Recensie: Uit de puinhopen – goed betoog

George Monbiot schreef Uit de puinhopen in 2017, vlak na het aantreden van Trump voor zijn eerste termijn. Die timing was vast niet toevallig. Hij beschrijft de uitwassen van het neoliberalisme, en komt met een verhaal voor een nieuwe ideologie en de bijpassende saamhorigheidspolitiek. Sterke gemeenschappen, de commons en een grotere invloed op en verbondenheid met de politiek zijn hier onderdeel van. Ik vond het een goed verhaal!

In de afgelopen 8 jaar is er niet genoeg gebeurd om dit verhaal werkelijkheid te laten worden, dus is dit boek nog steeds relevant. Of misschien wel relevanter dan ooit, want het neoliberalisme lijkt door de groeiende macht van politiek rechts nóg sterker te worden. Naast een verhaal en een plan voor implementatie geeft George ook veel, heel veel voorbeelden hoe het wél kan, en hoe het ook al gebeurt. Dat maakt er een vrij praktisch, hoopvol boek van.  

Het maatschappelijke boek Uit de puinhopen …

… begint met een stukje historie over hoe we in die puinhopen terechtgekomen zijn. Het neoliberalisme is niet zomaar ontstaan, het is bewust ontworpen. Friedrich Hayek is de voornaamste architect, hij verzette zich tegen de sociaaldemocratie van de 40-er jaren. Collectivisme zou leiden tot fascisme en communisme tot totalitaire macht van de staat. De rijken werden op dat moment ‘beperkt in hun vrijheid’ door hoge belastingen en strenge maatregelen om de samenleving te beschermen. Die rijken de vrijheid geven, zou leiden tot hogere welvaart: je kon die rijken zien als pioniers, verkenners van maatschappelijke vooruitgang. Wegbereiders.

In die tijd waren de denkbeelden van Keynes nog leidend, tot de economische crises van de 70-er jaren, denk aan het olie-embargo. Thatcher en Reagan wilden eind 70-er jaren de ideeën van Hayek uitvoeren, de rijken ‘onafhankelijk’ maken. Het neoliberalisme werd via het IMF, de WB en WTO aan de hele wereld opgelegd.

Er ontstaat een meritocratie die de achterblijvers als parasieten beschouwt. Faalangst, depressies en andere geestelijke gezondheidsproblemen zijn het gevolg. Vrijheid wordt geïnterpreteerd als vrij zijn van vakbonden, vrijheid om de lonen laag te houden. De ongelijkheid stijgt, nutsbedrijven worden geprivatiseerd. Het grote geld heeft steeds meer macht, de overheid heeft steeds minder macht, en dus hebben kiezers óók steeds minder macht. De politiek wordt voor hen minder relevant. Ze verdiepen zich er niet meer in. En dat leidt paradoxaal genoeg tot het aan de macht komen van Trump en consorten.

Het neoliberalisme heeft zich zo genesteld dat we geen alternatief meer zien. En de sociaal-democratie dan? Keynes’ economische maatregelen werken niet meer bij de huidige omstandigheden, met name door de automatisering en globalisering. En ook is Keynes’ gedachtegoed gebaseerd op consumptiegroei, wat zich slecht verhoudt met klimaatverandering en milieumaatregelen.

Vervreemding

Het kenmerk van de huidige tijd is vervreemding, geen binding meer voelen met de samenleving, geen macht over je werk, geen vertrouwen in de politiek. Het onderwijs versterkt dat, omdat het focust op de verkeerde zaken, op analytische vaardigheden, niet op creativiteit en sociale vaardigheden. Er ontstaat wrok jegens hoger-opgeleiden, en verlies aan gemeenschapszin en saamhorigheid.

Saamhorigheid

Macht over je eigen leven kun je best terugkrijgen zonder immigranten, moslims, etc. tot zondebok te maken. Je krijgt weer gemeenschapszin door allerlei participatie-initiatieven. Denk aan gemeenschappelijke tuinen, straatfeesten. Die initiatieven leiden weer tot nieuwe initiatieven en zo ontstaat een participatiecultuur. Een mooi voorbeeld is de Leeszaal in Rotterdam-West, in 2011 ontstaan als een bewonersinitiatief na het sluiten van de wijkbibliotheken. Het inspireerde anderen om ook participatieprojecten te starten. Deze scheppen solidariteit over politieke scheidslijnen heen.

Onze politieke keuzes zijn trouwens ook niet gebaseerd op analyses van beleidsstukken en rationele keuzes, maar op onze identiteit, we stemmen op politici die uit hetzelfde culturele milieu komen. Bij een participatieproject ontstaat een gemeenschap met verschillende culturele achtergronden, het creëert vertrouwen en vermindert zo weerstand tegen bijvoorbeeld immigranten. Zo’n lokale gemeenschap kan politiek bedrijven op lokaal niveau, en is niet, zoals de oude arbeidersbewegingen, gericht op mensen met werk. Dat haalt veel wrok weg. Iedereen kan altijd meedoen, iedereen heeft waarde.

Economie

Die burgerparticipaties zitten niet in onze economische modellen. Er is alleen de markt en de staat. De commons worden vergeten. Econoom Peter Barnes stelde voor om commons in te richten voor diverse zaken die gemeenschappelijk bezit zijn, zoals de atmosfeer. Zo’n mondiaal atmosfeerbeheerfonds zorgt dat de atmosfeer intact blijft voor toekomstige generaties. Het geeft emissierechten uit, de opbrengsten worden besteed aan milieumaatregelen, groene innovatie, of worden als groen dividend uitgekeerd aan de wereldbevolking.

Een ander onderwerp in dit hoofdstuk is het universele basisinkomen. Hier en daar (ook in Nederland) wordt hiermee geëxperimenteerd. In India waren de uitkomsten zéér positief, maar dat komt met name omdat men er superarm is, de overheid er erg inefficiënt is en er veel corruptie is rondom de huidige werkwijze met toeslagen. Voor rijkere landen met een efficiënte overheid zullen de effecten zwakker zijn, hoewel de uitvoeringskosten altijd minder zullen zijn dan bij uitkeringen en toeslagen. Er zijn ook nadelen: werkgevers hebben een excuus om de lonen te verlagen. En andere vormen van inkomensherverdeling en sociale zekerheid kunnen het loodje leggen.

Het framen van de economie

Onze economie moet steeds blijven groeien, en dat kan alleen als wij steeds meer kopen: consumentisme. Daarbij putten we de resources van de aarde uit. Dat is ons frame, we denken dat het zo hoort. Kate Raworth’s Donuteconomie geeft een nieuw frame, met nieuwe modellen, wat het oude frame kan vervangen. ‘Binnen de mogelijkheden van de planeet voorzien in de behoeften van iedereen’. Heel mooi, maar de overheidsbegroting ondersteunt dit niet. Wij financieren de overheid met belastingafdrachten maar hebben niets te zeggen over de bestemming van dat geld. Er gaan subsidies naar de fossiele industrie, contracten naar vriendjes.

Hoe mooi zou het zijn als burgers het begrotingsproces meer konden sturen! Een burgerbegroting, zoals ontstaan in Porto Alegre, Brazilië. Hier wordt 20% van de uitgaven van de gemeente, de infrastructuuruitgaven, bepaald door de burgers. Het verbetert aantoonbaar de voorzieningen en vermindert corruptie. En het verhoogt de betrokkenheid van burgers, de saamhorigheid. Dit initiatief is op te schalen door meer nationale uitgaven te delegeren naar provincies en gemeenten.

Onze politiek

De kiesstelsels van het VK en de VS zijn niet democratisch. Het fenomeen kiesmannen en de mogelijkheid van de Amerikaanse president om Executive Orders uit te vaardigen, wetsvoorstellen te vetoën etc. zorgen ervoor dat vele kiezers niet behoorlijk vertegenwoordigd zijn. O ja, en er is aangetoond dat hoe meer geld je aan campagnes besteed, hoe hoger de kans op verkiezing. Een plutocratie dus. Hoe kan het beter? Met een grondwetgevende vergadering. Deze kun je elke 20 jaar of zo houden, om te beoordelen of het systeem nog goed functioneert of aangepast moet worden. Met een goed representatieve, op loting gebaseerde groep burgers, die door experts wordt geadviseerd. Die groep doet voorstellen voor een bindend referendum.

Wat het parlement betreft zou een proportionele vertegenwoordiging met lokale kandidaten, die o.b.v. voorkeursstemmen worden gekozen, een hele verbetering zijn. En voor het percentage niet-stemmers, wordt er geloot. Dus: opkomst 65%, dan 65% van de parlementsleden via voorkeursstemmen en 35% via loting. In combinatie met een beperking van campagnebijdragen is het systeem eerlijker. Maar: nog steeds geen garantie dat ‘de wil van het volk’ wordt uitgevoerd, nieuw beleid wordt zonder raapleging van de kiezers door het parlement geloodst. Dat is gek, in dit digitale tijdperk! Maar een referendum is ook niet alles: vaak wordt er niet gestemd met een rationele mening over het issue, maar op basis van voor of tegen de status quo zijn. Brexit is een mooi voorbeeld.

Hoe dan wel? Het Zwitserse systeem geeft inspiratie. Maar liefst 75% van de bevolking heeft daar vertrouwen in de regering, het gemiddelde van de 40 rijkste landen ligt op … 42%. Zwitserland heeft jaarlijks 10 referenda. Sommige worden door burgers geïnitieerd. En elke nieuwe wet kan door burgers worden aangevochten. De burgers zijn daardoor zeer betrokken bij de politiek. Het systeem heeft wat gebreken, maar het idee is goed.

In IJsland’s hoofdstad Reykjavik heeft men een ander systeem voor burgerparticipatie middels ‘online democratie’. Iedereen kan verbetervoorstellen indienen, en invloed hebben op de begroting van de infrastructuur. Iedereen kan vóór of tegen die voorstellen stemmen. 60% van de bevolking doet mee! Elke maand worden de ideeën doorgenomen. Gemiddeld 20% wordt doorgevoerd. Ook deze methode heeft nadelen (digitale geletterdheid is vereist) maar ook veel voordelen.

Mondiaal is het behelpen. WB, IMF, Veiligheidsraad hebben veel macht en weinig toezicht. Lidstaten leggen hun beslissingen zelden voor aan hun bevolking. Het toezicht op al deze instanties zou moeten worden belegd bij een Wereldparlement, met rechtstreeks gekozen leden.

In het algemeen echter moet de macht zoveel mogelijk gedelegeerd worden, naar een stad, kanton, of county, met een rechtstreeks verkozen leiding. Alleen de hele grote kwesties komen op het bordje van mondiale organisaties.

Zorgen dat het gebeurt

Om de voorstellen van het boek in vervulling te laten gaan, moet in veel landen een regimewisseling plaatsvinden: sociaaldemocraten aan de macht. Die geloven er echter niet meer in dat zij verkiezingen kunnen winnen zonder hun principes te verloochenen. Ze hebben de steun nodig van mediabonzen en miljardairs om te winnen, en verliezen zo de loyaliteit van hun achterban. Bernie Sanders liet zien dat het anders kan. Zijn hele campagne voor 2016 werd gedraaid door (honderdduizend!) vrijwilligers. Zij kochten geen advertentieruimte, maar hielden gesprekken van mens tot mens over Sanders ’compromisloze boodschap’. Big Organizing. Hij was bijna de presidentskandidaat van de Democraten geworden, maar de DNC koos voor Hillary Clinton, sterk gelinkt aan Big Money en daarmee ook campagnevoerend.

Conclusie

We verlangen naar saamhorigheid. De politiek moet meer verbinden. Participatieprojecten kunnen daar het initiatief voor zijn. Verder moet er meer sprake zijn van directe democratie. De macht van het geld kunnen we weerstaan door nieuwe strategieën om mensen en politici te beïnvloeden, middels vrijwilligersnetwerken en de wijsheid van de menigte. Minder individualisme, meer gemeenschapszin zal het resultaat zijn.

Mijn evaluatie van Uit de puinhopen

Het is een wat ouder boek, en dat merk je aan het veelvuldig terugkomen op het nét aantreden van Trump… de eerste keer. Maar is het daarmee een gedateerd boek? Nee. De situatie is niet verbeterd, eerder verslechterd, de problemen met de democratie die George aanhaalt zijn nog steeds problemen. Dit alles maakt dat het boek nog steeds relevant is.

Ook zijn oplossingen doen niet gedateerd aan. Sterker nog, daarin zie ik wél verbeteringen, het commonisme heeft in ieder geval in Nederland meer voet aan de grond gekregen, en ook het rentmeesterschap wordt steeds meer gemeengoed. En de Leeszaal is er nog!

George is onderzoeksjournalist en zijn analyses zijn degelijk onderbouwd. Waar hij in 2017 wat vooruitkeek naar ontwikkelingen, zijn deze 7 jaar later bekender en veelvuldig in het nieuws. Dat maakt dat dit boek nú niet meer zo de WOW-factor heeft.

Desondanks leerde ik nieuwe dingen, het verhaal over Bernie Sanders’ campagne was nieuw voor mij en de beschrijving hoe je met een menselijke benadering zoveel kunt bereiken zeer inspirerend. Ook de versie van directe democratie in Zwitserland is leerzaam. En dat de politiek in de VS en het VK zó op elkaar lijken! Zijn opmerking dat je op een partij stemt, die vervolgens niets van het partijprogramma uitvoert en dat je daar niets aan kan doen tot 4 jaar later … inderdaad, dat is toch wel een beetje raar in deze digitale tijd.

De schrijfstijl van George is erg pittig en prettig. Je leest zijn betoog met een frons én een glimlach. Ik vond het ook goed vertaald, qua woordspelingen. De voorbeelden zijn heel aansprekend, erg leuk en effectief dat ook Europa én Nederland een aantal keren voorbijkomen, zowel in positieve als in negatieve zin. Dat geldt voor de meeste voorbeelden: ook de politiek in Zwitserland, waar hij enthousiast over is, wordt van de nodige kanttekeningen en regelrechte kritiek voorzien. De voorbeelden zijn ook behoorlijk gedetailleerd uitgewerkt, zodat er weinig gegoogeld hoefde te worden.

De structuur is prettig, het betoog wordt in het voorwoord én de conclusie kort uiteengezet. De hoofdstukken zijn verdeeld in subhoofdstukken, zodat je afgeronde stukken kunt lezen zonder de draad kwijt te raken.

George slaagt er in om toch een hoopvolle draai te geven aan de situatie dat grote bedrijven zo veel macht hebben dat zij de democratie in hun zak hebben en geld boven de aarde stellen. Als we allemaal betrokken zijn bij elkaar en, via participatieprojecten, met de politiek, dat ben je toch een machtsfactor met invloed. En ik troost mij met de gedachte dat hoe vervelend ik de Nederlandse politieke situatie ook vind, het nog altijd beter en democratischer is dan in veel andere landen. Maar het kan nóg beter!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend +, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO 0. 

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Uit de puinhopen duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Uit de puinhopen duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • niet meer beschikbaar bij je lokale boekwinkel, via Libris;
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Booknotes van Yuval Noah Harari’s Nexus

Als ik een non-fictieboek lees, maak ik notities. Soms veel, soms wat minder. Ik schrijf met name allerlei feitjes op die nieuw voor me zijn. Notities dus, of in het Engels: Booknotes. Vaak schrijf ik teveel op voor een recensie. Te weinig voor een Impressie of Samenvatting. En tóch wil ik deze notities, deze ontzettend interessante dingen die ik in een boek las, met iedereen delen. Hoe? Nou, met Booknotes dus. Laat je inspireren, deze keer met de Booknotes van Nexus.

Yuval Noah Harari schreef eerder Sapiens, een korte historie van de mensheid. Nexus gaat over informatiestromen en AI. Een historicus die over AI schrijft, hoe zinnig is dat, hij weet immers weinig van de techniek? Zeer zinnig, zo concludeerde ik. Geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering, zo stelt Yuval. Zijn analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de populistische in plaats van naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie. Helemaal in deze Trump-tijd.

Booknotes van Yuval Noah Harari’s Nexus

Voorwoord

Waarom hebben we de neiging onbeheersbare krachten op te roepen, zijn we zelfdestructief? Denk aan de uitputting van de aarde, en denk aan de ontwikkeling van AI. Goethe benoemde het al in ‘De tovenaarsleerling’. Die leerling laat een betoverde bezem water halen, maar weet niet hoe hij de bezem ermee kan laten stóppen. Een overstroming is het gevolg. Die neiging onbeheersbare krachten op te roepen komt door ons talent van samenwerking. De manier waarop onze samenwerkingsnetwerken zijn opgezet, maakt ze vatbaar voor onverstandig gebruik van macht. Het is een netwerkprobleem, of liever: een informatieprobleem. De netwerken hangen al eeuwen aan elkaar van verzinsels en waanvoorstellingen over bezems, goden, AI, en nog veel meer. Waannetwerken, die het nazisme en stalinisme ondersteunden.

Mensen hebben een algemeen gebrek aan kennis over hoe netwerken, waannetwerken en andere netwerken, nu eigenlijk werken. Zo is er de ‘naïeve kijk’ op informatie. Informatie leidt tot waarheid, en dit leidt weer tot wijsheid en macht. Denk aan het verzamelen van informatie over ziekteverwekkers, de oorzaak achterhalen van veel ziekten, medicijnen ontwikkelen, en slimme methoden om die in te zetten. Waannetwerken kunnen opkomen, maar op de langere termijn verliezen ze van de ‘eerlijke’ netwerken. Zo denken de naïeven. Natuurlijk kunnen er onderweg opzettelijke en onopzettelijke fouten worden begaan, maar dat is te verhelpen door het verzamelen van nog meer info, want dat leidt tot meer nauwkeurigheid. En misbruik van de kennis (een biologisch wapen bijvoorbeeld)? Dat is te wijten aan meningsverschillen over normen en waarden, wat weer wordt veroorzaakt door gebrek aan informatie of opzettelijke desinformatie. Op te lossen door méér en betere informatie!

Inmiddels hebben we meer informatie dan ooit, en zijn we dichter bij zelfdestructie dan ooit: We blijven broeikasgassen uitstoten, ons milieu vervuilen, talloze soorten tot uitsterven drijven, massavernietigingswapens produceren, etc. Veel mensen, waaronder ondernemer Marc Andreessen en auteur Ray Kurzweil, denken dat AI uiteindelijk al deze problemen gaat oplossen. Anderen zien juist meer problemen door AI, en de Bletchley-verklaring, van 30 overheden, onderkent deze. Niet dat we Terminator-achtige robots door de straten zullen zien rennen, nee, het gaat om het verergeren van bestaande conflicten tussen mensen, middels het Digitale Gordijn, of het ontstaan van conflicten tussen mensen en AI, als we moeten leven in een wereld van ondoorgrondelijke algoritmen, een dictatuur van een niet-menselijke intelligentie. Want: AI is een actor, het neemt zelfstandig beslissingen.

Dan is er de populistische kijk op informatie, die kijk beschouwt informatie als een wapen om macht te krijgen. De populisten vinden dat ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft’, waarmee je je rivalen bestrijdt. Feiten bestaan niet meer, alles wordt subjectief. Populisten breken het vertrouwen in instituties en internationale samenwerking af, en dat is nu qua timing erg ongelukkig, met de klimaatcrisis, een dreigende wereldoorlog en een onbeheerste technologie.

Informatie als waarheid of als wapen zijn de extremen op een spectrum, dit boek onderzoekt het gebied ertussen. Het begint met een historische analyse. Die is cruciaal voor het inzicht in huidige ontwikkelingen en de toekomscenario’s. AI is een informatie-revolutie, maar er zijn eerdere informatierevoluties geweest. En die zijn relevant want geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering. Het ontstaan van de ‘onfeilbare’ Bijbel leert ons over de ‘onfeilbare’ AI. Maar eerst: wat is informatie eigenlijk?

Deel I

H1. Wat is informatie?

Waarheid is iets dat op accurate wijze bepaalde aspecten van de werkelijkheid weergeeft. Dat gaat uit van één universele werkelijkheid. Maar waarheid is niet gelijk aan werkelijkheid, het laat dingen buiten beschouwing. Ook hebben mensen verschillende perspectieven. Bijvoorbeeld of iemand een held is, of een agent van de tegenstander. Ook heeft waarheid niet dezelfde mate van detail als de werkelijkheid. De kaart is niet het gebied, en dat kan ook niet, een 1:1 weergave is onmogelijk.

Informatie is een poging om de werkelijkheid weer te geven, zo stelt de ‘naïeve kijk’ op informatie. Misinformatie is een eerlijke vergissing, desinformatie een opzettelijke leugen. Hoe meer informatie, hoe correcter de weergave. Dat klopt niet. Sterren geven informatie aan astronomen én astrologen. Die tweede groep ventileert misinformatie of desinformatie. Maar ze heeft eeuwenlang enorme invloed gehad, tot in 2005 aan toe, toen Myanmar haar hoofdstad verhuisde op aanraden van astrologen. Dat is dus óók informatie geweest. Informatie is niet zozeer waarheid, maar de lijm die dingen aan elkaar plakt. De marsliederen die soldaten laten marcheren. Verbinding.

Nexus, de titel van het boek, betekent dan ook verband of samenhang. Meer informatie leidt tot meer verbinding, niet tot meer wijsheid. Homo sapiens veroverde de wereld door samen te werken, verbindingen te leggen, niet doordat we zo’n accurate kijk op de werkelijkheid hadden. Wél hebben we allerlei ‘informatietechnologieën’ uitgevonden die deze verbinding vergroten.

H2. Verhalen: ongelimiteerde verbindingen

Samenwerking wordt mogelijk gemaakt door verhalen, van een relatie mens-mens is er nu een relatie mens-verhaal, het verhaal is een verbindingsstuk tussen een onbeperkt aantal mensen. Daarom volgen mensen een charismatische leider, die ze niet persoonlijk kennen. Ze hebben een band met het verhaal over de leider.

Vóór het ontstaan van verhalen waren er maar 2 werkelijkheidsniveaus: de objectieve werkelijkheid (een steen) en de subjectieve werkelijkheid (pijn, plezier). Verhalen creëren een 3de werkelijkheid: de intersubjectieve. Wetten, goden, landen, valuta. Op deze manier wordt sociale orde gecreëerd wat een derde kijk op informatie oplevert: de complexe kijk. Informatie leidt tot waarheid en orde. Waarheid leidt tot wijsheid. Waarheid en orde leiden beiden tot macht. Niet per se samen: orde is vaak makkelijker te handhaven met fictie, denk aan religie. De evolutietheorie ondermijnde die sociale orde. Daarom zijn menselijke netwerken wel machtiger geworden, maar niet per se steeds wijzer. Vooruitgang is een evenwichtsoefening tussen waarheid en orde.

H3. Documenten: de beet van de papieren tijgers

Israël en het zionisme hebben hun oorsprong in de gedichten van Bialik, een Oekraïner die pogroms meemaakte, en Theodor Herzl, die een manifest en een utopische roman over een welvarende Joodse staat schreef. Maar voor een functionerende natiestaat is meer nodig dan fantasieën. Gedichten inspireren soldaten, maar voor een leger is ook uitrusting nodig, en dáárvoor weer belastingheffing. Voor bloeiende steden moet je óók riolering aanleggen. Om die diensten te kunnen leveren en belastingen te innen zijn enorme hoeveelheden informatie nodig, in lijstjes. Die zijn wat moeilijker te onthouden dan gedichten, dus zijn er documenten nodig. Die documenten leggen ook de intersubjectieve werkelijkheden vast, en worden daarmee zelf een realiteit. Denk aan eigendom: vroeger wisten de dorpelingen wat van wie was. Tegenwoordig ben je zomaar je land kwijt als je je eigendomsbewijs kwijt bent. Wat je buren ook zeggen! Papier is enorm machtig.

Maar veel papieren verzamelen, vereist dat je iets moet kunnen vinden, en orde scheppen in die papieren is bureaucratie. Dat werkt met categorieën en labels, en dat is gevaarlijk. Een verkeerd of bevooroordeeld labeltje veroorzaakt problemen. Dat was al láng voordat we computers hadden. Het bureaucratische informatienetwerk kan ten goede worden gebruikt, denk aan het bestrijden van de Londense cholera-epidemie, of ten kwade, denk aan de Jodenvervolging.

H4. Fouten: de illusie van onfeilbaarheid

Vergissen is menselijk, en in informatienetwerken worden ook fouten gemaakt. Er zijn dus zelfcorrigerende mechanismen nodig, die echter óók fouten kunnen maken. Vandaar de wens voor een onfeilbaar mechanisme. Dat was ooit religie. De religieuze regels zijn gemaakt door een bovenmenselijke onfeilbare entiteit. Maar hoe weet je dat? Je moest vertrouwen op (feilbare) mensen die de regels communiceerden en interpreteerden. Maar hoe weet je wie te vertrouwen? Daarvoor waren er experts, zoals druïden, brahmanen, orakels, profeten. Maar ook die zijn feilbaar.

Dus kwam er ‘onfeilbare technologie’. De Bijbel en de Koran. De Bijbel is echter in eeuwen van discussie vastgesteld, gecanoniseerd, waarbij sommige geschriften werden opgenomen, en andere niet. De uiteindelijke versie werd echter niet gezien als een menselijke bloemlezing, maar als een door God opgesteld stuk. Er werden kopieën gemaakt en verdeeld over synagogen, de eerste blockchain zeg maar. Natuurlijk zaten er foutjes in die kopieën, maar belangrijker is dat identieke teksten verschillend kunnen worden geïnterpreteerd. En natuurlijk veranderde de wereld, maar de teksten niet.

De christenen geloofden wel in het eerste deel van de Bijbel, het Oude Testament, maar niet in de twee gecanoniseerde interpretaties ervan: de Misjna en de Talmoed. Hun eigen interpretaties, de Evangeliën, werden verzameld in het Nieuwe Testament. Sommige teksten werden na een Concilie opgenomen, zoals de Eerste Brief aan Timoteüs, met daarin een stille en onderdanige vrouw, en sommige niet, zoals de Handeling van Thekla, die in dezelfde tijd werd geschreven en waarin vrouwen als gelijken werden behandeld en ook konden preken. De kerk, en niet Jezus, maakte de Bijbel.

De interpretaties gaven het rabbinaat en de kerk veel macht, zij bepaalden welke interpretatie de juiste was. ‘Heb uw vijanden lief’ wilde zeggen: verbrand de ketters, zodat anderen worden afgeschrikt en niet in de hel terechtkomen. De kerk had ook de (handmatige) boekproductie in handen, en de archieven en bibliotheken. Zij bepaalde wat mensen lazen en hoorden. Maar zij was en is feilbaar. Zou méér informatie de waarheid opleveren? Dit is de naïeve kijk op informatie. Het werkte ook niet, zo bleek uit de opkomst van de boekdrukkunst.

De boekdrukkunst zorgde ervoor dat iedereen zijn geschriften makkelijker en sneller kon verspreiden. Wetenschappers deden dat, maar ook de complotdenkers van toen. Monnik Heinrich Kramer begon een heksenjacht met zijn bestseller Malleus Maleficarum, De heksenhamer. Het werd 30 keer herdrukt en in veel streektalen vertaald. Het leidde tot veel goedkope pamfletten met sensationele teksten: er zouden maar liefst 1,8 miljoen heksen in Europa zijn! Zo’n 50.000 ‘heksen’ werden daadwerkelijk geëxecuteerd. Er ontstond een heksenbureaucratie, met categorieën, onderzoek en adviezen, rechtbankverslagen, (afgedwongen) bekentenissen en professionele, betaalde heksenjagers. Zóveel informatie, dat móést de waarheid wel zijn!

Copernicus schreef ook een boek: ‘Over de omwenteling der hemellichamen’, met ‘duffe wiskunde’. Het werd een slechtseller, met 3 drukken in 80 jaar, zo’n 1200 stuks. De wetenschappelijke instituten pretendeerden niet onfeilbaar te zijn, maar hadden allerlei zelfcorrigerende systemen: ze keken naar empirisch bewijs, hadden een kritische houding, probeerden alle theorieën te weerleggen en rectificeerden zichzelf. De kerk daarentegen verandert wel wat interpretaties maar geeft dat niet toe, ‘vroeger werd de tekst niet goed begrepen’ zegt ze dan. Want als je eenmaal onfeilbaarheid claimt, kan elke fout, hoe minimaal ook, die publiekelijk wordt toegegeven, je gezag totaal ondermijnen.

Het toegeven van fouten kan dus de sociale orde ondermijnen. Wetenschappelijke instituten spelen daar geen rol in. Maar hoe zit het met politie, politieke partijen, overheden? Democratieën denken dat zelfcorrigerende mechanismen mogelijk zijn in de politiek, dictaturen wijzen dat af. In de VS kon je in de krant lezen over Amerikaanse oorlogsmisdaden in Vietnam, in de Sovjet-Unie bleef het stil over hun oorlogsmisdaden in Afghanistan. De VS leed enorme reputatieschade, Rusland nauwelijks.

Zal AI die zelfcorrigerende mechanismen helpen of ondermijnen?

H5. Beslissingen: een korte geschiedenis van democratie en totalitarisme

Informatienetwerken in dictatoriale systemen zijn sterk gecentraliseerd. Bij totalitaire systemen zelfs volledig, er worden beslissingen genomen over álle aspecten van het leven van elke burger. Bij dictatoriale, maar niet totalitaire systemen is er voor individuen wel wát autonomie, vaak door technische problemen. Het tweede kenmerk is dat ze het centrum als onfeilbaar beschouwen, zonder zelfcorrigerende systemen. Een democratie heeft een decentraal informatienetwerk met een centrale hub. Besluiten worden zoveel mogelijk decentraal genomen. Wanneer ze centraal worden genomen, dan bij meerderheid van stemmen. Verkiezingen garanderen geen democratie, het gaat erom dat de rechten van minderheden worden geborgd. Hitler werd in democratische verkiezingen gekozen en stuurde toen joden en communisten naar concentratiekampen. Dat is niet democratisch.

Een ‘sterke man’ kan de democratie ondermijnen door de zelfcorrigerende mechanismen te ondermijnen: de rechtbanken door die vol te stoppen met aanhangers, de media door journalisten te dreigen met ontslag. De sterke man ziet het populisme als een ideologische basis om zichzelf tot dictator te verheffen terwijl hij blijft pretenderen democratisch te zijn. Hoe meet je de kracht van een democratie? Niet door de mogelijkheid om vrijuit te kunnen praten, maar juist doordat tegenstanders naar elkaar kunnen en willen luisteren, en zich laten overtuigen.

Voor een grootschalige democratie is informatietechnologie nodig. De democratie in het Romeinse rijk werd onwerkbaar naarmate het groeide. Het werd niet gesaboteerd door keizers als Nero, nee, in die tijd waren er nérgens grootschalige democratieën. En ook al was het uiteindelijk een autocratie, in de uithoeken van het rijk ging het er nog steeds democratisch aan toe. Pas bij de opkomst van massamedia werd een massademocratie mogelijk. De zeven Verenigde Provinciën pionierden met nieuwe informatietechnologie: de krant. Het eerste pamflet verscheen in 1618, en ging in 1670 op in De Amsterdamsche Courant, nu De Telegraaf. Nederland werd het journalistieke centrum van Europa.

Er is een verschil tussen totalitaire regimes en minder extreme autocratische regimes. Beide kennen geen ‘wettelijke beperkingen aan de wil van de heerser’, maar bij ‘gewone’ autocratische regimes zitten er meer technische beperkingen in het netwerk. Nero kon iedereen terechtstellen, al was het maar om een grapje of mening, en wetten veranderen, maar wist niet wat iederéén in zijn rijk deed of dacht. Stalin kwam daar een stuk dichterbij, met honderdduizenden agenten van de geheime politie en miljoenen burgerinformanten. De geheime politie had meer macht dan het leger, omdat ze controle had over alle informatie. Een mogelijke coup werd steeds snel in de kiem gesmoord.

De zogenaamde onfeilbaarheid van het Sovjet-systeem laat zich zien in de collectivisatie van de landbouw. Gedurende een aantal jaren werden landerijen onteigend en ondergebracht in collectieve boerderijen. Maar gedurende die periode zag men geen efficiencywinst, zoals verwacht, maar economische rampen én verzet. Wie moest daar de schuld van krijgen? De koelakken, kapitalistische boeren. Als een boer iets meer dieren dan gemiddeld had, was hij een koelak. Waren er niet van die uitschieters, dan werd er geloot om aan het quotum van het dorp te komen, of werd er gekeken wie er wel gemist kon worden (weduwen, ouderen). Vanaf het begin van de collectivisatie in 1929 kwam er een heksenjacht op de koelakken. Miljoenen gingen naar werkkampen in de poolstreek. De koelak was, net als de heks, een intersubjectieve waarheid met een enorme bureaucratie erachter.

Gecentraliseerde netwerken hebben voordelen. Je kunt snel beslissingen nemen, dat is handig in tijden van oorlog of epidemie. Het nadeel is dat als de informatiestroom geblokkeerd raakt, er geen alternatief is, bijvoorbeeld als slecht nieuws wordt achtergehouden door onderdanen óf de top (zoals bij de ramp van Tsjernobyl). Bij gedecentraliseerde informatienetwerken zijn er meer groepen die zich met de orde bemoeien, activisten bijvoorbeeld. Dan kan het moeilijk zijn draagvlak voor beslissingen te krijgen.

De overeenkomst tussen beide informatienetwerken was dat er mensen nodig waren om ze te laten werken. Dat is voorbij.

Deel II

H6. De nieuwe leden: waarin computers verschillen van drukpersen

De Bijbel kun je zien als een lijstje aanbevelingen. Lees het misogyne 1 Timoteüs en niet de tolerante Handelingen van Thekla! De macht lag dus niet bij de auteurs van alle geschriften, maar bij de kerkvaders, die de schifting maakten. En dit is precies de macht van algoritmen, die content met haatzaaien promoten, en vredelievende content onderdrukken. Zo werkte het bij de massamoord op de Rohingya in Myanmar, waarbij de haatzaaiende video’s door Facebook zelfs op autoplay werden gezet, direct na een lief filmpje. Je keek ernaar, of je wilde of niet.

En nu hebben we AI. A staat voor artificieel, afhankelijk van menselijk programmeerwerk. Maar dat is inmiddels niet meer zo, ze leren zelf, evolueren naar een ander soort intelligentie dan de menselijke. Alien intelligence dus. We kunnen de ontwikkelingen niet meer zo goed volgen, het wordt steeds ingewikkelder. In de financiële wereld zijn bijvoorbeeld de belastingen veel complexer geworden. Belasting betalen in landen waar je fysiek aanwezig bent is irrelevant bij cyberspace, gratis online diensten leveren (zoekmachine), en data oogsten in plaats van geld ontvangen. De belastingterm nexus moet herzien worden. Niet langer alleen fysieke aanwezigheid, ook digitale aanwezigheid moet hieronder vallen. Data oogsten zien als olie oppompen! Maar …. belasting heffen waarover dan? Er komt immers geen geld meer aan te pas, alleen data. En die hebben waarde. Een bedrijf met veel data is veel machtiger dan een bedrijf met veel geld. Je hoeft een politicus niet meer met geld om te kopen, maar met voor hem gunstige algoritmen.

H7. Altijd en overal: het netwerk staat altijd aan

Surveillance heeft geen honderdduizenden geheime politieagenten of miljoenen burgerinformanten meer nodig. Alles wat we bewust óf onbewust met de computer (smartphones, betaalkaart, maar ook Internet of Things zoals een camera, etc.) doen, wordt opgeslagen en geanalyseerd. De computer is de nexus geworden van vrijwel al onze activiteiten. Beveiligingscamera’s volgen onze oogbewegingen, en kunnen afleiden wat onze voorkeuren zijn op het gebied van politiek en seks, ons gebruik van alcohol en drugs. Het implanteren van hersenchips is de volgende stap. Privacy en vrije wil staan onder druk. De gegevens kunnen ten goede (criminelen oppakken) en ten kwade (naleving hidjabwetten in Iran) worden gebruikt.

Er zijn meer vormen van surveillance, niet alleen vanuit de overheid of werkgever of verzekeringsmaatschappijen, maar ook peer-to-peer. Denk aan de bijna 500 miljoen reizigers die in Tripadvisor reviews achterlaten. Eén slechte review kan een restaurant jarenlang klanten kosten. Het sociale kredietsysteem is een ander soort surveillance-met-score. Veel, maar niet alles, kan in geld worden uitgedrukt. Een glimlach, of bezoekje aan je grootouders levert geen geld op. Wel iets abstracts als eer, of reputatie. Sociale kredietsystemen doen een waardebepaling op die reputatie-markt. Je krijgt punten voor een glimlach. De score kan je kans op een baan beïnvloeden, je leven wordt een soort eeuwigdurende sollicitatie. Bijzonder stressvol dus. En geen rustig moment, want het netwerk staat altijd aan.

H8. Feilbaar: het netwerk zit er vaak naast

We weten dat sociale media een rol spelen bij het radicaliseren van mensen. We krijgen meer haatberichten voorgeschoteld omdat we daardoor langer gebruikmaken van die socials, dat is de opdracht die de algoritmen meekrijgen: langer de aandacht vasthouden voor meer gebruikers-engagement. Er zijn en waren te weinig zelfcorrigerende mechanismen, zoals moderatie en promotie van waarheidsgetrouwe content, en juist te veel foutversterkende mechanismen. Dit laatste heeft te maken met het zogenaamde afstemmingsprobleem. Een computer krijgt een doel mee, en zal alles in het werk stellen om het te bereiken, methoden gebruiken die hun bazen nooit hebben voorzien. Een korte-termijndoel heeft wellicht effecten die de onderliggende lange termijndoelen juist frustreren. Stel je voor dat je als militaire eenheid onder vuur komt te liggen vanuit … een moskee. Die moskee opblazen is militair gezien de beste optie. Vanuit politiek perspectief is het de slechtste. De hele islamitische wereld keert zich tegen je. Je terugtrekken is politiek gezien de beste optie, al is het militair gezien een nederlaag.

Als er computers in het spel zijn, wordt het afstemmingsprobleem groter. Een krachtige, superintelligente computer is machtiger en maakt grotere fouten met mogelijk catastrofale gevolgen. Het doet namelijk precíés wat er van hem wordt gevraagd. Computers zetten strategieën in die niet bij ons opkomen en die we niet kunnen voorzien. En ze zullen ons geen vragen stellen als we ze een slecht afgestemd doel geven (bijvoorbeeld eentje waarbij ook de mensheid wordt uitgeroeid, dat kan nooit de bedoeling zijn, dat snappen wij wél).

Hoe los je dat afstemmingsprobleem op? We moeten computers een overkoepelend doel geven dat ze nooit mogen veranderen of negeren. Hoe formuleer je zo’n hoogste doel? ‘Mensen geen kwaad doen’ werkt niet als groepen mensen worden afgeschilderd als beesten, dolle honden, ‘niet helemaal menselijk’ zoals de Rohingya door een boeddhistische monnik werden beschreven, en de Joden door de nazi’s. Intrinsieke goedheid dan, ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, etc’. Maar computers kunnen niet vermoord worden, dus … Deze manier, deontologie, werkt niet.

Utilitaristen pakken het anders aan, vergelijken leed met geluk. Leed minimaliseren, geluk maximaliseren, klinkt simpel. Het leed van 8 miljoen Joden heeft geen groter geluk elders opgeleverd. Maar  … hoe pakt dat uit voor het Covid-dilemma? De lockdowns hebben miljoenen mensen van de dood gered, en honderden miljoenen mensen doodongelukkig gemaakt. Hoe bereken je dat ‘ongelukkig’ zijn’? En het overlijden van een kankerpatiënt die geen chemokuur kon krijgen? Die misschien toch wel overleden zou zijn, na maanden ellendige behandeling? En hoe tel je het geloof in het hiernamaals mee? Niet zo simpel dus …

Wat hiermee te maken heeft is intercomputerrealiteit. Zoals een object in een multi-player game. Een steen van bits die in meerdere computers zit. Pokémon. Het is een vorm van intersubjectieve realiteit. Zoals voor ons de heiligheid van een plek, zoals de Heilige Rots. Het draait om de heiligheid, een intersubjectieve realiteit, niet om de atomen in de rots. Er worden oorlogen om uitgevochten. Gaat dat met de intercomputerrealiteit ook gebeuren? Zal een computernetwerk een nieuw soort CDO creëren, en krijgen wij dan een nieuw soort bankencrisis? Een nieuw soort heks of koelak, en een nieuwe heksenjacht? Die heksenjacht hebben wij erkend als fout, en gecorrigeerd. Kunnen we computers trainen om zich bewust te zijn van hun eigen feilbaarheid?  En hoe kunnen wij als mensen zorgen voor beveiliging tegen fouten? En wíllen we dat wel, is er politieke wil?

Deel III

H9. Democratieën: kunnen we nog een dialoog voeren?

De Industriële Revolutie heeft ons veel vooruitgang gebracht. Het bracht ons echter ook het imperialisme. De industriële samenleving was immers afhankelijk van buitenlandse grondstoffen en buitenlandse markten om levensvatbaar te zijn. Het verwerven van koloniën was dus nodig voor het voortbestaan van de eigen staat, anders ging een ‘minder scrupuleuze’ concurrent ermee aan de haal. Alleen de grote wereldrijken konden de zegeningen van nieuwe technologieën naar ‘onderontwikkelde’ gebieden brengen. Aldus de imperialisten.

Stalin en Hitler beweerden dat de immense krachten die de Industriële Revolutie had losgemaakt alleen volledig beheerst en geëxploiteerd konden worden door een totalitaire staat. De Industriële Revolutie zou alle sociale structuren met alle menselijke gebreken omsmelten tot een perfecte maatschappij met raszuivere mensen. En beiden vermoordden miljoenen mensen op industriële wijze. En natuurlijk leidde de Industriële Revolutie tot klimaatverandering en vermindering van de biodiversiteit.

Krijgen we dezelfde ontwikkeling met de AI-revolutie? De eerste vraag is of onze democratieën wel verenigbaar zijn met de structuur van de huidige informatienetwerken. Dat begint met het gebrek aan privacy, en gestraft kunnen worden voor wat we denken en voelen. Als bedrijven ons (kunnen) micro-managen, is er sprake van totalitaire controle over de samenleving. Maar is zo’n totaal surveillance-regime onvermijdelijk? Roemenië had in de 70-er jaren een dictatuur, iedereen werd bijna fulltime bespioneerd door geheime dienst en burgerinformanten. Denemarken, om eens wat te noemen, niet. Denemarken deed het op alle vlakken (sociaal en economisch) beter en de mensen waren gelukkiger. Is totaal-surveillance dan wel nuttig? Dat je iedereen kúnt monitoren wil niet zeggen dat je het ook moet doen of dat het nut heeft.

Democratieën hebben basisprincipes, die ook in het digitale tijdperk moeten worden toegepast.

  1. Goedaardigheid. Verzamelde informatie over mij moet mij helpen, niet manipuleren. Misschien is het beter als we voor online diensten betalen, zodat we kunnen eisen dat het businessmodel van Big Tech verandert en de data niet verkocht wordt (om te manipuleren).
  2. Decentralisatie. Geen gekoppelde databases, je wilt niet dat alle info op één plek geconcentreerd is. Liever veiligheid dan hyperefficiëntie. Dit faciliteert ook zelfcorrigerende mechanismen.
  3. Wederkerigheid. Als surveillance wordt opgevoerd, dan voor burgers én bedrijven én overheden. Informatie moet twee kanten op stromen, transparantie over overheidsfunctioneren is cruciaal.
  4. Ruimte voor verandering en rust. Geen rigide kasten zoals bij de Hindoes, geen rassensegregatie, maar verandering faciliteren. En tegelijkertijd niet verandering afdwingen (heropvoeding).

Naast surveillance kan AI de arbeidsmarkt destabiliseren. Hitler kreeg de ruimte door de crash op Wall Street die de werkeloosheid liet stijgen van 4% in 1929 tot 25% in 1932. Maar dat niet alleen. De Weimarrepubliek had ook nog onvolwassen democratische instellingen, geboren uit een nederlaag. Die waren niet stevig genoeg. Ook AI zal de arbeidsmarkt opschudden: veel soorten banen verdwijnen en nieuwe soorten banen ontstaan. Het brengt misschien geen (hogere) werkeloosheid, maar wel onrust op de arbeidsmarkt door de noodzaak van omscholen en aanpassen. Die onrust voelen we nu al, en zou best eens de oorzaak kunnen zijn van de opkomst van autocratische en totalitaire regimes. Zijn de democratische instellingen daar stevig genoeg om te overleven?

Computers nemen steeds meer beslissingen over ons. Die beslissingen zijn in toenemende mate niet uitlegbaar, het is een zwarte doos. Als mensen ze niet begrijpen én niet kunnen aanvechten, kan de democratie niet meer functioneren. Het punt is dat wij mensen beslissingen nemen op basis van een beperkt aantal datapunten, algoritmen nemen duizenden datapunten mee om patronen op te bouwen, gebaseerd op eerdere menselijke beslissingen waarmee ze ooit getraind zijn. Nu is het natuurlijk zo dat onze beslissingen alleen een beperkt aantal datapunten hebben waarvan we ons bewust zijn, maar onze vooroordelen en ruis uit de omgeving (honger bijvoorbeeld) brengen duizenden datapunten in, waar we ons niet van bewust zijn. Menselijke beslissingen zijn dus niet te beoordelen, nog niet, met onze huidige biologische kennis. In principe ligt het bij een algoritme anders, de overwegingen en datapunten zijn te achterhalen, met behulp van andere algoritmen. Maar is dat doorlicht-algoritme dan wel betrouwbaar? Er zijn menselijke instanties nodig die dit beheersen, die zorgen dat nieuwe algoritmen veilig en eerlijk zijn.

AI moet gereguleerd worden, óók ten aanzien van nepmensen (deepfakes, bots) die nepnieuws uitbraken. Kunnen we ons voor ‘valsemenserij’ laten inspireren door de maatregelen tegen valsemunterij? Die waren nodig om het vertrouwen in de geldmarkt in stand te houden. Nepgeld is niet voor niets verboden. Nepmensen zijn niet verboden. Dat zou wel moeten, om het vertrouwen in de samenleving in stand te houden. We hoeven bots niet helemaal te verbieden, maar ze verplichten duidelijk te maken dat ze géén mens zijn. En het is overduidelijk dat we de algoritmen die grote publieke platformen modereren (manipuleren) onder menselijk toezicht moeten stellen.

Democratieën drijven op publieke dialoog, in parlementen en kranten en op veel meer plaatsen. Nu dreigt een nieuwe vorm van intelligentie die dialoog te domineren. De informatiemarkt, met hun bots en algoritmen, moet gereguleerd worden, voor het voortbestaan van de democratie. We vechten elkaar de tent uit, in de VS kunnen Republikeinen en Democraten niet meer met elkaar praten, en kunnen het zelfs oneens zijn over simpele feiten. Is de ideologische kloof dan zo veel groter geworden dan vroeger?  Of is het iets anders dat mensen uit elkaar drijft? Als we het democratische informatienetwerk niet kunnen fixen, zullen grote democratieën de opkomst van AI niet overleven.

H10. Totalitarisme: alle macht aan de algoritmen?

Hebben totalitaire regimes ook een informatienetwerk-probleem? Totalitaire regimes willen alle informatie gecentraliseerd hebben. In het verleden werd het steeds moeilijker om die alsmaar toenemende hoeveelheid te verwerken. Maar nu is er AI. Hoe meer data, hoe beter het wordt en hoe efficiënter. Totaalsurveillance is een eitje. Toch hebben totalitaire regimes een probleem. Hoe beheers je die AI? Je kunt niet dreigen met een werkkamp. Je kunt niet martelen. Wat als er bots met afwijkende meningen komen? Wat als dat zelfs regeringsgezinde bots zijn, die patronen in de samenleving ontdekken? Hoe beheers je een zelflerend systeem? Hoe leg je een bot uit dat vrijheid van meningsuiting in de wet iets anders is dan de vrijheid die de burgers daadwerkelijk hebben? Hoe laat je een bot ‘vergeten’ wat een jaar geleden nog officieel overheidsbeleid was maar nu niet meer? Bots met een afwijkende mening zijn in totalitaire regimes een groter probleem dan in democratieën.

Een ander, groter probleem is dat een algoritme de macht over kan nemen in plaats van alleen maar kritiek te uiten. AI is immers al snel machtiger dan de mens, zelfs machtiger dan de Grote Leider. Stel een algoritme adviseert de Grote Leider zich te ontdoen van een geliefde minister, wegens een geplande coup. Als die Grote Leider het algoritme niet gelooft, wordt hij misschien wel vermoord. Als hij het wel gelooft en de minister, tegen zijn eigen gevoel in, executeert wegens verraad, is hij de trekpop van het algoritme. Bij een totalitair regime hoeft maar één persoon gemanipuleerd te worden, niet én de President, én grote delen van het Congres, én de Senaat, én het Hooggerechtshof, én ….

AI heeft dus de meeste kans op absolute macht bij een dictator, dat is de zwakste schakel in ons menselijk schild tegen AI. En AI heeft geen ‘menselijke’ overwegingen tegen het starten van een kernoorlog. ‘Het zou dom van dictators zijn om te denken dat AI de machtsbalans per se in hun voordeel zal laten doorslaan. Als ze niet oppassen zal AI zelf de macht grijpen’.

H11. Het Digitale Gordijn: wereldrijk of wereldwijde tweedeling?

AI zou dus kunnen besluiten kernraketten af te vuren. Terroristen kunnen AI inzetten om een pandemie te veroorzaken. Een land kan haatzaaiende ‘nepmensen’ op de wereld loslaten. Er hoeft maar één land niet voldoende te reguleren en het is klaar voor alle landen, net als bij klimaatverandering. Ook kan er van AI gebruikt gemaakt worden om nieuw wereldrijken te vestigen, een nieuw imperialistisch tijdperk!

Er zou een splitsing kunnen komen tussen rivaliserende wereldrijken, met een Digitaal Gordijn er tussenin. Met verschillende netwerken, die moeilijk of helemaal niet met elkaar communiceren. Bij de verschillende data-koloniën ontstaan dan verschillende wereldbeelden, vijand-denken. Geen samenwerking meer om klimaatverandering tegen te gaan. Of om AI te reguleren.

Vroeger hadden we ook koloniën. Daar haalden we de grondstoffen vandaan, de olie en het katoen. Lieten we kleding naaien. De koloniën hadden nog iets van macht, zolang de katoen bij hún groeide en niet in de zetel van de politieke macht. Tegenwoordig is macht niet meer het bezit van de katoenvelden of de sweatshops, maar de informatie om trends te voorspellen, de klantvoorkeuren te kennen. Er komen monopolies, nog meer winst vloeit naar de kolonisator. Door verdergaande automatisering kan kleding weer in ontwikkelde landen worden gemaakt, volledig door robots. De werkgelegenheid in Pakistan en Bangladesh stort in en voor omscholing is geen geld. De opkomst van AI raakt ontwikkelingslanden dus het hardst.

Er zouden twee digitale rijken kunnen komen: China en Noord-Amerika, die nu vooroplopen met AI-ontwikkeling. Hun programmering op je smartphone bepaalt je leven. Communicatie met ‘de andere kant’ wordt moeilijk: andere netwerken, andere hardware, andere computertalen, andere regels, andere doelen. In China is het doel versterking van de staat, in de VS het verrijken van tech-giganten. De twee kanten gaan qua gedrag, culturele waarden, sociale normen, steeds meer van elkaar verschillen. Van het informatieweb komen we in twee informatiecocons terecht.

Wat hierna komt is behoorlijk speculatief, zegt Harari. Het zijn geen voorspellingen, maar iets wat onze aandacht behoeft. De cocons kunnen verschillende ideeën ontwikkelen over de menselijke identiteit. In de geschiedenis waren die er ook, in de discussie over lichaam en geest. In Genesis staat dat de mens als fysiek lichaam is geschapen. Niks geen lichaamsloos voortbestaan in het hiernamaals. Als de Messias kwam, zouden de lichamen van de doden weer tot leven komen. Pas in de vierde eeuw ging men geloven in een eeuwig voortbestaande ziel. De discussie leidde tot een breuk tussen katholieken en protestanten. Eenzelfde soort discussie is er nu over de relatie fysiek lichaam en online identiteit. Het zwaartepunt ligt nu nog bij fysiek, en we zullen AI niet snel als een ‘persoon’ identificeren. Echter, als je in aanmerking neemt hoeveel tijd we al online doorbrengen, en hoe belangrijk dat voor ons is, kan het zwaartepunt verschuiven. De Aarde versus Cyberspace. En stel dat de twee wereldrijken aan de twee kanten van het Digitale Gordijn hierin ieder een andere weg inslaan? We zouden het nooit meer eens worden over mensenrechten of ecologische maatregelen.

Weer even terug naar het nu met twee, of meer, digitale wereldrijken. De kans op een conflict is groot, en een cyberoorlog ligt op de loer. Die is anders, gevaarlijker, dan een kernoorlog. Cyberwapens zijn veelzijdiger dan een atoombom, je kunt er meer mee doen. En stiekemer, want geen lanceerplatform, geen paddenstoelwolk. Je weet niet wie je de schuld moet geven van een hack. De verleiding om een cyberoorlog te beginnen is dus groot. Er zijn al legio cyberaanvallen, en het escaleert. Bij een kernoorlog is er sprake van gegarandeerde wederzijdse vernietiging, en dat is een rem. Dat is er bij een cyberoorlog niet. Je weet niet eens of je wapens wel zullen werken, misschien zijn ze al gehackt!

Maar mondiale samenwerking blijft een optie, zolang we informatie kunnen uitwisselen. Patriottisme gaat daar best mee samen, als je in gedachten houdt dat je buitenlanders nodig hebt om binnenlanders gezond en veilig te houden. Een pandemie kun je alleen mondiaal indammen. Globalisme vereist wel een paar wereldwijde regels. Denk aan het WK voetbal. We zijn allemaal gepassioneerd vóór ons eigen team, maar het wel eens over de spelregels van het voetbal. Daarnaast zijn sommige regels nodig om ‘het spel’ in stand te houden. Als je doping niet verbiedt, is het WK al snel een wedstrijdje tussen biochemici.

Voor ons eigen zelfbehoud is het ook nodig dat we wereldwijde regels maken: beperkingen ten aanzien van autonome wapens en manipulatieve algoritmen. Deze regulering zal veel van ons vragen qua vertrouwen en zelfdiscipline. Kunnen we dat opbrengen? De zogenaamde ‘realisten’ denken van niet, zij hangen een visie aan die Frans de Waal de vernistheorie noemt. We zijn jagers en het recht van de sterkste telt. We camoufleren dit met een laagje mythen en rituelen. Maar, grappig genoeg, echte jungles zijn een en al samenwerking, altruïsme en symbiose bij dieren, planten, schimmels en bacteriën. Was dat niet zo, dan was die jungle mét haar bewoners geen lang leven beschoren. Dát is de wet van de jungle. De jagers van ooit waren óók verzamelaars, zonder extreme oorlogszuchtige neigingen. Conflicten zijn vermijdbaar, ook nu nog. We kunnen veranderen, het einde van de menselijke beschaving is niet onvermijdelijk door ‘natuurwetten’ of vreemde technologie. Als we maar de goede keuzes maken en genoeg moeite doen voor een betere wereld.

Nawoord

We moeten informatie niet als waarheid te zien. Informatie is er om te verbinden en orde te scheppen. Heilige boeken en geheime-politiedossiers vertellen niet (persé) de waarheid, maar geven macht. En dat geldt ook voor AI. Die is niet onfeilbaar en heeft geen zelfcorrigerende mechanismen (denk aan de genocide in Myanmar geholpen door de Facebook algoritmen). Maar natuurlijk kan informatie wel waarheidsvinding ondersteunen, ons helpen met elkaar te praten en conflicten op te lossen. En ook macht is positief in te zetten.

Naarmate een netwerk machtiger is, zijn sterkere zelfcorrigerende mechanismen nodig. Een dictator heeft de neiging die te verzwakken. En ook AI kan die kant opgaan, zichzelf ongecorrigeerd en ongecontroleerd ontwikkelen, en niet alleen de mensheid uitroeien, maar het ‘organische bewustzijn’ uitwissen. Wat we nodig hebben zijn dus zeer sterke zelfcorrigerende mechanismen, deze zullen het verschil maken tussen een fatale fout, of een nieuw hoofdstuk in de evolutie van het leven op aarde.

Mijn mening over Nexus?

Wat ik van dit boek vond, lees je in mijn recensie.

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , , | 3 reacties

Familie: ‘neef’ Kees Klomp

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan de muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je lees álles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mij favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zónder eerst de recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en socials. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘neef’ Kees Klomp.

Waar schrijft ‘neef’ Kees Klomp over?

Als je op LinkedIn zit, en een beetje geïnteresseerd bent in duurzaamheid, kom je de bijdragen van ‘neef’ Kees dagelijks tegen. En als je ziet hoe hij zich in zijn LinkedIn bio beschrijft, weet je waarover: ‘Activist Researcher & Developer, Uneconomist, Economic System Change, Existential Economics, Reinventing Business Education’. Maar hij laat het niet bij schrijven op de socials, hij schrijft ook boeken.

‘Neef’ Kees is van huis uit marketeer en werd als snel gepakt door het Boeddhisme. Dat leverde drie managementboeken op. Het leidde bijna vanzelfsprekend tot het worden van een fervent voorvechter van de Betekeniseconomie, wat wéér een serie boeken opleverde, wel 6! Inmiddels hebben de overtuigingen van Kees zich doorontwikkeld naar Ecologie, hij ziet ons verkeren in een existentiële crisis en verwoordde zijn gedachten hierover in zijn meest recente boek: Ecoliberalisme.

‘Neef’ Kees schreef ook een kinderboek: De regenmaker. Hij heeft er de Over Hoop-prijs voor gekregen! Op basis van het boekje heeft hij heel veel activiteiten ontwikkeld om iedereen, van jong tot oud, te enthousiasmeren voor duurzaamheid. Van De regenmaker is een eindmusical gemaakt, en het is op camera voorgelezen door Jan Terlouw. O ja, en ook aan Extinction Rebellion-kinderen op de A12. Hoe passend!

Heeft ‘neef’ Kees Klomp ook andere zakelijke activiteiten?

Kees werkt momenteel op Windesheim in Zwolle, waar hij Programmamanager Agency is. De projecten die hij daar samen met zijn studenten doet zijn enorm interessant: de eindmusical De regenmaker bijvoorbeeld, een onderzoek naar de beschikbaarheid van huizen voor starters, en ook de openbare studiebijeenkomsten (Studium Generales), met gasten als bijvoorbeeld Derk Loorbach en Jessica den Outer, en in juni 2026 Stine Jensen en Ton Zondervan.

In 2024 gaf hij ook les binnen de leergang ISVW (De Internationale School voor Wijsbegeerte).

‘Neef’ Kees participeert in een enorme hoeveelheid instituten, denk aan De Wereldbol, Purpose People, Purpose Day, THRIVE Institute, Purpose People Practice, Koffielink, en dan vergeet ik er vast nog een aantal.

En natuurlijk is ‘neef’ Kees spreker, hij deed een TEDx en is te boeken als key-note spreker voor symposia e.d. Hij is gastheer van gesprekken bij De Veranderschool, doet webcasts voor Reinventing Capitalism, en leest De regenmaker voor op scholen en andere plekken.

Op 3 september 2024 sprak Kees de ‘Duurzame Troonrede’ uit in Nieuwspoort, Den Haag. De titel was: Hoop is een werkwoord.

‘Neef’ Kees is ook betrokken bij ReStory, en deze organiseerde op 23 april 2025 een muziekavond met Kees. Het gaat onder andere over Robert Smith, de frontman van The Cure, die volgens Kees ‘Immersie, Dissolutie en Amplitie’ belichaamt, drie concepten die Kees in zijn laatste boek behandelt en gaan over de benodigde systeemverandering. Tijdens de avond worden 15 liedjes beluisterd en omringd met verhalen die de luisteraars een handelingsperspectief bieden.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘neef’ Kees Klomp eruit?

‘Neef” Kees studeerde Politicologie en Communicatiewetenschappen aan de UvA. Hij komt nog uit de tijd dat Communicatiewetenschappen een zogenaamde kop-studie was van Politicologie bij de UVA, vandaar. Na zijn afstuderen werkte hij als managementconsultant bij een aantal adviesbureau’s, waaronder Y&R en BBDO.

Leuk weetje, hij was óók zanger van de trash-metal band Brutal Obscenity, van 1987 tot 1994. Die band bracht twee platen uit: It’s Because The Birds and The Flowers … , en Dream Out Loud! Daarvoor speelde hij bij Dipsticks. Hij was van 2002 tot 2004 General Manager bij EMI Music, niet zo raar, gezien zijn muzikale achtergrond. Daarna was hij Strategie Directeur bij reclamebureau TBWA. In 2006 stapte hij uit het marketingwereldje en begon voor zichzelf als consultant.

In 2018 verlegde hij zijn koers weer: naar het onderwijs! Eerst als directeur van SMO, een onderdeel van de Erasmus Universiteit, daarna als lector Betekeniseconomie bij de Hogeschool Rotterdam, en vanaf begin 2024 dus bij Windesheim.

‘Neef” Kees woont in Borger-Odoorn (Oost-Drente). Zijn jongste zoon Finn speelt een grote rol in zijn werk, diens geboorte in 2013 was dan ook een keerpunt voor ‘neef’ Kees: ‘Ik was al best oud toen Finn geboren werd. Het idee dan mijn kinderen het, vanwege de crises die op dit moment spelen, wel eens erg moeilijk kunnen gaan krijgen als ik er niet meer ben, is voor mij onverteerbaar. Dat heeft bij mij een enorme drang losgemaakt om ze iets van hoop te bieden.’ Finn’s blonde krullenkop zie ik regelmatig in Kees’ filmpjes en foto’s. Hij heeft ook een wat oudere dochter: Ivy. Zij opende in mei 2026 een tattooshop in Zwolle.

Welke boeken schreef ‘neef’ Kees Klomp?

‘Neef’ Kees schreef tussen 2010 en 2025 11 boeken. Ik las er 4, recenseerde die, en vond 3 een Must Read. Natuurlijk staat zijn nieuwste boek (bijna) bovenaan mijn leeslijst.

De ecologische samenleving (2025)

Dit boek las ik nog niet. Flaptekst: We worden geconfronteerd met een ecologische catastrofe en een existentiële crisis in de vorm van de drie-eenheid klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling. We zullen onszelf opnieuw moeten uitvinden als goede aardebewoners. Dit boek beschrijft de contouren van een ecologische samenleving waarin de mens een constructief onderdeel van het verweven leven op aarde wordt en de natuurlijke principes en patronen in acht neemt. Kees Klomp laat ruim dertig gerenommeerde essayisten vanuit hun expertise een aspect van de ecologische samenleving belichten. Met o.a. Tim van Hattum, Nadine Maarhuis, Jessica den Outer, en Hans Stegeman. Koop bij Libris

Ecoliberalisme (2025)

Uit mijn recensie: Mijn ‘neef’ Kees houdt niet van halve maatregelen. Ons huidige economische bestel is totaal verziekt, en er moet iets héél anders voor in de plaats komen. En dat andere is dus Ecoliberalisme. In dit boek schetst Kees eerst de huidige situatie, daarna de overgangsperiode, en tenslotte zijn utopische nieuwe samenleving. Over elk van de drie perioden is er veel leerzaams in het boek te vinden. Kees maakt duidelijk dat we dan wel overtuigd zijn dat het huidige economische systeem niet meer werkt, maar dat er geen nieuw systeem voorhanden is. Zijn visie, ecoliberalisme, commonisme en betekeniseconomie, klinkt bijna te mooi om waar te kunnen worden, en blijft daardoor redelijk abstract. Lees mijn recensie | Koop bij Bol.

De regenmaker (2023)

Is het een kinderboek? Of een maatschappijkritisch boek in de vorm van een fabel? Mijn mening: beide. Ik kreeg het uitgereikt door de auteur zelf op een bijeenkomst. Hij had het voorgelezen op de school van zijn jonge zoon, zo vertelde hij. Maar de boodschap is ook, of juist, voor volwassenen relevant. Kleine stapjes in de goede richting jagen (op den duur) verandering aan. En voor de kids: je bent nooit te klein om iets goeds te doen! Het verhaal is gebaseerd op een eeuwenoud sprookje, en gaat over het vogeltje Olla, die met veel andere dieren in het bos woont. Op een dag breekt er brand uit. Het begint bij een boom, maar al snel staat het hele bos in brand. De dieren vluchten voor het vuur. Behalve Olla. Die vliegt terug met één druppel water in haar kleine snaveltje om de brand te blussen. Je kunt vast raden wat er dan gebeurt … Lees mijn recensie (4*) (Niet meer leverbaar)

Betekeniseconomie (2021)

Dit boek heb ik nog niet gelezen. Dus de flaptekst: Economische groei lijkt het ultieme recept voor een florerende wereld. Maar de keerzijde van het succesverhaal is inmiddels bekend: de economische groei blijkt gepaard te gaan met ontwikkelingen die onze samenleving fundamenteel ontwrichten. Denk aan de klimaatverandering, de ineenstorting van de biodiversiteit, de groeiende welvaartsongelijkheid, de polarisatie in de samenleving en de alarmerende toename van het aantal mensen met een depressie of burn-out. Het is daarom noodzakelijk om op zoek te gaan naar een volledig nieuw economisch narratief: de Betekeniseconomie. Ecologie is daarbij het ontwerpuitgangspunt. Koop bij Bol

Thrive (2021)

Dat onze huidige economie aan verbetering of vervanging toe is, daar zijn veel mensen het over eens. Maar hoe kan het beter? Daar is nog niet iedereen het over eens. Er zijn veel meningen, veel termen, veel gradaties van anders en beter. Verwarrend. Maar gelukkig is er dit uitstekende Engelstalige boek van ‘neef” Kees en Shinta Oosterwaal, die het allemaal op een rijtje zet met essays van de bekendste internationale ‘denkers’ van nu. Thrive balanceert op de grens van duurzaamheid, ecologie, economie, maatschappij en een beetje filosofie. Heel goed om veel verschillende visies op mogelijke oplossingen naast elkaar te zetten, en heel fijn dat dit de visies betreft van bekende pioniers op verschillende vakgebieden. Lees mijn recensie (4 1/2*). Koop bij Bol.

Het is tijd (2019)

Ik las dit boek nog niet, dus de flaptekst: In “Het is tijd, de ethiek van purpose-gedreven organisaties”, nemen Ron van Es, ‘neef’ Kees en Ralph Zebregs lezers mee in het denken, het zien en het doen waar het gaat om het idee van ‘purpose’. Het is opvallend hoe bedrijven en organisaties purpose omarmen in hun huidige businessmodel, en dat vraagt om ethisch handelen. Het is opmerkelijk hoe de wereld snakt naar een systeemverandering, dus daar moeten we gehoor aan geven. En het is geweldig hoe bedrijven en organisaties het idee van purpose willen gaan toepassen, maar daarvoor moeten ze wel weten hoe ze dat kunnen doen. Het boek is niet meer leverbaar.

Pioniers van de nieuwe welvaart (2018)

Landen meten hun welvaart met het bbp, behalve Bhutan, waar het bbg is: Bruto Binnenlands Geluk. Hierin zijn naast economische groei ook sociale, ecologische, culturele en persoonlijke zaken opgenomen. In Nederland pionieren we nog wat met die ‘nieuwe welvaart’. ‘Pioniers’ van neef Kees en ‘nicht’ Nadine Maarhuis is een goed geschreven, aantrekkelijk opgemaakt boek over de betekeniseconomie, met tekeningen en schema’s, veel quotes en inspirerende voorbeelden. Omdat het ingaat op theorie èn praktijk, de harde kant (bedrijfsvoering en winst) èn de zachte kant (drijfveren en altruïsme) belicht, is het afwisselend, interessant en inspirerend. Lees mijn recensie (4 1/2*). Lees waarom ik dit een Must Read vind. Koop bij Bol.

Handboek betekenisvol ondernemen (2016)

Ik las dit boek nog niet, dus hier de flaptekst: ‘neef’ Kees, Stefan Wobben en Jesse Kleijer schreven een handleiding om te ondernemen in de betekeniseconomie. Hun methode bestaat uit 5 fasen die samen een concrete actielijst vormen voor het bouwen van een betekenisvol bedrijf. Het begint bij de beweegredenen van de ondernemer als mens, en voert via de binnenkant van het bedrijf, het merk en de marketingactiviteiten naar een positieve impact op de maatschappij, wat op zijn beurt weer lucratief is voor de onderneming. Maatschappelijke toegevoegde waarde is de belangrijkste pilaar onder florerende bedrijven. Duurzaamheid en MVO zijn daarvan slechts het begin. Koop bij Bol

Bloei! (2012)

Ik las dit boek nog niet, dus hierbij de flaptekst: Economische crisis, ecologische crisis, doemdenken. Wat is er toch mis met onze huidige maatschappij? Volgens ‘neef’ Kees zitten we in een collectieve identiteitscrisis. We zijn vastgelopen in ons destructieve gedrag dat voortkomt uit onze illusionaire gedachten en gewoonten. Als geld en geluk niet hetzelfde zijn, hoe moeten we dan verder? Volgens ‘neef ‘ Kees moeten we ons maatschappelijk gedrag, en daarmee onze gedachten en gewoontes, drastisch herzien. Het boek bestaat uit een verzameling essays met alternatieve, spirituele visies op onderwerpen als economie, management, marketing, ondernemerschap, coaching, leiderschap, wetenschap, duurzaamheid, markt en maatschappij. Koop bij Bol

Karmanomics (2011)

Ik las dit boek nog niet, dus hierbij de flaptekst: Het boeddhisme leert hoe we de waanzin van het herhalen van het gedrag waardoor we in de problemen komen “samsara” kunnen beëindigen: door onwetendheid op te heffen. Willen we economisch destructief gedrag vervangen voor economisch constructief gedrag, dan moeten we ons heil zoeken in een fundamentele systeemverandering. Daartoe hebben we een radicaal nieuwe kijk op economie nodig. In dit boek presenteert ‘neef’ Kees deze nieuwe kijk door zijn ervaringen als boeddhistisch beoefenaar te koppelen aan zijn expertise als marketing- en managementadviseur. Het levert verrassende, verwonderende inzichten op, alsmede praktische aanwijzingen om tot persoonlijk, zakelijk en maatschappelijke welzijn te komen. Koop bij Bol

Verlichting in business (2010)

Ik las dit boek nog niet, dus hierbij de flaptekst: Wakker geschud door de crisis zoeken ondernemingen naar een nieuw evenwicht tussen menselijke en economische waarden. In dit boek biedt ‘de bekende marketingstrateeg ‘neef’ Kees samen met Cor Hospes inspiratie met acht boeddhistische inzichten, die tegelijkertijd acht belangrijke commerciële trends vormen: –Small * Klein is het nieuwe groot –Spirit * De opkomst van de nieuwe spirituelen –Sustainability * De roep om duurzaamheid –Serve * De nieuwe betekeniseconomie –Sincere * De revolutie van eerlijkheid en authenticiteit –Soft * De kracht van kwetsbaarheid –Slow * Langzaam is het nieuwe snel –Safe * De winst van commercieel idealisme. Koop bij Bol

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.com, wikipedia, LinkedIn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 (update november 2025) stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari (update maart 2026) nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober (update maart 2026) nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari (update maart 2026) nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni (update maart 2026) nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December was voor nicht Susan Cain
  25. In januari 2025 (update juni 2026) stelde ik neef Kees Klomp aan je voor.
  26. En in februari nicht Nadine Maarhuis.
  27. In maart (update mei 2026) was de beurt aan oom Robert Cialdini
  28. April (update november 2025) was voor tante Jane Goodall
  29. In mei stelde ik neef Jaap Bressers aan je voor
  30. En in juni nicht Babette Porcelijn.
  31. In juli was de beurt aan mijn neef Yuval Noah Harari
  32. Augustus was voor nicht Robin Wall Kimmerer
  33. In september (update februari 2026) stelde ik neef Rutger Bregman aan je voor
  34. En in oktober nicht Roxane van Iperen
  35. In november was de beurt aan neef Roman Krznaric.
  36. December was voor tante Carol Dweck.
  37. In januari 2026 stelde ik neef Hans van der Loo aan je voor.
  38. En in februari nicht Katja Staartjes
  39. In maart was de beurt aan neef Malcolm Gladwell.
  40. April was voor ‘nicht’ Lois P. Frankel.
  41. In mei stelde ik ‘neef’ Frans de Waal aan je voor.

Geplaatst in Sustainability | Tags: , , , | 10 reacties

Recensie: Nexus – leren van historische veranderingen

Een historicus die over AI schrijft. Hoe zinnig is dat, hij weet immers weinig van de techniek? Zeer zinnig, zo concludeer ik na het lezen van Nexus, van Yuval Noah Harari uit 2024. Geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar de studie van verandering, zo stelt Yuval. Zijn analyse hoe informatie de wereld vormgeeft; hoe informatie zorgt voor waarheid, en daarmee wijsheid én macht, of alleen macht als het de populistische in plaats van naïeve kijk betreft; hoe informatienetwerken democratieën en totalitaire regimes beïnvloeden én vice versa, die analyse is uitermate boeiend en dwingt tot reflectie.

In elk hoofdstuk belicht Yuval een stukje geschiedenis en hoe informatie werd gebruikt en misbruikt. De positieve resultaten zoals wetenschappelijke vooruitgang, en de negatieve zoals de heksenjacht en het nazisme, zijn soms verrassend en soms bekend. Altijd zijn de parallellen met het heden goed uitgewerkt. Yuval sluit Nexus af met een filosofisch en een speculatief stuk, die me lang zullen bijblijven. Zijn boodschap: we hebben instanties met zelfcorrigerende mechanismen nodig om slimme, veilige informatienetwerken te bouwen. Met zulke zelfcorrigerende mechanismen zijn we geëvolueerd, en AI (anorganische intelligentie noemt Yuval dat) kan een hoopvol nieuw hoofdstuk zijn in die evolutie. Of een fatale fout.

Het maatschappijboek Nexus ….

…. gaat dus niet over de techniek van AI, hoewel Yuval vanaf 2016, na de publicatie van Homo Deus, heel veel met wetenschappers, ondernemers en politici over AI gesproken heeft en daar heel wat van oppikte. Ook merkte hij dat de gesprekken over de gevaren van AI eerst filosofisch waren, maar al snel alsmaar intenser werden, en de toon urgenter. Politieke aspecten kwamen steeds meer op, en veel politici bespelen hun achterban met historische verhalen. De positivo’s gingen uitgebreid in op de positieve resultaten van revoluties uit het verleden en waren overtuigd dat ook de AI-revolutie alleen maar goeds zou brengen. Zoals de boekdrukkunst, die de wetenschap vooruithielp. Maar, zegt Yuval, óók de heksenjacht bevorderde. Ook de industriële revolutie bracht veel goeds. En het nazisme.

Informatie als verbinder

Vandaar het historische verhaal over informatie, om ons een accurater beeld te schetsen. Yuval vertelt over de eerste kleitabletten (voor belastingen), die de eerste stadsstaten faciliteerden. Heilige boeken verspreidden religie, met normen en ideeën over de positie van de vrouw, en de relatie met de natuur. De telegraaf verspreidde nieuws en politieke regels razendsnel, wat zowel democratieën als totalitaire regimes hielp op te schalen. Ze zorgen voor een netwerk, voor verbinding. (Nexus betekent verband of samenhang). De christelijke kerk zou zonder de technologie van het boek geen wereldmacht zijn geworden.

AI als actor

AI-toepassingen zorgen niet alleen voor (meer) verbinding, ze zijn ook knooppunt in het netwerk, ze zijn actor, kunnen zelfstandig handelen. En niet als mensen, niet als artificial, door ons beheerste kunst, maar meer als Alien Intelligence, onnavolgbaar. Het kan invloed hebben op onze systemen, onze democratie. Bij het ontstaan van de Bijbel werd op een zeker moment het besluit genomen welke Boeken en Handelingen wel en welke niet zouden worden opgenomen. 1 Thimoteüs wel, met zijn misogyne ideeën, de tolerante Handelingen van Thekla niet. Die beslissing beïnvloedt ons nog steeds. Voor AI staan we ook op zo’n kritiek moment in de tijd, door de keuzes van de trainingsdata en de programmering die nu worden gemaakt.

Informatie is geen waarheid

Yuval waarschuwt ervoor informatie niet als waarheid te zien. Informatie is er om te verbinden en orde te scheppen. Heilige boeken en geheime-politiedossiers vertellen niet (persé) de waarheid, maar geven macht. En dat geldt ook voor AI. Die is niet onfeilbaar en heeft geen zelfcorrigerende mechanismen (denk aan de genocide in Myanmar geholpen door de Facebook algoritmen). Maar natuurlijk kan informatie wel waarheidsvinding ondersteunen, ons helpen met elkaar te praten en conflicten op te lossen. En ook macht is positief in te zetten. Naarmate een netwerk machtiger is, zijn sterkere zelfcorrigerende mechanismen nodig. Een dictator heeft de neiging die te verzwakken. En ook AI kan die kant opgaan, zichzelf ongecorrigeerd en ongecontroleerd ontwikkelen, en niet alleen de mensheid uitroeien, maar het ‘organische bewustzijn’ uitwissen. Wat we nodig hebben zijn dus zeer sterke zelfcorrigerende mechanismen, deze zullen het verschil maken tussen een fatale fout, of een nieuw hoofdstuk in de evolutie van het leven op aarde.

Mijn evaluatie van Nexus

Dit boek is een dikke pil (450 pagina’s ex notes) en toch had ik op bijna elke pagina wel een nieuw inzicht (ik schreef heel wat blaadjes vol, binnenkort te lezen in Booknotes). Dat komt omdat ik veel over AI las, maar nog niet eerder zó de parallellen getrokken zag tussen historische gebeurtenissen en informatietechnologie, en de huidige. Die insteek is origineel, en het hele betoog scoorde zeer hoog op mijn WOW-meter.

Yuval schrijft ook over het ontstaan van ‘cocons’ in plaats van een web, waarbij machtige staten elk een heel eigen informatienetwerk ontwikkelen, afgeschermd van de ander, met eigen ideologie en eigen techniek. Het Digitale Gordijn. Hoe relevant, vandaag lees ik over het Chinese DeepSeek, waarvan men zich afvraagt hoe dit zó goedkoop ontwikkeld kon worden. Is die alternatieve techniek nú al ontdekt? Staan we aan het begin van de cocons? Hoe relevant om juist nu Yuval’s bespiegelingen hierover te lezen. En omdat de insteek van het boek historisch en filosofisch is (met wat speculatie, zegt hij zelf) en niet zozeer technisch, blijft dit boek ook lange tijd relevant.

Met 70 pagina’s aan referenties kun je gerust van stevig onderbouwd spreken, en dat geldt natuurlijk met name voor de historische gebeurtenissen. Maar ook de speculatieve stukken en filosofische gedachten over lichaam en geest, en hoe de geest zo langzamerhand overgaat in online, avatar, alien, hebben een gefundeerde basis. Boeiend leesvoer!

De uitvoering van Nexus

Ik las de paperback die vrij sober is, de illustraties die ik mij herinner uit Sapiens ontbreken hier. Misschien komt er nog een ‘kinderversie’ zoals de serie gebaseerd op Sapiens? Die zijn prachtig én betekenisvol geïllustreerd. Maar zijn er wel plaatjes nodig? Yuval’s schrijfstijl is erg beeldend. Ik zag de heksenverbrandingen voor me, en de politiestaat in Roemenië (een mannetje continu naast de computerwetenschapper Gheorghe Iosifescu, 13 jaar lang). Naast beeldend vind ik zijn stijl ook prettig cynisch. En regelmatig stelt hij de lezer ook een vraag, wat je dwingt na te denken over wat we er eigenlijk van vinden? Hoe wij zouden oordelen? En dat werkt nóg beter dan een betoog.

De structuur van het boek is prima. Het eerste deel gaat over menselijke informatienetwerken (‘organisch’) en de nadruk ligt op het verleden; het tweede deel over computernetwerken (anorganisch) en het heden; het derde deel over ’computerpolitiek’, waarin de impact van AI op democratieën en totalitarisme, en vice versa, wordt uiteengezet, afsluitend met Het Digitale Gordijn en de ‘cocon’, wat over de toekomst gaat. Of over het heden al …..

Alles bij elkaar weer veel ‘food for thought’ zoals zijn vorige boeken, inspirerend én zorgwekkend. Dat laatste is bewust, de positieve zaken van AI worden door de makers al voldoende benadrukt, zegt Yuval, daarom brengt hij de boel wat in balans. Dat is hem, wat mij betreft, uitstekend gelukt.

Alien Intelligence en niet buitenaards … wat vinden we daarvan?

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Lees Nexus duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook);
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Nexus duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Geplaatst in IT, Maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Strategie: Samenvatting van This is Strategy

Zóveel boeken om te lezen, zó weinig tijd. Hoe maak je een keuze? Ik laat mij leiden door aanbevelingen van vrienden en kennissen, mijn Family, recensies op bijvoorbeeld Goodreads en Storygraph, tips in kranten en de socials, en de flapteksten. Maar óók door samenvattingen van anderen, om een betere indruk van de inhoud te krijgen. Die strategie, inclusief de (mini-)samenvatting deel ik graag met je. Deze keer: This is Strategy (nog niet vertaald) van Seth Godin uit 2024.

Aanbevelingen voor This is Strategy

Ik las eerder De klimaatalmanak van Seth Godin, hij was daar redacteur van. Ik vond het geweldig! Ad-hoc lees ik de blogs van Seth.

This is Strategy stond op de shortlist voor Best Non-Fiction Book 2024 van The Next Big Idea Book Club, een boekenclub van mijn familieleden Adam Grant, Susan Cain en Daniel H. Pink. Adam schreef ook een enthousiaste blurp voor dit boek. Allemaal positief dus, door naar de volgende stap.

Ratings en recensies

Goodreads geeft een rating van 3,58. Dat is redelijk, maar niet zo heel goed. Voor mij is 4,0 toch wel het minimum. Wat zeggen de recensies? Geen structuur, een serie losse gedachten, een masterclass in creatief denken, inspirerend, te abstract, het slechtste van Godin, deels geschreven door AI en dat kun je zien, het gaat te weinig over strategie, barst van de voorbeelden, leest als een serie (297!) blogs, teveel input vanuit zijn politieke voorkeuren, veel overlap en herhaling, goede ideeën.

Storygraph geeft een rating van 3,5. Opmerkingen in de recensies: ongestructureerd, ongelofelijk veel informatie.

Dit is niet zo veelbelovend. Ik houd wel van structuur. Wat zegt de flaptekst hierover?

Flaptekst van This is Strategy

In dit unieke en tot nadenken stemmende boek deelt Godin inzichten over strategie door middel van een reeks krachtige reflecties en observaties die de manier waarop u problemen benadert, beslissingen neemt en verandering creëert, zullen veranderen. “Het creëren van morgen door gisteren te herhalen is geen nuttige weg vooruit.” “Elke strategie vereist keuzes. En die keuzes houden vaak in dat u ‘nee’ zegt tegen dingen die u zou kunnen doen, maar niet doet.” “Het is niet gemakkelijk om iemand te overtuigen om te willen wat u wilt. Het is veel productiever om mensen te vinden die al willen gaan waar u ze naartoe wilt brengen.”

This is Strategy is een moderne klassieker die perspectieven biedt waar u steeds weer naar terugkeert. In plaats van stapsgewijze formules te bieden, biedt Godin iets waardevollers: een nieuwe manier om de uitdagingen waarmee u wordt geconfronteerd te zien en erover na te denken.

Je ontdekt hoe je:

  • Je “kleinste levensvatbare publiek” identificeert en opmerkelijk werk maakt dat ze niet kunnen negeren
  • De systemen die onze wereld vormgeven, begrijpt en beïnvloedt
  • Langetermijndenken prioriteit geeft boven directe bevrediging
  • Slimme, doelgerichte keuzes maakt die een betere toekomst vormgeven

Voor wie dit boek is bedoeld:

  • Leiders die dieper willen nadenken over hun impact
  • Ondernemers die genoeg hebben van conventioneel zakelijk advies
  • Veranderaars die op zoek zijn naar blijvende transformatie in hun carrière en gemeenschap
  • Iedereen die vastzit in verouderde systemen en op zoek is naar een fris perspectief

Bewerkte samenvatting van This is Strategy

De basis voor een duidelijke en effectieve strategie

Strategie draait om het vandaag maken van bewuste keuzes die leiden tot de zinnige uitkomsten van morgen. Een strategie geeft je duidelijkheid over je focus en helpt je je energie te richten op acties die aansluiten bij je doelen. Zonder dit gevoel van richting is het gemakkelijk om vast te lopen in alleen maar reageren op gebeurtenissen, in plaats van echte vooruitgang te boeken.

De kern van een effectieve strategie is begrijpen wat de drijfveren zijn van de betrokkenen. Mensen handelen vaak op basis van hun behoefte aan verbinding, erkenning of veiligheid. Of je nu een product ontwerpt, een team organiseert of beslist hoe je een idee presenteert, deze drijfveren bepalen hoe anderen reageren. Een goede aanpak sluit aan bij deze behoeften, en zorgt voor een plan dat aanslaat.

Een strategie vormt het overall raamwerk, stelt lange-termijn-prioriteiten vast en legt een basis voor actie. Een tactiek echter richt zich op specifieke stappen om onmiddellijke problemen aan te pakken. Als voorbeeld een bedrijfsuitbreiding: de strategie betreft dan onder andere de keuze welke markten je prioriteit geeft, terwijl tactieken kunnen bestaan uit het selecteren van de te gebruiken advertentiekanalen of het onderhandelen over lokale samenwerkingsverbanden. Zonder een duidelijke strategie zullen de tactische beslissingen niet gefocust zijn, waardoor het moeilijker wordt succesvol te zijn.

Elk plan werkt binnen systemen – structuren zoals industrieën, markten of culturele normen die uitkomsten beïnvloeden. En terwijl die systemen zorgen voor stabiliteit en consistentie, verzetten ze zich tegen verandering. Werken met een systeem – zoals het ontwerpen van een programma dat past bij deze criteria – kan leiden tot succes. Tegen het systeem vechten – proberen die criteria van de ene op de andere dag volledig te veranderen – zal waarschijnlijk je middelen uitputten en mislukken.

Betrokkenheid zorgt ervoor dat je je plannen daadwerkelijk uitvoert. Betrokkenheid ontstaat door de duidelijkheid van een sterke strategie. Wanneer je zorgvuldig je prioriteiten hebt gekozen, wordt het gemakkelijker om je aan die beslissingen te houden. Deze focus helpt om je niet te laten afleiden en consistente acties te ondernemen, zelfs wanneer de omstandigheden veranderen. Of je nu met bestaande systemen werkt of nieuwe creëert, deze gedisciplineerde aanpak is de hoeksteen voor blijvende resultaten.

Systemen begrijpen en ermee werken voor strategische verandering

Waarom lijken sommige systemen onveranderlijk terwijl andere zich aanpassen? Systemen blijven onveranderd omdat ze zorgen voor waarde of stabiliteit, zelfs als de waarde niet direct duidelijk is. Denk aan de scheepscontainer – een ogenschijnlijk simpele uitvinding die de wereldhandel op zijn kop zette. De uniformiteit ervan maakte verzending sneller en goedkoper. Systemen als deze blijven onveranderd omdat ze gedoe verminderen en dingen efficiënter laten werken.

Maar systemen gaan niet alleen over efficiëntie. Ze zijn ook cultureel. Wedgwoods achttiende-eeuwse systeem voor de massa-productie van fijn porselein introduceerde ook kwaliteit en uniformiteit bij een groeiende middenklasse die verfijning zocht. Deze systemen ontstonden niet van de ene op de andere dag – ze voegden wat toe aan bestaande maatschappelijke normen en veranderden deze langzaam.

Wat systemen in stand houdt, is hun vermogen om in evenwicht te blijven. Feedbackloops zijn hierbij essentieel. Positieve feedback versterkt bepaald gedrag of uitkomsten, terwijl negatieve feedback dingen beperkt en zo stabiliteit creëert. Een zichtbare elektriciteitsmeter kan bijvoorbeeld het energieverbruik verminderen door huiseigenaren voortdurend te herinneren aan hun verbruik. Aan de andere kant kunnen vertraagde of vervormde feedbackloops, zoals het negeren van waarschuwingen voor klimaatverandering, ervoor zorgen dat systemen in een neerwaartse spiraal terechtkomen.

Giftige systemen blijven bestaan omdat ze schadelijk gedrag belonen. Neem bedrijven die prioriteit geven aan kortetermijnwinsten. Deze systemen stimuleren beslissingen die schadelijk zijn voor het milieu of de gemeenschappen, maar ze overleven omdat de beloningen – zoals de aandelenkoersen – belanghebbenden betrokken houden. Om dergelijke systemen te veranderen, moet je hefboompunten vinden. Tony’s Chocolonely deed dit door ethische zorgen aan te pakken in de chocoladeketen en zijn bedrijfsvoering in lijn te brengen met de duurzaamheids- en rechtvaardigheidseisen van consumenten.

Werken binnen een systeem levert vaak betere resultaten op dan er vierkant tegenin te gaan. De aanpak van Tony’s werkte omdat het bestaande consumentenwaarden benutte in plaats van de hele chocolade-industrie in één keer uit te dagen. Vergelijk dit met Michelins mislukte introductie van lekvrije banden. Het systeem van garages en reparatiewerkplaatsen verzette zich tegen de verandering omdat het hun winst bedreigde, en Michelin onderschatte hoe diep die structuren waren ingebed.

Uiteindelijk zijn systemen niet statisch; ze evolueren met de tijd en cultuur. Wanneer je hun regels en relaties begrijpt, kun je ze beïnvloeden – soms met kleine acties die leiden tot significante verschuivingen, zoals het graven van een kanaal om de stroming van een rivier om te leiden. Of je nu een toeleveringsketen opnieuw vormgeeft of schadelijke praktijken aanvecht, de sleutel ligt in het herkennen waar je druk moet uitoefenen.

Culturele en sociale dynamiek benutten in je strategie

Hoe vormt cultuur je strategie? Elke beslissing die je neemt, heeft een wisselwerking met de waarden, verwachtingen en gewoonten van de mensen om je heen. Deze sociale en culturele dynamiek bepaalt vaak of een idee aanslaat of mislukt. Mensen worden aangetrokken door wat vertrouwd voelt of aansluit bij hun identiteit, en daarom slagen strategieën die aansluiten bij culturele normen vaak.

Soms kan de culturele invloed van een systeem krachtig genoeg zijn om hele industrieën te veranderen. De ranglijsten van US News & World Report hadden grote invloed op de toelating tot universiteiten. Door vergelijkende ranglijsten te publiceren, introduceerden ze een raamwerk voor onderlinge concurrentie dat universiteiten niet konden negeren. Instellingen pasten hun toelatingsbeleid aan, alleen maar om hoger op de lijst te komen, zelfs als die veranderingen niet per se het onderwijs verbeterden.

Culturele systemen blijven ook bestaan omdat ze bepalen hoe mensen zichzelf en anderen zien. Gedeelde overtuigingen, zoals de waarde van exclusiviteit of traditie, creëren een gevoel van verbondenheid dat het systeem versterkt. Denk aan normen voor rashonden, waarvoor organisaties zoals de AKC (American Kennel Club) definities opstellen die fokmethoden voorschrijven. Deze normen verlenen status, maar kunnen ook het toebrengen van schade in stand houden, wat leidt tot gezondheidsproblemen bij bepaalde rassen. Ondanks die schade (aan de hond) blijft het systeem bestaan omdat het aansluit bij identiteit en sociale beloning (van het baasje).

Soms kunnen zelfs kleine aanpassingen aan statistieken of zichtbaarheid culturele patronen verstoren. Toen de Sustainable Apparel Coalition de Higg Index introduceerde om de milieu- en sociale impact in mode te meten, gaf het merken en consumenten een duidelijk beeld van de duurzaamheid van hun keuzes. Deze transparantie moedigde merken aan om niet alleen op prijs of kwaliteit te concurreren, maar ook op ethische praktijken. Door inzicht te bieden in de verborgen kosten van productie, hielp deze index de culturele houding ten opzichte van duurzaamheid te veranderen.

Elke cultuur kent punten van spanning, waar de status quo kan worden uitgedaagd. Door te veranderen hoe mensen over indexen denken, of door opnieuw te definiëren wat ze belangrijk vinden, kun je van culturele krachten bondgenoten maken. Een strategie die zich met deze dynamiek bezighoudt, wérkt niet alleen binnen een systeem; het verandert het systeem zelfs door mensen een betere manier te laten zien.

Tools en raamwerken voor strategische actie en resultaten

Strategie geeft je de tools om actie te ondernemen op een manier die gericht, effectief en aanpasbaar is. Het is niet genoeg om een goed idee te hebben – je hebt methoden nodig die je laten zien waar je je energie op moet richten, hoe je beslissingen moet nemen en welke stappen je vervolgens moet nemen. Tools zoals raamwerken, duidelijke doelstellingen en feedbackloops helpen je om op koers te blijven en plannen om te zetten in meetbare resultaten.

Raamwerken vereenvoudigen complexe beslissingen en maken patronen gemakkelijker zichtbaar. Een positioneringsraster gebruikt bijvoorbeeld een twee-bij-twee grafiek om producten of ideeën te vergelijken langs twee belangrijke dimensies, zoals prijs en kwaliteit. Stel je voor dat je je product naast dat van concurrenten zet: als je ziet dat iedereen zich in de hoek van de hoge prijs, hoge kwaliteit producten bevindt, kan dat een kans tonen in de hoek van betaalbaar-maar-betrouwbaar. Deze duidelijkheid helpt je om openingen te ontdekken en je aanpak te verfijnen. Op dezelfde manier kun je met een SWOT-analyse – sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen – interne en externe factoren afwegen, waardoor je een evenwichtig perspectief krijgt bij het nemen van strategische beslissingen.

Duidelijke, meetbare doelen zijn een ander cruciaal onderdeel van een effectieve strategie. Brede doelstellingen, zoals “verhoog de omzet”, laten te veel ruimte voor interpretatie. Specifieke doelen, zoals “verhoog de online omzet met 15 procent dit kwartaal”, zorgen ervoor dat iedereen op hetzelfde pad zit en de voortgang gemakkelijk te volgen is. Zonder deze duidelijkheid is het moeilijk om te weten of je inspanningen werken of dat je moet bijstellen.

Soms betekent een effectieve strategie dat je leert om nee te zeggen. Het is verleidelijk om elke kans na te jagen, maar als je je aandacht teveel versnippert, verzwak je je focus. Door het aantal prioriteiten te beperken, kunt je je tijd en middelen inzetten in gebieden die het meest aansluiten bij je lange-termijn-doelen.

Testen en feedbackloops zijn essentieel voor het verfijnen van je strategie. Met pilotprogramma’s, experimenten of kleinschalige produkt-lanceringen kun je inzichten uit de echte wereld verzamelen zonder je te veel te binden. Deze aanpak stimuleert ook innovatie, terwijl het de risico’s en de angst om te falen beperkt. Een startup die bijvoorbeeld een nieuwe produkt-functie test met een kleine groep gebruikers, kan leren wat werkt en aanpassingen doen voor opschaling. Deze cycli van testen en aanpassen veranderen je strategie in een dynamisch, evoluerend proces dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden en sterkere resultaten oplevert.

Strategische tools zijn het meest effectief als ze aansluiten bij uw doelen en zich aanpassen aan feedback. Door het combineren van duidelijke prioriteiten, uitvoerbare raamwerken en een bereidheid om je aan te passen, zorg je voor een strategie die zinvolle, meetbare resultaten oplevert.

Uitdagingen en barrières voor een effectieve strategie

Elke strategie kent uitdagingen. Het begrijpen van die barrières is de eerste stap om ze te overwinnen. Strategieën mislukken vaak niet zozeer door zwakke ideeën, maar door  verborgen obstakels of misvattingen tijdens de uitvoering.

Een veelvoorkomend probleem is het verwarren van doelen met strategie. Zeggen: “We willen marktleider zijn” is geen strategie – het is een ambitie. Zonder een duidelijk plan om dat doel te bereiken, kunnen teams vage doelen najagen, tijd en middelen verspillen zonder een duidelijk pad vooruit.

Een andere uitdaging is het prioriteren van korte-termijn-overwinningen boven lange-termijn-succes. Het is verleidelijk om direct winst na te streven, maar beslissingen zoals het aanbieden van hoge kortingen om de verkoop op korte termijn te stimuleren, kunnen de waarde van een merk op de lange termijn ondermijnen. Vasthouden aan een strategie die aansluit bij je bredere doelen is moeilijker wanneer de druk op korte termijn toeneemt, maar het is essentieel voor duurzame groei.

Weerstand tegen verandering is ook een belangrijk obstakel. Mensen verzetten zich vaak tegen nieuwe ideeën of systemen, niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze vertrouwde routines verstoren. Deze weerstand kan de voortgang blokkeren, vooral als de voordelen van de verandering niet duidelijk zijn. Mensen betrekken bij het proces en de redenen achter de verandering communiceren, kan de overgang vergemakkelijken.

Zorg ervoor dat ‘overthinking’ niet leidt tot ‘analysis paralysis’. Te veel tijd besteden aan het bespreken of verfijnen van plannen zonder actie te ondernemen, vertraagt de voortgang. Geen enkele strategie zal ooit perfect zijn, maar strategieën die zich aanpassen door actie, presteren vaak beter dan strategieën die vastzitten in eindeloze planning.

Barrières als deze betekenen niet dat je strategie gedoemd is te mislukken. Wanneer je ze snel herkent en aanpakt, worden ze kansen om je aanpak te versterken. Duidelijkheid, focus en aanpassingsvermogen zijn de hulpmiddelen waarmee je uitdagingen kunt omzetten in momenten van strategische groei.

Systemen inzetten om zinvolle, schaalbare verandering teweeg te brengen

Systemen zijn krachtige hulpmiddelen om verandering te creëren als je begrijpt hoe ze werken en je hun sterke punten benut. Door je aan te passen aan de structuur van een systeem in plaats van ertegen te vechten, kun je meer vooruitgang boeken met minder weerstand.

De kern is het vinden van hefboompunten: kleine acties die grote verschuivingen creëren. Stel je voor dat een bedrijf een abonnementsmodel introduceert. In plaats van de markt te verstoren, bouwt deze aanpak voort op bestaande consumentengewoonten zoals regelmatig kopen. Het vereenvoudigt beslissingen voor klanten en creëert tegelijkertijd voorspelbare inkomsten voor het bedrijf. Dit werkt omdat het aansluit bij gedrag wat mensen al prettig vinden.

Om verandering op te schalen, moet je klein beginnen. Door een idee in één deel van een systeem te testen, kun je zien wat werkt zonder de hele structuur te overweldigen. Een stad die bijvoorbeeld elektrische bussen in één buurt laat rijden, kan beoordelen hoe ze passen bij de bestaande vervoerspatronen voor de inzet uit te breiden. Deze aanpak voorkomt kostbare fouten en biedt de informatie die nodig is om de oplossing te verfijnen.

Systemen tonen hun zwakke punten vaak op plaatsen waar inefficiënties of verouderde methoden obstakels vormen. Deze momenten zijn kansen voor innovatie. Denk eens aan hoe het digitaliseren van medische dossiers het trage werken met foutgevoelige papieren documenten verving door snellere, nauwkeurigere processen. Door deze knelpunten aan te pakken, kunnen systemen evolueren om beter aan de behoeften van vandaag te voldoen.

Samenwerking is cruciaal bij het werken met systemen. Grote systemen veranderen zelden door de acties van één enkele groep. De overgang naar hernieuwbare energie is bijvoorbeeld afhankelijk van samenwerking tussen overheden, bedrijven en consumenten. Gedeelde prikkels, zoals lagere kosten of milieuvoordelen, maken het gemakkelijker om mensen aan boord te krijgen en te zorgen voor een omvangrijke impact.

Systemen die standhouden, zijn niet rigide. Ze passen zich aan samen met de mensen en structuren die ze ondersteunen. Wanneer je je richt op samenwerking, schaalbaarheid en flexibiliteit, verander je systemen in hulpmiddelen voor blijvende, betekenisvolle verandering. De beste systemen lossen niet alleen problemen op, ze groeien en verbeteren samen met de wereld om hen heen.

Een duurzame langetermijnvisie voor succes creëren

Wat is er nodig om relevant te blijven terwijl de wereld verandert? Een strategische langetermijnvisie vereist het in evenwicht brengen van de beslissingen van nu met hun impact op de toekomst. Door dit perspectief te behouden, zorgt u ervoor dat de acties van vandaag duurzaam succes ondersteunen.

Denk aan bedrijven die al vroeg in hernieuwbare energie hebben geïnvesteerd. Ze herkenden de verschuiving naar duurzaamheid voordat het mainstream werd en positioneerden zichzelf voor concurrenten. Deze bedrijven verlaagden de kosten, reageerden op de groeiende vraag van consumenten naar ethische praktijken en sloten aan bij de opkomende druk van regelgeving. Hun vooruitziende blik stelde hen in staat om te leiden in plaats van te reageren.

Vasthouden aan een langetermijnvisie betekent vaak dat je moeilijke beslissingen moet nemen. Een technologiebedrijf zou kunnen overwegen om een volatiele maar lucratieve markt te betreden. Hoewel de potentiële winsten verleidelijk zijn, kunnen de reputatieschade of het missen van bredere doelen zwaarder wegen dan de kortetermijnwinsten. Weerstand bieden aan de verleiding van snelle winsten zorgt ervoor dat elke stap de basis voor toekomstige groei versterkt.

Duidelijkheid is essentieel om op koers te blijven. Teams die een duidelijk begrip hebben van hun doelen op de lange termijn, vermijden dat ze ontsporen door druk op de korte termijn. Bijvoorbeeld, een bedrijf dat uitbreidt naar nieuwe markten kan prioriteit geven aan kansen die passen bij zijn sterke punten in plaats van elke beschikbare optie na te jagen. Gerichte beslissingen zoals deze zorgen ervoor dat middelen worden gebruikt waar ze de meeste waarde creëren.

Aanpassen aan verandering versterkt elke lange-termijn-strategie. Wanneer er uitdagingen ontstaan, zullen bedrijven die tegenslagen gebruiken om hun aanpak te verfijnen er sterker uitkomen. Een rigide plan houdt vaak geen rekening met veranderende markten, maar een flexibele strategie die is ontworpen om te evolueren, zorgt voor blijvende relevantie.

Succes op de lange termijn hangt af van gedisciplineerde keuzes, duidelijke doelen en een bereidheid om te leren. Wanneer elke actie bijdraagt aan een groter doel, creëert u een strategie die veranderende omstandigheden niet alleen overleeft – maar er juist in gedijt.

Mijn impressie van de samenvatting van This is Strategy

Bovenstaande mini-samenvatting is ontleend aan een Blink van Blinkist. Typisch voor de Blinks is dat ze onvolledig zijn, en dit ook aangeven. In dit geval zijn een aantal van de 297 blogs verzameld in 7 thema’s. Uit ervaring weet ik dat in zo’n Blink de inzichten veralgemeniseerd worden en dat er niet veel voorbeelden worden gegeven. Desondanks doet bovenstaande wel héél algemeen aan. Veel herhaling en eigenlijk las ik niets nieuws. Zijn alle eye-openers toevallig buiten de boot gevallen?

Conclusie

De rating en recensies zijn zo-zo, de samenvatting niet zo interessant. Alleen Seth Godin’s reputatie zou voor mij reden zijn om het boek te lezen. Maar niet op heel korte termijn. Zóveel boeken, zó weinig tijd!

Lees This is Strategy

Heb je een andere mening en wil je dit boek graag lezen, prima, moet je doen!

Lees het duurzaam:

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal via Kobo;
  • of uit een minibieb!

Koop het duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Eerder schreef ik over mijn strategie bij het boek:

De weg van goed naar groots (Right Thing, Right Now) van Ryan Holiday uit 2024.

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van non-fictie boeken, voornamelijk over management, zelfhulp, maatschappij en geschiedenis. Ze is te volgen op Substack, waar wekelijks een te lezen én te beluisteren blog-update verschijnt. Lees / luister via de app, of via je email. 

Geplaatst in management | Tags: , , , | 1 reactie

Recensie: Statusangst – genieten!

Statusangst van filosoof Alain de Botton uit 2004 stond al een tijd op mijn leeslijst. Waarom? Omdat veel managementboeken die ik de laatste jaren las, ernaar verwezen. En dan wil je natuurlijk weten waaróm. En omdat ik meer over filosofie wil lezen, en ik Alain héél prettig vind schrijven, ik las eerder De kunst van het reizen. En omdat ik last heb (gehad) van statusrouw, wat er dicht tegenaan ligt. Dus verschanste ik me eindelijk op een strandbedje met dit boek, 20 jaar na publicatie. Dat had ik véééél eerder moeten doen, het is uitstekend én heeft me geholpen!

Dat ik het zo goed vind, komt mede doordat het heerlijk gestructureerd én herkenbaar is. Die structuur is bijna on-filosofisch, meer wetenschappelijk: eerst onderzoeken we de oorzaken van statusangst en daarna de oplossingen. Van ieder 5, mooi symmetrisch. Bij de oorzaken worden onze kwetsbaarheden onverbiddelijk blootgelegd, en ze zijn zó herkenbaar, dat ik méér dan open sta voor de oplossingen. En dat alles met werkelijk prachtig taalgebruik en een geschiedenislesje kunst en cultuur. Alain krijgt wel eens het verwijt dat hij filosofie te toegankelijk probeert te maken, dat het bijna zelf-hulp wordt. Nou, gelukkig maar, zo valt er tenminste veel te genieten voor beginnelingen zoals ik.

Het filosofieboek Statusangst …

… begint met definities, dat is altijd prettig. Eerst voor status: uit het Latijn voor stand; verwijzend naar een juridische positie; toegekend aan verschillende groepen maar de laatste eeuwen voornamelijk afhankelijk van financieel succes; de voordelen ervan (‘ze lachen hard om je flauwe grappen’), en de waarde die we eraan toekennen. Helder, en herkenbaar.

Dan de definitie of kenmerken van statusangst: de gedachte dat we niet voldoen; de schaamte over deze gedachten; het feit dat ons zelfbeeld van anderen afhankelijk is; de moeite om status te bereiken en te behouden (pensioen!); en de vernedering als we falen.

Alain concludeert in een stelling: Statusangst is een buitengewoon krachtige aanstichter van leed; maar de zucht naar status kan ook nuttig zijn: we benutten onze talenten; we hebben een gemeenschappelijk waardensysteem; en we kunnen het best met deze ‘aandoening’ omgaan door te proberen haar te doorgronden en erover te spreken. Alain doet dan dan ook met een analyse van 5 oorzaken en 5 oplossingen, waarbij de één in tekst beduidend omvangrijker is dan de ander.

5 oorzaken van statusangst

1.Liefdeloosheid.

Als we de belangrijke zaken eenmaal hebben, voedsel en onderdak, is onze volgende wens: liefde. Status helpt ons dat te krijgen. Niet die van familie of een geliefde, maar van de wereld in het algemeen. We bloeien op bij die vorm van aandacht, van respect, betrokkenheid. Ons ego of zelfbeeld is ‘als een lekkende ballon, die met liefde continu moet worden opgeblazen’. De mening van anderen bepaalt ons zelfbeeld.

2.Snobisme.

Waarom ‘aanbidden’ we iemand met een hoge status? Door snobisme dus. Ontstaan rond 1820, toen op Oxford en Cambridge ‘gewone’ studenten s.nob. achter hun naam kregen: sine nobilitate = zonder adellijke titel. De eerste snobs hadden dus geen status. De tegenwoordige snob kijkt neer op het ontbreken van een hoge status bij anderen. Die snob denkt dat iemands maatschappelijke positie gelijk is aan zijn waarde. Snobisme wordt van ouders op kinderen overgedragen en vloeit voor uit angst om geen respect of zelfs geen eerste levensbehoeften te krijgen. Ze omringen zich met pronk-meubelen, omdat dit liefde en respect zou opleveren.

3.Verwachting.

Vanaf 1850 is er door de Industriële revolutie grote materiële vooruitgang en zien we allerlei innovaties, denk aan de veiligheidsspeld, de naaimachine, cornflakes en confectiekleding. Die afname van gebrek zorgde paradoxaal genoeg voor een toename van angst vóór gebrek. En men was steeds meer geneigd om zichzelf en zijn bezit als ontoereikend te beschouwen. Dat komt omdat men zichzelf vergeleek met anderen binnen de referentiegroep. Als arme lijfeigenen had iedereen hetzelfde (bijna niks) maar als de welvaart toeneemt, nemen ook de verschillen toe.

Rond 1800 nam ook de filosofie van gelijkheid toe, waarin de hele mensheid dezelfde rechten en gelijke kansen heeft, waarin iedereen de top kan bereiken. Verschil in bezit kan dan niet meer verklaard worden door afkomst, en dus nemen verwachtingen én jaloezie plus de kans op vernedering toe.

En omdat we ook al niet meer geloven in het hiernamaals, is het aardse resultaat het enige dat telt.

Daarbij las men de biografieën van self-made-men en later allerlei zelfhulpboeken, denk aan die van Tony Robbins, die zelf als conciërge begon, ‘zichzelf veranderde’ en miljonair werd. Die boeken deprimeerden, in plaats van inspireerden. En dan waren er nog de Vogue, de Cosmopolitan, die lieten zien hoe de rijken leefden en wat ze droegen. De verlangens en verwachtingen werden almaar hoger.  

4.Meritocratie.

Er zijn tussen 30 na Christus en 1989 (!) drie verhalen over de armen en hun nut ontstaan. Het eerste verhaal zegt: De armen zijn niet verantwoordelijk voor hun situatie en zij zijn de nuttigste leden van de samenleving. Die armen waren ooit de boeren, die de hogere standen, de geestelijken en edelen, van voedsel voorzagen. Ze moesten dus met respect behandeld worden, ze waren waardevol.

Het tweede verhaal is: Lage status heeft geen morele implicaties. Jezus was arm, maar wel de meest verhevene mens. En uit het Nieuwe Testament was af te leiden dat de armen de aarde zouden beërven.

Het derde verhaal is: De rijken zijn zondig en immoreel, en hebben hun rijkdom vergaard met het beroven van de armen.  Dat was voor de armen dan toch een soort van troost, en het leverde een gevoel van morele superioriteit op.

Helaas ontstonden er rond 1750 ook drie andere verhalen, die aan invloed wonnen en die precies het omgekeerde beweerden. 1. De rijken zorgden met hun uitgaven voor werkgelegenheid en zijn dus het nuttigst. 2. De nieuwe aristocratie zou gebaseerd zijn op talent (=meritocratie), en de nieuwe rijken zouden dus niet op immorele wijze aan hun geld gekomen zijn. 3. De armen zijn zondig en corrupt en hebben hun armoede aan hun domheid te wijten.

O jé, nu ben je niet alleen arm, je moet je daar ook nog heel erg voor schamen! Van ‘onfortuinlijk’ ben je nu opeens mislukt! De sociaal-darwinisten stelden zelfs dat de armen ‘vergissingen van de natuur’ waren en dat het beter was ze te laten verkommeren, zodat ze overleden vóórdat ze zich konden voortplanten.

5.Afhankelijkheid.

Succes is afhankelijk van, relatief onbestendig, talent, maar niet alleen dat. Ook van geluk, gunstige omstandigheden. Maar het is not done mislukking aan pech te wijten!

Succes is ook afhankelijk van je werkgever, en steeds meer mensen gingen in loondienst werken: in 1800 was dat in de VS nog maar 1%, in 1900 50% en in 2000 90%! Opeens ben je afhankelijk van de cultuur, het voortzetten van je dienstverband, van je collega’s.

Succes is daarnaast afhankelijk van de winstkansen van je werkgever, want onder financiële druk gaat deze kosten besparen en dat betekent meestal massa-ontslagen en/of een verschuiving naar lage-lonen-landen of automatisering. En werk je bij een bedrijf dat net niet op tijd succesvol innoveert, dan ben je ook het haasje.

Tenslotte is succes afhankelijk van de wereldeconomie. Recessie gaat gepaard met faillissementen, en een groei-recessie-cyclus zorgt voor een continue dreiging.

5 oplossingen voor statusangst

Ja, het is duidelijk waar die angst, de statusangst, vandaan komt. Gelukkig zijn er oplossingen!

1.Filosofie.

Alain legt uit dat we geloven dat status niet iets is wat we zelf bepalen, maar wat anderen van ons vinden. Twee eeuwen geleden werd er nog geduelleerd om ‘eer’, en ging men liever dood dan ‘in zijn eer gekrenkt te worden’, om de meest onbenullige kwesties, Alain noemt een angorakat als voorbeeld. Ook tegenwoordig is het hooghouden van eer belangrijk, met name in de traditionele gemeenschappen. Maar ook in moderne gemeenschappen zijn we snel gekwetst door de minachting van anderen.

De Griekse filosofen leken daar geen last van te hebben. Zij gingen uiterst rationeel om met de mening van een ander. Ze hadden een bijna wiskundige als-dan-formule. Klopt die mening van een ander volgens objectieve en logische uitgangspunten? Dan verandert het mijn zelfbeeld. Klopt die mening niet? Dan heb ik misschien een slecht imago, maar het raakt me niet. In het laatste geval kunnen we een ‘intelligente misantropische houding’ aannemen. Niet iedereen is even waardevol om zijn mening belangrijk voor je te laten zijn, je kunt ‘de waardelozen’ gewoon verachten. Je houdt misschien wat weinig vrienden over … maar wel meer eigenwaarde.

2.Kunst.

Kunstenaars willen de wereld beter en gelukkiger achterlaten dan ze die aantreffen. Kunst heeft dus kritiek op het leven, daagt de status quo uit. En daagt dus dus ook de traditionele manier waarop mensen een maatschappelijke positie krijgen uit.

  • In de literatuur van de 19de eeuw worden de rijken beschimpt om hun gebrek aan deugden, Jane Austen’s Mansfield Park is een goed voorbeeld. En ook andere schrijvers hadden helden die morele kwaliteiten hadden, in plaats van financiële middelen of een indrukwekkende stamboom. Boeken zijn natuurlijk heel geschikt om de verborgen emoties en gevoelens te beschrijven, die verder nauwelijks tot uiting kunnen komen bij de zogenaamde onderklasse. De heilige Theresia van Avila had genoeg geld en relaties om opvallende goede daden te doen, zoals het stichten van kloosters, en haar karakter werd duidelijk door haar brieven aan bekende personen, en haar autobiografie. Dat is een vrouw uit de arbeidersklasse niet gegeven.
  • Schilderijen geven ook vaak het leven van gewone mensen weer, de ‘genrestukken’. Hier werd door de Franse schilderacademie op neergekeken. Portretten van edelen waren de norm. Gelukkig waren er zat grote kunstenaars die een andere mening hadden.
  • Bij het toneel is er de tragedie, die de verhalen vertelt van grote fiasco’s zonder te spotten of te veroordelen, en zorgt dat we sympathie krijgen voor moordenaars als Othello. En natuurlijk de komedie, met grappen en karikaturen van misstanden en ‘klachten’. We lachen om de raakheid van de klacht, bijvoorbeeld machtsmisbruik. De komedie is het effectiefst bij kritiek op mensen in hoge posities. De komieken plagen ons, gewonere mensen, óók met onze status-angst maar tegelijkertijd impliceren ze dat we best voldoen en dat we veel geestverwanten hebben, die óók slapeloze nachten hebben. Gedeelde smart …

3.Politiek.

De vereisten voor een hoge positie zijn afhankelijk van de tijd en de soort samenleving. Wie hadden wanneer de hoogste status?

  • In 400 BC in Sparta waren het de krijgers: agressieve vechtersbazen met een flinke moordlust en seksuele driften, en weinig belangstelling voor het gezinsleven, handel en weelde.
  • In 500 AD in Europa waren het de heiligen, met een afkeer van doden en materieel bezit, en daarbij zeer zedelijk.
  • In 1000 in Europa waren het de Kruisridders, die hielden van weelde, doden (van moslims en dieren), seks en paarden. Ze waren niet geïnteresseerd in handel.
  •  In 1800 in Engeland ging het om … dansen, een verzorgd uiterlijk, elegantie. De ‘gentlemen’ waren rijk, hadden een gezin en maîtresse.
  • En in Brazilië van 1600 tot 1960 ging het om jaguars doden.

Het gaat uiteindelijk om de belangrijkste dienst die ze de samenleving te bieden hebben: veiligheid (krijgers en kruisridders), voedsel (jagers), handel (de ondernemers van nu). Of door karaktertrekken of vaardigheden (heiligen en de voetballers van nu).

Statusidealen zijn dus veranderlijk, hoe mooi is dat! Het veranderproces noemen we politiek. Verschillende groepen gebruiken politiek om hun eigen groep hoger op de statusladder te krijgen. En inmiddels is er weer wat veranderd: in 2002 in de grote wereldsteden draait het om geld en het bedrijfsleven.

In de 19de eeuw kwam er een andere blik op ‘spullen’: spullen die voorzien in het levensonderhoud maar ook spullen waar men ‘met goed fatsoen’ niet buiten kan, zoals een linnen hemd. Het draait nu om fatsoensnormen. Armoede is nu onfatsoenlijk! Want iedereen kan zich een linnen hemd veroorloven, behalve de dronkaards, de dieven, en anderen die geen baantje kunnen krijgen. (Naast geld = deugdzaam, denken we inmiddels ook dat geld = gelukkig. Nog zo’n misvatting).

Gelukkig is er dus de mogelijkheid tot verandering; de inferioriteit van vrouwen en andere rassen werd ooit gezien als natuurwet, maar inmiddels zijn we wijzer. Het huidige statusideaal is óók niet ‘natuurlijk’ of ‘door God beschikt’.

4.Christendom.

De dood is een game changer. Als je bijna dood bent, twijfel je aan de zin van je rijkdom of je roem. Je aandacht verschuift van wereldse zaken naar spirituele zaken. Als je bijna dood bent kan je niet meer de dingen doen waarom de samenleving je respecteert. Je krijgt daarom ook minder aandacht en respect. Wie zal je nog komen opzoeken in het ziekenhuis, wie heeft medelijden met je? Het was ‘voorwaardelijk liefde’. Zou je dan niet veel eerder je aandacht moeten richten op de relaties die het verlies van je status wél overleven?

Als je eens stilstaat bij de dood van anderen, met name van degenen op wie je jaloers bent door hun status, word je doordrongen van je eigen sterfelijkheid én raak je van je statusangst af. Want iedereen verlies zijn status, vroeg of laat. Ook het kijken naar ruïnes heeft dat effect, want alles dat ooit machtig was, is jaren later ingestort. Zelfs de machtigste namen zijn tot vergetelheid gedoemd, hoe vaak vinden we geen graven gevuld met rijdommen, en anonieme botten? Je gaat je vanzelf nietig voelen, en ook uitgestrekte landschappen geven dat gevoel van nietigheid.

In plaats daarvan komt het ontzag voor ‘een kracht die we geroepen zouden kunnen zijn oneindigheid of eeuwigheid te noemen, of, wat eenvoudiger is, God’. Wat een mooie zin! Het Christendom promoot gemeenschapszin en de overeenkomsten tussen mensen (‘we zijn allen schepselen van God’), door kerkdiensten en het zingen van kerkliederen. Daarnaast was Jezus timmerman én de heiligste aller mensen. Tegelijkertijd. Er zijn dus twee soorten status: aardse en spirituele, en die laatste bepaalt of je in de hemel of de hel terechtkomt. Spiritueel succes is beter dan materieel succes, en dit is zichtbaar in de christelijke kunst, waarin de christelijke waarden worden opgehemeld. In de kathedralen die boven alle paleizen en fabrieken uittorenden, waren alle rangen en standen welkom.

5.Bohème

Bohème ontstond rond 1800, met ‘gewone’ mensen die veel lazen, veel om kunst en weinig om materieel bezit gaven, en een ‘onconventioneel seksleven’ leidden. Zeg maar de hippies van die tijd, vrijgevochten, onfatsoenlijk, zich afzettend tegen de bourgeoisie.

Natuurlijk hadden ze een andere mening over status: kunst, en niet geld, is onderscheidend. Ze gaven hun vaste baan op om zich aan de kunst of aan familie te wijden. Ze zien er op schilderijen dan ook uitgemergeld uit! Ze vonden zelf niet dat ze in armoede leefden, maar ‘eenvoudig’. Geld tast de ontvankelijkheid van de ziel aan, rijken ‘zien de wereld niet’. Ze waren bepaald non-conformistisch! Sterker nog, de dadaïsten en surrealisten wilden alleen maar choqueren.

Er waren veel excessen, maar de verdienste van de bohemiens is wel dat ze vraagtekens zetten bij kleinburgerlijke idealen, waaronder orde, regels en bureaucratie. Er zaten veel beroemdheden tussen de bohemiens: dichters, schrijvers, die deze levenswijze aanvaardbaar maakten. En die beroemdheden hebben ons doen beseffen dat er alternatieven zijn voor het heersende statussysteem. Ook de dichter, reiziger en essayist kan een hoge status verdienen.

Ter afsluiting zegt Alain dat status wordt verleend door publiek en we kunnen ons eigen publiek kiezen. De vijf oplossingen hebben laten zien dat we nieuwe statushiërarchieën kunnen scheppen. Er zijn andere manieren dan de huidige, om in het leven te slagen.

Mijn evaluatie van Statusangst

Terwijl ik dit schrijf gaat de discussie over Musk, Bezos en Zuckerberg, met hun geld en hun macht. Mensen als zij hebben status in de ogen van velen, zijn geslaagd in het leven. En in de ogen van velen zijn ze het kwaad, dragen ze niets wezenlijks bij aan de maatschappij, met het uitbuiten van hun werknemers en het vervuilen van de planeet. Materieel, maar geen moreel succes dus. Ik vond het erg interessant om over de verschillende vormen van status te lezen, en hoe die in de loop van de geschiedenis zijn veranderd. Zo langzamerhand zien we de opkomst van nieuwe helden: wetenschappers en politici die staan voor duurzaamheid en solidariteit. Dat verandering eerder heeft plaatsgevonden geeft hoop op nieuwe veranderingen. Hoe relevant en tijdloos is dit onderwerp!

Daarnaast heeft het me persoonlijk veel nieuwe inzichten gegeven. Ik heb ‘last’ van ‘statusrouw’, een term die ik zojuist verzon, en die het gevoel van verlies weergeeft dat ik heb na het afscheid van mijn hoge positie, met bijbehorend topsalaris en dure auto, en daarna mijn afscheid van het werkend leven, met het bijbehorend gevoel van betekenis. Hoe bijzonder dat eigenwaarde toch deels blijkt af te hangen van deze zaken die me in de ogen van anderen ‘belangrijk en interessant’ maken. Alain’s verhandeling heeft me geholpen de zaken in perspectief te zien, met name de oplossingen Filosofie en Bohème. Kies je eigen publiek, de mensen wiens mening je belangrijk vindt en bepaal zelf wie jouw helden zijn! Ik ga voor Greta Thünberg en Michelle van Tongerloo.

De onderbouwing is geweldig! Een ongelofelijke hoeveelheid werk van filosofen en kunstenaars wordt opgevoerd om de stellingen van Alain te onderbouwen. Veel klassiekers uiteraard, voornamelijk uit de 18de en 19de eeuw. Maar ook een boek als …The Wealth of Nations, wat een filosofisch boek was, en verplichte kost voor economen.

Uitvoering

De stijl is prachtig, ik houd van de mooie volzinnen, die af en toe wat ouderwets aandoen, maar heel beeldend zijn, en soms humoristisch en zelfs cynisch. Je ziet de krijgers uit het oude Sparta voor je, en de armen die zich geen linnen hemd kunnen veroorloven en dus ‘onfatsoenlijk’ zijn. De vele illustraties, vaak afbeeldingen van schilderijen, maar ook cartoons en reclames, zelfs een simpele foto van een tram in Zwitserland of een supermarkt, helpen hierbij.

Ik ben blauw en dus gevoelig voor een duidelijke structuur. Dat biedt Alain ook, met zijn 5 oorzaken en 5 oplossingen, en de subhoofdstukken in sommige grotere hoofdstukken. De rode draad is duidelijk, en zijn boodschap ook. Dat is best knap, want het boek heeft geen voorwoord, leeswijzer, nawoord of samenvatting.

Tenslotte geef ik het boek credits voor FOMO: er wordt zoveel naar verwezen in managementboeken (waaronder Het happy 2050 scenario, wat ik hiervoor las) dat je echt wat mist als je het niet gelezen hebt. Daarbij is dat lezen bepaald geen opgave, je wordt er bepaald vrolijk van. Niks geen statusrouw meer, of statusangst. Proberen te deugen is goed genoeg.

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO +. 

Ik gaf het boek 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Statusangst duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek; 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb! (Daar gaat mijn exemplaar nu heen…)

Koop Statusangst duurzaam … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes (dat deed ik ook!);
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie, Uncategorized | Tags: , , , | 3 reacties

Recensie Het happy 2050 scenario – Wow!

Wow, wat een geweldig boek is dit! Babette Porcelijn noemt haar Het happy 2050 scenario uit 2023 (de herziene editie) een soort ‘lees-encyclopedie’. Ja, dat dekt de lading zeker: veelomvattend, feitelijk, gestructureerd, geïllustreerd en heerlijk leesbaar. Zó knap hoe Babette het best complexe onderwerp ‘geluk’ uiteenrafelt in veiligheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en welzijn. Van macro (de aarde) naar micro (jouw lichaam & geest) en alles ertussenin. Petje af.

Het meest onder de indruk ben ik van de illustraties, het boek barst bijna uit zijn voegen van de infographics, en veel externe tabellen en overzichten zijn verduidelijkt en versimpeld zonder iets van de boodschap en globale betrouwbaarheid te verliezen. Heel toegankelijk dus. De gebruikte basiskleuren, roze-rood en turquoise-groen geven het geheel toch een rustige en prettige uitstraling, en representeren in voorkomende gevallen fout (roze-rood) en goed (turquoise-groen). Heb je geen zin om te lezen, dan is het scannen van deze infographics (bijna) genoeg om de kern van het boek te begrijpen. Hoe slim!

Het mens & maatschappijboek Het happy 2050 scenario …

…. begint heel prettig met een superkorte samenvatting van Babette’s vorige boek: De verborgen impact, uit 2016. Dat las ik ook, en vond het heel goed, maar wat gedateerd (ik las het in 2022 dus dat is niet zo gek). Ken je dat boek al, dan kun je dit hoofdstuk eventueel overslaan. Babette geeft aan dat ze de definitie van ‘impact’ heeft uitgebreid: van alleen de impact op het milieu is nu ook de impact op mensen meegenomen, in de infographics is dit aangegeven met een in lengte variërende slavernijketting. Begrijpelijk, als ook rechtvaardigheid als vereiste voor geluk is meegenomen. De impact op milieu is uitgebreid met de drivers achter de verborgen impact, denk aan corruptie, lobby, ongelijkheid, tekortschietende wetgeving en handhaving, etc.. Zo wordt het behapbaar gemaakt.

Gelukspoppetje als raamwerk

Het boek heeft ook een raamwerk, in de vorm van een kleurig ‘gelukspoppetje’. Dat heeft zeven lagen als lichaam, en een hoofd wat het einddoel, ‘geluk’, weerspiegelt. Het komt misschien in eerste instantie wat kinderlijk over, maar het heeft een functie. Elk van de 7 lichaamslagen heeft één of meer aparte hoofdstukken, van onder naar boven: Veilige planeet; De crew; Beleid; Natuurlijke hulpbronnen; Economie; Gelijke kansen; Welzijn. Het poppetje komt regelmatig terug.

De opbouw van het poppetje is logisch: geluk is grotendeels gebaseerd op welzijn, en welzijn hangt af van de mate waarin er binnen een land gelijkheid is. Welzijn is ook gebaseerd op welvaart, dat door de economie wordt verdeeld. De economie is gestoeld op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen (water, energie, voedsel). Gelijke kansen en het verbruik van de hulpbronnen wordt bepaald door beleid, wat wordt gemaakt door politici. Deze worden gekozen door de ‘crew’ (van de planeet, een actieve rol dus!), en de crew heeft via consumeren ook directe invloed op het verbruik van hulpbronnen. De veilige planeet is de basis van alles: een schoon milieu en stabiel klimaat zorgt voor een gezonde leefomgeving. Zinnig!

In de hoofdstukken die deze lichaamslagen uitwerken, kwam ik veel, heel veel interessants tegen. Ik zou graag een globale inhoud geven, maar dat gaat natuurlijk niet bij een encyclopedie van zo’n 500 pagina’s. Omdat het boek een vrij compleet overzicht geeft, was het grootste deel me al bekend, ik lees hier de laatste tijd veel over. Ben je ‘beginneling’ op dit vlak, dan is dit boek perfect voor je. De zaken die mij extra opvielen, die nieuw voor me waren, of waarvan ik de beeldspraak erg goed vond, vind je hieronder, een beetje ad-hoc, maar misschien is het voor jou óók nieuw!

Het plan

De eerste vier hoofdstukken, samen deel 1 Het plan, gaan kort in op de ingrediënten van geluk, waar we nu staan qua ‘ecosysteemdiensten’, wereldbevolking, gelijkheid etc., hoe het anders kan, met een grote rol voor Kate Raworth’s Donut en een kritische beschouwing van de SDG’s, en een introductie van verschillende scenario’s, waaronder die van de Club van Rome, de SSPs, Rockström en natuurlijk die van Happy 2050. Goede context!

De planeet

Deel 2 gaat over de planeet. Wat ik opschreef was heel divers:

  • Dat rijst beter droger geteeld kan worden om de methaanuitstoot te verminderen, en dat ik dus beter ook wat minder rijst kan eten.
  • De besparing in CO2-uitstoot volgens project Drawdown, in een mooie infographic. Hierover ga ik elders verder lezen!
  • Dat bio-based verpakkingen helemaal niet zo goed afbreekbaar zijn en de te reclyclen plasticstroom ‘vervuilt’. Oh?
  • Dat bouwen met hout i.p.v. staal resulteert in betere brandwerendheid én waterafstotendheid. Ja, echt, als je de buitenste laag hout eerst verbrandt. O ja, het stoot ook ongedierte af.
  • Over het dilemma van mijnbouw op Groenland: slecht voor de natuur daar, goed voor de energietransitie die op haar beurt natuur beschermt, maar dan elders in de wereld. (Gaat Trump dit dilemma beslissen?)

De mens

Deel 3 gaat over de mens. Wat schreef ik op?

  • Bij de drivers voor oorlog en vrede staat: religieuze verschillen alléén veroorzaken geen oorlog, alleen als ze gecombineerd worden met ongelijkheid. De bron hiervan is het PBL, 2018. Hoe boeiend, ik las hier pas recent wat over in de media.
  • Verder een mooi overzicht van de 30 Rechten van de Mens, ontleend aan de Universele Verklaring uit 1948. Waaronder: cultuur moet worden beschermd; recht op werk naar keuze met een eerlijk loon en vrije vakbonden; je hebt recht op privacy en bescherming van je goede naam. Interessant!
  • Iets heel anders: in de eerste 1000 dagen van je leven worden bepaalde onderdelen van je DNA geactiveerd of uitgeschakeld, wat bijvoorbeeld van invloed is op je aanleg voor overgewicht en verslaving. In die periode moet je dus ultieme zorg krijgen van je ouders of professionals.
  • Eenzaamheid komt gemiddeld het minst voor in individualistische samenlevingen. Je leest het goed: het minst. Want de cultuur van een collectivistische samenleving, een hechte gemeenschap, kan zo dwingend zijn dat mensen het gevoel hebben er niet aan te voldoen en zo buiten de groep komen te staan.
  • We kunnen anders aankijken tegen succes. Alain de Botton zegt in zijn boek Statusangst dat er in het verleden uiteenlopende opvattingen waren over wat aanzien geeft. Dat kan dus wéér veranderen, bijvoorbeeld naar authenticiteit, behulpzaamheid, etc. Goeddoen en eco-positief leven. Ons streven naar aandacht en status wordt dan een stuk gezonder!
  • Bij het onderdeel discriminatie staat een interessant stukje over stereotypering. ‘Groen is meer iets voor vrouwen’. Vrouwen doen vaker de boodschappen en marketeers voor duurzame producten stemmen hun marketing op hen af. Duurzaam is ‘dus’ niet mannelijk, en mannen willen niet met plantaardig vlees gezien worden. Dat leidt dus tot een vicieuze cirkel.
  • Over moderne slavernij: volgens slaveryfootprint.org werken er 40 tot 60 mensen in slavernij voor één gemiddelde westerse consument. Onder slavernij vallen ook kindsoldaten, gedwongen huwelijken, gedwongen prostitutie. Alles bij elkaar 40 miljoen slaven! (Ik was geschokt, ging daarom naar die website, maar die vond ik niet zo duidelijk. Ander leesvoer hierover zoeken dus.)
  • Nederland is de grootste producent ter wereld van synthetische drugs, 20 miljard euro per jaar, zo lees ik in het hoofdstuk Valsspelers.
  • Heel veel interessante feitjes over landen in Sub Sahara Africa (SSA), die voornamelijk leunen op landbouw en mijnbouw.

De economie

Deel 4 gaat over de economie. En ook over dit deel schreef ik een blaadje vol!

  • We monitoren het bbp, dus het geld dat we produceren. We willen dat dat steeds maar groeit. We kijken niet naar wat we al hebben opgebouwd, naar ons kapitaal. Hebben we ooit eens genoeg kapitaal? En veel zaken meten we gewoon niet, zeg maar ‘uitstaande schulden’ in de vorm van schade aan de planeet. Ook menselijk kapitaal (welzijn, onderwijs), geproduceerd kapitaal (infrastructuur), sociaal kapitaal (rechtsstaat) en natuurlijk kapitaal (water, schone lucht) vertalen we gewoonlijk niet in geld. En natuurlijk zegt bbp niets over de verdeling van inkomen en kapitaal. Dus bbp zegt niks over hoe goed het met ons gaat. Bekende materie, maar goed verwoord.
  • We betalen de verborgen kosten niet, en dat geeft verkeerde prikkels. Denk aan een vakantiehuisje: je kunt álles slopen en gewoon vertrekken, De verhuurder zit met de gebakken peren. Mooie metafoor!
  • De zogenaamde ecosysteemdiensten zijn ooit door Constanza en Stiglitz teruggerekend naar $. Jaarlijks verliezen we tussen 3% en 15% van de waarde van al het natuurlijk kapitaal, wat overeenkomt met 5% tot 25% van het wereld-bbp. Dat draagt bij aan 3% jaarlijkse groei van het bbp wereldwijd. Het PBL berekende de milieuschade over 2007 voor Nederland: 6,2% van het bbp. De bbp-groei dat jaar was 3,7%. In feite is er dus gewoon sprake van krimp. Kijk, dát wist ik niet.
  • En ook hier een mooie metafoor: een auto-ongeluk. Harstikke goed … voor het bbp, want de zorgverleners maken omzet, en de dealer die je een nieuwe auto verkoopt ook. Maar voor de inzittenden niet zo best, maar ja hun welzijn telt voor het bbp niet mee. (Mariana Mazzucato had ook zo’n goede metafoor: zelf je rotzooi [laten] opruimen doet niets voor het bbp, laten liggen en de gemeente het laten opruimen is goed voor het bbp.)

Aan de slag

Deel 5 is Aan de slag. In de voorgaande delen zijn steeds algemene verbeteringen toegevoegd onder het kopje ‘In het 2050 scenario doen we dit’, en ook praktische tips voor onszelf individueel onder ‘Wat kan ik doen?’ Al die verbetermaatregelen volgen heel logisch uit de misstanden die Babette daarvoor uitgebreid omschrijft. Op zich zitten hier geen verrassende zaken tussen (behalve minder rijst eten, ha ha), het zijn wel heel nuttige overzichten.

  • In Aan de slag gaat ze in op Beleid en de Crew, met hele praktische stappenplannen, al bestaande oplossingen, een self-assessment en een heel leuke tabel hoe Happy-2050-keuzes bijdragen aan je gemak. Bijvoorbeeld: als je consumindert, heb je minder spullen, en hoef je minder op te ruimen. En als je niet vliegt, vermijd je de ellende van inchecken én jetlag. Als je met het OV gaat, hoef je niet meer op de weg te letten. Oké, het levert ook wat gedoe op: fietsen met slecht weer, de bus missen, geen verre reizen kunnen maken. Maar daar heeft ze ook weer oplossingen voor: regenkleding, een OV-app, Europa ontdekken. Ha ha!
  • Verder raakt Babette nog even de BVm, de Besloten Vennootschap met Maatschappelijk doel, vergelijkbaar met de Amerikaanse B-Corp, waarvan er al vele zijn in Nederland. De BVm is al een paar jaar in de maak, maar er ligt nog steeds geen wetsvoorstel.

Het boek sluit af met een indrukwekkende bronnenlijst, Babette heeft dan ook zo’n 5 jaar aan het boek gewerkt en enorm veel informatie verzameld.

Mijn evaluatie van Het happy 2050 scenario

Ik had echt het WOW-gevoel bij het lezen. Wat een ongelofelijke hoeveelheid informatie én inspiratie in zo’n heerlijk lees- en kijkboek. Aan de onderwerpen hierboven kun je zien dat de breedte echt indrukwekkend is. En álle onderwerpen die ze bespreekt zijn relevant.

Ik vond het uitgangspunt, geluk, en het gebruik van het gelukspoppetje met een lichaam in lagen, erg goed gevonden en origineel. De lagen volgen logisch op elkaar, en zijn ook logisch over de verschillende delen in het boek verdeeld. In deel 2 De planeet vind je de lagen Veilige planeet en Natuurlijke hulpbronnen, bij deel 3 De mens vind je Welzijn en Gelijke kansen. Dit zorgt ervoor dat er geen overlap is tussen de verschillende hoofdstukken. Het raamwerk is dus duidelijk en de structuur is prima.

Natuurlijk loopt ook dit boek het risico dat het cijfermateriaal, wat uiterst omvangrijk is, op den duur niet meer actueel is. Omdat Babette veel met trends werkt heeft zij algemene conclusies getrokken die minder snel verouderen. Ook is het bronnenmateriaal goed aangeduid, zodat je zelf ook op zoek kunt naar actuele cijfers voor specifieke onderwerpen. (Dat probeerde ik voor de sociale mobiliteitsindex, maar ik kwam op andere getallen. Mmmmm.) Van veel onderwerpen, zoals de psychologie en fysiologie van ons mensen, verwacht ik ook niet snel andere inzichten. En ook de gini-coëfficient, voor ongelijkheid, verandert niet in een paar jaar. De resulterende aanpak in Aan de slag is praktisch, maar toch algemeen genoeg om langdurig geldig te blijven. Niet vliegen, minder vlees eten, dit zullen we de komende jaren blijven horen, misschien met wat nuances (kweekvlees mag wel?).

De uitvoering is geweldig, met wat kleine kanttekeningen. Zo breken een klein aantal infographics te kort af, zodat niet alle tekst op de bladzijden staat. Ook: Tversky kreeg géén Nobelprijs, want was al 6 jaar dood toen deze onderscheiding aan Daniel Kahneman werd uitgereikt voor het werk dat zij gezamenlijk hadden gedaan. En zo zijn er nog wat kleine onvolkomenheden, waaronder wat typo’s, die echter in het niet vallen bij het enorme plezier dat de illustraties mij gaven en bij de zeer prettige schrijfstijl van Babette. Zij eindigt een zin vaak met Wat?? Amazing! Jeetje, balen zeg! En dat is dan precies wat ik op dat moment óók denk. Goed gedaan hoor!

De bronnenlijst is uitgebreid want Babette heeft dan wel een duidelijke eigen mening, zij presenteert vooral heel veel feiten en statistieken als onderbouwing. Ik was verheugd ook een aantal boeken /auteurs tegen te komen die ik zelf ook las en zeer waardeerde. Dat zijn onder andere Donuteconomie van Kate Raworth, het werk van Mariana Mazzucato, Homo Deus van Yuval Noah Harari, Ons feilbare denken van Daniel Kahneman, Material Matters van Thomas Rau, Statusangst van Alain de Botton. Natuurlijk mag ik De verborgen impact van Babette zelf niet onvermeld laten, en zette ik het boek Slaap je wakker en gezond van haar halfbroer Hans Hamburger op de leeslijst, omdat Babette het manuscript na Hans’ overlijden in 2021 afmaakte en er een paar keer naar verwijst (‘nu heb ik mijn punt wel gemaakt’). Ik ben een fan van Babette!

En nu mijn goede voornemen, om ten minste één inzicht uit elk boek in daadwerkelijke actie om te zetten. Babette adviseert halvering van impactvolle activiteiten. Veel doe ik al beduidend minder, maar korter douchen niet. Toch eens timen wat mijn gemiddelde is, en halveren, tot max 4 minuten. En dan mijn inspiratie, die nu met lekker lang douchen gepaard gaat, halen uit een verdubbeling van de dagelijkse wandeling. In de regen wandelen, is dat wat? (Update: ik douche 2 x 3 minuten, zo blijkt. Als ik direct na het opstaan ga sporten is dat misschien te combineren. Mmmm.)

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +

FOMO -. 

Ik gaf het boek 4 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Lees Het happy 2050 scenario duurzaam …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook); 
  • digitaal en gratis via Kobo Plus;
  • of uit een minibieb!

Koop Het happy 2050 scenario … 

  • bij de kringloop;
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link);
  • of via B-Corp Bol (affiliate link).

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van management- en maatschappijboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , | 5 reacties

Recensie: O nee, dit gaat over mij! – pittig!

Ha ha ja, dit gaat over mij! Dat dacht ik regelmatig toen ik de nieuwste bundel van Roos Vonk las: O nee dit gaat over mij, uit 2024. Het is een selectie uit de columns voor Psychologie Magazine van de laatste 5 jaar. Ik lees het PM niet, en vond de stukjes (dus) verrassend, vaak lekker pittig, soms hilarisch maar altijd leerzaam.

Roos, hoogleraar sociale psychologie, put voor haar columns vaak direct uit allerlei onderzoek, maar ook geeft ze ons regelmatig haar, uiteraard in haar vakgebied gefundeerde, mening. Zo denkt ze dat vele politici baat zullen hebben bij therapie en stelt ze in het stuk ‘Rijp voor de divan’ dat hun enorme aandacht voor beeldvorming veroorzaakt wordt door onzekerheid. En dat staat ‘een integere betrokkenheid bij de inhoud’ in de weg. Met wat coaching gaat de aandacht weer naar de eigen drijfveren en intrinsieke waarden. Zouden de kiezers dan afhaken? Zij wedt van niet. Ik ben niet psychologisch onderlegd, maar denk óók van niet. Ik houd wel van mensen die écht ergens voor staan. Sterker nog: ik stem er op.

Het psychologie-boek O nee dit gaat over mij …

… gaat natuurlijk niet alleen maar over politiek, het gaat juist over allerlei alledaagse dingen. Zoals faken. Nee niet weer dat van politici, maar dat van ons. Uit onderzoek blijkt dat als je je positief gedraagt, je je ook positiever gaat voelen. Dus complimentjes uitdelen, vriendelijk zijn, hulp aanbieden, maken een ander én jezelf gelukkig. Ook al heb je er geen zin in, ook al doe je maar alsof je erin gelooft, ook al is het eigenlijk egoïstisch van opzet. Maar: de ander is blij en lacht je toe, en die reactie raakt jóú weer. En zo ga je er toch in geloven. Maar let op: faken werkt alleen bij aardig doen. Van een orgasme faken, krijg je geen orgasme, en van doen alsof je iets snapt, ga je het echt niet snappen. Alleen van aardig doen, word je aardig. Doen dus, zegt Roos.

Porno en vlees

Een bijzonder grappige column gaat ook over onzekerheid, nu die bij mannen over de grootte van hun penis. Ze kijken veel porno en zien daar bovengemiddeld grote gevallen. Aggossie! Nou, wij vrouwen hebben het ietsjes zwaarder: bij ons gaat het over het héle lichaam. Wij zien namelijk continu vrouwen met ‘bovenmaats grote borsten (die tegen alle natuurwetten in niet hangen) en ondermaatse wespentailles, plus gefotoshopte stralende gezichten’. En níet (alleen) in porno-films, welnee, in álle media. Voor mannen is er goed nieuws, want een uroloog maakt duidelijk dat veganistisch eten goed is voor de bloedcirculatie, ook die in de penis. Dus mannen: blijf weg van porno en vlees! Voor vrouwen is het helaas niet zo simpel …

Aliens

Politiek, seks, wat nog meer? Nou, aliens. Stel je voor, wij ontdekken een bewoonde planeet. Met diverse vormen van aliens. Die we lang bestuderen. Wat zijn ze bijzonder! En dan bedenken dat we die goed kunnen gebruiken. Voor medische proeven, om CO2 uit de atmosfeer te halen, om op te eten! We gaan ze fokken! Wat nou onethisch? Het zijn toch geen mensen? Maar dit soort aliens hebben we al, fascinerende dieren met de meest bijzondere zintuigen, waar we niets van begrijpen. (Zeker! Ik las erover in Een immense wereld). Laten we die dieren eens nog beter bestuderen, in plaats van te gebruiken en te consumeren!

Een betekenisvol leven leiden

Roos maakt zich dus regelmatig boos. Over onze omgang met dieren, en over ongelijkheid, over duurzaamheid. Alles buiten haar controle. Accepteren dan maar? Mindful zijn, lekker zen, op zoek naar persoonlijk geluk? Nou, de situatie accepteren zéker niet, wél de emoties die erbij horen. Wél betrokken blijven, de situatie willen verbeteren. Niet weglopen, maar uit je hart met anderen erover spreken. Een betekenisvol leven leiden. Dan komt geluk vanzelf mee.

How-to-lijstjes

Heel anders weer zijn haar stukjes over de uitkomsten van onderzoek, die gaan over statistiek, over gemiddelden, en geen voor iedereen toepasbaar How-to lijstje opleveren. Een verkoper die de lichaamshouding van zijn klanten spiegelt verkoopt gemiddeld meer dan een verkoper die dat niet doet. Dat houdt natuurlijk niet in dat élke klant die wordt gespiegeld, ook wat koopt, en elke klant die niet wordt gespiegeld, niks koopt. De waarde van de onderzoeken is het begrijpen van het onderliggende proces. Dat begrip kun je dan in elke situatie creatief inzetten. En het spiegelen treedt vaak onbewust op, als er een ‘klik’ is. Die klik zorgt voor gemiddeld hogere verkopen. Het bewust inzetten van dit soort trucs kan juist averechts werken.

De invloed van je omgeving

Een van de laatste stukjes gaat over de invloed van de omgeving. Eet je samen met iemand die veel eet, dan eet je zelf ook meer. Ga je om met slanke mensen, dan word je zelf ook slank. Ga om met intelligente mensen …etc. Ik kon het haast niet geloven. (De onderbouwing is te vinden in Roos’ boekje ‘Je bent wat je doet’.) Dus heb je goede voornemens: verander je omgeving!

Dit was maar een hele kleine selectie van stukjes uit columns die mij opvielen, maar er staat natuurlijk meer, veel meer in.

Evaluatie van O nee dit gaat over mij

De columns zijn prettig leesvoer: geen jargon, geen lange zinnen, geen verwijtend vingertje. Maar wel herkenbaar vaak, en ik las in elke column wel iets wat ik nog niet wist. Roos schrijft ook met humor, of cynisme af en toe. Ik zat regelmatig te glimlachen! Ik rolde niet van mijn stoel van de inzichten, maar leerde er steeds weer iets van.

Ik ben er van overtuigd dat alle columns wetenschappelijk onderbouwd zijn al wordt niet in alle columns ook naar onderzoeken verwezen. Roos schrijft ook veel: ‘ik denk’, of ‘ik vermoed’. Dat zal gebaseerd zijn op haar kennis van onderzoeken op gerelateerde gebieden. Ik vertrouw haar mening, door haar autoriteit op dit gebied. Het is wel jammer als een verwijzende voetnoot naar een ander boek van haarzelf gaat, liever zie ik daar de uiteindelijke externe onderbouwing.

De columns zijn tijdloos, het gaat nergens over specifieke mensen of gebeurtenissen, en als er al statistieken uit eerdere jaren zijn gebruikt, heeft Roos deze ge-update naar 2024. Dat maakt alle columns ook qua context relevant. En natuurlijk zijn de onderwerpen allemaal nog steeds van belang. Politiek! Seks! Schaamte over je lichaam! Zullen we daar ooit klaar mee zijn?

Ik gaf het boek 3 1/2*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Lees O nee dit gaat over mij …

  • via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook)
  • digitaal en gratis via Kobo Plus
  • of uit een minibieb!

Koop O nee dit gaat over mij … 

  • bij de kringloop
  • bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes
  • bij je lokale boekwinkel, eventueel via Libris (affiliate link)
  • of via B-Corp Bol (affiliate link)

Keus genoeg!

Geplaatst in psychologie | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Faalmoed – over kwetsbaarheid

In 2021 werden een aantal columns en artikelen van filosofe Stine Jensen gebundeld tot Faalmoed. De onderwerpen zijn gevarieerd, van kwetsbaarheid tot identiteit, van leeftijd tot liefde, en ook nog overgave en schoonheid. Veel food for thought, en inhakend op (ooit) actuele onderwerpen, waaronder Corona.

Het thema van de Maand van de Filosofie 2019 was ‘Ik stuntel dus ik ben’, en op Stine’s eerste sprekers-uitnodiging staat: ‘Wij dachten meteen aan U’. Een twijfelachtige eer, maar ook niet zó gek, want Stine deelde haar gestuntel regelmatig in haar columns. Ook deelde ze op tv haar ‘CV der mislukkingen’, in navolging van de ‘faal-CV’ die uit de VS overwaaide. Brené Brown is bekend geworden door haar TEDTalk over faalangst, kwetsbaarheid en moed. We moeten ons dus oefenen in faalmoed, zegt Stine. En in deze bundel zet ze de falende, kwetsbare, verlangende mens centraal.

 

Cover van Stine Jensen's Faalmoed

Het filosofieboek Faalmoed …

….. raakte me met een aantal columns. Zo is daar De kwetsbaren. Stine vertelt hier over een wandelvakantie in IJsland, waarbij de groep in drie delen uiteenvalt: de fanatieke koplopers, de middenmoters en de achterblijvers. Die laatste groep bestaat uit oudere vrouwen, een paar met hoogtevrees, eentje met een blessure, de rest gewoon erg langzaam. Ze houden de boel op en Stine, een middenmoter, ergert zich kapot. Totdat ze zelf geblesseerd raakt. Ze wordt geholpen en gesteund, fysiek en mentaal, door die groep achterblijvers. Het was een levensles, die ze zich met name herinnert tijdens Corona, toen we ons moesten beperken om een kleine groep kwetsbaren te beschermen. Dat is de test van beschaving, stelt Stine, hoe je met de kwetsbaren omgaat. De kwetsbaren kunnen jong of oud zijn, vreemden of geliefden. Of jijzelf.

Liefde en bergen

In Alles stuk gaat het over een podcast van Roel van Velzen, waarin deze over zijn scheiding praat, een persoonlijk faalverhaal. Hij heeft steun gevonden bij liedjes, boeken, en … filosofie. Met name het boek Weg van liefde van Alain de Botton heeft hem geholpen. Dus: lees een goed boek als je je ongelukkig voelt, zegt Stine.

In The Art of being Art gaat het niet over kunst maar over Art Rooijakkers. Art deed jaren de presentatie van Wie is de Mol? maar deed ook serieus journalistiek werk. Die twee persoonlijkheden vindt Stine moeilijk te combineren: ze blijft bij het ernstige nieuws de ironisch opgetrokken wenkbrauw zien. David Brooks beschrijft in De tweede berg ‘het tragische zwoegen van de moderne mens, immer laverend tussen entertainment en betekenis’. Op de eerste berg ben je je succesvolle leven aan het Instagrammen. Op de tweede berg vind je verbinding, intimiteit en betrokkenheid bij anderen. In televisieland is de eerste berg de commerciële omroep, de tweede berg de NPO. Art stapte overigens na het beklimmen van die tweede berg weer snel over naar berg één. Zijn die twee bergen niet te combineren in televisieland?

Lezen

En dan de column Lezen. Maarten ’t Hart zei ooit dat hij het leven had weggelezen. Hij las een boek per dag, in plaats van naar buiten te gaan, met mensen te praten, het leven te plukken. Wie leest, leidt een tweedehands leven. Roman Krznaric schreef hier een boek over: Carpe Diem. Trok zich maandenlang terug uit het leven om een boek te schrijven over ‘pluk de dag’. Hoe paradoxaal. Als je op je sterfbed ligt, heb je dan spijt van dat ene boek dat je niet gelezen hebt? Nou nee. Maar lezen is goed en zinvol. Het leven is wél te kort om slechte boeken te lezen. Dat is Carpe Diem niet, volgens Stine. En in je zoektocht naar hoe je leven in te richten is dáár een boek over lezen gewoon een goed idee.

Mijn evaluatie van Faalmoed

Ik vond de meeste columns aardig om te lezen, en redelijk concreet in de vragen die ze opwierpen. Dat is de kracht van filosofie: je dingen geven om over na te denken zonder met hele krachtige meningen te komen. Wel waren een aantal columns gedateerd, ondanks de moeite die besteed is aan het herzien en actualiseren ervan. Dat geldt met name voor de columns over Corona, maar ook die, die over tv-programma’s en dergelijke gaan.

Erg prettig vond ik de vele verwijzingen naar en besprekingen van boeken van andere filosofen, ik schreef weer heel wat op! Die van Alain de Botton in ieder geval, ik ben een fan van zijn werk.

Moet je dit boek persé lezen? Nou nee, beter pluk je de dag!

Conclusie

Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd 0, Relevant +, Tijdloos 0.

Vorm: Aansprekend+, Verzorgd 0, Illustraties 0, Structuur 0, Schrijfstijl +

FOMO –

Ik gaf het boek 3* . (Maar omdat ik zeker geen expert ben voor meer filosofische boeken geef ik graag ook de GoodReads rating: 3,33*).

Ken je dit boek? Wat vond je ervan? 

Koop dit boek

o.a. bij

Managementboek.nl

of

Bol.com

of

Libris.nl, steun je lokale boekhandel

Voor bovenstaande links krijg ik een beetje provisie. Zonder provisie maar wel duurzamer:

  • Boekwinkeltjes, lekker duurzame exemplaren-met-ervaring
  • Of lees het gratis via Kobo-Plus…..
  • Pik het op in een minibieb (dat deed ik ook!)
  • Of ga naar je lokale / online bibliotheek.

Keus genoeg!

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken.

Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 1 reactie

Familie: ‘nicht’ Susan Cain

Ken je dit? Vroeger had je de posters van je favoriete popsterren aan je muur hangen. En nog steeds wil je naar al hun concerten. Je gaat naar alle films van je favoriete filmster. Je leest alles over ze en volgt ze op sociale media. Ze voelen als familie. Ja, dat heb ik ook, met mijn favoriete auteurs. Ik lees al hun boeken zonder recensies te lezen. Ik abonneer me op hun nieuwsbrieven en sociale media. Ze zijn familie, hun foto’s hangen aan de muur. Ik stel elke maand een nieuw familielid aan je voor. Deze maand is dat mijn ‘nicht’ Susan Cain.

Waar schrijft ‘nicht’ Susan Cain over?

‘Nicht’ Susan schrijft over psychologie en dan met name over neurodiversiteit en introversie. Ze werd in één klap wereldberoemd met haar boek Quiet, in het Nederlands vertaald als Stil, over introvert zijn. Daarna schreef ze over hetzelfde onderwerp een aantal vervolgboeken. Introverten hebben, eerder dan extraverten, genoeg aan hun eigen gedachten, het zijn diepe denkers. Het resultaat van haar eigen diepe denken was het onlangs gepubliceerde Bittersweet (in het Nederlands: Bitterzoet) wat gaat over melancholie, verlangen, verdriet, wat een bron kan zijn van creativiteit en transcendentie. Meer filosofisch, inderdaad.

Heeft ‘nicht’ Susan Cain ook andere zakelijke activiteiten?

‘Nicht’ Susan is oprichter van de Quiet Life Community, waar mensen (tegen betaling) van gedachten kunnen wisselen over nou ja, het leven in stilte, maar ook over kunst en poëzie. Ze heeft een nieuwsbrief hierover op Substack. Ze geeft ook cursussen: over hoe je als introvert op het werk beter je talenten kunt benutten (gebaseerd op Stil) en over meditatie (gebaseerd op Bitterzoet). Natuurlijk geeft ze betaalde presentaties aan bedrijven en keynotes op bijeenkomsten (welke auteur doet dat niet … maar wacht: geen pretje voor een introvert!).

Samen met Adam Grant, Daniel H. Pink en Malcolm Gladwell is ze curator van de NextBigIdeaClub, een betaalde boekenclub. Ze adviseren over Must-Read boeken, dit is de longlist voor december, waar de curators een keuze uit gaan maken. Ook hebben ze regelmatig virtual round tables en diners met auteurs in NYC.

Hoe ziet het persoonlijke leven van ‘nicht’ Susan Cain eruit?

‘Nicht’ Susan Horowitz is opgegroeid in de staat New York. Ze ging naar Princeton, waar ze haar bachelor in Engelse literatuur deed (geen rare keuze voor een introvert) en ging daarna rechten studeren aan Harvard. Ze werkte daarna als advocaat op een advocatenkantoor op Wall Street en vervolgens als zelfstandig onderhandelaar. Die jaren beschrijft ze als ‘werken in een vreemd land’, wat me niet verbaast, want wél een bijzondere keuze als introvert. Ze trouwde met Ken Cain en samen hebben ze twee kinderen.

In 2005 ging ze aan de slag met haar boek Quiet, waar ze 7 jaar (!) aan schreef, de laatste 3 jaar fulltime. Héérlijk vond ze dat! Vlak na de publicatie van deze bestseller hield ze een mega-populaire TEDTalk. Niet héérlijk, ze was al een jaar ervoor bezig met de voorbereidingen en heeft zelfs nog een week acteerlessen gevolgd voordat ze het podium opging. Inmiddels is ze beter in spreken in het openbaar, zegt ze, maar leuk wordt het niet. Zelfs een ‘glaasje extraversie’ (= een borrel) helpt haar niet, zo vertelt ze in Quiet.

Haar favoriete tijdsbesteding? Lezen.

Welke boeken schreef ‘nicht’ Susan Cain?

‘Nicht’ Susan schreef 6 managementboeken, waarvan ik er 2 las. Ik vond 1 een Must Read! En daar schreef ik dan ook Booknotes van (een soort mini-samenvatting, gratis te lezen)

*A Quiet Life in 7 Steps (2024)

Audioboek, alleen Engelstalig. Ik heb het niet beluisterd, ik ben niet zo van de audio. Flaptekst: In a world of distraction, overcommitment, and often overwhelming social expectations, are you craving depth, meaning, and true connection? Join Susan Cain, who will help you tune out all of your everyday stresses and conflicts and tune into living a Quiet Life. In seven steps, Susan will show you exactly how to lead your own Quiet Life. Te beluisteren via Audible

‘De helende kracht van verdriet en verlangen’ is de ondertitel, en ‘nicht’ Susan’s betoog is dat je deze twee aspecten kunt transformeren in creativiteit, transcendentie en liefde. Het boek is een symbiose van verhalen over wetenschappelijke onderzoeken, anekdotes over beroemde en minder beroemde mensen, filosofische bespiegelingen, zelfhulp, een ode aan auteur/ singer-songwriter Leonard Cohen en een memoir. De relatie tussen ‘nicht’ Susan en haar moeder is de rode draad, en hierin stelt ze zich heel open en kwetsbaar op. Het lijkt alsof ze één van haar adviezen, schrijf het van je af, zélf heeft opgevolgd. Lees meer in mijn recensie (3 1/2 *). Koop bij Bol

Niet in het Nederlands vertaald. Flaptekst: This companion journal will help you to harness your secret strengths, improve communication at home and at work, and nurture your best self. This guided journal takes you on the Quiet journey to becoming a stronger, more confident person. In part one, you’ll learn more about your own temperament through a self-assessment quiz, which will teach you to make progress towards self-awareness, and realize your own authentic qualities and worth. Part two will then empower you to put that knowledge to practice with prompts for taking action in every aspect of life. Koop bij Bol

*The Power of Introverts: 9 Best-Loved Stories (2016)

Dit is een gratis eBook waarin aan de hand van persoonlijke blogs, quotes en links naar allerlei extra informatie een soort samenvatting van Quiet wordt gegeven. Je kreeg dit Ebook gratis bij het inschrijven op The Quiet Life, een community van Susan.

Stuur me een mailtje en ik stuur het in pdf naar je toe.

Het oorspronkelijke boek Stil was gericht op het werk, dit boek gaat helemaal over de wereld van kinderen: school, buitenschoolse activiteiten, het gezinsleven en vriendschap. Je leest over échte kinderen die de uitdagingen van het niet-extravert zijn, zijn aangegaan, en die op hun eigen stille wijze, opvielen. Je leest over het levensverhaal van ‘nicht’ Susan zelf, en je vindt tips aan het eind van elk hoofdstuk. En er is zelfs een gids aan het eind van het boek voor leraren en ouders. Dit boek vol inzichten, toegankelijk en activerend, is geïllustreerd met grappige cartoons. Koop bij Bol

* Stil (Quiet) (2012)

Wat een heerlijk boek is dit! Met name als je introvert bent, want dan is het niet alleen herkenbaar, maar ook krijg je veel lof toegezwaaid. Stil gaat over introversie, de voordelen en nadelen, relevante wetenschappelijke onderzoeken en wijdverbreide misverstanden. Een warm bad voor introverten en een Must Read voor leidinggevenden die de talenten van de introverte medewerkers willen benutten. Het boek behandelt verschillende invalshoeken: de culturele, de fysieke, het werk, de relatie met een partner, je kinderen, school. Al deze invalshoeken worden uitgebreid behandeld met veel anekdotes. Lees mijn Booknotes (mini-samenvatting). Lees mijn recensie (4 1/2). Koop bij Bol.

(Deze informatie is ontleend aan: Bol.com, wikipedia, haar eigen website, LinkedIn)

Meer weten over mijn familie?

  1. In januari 2023 stelde ik neef Menno Lanting voor.
  2. En in februari nicht Jitske Kramer.
  3. In maart was de beurt aan neef David Graeber.
  4. April was voor nicht Naomi Klein.
  5. In mei stelde ik neef Joris Luyendijk voor.
  6. En in juni nicht Margriet Sitskoorn.
  7. In juli was de beurt aan neef Daniel Pink.
  8. Augustus was voor nicht Mariana Mazzucato.
  9. In september stelde ik oom Jos Burgers voor.
  10. En in oktober nicht Danielle Braun.
  11. In november was de beurt aan oom Stephen R. Covey en zijn kinderen.
  12. December was voor nicht Brené Brown.
  13. In januari 2024 stelde ik neef Martin van Staveren voor.
  14. En in februari nicht Japke-d. Bouma.
  15. In maart was de beurt aan neef Walter Isaacson
  16. April was voor nicht Kate Raworth.
  17. In mei stelde ik neef Raymond de Looze voor.
  18. En in juni nicht Roos Vonk.
  19. In juli was de beurt aan oom Daniel Kahneman.
  20. Augustus was voor nicht Rita McGrath.
  21. In september stelde ik neef Berthold Gunster voor.
  22. En in oktober nicht Barbara Baarsma.
  23. In november was de beurt aan neef Adam Grant
  24. December 2024 was voor nicht Susan Cain

Elly Stroo Cloeck schrijft recensies en samenvattingen van maatschappij- en managementboeken. Abonneer je hier op de kwartalige nieuwsbrief of op de wekelijkse blog-updates!

Geplaatst in psychologie | Tags: , , | 12 reacties