In Waar een wiel is, is een weg van Jaap Bressers uit 2015 lees ik dit: In een klein café komen een paar mensen binnen die vijf koffie bestellen; twee voor henzelf en drie uitgesteld. Ze betalen en lopen naar hun tafel. Twee meisjes bestellen ieder een koffie, betalen en gaan weer weg. De volgende order wordt gedaan door drie advocaten. Zij bestellen zeven koffie, drie voor hen en vier uitgesteld. Plotseling stapt er een man binnen die er uitziet als een zwerver. Hij loopt naar de bar en vraagt vriendelijk: “ Is er nog een uitgestelde koffie?”
Het maatschappelijke boek Waar een wiel is, is een weg …
… heeft veel voorbeelden van positieve initiatieven. Want dat is fenomeen ‘Uitgestelde koffie.’ Het is een initiatief dat gestart is in Napels en in 2013 werd het concept van uitgestelde koffie ook in Nederland omarmd. Het lijkt echter alsof de animo er een beetje van af is. Niet bij de gevers, maar bij de koffiedrinkers!
Afgelopen week kwam ik plotseling een artikel tegen over uitgestelde maaltijden. Het restaurant Hotspot Hutspot zou dit faciliteren (update 2025: niet meer, zo lijkt het), in Vlaardingen opereert MaaltijdenOpMaandag (MOM) met hetzelfde principe ( update 2-25: jezeker, nog steeds) en ook bij Fooddock heeft men uitgestelde maaltijden, maar nu onder de naam uitgestelde kerst, de dag na kerst kunnen arme Deventenaren van een kerstmaaltijd genieten. (update 2020: helaas, Fooddock is per juli 2020 gestopt. Maar in Zoetermeer leeft dit initiatief wèl! Update 2025: helaas, de Stichting Iedereen een maaltijd bestaat nog, maar de uitgestelde maaltijden zijn er geen onderdeel meer van.)
Kopen en geven
Een interessant concept: je koopt iets en met een klein extra bedrag geef je hetzelfde weg aan een ander. Je weet niet aan wie, maar dus wel wàt je geeft: datgene wat jij ook zo lekker vond! Het is heel persoonlijk, je ziet mensen van zo’n cadeautje genieten!
Ik dacht eens na over waar ik mijn geld aan uitgeef: boeken bijvoorbeeld. Zou het niet mooi zijn als we uitgestelde (kinder)boeken hadden voor arme plaatsgenoten? Ik zou met liefde een paar Euro daarvoor extra betalen. Eens praten met mijn favoriete boekwinkel…..Of hé, vakantie? Een paar Euro in de pot bij Corendon en op elke vlucht zit ook een arm gezin op weg naar hun uitgestelde vakantie! Of uitgestelde kerstbomen! De mogelijkheden lijken eindeloos.
Wat kan ik voor een ander doen?
En toen dacht ik na over waar mensen míj voor betalen, wat zou ik gratis kunnen doen voor een ander? Gratis advies voor start-ups of andere bedrijven die krap bij kas zitten? Kan ik dat samen met een aantal concullega’s doen?
En hoe zou je dat kunnen organiseren zonder er een bureaucratisch gedrocht van te maken? Via de beroepsverenigingen misschien? Vrijwilligerswerk doen? Nu ja, ik kan in ieder geval 10% van mijn tijd doneren en deze uitgestelde service op mijn website en dergelijke opnemen (goed voornemen voor 2017!).
Evaluatie
Toch grappig, hoe je na het lezen van een anekdote op ideeën komt om iets kleins voor een ander te kunnen doen. Er staan in dit boekje meer grappige, ontroerende en inspirerende verhaaltjes, deels uit het eigen leven van auteur Jaap Bressers, die op zijn 21-ste met een dwarslaesie in een rolstoel terecht kwam. Hij is nu cabaretier en spreker, met zijn humor slaagt hij erin om ons een spiegel voor te houden, ons te laten afvragen waarom we doen wat we doen en of dat niet anders kan. Met meer aandacht voor anderen, met het gewoon doen van kleine, aardige dingen voor elkaar.
Meer kun je lezen in Samenvatting van Waar Een Wiel Is, Is Een Weg, positieve gedachten voor bij de Kerstboom of inspiratie voor de goede voornemens van 2017. Niet uitstellen, hoor!
Automatisering gaat hard: er is bijvoorbeeld al software (Lsjbot) die met algoritmen artikelen en studies over een bepaald onderwerp vindt en inmiddels 8,5% van de artikelen op Wikipedia schrijft.’ Een voorbeeld uit het boek Olietankers en Speedboten van Menno Lanting uit 2014 over de effecten van digitalisering. Nu ben ik zelf net met schrijven begonnen, en vroeg me meteen af: is dit ook een beroep dat 2020 niet haalt?
Het managementboek Olietankers en Speedboten …
… zegt daar niet veel meer over, dus hop, naar Wikipedia om meer over Lsjbot te weten te komen. Volgens Wikipedia is deze internetbot ontwikkeld door de Zweed Sverker Johansson en wordt grotendeels gebruikt voor ……..de Zweedse Wikipedia. Die versie heeft (mede door Lsjbot) meer dan 3,7 miljoen artikelen en is daarmee de één-na-grootste, na de Engelse Wikipedia, met 5,3 miljoen. Een andere Wikipedia waar Lsjbot aan werkt, is de Cebuan (één van de talen die op de Filipijnen wordt gesproken, maar dat wist je natuurlijk wel) Wikipedia, nu met meer dan 3,4 miljoen artikelen en daarmee de derde op rij. Echter, deze Wikipedia heeft maar 118 actieve gebruikers. Die hebben dan nog heel wat leeswerk voor de boeg!
Kwaliteit
Maar kwantiteit zegt niets over kwaliteit. Hoe goed zijn die artikelen? “Geen zinvolle inhoud en ook de menselijke factor ontbreekt” is te lezen op Wikipedia. Dat klinkt bemoedigend. Nu schrijft Lsjbot voornamelijk over vogels en schimmels, het ultieme doel is artikelen te hebben over alle levende wezens op aarde. “Zeker een miljoen daarvan zijn zo oninteressant dat een mens toch nooit de moeite had genomen om daar iets over te schrijven”, zo stelt Sverker.
De kwaliteit van een Wikipedia artikel zou (deels) af te leiden moeten zijn van de “diepte” van de artikelen, een formule die weergeeft hoe vaak een pagina wordt bijgewerkt. Dat is voor de Cebuan “Lsjbot” Wikipedia maar gemiddeld een factor 5, terwijl de kleinere Wikipedia’s van Duits en Frans op ongeveer 100 respectievelijk 200 zitten. Dus Lsjbot maakt (nog) niemand brodeloos. Oh, wacht, die Wikipedia-bijdragers doen het vrijwillig……. Toch ben ik gerustgesteld: het duurt nog even voordat het schrijven van boeken en artikelen, die ook nog door iemand gelezen worden, volledig is geautomatiseerd.
Harstikke leuk boek
Na een uur kan ik me losrukken van de Lsjbot en aanverwante digitale auteurs. Dat is een beetje het probleem van dit harstikke leuke boek van Menno: zoveel interessante weetjes waar je nog veel méér over wilt weten! Het kernthema is innovatie, en hoe bedrijven dit, vaak met behulp van automatisering, kunnen bevorderen. Want als je niet innoveert, ben je straks niet meer relevant en ga je failliet, is het uitgangspunt, gestaafd met nog meer interessante voorbeelden. De oplossing zit in het aanpassingsvermogen van de leiding, met nog meer geweldige voorbeelden van bekende bedrijven als Uber, Airbnb, Netflix, maar ook Apple, Google en de koekjesbakkerij Veldt. Een deel van die voorbeelden, en àlle inzichten uit deze bestseller uit 2014 zijn opgenomen in mijn Samenvatting van Menno Lanting’s Olietankers en Speedboten. Voor als je geen bot hebt om alles voor je te lezen…..
“Stel ik wil je héél goed leren kennen voordat ik je een baan aanbied. Dan kan ik je een jaar lang twee keer per week ontmoeten, of ik kijk een halfuurtje in je huis rond als je niet thuis bent.” Dat klinkt gek, maar is het niet! In zijn boek Blink (Nederlandse titel: Intuïtie) uit 2005 beschrijft Malcolm Gladwell een onderzoek bij studenten in het hoofdstuk “Slaapkamergeheimen”:
Je slaapkamer verraadt jouw persoonlijkheid.
Het onderzoek gebruikte een checklist met 5 dimensies:
extravert: sociaal of teruggetrokken, vrolijk of gereserveerd?
aardig: vertrouwend of wantrouwend, behulpzaam of onwillig?
consciëntieus: georganiseerd of niet, zelfdiscipline of niet?
emotionele stabiliteit: bezorgd of kalm, onzeker of zelfverzekerd?
open voor nieuwe ervaringen: verbeeldingskracht of pragmatisch, onafhankelijk of inschikkelijk?
Onbekenden die 15 minuten in de studentenkamers rondkeken, kwamen tot dezelfde conclusie als de vrienden van de studenten. Niet zozeer op de dimensies extravert en aardig (daar is ook interactie voor nodig), maar op de overige 3 doen de onbekenden het veel en veel beter, en scoorden daardoor gemiddeld óók beter. Dat heeft te maken met enerzijds het interpreteren van je spullen, maar anderzijds juist door het ontbreken van een heleboel informatie. Er is geen “ruis”, of het vooroordeel van iemands uiterlijk.
Het managementboek Intuïtie …
…. gaat over oordeelsvorming en de rol van vooroordelen daarbij. Fascinerend! Erg veel voorbeelden passeren de revue, ontleend aan wetenschappelijk onderzoek. Bij één van die onderzoeken kun je jezelf testen op vooroordeel of discriminatie, via een Implicit Association Test (IAT). Je kunt naar www.implicit.harvard.edu gaan, Nederlands selecteren en de opdrachten uitvoeren. In Intuïtie lees je de achtergronden en resultaten van soortgelijke experimenten en wat dit voor ons betekent. Het is vrij ontnuchterend om te beseffen dat vrijwel elke beslissing op een of andere manier beïnvloed wordt zonder dat we dit weten. Misschien maakt dit ons eens wat minder overtuigd van ons eigen gelijk? Briljant boek, bestseller uit 2005, en heel prettig geschreven, leest als een thriller!
‘Think different’ is de biografie van Steve Jobs door Walter Isaacson uit 2011, later als Steve Jobs, de biografie opnieuw uitgegeven. Geweldig om te lezen, niet alleen voor Apple adepts zoals ik (1 Mac, 2 iPhones, 1 iPad, 4 iPods en dat is alleen nog maar voor mezelf…), maar voor iedereen die wil kennismaken met een bijzonder mens en zich afvraagt hoe hij het fenomeen Apple voor elkaar kreeg. Nou, door: Focus op het product! Think different (niet Think differently, maar different, als in Think Beauty) is Apples reclameslogan uit 1997.
Here’s to the crazy ones. Proost op de gekken. De buitenbeentjes. De rebellen. De onruststokers. Degenen die niet op hun plaats zijn. Degenen die dingen anders zien. Zij zijn niet gek op regels. En ze hebben geen respect voor status quo. Je kunt ze citeren, het met ze oneens zijn, ze verheerlijken of kwaad over ze spreken. Zo’n beetje het enige dat je niet met hen kunt doen, is ze negeren. Omdat zijn dingen veranderen. Zij brengen het menselijk ras vooruit. En terwijl sommigen ze zullen beschouwen als de gekken, zien wij genieën. Omdat mensen die zo gek zijn om te denken dat zij de wereld kunnen veranderen….degenen zijn die het doen.
Het boek ‘Steve Jobs, de biografie‘….
…. gaat dus over zo’n ‘crazy one’. Ik geef je wat highlights.
Steve’s eerste baan was bij Atari, die videospelletjes maakte. Technologisch personeel was toen, in 1974, veel gevraagd en Atari’s slogan was Maak plezier, verdien geld. Dat sprak Steve aan en hij wandelde op zijn sandalen de hal van Atari binnen en eiste een baan. Het hoofd van de technische afdeling kreeg een telefoontje van de receptie: We hebben een hippieknul in de hal, hij zegt dat hij niet weggaat totdat we hem in dienst genomen hebben. Moeten we de politie bellen of hem binnenlaten? Hij werd binnengelaten.
Niet iedereen was daar even blij mee. Er werd geklaagd: Die vent is een verdomde hippie met een zweetlucht. Hij is onmogelijk in de omgang. Jobs geloofde dat zijn vegetarisch dieet met heel veel vruchten het ontstaan van lichaamsgeur voorkwam, en douchte daarom weinig en gebruikte geen deo. Zijn theorie klopte niet. Maar Atari hield hem wel….
Apple
Zijn vriend en Atari-collega Wozniak vindt als het ware de standalone computer uit: in juni 1975 slaat hij wat toetsen aan en de letters verschijnen op zijn eigen scherm. Dat was de eerste keer in de geschiedenis van de PC. Jobs was onder de indruk. Qua persoonlijkheden verschilden zij als dag en nacht: Woz wilde alles gewoon weggeven, elkaar helpen, ruilen en delen. Hij ontwierp de Apple I om hem gratis weg te geven. Jobs haalt Woz over een bedrijfje te starten, niet om het geld, maar om het avontuur. Jobs verkoopt zijn Volkswagenbusje, Woz zijn rekenmachine (ter waarde van $500). Nu nog een naam. Jobs zit net op weer een fruitdieet en komt met Apple. Leuk, vlot, niet intimiderend en het zorgt ervoor dat ze boven Atari in het telefoonboek komen. Het kost Jobs jaren later honderden miljoenen om de claims van de Beatles en hun Apple Holding, af te kopen.
Productlanceringen
Woz is het technisch genie, Jobs de man van de visie en de marketing. De product-lanceringen worden legendarisch. In 1984 wordt de Macintosh, opvolger van de Apple II, gelanceerd met een spectaculaire show: “Het is 1984. Het lijkt alsof IBM alles wil. …Dealers zijn bang voor een door IBM gedomineerde en gecontroleerde toekomst…..IBM richt zijn kanonnen op de laatste hindernis voor de heerschappij in de industrie: Apple. ….Heeft George Orwell gelijk gehad?” Er komt een fantastische spot, gefilmd in Londen in Blade Runner sferen, met skinheads als Big Brother soldaten. De heldin gooit met een moker het beeld kapot. De presentator zegt: “Op 24 januari zal Apple de Macintosh introduceren. En je zult zien waarom 1984 niet op “1984” zal lijken. Jobs haalt de Macintosh uit de zak, sluit muis en toetsenbord aan en geeft een demo. Het publiek snakt naar adem. Dan drukt Jobs op de muis, en de Mac is de eerste computer die zichzelf introduceert: “Hallo, ik ben Macintosh. Het is absoluut geweldig om uit die zak te zijn.” Het publiek wordt gek, de ovatie duurt 5 minuten.
Weg en weer terug
Steve wordt in 1985 na ruzie in de top, bij Apple weggestuurd, maar in 1997 weer teruggevraagd als Apple aan de rand van de afgrond staat, 90 dagen van faillissement. In de tussentijd heeft hij met Pixar “Toy Story” en andere animatiefilms gemaakt en is er erg rijk van geworden. Maar zijn hart ligt bij Apple. Hij snijdt 70% van de, in zijn visie overbodige, producten weg, ontslaat 3000 man en gaat weer winst maken. Hij focust op nieuwe, betere versies van de Mac.
iPod
In 2001 spat de internetbubble uiteen en vele computerbedrijven worstelen om het hoofd boven water te houden. Er wordt minder uitgegeven aan R&D en er komen weinig nieuwe producten uit. Maar Steve heeft een visioen en besluit juist meer aan onderzoek uit te geven en een heleboel nieuwe dingen uit te vinden, zodat Apple, als de crisis voorbij was, ver voor zou lopen op de concurrentie. Vanaf 1999 was Apple al bezig toepassingen te ontwikkelen die liggen op het snijpunt van creativiteit en technologie: Final Cut Pro, iMovie, iDVD, iPhoto, Garageband en iTunes. Steve ziet de computer als digitale hub, zodat allerlei randapparatuur kan worden ontwikkeld die heel simpel is.
In 2000 begint hij binnen Apple aan te dringen op het ontwikkelen van een digitale muziekspeler. De benodigde onderdelen zijn echter nog niet beschikbaar. Dan komt Toshiba in 2001 met een harde schijf ter grote van een 2Euro-stuk en een capaciteit van 5 GB. Toshiba heeft geen idee wat ze ermee zou willen. Apple wel. In oktober 2001 wordt de iPod gelanceerd. En er wordt doorontwikkeld: in 2004 was de aanvraaag voor het patent op de iPad al ingediend, maar alle functionaliteit ervan werd eerst de de iPhone ingezet. De eerste iPhone ziet het licht in 2007. De iPAD kwam in 2010.
Perfectionist
Jobs overlijdt op 5 oktober 2011, nog geen jaar na het verschijnen van zijn biografie.
Jobs was een perfectionist. Dat leidde tot de end-to-end controle die Apple had over alle producten. Geen licenties van het besturingssysteem voor andere computerbedrijven. Geen mogelijkheden voor gebruikers om componenten toe te voegen of zelfs maar de batterij te vervangen. Hij had een binaire visie op de wereld. Het was goed of fout. Of eigenlijk “geweldig” of rotzooi, met niets er tussen. Mensen waren helden of hufters, en soms allebei op 1 dag.
Product staat centraal
Jobs had uitgesproken ideeën over zijn klanten: ze hebben geen idee wat ze willen totdat ze het zien. Hij haalt Henry Ford aan: “als ik de klanten had gevraagd wat zij hadden willen hebben, hadden ze gezegd: een sneller paard”. Hij had ook een mening waarom verval toeslaat in bedrijven als IBM en Microsoft: ze gaan meer waarde hechten aan de omzet dan aan de producten die daarvoor zorgen. In zijn levensvisie stond het product altijd centraal.
Leiderschap
Jobs kon ook heel gemeen zijn en mensen kwetsen. Volgens Isaacson was dat bewust, Jobs kreeg hiermee veel mensen zover dat zij dingen deden waarvan ze niet dachten dat ze het konden. Alles voor de perfectie! Beleefde en zachte leiders zijn volgens Isaacson niet effectief als verandering noodzakelijk is. Maar Jobs had er ook veel last van, hij vervreemdde mensen en bedrijven van zich. Was het de beste vorm van leiderschap?
Drijfveren
Jobs beschrijft in het boek zijn drijfveren als volgt: iets willen teruggeven aan de mensheid, waardering tonen voor alle bijdragen die voor ons zijn geleverd en iets toevoegen aan de ontwikkeling ervan. Hij zei graag te denken dat er iets blijft leven na de dood: “het is raar om te bedenken dat je wijsheid en ervaring opdoet, en dat dat dan zomaar weg is”. Hij wil geloven dat je bewustzijn misschien blijvend is, in plaats van klik, weg. “misschien dat ik daarom nooit een aan-uit schakelaar op de Apple wilde hebben”.
Mijn evaluatie van Steve Jobs, de biografie
Geweldig boek, uit de carrière van Jobs putten veel managementboek-schrijvers allerlei managementlessen. Deze biografie is in samenwerking met Steve gemaakt en geeft een heel mooi inkijkje in hoe hij zèlf zijn leven en werk heeft beleefd.
Wat maakte de Beatles zo ongelofelijk succesvol, terwijl er zat andere bandjes waren waar we nooit wat van hoorden? Talent? Ja natuurlijk. Maar met talent alleen waren ze er nooit gekomen. Wat is er zo bijzonder aan Bill Gates, Canadese hockeyspelers, Robert Oppenheimer? Kunnen wij doen wat zij deden, en net zo succesvol worden? Nee. Een combinatie van talent of IQ, heel veel, maar dan ook heel veel oefenen, toevalligheden, het land waar je bent geboren en het gezin waar je opgroeide, de economie….alles werkt samen om van ons een succes te maken, of ons gewoon middelmatig te laten blijven. Aldus Uitblinkers (Outliers) van Malcolm Gladwell uit 2008. Ik schreef er ook een Samenvatting van!
Het managementboek Uitblinkers…
….. is een goed geschreven boek, interessant en leerzaam, met veel verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek.
Het zal wel onderdeel van een MLC zijn, je af te vragen waarom je bent geworden wat je bent, een beetje gewoon, en niet een tweede Bill Gates, of Paul, Ringo, John of George. Of gewoon stinkend rijk. Of op een andere manier heel bijzonder. Dit boek geeft je daar een aantal mogelijke redenen voor.
Het begint met een dorpje in de US waar veel Italiaanse immigranten wonen, die uitzonderlijk gezond zijn. En het eindigt met een analyse van de Koreaanse vliegtuigrampen, die uitzonderlijk frequent waren. En tussen die hoofdstukken in komen ook de uitzonderlijke Beatles voorbij.
Het succesverhaal van The Beatles
John Lennon en Paul McCartney begonnen in 1957 samen te spelen. In 1960 waren de Beatles nog een worstelende middelbare school rockband. In 1964 veroverden ze de US. In de periode 1960 – 1964 gebeurde er iets: de eigenaar van een striptease-club in Hamburg bedacht dat hij klanten kon lokken door non-stop rockmuziek te laten spelen. Hij ging naar Londen om wat bands te zoeken, kwam in Soho een man uit Liverpool tegen die wat bandjes kon regelen en voor ze het wisten speelde de Beatles in Hamburg, erg aantrekkelijk door de grote hoeveelheden drank en sex die ze kregen.
Maar daar moesten ze wel wat voor doen: non-stop spelen, vijf tot acht uur lang. Ze deden 1200 live optredens in die 4 jaar, en konden alles spelen wat je kunt bedenken. Toeval, een kans grijpen en heel veel oefenen.
Bill Gates
… was vroegrijp en verveelde zich stierlijk op de openbare school. Hij werd naar een particuliere school gestuurd, waar in zijn tweede jaar een computerclub werd gestart. Dat was in 1968, en dus vrij bizar. Uit de jaarlijkse rommelmarkt bleef 3000 dollar over, en daarvoor werd een hypermoderne (in 1968 dan) timeshare-terminal gekocht die een directe verbinding had met een mainframe.
Bill begon met programmeren. En de computerclub werd gevraagd om voor een bedrijfje software programma’s te testen, in ruil voor nóg meer tijd op het mainframe. In zeven maanden in 1971 besteedde Bill 1600 uur aan programmeren. Toen hij startte met zijn eigen bedrijf had hij 7 jaar vrijwel onafgebroken geprogrammeerd. Toeval, kansen grijpen en heel veel oefenen.
Toeval
Gladwell gaat daarna in op de invloed die opvoeding en economie hebben op toeval, en de mogelijkheid de kansen te grijpen. Als in 1968 een paar honderd 13-jarige jongetjes de kans hadden gekregen om op een computer te oefenen, was Bill Gates niet zo succesvol geweest. Maar hij was vrijwel de enige. En kwam uit een milieu waarin eigen initiatief werd gestimuleerd.
Koreaanse piloten
Nu dan even over de Koreaanse piloten en hun uitzonderlijk hoge percentage ongelukken. Waren zij dommer of minder getraind dan de westerse piloten? Nee. Dit kwam door cultuurverschillen. In Korea was het “not-done” om autoriteiten tegen te spreken. Dat had tot gevolg dat de piloten niet protesteerden toe ze door (Amerikaanse) verkeersleiders nog een rondje boven het vliegveld moesten cirkelen, terwijl ze vrijwel zonder brandstof zaten. Maar ook in andere omstandigheden, waarbij de co-piloot de gezagvoerder niet, of te laat, corrigeerde bij beoordelingsfouten. En het vliegtuig tegen een berg vloog. Toeval, een opeenstapeling van probleempjes, en cultuur.
Hoe uitzonderlijk ben ik?
En ik? In 35+ jaar best veel geoefend op mijn vakgebied. Maar zeker niet als enige. Best wel succesvol, maar niet heel bijzonder geworden. (Zijn die er wel? Die heel uitzonderlijke accountants / auditors?) Maar ook: geen moeite met het ter discussie stellen van autoriteit, en misschien zijn er daardoor geen rampen gebeurd. Dan maar gewoon!
Begin juni (2012) volgde ik de (verplichte) training Professioneel Kritische Instelling bij het NBA. Tegelijkertijd las ik een boek waarin “de illusie van experts” wordt beschreven. Mensen die meer weten voorspellen iets beter, maar mensen met de meeste kennis zijn vaak minder betrouwbaar “dan pijltjes gooiende apen”. Dit komt dan deels door een te groot vertrouwen in eigen vaardigheden, waardoor het zicht op de werkelijkheid wordt verloren. Een ander hoofdstuk gaat over “intuïties of formules”. Hierin wordt een onderzoek beschreven waarin een simpel algoritme de toekomstige prijzen van jonge wijnen voorspelt, en veel nauwkeuriger blijkt te zijn dan de beoordelingen van wijnexperts. Het boek onderbouwt wetenschappelijk en humoristisch datgene wat het NBA ons wil overbrengen: ons oordeel kan onbetrouwbaar zijn. Het betreffende boek is Thinking, fast and slow (Ons feilbare denken), van Daniel Kahneman uit 2011.
Het managementboek Ons feilbare denken …
… beschrijft Kahneman’s leven van onderzoek doen naar de principes van beslissingen nemen. Het legt mij hele interessante simpele testjes, waar ik snel op moet reageren. En met schaamrood op de kaken de goede oplossing lees, die zo logisch is, maar niet mijn eerste, intuïtieve keuze. Gelukkig ben ik niet de enige. Het nemen van een beslissing blijkt door veel factoren beïnvloed te worden.
Systeem 1 en systeem 2
Kahneman gaat uitgebreid in op de verschillen tussen “systeem 1”, het automatische system, en “systeem 2”, het weloverwogen systeem. Systeem 2 monitort en controleert de gedachten en handelingen van systeem 1. Een leuk voorbeeld, is de volgende vraag:
Een honkbalknuppel met bal kost $1,10. De knuppel is $1 duurder dan de bal. Hoe duur is de bal?
Waarschijnlijk denken jullie, net als ik, direct aan 10 cent. Dit is een intuïtief logisch klinkend antwoord. Maar wel fout. Reken maar na: het is 5 cent. En als jullie wel het goede antwoord wisten, is die 10 cent toch even door jullie hoofd geschoten.
Het punt is dat bij degenen die 10 cent als antwoord geven, systeem 2 niet even actief controleert of dit rekenkundig wel klopt. Meer dan 50% van duizenden studenten van Harvard die deze test deden, gaven het foute antwoord. Bij minder prestigieuze universiteiten was dit meer dan 80%.
Veel mensen hebben teveel zelfvertrouwen en hechten teveel waarde aan hun intuïtie: hun systeem 2 is lui. Zouden tussen al die mensen ook niet een aantal accountants zitten?
Hoe oordelen accountants?
Uit een onderzoek van Kahneman (in de 80-er jaren) onder 101 accountants bleek dat als zij de betrouwbaarheid van interne controles van ondernemingen moesten beoordelen, zij in 20% van de gevallen bij het opnieuw beoordelen van precies dezelfde casussen (binnen dezelfde test op dezelfde dag), een andere conclusie trokken!
Onderzoeken verklaren dit door de sterke contextafhankelijkheid van onze intuïtie: een koel briesje op een hete dag maakt ons net iets positiever over iets wat we op dat moment moeten beoordelen. De tijd tussen twee eetpauzes bij een Hof heeft aantoonbare invloed op de kans dat een (al dan niet hongerige) rechter iemand voorwaardelijk in vrijheid stelt.
Mensen lijken erg inconsistent te zijn bij het samenvattend beoordelen van complexe informatie. Formules zijn veel betrouwbaarder, hebben het niet warm en hebben geen honger.
Iedereen is feilbaar, ook accountants!
Ik ben na het lezen van dit boek, bijna 500 pagina’s die je wel moeten overtuigen, wel alerter geworden: is mijn oordeel een systeem 1 oordeel? Wat vind mijn systeem 2 ervan? En is er meer, veel meer informatie of statistiek beschikbaar, die dit oordeel onweerlegbaar zou bevestigen of juist ontkrachten? Maar ook weet ik nu zeker: iedereen is feilbaar. Ook een accountant. En een vinoloog. En een jurist, internal auditor en dokter. Dat wist ik intuïtief al, nu weet ik waarom. Met de statistieken om dat te onderbouwen.
Geweldig boek! Ik geef het 5*
Ons feilbare denken, ‘Thinking, fast and slow‘, van Daniel Kahneman koop je bij Managementboek.nl en bij Bol.com