Recensie: Een plek voor jezelf – geen doe-het-zelf

Las ik eerder de auto-biografie van een beuk, deze week was de beurt aan een biografie van een huis. Michael Pollan’s eerste kind komt eraan en hij voelt dat hij een een ‘schrijvershuisje’ nodig heeft. In Een plek voor jezelf uit 1997 (de Nederlandse vertaling is van 2023) beschrijft hij het bouwproces, wat hij grotendeels zélf doet, en de relatie van het huisje met de natuur. In zijn ‘schrijvershuisje’ schreef hij trouwens een groot deel van The Omnivore’s Dilemma, zo staat in het voorwoord van de tweede editie uit 2008.  

Michael is schrijver en redacteur, werkt met zijn hoofd. Hij wil graag eens iets helemaal met zijn handen maken, hélemaal zelf. De beschrijving van zijn ervaringen, hij doet alles voor het eerst, zijn grappig én leerzaam. Ik lees over de compositie van een landschap, over architectuur, over houtbewerking en naar binnen draaiende ramen, over hulp vragen aan experts en toch de baas blijven, over de voldoening van iets nieuws leren. Over hoe ontzettend véél het kost, qua tijd, geld en energie. En over wat het oplevert: de juiste mindset om heel veel geweldige boeken te schrijven!

De ‘biografie’ Een plek voor jezelf  …

…. is nadrukkelijk géén doe-het-zelf-boek, het is eerder filosofisch, met veel historische informatie en weetjes over de natuur, architectuur en natuurlijke materialen. Michael schreef hiervoor Mijn tweede natuur (Second nature) waarin hij vanuit zijn hobby tuinieren het verschil tussen gecultiveerd en wild beschrijft. Zo zijn rozen zó gecultiveerd dat ze in het wild niet meer kunnen overleven. (Pitloze druiven óók niet, wat zijn we aan het dóén?). Hij schrijft meer over wat hij denkt, wat hij leest ook, dan wat hij doet.

Waar?

De biografie begint natuurlijk met de vraag: waar? Wat is de beste plek voor zijn huisje? Hij moet natuurlijk rekening houden met de zon, hoe die schijnt in welk jaargetijde, en met de wind. Hij bestudeert Feng Shui, en probeert de energiestromen, de chi-paden, van het landschap te voelen. Hij filosofeert over onze evolutie, wonend op de savanne, wat uitzicht én bescherming bood. Kiest ons genoom de optimale habitat? Hij denk na over het uitzicht uit het huisje, en óp het huisje, vanuit zijn woonhuis. Hij heeft al een vijver, een bosje, een zwerfkei in zijn tuin. En buren, met rotzooi in hún tuin. Hij pakt een stoel en gaat dagenlang dan eens hier, dan eens daar zitten.

Op papier

Met zijn ideeën gaat hij naar een bevriende architect, Charlie.  Deze stuurt hem na een paar dagen een boekje met allerlei plaksels en tekeningen, het klinkt als een moodboard. Michael kan er geen touw aan vastknopen. Na veel gesprekken komt er een tekening; het huisje wordt ontworpen met inachtneming van de gulden snede: de benodigde breedte bepaalt de lengte. Die verhouding komt in de hele natuur terug, in bomen, bladeren, schelpen. Michael verdiept zich ook in de historie van de architectuur: Frank Lloyd Wright (mijn favoriet!) en Le Corbusier komen regelmatig terug.

De fundering

De zwerfkei inspireert Charlie om bij de fundering gebruik te maken van lokaal gevonden keien, om de relatie met de grond expliciet te maken. Dat blijkt makkelijker getekend dan gedaan! Ook hier weer een verslag hoe FLW de relatie tussen huis en grond zag. Een huis moet óp de grond staan, niet erin. De vier keien op de hoeken geven het huisje een zwevend voorkomen, de chi-paden kunnen onder het huisje door. FLW maakte ook onderscheid tussen ‘Hier’ en ‘Daar’. Hier is regionaal, lokaal, traditie, ervaring, feit, steen. Daar is universeel, internationaal, klassiek, idee, vooruitgang, informatie, beton.  FLW was fan van ‘Hier’.  Le Corbusier van ‘Daar’. Michael vindt dat zijn gewone werk, redactie en schrijven, wel erg ‘Daar’ is en wil voor zijn huisje dus meer ‘Hier’. Natuurlijk kan hij de fundering niet alleen leggen. Hij krijgt hulp van ‘bouwvakker’ Joe. Joe is supereigenwijs, opvliegend maar ook sterk. En hij heeft tijd in de weekenden, dus geschikt!

Het skelet

Het skelet van het huisje wordt gemaakt van oeroude Douglas-sparren. Het kappen van die sparren is jarenlang onderwerp van strijd tussen de houthakkers en milieuactivisten geweest, daar had Michael niet zo bij stilgestaan. Niet alleen het  uiterlijk, ook de vorm van het huisje is gebaseerd op een bos, met een dak dat lijkt op takken die naar elkaar toebuigen en zo bescherming bieden. Het is niet zo gek dat in allerlei landen de hutten van de oorspronkelijke inwoners geïnspireerd waren door hun omgeving: in bossen wonende volken bouwden anders dan volken op de vlakte. Michael gaat aan de slag met zagen en beitelen, en vertelt hoe het hout voelt en ruikt. Als het hoogste punt wordt bereikt, is een traditioneel offer gewenst: een heel sparretje wordt uit het bos gehaald en op het hoogste punt vastgezet. Het verenigt de schaamte, over het vernietigen van de natuur, met trots, op het bouwwerk. Het herinnert aan de gesneuvelde Douglassparren.

Het dak

Ik lees een lange verhandeling over schuine daken versus platte daken en het postmodernisme. Hilarisch is de beschrijving van House VI van architect Peter Eisenman, waar niet in te wonen valt. Een extreem ontwerp, met pilaren die de vloer niet raken, en een glazen wand in de slaapkamer zodat er geen tweepersoonsbed in past. Het is een volstrek a-functioneel huis, postmodern. Het huis is niet bedoeld om comfortabel in te leven maar om ‘de bewoners hun behoeften te laten loslaten’.  FLW is minder extreem, maar bouwt met horizontale vlakken en (dus) platte daken, die veel meer lekken dan schuine daken. Zijn Fallingwater werd ook wel ‘Huize De Zeven Emmers’ genoemd. Het dak van Michael’s  huisje wordt dus schuin, en ik leer dat de schuinte ook wat zegt over hoeveel sneeuw er in het gebied valt. Hoe meer sneeuw, hoe steiler.

De ramen

In alle wanden zitten ramen, en elk raam heeft een ander ontwerp. Uit elke raam is er ook een ander uitzicht, een andere sfeer. De brede ramen aan de voorkant klappen naar binnen, om in de zomer een soort veranda te maken van het huisje. Maar naar binnen klappende ramen zijn lastig, als je de regen buiten wilt houden. Met meerdere tekeningen laat Michael zien waarom dat is. Charlies tekeningen zijn niet goed genoeg om lekkage te voorkomen. Uiteindelijk komt Michael er met een raamspecialist uit.  

De afwerking

Architecten willen ook invloed op het meubilair en de snuisterijen van de bewoners, alles moet passen bij het huis. Ze vinden het vaak niks wat de bewoners doen. Charlie is niet anders. Een slaapbank en boekenkasten worden ingebouwd, het geeft een cockpit-achtig gevoel. Niks losse meubels of snuisterijen. Totalitaire architectuur.  

En dan, na 2 ½ jaar, is het huisje af. Michael heeft zijn zin gehad, in plaats van abstract werk op de computer, werkte hij nu aan iets tastbaars met zijn handen. Dat blijkt een nadeel te hebben: een foutje wordt niet zo makkelijk uitgewist. Bij de fundering hebben hij en Joe ergens een net-niet-haakse-hoek gemaakt, en dat moesten ze bij elke volgende stap steeds weer wegwerken.

Zoontje Isaac, aanleiding voor de bouw en inmiddels een peuter, komt eens inspecteren, en laat wat speelgoed achter als ‘housewarmingcadeautje’. En Michael vraagt zich af: ik heb dit huisje gevormd, hoe zal het mij vormen? Inmiddels zijn we 10 bestsellers verder ….

Mijn evaluatie van Een plek voor jezelf / A Place of My Own

Ik houd wel van architectuur, maar heb er nauwelijks verstand van. Ik smulde dus van de verhalen over allerlei bouwwerken, met name House VI en Fallingwater, en de verschillende stromingen in de architectuur. Omdat Michael zich tijdens het bouwen óók aan het inlezen was, is de uitleg goed te volgen, jargonvrij en smakelijk. Maar ook, of juist, de relatie tussen wonen en de natuur was leerzaam, daar heb ik nooit zo over nagedacht. Michael is een onderzoeker, en leest heel wat af. Al zijn verhandelingen over historie en dergelijke zijn gebaseerd op wetenschappelijk werk van anderen. Zijn geklungel met hamer en beitel zijn van hemzelf, en dat maakt een mooie combi. Hij wilde een huisje dat bij de natuur paste, en heeft biobased gebouwd, op de betonnen fundering na.

Zijn helpers, Charlie en Joe, zijn leuke figuren, die het onderling regelmatig aan de stok hebben. Dat is niet veranderd, wat architecten verzinnen, vinden de bouwers bijna nooit handig en verstandig. Grappig om hier de onderbouwing voor dat soort meningsverschillen te lezen. Bij elk hoofdstuk horen een aantal simpele bouwtekeningen die de problemen aanschouwelijk maken, en dat is leuk gedaan. De ‘oplossing’ van de naar binnen draaiende ramen vond ik erg slim!

Michael’s handelsmerk is schrijven over iets waarmee hij voor het eerst experimenteert, of het nu tuinieren is, een schrijfhut bouwen, voedsel verbouwen en dieren schieten (ja, echt), of psychedelische planten consumeren. Dat maakt zijn boeken een soort verslag van een ontdekkingsreis, en dat vind ik gewoon erg leuk. Je leert er dus niet heel snel wat van, omdat het met name gaat over zijn eigen gedachten en handelingen, biografisch dus, en dit resulteert in een best wel dik boek.

FOMO? Nee, maar als je een Pollan-fan bent is het leuk om te lezen.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant 0, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Een plek voor jezelf duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!).

Koop Een plek voor jezelf duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Dit bericht werd geplaatst in Biografie, filosofie en getagd met , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie