit terecht? Als je chocola koopt, kies je dan voor de bijbehorende misstanden? Natuurlijk niet. En is in deze transactie de consument de énige partij die ethische afwegingen zou moeten maken? Terwijl de fabrikanten weten dat de onethische praktijken in Nederland ronduit verboden zijn?

De fabrikanten verdedigen zich met 3 begrippen: eigen keuze, betutteling en hypocrisie. De consument heeft vrije keuze welke producten hij wel of niet koopt, als de overheid dat gaat bepalen behandelt ze de consument als een klein kind, dat heet betutteling. En degenen die oproepen tot gezond eten, nemen nooit een handje chips? Tuurlijk wel, ze zijn hypocriet. En als ze niet hypocriet zijn, écht niks ongezonds en onethisch doen, dan zijn ze wereldvreemd. Dit is dezelfde soort argumentatie die ook door tegenstanders van klimaatmaatregelen wordt gebruikt.

Actie!

Individuele keuzevrijheid en marktwerking horen bij het neoliberalisme, en we hebben jarenlang een neoliberale regering gehad (en nu weer). Er is gewoon geen politieke wil om iets aan deze praktijken te veranderen. Geen wetgeving, en geen handhaving als er toevallig wel een wet is. Individuele acties om gezonder te gaan eten zal iets helpen, maar voor het gros van de mensen niet genoeg zijn. Er moet dus collectieve actie komen. De overheid heeft een zorgplicht, de plicht haar burgers gezond te houden. Ze moet de macht op de bedrijven terugpakken, regels stellen voor onze voeding. Dat zal even afkicken worden, maar daarna … genieten we van echt eten. Kom maar door met die betutteling!

Relevant en nodig

Teun van de Keuken heeft een bijzonder relevant boek geschreven, wat volstrekt niet origineel is. Alles wat hij opschrijft, weten we allang. En toch doen we niets. Ik lees zelf veel van Michael Pollan, de voedseljournalist die ook het boekje Echt eten uitbracht. We weten dat velen overgewicht hebben (ik ook), ongezond eten (ik ook), het risico lopen op hart- en vaatziekten (ik ook), daarmee de zorgkosten omhoog jagen en voor nóg grotere personeelstekorten zorgen, en eerder zullen sterven dan nodig (ik ook). En toch pakken we weer een zakje chocopinda’s (ik ook). Dit boek is dus nodig.

Het boek is zeer compact, prettig geschreven, met cynische humor en veel feiten. De titel en de cover trekken de aandacht. Grappig om onszelf in product-specificaties terug te zien: 85 kg, water vlees, zout, aroma, kleurstoffen, geurstoffen, smaakstoffen, conserveermiddelen. Kan sporen van pinda’s bevatten. (Ja, zeker na dat zakje chocopinda’s).

Schaamte en boosheid

Het betoog is bijzonder helder, kort en krachtig, en onderbouwd met overtuigende statistieken en onderzoeksresultaten. De link tussen de machteloze plofkip en de even machteloze consument wordt heel goed gelegd, en zorgt voor schaamte. De link tussen diezelfde machteloze consument en de op winst beluste, onethische bedrijven is óók heel duidelijk, en zorgt voor boosheid. Dat dat allemaal mág! We worden ziek gemaakt, dood gemaakt! Levert het genoeg boosheid op om ook collectieve actie af te dwingen, of te initiëren? Dat zou mooi zijn. Teun van de Keuken heeft er in ieder geval alles aan gedaan.

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , | Plaats een reactie