Recensie: Ik zie wat ik geloof – over AI

Roxane van Iperen schreef het essay Ik zie wat ik geloof voor de maand van de Filosofie 2026. Ze ziet kans om de zorgen over AI en Big Tech zo scherp neer te zetten, dat je je afvraagt of er nog wel een toekomst is voor iedereen die géén bunker in Nieuw Zeeland kan betalen. Maar in het laatste deel komt er toch een sprankje licht: het kan wél. Met meer publieke ruimten en met meer aandacht voor de geesteswetenschappen, waaronder Filosofie natuurlijk, en het cultiveren van onze menselijkheid. Want: input=output.

Het essay gaat relatief diep in op het langzaam verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid en de verhuizing van onze jeugd naar echokamers-op-steroïden. Geen nieuws, maar de compacte, scherpe beschrijving is een toegankelijke samenvatting van een breed probleem. Fijn dat ze eindigt met wat lichtpuntjes, en die hadden best wat feller mogen zijn. Graag wat vuurtorens om ons niet op de klippen te laten lopen.

Het essay Ik zie wat ik geloof  …

 … begint met het uitleggen van de titel. Eeuwenlang hadden we een gedeelde werkelijkheid, de verbonden die we sloten waren gebaseerd op een overkoepelend verhaal, zoals het geloof en, sinds de Verlichting, de rede en het streven naar vrijheid, gelijkheid. De verhalen waren gebaseerd op gedeelde waarden, die voortkwamen uit de gedeelde fysieke wereld.

Maar nu is er een gevoelde realiteit, met de eigen emotie als nieuwe God. De subjectieve ervaring wordt feit. Niet meer ‘ik geloof wat ik zie’, maar ‘ik zie wat ik geloof’. Degene die de macht heeft die gevoelde realiteit te controleren, kan nieuwe verbonden organiseren en groepen mensen een bepaalde kant opsturen.

Van staat naar privaat, van rede naar emotie

In de afgelopen 40 jaar is de samenleving veranderd: de macht is verschoven van de staat naar privaat, en in het bijzonder de grote, mondiale spelers. We leven in een prestatiemaatschappij, alle problemen zijn eigen schuld, je bent baas over je eigen geluk, alles is maakbaar. Het gaat niet meer om collectieve vooruitgang, maar om zelfverwezelijking. Tegelijkertijd lijken we het redeneren, het diep denken, verleerd te zijn. Ook lijkt de basis van de democratie: burgers die elkaar met argumenten overtuigen, vanuit een gedeelde werkelijkheid, en zo tot ‘de waarheid’ komen, te verdwijnen. Onze cognitieve infrastructuur brokkelt af. We reageren direct op iets, overdenken niks, en kunnen niet meer ‘diep lezen’ om complexe ideeën te begrijpen. We krijgen flitsen voorgeschoteld die onze gevoelens versterken.

Chatten met je avatar

De chatbot helpt daarbij niet: het is een avatar van onszelf. (De ultieme echo-kamer, dat is mijn associatie.) De jeugd bespreekt álles met ChatGPT, relaties en psychische problemen, terwijl wij boomers het nog zien als een hippe versie van Wikipedia. Maar nee, de chatbot is een afspiegeling van onszelf, is niet onvoorspelbaar zoals onze partner, heeft geen grenzen of behoeften als andere mensen. Zo zoetjes aan verhuizen we naar een eindeloos gesprek met onszelf, trekken ons terug uit de samenleving, en kunnen steeds minder met anderen omgaan. Tegenspraak? Daar kunnen we niet meer mee omgaan.  

Meetbare vooruitgang is achteruitgang in vrijheid

Al decennialang leven we in een gerationaliseerde samenleving, waarin steeds meer gemeten wordt. Dat hoorde bij de wens voor vooruitgang: die moet meetbaar zijn. Door de globalisering is dit nu mondiaal geworden, en digitalisering heeft het makkelijker gemaakt. We meten álles, van bedrijfsprocessen tot onze eigen hartslag. Maar dat alles vindt plaats binnen een raster dat door anderen wordt ontworpen. Onze wens tot controle gaat ten koste van onze vrijheid. Het is Big Tech versus de soevereine mens.   

Fictie of non-fictie?

Roxane verwijst op dit punt in haar essay naar een film uit 2025: Mountainhead. Ik ken de film niet, maar hij is gebaseerd op The Fountainhead van Ayn Rand en volgt het verhaal van haar ándere boek: Atlas Shrugged. Die ken ik wél. Vier mannen gebruiken deepfakes om een menigte achter een groep onschuldige mensen te laten aangaan. Sociale media verspreiden nepnieuws wereldwijd, met lynchpartijen als gevolg. Centrale overheden kunnen de gewelduitbarstingen niet aan. De vier amuseren zich kostelijk. Ze wachten tot zijzelf de macht over kunnen nemen.  De vier personages lijken (niet toevallig) op de TechBro’s in de echte wereld.

Een andere wereld

De gedeelde realiteit is verdwenen, de jeugd groeit deels op in een virtuele wereld die hun ouders niet kennen, zonder toezicht dwalen kinderen rond in een wereld die specifiek voor hen wordt aangepast, met verslavende dopamineshotjes. Ouders weten niet wat hun kinderen meemaken, en dat is nieuw, bij vorige generaties waren de jeugdervaringen vergelijkbaar tussen generaties. De virtuele wereld biedt nu seksueel en haatdragend materiaal, niet een moderne variant van De Cosby Show. De kinderen, hoe jong ook, hoeven er niet naar te zoeken, het wordt ze voorgeschoteld. De infrastructuur van de werkelijkheid is volledig verbouwd. En wáág het als overheid niet om je ermee te bemoeien!  

Wie zijn de soevereinen

De TechBro’s zetten hun enorme vermogen in om de overheid de mond te snoeren. Nu is beïnvloeding van de politiek door de rijken van alle tijden. Wat er nu anders is? De vermogens zijn groter dan ooit, de middelen van beïnvloeding zijn grenzeloos, de rijken hebben geen enkel belang meer bij een specifieke samenleving (hun afzetmarkt is wereldwijd, ze hebben overal huizen), en de onderdrukking is onzichtbaar, niet zichtbaar zoals de uitbuiting van mijnwerkers die tot opstand kan leiden. De uitbuiting van onze data zien we niet. Stort de wereld in? De TechBro’s hebben allemaal een boerderij en bunker in Nieuw Zeeland (hun ‘eindtijdverzekering’), op het dunbevolkte Zuidereiland, met vruchtbare grond, schoon water en redelijk afgesloten voor ellende van elders. Zij zijn de echte soevereinen: ze hebben geld én het vermogen om zelfstandig te denken, want zij én hun kinderen zitten bewust niet achter een scherm, ze weten precies hoe schadelijk het is.

Een taak voor de boomers

Wat kan de politiek hier aan doen? In ieder geval niet zwelgen in nostalgie, want vroeger was niet alles beter. Toch overtuigt het nativisme, ‘Nederland weer van ons’ veel kiezers, terwijl de echte problemen nu voornamelijk in de virtuele wereld te vinden zijn. Geen terugkeer maar een toekomstvisie is nodig: wat zetten we tegenover de destructieve elementen van de TechBro’s? Zijn wij, boomers, niet precies de personen die hier de leiding kunnen nemen? We kennen de analoge én de digitale wereld. Wij hebben dit aangericht.

Zichtbaarheid

Voor macht over mensen is niet direct geweld of dwang nodig; het gevoel bekeken te worden, dat men ziet dat je afwijkt van de groepsnormen is genoeg: zelfdisciplinering. Dat zoeken naar erkenning van de groep, het groepsgevoel, wordt gebruikt door sociale media. Maar de groepsnormen worden inmiddels door algoritmen opgelegd en geïndividualiseerd. Zichtbaarheid is belangrijk geworden, erkenning vanuit de groep door clicks en likes. Zichtbaarheid bepaalt ook je ‘waarde’, niet hoe sociaal je bent. Interactie met anderen loopt terug.

Al het meten en alle selfies leveren datapunten op die een blauwdruk van ons als persoon kunnen maken: niet alleen ons verleden is tot in de details te herleiden, ook zijn hiermee voorspellingen van je toekomst te maken. Roxane zag het idee van die blauwdruk recent in een filmpje over het ‘Urban Brain’ van Shanghai, waarin vanuit een control room iedere bewoner van de stad live wordt gemonitord. Elke overtreding wordt direct bestraft, en bewoners kunnen elkaar ook aangeven via een app.

Zichtbaarheid zonder interactie leidt op universiteiten en hogescholen tot moeite om met afwijkende ideeën om te gaan, de jongeren zijn hier niet aan gewend, ze hebben hun hele jeugd alleen maar gezien wat ze al geloofden. Ze vinden het héél eng! Ze trekken zich terug uit de fysieke samenleving, die levert teveel frictie en verwarring op.

Wat te doen?

Wat hiertegen te doen? Smartphones en sociale media verbieden is niet de oplossing. Ten eerste leg je het probleem zo bij de slachtoffers, in plaats van bij de TechBro’s die je zou moeten reguleren. Daarnaast zijn tegenwoordig de schermen gewoon nodig op school, en moet je als ouder veel tijd en kennis hebben om de vrije tijd van je kinderen schermvrij te vullen. Wat wel? Sowieso moet je als ouder het goede voorbeeld geven, en ook iets tegenover de dopamineshotjes kunnen zetten.

De toegang tot openbare ruimtes is niet meer zo makkelijk of goedkoop als vroeger. Maar ‘fysieke pleinen van zichtbaarheid’, waar je elkaar ontmoet, zijn nodig om de interactie en het kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid weer op peil te krijgen. En daar zijn wij, de boomers, verantwoordelijk voor. Wij moeten beslissen dat er meer buurthuizen, gemeentelijke zwembaden, bibliotheken, muzieklessen komen. Natuurlijk kunnen we technologie gebruiken om mensen te verzamelen, fysiek met elkaar in contact te brengen. Mamdani won in New York doordat hij via sociale media jonge vrijwilligers verzamelde die van deur tot deur gingen om zijn voorstellen uit te leggen en erop aandrongen dat de mensen gingen stemmen.  

Overleven wij de toekomst?

Chatbots die onze levenspartners worden, robots en AI die onze banen inpikken, is dat onze toekomst? Overleven we die toekomst? Nou, technologie heeft de méns nodig om te overleven, niet andersom, stelt Roxane. AI leeft van de rijkdom van de menselijke kennis en creativiteit. Een bevolking die verslaafd en voorspelbaar is, kan dat niet leveren. We moeten dus niet de technologie onderdrukken, maar juist in onze menselijkheid investeren. Zorgen dat de jeugd zich niet in bitcoinhandel verdiept, maar in kunst, cultuur, geschiedenis, filosofie.

De mens en alles wat haar menselijk maakt, is de bron van AI, niet andersom. Bovendien ontbreekt alle kennis van vóór, zeg, 1990. En ook de tradities, lokale gebruiken, miljoenen (niet gedigitaliseerde) archieven. AI wordt nu gevoed met een flinterdunne laag recente, Westerse kennis. En AI loopt tegen het einde van haar verse bronnen aan, de opbrengst wordt kwalitatief steeds minder. Ook is de input steeds vaker AI gegenereerd, synthetisch. AI traint zichzelf op eigen materiaal, technologische incest die steeds meer onzin zal opleveren.

De macht over BigTech zit in het hernemen van onze menselijkheid.

Mijn evaluatie van Ik zie wat ik geloof

Ik leerde een aantal essentiële zaken van dit essay. Ten eerste dat we verleren andere visies en complexe ideeën toe te laten. Niet omdat we niet willen, maar omdat we het niet meer kunnen, door gebrek aan interactie. Ten tweede dat het tegengaan van de opmars van AI waarschijnlijk een heilloze weg is, en dat AI ook wat goeds brengt, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. En ten derde, voor mij echt wel een eye-opener, dat we veel meer aandacht moeten geven aan wat de input is voor AI, wat het van ons leert. Met name dat laatste deel is filosofisch ingestoken, waardoor ik ook begrijp waarom het hoort bij de Maand van de Filosofie. Dat had wat mij betreft wel wat meer uitgewerkt mogen worden.

Daarnaast vond ik in het betoog ook een aantal voorbeelden en argumenten die ik nog niet kende, en bedacht ik dat ik zéker de film Mountainhead moet kijken. Ook ga ik nog eens wat langer nadenken over het smartphone- en sociale media-verbod. Dat is met name bedoeld om de depressies bij de jeugd te verminderen (even kort door de bocht, zie Generatie Angststoornis) maar de impact op hun cognitieve vaardigheden komt wat minder aan de orde, lijkt me. Het idee dat je alleen nog maar met je eigen avatar communiceert is een krachtig beeld. Het gebrek aan openbare ruimten om elkaar te ontmoeten, herken ik. Veel sportverenigingen en zwembaden zijn weg, buurthuizen en hangplekken idem dito. Er is gewoon minder mogelijkheid om fysiek én goedkoop nieuwe mensen te ontmoeten. Dat de scholen smartphonevrij worden gemaakt, zal de interactie wellicht wat verbeteren en het openstaan voor nieuwe ideeën opkrikken.    

Roxane gebruikt goede voorbeelden om haar betoog kracht bij te zetten, en ze zegt terecht dat wij boomers ons niet kunnen voorstellen hoe de kinderen van nu hun omgeving ervaren, omdat het zo anders is dan in onze tijd. Verder pakt het essay een aantal bekende zaken bij de kop, die ze met haar felle, cynische taalgebruik scherp neerzet. Het is een essay, dus puur wetenschappelijk bewijs wordt er niet altijd bij genoemd, maar de zorgen die ze analyseert, leven al langer in de maatschappij.

Móet je dit essay gelezen hebben? Nou nee, maar het is een goede samenvatting van alle zorgen rond AI en BigTech, met een aantal fijne haakjes om over na te denken. En met misschien nét een andere visie dan de jouwe?   

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Ik zie wat ik geloof duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • of uit een minibieb!

Koop Ik zie wat ik geloof duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
  • of via B-Corp Bol (aff).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Dit bericht werd geplaatst in Maatschappij en getagd met , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie