Recensie: Building Tribes – wéér geweldig

Twee van mijn favoriete auteurs, Jitske Kramer en Danielle Braun, schreven het Managementboek van het Jaar 2016, De Corporate Tribe. Ik vond het gewéldig! In 2018 schreven ze een vervolg: Building Tribes. Meer van hetzelfde? Eh …. ja. Wéér geweldig!

Waar De Corporate Tribe ons liet kennismaken met het thema ‘Leren van wat we al weten’, gaat Building Tribes een stuk dieper. Natuurlijk lezen we ook hier interessante reisverhalen met bijzondere gebruiken. Die worden als inspiratie gebruikt voor het organiseren van processen in je bedrijf, of voor het verstevigen van de relaties binnen je bedrijf. En natuurlijk genieten we weer van de prachtige foto’s! Maar ook leren we over kampvuren aansteken, power & love, vergaderen, leiderschap, verandermanagement, afscheid nemen en nog veel meer.

Het managementboek Building Tribes …

… bestaat uit 2 delen. Deel 1 geeft de theoretische basis. De auteurs laten zien ‘aan welke knoppen je kunt draaien’ om je tribe te bouwen, oftewel hoe je van je organisatie een samenwerkingsverband maakt met energie, veerkracht en flexibiliteit. Zo is er een stuk over het ontstaan van tribes, ontleend aan Harari’s Sapiens, en een stuk over verschillende soorten tribes, tribes van verwanten versus per activiteit en gesloten tribes versus open. Sterke tribes maken gebruik van zowel power als love.  Power houdt in diversiteit, doelgerichtheid, concurrentie, grenzen stellen, als individu excelleren. Love gaat over integratie, relatiegerichtheid, samenhang, samen excelleren, aanpassen. Daarna volgt een interessant hoofdstuk over cultuur, met 12 aspecten.

Afscheid nemen

Bijzonder leerzaam vond ik het stuk over afscheid nemen, van een bestuurder of personeelslid. Op een of andere manier is iedereen altijd bij een afscheidsborrel, voor vergaderingen geldt dat bepaald niet! Zo’n gelegenheid kun je gebruiken om je organisatie te versterken. Neem áltijd feestelijk afscheid, ook al wil de vertrekker geruisloos weg of is er een conflict. En vertel verhalen, over de waarde van de vertrekker, en over gedoe. Over hoe het verder gaat, wie het werk overneemt, en of de vertrekker nog blijft ondersteunen of écht helemaal uit beeld is. Nodig klanten of externe relaties uit, en die nieuwe medewerker die het werk gaat overnemen. Zorg dat er een ritueel is voor het laatste afscheid. Denk aan de traditionele lange rij om nog even een handje te schudden, kaartjes waarop iedereen zijn wensen schrijft, een grote kring waarin iedereen nog een paar woordjes zegt. Zo zorg je voor verbinding tussen de achterblijvers. Dit stuk is ontleend aan begrafenisgebruiken in Sulawesi en Tibet, prachtig!

Traditie

In het hoofdstuk over het bouwen van tribes werd ik getroffen door een paragraaf over normen, ordening, het morele kompas, en hoe iets traditioneels ons kan beperken. Hierbij staat een grappig, maar ook leerzaam kader over roze= voor meisjes en blauw=voor jongens. Hier stappen we inderdaad maar moeilijk vanaf, is traditie. Traditie? Welnee! In 1940 spraken producenten van babyartikelen dit onderling af, om te zorgen dat kleding e.d. niet zomaar aan een volgend kind kon worden doorgegeven. Goed voor de verkoop! Stoppen met die ‘traditie’ dus, vind ik.

Leiderschap en rollen

In dit theoretische deel komen ook tribaal leiderschap (met daarbij ‘ranking’) en tribale rollen aan de orde. Mooi van die rollen vind ik het stuk over de ‘verzamelaars’, in de moderne organisatie de fee-earners. Die komen direct na de chief, maar vóór de sub-chiefs (tegenwoordig de managers), de jagers (verkopers), magiërs (stafafdelingen) en elders (adviesorganen). Mooi om het belang van die groep zo duidelijk in de structuur terug te zien. De rest van dit deel gaat over de techniek van ‘kampvuren aansteken’, tegenwoordig vergaderen, met extra aandacht voor de enscenering; het wordt een ritueel om je uit de dagelijkse routine te halen, om écht contact te maken met elkaar, om goede gesprekken te voeren en ideeën uit te wisselen.

Kampvuurgesprekken

In deel 2 gaat het specifiek om die kampvuurgesprekken, waarbij per thema inspiratie gehaald wordt uit andere culturen. Het zijn fascinerende verhalen, waaruit heel goed blijkt waarom het goed werkt, én wat wij kunnen leren en gebruiken.

  1. Het eerste thema is besluiten nemen, met inspiratie vanuit de Kgotla in Botswana. Hier trof me allereerst de ronde setting, wat draagvlak verhoogt en de wijsheid van de groep vraagt, daarna het direct besluiten door de chief (en dus niet: ‘ik neem het mee’), en ook het notuleren wát er is gezegd en niet door wie.
  2. Ten tweede het thema fusies en overnames, met inspiratie vanuit huwelijken in Las Vegas en Iran, waarin ik leerde over de verschillende bruidsschatten (dowry en brideprice), wie houdt/krijgt het geld en de analogie met fusies en machtsverhoudingen.
  3. Als derde thema concurrentie, met een geweldig verhaal over de koppensnellers in Sumatra. Een sterke tribe betekent daar ook sterke buitengrenzen en weinig samenwerking tussen tribes. Het gaat om strijdvaardigheid, belang van klant en de omzet. En smikkelen van je concurrent!
  4. Thema nummer vier is verkoop en klantrelaties en de inspiratie komt vanuit Iran. De waarde van een product wordt bepaald door het verhaal en de relatie tussen koper en verkoper, ontstaan vanuit de oude karavanserai. Hierbij staat een mooi stuk over een tapijtenknoopster: het knopen kostte niet alleen tijd, maar ook aandacht die ze dus niet aan haar familie kon geven. Wat is dat waard? En een mooi stuk over een taxichauffeur, die steeds zegt geen geld te willen. Dat is om je een goed gevoel te geven. Maar aan het eind van de rit betaal je hem natuurlijk wél!
  5. Als vijfde thema verandermanagement met inspiratie uit de voodoopraktijk in Little Haiti, Miami. Het mooiste vond ik de vergelijking tussen de voodoopoppen, de speldenprikken die overslaan op de ‘grote’ persoon, en de analogie met in een organisatie beweging creëren vanuit een kerngroep van mensen met véél contacten.
  6. Dan thema nummer 6, conflicthantering, met inspiratie uit de praktijk van screaming conversations en Deep Democracy uit Zuid-Afrika. Hierover schreef Jitske een geweldig boek, Deep Democracy.
  7. Het zevende thema is verontschuldigen, met Seppuku uit Japan als inspiratie. Het gaat hier over je kwetsbaarheid tonen, moedig zijn, en de consequenties aanvaarden.
  8. Prachtig vond ik het achtste thema: vastgelopen vraagstukken, met inspiratie vanuit de stilte-vergaderingen bij de Quakers. Leerpunt: zij gaan uit van: ‘Talk God, I’m listening’ i.p.v. ‘Listen God, I’m talking’. Zij vergaderen in stilte en wachten op ‘goddelijke’ inspiratie, stoppen het ego en de eigen mening weg. Wow, als we toch eens zo zouden kunnen vergaderen!
  9. Het laatste thema is afscheid nemen, met inspiratie uit Sulawesi en Tibet. Daar had ik het eerder al over.

Mijn evaluatie: prachtig en verrassend

Dit is weer een fantastisch boek, prachtig qua uitvoering, en heel verrassend qua inhoud. De rituelen van andere culturen worden respectvol en diepgaand behandeld, de motivatie erachter wordt duidelijk en ook de leerpunten voor onze bedrijfsprocessen. Dit is zeker geen herhaling van De Corporate Tribe, maar duidelijk een vervolg met heel veel nieuws. Ik heb er van genoten én geleerd.

Hoe de lessen kunnen worden vertaald naar bedrijfs-’kampvuurgesprekken’ wordt duidelijk en gedetailleerd uitgelegd. Het is daarmee een heel praktisch boek, alhoewel het begeleiden van kampvuurgesprekken wel wat oefening vereist.

De structuur van het boek is heel fijn, met een theoretisch deel en een toepassingsdeel, en in het tweede deel een vaste indeling van de hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft een vrij uitgebreid bronnenoverzicht. In de tekst is duidelijk onderscheid aangebracht tussen ‘harde’ waarheden, externe bronnen en de interpretaties van Jitske Kramer en Daniëlle Braun.

Het is een tijdloos boek waar je jaren plezier van gaat hebben. Voor je organisatie, en ook zeker voor je mindset en je interesse in andere culturen. Betalen voor wat gratis wordt aangeboden, voor ons Nederlanders is dat wat tegen-intuïtief, dus goed om te weten. En misschien ook in Nederland toe te passen?

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Teaming – Magnum Opus

Dit moet toch wel het Magnum Opus zijn van Hans van der Loo en Patrick Davidson: hun dikke, mooi uitgevoerde boek Teaming uit 2022. Alles wat je over teaming zou kunnen bedenken staat in dit boek. Theorie, voorbeelden en een deel werkboek. Wat wil je nog meer? Naast volledigheid, sprak ook de structuur mij aan. Het geheel is opgehangen aan een fijn model. De theorie wordt afgewisseld met interessante, goed uitgewerkte cases. Elk hoofdstuk is prettig samengevat. Het werkboek is expliciet gelinkt aan de theoretische hoofdstukken. Uitgebreide referenties, lange literatuurlijst en een indrukwekkend overzicht van geïnterviewde experts. Erg goed gedaan!

Teaming is het proces van teamvorming, het leerproces dat nodig is om teams te laten werken. Het boek geeft in het bijzonder aandacht aan teaming van pop-up teams. Zeg maar dynamische teams, die per ‘klus’ worden samengesteld en daarna weer uiteenvallen in of naar andere teams. Met name bij innovaties wordt op deze manier gewerkt. Aan de pop-up teams worden extra eisen gesteld, waarop het boek uitgebreid ingaat. Een leuk voorbeeld van pop-up teams zijn wielerploegen, die tijdens een koers steeds andere teams maken. Laat ik nu net Tour de France aan het kijken zijn!

Het managementboek Teaming …

… is opgehangen aan een model met 12 elementen. De eerste drie zijn de basisprincipes van alle teams: beperkte omvang, gedeelde opgave en wederzijdse afhankelijkheid.

  1. Beperkte omvang is van belang voor de kwaliteit van de informatie-uitwisseling. Je moet natuurlijk voldoende verschillende vaardigheden in je team hebben. Maar niet te veel mensen: het aantal relaties groeit met elk extra teamlid. De formule: aantal relaties = n(n-1)/2. Bij 6 mensen dus 15 relaties, bij 14 mensen al 91! Dan zijn enkelen alleen maar bezig met relaties onderhouden en anderen verwaarlozen die. Ideaal is een teamomvang van 7 plus of min 2. Grote teams zijn aantoonbaar minder effectief.
  2. Gedeelde opgave. Doelen en ambities motiveren mensen, zolang ze heel concreet zijn. De teamdoelen zijn natuurlijk afgestemd op het organisatiedoel, en worden door het team zelf vertaald naar een ‘opgave’. Individuele doelen en gedrag zijn hier weer een afgeleide van.
  3. Wederzijdse afhankelijkheid. 1+1=3, zo weten we. Maar wederzijdse afhankelijkheid leidt natuurlijk tot wederzijdse verplichtingen. Als je elkaar dan niet écht nodig hebt, is werken in een team alleen maar extra ballast. En ook moet er een onderlinge ‘klik’ zijn.

Voor Pop-up teams: TEAM

Voor pop-up teams komen er 4 eigenschappen bij, makkelijk samen te vatten als TEAM: Tijdelijkheid, Externe oriëntatie, Aanpassingsvermogen en Meervoudigheid.

  1. Tijdelijkheid. Denk aan een plukje ontsnapte wielrenners. Vlak voor de finish, of bij het weer ingehaald worden door het peloton, eindigt het team weer. Voor elke klus of crisis wordt een team gevormd. Een vorm hiervan is ‘dynamic reteaming’, waarbij een stabiel team continu wordt aangepast om nog beter met de opgave te kunnen omgaan.
  2. Externe oriëntatie. Het team bouwt bruggen naar andere teams en andere organisaties. Netwerken opbouwen is belangrijk.
  3. Aanpassingsvermogen. Snel en wendbaar zijn, experimenteren, pro-actief zijn.
  4. Meervoudigheid. Leden van pop-up teams hebben vaak multidisciplinaire, -culturele, -raciale of -religieuze achtergronden. Ze denken vanuit verschillende systemen. Ze weten dat er geen ‘enige waarheid’ bestaat, of de enige juiste oplossing. Diversiteit binnen het team is heel belangrijk.

De 6 elementen van teaming

Rondom de kern van deze ‘magnificent seven’ komen nu twee cirkels met 3 resp 2 elementen. Samen met de kern vormen ze de 6 elementen van teaming, het ‘maken’ van pop-up teams:

  1. Principes ‘magnificent seven’
  2. Contextuele Intelligentie
  3. Fluïde leiderschap
  4. Slagvaardig samenspel
  5. Verbindende spirit
  6. Stimulerende structuur

Deze ‘magnificent seven’ en de 5 extra elementen worden in het boek uitputtend behandeld. Naast de vele verwijzingen naar onderzoeken en theoretische modellen, staan er ook erg veel aansprekende voorbeelden bij. Wielrennen noemde ik al, maar ook de manier van werken bij Red Bull, Haier, Google, Spotify en nog veel meer aansprekende bedrijven.

Werkvormen voor teaming

In het tweede deel van het boek vinden we 44 werkvormen om teaming in de praktijk te brengen. De werkvormen zijn gegroepeerd per element van teaming, dat is erg makkelijk. Sommige kende ik al, maar de meeste niet en ik vroeg me (daarom) wel af of de omschrijvingen niet wat te kort zijn om zonder ondersteuning van een ervaren coach mee aan de slag te gaan. Wel krijg je vanuit die omschrijvingen een goed beeld hoe de oefening in elkaar zit, en kun je inschatten welke het beste bij je team of de behoefte zou passen.

Ik vond bijvoorbeeld ‘Wandelend puzzelen’ lekker simpel en waarschijnlijk heel effectief. Zoek een wandelroute uit, en een of meer teamleden. Op de heenweg bedenk en bespreek je de probleemkant, op de terugweg de oplossingen en actiekant. Weer op kantoor (of thuis) begin je direct aan de actie. Je spart fysiek met iemand, of over de telefoon.

Handboek

Het sterke punt van dit boek is de volledigheid. Ik kan niet zeggen dat ik heel veel nieuwe theorie las, maar de enorme hoeveelheid informatie is prima gestructureerd weergegeven. Je kunt dus ook delen van het boek lezen. Door de vele gedetailleerde voorbeelden, reflectievragen maar ook door de werkvormen is het ook een erg praktisch boek geworden, je doet zeker veel inspiratie op.

Het is een mooi uitgevoerd boek, qua layout, kleurgebruik, papiersoort en schrijfstijl. Het is alleen een beetje te dik en te zwaar, eerder een handboek voor op je bureau dan een boek wat je lekker leest in de ligstoel. Gelukkig zijn er de samenvattingen per hoofdstuk! Daarnaast staan er toch wat slordigheden in, dat is jammer.

De onderbouwing is prima geregeld, in de tekst veel verwijzingen naar onderzoeken, expert-interviews en boeken, en een uitgebreide literatuurlijst. Uit de onderzoeken komen ook de schokkende statistieken van het begin: we werken 85% van onze tijd samen met anderen, als professional gemiddeld in 8 (!) teams tegelijk. Van de teams voldoet 80% niet aan de verwachtingen; het rendementsverlies door teamwerk is 25-75%. Slechts 3-5% van de teamleden doen 20-35% van het werk, en 66% van de teams komen niet met betere ideeën dan het beste teamlid alleen zou kunnen doen.

Deze resultaten maken een boek over (goede) teaming niet alle relevant, maar zelfs noodzakelijk! Gelukkig is er dit boek …

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

YouBeDo, goed voor jouw goede doel

en

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , | Plaats een reactie

Only Planet – de reis van je leven

‘Een avontuurlijke reis naar een groenere toekomst van onze planeet, de enige die we hebben’ is de wervende tekst van Only Planet. Deze woordgrap, natuurlijk geïnspireerd door Lonely Planet (wie reist er niet mee!) en met bijpassende cover, wekt al veel bewondering bij mij op. De inhoud van dit boek uit 2022 doet er zeker niet voor onder. Complimenten aan WUR-wetenschapper Tim van Hattum voor de uitstekende uiteenzetting van de problematiek en de verschillende routes die we op deze reis kunnen volgen.

Dit is weer zo’n boek waarbij ik tijdens het lezen meerdere pagina’s volschrijf met nieuwe weetjes en nog te lezen boeken (wat is de auteur belezen!), me helemaal kan vinden in de conclusies, en het jammer vind als het uit is. Alsof mijn vakantie met mijn LP voorbij is … En net als op reis valt het (heel) af en toe een (heel) klein beetje tegen en heb je tóch een geweldige ervaring gehad. Je kunt niet stoppen met erover vertellen …

Het maatschappelijke boek Only Planet ….

… begint met een wake-up call: mensen, we zitten qua klimaat en biodiversiteit in code rood! Deze inleiding op onze noodzakelijk reis naar code groen heeft ook een positieve component, er zijn namelijk veel hoopvolle ontwikkelingen, denk aan:

  1. De roep om systeemverandering neemt toe, jongeren gaan de straat op, rechtszaken, en zelfs de Paus die een oproep tot duurzaamheid doet.
  2. Klimaatverandering staat eindelijk op de internationale politieke agenda, ook door de oorlog die de noodzaak tot energietransitie heeft verhoogd.
  3. De financiële wereld komt in beweging, want klimaatverandering levert ook grote risico’s voor de economie op.
  4. De oplossingen zijn beschikbaar, betaalbaar en schaalbaar.
  5. De benodigde investeringen hebben maatschappelijke meerwaarde omdat het ook betere gezondheid, schonere lucht en meer banen oplevert. De baten zijn 5x zo hoog als de kosten, zo is berekend.

Groene geschiedenis en keiharde feiten

Het eerste deel is ‘de groene geschiedenis van onze planeet’, waarin het ontstaan van leven op aarde wordt besproken, de verspreiding van homo sapiens over de continenten, de agrarische en industriële revolutie, de Verlichting en het Antropoceen. Bijzonder boeiend en deels ontleend aan de boeken van Jared Diamond (Zwaarden, paarden en ziektekiemen en Ondergang), waar ik ook een groot fan van ben. Het nut van dit hoofdstuk is groot: het vertelt bijvoorbeeld over de uitroeiing van de miljoenen Noord- en Zuid-Amerikaanse indianen rond 1500, waardoor de CO2 uitstoot daalde omdat er (even) niet zoveel bomen gekapt werden. Gevolg: de Kleine IJstijd. Ander voorbeeld: ons idee van de ‘zielloosheid’ van planten en dieren komt uit de Verlichting via de filosoof Descartes en verspreidde zich over de wereld. Deze geschiedenisles geeft veel context aan de problematiek van nu.

Het volgende deel geeft ons de keiharde feiten over de CO2-concentraties, huidige opwarming, extreem weer, de uitstoot van de rijken en de armen, welke klimaatoplossingen er zijn en klimaatadaptatie. En met de rugzak vol achtergrondkennis gaan we op reis  …

Op reis naar een groenere planeet

In het hoofdstuk ‘routekaart’ komen een aantal uitgangspunten aan de orde zoals kathedraal denken, de verschillende wereldbeelden (ego-eco-seva, waarbij we respectievelijk boven, middenin en onder/ten dienste van de natuur staan), klimaatrechtvaardigheid, etc. Een bijzonder interessant hoofdstuk waarin veel gerefereerd wordt aan boeken, waardoor het wat schokkerig leest. Maar hoe knap om in zulke compacte stukken tekst de essentie van de concepten weer te geven! Ik weet uit ervaring hoe moeilijk dat is.

En dan de routes zelf!

Elke route start met het huidige probleem, het vertrekpunt. Vervolgens komen de mogelijk maatregelen aan de orde, op mondiaal en nationaal niveau. Veel hiervan gebeurt al, en moet worden opgeschaald. De voorbeelden waren meestal nieuw voor mij en zeker inspirerend en hoopvol. Elke route eindigt met wat wij op individueel niveau kunnen doen om het eindpunt, een groene planeet, te bereiken.

Route 1

Route 1 heet De natuur als bondgenoot, en gaat over de ‘hulp’ die de natuur ons biedt (nature-based solutions). Oceanen bijvoorbeeld nemen een kwart van de CO2 uitstoot op en ook walvissen nemen CO2 op, 33 ton per stuk, en zorgen voor fytoplankton wat óók CO2 opneemt (1% meer fytoplankton is vergelijkbaar met 2 miljard bomen). En zo gaat het verder, over mangroves en koraalriffen, over bomen, wetlands en vergroenende woestijnen, en over rechten voor de natuur.

Route 2

Route 2 heet Blauw goud, en gaat over zoet water en hoe we de verspilling ervan kunnen tegengaan. Denk aan dijken, de grond als spons, circulair watergebruik in de industrie. Een geweldig voorbeeld is Singapore, een ‘waterslimme’ stad.

Route 3

Route 3 heet Een gezond en regeneratief voedselsysteem. Natuurlijk komt de bevolkingsgroei, ‘klimaatslimme’ landbouw en zeewier aan de orde, maar ook breekt de auteur een lans voor vegetarisch eten, zoals men in Azie doet: ‘verrukkelijke tom yam, goddelijke naan, verrukkelijke curries, overheerlijke gado-gado’. Hij heeft een punt, het water loopt me in de mond. O ja, ook het kunstmatig verbeteren van de fotosynthese komt aan de orde.

Route 4

Route 4 heet De stad van de toekomst is groen. Ook hier weer mooie voorbeelden, met alweer Singapore (een groene stad trekt talent aan, win-win dus), maar ook Amsterdam, waar bier wordt gebrouwen van regenwater. Verder o.a. ‘levende’ gebouwen en waterbeheersing.

Route 5

Route 5 heet Hernieuwbare energie en groen vervoer. Natuurlijk moeten we van fossiel af, maar ook biomassa is niet duurzaam: er worden oerbossen voor gekapt en het vervoer ervan levert veel emissie op. Goed nieuws: er blijken al vrachtschepen op windenergie te zijn (gisteren las ik dat ook cruiseschepen met zeilen in de planning staan), en er komt mogelijk biobrandstof op basis van algen!

Route 6

Route 6 is Circulaire economie met betekenis, met o.a. een verwijzing naar de Donuteconomie, het gebruik van reststromen, de Betekeniseconomie, brede welvaart en nog veel meer. Interessant vond ik (als accountant) de ‘vijf factoren om de betekenis van economie echt te realiseren’: True Cost en True Prices kennen we al goed, daar wordt veel over geschreven. True Benefits wil zeggen rapporteren over de ecologische en/of sociale verbeteringen die het bedrijf heeft gerealiseerd. True Compensation wil zeggen dat de bonussen van topmanagement ook aan ecologische of sociale winst worden gekoppeld. True Taxes gaat over het belasten van negatieve ecologische of sociale impact (waaronder, maar niet uitsluitend, Carbontax).

Route 7

Route 7 tenslotte is Gezondheid, Welzijn en Geluk, een mooie, wat meer spirituele afsluiting van de vrij wetenschappelijke reis. Van Hattum beschrijft een ontmoeting met de Dalai Lama, en houdt ons voor dat Bhutan dan wel het Bruto Nationaal Geluk als belangrijkste maatstaf heeft, maar dat de westerse landen het gelukkigst zijn: in alle basisbehoeften is voorzien. De zoektocht naar geluk kan bijdragen aan een groene aarde door te accepteren dat verbinding en compassie en verblijven in de natuur leidt tot geluk, en niet het najagen van materiele bezittingen. Dit is dan weer wél wetenschappelijk onderbouwd.

Door wie?

Prettig is dat er ook een reisje in Nederland is, met een visie hoe ons land er over 100 jaar uit kan zien (met haaien in de Haringvliet?!). Het allerlaatste hoofdstuk gaat over het ‘versnellen van de klimaatmarathon’ en welke instanties aan de slag moeten. Overheid, banken, bedrijfsleven en de wetenschap. Natuurlijk horen jij en ik als burger en consument daar ook bij. Want het grootste risico voor onze planeet is de overtuiging dat een ander haar zal redden (Robert Swan).

Mijn mening: originele schatkist

Only Planet is een bijzonder uitgebreide schatkist van kennis die op een originele manier is vormgegeven. Het is tegelijkertijd holistisch door de verschillende invalshoeken, en praktisch door de vele voorbeelden, ook die voor onze individuele activiteiten in de 7 routes. Hierbij een gedetailleerde toekomstvisie van Nederland in 2120 laten zien is superslim, want dit maakt dat we niet alleen weten, maar ook willen. Nou ja, behalve die haaien dan.

Over de verzorging kan ik moeilijk wat zeggen, ik las het als zwart-wit ebook. Dat is prima te doen, de vele plaatjes zijn apart te vergroten. De schrijfstijl is prima, op het schokkerige deel en wat slordigheden (typo’s) na. Leuk is dat Van Hattum er persoonlijke ervaringen aan toevoegt, zoals zijn reizen met Floor.

De voorbeelden van innovaties kunnen de komende jaren veranderen, en het feitenmateriaal over de actuele toestand ook. De rode lijn van Only Planet is echter tijdloos: ons verduurzamings-tempo moet omhoog, van marathon naar sprint. De technische wetenschap en de sociale wetenschap zijn beide nodig om die versnelde opschaling te realiseren. Samenwerken dus, over de disciplines heen.

Een leerzaam, hoopvol, inspirerend en (hopelijk) activerend boek. Met z’n allen op reis!

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring

Of lees het gratis via Kobo-Plus…..

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij, Sustainability | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: They Ask You Answer – eye-openers!

Marketing, ik heb er een hekel aan. Nee, ik hád er een hekel aan. Want na het lezen van They Ask, You Answer van Marcus Sheridan en Danielle Navas-Brandt uit 2023 ben ik helemaal om. Zij presenteren een aanpak die uitgaat van vérgaande eerlijkheid en het opbouwen van een expertstatus. Docent worden, in plaats van verkoper. Ik ben verkocht!

De kern van de simpele maar uiterst doeltreffende en voor mij zeer aantrekkelijke aanpak is: vertrouwen opbouwen. Hierbij horen een aantal tegen-intuïtieve voorbeelden, waarbij ik in eerste instantie dacht: ‘nou, je kunt ook té eerlijk zijn’. Dit zegt natuurlijk al genoeg over hoe ik tegen marketing aankijk: met veel wantrouwen. De ‘TAYA’-aanpak was een eye-opener, en daarbij worden in het boek heel veel praktische voorbeelden gegeven. Ik schreef héél veel actiepunten voor mezelf op en ben bepaald geïnspireerd geraakt.

Het managementboek They Ask You Answer …

…. begint met een mooi stukje storytelling. Als gevolg van de financiële crisis staat het zwembadbedrijf van Sheridan in 2008 op het punt van omvallen, niemand lijkt meer een zwembad te willen! Hij moet zich bezinnen op nieuwe manieren om aan klanten te komen. Hoe krijgt hij meer bezoek op zijn website? Hij komt op een simpel idee: door te zorgen dat zijn website op álle zwembad-vragen antwoord geeft. Geen verkooppraatjes, nee grondige en vooral eerlijke antwoorden. Hoog in de zoekresultaten komen én een vertrouwensrelatie opbouwen. Die mentaliteit is niet alleen goed voor marketing, het is ook een uitstekende bedrijfsfilosofie!

De schimmige tweedehands-autobranche

Bedrijfsfilosofie? Jawel, hier wordt direct een uitstekend voorbeeld gegeven van een dealer in tweedehandsauto’s, die het wantrouwen wat bij die branche lijkt te horen, met succes te lijf gaat. Alle issues die klanten hebben, is aanleiding om het bedrijfsmodel aan te passen. Zoals een vaste prijs hebben (geen slinkse onderhandelingstechnieken), een standaardverkoopprovisie (niet afhankelijk van de prijs van de auto, zodat de behoeften van de klant boven eigenbelang gaan), een 5-dagen-geld-terug-garantie, ongeacht de reden (geen kans op kat in de zak), een transparante, gestandaardiseerde kwaliteitscontrole (geen probleemauto’s). Dit model was zo succesvol dat zijn concurrenten het wel móésten overnemen.

De Big 5

Zover hoeft Sheridan niet te gaan. Hij gaat eerst eens goed voor de nieuwe website zitten. Welke vragen heeft hij zoal gehad? Hij schrijft er zo 100 op. Die vragen gaan voornamelijk over 5 onderwerpen, die zéker niet zwembad-specifiek zijn. Deze ‘Big 5’ zijn:

  1. Prijzen en kosten
  2. Problemen
  3. Vergelijkingen
  4. Recensies
  5. Wie is de beste in zijn klasse.

Heel herkenbaar voor mij, hierop zoek ik ook vaak, maar deze onderwerpen kom je zeker niet vaak op websites tegen! Sheridan schrijft een aantal artikelen over elk van deze onderwerpen, en inderdaad, het websitebezoek neemt sterk toe.

Is de informatie wel objectief?

Zouden de klanten er geen probleem van maken dat je misschien niet objectief bent, vroeg ik me af. TAYA stelt: Nee, niet als je:

  1. Open bent over wat je verkoopt,
  2. Direct aangeeft dat jouw product misschien niet de beste keuze voor die klant is.
  3. Uitlegt dat concurrerende producten een betere keuze kunnen zijn,
  4. Uitlegt hoe jouw artikel alle voor- en nadelen behandelt. Zorg er dus voor dat je ook de positieve punten van de concurrerende producten vermeldt. Wow, dat zie ik niet zo vaak!

Wie is de beste in jouw branche?

Interessant is ook het laatste punt: een artikel schrijven over wie de beste is in zijn klasse. Klanten vergelijken altijd, en daarvoor lezen ze de recensies en willen ze weten wie ‘de beste’ is. Is er voor jouw branche een autoriteit die de beste bedrijven selecteert? Nee? Doe dat dat zelf! Verdiep je in alle concurrerende producten en diensten en schrijf een stuk over de beste producten in elke categorie. Dat wordt een hit bij ‘de concurrentie’ maar vooral bij de consumenten. Met als gevolg: hoog websitebezoek, maar ook inkomende links van je concurrenten die graag pronken met zo’n positieve vermelding. Zo zul je echt gezien worden als expert op je gebied, want je kijkt om je heen, met het belang van de potentiële klant voorop.

En ga nog een stapje verder: schrijf een artikel over de beste bedrijven, op basis van openbare recensies. Let op: zet jezelf NIET op die lijst, want anders verlies je elke geloofwaardigheid. Houd in je achterhoofd: de lezer van dat artikel ís al op jouw website … en leest dat je niet bang bent voor concurrentie.

Contentmarketing

They Ask You Answer gaat gedetailleerd in op hoe je deze artikelen, de ‘content’ schrijft, en vooral wie dat doet: jouw eigen mensen, degenen die het meeste verstand van de producten of diensten hebben. Met deze content word je docent voor je potentiële klanten, maar die content kan ook heel goed als intern opleidingsmateriaal gebruikt worden.

Heel effectief lijkt me zijn methode voor assignment selling: stuur je klanten de content toe als huiswerk, voordat je een verkoopgesprek met ze hebt. Zo filter je de ‘ongeschikte’ leads (die toch het geld voor jouw product niet (over) hebben, of duidelijk op zoek zijn naar een andere oplossing) er snel uit.

Theorie en praktijk

Naast de onderbouwing van de aanpak, gaat They Ask You Answer in op het belang van video’s als format voor de content, op de toegankelijkheid van je website en op verantwoordelijkheden. Heel boeiend zijn de cases, waarvan 3 uit Nederland. Deze zijn door Danielle Navas-Brandt toegevoegd, zij is gecertificeerd TAYA-coach en vertaalde dit Amerikaanse boek uit 2019 voor de Nederlandse markt.

Mijn evaluatie van They ask You Answer

Origineel en praktisch

Ik vond dit een heel origineel en inspirerend boek, met name door de eerlijkheid die vereist is, en de focus op klantbehoeften, die zover gaat dat je ook informatie geeft over de producten van je concurrenten. Ik deed dus veel nieuwe ideeën op, dat kan misschien liggen aan mijn niet-zo-grote-focus op marketing(-boeken).

De vele voorbeelden maken het boek uitermate praktisch. Die voorbeelden betreffen niet alleen de inhoud van de artikelen, maar ook hoe je je afdelingen overtuigt om hieraan mee te werken (WIIFM), de persoonlijkheidskenmerken van een goede content-manager, allerlei tools, en niet te vergeten de 9 cases. De specifiek Nederlandse inbreng had voor mij wel wat steviger aangezet mogen worden. Tenslotte is er best verschil tussen de Amerikaanse en Nederlandse mentaliteit. Is Danielle te bescheiden?

Onderbouwd en goed verzorgd

De 9 cases geven onderbouwing aan de belofte dat je websitebezoeken zullen stijgen en dat je leads beter zullen zijn. De beste onderbouwing is echter de ervaring van Sheridan zelf, die een enorme omzet wist te genereren met zijn aanpak. Ik heb het bedrijf even gegoogled: de website ziet er inderdaad uit zoals beschreven in het boek, heeft inmiddels meer dan 31 miljoen bezoekers gehad, en volgens Money Inc staat het bedrijf met $13 miljoen omzet op de 15de plek van grootste zwembadbouwers in 2022.

Het is een goed verzorgd boek, met een fijne schrijfstijl: persoonlijk en grappig. In veel hoofdstukken zijn kaders opgenomen met tips voor het in de praktijk brengen van de lessen. Aan het eind vinden we nog een bijlage met Veelgestelde vragen, helemaal conform het uitgangspunt van de TAYA-methode. Grappig: de filosofie van uitgever BigBusiness is óók het etaleren van je expertise als professional. Wat een mooie match!

Ik hield aan het boek een a4-tje vol acties over, daar gaan jullie vast wat van zien!

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop They Ask You Answer

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring

Keus genoeg!

Geplaatst in Marketing & sales | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: The Omnivore’s Dilemma – meeslepend

Wow, wat een boek! Een meeslepend verslag van een onderzoek naar de herkomst van ons voedsel, dat leest als een detective, vrij grappig is, maar bovenal mij heel veel feiten voorschotelde (pun intended) die ik niet kende. Na het lezen van The Omnivore’s Dilemma van Michael Pollan uit 2006 kijk ik nooit meer hetzelfde naar het eten op mijn bord. 

Het boek The Omnivore’s Dilemma …

… geeft antwoord op de vraag: Wat eten we vandaag? Wij mensen zijn alleseters, omnivoren, en hebben dus enorm veel keuze. Maar niet alles wat we kúnnen eten, zouden we móéten eten. Er is (potentieel) voedsel dat ons ziek maakt, of zelfs doodt. Een koala eet eucalyptus-bladeren, en alles wat niet lijkt op, ruikt als, of smaakt naar eucalyptus, eet hij niet. Dat zit in zijn genen. Hoe makkelijk! Bij ons is het lastiger, en (onder andere) daarom hebben we van die grote hersenen gekregen: zodat we ons herinneren dat dát die paddenstoel is waar we eerder zo ziek van werden. Door overlevering weten we dat bittere planten waarschijnlijk giftig zijn en rottend vlees infecties oplevert. Je kúnt het eten, maar het is beter van niet.

Inmiddels hebben we een ander soort dilemma. Niet de natuur, maar de supermarkt geeft ons heel veel keus, en niet elke keuze is even gezond. Of ethisch. De gewone of de organische appel? Steak of geen steak? Wat zijn al die additieven op het etiket? En een BigMac, wat zit dáár nu eigenlijk in? Pollan volgt een drietal voedselketens van de oorsprong tot op ons bord: de industriële, de organische en die van de jager-verzamelaar.

De industriële voedselketen

We beginnen de industriële voedselketen met maïs. Waarom, daar kom je vanzelf achter! We doorlopen 7 fasen en 7 hoofdstukken: plant, boerderij, lift, stal, fabriek, consument, maaltijd. Eerst wat feitjes over de plant: de reden waarom we zo enorm veel maïs verbouwen, is omdat het superefficiënt is: het neemt als C-4 plant enorm veel koolstof (=energie) op, met relatief weinig water. Plantveredelaars hebben inmiddels een maïssoort ontwikkeld die grotere oogsten geeft en zich niet voortplant. He? Ja natuurlijk, zo moet de boer ieder jaar voor zaaigoed terug naar diezelfde veredelaars, dat is hun verdienmodel. Zie het als een patent op iets tegennatuurlijks.

Ook in het hoofdstuk ‘de stal’ las ik boeiende zaken: de koeien eten geen gras, maar maïs met supplementen. Daar worden ze snel vet van. Voor ons is het minder: vlees van maïs-etende koeien heeft meer verzadigd vet dan vlees van graseters. En voor de koeien is het nog veel minder: hun eerste maag, de pens, is gemaakt voor gras, niet voor maïs. Ze krijgen er gasvorming (die op hun longen drukt) en maagzuur van, wat weer leidt tot een verzwakking van hun immuunsysteem, etc. Ze worden er doodziek van. Daar krijgen ze antibiotica voor. Wat weer leidt tot resistente insecten.

Bijna onze hele calorie-inname komt van… maïs

In ‘de fabriek’ komen we erachter dat van maïs ontelbare andere producten gemaakt worden. Meel natuurlijk, maar ook fructose, olie, conserveringsmiddelen, zuren. En uiteindelijk komt dit alles in ‘de maaltijd’ van Pollan terecht, in dit geval fast food: een cheeseburger, kipnuggets, fritjes, salade, cola. De burger bevat ongelofelijk veel maïs, niet alleen in het vlees, maar ook in de ketchup en het broodje. Van de 38 (!) ingrediënten van de nuggets, komen er 13 van maïs (de kip wordt uiteraard ook met maïs gevoerd). De slasaus is grotendeels van maïs. De frietjes zijn in maïsolie gefrituurd. En de cola barst van de fructose. In totaal komt zo’n 65% van de calorieën uit zo’n maaltijd uit (bewerkte) maïs. Maïs is voor ons wat de eucalyptus is voor de koala.

De organische voedselketen

We beginnen de organische voedselketen met gras. Op kleinschalige boerderijen eten koeien, maar ook kippen, gras. Maar niet alle ‘organische’ merken hebben iets met gras te maken! Ik lees dat er industriële organische boerderijen zijn (Pollan noemt ze Big Organic), waarbij het enige verschil met de industriële keten hierboven, het voedsel van de koeien is. Géén gras, maar ‘organisch voer’, zonder chemische bemesting en pesticiden. De stallen zijn hetzelfde …. (denk niet dat deze koeien in de wei staan). In het eindproduct kunnen ook veel additieven zitten, die dan wel gereguleerd zijn.

The Omnivore’s Dilemma gaat in deze keten verder in op de ‘echte’ organische boerderij, hoe een hele variëteit aan dieren op één boerderij een ecologisch evenwicht in stand houdt, de relatieve diervriendelijke en ‘transparante’ slacht (waar je gewoon bij kunt zijn), de markt, en de maaltijd. Ik vond het erg interessant om te lezen hoe koeien grazen: welke grassoorten ze lekker vinden, dat ze regelmatig moeten verkassen, dat het gras er beter van wordt, en zo veel CO2 uit de lucht haalt en in de grond opslaat. En het nut van bomen om kleine weiden: die houden water vast, beschermen gras tegen de wind, goed voor de vogels die de insecten opeten. Het houden van verschillende dieren is circulair: koeien, kippen varkens, kalkoenen, konijnen leven in volledige onderlinge afhankelijkheid. Kippen pikken voedsel uit de koeienvlaai, de mais groeit weer op de kippenpoep. Hier zijn geen antibiotica en pesticiden nodig!

Ik likkebaardde bij de maaltijd: geroosterde kip (vrije uitloop en grasetend), een bijgerecht van zoete maïs, een chocolade-soufflé van boerderij-eieren met donkergele dooiers. De hele bereiding wordt uitgebreid beschreven, Pollan maakt zich er bepaald niet vanaf!

De voedselketen van de jager-verzamelaar

Deze voedselketen is het kortst en gaat uit van ‘het bos’. Pollan gaat (voor het eerst) zelf op jacht met een beroepsjager en schiet een wild varken. Hij verzamelt paddenstoelen (ook onder begeleiding), en bakt zijn eigen brood. Hij heeft een eigen moestuin, dus daar komt het voorgerecht, tuinbonen, en de salade vandaan. Het nagerecht is kersen van de kersenboom van een kennis. Hij noemt het ’slow food’.

Dit deel is gelardeerd met informatieve stukken over dierenrechten, vegetariër worden, hoe dieren gedomesticeerd werden, etc. Pollan geeft ook aan dat deze manier van leven niet meer kan, niet zozeer om de dierenrechten, maar omdat er teveel van ons (mensen) zijn om zo’n leefstijl te kunnen volgen. Hij heeft het alleen eens willen meemaken. Deze maaltijd vond hij het lekkerst, omdat hij het allemaal zelf heeft verzameld. Maar het geeft hem bovenal een gevoel van dankbaarheid voor ons voedsel, wat niet zomaar uit een blikje bij de supermarkt komt, maar van een dier, of een plant. De natuur.

Pollan vindt het belangrijk dat we weten waar ons eten vandaan komt. Als we echt zouden zien wat er in de industriële voedselketen gebeurt, zouden we anders eten, meer organisch, en zeker minder vlees, stelt hij. Ik geloof het gelijk!

Uitzonderlijk boek

Ik vond The Omnivore’s Dilemma een uitstekend boek. Dik, met uitzonderlijk veel feiten en weetjes, maar zeer toegankelijk geschreven, als een detective die het spoor volgt van drie keer een bron van voedsel. De beschrijvingen zijn soms hilarisch, soms emotioneel, altijd persoonlijk. Meeslepend! De meeste aandacht gaat uit naar de industriële voedselketen, deels omdat daar zoveel fasen en bewerkingen in te onderkennen zijn, en ook omdat er zoveel ellendigs te melden valt. En waarschijnlijk ook omdat 90% van het voedsel wat we eten, daarvandaan komt.

Het boek heeft mij kritischer gemaakt op het eten dat ik koop, maar ook op de naamgeving. Wat is organisch precies, en wat bio? Ik eet geen vlees, maar wel kip, en wist niet dat deze ook graag wat gras eten. De beschrijving van de industriële kippenstallen zijn schrijnend, maar ik kan niet zeggen dat ik dat niet al wist. Toch was er blijkbaar nog wat extra informatie nodig om echt afschuw op te roepen bij me. Ik word een nóg ‘moeilijker’ eter.

Wat eet jij vandaag? (Ik at gisteren maïs-soep, en moest er zelf om lachen!)

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop The Omnivore’s Dilemma

o.a. bij

Bol.com

of

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring

Keus genoeg!

Geplaatst in Biografie, Sustainability | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Presteren op F1-niveau – origineel

Wat doe je als je een grote fan bent van de Formule 1 en je wilt jezelf ontwikkelen, net zo succesvol zijn als Max, Charles en Lewis? Dan koop je Presteren op F1-niveau van Ronald Koopman uit 2023. Een uiterst origineel boek dat lessen trekt uit 2021 en (begin) 2022, niet toevallig de seizoenen dat Max wereldkampioen werd.

Koopman verzamelde zo’n 1900 artikelen van de bekende F1-websites (f1maximaal, formule1, racingnews365, gp33), selecteerde, analyseerde en clusterde ruim 500 hieruit, en geeft ons zo een overzicht met inzichten van de coureurs, hun teambazen, analisten, journalisten en anderen. Want wie weet nou beter wat Max zo succesvol maakt dan Max, Christian, Jos en Helmut? Verwacht dus geen analyse van Koopman, hij laat het bij de experts. Het boek bestaat dus alleen uit quotes. Hoe origineel!

Het managementboek Presteren op F1-niveau …

… bestaat uit 12 hoofdstukken in 3 clusters. Het eerste cluster gaat over persoonskenmerken: houding, competenties en het totaalpakket. Het tweede cluster betreft de organisatie, met leiderschap, cultuur, visie en strategie, medewerkers, samenwerken en middelen (i.c. de auto). Het derde cluster is uitvoering, met strategie-uitvoering en ‘operationele’ uitvoering.

Latifi en Max

Ik kan het niet laten om de meest bijzondere quote direct te melden, want jawel, ook Latifi komt aan bod. Wat zouden we nu van Latifi kunnen leren? Dave Robson van Williams zegt het zo: ‘Hij beschikt over alles wat nodig is, maar hij moet zijn instincten wat meer gaan vertrouwen. Hij denkt altijd teveel na voordat hij iets doet. Hij lijkt haast wel té inteligent om in een bolide te stappen en dan maar blind zijn instincten te volgen. We weten dat hij die instincten wel degelijk heeft. Als wij een goede auto hebben, dan denk ik dat Latifi zijn instincten meer zal kunnen volgen’. Helaas gaan we dat in 2023 niet meemaken. En dat is ook een nadeel van het boek. We weten inmiddels hoe seizoen 2022 afliep en wie er in 2023 niet meer op de grid staan, of van team zijn veranderd. Dat geeft een bijzondere blik op de quotes.

Het overgrote deel gaat over het succes van Max. Niet zo gek, daar identificeren wij Nederlanders ons toch het meeste mee. En het overgrote deel van de quotes over Max zijn positief, zo positief dat het op heldenverering lijkt.

Lessen gebaseerd op succes, niet op falen

De mindere puntjes, zoals zijn wat agressieve rijstijl, komen pas aan het eind, in het hoofdstuk Uitvoering, aan de orde. Maar hier wordt deze stijl toch ook geprezen, naast een enkele opmerking dat het aan zijn jeugd lag, en ‘je moet wel als je een mindere auto hebt’. Meer kritiek, en lessen daaruit, is er op Charles (naast veel positieve punten) en Lewis (naast heel veel positieve punten). Ook lezen we een quote met wat zelfkritiek van Nikita en van Yuki. In het algemeen zijn de lessen echter gebaseerd op succes en niet op falen.

Een erg goed hoofdstuk vond ik ‘Cultuur en fit met de organisatie’, maar ook ‘Medewerkers’, waarin o.a. de leeftijd van Max (te jong?) en Kimi (te oud?) aan de orde komen, met als conclusie: Kijk naar wat iemand kan en niet naar leeftijd.

Bijzonder is dat er ook wat (op het oog) tegenstrijdige punten in een hoofdstuk staan. Zo is het ‘goed om gebruik te maken van heel veel simulaties’ en ‘moet je niet teveel naar statistieken kijken’. Pas als je de quotes leest, snap je waar het verschil in zit. De eerste gaat over afstellingen, de tweede over overwinningen. En ook ‘Doe gewoon hetzelfde als de concurrentie als je ervoor ligt’ en ‘Doe het tegenovergestelde van je tegenstander’. Natuurlijk is dit per situatie anders, het eerste gaat over Ferrari ten opzichte van Red Bull, het tweede over Red Bull ten opzichte van Mercedes. En achteraf zijn deze observaties natuurlijk makkelijk te geven.

Mijn evaluatie van Presteren op F1-niveau

Een boek met quotes vind ik leuk, met name als de quotes precies bij de inhoud passen. Maar een boek met alleen maar quotes zag ik nog niet eerder, dit is bepaald origineel. Maar is het ook nuttig? Op zich wel, de teksten zijn van de coureurs zelf, of hun team, of analisten, in ieder geval van de experts op het betreffende onderwerp. Zou je het succes van Max door Koopman verklaard willen zien, of door Max zelf? Of door Christian, of Jos? Zo is het eigenlijk een soort biografie, met hele duidelijke lessen.

Praktisch

Ondanks de omvang is dit een heel praktisch boek. Er zit geen verhaallijn in, dus je kunt alle hoofdstukken afzonderlijk lezen. Elke quote heeft een titel, en die titel komt terug in de samenvatting van het hoofdstuk. Die samenvattingen staan ook in de bijbehorende website, en zijn downloadbaar. Om het boek in etappes te lezen is trouwens een nuttige tip van Koopman. Ik ben een groot fan van F1, maar was na 130 pagina’s wel weer even toe aan wat anders. Ik las het in drie etappes, dat was voor mij ideaal. Qua timing ook, want de race in Miami werd voorbereid en ik was helemaal in de stemming.

Achterin het boek staan verwijzingen naar alle quotes en de bijbehorende website heeft pdf’s van de betreffende artikelen. Makkelijk, om nog even de context na te lezen, en misschien nog belangrijker: de datum van de quote. Ook het vermelden waard is de uitvoering: een ingebonden uitgave met mooi dik papier en een geweldige kleurstelling. Een luxe uitstraling die mooi past bij deze miljoenensport.

Intuïtie

Leerde ik er nog iets van? Jawel. Wat me het meest bijbleef waren de stukken over intuïtie. Die wordt opgebouwd door routine, verschrikkelijk veel oefenen. En daarop moet je op een gegeven moment durven vertrouwen. Ook al betekent dat, dat je de beslissingen van het team soms overruled. Dus niet achteraf klagen dat jij vond dat het anders had gemoeten, maar zelf direct beslissen dat het anders gaat. Jij zit aan het stuur! En dat is natuurlijk de kern van leiderschap: aan het stuur zitten.

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Keus genoeg!

Geplaatst in Persoonlijke effectiviteit | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: De goede voorouder – geweldig

‘We koloniseren de toekomst, zoals we in het verleden gebieden koloniseerden. Zoals Australië, wat we terra nullius noemden, niemandsland, terwijl er zát mensen woonden. En nu hebben we tempus nullius, niemandstijd. Alsof er in de toekomst geen mensen wonen op onze aarde. Maar die wonen er wél, maar kunnen nu, als ongeboren generatie, niets doen, net als destijds de aboriginals’. Wat een sterke opening van het boek De goede voorouder van Roman Krznaric uit 2021!

‘We behandelen de toekomst als een buitenpost, waar we ongehinderd technologische risico’s kunnen nemen, vrijelijk kernafval kunnen dumpen, ons ongestraft te buiten kunnen gaan aan ecologische verloedering en naar hartenlust kunnen plunderen.’ Dat komt omdat we te veel aan kortetermijndenken doen, en te weinig aan langetermijndenken.

Het belang van langetermijndenken

Zo heel langzaamaan realiseren we ons het belang van langetermijndenken. Hebben we daar aanleg voor, kunnen we het leren? Hoe dan? Dit is het uitgangspunt van dit uitstekende boek, waarin veel onderwerpen aan de orde komen met als rode draad: rekening houden met de generaties na ons. Ik vond het superleerzaam, op elke bladzijde las ik wel iets nieuws. Daarnaast is het betoog erg overtuigend, en ook hoopvol: er gebeurt al veel, en ook vroeger deden we al veel. Dit kunnen we opschalen, opnieuw uitrollen, cultiveren. En ook: empathie gaan voelen met toekomstige generaties, intergenerationele rechtvaardigheid ontwerpen, planetair rentmeesterschap herintroduceren.

Deel 1 van De goede voorouder toont onder andere aan dat we best aan de lange(re) termijn kunnen denken, want dat bewijst de landbouwrevolutie. Als jagers-verzamelaars aten we de zaden van vruchten en planten. Totdat we ontdekten dat als we deze zaden in de grond stopten, we na verloop van tijd veel méér te eten hadden. Wel moesten we de verleiding weerstaan om de bewaarde zaden in de lange hongerige wintermaanden alsnog op te eten. Die bewuste actie van vooruitkijken maakt ons uniek, en is een relatief recente toevoeging aan ons brein.

Het managementboek De goede voorouder …

…geeft ons in deel 2 6 manieren om ons langetermijndenken te cultiveren. Prachtige overzichten met veel voorbeelden en historie, ontleend aan talloze boeken (die ik nu allemaal wil lezen!). Even (te) kort door de bocht:

1. Nederigheid tegenover de diepe tijd.

Diepe tijd is gebaseerd op de kosmologische tijd. Ons bestaan valt daarbij in het niet. We kunnen inmiddels miljarden jaren terug in het verleden, maar ons iets voorstellen miljarden jaren in de toekomst, is maar weinigen gegeven, denk aan H.G. Wells en zijn Tijdmachine die naar het jaar 802701 gaat. We kunnen dit ‘diepe tijd’ denken oefenen door bijvoorbeeld 02023 te schrijven, of naar eeuwenoude bomen te kijken.

2. Erflatersmentaliteit.

Het nalaten van iets kennen we al eeuwen. We laten standbeelden van onszelf oprichten (herinnering aan onze glorie), laten onze kinderen een erfenis na, of tradities aan onze nakomelingen. We kunnen ook breder kijken: infrastructuur en medicijnen kregen we van de generaties voor ons, en laten we na aan de generaties na ons. Het planten van een boom is ook een ‘legaat’’, en ook het stoppen met het eten van vlees. De Maori’s kennen het fenomeen whakapapa, je bent een schakel in een keten van mensen, al je voorouders en al je nakomelingen. In zo’n gemeenschap is er sprake van empathie over de tijd heen.

3. Intergenerationele rechtvaardigheid.

Rekening houden met toekomstige mensen of gebeurtenissen is lastig, we ‘disconteren’. Geld is in de toekomst minder waard, en ook heb je liever EUR 2000 nu dan EUR 5000 over 10 jaar. Belangen hebben een steeds minder gewicht naarmate ze verder in de toekomst spelen. Dat geldt ook voor investeringen in de zorg (liever een paar levens nu redden, dan meer levens in de toekomst) en het milieu. Voordelen die pas over 25 of 50 jaar spelen zijn verwaarloosbaar. Een mens nu is veel meer waard dan een mens over 50 jaar. Dat klinkt als … slavernij. Als temporele discriminatie. Niet als rechtvaardigheid naar toekomstige generaties. Krznaric onderscheidt 4 morele motieven om ons wél om toekomstige generaties te bekommeren. Die zijn bepaald het overdenken (en gebruiken!) waard.

4. Kathedraal-denken.

We waren in het verleden best goed in lange termijn-denken, zo blijkt bijvoorbeeld uit de kerk het Munster, in Ulm, waaraan men 513 jaar bouwde. De burgers van Ulm, die bet betaalden, wisten tevoren dat de kerk niet tijdens hun leven af zou komen, en tóch begonnen ze eraan. De bekendere Sagrada Familia is al 141 jaar onderhanden. De bouwers verwachtten dat de ‘christelijke kerk’ er ook na eeuwen nog zou zijn. Maar denk ook aan het bouwen van zaadkluizen, die 1000-den jaren moeten blijven bestaan.

5. Holistisch voorspellen.

Deze vorm van voorspellen gaat niet over een bedrijf, maar over de mensheid, en betreft niet een paar jaar, maar eeuwen. De kern is scenarioplanning en het herkennen en toepassen van patronen, waarvan de S-curve, over toenemende en afvlakkende groei, de belangrijkste is. Deze twee tools leiden tot 3 mogelijke toekomsten voor de menselijke beschaving: Ineenstorting, we gaan door zoals we gewend zijn met een resultaat extreme ongelijkheid; Hervorming, we doen mondjesmaat wat, met als resultaat ook ineenstorting maar minder snel; en Transformatie, radicale systeemverandering.

6. Transcendent doel.

Een soort kompas, of poolster, als basis voor een ‘heilig’ project. Krznaric onderscheidt 5 doelen: Eeuwige vooruitgang (materiële welstand), Utopische droom (ideale samenleving op basis van overtuigingen), Technobevrijding (naar de sterren en lichaams-’verbetering’), Overlevingsmodus (aanpassen en nieuwe vaardigheden ontwikkelen), Gedijen op aarde (in de Donut leven). Natuurlijk kiest hij voor het laatste. In die zin is dit boek wel heel breed, maar niet geheel objectief.

Autoritair bewind

Is er voor langetermijndenken een autoritair bewind nodig? Velen beweren dat, maar de statistieken bewijzen het tegendeel. In het verleden waren het voornamelijk de democratische regimes die de voorkeur gaven aan langetermijnplannen. Maar er is vaak wel een crisis nodig voor de benodigde systeemverandering, denk aan The Great Stink (Londen, de start van het bouwen van dure, solide riolen) en de Grote Depressie (VS). Klimaatverandering wordt nog steeds niet als crisis gezien.

Tijdsrebellie

Deel 3 van De goede voorouder gaat over Tijdsrebellie: wat we kunnen doen en nu al doen om van kortetermijndenken naar langetermijndenken te gaan. Er worden zeer veel voorbeelden gegeven in drie domeinen: politiek, economie en cultuur.

Binnen de politiek is daar bijvoorbeeld de stroming ‘diepe democratie’, waarmee de kortzichtigheid van de huidige politiek wordt bestreden. Zo is er het idee van autonome stadsstaten of bioregionale gebieden, met een hoge burgerparticipatie. Maar ook ‘jeugdquota’, en intergenerationele begrotingen.

Qua economie moeten we naar een ecologische economie, zoals de Donut, met haar ecologische bovengrens en sociale ondergrens. In ieder geval moet kortetermijndenken van het kapitalisme aan banden worden gelegd. Interessant hierbij is het voorstel van Jeremy Lent over de te betalen belasting bij de verkoop van aandelen, om speculatie tegen te gaan: 5% bij verkoop <1 jaar, 3% bij < 3 jaar, 1% bij <20 jaar, 0% bij >20 jaar.

Bij cultuur wijst Krznaric erop dat een culturele revolutie (zoals van socialisme naar kapitalisme, van religie naar seculiere waarden) makkelijker is dan een biologische evolutie, die nodig zou zijn om ons aan te passen aan een nieuwe omgeving: tot een culturele evolutie kun je gewoon besluiten. En het is ook nog eens sneller. Maar de aanpassingen zitten niet in ons DNA, dus moeten ze met onderwijs en kunst ‘ingeprent’ worden. En dat is precies wat nu gebeurt met het langetermijndenken. Denk aan science fictionboeken en -films, aan de Future Library, aan het Interaction Lab waar je met AR kunt ‘duiken’ naar een koraalrif in 2040.

Hoe kun jij een goede voorouder zijn?

Door allereerst niet in ‘jij’ maar in ‘wij’ te denken. Collectieve actie is namelijk nodig. Maar ook individueel moeten we dingen doen. Verliefd worden op (een stuk van) de natuur. Empathie voelen met de generaties na ons. Leren om langetermijn te denken, door ons te verdiepen in de 6 manieren.

Geweldig filosofisch boek

De goede voorouder is een geweldig boek dat ik zeker nog een keer ga herlezen. Zóveel informatie, ik schreef 4 A4tjes vol met aantekeningen. Daarbij zijn de voorbeelden heel erg aansprekend én inspirerend. En leuk: Krznaric verwijst ook regelmatig naar fictieboeken, zoals de Hongerspelen, De weg, Foundations. Zo kun je je heel makkelijk voorstellen welk beeld hij wil scheppen.

Hoewel het boek regelmatig teruggrijpt op de huidige klimaatcrisis, gaat het zeker niet uitsluitend daarom. Het probeert onze verslaving aan ‘instant satisfaction’ aan te pakken, onze kortzichtigheid op vele gebieden. Wat meer langetermijndenken is ook heel goed voor onze mentale gezondheid. En hoe we de wereld, qua natuur, instituties, waarden en normen, voor de volgende generaties willen achterlaten is iets waar we best wat vaker over na zouden moeten denken.

Krznaric heeft een fijne schrijfstijl, niet belerend, wel filosofisch, overtuigend en jargonvrij. Hij weet zijn punt te maken zonder al te activistisch over te komen, terwijl hij zijn mening niet onder stoelen of banken steekt, dat is knap. Heerlijk zijn alle verwijzingen naar boeken en rapporten, mijn leeslijst is weer behoorlijk uitgebreid.

Ik ben geen ouder, wel voorouder. Maar een goede? Daar moet ik zeker invulling aan geven.

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop De goede voorouder

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus…..

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: De consultancy industrie – scherp

Mariana Mazzucato laat samen met haar promovenda Rosie Collington in The Big Con (in het Nederlands: De Consultancy industrie) uit 2023 zien hoe de ‘consultocracy’ de macht bij de overheid én het bedrijfsleven in handen heeft, maar geen maatschappelijke waarde levert. Egoïsme en korte-termijndenken overheersen. Dat kan ons bij de bestrijding van klimaatverandering nog wel eens opbreken, want klimaatconsultants zijn een existentiële bedreiging.

De consultancy-markt wordt gedomineerd door de Big Three strategie-consultants MBB (McKinsey, Boston Consulting Group en Bain&Company) en de Big Four accountancy-consultants (Deloitte, EY, KPMG en PwC). Er worden enorme bedragen uitgegeven aan (met name deze) consultants, en in bijzondere tijden, zoals tijdens de Covid19-pandemie en Brexit nog veel meer. Consultants zijn betrokken bij allerlei soorten zaken, in allerlei sectoren en in bijna alle landen van de wereld. Is dat een probleem?

Het managementboek The Big Con zegt: …

… Ja, de groei van deze markt, hun business-model, de onvermijdelijke belangenverstrengeling en het gebrek aan transparantie heeft té veel negatieve impact. Consultants gebruiken hun macht voor het verstevigen van de markteconomie en hun eigen positie, wat zorgt voor het disfunctioneren van overheden en bedrijven.

De titel van het Engelstalige origineel: The Big Con, verwijst niet alleen naar deze grote consultancy-organisaties, maar ook naar een grote truc, naar oplichterij door vertrouwen te wekken. De Big Con verdienen veel geld maar leveren nauwelijks waarde, ze creëren een illusie van waarde. Mazzucato en Collington betogen dat de adviezen van de Big Con consultants allereerst tot doel hebben hun eigen markt (multinationals) te bevoordelen, en daarna pas gericht zijn op hun opdrachtgever en heel misschien op de maatschappij. Daarbij worden enorme fees gevraagd met uitsluiting van alle aansprakelijkheid, zodat de consultants geen risico lopen als een project faalt of over budget gaat.

Infantilizeren

De ongewenste gevolgen van het ongebreidelde kapitalisme en de markteconomie zijn niet de schuld van de Big Con, maar ze werken er wél aan mee en profiteren ervan. Overheden zijn door het privatiseren van bijna alles hun ervaring en kennis kwijt, en de talentvolle studenten werken liever voor Big Con, met hun brede klantenportefeuille, dan voor de slecht bekendstaande overheid. Overheden zijn daarbij onzeker geworden, bang om te falen, en bedrijven óók, in hun jacht op steeds meer korte termijn-winst. Voor bijna alles worden consultants ingeschakeld, soms zelfs alleen maar voor het legitimeren van onpopulaire beslissingen van de klant zelf.  Infantilizeren, noemen de auteurs het.

Macht

De auteurs geven weer hoe enorm machtig de consultancy-sector geworden is, waarbij ze bij overheidsopdrachten vaak beleid maken, én uitvoeren, én ervan profiteren. Daarbij worden veel voorbeelden van belangenverstrengeling gegeven, die structureel lijkt te zijn. En ook: dat consultants het overheidsbeleid bepalen, dat kan natuurlijk niet, dat is niet democratisch. Consultants zijn zeker nodig, maar dan wel als adviseurs die aan de kant staan, en niet als bepalers in het centrum van de macht.

De uitwassen van het kapitalisme komen inmiddels aan het licht, denk aan ongelijkheid en CO2-uitstoot, en bedrijven zoeken nu naar purpose of betekenis in plaats van korte termijn-winst. En ook hier bieden de Big Con hun diensten aan, om de problemen op te lossen waaraan ze zelf hebben meegewerkt. De nieuwe cash cow is ESG (Environmental, Social, Governance). De focus op korte termijn-winst heeft de CO2 uitstoot verhoogd, en nu zijn de Big Con bezig om de noodzakelijke transformatie te hinderen, door tools te promoten die eerder afleiding zijn dan behulpzaam, zo stelt het boek. Klimaatconsultants zijn een existentiële bedreiging.

Hoe komen we van deze afhankelijkheid af?

De oplossing? Die is eigenlijk simpel: de overheid moet zorgen weer de regie in handen te krijgen door te focussen op het leren van projecten, zo de eigen mensen en interne capaciteit te ontwikkelen en besluitvorming weer terug te brengen waar deze hoort. En, niet onbelangrijk: grotere transparantie. Zowel voor de contracten tussen overheid en consultants, als voor het reilen en zeilen van de Big Con: aan wie adviseren ze? Eten ze soms van twee walletjes? Wiens belang dienen ze? Want je wilt de aanpak van de klimaatcrisis toch niet overlaten aan consultants die het belang van zichzelf en hun grootste markt, multinationals, vooropstellen? Die gaan voor korte-termijn winst? Die niets anders adviseren en promoten dan ‘de markt haar werk te laten doen’?

Scherpe toonzetting

Het boek heeft als ondertitel ‘How the consulting industry weakens our businesses, infantilizes our governments, and warps our economies’. Dat zet bepaald de toon. In 9 hoofdstukken wordt ingegaan op allerlei zaken die aantonen dat de klanten van de consultancy-bedrijven, zowel overheden als bedrijven, er niet persé beter van worden. Nu wordt niet alle schuld bij de consultancybedrijven zelf gelegd, hun groei en macht is door diverse externe oorzaken te verklaren. Maar voor het misbruiken van die macht worden zóveel voorbeelden en anekdotes gebruikt dat je niet meer in incidenten kunt geloven: dit gedrag zit verankerd in de sector.

Accountancy

Onder de voorbeelden lees ik regelmatig over de schandalen binnen de accountancy: Enron, Carillon. Bij Enron is de gedachte dat Arthur Anderson de omzet uit consultancy bij deze audit-klant zo belangrijk vond dat ze de relatie niet wilde beschadigen door financiële malversaties te rapporteren. Bij Carillon wordt KPMG beschuldigd van een té hechte relatie met de klant. Het is opvallend dat alle 4 Big Four flinke bedragen aan consultancy bij Carillion verdienden. Het punt dat het boek wil maken is dat consultancy ook accountants corrumpeert.

Reputatieverlies?

Omdat niet van alle consultancyopdrachten inhoud en omvang bekend is, is er geen statistiek voorhanden hoe vaak zaken fout gaan en waarom. Misschien valt het mee? Of misschien is er nog veel meer, waar je niets van hoort, omdat contractueel vertrouwelijkheid is afgesproken en aansprakelijkheid is uitgesloten. Toch geven alle voorbeelden bepaald een beroerd beeld van deze sector. En auteur Mazzucato is bepaald niet de eerste de beste, zij is een invloedrijke econome die o.a. de EU adviseert. Zij schrijft al langer over de positie van de overheid en de waarde van bepaalde sectoren. Na de banken met hun ‘waardeloze’ derivaten, krijgen nu de consultants het voor hun kiezen. Deze kras op de Big Con zou wel eens een staartje kunnen krijgen.

Het is een prettig geschreven boek, met veel uitleg over de opkomst van Big Con, en hoe deze organisaties werken. Verder barst het van de uitgewerkte voorbeelden (met name uit VK en VS), met verwijzingen naar artikelen en websites. Ook al ken ik deze sector vrij goed, ik las veel nieuws en ben bepaald bezorgd.

Ik gaf het boek 4 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop De Consultancy industrie

o.a. bij

Managementboek.nl (Engels) en (Nederlands)

of

Bol.com (Engels) en (Nederlands)

of

Libris.nl (Engels) en (Nederlands), steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie:

Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring. Misschien is er nét één te koop.

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: Het boek van hoop – hoopgevend!

Jane Goodall heeft goede hoop dat we klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tijdig kunnen stoppen. Waaróm ze die hoop heeft, hoe haar hoop haar tot een activist maakt en hoe ze één is met de natuur vertelt ze in 2021 in Het boek van hoop aan Doug Abrams, die eerder Het boek van vreugde schreef. Het gaf mij óók hoop!

Na de dialoog tussen de Dalai Lama en Aartsbisschop Desmond Tutu over Vreugde is er nu, met pandemie, discriminatie, ongelijkheid, en de grootste bedreiging van alles, klimaatverandering, behoefte aan hoop. Doug heeft in drie sessies een vergelijkbare dialoog met Jane Goodall, die al jarenlang de wereld rondreist om speeches over hoop te geven, er boeken over schrijft en podcasts geeft. Het gesprek, dat bijna woordelijk wordt weergegeven, geeft een heel mooi inkijkje in het leven en de overtuigingen van Jane. Ook de sfeer is mooi getroffen, met de rode wangen en blauwe coltrui van Jane, het plotselinge vertrek van Doug door het overlijden van zijn vader, een beschrijving van de omgeving (waaronder een huisje op de Veluwe) en de vele glazen whisky. Een flink aantal foto’s brengt Jane én Doug tot leven. Alsof je een documentaire zit te lezen!

Hoop en spiritualiteit

Naast Jane’s bespiegelingen over hoop, is er ook ruimte voor haar geloof in het bestaan van een overkoepelende spirituele kracht, een hogere Intelligentie, die in al het leven op aarde aanwezig is. Klinkt wat zweverig, maar Jane pareert dit direct met een quote van Albert Einstein: “The harmony of natural law … reveals an intelligence that, compared with it, all the systematic thinking and acting of human beings is an utterly insignificant reflection”. (Uit: The world as I see it van Albert Einstein). Je merkt ook aan alles dat zij gelooft dat ze met een doel op Aarde is ‘gezet’ en dat alles met een reden gebeurt. Toeval bestaat niet!

Het maatschappijboek Het boek van hoop …

.. draait om de vier redenen die Jane heeft om hoopvol te zijn:

  • het verbazingwekkende menselijke intellect,
  • de veerkracht van de natuur,
  • de kracht van de jeugd en
  • de ontembare menselijke geest.

Intellect

Het deel over het intellect gaat over onze evolutie, waarom we niet persé intelligenter zijn dan dieren, maar wel een intellect, verstand hebben dat ons naar de maan bracht. Taal is volgens Jane dat wat het verschil maakt. Jammer dat we ons verstand niet gebruiken bij de omgang met de natuur. Maar het is hoopvol dat we dat wel zouden kunnen en onze creativiteit voor iets goed kunnen gebruiken.

Veerkracht

Bij de veerkracht van de natuur lezen we over de Survivor Tree, die tussen de brokstukken van de torens van het WTC lag, dood leek, maar dat niet was. Ook waren er twee bomen die de atoombom van Nagasaki overleefden. En zo zijn er nog heel wat voorbeelden van de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van de natuur. De keerzijde is dat diersoorten minder weerbaar zijn, dat er al heel veel soorten zijn uitgestorven en dat we de natuur zeker een handje moeten helpen omdat de schade die we toebrengen ongekend is.

Jeugd

De kracht van de jeugd gaat met name in op de hopeloosheid en depressie die veel jonge mensen voelen, en die omgeturnd kan worden tot hoop en activiteit. Jane bereikt veel jongeren met haar speeches op scholen, en jeugd in afgelegen gebieden met haar Roots & Shoots-programma, waar kinderen meedoen met activiteiten op sociaal gebied, milieu of dierenwelzijn. Zo krijgen zelfs de kindsoldaten en de verkrachte meisjes in Burundi weer hoop. De alumni van R&S hebben invloedrijke banen, en werken op verschillende manieren aan duurzaamheid. En als jongere kun je stemmen, natuurlijk. Als jongere ben je niet machteloos, stelt Jane: miljoenen druppels maken een oceaan.

Geest

De ontembare menselijke geest gaat over vasthoudendheid, het nooit opgeven, het onmogelijke toch proberen. Dat we handicaps, discriminatie, misbruik overwinnen, ons leven willen geven in een strijd voor vrijheid. Het hebben van een hoger doel. Denk aan Martin Luther King, Nelson Mandela, Ken Sari-Wiwa, Mahatma Ghandi, Winston Churchill. Als mensen dat niet hebben, moet je een verhaal vertellen wat hun hart raakt en wakker schudt. Dat is wat Jane met haar speeches (en boeken en podcasts) doet.

Een leven met hoop en wanhoop

Deze vier onderwerpen worden gelardeerd met inkijkjes in Jane’s leven. Hoe ze zonder opleiding chimpansees ging bestuderen, en wanhopig was toen deze zich maandenlang niet van dichtbij lieten bekijken. Hoe ze zonder vooropleiding een PhD haalde, en doodsbenauwd voor haar hoogleraren was. Welke mensen en dieren ze ontmoette en hun leven beter maakte. (‘Ik geef nooit op’) Hoe ze als 90-jarige nog steeds activistisch is. Together we can, together we will, is haar hoopvolle lijfspreuk.

Dialoogvorm

De vorm van dit boek is bepaald origineel, met de dialoogvorm, waarbij de interviewer, Doug, niet alleen de vragen stelt, maar ook eigen inbreng en meningen heeft, zodat er echt een dialoog ontstaat. Ook de manier waarop Jane haar leven beschrijft is goed gedaan, met steeds een link naar hoop, wanhoop en hopeloosheid. Niet opschepperig, zeker niet zo droog als haar Wikipediapagina, wél heel boeiend. Dat komt met name door de vele, vele voorbeelden, een erg goed gebruik van storytelling. Jane zegt dan ook dat verhalen vertellen het hart raakt en wakker schudt. Dat geldt ook zeker voor dit boek.

Omdat Jane een PhD heeft, mag je ervan uitgaan dat veel van haar stellingen onderbouwd zijn met bewijs (van haarzelf in Gombe). Toch merk je aan alles dat ze zich geen wetenschapper voelt, maar een naturalist, met empathie en verwondering voor de natuur, gelovend in een hogere Intelligentie. Oh, dat weet ik niet, zegt ze ook vaak, heel eerlijk. Mooie mix.

Hoopgevend

Het is erg fijn om weer eens een boek te lezen dat positief is over onze kansen om klimaatverandering en met name het verlies van biodiversiteit aan te pakken, zonder dat de vernietiging die we hebben aangebracht gebagatelliseerd wordt. De voorbeelden over de projecten van Roots & Shoots, Rewilding en andere zijn bepaald hoopgevend!

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie, maar jij betaalt niets extra!  Zonder provisie:

Keus genoeg!

O ja, ik schreef van dit boek ook een Impressie, een mini-samenvatting. Die koop je in mijn webshop of bij je eBoekwinkel.

Geplaatst in Maatschappij, zelfhulp | Tags: , , , , | 1 reactie

Familie: ‘neef’ Menno Lanting

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Menno Lanting. (update november 2025).

Waar schrijft ‘neef’ Menno Lanting over? 

Menno is gespecialiseerd in digitale transformatie en digitalisering in het bijzonder, en strategie, innovatie en wendbaarheid in het algemeen.  Zijn stijl is erg karakteristiek: hij bezoekt en interviewt voorlopers over de hele wereld, en de locaties ( ‘het natte bedrijventerrein’) en gesprekken worden mooi en in detail beschreven, zodat het is of je er bij bent. 

Ik vroeg eens op LI aan mijn volgers of ze dachten dat ChatGTP de managementboekauteurs overbodig zouden maken: ‘schrijf een boek over digitale transformatie in de stijl van Menno Lanting’. Menno reageerde dat hij daar totaal niet bang voor was: ChatGTP gaat niet op bezoek bij bedrijven voor diepgaande interviews. En stelt de juiste vragen niet ….. Maar hij gebruikt ChatGPT of andere AI-tools wel bij het schrijven.

Menno’s boeken worden goed gewaardeerd, één van zijn boeken werd zelfs Managementboek van het Jaar, en wel die van 2011: Connect!

Heeft ‘neef’ Menno Lanting andere zakelijke activiteiten?

Menno is niet alleen auteur, hij treedt ook op als key-note speaker. Ik weet dat hij een paar jaar geleden de reorganisatie bij mijn beroepsvereniging NBA met een key-note aftrapte. Van digitale transformatie daar heb ik nog niet veel gemerkt, maar misschien komt dat nog.

Daarnaast is Menno bestuursadviseur, met een indrukwekkende lijst klanten, en organiseert hij regelmatig een opleiding.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Menno eruit? 

‘Neef’ Menno studeerde Management, economie en recht aan de HAN, en is daar later een paar jaar gastdocent geweest. Voor hij in 2010 als zelfstandig adviseur aan de slag ging, werkte hij o.a. bij De Baak, REMC en Dressmart.

Zijn favorite quote is: ‘Wanneer de wind van verandering waait, bouwen sommigen muren, en anderen windmolens’. (Chinees gezegde).

Hij is getrouwd met interieurontwerpster Angela en heeft twee dochters. In dat kader is het leuk om eens te kijken op zijn website (en Insta) Top with kids (Topwithkids.com). Menno reist de wereld rond voor de interviews  die in zijn boeken worden verwerkt. Op één van zijn trips ontmoet hij een resort-eigenaar, die hem enthousiast maakt voor avontuurlijke, comfortabele reizen met kinderen.  Menno zegt hierover: ‘Toen de kinderen klein waren naam ik ze regelmatig mee op mijn interview-reizen voor de boeken. Zo kwam ik op het idee voor mooie plekken die zowel voor ouders en kinderen leuk zijn.  De website is een leuk familieproject. Mijn vrouw fotografeert, de meiden denken mee over de social media en ik doe de teksten. Nu de meiden op school zitten doen we een paar echt gave plekken per jaar.’ De verhalen zijn in ieder geval prachtig (als auteur ben je dat natuurlijk aan je stand verplicht) en de foto’s schitterend. Je zou er bijna kinderen voor willen hebben (bijna!).

Welke boeken schreef Menno Lanting?

Menno schreef tussen 2010 en 2025 maar liefst 13 boeken, waarvan ik er 7 las en recenseerde en van 1 een Samenvatting schreef.

De bestedeling (2025)

‘Neef’ Menno kennen we van zijn vele boeken over IT, AI, digitalisering. Zonder uitzondering uitstekend geschreven, met veel voorbeelden, gericht op nieuwe ontwikkelingen en ruim baan voor de menselijke aspecten. De bestedeling uit 2025 is een heel ander boek, zowel qua onderwerp, ‘kinderveilingen’, qua richting, namelijk terugkijkend, als qua schrijfstijl. Het resultaat is een boek dat zowel boeiend als saai is. Ja, dat kan dus … Een bestedeling is iemand, vaak een kind, die niet meer verzorgd wordt en zo ten laste van de overheid komt. Het gaat naar een weeshuis, of wordt ‘uitbesteed’ aan een gezin dat een vergoeding voor kost en inwoning ontvangt. Het gezin dat het laagst biedt om deze zorgtaak uit te voeren, krijgt het kind. Vandaar kinderveilingen. Daarover lezen was bepaald schokkend. Lees mijn recensie (3*) | Koop bij Libris

20 vragen en antwoorden over AI (2025)

Deze ben ik nu aan het lezen, dus voorlopig de flaptekst: Maak je klaar voor de AI-revolutie: een technologische storm die organisaties, ons werk en ons dagelijks leven verandert. In dit boek beantwoordt Menno Lanting de 20 meest uitdagende vragen over AI. Op een heldere en toegankelijke manier laat hij zien hoe AI organisaties slimmer maakt, samenwerking versterkt en leiderschap herdefinieert. Geen technische hocus pocus, maar praktische inzichten die direct toepasbaar zijn met inspirerende praktijkvoorbeelden en deskundige adviezen. Of je nu een leidinggevende, professional of iemand bent die meer over AI wil leren, dit boek biedt de inspiratie en praktische handvatten om de technologische toekomst met vertrouwen tegemoet te treden. Koop bij Libris

20 vragen en antwoorden over digitale transformatie (2023)

Digitale transformatie raakt ons allemaal. Van de kansen en bedreigingen van AI-technologieën zoals Chat GPT, tot het ontwikkelen van nieuwe, digitale businessmodellen. Dit is niet langer iets wat alleen bij de IT-afdeling ligt. Digitale transformatie beïnvloedt elke organisatie en ieders werk. Het is cruciaal dat medewerkers, managers en leiders begrijpen wat het inhoudt. Dit boek helpt om inzicht te krijgen in vragen als:- Welke rol speelt data in digitale transformatie?- Hoe gaan we om met weerstand?- Wat betekent digitale transformatie voor het leiderschap?- Wat moeten we in de organisatie opnieuw inrichten? Menno geeft veel concrete voorbeelden uit de praktijk, waarbij hij kan putten uit de ervaringen van mensen uit zeer uiteenlopende organisaties, zoals Gemeente Amsterdam, Politie Nederland, SuitSupply, Talpa, VGZ, Albert Heijn en Vopak. Lees hier mijn Recensie (4*)Koop dit boek bij Bol.

Uit het transformatiemoeras (2021)

Vind maar eens een organisatie die niet bezig is met ‘de digitale transformatie’. Toch blijken de meeste organisaties na een enthousiast begin vast te lopen in een waar transformatiemoeras. In Uit het transformatiemoeras analyseert Menno haarfijn wat er misgaat. Aan de hand van voorbeelden uit binnen- en buitenland beschrijft hij de vijf kritische faalfactoren die echte transformatie in de weg staan. En natuurlijk schetst hij ook de uitweg: om los te komen uit het moeras moet de organisatie zich omvormen tot een lerende organisatie. Voor organisaties die relevant willen blijven in het digitale tijdperk is het namelijk niet genoeg om alleen de bestaande processen te digitaliseren. Ze moeten hun cultuur, businessmodel en organisatiemodel aanpassen, niet eenmalig, maar in een continu proces. Lees mijn Recensie | Koop dit boek bij Bol

Disruptie in de overheid (2019)

In Disruptie in de overheid spitst Menno Lanting zijn inzichten over de zin en onzin van disruptie uit zijn bestseller De disruptieparadox toe op de overheid. Menno geldt als dé expert op het gebied van de impact van digitale technologie op organisaties, leiderschap en innovatie. Aan de hand van herkenbare voorbeelden en cases geeft hij praktische handvatten en advies over hoe de publieke en semipublieke sector zichzelf op grote en op kleine schaal kunnen vernieuwen. Zo maken onder andere virtual reality, de blockchain en kunstmatige intelligentie meer mogelijk dan we ons kunnen voorstellen. Alvast een tipje van de sluier: zolang de basis niet voldoende op orde is, heeft het weinig nut disruptie na te streven. Koop bij Bol

Het geheim van disruptie (2019)

Het geheim van disruptie is een integrale uitgave van de kernboodschap uit Menno’s meest recente bestseller De disruptieparadox: de vier paradoxen van disruptie. Hij legt in dat boek de aard van disruptie bloot en laat zien hoe organisaties ermee om kunnen gaan. Disruptie ontstaat op het kruispunt van verschillende vakgebieden, dankzij de combinatie van nieuwe technologieën vanuit schijnbare tegenstellingen, zoals snel versus langzaam en exploitatie versus exploratie. Wie leert omgaan met de paradoxen van disruptie heeft de beste kans om de positie van zijn organisatie te versterken en echt te vernieuwen. Lees mijn recensieKoop bij Bol

De disruptieparadox (2017)

Dat de wereld verandert en dat dat razendsnel gaat, weet u onderhand wel. De voorbeelden van Airbnb, Uber en Kodak heeft u al talloze malen gehoord. Dat het roer om moet, is duidelijk. Disruptie is dan ook het nieuwste toverwoord. Voor een aantal organisaties is volledige disruptie daadwerkelijk de enige, zinvolle strategie. In andere gevallen gaan de technologische veranderingen meer geleidelijk en is het effectiever om aandacht te geven aan het verbeteren van de basis en aan gerichte innovatie.  De grote paradox voor de gevestigde partijen is: hoe ga je op een disruptieve manier een superieure klantbeleving realiseren als je daar in je huidige business al niet in slaagt? Koop bij Bol

Hoe word ik een speedboot (2015)

Menno reisde de wereld over op zoek naar de meest inspirerende ondernemers en organisaties, zowel start-ups als grote multinationals. In Olietankers en speedboten schreef hij een apart hoofdstuk genaamd ‘Hoe word ik een speedboot?’ over de belangrijkste lessen om ons voor te bereiden op de toekomst en op de nieuwe manier van werken. Dat hoofdstuk vind je hier integraal terug, aangevuld met een leeslijst van boeken en bronnen die je verder helpen naar meer flexibiliteit en snelheid. Speedboten zijn proactief, wendbaar, met de blik naar buiten gericht, verbonden in een netwerk, waarde toevoegend voor de consument, burger of collega en voortdurend lerend. Koop bij Bol

Olietankers en speedboten (2015)

We moeten iets met die digitale ontwikkelingen, zeggen veel ondernemers. Maar daarmee wordt technologie het doel, niet het middel. De kern van werk en ondernemen is snelheid, kunnen veranderen, experimenteren, falen en leren. Het gaat er niet om wat u wel of niet doet met alle techniek; het gaat erom of u voldoende flexibel en open bent om in deze veranderende wereld een bijdrage te blijven leveren. In Olietankers en speedboten schetst Menno een beeld van de nabije toekomst aan de hand van de expertise van vele internationale professionals en ondernemers. Lees mijn recensieKoop mijn Samenvatting |  Koop dit boek bij Bol

De slimme organisatie (2013)

Mensen maken steeds beter gebruik van digitale technologie. Maar terwijl zij met behulp van hun netwerk het beste uit zichzelf halen, lukt het hun werkgevers vaak niet om dat potentieel ook in de organisatie te benutten. In dit boek laat Menno zien hoe bedrijven slimmer kunnen worden en hun cultuur en organisatie kunnen verbeteren met behulp van de nieuwste technologie. Met veel praktische tips en voorbeelden (NASA, Google) laat hij zien wat je kunt doen: van virtuele teams en crowdsourcing tot serious games en feedbacksystemen. Koop bij Bol

Lead with a tweet (2013)

Menno heeft als geen ander de vinger aan de pols van de veranderingen in organisaties en deelt zijn kennis en ideeën graag online. Vaak wat scherp geformuleerd, om mensen te prikkelen en een discussie uit te lokken. In dit boek, gebaseerd op zijn Twittercolleges, presenteert Menno 60 stellingen die als steen in de vijver verandering op gang kunnen brengen, in elke organisatie. Lead with a tweet is daarmee een to-do list voor vooruitstrevende leiders.

Koop dit boek bij Bol

Iedereen CEO (2011)

Sociale netwerken en nieuwe technologieën stellen de kenniswerker in staat om zelf het eigen werk te organiseren en de professionele ontwikkeling vorm te geven. Daar is lang niet altijd meer een organisatie of een manager voor nodig.

Wat betekenen de nieuwe organisatievormen voor de rol van de manager? En moet de traditionele machtsstructuur op z’n kop nu de rol van collectief leiderschap toeneemt? Menno beantwoordt deze en andere vragen in dit vervolg op de bestseller Connect!

Lees mijn recensie |  Koop dit boek bij Bol

Connect (2010)

LinkedIn, Twitter, Facebook en YouTube: miljoenen mensen zijn virtueel met elkaar verbonden. We leven in een open en onbegrensde wereld van samenwerking, creativiteit en communicatie. De macht over de markt verschuift van bedrijven naar deze sociale netwerken. Veel bedrijven verliezen de binding met klant en medewerker.

Binnen deze organisaties moet dan ook een omslag gaan plaatsvinden: van gesloten, hiërarchisch en onpersoonlijk naar open, authentiek en verbonden. Connect! is een welgemeende aansporing. Want het is tijd om te handelen, en wel nu. Dit boek werd managementboek van het jaar 2011!

Lees mijn recensieKoop dit boek bij Bol

(Deze informatie komt uit LinkedInMennolanting.nlBol.com.)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (updated november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen.
Geplaatst in Innovatie, IT | Tags: , , , | Plaats een reactie