Een mini-recensie van het managementboek De Fluitende leider van Erik Kaptein e.a. uit 2019. De fluitende leider in dit boek is scheidsrechter en mede-auteur Kevin Blom. Aan de hand van zijn ervaringen in voetbalwedstrijden op het hoogste niveau worden leiderschapslessen geformuleerd.
De beheersing van de spelregels (welke procedures hebben we in het bedrijf en kènt iedereen die wel?). Het spelinzicht, zodat je bent waar de bal is (weet ik wel hoe de hazen lopen?). De tribune, de spelers en coaches (alle stakeholders, die hun mening over je hebben). En de energie, je conditie en mentale weerbaarheid bij spreekkoren (je ambities, waar geef je aandacht aan, een veerkrachtig team bouwen). Het boek is mooi uitgevoerd en heeft handige checklists. Ook flink veel foto’s van Kevin in allerlei situaties die bij het hoofdstuk horen, waaronder eentje met het Ajax van vóór het vertrek van Frenkie en Matthijs.
Mini-recensie van dit managementboek
Het is een vrij compact boek dat je dus makkelijk tijdens / in de tijd van een voetbalwedstrijd uitleest. De metaforen zijn heel goed gekozen en soms grappig en de ervaringen van Kevin dragen echt bij aan de voorgeschotelde theorieën over leiderschap. Op zich staan er weinig eye-openers in, mij viel maar 1 opmerking op: de uitspraak dat communicatie 93% non-verbaal is, is een verkeerde quote. Dit geldt alleen bij boze mensen, die met hun lichaamstaal en harde stem alle aandacht van de inhoud wegtrekken. Bij ‘gewone’ gesprekken is non-verbaal maar 33%. Gelukkig maar! Jammer is dat er geen bronnenoverzicht is opgenomen, ook niet op de bijbehorende website, want die is puur commercieel.
Een mini-recensie van het managementboek Dialogisch leiderschap van Rens van Loon uit 2019. Leiderschapkan niet bestaan zonder dialoog, is de stelling van dit interessante boek met veel filosofische, psychologische en ronduit praktische onderdelen.
Dialogisch leiderschap ….
… begint met de dialoog met je zelf, het Dialogisch Zelf, en de diverse ik-posities (ik als perfectionist, ik als partner, ik als schrijver, ik als boeken-lezer, ik als wandelaar). Daarna komen bronnen, stijlen en basisrollen van leiderschap aan de orde. Het volgende deel gaat over communicatie: dialoog versus discussie en debat. Het eindigt met transformatie en zingeving. Daar tussendoor vinden we een aantal casussen uit de adviespraktijk van de auteur, en 5 bespiegelingen van respectievelijk een 35, 45, 53, 63 en 89-jarige.
Mini-recensie van dit managementboek
De wat meer filosofische delen vond ik wat moeilijk te volgen (immanentie en transcedentie), waarschijnlijk omdat ik niet goed genoeg ben ingevoerd in dit onderwerp. Ze leverden wel veel stof tot nadenken op. De casussen zijn supergoed geschreven, heel herkenbaar (tot twee keer toe een accountant) en ook goed geanalyseerd. Met name het hoofdstuk over communicatie was heel leerzaam (o.a. waarom je waarom niet moet gebruiken bij je open vragen). Auteur Rens van Loon is hoogleraar Dialogisch Leiderschap, en schreef ook een bijdrage voor het boek Management Control, waarvan je een Samenvatting kunt kopen.
Het is erger dan je denkt, veel erger. Dat klimaatverandering langzaam gaat, is een fabeltje. Evenals dat het alleen om de noordpool gaat, het alleen om zeespiegelstijging gaat, dat de rijken kunnen ontsnappen, dat fossiele brandstof nodig is voor economische groei, dat we er wel technologische oplossingen voor zullen vinden. Allemaal niet waar.Dit is geen samenvatting van het boek De onbewoonbare aarde, van David Wallace-Wells uit 2019, maar slechts een samenvatting van de eerste pagina ervan. Bam! Die komt binnen en zet de toon.
En het gaat verder: een andere misvatting is dat het gaat om afzonderlijke incidenten van natuurgeweld, dat orkanen, natuurbranden en dergelijke los van elkaar staan. Dat is niet zo, stelt de auteur, het gaat om kettingreacties. Als voorbeeld: opwarming zorgt voor het smelten van noordpoolijs, wat zorgt voor minder terugkaatsing voor zonlicht, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor minder CO2 opnamecapaciteit van de oceanen, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor het smelten van permafrost, wat zorgt voor het vrijkomen van CO2 en methaan, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor verminderde plantengroei, wat zorgt voor verminderde CO2 opname, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor meer natuurbranden, wat zorgt voor minder CO2 opname, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor warmere oceanen, wat zorgt voor minder zuurstof in die oceanen, wat zorgt voor minder fytoplankton in de zee, wat zorgt voor minder CO2 opname, ………Je begrijpt het wel, al op bladzijde 36 zit je niet meer voor de lol, maar wel heel geïnteresseerd te lezen. Geboeid is bepaald een understatement.
Het boek bestaat grofweg uit 3 delen. In het eerste, bepaald inktzwarte deel, lezen we over de huidige situatie, gebaseerd op veel statistieken. Heel leerzaam van dit deel is dat het duidelijk maakt wat de onderlinge afhankelijkheden zijn van alle ontwikkelingen, hoe het klimaatsysteem met alle feedbackloops (voor zover we weten dan) in elkaar zit.
Na de uiteenzetting van de kettingreacties, volgen in deel 2 een aantal kleinere hoofdstukken over de gevolgen: Hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke rampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting, klimaatconflicten en ‘systemen’. (Alles onderbouwd door onderzoeken, het register is dan ook 70 bladzijden dik.) In het hoofdstuk ‘systemen’, waarin de onderlinge afhankelijkheden nog eens worden toegelicht en onze kwetsbaarheid pijnlijk nauwkeurig in cijfers wordt uiteengezet, stelt de auteur: ‘als je het tot deze pagina hebt volgehouden, ben je een moedige lezer’. (Bedankt!, Krijg ik nu een beloning, misschien in de vorm van een oplossing, of een hoopvol perspectief?). Hij gaat nu nog eens stapje verder en geeft aan dat alles wat beschreven is, is gebaseerd op de huidige situatie, dus van 1 graad opwarming, en alleen de known knowns beschrijft. De unknown unknowns, of zwarte zwanen, kunnen nog wel eens veel erger zijn. Of minder, maar dat gelooft hij zelf duidelijk niet. Een van de onzekere factoren is onze reactie op dit alles. We hóéven niet door te gaan met verspillen en vervuilen.
Het derde deel beschrijft hoe we ermee omgaan, dit is wat filosofischer van toon met bijpassende voorbeelden en soms wat moeilijk te volgen zinsneden. Geen oplossingen, en ook geen hoopvol perspectief, helaas.
Hij geeft aan dat de ‘clifi’ (climate fiction) van tegenwoordig misschien wel wat te simpel is (denk aan de film “The Day after Tomorrow”), en dat dit genre binnenkort overbodig is, want dan hebben we ‘the real thing’. Waarom horen we over die real thing niet wat meer van klimaatwetenschappers? Zij zijn terughoudend geworden omdat ze werden beschuldigd van alarmisme en fatalisme. Ook konden ze niet heel precies voorspellingen doen, en hielden dus, als echte wetenschappers, flink wat slagen om de arm. Daarnaast zagen ze wat al die kennis deed met hun collega’s, die wanhopig werden van de toekomst, en willen ze niet dat de hele wereld in een depressie of burn-out terecht komt: want dan gebeurt er helemáál niets meer om het tij te keren. Hoop is een betere motivator. Of toch niet…..want we doen nu óók niets.
Het volgende hoofdstuk gaat onder andere over onze biases en andere denkfouten, die de naderende crisis vervormen. Genoemd worden het referentie-effect, ambiguiteitseffect (onzekerheid vermijden door genoegen te nemen met een ongunstig resultaat, we doen liever niets omdat er teveel mogelijkheden voor actie zijn), antropocentrisch denken (we kunnen het ons niet voorstellen dat de mensheid wel eens aan zijn eind kan komen), automation bias (bovenmatig vertrouwen in automatisering en algoritmen die de goede beslissingen wel zullen nemen), het omstandereffect (afwachten tot een ander iets doet), enzovoorts, enzovoorts. Heel boeiend en ja, het verklaart ook veel.
De bespiegelingen gaan verder over wie ‘er de schuld van gaat krijgen’: na het slavernijverleden, komt straks het klimaatverleden van de westerse landen. Dat kunnen we vast niet met excuses afkopen, maar monetair gemaakt gaat het de draagkracht van ieder land ver te boven. Vervolgens filosoferen we verder over een voortzetting van de mensheid zonder lichaam: het digitaliseren en uploaden van de herseninhoud. Alleen voor de rijken, natuurlijk, zo’n upload gaat niet lukken met je pre-paid sim-kaart. Grappig, maar cru en food for thought.
De afsluiter is gebaseerd op de conclusie die Harari in Sapiens ook trok: we (de mensheid) zijn er met de agrarische revolutie, zo’n 12.000 jaar geleden, niet op vooruit gegaan, maar achteruit. Het ontstaan van de ‘beschaving’ was ook het ontstaan van de klimaatcrisis, omdat we gingen leven in steden, industrialiseerden, en materiële welvaart tè belangrijk gingen vinden.
Zou het zo kunnen zijn dat èlke beschaving, waar dan ook in het heelal, door deze fasen heen gaat? Dat in het heelal, miljarden jaren oud, het tempo waarin beschavingen zichzelf (letterlijk) opbranden, zo hoog ligt, dat deze beschavingen elkaar dus nooit zullen tegenkomen? Hebben we daarom nog nooit een alien gezien? Is de ondergang van onze soort dan onvermijdelijk? Of kiezen we er gewoon voor?
Kunnen we nog wat doen, of is het te laat? Biologisch eten helpt niet, stelt de auteur. Stemmen wel. De politiek is een ethische verdriedubbelaar. Maar die moet dan wel eerst een zeer lange termijnvisie ontwikkelen. En voor Rusland en China zal de opwarming van de aarde op de korte termijn per saldo voordelen opleveren…..
Ben ik na het lezen van dit angstaanjagende boek nu fatalist geworden? Of klimaat-apathisch? Nope, misschien juist nòg gemotiveerder om aandacht voor het klimaat te vragen. En dat kan onder andere door je dit boek aan te raden….
Ik las Formule X van Jurriaan Kramer en Rini van Solingen uit 2019. Een businessnovelle die boeit, plausibel is, en je een aantal aspecten van Agile en LEAN leert, zonder dat die termen worden gebruikt. Een volledig jargon-vrij boek, over hoe je je dienstverlening kunt versnellen. Chapeau!
In dit boek lezen we het verhaal van Ronald, directeur van een Keukenonderneming. Aandeelhouder Henk Sneller, bekend van zijn over-the-top en natuurlijk-niet-afgestemde reclames voor het bedrijf, maakt het nu wel erg bont: hij belooft ‘plaatsing van een keuken binnen twee weken of je geld terug’. Aan Ronald de taak om de huidige levertijden van 12 weken te verkorten naar 2 weken. Hij krijgt inspiratie uit de pitstop-organisatie van het Formule 1 team van Faster Racing. Met 7 stappen ‘VERSNEL’ gaat hij aan de slag. VERSNEL staat voor: Versimpel; Eenduidige richting; Ritme; Snel en zelf beslissen; Natuurkunde toepassen; Energieke en bevlogen teams; Leren en bijsturen.
Niet iedereen houdt van managementboeken in verhaalvorm, maar ik wel. Dit boek lijkt erg op de boeken van Eliyahu Goldratt, waarvan ikzelf “De zwakste schakel‘ las. Formule X is uitgegeven door Business Contact, die veel ervaring heben met dit soort boeken, zij geven ook ‘Wie heeft mijn kaas gepikt’, “Onze ijsberg smelt’, en andere fabels uit. Het is dus niet verrassend dat ook dit boek erg goed is uitgewerkt. Het VERSNEL model wordt aan het eind in 25 pagina’s nog even goed uitgewerkt.
Ik las De power van een contentplatform van Cor Hospes uit 2018. Content maken voor het platform van een ander is een beetje zonde, zo bind je geen klanten aan je. Bouw je eigen contentplatform! Maar hoe?
Daar is het CP model voor ontwikkeld met 6 stappen:
Bepaal je publiek;
Vind je merk-DNA;
Bepaal je domein en thema’s;
Kies rubrieken en formats;
Breid je publiek uit en
Rol je platform uit naar andere kanalen.
Hospes’ boek lijkt wel een mitrailleur: de korte stukjes met tips en voorbeelden vliegen om je oren. Eerst worden natuurlijk Facebook, LinkedIn en Twitter onderhanden genomen. Je denkt dat jouw posts al jouw vrienden bereiken? Forget it! Zuck en zijn algoritmes bepalen wie jouw prachtige content ziet. Daarom dus: jouw eigen platform met èchte fans.
Maar hoe kun je met jouw content opvallen in de enorme informatiestroom? Ga eens op een viaduct 5 minuten naar de onder je langs rijdende auto’s kijken. Welke herinner je je daarna nog? Geen een, ze zien er allemaal hetzelfde uit. Tips om op te vallen met je content: long form, olijk, consistente kwaliteit, variatie, etc. En zo gaat het maar door, mooi verhaal na grappig voorbeeld, handige tip na nuttig interview.
Ik las De reis door het rijk van Koning klant van Harald Pol uit 2019. Klantgericht werken is onderwerp van veel boeken, maar de auteur geeft een interessant perspectief door eerst een aantal verschillende klantrelaties te benoemen, ontleend aan de Relational Models Theory uit 1999.
Als klant ga je een ‘gemeenschapsrelatie’ aan met een bedrijf waarmee je je identificeert, bijvoorbeeld Triodos vanwege de duurzaamheids-principes. Die relatie, en de manier van communiceren, is heel anders dan de ‘marktrelatie’, die puur transactioneel is, bijvoorbeeld met je energieleverancier. Ook is er de ‘gezagsrelatie’, bijvoorbeeld met je pensioenfonds. Klantgericht werken is dus voor elk bedrijf anders. Boeiend!
Het boek bestaat uit 3 delen, waarvan het eerste deel, met allerlei interessante uitkomsten van vrij recente onderzoeken voor mij het interessantst was, waarschijnlijk gevoed vanuit onderzoek waarop de auteur medio 2017 is gepromoveerd. Je vindt hier veel informatie over beïnvloedingstechnieken zoals framing. Ook interessant is het onderdeel over klantgerichte medewerkers, opgehangen aan de kernkwaliteiten en -kwadranten van Ofman, en de 7 eigenschappen van Covey.
Om mijn juryvaardigheden nog wat verder aan te scherpen (ik zit in de jury van Managementboek van het Jaar 2020) herlas ik Gedeeld leiderschap van Jelle Dijkstra en Paul-Peter Feld uit januari 2011. Dit was de winnaar van #mgtboek2012. Dat betekent bijna automatisch dat het goedgeschreven is, origineel, mooi uitgevoerd, goed onderbouwd. Destijds was het vast actueel, en verwachtte men dat het nog jaren relevant zou blijven. En? Klopt dat ook? Ik vind van wel. Na acht jaar is dit nog steeds een heel boeiend boek om te lezen en spelen de ontwikkelingen die zij duidden nog steeds.
Dit boek gaat over ‘nieuwe vormen van samenwerken, organiseren, leren en leiderschap’. Het behandelt de volgende onderwerpen:
Huidige ontwikkelingen en uitgangspunten voor die nieuwe vormen van samenwerken, etc.;
Het verdwijnen van de hiërarchische organisatie;
Werken in ‘hubs’ en ‘extended organisations’;
Gedeeld leiderschap;
Welke partijen kunnen hoe bijdragen?
Het gedeelde leiderschap uit de titel is dus slechts een onderdeel van de visie. Ik vond het wel één van de interessantste hoofdstukken. Uitgangspunt is dat om afhankelijkheid van één persoon te voorkomen, het nodig is dat er diverse leiderschapsrollen door meerdere personen opgepakt kunnen worden. Een vorm hiervan is ‘distributed leadership’ ofwel gespreid leiderschap, wat echter nog steeds suggereert dat er één centrale leider is. ‘Co-leiderschap ’ is juist het uitoefenen van 1 functie (zoals CEO) door twee personen. Onlangs is dit bij DSM geïntroduceerd, hoewel de nieuwe Co-CEO’s óók hun huidige functies (CFO en COO) blijven uitoefenen. Dit soort leiderschap is bepaald nog geen gemeengoed, de auteurs zien het dan ook als een opkomend fenomeen ‘in de komende decennia’, waarbij leiderschap ook niet meer wordt gekoppeld aan vaste functies, maar wordt gezien als een proces, dat door meerdere personen in allerlei verschillende functies en afdelingen kan worden ingevuld, al naar de behoefte van de organisatie.
Om dit levensvatbaar te krijgen is vertrouwen nodig, en het hoofdstuk wat hierover gaat zou niet misstaan in een boek over Betekenis, alhoewel deze term in Gedeeld leiderschap nergens gebruikt wordt. Dat is blijkbaar toch meer iets van de laatste tijd.
Het boek start met een samenvatting van 3 pagina’s. Meestal zijn dat stukken tekst die aan de reguliere hoofdstukken zijn ontleend, waardoor je daarna regelmatig het gevoel hebt dat de auteur zichzelf herhaalt. Dat had ik bij dit boek niet, het is meer een teaser die je nieuwsgierig maakt!
De auteurs geven aan bewust geen nieuw model of recept te introduceren, zij focussen zich alleen op het duiden van de ontwikkelingen. Want, zo zeggen zij, de tijd van recepten is voorbij. De lezer moet met de geschetste ontwikkelingen zelf aan de slag. Dat maakt het wat minder praktisch, aan de andere kant: de managementliteratuur barst al van de recepten en modellen, waarvan veel inderdaad alweer snel vergeten zijn.
Over veroudering gesproken, het is grappig om te zien hoe vele ‘nieuwigheden’ van destijds tussen aanhalingstekens zijn geschreven. Denk aan ‘smartphone’, ‘incubators’, ‘cloud computing’, ‘hub’. Deze zaken zijn inmiddels gemeengoed.
Opvallend is dat in het boek zelfsturing (in de zin van besluiten nemen op de werkvloer) als mislukt wordt bestempeld. Daarentegen zien zij zelforganisatie wel als een groot succes, met Buurtzorg als voorbeeld. Nu, 9 jaar later, praten we hier nog steeds over, zijn heel wat initiatieven mislukt en is Buurtzorg nog steeds hèt voorbeeld. Zo hard gaan de ontwikkelingen dus niet. Ook komt de stijging van het aantal ZP en ZZPers aan de orde, èn de vermindering van het aantal managers door kostenbesparingen, waardoor een andere manier van leidinggeven noodzakelijk wordt. Dit is nog steeds relevant.
Het is een bijzonder prettig leesbaar boek met veel interessante weetjes en een goed overzicht van de verwachte ontwikkelingen. Je hebt niet het idee dat je een boek van 9 jaar oud leest. Misschien met uitzondering van hun visie op ‘tags’: labels voor informatie en je eigen kwaliteiten, om de vindbaarheid te vergroten en jezelf goed ‘matchbaar’ te maken met (leiderschaps-)posities. Hoewel deze zeker gebruikt worden, is het belang ervan minder groot dan zij verwachtten.
Dit boek werd uitgebracht in een pakket met twee versies die qua inhoud hetzelfde zijn maar qua layout en opmaak compleet verschillend. Eentje is heel mooi, maar wel standaard opgemaakt, de andere is visueel schitterend, lijkt wel een comic! Tenminste, dat herinner ik me van 9 jaar geleden, want het schitterende deel gaf ik weg…..conform de instructies van de auteurs: delen is vermenigvuldigen.
Ik las Pak je passie van Johan Struwe uit 2019. ‘Fishfluencer’ Johan Struwe zat ooit in ‘een gouden kooi’ , een (waarschijnlijk goedbetaalde) baan waar hij totaal geen zin in had, met collegae die hem niet lagen in een deel van Nederland waar hij niet kon aarden. Hij rookte en dronk veel en sliep slecht. O ja en werkte veel over. Hoppa, plotseling had hij hartproblemen en moest verplicht rust houden. Hij ging lekker vissen, zijn hobby. Daarna weer reïntegreren en direct was de stress weer terug. Hij besloot om van vissen zijn baan te maken. Dat is goed gelukt, en wij kunnen nu profiteren van de lessen die hij heeft geleerd.
Dat zijn er 9, en die zullen je bekend in de oren klinken:
Weet wat jou motiveert;
Zoek een actie die je kunt vermarkten;
Bepaal je doelgroep;
Verzin een verdienmodel;
Bouw je brand;
Mindset;
Werk aan rendement en focus;
Gebruik Social Media;
Delegeer waar mogelijk.
De inhoud van het boekje is niet echt vernieuwend, maar het idee dat je zelfs met vissen een goed inkomen kunt verdienen inspireert misschien menigeen die dicht tegen een burn-out of bore-out zit. Van je hobby je baan maken! Misschien kun je zelfs met boeken lezen leuk verdienen? Oh, wacht…
Regelmatig (her)lees ik oudere boeken, meestal de bekende klassiekers, nu de eerdere winnaars van Managementboek van het Jaar, om mijn jury-vaardigheden aan te scherpen. Deze week was dat de winnaar van #mgtboek2011: Connect! van Menno Lanting, over het gebruik van sociale netwerken in organisaties en de impact ervan op leiderschap. Het boek is van begin 2010, en dus gebaseerd op de stand van zaken van 2008 – 2009, nu 10 jaar geleden.
Is het managementboek Connect …
… gedateerd? Of een klassieker, die kunt blijven herlezen? Eigenlijk beide. Een groot deel van dit boek gaat over ontwikkelingen en concepten die nog steeds relevant zijn, denk aan zelfsturing, zelforganisatie en crowdsourcing. Daarnaast is de schrijfstijl van Lanting heel plezierig: boeiend en grappig. Ik heb 4 boeken van Lanting en ben bepaald een fan. De boeken van Lanting typeren zich door de vele voorbeelden en interviews, wat inspireert en herkenbaar maakt, maar een zwaktepunt blijkt als het gaat om eeuwige roem. Juist die voorbeelden zijn nu gedateerd. De sociale netwerken Hyves, Second Life, Iens: ze komen veel voorbij, maar zíjn nu ook voorbij. De geïnterviewde personen: ik ken ze niet. De bedrijven: ik heb niet de indruk dat die op dit moment (nog) voorlopen met het gebruik van sociale media.
Nog steeds relevante inzichten
Dan is het dus zonde van de tijd om dit boek te lezen? Zeker niet! Het eerste deel, over sociale netwerken in het algemeen, zullen weinig nieuwe inzichten opleveren. Wel las ik interessante paragrafen, die inderdaad nu bewaarheid zijn. Zoals het stukje over kennis: ‘Door het internet is informatie voor iedereen bereikbaar, het is een commodity. Het delen van kennis, of nog sterker, het verkopen van kennis, wordt steeds minder relevant. Het zal gaan (of gaat nu) om het verrijken van kennis met elkaar, om patronen te herkennen en informatie te combineren tot innovatieve oplossingen’. Deze ontwikkeling vindt nog steeds plaats en leidt tot de opkomst van steeds meer communities.
Het tweede deel zoomt in op organisaties: hoe gebruiken zij sociale netwerken? Bij productontwikkeling, HR, marketing en klantenservice? Dit deel is nog steeds relevant, want organisaties veranderen niet zo snel. Zelforganisatie, wat uitgebreid aan de orde komt in dit deel, is nog steeds een hot topic, maar niet echt ingeburgerd. Social shopping kunnen we nu mondjesmaat, maar de digitale paskamer heeft mijn favoriete kledingwinkels nog niet bereikt. Heel herkenbaar is nog steeds het voorbeeld over webcareteams, die manhaftig proberen imagoschade te beperken. Maar (eigen ervaring) helaas niet over de juiste informatie beschikken en al helemaal niet zorgen dat de klachten worden opgelost. Nog steeds niet.
Toch wel nuttig dus, dit boek, voor organisaties die nog steeds weinig met sociale netwerken doen (of veel doen, maar op de verkeerde manier). Maar ook een potentiële bron van teleurstelling: ik las over de Leeslijst-optie van LinkedIn, die kende ik nog niet en leek me super! Helaas, die is in 2014 opgehouden te bestaan……
Conclusie: dit is een geweldig boek……geweest. Het verbaast me niet dat het in 2011 Managementboek van het Jaar werd. Maar op dit moment kun je beter de recentere boeken lezen van Menno Lanting òf recentere boeken over SocMed en communities.
In 2012 is het boek herzien met nieuwe casussen, dit koop je voor €24,99 bij Managementboek.nl
Ik las Durven voor morgen van Saskia van Uffelen uit 2019. De auteur werkt in de IT, en de ondertitel van dit boek is ‘leiden, werken, leren en leven in een digitale wereld’. Dit boekje gaat over digitalisering dacht ik dus. Mispoes. Het gaat over de noodzaak om te veranderen, waarvoor digitalisering maar één van de oorzaken is. Het gaat ook over het doorbreken van kortetermijn-denken.
Het aantal onderwerpen dat wordt behandeld is daardoor erg breed, maar de kern is voor mijn gevoel het belang van een leven lang leren en iedereen in het bedrijf overal bij betrekken.
Het ‘Durfplan’ begint op 2/3 van het boek. Heel interessant vond ik stap 2 van dit plan: ‘cartografie’, het in kaart brengen van waar je nu staat met je bedrijf. Wat is het beeld dat je stakeholders hebben van je bedrijf? En waar zou het in de toekomst moeten staan? Er zit een handig vragenlijstje bij. Ook kun je tools op basis van algoritmes gebruiken om het mailverkeer te scannen op cultuuraspecten. Wat is de toon? Wat is de empathische temperatuur, wat zegt het over inclusiviteit? Veel waardevoller dan enquetes met sociaal wenselijke antwoorden. Ook gaat de auteur in op doelen stellen, strategievorming en andere onderdelen van management. Praktisch en mooi uitgevoerd.