Recensie Dus ik ben – toegankelijk

Wie ben ik? Of wat ben ik? Ben ik Elly? Ben ik accountant? Ben ik Audi-rijder? Ben ik dikkig? In het leuke filosofische boek Dus ik ben uit 2010 zoeken Stine Jensen en Rob Wijnberg naar wat ons definieert, wat de wortels zijn van onze identiteit. In 12 thema’s, waaronder naam, werk, bezittingen en lichaam, behandelt dit boek het werk van bekende filosofen én hedendaagse ontwikkelingen. Ik keek nog eens naar mijn sociale media profielen, en herkende snel mijn ‘wortel’: werk.

Wat ik het meest waardeerde van dit boek is dat het gedachtegoed van de klassieke filosofen toegankelijk gemaakt wordt: met makkelijker taalgebruik en verhelderende voorbeelden. Daarnaast voegen de filosofen Stine en Rob hun eigen gedachten toe, gebaseerd op maatschappelijke ontwikkelingen tot 2010. Alles bij elkaar een leerzaam en toch compact boekje.

Het filosofieboek Dus ik ben …

… stelt dat toenemende onzekerheid zorgt voor een verlangen naar een duidelijk afgebakende identiteit. Die onzekerheid is de laatste jaren toegenomen. De zoon is niet langer automatisch opvolger van zijn vader, de dochter niet standaard huisvrouw en loyale echtgenote. Je geloof bepaalt je keuzes niet meer. Het hiernamaals bepaalt niet langer hoe je je gedraagt, maar het hier-en-nu. Laag opgeleiden zien banen verdwijnen, en de banen die overblijven worden door ‘vreemde’ immigranten gedaan. Ook de globalisering zorgt voor verandering en onzekerheid: waar de een de wereld kleiner (meer bereikbaar) ziet worden, ziet de ander zijn plek in de wereld kleiner worden, zijn invloed verminderen. Wie ben je nog?

De media schotelen ons continu frames voor, onze ervaringen worden erdoor gekleurd. De vraag is dus niet: wie ben ik? Maar: wie ben ik écht? Is dit écht mijn smaak, of is deze kleding mij aangepraat? Definieer je jezelf op social media met behulp van merken en producten, op basis van consumentisme? Of met behulp van je baan? (Ja). Of je morele principes? Verschillende filosofen namen verschillende uitgangspunten om ‘de mens’ de omschrijven, het was tijdens de Romantiek in de 19-de eeuw anders dan in de Verlichting uit de 18-de eeuw en ook anders dan in het Existentialisme van de 20ste eeuw. Ik pak uit de 12 thema’s die in het boek uitgebreid beschreven worden, de dingen die mij specifiek opvielen.  

Ik denk, dus ik ben

In dit thema worden de filosofieën van o.a. René Descartes (1596-1650) en Immanuel Kant (1724-1804) behandeld. Wat me opviel is de kritiek op die filosofieën van psychologe Carol Gilligan, die stelde dat dat de opvatting van identiteit veel te mannelijk was. Mannen zijn meer principieel of rationeel qua moraal, vrouwen meer empathisch, ze zoeken naar andere oplossingen. Als voorbeeld een dilemma: een vrouw is dodelijk ziek, haar man kan de medicijnen niet betalen. Moet de man de medicijnen van de apotheker stelen? Mannen zeggen: ja, leven is meer waard dan geld, of nee, stelen mag niet. Principieel dus. Vrouwen zeggen: leg het probleem uit aan de apotheker, of probeer een lening af te sluiten. De vrouw redden én niet stelen dus. Dit verschil vertaalt zich door naar leidinggevende functies: niet het glazen plafond, maar een voorkeur voor principiële leiders zorgt voor ondervertegenwoordiging van vrouwen.

Ik voel, dus ik ben

Emoties verraden wie een persoon is. We zijn authentiek als we samenvallen met ons gevoel, we typeren elkaar als ‘driftkikker’ of ‘overbezorgd’. Maar twijfel over de oprechtheid van de emoties maken een persoon niet menselijker, maar juist koel, manipulatief. Dat emoties onze identiteit vormgeven komt uit de Romantiek,  van o.a. Ghoete (1749–1832) en Rousseau (1712–1778). Maar ook de invloed van Sigmund Freud (1856-1939) is enorm geweest, hij wees de driften van de mens als bron van diens handelen aan. Het draait hier om een individualistische levenshouding en staat haaks op het rationalisme.

Ik werk, dus ik ben

Ons zelfbeeld hang vaak samen met de baan, hoe succesvoller hoe beter. Soms gaat die vereenzelviging te ver: beroepsdeformatie. Iemand neemt dan de rol die hij/zij beroepsmatig heeft, mee naar het dagelijks leven. De accountant die in alles stipt en precies is. (Ik herken dat wel een beetje, ik ben stipt en precies, en kan ook erg achterdochtig en kritisch zijn, en ben accountant.) Ontwikkelen mensen door hun werk een bepaald karakter, of kiezen mensen met een bepaald karakter bijpassend werk? Veel filosofen keken echter neer op werk en vonden dat het ons van onszelf vervreemdde. De oude Grieken (w.o. Aristoteles) dachten dat ook, en vonden dat een goed argument voor slavernij.

Het Existentialisme van o.a. Sartre (1905-1980) en Kierkegaard (1813-1855) veranderde dat. De mens is niet was hij is, maar wat hij doet. Zzp-ers, freelancers, ze zoeken vrijheid en werk wat ze leuk vinden. Door de tijdelijkheid en de nadruk op plezier, vereenzelvigen ze zich minder met hun baan dan de mensen die bewust hebben gekozen voor een langdurig arbeidsleven als bijvoorbeeld boer. Dat merk je ook aan de namen van de beroepen. Creative director is wel erg algemeen. Boer en dokter heel specifiek. Maar het Existentialisme helpt ook bij keuzestress. Wie je bent is wat je doet, ga dus in ieder geval wat doen. Blijven twijfelen, jezelf vinden op de hei gaat je niet helpen.

Ik heet, dus ik ben

Onze naam is wezenlijk voor wie we zijn. Je naam onderscheidt je van anderen. Als onze naam wordt veranderd, foutief wordt geschreven of als we een koosnaampje of scheldnaam krijgen, kan dat voelen als een klap in je gezicht, het raakt aan wie je bent. (Heel herkenbaar, met een achternaam als Stroo Cloeck). In de filosofie is over eigennamen nooit veel geschreven, maar als je het hebt over naamgeving, heb je het over taal. Er is het Nominalisme en Realisme (met Wittgenstein). Poststructuralistische filosofen stellen dat taal ook de werkelijkheid schept, niet alleen weergeeft, en dat hoe we dingen noemen, bepalend is voor ons begrip ervan. Oorlogswapens een vrouwennaam geven (Dikke Bertha) erotiseert wapens en maakt oorlogsgeweld ‘sexy’. Wie een naam geeft, heeft dus een zekere macht.

Maar is te voorspellen hoe iemand is, op grond van een naam? Volgens de PVV wel, die kent een ‘type’ Mohammed. Maar dat is natuurlijk onzin, een Deense fotograaf bracht juist daarom een boek uit met 43 Mohammeds, van een oude witte Deen die zich tot de islam had bekeerd tot een hippe architect. Er zat niet één ‘bontkraagje’ bij.

Ik hoor erbij, dus ik ben

De sociale identiteit wordt sterk bepaald dor het contrast met andere groepen. Sport verbroedert het best, want daar is altijd sprake van een tegenstander. Filosoof Richard Rorty stelt dat ‘wij’ bestaat bij de gratie van een ‘zij’. We verenigen ons om identiteit te scheppen, van kleinschalig, families en sportclubs, via politieke partijen, tot grootschalig, land, ras of geslacht. ‘Bij wie ik hoor, is wie ik ben.’

Maar hoe groter de schaal, hoe meer verschillende belangen er zijn, hoe moeilijker dat identificeren is. Neem Europa. Hoe kan een Spaanse leraar zich vereenzelvigen met de belangen van een Poolse boer? Moet Nederland autonoom zijn, of is Europese eenwording belangrijk? Wat we missen is een gemeenschappelijke tegenstander (in 2010 dus).  

Ik lijd, dus ik ben

Zielige kindjes in campagnes van ngo’s. Wij (het rijke westen) erkennen bepaalde groepen (arm, niet westers) voor zover ze lijden, stelt het boek. We zien zelden hoe gelukkig Afrikanen zijn, ook films over Afrika gaan over lijden en geweld. Ook onszelf definiëren we in de mate van leed, het kan integraal onderdeel van onze persoonlijkheid worden (‘ik ben misbruikslachtoffer’).

Veel religies geven een duidelijk antwoord waaróm we lijden: een lesje nederigheid en straf van God, of een proef om te kijken hoe standvastig de mens is. Schoppenhauer (1788-1860) was een pessimistisch filosoof en stelde dat lijden simpelweg bij het leven hoort, het heeft geen hoger doel. De ‘wil’ drijft ons voort en willen betekent een permanente staat van onbevredigd zijn. We zijn even gelukkig, en willen dan weer iets anders.

Ik heb een verleden, dus ik ben

Onze wensen, voorkeuren en gedrag worden in sterke mate bepaald door onze levensloop: opvoeding, ervaringen, genetische eigenschappen. Een traumatische ervaring kan een blijvend stempel op je drukken. Een plezierige gebeurtenis ook. Sommigen vereenzelvigen zich sterk met hun familiegeschiedenis, bijvoorbeeld als ze van adel zijn, of in het familiebedrijf werken.

John Locke (1632–1704) stelde dat een mens zonder geheugen geen identiteit kan ontwikkelen. Friedrich Nietzsche waarschuwde dat een mens ook een te sterk historisch bewustzijn kan hebben, waardoor hij wordt verlamd. ‘Zonder te vergeten is het onmogelijk te leven’.

Ik heb lief, dus ik ben

In je sociaal media-profiel staat je relatie vaak direct onder je naam. Als iemand je liefheeft, word je erkend. We sloven ons dan ook flink uit om de liefde te vinden. Emmanuel Levinas (1906-1995) stelde de Ander centraal in zijn filosofie van Alteriteit. De oorsprong van de moraal ligt in de aanblik van de Ander, die je doet beseffen dat je een morele verantwoordelijkheid hebt. Rousseau schreef: Wie geen liefde heeft gekend zal sterven zonder zijn wezen te hebben gekend.

Maar ook is er een strijd tussen je ego en de ander: veel relaties stranden. Een verklaring daarvoor is dat we te druk zijn met onszelf ontplooien, en ons meer bezighouden met de vraag of er wel van ons gehouden wordt dan of we genoeg van de ander houden. Volgens Nietzsche draait het bij de liefde altijd om ‘woeste hebzucht’ en egoïsme.

Ik word erkend, dus ik ben

Georg Hegel (1770-1831) stelt kort samengevat dat het zelfbewustzijn is voortgekomen uit een permanent verlangen naar erkenning. Dat verlangen komt voort uit een gebrek, net zoals honger het verlangen is het gebrek aan eten op te heffen. Dat gebrek zit in onszelf, het wordt opgeheven door iets buiten onszelf. En het verschil in ‘in’ en ‘buiten’ zorgt voor het besef dat er een ‘ik’ is. Het verlangen naar erkenning, is het verlangen naar een ander verlanger, namelijk ‘om verlangd te worden’. We hebben dus een structurele behoefte om het verlangen van een ander te zijn. Geen liefde, maar erkenning. Zelfbewustzijn is pas mogelijk in relatie tot een ander.

In de psychologie geldt hetzelfde: ons zelfvertrouwen hangt sterk samen met de mate van waardering die we van anderen ontvangen. Complimenten geven ons eigenwaarde. Daarom doen we er ook zoveel voor. Social media, talentenjachten. Prestatiedwang! De keerzijde is bijvoorbeeld ‘statusangst’ van Alain de Botton, de angst om niet aan de maatschappelijke eisen te voldoen domineert bij velen het zelfbeeld. Hegel refereerde echter niet aan succes, maar naar ‘respect’. Bij respect speelt gelijkwaardigheid een rol, niet beter zijn dan anderen. Het idee is dat alle mensen dezelfde morele status hebben en dus evenveel respect, erkenning, verdienen. Het is een recht. En dit is de basis van de Universele Rechten van de Mens. Door gebrek aan zelfbewustzijn hebben planten en dieren dus geen rechten, dacht men. Dat is een beetje veranderd, maar rechten claimen kunnen zij niet, dat moet de mens namens hen doen.

Ik consumeer, dus ik ben

Enerzijds willen we uniek zijn, door onze bezittingen. Maar ook geven onze bezittingen aan tot welke ‘groep’ we behoren. Volvo? Familieman. Gucci? Gooisch meisje. Sandalen met sok? Milieuridder. Jongeren tot 30 jaar doen de meeste moeite om zich te onderscheiden door merken en producten. De koppeling tussen consumptie en uitdrukking van individuele identiteit komt uit de 18de-eeuwse Romantiek. Spullen kregen ook emotionele waarde. In de 20-ste eeuw is het verworden tot hedonisme. Eerst werden alleen vrouwen aangezet tot kopen, pas na WO2 richtte men zich op mannen. Ook consumentisme vloeit voort uit ‘statusangst’: het gaat niet om de producten zelf, maar de aanname dat ze bij een bepaalde hoge status horen. Maar individuele distinctie via consumptie is onmogelijk. Onze smaak wordt gevormd door onze omgeving, zo stelde Bourdieu, en dus zeker niet uniek. En wat we kopen zijn massaproducten, ook niet uniek.

Ik heb een lichaam, dus ik ben

Je uiterlijk is bepalend voor je zelfbeeld, en ook voor je kansen in de maatschappij. Wat een ‘normaal’ uiterlijk wordt gevonden is de basis voor onze houding ten opzichte van elkaar, met name op onbewust niveau. En dat terwijl we onderscheid maken tussen het uiterlijk en het innerlijk, al sinds Plato. Hij definieerde filosofie als de liefde voor het innerlijke. Maar La Mettrie (1709-1751) brak met de dualistische opvatting en stelt dat de mens een ingewikkelde machine is zonder ziel of geest. Dit is het Monisme. Michel Foucault (1926-1984) legde de link tussen kennisverwerving en macht enerzijds en disciplinering van het lichaam anderzijds. Die disciplinering begon rond 1850, met de opkomst van gymnastiek. Inmiddels is een slankheids- en fitnesscultuur ontstaan. Zwaarlijvigheid is gebrek aan zelfbeheersing en moreel verwijtbaar. Lichamelijke perfectionering heeft inmiddels een negatieve invloed op het zelfbeeld, door de graatmagere rolmodellen en digitale ingrepen.

Ons lichaam bepaalt veel: sekse, huidskleur, seksuele oriëntatie. De sekse bij geboorte bepaalt het soort kleertjes en het uiterlijk, en genereert verwachtingen over gedrag. En ons lichaam veroudert, heeft dat invloed op onze identiteit? Krijgen we een nieuwe blik op de wereld?

Ik ben mezelf, dus ik ben

Je kunt doen wat je wilt, maar kun je ook willen wat je wilt? Schoppenhauer onderzocht hoe vrij de mens eigenlijk is, en zegt nee. Alles wat een mens wil, wordt bepaald door externe factoren. Wij denken echter dat we autonoom bepalen wat we willen. Maar onze morele principes zijn ook maar ‘meningen’, onze emoties, zoals angst, worden ons aangepraat door de media. Wil ik zelf dat perfecte lichaam, of zijn dat anderen die dat van mij willen? Door die invloed van buitenaf zoeken we steeds meer naar authenticiteit. De Existentialisten zagen authenticiteit voornamelijk als non-conformisme, als anders zijn. Erich Fromm benadrukte de oprechtheid, hij stelt dat authentiek gedrag heel goed kan samengaan met maatschappelijke normen, als het uit een gemeende overtuiging ontstaat. Zo vullen wij op dit moment het begrip authenticiteit ook in: eerlijk en oprecht.  Maar maakt dit ons niet ook asociaal, egoïstisch? Zijn we alleen ons eigenbelang aan het najagen?

Wat onder ‘jezelf zijn’ moet worden verstaan, verschilt ook nog per plaats, per groep en per generatie. In het algemeen behelst het wel het naar je zin hebben, genieten van het leven, leuk werk hebben, onmiddellijke behoeftebevrediging. Maar daardoor lijden we aan ‘katastmatisch geluk’: onmiddellijk en makkelijk te verkrijgen, maar niet bestendig. We zijn tevreden over nu, maar bezorgd over later. Waar we naar op zoek zijn is geluk dat blijvend is en sociaal bindend. Gemeenschappelijke doelen, dingen doen die bijdragen aan de problemen in de maatschappij. Stapsgewijze vooruitgang. Dat vereist moed, en keuzes maken. Ik durf te kiezen, dus ik ben.  

Mijn evaluatie van Dus ik ben

Filosofie is relatief nieuw voor me, dus veel van wat ik las was nieuw. Dat geldt voor zowel de interpretatie van de theorieën en gedachten van de historische filosofen, als de koppeling met moderne maatschappelijke ontwikkelingen (tot 2010). Na een mislukte poging om Nietzsche te lezen (ik begreep er niets van) heb ik met dit boek wel het gevoel dat ik ongeveer weet waar die bekende filosofen naar toe wilden.

Hoe de maatschappelijke ontwikkelingen ons zelfbeeld en onze identiteit beïnvloeden, was boeiend om te lezen, en heel herkenbaar. Hoe je je voorstelt, waarom iets je raakt, alle voorbeelden zijn erg aansprekend, hoewel inmiddels enigszins gedateerd. De onderverdeling van de ‘zoektocht’ in 12 thema’s is erg nuttig, het geeft nog enigszins structuur aan het betoog. Per thema wordt erg veel behandeld, ik merkte dat mijn notities als los zand aan elkaar hingen.  

De schrijfstijl is prettig, het wat ingewikkelde filosofische gedachtegoed wordt met eenvoudiger taalgebruik geïnterpreteerd en met duidelijke voorbeelden toegelicht. Ook de humor ontbreekt niet. Elk hoofdstuk heeft een bijpassende illustratie.

FOMO? Nee.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Dus ik ben duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)

Koop Dus ik ben duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Dit bericht werd geplaatst in filosofie en getagd met , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie