Mijn ‘neef’ Kees Klomp houdt niet van halve maatregelen. Ons huidige economische bestel is totaal verziekt, en er moet iets héél anders voor in de plaats komen. En dat andere is dus Ecoliberalisme. In dit boek uit 2025 schetst Kees eerst de huidige situatie, daarna de overgangsperiode, en tenslotte zijn utopische nieuwe samenleving.
Over elk van de drie perioden is er veel leerzaams in het boek te vinden. Kees maakt duidelijk dat we dan wel overtuigd zijn dat het huidige economische systeem niet meer werkt, maar dat er geen nieuw systeem voorhanden is. Zijn visie, ecoliberalisme, commonisme en betekeniseconomie, klinkt bijna te mooi om waar te kunnen worden, en blijft daardoor redelijk abstract. Desondanks is het inspirerend om erover te lezen én over de initiatieven op dit gebied die langzaam maar zeker van de grond komen.

Het maatschappelijke boek Ecoliberalisme …
…. heeft als uitgangspunt dat de wereld zoals we die kennen, op instorten staat. Onvermijdelijk! Maar dat is deels ook goed nieuws, wat als er iets instort, ontstaat er ruimte voor wat nieuws. Laten we hopen dat dat nieuwe ook beter is. Volgens Joanna Macy heeft ‘hoop’ twee betekenissen. Zo is daar ‘hoopvol zijn’ dat is een beetje passief, je denkt dat iets een redelijke kans van slagen heeft. Je hebt hard gestudeerd, je cijferlijst ziet er al goed uit, je hebt goede hoop dat je slaagt. Het is dus afhankelijk van de omstandigheden, die bepalen of het kansrijk is. Beheers je de examenstof niet, dan hoop je tegen beter weten in. De tweede betekenis van ‘hoop’ is actief. Je verlangt naar iets en doet er wat aan.
Actief hopen heeft 3 stappen: 1. De realiteit onder ogen zien. 2. Bepalen waar je op hoopt, welke kant dingen op moeten bewegen. 3. Een stap zetten om jezelf of de situatie die kant op te krijgen. Dit is niet hetzelfde als optimisme! Maar door actieve hoop verandert je gevoel van machteloosheid, hulpeloosheid in een beetje meer optimistisch.
Het 3Sen-model
Om te bepalen wat we precies moeten doen in die actieve hoop moeten we de dieperliggende oorzaken van problemen boven tafel krijgen. Gewoon ‘het systeem’ de schuld geven is te makkelijk, we zijn daar immers onderdeel van? Charles Eisenstein ontwikkelde het model van de 3 S-en: Symptoom, Systeem, Story. Het Symptoom is wat we zien, op dit moment het Materialisme. Het Systeem waaruit dit voortvloeit is het Kapitalisme. En de Story, zeg maar ons wereldbeeld, is het Individualisme. Als we de symptomen willen veranderen, moeten we dus beginnen bij ons wereldbeeld.
Kees beschrijft een nieuw wereldbeeld, onder de naam Intervidualisme. Het Systeem wat eruit voortvloeit is het Commonisme (niet te verwarren met communisme), en het Symptoom is het Immaterialisme. Story kun je zien als de economische grondhouding. Daarboven, op weg naar Systeem, zit een Politieke filosofie. Het huidige liberalisme moet veranderen in Ecoliberalisme. Het Systeem is de Politieke economie, en via de Economische leer ontstaan de symptomen. Die politieke leer is nu de Neoklassieke economie, en dat moet veranderen in de Betekeniseconomie. Dit klinkt als gegoochel met termen, en dat vond ik ook toen ik het model onder ogen kreeg. Maar Kees’ inhoudelijke uitleg van de oude en nieuwe situatie is een stuk duidelijker.
Economische groei
De verwachting is dat klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling tot steeds grotere schade zal leiden, die de economische groei sterk zal raken. Of erger: het GDP drastisch zal verminderen. Tijdelijke schokken, zoals een recessie, zijn vervelend, maar hier herstelt het financieel systeem zich weer van. Maar een structureel krimpende economie, daar kunnen onze banken niet tegen. Maar er gebeurt te weinig om al deze toekomstige schades, namelijk materiele schades door klimaatverandering, productiviteitsverlies door verlies van biodiversiteit en oplopende zorgkosten door milieuvervuiling, te verminderen. Tijd dus voor wat actieve hoop!
Liberalisme
Het is allemaal de schuld van het liberalisme! Nou, nee. Kees komt met een interessant stuk over het ontstaan van het liberalisme: in 1215 maakte de Engelse koning Jan zonder Land met zijn leenheren afspraken over vrijheden, rechten én plichten van de steden, de kerk en het volk. De macht van de koning werd gereguleerd in de Magna Carta. In de 17de eeuw kreeg het uitbreiding met zelfbeschikking en zelfbepaling: alle mensen hebben dezelfde rechten om hun leven in vrijheid te leven. In de 18de en 19de eeuw werden de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van vereniging in wetten vastgelegd: de democratische rechtsstaat.
Economisch gezien veranderde er ook wat: in 1776 legde Adam Smith de basis voor de vrijemarkteconomie: individueel belang in dienst van het algemeen belang. Maar dit liberalisme splitste zich. Conservatief-liberalisme: individuele vrijheid zonder inperking door de overheid. Progressief-liberalisme: de overheid elimineert alles wat een individu belemmert in zelfontplooiing, zoals armoede, ziekte, ongelijkheid. En dan is er nog het Neo-liberalisme: de overheid jaagt marktwerking aan, publieke taken worden geprivatiseerd. Het belang van de burger kan alleen nog maar via bedrijfsbelangen worden behartigd. Volgens Kees leidde dit juist tot onvrijheid door de grote afhankelijkheid van geld. Zijn opvolger, Ecoliberalisme, gaat uit van een overheid die de meent aanjaagt.
De tussentijd
Het lijkt erop dat de tijd van individualisme, kapitalisme, materiële vooruitgang, ongebreidelde economische groei, tot een eind komt. Maar er is nog niets voor in de plaats gekomen: we zitten in de ‘tussentijd’. Dat houdt in dat we ‘stervensbegeleiding’ doen voor het oude, en ‘vroedvrouw’ zijn voor het nieuwe. Beide processen verdienen aandacht, en vinden tegelijkertijd plaats. Maarrrrrr, dat laatste doen we onvoldoende. We proberen de oude systemen te veranderen, en bestrijden ze, zonder aandacht voor het nieuwe. Zelfs XR bezondigt zich hieraan, dom, want zo houd je dat systeem in stand. Als er eenmaal draagvlak is voor een nieuw systeem, sterft het oude vanzelf af. Dus moet er een nieuwe Story komen. Daarover gaat de tweede 100 bladzijden van het boek.
Interdividualisme
Het begint bij Interdividualisme, en daar horen óók niet-menselijke levensvormen bij. De mens is niet waardevoller of intelligenter dan een boom of een kip, alleen anders. De vrijheden van de boom en de kip mogen niet geschaad worden door de vrijheden van de mens. Al het leven op aarde is met elkaar verweven, het gaat dus meer om samenwerking dan om zelfbeschikking. Het moet niet meer gaan over verbetering van de menselijke levensomstandigheden, maar om afstemming tussen menselijke en niet-menselijke levensvormen, symbiose. Hierbij een prachtig voorbeeld uit het boeddhisme: waaruit bestaat een bloem? Blaadjes, stengel, stuifmeelstengels, ja. Maar ook het oorspronkelijke zaadje, want zonder dat zaadje geen bloem. Regen, aarde en zon, want zonder die zaken óók geen bloem. Dat is ‘de wet van het afhankelijke ontstaan’. Het draait allemaal om onderlinge afhankelijkheid, om relaties.
Commonisme
Daarna gaat Kees dieper in op het Commonisme, het economische systeem wat hoort bij het eco-liberalisme. Samenwerking, het relationele van het interdividualisme staat hierin centraal. De meent, het gemeenschappelijke gebruik van natuurbronnen, is het alternatief voor de vrije markt. Elinor Ostrom kreeg in 2009 de Nobelprijs voor de Economie voor haar 8 ontwerpregels van een meent:
- Duidelijk gedefinieerde grenzen van wat de gemeenschappelijke middelen zijn en wie de gebruikers zijn.
- Aanpassing aan lokale omstandigheden.
- Gemeenschappelijke besluitvorming door de bezitters.
- Toezicht door of in opdracht van de bezitters.
- Graduele strafmaatregelen bij overtreding.
- Goedkope en laagdrempelige arbitrage bij geschillen.
- Zelfbeheer van de gemeenschap en erkenning door hogere autoriteiten.
- Voor grootschalige commonsbronnen een gelaagd, fractaal systeem.
Kapitaalgoederen zijn gedemocratiseerd in plaats van geprivatiseerd: grond, arbeid, geld zijn geen persoonlijk bezit, maar worden gemeenschappelijk beheerd. De resultaten, bijvoorbeeld voedsel, worden niet verkocht, maar gedeeld. De afhankelijkheid van een producent, qua prijs en vorm, verdwijnt. Je hebt meer regie over je leven, en daarom ben je gemotiveerd om in het produceren te participeren.
Betekeniseconomie
In beginsel is de mens een ‘zin-zoekend’ wezen, en zin kan alleen gevonden worden door het eigenbelang te overstijgen, door van betekenis te zijn voor anderen. Dus is de betekeniseconomie: een existentiële economische benadering gebaseerd op onze drijfveer om van betekenis te zijn voor anderen. Economie gaat over behoeftebevrediging: de verdeling van schaarse middelen om een zo goed mogelijk leven te leiden. Maar er zijn ook begeerten, die bij vervulling ons genot geven. En dat is een bodemloze put, er is geen sprake van bevrediging. Het leeuwendeel van onze huidige economie staat in het teken van het najagen van genot. We willen een goed leven én een leuk leven. In de betekeniseconomie is de economie gezond als ze louter draait om behoeftebevrediging.
Geluk
Beter dan genot, is geluk. In het boeddhisme is geluk een geestelijke vaardigheid, het heeft niets met gunstige omstandigheden van doen. Kees noemt het ‘welbevinden’, je wel bevinden in het leven, hoe het zich ook manifesteert. Dat is ons ultieme doel. Het tussenliggende doel is welzijn, wat draait om onze leefomstandigheden en de gezondheid van onze leefomgeving, kwalitatief. Dit wordt bereikt door het tussenliggende middel welvaart. Dat is een kwantitatieve indicator van onze levensstandaard. Alles start met het ultieme economische middel: welleven, de natuurlijke meent, de vitaliteit en veerkracht van de natuur. De betekeniseconomie beoogt het in balans krijgen van deze 4 ‘waarden’.
Degrowth, Postgrowth, Ungrowth.
Economische groei is ecologisch gezien problematisch, want de oorzaak van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling. Dus is er discussie over groei. Er zijn economen die ‘groene groei’ propageren, dat is economische groei zonder ecologische schade. Daar tegenover staan de Degrowth en Postgrowth bewegingen. Degrowth gaat over krimp onder strenge leiding van de staat middels wet- en regelgeving. Denk aan een plan-economie, om productie en consumptie te beperken. Postgrowth gaat ook over krimp, maar via de vrije markt, middels belastingen en een verschuiving in ons denken. In beide gevallen is er interventie van buitenaf nodig. Kees gelooft in Ungrowth, door slechts intrinsieke motivatie, het vrijwillig uit de tredmolen van begeren en consumeren stappen. We produceren alleen voor functionele gebruikswaarde en niet voor emotionele genotswaarde. (Hij voorspelt hiermee het einde van de fatbike, die geen enkele functionele gebruikswaarde heeft boven dat van een gewone elektrische fiets.)
Maar hoe?
Het einddoel van de Betekeniseconomie is welbevinden, gelukkig zijn, zonder allerlei genotsmiddelen. Immaterialisme is het resultaat. Allemaal goed en wel, maar hoe komen we daar? Maak dat systeem nou eens concreet! Kees denkt dat wij dit denken, en voor mij klopt dat. Dus komt hij met 10 concrete aanbevelingen.
- Rechten voor de natuur.
- Pas de grondwet aan, geef alle levensvormen vrijheid.
- Voer een ecodemocatie in, waarin ook andere levensvormen vertegenwoordigd worden. En niet als linkse hobby, maar als norm.
- Maak lokaal het nieuwe (inter)nationaal. Lokale politiek moet leidend worden.
- Democratiseer geprivatiseerde voorzieningen. Alles wat via de meent kan, gaat via de meent.
- Voer universele bestaansservices in. Denk aan voedsel, vervoer, zorg, onderwijs, via de meent.
- Maak investeren alleen mogelijk in democratische bedrijven, waarin de investeerders actief deelnemen.
- Begrens rijkdom. Ingrid Robeyns’ Limitarisme stelt voor om vermogen boven een bepaald bedrag geheel te belasten (tegen 100% dus). Hiervan worden de bestaansservices gefinancierd.
- Meet bruto binnenlandse waarde in plaats van bbp. Dus niet meer alleen in geld meten!
- Kies voor maatschappelijke aansprakelijkheid. Dat is het omgekeerde van MVO, goeddoen is geen deugd, maar normaal. Naleving van regels verplichten en handhaving regelen.
En de uitsmijter: geef aandacht aan ecologie op de scholen, en aan filosofie over het bestaan.
Mijn evaluatie van Ecoliberalisme
Hoewel ik Kees volg op een aantal sociale media en zijn gedachtenspinsels consequent lees, heb ik toch weer veel geleerd van dit boek. Het geeft een overzicht van de verschillende onderwerpen waar hij regelmatig over schrijft en spreekt, maar belangrijker nog: het geeft de onderlinge verbanden weer. De nieuwe termen die hij ons voorschotelt, hetzij zelf verzonnen, hetzij door mede-auteurs en ecologische denkers gemunt, worden goed uitgelegd.
Nu kenschetst hij zélf het ecoliberalisme als utopisch, en dat is inderdaad ook de smaak die bij mij blijft hangen. Het barst inderdaad van de goede initiatieven om deze utopie op weg te helpen, maar de veronderstelde intrinsieke motivatie en het veranderde denken, ‘genoeg is genoeg’, zie ik niet op grote schaal tot stand komen. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat we niet moeten proberen in die richting te bewegen, als actieve hoop!
Het eerste deel, waarin de huidige situatie uiteengerafeld wordt, vond ik erg sterk. De verschillende interpretaties wat liberalisme nu eigenlijk is, waar het vandaan komt en welke stromingen er nu zijn, zijn uiterst nuttig. Daarbij is dit deel ook onderbouwd met een uitgebreide literatuurlijst. Ook in de volgende twee delen, die natuurlijk meer speculatief van aard zijn, wordt uitgebreid verwezen naar werk van economische, ecologische en filosofische experts, met korte, maar wel duidelijke samenvattingen van hun theorieën. Ik kon mijn leeslijst weer goed aanvullen. Ofschoon er van alles gebeurt in de wereld, is de richting van de ontwikkelingen nog onveranderd, sterker nog, het gaat alleen maar sneller. Relevant dus, en helaas ook redelijk tijdloos.
Ik was blij verrast dat de schrijfstijl niet zo negatief is als veel van zijn sociale media-stukken. Het boek biedt hoop en inspiratie en leest prettig. Ik noemde al de vele nieuwe termen, ik moest wel af en toe terugbladeren om de definities te herlezen. Ook de meer filosofische en boeddhistische stukken vereisten meer aandacht van mijn kant. De gegeven voorbeelden zijn prima, soms leuk, zoals de fatbike, soms herkenbaar, zoals de Herenboeren. Dat geeft ook hoop: er gebeurt al veel en die initiatieven groeien en groeien. Opvallend vond ik wel het aantal foutjes in de tekst. Jessica Outer is Jessica den Outer, het World Wood Web is het Wood Wide Web, en dan zal ik nog wel wat gemist hebben. De redactie had wat beter gekund. Daarentegen is het betoog duidelijk opgebouwd en goed te volgen.
Het boek is mooi uitgevoerd, met veel illustraties die de diverse modellen grafisch weergeven. Interessant vond ik de quotes bij elk hoofdstuk, de meeste van E. L. Schumacher, die Kees’ held is en aan wie het boek ook is opgedragen.
Heeft het mij meer hoop gegeven, ga ik stappen nemen in een andere richting? Nee, daarvoor is de oplossing toch te politiek, te abstract, te filosofisch. Wel zitten er punten in die ik wil gaan volgen voor de lokale politiek. Wat is mijn Gemeente precies van plan?
FOMO? Nee. Het lijkt me wel een aardig boek voor op scholen, voor het economievak.
Conclusie
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 3 ½ *
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
Lees Ecoliberalisme duurzaam …
- via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
- digitaal en gratis via Kobo Plus;
- of uit een minibieb!
Koop Ecoliberalisme duurzaam …
- bij de kringloop;
- bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
- bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
- of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!