Menno Lanting gebruikt een hele aansprekende en karakteristieke structuur en schrijfstijl die garant staan voor heel informatieve en fijn leesbare boeken. Ook Iedereen CEO uit 2011 volgt dat concept: het barst uit z’n band van de beschrijvingen van bedrijven, interviews met thought leaders en belangrijke boeken om te lezen.
De insteek van dit boek is interessant: netwerken via SocialMedia, óók met de werknemers van je eigen bedrijf. Leiderschapsexpert Jaworski stelt: hoe meer zakelijke relaties je hebt, hoe groter je netwerk, hoe meer bronnen voor informatie en oplossingen. En hoe meer bronnen, hoe meer kans op succes. Seth Godin stelt: je verenigen in netwerken geeft je de macht om je eigen leiders te kiezen. Macht is ook: hoe vaak bloggers naar je linken. Leiderschap wordt zo meer horizontaal, soms zelfs per thema bepaald.
Twitteren met de baas?
Het gebruiken van Social Media om die netwerken te vormen en te onderhouden is interessant. Binnen bedrijven zie ik wel Yammer gebruikt worden, maar zeker niet Twitter, en een CEO gebruikt deze soorten tools (nog steeds) niet om contacten met zijn/haar medewerkers te onderhouden. Behalve misschien Elon Musk, dat kan zijn. En blijkbaar Roland van Geest, directeur bij Audax. Ik ben benieuwd of dat nog steeds zo is.
Want dit prima boek is wèl uit 2011. De concepten en uitgangspunten zijn nog steeds geldig en de organisatorische voorbeelden relevant. De technische ondersteuning van het netwerken heeft zich in de tussentijd verder ontwikkeld. En door het thuiswerken a.g.v. Corona heeft de digitale interactie tussen leiding en medewerkers en medewerkers onderling een impuls gekregen. Tijd voor Iedereen CEO versie 2022!
Ik las De verborgen impactvan Babette Porcelijn uit 2016. Wat een geweldig boek vond ik dat! Heel mooi uitgevoerd en met cijfermatige onderbouwing voor alle berekeningen en statistieken, die in mooie inzichtelijke infographics zijn weergegeven. Babette is op onderzoek gegaan naar de ‘externaliteiten’ van ons voedsel, huis, auto en allerlei andere zaken.
Want we focussen nu wel op onze energie en (fossiele) brandstof, maar we hebben eigenlijk geen idee hoeveel uitstoot en andere klimaat- (en sociale) ellende er bij de productie kwam kijken. Babette heeft van heel veel zaken de hele keten in beeld gebracht, wat een werk! Van elke soort product of activiteit (sector) zet ze eerst de gemiddelden naast elkaar, en dan licht ze twee cases uit en analyseert die grondig. Zo is bijvoorbeeld de casus van de (ingeblikte) tomatensaus een pareltje. Natuurlijk ontbreekt ook de impact van klimaatverandering niet, en geeft het boek tips wat je kunt doen in verschillende rollen: als consument, burger (politiek), activist, werknemer, werkgever of student, als vriend of familielid, als belegger.
Het maatschappelijke boek De verborgen impact …
… heeft als uitgangspunt dat als we willen veranderen, we moeten beginnen bij dat wat we willen (kopen, doen), want voorkomen is beter dan genezen. Als we dan toch iets willen, kunnen we kiezen voor het alternatief met de laagste impact. Inclusief de verborgen impact!
Als cases komen langs: laptop en spijkerbroek (spullen), rundvlees en tomaten (eten en drinken), vliegen en autorijden (vervoer), zonnepanelen en douchen (je huis). Elke casus wordt afgesloten met ‘Wat kan ik doen?’ met flink wat tips, op volgorde van afnemend effect. Bij rundvlees zijn dat bijvoorbeeld: word vegetariër, flexitariër, eet ander vlees (kip), eet rundvlees van dichtbij, biologisch vlees, kleinere porties. Zo zit er voor iedereen wel een tip bij die ‘haalbaar’ is.
Mijn evaluatie van De verborgen impact
Dit is een subliem boek wat ik in 2016 zeker 5* had gegeven. Ondanks dat Babette Porcelijn bewust geen specifieke initiatieven noemt, omdat deze al snel outdated zijn, zal een groot deel van haar uitgebreide cijfermateriaal na 6 jaar verouderd zijn. Echter, haar aanpak en algemene adviezen behouden hun relevantie. (Dat John Kerry vice-president was heeft men ook goed verborgen, ha ha. Foutje, Babette!).
In de jaren ’90 waren er spotjes om ons aan te zetten tot energiebesparing: Een beter milieu begint bij jezelf. Niet dus, stelt Jaap Tielbeke in het uitstekende Een beter milieu begint niet bij jezelf uit 2020. Want: we zijn ruim 20 jaar verder en er is niets verbeterd aan het milieu, integendeel. En laten we nou niet doen alsof juist wij de schuldigen en de verantwoordelijken zijn. Zo makkelijk is het niet. De maatschappij moet anders ingericht worden.
Het boek Een beter milieu begint niet bij jezelf …
… trekt heel terecht de vergelijking met de Coronacrisis. Er werden/ worden vergaande maatregelen getroffen door de overheid, wat bewijst dat als de situatie maar urgent genoeg is er veel mogelijk is. De ecologische crisis is óók urgent en heeft óók behoefte aan maatregelen vanuit de overheid.
De ‘jezelf’-spotjes hadden wel enig nut: ze gaven ons handelingsperspectief, zo voelden we ons minder machteloos, we konden (als consument) in actie komen. Psychologisch prima, ecologisch minder nuttig. Tielbeke wil ons in zijn boek een ander handelingsperspectief geven: we kunnen als burger in actie komen. De barricaden op! Dat kan ook ecologisch succesvol zijn.
4 mythes ontzenuwd
Het eerste deel van het boek is gericht op het ontzenuwen van een aantal mythes. Ten eerste die van ‘de schuld van de mensheid’. We zijn met teveel en blijven ons vermenigvuldigen. En we hebben als mensheid bedacht dat kolen stoken voor een stoommachine een goed idee was, dat was onvermijdelijk in onze ontwikkeling. Onzin. Het gaat niet om over-populatie, maar om over-consumptie. En om winst.
Tussen 1980 en 2005 groeide de wereldbevolking, sub-Sahara Afrika was verantwoordelijk voor 19% hiervan, en voor 3% stijging van de CO2 emissie. Noord Amerika was verantwoordelijk voor 4% bevolkingsgroei en 14% meer emissie.
In Niger heeft een moeder gemiddeld (!) 7 kinderen, en stoot een inwoner 0,11 megaton CO2 uit. In Nederland heeft een moeder 1,7 kinderen en stoot een inwoner 174 megaton CO2 uit.
De stoommachine werd niet uitgevonden door ‘de mensheid’ maar door een fabriekseigenaar in Groot-Brittannië die minder menselijke arbeid wilde. (En niet omdat hij het zo zielig vond dat die arbeiders zo hard moesten zwoegen).
Gedragsverandering, boekhouders en technologie
De tweede mythe is die van de groene consument, het idee dat we met individuele gedragsverandering het tij kunnen keren. Onzin. Het gaat om bedrijven die bewust schadelijke processen instandhouden. Zelfs het duurzame Unilever doet mee, want is de grootste verbruiker van palmolie, die de jungle in Indonesië vernietigt. Daar is een structurele oplossing voor nodig.
De derde mythe gaat over het bijhouden van CO2-emissies en de emissiehandel, waarbij multinationals als Tata Steel gratis uitstootrechten kregen, en universiteiten en ziekenhuizen moeten betalen. De rapportages over emissies zijn onbetrouwbaar en de prijs van de emissierechten veel te laag om impact te hebben, stelt Tielbeke. En de focus op de ‘boekhoudkundige’ CO2-emissies lost niet alle aspecten van de ecologische crisis op. Hoge CO2 is eerder een symptoom van de crisis: een verstoorde verhouding tussen ons en de planeet.
Als laatste mythe de ‘technofix’, het vertrouwen in technische innovaties, zoals geo-engeneering, en andere oplossingen, zoals nóg meer koeien per m2 houden. In het verleden hebben we óók allerlei technischer innovaties gehad, zoals zuiniger auto’s, die toch niet het gewenste resultaat opleverden: we gingen gewoon meer rijden. Er worden de laatste jaren steeds meer elektrische auto’s verkocht, en toch neemt het verbruik van fossiele brandstoffen toe. Hoeveel vertrouwen moet je hebben in het resultaat van toekomstige technofixes?
Wat kunnen we doen?
Nu we een beter beeld hebben van de problemen en de minder goede oplossingen, presenteert Tielbeke drie oplossingsrichtingen waar we wél wat mee kunnen en waar we als burger invloed kunnen hebben: in de rechtbank, op de barricaden en bij de politiek.
Er komen steeds meer rechtszaken: tegen de staat, tegen bedrijven, tegen bestuurders. Met goede resultaten, dat zeker. Maar zo zijn de sigarettenfabrikanten ook aangepakt, en dat heeft decennia geduurd. Zoveel tijd hebben we niet! De rechtszaak van Urgenda duurde 6 jaar! Dit soort rechtszaken zal waarschijnlijk zorgen voor bewustwording, maar er is meer nodig.
Activisme dan. Denk aan Greta Thunberg, maar ook aan Follow This, een activistische aandeelhouder van de fossiele bedrijven. Nu is het zo dat angst verlammend werkt, maar woede spoort aan tot actie, en voor woede is een vijand nodig. Het is dus nodig om een schuldige aan te wijzen. De lakse politici (‘How dare you’), en de vervuilende bedrijven. Activisme, zoals demonstraties, genereert media-aandacht en is al eerder het begin van systeemverandering geweest (vrouwenkiesrecht, homohuwelijk).
En dan de politiek. Er is sprak van lakse politici, maar ook van vooruitgang. De Green New Deal bijvoorbeeld, in 2018 geïnitieerd in de VS door de activistische AOC en door Europa overgenomen. Zo’n Green New Deal is een aantrekkelijk vergezicht, een soort routekaart, waar er daarvoor alleen maar kritiek was uit de activistische hoek. Nu is er wel kritiek op de ‘socialistische’ componenten, die echter nodig zijn om de lasten niet (alleen) bij de lage inkomens te leggen, die in slecht geïsoleerde huurwoningen wonen en dus een hogere elektra-rekening krijgen, die geen budget hebben voor een elektrisch auto en dus een milieutaks over hun oude diesel moeten betalen. Daar moet wat tegenover staan. Beter OV, bijvoorbeeld. Gratis isolatie. Het hele systeem van ‘uitbuiting’, zowel van mensen als van de natuur, moet op de schop.
Individuele acties
Individuen kunnen toch wél het verschil maken, kunnen impactvolle acties ondernemen. Greta had kunnen stoppen met vliegen en verder gewoon naar school kunnen gaan. Roger Cox (de jurist van Urgenda) had vegetariër kunnen worden en verder niks. AOC had zonnepanelen op haar dak kunnen leggen, maar uit de politiek kunnen blijven. Dan was er veel minder vooruitgang geboekt. Je kunt dus wél het verschil maken, als je verder gaat dan stoppen met vliegen, vegetariër worden en zonnepanelen op je dak leggen.
Evaluatie
Dit is een met passie geschreven boek wat bovendien heel fijn leest. Tielbeke zwaait niet met het vingertje van de dominees en refereert regelmatig naar zijn eigen halfslachtigheid. Mooi als je je zo kwetsbaar kunt opstellen, het maakt het herkenbaar voor de lezers.
De problemen van klimaatverandering worden goed geduid, met veel verwijzingen naar boeken voor verdieping (waaronder De onbewoonbare aarde en Brand, die ik ken en van harte aanbeveel), maar presenteert geen nieuwe inzichten. Dat mag je ook niet verwachten, de IPCC-rapporten zijn de basis. Het is een goed overzicht voor mensen die nog niet helemaal ingelezen zijn over klimaatverandering. Prettig is dat veel voorbeelden over de Nederlandse situatie gaan, hier heb ik zeker wat van opgestoken.
De insteek voor de ‘oplossing’ is goed gevonden: je hoeft je niet schuldig te voelen, maar je moet wél wat doen, en zeker wat meer dan de spotjes van vroeger voorstelden.
Minpuntje: het boek is na één keer al ‘stukgelezen’.
Ik ben mijn boekenkast aan het opruimen en houd alleen de boeken die ik nog (een keer) wil lezen. Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk las ik net na de publicatie in 2015, en voordat het wegging, las ik het nóg een keer. En ik vond het nog nét zo goed! Sterker nog, na 7 jaar is het misschien nóg schokkender, omdat de cultuur en de praktijken die Luyendijk blootlegt alleen maar wijdverbreider schijnen te worden.
De centrale vraag in dit boek: hoe kunnen de bankiers met zichzelf leven, na de financiële crisis waar zij de schuld van waren? Het korte antwoord: ze voelen zich niet schuldig. Ze waren niet verantwoordelijk, het lag aan het systeem, aan een paar rotte appels, of juist: iedereen doet het (zeiden de bankiers). Of ze voelden zich wel verantwoordelijk, maar zaten klem in hun baan, hun gouden kooi, hadden geen invloed, ontslag hing boven hun hoofd (zeiden de tweedelijns functionarissen). En er is vrijwel niets veranderd, dus zo’n crisis kan zomaar nóg een keer gebeuren.
Het maatschappelijke boek Dit kan niet waar zijn …
is gebaseerd op een blog. Luyendijk schreef namelijk net na de crisis voor The Guardian een blog waarop hij interviews met bankiers en andere functionarissen uit de City publiceerde, en waarop van alle kanten werd gereageerd. Op basis van dat blog, en de extra, niet gepubliceerde interviews, totaal 200 (!), schreef hij dit boek, en voegde er zelf zijn conclusies aan toe. Van de financiële sector hoeven we geen verbetering te verwachten, de cultuur is onveranderd. Het is aan de politiek, en dus aan ons, die de politici kiezen, om te zorgen voor verandering, zo stelt hij.
Zijn uitstekende boek, met de schokkende interviews én externe documentatie, onderbouwt die visie. Luyendijk heeft bereikt wat hij wilde: brede bekendheid van de feiten, van de cultuur in de sector, en van de kans dat dit nog een keer gebeurt. Maar heeft dit uiteindelijk tot veel verandering geleid?
Er is geen discussie meer of er wel klimaatverandering is. Zelfs de fossiele industrie geeft dit inmiddels toe. Die oorlog is voorbij. Maar er is wel een nieuwe oorlog: over wat we eraan moeten doen, en óf dat nog wel zinvol is, zo stelt The New Climate War van Michael E. Mann uit 2021.
Die ‘nieuwe’ klimaatoorlog wordt wéér gevoerd met de fossiele industrie (de ‘inactivisten’), maar ook tussen de klimaatactivisten onderling. En zolang die nieuwe oorlog gevoerd wordt, gebeurt er te weinig en blijft de CO2 uitstoot te hoog. Dit prima boek laat zien hoe die oorlog wordt gevoerd en wat we daaraan kunnen doen. Ik las heel wat eye-openers!
Het managementboek The New Climate War ….
… onderscheidt een aantal technieken die de fossiele industrie gebruikt om actie tegen fossiele brandstoffen te bemoeilijken. Dat zijn denial, downplay, deflect, divide, delay, doom (het is een Engelstalig boek en nog niet in het Nederlands vertaald).
Ontkennen en bagatelliseren
Denial en downplay, ontkennen en bagatelliseren spreekt voor zich, Mann stelt dat dit steeds moeilijker wordt omdat de bewijzen voor (de enorme impact van) klimaatverandering zich opstapelen.
Afbuigen
Deflect, afbuigen, wil zeggen de oorzaak bij iets of iemand anders leggen. Zoals men in de VS stelt dat de oorzaak van schietpartijen op scholen niet de makkelijke verkrijgbaarheid van schiettuig is, maar de geestelijke problemen van de schutters. De bank vliegt niet in de fik door die brandende sigaret, maar door het brandbare materiaal van de bank. En de CO2-emissie komt niet door de producenten, maar door de gebruikers, die erom blijven vragen. Het is de schuld van de consument.
Dit gaat gepaard met mediacampagnes die deze visie versterken, die ons aanzetten een andere levensstijl te kiezen, en die klimaatwetenschappers als hypocriet uitmaken en zo minder geloofwaardig maken als ze niet a la Greta met de (recyclebare) boot naar conferenties gaan.
Verdeel en heers
Divide, verdelen, is een bekende techniek: verdeel en heers. Er wordt met behulp van de media een kloof gecreëerd tussen de verschillende soorten klimaatactivisten, die verschillende soorten oplossingen voorstaan. Neem bijvoorbeeld de handel in emissierechten. Veel klimaatactivisten zijn ertegen omdat het niet ver genoeg gaat, het geen belasting is die álle emissie duurder maakt. Maar een carbon tax heeft veel tegenstanders (onder de Republikeinen uit principe , en onder laag betaalden omdat het te duur wordt) en is dus minder makkelijk te implementeren. Het trollenleger op socmed doet flink mee aan de verdeelstrategie, betaald door de fossiele industrie. En door Rusland! Want vergeet niet dat Rusland een grote fossiele brandstofleverancier is, en op korte termijn voordeel heeft bij klimaatverandering.
Vertragen
Delay, vertragen, is makkelijk. Elke wet of oplossing krijgt kritiek, er zou naar een nog betere oplossing toegewerkt moeten worden, et cetera. Mann zelf heeft veel kritiek op de ‘technische’ oplossingen die niet de oorzaak aanpakken (het fossiele brandstof-gebruik), maar de resulterende opwarming. Hij onderbouwt het met fijne uitgebreide toelichtingen op diverse chemische processen en allerlei emissiebeperkende technieken. Zo wist ik niet dat bij het boren naar gas, altijd methaan vrijkomt, wat nog veel schadelijker is dan CO2, waardoor gas als ‘tijdelijke’ oplossing niet erg geschikt is. En ik wist ook niet zoveel van CCS, carbon capture and sequestration, en dat dit nauwelijks een goede oplossing is door beperkte schaalbaarheid. Hetzelfde geldt voor geo-engeneering, wat nog in de kinderschoenen staat, veel risico’s kent en niet terug te draaien is. Geld uitgeven aan ‘adaptation’, maatregelen die de impact verminderen (dijken bijvoorbeeld) vind hij zonde van het geld, stop dat in preventieve maatregelen!
Doemdenken
Doom of doemdenken is stellen dat we al te laat zijn, wat Mann bestrijdt. Lastiger is ‘zacht doemdenken’, waarin het gaat over onze wil om de maatregelen te nemen. ’Het lukt ons toch niet want we hebben de wilskracht niet’, is het mantra in de media. Daardoor geven we op voordat we het zelfs maar proberen, en dus is dat een selffulfilling prophesy. Mann stelt ook dat angst aanjagen, zoals in de bestseller De onbewoonbare aarde, niet effectief is, omdat het juist doemdenken, en dus inactiviteit, aanjaagt.
Optimisme
Mann is voorzichtig optimistisch over de mogelijkheden om te crisis aan te pakken. Daar heeft hij drie redenen voor:
Het extreme weer, wat de dreiging aansprekender maakt.
COVID, wat onze kwetsbaarheid duidelijk heeft gemaakt, en tegelijkertijd het vertrouwen in de wetenschap heeft verhoogd. Ook werd duidelijk dat de beperkte mobiliteit door COVID vrijwel niets voor de uitstoot heeft betekend. Het gaat dus minder om individueel gedrag en meer om bedrijven.
Verhoogd activisme, met name vanuit de jongere generatie. Zelfs de kinderen van OPEC-VIP’s spreken hun ouders aan!
Mann vat samen wat er nodig is: én gedragsaanpassing én overheidsbeleid én technologische innovatie.
Aanvalsplan
The New Climate War geeft ook een ‘aanvalsplan’ om de oorlog te beslechten in het voordeel van de activisten. Dit is wat wij allemaal moeten doen:
Negeer de doemdenkers. Het doemdenken wordt aangewakkerd door de fossiele industrie, zodat ze kunnen doorgaan met business as usual. Het is echt nog niet te laat, draag dat uit.
Een kleine jongen zal ze hoeden. De jonge generatie is keihard bezig de planeet te redden. We moeten ze steunen en van ze leren, en onze acties op een lijn brengen met die van hun.
Opleiden, opleiden en nog eens opleiden. Er zijn nog veel mensen die niet weten wat en wie ze moeten geloven. Laten we ze daarmee helpen zodat ze onze kant versterken.
Het systeem veranderen vereist een systeemverandering. Het gaat niet lukken met alleen acties van individuen, met levensstijl verandering. Er is nieuw overheidsbeleid nodig om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken.
Evaluatie
Het boek gaat met name in op de politieke situatie in de VS, en beschrijft gedetailleerd de acties van de bedrijven en instituten daar, plus de artikelen in Amerikaanse kranten en tijdschriften. De problematiek, oplossingen en de ‘oorlogstechnieken’ zijn echter vrij universeel, dit maakt het boek bijzonder leerzaam. Ik ga echt anders naar reclame kijken!
Het is prettig geschreven, met weinig jargon en heel veel referenties naar onderzoek. Niet zo gek, Mann is een van de belangrijkste klimaatwetenschappers in de VS. Hij komt wel wat klagerig over, snapt niet dat mede-activisten hém bekritiseren. Grappig, want in dit boek doet hij niets anders met diezelfde collegae. Bill Gates bijvoorbeeld krijgt er flink van langs. Jammer, dat ondergraaft zijn boodschap.
Ik heb even gecheckt of het nieuwste IPCC-rapport, dat van februari 2022, de stellingen uit dit boek onderuithalen. Daarvan heb ik niets gelezen, alleen dat de situatie nog urgenter is. Maar: laten we niet doemdenken! Laten we de politiek beïnvloeden! Stemmen dus! Oh, wacht ….
Mann refereert naar het uitstekende boek De onbewoonbare aarde (The Unhabitable Earth) van David Wallace-Wells waarvan hij vindt dat deze teveel angst aanjaagt en misschien verlamt. Ik ben het daar niet mee eens, het schudde me juist wakker! Lees mijn recensie hier.
En Bill Gates krijgt er dus van langs, omdat hij een voorstander is van technologische innovaties. Ik las Gates’ Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden, en vind dit een uitstekend boek. Gates is óók voor gedragsverandering en overheidsbeleid, maar focust zich op waar hij affiniteit mee heeft: techniek. Niks mis mee, vind ik. Hoe meer innovatie, hoe beter. Lees mijn recensie hier.
Het uitstekende, prijswinnende boek Onzichtbare vrouwen van Carolina Criado Perez uit 2019 gaat over Big Data en vrouwen. Of beter: over Big Data zónder vrouwen. Over besluiten nemen op basis van data die alleen van mannen zijn. Vaak onbewust. Het levert discriminatie van vrouwen op, tot levensbedreigende situaties aan toe. Dit boek heeft me geschokt, juist omdat het tegengaan van de onderliggende bias zo lastig is.
Het maatschappelijke boek Onzichtbare vrouwen …
… gaat over de ‘genderdatakloof’. In het verleden, maar ook vandaag de dag is de man het uitgangspunt van wetenschappelijke studies. Dat is voor vrouwen soms onaangenaam (kantoortemperaturen die op mannelijke ervaringen zijn gebaseerd, rillen dus!) en soms zelfs levensbedreigend (veiligheidsgordels die met mannenmaten zijn ontworpen). Dit is vaak niet eens bewust gedaan, er is gewoon onvoldoende besef dat vrouwen anders zijn dan mannen. Vrouwen worden niet gezien, dat is misschien nog erger dan bewust genegeerd of onderdrukt worden. Vrouwen zijn onzichtbaar.
Genderdatakloof
De genderdatakloof ontstaat wanneer data van vrouwen niet wordt verzameld of, als dat wel gebeurt, deze vrouwen-data niet wordt gescheiden van de data van mannen. Dan heb je dus geen statistieken specifiek voor vrouwen in het onderzoek. Wist je dat data over gehandicapten, huidskleur, sociale klasse, bijna nooit naar sekse worden gesplitst? Hierdoor zijn er nauwelijks statistieken van gehandicapte vrouwen, gekleurde vrouwen, etc.
Big Data en Artificial Intelligence (AI) kunnen voor geweldige doorbraken zorgen. Maar: garbage in = garbage out. Stop er data in die onvolledig is, en de uitkomsten zullen verkeerd zijn. Datakloof. Maar er is nog een oorzaak: als degenen die beslissingen nemen alleen maar (gezonde, witte) mannen zijn. Zij realiseren zich niet eens dat alleen hún gezichtspunt wordt meegenomen, voor hen is dat het énige gezichtspunt. Het gevolg is onbewuste, systematische discriminatie. Toeval? Dit boek stelt van niet. Het is een bias, de ‘mens=man bias’.
Taal
Interessant is de in de inleiding opgenomen verhandeling over taal, waarbij het feit dat in het Engels ‘man’ zowel man als mens betekent, al voorspellend is. Als wij ‘hij’ lezen in een tekst, kunnen we misschien wel weten dat hij/zij wordt bedoeld, dat hij ‘generisch’ is, maar onbewust denken we: ‘mannelijk’. Dat geldt ook voor termen als dokter; dokteres bestaat, maar is niet gangbaar. Bij ‘dokter’ denken we aan een man. In het Frans en Spaans gebruiken we geslachten: le/la. Bij groepen mensen zien we in het Spaans iets bijzonder: een groep vrouwelijke onderwijzers is las profesoras, maar doe er één man bij, en het wordt los profesores. Want mannelijk is de standaard.
Het toevoegen van m/v aan een personeelsadvertentie heeft geen enkele invloed op ons vooroordeel dat bijvoorbeeld een dokter een man is, zo blijkt uit onderzoek waarbij mannen en vrouwen een tekening moesten maken van diverse mensen-woorden: user, person, designer, etc. Zelfs vrouwen kiezen dan in 80% van de gevallen voor een mannelijk poppetje (mannen nog meer). Een bias dus. De standaard is man.
Lichamelijke verschillen
Het boek puilt uit van de voorbeelden van onderzoeken, waarvan veel gaan over de lichamelijke verschillen tussen de vrouwen en mannen. Ik pikte er een paar bijzondere uit:
Een piano heeft een standaardwijdte, een octaaf is 18,8 cm. Vrouwenhanden zijn gemiddeld tussen de 17,8 en 20,3 cm wijd. De twaalf pianisten die tot de internationale top behoren hebben een handwijdte van minimaal 22,3. Daar waren twee vrouwen bij: met handwijdtes van 22,9 en 24,1 cm. One-size-fits-men.
Stemherkenning in auto’s is ontworpen op de lagere stemmen van mannen en werkt bij vrouwen vaak niet (goed). Hetzelfde geldt voor de dicteersystemen in ziekenhuizen. De databanken waarop de technologie is gebaseerd, wordt gedomineerd (70%) door mannenstemmen.
In het algemeen geldt dat databanken die gebruikt worden voor ontwikkelprocessen gevuld zijn met data van mannen, niet alleen geluid maar ook beeld en tekst. (Wat tekst betreft: Siri was op het moment van lancering ook op mannen gericht, het woord prostitué begreep Siri prima, aborteur niet, hartaanval wel, verkracht niet.)
Vrouwen zijn lichamelijk écht anders dan mannen, tot op cel-niveau aan toe. Ze hebben bijvoorbeeld van nature 3x zoveel kans om auto-immuunziekten te krijgen, waardoor ze ook sterkere afweerreacties tegen vaccins hebben. Toch maken vrouwen bij klinisch onderzoeken minder dan 50% uit. ( Ook bij de COVID-vaccins speelde dit-ESC).
Proefdieren zijn vaak alleen mannelijk, en als dat niet zo is, worden de resultaten niet per sekse uitgesplitst. Niet relevant? Nou, een recent onderzoek met muizen leverde voor vrouwelijke muizen exact tegenovergestelde resultaten op van een eerder onderzoek met louter mannelijke muizen!
Onbetaald werk
Een andere invalshoek is die van het feit dat de zorgtaken en ander onbetaald werk veelal op het bord van de vrouw liggen. Dat wist ik al. Maar dat levert bijzondere effecten op, die ik nog niet wist:
Zweden veranderde de volgorde van sneeuwschuiven. Niet eerst de rijbaan, dan de stoepen, maar andersom. Met een auto ploeg je makkelijker door de sneeuw dan met een kinderwagen, dacht men terecht. Deze verandering leverde zelfs geld op: veel minder medische kosten als gevolg van ongelukken met uitglijden. Onverwacht was dat 70% van die ongelukken vrouwen betrof, omdat vrouwen zich veel meer ‘verplaatsen’ (kinderen naar school brengen, boodschappen, zorg).
Lange werkdagen leiden bij vrouwen veel meer (tot 300%!) tot dodelijke ziekten dan bij mannen. ‘Zwakke geslacht’? Nee, vrouwen doen daarnaast ook nog veel meer onbetaald werk: zorgtaken. Extreem lange dagen dus.
Vrouwen genezen na een hartoperatie minder goed dan mannen. Hier dan ‘zwakke geslacht’? Nee. Vrouwen gaan zodra ze thuis zijn direct weer zorgen voor anderen, terwijl mannen meestal verzorgd worden.
Vrouwelijke academici (en veel andere beroepen) doen veel meer onbetaald werk (studenten coachen) en administratieve klusjes (aantekeningen maken, koffie halen) dan mannen, want ze worden benadeeld als ze niet ‘aardig genoeg’ zijn. Academici! (Ook opvallend: vrouwelijke academici kunnen hun artikelen beter anoniem schrijven, dan worden die vaker geaccepteerd en hoger gewaardeerd. Artikelen die duidelijk van vrouwen zijn worden sowieso 70% minder geciteerd. Als vrouw alleen je voorletter gebruiken helpt.)
Vrouwen zichtbaar maken
Wat moet er gebeuren om deze systematische discriminatie tegen te gaan? Belangrijk is de bereidheid om die vrouwen-data te verzamelen, ook al kost het geld, of je reputatie (bijvoorbeeld seksueel geweld in je overvolle bussen of metro’s, dat wil je liever niet weten, toch, gemeente?). Daarnaast de bereidheid om de data die er is, ook te gebruiken.
Interessant is dat als vrouwen bij een onderzoek betrokken zijn, de genderdatakloof aantoonbaar gedicht wordt. Vrouwelijke topfunctionarissen nemen het vrouwelijke perspectief mee bij besluitvorming, vrouwelijke onderzoekers zorgen voor genoeg vrouwen-data, afgesplitst van de mannen-data. Genoeg reden dus voor een betere participatie van vrouwen in bedrijven en overheid.
Mijn evaluatie van Onzichtbare vrouwen
Bij dit boek dacht ik op elke pagina: dat kan toch niet waar zijn? Maar dat is het wel. De hoeveelheid onderzoeken die de auteur noemt is overweldigend en de effecten van de mens=man bias zijn enorm. En hoewel er wel wat verbeterd lijkt in de afgelopen paar jaar (ik testte de vertaal-software), is er ook heel veel nog niet gefixed (ik checkte de vaccins). De conclusies blijven dus overeind.
Toch is dit geen zwaar boek. Het is grappig, vaak cynisch geschreven, met een ondertoon van irritatie. Ook is het inspirerend, omdat er ook veel voorbeelden in staan hoe het beter kan (vaak uit Scandinavië, zou dat toeval zijn?) Ik las het bijna in één adem uit.
Een aantal zaken zul je (als vrouw) al kennen, want daar wordt al vaak over geschreven. Maar discriminatie is als een ijsberg: er is nog ongelofelijk veel onder het wateroppervlak, wat je niet ziet. Een relevant boek voor vrouwen, die alle zeilen moeten bijzetten om gezien te worden.
Echter, dit boek is ook heel relevant voor het bedrijfsleven. In alle sectoren is 50% van de doelgroep vrouw. Zou je daar niet alles van willen weten? Zou je die niet net zo goed willen bedienen als die andere 50%, waarvan je wel data hebt? Vast wel. Zorg voor vrouwen op de juiste posities in je bedrijf, en je bent al een heel eind. Dóé wat met je Big vrouwen-Data en maak de wereld een stukje beter.
Gemeenten die stoepen sneeuwvrij maken, ideetje misschien?
De bestseller The Righteous Mind van Jonathan Haidt verscheen al in 2012 en is in 2021 (waarom toen pas??) in het Nederlands vertaald onder de titel Het rechtvaardigheidsgevoel. Een uitstekend boek wat het ontstaan van onze morele waarden en de invloed van cultuur daarop, onder de loep neemt. Veel wetenschappelijke onderbouwing, vlot geschreven, en vol ‘WOW-wist-ik-niet’. Het heeft mijn gedachten over moraliteit, religie en conservatieve politiek grondig veranderd.
Het managementboek The righteous mind / Het rechtvaardigheidsgevoel begint ..
… met een aantal pagina’s die hilarisch zijn, maar een belangrijke boodschap overbrengen. Lees dit verhaaltje en besluit of deze mensen iets moreel kwalijks hebben gedaan.
‘De hond van een familie werd door een auto doodgereden, vlak voor hun huis. Ze hadden gehoord dat hondenvlees heerlijk was, dus sneden ze de hond in stukken, maakten er een lekker hapje van en aten het op. Niemand zag het ze doen.’
Oh, nee! Mijn eerste reactie was walging. Dat doe je toch niet! En wat vond jij? Ook walgelijk, wed ik. Maar vond je het ook moreel onjuist? En waarom? De hond was al dood, dus merkte er niets van, toch? En het was hun eigen hond, daar mogen ze toch mee doen wat ze willen? En ze schokten er ook niemand anders mee …
Nog een verhaaltje:
‘Een man gaat elke week naar de supermarkt en koopt een diepvrieskip. Voordat hij de kip braadt, heeft hij er seks mee. Dan maakt hij het klaar en eet het op.’
Wat mij betreft dezelfde reactie: dat dóé je toch niet! Maar is het moreel onjuist? Ik kan dat niet beredeneren.
WEIRD
Haidt stelt dat deze reactie (walgelijk, maar geen moreel issue) typisch is voor WEIRDo’s: mensen uit WEIRD gemeenschappen: western, educated, industrialized, rich, democratic. Hier reken ik mezelf dus toe. Jij ook? Andere groepen zien hier wél morele fouten. Moraliteit is overal verschillend, en Haidt legt ons in zeer begrijpelijke taal uit waarom dat is.
Intuïtie en rationaliteit
Het eerste deel gaat over intuïtie en rationeel beredeneren, voor de Kahneman-kenners: Systeem 1 en Systeem 2. De bovenstaande verhaaltjes vind je intuïtief moreel kwalijk, maar je kunt het niet beredeneren. Haidt gebruikt de vergelijking van een olifant en berijder. De olifant is de intuïtie en bepaalt welke kant het stel opgaat. De berijder heeft maar een klein beetje invloed. Moraliteit wordt bepaald door intuïtie, niet door rationaliteit.
Er worden diverse wetenschappelijke studies aangehaald om dit te onderbouwen, waaronder de bekende Implicit Association Test (die heb ik eens gedaan en was geschokt!) en grappige feitjes, waaronder het gegeven dat boeken over ethiek nog meer uit bibliotheken gestolen worden dan andere boeken (ha ha!). Ethiek vanuit een rationeel perspectief bekijken, als filosoof bijvoorbeeld, zegt dus niet over jouw moraliteit.
Interessant vond ik de wetenschappelijke experimenten met hele jonge kinderen, waaruit blijkt dat onze allereerste moraliteit Care/harm is (ik las dit boek in het Engels). We kunnen er niet tegen als weerloze mensen/dieren leed wordt aangedaan. De tweede moraliteit is Fairness/ cheating. Hij maakt later een onderscheid in de interpretatie van Fairness van politiek links (iedereen gelijk, basisinkomen) en politiek rechts (proportioneel, hardere werkers krijgen meer salaris).
Meer morele smaken
Het tweede deel gaat over de vier andere moraliteiten: Liberty/ oppression, Loyalty/ betrayal, Authority/ subversion en Sanctity/ degradation. Haidt maakt zelf expliciet kennis met deze moraliteiten als hij op antropologisch onderzoek gaat naar India. Hij ontdekt de link met ‘relaties’, die wij WEIRDo’s veel minder hebben dan andere gemeenschappen. (Dit is ook wetenschappelijk aangetoond met onderzoeken, wij zien de absolute lengte van een lijn beter dan de relatieve lengte ervan ten opzichte van een ander object. Andere groepen hebben precies het omgekeerde.) Wij WEIRDo’s zijn individualistisch en hechten daardoor vrijwel alleen aan de moraliteiten Care/ harm en Fairness / cheating. Dat is onze ‘Matrix’, onze realiteit.
Andere culturen, meer collectivistisch, hechten meer aan de groeps-gebaseerde moraliteiten, zitten in hun eigen Matrix. We hebben geen idee dat er een andere Matrix is! Niet alleen is dat onhandig, want we begrijpen anderen niet, het is ook eenzijdig, maakt ons minder menselijk. Als een tong met receptoren voor 6 smaken, waarvan we er maar 2 gebruiken. Je wilt toch niet in een restaurant eten dat alleen maar diverse soorten zoet serveert?
Groepig
De groeps-gerelateerde moraliteiten worden verder uitgewerkt in het derde deel. Hierin gaat het o.a. over iets overhebben voor je land, je gemeenschap, zonder dat je er zelf beter van wordt. We zijn van nature zelfzuchtig, als onze neven de chimpansees, maar ook altruïstisch, als de bijen die hun leven geven voor de zwerm. Haidt stelt dat groepsleden die té zelfzuchtig waren, profiteurs, al snel geen aansluiting meer hadden, geen vrouw konden krijgen en dus minder kinderen verwekten. ‘Groepige’ groepsleden gaven hun genen door. De groep wordt hecht door de groeps-gerelateerde morele normen; dit is het standaard gedrag, daar kun je van op aan, hoe groot de groep ook is. Uit onze evolutie blijkt dat hechte groepen beter samenwerken en daardoor succesvoller zijn. Niet alleen in het oorlog voeren met anderen, maar in het omzetten van grondstoffen naar eindproduct (kinderen).
Religie was één van de middelen voor binding in de groep. Het gaat niet over een boven-natuurlijke kracht, maar over gedeelde normen, regels die het gedrag bepalen, waaronder altruïsme. Godsdienstige mensen geven veel meer aan goede (ook niet-religieuze) doelen.
Haidt trekt de redenatie van binding door naar bedrijven: hoe beter er wordt samengewerkt hoe beter het resultaat. Dat weten we. Echter, hij waarschuwt voor diversiteit, we werken het beste samen, verbinden ons het best, met gelijkaardige mensen, die op ons lijken. Ik schrik even! Maar het is geen pleidooi voor discriminatie, eerder een oproep om veel te investeren in de overeenkomsten van de werknemers, zoals een gedeeld doel.
Politiek
Heel boeiend zijn de implicaties voor de politiek. Het is aantoonbaar dat in onze genen al de aanleg zit voor links of rechts gedrag, zelfs bij twee-eiige tweelingen kunnen die verschillen. Meer genen die dopamine maken? Dan sta je meer open voor verandering en heb je aanleg tot ‘linkse’ moraliteiten. Meer genen die serotonine maken? Dan heb je aanleg voor angst, en defensieve, ‘rechtse’ moraliteit. Onze jeugd bepaalt hoe sterk deze aanleg wordt vertaald in feitelijk (stem)gedrag.
Heidt toont zich een democraat die heel scherp ziet dat er bij links te weinig aandacht is voor de andere ‘Matrix’. Hij waardeert de conservatieve moraliteiten (maar niet persé de Republikeinse partij, zo maakt hij duidelijk, ha ha).
Evaluatie
Dit is een uiterst relevant boek waarin de problematiek van vandaag de dag (cultuurverschillen, polarisatie) objectief, helder en humoristisch wordt geduid. Het beslaat een groot terrein, van evolutie, via antropologie naar psychologie, maar nergens is sprake van jargon. Vlot geschreven, ondanks de omvang las ik het bijna in één adem uit. En het heeft een goed doel: Haidt pleit voor meer begrip voor (de moraliteiten) van de ander. Dat is bij mij redelijk gelukt, al zeg ik het zelf. Ik zou best wat minder WEIRD willen zijn. Nou ja, minder individualistisch, om te beginnen, minder chimp en meer bij. Beter voor de mensheid. En voor mijzelf vast ook. Maar ja, die genen he? Is er nog hoop?
De Corona-maatregelen zijn weer versoepeld. Maar voorlopig zullen we nog niet helemaal ‘terug naar normaal’ gaan. Vervelend en fijn! Met Jitske Kramer’s uitstekende Werk heeft het gebouw verlaten uit 2020 kun je het minder vervelend en veel fijner maken!
Corona wordt endemisch, zo hoor ik. Minder ziekmakend, wel besmettelijk en voorlopig nog bij ons. Daarmee worden veel maatregelen waarschijnlijk ook semi-permanent. Thuiswerken als je besmet bent. Afstand houden. Sommige dingen vind ik vervelend, andere best fijn. Wat me het meest raakt is de onzekerheid. Niet weten of je veilig naar je oude schoonmoeder kunt, want misschien ben je toch besmet en dan ….. Maar ook qua plannen, vooruitkijken naar nieuwe, leuke dingen. Niet weten of je over een maand uit eten kunt, want misschien … Niet weten of je over een half jaar op vakantie kunt, want misschien …
Het managementboek Werk heeft het gebouw verlaten …
… gaat zeker niet alleen over het feit dat we niet meer (fulltime) op kantoor werken, zoals je uit de titel zou kunnen opmaken. Het gaat ook over de onzekerheid en de twijfel, over de cultuurshock die corona met zich meebracht. Ook gaat het over samenwerken, maar niet over Teams en Zoom, of allerlei andere technische hulpmiddelen. En het gaat over leiderschap, maar niet over telefonische beoordelingsgesprekken. En ook gaat over rituelen, zoals onboarding of afscheid nemen, wat remote en dus anders moet, maar nog net zo belangrijk is als vóór Corona.
Heel prettig is de afwisseling van antropologische theorie en de praktische invulling. Kramer heeft gebruik gemaakt van co-creatie: ze heeft tijdens het schrijven via social media om input gevraagd, en dit levert heel veel originele maar ook pragmatische voorbeelden op. Daarnaast zijn er onder het kopje ‘Ervaring uit het veld’ veel quotes opgenomen die een inkijkje geven in de emoties en problemen uit het dagelijks leven.
Bullshit Jobs en ritme
Ik ben blij met thuiswerken, ik deed het ervoor ook al zo vaak mogelijk. Maar niet iedereen is er gelukkig mee, je moet wel de ruimte en de rust hebben en niet teveel online vergaderen. Af en toe je collega’s fysiek kunnen ontmoeten. En een baan waarbij je op output kunt worden aangestuurd. En ook al heb je die, dan zal je leidinggevende moeten meebewegen met de bijbehorende flexibiliteit qua werktijden en manier van aansturen. Dat blijkt nog wel eens een knelpunt te zijn, zo lezen we in enkele ‘Ervaringen uit het veld’, eentje stelt zelfs dat nu de Bullshit Jobs komen bovendrijven.
Een interessant hoofdstuk gaat over ritme, en hoe de aanpassing van het ritme door anders werken stress kan veroorzaken. Kramer geeft aan dat routines ritme geven: als je altijd om 10 uur met de collega’s koffiedrinkt, raakt je lichaam aan dat ritme gewend en krijgt je elke dag om 10 uur trek in koffie. Ook zonder collega’s … Er is een tijd van rust en bureau opruimen, en een tijd van versnelling en klanten bedienen. Dat hele ritme ligt nu overhoop, je dagplanning is anders, zeker als je kinderen thuis hebt.
Voordelen
De nieuwe manier van werken heeft ook voordelen, en Kramer gaat hier regelmatig op in. Niet zozeer de praktische zaken (flexibele werktijden, geen reistijd) maar juist sociale dingen. Zoals je collega’s leren kennen in hun eigen huiskamer en ervaren hoe het er privé aan toegaat. Dat verbindt. Of een herverdeling van de huishoudelijke taken, als beide partners thuis werken valt het extra op wie wat (meer) doet. En meer vaders op het schoolplein.
Een heel hoofdstuk gaat over de voordelen van de onzekerheid, de twijfel. Dit geeft ruimte om vragen te stellen, om uit te zoomen en de situatie van afstand te bekijken. Om stilte toe te laten op een lange wandeling en nieuwe ingevingen te krijgen. Descartes zei: Twijfel is het begin van wijsheid. Mooi! Maar: twijfel is goed, vertwijfeling niet! Bij twijfel: actie ondernemen, probeer wat!
Mijn evaluatie: Hoopvol en gevarieerd
Dit is een uitstekend geschreven boek in de losse stijl die Kramer eigen is. Het is ook een hoopvol boek, met veel context uit de antropologie over hoe met deze ‘tussentijd’ om te gaan. Kramer denkt niet in beperkingen, heeft dan ook een bloedhekel aan het toekomstbeeld van een ‘sociale condoom’ (mondkapjes, afstand, contacten beperken) en hoopt op oplossingen als schonere lucht, gezonde levensstijl en beperking van het gesleep met dieren.
Het boek heeft een aantal QR-codes die je toegang geven tot korte filmpjes. Regelmatig komt er een gedicht voorbij, van Jitske zelf, of van anderen, zoals Merel Morre met een toepasselijke aanmoediging (houd oog voor elkaar) en een geweldige vondst van Judith Nieken over de besmettelijkheid van het negeren van regels.
Daarbij is het, ik zei het eerder, heel gevarieerd. Het heeft interessante antropologische theorie, fijne concrete voorbeelden, veel ervaringen van derden, poëzie. Nog steeds actueel (helaas) en doordat ze wegblijft van technologische tooltjes ook blijvend relevant.
Het kan wél!
En waarom las ik het nu pas, vraag je je zeker af? Verschenen in november 2020, dat is > een jaar geleden! Eerlijk gezegd was ik bevooroordeeld. Weer een boek over remote werken, daar waren er al zoveel van, dit boek kon me vast niet verrassen. En met een noodvaart geschreven (10 dagen!) en uitgegeven (6 weken!). Dat kon niet goed zijn. Dus niet gekocht, maar onlangs in een minibieb aangetroffen en toch maar meegenomen. Het bestverkocht boek van 2021 immers…. En wat heb ik me vergist! Het kan wél. Dat is trouwens ook de boodschap van dit boek. Anders, maar nog steeds goed samenwerken. Het kan wél.
Dat onze huidige economie aan verbetering of vervanging toe is, daar zijn veel mensen het over eens. Maar hoe kan het beter? Daar is nog niet iedereen het over eens. Er zijn veel meningen, veel termen, veel gradaties van anders en beter. Verwarrend. Maar gelukkig is er dit uitstekende Engelstalige boek Thrive van Kees Klomp en Shinta Oosterwaal uit 2021, die het allemaal op een rijtje zet met essays van de bekendste internationale ‘denkers’ van nu.
Het managementboek Thrive…
…. balanceert op de grens van duurzaamheid, ecologie, economie, maatschappij en een beetje filosofie. Dat is niet slecht, de huidige problemen zijn complex en met elkaar verweven. Heel goed om dus veel verschillende visies op mogelijke oplossingen naast elkaar te zetten, en heel fijn dat dit de visies betreft van bekende pioniers op verschillende vakgebieden. Voor mij waren de bekendste Kate Raworth en Robin Wall Kimmerer, van wie ik eerder boeken las, Hans Stegeman, als columnist bij het FD en omdat ik bij Triodos beleg, Daniel Christian Wahl en Ralph Turm die ik persoonlijk ken, en dan nog Carol Anne Hilton, Katherine Trebeck, John Fullerton en Charles Eisenstein, waar ik van gehoord had. Jammer dat Jeremy Lent alleen het voorwoord schreef! De grootste verrassing voor mij was Rutger Hoekstra, van wie ik nog nooit had gehoord. Ik heb zijn laatste boek direct op mijn TBR gezet!
De problemen
Wat zijn de problemen waarop de essays in dit boek antwoord willen geven? De grote ongelijkheid, tussen ondervoede kinderen en mega-miljardairs. Multinationals die meer macht hebben, groter zijn, dan de verschillende naties/ landen. Verdwijnende biodiversiteit. Klimaatverandering. En misschien daardoor het eind van de mensheid op Aarde. En dit alles door een economisch model gebaseerd op groei, steeds meer groei. Waarin de winst van bedrijven de beslissingen over ons leven en onze planeet bepalen. Vrije markt. Neoliberalisme.
De essays
Het boek begint met een aantal vrij theoretische essays waarin de oorzaken van de problemen geanalyseerd worden. We lijken de bedoeling van de economen Adam Smith en David Ricardo niet goed begrepen te hebben, en Milton Friedman iets teveel gevolgd te hebben, uit angst voor het communisme (of collectivisme) en meegesleept door de romans van Ayn Rand (met name De kracht van Atlantis). Mooi is het stuk van Katherine Trebeck en Jeremy Williams, Economie van Thuiskomen. We hoeven niet meer te groeien in het westen, steeds meer te hebben. We hebben genoeg, we zijn klaar, we zijn thuis. Laten we zorgen dat we ons thuis voelen, gezond leven zonder onze omgeving te verpesten. Een Welzijnseconomie creëren.
Dan volgt het essay van Rutger Hoekstra, ‘Naar een Wijze samenleving’, waarin hij betoogt dat we GDP achter ons moeten laten maar dat we niet genoeg eenduidige opvolgers hebben, Veel termen, maar zonder algemeen geaccepteerde definitie: welzijn, duurzaamheid, welvaart, vooruitgang, duurzame ontwikkeling, etc. Erg verwarrend allemaal en dus niet effectief. Hij pleit voor een gemeenschappelijke taal, ratio’s en registratie.
De overige essays dekken diverse aanpakken af, zijn heel praktische en geven veel mooie voorbeelden (‘ik heb geen ADHD als ik in het bos ben’, zegt een tiener). Soms hebben ze prachtige, poëtische namen. Bijvoorbeeld: Welzijnseconomie (Mark Anielski), Levenseconomie (Anneloes Smitsman), Boeddhistische economie (Clair Brown), Donuteconomie (Kate Raworth), Ecofeministische economie (Vandana Shiva), Radicale circulaire economie (John Stegeman), De Commons (David Bollier), Bioregionale economie (Joe Brewer), Lokale economie (Helena Norberg-Hodge) en twee bijdragen over de economie zoals de oorspronkelijke inwoners die hadden van Carol Ann Hilton en Robin Wall Kimmerer. Superinteressant en inspirerend!
Evaluatie
Dit boek is de eerste stap op weg naar de gemeenschappelijke taal van Hoekstra. Ik ken in ieder geval geen ander boek wat zo’n goed overzicht geeft van alle initiatieven en visies op een betere maatschappij. Wat prettig is, is dat vrijwel elke schrijver voor diens essay heeft geput uit eigen werk, ze hebben allemaal een boek (of meer) geschreven waarin je de gedachten nog eens goed kunt nalezen. Wat niet zo fijn is, is dat je TBR direct 24 boeken langer is, ha ha!
Elke schrijver heeft zijn/haar eigen schrijfstijl, bij de een levert dat lange, (voor mij) best moeilijke zinnen op (de eerste zin uit Ecofeministische economie telt 9 regels …), bij de ander is dat een bijna poëtische formulering, en bij weer een ander is het typisch direct taalgebruik (een Nederlander …). Het benadrukt de gevarieerde inhoud van dit boek en de verschillende nationaliteiten en achtergronden van de schrijvers.
De opbouw van het boek is heel fijn. Het begint met de (voor mij wat taaie) economische theorie, wordt dan steeds concreter en praktischer en ook exotischer. Het einde vond ik echt een climax: over de oorspronkelijke bewoners, hoe zij met de aarde omgingen, en hoe wij het allemaal beter wisten toen wij hun leefgebied koloniseerden. Not.
Voor jou?
Ik lees best veel over Duurzaamheid, en ook wat over Betekeniseconomie, maar had niet de indruk dat ik al goed ingevoerd was. En dat blijkt te kloppen. Na het lezen van deze mooie verzameling van verschillende inzichten, weet ik weer meer, maar ook dat er nog heel veel is om me in te verdiepen. Het is nuttig om te weten welke kant het op kan gaan, en ook geeft het hoop. Zoveel inspirerende inzichten, daar moet toch een oplossing uit te destilleren zijn? En het activeert. Want nietsdoen is geen optie. Daar zijn de schrijvers het wél over eens!
Dank aan Kees Klomp En Shinta Oosterwaal voor het samenstellen van dit pareltje. Ik geef het 4 ½ *
De kracht van Atlantis, dat klinkt als fictie. Een avontuur van Dirk Pitt, een sprookje, zoiets. En het ís ook fictie. Maar wel superspannende en ook leerzame fictie, het is namelijk een businessnovelle. Dit invloedrijke boek, Atlas Shrugged, van Ayn Rand uit 1957 zou het neoliberalisme ge-kickstart hebben. En nu we daar zo tegen zijn, is het goed ‘de bron van het kwaad’ eens te leren kennen.
De businessnovelle De kracht van Atlantis …
… zou het invloedrijkste boek van de VS zijn, na de bijbel, zo stelt Wikipedia. Het kwam uit midden in de Koude Oorlog, geschreven door een auteur die uit Rusland geëmigreerd was en het communisme aan den lijve had ondervonden. De auteur kon ook geweldig schrijven, dus is het misschien niet zo raar dat het zo’n enorme impact had.
Helden
Het verhaal gaat over een aantal succesvolle zakenmensen, allemaal heel bewonderenswaardig productieve en moreel hoogstaande mensen. Ik identificeerde me al direct met de heldin: Dagny. Jong, mooi, superslim, succesvolle zakenvrouw. Ze leidt een spoorwegbedrijf. Voor de mannelijke lezers is er Hank. Stoer, knap, gedreven, eigenaar van een staalbedrijf. Dan Francisco, eigenaar van kopermijnen en Ellis, een oliebaron. Grappig is Ragnar, een omgekeerde Robin Hood. En niet te vergeten John Galt. Wie is John Galt? Dat is dé vraag. Het boek begint ermee en de vraag komt steeds terug, tot aan de laatste hoofdstukken. John Galt is de aanstichter, een originele denker. Dit zijn onze vrij karikaturale helden.
Schurken
Daarnaast zijn er schurken: de profiteurs, de plunderaars. Dagny’s broer James is eigenaar van het spoorwegbedrijf, maar voert geen klap uit. Hank’s broer Philip doet en kan helemaal niks, maar vindt dat hij recht heeft op een fijne functie in het staalbedrijf. En dan is er de overheid, die uitgaat van gelijke kansen voor iedereen (ik noem het even socialisme), en steeds meer wetten ontwikkelt om ook de meest incompetente zakenlieden een flink deel van de taart te geven. Je kunt dit ook lezen als het vermijden van monopolies en zorgen voor voldoende concurrentie.
Helaas heeft het niet echt een positief effect op de productiviteit of op de kwaliteit van de producten en diensten, deels door de corruptie en het nepotisme waar dit mee gepaard gaat. Innovatie wordt verboden, om werkgelegenheid te behouden. Er komen beperkingen op de bedrijfsactiviteiten, patenten worden vervallen verklaard, etc. etc. Uiteindelijk wordt alles genationaliseerd. Wereldwijd. De stoom kwam uit mijn oren van zoveel onrechtvaardigheid jegens het individu, (zogenaamd) om rechtvaardigheid voor het collectief te bereiken.
De ondergang
In een verhaal dat loopt als een trein (pun intended) zien we Dagny, Hank en andere tycoons alles verliezen in een strijd tussen verstand en gevoel, creativiteit en nepotisme, productiviteit en profiteren. De zakenlieden hebben het nooit voor het geld gedaan, maar voor hun trots, hun autonomie, de zakelijke uitdagingen. De profiteurs doen het echter wèl allemaal voor het geld en de macht, en zijn uiterst onrechtvaardig en onethisch. Maar: ze zijn de overheid en er valt niet van ze te winnen.
John Galt heeft een origineel idee: hij haalt de tycoons over te gaan staken. De bedrijven worden daarna door hun opvolgers slecht gemanaged; het uitgangspunt ‘iedereen werkt naar vermogen, iedereen krijgt naar behoefte’ blijkt niet te werken en demotiveert de beste arbeiders, die er dan óók mee stoppen. De bedrijven, de economie en uiteindelijk de hele maatschappij gaan ten onder. Behalve Atlantis.
Objectivisme
Op een aantal plekken in het boek wordt de onderliggende filosofie van auteur Ayn Rand toegelicht: het objectivisme. Het gaat uit van het verstand, rationaliteit, van productiviteit en zelfzucht, van je eigen geluk voor alles. Dat klinkt negatief, helemaal in deze tijd van Betekenis, degrowth, en klimaatcrisis. Toch weet Rand in de betreffende monologen (waaronder een enorm lang stuk dat als speech van John Galt de ether in gestuurd wordt) wel te overtuigen. Pas als je het boek weer neerlegt denk je: ja maar…. Dat tekent de goede pen die deze auteur heeft. En het verbaast me dan ook niet dat Reagan en Thatcher beide fan waren van Rand en haar filosofie volgden. En zelfs nu, in 2021, heeft ze nog een hele grote schare volgelingen.
Evaluatie
Een dystopisch verhaal, karikaturale hoofdpersonen en een grote dosis anti-socialistische filosofie: ik schaam me te zeggen dat ik ervan genoten heb, ook al ben ik het niet eens met de filosofie! En ook al vond ik de monologen af en toe écht te lang.
Het verhaal van Dagny c.s. is uitstekend geschreven, je kunt niet anders dan vóór hen zijn, hen bewonderen om hun zakeninstinct en hun logica begrijpen. De schrijfstijl is afwisselend vol actie en pittige dialogen, en meer poëtische uitwisselingen. Het is in 2017 opnieuw bewerkt en vertaald, en is uitstekend leesbaar. Complimenten aan de vertalers.
Toen ik begon met lezen vroeg ik me af of dit boek nog wel relevant zou zijn, het is al >60 jaar oud! Maar relevant is het, omdat dezelfde discussies en argumenten momenteel weer, of nog steeds, spelen. Kapitalisme en vrije markt versus Socialisme en compassie. Het is daarom wel wat jammer dat de figuren zo karikaturaal zijn. De helden-kapitalisten zijn moreel hoogstaand en harde werkers, de schurken-socialisten zijn slampampers en profiteurs. Zieken en gehandicapten, die niet productief kúnnen zijn, komen in het verhaal niet voor.
Toch is het buitengewoon boeiend om te lezen welke visie men had, de verschillende wereldbeelden en waaruit het neoliberalisme is ontstaan. Ook heeft Rand uiteindelijk (deels) gelijk gekregen toen de Planeconomieën van Rusland en andere landen faalden. Het neoliberalisme is duidelijk geen wondermiddel, toch kunnen we aspecten onderkennen die wie niet gelijk bij het grof vuil moeten zetten, zoals de autonomie, de trots op je eigen productie, de ambitie, het ondernemerschap. Goed om hierop te reflecteren, en dat kan goed met deze dikke pil van 1400 pagina’s. Je móét het af en toe wel wegleggen, en dan kun je er even over nadenken …. totdat je weer wilt weten hoe het afloopt met Dagny, Hank en John. En de wereld …
Ik gaf het 4 ½ *, met name vanwege de historische betekenis.