Recensie: 20 vragen en antwoorden over AI – relevant

Leren prompten is één, AI inbedden in je organisatie is iets heel anders! Menno Lanting gaat in 20 vragen en antwoorden over AI uit 2025 in op dat laatste onderwerp: hoe zorg je ervoor dat je organisatie álles uit de mogelijkheden van AI haalt, het strategisch inzet, en de weerstand van de medewerkers overwint? Natuurlijk worden zijn antwoorden weer gelardeerd met veel voorbeelden van bekende bedrijven, denk aan Stena Line, Bol, Politie Nederland, de gemeente Amsterdam, FMO, en KLM.  

Door de indeling in 20 zelfstandig leesbare hoofstukken, is het een toegankelijk boek voor iedereen die snel wat specifieks wil weten. De focus ligt op verandermanagement en leiderschap, met een oproep tot durven, tot experimenteren. En ook wordt ons voorgehouden dat AI altijd ondersteunend is, dat de typisch menselijke input zoals moraliteit, empathie en creativiteit niet snel door AI vervangen zal worden. Relevante en interessante inhoud, in een vorm die niet helemaal de mijne is.

Het managementboek 20 vragen en antwoorden over AI …

…. is geen boek wat je van begin tot eind moet lezen, je kunt gerust een aantal voor jou interessante vragen eruit plukken en daarover lezen. Elke vraag heeft een volledig antwoord, waarbij soms wordt terugverwezen naar een eerdere vraag en antwoord. Dat houdt in dat als je toch het hele boek in 1 ruk uitleest, zoals ik, je de nodige herhalingen zult tegenkomen. Dat je het weet …

Ik las het boek dus helemaal, van vraag 1 tot en met vraag 20, en geef je graag bij elke vraag wat persoonlijke highlights en observaties, bij de ene vraag wat meer dan bij de andere.

1. Wat is AI eigenlijk en is het een verrijking of niet?

    Menno behandelt Machinelearning, Deep learning, Natural Language Processing, Computer Vision, Reinforcement learning, en Generatieve AI. Supernuttig om deze verschillende termen goed uitgelegd te krijgen. En ja, het kan een verrijking zijn, stelt Menno, bijvoorbeeld in de geneeskunde. Daar gaat hij in een latere vraag verder op in.

    2. Waarom is AI belangrijk voor de toekomst van organisaties?

    We zitten in de 5de Industriële Revolutie (5IR), die wordt gekarakteriseerd door de focus op samenwerking tussen mens en machine. Dat gaat verder dan de focus van 4IR: automatisering en efficiency. Wat nu nodig is, is regulering, en dat is lastig omdat het niet zo ‘fysiek’ is als bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s. Ook moeten we ons bewust zijn van de schaduwzijden, bijvoorbeeld het inzetten van AI voor criminele doeleinden. Er is dus noodzaak voor wetgeving en beveiliging van o.a. het menselijk lichaam (tegen hacking van pacemakers en prothesen!).

    3. Wat zijn de beperkingen van AI?

    Het belangrijkste probleem is de inherente bias van AI, ontstaan door de bias in de trainingsdata. Ook zien we onzin in bijvoorbeeld recepten (lijm i.p.v. kaas op je pizza), door gebrek aan kennis. En heel specifiek: AI wil op álle vragen antwoord geven, ook al weet hij het antwoord niet. AI heeft geen ‘begrip‘.

    4. Welke ethische vraagstukken zijn er rond AI?

    AI kan efficiënt en objectief zijn door de vele data, maar mist de menselijke inbreng van nuance, empathie, morele overwegingen. Verder zijn er issues rond privacy, transparantie en verantwoording. De EU legt de nadruk op ethiek, maar kan zo jaren gaan achterlopen op China en de VS, die zich daar weinig aan gelegen laten liggen. Verder loopt de wereld risico door misbruik door de monopolies op informatie en de centralisatie van macht. En tenslotte ontstaat er een tweedeling in de samenleving: de AI-haves en de AI-havenots.  

    5. Welke nieuwe mogelijkheden biedt generatieve AI?

    Met generatieve AI kun je meer doen met je eigen input en ook sneller zaken produceren. Je kunt meer creatieve ideeën opdoen. (Menno verwijst naar iets over de boekcover, maar dat kan ik in de tekst niet vinden.) Generatieve AI kan content creëren, maar er ook voor zorgen dat je arts niet alleen maar zit te typen als je hem iets vertelt. Hoera! Maar ook kan het leiden tot stress, hogere werkdruk en lagere productiviteit door te weinig training, of omdat alle output meermalen gecorrigeerd moet worden. Het kan dus een toename van problemen veroorzaken.

    6. Hoe kies je een strategie voor AI?

    Veel organisatie kiezen ervoor om te starten met optimalisatie om snel winst te behalen en ervaring op te doen, en daarna in te zetten op innovatie. Menno adviseert niet té enthousiast te beginnen, maar ook niet te afwachtend te zijn. Gewoon stap voor stap bewegen, en focussen op doelen met meetbare impact. Niet gelijk allerlei processen herontwerpen, maar AI integreren in bestaande processen, dan ziet AI eruit als een natuurlijk verlengstuk van de huidige werkwijze. Dat maakt de overgang makkelijker voor de medewerkers. Franka Vossen (werkt bij FMO: de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V.) vertelt:  ‘bij ons, met aanwezigheid in 85 landen, is het essentieel om de spelregels goed te definiëren voordat je AI implementeert.’

    7. Hoe gebruik je AI voor optimalisatie van processen?

    In dit antwoord staat een interessant voorbeeld van Shell: zij ontwikkelden nieuwe brandstof, waarbij ‘bestaande brandstofmoleculen moesten worden vervangen door biomoleculen, zonder prestatieverlies’. Het was namelijk bedoeld voor een GPMoto motorwegrace. Door het gebruik van AI modellen (digital twins – ESC) kregen ze het in 6 weken voor elkaar om precies de juiste biomolecuul te vinden. Zo werd dus het Shell R&D-proces geoptimaliseerd.   

    8. Hoe kan AI innovatie stimuleren?

    Franka Vossen vertelt dat toen zij bij Leaseplan werkte (2017-2020) ze een innovatieve methode voor restwaardebepaling gingen gebruiken. Dat sprak me aan omdat ik er ooit werkte en het probleem herkende. De oplossing is niet zo gedetailleerd uitgewerkt, misschien wil ze de concurrentie niet wijzer maken? Maar ja, na 5 jaar is die oplossing vast niet zo innovatief meer.

    9. Hoe organiseer je het gebruik van AI in de organisatie?

    Centraal of decentraal? Met een lange-termijnplan of gericht op concrete problemen? Dat lijkt voor iedere organisatie anders te zijn. Menno adviseert een implementatie in 3 stappen. Begin met ‘consumeren’: je gebruikt bestaande AI-oplossingen om een goede database te creëren, want goede data zijn key. Dan: ‘samenstellen’: je eigen data gebruiken met bestaande AI-tools. En dan ‘bouwen’: aan je eigen AI-modellen.

    10. Welke nieuwe rollen en functies ontstaan er in organisaties door AI?

      In dit hoofdstuk weinig concreets over nieuwe functies en rollen, het draait erom de huidige rollen aan te passen aan het samenwerken met AI. Ik las een interessant stuk over de relatief nieuwe CEO van schoenenbedrijf Van Lier: een 26-jarige dame met een achtergrond in economie en machine learning. Dan draait het dus meer om de invulling van de rol. En ook was ik geraakt door een quote van Alan Kay: “Sommige mensen zijn bang dat AI ons het gevoel zal geven dat we minderwaardig zijn, maar dan zou iedereen met een beetje gezond verstand een minderwaardigheidscomplex moeten krijgen elke keer dat hij naar een bloem kijkt.”.  

      11. Hoe begeleid je medewerkers en teams in de AI revolutie?

        Als je medewerkers het idee krijgen dat hun werk ‘ook zomaar door computers gedaan kan worden’, raken ze gedemotiveerd. Gebruik AI dus niet alleen maar om de productiviteit te verhogen, maar om het werk voor de medewerkers meer voldoening en betekenis te geven. Menno gebruikt Bullshit Jobs van David Graeber om zijn betoog over ‘nutteloos werk’ kracht bij te zetten. Ik ben niet zo overtuigd van zijn betoog, nutteloos werk wordt niet nuttiger als AI het doet, David refereerde met de term bullshit job naar werk wat volgens de werknemer zelf überhaupt geen toegevoegde waarde had voor de maatschappij.  Vervelend, routinematig werk, of (nuttig) administratief werk als je zorgprofessional bent, dát moet juist wel door AI vervangen worden. Verder in dit hoofdstuk gaat het over weerstand overwinnen, en de risico’s goed in kaart brengen en afwegen tegen de voordelen. Je moet je medewerkers goed uitleggen wat AI wél en niet kan. Je moet niet te snel willen gaan en altijd zorgen dat er menselijke controle is. En duidelijk maken dat mensen nuance, context en ethiek toevoegen.

        12. Hoe vind, bind en boei je het benodigde AI talent?

          Je kunt AI-talent aantrekken door een omgeving te bieden waarin experimenteren, leren en innoveren centraal staat. Waarin resultaten direct waarneembaar zijn en waar de AI-talenten betrokken worden bij strategische beslissingen. Leuk weetje: Nissan heeft antropologen aangetrokken om AI te trainen in menselijk gedrag.  In dit hoofdstuk gaat het ook over bouwen aan AI-capaciteit, ik veronderstel dat het boeien uit de titel hiervoor een voorwaarde is.

          13. Welke toekomstige trends in AI zijn belangrijk om te volgen?

            De belangrijkste ontwikkeling is de opkomst van avatars en virtuele persoonlijkheden, ondersteund door steeds betere spraakherkenning en natuurlijke taalverwerking (NLP). Een groot risico is lock-in, door dominante platforms, wat weer kan leiden tot veroudering. Op dit moment gebruiken we AI voornamelijk als extern geheugen, om informatie op het juiste moment beschikbaar te krijgen. In de toekomst zal het meer actief zijn bij besluitvorming, creativiteit en dergelijke. De ontwikkelingen zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van data, de vooruitgang in NLP en de integratie met andere technologieën zoals Internet of Things en robotica. Een technische ontwikkeling in opkomst is quantum computing, in combinatie met AI kan dit leiden tot een veel hogere snelheid en lager energieverbruik.

            14. Wat vraagt AI van het leiderschap in de organisatie?

              Van het leiderschap wordt verwacht dat men begrip heeft van techniek en data, verandering en innovatie omarmt, zichzelf openstelt voor nieuwe inzichten, en vertrouwt op experts. Ook toezichthouders (die blijkbaar niet tot ‘het leiderschap’ behoren) hebben dit nodig, bijvoorbeeld door de AI Act (of wat daar straks nog van over is).  Overheden zijn terughoudender door de complexe bureaucratische processen en gebrek aan technische expertise. Ook gebrek aan data is een issue, er zijn complete, geordende actuele datasets nodig, zowel uit de organisatie als informatie over markt en trends.  

              15. Hoe kan de samenwerking worden verbeterd met behulp van AI?

                AI is heel goed in te zetten bij projectmanagement. Er zijn supernuttige notuleringstools, alsmede NLP voor samenvattingen, en voorstellen voor reacties op vragen. Verder kan het hulp bieden bij brainstormsessies en de haalbaarheid van ideeën toetsen. Ook kan het persoonlijke leer- en opleidingsprogramma’s samenstellen. Verder: het bevorderen van diversiteit en inclusie door grotere objectiviteit (mits geen bias door trainingsdata) en het bieden van vertaaltools aan multiculturele teams.

                16. Kan AI helpen bij het begrijpen en voorspellen van klantbehoeften?

                  AI kan veel beter en dieper klanten segmenteren. Ook zou het nog beter de optimale voorraadhoogte voor versproducten in de supermarkt kunnen voorspellen bij hittegolven, feestdagen of een ‘stormachtig seizoen’.  (Dat laatste snap ik niet. Geen veldsla in de zomer omdat die van je bord waait? Meer wokgroenten omdat iedereen in de file staat en er minder tijd voor koken is?). En natuurlijk zijn er de chatbots, die de klantenservice 24/7 kunnen openhouden, wat veel puur menselijke afdelingen nu niet bieden.

                  17. Hoe verandert AI marketing- en communicatiestrategieën?

                    Data-gestuurde marketing levert aantoonbaar hogere conversie-ratio’s op. Een mooi voorbeeld is Netflix, die persoonlijke aanbiedingen doet met unieke ‘thumbnails’ uit de films, en hierdoor haar omzet met 1 miljard (!) verhoogde. 80% van de kijkactiviteit ontstaat uit aanbevelingen. De keerzijde is natuurlijk privacy, en je merkbeleving die verandert als gevolg van de inbreuk op je persoonlijke levenssfeer.  De quote van Google hierbij (AI gebruiken … ethisch en verantwoord … privacy van gebruikers) is wat nietszeggend.

                    18. Hoe beïnvloedt AI de logistiek en het supply-management?

                      AI kan het orderpicken veel efficiënter maken. Ook kan het de vraag naar een product beter voorspellen en routeplanning verbeteren. AI vergt een hoge investering in techniek en training, maar op de langere termijn zijn er zeker besparingen. In combinatie met blockchain kan het worden gebruikt voor de gegarandeerde herkomst van producten zoals voedsel, en zo een bijdrage leveren aan duurzaamheid(-srapportage). Unilever gebruikt het voor de supplychain van palmolie.  

                      19. Hoe kan AI bijdragen aan duurzamere bedrijfsprocessen en -praktijken?

                        Een mooi voorbeeld is de voorspelling van de cateringbehoefte van KLM-vluchten waardoor er minder wordt weggegooid. (Tip voor Transavia: ook nuttig tegen nee-verkopen). Verder helpt het de energietransitie omdat het de beschikbaarheid van zonne- en windenergie beter managet. Ook staat er een mooi voorbeeld in van Zen Robotics, wat AI gebruikt voor afvalsortering.  

                        20. Hoe kan AI een positieve bijdrage leveren aan maatschappelijke uitdagingen?

                        Ook weer een mooi voorbeeld: Kopenhagen gebruikt AI om het energieverbruik perfect af te stemmen op de inwoners, door vraag en aanbod continue te voorspellen zónder stroomuitval: Smart City. Minder CO2 uitstoot! Het IPCC stelt dat de inzet van AI de uitstoot in 2030 met 4% kan verminderen. Het enige nadeel is dat het trainen van AI ook veel energie vraagt. Verder een interessant stuk over precisie-geneeskunde, en het personaliseren van onderwijs. De quote van Microsoft hierbij gaat over de rol van AI: het aanvullen en niet vervangen van menselijke capaciteiten en AI ondergeschikt maken aan de behoeften van de maatschappij. Ook weer vrij algemeen in dit kader.

                        Geklungel

                        De epiloog tenslotte roept op om te durven, om te experimenteren, want ‘het is juist dat menselijke geklungel dat ons onderscheidt van machines en ons in staat stelt echt te innoveren’.

                        Mijn evaluatie van 20 vragen en antwoorden over AI

                        Er is een hoop te doen over AI, waarvan de levensechtheid van afbeeldingen en de toon van teksten de bulk van de artikelen vormt die ik de laatste tijd las. Ik ben zelf nogal sceptisch over AI en was blij om in dit boek een aantal voorbeelden tegen te komen die echt toegevoegde waarde kunnen hebben. Minder verspilling van voedsel, minder kilometers rijden door bezorgdiensten, precisie-geneeskunde, wie wil dit nu niet?  

                        Wat betreft de inbedding van AI in de organisatie was ik een beetje verrast door de voorzichtige toonzetting: stap voor stap, bestaande processen laten ondersteunen, etc. Dat is toch een iets ander verhaal dan wat Menno in zijn boeken over digitale transformatie poneerde. Digitalisering is dan ook ‘veiliger’ dan AI, zal zijn uitgangspunt zijn. Hoe je AI het best introduceert en gebruikt heeft nog nauwelijks wetenschappelijke basis, de voorbeelden van de aanpak bij verschillende organisaties geven een aardig inkijkje, terwijl iedereen het toch anders doet. Dat kan ook aan het soort AI liggen, natuurlijk. Plus: anekdotisch bewijs, want AI is nog te kort in gebruik voor een goede studie, denk ik.

                        Natuurlijk zijn de wat meer algemene adviezen, op het gebied van verandermanagement en leiderschap, niet heel nieuw, ik lees dit al zo’n 10 jaar in Menno’s boeken. Niets verrassends dus. De organisatorische adviezen zullen daarom niet snel achterhaald zijn, techniek en de mogelijkheden van AI gaan echter heel snel, in die zin zullen de voorbeelden juist weer wél snel verouderen. Daarmee is dit boek niet heel tijdloos.

                        Wat mij opviel van de voorbeelden is dat zij niet met veel details beschreven worden. Van een paar, zoals de biobrandstof van Shell, heb ik via de notes de betreffende web-pagina opgezocht om verder te lezen. Dat bracht wat meer duidelijkheid. Gevalletje ‘kennisvloek’ denk ik.

                        De vorm van het boek

                        De indeling in 20 hoofdstukjes geeft de mogelijkheid om alleen dat te lezen waar je op een moment behoefte aan hebt. Het nadeel ervan is dat er veel herhaling zit tussen de hoofdstukken, en ook dat ze overlappen, bijvoorbeeld qua duurzaamheidsvoordelen.

                        Menno geeft aan dat hij AI heeft gebruikt bij het schrijfproces. Ik heb de indruk dat een aantal hoofdstukken, zoals 8 en 9, bijna volledig door AI geschreven zijn, en dat de prompt ‘in de stijl van Menno Lanting’ niet heel goed gewerkt heeft. Die hoofdstukken vond ik lezen als een marketingbrochure, of als een typisch antwoord van ChatGPT op een vraag: veel woorden, lange zinnen, veel herhaling, heel weinig concrete inhoud. In de andere hoofdstukken trof ik meer ‘Lanting’ aan, en dat is fijn want ik houd van zijn schrijfstijl.

                        Tijdens het lezen, en het schrijven van dit stuk, merkte ik dat ik minder enthousiast ben over dit boek, dan over het vergelijkbare 20 over … digitale transformatie. Dat heeft misschien te maken met mijn vooroordeel over AI, wat mijn inziens veel meer nadelen en gevaren heeft dan digitalisering. Maar ook denk ik dat ik meer verwacht had van de diepgang, van passende quotes, van verrassende observaties, als Lanting-veellezer. Leg ik de lat steeds hoger? Omdat Menno ‘familie’ is?

                        Must-Read? Nee, er wordt veel geschreven over AI, dit boek springt er niet uit.

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

                        Vorm: Aansprekend +, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl 0

                        FOMO -. 

                        Ik gaf het boek 3*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees 20 vragen en antwoorden over AI  duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
                        • of uit een minibieb!

                        Koop 20 vragen en antwoorden over AI duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Innovatie, IT | Tags: , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: Hoop voor de toekomst – spiritueel

                        Jane Goodall’s ‘spirituele autobiografie’ Hoop voor de toekomst, de vertaling van Reason for Hope, A Spiritual Journey, uit 1999, stond al een tijdje in mijn tsundoku-boekenkast, maar verhuisde na het overlijden van Jane afgelopen oktober naar de top van mijn lees-stapel. Het is een prachtig verslag van haar leven, met de nadruk op de spirituele kant: haar mystieke ervaringen, haar hoop voor de toekomst, haar innerlijke kracht, die haar tot op het eind de wereld rondstuurde om haar boodschap van hoop te verkondigen en geld voor natuurbehoud in te zamelen.  

                        In het nawoord lees ik dat het boek oorspronkelijk bedoeld was als een dialoog tussen een theoloog en een antropoloog, maar het evolueerde tot een biografie. Opvallend is dat zij net zoveel aandacht besteedt aan de harde feiten van haar leven, als aan haar binnenwereld. Een groot deel van het boek gaat over onze ‘morele evolutie’, onze hedonistische levensstijl en de noodzaak tot natuurbehoud. Het boek is bepaald niet zweverig, wat je misschien zou verwachten, maar wel emotioneel geladen. De passie spat er vanaf!

                        De biografie Hoop voor de toekomst …

                        … begint natuurlijk in Jane’s kindertijd. Ze was dol op de boekjes over Tarzan en zegt dat dáár haar liefde voor Afrika vandaan kwam. Tarzan had alleen wel de verkeerde Jane … Een andere belangrijke invloed was haar geloof in God, ze werd zelfs een beetje verliefd op de predikant.

                        Omdat het gezin niet heel rijk is, is er geen geld om Jane naar een universiteit te laten gaan. Ze volgt een secretaresseopleiding en heeft verschillende baantjes in Londen en Brighton. Totdat …. ze op 18 december 1956 dé brief ontvangt! Een schoolvriendin vraagt haar of ze op bezoek komt in Kenia. Natúúrlijk. Ze verlaat Londen, gaat weer thuis wonen en werkt 5 maanden als serveerster, om de niet onaanzienlijke reissom bij elkaar te kunnen sparen.

                        1957: Kenia

                        Ze reist per boot naar Kenia, die trip duurt 3 weken, en daarna zit ze nog 2 dagen in de trein en een dag in een jeep. Maar dan is ze er, en geniet met volle teugen. En gaat zéker niet terug naar Engeland, nee, ze gaat als secretaresse aan de slag voor een Brits bedrijf in Nairobi. Daar maakt ze een afspraak met Dr. Leakey, een paleo-antropoloog en archeoloog, want ze wil iets met dieren doen. Ze werkt een jaar voor hem als secretaresse in het Nationaal Museum in Nairobi. Ook gaat ze met Leakey en zijn familie 3 maanden fossielen zoeken in de Olduvai-kloof, de ‘wieg van de mensheid’.

                        Tot zover is het boek een vrij feitelijk geschreven biografie, met hier en daar gedichten van Jane, die ze al die jaren heeft bewaard. Vanaf dit punt komt ze in contact met dieren, en worden de beschrijvingen passievoller. Dat begint als ze meegaat op een jachtpartij van het museum, om allerlei dieren te vangen en te doden om ze kunnen onderzoeken en tentoon te stellen. Ze is ontzet. Niet alleen over de jachtpartij an sich, maar ook over de aantallen. Waarom is één per soort niet genoeg? Waarom zo véél?

                        1960: Gombe, Tanzania

                        In 1959 vraagt Leakey haar om onderzoek te doen naar chimpansees in Tanzania. Ze vindt het een geweldig idee! Ze gaat terug naar Engeland om zich in te lezen in het doen van veldonderzoek en dergelijke, en Leakey gaat op zoek naar sponsoren voor het onderzoek. In 1960 heeft hij die gevonden, voor 6 maanden onderzoek in het reservaat Gombe. Op 16 juli 1960 komt Jane daar aan, met haar moeder als chaparonne en lokale staf voor het koken en de beveiliging. Ze slaan hun kamp op bij het ranger-station van het reservaat.

                        Op zoek naar de chimpansees

                        Jane’s eerste gedachte als ze het bos in stapt: hoe moet ik die chimps in hemelsnaam vinden? En na 6 weken heeft ze nog geen chimp gezien, maar samen met haar moeder wel malaria gekregen! Als ze weer hersteld is gaat ze het bos weer in … en ontdekt De Piek: een heuvel van waaruit ze twee dalen kan bekijken. Dagenlang zit ze alleen te kijken en te wachten, neemt geen boek mee, niets wat af kan leiden van het spotten van de chimps. En ze ziet ze!

                        Nadat 4 van de 6 maanden zijn verstreken doet ze haar grootste ontdekking: de chimps gebruiken grassprieten om in termietenheuvels naar termieten te hengelen. Dat de chimps bewust gereedschap maken en gebruiken is wereldnieuws. Leakey vraagt direct méér subsidie aan om het onderzoek voort te zetten. Aan het eind van maand 5 ontvangen ze bevestiging. Moeder Vanne gaat terug, Jane blijft met de lokale staf achter.

                        15 jaar in Gombe, trouwen, moeder worden en scheiden

                        Ze spendeert nóg meer tijd in het bos, en beschrijft de spirituele kracht die ze voelt. Ze is alleen met de natuur, gaat er helemaal in op, en ervaart een verhoogd bewustzijn. Het gevoel van vrede dat ze ervaart is prachtig omschreven, en ook de interactie met de chimps is ontroerend om te lezen. Filmmaker Hugo van Lawick brengt een bezoek, en in 1964 trouwen ze. Zoon Hugo junior, die ze Grub noemen, wordt in 1967 geboren.

                        Deze episode van haar leven wordt heel kort beschreven. Ze managet voornamelijk het onderzoeksstation, allerlei studenten doen de observaties. Ze mist het zélf doen van onderzoek en het contact met de chimps. In 1974 scheiden Jane en Hugo, ze zijn te verschillend, ze dachten beiden de ander wel te kunnen veranderen, maar dat gebeurde natuurlijk niet. In 1976 gaat Grub naar Engeland, naar school, tot die tijd heeft hij schriftelijk les gehad van Jane en Hugo, en tijdelijke onderwijzers.

                        In die periode bezoekt Jane de Notre Dame in Parijs, en heeft een intense mystieke ervaring die ze uitgebreid beschrijft.   

                        1975, mooie en verschrikkelijke ervaringen

                        In 1975 ontmoet ze Derek, haar tweede man. Ze zitten samen in een klein vliegtuigje als die een noodlanding moet maken. Het loopt maar nét goed af, en Derek doet haar het aanzoek. Ze accepteert. Hij woont en werkt in Dar-Es-Salaam en het stel verdeelt de tijd tussen de hoofdstad en Gombe, het klinkt als een goedwerkende LAT-relatie.

                        Ook in 1975 speelt de ontvoering van 3 van haar studenten en 1 medewerkster, door 40 (!) gewapende mannen die handelen in opdracht van Laurent-Désiré Kabila, de latere president van Congo. Na betaling van losgeld worden de 4 een paar weken later losgelaten. Maar daarmee is het niet afgelopen, Derek wordt beschuldigd van het niet willen betalen van het losgeld, en Jane van onverantwoordelijk gedrag, terwijl ze in de VS was toen het gebeurde, ze had een tijdelijk contract bij Stanford Universiteit. Dat contract wordt beëindigd en ook haar onderzoeks-subsidie komt in gevaar.  Dat is voor haar aanleiding om het Jane Goodall Instituut op te richten, ze wil een meer structurele oplossing voor de financiering van haar onderzoek. Lange tijd mag ze ook niet terug naar Gombe. In dit deel lees je duidelijk de ontzetting, de gekwetstheid en de frustratie van Jane terug.

                        Agressie en zorgzaamheid, nature of nurture?

                        Hierna volgt een gedetailleerde beschrijving van de agressie bij chimps, gevolgd door een vergelijkbare beschrijving van liefde. Jane beschrijft hoe volwassen chimps een vrouwtje van een andere groep aanvallen, en haar jong vermoorden en gedeeltelijk opeten. Daarna ziet ze hetzelfde gebeuren bij een vrouwtje van de eigen groep. Sterker nog, ze heeft bewijs dat er 4 baby’s zijn opgegeten door het vrouwtje Passion en haar dochter Pom. Waarom? Geen idee, maar het is de start van een 4-jarige oorlog. Een groep chimps die zich had afgesplitst wordt volledig uitgemoord. Ze vergelijkt dit gedrag met de menselijke agressie. Is dat dan toch meer nature dan nurture?

                        Het vergelijkbare deel over zorgzaamheid en mededogen bij de chimps is ontroerend, en hieruit blijkt dat altruïsme óók in onze genen zit. Jane concludeert dat we onze agressieve neigingen kunnen overwinnen, onze genetische erfenis ontstijgen. Daaruit ontleent ze ‘hoop voor de toekomst’.

                        1979: de dood, onrust en verspilling

                        Het huwelijk met Derek is geen lang leven beschoren: hij overlijdt in 1979 aan uitgezaaide kanker. Haar beschrijving van zijn onsuccesvolle zoektocht naar genezing is erg pijnlijk en verdrietig om te lezen. Na zijn dood gaat ze naar Gombe, en daar krijgt ze weer een spirituele ervaring: hun geesten spreken met elkaar. Het geeft haar rust, en ze is wat gelukkiger.

                        Dit emotionele stuk wordt vervolgd met een even emotioneel stuk over de onrust in de wereld op dat moment, in alle buurlanden van Tanzania is wel wat aan de hand, daarbij komt vernietiging van de natuur en luchtvervuiling, en onze verspillende leefwijze. Is er nog hoop voor de toekomst, vraagt ze zich af.

                        1986: proefdieren en weesjes

                        In 1986 is ze spreker op een conferentie die haar diep raakt. Het gaat hier niet alleen over het gedrag van de chimps, maar ook over de bedreiging van hun leefgebied, en het gebruik van chimps als proefdieren. Ze hoort dingen die ze niet voor mogelijk had gehouden. Ze voelt dat haar leven wordt overgenomen door ‘een kracht die sterker is dan ikzelf’ en richt zich op de ‘chimpansee-weesjes’: verlaten huisdieren, proefdieren, jonkies waarvan de moeder voor vlees is afgeschoten.  Ik las het met tranen in mijn ogen. We gebruiken de chimps als proefdieren omdat ze voor 99% genetisch aan ons gelijk zijn. Maar zouden ze ook niet cognitief, emotioneel op ons lijken, vraagt Jane zich af. Zouden ze niet kunnen voelen wat wij voelen, kunnen lijden?

                        De overstap naar de bio-industrie is snel gemaakt, en Jane stopt met het eten van vlees. Inmiddels, zegt ze (in 1999) bewegen we ons weg van wreedheid, naar mededogen, we denken anders over dierproeven. Ze heeft weer hoop voor de toekomst, maar alleen als we onze levensstijl veranderen. Voor die hoop heeft ze 4 redenen, die ook in haar latere boek, Het boek van hoop uitgebreid aan de orde kwamen. Daar heb ik een recensie én samenvatting van, dus verwijs ik daarnaar. Dat boek is als het ware een spiegelbeeld van Hoop voor de toekomst, met heel veel spiritualiteit en minder biografische stukken.

                        Ze wil nog véél doen!

                        Aan het eind van het boek vraagt ze zich af hoe lang ze nog heeft. Ze is 65, maar haar hele familie werd vér in de 90. Ze wil nog zóveel doen! Haar werk in natuurbehoud voortzetten natuurlijk, maar ook een roman schrijven.

                        Inmiddels weten we dat dát er niet meer van gekomen is ….        

                        Mijn evaluatie van Hoop voor de toekomst

                        Het boek is een bijzondere mix van feitelijkheden over Jane’s leven tot 1999, en haar gedachten over God en/of een spirituele kracht. Al las ik eerder twee andere boeken van haar die semi-biografisch zijn, ik leerde toch weer meer over haar leven, en met name over haar mystieke ervaringen. Ik kan me ook goed voorstellen dat je, om overtuigend een boodschap van hoop uit te dragen, ook een stevige basis in spiritualiteit moet hebben.

                        Het boek is heel persoonlijk geschreven, het raakte mij ook vaak emotioneel. Bij de beschrijvingen van de chimps in Gombe natuurlijk, die stralen echt haar liefde voor de dieren  en de verwondering over hun gedrag uit. Maar ook bij de beschrijvingen van het overlijden van Derek, en haar bezoek aan het laboratorium met proefdieren.

                        Het boek is mooi uitgevoerd met een flink aantal foto’s. Ook staan er een aantal gedichten van haar hand in. Het is een prachtige herinnering aan een bijzondere vrouw, mijn ‘tante’ Jane.  

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

                        FOMO -. 

                        Ik gaf het boek 4 1/2*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees Hoop voor de toekomst  duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus;
                        • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

                        Koop Hoop voor de toekomst duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Biografie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: Continent van de kwaliteit – filosofisch, holistisch, praktisch

                        Europa moet steviger inzetten op waar ze goed in is, en dat is kwaliteit. Dit betoogt Paul Schenderling in Continent van de kwaliteit. Hoe Europa een eigen economische koers kan varen, uit 2025. Europa heeft altijd voorop gelopen als het gaat om regelgeving voor productkwaliteit en duurzaamheid. Het zou onverstandig zijn om te proberen te concurreren met China in het produceren van goedkope rommel, en juist zeer verstandig om digitale ontwikkelingen meer in eigen hand te houden, ons los te maken van de digitale diensten uit de VS. De visie die Paul schetst is tegelijk filosofisch, holistisch en praktisch.

                        Filosofisch als het gaat om te bespreken waar mensen gelukkig van worden, wat een goed leven betekent. Spoiler: niet meer spullen. Holistisch als het gaat om het schetsen van de problemen waar Europa nu mee worstelt, van oorlog in Oekraïne tot hyperglobalisatie, van verslavende apps tot toenemende ongelijkheid, van ecologische crises tot schadelijke efficiëntie. Praktisch als het gaat om handelingsperspectief voor burgers, bedrijven, regionale overheden en de Nederlandse regering. Goed gedaan!

                        Het maatschappelijke boek Continent van de kwaliteit …

                        … begint met het uiteenzetten van de problemen waar Europa tegenaan loopt. De oorlog in Oekraïne is een bedreiging voor Europa. De extreemrechtse politieke wind die in de VS heerst, ook. Maar er zijn ook interne bedreigingen: economisch, sociaal en ecologisch verval. De Europese industrie verzwakt, de ongelijkheid neemt toe, de democratie staat onder druk, en met de natuur gaat het steeds slechter. Hoe dat komt? Door de economische keuzes die we hebben gemaakt.

                        Maar dat verval is niet onvermijdelijk. Als we nu eens niet kijken naar de maatstaven van vooruitgang die alleen maar kwantitatief zijn, zoals bbp, productiviteit, het aantal multinationals, maar juist naar de kwalitatieve maatstaven? Als we nu eens zouden focussen op kwalitatieve groei, op beter in plaats van meer? Op een goed leven? Dan gaat het helemaal niet zo slecht met Europa. Want we zijn al koploper qua kwaliteit: van producten, van zorg en onderwijs, van verduurzaming van de industrie. Kwaliteit is onze kracht!

                        Het goede leven met de economie als middel

                        Je kunt ‘het goede leven’ vatten in de gemeenschappelijke waarden vrede, vrijheid, rechtvaardigheid en naastenliefde. Die doeleinden bereiken we met middelen als geld, (militaire) macht, en in het algemeen: met onze economie. Maar we zijn daarin doorgeslagen, economie is niet meer dienstbaar, maar autonoom.  Door globalisering hebben natiestaten macht verloren aan grote corporaties en miljardairs. Kortweg ‘de rijken’. De natiestaten sloten handelsverdragen, en verloren hierbij bevoegdheden om te sturen op handel, industriepolitiek, wisselkoersen, verplaatsing van kapitaal.

                        Dat sturen gebeurt nu door private partijen, middels het gebruiken van het ‘vestigingsklimaat’, opgebouwd door belastingwetgeving en sociale zekerheid. Bevalt het vestigingsklimaat ze niet dan verkassen ze naar een ander land, of dreigen daarmee. Er is concurrentie tussen verschillende landen, en dat resulteert in een race to the bottom op economisch, sociaal (toenemende ongelijkheid) en ecologisch (afzwakking Green Deal) gebied. De baten van economische groei gaan voornamelijk naar de rijken. Niet goed. We moeten (dus) naar kwalitatieve groei.   

                        Europa verbouwen

                        Het boek geeft ons een verbouwingsplan in 5 delen. In deel I wordt de historie en de werking van het huidige economische systeem geanalyseerd. Dat vond ik bekende stof, prettig uiteengezet.

                        In deel II behandelt Paul 4 ‘game-changers’:

                        1. Digitale monopolies, waarin AI, digitale verslaving, en de macht van de VS en China op dit gebied aan de orde komen.
                        2. Toekomstig concurrentievermogen, waarin ook weer de overmacht van China aan de orde komt. Wat nodig is, zijn investeringen in kennis, duurzaamheid, defensie en energie-infrastructuur, het probleem is natuurlijk hoe we dit moeten financieren.
                        3. De internationale economische en politieke orde, met opkomst van BRICS, het ontstaan van een multipolaire wereldorde wat weer zal leiden tot minder internationale samenwerking en minder internationale handel. Het eerste is vervelend, je hebt dit nodig om oorlogen en milieucrises op te lossen. Het tweede is misschien een kans voor eerlijker handelsrelaties.
                        4. Een leefbare toekomst. Hierin legt Paul de Jevons-paradox uit, waarbij steeds een groot deel van bereikte efficiency weer teniet wordt gedaan door hogere consumptie. Dat geldt ook voor milieuwinst, wel 50%, waardoor groene groei gewoon niet mogelijk is. Onze economie en samenleving moet minder groei-afhankelijk worden.

                        Een visie voor een Eco-sociaal model voor Europa

                        In deel III wordt een visie gepresenteerd die bovenstaande problemen aanpakt. Dat begint met voortaan ‘kwaliteit’ te zien als kompas bij de te maken keuzes, en de doeleinden (vrede, vrijheid, rechtvaardigheid, naastenliefde) leidend te maken.

                        Ik lees dat het maken van kwalitatief betere producten ervoor zorgt dat we welvaart behouden en welzijn bevorderen. Die producten hebben een langere levensduur, zijn functioneler, beter ontworpen, en beter te repareren. De productieprocessen zijn innovatiever en verspillen minder. Dit levert dan welvaartswinst op die gebruikt kan worden voor de benodigde investeringen en ons sociale stelsel. Dat leidt tot een groter gevoel van zekerheid bij de bevolking, en dit leidt weer tot solidariteit. Dit betoog is mooi geformuleerd, maar toch komt het wat kort door de bocht over.

                        5 strategische stappen

                        Voor het realiseren van die visie zijn 5 strategische stappen nodig:

                        1. Europese waarden en kwaliteitsnormen herstellen.
                        2. De vloer (sociale zekerheid) en plafond (draagkracht van de aarde) van de economie herstellen.
                        3. Europese digitale soevereiniteit opbouwen.
                        4. Een structurele financiering voor investeringen opbouwen.
                        5. Actief ruimte scheppen voor gemeenschapseconomieën (de meent, het commonisme).

                        Elke stap wordt in een hoofdstuk uitgewerkt. Ik vond met name de 1ste  stap, die ook het gebruik van industriepolitiek middels importheffingen aanbeveelt, erg interessant. Bij stap 2 wordt een historisch inkijkje gegeven in het ontstaan van landeigendom, en wordt het gebruik van quota uitgewerkt. In stap 3 vinden we een plan voor ‘digitale dekolonisering’, en dat is nodig, want nu zijn we chantabel door onze afhankelijkheid. Europa moet eigenaar zijn van data én infrastructuur. En digitale producten kunnen we hetzelfde reguleren als fysieke producten, waar we naar veiligheid en schadelijkheid kijken. Software die verslavend werkt, is schadelijk, dus húp, van de markt halen. Goed stuk. De financiering is niet zo ingewikkeld volgens Paul, want importheffingen en quota leveren geld op. Ook zal de focus op een goed leven in plaats van consumptie geld besparen bij de burger, die dan weer wat meer aan bijvoorbeeld defensie kan bijdragen. Klinkt in theorie goed, maar is ook wel weer kort door de bocht. Wat betreft de gemeenschapseconomieën is met name vereenvoudiging van regelgeving van belang.

                        Sufficiëntie vervangt efficiëntie

                        Deel 4 is geheel gewijd aan ‘sufficiëntie’, als vervanger van efficiëntie.  De uitleg wordt opgehangen aan de Fairphone, die probeert de hele productieketen eerlijker en duurzamer te maken, in plaats van te sturen op de laagste prijs. Het prijsmechanisme heeft een aantal grote gebreken: prijzen zeggen niets over de kwaliteit, zijn geen échte prijzen omdat maatschappelijke schade niet is ingecalculeerd, en houden geen rekening met absolute schaarste, bijvoorbeeld grondstoffen die binnen een mensenleven niet hernieuwbaar zijn.

                        Sufficiëntie draait om ‘voldoening gevend’, met relaties in de waardeketen die wederkerig zijn, zodat de héle keten kwalitatief goed is, voor arbeid, voor ecosystemen, voor de dienstverlening aan de klant.

                        9 knoppen voor sufficiëntie

                        Hiervoor kunnen bedrijven aan 9 knoppen draaien:

                        De eerste drie gaan over de goede dingen doen: betere kwaliteit van de dienstverlening, goed werk en nieuwe natuur. De tweede drie gaan over de dingen goed doen: regeneratief beheer van de natuur, wederkerige relaties in de keten, veerkracht in de keten. De derde groep gaat over geen kwaad doen: zuinig zijn met grondstoffen, schade aan de natuur minimaliseren, zorgen voor voldoende vrije tijd.  

                        Wie kan wat doen?

                        Deel V tenslotte zoomt in op wat elk van de spelers kan doen om dit allemaal te verwezenlijken. Dat lijkt een bottom-up aanpak te zijn: nieuwe bedrijfjes starten op, burgers zijn enthousiast en kopen er én investeren erin. Het netwerk wordt steeds groter, bedrijven gaan samenwerken. Dit is niet naïef, er zijn al best veel bedrijvennetwerken die dit doen, en burgerbewegingen. Het gebruik van zonne-energie is op deze manier groot geworden.  De overheid kan deze ontwikkeling financieel en organisatorisch ondersteunen en beide groepen actief koppelen.

                        Daarna is het nodig om op te schalen. Daarvoor zijn 3 stappen: mensen direct vragen om bij te dragen, de hele keten gelijktijdig opschalen, en een gezamenlijke leercurve.

                        Hoe kunnen we de economie democratischer maken

                        Het laatste hoofdstuk gaat in op manieren om te economie democratischer te maken. Het begint met de burgers er meer bij te betrekken met een soort referendum of burgerberaad. Verder komen er ideeën wat er op regionaal gebied moet gebeuren: voorzieningen selectiever inzetten, scherpere voorwaarden stellen aan de besteding van publiek geld, ondersteunen van ondernemers die hun bedrijfsmodel ombouwen, etc. En dan zijn er landelijke speerpunten: belastingherziening, waaronder een progressief tarief en belasting op vermogen, op consumptie en op financiële transacties.  Verder suggesties als een participatie-inkomen voor onbetaald werk zoals mantelzorg, een aparte rechtsvorm voor sufficiënte bedrijven.

                        Dit zijn allemaal praktische zaken die zeker haalbaar zijn. Wat natuurlijk het grootste struikelblok is: álle landen in Europa op één lijn krijgen. Want ongetwijfeld zal men het eens kunnen worden over de probleemstelling, echter over oplossingen heb ik nog niet vaak een unanieme uitspraak gehoord, laat staan ééntje die zo ver gaat als dat wat dit boek voorstelt.  En zóveel tijd hebben we niet, lijkt me.

                        Mijn evaluatie van Continent van de kwaliteit

                        Paul heeft de bedreigingen van Europa behoorlijk breed ingestoken, en dan is het lastig om overal even diep op in te gaan. Hier en daar noteerde ik dan ook ‘kort door de bocht’. Gelukkig zijn de inzichten ontleend aan het werk van een aantal economen, zoals Thomas Piketty, Paul Collier, Dani Rodrik, en aan Paul’s voorgaande boek. Het is dus makkelijk om je verder te verdiepen in bepaalde onderwerpen. Een literatuurlijst per hoofdstuk helpt hierbij.

                        De probleemstelling levert weinig verrassends op, ik denk dat iedereen de dreiging wel ziet van de goedkope spullen uit China, de macht van Big Tech, de problemen van de uitbuiting van het mondiale Zuiden, en de ecologische crisis (ik schrijf dit tijdens COP 30). Het is wel heel knap hoe Paul hier een goed lopend, inzichtelijke analyse van heeft gemaakt, waarbij alles met alles te maken heeft. Het is ook duidelijk dat er iets grondig ‘verbouwd’ moet worden en dat hier en daar een beetje plamuren niet gaat werken.

                        Zijn oplossingen, focus op de doeleinden, op het goede leven, op sufficiëntie, zullen bij een grote groep resoneren, maar die groep is nauwelijks groot genoeg om snel iets substantieels voor elkaar te krijgen. Desondanks is het heel praktisch om uit te gaan van een bottom-up aanpak, die als een olievlek kan werken. Top down vanuit de EC zie ik niet snel gebeuren. Als de diverse lagere overheden en landen dit nog wat meer zouden stimuleren en structureren, kan ik mij vinden in het hoopvolle betoog. Terwijl ik dit schrijf zitten we ook midden in de formatie, dus wie weet. Over relevantie heb ik niet te klagen!  

                        Paul gebruikt goede voorbeelden om zijn wat ‘zweverige’ visie handen en voeten te geven, er gebeurt al veel, en er is bewijs dat focus op de doeleinden, op een goed leven, meer geluk brengt dan steeds maar meer consumeren en produceren. Anderzijds, het succes van Shein en Temu in Europa is natuurlijk wel zorgelijk, er zijn nog erg veel mensen die kwaliteit niet zo belangrijk vinden. Paul gaat niet erg in op verandering van de mentaliteit van mensen. Regelgeving en heffingen lijken onvermijdelijk als we voor kwaliteit willen gaan, vrijhandel is niet ideaal.

                        De structuur van het boek is goed, er zit een duidelijke rode lijn in. De korte hoofdstukken houden het overzichtelijk, evenals het gebruik van vele opsommingen en lijstjes die steeds terugkomen.  Het boek heeft weinig illustraties, en een aantal daarvan waren slecht leesbaar in het eBook dat ik las. Ook zitten er wat typo’s in (casus in plaats van cases, wel 2x), ontbrekende woorden, een foutieve formule in hoofdstuk 18. Ik schrok van het toeschrijven van Eureka! aan Einstein. Dat was toch echt Archimedes. En als ik zo’n fout zie, twijfel ik direct aan alle uitspraken over onderwerpen waar ik minder van weet, en dat is natuurlijk vrijwel het hele boek. Erg jammer zo’n blunder. De schrijfstijl is dan wel weer prima, weinig jargon, lekker vlot.

                        Overall beveel ik het boek aan, omdat het een holistisch overzicht geeft van problemen en oplossingen die impactvol en urgent zijn, en praktische verwijzingen als je je verder wilt verdiepen. Heb je nog niet zoveel gelezen over deze onderwerpen, pak dan dít boek.

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd -, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

                        FOMO 0. 

                        Ik gaf het boek 4*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees Continent van de kwaliteit  duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
                        • of uit een minibieb!

                        Koop Continent van de kwaliteit duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: First, Break All The Rules – win-win

                        First, Break All The Rules, in het Nederlands Weg met alle regels, geeft de resultaten weer van 2 ‘mammoet’- onderzoeken, uitgevoerd over 25 jaar, onder meer dan 1 miljoen werknemers en 80.000 managers.  Het onderzoekende bedrijf was Gallup, en Gallup-hotshot Marcus Buckingham geeft in dit boek uit 1999 antwoord op een simpele vraag: wat doen de beste managers om de beste resultaten uit hun werknemers te halen? De titel geeft het antwoord: ze houden zich niet aan de gangbare regels.

                        Die gangbare regels stellen onder andere dat werknemers aan hun zwakke punten moeten werken. Nee, zeggen die beste managers: ze moeten aan hun sterkste punten werken, je kunt zó véél meer verbetering realiseren. Dat is mooi, want als werknemer is aan je sterke punten werken natuurlijk ook veel leuker.  Win – win. En voor managers die dit niet kunnen geloven: het boek puilt uit van wetenschappelijk bewijs dat deze aanpak echt beter werkt. En ik weet zeker: na 25 jaar nog steeds. Want: ik werkte niet zo lang geleden bij een bedrijf dat deze aanpak letterlijk wereldwijd geïmplementeerd had.

                        Het managementboek First, Break All The Rules …

                        …. begint met een beschrijving van de onderliggende mammoet-onderzoeken. Allereerst werden aan meer dan 1 miljoen werknemers van veel verschillende bedrijven in de VS en daarbuiten, honderden vragen gesteld over hun werkomstandigheden. Daarna werden de statistieken bekeken: welke van die honderden vragen werden door de meest loyale en productieve werknemers ánders beantwoord dan door de gemiddelde werknemers, of zelfs de ROAD-warriors (Retired On Active Duty, die er met de pet naar gooien dus). Vragen over salaris en zo vielen dus af, daar gaf iedereen hetzelfde antwoord. Er bleven 12 vragen over, die meten wat de belangrijkste elementen zijn om getalenteerd personeel binnen te halen, te houden, en het productiefst te krijgen.

                        12 vragen voor de beste werkomgeving

                        Dit zijn de 12 vragen:

                        1. Weet ik wat er op het werk van me verwacht wordt?
                        2. Heb ik de materialen en uitrusting om mijn werk goed te doen?
                        3. Krijg ik de kans om te doen wat ik het beste doe, elke dag?
                        4. Over de afgelopen 7 dagen, heb ik complimenten of waardering gekregen voor het leveren van goed werk?
                        5. Lijkt mijn manager, of iemand anders op het werk, om mij te geven als persoon?
                        6. Is er iemand op het werk die mijn ontwikkeling aanmoedigt?
                        7. Doen mijn meningen er toe op het werk?
                        8. Zorgt de missie of doelstelling van het bedrijf ervoor dat ik voel dat mijn baan belangrijk is?
                        9. Zijn mijn collegae toegewijd aan het uitvoeren van kwalitatief goed werk?
                        10. Heb ik een beste vriend op het werk?
                        11. Heeft er iemand de afgelopen 6 maanden over mijn voortgang gesproken?
                        12. Heb ik het afgelopen jaar de mogelijkheid gehad om te leren en te groeien?

                        Deze 12 vragen werden gelinkt aan de resultaten van de afdelingen van die geweldige werknemers: de productiviteit, de klanttevredenheid, de winstgevendheid en het personeelsverloop. De eerste 6 vragen blijken het meest kritisch.

                        De beste managers

                        Nou, dat is makkelijk te regelen, zou je zeggen. Nee dus. Als voorbeeld: een winkelbedrijf met 300 winkels liet de scores analyseren. De winkels waren in alles identiek, het materiaal en de uitrusting was identiek, de procedures vanuit het hoofdkantoor natuurlijk ook. Toch scoorden ze allemaal verschillend, bij antwoorden op een schaal van 1 tot 5, sterk oneens tot sterk eens. De cultuur is dus bij allemaal anders, en dat lag ongetwijfeld aan de managers. Toevallig, of niet, waren de resultaten van de winkels, in productiviteit, klanttevredenheid, winstgevendheid en personeelsverloop, ook allemaal anders, en de hoogst scorende winkels op de 6 vragen, scoorden ook de beste resultaten.

                        Vervolgens werden er 80.000 managers geïnterviewd, en werden hun antwoorden gecorreleerd met hun resultaten, denk aan verkopen, klanttevredenheidsonderzoeken, 360graden-beoordelingen, personeelsverloop, etc. Het werd al snel duidelijk dat de beste managers zeker niet allemaal hetzelfde deden, maar wel dat ze allemaal een persoonlijke stijl hadden, en zich zeker niet hielden aan de gangbare regels.

                        Sleutels voor de beste werkomgeving

                        Het boek geeft wel handvatten, sleutels noemt Marcus ze,  hoe de beste managers ongeveer te werk gaan.

                        *Bij het aannemen van personeel (gerelateerd aan vraag 3) draait het om onderscheid maken tussen talent, kennis en vaardigheden, waarbij de eerste een gegeven is, en de andere twee te leren zijn. De kern is dus het focussen op talent. Dit talent ontstaat in de jeugd, bij het aanleggen en snoeien van verbindingen in de hersenen. Waar je veel verbindingen hebt, daar heb je je talent, je karakter. Dat stabiliseert rond het 13-de jaar. Talenten zijn dus daarna niet meer aan te leren.  Talent herkennen bij het aannameproces is dus heel belangrijk.

                        *Het duidelijk maken wat de verwachtingen qua resultaten zijn (vraag 1 en 2). Bij het formuleren van de verwachtingen, is het zaak dat de werknemer op zijn eigen manier die resultaten weet te behalen, elk talent gebruikt een andere manier. Er is dus geen ‘beste manier’.

                        *Het motiveren van de medewerkers (vraag 4 en 5). Het motiveren van de werknemer draait om diens sterke punten, niet het verbeteren van non-talenten, die fix je niet. Hoogstens leren ze trucjes, maar dat zal nooit hoge resultaten opleveren. En top-talenten hebben het meeste potentieel voor meer groei, extra productiviteit, geef hen dus de meeste aandacht.  

                        *Het ontwikkelen van de medewerkers (vraag 5 en 6). Het ontwikkelen draait om het zoeken van een rol die goed bij het talent past, en passende uitdagingen geven. Elke werknemer wil promotie, meer status, meer geld. Dat is bijna nooit de ‘right fit’, denk aan het Peter Principle. Zorg ervoor dat er in élke rol status is door expertise-niveaus, en meer geld door overlappende salarisschalen. Ontwikkel iemand tot expert, en promoveer niet bij voorbaat tot manager.     

                        Mijn evaluatie van First, Break All The Rules

                        Het is bijzonder handig dat het boek begint met statistisch bewijs dat bedrijfsresultaten sterk samenhangen met loyale en productieve medewerkers, en dat hun loyaliteit en productiviteit in hoge mate van de kwaliteiten van de manager afhangt. Misschien een open deur, maar als uitgangspunt staat het als een huis. Dat de beste managers focussen op sterke punten, talenten, kan als een verrassing komen, maar is met de onderliggende neurologische uitleg heel plausibel. Het boek is helemaal gewijd aan wat die managers dan doen, in allerlei varianten, en is heel inspirerend. Het boek is duidelijk geen handboek, je krijgt geen verplichte stappen voorgeschoteld. Wel allerlei mogelijkheden, die je in kunt passen in je eigen stijl van leidinggeven.  

                        Het boek is al wat ouder, maar de methode die gebaseerd is op de 12 vragen en de sterke punten, wordt (nog steeds) in veel bedrijven gebruikt. Omdat het om algemene managementvaardigheden gaat, zoals het motiveren van mensen, is het boek dan ook nauwelijks gedateerd. Inmiddels is een nieuwe generatie aan het werk, en zij lopen nog sneller weg dan de generaties voor hen. Een goed passende rol en passende uitdagingen zijn daarom belangrijker dan ooit, want ook zij zullen vertrekken als ze niet goed gemanaged worden.

                        Bij elk van de mogelijkheden worden veel voorbeelden gegeven, vaak gelardeerd met een bestaande casus. Die zijn nog steeds herkenbaar, misschien wel enorm gefocust op productiviteit. En sommige zijn ronduit grappig! Zo is er een voorbeeld bij ‘verwachtingen’. Een enorm vertraagd vliegtuig staat al uren op de startbaan. De passagiers willen natuurlijk terug naar de gate, en daar wachten, benen strekken. Maar nee, legt de stewardess uit, we kunnen niet terug want de belangrijkste maatstaf van de maatschappij qua klanttevredenheid is ‘op tijd vertrekken’, en ‘op tijd’ betekent op tijd weg van de gate zijn…. Dan heb je de verwachtingen toch niet zó best gecommuniceerd.

                        Het is een zeer prettig leesbaar boek (ik las het Engelstalige origineel) met een goede structuur en rode draad. Het is het eerste deel van een serie (hierna komen Now, Discover Your Strengths, waar ik een samenvatting van schreef, en Go, Put Your Strengths at Work), maar elk van de 3 delen hebben een volledig afgeronde aanpak, dus je hoeft de andere delen niet te lezen om er nut van te hebben.

                        Het boek heeft een paar tabellen en illustraties. In de appendices zijn alle statistieken en formules voor de analyse van de onderzoeken weergegeven. Ook vind je daar uitgebreide voorbeelden voor interviews en beoordelingen en dergelijke. Superhandig!

                        Must Read? Niet persé, maar als je denkt dat je manager wel erg zeurt over je zwakke punten, dan zeker. En als je manager bent met een medewerker die zijn zwakke punten maar niet verbetert, dan dubbel zeker.

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

                        FOMO 0. 

                        Ik gaf het boek 4 ½ *

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees First, Break All The Rules duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • of uit een minibieb (dat deed ik ook!).

                        Koop First, Break All The Rules duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: De prijs van ophef – verhelderend

                        Ophef leidt tot verdeeldheid, en verdeeldheid tot minder welvaart voor (bijna) iedereen. Knap als je je titel en kern van je betoog in zo’n helder statement kunt samenvatten. Dat statement is de ondertitel van De prijs van ophef uit 2025, van Hendrik Noten. In het boek toont hij aan dat bewijzen bewust onderschikt worden gemaakt aan beeldvorming. Het verklaart waarom in een land dat cultureel ‘rechts’ is en economisch ‘links’, alle aandacht uitgaat naar culturele conflicten, waardoor economische problemen niet worden opgelost. Het boek geeft ook richting aan een oplossing voor deze situatie. Ben benieuwd hoe Jetten dit gaat oppakken ….

                        Het boek is een aardige mix van keiharde statistieken, analyses van de val van het kabinet Rutte IV, en een bijna filosofische oplossingsrichting. De waarde is wat mij betreft gelegen in het herkennen van de strategieën van politici en van de doorgeeffunctie van journalisten, en de noodzaak van het zoeken naar gedeelde belangen. Van het instandhouden van de grootst mogelijke meerderheid voor economische problemen en je niet laten verdelen op basis van culturele conflicten die bewust worden ingezet.

                        Het boek De prijs van ophef …

                        … stelt in de inleiding dat ‘niemand verplicht is om ophef een probleem te vinden, maar (bijna) iedereen er de prijs voor betaalt’. Ophef beschrijft Hendrik als het zaaien van tweespalt, het voeden van verwarring en het oppoken van woede. De ophef trekt ál onze aandacht en leidt af van de ongelijke verdeling van welvaart. We zijn boos, wantrouwend en werken niet meer samen. De problemen worden niet opgelost, de welvaart blijft ongelijk verdeeld. En natuurlijk betaalt niet iedereen daar de prijs voor: degenen die niets hoeven af te staan, de grote bedrijven, de rijke Nederlanders, houden de status quo graag in stand. Tot zover niets nieuws, denk ik. 

                        De analyse van Hendrik bevat echter veel waardevolle observaties.

                        Verwarring veroorzaken

                        Het eerste deel van het boek gaat over ‘Handelen in verwarring’. Hij gaat hiervoor terug naar 2020. Vlak na het verschijnen van Hendrik’s bestseller Fantoomgroei, dat hij samen met Sander Heijne schreef, start hij met een klein groepje economen met een onderzoek voor het FNV over ongelijkheid in Nederland. Hoe staat het ervoor en waarom is verandering zo moeilijk? Dat eerste blijkt een stuk makkelijker te analyseren dan het tweede.

                        Zijn team duikt in de data en toont om te beginnen 2 dingen aan: de loonprijsspiraal bestaat niet en de arbeidsinkomensquote gaat omlaag. Intrigerend, want hier weet ik bijna niks van. En velen met mij, lijkt me. Wat volgt is een gedetailleerde uiteenzetting van de oorzaken van de inflatie in 2023 (Oekraïne), loononderhandelingen, onderzoeken naar de loonprijsspiraal, en het beeld dat hogere lonen iedereen in de ellende zullen storten. Wat aantoonbaar niet klopt, het is de hogere bedrijfswinst die de prijzen doet stijgen. Tot grote frustratie van Hendrik zijn de feiten, het bewijs, niet in staat dat beeld te verslaan.

                        Beeldvorming

                        Hendrik en zijn team duiken in beeldvorming, want dát moeten zij nu verslaan. Al snel komen we op de rol van de media. Journalisten maken het nieuws niet meer, zij geven alleen door wat we zelf allang op social media hebben gelezen. Misschien geven ze wat context, duiding. De journalist als sportcommentator. Ondernemingen doen aan bedrijfsjournalistiek, een vorm van marketing die nauwelijks van onafhankelijke journalistiek te onderscheiden is. Verwarrend.  Hendrik en zijn team begrijpen het nu beter. Zij moeten van hun feiten een beeld maken. Graaiflatie! Dat werkt, iedereen heeft het erover, het wordt zelfs Woord van het Jaar bij Van Dale. Nu is het een ander gesprek geworden: wie moet er wat inleveren? De werknemers? Of het bedrijf?

                        We moeten harder werken

                        De bedrijven vechten terug: ze willen af van de arbeidsinkomensquote. We zitten namelijk al jaren ruim onder de overeengekomen hoogte daarvan. VNO-NCW komt met een onderzoek en opeens gaat de discussie over een wiskundige formule in plaats van Graaiflatie.

                        Een recent rapport echter stelt dat minima fors geld tekort komen, de koopkracht van het minimumloon is in de loop der jaren 20% minder geworden, en de koppeling daarmee van bijstand en AOW is al een paar keer losgelaten. Er wordt snel een nieuw beeld geschapen: men werkt te weinig. Er komt een tegenonderzoek, waaruit blijkt dat ook dat niet juist is, maar het beeld van ‘De hardwerkende Nederlander’ en ‘Werken moet lonen’ overheerst.

                        Bijna naadloos gaat het boek over naar de arbeidsmigranten, die werken in sectoren met hoge maatschappelijke schade en weinig nut voor Nederland. Slechts 1-3% werkt in de zorg of de energiesector. Moet je de schadelijke sectoren wel willen, in het volle Nederland? Maar deze economische vraag verdwijnt onder de beeldvorming van o.a. uitzendbureau Otto en de BBB namens de grote Agro-bedrijven. 

                        Verdeeldheid creëren

                        Via een uitstapje naar de VS komen we bij de vraag terecht: als 90% van de bevolking het gedeelde belang van een betere verdeling van de welvaart heeft, waarom gebeurt dat dan niet? Omdat er binnen die 90% voor verdeeldheid wordt gezorgd. In de VS in de 60-er jaren, ten tijde van de New Deal, werden de witte kiezers tegen de gekleurde opgezet. Er werd door de Republikeinen een cultureel conflict geschapen met als basis racisme. Zwarten werden weggezet als criminelen en uitkeringstrekkers. De witte kiezers verkasten naar de Republikeinen, ook al was dat economisch gezien een slechte keuze. In de 80-er jaren werd het racisme vervangen door christelijke familiewaarden en verzet tegen feminisme.

                        In Nederland kennen we dezelfde scheidslijnen: economisch links of rechts en cultureel conservatief of progressief. In Nederland zijn we gemiddeld economisch links en cultureel conservatief. Wat we op verkiezingsdag het belangrijkst vinden, dat is de inzet van de campagnes. Het economisch conflict is rationeel. Culturele onderwerpen zijn altijd meer emotioneel geladen, het gaat over onze identiteit. ‘Hardwerkende Nederlander’ tegenover ‘de uitvreters’ is een cultureel conflict geworden. Daar lijden vaak de feiten onder. Dit illustreert Hendrik met een uitgebreid stuk over nareis op nareis op nareis.

                        Oplossingen

                        Inmiddels zijn we op ¾ van het boek en is het tijd voor wat oplossingen.

                        Hendrik begint met solidariteit. Mensen kunnen volledig van elkaar verschillen en tegelijkertijd erkennen dat zij dezelfde afhankelijkheid delen en bereid zijn voor elkaars belangen op te komen. De tweede oplossing is deliberatie. Culturele conflicten weer terugbrengen naar de oorspronkelijke economische conflicten door overleg, discussie.

                        Wat kunnen politici doen? De nadruk leggen op economische conflicten, en dit creatief doen, met humor en positiviteit. Verder moeten ze overstappen van de ‘overtuigingsethiek’, waarbij alles geoorloofd is en de gevolgen de schuld zijn van een ander, naar de ‘verantwoordelijkheidsethiek’, waarbij je rekening houdt met de tekortkomingen van mensen en de verantwoordelijkheid neemt voor de gevolgen van je handelen. Politici moeten het goede voorbeeld geven en genuanceerde taal gebruiken.

                        Dan de journalisten. Ze moeten gefundeerde informatie geven, niet wat mensen willen weten maar wat ze moeten weten. Fungeren als een soort kijkwijzer, wijzen op motieven achter de ophef, de waarheid vertellen. Leugens, schofterigheid en versimpeling benoemen! Er is wel een klein probleem hier: de meeste media zijn in handen van maar een paar grote bedrijven. Die zien liever ophef dan vraagtekens bij de macht van de rijken, zijzelf dus.

                        En dan wijzelf. Laten we niet bijdragen aan de verkeerde conflicten. Dit heeft voor Hendrik 6 aspecten: 1. Aandacht geven aan wat er toe doet. 2. Empathie en luisteren oefenen, je vooroordelen kennen. 3. Realistisch zijn. Politici kunnen niet alles, zij zijn ook maar mensen. We moeten plannen en stappen in de goede richting waarderen. 4. Nuance betrachten, geen oneliners debiteren. We moeten zoeken naar de waarheid en zoeken naar de juiste woorden, naar rijke taal. 5. Delibereren, onderdeel zijn van het collectief, weten dat je aan dezelfde kant staat. 6. Expressie, jezelf uiten, eerlijk zijn over je gedachten, zodat men weet wat je denkt.

                        En vooral: open staan voor twijfel en voor verscheidenheid, nieuwsgierig zijn.

                        Mijn evaluatie van De prijs van ophef

                        Hendrik start zijn betoog met veel concrete issues en voorbeelden, en daar was ik zeer van gecharmeerd. Ik leerde er wat van, en het illustreerde ook heel goed het punt wat hij wil maken: dat het beeld niet altijd overeenkomt met de realiteit, en dat beeldvorming bewust wordt ingezet om de grote meerderheid te neutraliseren. Dit onderdeel is onderbouwd met rapporten. Daarna komt een deel dat wat meer activerend en vaak ook filosofisch is, gebruikmakend van historische ontwikkelingen en boeken van filosofen. Ik vond dit deel wat té voor-de-hand-liggend en ook te weinig praktisch. Journalisten die niet met de ophef mee moeten doen, terwijl dat kijkcijfers en geld oplevert, sja dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Natuurlijk kunnen we de onderzoeksjournalistiek meer steunen, maar dan toch, hoe volledig onafhankelijk is dat?

                        Het boek is gebaseerd op de formatie van 2023 en het aantreden van het kabinet in 2024. Dat lijkt nu opeens achterhaald, zo na de campagnes en de verkiezingen. Toch zijn er veel lessen te trekken uit de voorbeelden van economische en culturele conflicten, die we bij deze formatie ongetwijfeld weer gaan zien en nu beter zullen herkennen. Ook kunnen we beter door de beeldvorming van de politieke partijen en de media heenprikken, en ons steeds afvragen, waar draait dit in de kern om? En maar hopen dat de journalisten dit ook doen.

                        De vele voorbeelden zijn herkenbaar, ik herinner me de politiek van 2023 en 2024 nog goed, en ben wéér boos over de nareis-op-nareis-bullshit.

                        De rode lijn in het betoog was mij af en toe niet helemaal duidelijk, een hoofdstuk dat bijvoorbeeld begint met lage lonen gaat snel over in arbeidsmigranten en dan in ‘Nederland is vol’. Natuurlijk is dat ook een probleem, maar zo kun je veel problemen op één hoop gooien. Een ander puntje van kritiek: ik las het eBook, wat enige rare afbrekingen heeft en af en toe een typo. Graaiflat is een voorbeeld van een van beiden. Jammer van zo’n mooi woord. Iets betere redactie zou prettig geweest zijn.

                        De schrijfstijl is prima, vooral in het begin slaagt Hendrik er goed in om de wat technische materie rond loonprijsspiraal en arbeidsinkomensquote simpel en met duidelijke rekenvoorbeelden uit te leggen. Ook de hele discussie rond het ‘harde werken’ is goed uiteengezet. Het is wel duidelijk dat Hendrik uit de economisch linkse bubbel komt, waar ikzelf ook grotendeels inzit. Er zijn weinig economisch rechtse standpunten of zienswijzen te vinden, en dat vind ik wel jammer, past dat bij Hendrik’s oproep tot delibereren?  Het activerende en wat meer filosofische deel vond ik wat minder makkelijk te lezen, ik moest een paar keer terugbladeren om te herlezen. Met name het stuk over taal was een worsteling.

                        Overall vond ik dit toch een boek dat het lezen meer dan waard is, met name door het eerste deel en de waarde die het heeft bij de huidige formatieperikelen en de toekomstige debatten in de Kamer. Eigenlijk had ik het een paar maanden geleden moeten lezen, toen de campagne nog in volle gang was. Maar er is altijd een volgende verkiezing, een volgende verkiezingscampagne …. ook in de VS, wat een leerzaam voorbeeld kan zijn.  

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos -.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur 0, Schrijfstijl +

                        FOMO + 

                        Ik gaf het boek 3 1/2*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees De prijs van ophef duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek;
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
                        • of uit een minibieb!

                        Koop De prijs van ophef duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: Tuig van de richel – persoonlijk

                        Joep Dohmen was onderzoeksjournalist, 20 jaar bij De Limburger, 25 jaar bij NRC. In Tuig van de richel uit 2025 kijkt hij terug op zijn carrière, tijdens een fietstocht van Limburg naar Zuid-Frankrijk. Het boek is een aantrekkelijke combinatie van memoir en reisverslag, waarin duidelijk wordt dat de druk vanuit de ‘slachtoffers’ van zijn onderzoeken hem steeds zwaarder viel. Op 1 mei 2024, hij is net 64 geworden, gaat Joep met pensioen en stapt hij op de fiets.

                        Die fietstocht vliegt hij net zo aan als eerder zijn werk: uiterst doelgericht. Hij heeft een enorm tempo en gaat maar door, ook al regent het bijna de hele tijd. En ook aan het eind van de fietstocht bezwijkt hij bijna: uitgeput en met een zonnesteek valt hij van zijn fiets. Maar hij zet door en maakt ‘de klus’ af. Zoals hij dat ook met zijn onderzoeken deed. Het boek maakt de gedreven persoonlijkheid van Joep erg duidelijk, en zijn reflecties op die onderzoeken tijdens het fietsen zijn erg interessant.

                        De memoir Tuig van de richel …

                        … is niet het eerste boek van Joep. Hij schreef eerder boeken over de Bouwfraude, over misbruik in de katholieke kerk, over de cultuur in het Europees parlement, en over de politiek in Limburg in het algemeen, en zijn woonplaats Heerlen in het bijzonder. En natuurlijk schreef hij over zijn onderzoeken in de dagbladen De Limburger en NRC. Daar won hij heel veel prijzen mee. Hij kan dus lekker schrijven, en dat blijkt ook uit het boek. Hij fietst langs rivieren en spoorlijnen op een wat oude, krakende fiets, en beschrijft op een aantrekkelijke manier wat hij allemaal ziet, vaak vanuit een wat economisch perspectief: de armoede, de vergane glorie.

                        Op elke etappe van de 11-daagse fietstocht vertelt hij wat over zijn ervaringen bij de kranten, en met name over de reacties ná het publiceren van zijn onderzoeksresultaten. Die leverden altijd weerwoord, onbeleefdheid (‘ze weigerden mij de hand te schudden’), weerstand, klachten en zelfs intimidatie op. Niet altijd krijgt hij daarbij steun van zijn redactie. Soms wil men ‘niet wrijven in een vlek’, en laat men de onterechte beschuldigingen aan Joep’s adres (onvolledig, cherry picking) maar gaan. Dat kan politiek handig zijn, maar Joep voelt dat zijn integriteit ter discussie staat. Die teleurstelling is door het hele boek heen duidelijk te proeven.

                        Begin van het einde

                        Zijn onthullingen over het nepotisme in de Limburgse politiek in 2021 leidden tot een ‘tegenonderzoek’ naar de bestuurscultuur, waarbij eerder Joep zelf, dan die cultuur onderwerp blijkt te zijn. In het rapport zijn de bronnen anoniem en wordt er geen gelegenheid tot weerwoord gegeven. Het riekt naar een afrekening, en dat vinden veel hoogleraren ook. Dohmen krijgt veel rechtszaken aan zijn broek, die hij allemaal wint. Er wordt zelfs een ‘anti-Dohmen-meldpunt’ opgericht, waar mensen kunnen klagen. Joep ziet het als een uitwas van het maatschappelijk klimaat in Nederland, waar de persvrijheid onder druk staat. Wat hem het meest raakt, is dat zijn eigen collega’s, journalisten van De Limburger, hem erin laten lopen.

                        Joep realiseert zich ook, dat deze persoonlijke smeercampagnes zijn objectiviteit onder druk zetten, kan hij nog wel neutraal over ze schrijven? Dit speelt in 2024, maar al eerder was de toon verhard. Wilders noemde Joep in 2021 ‘tuig van de richel’, en eind 2023, na een artikel over de fraude verdenkingen tegen PVV-verkenner Gom van Strien, kreeg hij van de PVV-aanhang te horen dat hij ‘NSB-tuig’ was, ‘hoernalist’ en meer fraais. Hij vreest voor de veiligheid van zijn gezin.

                        Rond dezelfde tijd speelt er van alles in zijn prive-leven, zijn dochter Roos wordt gestalkt, de schoonmoeder van zijn zoon overlijdt, maar vertelt Joep op haar sterfbed over haar grote geheim: ze is door de nonnen misbruikt. Joep is zelf ternauwernood ontsnapt aan misbruik door kerkfunctionarissen, en hij zit diep in de materie door zijn onderzoek en boek naar dit misbruik. Het raakt hem diep, en maakt hem kwetsbaar voor de persoonlijke aanvallen vanuit Limburg. Hij wordt ouder en emotioneler.

                        Met pensioen en op de fiets

                        Dit alles is de aanleiding om per 1 mei 2024 met pensioen te gaan. Om de knop om te zetten maakt hij dus deze fietstocht. We fietsen met hem mee, luisteren met hem naar zijn favoriete muziek (veel Alex Roeka), zien zijn onderkomens door zijn ogen (zoals een keer niet de gehoopte kasteelkamer, maar de Pipo-wagen die ernaast staat). Joep realiseert zich dat hij misschien niet echt geniet van de tocht, in ieder geval niet zoals de Duitse fietser die hij bijna elke dag tegenkomt, en die in zijn eigen tempo, zonder deadlines, dezelfde route fietst. Joep wil gewoon zo snel mogelijk bij het eindpunt zijn. Waarom? Dat weet hij zelf ook niet. Hij heeft altijd haast gehad, gaan, gaan, gaan.

                        Mijn evaluatie van Tuig van de richel

                        Onderzoeksjournalistiek is hard nodig en ik lees graag de artikelen en boeken van onderzoeks-journalisten. Zij controleren de macht. En dat die macht terugslaat, zélf controle wil, ja dat wist ik ook. De impact op de journalisten in kwestie, daar heb ik me nooit zo in verdiept. En dat is dom, want de smeercampagnes hebben tot doel hen de mond te snoeren, en dat zal regelmatig ook best lukken. En dat is gevaarlijk. Dit boek geeft goed inzicht in het effect van al die aanvallen en wat dat doet met zelfs de meest geharde en gelauwerde journalisten. Hetzelfde geldt voor politici die een haatcampagne over zich heen krijgen, denk aan Sigrid Kaag, Frans Timmermans. Het is helaas niet zo duidelijk wat hiertegen te doen is.

                        De trip zelf is leuk beschreven, wat objectief over de omgeving en de historie van de gebieden waar hij doorheen rijdt, geïllustreerd met een routekaart per hoofdstuk. En wat meer persoonlijk over de muziek, de fiets, de mensen die hij tegenkomt, de overnachtingen. En natuurlijk zijn eigen gevoelens, frustraties, die hij, denk ik, toch niet kwijt is na de fietstocht. En het lijkt erop dat hij ook nog niet klaar is met de journalistiek … ‘het bijtertje zal blijven schrijven …’.

                        Een Must-Read? Dat niet per sé, hoewel het onderwerp persvrijheid zéér belangrijk is.  

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos -.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

                        FOMO -. 

                        Ik gaf het boek 3 ½*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees Tuig van de richel duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus;
                        • of uit een minibieb (dat deed ik ook!).

                        Koop Tuig van de richel duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Biografie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

                        Familie: ‘nicht’ Roxane van Iperen

                        Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Roxane van Iperen.

                        Waar schrijft ‘nicht’ Roxane van Iperen over?

                        ‘Nicht’ Roxane schrijft fictie én non-fictie, en is vooral bekend van haar bestseller ’t Hooge Nest. Dit boek is gebaseerd op de levens van twee zusters die in de Tweede Wereldoorlog onderduikers opvingen in het huis waar Roxane nu woont. Het boek is in veel talen vertaald. De laatste jaren schrijft ze voornamelijk essays die gaan over het toenemende individualisme in de maatschappij en andere maatschappijkritische onderwerpen.

                        Heeft ‘nicht’ Roxane andere zakelijke activiteiten?

                        ‘Nicht’ Roxane werkt ook als journalist en columnist. Natuurlijk heb je haar ook weleens gezien in een talkshow, en bij Lubach en Zomergasten bijvoorbeeld. Haar essays vind je o.a. in het NRC en Vrij Nederland

                        Ze is voorzitter van de Raad van Advies van het SIDN Fonds, dat zich richt op technologische innovaties met maatschappelijke impact. Ook is ze bestuurslid bij Matchingfonds De Coöperatie, die onderzoeksjournalistiek bevordert.

                        Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Roxane van Iperen uit?

                        Roxane werd in 1976 in Nijmegen geboren. Ze groeide op in een onrustig en onveilig gezin. Haar boek ‘Dat beloof ik’ zou semi-autobiografisch zijn, en de onveiligheid die dat uitstraalt is enorm. In een interview met BNNVARA zegt ze hier het volgende over: ‘Van nul tot vijftien jaar, je vormende jaren, dan word je tot een bepaalde diersoort gemaakt. En dat krijg je er niet meer uitgeslagen.’ Ook niet nu ze ouder is. Roxane werd iemand die altijd hard rent, zegt ze zelf. ‘Altijd. Rennen voor het gevaar van iedere dag. Onvoorspelbaarheid.’ En dat uit zich in een ‘soort drive waardoor je altijd harder wil werken dan een ander, waardoor je altijd denkt: honderd procent is niet goed genoeg, daar moet nog een grote stap bovenop. Omdat je ergens diep in je denkt dat het nooit goed genoeg is, dat je onzichtbaar bent en of je bestaansrecht hebt’.

                        Van 1990 tot 1992 woonde ze in Málaga (Spanje), hoe grappig, want vandaaruit schrijf ik nu dit. Daarna ging ze terug naar Nederland en maakte haar gymnasium af in Sint-Michielsgestel. Ze studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 2001 tot 2006 werkte ze als jurist en adviseur bij Nauta Dutilh en Van Doorn. Daarna werkte ze tot 2011 bij de multinational Tendris. Ze specialiseerde zich onder andere in belastingconstructies en duurzame verdienmodellen.

                        In 2011 begon ze haar eigen bureau De pleitschrijver.  In 2014 startte zij haar journalistieke loopbaan, als columnist van glossy magazine Jackie. Ze werkte onder andere in 2016 en 2017 in Brazilië, waar ze ook gastcorrespondent van De Correspondent was. In 2016 kwam haar eerste roman uit, die in Brazilië speelt.

                        Roxane woont in de bossen van Naarden, in het huis dat voorheen ’t Hooge Nest was. Ze was getrouwd met haar jeugdliefde Joris Lenglet en is in 2023 gescheiden. Ze hebben 3 kinderen.

                        Welke boeken schreef ‘nicht’ Roxane van Iperen?

                        ‘Nicht’ Roxane van Iperen schreef 9 boeken, waarvan 2 fictie, 1 geromantiseerde non-fictie en de rest puur non-fictie. Ik las ze allemaal! Die geromantiseerde non-fictie is natuurlijk haar prijswinnende boek ’t Hooge Nest. In mei 2026 komt haar 10-de boek uit: Ik zie wat ik geloof.

                        Ik zie wat ik geloof (2026)

                        Uit mijn recensie: Roxane schreef dit essay voor de maand van de Filosofie. Ze ziet kans om de zorgen over AI en Big Tech zo scherp neer te zetten, dat je je afvraagt of er nog wel een toekomst is voor iedereen die géén bunker in Nieuw Zeeland kan betalen. Maar in het laatste deel komt er toch een sprankje licht: het kan wél. Met meer publieke ruimten en met meer aandacht voor de geesteswetenschappen, waaronder Filosofie natuurlijk, en het cultiveren van onze menselijkheid. Want: input=output. Het essay gaat relatief diep in op het langzaam verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid en de verhuizing van onze jeugd naar echokamers-op-steroïden. Geen nieuws, maar de compacte, scherpe beschrijving is een toegankelijke samenvatting van een breed probleem. Lees mijn recensie | Koop bij Libris

                        Stemmen uit het diepe  (2025)

                        Ik las eerder al haar 4-meilezing (zie onder), en onlangs het tweede verhaal uit dit dunne boekje, wat, dacht ik, ook in Brieven aan ’t Hooge Nest was opgenomen. Ik schreef (daarom) geen recensie. Flaptekst: In haar indrukwekkende 4-meilezing uit 2021 schrijft Roxane van Iperen over onze collectieve herdenking en het gevaar om in een oppervlakkig verhaal te blijven steken. Als je echt stil wil staan bij oorlogsleed, zonder valse nostalgie, moet je het complete verhaal willen kennen. Van Iperen laat zien dat oorlog niet onbeschrijflijk of onvoorstelbaar is. Zo ook in haar reconstructie van de nachtelijke ontruiming van de joods-psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch in 1943. Decennialang werd er over die gruwelijke gebeurtenis gezwegen. In hoeverre reconstructies, verhalen of herdenkingen iets van dat zwijgen opheffen, is niet te zeggen. Het gaat om het streven. Koop bij Bol

                        Eigen planeet eerst (2025)

                        ‘Waarom doen jullie niks aan de klimaatcrisis?’ vragen de jongere generaties ons. In dit essay gaat ‘nicht’ Roxane in op deze vraag. Ze betoogt dat we op dit moment op twee verschillende planeten leven, elk met een eigen interpretatie van optimaal welzijn. De problemen worden veroorzaakt vanuit de éne planeet, de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de andere. Dáárom dus. Hoe die planeten ontstonden, en waarom we ze weer moeten laten samenvallen zet ze uiteen in een boeiend, prachtig verwoord betoog. Hierin komen een aantal ‘bekende’ spelers aan bod: het neoliberalisme, klimaatverandering, de aanval op de democratie, extreem rechts. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        Dat beloof ik (2023)

                        Fictie. Ik schreef een recensie op Goodreads. Een nogal beklemmend verhaal over huiselijk geweld en misbruik door de ogen van een 12-jarig meisje. Op de eerste bladzijden lezen we dat het meisje M met een hond in de hondenmand slaapt. Wat wreed dacht ik. Maar al snel wordt duidelijk dat dit bij haar oma is, dat dit de enige veilige haven is die zij kent, en dat het warme hondenlijf haar een gevoel van veiligheid en troost geeft. Thuis worden zij en haar moeder mishandeld, hoewel dit nooit expliciet wordt beschreven. Wel het huilen van haar moeder, het geluid van klappen, het opdweilen van het bloed. En haar constante voorbereidingen om te kunnen vluchten, weten waar de sleutels liggen, hoeveel stappen het is tot de deur, haar gespannenheid, en haar voorliefde voor rennen, alsmaar rennen. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        Eigen welzijn eerst (2022)

                        Uit mijn recensie: Dit essay is net zo fraai geschreven als het prijswinnende ’t Hooge Nest, en onderzoekt ook de historie. Niet van de Jodenvervolging, maar van onze toenemende neiging tot zelfbehoud, tot ‘Eigen welzijn eerst’. Een prima analyse én oproep om onze samenleving niet nog meer naar de kant van extreem-rechts te laten glijden. Het betoog is goed te volgen en best overtuigend, haar mening is duidelijk (en niet altijd genuanceerd) en gelardeerd met historische gebeurtenissen en buitenlandse ontwikkelingen, met name in de VS. Het slot, en ook het zwaartepunt van het betoog, is wellness-rechts en het gevaar daarvan. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 (2021)

                        Uit mijn recensie: Roxane van Iperen hield een voordracht bij de herdenkingsbijeenkomst 4 mei 2021; Daan Rovers schreef een essay voor 5 mei 2021, beiden in opdracht van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Beide stukken zijn gebundeld in een klein boekje: de Dubbeluitgave 4 en 5 mei 2021 met Stemmen uit het diepe en Het fundament van vrijheid. Ik las het op 7 oktober 2025, 2 jaar na de aanval van Hamas op Israëlische burgers, en na 2 jaar onafgebroken oorlog in Gaza met een potentieel vredesakkoord in de coulissen.  Er zitten interessante filosofische punten ter overdenking in beide stukken. Over de waarheid niet willen weten, en over de pijlers van vrijheid. Over dingen goedpraten, en vrijheid van meningsuiting. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        Brieven aan ’t Hooge Nest (2021)

                        Ik schreef een superkorte recensie op Goodreads. De flaptekst stelt dat ‘sinds de verschijning van ’t Hooge Nest in november 2018 talloze lezers Roxane van Iperen hebben geschreven. Ontroerende brieven met ontboezemingen over de oorlog, over onbesproken leed en over opgroeien in een door trauma’s getekend gezin. Maar ook kwam er nieuwe informatie over personen uit ’t Hooge Nest aan het licht, die door deze publicatie wordt ontsloten.’ Het betreft hier dus geen roman, en er lijkt niet geredigeerd te zijn. Ik vond het erg interessant om méér over ’t Hooge Nest en haar bewoners te lezen, ook hoe het met de ‘bij-figuren’ afliep. Toegevoegd zijn teksten van een paar van haar lezingen. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        De genocidefax (2021)

                        Uit mijn recensie: Dit boekje gaat over de genocide in Rwanda in 1994. Maar ook gaat het over collectief zwijgen. Dat je uitspreken, verbanning uit de groep betekent, je je baan verliest, het doodsbedreigingen oplevert. En dat er toch dappere klokkenluiders zijn die het zwijgen doorbreken. Roxane stelt ons de vraag: wat zou jij doen? Roméo Dallaire is zo’n klokkenluider en over hem gaat dit essay. Hij is de commandant van de VN-troepen in Rwanda. Hij waarschuwt zijn meerderen dat er een genocide aanstaande is. Er komt geen actie. Achteraf zegt de VN: we wisten het niet. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        ’t Hooge Nest (2018)

                        Fictie. Uit mijn recensie: Ik had al veel gehoord over dit boek, en dan kan het alleen maar tegenvallen. Maar dat deed het niet! Wat een prachtig boek! Het begint als een geschiedenisboek, met feel feiten en korte omschrijvingen. Kort en pittig, niet saai. Als de Jodenvervolging begint, begin dertiger jaren, worden de beschrijvingen uitgebreider, en verandert het boek in een roman, maar wel helemaal gebaseerd op feiten. De zussen hebben namelijk veel materiaal achtergelaten, omdat ze Anne Frank in de kampen kenden en daarvoor zijn geïnterviewd. Toch iedere keer weer schokkend om te lezen hoeveel Joden er verraden zijn en hoe antisemitisch Nederland was (is). Het boek kent een gedeeltelijk happy end: sommige familieleden overleven de kampen. De meeste niet. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        Schuim der aarde (2016)

                        Fictie. Uit mijn recensie: Deze roman speelt in Brazilië, en dan voornamelijk in, of liever op, De berg. Dat is de grote achterbuurt, met tienduizenden schamele hutjes, en mensen die van de hand in de tand leven. Slechtbetaalde baantjes hebben, zoals huishoudster, of prostitué zijn, of bij de criminele bende, de Organisatie, horen. Op De berg leeft Lucy, een prostitué, die haar eerste kind afstaat voor illegale adoptie. Haar tweede kind komt zwaar gehandicapt ter wereld na een mislukte zelf uitgevoerde abortus. Ook op De berg leeft Manuela, de huishoudster van Elizabet. Deze laatste is vrouw van een hoge politiefunctionaris en werkt zelf ook bij de politie. Ze wil dolgraag een kind, maar zij en haar man Hugo blijven kinderloos. Afkomstig van de berg is Anjo, ‘engel’, die naar De vlakte wordt gebracht waar hij samenleeft met andere verlaten kinderen en twee criminelen, en een stroom truckers ‘bedient’ in ruil voor eten. Mooi boek, en ook naar. Lees mijn recensie | Koop bij Bol

                        Andere publicaties

                        Roxane schreef ook een aantal essays voor diverse kranten en bladen. Hier vind je een overzicht.

                        Verantwoording

                        Alle informatie is ontleend aan WikipediaBolRoxane’s eigen website.

                        Meer weten over mijn familie?

                        1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
                        2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
                        3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
                        4. April was voor nicht Naomi Klein.
                        5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
                        6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
                        7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
                        8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
                        9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
                        10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
                        11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
                        12. December was voor nicht Brené Brown.
                        13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
                        14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
                        15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
                        16. April was voor nicht Kate Raworth.
                        17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
                        18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
                        19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
                        20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
                        21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
                        22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
                        23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
                        24. December was voor nicht Susan Cain
                        25. In januari 2025 stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
                        26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
                        27. In maart was de beurt aan oom Robert Cialdini
                        28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
                        29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
                        30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
                        31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
                        32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
                        33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
                        34. En in oktober (update maart 2026) nicht Roxane van Iperen
                        35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
                        36. December was voor tante Carol Dweck.
                        37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
                        38. En in februari nicht Katja Staartjes.

                        Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: Opgeruimd op het werk – niet blij

                        Ik las eerder Spark Joy van Marie Kondo, en werd daar best blij van. En dus pakte ik de opvolger: Opgeruimd op het werk uit 2020, wat Marie samen schreef met Scott Sonenshein, organisatie-psycholoog en hoogleraar aan Rice University. De kern van het boek is weer: word je er blij van, nu, of in de toekomst? En ik moet zeggen, het leverde niet heel veel eye-openers op, en toch keek ik met andere ogen naar werk in het algemeen, en mijn kantoorruimte in het bijzonder. En ja, ik focuste wéér op de boeken!

                        Marie ruimt de tastbare spullen op, en de aanpak daarvan is vergelijkbaar met haar 2 eerdere boeken, hoewel ik de spirituele dimensie miste. Het Japanse kantoorleven is erg vergelijkbaar met die van het Westen, zo lijkt het. Scott helpt ons met het organiseren van de niet-tastbare component: time-management, bestanden organiseren, beslissingen nemen. Ik las niets nieuws. Dus op de ‘klassiekers’-vraag: pareltje of papierbak, gaat dit boek de papierbak in. Of eigenlijk: weer een minibieb in. Misschien dat een ander er blij van wordt?

                        Het zelfhulpboek Opgeruimd op het werk …

                        …. is dan wel samen geschreven, maar niet echt gezamenlijk. Ieder schreef de helft van de hoofdstukken, waarbij dan in een kader de input van de ándere helft van het schrijversduo werd verwerkt. Ik was nogal sceptisch toen ik die opzet zag, maar op een of andere manier werkt het toch.

                        Je werkplek opruimen

                        Marie focust zich op de tastbare dingen, zoals we van haar gewend zijn: het opruimen van je werkplek. Het probleem met een rommelige werkplek is natuurlijk dat je veel tijd kwijt bent aan het zoeken naar spullen: je bril, dat ene document. Onderzoek geeft aan dat dat al snel een hele week (!) per jaar is. Daarnaast heeft rommel allerlei lichamelijke en psychische effecten: minder motivatie en een verhoging van je cortisolniveau, het stresshormoon, wat weer kan leiden tot hartproblemen en diabetes. Alle reden dus om er wat aan te doen.

                        Maar er speelt meer. Een net bureau wekt volgens onderzoek de indruk dat de persoon ambitieus is, intelligent, hartelijk, rustig. En volgens een ander onderzoek zelfverzekerd, vriendelijk, ijverig. En weer ander onderzoek geeft aan dat nette mensen meer kans maken op promotie. Kortom: een opgeruimd bureau zorgt voor een hogere waardering van ons karakter en onze vaardigheden bij anderen. Nóg een reden dus om op te ruimen! En wees eerlijk: word jij ook niet blij als je eens in de zoveel tijd je opgeruimde bureau ziet? Tot zover Marie. Scott geeft er in een kader een verklaring voor: het hebben van veel spullen in je kantoor overweldigt je hersenen, en ook geeft rommel, in combinatie met veel taken en informatie,  je een gevoel van controle-verlies.

                        De kern van de KonMari-methode is je afvragen waar je blij van wordt. Dat werkt beter thuis dan op kantoor: contracten, of een vergaderagenda, daar word je meestal niet blij van, maar wegdoen is geen optie. Het doel is daarom iets uitgebreider: het moet bijdragen aan je werkplezier. Dat kan je mooie pen zijn, of de foto van je geliefde. Maar ook nuttige dingen, zoals nietjes, of dingen waar je in de toekomst blij van wordt, zoals te declareren bonnetjes (geld!), of projectdocumentatie (complimenten bij een goed afgerond project). Dus wat je moet houden is gebaseerd op 3 criteria: nu blij, nuttig, straks blij.

                        Boeken opruimen

                        Natuurlijk begint Marie met boeken, conform de KonMari-volgorde. Waarom staan er zoveel boeken in je kantoor? Inspiratie, naslagwerk (dit noemt Marie ‘veiligheid’), motivatie, een persoonlijke touch. Maar … ga je ze echt nog (her)lezen, of zijn ze al voorbij hun ‘bloeiperiode’? En hoe kom je er achter of je er blij van wordt? Stel jezelf eens wat vragen. Kun je je herinneren dat je het kocht? Of speelt het een belangrijke rol in je leven, herlees je het vaak? Of … heb je ze alleen gekocht om indruk te maken? Of kreeg je het cadeau? Zou je het nu (wéér) kopen? Nee? Weg ermee!

                        Andere spullen opruimen

                        Voor andere spulletjes waar je moeilijk afstand van kunt doen heeft Scott in een kader ook nog een leuke tip: neem er een foto van! Onderzoek toont aan dat je dan makkelijker afscheid neemt, je hebt immers een min of meer tastbare herinnering? Het opbergen van de spulletjes die je houdt volgt de KonMari-methode: alles per categorie bij elkaar, in dozen zodat je het rechtop kunt zetten voor beter overzicht, en aanvullend: niks op je bureau!

                        Zoals je huis opruimen orde in je leven schept, zo heeft je kantoor opruimen ook een bijwerking: al dat kiezen waar je blij van wordt strekt zich ongemerkt uit tot het werk zelf. Want je denkt aan je toekomst, waar je dán gelukkig van wordt. En je realiseert je dat álles een gevolg is van je eigen keuzes.  

                        Digitale zaken ordenen

                        Scott richt zich op de niet-tastbare zaken: tijd, beslissingen nemen, netwerken, je zaken op orde brengen zodat je weer plezier in je werk krijgt. Hij begint met het opruimen van digitale zaken. Bij elk document kun je je 3 dingen afvragen: heb ik het nu nodig? Heb ik het straks nodig, of geeft het inspiratie voor later? Word ik er blij van? Zo niet, delete! Maar eerst bedanken voor hun bijdrage aan je leven, dat kan collectief, of door in gedachten je ‘bedankknop’ aan te zetten, zegt Marie.

                        Voor het opbergen maak je niet heel veel mappen, maar alleen vijf hoofdmappen, daarbinnen zoek je met je zoekfunctie. Dat is efficiënt.  Scott gebruikt maar 3 mappen: Lopende projecten, Archief (voor contracten, procedures) en Afgerond werk. Misschien heb jij ook een map Privé nodig. Je bureaublad ruim je ook op, hierop staan alleen bestanden die je nog moet behandelen. De drie criteria gebruik je ook voor het opruimen van je email, en je telefoon-apps.

                        Tijd opruimen

                        ‘Tijd opruimen’ klink intrigerend, maar komt neer op ‘te veel’: activiteiten, willen verdienen, urgentie, multitasken, ja zeggen. Bekende materie. ‘Beslissingen opruimen’ is interessanter. Je hebt automatische, onbewuste beslissingen (hoe je naar je bureau loopt), heel belangrijke beslissingen, die veel denk-energie eisen, en beslissingen ertussen in. Die laatste zijn niet zo makkelijk maar slechts redelijk belangrijk. Die stel je steeds maar uit. Aan relatief onbelangrijke zaken moet je zo weinig mogelijk tijd besteden. Kun je ze automatiseren? Beslissingsregels maken, een standaard afsluiting voor je emails, een standaard garderobe (altijd een coltrui zoals Steve Jobs)?  De redelijk belangrijke beslissingen kun je misschien delegeren? Omhoog, omlaag, opzij?

                        Keuzes opruimen

                        Keuzes opruimen is leuk: meer opties hebben is niet per sé beter. Het kost alleen meer tijd, terwijl je hersens zó zijn geprogrammeerd dat je later toch overtuigd bent dat je keuze de juiste was, welke keuze je ook maakte. En probeer niet de perfecte beslissing te nemen of keuze te maken: goed is meestal goed genoeg.

                        Je netwerk opschonen

                        En dan: je netwerk uitmesten. Social media kost belachelijk veel tijd. En je netwerk kan ‘te groot’ zijn, met veel mensen die je wel kent, maar je niet zullen willen helpen. Een stevige band met een beperkt aantal mensen, 150 max, is veel zinniger. En je hebt na het opschonen ook meer tijd om het contact met hen te onderhouden. Bedenk: word je blij van die en die? Of zijn ze nuttig voor je, of kunnen ze dat worden? Voor de rest: weg met de visitekaartjes, de sociale media connecties.

                        Vergaderingen organiseren

                        Dan een hoofdstuk over vergaderingen organiseren. Daar wordt ook al een hoop over gezegd en geschreven. Interessant was met name het advies om niet de lange vergaderingen door (meerdere) korte te vervangen. Die moet je óók voorbereiden, en onderbreken óók je werk. En lopen óók vaak uit …. Het aantal vergaderingen werkt demotiverender dan de lengte ervan. Optimaal is een vergadering van zeg 45 minuten waarin je een aantal gerelateerde onderwerpen bespreekt.  

                        Teams opbouwen

                        Teams opruimen kan niet, dus dat hoofdstuk heet teams opbouwen. Je moet zorgen dat ze beter functioneren, zodat ze nuttiger zijn en je er blijer van wordt. De bijbehorende aanbevelingen zijn voornamelijk open deuren.

                        Je baan opruimen

                        Een analyse van waar je blij van wordt op je werk leidt soms tot ontslag nemen. Dan geldt voor je baan hetzelfde als voor je spullen: denk aan het goede dat het je heeft gebracht, wat je hebt geleerd. Wees dankbaar voor de bijdrage aan je leven, en laat het dan gaan. Maar de eerste stappen in ‘je nieuwe leven’ kunnen lastig zijn. Allerlei mensen die er een mening over hebben! Ach, zij hebben tóch al een mening over je, het is normaal dat niet iedereen je aardig vindt of je begrijpt. Laat je daar niet door leiden!

                        Mijn evaluatie van Opgeruimd op het werk

                        Als je veel managementboeken leest, zoals ik, zul je weinig nieuwe dingen leren. Alles lijkt al eens gezegd en geschreven te zijn. Scott’s tips lijken vaak op Getting Things Done, hoewel die methode een stuk dieper gaat. En ook komen veel tips (inmiddels) wat gedateerd over, wat niet zo raar is, het digitale wereldje is in 5 jaar best veel veranderd. Wat ik met name miste, in vergelijking met Marie’s vorige boeken, is de verrassing bij de Japanse gebruiken en spiritualiteit. Die verrassing is in dit boek nauwelijks terug te vinden. Scott’s aandeel is veelal gebaseerd op studies en onderzoeken, in de noten vind je verwijzingen naar artikelen in de vakliteratuur.

                        Natuurlijk zijn de voorbeelden vaak herkenbaar, het beschrijft situaties die iedereen in zijn werk wel eens heeft meegemaakt. dat is leuk om te lezen. De oplossingen zijn nét zo herkenbaar, dus verwacht geen creatieve aanpakken. Scott heeft zijn best gedaan om ‘er blij van worden’ als rode draad in zijn stukken te verwerken, maar het resultaat vond ik nogal simplistisch.

                        In tegenstelling tot Spark Joy heeft dit boek geen tekeningen. Nu is het opruimen van je bestanden wat anders dan het vouwen van je ondergoed, maar een matrix voor besluitvorming is goed in een illustratie te vangen, zeker als die gebaseerd is op die van Eisenhower. Ook zijn er vast wel grafieken, die de managementtheorieën van Scott ondersteunen. Gemiste kans.

                        De schrijfstijl is goed, de mix van de twee visies werkt best goed met het gebruik van de kaders. Het boek is verder ook goed verzorgd.

                        Maar: mis je iets als je dit boek niet leest? Nee. In het kader van: ‘word je er blij van’, zou ik er dan ook niet aan beginnen.

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam 0, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

                        Vorm: Aansprekend 0, Verzorgd +, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl +

                        FOMO -. 

                        Ik gaf het boek 3*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees Opgeruimd op het werk  duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus;
                        • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

                        Koop Opgeruimd op het werk duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Persoonlijke effectiviteit, zelfhulp | Tags: , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: Limitarisme – overtuigend

                        Ingrid Robeyns schreef in 2023 Limitarisme, pleidooi tegen extreme rijkdom. Natuurlijk was ik nieuwsgierig naar de limiet, en ook naar haar motivatie, die met name de mensen die al extreem rijk zijn, of het heel graag willen worden, mee moet krijgen. Eerlijk, ik was wat sceptisch. Onterecht! Het betoog is bepaald overtuigend, en staat ook nog eens vol met observaties die het overdenken meer dan waard zijn.  

                        Als je denkt dat de conclusie van het boek een bedrag is, kom je bedrogen uit. Ingrid pleit in de kern voor rechtvaardigheid, voor vermindering van vermogens- en inkomensongelijkheid. Mensen worden rijk door de relatie met andere mensen: werknemers, klanten, financiers. Op een onbewoond eiland word je niet rijk. Dus waarom wordt de rijkdom alleen met de aandeelhouders gedeeld? Ingrid gaat ook in op alle argumenten tégen Limitarisme, en weet deze goed te weerleggen. Als conclusie stelt ze dat Limitarisme, en met name de onderliggende systeemverandering, goed is voor iederéén. Ik zeg: doen!

                        Het maatschappelijke boek Limitarisme …

                        … bespreekt een groot aantal voordelen van het instellen van een maximum aan vermogen en de argumenten tegen extreme rijkdom. Het meest voor de hand liggende argument is natuurlijk het nadelige effect van ongelijkheid in de wereld en in een land. Ook is een significant deel van buitensporige rijkdom bezoedeld: oneerlijk verdiend, of onethisch gegroeid in belastingparadijzen. Nu komt een groot deel van de economische winst bij de rijkste mensen in de samenleving terecht, die winst wordt bepaald niet eerlijk verdeeld.

                        Politieke macht en ecologische schade

                        Iets anders is de politieke macht die de rijken hebben, wat ingaat tegen de uitgangspunten van een democratie. De politiek wordt door een groep rijken gedomineerd. Ook hebben de superrijken ecologische schade veroorzaakt, die relatief veel groter is dan de schade van de ‘gewone man’, door hun levensstijl, bedrijfsstrategieën, belastingontwijking, en gelobby. Daarnaast is er veel geld nodig om de klimaatschade te herstellen en te voorkomen, en de rijken bezitten veel geld dat ze helemaal niet nodig hebben.

                        Hebben ze het wel verdiend?

                        Ook een mooi punt: wie verdient het om extreem rijk te zijn? Geërfd geld is gebaseerd op toeval: daar waar je wieg stond. En verdiend geld is vaak gebaseerd op extreem hoge beloningen, die niets meer te maken hebben met prestaties (hoe meet je die?) en talent (ook weer toeval). Een gemiddelde CEO verdiende wereldwijd > 300x het salaris van een gemiddelde medewerker in zijn bedrijf, in de VS is dat zo’n 670x en een bonus van 56 miljard hebben we nu ook gezien.

                        Mensen onderschatten de feitelijke economische ongelijkheid, dit blijkt uit vele studies. Ook beseffen ze niet dat de ‘elite’ voor economische regels heeft gezorgd die tot doel hebben hun eigen financiële positie te verbeteren. Daarom wordt er niet overwegend gestemd voor meer herverdeling. Ook gelooft men nog in sociale mobiliteit, dat je kunt opklimmen, rijk kunt worden. Maar die mobiliteit is in de praktijk beperkt, en neemt af. De inkomensongelijkheid is in de afgelopen jaren enorm gegroeid, en ook dat wordt onderschat.

                        Limitarisme = communisme?

                        Veel mensen denken dat Limitarisme neerkomt op communisme. Dat slaat nergens op. Limitarisme wil zeker geen centraal geleide planeconomie, en ook geen despotische overheid. En ook wil het de vrije markt, private bedrijven of privébezit niet afschaffen. Wel is het zo dat sinds 1970 markten minder gereguleerd zijn dan ervoor, dat er heel wat eigendom van de publieke sector naar de private sector is overgeheveld, zoals de spoorwegen. Het ging gepaard met een verschuiving van macht van de staat naar de private sector. Toch is er nog veel bezit in overheidshanden, zoals de nationale parken, en grijpt de overheid ook in de economie in, met financiering van scholen, met een minimumloon, met maximumprijzen voor elektra en gas, met subsidies. We zijn dus zeker niet zuiver kapitalistisch, maar wel méér kapitalistisch dan vroeger.

                        Wat het Limitarisme wil is: zorgen dat ongelijkheid binnen de perken blijft en het overtollige geld van de rijken gebruikt wordt om urgente basisbehoeften en collectieve problemen aan te pakken. Hierbij spelen ook morele en ethische overwegingen een rol. Dit kan binnen allerlei alternatieve economische modellen die momenteel opgang doen: welzijnseconomie, donuteconomie.

                        En wat is dan de limiet?

                        Natuurlijk gaat het boek in op wat een redelijk maximumvermogen zou kunnen zijn, en 10 miljoen wordt geopperd. Maar daar draait het niet om. Het gaat meer om een systeemverandering, en een mentale verandering naar ‘genoeg is genoeg’.  

                        Wat moeten we doen? En doen de rijken mee?

                        Ingrid denkt dat de superrijken eigenlijk helemaal niet gemotiveerd worden door steeds meer geld. Wel door status, macht. Een limiet, of verhoging van de belastingen, zal ze niet heel erg raken. Daarnaast zijn ze ook intrinsiek gemotiveerd, ze halen voldoening, zelfs plezier, uit hun werk bij hun super succesvolle ondernemingen. Dus misschien stribbelen ze niet eens zoveel tegen.

                        Daarnaast kan het Limitarisme ook hen wat opleveren: Morele winst, zich een beter mens voelen. Politieke instabiliteit wordt vermeden, de kans op opstanden is minder. Altijd goed voor je bedrijf, volgens de 121 ‘Patriottic Millionaires’. De economie groeit want de armen hebben meer geld om uit te geven. Trickle up. Het werkt bevrijdend, geen zorgen over je beleggingen, geen ruzies meer met de familie, geen schuldgevoel, volgens The Good Ancestor Movement. Dit hoofdstuk 9 is bepaald tegen-intuïtief maar onderbouwd!

                        Welke acties zijn nodig voor het Limitarisme?

                        1. Allereerst wat doen aan de normen en waarden van het neo-liberalisme. Rechtvaardigheid en mensenrechten moeten centraal staan, niet economische efficiëntie. Besluitvorming op basis van gemeenschappelijkheid, niet op basis van technocratie.
                        2. Ten tweede moeten we klassebarrières afbreken, wat empathie en begrip voor anderen verhoogt. Hiervoor is huisvestings- en onderwijsbeleid nodig, een maatschappelijke dienstplicht is een goed idee.
                        3. Ten derde moeten we zorgen voor een betere balans tussen de economische machten.  De drie politieke machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) zijn gescheiden om machtsmisbruik te voorkomen. De economische machten zijn werkgevers versus werknemers/vakbonden, aandeelhouders versus stakeholders. Niet in balans, en dus hier wél machtsmisbruik.
                        4. Ten vierde moet de fiscale beslissingsmacht van de overheid worden hersteld en belasting-ontduiking en ontwijking worden tegengegaan door kapitaalvlucht onmogelijk te maken. Natuurlijk kan dit alleen in internationaal verband.
                        5. Als vijfde: inbeslagname van besmet geld. Denk aan crimineel geld, maar ook aan geld verdiend met slavenhandel of corruptie.
                        6. Als zesde moet de internationale economische architectuur eerlijker worden ingericht. Denk aan een leefbaar loon bij geoutsourcete productie.
                        7. En dan als zevende het begrenzen van de topbeloningen. Vroeger schaamde je je als je 100x zoveel verdiende als de minst betaalde werknemer van je bedrijf. Nu niet meer. Dus naast een ‘maximumloon’  is ook verandering van sociale normen nodig. En een internationale minimumbelasting op inkomen uit kapitaal.
                        8. En als laatste het meest urgente: stoppen met intergenerationele overdracht van rijkdom door per persoon het bedrag aan ontvangen erfenissen te begrenzen. Dit idee is overigens van John Stuart Mill, die je echt geen socialist kunt noemen. Het ‘overschot’ kan dan verdeeld worden onder alle jongeren. Dat haalt gelijk de weerstand tegen successiebelasting weg.

                        Afsluitende boodschap: geld van de 1% over de 99% verdelen zal een enorm onaangebroken potentieel vrij maken. Daar zal dan iedereen van profiteren, ook de rijken.

                        Ondanks dat Ingrid’s argumenten overtuigend zijn, geloof ik niet dat Limitarisme een kans van slagen heeft, maar onderdelen ervan wellicht wel. Dat is dan al winst. En we moeten een ‘audacious goal’ hebben, toch? Dit is er eentje.

                        Mijn evaluatie van Limitarisme

                        Ingrid behandelt een onderwerp, ongelijkheid, wat de laatste jaren in veel boeken terugkomt en ook journalistiek veel aandacht krijgt. Dat is dus niet nieuw. Haar oplossing, het Limitarisme, was wél nieuw voor me, en veel van haar observaties verrasten me. Zoals hoe wij beoordelen of rijken hun geld ‘mogen houden of niet’. Dat hangt af hoe het verdiend is, én wat de rijkaard ermee gaat doen. Filantropie waarderen we, maar Ingrid zet er, terecht, de nodige kanttekeningen bij. Heel interessant. Ook haar opmerking over gouden paspoorten, waarbij schimmige figuren staatsburgerschap en dus politieke invloed ‘kopen’, bijvoorbeeld om sancties te ontlopen, en hoe schril dit afsteekt tegen onze asielwetten, stemt tot nadenken.

                        Ingrid gebruikt veel statistieken en economische theorieën in dit boek, het betoog is goed onderbouwd. Op een opmerking over besmet geld en belastingparadijzen na: dat wordt veelal genegeerd, het Limitarisme focust mede hierop omdat ‘het ons hindert een eerlijkere, limitaristische wereld tot stand te brengen’. Dat negeren zie ik niet zo, en het argument klinkt als een cirkelredenering. Maar zéker een onderwerp om nog wat meer bij stil te staan.

                        Het onderwerp, en met name de belastingtechnische maatregelen die ze voorstelt, zijn relevanter dan ooit. Niet alleen omdat de VS in extremo anti-limitaristisch is, en we zien wat daar gebeurt, maar ook omdat ongelijkheid bij ons in Nederland aantoonbaar populisme in de hand werkt en slecht is voor onze economie. In de verkiezingsprogramma’s zie ik diverse onderwerpen die aansluiten op Ingrid’s betoog. Nu is het boek wat ouder, 2 jaar inmiddels, maar ik zie toch weinig onderdelen in haar betoog die niet meer juist zijn, ik verwacht dat haar oproep tot systeemverandering, en juist ook een verandering van sociale normen, nogal tijdloos zullen zijn. In de zin van: dat gebeurt toch niet. Dat is best een deprimerende gedachte.

                        De gebruikte voorbeelden zijn internationaal en illustreren het betoog goed. Ze spelen in op ons gevoel van rechtvaardigheid en zorgen zo voor emotie bij het lezen. Het betoog is soms wat herhalend, het laatste hoofstuk geeft een goede samenvatting. De oplossing is origineel, weer eens wat anders dan ‘gewoon’ progressief belasten. En het idee om limieten op erfenissen te stellen vind ik bepaald elegant. In het betoog gaat Ingrid ook in op de argumenten tégen Limitarisme, hoewel wat minder diepgaand dan op de argumenten vóór. Het heeft een uitgebreide literatuurlijst.

                        Het ebook dat ik las is sober uitgevoerd, zonder illustraties en met een enkele typo. Het betoog heeft een goede structuur en de rode lijn is duidelijk. Er is veel te leren van het boek, ik verwacht hier ook Booknotes van te maken, ik heb vele pagina’s met aantekeningen gemaakt.

                        FOMO? Ja, ik denk wel dat dit een boek is dat je gelezen moet hebben, of in ieder geval een essay over dit onderwerp. Al was het alleen maar om te begrijpen dat het niet louter gaat om het vaststellen van een bedrag dat je maximaal mag hebben.

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties -, Structuur +, Schrijfstijl 0

                        FOMO +. 

                        Ik gaf het boek 4*

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees Limitarisme duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • digitaal en gratis via Kobo Plus (dat deed ik ook!);
                        • of uit een minibieb!

                        Koop Limitarisme duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

                        Recensie: Cradle to Cradle – inspirerend, deprimerend, intrigerend

                        Regelmatig lees ik een ouder boek, en vraag me af: relevant of (inmiddels) rotzooi? Pareltje of papierbak? Uit 2002 stamt Cradle to Cradle van Michael Braungart en William McDonough. In 2007 kwam er een Nederlandse uitgave, met Nederlandse voorbeelden. Ik vond het een pareltje! En vroeg mij steeds af: waarom wist ik dit niet? En: waarom is hier niets mee gebeurd? Het uitgangspunt van het boek is: we moeten méér consumeren, want afval is voedsel voor iets nieuws en goed voor de aarde. Okeeeeeee.

                        Bij de allereerste zin zit ik al druk te schrijven, en daar houd ik niet meer mee op. Wat een inspirerend boek! En ik begrijp het uitgangspunt ook: wanneer je ‘voedende’ zaken ontwerpt en maakt, regeneratief zouden we nu zeggen, dan is dat ook goed voor de aarde. Het ermee samenhangende energieverbruik kan véél efficiënter, dus dat hoeft geen bezwaar te zijn. De onderbouwing lijkt te kloppen, en de oplossing is dus zeer eenvoudig. Maar dan …. zie ik dat heel veel initiatieven óf niet van de grond zijn gekomen, óf een stille dood stierven. Dat is dan weer deprimerend. Maar ook intrigerend: waaróm toch?

                        Het duurzaamheidsboek Cradle to Cradle …

                        … begint verrassend genoeg met mijn favoriete ‘verbruiksvoorwerp’, namelijk boeken. De Amerikaanse uitgave van dit boek is gedrukt op polymeren, die oneindig recyclebaar zouden zijn, zonder kwaliteitsverlies. Synthetisch papier. En de inkt is opnieuw te gebruiken, zonder chemische oplosmiddelen. Het boek kan volledig geüpcycled worden, stellen de auteurs. (Het wordt er mijn inziens niet beter van, maar gelijkwaardig, dus klopt dit wel?). Echter, de Nederlandse uitgave is gemaakt van milieuvriendelijk papier, want ‘in veel landen, zoals Nederland, duren veel dingen nét wat langer’.  

                        In de inleiding wordt direct gesteld dat Europa bezig is met consuminderen en minimaliseren, terwijl men in de US door gaat met consumeren ‘alsof er nooit een einde komt aan de overvloed’. We hóéven ook helemaal niet te consuminderen, zeggen de auteurs, als álle grondstoffen terugkeren in de biologische of technische kringloop. Hoe beter een product verkoopt, hoe sneller zo’n kringloop gesloten kan worden. Ik vroeg me gelijk af hoe dat dan gaat met de benodigde energie om zaken uit elkaar te halen, en weer samen te voegen tot iets nieuws. (Dat bleek destijds ook gelijk de meest gangbare kritiek te zijn op het boek: met die energie, en ook het transport dat met recycling samenhangt, is geen rekening gehouden.) Wél gaan de auteurs in op betere vormen van energiewinning: zon en wind, en het gebruik van traditionele methoden voor verwarmen en koelen.

                        Een andere, interessante stelling: het gaat niet om eco-efficiency (minder verbruik) maar om eco-effectiviteit (goed voor het milieu). Het gaat om álle onderdelen hergebruiken. We zouden een voorbeeld moeten nemen aan Aziatische tradities; als je in sommige streken in China voor het eten wordt uitgenodigd is het onfatsoenlijk om te vertrekken zonder de wc te gebruiken. De gastheer wil zijn waardevolle voedingsstoffen terug. (Voor mest op de akker, vraag ik me dan af? Anno nu lees je wel over kleine experimenten daarmee, maar de bacteriën en met name medicijnresten erin werpen een barrière op).

                        Standaardisatie en het bbp

                        Maar nu naar de onderbouwing van de mogelijkheid om volledig Cradle to Cradle te werken, de rest van het boek dus. Interessant is het stuk over de ellende van standaardisatie. Neem (af)wasmiddelen:  in gebieden met zacht water is minder reinigingskracht nodig, en het afvalwater gaat óf naar visrijke stromen, of naar een rioolzuiveringsinstallatie. Maar denk je dat de producenten rekening houden met deze lokale verschillen? Welnee, ze ontwerpen voor de meest slechte omstandigheden, zodat ze hetzelfde product overal kunnen verkopen. Ze ontwerpen ‘brute kracht’.  

                        De diversiteit van de natuur én de cultuur is de vijand, niet iets waar je je ontwerpen aan aanpast. Denk aan onze woningbouw en aan de landbouw: monocultuur en standaardisatie is het efficiëntst. Zo worden natuurlijke bestrijdingsmiddelen (’onkruid’ wat aantrekkelijk is voor vogels, die ongedierte opeten) verwijderd en vervangen door kunstmatige, waartegen het ongedierte snel resistent wordt. Bijzonder kortzichtig, dit.

                        En net zo kortzichtig is onze definitie van voorspoed: het bbp. In 1991 lekte er olie uit de Valdez bij Prince William Sound in Alaska. Dat was hééél goed voor de voorspoed van dat gebied. Huh? Ja, heel veel mensen kwam helpen opruimen, heel goed voor de plaatselijke middenstand en het bbp.

                        Goed voor de portemonnee, slecht voor de gezondheid

                        Er zijn veel producten die betaalbaar zijn, aan de verwachtingen van de gebruikers voldoen en ook goed zijn voor de fabrikant, maar die niet zijn ontworpen om goed te zijn voor de menselijke en ecologische gezondheid. Polyester kleding en PET-flessen zijn ‘producten plus’: ze bevatten antimoon, een giftig zwaar metaal. Het levert alleen maar nadelen op bij dragen en afvalverwerking. Waarom zit dat erin? De materialen worden ingekocht in landen met weinig wetgeving rond schadelijke stoffen. En schadelijke stoffen zijn ooit niet expres in de producten gestopt, maar het is wél een kwestie van nalatigheid om nú niet intelligenter te ontwerpen. Verandering is nodig!

                        Eco-efficiency en eco-effectiviteit

                        Eco-efficiency werd ‘geboren’ in 1992 bij de Wereldmilieutop in Rio de Janeiro, is gericht op minder verbruik van natuurlijke hulpmiddelen en minder vervuilen, en kan worden vertaald in beperken, hergebruiken,  recyclen en reguleren. Maar beperken levert nog steeds gezondheidsschade op, nu door fijnstof, en het probleem is dus niet weg. Hergebruik lijkt een goed idee, maar de schadelijke stoffen verdwijnen hierdoor niet, rioolslib dat als kunstmest wordt gebruikt kan dioxinen en zware metalen bevatten. Recycling is vaak downcycling, er een minder waardevol product van maken. De goede materiaaleigenschappen gaan verloren, en soms levert het extra gezondheidsrisico’s op. Daarbij is recycling heel duur, omdat de producten eenvoudigweg niet ontworpen zijn om gerecycled te worden!

                        Dan naar eco-effectiviteit, wat gaat over het geheel anders ontwerpen van producten, niet de bestaande producten minder slecht maken. We kunnen voor een voorbeeld van eco-effectiviteit naar een mieren-kolonie kijken. De gezamenlijke biomassa van mieren is groter dan die van mensen maar hún ‘bevolking’ vormt geen probleem voor de rest van de wereld. Alles wat ze gebruiken is biologisch afbreekbaar. Ze recyclen ook het afval van andere soorten, hiermee voeden ze hun schimmeltuinen. Door hun activiteit brengen ze mineralen naar het aardoppervlak, voedingsstoffen voor planten en schimmels. Ze maken doorgangen, die goed zijn voor de waterafvoer. Ze spelen dus een belangrijke rol bij het gezond maken en houden van de grond. Ze maken van de wereld een betere plek. Meer mieren is geen probleem. Groei is in de natuur géén probleem.  

                        En nu wij: bijna elk productieproces heeft neveneffecten, en die van ons zijn overwegend negatief. Waarom zouden ze niet positief kunnen zijn? Eco-effectief ontwerpen kijkt naar het hoofddoel van een product, maar óók naar de effecten! Denk aan de daken met aarde en planten: isolerend en verkoelend, produceert zuurstof, neemt regenwater op en absorbeert roetdeeltjes. O ja, het ziet er ook nog eens heel mooi uit! Waarom zien we niet meer groene daken?

                        En waarom hebben we geen/ niet meer:

                        • Gebouwen die meer energie produceren dan ze verbruiken
                        • Fabrieken die afvalwater lozen van drinkwaterkwaliteit
                        • Producten die bij weggooien als voeding dienen voor planten en dieren
                        • Vervoermiddelen die de lucht zuiveren

                        De biologische en technische kringloop

                        Er zijn dus twee kringlopen: de biologische en de technische. We moeten ervoor zorgen dat deze elkaar niet besmetten! Er mogen dus geen kankerverwekkende (technische) stoffen in de biologische kringloop terechtkomen. En biologische stoffen moeten we niet toevoegen aan de technische kringloop, ze gaan dan verloren en/óf verzwakken de kwaliteit van de technische grondstoffen, maken terugwinning daarvan moeilijker.  Een blend van katoen en gerecyclede PET voor stoffen is dus uit den boze, ook al klinkt het duurzaam.

                        Biologische stoffen kunnen worden gecomposteerd. Technische stoffen kun je niet zomaar bij elkaar op één hoop gooien, dan verliest het zijn kwaliteit. Die moet je dus weer van elkaar scheiden.  En dat doe je het best in de fabriek waar het eindproduct vandaan kwam. Producten worden dus diensten: aan het einde van hun levensduur gaan ze weer terug. De fabrieken kunnen goedkoop en duurzaam nieuwe producten maken, en op den duur is extra grondstofwinning niet meer nodig. Dus consuminderen hóéft helemaal niet.

                        Nu zijn er ook materialen die in geen van beide kringlopen passen omdat ze materialen bevatten die gevaarlijk zijn: ze zijn onvermarktbaar. In ieder geval nu, misschien dat er in de toekomst oplossingen komen. Opslaan dus, deze materialen, net als kernafval. Niet storten of verbranden!

                        Onderlinge relaties

                        De natuur heeft ons belangrijke lessen te leren. Elke soort is in meer of mindere mate afhankelijk van een andere soort, en ze werken samen voor het succes van het hele ecosysteem. Onze activiteit moet onze directe leefomgeving ondersteunen, werken met lokale materialen, lokale energiestromen en lokale culturele gebruiken. Ons afval moet de lokale grond en water voeden, we moeten zinnige, lokale beroepen creëren, lokale tradities gebruiken. Zo zijn er traditionele manieren om huizen te verwarmen en te koelen, die we van de Maori’s (boomschors afdakjes tegen de wind of de zon) en Pakistani (windschoepen in schoorstenen) kunnen afkijken, om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen.

                        De belangen van het bedrijfsleven en het milieu hoeven elkaar niet te bijten. MVO is nog steeds ongemakkelijk en geen doelgerichte wisselwerking. Eco-effectiviteit ziet het bedrijfsleven juist als de motor van verandering en respecteert de behoeften van de industrie. Het boek visualiseert dit als een driehoek, waarin Economie opschuift richting Rechtvaardigheid (sociaal) en dan richting Ecologie. En als je een gebouw ontwerpt dat zonlicht omzet in méér energie dan het zelf nodig heeft, dan schuif je vanuit Ecologie weer richting Economie: eco-effectiviteit.  Waar Economie de overhand krijgt, is weer sprake van eco-efficiency.

                        Interessant is de uitgebreide beschrijving van de aanpak van het Rouge complex van Ford in de VS. Eén van de innovaties is een volledig groen dak, beplant met sedum. Het leverde een besparing op van $32 miljoen op regenwaterzuivering. Ook heeft het veel verbeteringen om het werken prettig te maken en de buitenruimte gezonder. Heel veel werknemers geloofden er niet in, maar zijn inmiddels óm.

                        Stappenplan

                        Natuurlijk heeft het boek een stappenplan om eco-effectief te werken.

                        1. Maak je ‘vrij van’ de bekende boosdoeners. Maar vervang het ene schadelijke materiaal niet door een onbekende andere.
                        2. Volg goed geïnformeerde persoonlijke voorkeuren. Je zult nooit precies weten wat er in een ingekochte stof zit, veel informatie valt onder intellectueel eigendom. En is het materiaal er niet, kun je het dan (laten) maken?
                        3. Maak een passieve positieve stoffen-lijst. Kijk naar ontstaan, gebruik en afvoer van de stof en schrijf alle negatieve effecten op. De ergste zet je op een X-lijst. Verwijder ze en, als mogelijk, vervang ze. Problematische stoffen waarvan verwijdering iets minder urgent is, of waarvoor geen alternatieven zijn, zet je op de grijze lijst. Alle stoffen waarvan je zeker weet dat ze niet schadelijk zijn en die je wél wilt gebruiken zet je op de P (van positief)-lijst.
                        4. Activeer de positieve lijst. Je ontwerpt nieuwe producten met alléén de stoffen op de P-lijst.
                        5. Opnieuw uitvinden. In plaats van herontwerpen, ga je terug naar de basis en ontwerp je met ‘voedend’ als extra criterium. Dus geen ‘positieve’ auto, maar een ‘voedend voertuig’. Of zelfs: ontwerp een nieuwe infrastructuur voor vervoer’(alle snelwegen overkappen en de ruimte erboven gebruiken?). Of zelfs: ‘ontwerp vervoer.’

                        Wat is nodig voor eco-effectiviteit? Tijd, inspanning, geld, creativiteit.  We can do it!

                        Mijn evaluatie van Cradle to Cradle

                        Tijdens het lezen viel ik van de ene verbazing in de andere: ik had geen idee van al die initiatieven die de auteurs beschrijven. En ook geen idee hoeveel er al kan, als je maar wilt. Deze Nederlandse uitgave bevat ook veel Nederlandse voorbeelden, en ik had er nog nooit van gehoord! Ik was geïnspireerd en enthousiast pende ik alle voorbeelden neer. En toen … ging ik googelen naar wat er van deze initiatieven was geworden. En ik viel alweer van de ene verbazing in de andere. Ik kon er bijzonder weinig over vinden. Het synthetische boek, door de uitgever Durabook genoemd? Niet te vinden, alleen als merk laptop, en ik zie een vermelding hiervan op de Wikipediapagina van het boek. Wat is er met deze innovatie gebeurd? Kantoormeubelenproducent Herman Miller die naar Point Zero wil in 2020? Ik kan op Google of hun website daar niets meer over vinden…Het ingenomen en gerecyclede oplosmiddel van DuPont? Niet te vinden, maar wel het milieuschandaal van datzelfde DuPont.  Het Ford-complex Rouge? Ah, 3 regels op Wikipedia, die draaien om de besparing van 32 miljoen, verder niks. Dus wat leerde ik? Dat er in 23 jaar onvoldoende tijd, inspanning, geld of creativiteit in is gestopt. Ik denk zelf geld, in de vorm van te weinig subsidies, te weinig belastingvoordeel en te veel overnames door old school bedrijven die er vervolgens geen geld meer instoppen. O ja, en te weinig verkopen aan gemotiveerde klanten, die toch liever een goedkopere, maar slechtere variant aanschaffen.

                        Hoe jammer, want dit boek is bepaald geen verzameling sprookjes, gebaseerd op wensdenken. Nee, alles is aantoonbaar mogelijk, en zelfs al door een van beide auteurs, uitgeprobeerd. Oplosmiddel? In 1986 al door Michael voorgesteld. Rouge? Bedacht door Bill in 1999. De heren weten waarover ze het hebben.

                        En ook hoe jammer dat dit boek dus nog steeds relevant is, en in zekere zin ook tijdloos. De concepten van Cradle to Cradle zijn nog steeds de beste weg qua duurzaamheid, en een grondige analyse waarom zoveel, na 23 jaar, nog steeds niet van de grond is gekomen, kan waardevolle, tijdloze inzichten verschaffen. Of weten we het al? Hebzucht? Deze gedachten ná het lezen waren bepaald deprimerend.

                        Het boek is erg goed geschreven, met veel details, ook qua chemische samenstelling en schadelijke stoffen, en met beschrijvingen die je enthousiast maken voor de oplossing. De omslag heeft foto’s van veel genoemde duurzame innovaties, zoals de bureaustoel van Herman Miller, het originele C2C boek, Rouge. Maar ook foto’s van projecten die het achteraf niet gehaald hebben: Venlo’s Innovatoren is wat anders geworden, en het stadskantoor is dan wel volgens C2C gebouwd, maar is niet regeneratief, dus niet voedend. Nike Considered? Nooit echt van de grond gekomen. De Ford U, een C2C-auto? Niets over te vinden. Verder zijn er weinig illustraties in het boek opgenomen, dat is jammer. De structuur van het boek is helder, en combineert de vele details en voorbeelden met een holistische visie op duurzaamheid.

                        FOMO? Ja toch wel. Het begrip Cradle to Cradle word nog steeds veel gebruikt, en het is zinnig om naar de wieg terug te gaan en je goed te verdiepen en de grondslagen ervan. Ook al word je er verdrietig van …

                        Conclusie

                        Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

                        Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

                        FOMO +. 

                        Ik gaf het boek 4 ½ *

                        Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

                        Lees Cradle to Cradle duurzaam …

                        • via de (online) bibliotheek; 
                        • digitaal via Kobo;
                        • of uit een minibieb (dat deed ik ook!)!

                        Koop Cradle to Cradle duurzaam … 

                        • bij de kringloop;
                        • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
                        • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
                        • of via B-Corp Bol (aff).

                        Keus genoeg!

                        Abonneer je hier op de wekelijkse blog-updates!

                        Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , , | Plaats een reactie