Recensie: Durven voor morgen

Ik las Durven voor morgen van Saskia van Uffelen uit 2019. De auteur werkt in de IT, en de ondertitel van dit boek is ‘leiden, werken, leren en leven in een digitale wereld’. Dit boekje gaat over digitalisering dacht ik dus. Mispoes. Het gaat over de noodzaak om te veranderen, waarvoor digitalisering maar één van de oorzaken is. Het gaat ook over het doorbreken van kortetermijn-denken.

Het aantal onderwerpen dat wordt behandeld is daardoor erg breed, maar de kern is voor mijn gevoel het belang van een leven lang leren en iedereen in het bedrijf overal bij betrekken.

Het ‘Durfplan’ begint op 2/3 van het boek. Heel interessant vond ik stap 2 van dit plan: ‘cartografie’, het in kaart brengen van waar je nu staat met je bedrijf. Wat is het beeld dat je stakeholders hebben van je bedrijf? En waar zou het in de toekomst moeten staan? Er zit een handig vragenlijstje bij. Ook kun je tools op basis van algoritmes gebruiken om het mailverkeer te scannen op cultuuraspecten. Wat is de toon? Wat is de empathische temperatuur, wat zegt het over inclusiviteit? Veel waardevoller dan enquetes met sociaal wenselijke antwoorden. Ook gaat de auteur in op doelen stellen, strategievorming en andere onderdelen van management. Praktisch en mooi uitgevoerd.

Ik gaf het 3*

Geplaatst in verandermanagement | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: De afrekening

Ik las De afrekening van Roel Janssen uit 2019. ING is veel in het nieuws de laatste maanden: de aandeelhouders gaven de Raad van Commissarissen èn de Raad van Bestuur géén decharge over 2018! Een unicum voor beursgenoteerde ondernemingen. Maar de reden ervoor is duidelijk: eerst een witwasschandaal plus enorme boete, daarna een salarisrel rond CEO Ralph Hamers. Janssen vraagt zich af waar die zelfoverschatting van ING vandaan komt.

Hebben ze dan niets geleerd van de financiële crisis in 2008? Zijn ze vergeten dat ze zijn gered door de Nederlandse Staat, nadat ze zwaar geïnvesteerd hadden in de Amerikaanse rommelhypotheek-producten?

Zijn ze vergeten dat ze toen alle waarschuwingen in de wind sloegen, de risico’s van de producten niet kenden, en niet wilden kennen?

Zijn ze vergeten dat dat kwam door de drive om snel en veel winst te maken?

Blijkbaar. Janssen helpt hen èn ons herinneren aan die tijd met een vlot geschreven boek à la De Prooi. Eerlijk is eerlijk, ik heb het net wat minder ademloos gelezen als die bestseller. Misschien omdat het wat minder objectief lijkt met Wouter Bos als de held, Balkenende als een van de schurken, Tonko Gast als de wetenschapper die niet geloofd wordt. Het lijkt wel een filmscript!

Ik gaf het 2 1/2*

Geplaatst in Biografie | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: De netwerkexpeditie

Ik las De netwerkexpeditie van Geert Nijs uit 2019. Een heel mooi vormgegeven boek waarin de metafoor van een expeditie naar een nieuw continent (a.k.a. een andere manier van samenwerken, namelijk in een community) tot in de finesses is uitgewerkt.

Alles wat je nodig hebt, de mensen, de tools, de communitymanager, vind je in het hoofdstuk ‘De reisvoorbereiding’ als de reisgenoten, de reisuitrusting en de reisleider. Daarna volgen 3 expedities: ‘De teamreis’, ‘De communityreis’ (waarbij aandacht gegeven wordt aan Communities of practice en Communities of Interest) en ‘Op reis buiten je organisatie’.

Deze expedities zijn in feite gedetailleerd uitgewerkte implementatieplannen waarbij het werken met sociale technologie centraal staat. Niet de exacte functionaliteit van die tools wordt uitgewerkt, maar de manier waarop je de communityleden beweegt er gebruik van te maken. En de leiders natuurlijk, die het goede voorbeeld moeten geven. Dit zou moeten leiden tot zelforganisatie en zelfsturing. Ik vraag me af of dat wel zo gemakkelijk gaat…….

Ik gaf het boek 3 1/2 *

Geplaatst in management | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Hoe word ik een rat? – vermakelijke spiegel

Bij de publicatie van het boek Hoe word ik een rat? van Joep Schrijvers in 2002 was er blijkbaar een hoop reuring. ‘Dit is een stuitend boek over hoe mensen ten koste van anderen hun zin kunnen krijgen in een organisatie door rattengedrag’, zo vatte het Nederlands Dagblad dit boek bondig samen.’ lees ik. Nu, bijna 20 jaar later, zou ik zo’n reactie niet meer verwachten.

We zijn niet meer verbaasd over de rattigheid van onze collegae en bazen. We herkennen de voorbeelden van de auteur, komen ze misschien zelfs tegen in moderne management- of zelfhulpboeken. Maakt dat dit boek gedateerd? Nee zeker niet. Het is een feest der herkenning, mooi geschreven, soms confronterend, altijd vermakelijk. En eerder bedoeld als een waarschuwing dan een handleiding. Denk ik.

In het managementboek Hoe word ik een rat? ….

… vraagt de auteur ons: Waarom zou je het over politieke spelletjes, kortweg rattigheid, willen hebben? Sensatiezucht? Nee, in dit boek kom je geen beruchte namen of schandalen tegen. Een aanklacht dan? Nee, niemand van ons heeft schone handen, dus niemand kan de maat worden genomen. Om rattigheid te kunnen herkennen en je ertegen te verdedigen? Nee, volg maar een assertiviteitstraining. We gaan het hebben over rattigheid om een rat te kunnen worden, om de ‘braaftaal’ van zingeving, daadkracht en missie weer terug te vertalen in waar het om gaat: zakkenvullerij, dominantie en gekonkel. Een veelbelovend begin, dit eerste hoofdstuk ‘Welkom in het riool’.

In het tweede hoofdstuk doen we eerst een selfassessment, over hoe manipulatief we al zijn. DISC voor ratten, zeg maar. Je krijgt 13 stellingen waar je Ja of Nee op kunt antwoorden, zoals ‘Ik houd me met genoegen met politieke spelletjes bezig’, ‘Ik laat altijd het achterste van mijn tong zien’, en ‘Doel heiligt de middelen’. Dat viel voor mij niet tegen. Misschien heb ik me na 40 jaar in het bedrijfsleven aardig aangepast aan de heersende moraal? Elk van de stellingen wordt daarna lekker cynisch toegelicht, waarbij je je af gaat vragen of je jezelf toch niet te braaf hebt gescoord. En natuurlijk scoor je gelijk die irritante baas van je….

Hoofdstuk 3 heet ‘De arena’, het strijdperk in de organisatie. Wie heeft er macht? Welke belangen spelen er? De auteur stelt dat je, zodra je in een organisatie komt, het strijdperk betreedt. Kenmerken van een arena zijn onder andere: Tegengestelde belangen, Aanwezigheid van ratten en Veranderingen op komst. Dus ja, elk bedrijf is een arena, dus gord je zwaard maar om!

Door naar hoofdstuk 4 met ‘De 9 bronnen van macht‘. Zorgen dat je een monopolie (kennis of functie) hebt. Of de regels en procedures net even te goed naleven. Treitermacht. De macht van het lichaam (gebruik maken van je sekse of leeftijd, of het aantal medestanders). Panoptische onderwerping, dat klinkt intrigerend! Dit gaat over hoe goed je zicht hebt op je tegenstander. Netwerkmacht. En de macht om te betoveren, bijvoorbeeld met logo’s, kleding, of évents’. Deze bronnen kun je vergroten bij jezelf, en verminderen bij je tegenstander.

‘De streken en zetten’ van hoofdstuk 5 gaan over de manieren waarop ratten te werk gaan. Denk aan vernederen, ondermijnen, roddelen en lekken, lobbyen, bewijzen verzamelen en sporen vernietigen. Dit laatste wordt prachtig toegelicht met een voorbeeld: ‘Vergeet vooral geen filmrolletjes te vernietigen wanneer daarop voor jou heikele foto’s staan. Stop ze in een badje met verkeerde chemicaliën. Ik geef toe: het is een defensieve techniek.’ Ha ha ha!

Hoofdstuk 6 ‘Het grote spel’ gaat over je tactiek, met beginspel, middenspel en eindspel. Weer een voorbeeld: Zorg dat jíí altijd de regie hebt. Vraagt je baas je een voorstel te maken voor iets? Niet doen! Geef aan dat je graag wil meewerken op basis van een voorstel van zíjn kant. Dat komt natuurlijk niet, dus stuur je hem een herinnering, en dat stuk bewaar je zorgvuldig, om later te kunnen aantonen hoe laks je baas is en hoe slecht hij met jou omgaat.

Het laatste hoofdstuk ‘Surfen naar de traditie’ wijkt wat af van de voorgaande delen, het is filosofisch en gaat over wat de auteur ‘de wil tot macht’ noemt. Hij quote Plato’s ‘De Staat’, waarin als besturingsmodel niet alleen de democratie, de tirannie en de oligarchie wordt behandeld, maar ook de timocratie wordt genoemd. Ik kende dat begrip niet, dus naar wikipedia: Hoe meer geld, hoe meer wettelijke rechten je hebt. Verder gaat dit hoofdstuk over retorica, waarvan ‘de basishouding was dat het er niet om ging de waarheid te spreken, maar de ander te bespelen’. ‘Wat we nu in communicatietrainingen leren’, stelt de auteur. Dan komt Machiavelli‘s ‘De heerser’ aan de orde, waarin het behouden van macht, als doel voorop staat en alle middelen heiligt. Het hoofdstuk besluit met Darwin, en de conclusie dat wij ratten zijn omdat we willen overleven. Zo simpel dus.

De epiloog is apart, over een oude vrouw die euthanasie ondergaat, en ik begrijp er niets van…Het is de essentie van het boek, stelt de auteur. Intrigerend! Nog een keer lezen dan maar?

Wat is dit boek heerlijk geschreven! Na een wat stroef begin, waar ik even in moest komen, volgen heel grappig en vaak sarcastisch geschreven hoofdstukken met prachtig taalgebruik. Ik heb regelmatig hardop gelachen, bijvoorbeeld over de funnificatie van werk in het hoofdstuk ‘De arena’, over de verschillende belangen die men bij werk heeft. De Funners willen dat werk leuk is, snel en uitdagend, en gezellig. Die Funners zijn heel makkelijk (en leuk!) te manipuleren met mooie spiegeltjes en lekkere hapjes.

Voor de jonge garde, voor zover die nog een boek lezen, is dit boek heel nuttig om de rattigheid bij hun bazen te herkennen en zo snel mogelijk gelijk op te komen. Die bazen hebben tenslotte al een voorsprong van bijna 20 jaar in het worden van een rat.

Voor de ouderen onder ons stemt het tot nadenken. Wat heeft het ons gebracht? Waarom willen we die macht? Om te overleven? Omdat de ‘braafheid’ het niet overleeft? Wacht, gaat de epiloog dáár over?

Dit boek wordt nog steeds goed verkocht! Jij kunt het bij Managementboek.nl en bij Bol.com bestellen. Hoe word ik een rat? was het allereerste Managementboek van het Jaar, die van 2003. 

Geplaatst in management | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Het is oorlog maar niemand die het ziet – zorgwekkende thriller

Cyber-risico’s, sja hoe belangrijk is dat eigenlijk? Voor ons kleine landje, en voor ons zelf. Je leest wel eens wat, over hackers, over China die de kennis van ASML steelt, over afluisterpraktijken. Maar dat raak ons niet. Toch? Na het lezen van het boek ‘Het is oorlog maar niemand die het ziet’ van Huib Modderkolk uit 2019 denk je daar wel anders over. En dat is nodig, want er zijn maar weinig mensen die de dreiging ervan echt begrijpen.

Niet voor niets start het boek ‘Het is oorlog maar niemand die het ziet’ …

…..met een bijeenkomst in 2015 van de hoofden van de veiligheidsdiensten met Rutte, waarin deze wel de noodzaak van actie onderschrijft, maar er geen geld voor beschikbaar stelt. Zorgwekkend!

Belangrijk dus, cyber. Maar ook moeilijk te begrijpen, toch? Nee hoor! De auteur heeft een ongelofelijk knappe prestatie geleverd om deze behoorlijk technische problematiek heel helder en jargon-vrij op te schrijven. Dit boek is daardoor voor iedereen makkelijk te lezen, hier hoef je geen IT-kennis voor te hebben. Makkelijk, en ook spannend! Het leest als een thriller, inclusief cliffhangers: ‘….en zien ze iets wat ze niet voor mogelijk hadden gehouden…’(einde hoofdstuk). Mijn eerste reactie na pas een paar bladzijden gelezen te hebben: het lijkt wel een boek van Joris Luyendijk! En dat blijkt geen toeval te zijn, in het dankwoord wordt Joris genoemd als adviseur, ‘waardoor het boek leesbaarder en urgenter werd’. Aha!

De auteur beschrijft een aantal bekende en minder bekende anekdotes èn de diverse onderzoeken die hij deed, en eindigt met een waarschuwing.

Wat is er aan de hand?

In deel 1 ‘Wat is er aan de hand’ komt onder andere de ellende met Diginotar aan de orde. Buitengewoon boeiend! Ik heb dit destijds wel zijdelings gevolgd (moet ook wel als IT-auditor) maar de omvang en impact ervan werden mij pas goed duidelijk na het lezen van dit hoofdstuk. De zoektocht naar de oorzaak van de problemen wordt gedetailleerd uitgewerkt, en bij de ontdekking van die oorzaak zei ik hardop: Dit kan niet waar zijn! ’Het was zo koud in de kluis’. Menselijke fout, zoals zo vaak, maar wat je niet verwacht bij dit soort bedrijven.

Wat zijn de gevolgen?

In deel 2 ‘Wat zijn de gevolgen’ maken we kennis met ‘Robin’, een van de anonieme bronnen van de auteur. Zij vertaalde stukjes tekst voor een Australisch bedrijf dat software bouwt om spraak om te zetten in tekst. Ze krijgt korte fragmenten van Nederlandstalige telefoongesprekken te horen. Het gaat over van alles, tot de volgende vakantiebestemming aan toe. Het lijkt allemaal random, maar na een tijdje ziet ze toch een patroon: ze hoort veel jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond; de meeste zijn taxichauffeurs, en komen uit de regio’s Den Haag en Amsterdam. Soms hoort ze zelfs door een computerstem voorgelezen chatberichten.

Raar. En dan hoort ze de stem van haar ex-vriend, die met zijn nieuwe vriendin belt. Ze schrikt zich rot, belt hem op om te vragen of hij meewerkt aan haar project. Nee natuurlijk. Dit onderdeel maakt heel goed duidelijk hoe de afluisterpraktijken ons allemaal kunnen raken. Waarom word je afgeluisterd? Door wie? En waar gaan die gesprekken en transcripties heen?

Nog heftiger is het verhaal van de Somalische herder die zijn beide dochters verliest door een Amerikaanse raket gericht op de sim-kaart in de telefoon van een terrorist. Waarschijnlijk op basis van Nederlandse inlichtingen, maar dat is niet zeker omdat de Amerikanen hierover niets willen meedelen. Die terrorist leeft overigens nog. Collateral damage heet dat geloof ik: onschuldige slachtoffers.

Waar gaat het naar toe?

Dan deel 3 ‘Waar gaat het naar toe?’ waarin onder andere het verhaal over Russische criminelen die in 2007 geld overboeken van onwetende klanten van de ABN Amrobank. Die transacties zien eruit alsof de klanten het zèlf gedaan hebben. Foetsie is je geld! De truc is een fantastisch goed nagemaakte inlogpagina van de bank, waarop de klanten hun gegevens intoetsen. Ook andere banken zijn het slachtoffer, de schade bedraagt honderden miljoenen. Deze truc kennen we nu, maar wat is de volgende?

Wie gaat ons beschermen?

In deel 4 ‘Wie gaat ons beschermen?’ lezen we over het referendum over de sleepwet, Fox-IT, en de twijfels van de auteur. Om de samenleving te beschermen tegen spionage en sabotage hebben de veiligheidsdiensten onderzoeksbevoegdheden nodig die een vrije samenleving onder druk zetten. Een democratische regering mag niet hacken, afluisteren of censureren, bepalen wat nepnieuws is en wat niet. Maar de overheden in China en Rusland kennen die aarzelingen niet. Die steunen hun hackers bij hun spionage en sabotage (of geven daar zelfs opdracht toe).

De Verenigde Naties probeert tot normen te komen om digitale escalatie tegen te gaan, maar Rusland en China hebben zich hieruit teruggetrokken. Zij spelen het spel met andere spelregels. Dat zet ons op achterstand, maakt ons kwetsbaar. Er gaat geen dag voorbij zonder online schermutselingen, de aanvallen vanuit Rusland zijn het meest volhardend en zorgelijk. Minister Bijleveld noemt dit in 2018 ‘een vorm van oorlog’. Een oorlog die niemand ziet. Wie beschermt ons? De auteur komt weer terug op de bijeenkomst van Rutte. De politiek in ieder geval niet.

Nog niet.

Dit boek kan het inzicht in en de zorgen over beveiliging concretiseren, waardoor er druk op de overheid kan worden uitgeoefend om aandacht en geld te besteden aan cyber-kennis en beveiliging. Zou dat geen mooi resultaat zijn?

Wat doen de veiligheidsdiensten eigenlijk?

In dit boek lees je ook over de relatie tussen de verschillende inlichtingen- of veiligheidsdiensten, niet alleen binnen Nederland (de AIVD en MIVD) maar ook de relatie met de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten. Die relatie is soms prima, dan wordt er goed samengewerkt en informatie uitgewisseld. Maar vaker nog zitten de diensten elkaars bedrijven en overheden te hacken, en dat is minder fraai. Ik maak me dan minder zorgen over de hacks van de Engelsen en Amerikanen dan over die van Rusland (op onze infrastructuur) en China (op onze bedrijven, op jacht naar IP), maar is dat terecht, of juist naïef? Dat is alvast weer een leerpuntje.

Mijn evaluatie: Fijn leesvoer voor burgers èn managers

Dit boek is heel fijn leesvoer voor iedereen die wel eens wat hoort over cyber-risico’s en privacy, maar het niet zo goed begrijpt of er geen interesse voor heeft (en hiertussen is een correlatie).

Voor ons als burgers dus, die ons zorgen (zouden moeten) maken over onze data en onze privacy. Maar ook voor ons als managers in het bedrijfsleven. Het geeft heel helder weer waar de kwetsbaarheden van bedrijven zitten en wat de impact kan zijn van een hack. Is jouw personeel niet zo ‘beveiligingsminded’ dan zal dit boek ze de ogen openen. Wat aandacht voor continuïteitsmaatregelen zou een mooi gevolg kunnen zijn van het lezen van dit boek. Of gaan we zitten wachten op de volgende paniekreactie als een heel bedrijf wordt platgelegd (zoals de Rotterdamse haven en duizenden andere bedrijven wereldwijd in 2017)?

Het boek leest als een thriller en geeft een heel mooi inkijkje in de onderzoeksjournalistiek: hoe komen de journalisten aan bronnen, wanneer publiceren ze een verhaal, en wanneer niet? Hoe gaan ze om met veronderstelde staatsgeheimen? Interessant is in het nawoord te lezen dat de Nederlandse inlichtingendiensten het boek voor publicatie gelezen hebben, en er delen uit hebben laten verwijderen. Dat maakt je wel nieuwsgierig! Hopelijk lezen we hier dan weer over in het volgende boek.

Ik heb ook wat kritiek: de auteur maakt regelmatig uitstapjes naar het verleden, om verbanden te leggen of achtergronden te verduidelijken. Deze niet helemaal chronologische vertelstijl maakt het boek af en toe wat moeilijk te volgen. In welk jaar speelt deze ontdekking? En was dat voor of na het vorige avontuur? De onderverdeling van die anekdotes in de eerste drie delen (Wat is er aan de hand, Wat zijn de gevolgen, Waar gaat het naar toe?) was voor mij ook niet helemaal helder.

Daarnaast vond ik het lastig de verbanden te zien tussen de verschillende incidenten of schermutselingen en het ene en andere onderzoek. Er gebeurt zovéél, wat is de rode draad?

En natuurlijk het belangrijkste: een thriller heeft over het algemeen een happy end………

Je kunt dit boek voor €9,99 (ePub) kopen bij Managementboek.nl en Bol.com

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: De wereld is rond – holistisch en optimistisch

Vroeger woonden we in ronde dorpen: de kerk, kroeg en winkels in het midden, de huizen eromheen. Dat is optimaal qua afstand. Alles is te belopen. Later ontstond de lintbebouwing, een enkele rij huizen aan de openbare weg. Lekker ver weg van de buren, een grote tuin. Maar ook ver weg van alle winkels, scholen en sportverenigingen, waardoor altijd een auto nodig is. En altijd moet worden gereisd naar het werk, waardoor files ontstaan. Wat ontzettend slecht is voor het klimaat, best duur is door de noodzaak van goede infrastructuur, en afstand creëert tussen jou en de gemeenschap. Rond is beter, stelt Jo Caudron in zijn prima boek ‘De wereld is rond’ uit 2019.

De titel van het boek De wereld is rond …

… is óók een reactie op het boek ‘The world is flat‘ van Thomas Friedman, die met flat bedoelde: vrij van belemmeringen, door globalisering, internet, wereldwijde netwerken. Maar dit platte vlak creëert óók afstand, tussen de mensen die alles hebben, en zij die bijna niets hebben. Tussen de wereldburgers en de achterblijvers in het ‘hinterland’. Die achterblijvers zijn gevoelig voor populisten, en dit veroorzaakt polarisatie, wat bepaald niet goed is voor de toekomst. Globalisering creëert ook afhankelijkheid, en daardoor kwetsbaarheid.

Caudron’s oplossing is dan ook: circulair leven. In Urban Villages die mensen weer bij elkaar brengen, met lokale produktie, lokale landbouw en energie-opwekking. En niet afgesloten van de wereld, maar wel minder afhankelijk. Zoals de hubs van internet: als er een faalt, nemen anderen het over.

Holistisch en optimistisch

‘De wereld is rond’ dekt een groot aantal onderwerpen af, is daarmee holistisch, en ook optimistisch. Het komt een beetje over als een mix van Feitenkennis, Sapiens (uit beide boeken citeert Caudron dan ook uitgebreid) en Donuteconomie. Er is wel een groot verschil met die laatste: waar Donuteconomie bbp-groei volstrekt afzweert, gaat Caudron er juist van uit dat groei nodig is.  Iedereen wil de piramide van Maslov beklimmen en zolang je de eerste niveaus nog niet ontstegen bent, zal duurzaamheid je een worst zijn. En om iedereen op een hoger niveau van Maslov te krijgen is economische groei nodig.

Wel geeft hij aan dat late klimmers zeer vervuilende oplossingen voor hun klim waarschijnlijk zullen kunnen overslaan omdat er al duurzame alternatieven zijn. Net zoals velen in Afrika nooit een ouderwetse telefoon hebben gehad: ze sprongen van helemaal geen telefoon naar direct een mobiele telefoon.

Werken, wonen en mobiliteit

De problematiek die Caudron beschrijft, èn zijn oplossingen daarvoor, zijn niet nieuw. Hij heeft het wèl heel boeiend en inspirerend opgeschreven, dit boek leest als een trein. Het eerste deel van het boek bestaan uit een beschrijving van met name de issues die spelen (‘de perfecte storm’) op het gebied van werken, wonen en mobiliteit. Dan zijn we al vrij ver over de helft van dit behoorlijk dikke boek (290 pagina’s). Het tweede deel brengt ons de visie op de toekomst van 2030 van de auteur, die gebaseerd is op de genoemde Urban Villages, en wat er nodig is om dat te bereiken. Daarna wordt dit verder geconcretiseerd in een strategisch plan voor bedrijven, met behulp van zijn SUPERchange model:

  • See (zie de verandering),
  • Understand (begrijp de impact),
  • Plan (bereid je voor op de toekomst met een strategisch plan),
  • Enable (maak de organisatie klaar om de plannen uit te voeren) en
  • Run (voer de plannen uit).

Uber

Een mooie quote uit See: In 2012 lanceerde Uber zijn plannen in Amsterdam, op een Europees technologie-event. Niet op een mobiliteitsevent, en de taxiwereld zag de disruptie dan ook niet aankomen. De les die je hieruit kunt trekken: ondernemers die iets helemaal anders gaan doen, komen niet uit de klassieke industrie. Hierdoor zullen nieuwe ontwikkelingen je ontgaan, als je je informatievergaring beperkt tot de seminars en vakbladen van jouw eigen sector.

Je moet je dus breed oriënteren om als bedrijf toekomst-vast te zijn. Dit zeer leesbare boek is daarvoor een goed begin. Caudron is ook positief over de ‘big tech’-spelers, die met virtualisering en digitalisering zorgen dat we minder ‘stuff’ nodig hebben. Heel goed daarom dat dit boek ook als eBook verkrijgbaar is. En ik schaam me nu een beetje: ik leef dan wel CO2 optimaal (in een flatgebouw in het centrum), ik léés nog niet duurzaam. Goed voornemen voor het nieuwe jaar: meer eBooks!

Update 17 april 2020: Dit boek is verkozen tot Managementboek van het Jaar 2020!

Je kunt dit boek kopen voor €14,99 (voor het eBook!) bij Managementboek.nl en bij Bol.com.

Ik schreef er ook een Samenvatting van.

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: Het grote gevecht – verontrustend

Ik voelde een mix van emoties toen ik het boek Het grote gevecht van Jeroen Smit uit 2019 uit had. Spijt dat ex-CEO Polman niet meer heeft kunnen bereiken bij Unilever en bewondering voor zijn inzet. Trots dat dit Nederlandse bedrijf veel meer doet op duurzaamheidsgebied dan ik wist. Maar ook verontrusting, omdat in dit uitstekende, als een thriller lezende boek, de problemen op wereldniveau gedetailleerd worden beschreven.

In het maatschappelijke boek Het grote gevecht ….

…..slaat dit gevecht in eerste instantie op de pogingen van het relatief duurzame Unilever om de vijandige overname van het volledig koers/winst georiënteerde Kraft Heinz tegen te houden. Dat lukt. Daarnaast is het ook het gevecht van Paul Polman om binnen Unilever zijn duurzaamheidsambities te combineren  met hoog rendement. Dat lukt hem maar mondjesmaat. Maar nog meer lijkt het te gaan om het gevecht om duurzaamheids-initiatieven op grote schaal, wereldwijd uit te voeren. Dat lukt nog niet.

Wie is de held en wie de schurk?

In tegenstelling tot Smit’s eerdere twee boeken, Het Drama Ahold en De Prooi, vind je in dit boek geen ‘goede’ en ‘slechte’ hoofdrolspelers, eigenlijk verliest iedereen het gevecht omdat niemand aantoonbaar gelijk heeft. De een vecht voor het idee dat bedrijven rendement en duurzaamheid moeten combineren, de ander dat duurzaamheid voor gaat, en weer een ander dat bedrijven rendement moeten maken en de overheid op wereldwijd niveau de duurzaamheidsuitdagingen het hoofd moeten bieden, die problematiek is immers te groot voor een enkel bedrijf? Alleen de Brazilianen, sja, die komen er niet zo positief van af.

Impliciet is echter wel duidelijk waar de schoen wringt: niet bij de Brazilianen maar bij ons, burgers en consumenten. Een mooi voorbeeld hiervan is de discussie die tijdens de vijandige overnamepoging wordt gevoerd met de belangrijkste investeerders van Unilever: de pensioenfondsen. Aan hen wordt de vraag gesteld of zij een mooi bod, zo’n 30% boven de koers, zullen afwijzen omdat ze weten dat de duurzaamheidsinitiatieven van Unilever als eerste zullen sneuvelen in de kostenbesparingsrondes die na overname zullen volgen. De pensioenfondsen hebben allemaal duurzaamheidsdoelstellingen, maar ook ‘eigenaren’, namelijk wij, de deelnemers. Bij een enquête van PGGM onder haar deelnemers blijkt dat deze rendement voor duurzaamheid laten gaan. Dus…….Het grote gevecht woedt in ieder van ons, stelt Smit. De verontruste burger versus de verwende consument.

Polman heilig verklaard?

Met een ondertitel ‘& het eenzame gelijk van Paul Polman’ had ik verwacht dat Polman bijna verheerlijkt zou worden. Dat is niet zo. Vele hoofdrolspelers en figuranten geven aan hoe lastig het was om met Polman samen te werken. ‘Hij luistert niet’ is een veelgehoorde klacht. ‘Zijn manier van praten is als een snelstromende rivier waarin interrupties en uitweidingen worden verdronken ……iets tegen zijn verhaal inbrengen voelt als tegen de stroom inzwemmen’.

Heel mooi wordt omschreven hoe Polman steeds meer op een priester lijkt, die preekt.  Een ‘environmental Jesus’. Inspirerend, maar niet altijd praktisch. Ook wordt heel duidelijk hoe hij steeds meer naar het gezelschap van wereldleiders trekt en steeds minder aandacht heeft voor de operationele beslommeringen van Unilever. Zijn ‘gelijk’ is niet zo eenzaam als het lijkt. Zijn wereldleidersgezelschap is het volledig met hem eens. Maar ook binnen Unilever zijn er heel veel die volledig achter Polman en zijn visie staan. Hij geeft deze mensen alleen veel te weinig steun, ze moeten zelf maar uitzoeken hoe ze het voor elkaar krijgen.

Goed gedocumenteerde thriller

Ik heb het boek ademloos gelezen, het is bijzonder knap om zoveel vaart en spanning op te bouwen in een behoorlijk dikke biografie van een zakenman. Maar het is ook een deel historie van Unilever, en die onderdelen zijn ook boeiend uitgewerkt. Lijkt de combinatie van margarine (Unie) en zeep (Lever) op het oog onhandig, ik begrijp nu waarom de fusie logisch was.

Het boek is duidelijk gebaseerd op zeer vele interviews, waarvan de auteur zijn bronnen niet prijsgeeft. (Hoewel ik vermoed dat bijvoorbeeld Buma wel en Klaver niet is geïnterviewd). Dit maakt de diverse perspectieven zeer persoonlijk en het boek extra goed leesbaar.

Er zijn veel managementlessen te leren

Voor mensen voor wie Unilever en Polman allemaal bekende kost is, vallen er óók lessen uit dit boek te trekken. Om de overname van Kraft Heinz te voorkomen, en zijn duurzaamheidsambities (het USLP) te redden, moet Polman die duurzaamheidsambities juist in de ijskast zetten en volledig focussen op rendement. Zou jij dat kunnen? En zou je beter communiceren met je medewerkers als ze jouw visie niet helemaal begrijpen? Geduld blijven houden met analisten die alléén maar over rendement willen praten, jaar na jaar na jaar?

Zou je de stale pale males in je bestuur en bedrijf vervangen om meer diversiteit en minder groupthink te krijgen? En wat ga je doen als je nieuwe frisse en/of gekleurde en/of vrouwelijke managers en werknemers weer vertrekken omdat jouw visie zo verschrikkelijk moeilijk te implementeren is? Of als je vrouwelijke bestuursleden nauwelijks iets zeggen op een bestuursvergadering?

Voor de ‘bekende kost’ mensen: Smit heeft in zijn inhoudsopgave per hoofdstuk een summiere samenvatting gegeven (een beetje Tolkien-achtig: ‘waarin Bilbo…….’). Handig als je alleen bepaalde delen wilt lezen. Of wéér wilt lezen, om het gevecht tussen jouw innerlijke burger en consument te beslechten. Bijvoorbeeld als je in de supermarkt niet kunt kiezen tussen Lipton en die goedkopere, niet slaafvrije thee…

Ik gaf het boek 4 1/2 *

Je kunt dit boek kopen bij Libris en Bol.com

Of maak een duurzame keuze: bibliotheek, minibieb, tweedehandsboekwinkel.

Update: dit boek was in de race voor Managementboek van het Jaar 2020, en haalde de shortlist. Het verloor nipt. Dat weet ik, omdat ik in de jury zat. En aan mij lag het niet, dat nipte verlies …..

Geplaatst in Biografie, Maatschappij, Sustainability | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Jam Cultures – als een jam-sessie

In 2019 zat ik in de jury voor Managementboek van het Jaar 2020 (de boeken komen dan wel uit 2019, de uitreiking is in 2020, vandaar). Jam Cultures van Jitske Kramer uit 2019 was één van de boeken die meedongen naar deze titel. En ik mocht in die periode geen recensies schrijven, ik maakte dus alleen korte notities. Mijn conclusie: veel nieuwe inzichten die als een jamsessie over je uitgestort worden.

Jammen gaat over samen muziek maken, al improviserend. Je kwetsbaar opstellen, je eigen muziek zo goed mogelijk laten klinken, vertrouwen hebben in de ander. Jam cultures is dus samen improviseren met cultuur-verschillen, je eigen geluid laten horen èn de ander accepteren. Het boek bestaat uit verschillende delen: Onderscheid, over stereotypen en onze neiging tot klonen. Macht, over apenrotsen en wie het voor het zeggen heeft. Waarheid, over hoe we met verschillende waarheden om kunnen gaan. Vertrouwen, over de energie die ontstaat uit ongemak. Lef, over risico nemen om te kunnen jammen in flow en met uitersten.

Het managementboek Jam Cultures ….

… is een prachtig uitgevoerd boek geïllustreerd met korte verhaaltjes, ervaringen uit de reizen van de auteur en grappige intermezzo’s over diversiteit en inclusie (‘Je bedoelt dat vrouwen ècht meer moeten gaan verdienen?’ is de verbaasde reactie na een sessie over inclusiviteit op een accountantskantoor, waarbij deeltijdwerk en ongelijke beloning op de agenda stonden.) Heel veel nieuwe inzichten die inderdaad als een jam-sessie, zonder al te veel structuur, over je uitgestort worden.

Ik gaf het 4 *

Koop dit boek bij Managementboek.nl

Geplaatst in diversiteit, management | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Nooit Af – grappig tegendraads

Martijn Aslander en Erwin Witteveen stellen ons in Nooit Af uit 2015 veel ‘vragen’ over de structuren van onze maatschappij. Structuren die nu schuren, en die makkelijk vervangen kunnen worden door een van de creatieve en innovatie ideeën die de auteurs in dit originele boek naar voren brengen.

Zoals deze vraag: De visboer gaat failliet. Sja, online gaat ten koste van de fysieke winkels, zegt men dan. Maar heb jij ooit een harinkje via internet gekocht? Nee. De reden is dat door vergrijzing in de woonwijk van die visboer er veel minder mensen met kinderen wonen, die dus veel minder vis kopen. De huur van de viswinkel gaat echter wel omhoog. Waarom eigenlijk? Met zoveel leegstaande winkelpanden, zou de huur toch omlaag moeten gaan? En waarom kost een winkel per m2 zoveel meer dan een huis? Ergens klopt hier iets niet….

Het maatschappelijke boek Nooit af ….

… voegt de impact van digitalisering toe aan het vorige boek van de auteurs: ‘Easycratie’, wat ging over de netwerksamenleving, Er wordt rijkelijk verwezen naar Easycratie, er is zelfs een heel hoofdstuk gewijd aan een evaluatie welke voorspellingen uit dat boek uit 2010 waarheid zijn geworden, en welke niet.

De boodschap uit Nooit Af, en de verklaring voor de titel, is dat de wereld van nu zo veranderlijk is, dat het zinloos is om permanente oplossingen voor issues te verzinnen: tegen de tijd dat de oplossing is bedacht, is het issue alweer anders. We moeten daarom over naar tijdelijke oplossingen, die voortdurend worden aangepast, zonder lange voorbereidingen. Permanent beta, noemen ze het, zoals de software van Google en consorten.

Grappig is dat ze deze conclusie heel consequent doortrekken naar hun eigen werk: ook dit boek, waar ze 2 jaar aan hebben gewerkt, was al verouderd toen het uitkwam, stellen ze. Ze zullen dus nooit meer een boek schrijven. Althans niet op de traditionele manier. Ik ben benieuwd of zij andere manieren zullen vinden om ons toch op de hoogte te houden van hun interessante gedachtenspinsels.

De gedachtenspinsels in Nooit Af zijn heel creatief en ook onverwacht. Dat zie je al in hoofdstuk 1, waar allerlei problemen die wij als gevolg van de crisis zien, worden ontleed als een structuur-probleem. Zoals de visboer uit de intro. Maar ook de daklozen. Er ìs helemaal geen crisis!

Hoofdstuk 2 is ook heel onverwacht, dit is namelijk de bronvermelding. De auteurs geven van elk gebruikt boek een korte samenvatting, zodat je in latere hoofdstukken weet hoe ze aan hun wijsheid komen. Ze noemen dit de ‘open source’ benadering: kennis delen in plaats van kennis is macht.

De omgekeerde volgorde trekken ze door naar hoofdstuk 3: de conclusie. Want niet iedereen houdt vol tot het eind van het boek. De conclusie is dat niets eeuwig duurt, een baan niet voor het leven is, het huwelijk vaak ook niet, en menig kabinet maakt de 4 jaar niet vol. Waarom doen we dan alsof dit wèl zo is? Omdat we slecht met onzekerheid kunnen omgaan.

Hoofdstuk 4 gaat over de voorspellingen uit Easycratie. Veel kwamen uit. Was dat doordat Easycratie inspiratie gaf? Of omdat de ideeën zo voor de hand lagen dat sommigen erover schreven en anderen het gewoon gingen doen? Het kan allebei. Dus de toekomstvisies uit Nooit Af zouden over een paar jaar ook zomaar realiteit kunnen zijn.

Hoofdstuk 5 behandelt de 4 trends die een grote stempel gaan drukken: Big Data, 3D-printing, Overvloed en Singulariteit. De eerste twee zijn natuurlijk bekend, maar worden goed uitgelegd met aardige voorbeelden. Overvloed gaat uit van het principe dat er echt wel genoeg van alles is: genoeg voedsel als we minder weggooien, genoeg geld als we het beter zouden verdelen, genoeg spullen als we die zouden delen in plaats van bezitten, denk aan de mini-biebjes. Singularity gaat over de opkomst van technologie, met name kunstmatige intelligentie. Belangrijker nog is dat het uitgaat van innovatie door wetenschappen ‘open source’ te laten samenwerken via grote online netwerken. Boeiend!

Hoofdstuk 6 gaat over de oorzaken en de methoden om de ontwikkelingen te vertragen. Uit angst, of eigenbelang. Met behulp van misleidende statistieken, wetgeving en onzinnige vergunningen, lobby’s en framing. Dit is een prachtig hoofdstuk waarin al deze tactieken vakkundig worden gefileerd.

Het verdwijnen van grote organisaties is het thema van hoofdstuk 7. Door automatisering worden bedrijven kleiner en sommigen verdwijnen helemaal door een achterhaald businessmodel. Een heel nieuw businessmodel is werken met heel veel mensen, maar wel gratis mensen, denk aan Facebook. Dat werkt natuurlijk alleen als die vrijwilligers er iets leuks voor terugkrijgen. De overheid heeft dat niet zo goed begrepen: de participatiesamenleving gaat gepaard met belastingverhoging.

Tenslotte volgen een aantal hoofdstukken over Onderwijs, Zorg en Financiële instellingen. In Onderwijs wordt een goede analogie gebruikt: postbodes in 1995 konden zich niet voorstellen dat hun baantje zou verdwijnen. Mensen willen toch communiceren? Jawel, maar niet met snailmail. En mensen zullen toch altijd willen leren? Jawel, maar is daar traditioneel onderwijs voor nodig? Tegenwoordig leren we door kennis op Internet, door DWDD Academy, door Engelstalige series, door MOOCs, door Duolingo. In het traditionele onderwijs is de kennis sneller verouderd dan de duur van de opleiding. In het hoofdstuk over de Zorg gaan de auteurs in op QS, Quantified Self, ofwel onze lichaamsfuncties meten met allerlei apparaatjes. Hierdoor kun je preventief en veel accurater te werk gaan. Daarna gaat het verder met de cijfers: over crowdfunding, bitcoin, de financiële crisis, inflatie, het bnp, flitshandel, en nog wat onderwerpen. Grappig is het lijstje van dingen waar we vroeger geld voor betaalden en wat nu (bijna) gratis is (Pasfoto’s – selfie, krant – Nu.nl, video’s – Netflix, Gamma – Peerby) waardoor het bnp misschien niet zo hard groeit, maar waardoor we er toch niet op achteruit gaan.

Het boek eindigt met wat ‘ideetjes’ zoals het modulaire afritshuis (ook makkelijk bij scheiding), freeconomics (overheidsdiensten gratis maken), overheidsbegrotingen die meestijgen en -dalen met de markt (dus geen hogere OZB als de huizenprijzen omlaag gaan) en het basisinkomen (de reservespelers bij Ajax krijgen ook betaald, ook al spelen ze niet).

Het is een smakelijk boek, grappig geschreven en goed onderbouwd. Zijn sommige voorbeelden iets gedateerd, de principes zijn nog steeds relevant, ook al is het nu al 4 jaar na publicatie. Knap om alle ontwikkelingen van deze tijd in één uitstekend leesbaar en niet te dik boek te krijgen.

En die visboer? Die neemt een goedkope mobiele viskraam. Veel van zijn collega’s ook. Gezellig samen op een plein. Totdat iemand bedenkt dat je dat ook kunt overkappen en er een winkelcentrum van kunt maken…..

Je kunt dit boek kopen voor EUR 24,99 bij Managementboek.nl en Bol.com.

Van Nooit Af is ook een mini-versie: Een beetje Nooit Af. In sneltreinvaart en voor maar EUR 7,50 leiden dezelfde auteurs je door hun eigenzinnige ideeën! Koop dit boekje bij Managementboek.nl of Bol.com.

Geplaatst in Innovatie, IT, Maatschappij | Tags: , , , , | 5 reacties

Recensie: Het geheim van disruptie – compact en pragmatisch

Veel organisaties bevinden zich in een innovatiecrisis. Uit een survey blijkt dat 80% van de werknemers vindt dat hun organisatie niet de middelen beschikbaar stelt om innovaties te ontwikkelen. Slechts 50% krijgt überhaupt erkenning of een beloning voor het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Aldus het boek Het geheim van disruptie van Menno Lanting uit 2019. Dit boek kun je zien als de samenvatting van zijn eerdere boek De Disruptieparadox.

In Het geheim van disruptie…

… legt Lanting uit waarom innovatie zo weinig prioriteit krijgt. Innovatie gaat bijna altijd (op den duur) ten koste van de huidige markt. Door de status-quo bias kunnen (de leiders van) bedrijven niet accepteren dat hun huidige, winstgevende markten zullen verdwijnen. Echter, als jij niet innoveert, doet een ander het wel voor je, daar zijn genoeg voorbeelden van.

Wat is disruptie?

Wat heeft innovatie met disruptie te maken? En wat is disruptie eigenlijk? Lanting gebruikt hiervoor de definitie van disruptie-goeroe Clayton Christensen: een proces van opeenvolgende fasen, waarbij een innovatie eerst kleine nieuwe markt creëert, dan snel verbeterd wordt en die markt uitbreidt, vervolgens groeit ten koste van de bestaande markt en ten slotte deze overvleugelt.

In het begin is een aankomende disruptie dus moeilijk te onderscheiden van een gewone innovatie, mede omdat de innovaties veelal binnen bestaande marktpartijen plaatsvinden. Pas als er verschillende innovaties samenkomen, de toekomstige wensen van klanten (die deze wensen zelf nog niet eens kennen) leidend zijn, een nieuw businessmodel ontstaat èn de organisatiestructuur passend is, kan disruptie ontstaan.

Paradox

Het geheim van disruptie is dat het paradoxaal is. Menno benoemt 4 paradoxen: Snel versus langzaam, kans versus bedreiging, ratio versus emotie, en exploitatie versus exploratie. Daarnaast geeft hij in het boek twee strategieën voor disruptieve innovatie (‘van onderaf’- een goedkoper alternatief bieden en ‘van bovenaf’- exclusiviteit bieden) en een vijf-stappenplan voor ‘echte vernieuwing’.

Mooi beschrijft Lanting hoe disrupties soms heel langzaam gingen: de auto heeft niet pats, boem, de paardenkoets verdrongen. Daar ging tig jaar overheen en ertussen in werden eerst nog de paardentram en daarna de elektrische tram populair. Maar toen voor de auto eenmaal het omslagpunt was bereikt, ging het snel. Dit is de snel-langzaam paradox: op tijd kansen ontdekken, geduldig afwachten tot het omslagpunt is bereikt en dan direct versnellen.

Ook mooi zijn de voorbeelden van innovaties die (nog) niet disruptief zijn, maar de bestaande markt uitbreiden. Airbnb (ontstaan toen de oprichters ‘airbeds’, luchtbedden, in hun flat aanboden voor platzak conferentiegangers) is gericht op mensen die nooit een dure hotelkamer zouden boeken, budget vliegmaatschappijen zijn gericht op mensen die anders nooit een verre bestemming zouden kunnen betalen.

Evaluatie

Zoals alle eerdere boeken van Lanting is dit weer een prettig geschreven en erg pragmatisch boek. De belemmeringen (teveel focus op korte termijn doelen, teveel zoeken naar consensus, van Innovatie een afdeling maken in plaats van een mentaliteit) zijn heel herkenbaar, de voorbeelden hoe het wèl moet heel inspirerend. Hier kan iedereen direct mee aan de slag.

Wat dacht je van het uitgangspunt van 3M: ‘iedereen heeft het recht om te experimenteren’. In plaats dat de experimenterende medewerker moet motiveren waarom een innovatie doorgang moet vinden, is het juist de innovatie-nek-omdraaiende manager die moet onderbouwen waarom het niet zal werken. Eenvoudig te implementeren, toch?

Het boek is erg compact: 82 pagina’s in klein formaat. Toch ziet Lanting kans om naast het opnemen van de kern van zijn eerdere boek De disruptieparadox, ook nog ruimte te maken voor aansprekende voorbeelden. Denk aan Apple, Tesla, 3M.

De noten ofwel de literatuurlijst is relatief uitgebreid. Veel verwijst naar URL’s, en dat is erg prettig om specifieke voorbeelden nog eens na te lezen. Als de pagina’s tenminste niet verdwenen zijn (zoals bij de innovatie survey), alsof het paardenkoetsen zijn…..

Ik gaf het 3 1/2*

Je kunt dit boek kopen voor €15,00  bij Managementboek.nl en Bol.com.

Geplaatst in Innovatie | Tags: , , | Plaats een reactie