Recensie: Onzichtbare vrouwen

Het uitstekende, prijswinnende boek Onzichtbare vrouwen van Carolina Criado Perez uit 2019 gaat over Big Data en vrouwen. Of beter: over Big Data zónder vrouwen. Over besluiten nemen op basis van data die alleen van mannen zijn. Vaak onbewust. Het levert discriminatie van vrouwen op, tot levensbedreigende situaties aan toe. Dit boek heeft me geschokt, juist omdat het tegengaan van de onderliggende bias zo lastig is.

Het maatschappelijke boek Onzichtbare vrouwen …

… gaat over de ‘genderdatakloof’. In het verleden, maar ook vandaag de dag is de man het uitgangspunt van wetenschappelijke studies. Dat is voor vrouwen soms onaangenaam (kantoortemperaturen die op mannelijke ervaringen zijn gebaseerd, rillen dus!) en soms zelfs levensbedreigend (veiligheidsgordels die met mannenmaten zijn ontworpen). Dit is vaak niet eens bewust gedaan, er is gewoon onvoldoende besef dat vrouwen anders zijn dan mannen. Vrouwen worden niet gezien, dat is misschien nog erger dan bewust genegeerd of onderdrukt worden. Vrouwen zijn onzichtbaar.

Genderdatakloof

De genderdatakloof ontstaat wanneer data van vrouwen niet wordt verzameld of, als dat wel gebeurt, deze vrouwen-data niet wordt gescheiden van de data van mannen. Dan heb je dus geen statistieken specifiek voor vrouwen in het onderzoek. Wist je dat data over gehandicapten, huidskleur, sociale klasse, bijna nooit naar sekse worden gesplitst? Hierdoor zijn er nauwelijks statistieken van gehandicapte vrouwen, gekleurde vrouwen, etc.

Big Data en Artificial Intelligence (AI) kunnen voor geweldige doorbraken zorgen. Maar: garbage in = garbage out. Stop er data in die onvolledig is, en de uitkomsten zullen verkeerd zijn. Datakloof. Maar er is nog een oorzaak: als degenen die beslissingen nemen alleen maar (gezonde, witte) mannen zijn. Zij realiseren zich niet eens dat alleen hún gezichtspunt wordt meegenomen, voor hen is dat het énige gezichtspunt. Het gevolg is onbewuste, systematische discriminatie. Toeval? Dit boek stelt van niet. Het is een bias, de ‘mens=man bias’.

Taal

Interessant is de in de inleiding opgenomen verhandeling over taal, waarbij het feit dat in het Engels ‘man’ zowel man als mens betekent, al voorspellend is. Als wij ‘hij’ lezen in een tekst, kunnen we misschien wel weten dat hij/zij wordt bedoeld, dat hij ‘generisch’ is, maar onbewust denken we: ‘mannelijk’. Dat geldt ook voor termen als dokter; dokteres bestaat, maar is niet gangbaar. Bij ‘dokter’ denken we aan een man. In het Frans en Spaans gebruiken we geslachten: le/la. Bij groepen mensen zien we in het Spaans iets bijzonder: een groep vrouwelijke onderwijzers is las profesoras, maar doe er één man bij, en het wordt los profesores. Want mannelijk is de standaard.

Het toevoegen van m/v aan een personeelsadvertentie heeft geen enkele invloed op ons vooroordeel dat bijvoorbeeld een dokter een man is, zo blijkt uit onderzoek waarbij mannen en vrouwen een tekening moesten maken van diverse mensen-woorden: user, person, designer, etc. Zelfs vrouwen kiezen dan in 80% van de gevallen voor een mannelijk poppetje (mannen nog meer). Een bias dus. De standaard is man.

Lichamelijke verschillen

Het boek puilt uit van de voorbeelden van onderzoeken, waarvan veel gaan over de lichamelijke verschillen tussen de vrouwen en mannen. Ik pikte er een paar bijzondere uit:

  • Een piano heeft een standaardwijdte, een octaaf is 18,8 cm. Vrouwenhanden zijn gemiddeld tussen de 17,8 en 20,3 cm wijd. De twaalf pianisten die tot de internationale top behoren hebben een handwijdte van minimaal 22,3. Daar waren twee vrouwen bij: met handwijdtes van 22,9 en 24,1 cm. One-size-fits-men.
  • Stemherkenning in auto’s is ontworpen op de lagere stemmen van mannen en werkt bij vrouwen vaak niet (goed). Hetzelfde geldt voor de dicteersystemen in ziekenhuizen. De databanken waarop de technologie is gebaseerd, wordt gedomineerd (70%) door mannenstemmen.
  • In het algemeen geldt dat databanken die gebruikt worden voor ontwikkelprocessen gevuld zijn met data van mannen, niet alleen geluid maar ook beeld en tekst. (Wat tekst betreft: Siri was op het moment van lancering ook op mannen gericht, het woord prostitué begreep Siri prima, aborteur niet, hartaanval wel, verkracht niet.)
  • Vrouwen zijn lichamelijk écht anders dan mannen, tot op cel-niveau aan toe. Ze hebben bijvoorbeeld van nature 3x zoveel kans om auto-immuunziekten te krijgen, waardoor ze ook sterkere afweerreacties tegen vaccins hebben. Toch maken vrouwen bij klinisch onderzoeken minder dan 50% uit. ( Ook bij de COVID-vaccins speelde dit-ESC).
  • Proefdieren zijn vaak alleen mannelijk, en als dat niet zo is, worden de resultaten niet per sekse uitgesplitst. Niet relevant? Nou, een recent onderzoek met muizen leverde voor vrouwelijke muizen exact tegenovergestelde resultaten op van een eerder onderzoek met louter mannelijke muizen!

Onbetaald werk

Een andere invalshoek is die van het feit dat de zorgtaken en ander onbetaald werk veelal op het bord van de vrouw liggen. Dat wist ik al. Maar dat levert bijzondere effecten op, die ik nog niet wist:

  • Zweden veranderde de volgorde van sneeuwschuiven. Niet eerst de rijbaan, dan de stoepen, maar andersom. Met een auto ploeg je makkelijker door de sneeuw dan met een kinderwagen, dacht men terecht. Deze verandering leverde zelfs geld op: veel minder medische kosten als gevolg van ongelukken met uitglijden. Onverwacht was dat 70% van die ongelukken vrouwen betrof, omdat vrouwen zich veel meer ‘verplaatsen’ (kinderen naar school brengen, boodschappen, zorg).
  • Lange werkdagen leiden bij vrouwen veel meer (tot 300%!) tot dodelijke ziekten dan bij mannen. ‘Zwakke geslacht’? Nee, vrouwen doen daarnaast ook nog veel meer onbetaald werk: zorgtaken. Extreem lange dagen dus.
  • Vrouwen genezen na een hartoperatie minder goed dan mannen. Hier dan ‘zwakke geslacht’? Nee. Vrouwen gaan zodra ze thuis zijn direct weer zorgen voor anderen, terwijl mannen meestal verzorgd worden.
  • Vrouwelijke academici (en veel andere beroepen) doen veel meer onbetaald werk (studenten coachen) en administratieve klusjes (aantekeningen maken, koffie halen) dan mannen, want ze worden benadeeld als ze niet ‘aardig genoeg’ zijn. Academici! (Ook opvallend: vrouwelijke academici kunnen hun artikelen beter anoniem schrijven, dan worden die vaker geaccepteerd en hoger gewaardeerd. Artikelen die duidelijk van vrouwen zijn worden sowieso 70% minder geciteerd. Als vrouw alleen je voorletter gebruiken helpt.)

Vrouwen zichtbaar maken

Wat moet er gebeuren om deze systematische discriminatie tegen te gaan? Belangrijk is de bereidheid om die vrouwen-data te verzamelen, ook al kost het geld, of je reputatie (bijvoorbeeld seksueel geweld in je overvolle bussen of metro’s, dat wil je liever niet weten, toch, gemeente?). Daarnaast de bereidheid om de data die er is, ook te gebruiken.

Interessant is dat als vrouwen bij een onderzoek betrokken zijn, de genderdatakloof aantoonbaar gedicht wordt. Vrouwelijke topfunctionarissen nemen het vrouwelijke perspectief mee bij besluitvorming, vrouwelijke onderzoekers zorgen voor genoeg vrouwen-data, afgesplitst van de mannen-data. Genoeg reden dus voor een betere participatie van vrouwen in bedrijven en overheid.

Mijn evaluatie van Onzichtbare vrouwen

Bij dit boek dacht ik op elke pagina: dat kan toch niet waar zijn? Maar dat is het wel. De hoeveelheid onderzoeken die de auteur noemt is overweldigend en de effecten van de mens=man bias zijn enorm. En hoewel er wel wat verbeterd lijkt in de afgelopen paar jaar (ik testte de vertaal-software), is er ook heel veel nog niet gefixed (ik checkte de vaccins). De conclusies blijven dus overeind.

Toch is dit geen zwaar boek. Het is grappig, vaak cynisch geschreven, met een ondertoon van irritatie. Ook is het inspirerend, omdat er ook veel voorbeelden in staan hoe het beter kan (vaak uit Scandinavië, zou dat toeval zijn?) Ik las het bijna in één adem uit.

Een aantal zaken zul je (als vrouw) al kennen, want daar wordt al vaak over geschreven. Maar discriminatie is als een ijsberg: er is nog ongelofelijk veel onder het wateroppervlak, wat je niet ziet. Een relevant boek voor vrouwen, die alle zeilen moeten bijzetten om gezien te worden.

Echter, dit boek is ook heel relevant voor het bedrijfsleven. In alle sectoren is 50% van de doelgroep vrouw. Zou je daar niet alles van willen weten? Zou je die niet net zo goed willen bedienen als die andere 50%, waarvan je wel data hebt? Vast wel. Zorg voor vrouwen op de juiste posities in je bedrijf, en je bent al een heel eind. Dóé wat met je Big vrouwen-Data en maak de wereld een stukje beter.

Gemeenten die stoepen sneeuwvrij maken, ideetje misschien?

Ik gaf het 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt dit boek kopen

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Het rechtvaardigheidsgevoel – briljante bestseller

De bestseller The Righteous Mind van Jonathan Haidt verscheen al in 2012 en is in 2021 (waarom toen pas??) in het Nederlands vertaald onder de titel Het rechtvaardigheidsgevoel. Een uitstekend boek wat het ontstaan van onze morele waarden en de invloed van cultuur daarop, onder de loep neemt. Veel wetenschappelijke onderbouwing, vlot geschreven, en vol ‘WOW-wist-ik-niet’. Het heeft mijn gedachten over moraliteit, religie en conservatieve politiek grondig veranderd.

Het managementboek The righteous mind  / Het rechtvaardigheidsgevoel begint ..

… met een aantal  pagina’s die hilarisch zijn, maar een belangrijke boodschap overbrengen. Lees dit verhaaltje en besluit of deze mensen iets moreel kwalijks hebben gedaan.

‘De hond van een familie werd door een auto doodgereden, vlak voor hun huis. Ze hadden gehoord dat hondenvlees heerlijk was, dus sneden ze de hond in stukken, maakten er een lekker hapje van en aten het op. Niemand zag het ze doen.’

Oh, nee! Mijn eerste reactie was walging. Dat doe je toch niet! En wat vond jij? Ook walgelijk, wed ik. Maar vond je het ook moreel onjuist? En waarom? De hond was al dood, dus merkte er niets van, toch? En het was hun eigen hond, daar mogen ze toch mee doen wat ze willen? En ze schokten er ook niemand anders mee …

Nog een verhaaltje:

‘Een man gaat elke week naar de supermarkt en koopt een diepvrieskip. Voordat hij de kip braadt, heeft hij er seks mee. Dan maakt hij het klaar en eet het op.’

Wat mij betreft dezelfde reactie: dat dóé je toch niet! Maar is het moreel onjuist? Ik kan dat niet beredeneren.

WEIRD

Haidt stelt dat deze reactie (walgelijk, maar geen moreel issue) typisch is voor WEIRDo’s: mensen uit WEIRD gemeenschappen: western, educated, industrialized, rich, democratic. Hier reken ik mezelf dus toe. Jij ook? Andere groepen zien hier wél morele fouten. Moraliteit is overal verschillend, en Haidt legt ons in zeer begrijpelijke taal uit waarom dat is.

Intuïtie en rationaliteit

Het eerste deel gaat over intuïtie en rationeel beredeneren, voor de Kahneman-kenners: Systeem 1 en Systeem 2. De bovenstaande verhaaltjes vind je intuïtief moreel kwalijk, maar je kunt het niet beredeneren. Haidt gebruikt de vergelijking van een olifant en berijder. De olifant is de intuïtie en bepaalt welke kant het stel opgaat. De berijder heeft maar een klein beetje invloed. Moraliteit wordt bepaald door intuïtie, niet door rationaliteit.

Er worden diverse wetenschappelijke studies aangehaald om dit te onderbouwen, waaronder de bekende Implicit Association Test (die heb ik eens gedaan en was geschokt!) en grappige feitjes, waaronder het gegeven dat boeken over ethiek nog meer uit bibliotheken gestolen worden dan andere boeken (ha ha!). Ethiek vanuit een rationeel perspectief bekijken, als filosoof bijvoorbeeld, zegt dus niet over jouw moraliteit.

Interessant vond ik de wetenschappelijke experimenten met hele jonge kinderen, waaruit blijkt dat onze allereerste moraliteit Care/harm is (ik las dit boek in het Engels). We kunnen er niet tegen als weerloze mensen/dieren leed wordt aangedaan. De tweede moraliteit is Fairness/ cheating. Hij maakt later een onderscheid in de interpretatie van Fairness van politiek links (iedereen gelijk, basisinkomen) en politiek rechts (proportioneel, hardere werkers krijgen meer salaris).

Meer morele smaken

Het tweede deel gaat over de vier andere moraliteiten: Liberty/ oppression, Loyalty/ betrayal, Authority/ subversion en Sanctity/ degradation. Haidt maakt zelf expliciet kennis met deze moraliteiten als hij op antropologisch onderzoek gaat naar India. Hij ontdekt de link met ‘relaties’, die wij WEIRDo’s veel minder hebben dan andere gemeenschappen. (Dit is ook wetenschappelijk aangetoond met onderzoeken, wij zien de absolute lengte van een lijn beter dan de relatieve lengte ervan ten opzichte van een ander object. Andere groepen hebben precies het omgekeerde.) Wij WEIRDo’s zijn individualistisch en hechten daardoor vrijwel alleen aan de moraliteiten Care/ harm en Fairness / cheating. Dat is onze ‘Matrix’, onze realiteit.

Andere culturen, meer collectivistisch, hechten meer aan de groeps-gebaseerde moraliteiten, zitten in hun eigen Matrix. We hebben geen idee dat er een andere Matrix is! Niet alleen is dat onhandig, want we begrijpen anderen niet, het is ook eenzijdig, maakt ons minder menselijk. Als een tong met receptoren voor 6 smaken, waarvan we er maar 2 gebruiken. Je wilt toch niet in een restaurant eten dat alleen maar diverse soorten zoet serveert?

Groepig

De groeps-gerelateerde moraliteiten worden verder uitgewerkt in het derde deel. Hierin gaat het o.a. over iets overhebben voor je land, je gemeenschap, zonder dat je er zelf beter van wordt. We zijn van nature zelfzuchtig, als onze neven de chimpansees, maar ook altruïstisch, als de bijen die hun leven geven voor de zwerm. Haidt stelt dat groepsleden die té zelfzuchtig waren, profiteurs, al snel geen aansluiting meer hadden, geen vrouw konden krijgen en dus minder kinderen verwekten. ‘Groepige’ groepsleden gaven hun genen door. De groep wordt hecht door de groeps-gerelateerde morele normen; dit is het standaard gedrag, daar kun je van op aan, hoe groot de groep ook is. Uit onze evolutie blijkt dat hechte groepen beter samenwerken en daardoor succesvoller zijn. Niet alleen in het oorlog voeren met anderen, maar in het omzetten van grondstoffen naar eindproduct (kinderen).

Religie was één van de middelen voor binding in de groep. Het gaat niet over een boven-natuurlijke kracht, maar over gedeelde normen, regels die het gedrag bepalen, waaronder altruïsme. Godsdienstige mensen geven veel meer aan goede (ook niet-religieuze) doelen.

Haidt trekt de redenatie van binding door naar bedrijven: hoe beter er wordt samengewerkt hoe beter het resultaat. Dat weten we. Echter, hij waarschuwt voor diversiteit, we werken het beste samen, verbinden ons het best, met gelijkaardige mensen, die op ons lijken. Ik schrik even! Maar het is geen pleidooi voor discriminatie, eerder een oproep om veel te investeren in de overeenkomsten van de werknemers, zoals een gedeeld doel.

Politiek

Heel boeiend zijn de implicaties voor de politiek. Het is aantoonbaar dat in onze genen al de aanleg zit voor links of rechts gedrag, zelfs bij twee-eiige tweelingen kunnen die verschillen. Meer genen die dopamine maken? Dan sta je meer open voor verandering en heb je aanleg tot ‘linkse’ moraliteiten. Meer genen die serotonine maken? Dan heb je aanleg voor angst, en defensieve, ‘rechtse’ moraliteit. Onze jeugd bepaalt hoe sterk deze aanleg wordt vertaald in feitelijk (stem)gedrag.

Heidt toont zich een democraat die heel scherp ziet dat er bij links te weinig aandacht is voor de andere ‘Matrix’. Hij waardeert de conservatieve moraliteiten (maar niet persé de Republikeinse partij, zo maakt hij duidelijk, ha ha).

Evaluatie

Dit is een uiterst relevant boek waarin de problematiek van vandaag de dag (cultuurverschillen, polarisatie) objectief, helder en humoristisch wordt geduid. Het beslaat een groot terrein, van evolutie, via antropologie naar psychologie, maar nergens is sprake van jargon. Vlot geschreven, ondanks de omvang las ik het bijna in één adem uit. En het heeft een goed doel: Haidt pleit voor meer begrip voor (de moraliteiten) van de ander. Dat is bij mij redelijk gelukt, al zeg ik het zelf. Ik zou best wat minder WEIRD willen zijn. Nou ja, minder individualistisch, om te beginnen, minder chimp en meer bij. Beter voor de mensheid. En voor mijzelf vast ook. Maar ja, die genen he? Is er nog hoop?

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Ik geef het 4 1/2 *

Koop Het rechtvaardigheidsgevoel …

… de Nederlandse vertaling van dit boek, o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Werk heeft het gebouw verlaten – het kan wèl.

De Corona-maatregelen zijn weer versoepeld. Maar voorlopig zullen we nog niet helemaal ‘terug naar normaal’ gaan. Vervelend en fijn! Met Jitske Kramer’s uitstekende Werk heeft het gebouw verlaten uit 2020 kun je het minder vervelend en veel fijner maken!

Corona wordt endemisch, zo hoor ik. Minder ziekmakend, wel besmettelijk en voorlopig nog bij ons. Daarmee worden veel maatregelen waarschijnlijk ook semi-permanent. Thuiswerken als je besmet bent. Afstand houden. Sommige dingen vind ik vervelend, andere best fijn. Wat me het meest raakt is de onzekerheid. Niet weten of je veilig naar je oude schoonmoeder kunt, want misschien ben je toch besmet en dan …..  Maar ook qua plannen, vooruitkijken naar nieuwe, leuke dingen. Niet weten of je over een maand uit eten kunt, want misschien … Niet weten of je over een half jaar op vakantie kunt, want misschien …

Het managementboek Werk heeft het gebouw verlaten …

… gaat zeker niet alleen over het feit dat we niet meer (fulltime) op kantoor werken, zoals je uit de titel zou kunnen opmaken. Het gaat ook over de onzekerheid en de twijfel, over de cultuurshock die corona met zich meebracht. Ook gaat het over samenwerken, maar niet over Teams en Zoom, of allerlei andere technische hulpmiddelen. En het gaat over leiderschap, maar niet over telefonische beoordelingsgesprekken. En ook gaat over rituelen, zoals onboarding of afscheid nemen, wat remote en dus anders moet, maar nog net zo belangrijk is als vóór Corona.

Heel prettig is de afwisseling van antropologische theorie en de praktische invulling. Kramer heeft gebruik gemaakt van co-creatie: ze heeft tijdens het schrijven via social media om input gevraagd, en dit levert heel veel originele maar ook pragmatische voorbeelden op. Daarnaast zijn er onder het kopje ‘Ervaring uit het veld’ veel quotes opgenomen die een inkijkje geven in de emoties en problemen uit het dagelijks leven.

Bullshit Jobs en ritme

Ik ben blij met thuiswerken, ik deed het ervoor ook al zo vaak mogelijk. Maar niet iedereen is er gelukkig mee, je moet wel de ruimte en de rust hebben en niet teveel online vergaderen. Af en toe je collega’s fysiek kunnen ontmoeten. En een baan waarbij je op output kunt worden aangestuurd. En ook al heb je die, dan zal je leidinggevende moeten meebewegen met de bijbehorende flexibiliteit qua werktijden en manier van aansturen. Dat blijkt nog wel eens een knelpunt te zijn, zo lezen we in enkele ‘Ervaringen uit het veld’, eentje stelt zelfs dat nu de Bullshit Jobs komen bovendrijven.

Een interessant hoofdstuk gaat over ritme, en hoe de aanpassing van het ritme door anders werken stress kan veroorzaken. Kramer geeft aan dat routines ritme geven: als je altijd om 10 uur met de collega’s koffiedrinkt, raakt je lichaam aan dat ritme gewend en krijgt je elke dag om 10 uur trek in koffie. Ook zonder collega’s … Er is een tijd van rust en bureau opruimen, en een tijd van versnelling en klanten bedienen. Dat hele ritme ligt nu overhoop, je dagplanning is anders, zeker als je kinderen thuis hebt.

Voordelen

De nieuwe manier van werken heeft ook voordelen, en Kramer gaat hier regelmatig op in. Niet zozeer de praktische zaken (flexibele werktijden, geen reistijd) maar juist sociale dingen. Zoals je collega’s leren kennen in hun eigen huiskamer en ervaren hoe het er privé aan toegaat. Dat verbindt. Of een herverdeling van de huishoudelijke taken, als beide partners thuis werken valt het extra op wie wat (meer) doet. En meer vaders op het schoolplein.

Een heel hoofdstuk gaat over de voordelen van de onzekerheid, de twijfel. Dit geeft ruimte om vragen te stellen, om uit te zoomen en de situatie van afstand te bekijken. Om stilte toe te laten op een lange wandeling en nieuwe ingevingen te krijgen. Descartes zei: Twijfel is het begin van wijsheid. Mooi! Maar: twijfel is goed, vertwijfeling niet! Bij twijfel: actie ondernemen, probeer wat!

Mijn evaluatie: Hoopvol en gevarieerd

Dit is een uitstekend geschreven boek in de losse stijl die Kramer eigen is. Het is ook een hoopvol boek, met veel context uit de antropologie over hoe met deze ‘tussentijd’ om te gaan. Kramer denkt niet in beperkingen, heeft dan ook een bloedhekel aan het toekomstbeeld van een ‘sociale condoom’ (mondkapjes, afstand, contacten beperken) en hoopt op oplossingen als schonere lucht, gezonde levensstijl en beperking van het gesleep met dieren.

Het boek heeft een aantal QR-codes die je toegang geven tot korte filmpjes. Regelmatig komt er een gedicht voorbij, van Jitske zelf, of van anderen, zoals Merel Morre met een toepasselijke aanmoediging (houd oog voor elkaar) en een geweldige vondst van Judith Nieken over de besmettelijkheid van het negeren van regels.

Daarbij is het, ik zei het eerder, heel gevarieerd. Het heeft interessante antropologische theorie, fijne concrete voorbeelden, veel ervaringen van derden, poëzie. Nog steeds actueel (helaas) en doordat ze wegblijft van technologische tooltjes ook blijvend relevant.

Het kan wél!

En waarom las ik het nu pas, vraag je je zeker af? Verschenen in november 2020, dat is > een jaar geleden! Eerlijk gezegd was ik bevooroordeeld. Weer een boek over remote werken, daar waren er al zoveel van, dit boek kon me vast niet verrassen. En met een noodvaart geschreven (10 dagen!) en uitgegeven (6 weken!). Dat kon niet goed zijn. Dus niet gekocht, maar onlangs in een minibieb aangetroffen en toch maar meegenomen. Het bestverkocht boek van 2021 immers…. En wat heb ik me vergist! Het kan wél. Dat is trouwens ook de boodschap van dit boek. Anders, maar nog steeds goed samenwerken. Het kan wél.

Ik gaf het 4 1/2 *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Koop dit boek

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Thrive – pareltje

Dat onze huidige economie aan verbetering of vervanging toe is, daar zijn veel mensen het over eens. Maar hoe kan het beter? Daar is nog niet iedereen het over eens. Er zijn veel meningen, veel termen, veel gradaties van anders en beter. Verwarrend. Maar gelukkig is er dit uitstekende Engelstalige boek Thrive van Kees Klomp en Shinta Oosterwaal uit 2021, die het allemaal op een rijtje zet met essays van de bekendste internationale ‘denkers’ van nu.

Het managementboek Thrive…

…. balanceert op de grens van duurzaamheid, ecologie, economie, maatschappij en een beetje filosofie. Dat is niet slecht, de huidige problemen zijn complex en met elkaar verweven. Heel goed om dus veel verschillende visies op mogelijke oplossingen naast elkaar te zetten, en heel fijn dat dit de visies betreft van bekende pioniers op verschillende vakgebieden. Voor mij waren de bekendste Kate Raworth en Robin Wall Kimmerer, van wie ik eerder boeken las, Hans Stegeman, als columnist bij het FD en omdat ik bij Triodos beleg, Daniel Christian Wahl en Ralph Turm die ik persoonlijk ken, en dan nog Carol Anne Hilton, Katherine Trebeck, John Fullerton en Charles Eisenstein, waar ik van gehoord had. Jammer dat Jeremy Lent alleen het voorwoord schreef! De grootste verrassing voor mij was Rutger Hoekstra, van wie ik nog nooit had gehoord. Ik heb zijn laatste boek direct op mijn TBR gezet!

De problemen

Wat zijn de problemen waarop de essays in dit boek antwoord willen geven? De grote ongelijkheid, tussen ondervoede kinderen en mega-miljardairs. Multinationals die meer macht hebben, groter zijn, dan de verschillende naties/ landen. Verdwijnende biodiversiteit. Klimaatverandering. En misschien daardoor het eind van de mensheid op Aarde. En dit alles door een economisch model gebaseerd op groei, steeds meer groei. Waarin de winst van bedrijven de beslissingen over ons leven en onze planeet bepalen. Vrije markt. Neoliberalisme.

De essays

Het boek begint met een aantal vrij theoretische essays waarin de oorzaken van de problemen geanalyseerd worden. We lijken de bedoeling van de economen Adam Smith en David Ricardo niet goed begrepen te hebben, en Milton Friedman iets teveel gevolgd te hebben, uit angst voor het communisme (of collectivisme) en meegesleept door de romans van Ayn Rand (met name De kracht van Atlantis). Mooi is het stuk van Katherine Trebeck en Jeremy Williams, Economie van Thuiskomen. We hoeven niet meer te groeien in het westen, steeds meer te hebben. We hebben genoeg, we zijn klaar, we zijn thuis. Laten we zorgen dat we ons thuis voelen, gezond leven zonder onze omgeving te verpesten. Een Welzijnseconomie creëren.

Dan volgt het essay van Rutger Hoekstra, ‘Naar een Wijze samenleving’, waarin hij betoogt dat we GDP achter ons moeten laten maar dat we niet genoeg eenduidige opvolgers hebben, Veel termen, maar zonder algemeen geaccepteerde definitie: welzijn, duurzaamheid, welvaart, vooruitgang, duurzame ontwikkeling, etc. Erg verwarrend allemaal en dus niet effectief. Hij pleit voor een gemeenschappelijke taal, ratio’s en registratie.

De overige essays dekken diverse aanpakken af, zijn heel praktische en geven veel mooie voorbeelden (‘ik heb geen ADHD als ik in het bos ben’, zegt een tiener). Soms hebben ze prachtige, poëtische namen. Bijvoorbeeld: Welzijnseconomie (Mark Anielski), Levenseconomie (Anneloes Smitsman), Boeddhistische economie (Clair Brown), Donuteconomie (Kate Raworth), Ecofeministische economie (Vandana Shiva), Radicale circulaire economie (John Stegeman), De Commons (David Bollier), Bioregionale economie (Joe Brewer), Lokale economie (Helena Norberg-Hodge) en twee bijdragen over de economie zoals de oorspronkelijke inwoners die hadden van Carol Ann Hilton en Robin Wall Kimmerer. Superinteressant en inspirerend!

Evaluatie

Dit boek is de eerste stap op weg naar de gemeenschappelijke taal van Hoekstra. Ik ken in ieder geval geen ander boek wat zo’n goed overzicht geeft van alle initiatieven en visies op een betere maatschappij. Wat prettig is, is dat vrijwel elke schrijver voor diens essay heeft geput uit eigen werk, ze hebben allemaal een boek (of meer) geschreven waarin je de gedachten nog eens goed kunt nalezen. Wat niet zo fijn is, is dat je TBR direct 24 boeken langer is, ha ha!

Elke schrijver heeft zijn/haar eigen schrijfstijl, bij de een levert dat lange, (voor mij) best moeilijke zinnen op (de eerste zin uit Ecofeministische economie telt 9 regels …), bij de ander is dat een bijna poëtische formulering, en bij weer een ander is het typisch direct taalgebruik (een Nederlander …). Het benadrukt de gevarieerde inhoud van dit boek en de verschillende nationaliteiten en achtergronden van de schrijvers.

De opbouw van het boek is heel fijn. Het begint met de (voor mij wat taaie) economische theorie, wordt dan steeds concreter en praktischer en ook exotischer. Het einde vond ik echt een climax: over de oorspronkelijke bewoners, hoe zij met de aarde omgingen, en hoe wij het allemaal beter wisten toen wij hun leefgebied koloniseerden. Not.

Voor jou?

Ik lees best veel over Duurzaamheid, en ook wat over Betekeniseconomie, maar had niet de indruk dat ik al goed ingevoerd was. En dat blijkt te kloppen. Na het lezen van deze mooie verzameling van verschillende inzichten, weet ik weer meer, maar ook dat er nog heel veel is om me in te verdiepen. Het is nuttig om te weten welke kant het op kan gaan, en ook geeft het hoop. Zoveel inspirerende inzichten, daar moet toch een oplossing uit te destilleren zijn? En het activeert. Want nietsdoen is geen optie. Daar zijn de schrijvers het wél over eens!

Dank aan Kees Klomp En Shinta Oosterwaal voor het samenstellen van dit pareltje. Ik geef het 4 ½ *

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt dit boek kopen

o.a. bij:

Keus genoeg!

Geplaatst in Economie, Sustainability | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De kracht van Atlantis – filosofische thriller

De kracht van Atlantis, dat klinkt als fictie. Een avontuur van Dirk Pitt, een sprookje, zoiets. En het ís ook fictie. Maar wel superspannende en ook leerzame fictie, het is namelijk een businessnovelle. Dit invloedrijke boek, Atlas Shrugged, van Ayn Rand uit 1957 zou het neoliberalisme ge-kickstart hebben. En nu we daar zo tegen zijn, is het goed ‘de bron van het kwaad’ eens te leren kennen.

De businessnovelle De kracht van Atlantis …

… zou het invloedrijkste boek van de VS zijn, na de bijbel, zo stelt Wikipedia. Het kwam uit midden in de Koude Oorlog, geschreven door een auteur die uit Rusland geëmigreerd was en het communisme aan den lijve had ondervonden. De auteur kon ook geweldig schrijven, dus is het misschien niet zo raar dat het zo’n enorme impact had.

Helden

Het verhaal gaat over een aantal succesvolle zakenmensen, allemaal heel bewonderenswaardig productieve en moreel hoogstaande mensen. Ik identificeerde me al direct met de heldin: Dagny. Jong, mooi, superslim, succesvolle zakenvrouw. Ze leidt een spoorwegbedrijf. Voor de mannelijke lezers is er Hank. Stoer, knap, gedreven, eigenaar van een staalbedrijf. Dan Francisco, eigenaar van kopermijnen en Ellis, een oliebaron. Grappig is Ragnar, een omgekeerde Robin Hood. En niet te vergeten John Galt. Wie is John Galt? Dat is dé vraag. Het boek begint ermee en de vraag komt steeds terug, tot aan de laatste hoofdstukken. John Galt is de aanstichter, een originele denker. Dit zijn onze vrij karikaturale helden.

Schurken

Daarnaast zijn er schurken: de profiteurs, de plunderaars. Dagny’s broer James is eigenaar van het spoorwegbedrijf, maar voert geen klap uit. Hank’s broer Philip doet en kan helemaal niks, maar vindt dat hij recht heeft op een fijne functie in het staalbedrijf. En dan is er de overheid, die uitgaat van gelijke kansen voor iedereen (ik noem het even socialisme), en steeds meer wetten ontwikkelt om ook de meest incompetente zakenlieden een flink deel van de taart te geven. Je kunt dit ook lezen als het vermijden van monopolies en zorgen voor voldoende concurrentie.

Helaas heeft het niet echt een positief effect op de productiviteit of op de kwaliteit van de producten en diensten, deels door de corruptie en het nepotisme waar dit mee gepaard gaat. Innovatie wordt verboden, om werkgelegenheid te behouden. Er komen beperkingen op de bedrijfsactiviteiten, patenten worden vervallen verklaard, etc. etc. Uiteindelijk wordt alles genationaliseerd. Wereldwijd. De stoom kwam uit mijn oren van zoveel onrechtvaardigheid jegens het individu, (zogenaamd) om rechtvaardigheid voor het collectief te bereiken.

De ondergang

In een verhaal dat loopt als een trein (pun intended) zien we Dagny, Hank en andere tycoons alles verliezen in een strijd tussen verstand en gevoel, creativiteit en nepotisme, productiviteit en profiteren. De zakenlieden hebben het nooit voor het geld gedaan, maar voor hun trots, hun autonomie, de zakelijke uitdagingen. De profiteurs doen het echter wèl allemaal voor het geld en de macht, en zijn uiterst onrechtvaardig en onethisch. Maar: ze zijn de overheid en er valt niet van ze te winnen.

John Galt heeft een origineel idee: hij haalt de tycoons over te gaan staken. De bedrijven worden daarna door hun opvolgers slecht gemanaged; het uitgangspunt ‘iedereen werkt naar vermogen, iedereen krijgt naar behoefte’ blijkt niet te werken en demotiveert de beste arbeiders, die er dan óók mee stoppen. De bedrijven, de economie en uiteindelijk de hele maatschappij gaan ten onder. Behalve Atlantis.

Objectivisme

Op een aantal plekken in het boek wordt de onderliggende filosofie van auteur Ayn Rand toegelicht: het objectivisme. Het gaat uit van het verstand, rationaliteit, van productiviteit en zelfzucht, van je eigen geluk voor alles. Dat klinkt negatief, helemaal in deze tijd van Betekenis, degrowth, en klimaatcrisis. Toch weet Rand in de betreffende monologen (waaronder een enorm lang stuk dat als speech van John Galt de ether in gestuurd wordt) wel te overtuigen. Pas als je het boek weer neerlegt denk je: ja maar…. Dat tekent de goede pen die deze auteur heeft. En het verbaast me dan ook niet dat Reagan en Thatcher beide fan waren van Rand en haar filosofie volgden. En zelfs nu, in 2021, heeft ze nog een hele grote schare volgelingen.

Evaluatie

Een dystopisch verhaal, karikaturale hoofdpersonen en een grote dosis anti-socialistische filosofie: ik schaam me te zeggen dat ik ervan genoten heb, ook al ben ik het niet eens met de filosofie! En ook al vond ik de monologen af en toe écht te lang.

Het verhaal van Dagny c.s. is uitstekend geschreven, je kunt niet anders dan vóór hen zijn, hen bewonderen om hun zakeninstinct en hun logica begrijpen. De schrijfstijl is afwisselend vol actie en pittige dialogen, en meer poëtische uitwisselingen. Het is in 2017 opnieuw bewerkt en vertaald, en is uitstekend leesbaar. Complimenten aan de vertalers.

Toen ik begon met lezen vroeg ik me af of dit boek nog wel relevant zou zijn, het is al >60 jaar oud! Maar relevant is het, omdat dezelfde discussies en argumenten momenteel weer, of nog steeds, spelen. Kapitalisme en vrije markt versus Socialisme en compassie. Het is daarom wel wat jammer dat de figuren zo karikaturaal zijn. De helden-kapitalisten zijn moreel hoogstaand en harde werkers, de schurken-socialisten zijn slampampers en profiteurs. Zieken en gehandicapten, die niet productief kúnnen zijn, komen in het verhaal niet voor.

Toch is het buitengewoon boeiend om te lezen welke visie men had, de verschillende wereldbeelden en waaruit het neoliberalisme is ontstaan. Ook heeft Rand uiteindelijk (deels) gelijk gekregen toen de Planeconomieën van Rusland en andere landen faalden. Het neoliberalisme is duidelijk geen wondermiddel, toch kunnen we aspecten onderkennen die wie niet gelijk bij het grof vuil moeten zetten, zoals de autonomie, de trots op je eigen productie, de ambitie, het ondernemerschap. Goed om hierop te reflecteren, en dat kan goed met deze dikke pil van 1400 pagina’s. Je móét het af en toe wel wegleggen, en dan kun je er even over nadenken …. totdat je weer wilt weten hoe het afloopt met Dagny, Hank en John. En de wereld …

Ik gaf het 4 ½ *, met name vanwege de historische betekenis.

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt dit boek kopen

o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in Economie, Fictie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Theedozen en olifantenpaadjes – humoristische spiegels

Ik las Theedozen en olifantenpaadjes van Ronald Koopman uit 2021. Klantgerichtheid is superbelangrijk, dat weet ik zolangzamerhand wel. Dit boek gaf me veel inspiratie om te oefenen alles vanuit het oogpunt van mijn klanten te zien, door allerlei voorbeelden uit het dagelijks leven, meestal geïllustreerd met foto’s die het nóg duidelijker maken. Zoals de theedoos: superveel keuze, een mooie service in een horecagelegenheid.

Behalve als het rommelig is, de groene thee door de hele doos verspreid is en je je als klant een ongeluk zoekt. Ja, zo is mijn eigen theedoos ook …, en is mijn webshop wel logisch ingedeeld? vroeg ik me af. En zo schreef ik nog flink wat aandachtspunten op terwijl ik dit fijne boekje las.

Het marketingboek Theedozen en olifantenpaadjes ….

… maakt duidelijk dat je je vaak niet realiseert dat iets níét vanuit de klant geredeneerd is. Zoals je standaardcontract misschien? Ben jij partij 1 en de klant partij 2? Hoe klantgericht is dat? En: behandel je je klant zoals je zelf behandeld wilt worden? Fout!!! Die klant is heel anders dan jij, behandel hem zoals hij/zij behandeld wil worden. Maatwerk dus. En: let eens op je taalgebruik! Verhuurafdeling? Huurafdeling!

Koopman geeft 132 tips (ik telde ze niet na) die het Service Excellence Model volgen en heel compact zijn: vaak zo’n 100 woorden. De voorbeelden en met name de foto’s, maken de tips heel impactvol. Ook de persoonlijke verhaaltjes zijn goed: de ervaringen met dochterlief en vergeetachtige vader zijn herkenbaar èn goede reminders voor vaak bekende adviezen.

Ik vond de tips wel wat overlappen hier en daar, en de tip over benchmarken over de grenzen van je branche heen staat er twee keer in. Zo beklijft het nóg beter, dat wel. Als je de blogs van Koopman al volgt, zul je ze herkennen, hij publiceerde de tips eerder op LI.

Evaluatie Theedozen en olifantenpaadjes

Het is een makkelijk leesbaar boek door de korte, afzonderlijk leesbare stukjes en ziet er dikker uit dan het is: je leest het binnen een uur of twee weg. Het lijkt me heel geschikt als basis voor een brainstormsessie binnen de marketing en sales afdeling: geen moeilijke theorie maar humoristische spiegels die je worden voorgehouden. En natuurlijk nuttig voor zzp-ers zonder inspirerende collega’s, zoals ik !

Ik gaf het 3 1/2 *

Lees meer of koop Theedozen en olifantenpaadjes

Geplaatst in Marketing & sales | Tags: , , | Plaats een reactie

Recensie: Patronen – wéér een uitstekend boek!

Danielle Braun schreef met Patronen uit 2021 weer een uitstekend boek over veranderen in organisaties met behulp van de antropologie. Dit keer zoomt ze in op het herkennen en veranderen van patronen: gedrag wat je op meerdere manieren en niveaus in een organisatie tegenkomt. Een feest der herkenning qua voorbeelden en met voor mij veel eye-openers qua onderzoeks-aanpak. En ook dit boek is weer prachtig uitgevoerd, dat is Danielle’s patroon. 

Het managementboek Patronen …

… gaat voornamelijk over het onderzoeken van patronen, in mindere mate over de patronen zelf. Door de vele voorbeelden uit het dagelijks leven en uit Danielle’s praktijk krijg je echter wel een heel goed beeld van de soorten patronen. Wat het onderzoeksproces betreft, heb ik veel nieuws geleerd: waarom je niet schriftelijk moet rapporteren bijvoorbeeld, waarom je terugkoppeling heel goed in de vorm van een event kan, waarom je na je onderzoek niet per definitie ook de implementatie-coach moet zijn. Counter-intuïtief soms, maar goed beredeneerd.

Patronen onderzoeken

Het boek begint met een aantal willekeurige patronen als opwarmertjes: het kastenstelsel in Nepal (verboden, maar nog overal te vinden), de gang van zaken bij een farmaceut (met ongezonde bitterballen), de Nederlandse aanpak van de Coronacrisis (polderen!), en nog een paar. Zeer herkenbaar!

Daarna volgt een kort theoretisch hoofdstuk over wat patronen zijn, waarna de onderzoeks-aanpak volgt: patronen herkennen, patronen vastleggen en duiden, patronen communiceren, patronen veranderen, (nieuwe) patronen bestendigen. Het onderzoeksperspectief kan etic of emic zijn. Etic kijkt van buitenaf: je bent observator. Emic kijkt van binnenuit: je bent participant. Een goed onderzoek bestaat uit een continue, goed doordachte wisseling van de twee perspectieven, zo wordt uitgelegd.

Het boek eindigt met veelvoorkomende types patronen, zoals Braun die in haar adviespraktijk heeft meegemaakt. Als organisatievorm, maar ook in de vorm van dilemma’s en bepaalde thema’s.

Onderzoeksinstrument

Bijzonder boeiend vond ik het onderdeel over zintuigelijke waarneming. Bij een ‘emic’ onderzoek doe je mee met je onderzoeksobject, je gaat bijvoorbeeld mee op apenjacht. Wow, eng! Het is in de antropologie gelukkig toegestaan om emoties te hebben en die te gebruiken in het onderzoek. Zintuigelijke waarneming is een ambacht, waarbij jijzelf het onderzoeksinstrument bent. Hoe zorg je voor een goede kwaliteit van dat instrument? Zelfkennis, je eigen vooroordelen en patronen kennen. Hoe calibreer je? Collegiale toetsing.

Het is belangrijk om neutraal te blijven, Braun noemt dat ‘meervoudig partijdig’. Om je om beurten te verbinden met verschillende perspectieven (bestuurskamer èn werkvloer, mannen èn vrouwen) zonder je in een bepaalde hoek te laten drukken: je ‘bent van iedereen’. Een prachtig, bijna ontroerend voorbeeld is het dorpje in Ethiopië, waarbij argumenten vóór en tegen besnijdenis gevonden kunnen worden bij respectievelijk emic en etic onderzoek.

Mijn evaluatie van Patronen

Ik heb genoten en geleerd van dit boek. Inhoudelijk sterk en ook prima uitgevoerd. Braun kan fijn genuanceerd schrijven, ze neemt nooit stelling tegen een andere onderzoeks- of verandermethodiek maar zet de verschillen naast elkaar. Een mooi voorbeeld hiervan is de vergelijking die ze maakt tussen antropologie en systemisch denken.

De voorbeelden die worden gebruikt zijn heel goed en herkenbaar. Vaak ook met humor, zoals een arrestante die Danielle even moet ‘bewaken’ tijdens haar participatieve observatie bij de politie. De dame gaat ervandoor, Danielle erachteraan. Iets te ver doorgeschoten in mijn participatie, zegt ze hierover. Ook zijn veel van de voorbeelden heel actueel, met een grote dosis Corona.

Binnen de hoofdstukken staan veel verwijzingen naar onderliggende literatuur en ook is er een bijzonder uitgebreide leeslijst opgenomen. Daarnaast maakt Braun duidelijk dat haar uitgebreide ervaring input is geweest voor haar adviezen voor het onderzoeks- en veranderproces.

Prachtig uitgevoerd

Net als de eerdere boeken die ik van Danielle las, De Corporate Tribe en Tribaal Kantoorgedoe, is Patronen weer prachtig uitgevoerd. Met schitterende foto’s van … patronen, maar ook schema’s en plaatjes, en met gebruik van mooie steunkleuren. Het is goed geredigeerd (dat vind ik belangrijk, foutjes leiden me af) met slechts hier en daar een onbedoelde herhaling. Per paragraaf is er een fijne korte samenvatting.

Ik was even bang dat er veel overlap zou zitten tussen Patronen en Danielle’s andere boeken die ik eerder las, maar die angst was onterecht. Natuurlijk wordt af en toe teruggegrepen op De Corporate Tribe maar het is zo sporadisch dat het zeker niet storend is. Ik merkte dat ik opnieuw onder de indruk raakte van het voorbeeld van de slachterij, dus die overlap is goed ingezet!

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Ik gaf het 4 1/2 *

Je kunt dit boek kopen o.a. bij

Keus genoeg!

Geplaatst in management | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Recensie: Een vlecht van heilig gras – wetenschap en Indiaanse wijsheid

Wat een prachtig boek! Auteur Robin Wall Kimmerer is gepromoveerd botanica èn Potawatomi, Native American. In Een vlecht van heilig gras uit 2022 (ik las het origineel, Braiding Sweetgrass, uit 2013) mixt zij wetenschappelijke informatie over planten met Indiaanse wijsheid in heel persoonlijke verhalen. Voor èchte duurzaamheid moeten we ons weer verbinden met de natuur. Dit boek inspireert daartoe.

De verhalen in Een vlecht van heilig gras …

… gaan over een groot aantal planten, maar ook dieren en zelfs de regen speelt een rol. En natuurlijk Robin zelf, want alle verhalen zijn heel persoonlijk, beschrijven in poëtische taal hoe zij de natuur ervaart. Het boek geeft voor een aantal planten heel gedetailleerd weer wat zij betekenen voor de natuur en hoe het in de Indiaanse tradities werd gebruikt, in een hele mooie mix van wetenschap en eeuwenoude inheemse wijsheid. Zijdelings komt de verdrijving van de Indianen uit hun leefgebieden en het bedrog met verdragen aan de orde, en ook de enorme schade die fabrieken toebrachten aan die leefgebieden, zoals Onondaga Lake bij Syracuse, NY, ooit het meest vervuilde meer in de VS.

Wetenschap en inheemse wijsheid

Ik werd in het bijzonder getroffen door de verhalen over

  • Sweetgrass, in het Nederlands Veenreukgras, wat een grote rol speelt in de Indiaanse cultuur. Het was de eerste plant die op de aarde groeide, meegebracht door Skywoman, volgens de mythe over het ontstaan van de aarde op de rug van een schildpad.  Het wordt traditioneel voor van alles gebruikt! Robin beschrijft dit gras ook vanuit de plantkunde heel gedetailleerd.
  • Animacy, een bijna onvertaalbare term over hoe ‘levend’ dingen zijn. Taalkundig zie je hoe Indianen de natuur ervaren. Als wij, westerlingen, het over dingen, planten, dieren, hebben, gebruiken we ‘het’, waarmee we afstand scheppen. We zeggen ‘wat’, niet ‘wie’. Een zelfstandig naamwoord is ‘dood’, denk aan ‘baai’. In het Potawatomi zijn de ‘natuurlijke’ zaken een subject, gefabriceerde zaken een object. Het woord voor ‘baai’  is letterlijk ‘een baai zijn’, dus levend. Het water had ook iets anders kunnen kiezen, een rivier zijn, of een zee.
  • Het woord ‘alsjeblieft’ (mag ik het zout, alsjeblieft), in hetzelfde hoofdstuk. Alsjeblieft bestaat niet in het Potawatomi. Zijn Indianen dan zo onbeschoft? Nee, alles is bedoeld om gedeeld te worden, dus ergens beleefd om vragen is niet nodig. Dankjewel, kennen ze wèl. En de natuur wordt voortdurend bedankt voor haar giften.
  • Nieuw-Engelse Aster en Canadese Guldenroede, en waarom je die altijd bij elkaar ziet. Dat heeft te maken met de receptoren in onze ogen, en in die van bijen, en is super voor de voortplanting van die planten.
  • Korstmossen, een symbiose tussen algen en schimmels, waarbij de één suikers maakt via fotosynthese en de ander voedingstoffen en bescherming tegen uitdroging biedt.
  • Regen, hoe het klinkt en waarom regendruppels op de ene plant groter zijn dan die op een andere plant.
  • Wat klimaatverandering, monocultuur, vervuiling èn onze overconsumptie doet met de natuur, en Robin’s oproep om de natuur als ‘commons’ te behandelen: voor iedereen te gebruiken en aan iedereen om voor te zorgen.

Mijn evaluatie van Een vlecht van heilig gras

Het hele boek ontroert, en laat je er naar verlangen de natuur zó te zien als Robin die ziet. Zo in detail, met zoveel begrip van de samenhang (de mais, bonen en pompoen, ook weer zo’n prachtig verhaal) en met zoveel gevoel van dankbaarheid voor wat we gratis en voor niets krijgen (in je eigen moestuintje, niet bij de Appie natuurlijk).

Daarnaast leverde het voor mij diep respect op voor de manier waarop de Indianen leefden, en ook nu nog proberen te leven. Die manier is hoe wij met de natuur moeten omgaan. Het herstellen van bossen, het minder consumeren alleen is niet genoeg, we moeten ons echt op een andere manier met de natuur verhouden.

Als je een passie hebt voor duurzaamheid is dit meeslepende boek een MustRead. En als je die passie nog niet hebt, dan geeft dit boek die wel! Robin twijfelde in haar jeugd of ze botanica of dichteres wilde worden. Ze koos voor de wetenschap, maar haar kwaliteit als dichteres komt in dit boek uitdrukkelijk naar voren, zo prachtig beeldend zijn de verhalen geschreven.

Zelfs als op-het-weer-mopperende-Nederlander kijk je nooit meer hetzelfde naar regen.

Ik gaf het 5*

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Je kunt Een vlecht van heilig gras of Braiding Sweetgrass kopen o.a. bij …

Keus genoeg!

Geplaatst in Maatschappij | Tags: , , , , , | 2 reacties

Recensie: Nice girls don’t get the corner office – 133 fouten

Uitstekend boek met honderden tips hoe je als vrouw je gedrag kunt veranderen om meer kans te maken op die promotie. Vind je dat oppervlakkig, wil je authentiek zijn op je werk? Dan vind je in Nice girls don’t get the corner office van Lois P. Frankel uit 2018 toch een aantal ‘fouten’ waarvan je je waarschijnlijk niet eens bewust bent en die je wèl wilt veranderen. Goed voor je carrière!

In het managementboek Nice girls don’t get the corner office …

… gaat het er niet om je als een man te gaan gedragen. Integendeel, je typisch vrouwelijke kwaliteiten, waaronder betere Emotionele Intelligentie (EQ) dan de mannen, worden steeds naar voren gebracht in de verbetertips. Wel zijn het vaak mannen die over je carrière beslissen en die bepaalde vooroordelen hebben waarvan je je bewust moet zijn.

Daarnaast hebben we allemaal patronen, overtuigingen en gedrag die ons vroeger (als meisje) met de paplepel (letterlijk) zijn ingegoten, waar we ons nauwelijks bewust van zijn, maar die ons bepaald niet helpen in ons zakelijk leven. Het gaat erom minder ‘aardig’ te zijn, maar vooral ook minder ‘meisjes-achtig’. Je moet als volwassen vrouw opkomen voor je belangen. Ik herkende veel, heel veel van de 133 ‘fouten’ uit dit bijzonder praktische boek.

Een mooi voorbeeld is Fout 57: beloningen weigeren. Bij een promotie hoort vaak een eigen of groter kantoor. Dat kun je natuurlijk weigeren als je al een prima plek hebt. Of het gezelliger vindt met een collega op één kamer te zitten. Je realiseert je niet dat het hebben van zo’n eigen, groter kantoor key is voor je imago. Helemaal als de mannelijke collega’s met een vergelijkbare positie wèl in zo’n kantoor zitten. Je komt over als minder belangrijk, minder gewaardeerd. Ik heb 2x een eigen kantoor geweigerd, zonder me dit te realiseren. Bij deze fout hoort ook de beloning waar je recht op hebt (dat kantoor bijvoorbeeld), niet krijgen en dit dan zonder morren accepteren. Zo kom je nooit in dat hoekkantoor! (En ja, dit is me ook een paar keer overkomen, bedenk ik me nu).

Self-assessment

Het boek begint met een selfassesment van 49 vragen, waarvan de scores achteraf in 7 categorieën worden verdeeld:

  1. Het spel snappen;
  2. Je gedrag;
  3. Hoe je denkt;
  4. Jezelf vermarkten;
  5. Hoe je je uit;
  6. Een zakelijk uiterlijk;
  7. Reageren op anderen.

Frankel adviseert om het eerst met de twee hoofdstukken van je slechtste score te beginnen, daar valt het meest te halen. Selecteer daaruit een paar herkenbare fouten die je wilt veranderen en ga met de verbetertips aan de gang.

133 veelgemaakte fouten door vrouwen

Een kleine selectie van fouten, om je een beeld te geven:

  • Fout 14: Het geweten zijn. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen meer negatieve gevolgen ondervinden van klokkenluider zijn dan mannen. Je geweten volgen, kan enorme consequenties hebben. Bij een grote fraude is dat waarschijnlijk acceptabel voor je. Maar is een kleine ‘onregelmatigheid’ (smoesjes verzinnen voor je baas) je dat waard?
  • Fout 23: Geen dikke huid hebben. Als we gekwetst worden reageren we als vrouw vaak met wrok, we zwijgen iemand dood, vertonen passief-agressief gedrag, of het ergste: we gaan huilen. Mannen zijn zakelijker, vatten dingen minder persoonlijk op. Dat verwachten ze ook van jou.
  • Fout 25: Aardig gevonden willen worden en Fout 26: Niet aardig gevonden willen worden. Aardig gevonden worden is nodig om succesvol te zijn, maar je moet óók gerespecteerd worden. Laat dus niet over je lopen. Het andere uiterste: uit angst ‘slap’ over te komen, stoppen we onze empathische kant weg. Niet doen. Maar je hoeft niet tegen iederéén aardig te zijn. Probeer een balans te vinden.
  • Fout 59: Perfectie nastreven. Ga voor de volle … 80%!
  • Fout 51: Vergaderingen overslaan omdat je het te druk hebt. Terwijl dat juist de momenten zijn om je te profileren en je ideeën naar voren te brengen.
  • Fout 108: Op je voet zitten. Dat is een typisch vrouwelijke gewoonte, ik doe het vaak, ook op het werk. Mannen doen dat nooit. Het ziet er schattig, lief, zachtaardig uit, volgens Frankel. Nooit bij stilgestaan! In dezelfde categorie: Fout 100: Te vaak glimlachen en Fout 104: Je hoofd schuin houden.

Verwachtingspatroon

Natuurlijk zijn er een aantal fouten waar ik het niet mee eens ben, in die zin dat ik daar nooit wat aan zou doen. Je haar verven is daar één van. Persoonlijke informatie delen (ziekte- of sterfgevallen in de familie) een andere. Maar het is goed om in het achterhoofd te houden, dat het gaat om wat anderen van je denken, en dat die mening, hoe ongefundeerd of onlogisch ook, jouw carrière kan bepalen. Je kunt het verwachtingspatroon van anderen niet veranderen, dus pas je je aan, of doe je dat bewust niet en accepteer je de consequenties. Pas als er voldoende vrouwen in hoekkamers zitten, kunnen we dat verwachtingspatroon veranderen.

Evaluatie

Boeken om het glazen plafond te doorbreken en gendergelijkheid te bevorderen blijven nodig. Dit boek, al uit 2005 en helemaal herzien in 2018, geeft erg veel nuttige tips en houd je een spiegel voor. Het boek is goed gestructureerd en heeft veel internationale voorbeelden. De vertalers (Paulien Cornelisse en Jeannet Dekker) hebben een prima klus geklaard met veel Nederlands georiënteerde varianten. De voorbeelden en tips zijn gebaseerd op het werk van Frankel als psychotherapeut en coach, met veel bekende en minder bekende boeken als theoretische onderbouwing. Het is prettig, met de nodige humor (‘meisjes zijn leuk, het lijken wel huisdieren’), geschreven. Een feest van herkenning voor iedere zakenvrouw. Nu geen koffie meer halen hoor!

Ken je dit boek? Wat vond je ervan?

Ik gaf het 4 1/2 *

Koop Nice girls don’t get the corner office bij …

Keus genoeg!

Geplaatst in diversiteit, Maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Recensie: Deep Democracy – veel eye openers

Een besluit nemen waar de meerderheid het mee eens is, heeft één groot probleem: de minderheid zegt misschien uiteindelijk wel ‘ja’, maar doet ‘nee’. In Deep Democracy van Jitske Kramer uit 2014 lezen we over de methode Deep democracy waarmee je de wijsheid van de minderheid meeneemt in je besluitvorming en zo de weerstand vermindert. Ik vond dit boek zo goed dat ik er ook een Samenvatting van schreef. 

Het managementboek Deep Democracy …

… legt stap voor stap de Zuid-Afrikaanse methode Deep democracy (DD), ontwikkeld door het echtpaar Lewis, uit.  Zij ontwikkelden de DD-methode, toen zij rond 1990 – na het afschaffen van de apartheid – de opdracht kregen om het elektriciteitsbedrijf Eskom naar een niet-raciale organisatie om te vormen. Een hele klus, want er was alom verwarring: mensen die eerst macht hadden, waren deze kwijt, en mensen die nooit inspraak hadden gehad, hadden dat nu opeens wel. Besluitvormingsprocessen moesten worden herzien, en managers moesten leren omgaan met nieuwe tegenstellingen en spanningen in hun teams.

In de DD-methode worden tegenstellingen en spanningen niet weggepoetst, maar juist gebruikt. Een afwijkende mening heeft wijsheid die een meerderheidsstandpunt kan verrijken, of een oplossing verbetert. Weerstand is een teken dat die afwijkende stem nog niet is gehoord.

5 stappen

De methode gaat uit van 5 stappen in het besluitvormingsproces, wat voor het beste resultaat gefaciliteerd wordt door een neutrale begeleider. Dit is de (verkorte) aanpak:

Stap 1: verzamel alle invalshoeken. Het is belangrijk dat alle invalshoeken worden genoemd en dus dat naast de dominante groep ook de wat stillere mensen aan het woord komen. Je gaat niet in de verdediging als je afwijkende meningen hoort, en je zorgt ervoor dat de groep dat ook niet doet.

Stap 2: zoek actief naar het alternatief. Ook al liggen er goede voorstellen op tafel, neem nog geen besluit. Vraag door naar het minderheidsstandpunt. Zorg dat iedereen zich veilig genoeg voelt om wat te zeggen, een ‘afwijker’ te zijn.

Stap 3: verspreid het alternatief. Maak duidelijk dat je begrijpt dat een afwijkende mening geven lastig kan zijn. Vraag aan de groep wie zich een beetje herkent in de nieuwe invalshoek: “is er iemand…”, maar vraag het niet rechtstreeks aan mensen. De ‘afwijker’ wordt zo weer met de groep verbonden, want volgen is makkelijker dan de eerste zijn en het is vrijwel zeker dat de afwijkende mening ook bij andere deelnemers leeft.

Stap 4: voeg de wijsheid van de minderheid toe. Formuleer nu neutraal de opties en stem door handopsteking. Is de stemming unaniem? Dan ben je klaar om de beslissing te implementeren. Verdeeld? Dan heb je geen meerderheidsbesluit. Ga terug naar stap 1, want niet alles is uitgesproken, of ga aan het werk met de onderstroom in stap 5. Meerderheid? Dan heb je wel een besluit, maar moet je de wijsheid van de minderheid nog toevoegen. Het besluit staat vast: de groep gaat niet opnieuw gaat discussiëren over dat besluit, het gaat nu om optimaliseren. Ga de ‘minderheid’ èn de mensen die zich van stemming hebben onthouden, één voor één langs, betuig eerlijk je spijt, en vraag wat de persoon nodig heeft om met het meerderheidsbesluit mee te gaan.

Stap 5: werken met de onderstroom. In stap 1 tot en met 4 zijn veel dingen uitgesproken en in het groepsbewuste terecht gekomen. Als er toch nog zaken onuitgesproken zijn, in de onderstroom zitten, ga je ‘vissen vangen’. Een mooie techniek die in het boek uitgebreid toegelicht wordt.

Methoden en technieken

Het boek heeft een heel scala aan oefeningen, technieken, interventies die je helpen om de DD-methode te gebruiken.  Alles heel praktisch uitgewerkt met veel voorbeelden en plaatjes. Voor mij zaten er heel wat eye-openers bij!

Ik gaf het 4 1/2*

Waar kun je dit managementboek kopen?

 Bij Bol.com

Bij je lokale boekhandel via Libris. Of lees het gratis via Kobo Plus.

Of kijk eens voor een exemplaar-met-ervaring bij Boekwinkeltjes.

Geplaatst in management | Tags: , , | Plaats een reactie