Recensie: Goede moed – maar hoe dat dan moet?

Ik geef toe, ik ben weleens bang. En steeds vaker, merk ik. Mijn hoogtevrees lijkt erger te worden, en de angst voor de toekomst neemt ook toe. Door de al merkbare lichamelijke (en geestelijke?) aftakeling, door de diverse oorlogen, door de oprukkende autocratieën. Goede moed van Tim Hofman uit 2024 is een ‘pleidooi voor een minder bang bestaan’, zo zegt de ondertitel. En ik geef toe: het hielp wél! Een beetje maar, ben ik bang.

Tim lepelt 18 heel herkenbare angsten op, en werkt daar de achtergronden van uit, met veel persoonlijke anekdotes en verhalen uit het nieuws. Dat levert herkenning op (ik ben niet de enige!), en zou ook het duwtje moeten zijn om ons actief van die angsten te bevrijden. Daar reikt Tim wat weinig methoden voor aan. De wil om de moed te vinden om me van die angsten te bevrijden is er wel, maar voor de uitvoering zal ik toch elders moeten zoeken, daar is dit boek te oppervlakkig voor.

In het zelfhulpboek Goede moed …

… zegt Tim dat het hem als journalist opvalt dat we continu tegen dezelfde problemen aanlopen, en dat angst een grote rol speelt in die problemen. Politici maken ons bang voor elkaar en voor de wereld. Bij ongeneeslijk zieke mensen speelt angst weer een andere rol, zo leerde hij van de deelnemers van zijn programma Over Mijn Lijk.

Psychiater Damiaan Denys stelt: ‘Angst bestaat alleen maar dankzij fantasie.’ Kunnen we onze verbeelding ook anders inzetten? Angst een minder grote rol laten spelen? In plaats van worst case vaker denken aan good case scenario’s?  Tim loopt 18 persoonlijke én maatschappelijke scenario’s langs, met heel veel persoonlijke ervaringen en gevoelens. Daarbij geeft hij tips voor ‘verbetering’. Wat viel me op?

18 angsten

  • Faalangst. Tim is doodsbenauwd als hij na publicatie van misstanden bij The Voice een live gesprek heeft met John de Mol. Waarom? Hij denk dat ‘het niet goed komt’. Raar eigenlijk, als een vriend in die situatie zit, beur je hem op met: het komt goed. Maar voor jezelf doe je dat niet? Doe dus de volgende keer  de ‘beste vrienden toets’. En wat is falen eigenlijk een raar fenomeen, alsof bij werken en presteren af en toe struikelen niet ‘hoort’. 
  • Angst om jezelf bloot te geven, kwetsbaar opstellen. Raar dat jezelf openstellen voelt als het toenemen van je kwetsbaarheid. Terwijl het de relatie verbetert, en als dat niet zo is, was die relatie ook niet best. Dan weet je dat maar, dat is winst.  Je blootgeven zorgt voor beter onderling begrip, voor sociale cohesie.
  • Verlatingsangst. We móéten samen met iemand zijn. Dat dicteren onze sociale normen, en de films, muziek en sprookjes: alléén zijn is het ergste wat er is. Niet dus. Wees eerlijk naar elkaar, en geef het op tijd aan als je niet samen verder wilt.
  • Angst voor stilstand. Er is veel aandacht voor persoonlijke groei. Het idee erachter is: we doen er alleen toe als we presteren. We moeten bewegen naar een plek met macht en status. Wat er mee samenhangt: FOMO, niks willen missen, steeds meer spullen willen hebben, hypes, social media. Nee, stilstand is géén achteruitgang. Het is de manier om een burn-out te vermijden, jezelf te zien zoals je bent in plaats van hoe je wilt zijn.
  • Angst voor controle-verlies. Een mooi persoonlijk verhaal over hypochondrie en tinnitus. Overwin die angst door vertrouwen te hebben in jezelf, wát er ook gebeurt.
  • Angst om vrijheid in te leveren. Weet dat grenzen goed zijn voor de veiligheid van jezelf én anderen. Voor een rood stoplicht moeten stoppen is in zekere zin vrijheidsbeperking, maar wel héél zinnig. Maar religieuze scholen die kledingvoorschriften hebben, wat vinden we daarvan? Is dan niet in strijd met artikel 1? Nou, er is ook nog zoiets als de Vrijheid van onderwijs. Je kunt je eigen school beginnen en je eigen regels maken. De ene vrijheid tegenover de andere vrijheid.
  • Angst voor zelfcorrectie. Kritiek krijgen is hééél vervelend, helemaal als je het zowiezo anders bedoeld had. Dan ga je je defensief opstellen, je ontkent je eigen problematische gedrag. Verdiep je dan eens in de zaken waarvan men je beschuldigt (seksisme bijvoorbeeld). Vraag aan de cricasters wat er precies niet aan deugt. Pas je gedrag aan. Lastig, maar wel goed voor (je relaties met) anderen.

Deze 7 voorbeelden, zijn ook de eerste 7 hoofdstukken. Eigenlijk viel álles me op, maar dat uitschrijven levert weer een enorm lange recensie op, ik beperkt me dus tot dit: Tim behandelt verder de angsten voor vooruitgang, het geluid van de minderheid, anderen corrigeren, het feminiene (bij mannen), hypocrisie, het onmaakbare of het toeval, een wereld zonder winst, de bange machthebber, constante dreiging, een waardeloos bestaan, de dood.

De angst van de bange machthebber

Bijzonder is het stuk over de angst van (niet voor) de bange machthebber, wiens strategie het is burgers bang voor elkaar te maken, verdeel en heers dus.  Het ontmenselijken, de zondebokpolitiek. Angst als wapen. Heel herkenbaar. Tim stelt dat deze zogenaamde sterke leiders bang zijn voor machtsverlies en weten dat ze niet op kunnen tegen democratische waarden.

Angst voor de dood

In de laatste, angst voor de dood, quote Tim een aantal ongeneeslijk zieke deelnemers uit het programma Over Mijn Lijk, waarvan hij de laatste seizoenen presenteerde. Jip stelt dat de zekerheid van een snelle dood je bevrijdt van de angsten voor allerlei verwachtingen en verantwoordelijkheden. (Ik las onlangs het boek Longeneeslijk van Eva uit het laatste seizoen en verbaasde mij ook over het gebrek aan angst, en de wil om alles uit het leven te halen, hoe lastig ook.) Mooi om zo te eindigen.

Mijn evaluatie van Goede Moed

De kracht van het boek zit in de persoonlijke verhalen van Tim. Hij heeft ze allemaal meegemaakt (behalve die van de bange machthebber), en is daar heel open over. Het zijn ook angsten die ik allemaal herken. Sommige wat steviger dan anderen, maar toch. Het herkennen van de angsten en het effect ervan worden uitgebreid beschreven, Tim is niet voor niets journalist. Daar zijn lessen uit te leren. Het oplossen ervan gaat veel minder diep, het is dan ook niet echt een zelfhulpboek. Maar Tim is dan ook geen psychiater. De voorbeelden zijn van recente gebeurtenissen, dat is heel goed nu, want alles is herkenbaar, maar in die zin is het boek niet echt tijdloos. Nu lezen dus, of helemaal niet.

Het is een prettig geschreven betoog, goed geredigeerd, waarin Tim zich zeer kwetsbaar opstelt (ook een angst, zie boven. Die lijkt hij overwonnen te hebben.) De structuur is prettig, eerst de puur persoonlijke angsten (‘Jij en Ik’), dan die van de bredere omgeving en de samenleving (‘Wij’ en ‘Om ons heen’). Van micro naar macro. Er staan flink wat plaatjes bij die het betreffende hoofdstuk illustreren, of screen prints van discussies op social media. Die voegen zeker wat toe. Aardig boek voor de vakantie, met name als je alweer in de piepzak zit voor de terugreis.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd -, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Goede moed duurzaam en gratis …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)

Koop Goede moed duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Gedrag | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Uitrollen is het nieuwe doorpakken – nog steeds leuk

Relevant of (inmiddels) rotzooi, dit oudere boek? Relevant! Uit 2016 alweer stamt dit grappige boekje van ‘nicht’ Japke-d. Bouma, een deel uit de serie ‘jeukwoorden op kantoor’. Is ‘Uitrollen is het nieuwe doorpakken’ niet gedateerd dan, zul je je afvragen. Nee. Ik zit niet meer op kantoor, maar lees wel dagelijks allerlei posts op LinkedIn die nog steeds vol staan met de jeukwoorden die Japke-d. ons voorschotelt. Die post-schrijvers kan ik dit boekje van harte aanbevelen.

Waarom gebruiken mensen eigenlijk jeukwoorden? Dikdoenerij, zegt Japke-d. Of als houvast. Maar weet de spreker wel waar hij het over heeft, als hij zegt dat je moet ‘focussen op je kracht, tijdig moet anticiperen op je persoonlijke signalen, goed moet kijken naar je toegevoegde waarde, en veel strategische stappen moet zetten’? En nog belangrijker: kan de toehoorder er wat mee? In ieder geval is het vaak lachwekkend. Uitrollen? Hoe dan? Waarnaartoe? Met de stoomwals naar Groningen of zo? Erger is dat er vaak gelogen wordt met jeukwoorden. Ombuigen. Dat klinkt alsof je actief iets gaat doen, met dat geld. Maar nee, het verdwijnt en niemand ziet het ooit nog terug. Kappen dus.

Het managementboek Uitrollen is het nieuwe doorpakken …

… bestaan uit een flink aantal columns of hoofdstukjes. Ik vond de hoofdstukjes met een thema het leukst.

Bouwplaats-jeukwoorden

Zo is er ‘de bouwplaats’. We gaan talent aanboren, managers doorzagen, prototypes in de steigers zetten, procedures borgen, waarden verankeren, voorstellen afhameren, piketpaaltjes slaan, contouren schetsen. Het klinkt allemaal daadkrachtig, alsof er echt iets tot stand gebracht wordt. In cement gieten, of in beton, in de grondverf zetten, bruggen bouwen, spijkers met koppen slaan, hefbomen gebruiken, iets dichttimmeren, met je poten in de modder staan, iemand achter het behang plakken. Bij Japke-d. (en bij mij) gaat het schuren dus laten we die bouwtaal afbouwen.

Vliegtuigjeukwoorden

En zo is er ook ‘het vliegtuig’. Uitdagingen worden aangevlogen, we stijgen boven onszelf uit, expertise wordt ingevlogen, en er is een helicopterview nodig in verband met de turbulente markt. Verder hebben we punten op de horizon, en zijn mensen met de meeste vlieguren het meest aan het woord terwijl anderen onder de radar blijven of juist proefballonnetjes oplaten.  Iets komt niet van de grond of we houden juist teveel ballen in de lucht. Laten we in hemelsnaam die taal ontstijgen, adviseert Japke-d.

Sportjeukwoorden

Sport is ook een veelgebruikt thema. Getackelde problemen, ingekopte voorstellen, gemiste targets, superstrakke voorzetten, loeischerpe pitches, en natuurlijk teams met coaches. Sommige collega’s zijn kort op de bal, en echte teamplayers. Ze gooien balletjes op, leggen de lat hoog en spelen nooit op de man. Ze zetten een tandje bij, gaan er nooit met gestrekt been in en houden een ander uit de wind. Maar kantoor is niet sportief, het is juist keihard!

Jeuk van kwaliteit

Tenslotte een mooie column over kwaliteit. Voordat kwaliteit officieel zijn intrede deed, deed iedereen gewoon zijn best. Maar daarna, o jé. Stuur-, focus- en volg-groepen, om te sturen op kwaliteit, kwaliteitseisen te formuleren en aan kwaliteitsborging te werken. Kwaliteits-beheersing, -kwaliteitsdenken, kwaliteitszorg, en kwaliteitsgericht handelen. O ja, en de kwaliteitsmanager natuurlijk. De mensen die gewoon hun werk doen hebben toch zeker kwaliteitssturing, kwaliteitsstempels, kwaliteitscontrole en een kwaliteitsimpuls nodig?

Gebakken lucht verplaatsen, vindt Japke-d. dit allemaal. Tegen je personeel zeggen dat ze kwaliteit moeten leveren, is als tegen ze zeggen dat ze niet naakt naar hun werk mogen komen. Mensen die het over kwaliteit hebben op kantoor zijn mensen die niet weten waar anderen mee bezig zijn, anders zouden ze wel heel precies zeggen hoe het anders moest. Kwaliteitsconsultants zeggen dat het er bij kwaliteit om gaat dat de werknemers zélf voor die kwaliteit verantwoordelijk zijn. Zóóóóó, wat een tocht, er staat ergens een deur wagenwijd open!

Mijn evaluatie van Uitrollen is het nieuwe doorpakken

Ik vind dit de perfecte vakantielectuur! Het is dun, met korte hoofdstukjes. Het is sober uitgevoerd en inhoudelijk grappig. En tóch, of juist daarom, leer je er wat van. Het is echt niet normaal wat wij managers en zakelijke professionals aan zogenaamd jargon gebruiken. (In mijn vorige recensie vond ik er spontaan 3.) Het is dus heel goed om daar eens op te reflecteren, terwijl je aan het zwembad ligt. Ik garandeer je: ergens in dit boekje vindt je minstens 5 woorden die je zelf ook regelmatig gebruikt. En vraag jezelf dan af: moet het echt? Zijn die termen voor iedereen helemaal duidelijk? Maken ze een presentatie niet nodeloos vaag? Ben ik wel onderscheidend, als ik deze jeukwoorden gebruik? Ja, het boekje is dus relevant. En hoe jammer: het is óók tijdloos, want ook na 10 jaar is het woordgebruik niet echt verbeterd.

FOMO? Niet echt, maar ‘nicht’ Japke-d.’s Magnum Opus #LoveMyJob is dat wel, een deel van ‘Uitrollen .. ‘ is ook daarin te vinden.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Uitrollen is het nieuwe doorpakken duurzaam en gratis …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook)!

Koop Uitrollen is het nieuwe doorpakken duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in management | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Dit kan geen toeval zijn – uiterst smakelijk

Als je écht wilt weten hoe iets in elkaar zit, moet je er niet alleen over lezen, nee, je moet er mee aan de slag. Al doende leert men. Dus ga je eigen complottheorie bouwen! Dat is het uitgangspunt van Dit kan geen toeval zijn van Lisa Loeb en Daniel Paarlberg uit 2025. Ze geven je gedetailleerde instructies én heel veel voorbeelden in dit uitstekende boek, wat een best-wel-moeilijk-onderwerp uiterst smakelijk uitdiept. 

Het boek is leuk en luchtig geschreven, maar gaat zeker niet voorbij aan de problematiek van de complottheorieën: het beïnvloedt verkiezingen, verscheurt families, gaat ten koste van de gezondheid, zet burgers in een land tegen elkaar op. De voorbeelden laten dit overduidelijk zien. En in één van die complottheorieën geloofde ik zelf ook half. Door inderdaad zelf een theorie te verzinnen, heb ik gemerkt hoe makkelijk het kan zijn de boosheid en de vooroordelen van velen te misbruiken, want de onderdelen van zo’n theorie liggen gewoon voor je klaar. Hoe leerzaam!

Het maatschappijboek Dit kan geen toeval zijn …

… legt eerst uit welke mensen in complottheorieën geloven, de complotdenkers dus: ze zijn vervreemd van de maatschappij: voelen dat ze geen controle over hun leven hebben, of leven in een sociaal isolement. Als er iets gebeurt zoeken ze naar een verklaring, liefst een onderliggend plan. Want het is heel moeilijk te accepteren dat jouw leven op z’n kop staat door een kleine toevalligheid. Die complotdenker is je doelgroep. In 15 stappen bouw je de perfecte complottheorie voor ze.

15 stappen voor een complottheorie

  1. Verklaar een ingrijpende gebeurtenis. Achter zo’n gebeurtenis moet mogelijk menselijk handelen kunnen zitten. Geen overstroming dus (of toch?). En zo’n gebeurtenis moet zeldzaam zijn, onwaarschijnlijk.
  2. Wijs een groep samenzweerders aan. Historisch gezien is dat meestal de elite, inclusief de joden.
  3. Leg uit hoe ze aan de touwtjes trekken. Waarom heeft de wereld niets door? Hoe houden ze hun macht geheim? Drugs, toegediend via de lucht of het drinkwater, wordt hierbij het meest gebruikt, daarna instituties, zoals de CIA.
  4. Verklaar welk doel de samenzweerders willen bereiken. Historisch gezien draait het om macht, geld en daarvan afgeleid een afname van de bevolking, zodat de rijken de toegang tot hulpbronnen onderling kunnen verdelen.
  5. Zoek naar kwade opzet. Ook al is het waarschijnlijk toeval of incompetentie.
  6. Negeer tegenbewijs. Hierbij kun je heel simpel inspelen op de confirmation bias: mensen zoeken bewijs wat hen sterkt in hun veronderstelling.
  7. Verzin meerdere theorieën. Zolang niet één verklaring 100% bewezen is, houdt de complotdenker alle opties open.
  8. Stoei met kansen. We zijn slecht in kansen begrijpen. Bij 0,1% kans zeggen we ‘het is mogelijk dat ..’, bij 99,9% ‘het is niet zeker dat’. We maken geen onderscheid tussen 0,1% en 10% of 50% kans op ‘mogelijk’. Een heel onwaarschijnlijk scenario is voor een complotdenker dus even goed als een best wel waarschijnlijk scenario.
  9. Zien=geloven=zien. Als je iets sterk gelooft zie je het of merk je het ook écht, denk aan het placebo-effect. En andersom, de kracht van de eigen waarneming beïnvloedt je geloof. Benadruk die eigen waarneming.
  10. Overschat samenzweringen. Hoe meer samenzweerders, of hoe langer geleden, hoe groter de kans dat een complot uitkomt. Complotdenkers redeneren echter nét andersom, hoe meer mensen erbij betrokken zijn, hoe machtiger het complot. Maak daarom van alles een samenzwering.
  11. Ruk teksten en uitspraken uit hun verband.
  12. Leg de bewijslast bij je tegenstanders. Dat is best makkelijk: je komt met een stelling die onweerlegbaar is (UFO’s bestaan niet). Bewijzen dat iets er niet is, is vrijwel onmogelijk, bewijzen dat iets er wél is, is makkelijk.
  13. Maak je tegenstanders onderdeel van de samenzwering. Wetenschappers, journalisten zijn óók elite.
  14. Betoog dat de waarheid geen losse eindjes mag hebben, 99,9% zeker is niet genoeg. Verkeerde uitspraken, toevalligheden zijn óók losse eindjes, want jij bepaalt dat.  
  15. Suggereer extremere theorieën. Daarmee maak je jouw gematigder complottheorieën geloofwaardiger.

Veel voorbeelden van complottheorieën

Elke stap wordt ingeleid met een flink stuk theorie, die vaak uit de psychologie stamt. Kleine voorbeelden illustreren het punt. Na elke stap volgt een uitgewerkt historisch complot: van de Franse Revolutie (aangesticht door de illuminati) tot de maanlanding, van de dood van JFK tot die van Diana, van Corona en 9/11 tot de Titanic en zo nog 8.  

In de epiloog worden de waarheidsvinders gewaarschuwd: complotdenkers zijn kritisch op de overheid en de elite, maar onkritisch op hun eigen ‘onafhankelijke denkers’: buitenstaanders die ingaan tegen de consensus. Dat is dus niet kritisch denken, dat is klakkeloos. Als waarheidsvinder moet je procedures hebben om je eigen vooroordelen te omzeilen. Peer review, hoor en wederhoor, transparantie over je methoden en data. En met complotdenkers moet je het hebben over hún methoden, ze zelf hun vooroordelen laten ontdekken. Een debat over alleen de feiten zal mislukken. Complotdenken is deel van het Post Truth tijdperk, waarin er feiten en alternatieve feiten zijn. Waarin onzin meer clicks oplevert. Waarin mensen zich opsluiten in echo-kamers. Laten we ervoor zorgen dat wij daar niet in terechtkomen. 

Mijn evaluatie van Dit kan geen toeval zijn

Ik heb bijzonder veel opgestoken van dit boek, mijn concept-recensie was weer veel te lang, dat worden dus weer Booknotes. Niet alleen waren veel stukken theorie nieuw voor me, ook de vele voorbeelden kende ik veel té oppervlakkig om te begrijpen waar die theorieën op gebaseerd waren. Dat snap ik nu veel beter. De structuur van presenteren is daarvoor ook heel goed. Eerst worden de rare zaken, de losse eindjes gepresenteerd. Dan kun je bijna niet anders dan in die theorie geloven. Lees je daarna alle verklaringen en alle andere feiten, dan zie je hoe makkelijk zo’n complottheorie weer wordt ontkracht. Maar dan moet je die informatie wél voorgeschoteld krijgen. (En er wat mee doen).

Het hele boek is onderbouwd, zowel de theorie als alle voorbeelden. Voor de theoretische onderbouwing staat o.a. Kahneman’s Ons feilbare denken genoemd. Ik zette het boek Hoax van J.W. van Prooijen op mijn leeslijst, ik wil hier inderdaad verder over lezen. Niet in het minst omdat het onderwerp méér dan relevant is, onze samenleving is supergevoelig voor complotdenkers en kritisch denken schijnt steeds maar minder te worden. Behalve bij mij, natuurlijk. Voor een onderbouwing van de feiten rond de maanlanding etc. moet je dan wel vertrouwen hebben in Wikipedia, The Guardian, Historiek en NOS. Dat heb ik wel.

Origineel

De opzet van het boek vond ik heel origineel en goed gekozen. Ik heb echt mijn best gedaan om mijn eigen complottheorie te bedenken, en dat was makkelijker dan ik had verwacht. Zorgwekkend wel. De voorbeelden zijn supergoed gekozen, bekend, en daardoor tijdloos, en steeds onderwerp van meerdere verschillende complottheorieën. De 15 stappen zie je terug in vrijwel elk voorbeeld. En ik moet bekennen dat ik bij stap 6, over 9/11, écht begon te twijfelen. Daaruit blijkt wel dat het idee om eerst rare zaken te melden, en pas daarna de verklaringen, bijzonder goed werkt. Jammer dat de complottheorie dat farmaceutische bedrijven geld willen verdienen aan symptoombestrijding, en ons daarom bewust niet genezen, alleen wordt genoemd en niet verder is uitgewerkt. Daar geloof ik ook half in. Voor een volgend boek?

Ik las het eBook, dat is sober, zonder illustraties. Ook de kleurenversie gebruikt na de cover geen kleuren. Verder is het boek goed verzorgd: ik vond maar één typo: fronzen. De schrijfstijl is erg goed, kort en krachtig, humoristisch, soms cynisch. De complotdenkers worden niet zozeer belachelijk gemaakt, er wordt juist aangetoond hoe makkelijk het is om erin te geloven, op een grappige manier. Dat is erg knap.

Wil je meer weten over complottheorieën, dan kun je luisteren naar de podcast van de auteurs. Via Podimo heb je 30 dagen gratis toegang.

FOMO? Ja, ik denk dat je wat mist als je dit boek niet leest. Het krijgt op dit moment veel aandacht in de media. Maar ook door de relevantie, juist op dit moment, als Trump 100 dagen bezig is de ‘Deep State’ te ontmantelen. Je begrijpt het denkproces van MAGA.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Dit kan geen toeval zijn duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop Dit kan geen toeval zijn duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

Volg me op Quodari

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Recensie: Hoe krijg ik ze zover – luchtig

Regelmatig lees ik een ouder boek, en vraag me af: relevant of (inmiddels) rotzooi? Pareltje of papierbak? Deze week viel de eer te beurt aan Hoe krijg ik ze zover van Jan van Setten uit 2010. Een bestseller, met herdrukken tot aan 2022. Over gedragsverandering, met humor en natuurlijk eigen modellen.

De humor is vooral te vinden in Jan’s eigen ervaringen, die soms zo extreem zijn dat ik me afvraag of ze niet verzonnen zijn. Maakt niet uit, de situaties zijn herkenbaar en het hád zo kunnen gebeuren. Verder glimlachte ik regelmatig over zijn woordspelingen, en vond ik zijn karakteristieke uitleg over de oorsprong van allerlei woorden interessant en leuk gebracht. Het resultaat is een luchtig boekje dat nog steeds toegevoegde waarde heeft.  

Het managementboek Hoe krijg ik ze zover …

…. begint met een mooie set vragen die ook weer mooi verwoord zijn: Waar staat je bedrijf voor, en waar gaat het voor?  Het ‘staan’ wordt vertegenwoordigd door je werknemers, dus als je wilt weten of je waarden goed verankerd zijn (sorry, jeukwoord), vraag het je medewerkers. Het ‘gaan’ weerspiegelt de functie, de missie, van je bedrijf. Dat vraag je je klanten. Wat zullen zij missen als jouw bedrijf er niet meer is?

Daarna onderzoek je de processen en procedures in je bedrijf, zijn deze ondersteunend aan ‘staan’ en ‘gaan’? Ontbreekt er iets? Ook vraag je je sollicitanten of zij achter je waarden en missie staan, en of zij bewijs hiervoor uit voorgaande werkervaringen kunnen leveren. Dit klinkt als open deuren, en dat zijn het (inmiddels) ook. Belangrijk is wel het punt van ‘bewijs’.

Waar blijkt dat uit?

‘Waar blijkt dat uit?‘ is een gevleugelde uitspraak van Jan, en deze vind je dan ook regelmatig terug in dit boek (en zijn andere boeken, zo merkte ik). Het gaat om feitelijk gedrag, en niet om intenties. Uit onderzoek blijkt dat we onszelf beoordelen op onze goedbedoelde intenties, en dat we anderen beoordelen op hun gedrag. En gedrag is uiteindelijk ook dat wat leidt tot resultaat.

De ladder

Jan heeft hiervoor een model uitgewerkt dat hij ‘de ladder’ noemt, en wat uiteindelijk leidt tot gewenst gedrag. Op onderste sport is de medewerker nog onbewust van de noodzaak tot verandering van gedrag of het doel ervan. Een ‘respectvolle confrontatie’ leidt tot bereidheid bij de medewerker. Hij/zij is nu bewust. Maar hoe te veranderen? Je voedt hem/haar met inzichten en achtergronden, de medewerker staat er open voor om wat te leren. Hij/zij heeft nu begrip. Maar WIIFM? In deze sport leg je uit wat de persoonlijke motieven zijn om mee te werken, wat hij/zij er persoonlijk op vooruit gaat. Je medewerker accepteert de benodigde gedragsverandering. Hij/zij gelooft er in. Dan ga je aan de slag met inspiratie hoe die gedragsverandering er uit moet zien, dat creëert de wil en de drive. Hij/zij heeft commitment. Elk van deze sporten op de ladder wordt uitgewerkt met tips, en persoonlijke werkervaringen van Jan.   

3-dimensionaal communiceren

Communicatie is natuurlijk key in dit traject (jeukwoord, sorry) en daar gaat dan ook een heel hoofdstuk over. Het summum is 3-Dimensionaal communiceren: 1. Vertel wat je visie is, of de achtergrond  van het verandertraject; 2. Laat zien tot welke keuzes je dat heeft gebracht; 3. Maak duidelijk wat de positieve en ‘negatieve’ consequenties van die keuzes zijn. Die negatieve consequenties zijn de inspanningen die geleverd moeten worden, de tijd die het kost, en het beroep op de zelfdiscipline van de medewerkers. Dat zijn dus zaken die gemanaged moeten worden. De 3D-communicatie zorgt voor de druk om mensen de ladder op te krijgen. Het loopt daarom parallel aan de ladder.  Binnen 3D-communicatie past geen ‘rododendron-gedrag’, je verschuilen achter instructies van de baas of de holding.

TRIP

Hoe ga je ervoor zorgen dat je medewerkers hun talenten maximaal inzetten voor jullie doel? Je gaat op TRIP. TRIP staat voor talenten, rollen, invloed, positie. Een medewerker heeft plezier in zijn werk als hij ziet welke rol hij vervult op weg naar het doel, en werkelijk de talenten heeft voor die rol. Daarnaast moet hij de bij de rol behorende invloed pakken, streven naar verbetering van het resultaat. Dat levert de positie op die hij/zij verdient: de waardering van manager (jij dus) en collega’s.

Jan legt regelmatig de oorsprong van termen uit, leuk! Talent komt van het Griekse woord talanton, dat weegschaal, gewicht, grote som geld, betekent. Talanta waren de schalen van de weegschaal. Welk gewicht aan goud draag jij mee?  Ook leuk: de woordspelingen. Jan heeft het niet zo op de POP, het Persoonlijke Ontwikkel Plan. De focus is te vaak op het verbeteren van de zwakke punten, en daar wordt niemand gelukkig van. Jan stelt voor ‘patent op je talent’ te nemen en te ont-POP-pen: ontwikkel je sterke punten, blink er in uit, en gebruik dát om je zwakkere punten te ontwikkelen of te compenseren.

Weerstand

Het hoofdstuk over weerstand zoomt in (sorry, jeukwoord) op de basisbehoeften en drijfveren van mensen, de mate waarin we hechten aan: macht, zingeving, erkenning, saamhorigheid, orde en zekerheid. Een basisbehoefte is niet onderhandelbaar, daar moet je dus aan tegenmoetkomen. Jan presenteert er een voor mij heel herkenbaar voorbeeld bij. Timo en Anita willen samen op vakantie. Bij Timo is de basisbehoefte zekerheid erg sterk, Anita wil avontuur. Apart op vakantie is geen optie, beide zoeken ze saamhorigheid. Oplossing: Timo regelt de hele vakantie en vertelt er niets over aan Anita. Bestemming, activiteiten ter plekke, alles is een verrassing.

Vertrouwen en waardering

Tenslotte een hoofdstuk over vertrouwen en waardering. Als je medewerkers vertrouwen in je hebben, krijg je ze snel mee. Ben jij te vertrouwen? Waar blijkt dat uit? Jan onderscheidt 4 ‘cilinders’: Betrouwbaarheid, Intimiteit (waaronder interesse, integriteit en authenticiteit) en Geloofwaardigheid als positieve factoren en Eigen Belang als negatieve factor. Betrouwbaarheid gaat over daden: doe je wat je zegt? Intimiteit gaat over emoties, wat voelt men in het contact? Geloofwaardigheid gaat over woorden, is dat wat je zegt echt waar? Eigen Belang gaat over motieven, als dat stijgt, daalt de rest.

Met dit alles, en nog veel meer, krijg je je medewerkers zover. Behalve misschien die ene, die eikel. Confronteer hem. Zegt hij: zo ben ik nu eenmaal, vertel hem dan dat hij een eikel is. Hij heeft de potentie om uit te groeien tot een grote boom, een kast, een chalet! Of hij blijft een eikel. En als jullie beiden denken dat hij een eikel blijft, neem dan afscheid, met respect.  

Mijn evaluatie van Hoe krijg ik ze zover?

Veel behandelde theorie is bekende stof, in welke modellen je ze ook giet. Het boek heeft geen literatuurlijst, maar ik herkende veel van Stephen Covey, Daniel Ofman en andere bekende managementboekenschrijvers. Natuurlijk blijft gedragsverandering relevant, verandering is van alle tijden, en verandermanagement dus ook. Wat me bijbleef: WAAR BLIJKT DAT UIT?

Jan weet het wel leuk te brengen, met zijn soms hilarische werkervaringen, maar vooral met zijn woordspelingen en etymologie. De voorbeelden zijn heel herkenbaar! Het boek is wat sober uitgevoerd, zonder kleuren, en met wat illustraties voor de modellen van Jan. Ik las de 13-de druk en vond toch nog 3 typo’s, bijzonder toch weer.

Mis je wat, als je deze bestseller niet leest? FOMO? Nee. Pareltje of papierbak? Ertussenin: vakantievertier. Het is dun, luchtig, en een geheugensteuntje voor wat je al weet maar wat misschien een beetje is weggezakt.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend 0, Verzorgd -, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Hoe krijg ik ze zover?  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Hoe krijg ik ze zover? duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Gedrag | Tags: , , , | 2 reacties

Recensie: Green Hearts – Great Business – Met sterrenstof?

Green hearts – Great business van Manon van Leeuwen uit 2025 is gericht op CSO’s. Corporate Sustainability Officers dus. En dan met name op de CSO’s die worstelen met de vraag: Hoe krijg ik ze zover? Het boek gaat dus over overtuigen, beïnvloeden en gedragsverandering, waarbij alle cases en voorbeelden uit de praktijk van duurzaamheid komen. Nuttig, nu de focus op klimaatverandering verzwakt bij onze overheid, en bij die in andere landen. Laat dat niet in je bedrijf gebeuren!

Manon stelt dat het boek juist niet over duurzaamheid gaat, en ook niet over weerstand tegen verandering. Maar over emotioneel raken. Ze maakt onder andere gebruik van de theorieën van Daniel Kahneman over rationaliteit, van die van James Clear over gewoonten, en Jan van Setten’s Hoe krijg ik ze zover? Bekende stof die het boek een goed fundament geeft. Deze theorie wordt afgewisseld met columns, eigen ervaringen, bijdragen van experts en checklists. Manon geeft het een persoonlijk sausje door haar eigen model toe te voegen en haar eigen schrijfstijl, inclusief het veelvuldige gebruik van ‘harten laten shinen’, ’toverstokje’, ‘sterrenstof’ en dergelijke, wat aan mij helaas niet besteed was.

Het managementboek Green hearts – Great Business …

…. begint met een interessant voorwoord. Manon is bestuurder bij een aantal zorgbedrijven en wil daar vergroenen. De weerstand is enorm. Ze verdiept zich in gedragsverandering en begint haar eigen adviespraktijk, een familiebedrijf. Direct merkt ze het verschil tussen families en bedrijven. Families gaan over verbinden, voor elkaar zorgen, delen, rekening houden met de gevolgen van je gedrag voor een ander. Ze stelt ons de vraag waarom we die ‘familiewaarden’ niet meenemen naar kantoor of ziekenhuis. Daar komt ze later in het boek uitgebreid op terug. Wat schreef ik verder op?

Haar verhaal hoe ze geraakt werd door een documentaire over onze overconsumptie, vooral die van kleding, vond ik erg herkenbaar (ik las er een boek over). Kleurstof van kleding verdwijnt in rivieren, fabrieken braken CO2 uit, boten vol ongedragen kleding meren aan in Afrikaanse landen. Ze stopt met het kopen van nieuwe kleding, koopt alleen nog tweedehands. En verzint verhalen bij die items: het vintage-rokje (wat snel scheurde) heeft in Parijs gewoond, het leren jasje heeft achterop een motor gezeten. Ik vind dat slim: het maakt de items bijzonder, in plaats van iets waar menigeen nog steeds zijn neus voor optrekt. Manon voelt dan ook blijdschap bij haar nieuwe manier van leven, en gunt dat de lezer ook.

Toverstokje voor vrouwen?

In de inleiding stelt ze dat we ‘betoverd’ moeten worden om in actie te komen, want eigenlijk veranderen we niet zo graag, we vermijden risico’s en sparen onze energie voor acute dreiging. Klimaatverandering is dat niet (denken we), en 2030 is ver weg. We hebben dus sterrenstof nodig, Tinkelbel moet met haar toverstokje aan het werk. Ik frons wat, waar gaat dit heen?

In hoofdstuk 1 lees ik dat er meer vrouwelijke duurzaamheidsstrijders, dan mannelijke, dat vrouwelijke energie in een team zorgt voor meer aandacht voor duurzaamheid en dat greenwashing minder voorkomt bij bedrijven met vrouwen aan de top. Onderzoek van HelloFresh (ik wist niet dat dat een onderzoeksbureau was) geeft aan dat vrouwen vaker een tas meenemen naar de supermarkt, meer doen aan energie- en waterbesparing, het tegengaan van voedselverspilling, en minder dierlijke producten eten. Een onderzoek van Aaron Brough geeft aan dat mannen een grotere ecologische voetafdruk hebben. Hoe komt dat? Dat is een cultuurdingetje. Je eigen tas meenemen wordt gezien als ‘ iets voor vrouwen’. ‘Zorgen’ is vrouwelijk, vleeseten is typisch mannelijk. Een onderzoek van Harvard geeft aan dat vrouwelijke leiders beter presteren in (langdurige) crisissituaties, zoals Covid. En klimaatverandering dus. Ze hebben vaker een langetermijnvisie en hechten meer belang aan duurzaamheidsdoelstellingen. Daarnaast zijn bedrijven die vooroplopen met duurzaamheid, ook de bedrijven die een focus hebben op DEI (Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie). Daarom zijn er dus  meer vrouwelijke duurzaamheidsstrijders, dan mannelijke. Maar álle duurzaamheidsstrijders zijn intrinsiek gemotiveerd, zegt Manon.

Het hoofdstuk geeft verder aandacht aan persoonlijkheid, waarden, drijfveren en de verschillende modellen hiervoor. Aardig is het stuk over het verschil tussen arme en rijke mensen, die toch beiden duurzaam leven. Rijk kan kiezen voor duurdere biologische groenten. Arm heeft vaak gewoon geen geld voor een auto en vlees.

10 fouten bij de implementatie van duurzaamheidsmaatregelen

In hoofdstuk 2 geeft Manon een overzicht van 10 fouten die de CSO maakt bij het implementeren van duurzaamheidsmaatregelen bij het bedrijf.

  1. Je gaat te snel van start.
  2. Je loopt voor de troepen uit.
  3. Je enthousiasme wordt gezien als ‘woke’. Dat komt vaak omdat je je collegae er niet bij betrekt, zie ook 2.
  4. Je denkt dat je alles alleen moet doen. Tip: zoek gelijkgestemden, en vergeet zeker Gen Z niet.
  5. Je denkt dat ze je wel snappen. Houd in je communicatieplan rekening met kennisontwikkeling, en gebruik inspirerende voorbeelden.
  6. Je focust op techniek en vergeet gedrag. Blijf je mensen motiveren, raak ze met verhalen, vier je mijlpalen.
  7. Je houdt geen rekening met het oerbrein. Mensen houden niet van iets ‘verliezen’, dus geef aandacht aan de leuke aspecten en de ‘winst’ van de acties.
  8. Je behandelt duurzaamheid stand alone. Zie het niet als een project, maar integreer het in de bedrijfsvoering.
  9. Je focust teveel op compliance. Dan maak je er een papieren tijger van, met formulieren, audits, checklists, en kijk je niet naar (het gebrek aan) impact.
  10. Je vertrouwt blind op externe consultants. Dan krijg je plannen die niet goed aansluiten op de bedrijfscultuur.

Deze fouten verrassen mij niet, het zijn de gangbare problemen die optreden bij verandermanagement.

Weerstand tegen verandering

In hoofdstuk 3 behandelt Manon het oerbrein, gedrag, besluitvorming, gewoonten, met behulp van o.a. Daniel Kahneman’s Systeem 1 (‘holbewoner/gewoontedier’) en Systeem 2 (‘professor’), en James Clear’s habitloop. Daarbij komt Tinkelbel met haar sterrenstof. Manon legt uit wat verliesaversie is, en hoe dat zorgt voor weerstand tegen verandering. Neem daarom kleine, haalbare stappen die niet als bedreiging worden gezien, maar als makkelijk, aantrekkelijk. Voeg humor toe. De habitloop is: Cue-aanwijzing; Routine-gedrag; Reward-beloning.  De beloning kan iets zijn als gratis opladen voor degenen die met de elektrische fiets naar kantoor komen. Zodra de kleine stappen ‘gewoon’ zijn geworden, breid je ze uit. Om mensen te raken op emotioneel niveau, te betoveren, moet je verhalen vertellen en positieve emoties oproepen, om je team te laten verlangen naar duurzame verandering.

Een liefdevolle cultuur

Hoofdstuk 4 gaat over cultuur, relaties op de werkvloer. Liefdevolle families vinden we heel gewoon, liefdevolle bedrijven maar gek. Nu is het zo dat familiebedrijven wél liefdevol zijn, mensgerichter. Je gaat met je broer of zus gewoon geen strijd aan over de meeste declarabele uren. Familiebedrijven hebben een lange termijnfocus, omdat ze het bedrijf door willen geven aan de volgende generatie. Ook klanten en leveranciers behoren tot de ‘familie’. Ze hebben meer aandacht voor sociale impact in de stad of de maatschappij, zijn betrokken bij lokale sportverenigingen en vrijwilligersorganisaties. Organisaties die alle medewerkers als aandeelhouder hebben, zoals accountantskantoor aaff, hebben óók kenmerken van familiebedrijven. Omdat we bij de groep willen horen, wijken we liever niet af van sociale normen. Als je dus een cultuur schept die als norm liefdevolle relaties heeft, landen de maatregelen rond duurzaam handelen beter in de organisatie. Er is gewoon meer motivatie om zich aan te passen.

Voorlopers in een organisatie zijn heel belangrijk, als de groep ‘early adopters’ zo’n 20% van de medewerkers beslaat is een omslag naar de hele organisatie waarschijnlijk. Gebruik die voorlopers als ‘Green Team’. Gen Z is heel geschikt als voorlopers, zij hechten belang aan impact maken, betekenis en purpose. Verder: mindful leiding geven, bewuster in het moment aanwezig zijn, aandacht hebben voor je mensen. Hoeft niet persé met meditatie, maar dit kan wel een hele goede start van je vergadering zijn, je hebt dan meer focus voor de agenda-onderwerpen.

Goede voornemens blijven vaak voornemens. Je ‘ideal self’ wijkt af van je ‘actual self’. Dit heet ‘self-discrepancy’. Hoe dicht je die kloof? De oorzaak aanpakken is de meest voor-de-hand-liggende methode. Maar moeilijk. Liever verzinnen we een symbolische actie. Je gaat niet sporten, nee, je koopt een leuk yoga-pakje en maakt foto’s van jezelf. Als je ernaar kijkt, krijg je een goed gevoel! Of je negeert het gevoel gewoon. Zo groot is die kloof niet … Of je leidt jezelf af van het gevoel met iets anders. Binge-watchen, een superdrukke agenda. Als laatste kun je compenseren met iets anders. Oké, niet gesport, maar wél die vette hamburger laten staan. De eerste methode is natuurlijk de beste. Aanpakken en volhouden. Iets aanpakken en volhouden wil je van je team, dus ga je eerst self-descrepancy oproepen. Schep voor hen een ideal self door ze te raken met een verhaal.

Emotioneel raken

Als iets je raakt, voel je dat direct. Tranen in je ogen. Of een warm gevoel. Een verhaal dat raakt, maakt dat mensen het verhaal worden ingezogen, zich identificeren met wat ze voelen. Daar zijn ‘geheime wapens’ voor, zo lees ik in hoofdstuk 5: dopamine, endorfine, oxycotine, hormonen die vrijkomen bij storytelling. Wil je meer motivatie? Zorg dan voor dopamine, met een spannend verhaal of een wedstrijd. Verbinding? Dan oxycotine, met een ontroerend verhaal of documentaire. Creativiteit? Endorfine, met een grappig verhaal, wat ontspant.

Het GHEART-model

Natuurlijk heeft ook Manon een eigen model, haar GHEART werkt ze uit in hoofdstuk 6. G = Grow your mind. Dit gaat over kennis opdoen. H = Help ze (nee, niet Help them). Maak het makkelijk. E = Eager. Zorg dat ze naar de nieuwe werkwijze gaan verlangen, maak het spannend. A = Awards. Beloon je team met cadeaus en aandacht. R = Roll with it. Ga gewoon dingen doen. Vegan bitterballen op de vrijmibo. T = Thrive. Volhouden en laten beklijven. ‘Laat de groene harten shinen’.  De onderdelen worden gevuld met de eerder behandelde theorie. Persoonlijk zou ik met het model gestart zijn, dat voorkomt overlap en herhaling.

Mijn evaluatie van Green hearts – Great business

Manon heeft veel wetenschappelijke onderzoeken en bekende theorieën gebruikt om haar visie op gedragsverandering te formuleren. Over dat onderwerp is al zóveel geschreven dat het niet zo raar is dat hier weinig origineels in terug te vinden is. Misschien de namen die ze eraan geeft: de holbewoner voor Systeem 1, de professor voor Systeem 2, en dan nog Tinkelbel voor het emotioneel raken. Eerlijk gezegd vond ik dat gezocht en ook best kinderachtig. Het model GHEART waarin de theorie die eerder is behandeld, weer samenkomt vond ik óók gezocht en weinig toevoegen.

Wat wél toegevoegde waarde heeft is het gebruiken van duurzame problemen en oplossingen als voorbeelden. Bepaald relevant voor deze tijd. Aan de andere kant zitten ook daar geen hele originele cases tussen: fietsen in plaats van autorijden, vegan eten in de bedrijfskantine. Wél zijn die voorbeelden herkenbaar en praktisch toepasbaar.

Manon heeft veel persoonlijke verhalen en ervaringen toegevoegd, van de allereerste documentaire die haar zó raakte dat ze duurzamer ging leven, tot een totaal uit de hand gelopen vergadering die ze met 3 minuten meditatie weer op het goede spoor zette. Deze voorbeelden van storytelling raakten me inderdaad, de eerste door de onthutsende beschrijving van de vervuilende kleding-industrie, de tweede door de humor. Dat is knap. De ervaringen van de geïnterviewden vond ik minder boeiend.

De doelgroep is CSO’s, en ook de meeste cases komen uit de hoek van de CSO’s. Ik denk dat veel méér mensen baat hebben bij het lezen van dit boek, denk aan afdelinghoofden, teamleiders, HR. En als de doelgroep, CSO’s, voor 70% uit vrouwen bestaat, waarom dan ‘waar hij staat, kan ook zij of hen worden gelezen’?  Of moeten juist de mannelijke CSO’s gaan toveren met sterrenstof?

Uitvoering

De uitvoering van het e-boek dat ik las, is voor verbetering vatbaar. De beperkt aanwezige illustraties zijn vaag en erg slecht leesbaar in de grijstinten op mijn eReader, ook als je ze apart als afbeelding bekijkt.  En ook op mijn iPad, waarin ik in kleur kan lezen, zijn niet alle plaatjes duidelijk, de grijs-tinten zijn veranderd in groen-tinten, maar dat is het dan ook wel. Daarnaast is het italic maken van woorden is in veel gevallen maar half gelukt.  In de literatuurlijst tenslotte viel mijn oog op Jan van Setten’s ‘Hoe krijg ik ze zover’ uit 2022. Dit boek las ik ook, het stamt uit 2010 en is zeer vaak herdrukt. Jammer, dit soort dingen leiden mij af van de inhoud.

De structuur van het boek en de indeling per hoofdstuk zijn aardig. Het toevoegen van columns en expert-ervaringen aan elk hoofdstuk is een goed idee. Aan het eind van elk hoofdstuk staat een checklist en samenvatting. Zondermeer nuttig. Tussendoor verwijst Manon naar whitepapers die direct te downloaden zijn, maar pas na achterlating van je gegevens, dus daar heb ik verder niet naar gekeken.

Over de schrijfstijl heb ik gemengde gevoelens. Ik vond dat er veel overlap tussen de hoofdstukken zat. De schrijfstijl is soms heel concreet als het over wetenschap of bestaande theorieën gaat, soms humoristisch bij Manon’s eigen ervaringen, soms wat kinderachtig (sterrenstof) en soms irritant (veel te veel ‘shinen’).

En? Mis je wat als je dit boek niet leest? FOMO? Dat denk ik niet.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl 0

FOMO -.

Ik gaf het boek 3*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Lees Green hearts – Great business  duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek;
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook);
  • of uit een minibieb!

Koop Green hearts – Great business duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , | 1 reactie

Familie: ‘tante’ Jane Goodall

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn Britse ‘tante’ Jane Goodall.

Waar schreef ‘tante’ Jane Goodall over?

Chimpansees, en hoop. De meeste boeken van ‘tante’ Jane gaan over haar jaren in Gombe in Tanzania, waar zij de chimpansees bestudeerde. Maar haar belangstelling ging natuurlijk ook uit naar het beschermen van de natuur in het algemeen, al jaren koppelt ze daar een boodschap van hoop aan. Hoop dat we de natuur beter zullen beschermen, dat we ons één zullen voelen met de aarde, dat we onze planeet en daarmee onze beschaving niet onherstelbaar zullen veranderen. ‘Tante’ Jane was ook spiritueel, dus dat sijpelt door haar boeken heen.

Had ‘tante’ Jane Goodall andere zakelijke activiteiten?

‘Tante’ Jane was oprichtster van het Jane Goodall Institute en het jongerenprogramma Roots & Shoots. Verder reisde zij de wereld rond voor presentaties en speeches over het belang van natuurbescherming en de kracht van hoop, waarmee ze geld inzamelde voor haar JGI.

Hoe zag het persoonlijke leven van ‘tante’ Jane Goodall eruit?

Toevallig (of niet) schreef ik het grootste gedeelte van deze post op haar verjaardag: 3 april 2025. Ze werd toen 91. Ze werd geboren in Londen en heette eigenlijk Morris-Goodall, net zoals haar vader. Weetje: ze werd geboren met (een lichte vorm van) prosopagnosie, waardoor ze heel slecht was in het herinneren van gezichten.

En nu komt zeker een heel verhaal over haar bachelor en master op allerlei universiteiten? Eh, nee. ‘Tante’ Jane volgde een opleiding tot secretaresse, want er was geen geld voor de universiteit. Ze ging in 1957 bij een klasgenootje in Kenia logeren en ontmoette daar Dr. Louis Leaky, een Britse archeoloog en paleontoloog, die in Kenia was geboren en getogen. Hij specialiseerde zich in de evolutie van de mens, en dacht dat veel informatie te vinden was door primaten in hun natuurlijke omgeving te bestuderen. Leaky stuurde 3 ‘Engelen’ de jungle in: Dian Fossey ging in 1967 naar de berggorilla’s in Rwanda, Biruté Galdikas ging in 1971 naar de oerang-oetans in Borneo. Maar ‘tante’ Jane was de eerste Engel.

Nadat zij in 1957 en 1959 als secretaresse voor hem had gewerkt, vroeg hij haar naar de chimpansees in Gombe, Tanzania te gaan. Zonder dat zij een studie daarnaar had gedaan, en dat was juist een voordeel, vond Leaky. Niks geen vooroordelen! Ze ging in 1959 naar Engeland terug om zich in te lezen in veldstudies, en Leakey ging op zoek naar subsidie voor haar onderzoek. Hij had het geld in 1960 bij elkaar, en ‘tante’ Jane vertrok naar Gombe. De subsidiegevers vereisten een chaperonne, en dus gaat haar moeder Vanne mee.

Waarom 3 vrouwen, zul je je afvragen? Omdat deze zich beter kunnen inleven in de primaten, zo dacht Leaky. Wat tante Jane betreft had hij daar zeker gelijk in, zij was de eerste die haar ‘onderzoeksobjecten’ namen gaf, in plaats van nummers. En als je met haar praat, en haar boeken lees, dan merk je hoe goed ze zich kan inleven in hun gedrag en gevoelswereld. Jaren en jaren klauterde zij door de jungle op zoek naar de troep, ging zitten en keek. Keek en keek. Observeerde en legde vast. De chimps accepteerden haar als vast onderdeel van hun omgeving.

Maar goed, geen universitaire studie dus, en toch promoveerde zij. Onder druk van Leaky ging ‘tante’ Jane in 1962 weer terug naar Engeland, waar ze in 1965 haar doctoraat in de ethologie aan de Universiteit van Cambridge haalde. Niet zonder moeite, de hoogleraren daar konden zich sommige van haar bevindingen echt niet voorstellen, en vonden dat ze het gedrag van de chimps teveel verwoordde in menselijke emoties. Dat waren dus de vooroordelen waar Leaky terecht voor vreesde. Haar bevindingen en onderzoeks-aanpak bewezen zich echter in de praktijk, en zijn inmiddels algemeen geaccepteerd. Haar belangrijkste observatie ging over het systematisch gebruik van gereedschappen, zoals twijgjes.

In Gombe werkte ze samen met een Nederlandse adellijke fotograaf: Hugo van Lawick. Ze trouwden in 1965 en kregen een zoon. De verhalen over het opvoeden van Hugo jr., ‘Grub’, in Gombe zijn aandoenlijk. ‘Oom’ Hugo maakte in zijn leven 40 natuurfilms, en kreeg er 8 Emmy’s voor. Een getalenteerde man! In 1974 scheidden ‘tante’ Jane en ‘oom’ Hugo en in 1975 trouwde ‘tante’ Jane met Derek Bryceson. ‘Oom’ Derek overleed in 1980 aan kanker. Grub deed weinig aan natuurbescherming, maar zijn 3 kinderen Angel, Merlin en Nick wel. Grub, zijn vrouw Maria, en hun kinderen wonen in Tanzania, naast het voormalige huis van ‘tante’ Jane.

In 1977 richtte ‘tante’ Jane het Jane Goodall Institute op. Dat probeert de chimpansees en hun leefgebieden overal ter wereld te beschermen. Het is in meer dan 30 landen actief. In 1991 volgde Roots&Shoots. Sinds 2002 is ze ambassadeur voor de Verenigde Naties. Ze kreeg een enorm aantal ere-doctoraten, een Nederlands lintje (Officier) in 2023, vergelijkbare onderscheidingen in o.a. Italië, de UK en Frankrijk, en op 4 januari 2025 nog de Amerikaanse Presidential Medal of Freedom (van Joe Biden).

Er is een groot aantal documentaires over haar gemaakt en er zijn veel boeken over haar geschreven. Haar persoonlijk leven komt ook terug in veel van haar eigen boeken, waaronder ‘Hoop voor de toekomst, haar ‘spirituele autobiografie’. Ze inspireerde ook Patrick van Veen, de voormalige directeur van de Nederlandse vestiging van JGI, tot het schrijven van boeken, de laatste is ‘Help, het is hier een beestenbende‘. Niet toevallig worden daarin veel vergelijkingen met chimpansee-gedrag gemaakt.

Tante Jane overleed op 1 oktober 2025. Voor haar dood nam ze een video op, die na haar dood gepubliceerd mocht worden. Die video vind je hier

Welke boeken schreef ‘tante’ Jane Goodall?

‘Tante’ Jane schreef zo’n 26 boeken voor volwassenen en nog 12 kinderboeken. Ik beschrijf hierna alleen de boeken die een Nederlandse vertaling hebben: 6 voor volwassenen en 2 voor kinderen. Van die 6 las ik er 3, en van 1 daarvan, Het boek van hoop, schreef ik een Impressie, een mini-samenvatting. Die is te koop.

Het boek van hoop – The Book of Hope (2021)

Jane Goodall heeft goede hoop dat we klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tijdig kunnen stoppen. Waaróm ze die hoop heeft, hoe haar hoop haar tot een activist maakt en hoe ze één is met de natuur vertelt ze in 2021 in Het boek van hoop aan Doug Abrams. Het gaf mij óók hoop! Het gesprek, dat bijna woordelijk wordt weergegeven, geeft een heel mooi inkijkje in het leven en de overtuigingen van Jane. Ook de sfeer is mooi getroffen, met de rode wangen en blauwe coltrui van Jane, een beschrijving van de omgeving (waaronder een huisje op de Veluwe) en de vele glazen whisky. Een flink aantal foto’s brengt Jane én Doug tot leven. Alsof je een documentaire zit te lezen! Lees mijn recensie | Koop mijn Impressie | Koop bij Bol

Hoop voor dier en wereld – Hope for Animals and Their World (2009)

‘Tante’ Jane schreef het met Gail Hudson en dierentuin-directeur Thane Maynard. Flaptekst: Om de haverklap horen we over dieren die op het punt van uitsterven staan en slecht nieuws over het milieu staat elke dag in de krant. Jane Goodall heeft in dit boek verhalen verzameld die wél goed aflopen, want er zijn mensen die de moed niet opgeven en erin slagen de laatste exemplaren te beschermen, of de soort in gevangenschap te laten voortbestaan. En dat lukt vaker dan we in de krant lezen, zoals Goodall in haar spannende boek laat zien. Er is nog steeds Hoop voor de dierenwereld. Koop bij Bol

Want mens en dier hebben hetzelfde lot – The Ten Trusts (2002)

Flaptekst: Jane Goodall ontvouwt, samen met etholoog Marc Bekoff, tien stellingen die ertoe moeten leiden dat er een einde komt aan dierenmishandeling, de geleidelijke vernietiging van het milieu en dientengevolge ook aan veel menselijk leed. Goodall en Bekoff vertellen vol liefde en compassie over hun belevenissen met dieren en laten zien hoe een goede relatie tussen mens en dier voor beiden van levensbelang kan zijn. Maar zij beschrijven ook de gruwelen die de mens het dier aandoet ten behoeve van wetenschap, medicijnen, veeteelt, cosmetica en zelfs voor puur vermaak. En voor wie het nog niet wist: zij maken duidelijk dat het dier wel degelijk over gevoel beschikt! Koop bij Bol

Hoop voor de toekomst – Reason for Hope, A Spiritual Journey (1999)

Jane Goodall’s ‘spirituele autobiografie’ Hoop voor de toekomst, de vertaling van Reason for Hope, A Spiritual Journey, uit 1999, stond al een tijdje in mijn tsundoku-boekenkast, maar verhuisde na het overlijden van Jane afgelopen oktober naar de top van mijn lees-stapel. Het is een prachtig verslag van haar leven, met de nadruk op de spirituele kant: haar mystieke ervaringen, haar hoop voor de toekomst, haar innerlijke kracht, die haar tot op het eind de wereld rondstuurde om haar boodschap van hoop te verkondigen en geld voor natuurbehoud in te zamelen. Het boek is bepaald niet zweverig, wat je misschien zou verwachten, maar wel emotioneel geladen. De passie spat er vanaf! Lees mijn recensie | Koop bij Bol

Hé, chimpansee – With Love (1994)

Flaptekst: Meer dan dertig jaar bracht wetenschapster Jane Goodall door met het bestuderen van chimpansees in het regenwoud in Tanzania. In Hé, Chimpansee vertelt zij op ontroerende wijze over de relaties tussen deze chimpansees, die in staat blijken te zijn tot ‘menselijke’ emoties als mededogen, hulpvaardigheid en liefde. Kinderboek. Koop bij Bol

Oog in oog met de chimpansees – Through a window (1990)

Flaptekst: Jane’s eerste observaties werden vastgelegd in het boek In de schaduw van de mens (‘In the shadow of man’), dat een internationale bestseller werd. ‘Oog in oog met chimpansees’ is het vervolg op dit adembenemende verhaal. Wij ontmoeten de zachtaardige moeder Flo, de femme fatale Gigi, de reus Romeo, de trieste Gilka en vele anderen. Oorlog, kannibalisme, medelijden, dapperheid, liefde en seks passeren de revue. Het zijn de oermenselijke drama’s die de lezer van deze saga een spiegel voorhouden. Jane Goodall observeert haar chimpansees met grote nauwkeurigheid maar vooral met intense liefde. Zij viert hun geboorte, rouwt om hun dood en vecht voor hun voorbestaan in vrijheid. Koop bij Bol

De familie chimpansee – Chimpanzee Family (1989)

Dun boekje met foto’s voor hele jonge kinderen. Het werd in 1989 door de FEE en UNICEF bekroond met de Internationale Kinderboekenprijs Genève 1989. Koop bij Bol

In de schaduw van de mens / Mijn leven met chimpansees – In the shadow of man (1970)

Ik was diep onder de indruk van de beschrijvingen van de 10 jaar die ze doorbracht met het observeren van chimpansees in Gombe in Tanzania. En van haar geduld, haar liefde voor de natuur én hoeveel wij lijken op dit ‘familielid’. Jane is gepromoveerd op het gedrag van de chimpansees, haar beschrijvingen zijn dus best wetenschappelijk, en tegelijkertijd vol emotie en empathie. Het boek leest als een documentaire die vertraagd wordt afgespeeld, zó gedetailleerd geeft ze alles weer. Tegelijkertijd leren we haar leven in Gombe kennen: primitief, eenzaam, best gevaarlijk en vol enthousiasme. Uren zit ze op haar uitkijkpunt en ‘s avonds gaat ze nog even terug om te kijken welke chimp in welk nest ligt…. Lees mijn recensie 4* | Koop bij Boekwinkeltjes

Andere boeken geschreven door ‘tante’ Jane Goodall:

Voor volwassenen:

  • #Eat Meat Less (kookboek van het Jane Goodall Institute) (2021)
  • 60 Anos En Gombe (2016)
  • Prayer for World Peace (2015)
  • Conversaciones con Jane Goodall (2015)
  • Chimpanzee Children of Gombe (2014)
  • Seeds of Hope: Wisdom and Wonder from the World of Plants (2013)
  • 50 Years at Gombe (2010)
  • Return to Gombe: The Homecoming (2010)
  • Harvest for Hope: A Guide to Mindful Eating (2005)
  • All Earth’s Creatures: Words of Hope (2004)
  • Beyond Innocence: An Autobiography in Letters, the later years (2001)
  • Chimpanzees I love (2001)
  • Africa In My Blood (2000)
  • 40 Years At Gombe (2000)
  • Brutal Kinship (1999)
  • Visions of Caliban (1991)
  • Through a Window: 30 years observing the Gombe chimpanzees (1990)
  • The Chimpanzees of Gombe: Patterns of Behavior (1986)
  • Innocent Killers (1971)
  • My Friends the Wild Chimpanzees (1969)

Voor kinderen:

  • Pangolina (2021)
  • Rickie and Henri: A True Story (2004)
  • Chimpanzees I Love: Saving Their World and Ours (2001)
  • The Eagle & the Wren (2000)
  • Dr. White (1999)
  • Animal Family Series: Lion Family; Elephant Family; Zebra Family; Giraffe Family; Baboon Family; Hyena Family; Wildebeest Family (1989)
  • Jane Goodall’s Animal World: Chimps; Gorilla’s (1989)
  • The Chimpanzee Family Book (1989)
  • My Life with the Chimpanzees (1988)
  • Grub: The Bush Baby (1972)

En dan zijn er nog ontelbare boeken waarvoor ze het voorwoord schreef.

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.com, Wikipedia, en haar 3 boeken die ik las)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall

 Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in natuur | Tags: , , | 7 reacties

Recensie: In gesprek met de Noordzee – diep

Het boek Rechten voor de natuur vond ik bepaald een eye-opener, we doen vaak maar wat zonder rekening te houden met de belangen van een rivier, een lagune, een berg, om min of meer ongerept te kunnen voortbestaan. Arita Baaijens doet in In gesprek met de Noordzee uit 2025 hier nog een schepje bovenop. Als de zee, de Noordzee bijvoorbeeld, kon spreken, wat zou ze dan zeggen? Arita neemt zich voor de Spreker van de Noordzee te worden. Haar ‘sollicitatie’ is boeiend!

Het idee van een sollicitatie is origineel, en de uitwerking ook. Om de Noordzee in de bestuurskamers te kunnen vertegenwoordigen wanneer er besloten wordt over offshore windparken en stroomkabels en zo, moet Arita de zee en haar onderdelen natuurlijk eerst goed leren kennen. Dat levert een aantal leerzame, persoonlijke en spirituele hoofdstukken op, waarin Arita de hele wereld rondreist. Gevolgd door een camera …  

Het maatschappijboek In gesprek met de Noordzee…

…. is namelijk een verslag van een expeditie, waarvan ‘live’ een documentaire is gemaakt: ‘Het gezicht van de zee’. Dat is slim, want de verhalen over de dieren en planten in de zee zijn overtuigender als je ze kunt zien. Het werd in 2024 uitgezonden.

Expedities zijn Arita niet vreemd, ze is ontdekkingsreiziger en verkende eerder de woestijn van Soedan (alleen, met 3 kamelen) en het gebergte van Altaj in Siberië. Op die reizen is het spirituele altijd aanwezig, en ze kreeg dan ook een vraag van de lezers van haar boeken daarover: is er in Nederland ook ‘bezielde’ natuur? ‘De zee doet waar zij zin in heeft’ stelt Arita. We denken dat natuur maakbaar is, maar het zoute water kruipt onder de dijken door en de Oosterscheldekering houdt over 30 jaar de springtij-golven niet meer tegen. Wat denk de zee? Het wier, de oester?

Zeehonden, getijdepoelen, onderwaterbossen en wieren, wat leert ons dat over de Noordzee?

De expeditie begint in Schotland. De Finse Tuulikki ‘zingt’ de zeehonden naar zich toe. Wat horen zij, en wat willen zij van ons? Arita filosofeert dat er meer is dan wetenschappelijke kennis. De volgende stop is bij een onderzoeker van getijdepoelen, met steurgarnaaltjes, anemoontjes, krabbetjes en nog veel meer -tjes, die Arita in het begin niet eens ziet, zo klein zijn ze. Maar hun levens in de poelen zijn interessant! ‘Rechten voor de natuur’, gek eigenlijk stelt Arita. Wie zijn wij om te bepalen wat wél en wat niet aanspraak kan maken op juridische bescherming? Ook weer een vraag om langer over na te denken, vind ik, ongeacht het goede werk dat deze beweging doet. Hierna lezen we prachtige beschrijvingen van een onderwaterbos en van de verschillende wieren.

Walvissen, orka’s en een natuuropstelling, wat leert ons dat over de Noordzee?

De volgende stop is Noorwegen, vlakbij de poolcirkel. Hier leven walvissen en orka’s. Arita gaat mee met een onderzoeksteam wat zich afvraagt wat de invloed is van duikers en snorkelaars op deze dieren. Tijdens een duik in een droogpak maakt Arita oogcontact met een bultrug. Het raakt haar diep en verandert haar relatie met de zee. De walvis, dat ben ik, de zee, dat zijn wij.

Wie is de zee? Arita vraagt het aan de Noordzee tijdens een natuuropstelling in Scheveningen. Denk aan een familie-opstelling, maar dan met zee-elementen: Noordzee, getijden, vervuiling, leven in zee, krachten. Alle elementen doen actief mee, behalve de Noordzee. De vragen over vervuiling lijken haar niet te raken. Het element geeft aan dat Arita moet uitzoeken wat ongezegd en ongevraagd is gebleven ….

Zeevolken en vissers, wat leren die ons over de zee?

De expeditie gaat verder met een verhaal over de zeevolken in de Straat van Makassar, via een interview met een milieu-antropoloog. Hoe kijken de Bajau, een zeevolk, aan tegen het beschermen van het leven in de zee? Op dat moment is er een conflict tussen de zeemensen en natuurorganisaties over de bescherming van schildpadden en koraalriffen. De Bajau leven van de verkoop van schilpadden-eieren en schelpdieren, en waren niet blij met allerlei dictaten wat zij mochten vangen, zonder rekening te houden met hun cultuur. Die cultuur houdt in dat zij ‘voedsel delen met de zee’, voor het daadwerkelijke vissen. Ze geven de zee aandacht, erkenning. Een ander onderdeel van de cultuur zijn de ‘zeetweelingen’. Tegelijk met een mens wordt uit de moeder ook een octopus of krokodil geboren. Die zie je niet, maar het blijkt uit het grote bloedverlies bij de bevalling. De moeder droomt over haar ‘zeekind’ en het verklaart ook de onverwachte hulp van zeedieren als mensen in nood zijn. Deze relatie, genegenheid, voor de zee kwam natuurlijk niet terug in de statistische aanpak van de milieubeschermers.  

Diezelfde milieu-antropoloog doet later onderzoek naar oesterriffen in de Noordzee. Ook hier botsen milieubeschermingsprojecten met de cultuur en de ‘stem’ van de vissers én de oesters. ‘Oesters zijn betere woordvoerders dan mensen’ zegt ze. ‘Je proeft aan de oesters hoe het met de zee gaat, hun smaak is hun stem.’ Oesters filteren het water, niet alleen voor plankton, maar ook voor vervuiling zoals zware metalen. Die blijven in hun weefsel achter. Teveel lood, en de oester legt het loodje.

Taal, is onze taal wel toereikend voor de Noordzee?

Een volgend hoofdstuk gaat over iets wat onontbeerlijk is voor de rol van Spreker: taal. Na een stuk over dichters die zich door de zee laten inspireren, en AI die de rol van zee op zich neemt en orakelachtige zinnen spuwt, gaat het over onze beleidstaal: baggerboer, omgevingswet, zee-akkers. We verstaan de taal van zeebewoners niet, begrijpen de gezangen van walvissen niet. De taal van natuurvolken kent woorden die onvertaalbaar zijn: ‘su’ , de adem van de wind, van de Altaj bijvoorbeeld. Het Navajo heeft allerlei verschillende woorden voor ‘geven’ afhankelijk van het soort voorwerp. Het Navajo hecht dus meer aan de aard van het object, het Nederlands meer aan de transactie. De naamvallen in het IJslands hangen af van de richting: over de fjord, in de fjord, naar de fjord.

Onze taal is te beperkt, ons brein is te beperkt om de omvang en impact van de klimaatverandering te vatten. Een woord als verzuring geeft geen beeld van de ramp die het oplossen van kalk in de oceanen veroorzaakt: schelpdieren, kreeften, koralen, plankton zijn afhankelijk van kalk en zullen sterven. De hele voedselketen stort in.

De bureaucraten en de Noordzee

In de bestuurskamers gaat het daar niet over. Er is geen eerbied voor de zee. Het slopen van het ecosysteem is geen probleem, omdat er geen wet is die het verbiedt. Arita twijfelt nu aan haar sollicitatie. De kloof tussen haar visie op de zee en dat van de bureaucraten is te groot, ze kan geen bruggenbouwer zijn. Ze gaat praten met pioniers die wél een brug hebben weten te slaan. Zoals de aanjager van Zoöperaties, een organisatievorm die met ‘zoè’, leven, samenwerkt, via een Spreker. Bevlogen verhalen vertellen over dat leven is cruciaal, zegt deze. Arita vraagt zich af of dat haar lukt in officiële bijeenkomsten. Een ander werkt bij onderzoeksinstituut Deltares. Deze is héééél geschikt als Spreker: ze voelt zich in beide sferen, de zee en de vergaderzaal, thuis. Arita niet.

Arita wil spreken, maar geen Spreker zijn. Ze blijft haar beeldende verhalen schrijven en zó een stem aan de natuur geven.

Ik vind het prima! Kom maar door met het volgende prachtige, poëtische boek!

Mijn evaluatie van In gesprek met de Noordzee

De beschrijvingen van wat Arita Baaijens ziet en hoort zijn prachtig. Het gaat wat verder dan de gangbare natuurfilm, is naast realistisch ook poëtisch en filosofisch. Ik leerde dus niet alleen wat over het leven in de zee, maar ook leerde ik nadenken over de human-centrische manier om naar de natuur te kijken.

Arita onderbouwt haar verslag regelmatig met cijfers, het merendeel is echter anekdotisch, uit haar eigen ervaringen of dat van haar geïnterviewden. Hoewel ik helemaal voor windmolens in de Noordzee ben, zie ik dat haar betoog relevant is voor deze besluitvorming: hebben we in de bestuurskamers wel genoeg eerbied voor, kennis van, liefde voor de zee? Hebben we het recht om andere soorten leven zó te beïnvloeden? Een tijdloze vraag.  

Ik vind het knap hoe Arita de toch wat grijze Noordzee tot leven weet te brengen, zónder foto’s (ik las het sobere eBoek, maar ook de geprinte versie heeft geen illustraties), maar via de passievolle betogen van bevlogen liefhebbers van getijdepoelen, oesters en wieren. De geïnterviewden zijn goed gekozen: experts op hun gebied, maar naast wetenschappers ook halve filosofen. Elk met een bijzonder verhaal, buiten het gangbare om. Een paar stukken vond ik minder, zoals de klimaatdichters, dat werd me té spiritueel, en dat van AI, waar ik niets leerzaams uithaalde.

Daarnaast is Arita er in geslaagd om me deelgenoot te maken van haar eigen twijfels en dilemma’s. Ze dacht zich extra nuttig te kunnen maken als Spreker voor de Noordzee, maar realiseert zich dat haar bevlogenheid niet past bij ’10 minuten op een jaarvergadering’, en beter bij het schrijven van boeken, waar ze alle tijd kan nemen voor een onderwaterbos en ‘zeetweelingen’. En haar lezers ook ….

Móét je dit boek lezen? Niet persé, de documentaire kijken kan natuurlijk óók!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees In gesprek met de Noordzee duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
  • of uit een minibieb!

Koop In gesprek met de Noordzee duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , , | 2 reacties

Recensie: Naar de aarde – voor inspiratie

In 2017 wil Laura Vegter de natuur een prominentere plaats geven in haar leven. Maar hoe? Ze zegt haar vaste baan bij een non-profit op, en trekt het land in, inspiratie zoekend bij ‘groene pioniers’. Ze noemt het een expeditie, en haar expeditieverslag komt in 2019 uit: Naar de aarde. Ik vind dat ze haar doel, ons laten zien dat het anders kan, hoop te geven en te inspireren, zeker heeft bereikt.

Laura stelt zich in dit heel persoonlijke verslag steeds kwetsbaar op. Durft ze haar hart wel te volgen en haar zekerheden op te geven? Durft ze de bijzondere uitdagingen, zoals een stikdonker zweethok, blind dwalen door een bos, wel aan te gaan? We lezen erover in dit aardige boekje, waarin Laura’s eigen ervaringen worden afgewisseld met die van 9 groene pioniers, onder wie Li An Phoa en Arita Baaijens, waarvan ik eerder boeken las. En? Was ik geïnspireerd? Door een paar pioniers zéker.

Het maatschappijboek Naar de aarde …

… staat geclassificeerd onder natuur, maar gaat in feite meer over hoe wij ons daarmee verhouden, hoe we er anders in kunnen leven. Van redelijk beperkt, door het gebruik maken van een wormenhotel om onze eigen compost te maken, tot behoorlijk ingrijpend, met het wonen in een levend dorp.

Om te beginnen met dat wormenhotel, dat sprak me zeker aan. Het idee om daar een buurtproject van te maken is heel interessant, het heeft dan veel volume, plus een mooie reden voor samenwerking en verbinding in de buurt. Iets nuttigs doen met je groen- en tuinafval is al best ingeburgerd, om er een sociaal project van te maken geeft het iets extra’s.

De tweede pionier is Li An, en haar Drinkbare rivieren-initiatief. Daar schreef zij een boeiend boek over, met als kern haar wandeling langs de Maas, van bron tot monding, waarbij ze overal de waterkwaliteit meet en gemeenschappen langs de rivier inspireert om zich in te zetten voor het terugdringen van de vervuiling.

Het levende dorp en andere eco-gemeenschappen

Het gaat verder met proeftuinen en moestuinen van en voor buurtbewoners, eco-gemeenschappen, en het kweken van oesterzwammen op koffiedik. Dan komen we bij het levende dorp. Pionier Bob leeft een paar maanden onder een zeiltje in de Australische bush en eenmaal terug in Nederland wil hij naar een vorm van ‘levend bouwen’. Het begint met een levende schutting van wilgen, zijn droom is een heel levend dorp, voor zo’n 100 mensen. Ik googelde de huidige stavaza, en vond een leuk filmpje over zijn huis, waar hij met het planten van levende bomen de muren aan het vervangen is. Dat zal een paar jaar kosten, vertelt hij. Ook Floortje Dessing besteedde in 2022 nog aandacht aan Bob en zijn huis-op-weg-naar-een-dorp. Het huis brandde eind 2023 af …

Geef-economie

Iets heel anders is het item over de geef-economie, waarin IT-er Marc gratis werkt, hij geeft cursussen over het belang van onze bodem en maakt websites. Hij leeft van donaties, en wil absoluut geen geld voor zijn werk. Voor iets betalen is vereffening, het beëindigt de relatie. Dat wil hij niet. Hij heeft een website waarop staat wat hij nodig heeft, en ontvangt goederen en geld van donateurs. Het lukt hem ervan te leven. Hij moest wel leren om te ontvangen, vertelt hij, hij vond het in het begin erg gênant. Boeiend!

Het laatste item gaat over ontdekkingsreiziger Arita Baaijens, van wie ik In gesprek met de Noordzee las. Zij vertelt over ‘witte vlekken’, plekken waar je niet aankomt, omdat ze iets speciaals vertegenwoordigen voor mensen. Plekken in de natuur waar mensen bijzondere, diepe ervaringen hebben gehad. In andere culturen zou je ze heilig noemen.

Mijn evaluatie van Naar de aarde

Ik vond het een bijzonder boekje, de pioniers zijn best extreem (behalve het wormenhotel en de oesterzwammen), radicaal zelfs, wat het moeilijk maakt je concreet te laten inspireren, maar wat heel verhelderend werkt als je wilt weten wat er allemaal kán. Het voordeel is dat niet de ‘usual suspects’ worden belicht, die binnen het systeem zaken proberen te veranderen, maar dat het over mensen gaat waar ik (op 2 na) nog nooit iets over gelezen had en die veelal buiten het systeem leven. Dat heeft dus zeker toegevoegde waarde!

De ervaringen van Laura gaan vaak over het spirituele, het proberen te ‘aarden’, knap hoe ze zich daar zo instort. Ook dat is leerzaam.

De schrijfstijl is erg persoonlijk, dat is leuk, vaak ook wat simpel. Het boekje is goed verzorgd en er staan veel foto’s in, van de pioniers zelf, niet van hun tuinen, dorpen, rivieren. De verhalen gaan ook meer over hun persoonlijke ervaringen en drijfveren, minder over de ‘producten’. Je moet aanvullend onderzoek doen om daar meer over te weten te komen. De inspiratie komt dus eerder van hun drijfveren en lef, dan hun concrete initiatieven.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos -.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Naar de aarde duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

Koop Naar de aarde duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , | 1 reactie

Recensie: De kunst van niet kiezen – fraai betoog

Waarom doet de ene leidinggevende het heel goed in een VUCA-omgeving, en de andere niet? En de andere prima in voorspelbare, transparante omgevingen, maar de ene weer niet? Ja, dat zou ik ook wel willen weten! Dus las ik De kunst van niet kiezen van Danny Mullenders uit 2025. Een intrigerende titel: die succesvolle leidinggevenden kiezen niet? En wát dan niet? Danny legt het uit in een fraai betoog waar psychologische theorieën worden gemengd met filosofische overwegingen. De praktijkvoorbeelden zijn herkenbaar voor iedereen, denk ik. Het geheel is geen how-to-stappenplan, maar bedoeld als inspiratie, iets om over na te denken. En daarvoor is er genoeg!

Het uitgangspunt is niet bijzonder origineel, als leidinggevende moet je niet anders gaan leidinggeven maar meer de stijl van leidinggeven toespitsen op de omstandigheden. De verbijzondering in 5 paradoxen is wel goed gevonden. De mix van psychologische theorieën en filosofische stukken was dan weer wél origineel, maar voor mij water en olie: het mengde niet echt lekker. Wat inhoud betreft las ik wel wat nieuwe zaken, en de stukken over onze heuristieken, biases en ander Kahneman-gedachtegoed waren een feest der herkenning.

Het managementboek De kunst van niet kiezen …

… gaat over schijnbare tegenstellingen, die geen of-of dilemma’s zijn, maar spanningsvelden, paradoxen, twee kanten van dezelfde medaille. Hierbij maak je geen keuzes, maar zie je in dat beide kanten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En dat inzicht vinden we terug bij leidinggevenden die met name 4 specifieke persoonseigenschappen hebben. Zo zijn zij succesvol in het huidige speelveld.

Dat speelveld is veranderd, stelt Danny, bedrijven opereren steeds meer in een omgeving die dynamisch is, onduidelijk, ambigue, complex. (Terwijl ik dit schrijf is Trump bezig met zijn heffingen. Best VUCA!). Dat leidt tot problemen in de interne organisatie. Als reactie hierop kun je die problematiek vereenvoudigen. Je bakent verschillende delen af. En elk probleem heeft dan één oplossing. Je gaat bijvoorbeeld óf voor mensen óf voor resultaat. Maar dat soort tegenstellingen werken niet als het complexer wordt. Je hebt te maken met paradoxen.

5 paradoxen

Een paradox is een spanningsveld met twee uitersten. Geen dilemma dus, waar je moet kiezen tussen twee tegenstellingen. Je moet juist leren om steeds soepeltjes te bewegen tussen die twee uitersten, om niet te kiezen voor een vaste positie ertussen. Het boek onderscheidt 5 paradoxen.

  1. Individualiteit versus verbondenheid. Je onderscheiden én lid van het team zijn.
  2. Authenticiteit versus professionaliteit. Bij jezelf blijven én je aanpassen aan andermans verwachtingen van je werk.
  3. Doelgerichtheid versus procesgerichtheid. Resultaat produceren én goed samenwerken.
  4. Sturen versus loslaten. Controle én autonomie.
  5. Nederigheid en heldhaftigheid. Dienend leiderschap en kracht.

Danny heeft zijn eigen praktijkervaringen gebruikt om de persoonlijke eigenschappen te identificeren die zorgen dat je soepel kunt navigeren binnen deze paradoxen. Hij is assessment- en ontwikkelpsycholoog, en ziet daardoor heel veel leidinggevenden.

4 persoonlijke eigenschappen

De 4 eigenschappen zijn:

  1. Zelfinzicht. Dit deel start met een vrij uitgebreid overzicht van diverse filosofische visies op het Zelf. Daarna volgt een stuk over heuristieken, beoordelingsfouten en meer van Kahneman’s inzichten, allemaal zeer nuttig bij het begrijpen hoeveel domme dingen je onbewust doet.
  2. Evenwicht. Dit heeft ook een flink filosofisch deel, en gaat met name over emoties. Evenwichtig is een combinatie van emoties reguleren, ontspannen en objectief zijn.
  3. Ruimdenkendheid. Dit gaat over open staan voor nieuwe dingen en alternatieven. Wat mij specifiek opviel: dit is te leren door o.a. het lezen van boeken, met name biografieën en filosofie, of boeken met steeds verschillende schrijfstijlen. Danny’s suggesties zijn De ondraaglijke lichtheid van het bestaan en Karakter. Beide las ik eerder, maar wat Danny beschrijft haalde ik er, als ik het me goed herinner, niet uit. Nog maar een keer, dan?
  4. Empathie. Spreekt voor zich, en Danny verwijst o.a. naar Roman Krznaric’s Empathie, zeer lezenswaardig. Ook dit blijkt te verbeteren door het lezen van boeken, met name realistische romans en alweer biografieën, zodat je je ‘kunt verliezen in de complexe emotionele levens van de personages’. Detectives en thrillers doen juist niets voor empathie. Jammer.

Structuur

De structuur die is gebruikt om deze 4 eigenschappen uit te werken is erg prettig. Het start steeds met ‘perspectieven’, waarin een aantal deelonderwerpen aan de orde komen en theoretisch worden uitgewerkt. Daarna volgen de ‘uitdagingen’ waarin bijvoorbeeld biases aan de orde komen. Vervolgens een onderdeel dat ‘ontwikkelen’  van die eigenschap als onderdeel heeft en het sluit af met ‘in een notendop’ waarin niet zozeer een samenvatting wordt gegeven, maar kort in andere woorden de hoofdpunten worden weergegeven.

Cases

Door het hele boek zijn cases gesprenkeld, natuurlijk geanonimiseerd. Maar, zoals Danny zegt, met zulke algemene problematiek dat ze in heel veel bedrijven voorkomen. Elke overeenkomst met je eigen bedrijf is dus zowel toeval, en juist niet toevallig. Ik vond de cases veelal oppervlakkig, niet altijd even goed bij het onderwerp passen, en ook niet altijd het fenomeen ‘niet kiezen’ onderbouwend. Zoals bij de paradox doelgerichtheid versus procesgerichtheid. Een sterke focus op de doelen leidde bij een bedrijf tot burn-out etc. De oplossing is om aandacht aan de onderlinge relatie te geven met teamuitjes en dergelijke. Het ziekteverzuim gaat omlaag, de productiviteit omhoog en de doelen zijn (makkelijker) behaald. Dat lijkt me wat te kort door de bocht. Maar er waren er ook een paar die mij raakten. Binnen het deel Evenwicht is een praktijkvoorbeeld opgenomen over ‘Sanne’ die achter haar doelen aanjaagt, wat steeds een shotje dopamine oplevert. Heel herkenbaar vond ik dat. Ze gaat van ‘gejaagd geluk’ naar ‘stil geluk’, genieten van gewoon er zijn, gearriveerd zijn. Dit is te leren, mindfulness kan helpen. Heel interessant.

Wat vond ik van De kunst van niet kiezen? 

Nou, het WOW-gevoel ontbrak, dat had ik wel bij Danny’s vorige boek: Daarom doen ze dat. Misschien omdat het aantal cases minder is/lijkt, terwijl die zo’n mooie kapstok voor theorie vormen. Misschien omdat het minder over assessments gaat, wat voor mij altijd wel een black box was.

In ieder geval zitten er wel zeker originele aspecten aan dit boek, al was het alleen maar de toevoeging van een flinke dosis filosofie aan de psychologische theorieën. Ik vond de twee niet bijster goed mengen. Ik las binnen de psychologische stukken niet superveel nieuws, maar als je Kahneman’s Ons feilbare denken niet uit je hoofd kent, levert het zeker een aantal interessante inzichten over biases en dergelijke op.

Is het onderwerp relevant en langdurig interessant? Ja, dat denk ik wel, leidinggeven blijft een lastig te leren vaardigheid en als leidinggevende ben je al snel de kop van jut bij elke interne strubbeling. Zeker nuttig om je kennis hierover te verbreden dus. Ik las geen specifieke actuele uitdagingen voor leidinggevenden, de behandelde problematiek is van alle tijden.

Over de uitvoering ben ik wat minder te spreken. Ik las het ebook, die begon met een foutieve binnenpagina. Dit boek is niet de 2de druk van juli 2023, maar gloednieuw, uit 2025 dus. Ook zitten er wat structuurfouten in de ePub, veel dubbele bladzijdenummers (lastig als je notities maakt die je later terug wilt lezen), en bovenaan de pagina hoofdstukkopjes die niet altijd overeenkomen met wat je zit te lezen. Dat levert bij mij kleine ergernissen op, die zich ongetwijfeld vertalen naar mijn tevredenheidsgevoel tijdens het lezen, wat weer tot uitdrukking komt in mijn notities en deze recensie. Die biases toch!

Ik gaf het boek 3 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Lees De kunst van niet kiezen …

  • via de (online) bibliotheek
  • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook)
  • of uit een minibieb!

Koop De kunst van niet kiezen… 

  • bij de kringloop
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris
  • of via B-Corp Bol (affiliate link)

Keus genoeg!

Geplaatst in Persoonlijke effectiviteit | Tags: , , | 1 reactie

Recensie: Van Rotterdam naar het Witte Huis – boeiend

Kirsten Verdel schrijft momenteel dagelijks een overzicht van alle besluiten van Trump, en wat daartegen gebeurt: rechtszaken en dergelijke. Ook is ze regelmatig te zien als deskundige Amerikaanse politiek in allerlei talkshows. Hoe word je dat, expert? Ik had in de boekenkast nog haar boek Van Rotterdam naar het Witte Huis staan, uit 2009, waarin ze haar deelname aan de verkiezingscampagne van Obama beschrijft. Dus hup, uit de kast, en met veel interesse haar observaties gelezen. Ja, ze heeft er wel verstand van.

Omdat het campagnevoeren in de VS niet zomaar uit de lucht kwam vallen, en om een beeld te geven wat haar drijft, begint het boek met een korte biografie. Eenmaal in het Democratische campagneteam opgenomen, schrijft Kirsten een dagboekachtig verslag van alle activiteiten, de sfeer, de hectiek, de rol van de media, en met name hoe er campagne gevoerd wordt. Veel geld en vooral, veel desinformatie. Het geeft een ontluisterend inkijkje in de Amerikaanse politiek, is goed geschreven en, ook nu nog, zeer boeiend om te lezen en relevant.

Het boek Van Rotterdam naar het Witte huis …

… beschrijft heel kort Kirsten’s middelbare schooltijd (allerlei commissies, redacteur van de schoolkrant), haar reizen naar China om in een weeshuis te werken en naar Sierra Leone om te inventariseren waar een goede-doelen-instelling het best geld aan kan besteden, en daartussendoor hoe ze heel succesvol campagne voert voor de PvdA in Rotterdam en Provinciale Staten. Ze kan niet tegen onrecht zegt ze, en uiteindelijk is politiek het gebied waar je de meeste impact kan hebben.

Dan krijgt ze een studiebeurs uit Canada, en ze pakt daar twee onderzoeken op: de complexiteit van ontwikkelingssamenwerking en de verkiezingen in de VS. Voor dat tweede onderzoek houdt ze interviews met Democratische campagnemedewerkers en daar rolt een aanbod uit om als trainee mee te werken aan de verkiezingscampagne van Obama in 2008. Ze heeft immers ervaring met campagnevoeren, én een goede indruk achtergelaten. Ze is de enige buitenlander in het team. Hét onderwerp van die verkiezingen is … (illegale) immigratie. Toen al!

Bill Richardson, Obama, Robert Kennedy jr.

In eerste instantie is ze fan van kandidaat Bill Richardson, maar die is al snel uit de race. Niet omdat hij geen goed achtergrond heeft, nee, hij is volgens haar inhoudelijk het beste. Maar media-aandacht bepaalt alles, campagnevoeren is dus heel belangrijk, en dat kost geld. Veel geld. En als je dat niet hebt, val je af. Zelfs al vóór de voorverkiezingen. Ik leerde in dit stuk onder andere over het verschil tussen een primary en een caucus, interessant.

Uiteindelijk wint Obama de voorverkiezing, en moet het opnemen tegen John McCain. Ik had de indruk dat dit een ‘goede’ republikein was, maar Kirsten is niet zuinig met haar kritiek, met name als het over de persoonlijke aanvallen op Obama gaat. McCain’s verdediging van Obama, dat hij geen moslim is, leest in haar stuk toch anders dan wat je recent nog op tv zag. Grappig genoeg is het thema wat tegen McCain werd gebruikt, dat hij ‘te oud’ was. Hij was toen 71.

De keuze voor een vicepresident is ook interessant. Kirsten wilde graag een Kennedy, en dan niet Caroline, waar nog even sprake van was, maar Robert Kennedy jr. Daar is ze een fan van. Dat zal inmiddels anders zijn. De keuze van McCain voor Sarah Palin blijkt de nagel aan zijn doodskist, en niet de vrouwelijke-stemmen-trekker waarop was gehoopt. Ze was dan ook geen Hillary, die het in de voorverkiezingen tegen Obama had afgelegd. Uitgebreid worden de blunders van Palin, en dan met name hoe de media er mee omgaan, beschreven.

Het campagneteam en de media

En dat is wat me toch het meest verraste, hoewel ik de politiek in de VS toch aardig volg. De macht van de media, de desinformatie via de media, het proberen de media te beïnvloeden, het gereed maken van allerlei stukken en video’s in de hoop dat de media het oppikken. De media lijken zélf geen onderzoekers te hebben, ze krijgen alles voorgekauwd aangeleverd van beide partijen. Fact-checking? Welnee. En fact-checks van derden worden genegeerd … Breaking News is belangrijker dan goed onderbouwd nieuws. Nu hebben wij in Nederland dit ook wel, met politiek gekleurde kranten en talkshows, maar de VS heeft de overtreffende trap. De gedetailleerde beschrijvingen van Kirsten hoe dit in zijn werk gaat leverde nieuwe inzichten op.

Mijn evaluatie van Van Rotterdam naar het Witte Huis

Ik vond het een bijzonder goed leesbaar en boeiend verslag. Met name het dagboek-achtige werkt erg goed, je krijgt zo goed inzicht in de hectiek. De spanning van de strijd is voelbaar, en de frustraties over de persoonlijke aanvallen op Obama spatten van de pagina’s. Leuk is het om te lezen over de opluchting en de feeststemming op 4 november 2008, 23.00 uur. Ook al weet je hoe het afliep, de spanning wordt goed weergegeven.

De schrijfstijl is leuk, Kisten weet haar belevenissen levendig op te schrijven. Soms ietwat zelfvoldaan vond ik, maar aan de andere kant ook wel met reden. Ze is enorm pro-actief, op het brutale af. Ze heeft al snel een enorm netwerk opgebouwd waar ze wat voor kan doen, én die haar kan helpen. Zo ritselt ze vrijkaartjes voor allerlei belangrijke events, en kan ze er wat nonchalant eentje weggeven aan diezelfde Robert Kennedy jr. Dat vond ik dan wel heel grappig. Er staan veel foto’s in het boek, zowel van China en Sierra Leone, als van de campagne.

Is dit boek nog relevant? Ja, toch wel. De details van de politieke spelletjes en het bespelen van de media toen geven weer wat inzicht in de politieke slangenkuil in de VS nu. En ook: het verhoogt Kirsten’s geloofwaardigheid bij het duiden van de politieke situatie nu. Want het is natuurlijk niet zo dat ze tussen 2008 en 2025 de Amerikaanse politiek niet intens gevolgd heeft. Integendeel, zij duidde bijvoorbeeld ook de afgelopen verkiezingen.

Daarnaast is het gewoon leuk om Kirsten zo wat beter te leren kennen.  

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Van Rotterdam naar het Witte Huis duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb! (Dat deed ik ook!)

Koop Van Rotterdam naar het Witte Huis  duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Biografie | Tags: , , , | 1 reactie