David Attenborough (net 100 geworden, congrats!) bracht in 2025 samen met Colin Butfield het boek Oceaan uit. Onze laatste wildernis is de subtitel, en wat uit het boek duidelijk wordt is niet alleen hoe ongerept de meeste plekken nog zijn, maar ook hoe weinig we nog weten van de oceaan, de dieren die daar leven, en de invloed op het land. En hoeveel schade we nog steeds toebrengen.
Het boek bestrijkt 8 aspecten van de oceanen, en bij elk van die hoofdstukken blikt David terug op een gebeurtenis tijdens het filmen van een van zijn documentaires, vrij vaak die uit 1957. Hij vertelt over de dieren en hoe de omgeving er toen uitzag. Het verbaasde me niet om te lezen dat dit 70 jaar later behoorlijk anders is. Zijn 100-jarig perspectief op de veranderingen die wij in onze natuur aanbrengen maken die veranderingen extra schokkend. Geen wonder dat dit een vrij activistisch boek is geworden.

Het natuurboek Oceaan …
….. heeft een structuur die ik erg prettig vond. De kern zit in deel 2, met 8 hoofdstukken. Niet per oceaan, maar per soort omgeving: koraalriffen, de diepte, open oceaan, kelpbossen, het Noordpoolgebied, mangroven, eilanden en onderzeese bergen, en de Zuidelijke Oceaan (rond Antarctica). In elk van die omgevingen vinden we andere zeedieren, en andere problemen en oplossingen. Er is wél één gemene deler: overbevissing, of vernielingen door visserij.
Naast beschrijvingen van de meest bijzondere dieren, is er veel aandacht voor allerlei wetenschappelijke weetjes. Milieu problemen en projecten voor herstel maken de hoofdstukken compleet. Algemene weetjes die ik opvallend vond: 1. Je hoeft de dieren niet meer te zien om te weten wat er op een plek rondzwemt; met DNA-sporen, van bijvoorbeeld huidschilfers, kun je vaststellen dat die dieren daar ooit hebben rondgezwommen. 2. We hebben al 7 x ons totale gewicht uit de oceanen gevist.
Koraalriffen
Koraalriffen bedekken slechts 0,1% van het oceaanoppervlak, maar ‘onderhouden’ 33% van alle zeedieren. Totaal is er 350.000 m2, waarvan het Great Barrier Reef 40.000 m2 uitmaakt. We hebben al meer dan 4.000 verschillende vissoorten op koraalriffen gevonden, maar het vermoeden bestaat dat er nog honderdduizenden onontdekte dieren en planten leven. Waarom komen al die vissen naar zo’n rif? Omdat ze er geboren zijn? Nee, omdat het rif geluid maakt, en hoe meer geluid, hoe gezonder dat rif is. Daar komen de vissen op af, de ‘otolieten’, botjes in hun schedel, trillen bij geluid. Op het rif schieten garnalen luchtbellen af die een knappend geluid maken. Vissen brommen, knorren, fluiten en krassen in alle toonaarden. Dat geluid is zo uniek dat je er de verschillende riffen in de wereld mee kunt herkennen. Beschadigde koraalriffen krijgen steeds minder vis. Maar als je ze helemaal met rust laat kunnen ze in zo’n 10 jaar herstellen.
De diepte
De diepte herstelt zich véél langzamer dan riffen. Maar het belang van de diepte is heel groot. Elk jaar zijn er biljoenen piepkleine schelpdieren, roeipootkreeften, die zich aan het wateroppervlak vol-eten, en zich dan duizenden meters naar de diepte laten zakken om daar 6 tot 9 maanden te overwinteren. Daar spreken ze hun vetvoorraden aan terwijl het afval dat ze uitscheiden wordt opgeslagen in de diepte. Zo verplaatsen ze koolstof van het wateroppervlak nar de diepte. Deze verticale migratie is een belangrijke route voor insluiting van koolstof.
Oceanen zijn gemiddeld 3500 meter diep, de Marianentrog maar liefst 10.920 meter. We hebben geen idee wat er op die diepten leeft. Er volgt een mooi verhaal over een wetenschapper die de Davidson onderzoekt, een onderzeese uitgedoofde vulkaan waarvan de top 1200 meter onder het wateroppervlak ligt. Hij wil naar de voet van die vulkaan, op 3200 meter. En wat hij daar ziet! Honderden octopussen, op hun kop met ernaast eikapsels, vlakbij een scheur waar warm water uitkomt, 10 miljoen jaar na de laatste uitbarsting. Na een halfjaar gaat hij met een onderzeeër terug, Zijn ze er nog? Ja, wel duizenden broedende octopussen: Octopus Garden. Dit is nog nooit eerder gezien. Met die ontdekking kan de Davidson beschermd worden tegen mijnbouw of diepzeevissen.
Open oceaan
Dit hoofdstuk begint met een beschrijving van de walvisjacht, wat pas in 1982 werd verboden. Sindsdien nemen de walvispopulaties weer toe. En walvissen (potvissen) eten onder andere pijlinktvis, die ze op grote diepte vangen. Dat is nog niet zo makkelijk, de tentakels van die pijlinktvis zijn zo’n 2 meter lang (!) en de inktvis wikkelt die om de kop van de potvis, en beukt er op los. Hij heeft 3 harten en blauw bloed, wat je ziet als de potvis diep doorbijt. Als de pijlinktvis het bewustzijn verliest, wordt hij in één keer door de potvis doorgeslikt. Wat achterblijft zijn de littekens op de kop van de potvis én de onverteerbare harde bek in de maag. De potvis gaat terug naar het wateroppervlak en poept daar de restanten uit. Het ijzer en stikstof daarin bemest het oppervlaktewater, dat levert fytoplankton op. Die onttrekt koolstofdioxide aan de lucht (tot wel 40% van alles wat we uitstoten) en produceert zuurstof. Een toename van 1% fytoplankton heeft hetzelfde effect als 2 miljard volwassen bomen extra op aarde. Jammer hoor, die walvisjacht …..
Kelpbossen
Kelpbossen maken een enorm goede habitat voor veel zeedieren. En natuurlijk slaat het koolstof op. Maar ze gaan overal achteruit. Door stormen, door milieuvervuiling, en door visvangst. Grote soorten worden gevangen, die normaal zee-egels eten. En die zee-egels eten … kelp. Ook wordt kelp door mensen geoogst, vroeger voor zeep en verf, jodium en buskruit. Tegenwoordig voor mest. Stormen kunnen nuttig zijn voor de verspreiding van kelp-sporen, maar door te zware stormen breken de stengels. De grootste vernietiging komt echter van de sleepnetten, die vernietigen een heel bos in één keer. Kelpbos weg, zeeleven weg, zeevogels weg, schelpen op het strand weg.
Het Noordpoolgebied
Hier een prachtig verhaal over een Groenlandse walvis die een speer in zijn flank had. Die speer bleek zo’n 115 jaar oud te zijn …. en de walvis dus ruim 120 jaar. Deze soort kan waarschijnlijk wel 200 jaar oud worden! Een ander dier dat daar rondzwemt is de narwal, met één vergrote hoektand die als een 2 meter lange slagtand aan de kop zit. Narwals hebben geen rugvin, en kunnen zich dus vlak onder het ijs verstoppen voor orka’s (mét rugvin).
Dit gebied lijkt ongerept, maar nee. De Noord-Atlantische stroom pikt bij Europa allerlei verontreiniging op en deponeert het in de Noordelijke IJszee. Die POP’s komen in de vissen terecht, en zo ook in de ijsberen en orka’s, bovenaan de voedselketen, en stapelen zich op in hun vet. Erger nog is het terugtrekken van het ijs, waar ooit duizenden walrussen op lagen. Dat ijs ligt nu in dieper water, en er is steeds minder drijfijs voor al die dieren. De concentratie op één plek wordt dus steeds hoger, waardoor er minder voedsel per walrus is. En minder zee-ijs betekent makkelijker jagen voor de orka’s. Op walrussen, en andere dieren.
Mangroven
Bij de Golf van Bengalen liggen de mangrovebossen van de eilanden Sundarbans, wel 10.000 m2. Hierin wonen veel bedreigde diersoorten, van de Indische bruinvis en de vissende kat, tot de minuscule eenoogkreeftjes. In de stekelige bossen zag je geen mens. Maar eind 18-de eeuw gingen de Britten de bossen kappen zodat het land voor landbouw kon worden gebruikt. En de 1 mm lange eenoogkreeftjes kwamen in het menselijk lichaam terecht, samen met de vibrio-bacterie die ze meedroegen. Besmetting was het gevolg, eerst als zoönose, later van mens-op-mens. En in 1817 was daar dan een cholera-epidemie.
Maar er is meer over mangroves te vertellen: ongeveer 15% van de kusten wereldwijd is met mangroven bedekt, de helft van wat er eeuwen geleden was. Soms zijn de mangrovebossen in de buurt van koraalriffen: de visjes die in de mangroven geboren worden, leven als volwassen vissen op het rif. Haal je de mangroven weg, dan blijft er van het koraal ook weinig over. En wel leuk: als het bos bij eb droog valt, komt er een nieuwe verzameling dieren: vleermuizen, flamingo’s, herten en zelfs de Bengaalse tijger. Die heeft het op de herten voorzien, maar verschalkt ook krabben en vis!
Costa Rica staat bekend om zijn bescherming van de natuur, de regenwouden en nevelwouden, maar heeft haar mangroven wat verwaarloosd. Die zijn veel gekapt om plaats te maken voor garnalenvijvers en suikerrietplantages. Maar inmiddels staan ook de mangroven op de herstel-agenda. Zo’n project duurt jaren, je kunt niet zomaar wat bomen planten. Eerst moeten de oude waterlopen hersteld worden, zodat het in- en uitstromende water de bodem kan verzilten. Dan komen de kreeftjes om holen te graven, waardoor er zuurstof in de bodem komt. En dan kun je planten. Het mangrovebos wordt een kraamkamer voor vis, waar de kustvolken van kunnen leven.
Oceanische eilanden en onderzeese bergen
David begint hier met een verhaal uit 1957 over Raine Island, waar schildpadden komen om te nestelen. Slechts 1 op de 1000 eieren levert een volwassen schildpad op, de jonkies worden op weg naar de zee opgegeten door de vogels en daarna opgeslokt door de zeeroofdieren. Hoe hoger de temperatuur bij het ei, hoe meer kans op vrouwtjes, en door klimaatverandering komen er steeds meer vrouwtjes, en veel te weinig mannetjes, wat de populatie bedreigt.
Op de onderzeese bergen vinden we koraalheuvels, die duizenden jaren oud zijn, sommige stammen nog uit de Bronstijd. Maar veel hiervan worden vernietigd door sleepnetten, want ook in dit soort omgeving wemelt het van de vis, omdat de stroming langs de berg omhoog komt, mét voedsel. Herstel van dit soort omgevingen duurt héél lang, en zal nooit meer hetzelfde resultaat opleveren.
Zuidelijke Oceaan
De Zuidelijke Oceaan bevindt zich rondom Antarctica. Het water is er heel koud en wordt van warmer water afgescheiden door de Westenwinddrift. Die stroming raakt de onderzeese Scotiarug en stuwt voedselrijk water naar de oppervlakte. David vertelt over het filmen van een documentaire in Zuid-Georgia in 1980. Hij waagt zich tussen de zee-oliefantenmannetjes daar, die aan de top van de voedselketen staan. Ze kunnen tot 2300 meter diep duiken en eten pijlinktvissen, haaien en manta’s. In de winter eten ze zich bolrond, met de ontstane vetlaag gaan ze het strand op en zorgen voor hun harem. Natuurlijk laten ze die niet alleen, de concurrentie is groot. Ze teren op hun vetreserves. En natuurlijk werd er op hen gejaagd, voor de olie uit die blubber.
Ook keizerspinguïns vasten, maar zij doen het om hun ei warm te houden. Het water is superkoud, ‘normale’ vissen zouden erin bevriezen. De krokodilijsvissen hebben ‘antivries-eiwit’ in hun bloed, het vriespunt van hun bloed ligt dus lager dan dat van het zeewater. Ook hebben ze geen rode bloedlichaampjes, de zuurstof wordt direct uit het water opgenomen, zonder schubben.
Naast deze 8 hoofdstukken zijn er twee korte stukken die ‘Tijdens het levens van een blauwe vinvis’ en ‘Tijdens het leven van een mens’ heten, en gaan over de verandering tijdens zo’n leven. Bij de vinvis is er in 80 jaar veel veranderd, met name het einde van de walvisjacht. Voor de mens gaat het boek uit van 1 generatie, 30 jaar. Kort genoeg om actie te willen ondernemen, lang genoeg om ook het resultaat te zien. Over 30 jaar zullen we weten hoe het verder ging (of niet) met klimaatverandering, en of de natuur zich herstelt. De kinderen van nu zullen grotere scholen vissen zien dan wij, grotere roepen walvissen. Ze zullen in een wereld leven waarin wij niet heersen over de zee, maar er mee samenleven.
Mijn evaluatie van Oceaan
Ik las dit boek vlak nadat ik de film had gezien, en verwachtte een hervertelling met verdieping. Maar nee, het idee voor dit boek kwam wel op tijdens het maken van de film, maar pakt andere onderwerpen en voegt veel persoonlijke verhalen van milieu-activisten toe. Naast de verhalen over de meest bijzondere dieren, bestaat het uit stukken historie, wetenschap over de dieren en geologie, statistieken over vernietiging en herstel. Elk hoofdstuk heeft een verhaal over een project van natuurherstel waarin de ‘trekker’ van zo’n project aan het woord komt. Ik vond het geheel heel interessant en leerzaam.
De twee auteurs geven aan honderden experts te hebben geïnterviewd voor het boek. Ik krijg de indruk dat alleen de persoonlijke filmverhalen door David geschreven zijn (zo’n 15% van het totaal) en de rest door Colin. Er is per hoofdstuk een uitgebreid bronnenoverzicht toegevoegd, met artikelen uit vaktechnische publicaties. Het boek legt de nadruk op de noodzaak van natuurherstel, ik las ergens dat David pas op zijn 94-ste deze boodschappen in zijn documentaires ging verwerken. Beter laat dan nooit! Het verschil tussen toen, de filmverhalen, en nu, is duidelijk en toont inderdaad de noodzaak tot actie aan. Steeds wordt aangegeven dat het vergroten en instandhouden van de vispopulaties ook in óns voordeel is, want zo kunnen we duurzaam blijven vissen. Dat doen we nu bepaald nog niet, regels of geen regels.
Door de verschillende filmverhalen en de verhalen van de activisten en wetenschappers die in het boek aan het woord komen, is het boek erg persoonlijk. Dat zorgt er ook voor dat het geen droge opsomming van feitjes is geworden. Natuurlijk zitten er tekeningen en prachtige foto’s van bijzondere dieren in, ook nuttig om te zien waar we het allemaal voor (moeten) doen.
Ik vond de structuur prettig, maar het viel me op dat er in de stukken van Colin veel herhaling tussen de hoofdstukken zat. Daarbij was zijn deel niet overal even prettig vertaald; complexe zinnen, die soms ook na 3 keer lezen niet logisch waren. Ook de grammatica (bij gebrek met) en spelling (Maldiven) was voor verbetering vatbaar. Maar voor een boek van 360 pagina’s was het niet overdreven veel.
FOMO? Ja. We vernietigen zoveel zonder de gevolgen daarvan te kunnen inschatten. Goed om dat op ons netvlies te houden.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO +.
Ik gaf het boek 4 ½ *
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees Oceaan duurzaam …
- via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
- of uit een minibieb!
Koop Oceaan duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
- of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!